Psalm 42 ‘Heimwee en verlangen’

Preek over Psalm 42 ‘Heimwee en verlangen’

Zingen: Opwekking 281 ‘Als een hert dat verlangt naar water’

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet – amen

Zingen: God zal zorgen…. (lied n.a.v. coronacrisis, A.F. Troost)
melodie van ‘Wie maar de goede God laat zorgen’ (LvK 429)

1. Je jubelt: God zal voor mij zorgen
wanneer ik hulp van Hem verwacht!
Toch kun je bang zijn, bang voor morgen:
één lange, eindeloze nacht.
Geloof wat vast en zeker is:
licht overwint de duisternis!

2. Je dacht dat God zijn schapen leidde,
het hele leven één groot feest,
tot aan de einder groene weiden -
maar dan: een wond die niet geneest!
Al zal de Herder bij je zijn,
soms ga je door een diep ravijn.

3. Je meende: Christus is zo machtig,
één woord – het onweer zwijgt al stil.
Je dacht: mijn Vader is almachtig,
de wind gaat liggen als Hij wil.
Maar dan opnieuw: een donderslag,
chaos die niemand eerder zag.

4. Je fluistert toch dat God zal zorgen
ook als geen zon je tegenlacht?
Houd dat dan vast, want Hij zal morgen
doen wat geen mens meer had verwacht:
dan zal de aarde hemel zijn,
dan zal het eeuwig Pasen zijn!

Gods leefregels

Zingen:

Gebed

Bijbellezing: Psalmen 42 en 43

Zingen: Ps. 42: 1-6 Levensliederen

allen
1. Als een hulpeloze hinde,
die naar stromend water smacht,
zo verlang ik u te vinden,
u, mijn God, op wie ik wacht.
Ik verlang naar God, die leeft,
die mijn ziel te drinken geeft.
Wanneer zal ik hem ontmoeten,
zal Gods glimlach mij begroeten?

vrouwen
2. Alle nachten, alle dagen
eet ik niets dan tranenbrood,
want ik hoor hoe zij me vragen:
‘Is die God van jou soms dood?’
O, wat weet ik het nog goed
hoe ik meeliep in de stoet,
hoe we dansend bleven zingen,
juichend naar Gods woning gingen.

allen
3. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld –
dat je hem weer prijzen zult.
Ik kijk uit naar nieuwe tijden,
want mijn God zal mij bevrijden.

vrouwen
4. Ik ben uitgeput van binnen,
2. Ik ben uitgeput van binnen,
aangeslagen, opgebrand.
God, op U zet ik mijn zinnen,
in dit berg- en heuvelland.
Hoor hoe diep het water dreunt,
hoe mijn ziel daaronder kreunt.
Ik raak machteloos bedolven
onder al uw hoge golven.

mannen

5. God de HEER geeft zijn genade,
overdag – en ’s nachts een lied.
Bij mijn rots ga ik te rade:
‘Waarom komt en redt U niet?
Waarom laat U me alleen
met de vijand om me heen?”
Lachend laten ze me weten:
‘Is jouw God je soms vergeten?’

allen

6. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld –
dat je hem weer prijzen zult.
Ik kijk uit naar nieuwe tijden,
want mijn God zal mij bevrijden.

Preek ‘Heimwee en verlangen’

Gemeente van Christus,

Ik heb normaal gesproken niet zoveel met heimwee, met terugkijken en terug verlangen naar wat vroeger beter was, mooier, toen geluk nog gewoon was. Niet omdat je dan vaak heel selectief terugkijkt en vergeet wat juist minder was vroeger, lastiger, maar ook omdat het weinig oplevert want je leeft hier en nu. En vooral: als je gelooft dat God je leven leidt en God vandaag geeft wat vandaag nodig is, dan is de uitdaging om bij de dag te leven en ter harte te nemen wat Paulus van de Heer hoorde en moest leren toen een probleem waar hij mee worstelde niet werd opgelost en het niet werd zoals voor dat probleem: aan mijn genade heb je genoeg. Ja, en op oudejaarsavond van vorig jaar ging de preek erover dat we als mensen en zeker als christenen altijd onderweg zijn, en dat stilstaan en achterom verlangen niet past bij mensen die achter Jezus aan willen want Jezus gaat verder en zegt: volg Mij…en Jezus herinnert ook ergens aan wat ooit de vrouw van Lot overkwam toen zij niet kon loslaten en bleef staan en maar achterom bleef kijken..

Ja maar toch, er kunnen omstandigheden zijn dat heimwee en weemoed toeslaan. Als alles waar je aan gewend was en blij van werd, energie van kreeg, wegvalt. En dan zijn er genoeg voorbeelden op te sommen in deze tijd: van anderen en jezelf. Als je thuis moet blijven of op je kamer en al weken geen bezoek mocht krijgen, en je terugverlangt naar een kamer vol, naar kinderen die elke week even kwamen, naar je kleinkinderen of de thuishulp die elke week kwam, voor het werk en voor een praatje. Als er al weken geen kerkdienst meer is en verlangt naar weer samen zingen en elkaar ontmoeten; als je niet naar je geliefde in het verpleeghuis kan, en het blijft bij af en toe bellen, al of niet met beeld; als je bruiloft of verjaardag niet gevierd wordt.. Als je bloeiende bedrijf ineens plat ligt, je baan wegvalt, je winkel zoveel leger is…En zo zou ik nog wel even kunnen doorgaan, ieder heeft zo eigen voorbeelden van wat in deze lastige maanden zo anders is, zoveel saaier, zoveel eenzamer – naast gelukkig ook allerlei mooie initiatieven en voorbeelden van aandacht, hulp, zorg….
Dan zie je beelden langskomen van niet eens zo lang geleden en het doet pijn: een koningsdag met volle straten, de Dam vol mensen op 4 mei, een kerk vol zingende mensen, een gezellig stadscentrum op zaterdagmiddag, een kamer vol visite…was het maar weer zoals toen en toen – de koning zei het treffend vanuit zijn huiskamer met koningsdag: ik hoop dat dit de allerlaatste koningsdag thuis zal zijn….en vene later kwamen de beelden van vorige Koningsdagen…toen was het nog echt feest… Het is heimwee maar vooral daar door heen verlangen: naar weer betere tijden.
Waarmee we helemaal in de psalm zitten die we lazen en die onze aandacht vraagt. Een psalm met veel tranen, lijden onder de spot van vijanden, eenzaamheid, vol heimwee naar wat vroeger zo gewoon en zo mooi was en nu zo ver weg lijkt, maar ook een lied van verlangen: naar God, naar nieuwe tijden; een lied ook vol hoop. Zoals bij meer psalmen roept het veel herkenning op en tegelijk zit er aansporing in om jezelf aan te pakken en niet bij de pakken neer te blijven zitten, als een refrein dat drie keer terugkomt: twee keer in Psalm 42,en als slotakkoord in Psalm 43: “Waarom, ziel, zo aangeslagen, waarom bang en rusteloos? Hoop op God, stel Hem je vragen. Wees niet langer lusteloos. Want de dag komt – heb geduld – dat je Hem weer prijzen zult. Ik kijk uit naar nieuwe tijden, want mijn God zal mij bevrijden.”

Ik las: “Dat refrein is een pareltje: de dichter heeft het zwaar, maar hij roept zichzelf tot de orde en komt zelfs tot een dankzegging. Dat doet hij drie keer, want zo vaak is nodig om tot rust en vertrouwen te komen.” Je moet het dus steeds weer tegen jezelf zeggen en van anderen – van God en mensen – horen, en steeds weer zingen. Dat is een boodschap die ik zelf hard nodig heb, en die ik u en jou wil meegeven, niet als een makkelijke oplossing alsof dan de tranen weg zijn en de slapeloze nachten, alsof er dan snel toch weer bezoek kan komen of een baan op je ligt te wachten, alsof dan de kerken weer vol zitten binnenkort en er goede medicijnen zijn en een vaccin, ook niet om je kop in het zand te steken – wat in geneigd ben te doen zo af en toe – en vooral goed nieuws te willen horen en je daaraan vast te klampen – wat ik soms doe. Maar vooral om naar boven te kijken, waar God is die heeft bewezen een redder te zijn, op zijn tijd en zijn manier; aan wie je je vragen mag blijven stellen en voor wie je niet je groter en stoerder hoeft voor te doen dan je bent, bij wie je altijd terecht kunt en op wie je altijd een beroep mag doen: “vestig je hoop op God, mijn God die me ziet….en me redt”. Houdt dat vast, tegen de klippen op, en kijk uit naar nieuwe tijden!

Weer terug die psalm induiken helpt daarbij: we staan er niet alleen voor en gevoelens van heimwee en verlangen, van hopen tegen alles in, zijn van alle tijden. Van de dichter van dit lied en de situatie waarin het lied ontstaan is, weten we weinig. De Korachieten die in deze en volgende psalmen vermeld worden, waren Levieten die in de tijd van Salomo – toen de eerste tempel werd gebouwd – vooral belast met bewakingstaken (ze worden ‘poortwachters’ genoemd) maar werden later net als de nazaten van mannen als Asaf, Heman en Jeduthun – ingeschakeld als tempelkoor. In 2 Kronieken 20: 19 staat daarvoor een aanwijzing: “En de Levieten uit de familie van Korach (…..)zongen staande met luide stem de lof van de HEER, de God van Israël”. Dat was heel veel jaren na de tijd van Salomo, tijdens koning Josafat. Ëen kunstig lied van de Korachieten zal wel betekenen: bestemd voor het tempelkoor.

Het bijzondere van deze psalm is dat het lied heel persoonlijk wordt: een ik-psalm. Wat trouwens van heel veel psalmen geldt, zeker ook de vele met de naam David. En dat is mooi want bij God telt elk mens, is niemand een nummer, en is elk leven en elk levensverhaal de moeite waard, ook om voorgoed een plek te krijgen in de Bijbel en in het zangboek van de kerk van alle tijden, herkenbaar door mensen nu en later. En als je dan zo’n lied leest of hoort voorlezen of meezingt, kun je er je eigen leven met verdriet en pijn, heimwee en verlangen, wanhoop en hoop, en blijdschap in terugvinden en mee uitzingen, voor jezelf of samen, thuis of in een volle kerk……

Nou, dat laatste, die volle kerk, die er al even niet is voor ons, miste de dichter ook: “Weemoed vervult mijn ziel nu ik mij herinner hoe ik meeliep in een dichte stoet en optrok naar het huis van God – een feestende menigte, juichend en lovend.” Een herinnering aan lang geleden en ver weg en dat doet best pijn want waarom…Een dichter brengt het zo onder woorden: “Hoe ruimschoots liet Gij U vinden, met z’n allen trokken we zingend op naar uw huis! Maar nu – ik herken u niet meer. Andere wereld, onbereikbaar. Reikhalzend zie ik naar U uit, zal ik het nog beleven? “. Uit het vervolg leren we wie zo klaagt kennen als een vluchteling, een balling, iemand die door waarschijnlijk oorlogsgeweld of een opstand niet kan reizen en niet naar de tempel kan: ‘Mijn ziel is bedroefd, daarom denk ik aan U, hier in het land van de Jordaan, bij de Hermon, op de top van de Misar”. Dat was ver in het noorden, ver van Jeruzalem waar de tempel stond, waar God woonde, en het volk samen was. Naar vandaag vertaald: alleen in het ziekenhuis of in het verpleeghuis, of thuis met weinig of geen bezoek, in quarantaine of ver weg in een ander land met dichte grenzen… in de hoop dat je terug mag maar wanneer en hoe is het met je familie? Ja, en wanneer kun je die anderen van je kerk weer ontmoeten, en weer samen zingen en koffie drinken na de dienst, wanneer weer kring of bijbelclub, wanneer kan je kind worden gedoopt of opgedragen, mag je belijdenis doen, vieren we weer avondmaal? Ja, en bedenk wel hoe anders en nog veel moeilijker die Israëliet in ballingschap het gehad zal hebben, zonder smartphone, zonder skype of videobellen, zonder tempeldiensten online, en met familie en vrienden ver weg, en vijanden op de loer en de spot van die vijanden nog in zijn oren: hé, waar is jouw God dan, die jou toch helpt…..dat maakt het allemaal nog erger want is dat niet zo: God, waar bent U nou? Dan huilt je hart en komen de tranen: “Tranen zijn mijn brood, bij dag en bij nacht…mij gaat door merg en been de hoon van mijn belagers, want ze zeggen heel de dag: ‘Waar is dan je God?’ …..Dan blijft niets anders over dan een schreeuw naar omhoog, een gebed uit de diepte en van ver naar waar God toch is: “Waarom komt en redt U niet? Waarom laat u mij alleen met de vijand om mij heen?” Heer waarom vergeet U mij, waarom ga ik gehuld in het zwart, door de vijand geplaagd?” Maar is God niet ook je tegenstander: ‘Al uw golven slaan zwaar over mij heen”. Ik verdrink!

Er zit in deze psalm een enorme spanning: in de dichter zelf, en tussen hem en God. Aan de ene kant is er dat heimwee naar hoe goed het was, en de frustratie over hoe anders het allemaal geworden is, en vragen die hem naar de strot vliegen over wat die betekent en waarom het zo gaat en vijanden dit hem aandoen en God blijkbaar dat toelaat en niet ingrijpt: Heer, ‘Waarom komt en redt U niet? Waarom laat U me alleen met de vijanden om me heen” en dat terwijl ik zo naar uw nabijheid verlang. Ja, want dat trilt door alles heen, daar begint het mee en daar loopt het op uit: “Ik verlang naar God, die leeft, die mijn ziel te drinken geeft. Wanneer zal ik hem ontmoeten, zal Gods glimlach mij begroeten?…en Want de dag komt – heb geduld –dat je hem weer prijzen zult. Ik kijk uit naar nieuwe tijden, want mijn God zal mij bevrijden… met nog sterker Psalm 43: “Heer, zend uw licht, laat mij ervaren dat U mij naar uw woning leidt. Wanneer ik kom bij uw altaren, zal ik U prijzen bij de snaren”. Dat is de ene kant: verlangen dat nog niet vervuld wordt, afstand, God die zwijgt…en aan de andere kant een toch sterk en ongeschokt vertrouwen dat God er is als de levende God en dat God hem niet is vergeten en hem zal redden, wat hij keer of keer tegen zichzelf zegt, en ons tegen onszelf laat zeggen: vestig je hoop op God, blijft dat ondanks alles en tegen alles in – ook tegen die vijanden in – doen: hoop op God en stel Hem je vragen – loop dus niet bij Hem weg maar schreeuw het uit naar Hem- want ik weet zeker dat ik eens Hem weer zal loven, samen met anderen, in zijn tempel, in zijn kerk, mijn God – dat blijft zo – mijn God die mij ziet en mij redt.

Boven de preek heb ik gezet dat het in deze psalm gaat om heimwee en verlangen, maar eigenlijk mist dan waar het gelukkig op uit mag lopen, en dat is de hoop, die de dichter zichzelf en ons wil meegeven: vestig je hoop op God, eens zal ik Hem weer loven…en dat is daarna heel veel eeuwenlang gebeurd, tot vandaag aan toe, ook met de woorden van deze psalm en andere psalmen en liederen, wereldwijd zelfs. Hoe het verder de eerste maker van dit lied vergaan is weten we niet, of hij ooit weer in de tempel is geweest, wie zal het zeggen, eigenlijk denk ik van wel, en gelukkig is ook dit lied vanuit de verte en de diepte van veel ellende en tranen bewaard gebleven en met al die andere liederen van Israël meegegaan de eeuwen door. Als een levensecht lied van heimwee en tranen, verlangen naar beter en vooral naar de nabijheid van God: “wanneer mag ik nader komen en Gods gelaat aanschouwen?”, en als een lied dat de hoop levend houdt en ons in onze zorgen hoop wil geven.
Ja, en dan mogen wij dat lied zingen als mensen die Jezus kennen en willen volgen. Jezus die meer dan wie ook ons Gods gezicht laat zien en zijn vriendelijke ogen, en die daarvoor nog meer dan de dichter van Psalm 42 er diep onderdoor is gegaan, tot aan het kruis en tot in de dood, tegen wie ook is geschreeuwd: waar is nou jouw God? En die zelf God heeft geroepen: “ Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij, en blijft zover, terwijl ik tot U schrei, en redt mij niet naar gaat aan mij voorbij? Hoe blijft Gij zwijgen?”. Dat is een schreeuw uit de diepte naar God heel hoog en ver weg met woorden van David in Psalm 22; het hadden ook kreten uit Psalm 42 kunnen zijn: “Waarom komt en redt U niet? Waarom laat U mij alleen met de vijand om me heen?”. En weer in Psalm 43: ‘Waarom laat U mij zolang lijden door mensen die bedrog verspreiden. Waarom heb ik het zo benauwd en word ik uitgejouwd?”. Heftig! Het komt heftiger dan ooit op Jezus af, daar aan het kruis, bespot, verlaten, alleen. Maar ook Jezus bleef zich vastklampen aan God, God zijn vragen stellen: waarom? En hij bleef roepen tot God en hopen op God: mijn God die mij ziet en mij zal redden. We mogen geloven en we vieren het elke zondag, op afstand van elkaar maar toch verbonden met elkaar en met zoveel anderen wereldwijd, en samen met onze God: God heeft zijn Zoon gered en door Hem redt Hij ons; Hij gaf en geeft nieuwe tijden.

In de berijming van psalm 42 zoals we die gezongen hebben, zit een oproep aan onszelf en elkaar: “Wees niet langer lusteloos. Want de dag komt – heb geduld –
dat je hem weer prijzen zult”. Dat prijzen van God hoeft natuurlijk niet te wachten, dat kun jij en kan ik elke dag doen, op jezelf of in kleine kring, maar de dichter van dit lied bedoelde natuurlijk dat hij ernaar uitkeek dat weer samen te doen, in Gods tempel. En wij kijken ernaar uit – ik wel in elk geval – dat er weer kerkdiensten zijn om God en elkaar te ontmoeten, samen te luisteren en te zingen en te bidden; en dat er een eind gaat komen aan afstand houden van elkaar en niet op bezoek bij elkaar – en dan is geduld best lastig vind ik zelf, en onzekerheid, want we willen zo graag…en wanneer dan, en wat als het allemaal nog veel langer duurt…..wat doet dat met je?

Paulus die daar ook ervaring mee had, zet ons met beide benen op de grond en spreekt ons tegelijk moed in, als hij in Romeinen 8 het heeft over een schepping in nood die reikhalzend uitkijkt naar de beloofde nieuwe tijd van vrede en herstel en dan erop wijst dat hopen op iets met zich meebrengt dat waarop we je hoopt er nog niet is: ‘Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden”. Houdt vol, horen we ook elke keer vanuit de regering, en dan zucht ik in mezelf: hoelang moet dat dan nog? Maar dan lees ik door bij Paulus: “De Geest helpt ons in onze zwakheid…de Geest pleit voor ons met woordloze zuchten.” Ja, en Jezus weet het ook en komt voor ons op…volhouden dus maar met geloven en hopen…en met zingen: ‘Wees niet langer lusteloos, Want de dag komt – heb geduld – dat je – samen – Hem weer prijzen zult. Ik kijk uit naar nieuwe tijden – jij ook? – want onze God zal ons bevrijden!’

amen

Zingen: Ps. 43: 2,3 DNP
2. Heer, zend uw licht, laat mij ervaren
dat U mij naar uw woning leidt.
Wanneer ik kom bij uw altaren,
zal ik U prijzen bij de snaren.
Dan uit ik al mijn dankbaarheid,
omdat U mij bevrijdt.
3. Mijn ziel, waarom zo neergebogen?
Waarom onrustig, vol verdriet?
Hoop op de Heer, houd Hem voor ogen.
Hij zal je eenmaal weer verhogen.
Ik zal Hem eren met een lied,
mijn redder die mij ziet.

Gebed

Collecte

Zingen: Lied 416: 1-4 ‘Ga met God’

Zegen

Amen:

Romeinen 1: 7b ‘Ik wens jou…’ leerdienst over feedback geven en ontvangen

Liturgie middagdienst 23 februari Vecht en Angstelkerk

Thema: ‘Ik wens jou…Feedback geven en ontvangen’

We belijden ons vertrouwen in God – amen

Groet namens God – amen

Zingen: Ps. 139: 1,8 DNP

1. HEER, U doorgrondt mij, U ontwart
al de geheimen van mijn hart.
U ziet mij thuis en onderweg,
terwijl U opvangt wat ik zeg.
Ja, zelfs onuitgesproken zinnen
neemt U al waar bij mij vanbinnen.

2. Mijn hartsgeheimen leg ik, HEER,
volkomen eerlijk voor U neer.
Peil alles wat ik denk of zeg;
neem het verkeerde in mij weg.
Doorgrond mij God, en toets mijn leven;
wil mij voor eeuwig richting geven.
Gebed
———————————————————————————————————
Inleiding:

Elk jaar op 1 maart is het ‘Nationale Complimentendag’ dia 1
Dit jaar valt 1 maart op een zondag, dat is dus volgende week zondag.
Je kunt je afvragen wat dat nou weer is en waarom zo’n dag is ingesteld. Daarover staat het een en ander op de speciale website over die dag:

Waarom deze dag?
Het klinkt zo vanzelfsprekend…
…..een complimentje geven als iets goed gaat! Tóch doen we het in de praktijk maar bitter weinig. Dat komt omdat het geven van complimenten helaas (nog) niet echt in de volksaard van de Nederlanders zit. We zien wel vaak wat fout gaat, maar veel minder wat er goed gaat. Jammer, want juist in deze uitdagende tijden kunnen we wel wat extra positivisme gebruiken!
Helaas speelt sterk mee dat i.p.v. complimenten geven mensen vaak elkaar negatief bejegenen, zowel in het persoonlijk meer als – nog meer en vaker – via social media die meer dan eens meer lijken op asociale media – vreselijk wat soms langskomt.
Wat wij denk ik niet zo gauw zullen doen – toch? – maar ons er wel aan herinnert hoe gauw het tussen mensen mis kan gaan en hoeveel impact het voor lang kan hebben – en dan moeten we maar niet te gauw denken dat het in onze gezinnen en families en in de kerk natuurlijk wel goed gaat, want er zijn ook subtieler vormen van negatief en schadelijk gedrag zoals negeren, oordelen, alleen achter iemands rug om over hem of haar praten en niet met de persoon zelf , gebrek aan waardering, elkaars grenzen niet respecteren, woorden met een verborgen boodschap of een dubbele agenda – wat ook zomaar kan als je iemand een compliment geeft: wat ben jij daar goed in, dat lijkt me echt iets voor jou…met de verborgen boodschap dat je dat dan maar wel moet gaan doen want wie anders….

Er zit nog een adder onder het gras: maar als je nou vindt dat die ander…iets niet goed doet, zichzelf en anderen in de weg zit, dingen zegt of doet waar je moeite mee hebt of je aan ergert…..wat doe je dan: het maar zo laten uit angst voor een conflict of verwijdering, er niet met hem of haar over praten want dat is eng maar wel het met anderen bespreken….of je gooit het er ineens keihard uit: ja maar jij, weet je wel dat.. Dat komt allemaal mee in wat heet ‘feedback’: hoe geef je die én….ontvang je die? Wat ook in de Bijbel gebeurt, kijk naar Spreuken, luister naar Jezus, lees Paulus.

Ik wil met jullie luisteren naar wat in de Bijbel ‘zegenen’ heet, wat eigenlijk is: goede woorden meegeven aan elkaar, elkaar het goede wensen, complimenten geven, en vanuit een positieve liefdevolle houding ook elkaar durven en willen corrigeren, vanuit de grondregel dat we onze naasten mogen leren liefhebben als onszelf.

We gaan daarvoor allereerst naar het begin van de brief van Paulus aan christenen in Rome, laten we Romeinen 1: 1-15 lezen

Preek: ‘Ik wens jou… feedback geven en ontvangen (Rom. 1: 7b)

Beste mensen, zusters, broeders, gemeente,

Het is een veelbelovend begin van de brief die Paulus aan christenen in Rome schreef “Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven”. Bijna aan het eind van zijn brief herhaalt hij het: “Ik wens jullie toe dat onze Heer Jezus goed voor jullie is”. De BGT geeft zo kernachtig en goed weer wat in de NBV wat letterlijker en plechtiger staat: “Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus”. Ook al zijn andere brieven begint en eindigt Paulus op die manier: ik wens jullie alle goeds, Gods goedheid en liefde, het ga jullie goed met de vrede van Christus en onder de zegen van God. Je zou ook kunnen zeggen: complimenten, van Paulus, namens God. Want met nadruk introduceert Paulus zich als dienaar van zijn Heer Jezus Christus.

Je denkt misschien: logisch, zo ging dat als je brief schreef, net zoals wij een brief of mail afsluiten met: hartelijke groeten, of woorden die op datzelfde neerkomen….
Je proeft bij Paulus dat hij het echt meent, dat het uit zijn hart komt, zelfs als hij een brief schrijft – wat vaak gebeurde – met pittige kritiek en soms best harde woorden. Ik las: “Of hij de mensen die hij schrijft wil vermanen of bemoedigen, of hij ze kent of niet, zijn zegenwens is er altijd”. Voorbeeld zijn de twee brieven aan de kerk van Korinte – maar juist dan lezen we dat Paulus al schrijvend zijn hart laat spreken: ik houd van jullie, ik draag jullie op mijn hart, ik moet erom huilen dat het zo moeizaam gaat tussen ons…en ook die brieven lopen uit op een welgemeend: “Ik wens jullie toe dat de Heer Jezus goed voor jullie is. Ik houd van jullie, want wij horen allemaal bij Jezus Christus” (1Kor.16.23); ”Ik wens jullie allemaal toe dat de Heer Jezus Christus goed voor jullie is, dat God jullie zijn liefde geeft, en dat de Heilige Geest een eenheid van jullie maakt” (2 Kor.13: 13). En die toon is de muziek die door heel de Bijbel heen klinkt, en die we als we eerlijk en goed willen lezen opvangen, en die ons hart wil raken, ook en zelfs als we harde woorden en heftige verhalen tegen- komen: hoor Gods liefde er achter en er doorheen, probeer die liefde door te geven en vooral voor te leven…wens elkaar alle goeds, en doe wat goed is voor de ander.

Dat is meteen een spiegel voor u en voor mij, een vraag op de man of vrouw af; wat wensen wij elkaar toe, met woorden, en in de praktijk? We leven in een tijd waarin er veel onvrede en chagrijn in de onderlinge omgang zit. En mensen elkaar keihard vreselijke ziekten toewensen en zelfs wie je niet bevalt of dingen geschreven of gedaan heeft met de dood bedreigen: journalisten, politici, voetbaltrainers, advocaten – en soms volgen op woorden zelfs dodelijke daden. Iemand schrijft: “Je hoeft maar tien minuten van je tijd te spenderen aan het lezen van comments op social media en je belandt spontaan in een spiraal van haat, frustratie en onbegrip. Vooral onder Facebook-posts over immigranten, zwarte piet en vluchtelingen gaan mensen tekeer. Het lijkt wel alsof iedereen zijn verstand verloren heeft in deze digitale wereld vol scheldpartijen.” En voor je het weet wordt het actie-reactie – hard tegen nog harder.
Kijk, maar ook hier wijst de Bijbel ons de weg en zijn de Heer Jezus en ook zijn volgeling Paulus – een man met een gewelddadig verleden -een lichtend voorbeeld. Paulus roept ons op om niet als we worden uitgescholden terug te schelden, en als ons onrecht worden aangedaan ons niet te wreken maar om onze vijanden lief te hebben. En dat zegt niet iemand die over zich liet lopen maar die tegenstanders confronteerde met zijn wangedrag en hem aan het denken zette. Zoals toen een Romeinse bestuurder hem wilde laten afranselen en Paulus tegen de commandant van de soldaten zei: “Mogen jullie een Romeinse burger geselen, en dan nog wel zonder vorm van proces?”. Waarop de schrik toesloeg en ze hem met rust lieten. Eerder was Paulus samen met Silas gegeseld en opgesloten en toen daarna de autoriteiten hen via een achterdeur wilden vrijlaten, accepteerde Paulus dat niet: ze hebben Romeinse burgers zonder vorm van proces stokslagen laten geven en in de gevangenis gegooid en nu zouden ze ons heimelijk laten gaan? Geen sprake van! Laten ze maar hier naar toe komen en zelf ons vrijlaten; en zo is het ook gebeurd.
En dat is helemaal in de lijn van zijn Heer Jezus. Toen Hij voor zijn rechters stond en iemand hem een klap in het gezicht gaf, reageerde Jezus met een vraag: als wat Ik heb gezegd niet goed was, zeg dan wat er verkeerd aan was, maar als het klopt wat Ik heb gezegd, waarom sla je me dan? Dat helpt om te begrijpen wat we met die lastige uitspraak van Jezus aan moeten dat als iemand ons op de ene wang slaat, we de andere wang hem moeten toekeren. Dat lijkt soft en slap, een slachtofferrol aannemen; het is juist sterk en confronterend: je slaat mij, je beledigt mij, je doet me onrecht, maar waarom is dat, waarom heb je dat nodig, zou dat niet anders kunnen? Je slaat niet terug maar je duikt ook niet weg, je kijkt de ander in de ogen en probeert wat gebeurt bespreekbaar te maken – en je staat open voor datzelfde naar jou toe. Met de bedoeling te doen wat Paulus ergens schrijft: zo stapel je vurige kolen op het hoofd van die ander, houd je hem of haar een spiegel voor; blijkt wat zwak lijkt sterk.
Ik denk dat we allemaal dat Bijbelse onderwijs heel goed kunnen gebruiken, want al zal het hopelijk onder ons niet zo heftig toegaan als soms op die sociale media en online platforms, ook tussen christenen vallen soms harde woorden, worden nare mails gewisseld, kan zomaar hard worden geoordeeld of subtiel worden geroddeld, en is elkaar met alle verschillen die er kunnen zijn serieus nemen en liefdevol niet vanzelfsprekend….en we zijn als kerkmensen niet immuun voor die vergroving van de sfeer in Nederland. Ja, en ook als je niet scheldt en niemand beledigt, kun je elkaar tekort doen, b.v. door langs elkaar heen te leven en de ander niet te zien zitten of staan. Ik las ergens van een jonge vrouw die merkte als ze iemand naast haar in de trein of in een supermarkt gewoon groette, iets van irritatie want die ander was verdiept in de berichten op de smartphone en die groet was helemaal niet welkom – en dezelfde vrouw signaleerde hoe bijna iedereen onderweg zich afsluit voor de medemens. Hoe doen wij dat, zijn we gewend te groeten, als je net samen de kerk in komt of naast elkaar in de kerkbank zit, en bij de kassa in de winkel, en zomaar op straat? Dat is toch het minste van contact: even groeten, een praatje maken, en als je elkaar wat beter kent vragen hoe het de ander gaat en dan echt aandacht voor wat die ander te melden heeft – en hopelijk wederzijds: en hoe is het nou bij jullie? Niet als een formaliteit of gewoonte maar uit echte interesse?
En: wat doet het goed als wat goed is wordt benoemd en gewaardeerd: als er elke zondag muziek is in de kerk, als er mensen zijn die de beamer bedienen, elke week een gemeentemail verzorgen of de bloemen in de kerk, koster zijn, penningmeester, boekhouder, ouderling of diaken…niet te vergeten de preekvoorziening, en ook als er trouw achter de schermen naar mensen wordt omgekeken, als er een gespreksgroep draait en de koffiemorgen en een filmhuis, te veel om op te noemen…..zeg je weleens: wat ging dat goed, wat was het mooi vanmorgen, wat fijn dat je daar tijd in wilt steken? Ik las: “In de Bijbel staan ook complimenten van God aan ons.
Bijvoorbeeld deze prachtige woorden: “Jij bent heel belangrijk voor mij, je bent heel veel waard. Ik houd zoveel van jou.” (Jesaja 43: 4). En we worden aangemoedigd om zelf complimenten uit te delen: “Zeg geen slechte, negatieve dingen over mensen. Maar zeg, als het nodig is, dingen die het geloof van anderen sterker maken. Zeg iets dat mensen goeddoet.” (Efeziërs 4: 29).” Doen we dat ook? Zonder verborgen boodschappen, en met oog voor wat juist hij of zij nodig heeft.
Kijk, en dan, en juist vanuit die stevige basis, kun je ook bespreekbaar maken wat niet goed gaat, waar jij tegenaan loopt bij die ander, en wat die ander lastig vindt bij jou, of gedrag waarvan je weet en merkt dat hij of zij zichzelf en anderen ermee in de weg zit of zelfs schade doet….dat is vaak best gevoelig en lastig, maar als het op een goede manier gebeurt en dat niet uit de hoogte of veroordelend, dan kan het verrijkend en helend werken, en dat twee kanten op: voor die ander en mijzelf. Nog eens: alleen als de basishouding is die van elkaar aanvaarden, de minste willen zijn, elkaar erkennen als voor God en in Christus gelijkwaardig, met ieders eigenheid. In hoofdstuk 15 van in brief zegt Paulus dat kernachtig; aanvaard elkaar, zoals Christus jullie allemaal, met alle verschillen, pluspunten en minpunten, aanvaard heeft. En even verder, in 15: 14 maakt hij dat concreet op het punt van elkaar aanspreken: “Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt en dat het u niet aan kennis ontbreekt, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen”. Een gouden regel denk ik als het gaat om feedback geven en ontvangen, let op dat wederzijdse: elkaar terecht wijzen. En dat vanuit de wil om voor elkaar het goede te zoeken en samen verder te komen. Let wel: samen.

Ik ga afsluiten, met een tekst van de liedzanger Stef Bos, het heet ‘Ontmoeting’:
Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten
Je moet eigenlijk toevallig onderweg zijn.
Je moet geen doel voor ogen hebben
en je moet laten gebeuren waarvoor je bang bent.
Je moet niet alles willen verklaren
voor je het weet verklaar je elkaar de oorlog.
Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten.
Je moet je zelf in de ander durven zien
zonder in die ander te verdwijnen.
Het kan opeens, zomaar voor jou staan
het lijkt op iets om uit de weg te gaan.
Dat is het vreemde van geluk.
Je maakt het waar of je maakt het stuk.
het kan jou bedreigen
het kan je behoeden.
Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten.

Wat pas echt goed kan gaan als je elkaar wilt leren kennen en als je samen je verdiept in wie God voor je wil zijn en waar God met ons heen wil. Als je samen van je Heer wilt leren en steeds meer op Hem wilt gaan lijken. Onder de zegen van die Heer die tegen ons allemaal zegt: Ik wil graag dat het jullie goed gaat, jullie allemaal, u en jou, en al die anderen, samen..
amen
nagesprek

Zingen: Ps. 133: 1,2,3 ‘Kom, zie, hoe goed, hoe lieflijk is ’t als zonen’

Gebed

Collecte

Geloofsbelijdenis: Gz. 177: 1-4 GK ‘Heer, U bent mijn leven’

Zegen – amen

Pasen vieren in zelfisolatie – Johannes 20: 19 ( leespreek voor Pasen )

Beste mensen, gemeente van onze opgestane en levende Heer Jezus Christus, luisteraars thuis waar u of jij ook bent,

Het is wel heel bijzonder en ook best wel moeilijk: Pasen zonder een feestelijke kerkdienst, met meestal blije opgewekte liederen en samen na de dienst koffie of thee of limonade met een traktatie – zo deden we dat in veel kerken elk jaar. Mooi. Maar dit jaar niet: we zijn meestal thuis, of op de kamer in het zorgcentrum, en er liggen ook nog veel mensen in het ziekenhuis, zelfs op de IC of aan de beademing. En dat is moeilijk, en ook als het met jezelf goed gaat, is er de onzekerheid en de zorg, of eenzaamheid, en hebben we extra behoefte aan dat samen, en aan de kerk. Ik herken het ook bij mezelf toen de maatregelen net begonnen los te komen en ook de kerkdiensten gestopt werden: het zal toch niet…met Pasen…ook dan geen kerk?

Maar toen steeds duidelijk werd dat er ook met Pasen geen kerkdienst is dit jaar, ging ik in gedachten terug naar de dag waarop het begon: dat eerste Paasfeest, de dag dat het graf van Jezus leeg blijkt te zijn en vrouwen en leerlingen hun Heer levend en wel hebben ontmoet en het dus voor het eerst echt paasfeest kan zijn.
Je zou denken dat de hele stad wel in feeststemming zou zijn en er een dankdienst zou zijn belegd – niet in de tempel natuurlijk want daar zijn de tegenstanders van Jezus nog de baas die het gerucht rondbazuinen dat de leerlingen van Jezus zijn lichaam hebben gestolen en nu het nepnieuws verspreiden dat Hij weer zou leven- maar wel in een of andere feestzaal of in een ruim huis van een rijke volgeling als Jozef van Arimatea of Nikodemus, of in Betanië bij Lazarus en Marta en Maria…..

Maar nee, niets van dat alles, het bleef stil in de stad en de leerlingen bleven thuis. We lezen in Johannes 20: 19: “Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden”. De Joden, dat zijn natuurlijk de leiders die Jezus hadden laten oppakken en berechten en kruisigen en die blij waren dat ze eindelijk van die lastpost af waren. Ze hadden de bewakers van het graf zwijggeld gegeven en zwegen zelf als het graf. En de leerlingen waren doodsbang dat ze opgepakt zouden worden als ze overal in de stad gingen vertellen en vieren dat hun Heer was opgestaan – dat werd niet gepikt en zou hun misschien wel op arrestatie komen te staan en wie weet erger. Vandaar dat ze deze avond in zelfisolatie doorbrachten: achter gesloten deuren. Ze durfden de straat niet op, ze wilden ook geen mensen binnenlaten. Zo kan dat zijn in een crisissituatie vol onzekerheid: je vertrouwt niemand en je blijft op jezelf omdat je jezelf wilt beschermen en niet elkaar en anderen onnodig in gevaar wilt brengen…

Ja, en denk je dan ook eens in hoe ze daar zaten. Nee, vast niet op anderhalve meter afstand, en ze waren ook met meer dan drie…tenminste met zijn tienen. Dat getal gaf al aan dat er afvallers waren. Allereerst en allerergst natuurlijk vriend Judas die net als de anderen drie jaar lang een van de twaalf was geweest maar op het eind zijn leermeester en vriend aan zijn vijanden had uitgeleverd. “Zo vriend, hier ben je dus voor gekomen”, zei Jezus tegen hem in de olijventuin. En ook: “Judas, verraad jij de Mensenzoon met een kus?”. Hoe erg, voor Jezus, maar ook voor de andere vrienden: een van hen heeft Jezus verraden. Ja, en dan die ander, die er wel bij was vanavond, Simon met zijn mooie bijnaam: ‘Petrus’, dat is zoiets als ‘kei’ , ‘rots’, een man op wie je bouwen kon, toch? Dat dacht hij zelf ook: op mij kunt u rekenen, Heer, ik blijf u trouw, ik zal u nooit verloochenen. Maar hoe anders was het gegaan, toen in die vreselijke nacht hem het vuur na aan de schenen werd gelegd: jij bent toch ook een van die Jezus – ik niet, hoe kom je erbij, ik ken hem niet en ik heb niks met hem – en hem het vuur te heet onder de voeten werd en hij er vandoor ging, met bonzend hart en tranen in zijn ogen – en o, hoor die haan, dus toch! Bijzonder: Petrus was er weer bij vanavond, gelukkig! Maar hoe zal hij zich hebben gevoeld: wat denken ze van mij, hoe kijken ze naar mij, o, ik schaam me toch zo. En dan had je Tomas die er vanavond niet bij was, die op zijn eentje thuis zat en er niet aan wilde dat zijn Heer was opgestaan, die was van het eerst zien en dan geloven: “Ik wil eerst de wonden van de spijkers in zijn handen zien, en ze voelen met mijn vinger. En ik wil met mijn hand de wond in zijn zij voelen. Anders geloof ik het niet. “ Hoe herkenbaar, ik denk ook voor ons: je wilt bewijs, ervaring, gevoel. En kijk dan niet alleen naar Tomas, ook de anderen die er wel waren, wisten nog niet hoe ze het hadden, leefden tussen hoop en vrees: was het echt zo dat Jezus weer leefde? De een had dit gezien, de ander dat meegemaakt, maar wat nu en hoe verder…verwarring alom, blijdschap en onzekerheid, hoop en twijfel, en angst ook…

Er is misschien iets van herkenning, zeker als je nu zelf aan huis gebonden bent, alleen of met je huisgenoten, je partner, je kinderen – uit voorzichtigheid vanwege dat nog steeds aanwezige virus, omdat je geen bezoek wilt of mag krijgen, of misschien met vage klachten bij jezelf of iemand in je huis, of met aangetoonde besmetting of omdat jij als werkend in de zorg geen enkele risico wilt lopen – ja, en allemaal voelen we ons beperkt en op onszelf teruggeworpen, zonder samen in de kerk te zingen en te bidden en te vieren, zonder erop uit te gaan met mooi weer. Daar zitten we dan ieder in eigen huis, op afstand van elkaar, met laptop of smartphone… en met allerlei gedachten tussen hoop en vrees, misschien ook over bedrijf, baan, inkomen, en onzeker over hoe lang gaat het duren en hoe moet het verder, straks…

We weten natuurlijk niet wat de leerlingen van Jezus die avond allemaal met elkaar hebben besproken, misschien wel door elkaar heen en soms tegen elkaar in…we kunnen het wel een beetje raden als we wat de evangeliën vertellen, combineren. Maar wat vooral de boodschap is, staat in het tweede deel van dat moeilijk begonnen vers 19: “Maar opeens stond Jezus tussen hen in en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ . Wat er niet bij staat is hoe dat precies in zijn werk ging. Ging die deur voor Jezus op een wonderlijke manier open, of kon Hij met een verheerlijkt lichaam ineens komen en gaan? Er is heel wat over gespeculeerd en gefantaseerd, maar de Bijbel laat ons in het onzekere en dus is het blijkbaar niet belangrijk voor ons geloof. Denk maar aan wat Jezus tegen Tomas zei: ”gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven”. Wat niet door Johannes wordt verteld maar wel door Lucas is de eerste reactie van die leerlingen: “De leerlingen schrokken en werden bang. Ze dachten dat ze een geest zagen”: (Lucas 23: 37, BGT). Dat kan ik me voorstellen: je zult maar oog in oog staan met iemand die je een paar dagen eerder in een graf gelegd hebt. Dat wil er echt niet zomaar in, en daarom begrijpen we Tomas ook best: ik moet het eerst zien.. maar zelfs toen ze zagen konden ze eerst hun ogen en oren niet geloven….daar was voor nodig dat Jezus nog een paar weken lang allerlei ontmoetingen en gesprekken regelde…en zelfs dan staat eerlijk in de Bijbel dat vlak voordat de Heer terug ging naar de hemel, na nog de laatste opdrachten aan zijn leerlingen uitgedeeld te hebben, met vooral de opdracht om de wereld in te gaan om overal het goede nieuws door te geven dat Jezus leeft en regeert en dat Hij terug zal komen, dat er staat dat zelfs toen nog “sommige leerlingen twijfelden” (lees Matteüs 28: 17). Hoe bijzonder dat de Heer hen toch kon gebruiken en wilde inschakelen – Hij kan meer uit de voeten blijkbaar met wie niet zo zeker van zichzelf en hun geloof zijn, meer dan met wie zelfverzekerd wel eens even dit of dat…gelukkig maar, dan is er ook voor mij nog hoop en een taak, dan kan Hij ook wat met jou en je onzekerheid, met u die bang thuis zit, met jullie die je zorgen maken over hoe verder, met zijn kerk die krimpt…en met zoveel zoekers en twijfelaars, afhakers of net weer gezochten… Jezus komt naar je toe en gaat naast je staan en Hij zegt ook vandaag tegen jou: “Ik wens je vrede”.

Probeer allereerst dat mee te nemen en te geloven en te ervaren, als je thuis zit als gezin of op uw kamer alleen in he zorgcentrum of in je ziekenhuisbed of in de cel, als je als gemeenteleden niet in de kerk bent maar allemaal tegelijk een online-dienst volgt: Jezus en zijn vrede zijn niet aan een gebouw gebonden en zijn niet voor één gat te vangen of door zelfisolatie of gedwongen thuisblijven tegen te houden, maar Hij komt met zijn liefde door de meest stevig gesloten deuren binnen en Hij kan zelfs de meest gesloten harten vol twijfel, angst, weerstand openmaken: Vrede voor jou. Zoals we er straks van gaan zingen: ‘Liefde is licht, laat zich niet vangen, komt door gesloten deuren heen, biedt aan de woede beide wangen, breekt harten harder dan een steen…liefde kan legers overwinnen, springt hoger dan de hoogste muur…laat dan uw ziel in zonlicht dopen, weg boze dromen, wees gerust! Dat is toch: vrede.

Ja, want dat is de bemoedigende binnenkomer van Jezus bij zijn doodsbenauwde leerlingen die al bang waren voor wat buiten dreigde en nu binnen ook schrokken. Er zat bij hen heel wat onrust, onzekerheid, schaamte ook over hun lafheid, ergernis en verdriet over die Judas, en waarom was Tomas er niet, en Petrus met altijd zijn grote mond was wel wat stil vanavond, die zingt wel een toontje lager…ja, en wat gaat er hierna gebeuren, wat komt er allemaal op ons of, hoe moet het verder…onrust dus, onzekerheid, onvrede, een hoofd vol rondspokende gedachten, stenen op de maag.
Maar Jezus – staat er veelbetekenend – “kwam in hun midden staan”- als altijd. Niet op een afstand, niet uit de hoogte, niet boven hen zwevend als een soort geest, maar als diezelfde die er altijd was voor hen: naast hen, en voor hen, en om hen heen. En die als zo vaak hen begroette met die joodse groet die toch meer is en dieper dan alleen een ‘goedenavond samen’, maar is gevuld met echte sjaloom: ruimte, heelheid, geluk, zeg maar: heil en vrede – zoals Jezus had gezegd in dat lange en indringende gesprek de avond voor zijn arrestatie: “Ik laat jullie vrede na, mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan, Maak je niet ongerust en verlies de moed niet”(Joh. 14: 27) en aan eind van dat gesprek nog met een uitroepteken: “Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij Mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in deze wereld, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.“ (16: 33).

Nou, dat was gebeurd inmiddels: door dood en graf heen was de wereld van zonde en dood overwonnen en had Jezus betaald voor die echte vrede, met God en elkaar. Tegelijk: dat was niet een goedkope vrede, niet een: laat maar om de lieve vrede. Er was een hoge prijs voor betaald, er had bloed voor gevloeid, er was voor gevochten. Zoals helaas nog vaak moet in een wereld met nog veel onvrede, oorlog, ziekten. Ik denk aan militaire missies om ergens in de wereld dictators of terroristen te stoppen en de vrede te herstellen, ik denk aan artsen, verpleging en ook de overheid die een virus wil indammen en getroffenen mogelijkheden wil geven om te herstellen en die meer besmettingen en ziekenhuisopnames willen voorkomen; ik denk aan de moeizame strijd om oplossingen te zoeken voor die vele vluchtelingen, en als Nederland denken we juist dit jaar terug aan 75 jaar geleden toen ten koste van veel mensenlevens we bevrijd zijn, laten we niet door dat nare virus vergeten dat te vieren, ook al moet dat helaas anders en veel bescheidener dan de bedoeling was.

Jezus wenst zijn leerlingen vrede en laat meteen de littekens zien van de wonden die Hij in de strijd tegen zonde en dood heeft opgelopen: zijn vrede is niet goedkoop. Dat was het niet voor Jezus, dat is het ook niet voor ons; Jezus zegt zelfs: “Denk niet dat ik ben gekomen om op aarde vrede te brengen, Ik ben niet gekomen om vrede te brengen maar het zwaard”. Dat is eigenlijk hetzelfde als: mijn vrede is anders dan de vrede die in de wereld zo heet of wordt aangeboden; het is een vrede die je wat kost, als je voor Jezus kiest en achter Hem aangaat, want dat betekent dat je in botsing kan komen met wie dat niet wil, dat je tegen onrecht opkomt, en tegen onderdrukking en uitbuiting en dat kan je komen te staan op tegenwerking en tegenmaatregelen. Ik denk weer terug aan de 2e wereldoorlog en de vele slachtoffers die het verzet en de inzet van de geallieerden gekost heeft; we denken eraan terug op 4 mei, ook in 2020.

Ik denk met name ook aan Dietrich Bonhoeffer die kort voor de bevrijding is terechtgesteld vanwege zijn verzet tegen de nazi’s; zijn laatste woorden waren: “Dit is het einde, voor mij het begin van het leven.” Hoe bizar en triest dit einde, hij had door zijn vaste geloof in Jezus de echte vrede gevonden en bewaard. Een uitspraak van hem is ook: “Er is geen weg naar vrede op de weg naar de veiligheid”. Je moet dus risico’s durven nemen om echte vrede te bereiken, een vrede die niet een makkelijk leven voor jezelf is maar het goede zoekt voor anderen”.

Dat hebben die bange leerlingen daar in die zelfisolatie ook ervaren toen ze later de deur weer uit gingen, de wereld in met de boodschap en het voorbeeld van hun Heer. En nog altijd lijden mensen die voor het goede opkomen, door veel kwaad.
Ja, en zo’n virus raakt mensen raken zonder onderscheid van rang, stand, geloof, en in de strijd ertegen raken ook hulpverleners besmet, en vraagt het veel risico nemen.

Ja, en toch, we lezen dat het een mooie avond werd daar achter die dichte deuren. Toen de eerste schrik voorbij was, kwam het steeds meer binnen: Jezus leeft, echt. En dan gaat het verder in vers 20: “de leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.” Een week later wordt ook Tomas over de drempel getrokken: “mijn Heer, mijn God”. En dan kunnen ze weer verder, de deur uit, de straat op, de wereld in, met hun Heer. Om de vrede die ze zelf hebben mogen aanvaarden en ervaren, door te geven. Met tot vandaag toe wereldwijd effect: mensen die houvast hebben aan hun levende Heer, en die zich inzetten voor vrede en recht, liefde en geluk voor anderen; die ook tijdens zo’n pandemie als we nu beleven, niet in paniek raken of in de schulp kruipen maar in actie komen, creatief worden, anderen ondersteunen, licht en vrede brengen. Want – nog een uitspraak van Bonhoeffer: “Niet alleen de angst is besmettelijk, maar ook de rust en de vreugde”. Ik wens u en jou en veel anderen die besmetting toe.
Amen

Liturgie

Zingen: Opwekking 723 ‘Kom, volk van de verrezen Heer’

Stiltemoment

Votum en groet

Zingen: Ps. 126: 1,2 DNP ‘Het leek een droom, toch was het waar’

Gebed

Bijbellezing: Johannes 20: 1-10
Zingen: NLB 637: 1,2,3 ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’

Bijbellezing: Johannes 20: 19-29
Zingen: Opwekking 58: 1,2,3,4 ‘Vrede zij u’

Verkondiging: Johannes 20: 19

Zingen: NLB 636: 1,2,3 Liefde is licht, opnieuw geboren

Gods leefregels voor het nieuwe leven Kol. 3: 1-17

Zingen: Voorzichtig Licht 55: 1,2,3 ‘Zo vrolijk als een vlinder’ (mel. NGK 232)

1. Zo vrolijk als een vlinder,
zo vrij en opgewekt
als één die ongehinderd,
de hemel heeft ontdekt,
geloof en hoop gekregen,
als vleugels aangedaan,
de loze dood ontstegen,
ben ik mijzelf voortaan.

2. Wat knelde is gestorven,
wat kwelde is vergaan,
ons leven is verborgen,
bij God een nieuw bestaan,
als Christus zal verschijnen,
verschijnt Hij niet alleen,
dan zingen al de zijnen,
in paaslicht om Hem heen.

3. Zo vrolijk als een vlinder,
leef ik voor U o Heer
de nacht boeit mij steeds minder,
het daglicht des te meer,
Uw liefde zal mij laven,
ik ben van nu af aan,
in Uw graf mee begraven,
en met U opgestaan

Gebed

Collecte

Zingen: Opwekking 710 ‘Zegen mij’

Zegen

Amen: NLB 415: 3 ‘Amen, amen, amen, dat wij niet beschamen..’

Marcus 15: 33-34 ‘Eenzaam maar niet alleen’ (videodienst Ermelo 5 april 2020)

Liturgie dienst met als thema ‘Eenzaam maar niet alleen’ – Marcus 15: 33-34

Welkom en mededelingen
………………………………………………………………………….
Belijdenis van afhankelijkheid en groet
Zingen: LB 91a: 1,2,3 ‘Wie in de schaduw Gods mag wonen’
Gebed
Bijbellezing : Johannes 16: 25-33 en Marcus 16: 22-39
Zingen: Ps. 22: 1-4 DNP
(of als luislerlied: Psalm 22 Psalm Project)
Overdenking over Marcus 15: 33-34 ‘Eenzaam maar niet alleen’
Zingen: Opwekking 518 ‘Heer U bent altijd bij mij’
Gods leefregels 1 Petrus 2: 19-25
Zingen: Opwekking 268 ‘Hij kwam bij ons, heel gewoon’
Gebed
Collecte
Zingen: LB 416: 1-4 ‘Ga met God’
Zegen

Beste mensen, gemeente en iedereen die nu kijkt en luistert…
We beleven een wel erg heftige en onzekere tijd, met een onberekenbaar virus dat nog steeds rondgaat en slachtoffers maakt en mensen op afstand van elkaar zet en een streep zet door geplande activiteiten en vakanties en ook door kerkelijke samenkomsten als vandaag de avondmaalsviering, en Goede Vrijdag en Pasen– iets dat in denk niemand van ons nog heeft meegemaakt – en hopelijk eenmalig zal zijn. Ik merk aan mezelf dat ik het nu al mis, het samen als gemeente God en elkaar ontmoeten, samen luisteren en zingen en samen bidden. Ik denk zomaar dat u die meekijkt en meeluistert vanmorgen datzelfde zal ervaren…of dat gemis al veel langer ervaart doordat u vanwege gezondheid of leeftijd al langer niet meer in de kerk komt.
Heel erg ook dat mensen die toch al eenzaam en kwetsbaar zijn en zijn aangewezen op de hulp van anderen en uitkijken naar een bezoekje of een uitje, nu vaak ook die hulp en die aandacht minder of niet meer krijgen, en hoogstens nog op afstand in contact kunnen blijven – en nog weer erger: in een ziekenhuis geen bezoek krijgen, zelfs niet als je zwaar lijdt of zelfs weet dat je zal gaan overlijden, zonder je geliefden. Misschien dat u van dichtbij mensen kent die dat moeten meemaken. Wat een pijn! Het is mooi dat veel creativiteit loskomt om toch zo veel als kan er te zijn voor wie nog meer dreigen te vereenzamen – zoals onze koning zei dat het eenzaamheids- virus wel bestreden kan worden – maar toch maken veel mensen zich zorgen en heeft deze periode met veel dreiging en beperkingen op veel mensen veel impact.
Juist dan komt het extra binnen als je het verhaal op je in laat werken van Jezus’ eenzame lijdensweg van Gethsemané via Kajafas en Pilatus tot aan zijn kruis. Op die kruisweg lieten steeds meer volgelingen en vrienden Hem in de steek, en bleven steeds meer alleen de vijanden en spotters over, tot en met zijn laatste seconden. En dat wel erg pijnlijk: in Getsemané vielen ze allemaal in slaap, Judas werd een verrader, Petrus herhaalde tot drie keer toe niets met Jezus te maken te hebben, de anderen stonden op een afstand toe te kijken of kozen het hazenpad, de familie zag het niet meer zitten, alleen Maria was in de buurt…en vriend Johannes ook….maar toen het erop aan kwam kon niemand hun vriend, leermeester, zoon, steunen. Deze zware weg moest Jezus alleen gaan. Hij wist dat ook van te voren en had zijn leerlingen erop voorbereid, toen die nog stoer verzekerden – Petrus voorop! – dat ze Hem nooit in de steek zouden laten: “Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat”. En ook: “Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden”. (lees Matt. 26: 31). Precies zo is het gaan, het staat er keihard: “Toen lieten allen Hem in de steek en vluchtten weg” (Marcus 14: 50). Een oude psalm werd huiveringwekkend werkelijkheid, Psalm 38: “Mijn liefste vrienden ontlopen mijn leed, wie mij na staan, houden zich ver van mij” ’Herkenbaar in onze tijd voor wie in quarantaine is of thuis of in een ziekenhuis of verpleeghuis geen bezoek meer krijgt, maar voor Jezus was dat niet ter bescherming of uit angst voor een virus, maar uit angst voor eigen hachje – en wie zou dat niet begrijpen? Laten we oppassen die leerlingen en volgelingen al te gauw hard te vallen want je zult maar moeten vrezen ook opgepakt te worden, gevangen gezet, geslagen en misschien ter dood gebracht – ik ben niet zeker van mezelf wat ik dan zou doen. Ik vind aangrijpend hoe Ria Borkent over de verloochening van Petrus en de vlucht van de anderen laat zingen in het paasoratorium Het Lam dat doet leven: “Vrienden vluchten, Jezus is de steen waaraan elk zich stoot. Hij staat alleen in de kilte van het driemaal neen. Op weg naar Golgotha steeds meer een paria…Heer, hoe vaak heb ik uw hart gewond elke keer als ik een reden vond dat Gij even niet voor mij bestond. Was dat dan geen verraad,geen slag in uw gelaat?”. Dat maakt erg bescheiden, daar word ik klein onder, en ook des te meer verbaasd en dankbaar dat Jezus die heel eenzame lijdensweg en kruisweg wilde lopen, voor hen en ook voor mij: “Hij ging die weg zo eenzaam tot in Jeruzalem. Geen vriend kon langer meegaan, geen mens hield nog de wacht met Hem. Hij ging die weg voor hen.. Hij deed dit ook voor ons”.
Ja, en als de vrienden afhaken, krijgen de vijanden vrij spel, de spotters, de beulen, zoals in die andere psalm waaruit Jezus citeerde aan het kruis :“Stotige stieren lopen om mij heen. Een leeuwentroep, roofzuchtig en gemeen, wil mij verscheuren… De mensen kijken op mijn lijden neer. Ze grijnzen: ‘Richt je nu maar op de HEER. Hij mag je graag, Hij helpt je vast een keer uit de ellende…”
Waarmee we het eindpunt en het dieptepunt naderen, want waar bleef God….hoe kan het dat God zijn eigen lieve Zoon liet arresteren, liet slaan, liet veroordelen, en liet hangen aan dat vreselijke kruis? Liet de Vader zijn Zoon in de steek, en waarom? De spot kroop omhoog langs dat kruis: “Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem dan nu redden, als hij hem tenminste goedgezind is, Hij heeft immers gezegd: ‘Ik ben de Zoon van God”. (Matt. 27: 43). Maar er gebeurde niets, God greep niet in, er kwam geen stem uit de hemel, en ook het hemelse engelenleger bleef in de kazerne….het werd zelfs om dat kruis heen aardedonker: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? ….Weer die bange vraag van eeuwen eerder David, nu uit de mond van zijn late en grote zoon die een paar dagen eerder nog was toegejuicht als de nieuwe David: “Hosanna voor de zoon van David, leve de koning!”.
Ja, en dat herhaalde ‘waarom?’ komt meer dan eens ook op in de gedachten en uit het leven van zeg maar gewone mensen, midden uit lijden, oorlogsgeweld, ziekte; vanuit de vertwijfeling en de wanhoop over wat je niet begrijpt, niet kan rijmen, niet aan kunt: waarom overkomt mij dit, waarom gebeurt dat, waarom hij…waarom zij….en als je dan nog iets … of veel…hebt met God: waarom doet God daar dan niets aan? Zoals nu met die wereldwijde pandemie, met ook gevolgen voor bedrijven en banen en inkomens….het ging juist allemaal weer zoveel beter.. en waarom nou ineens zo…en denk eens aan die kwetsbare gezinnen en aan al die vluchtelingen en die daklozen die niet zo in beeld zijn maar extra zwaar getroffen worden…waarom? We hebben daar zomaar niet een antwoord op…als dat antwoord er al is…en terecht werd laatst in de krant ervoor gewaarschuwd om als christenen met verklaringen te komen, laat staan oordelen…hoogstens kun je samen nadenken over hoe nu verder, over lessen die we kunnen trekken…maar verder past bescheidenheid, zeker over de rol die je aan God zou willen toeschrijven, al geloven we dat ook dit niet buiten God omgaat, maar pas op om na dat waarom al te snel in te vullen: nou, daarom…. Zoals er over straf van God gesproken wordt.. maar voor wie…of een zegen.. maar welke? Leer van Jezus vooral niet in te vullen voor een ander…Jezus die met het oog op rampen toen de vraag stelde of wie erdoor getroffen waren misschien erger hadden gezondigd dan de anderen in de stad…en het antwoord er meteen bij gaf: “Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij” (Lucas 13: 1-5). Wil je al lessen trekken, begin dan en blijf dan bij jezelf….en wie de wereld wil verbeteren, heeft al de handen vol aan zichzelf.
Terug naar die schreeuw vol emotie en pijn van Jezus aan het kruis: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten….wat moeten we daarmee, hoe rijmen we dat met dat volste vertrouwen van Jezus de vorige avond dat zijn Vader er altijd bij is: “Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat jullie uiteengedreven worden, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat. Maar ik ben niet alleen, want de Vader is bij mij”. Dat was nog geen dag geleden, en hoe is het nu, was de Vader nu niet meer bij Hem? Moeten we die schreeuw horen als teleurstelling of als een aanklacht? Als verwijt dat God niet deed wat Hij had beloofd, watje van Hem verwachten mocht? Daar is veel over gezegd en geschreven, en de ene uitlegger denkt dat Jezus echt door God verlaten was, de ander ziet het als een roep om hulp en om verlossing? \
Het helpt om dit Bijbelvers, dit woord van Jezus, niet los te trekken uit het verband. En dan valt als eerste op dat hier niet een klacht of een verwijt klinkt over wat God al of niet doet of heeft gedaan, maar dat het een aanroepen is van God, een gebed. Zoals ook eeuwen eerder, in Psalm 22, David niet over God klaagt maar tot God schreeuwt, en dat David en ook Jezus blijven roepen tot God als ‘mijn God, mijn God’. Daar spreekt geen verwijdering uit, alsof je het wel hebt gehad met die God die toch niet luistert en je maar aan je lo overlaat, maar wie zo roept klampt zich juist vast aan God, blijft bonzen op een deur die dicht lijkt maar waarachter het weet: Hij is er wel degelijk: “U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God’, roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust’” Nee, en daarom laat je God ook niet met rust, zoals ooit een profeet zijn stadgenoten opriep te blijven bidden voor zichzelf en hun stad: “Jullie die een beroep doen op de Heer, gun jezelf geen rust en gun Hem evenmin rust, totdat Hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd”. (Jes. 62: 6 en 7). En Jezus zelf spoort ons aan te blijven bidden en niet te verslappen, met als voorbeeld een weduwe die met een hardvochtige rechter te maken had die haar van het kastje naar de muur stuurde maar uiteindelijk toch deed wat ze vroeg omdat ze bleef volhouden en hij er genoeg van had en zelfs bang was dat ze bleef komen en hem uiteindelijk zou aanvliegen. En dan zegt Jezus: ‘zal God dan niet zeker recht verschaffen? Of laat Hij je wachten? Nou, dat laatste soms wel, soms langer dan je lief is, maar op zijn tijd komt het goed.
Kijk, en dat zien we ook gebeuren op Golgotha, waar Jezus met de woorden van zijn voorvader David uit nog veel groter nood en zwaarder lijden roept: mijn God, mijn God, waarom verlaat U mij, en blijft zo ver, terwijl ik tot U schrei, Hoe blijft u zwijgen? Zo voelde dat, voor Jezus als werkelijk mens van vlees en bloed, zo ver van God…. Tegelijk wist Hij dat God er was in zijn nood, en dat dit de wil van zijn Vader was, zoals in Gethsemané ervaren en gebeden: niet mijn wil, Vader, uw wil geschiede. Ja, en lees er niet overheen, wat verteld wordt over wanneer Jezus dit riep: “Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, op het negende uur, riep Jezus met luider stem….” Aan het eind van die drie lange uren pas….en toen werd het weer licht, brak de zon door – als het ware het antwoord van God, ook in de lijn van diezelfde psalm 22, hoor vers 22-23: “HEER, houd U niet ver van mij, mijn sterkte, snel mij te hulp…U geeft mij antwoord”. Daarna komt de rust, en Jezus roept dat het volbracht is: missie geslaagd, gered! En daarna legt Hij zijn leven in de handen van God zijn Vader en gaat Hij naar huis.. zoals Hij ook van te voren gezegd had: “Ik ben bij de Vader vandaag gegaan en naar de wereld gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de Vader”. En daar is Hij bezig voor ons en naar zijn belofte altijd met ons, betrokken en helpend.
Rond het avondmaal wordt vaak herinnerd aan die donkere uren die Jezus moest doormaken om ons te redden en dan wordt ons de troost aangereikt dat Jezus door God zijn Vader verlaten werd “opdat wij nooit meer door God verlaten worden”. Die belofte mogen wij ons steeds weer eigen maken, ook als we vandaag niet met onze handen het brood kunnen aanpakken en eten dat ons herinnert aan Jezus’ lichaam dat voor ons de dood inging, en we de beker die spreekt van zijn bloed en ons doet verlangen naar het eeuwig avondmaal niet aangereikt krijgen – zoals trouwens meer dan een van ons door ziekte of ouderdom misschien al lange tijd moet ervaren. Hoe u of jij erook aan toe bent en deze zondag beleeft, houdt het vast: God verlaat niet een van zijn kinderen, God is altijd bij ons, waar we ook zijn en hoe het ook gaat. Dat mag de vaste grond zijn onder onze voeten, zelfs als alles onder ons lijkt weg te zakken: gezondheid, een baan, familie en vrienden die er altijd zijn, inkomen, zekerheid….zoals Paulus ergens schrijft: “Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard”….Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is (daar je mag je gerust vandaag bij invullen: virussen, recessie, sociaal isolement, eenzaamheid, angst….) ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer’ (dat staat zo in Romeinen 8: 35-39).
Toch, als alles tegenzit en het erg moeilijk is, of gevaarlijk, of als de eenzaamheid je naar de keel vliegt, als alles wat zo zeker leek ineens op losse schroeven staat, kan het zomaar voelen alsof iedereen je in de steek laat, en God ook zwijgt, afwezig is. Vergeet dan nooit dat Jezus weet hoe dat is, wat je voelt, wat verlaten zijn betekent. In Heb. 2 lees ik dit over Jezus dat Hij juist een mens als jou en mij geworden is om voor ons angst en dood te ondergaan en te overwinnen en ons erdoorheen te slepen: “Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan Hij ieder die beproefd wordt bijstaan” . En ergens anders staat dat Jezus onze ziekten heeft weggenomen en onze kwalen op zich genomen. Tot in de dood toe! Daarom werd die voor Jezus vreselijke vrijdag toch voor Hem en voor ons een Goede vrijdag. En kan het ook vandaag, zelfs zonder een kerkdienst zoals we dat gewend zijn, en zonder samen de maaltijd van de Heer te kunnen vieren, een gezegende zondag zijn, en mogen we aanstaande vrijdag als we terugdenken aan Jezus’ lijden en sterven, een goede vrijdag hebben, en kunnen we aanstaande zondag blij zijn dat de Heer is opgestaan en de dood heeft overwonnen – dat pakt geen virus en geen sociaal isolement ons af! Ja, en leer ook van Jezus dat het goed is en zin heeft te blijven bidden, te blijven roepen, juist als je denkt dat alles tegenzit en God ook al niet luistert en niet ingrijpt, dat je met Jezus mag schreeuwen zelfs: mijn God, mijn God, waarom, luister toch, help me toch – geef dat het weer licht wordt, om Jezus, U bent toch mijn Vader en ik ben toch uw kind….en geloof maar en zing maar vaak: Heer, U bent altijd bij mij, U legt uw handen op mij, en U bent voor mij en naast mij en om mij heen, elke dag.
amen

Johannes 4 Bij de Jakobsbron

liturgie morgendienst VAK zondag 15 maart 2020

Votum en groet (Sela)
Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte laat niet los wat Hij begon.
Genade & vrede van God de Vader.
Door Jezus Zijn zoon Immanuel.
Hij wacht met zijn Geest in ons.
Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte laat niet los wat Hij begon.
Genade & vrede van God de Vader.
Door Jezus Zijn zoon…

zingen: Ps. 42: 1,4,6 Levensliederen

1 Als een hulpeloze hinde,
die naar stromend water smacht,
zo verlang ik u te vinden,
u, mijn God, op wie ik wacht.
Ik verlang naar God, die leeft,
die mijn ziel te drinken geeft.
Wanneer zal ik hem ontmoeten,
zal Gods glimlach mij begroeten?

4. Ik ben uitgeput van binnen,
aangeslagen, opgebrand.
God, op u zet ik mijn zinnen,
in dit berg- en heuvelland.
Hoor hoe diep het water dreunt,
Hoe mijn ziel daaronder kreunt.
Ik raak machteloos bedolven
Onder al uw hoge golven.

6. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel Hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld! –
dat je Hem aanbidden zult.
Je mag blij zijn naam belijden:
Hij zal jou opnieuw bevrijden.

Gods leefregels Jesaja 58: 6-11

zingen: NLB 911: 1,2,3 – melodie Gezang 170 GK

1.Rots, waaruit het leven welt,
berg mij voor het wreed geweld;
laat het water met het bloed,
dat Gij stort in overvloed,
als een bron van Sion zijn,
die ontspringt in de woestijn.

2. Niet de arbeid, die ik lijd,
niet mijn ijver en mijn strijd,
niet mijn have en mijn goed
komt uw wensen tegemoet;
ook mijn tranen en verdriet
zijn voor niets, redt Gij mij niet.

3 Ja, Gij zijt het die mij redt,
van uw eigen strenge wet,
van mijn eigen dwaze schuld
die Gij delgt in uw geduld;
God, die al mijn kwaad verdroeg,
Uw genade is genoeg.

gebed

Schriftlezing: Joh. 4: 1-30 en 39-42

zingen: Ps. 139: 1,4,8 DNP

1. HEER, U doorgrondt mij, U ontwart
al de geheimen van mijn hart.
U ziet mij thuis en onderweg,
terwijl U opvangt wat ik zeg.
Ja, zelfs onuitgesproken zinnen
neemt U al waar bij mij vanbinnen.

4. Al kroop ik weg, het hielp mij niet,
omdat U altijd alles ziet.
Al werd het donker overdag,
zodat geen sterveling mij zag,
dan nog zou mij uw licht beschijnen;
nooit kan ik uit uw zicht verdwijnen.

8. Mijn hartsgeheimen leg ik, HEER,
volkomen eerlijk voor U neer.
Peil alles wat ik denk of zeg;
neem het verkeerde in mij weg.
Doorgrond mij God, en toets mijn leven;
wil mij voor eeuwig richting geven.\

verkondiging: Bij de Jakobsbron..

Beste mensen, gemeente van Christus,

De kraan is geduldig.
Dat zei mijn moeder vroeger als wij klaagden over dorst en om limonade vroegen.
Het had natuurlijk te maken met niet veel geld, zeker niet voor luxe als frisdrank.
Tegenwoordig komen we er steeds meer achter dat water ook veel gezonder is
dan al die cola en andere frisdranken en sapjes met vooral veel te veel suiker.
Gezondheidssites wijzen erop dat een mens vooral genoeg water moet drinken.
En dan is ook dat een luxe in Nederland dat de kraan geduldig is: er komt op elk
moment van de dag genoeg water uit en dan ook nog schoon, helder drinkwater.
In veel landen is dat wel anders: drink niet uit de kraan en zeker niet als die kraan
ergens aan de weg staat, drinkwater kun je beter in flessen kopen in de winkel…
Dat is zelfs heel normaal als je vakantie viert in Zuid-Europa of in Oost-Europa.
Verder weg, b.v. in veel landen in Afrika en Azië, is een groot tekort aan schoon drinkwater
de voornaamste oorzaak van allerlei nare ziektes als cholera, dysenterie en tyfus.
Ik las op de website van Cordaid: “Jij en ik zijn in 15 stappen bij de kraan
en verbruiken per dag zo’n 120 liter water. Maar 844 miljoen mensen wereldwijd
hebben helemaal geen toegang tot schoon water.
En iedere 90 seconden sterft er ergens een kind door het drinken van vervuild water”.
En ook: ”263 miljoen mensen moeten langer dan een uur lopen om aan water te komen”.
Dat zijn vaak vrouwen en kinderen die erop uit worden gestuurd om water te gaan halen”.
Net als die vrouw uit dit verhaal.

Met dat in ons achterhoofd komt dichterbij wat we Jezus hoorden zeggen in dat
gesprek met die Samaritaanse vrouw daar bij die put, op het heetst van de dag.
Als Jezus die vrouw om water vraagt uit zij haar verbazing over die vraag want
Joden en Samaritanen zijn als water en vuur en een Jood zal zeker geen water
drinken uit een beker van iemand uit Samaria want die geldt als onrein
en dan wordt je zelf ook onrein; nee, niet door een of ander virus
maar doordat die aanraking met wie of wat als onheilig gold jou ongeschikt
maakte om bij God te komen, in zijn tempel…
Zo dachten ze toen, zo scherp werden de grenzen getrokken: wij t.o. zij.
Ja, en dan zit hier ook nog een man die in gesprek gaat met een vrouw
die hier zonder haar man is en dat was in de cultuur van toen ook ongepast.
Als de leerlingen van Jezus terugkomen weten ze dan ook niet wat ze zien:
“ze waren verbaasd dat Jezus met een vrouw aan het praten was”. (vers 27 BGT) .
Ze zeggen niks, vertelt Johannes later maar dachten allemaal hetzelfde:
wat doet hij toch, waarom praat hij met haar?

Op dat moment is er al heel wat gebeurd in die ontmoeting van de vrouw met Jezus.
Terug naar het begin van het gesprek: als de vrouw zich verbaasd afvraagt
waarom die onbekende Joodse man haar, een Samaritaanse, om water vroeg,
keert Jezus het om: als je wist wie Ik was zou jij Mij om water vragen.
Als je wist wie Ik was – en dat weet ze niet, voor haar is Jezus een onbekende man,
een verdwaalde Jood… De vrouw heeft nog geen idee over Jezus, wat blijkt uit haar reactie.
Jezus: “als je wist wie Ik was, zou je mij om water vragen…”
Zij: “maar meneer, hoe kunt U nou zonder emmer water uit die put naar boven halen,
uit die put die ooit is gegraven door Jakob, uw en mijn voorvader:
beter water is er niet dan levend water uit die bron van leven
die zich al eeuwen bewezen heeft?
Of: bent U misschien meer en kunt u meer dan onze vader Jakob?
Hé, begint er al iets te dagen, zou deze man misschien bijzonder zijn?

Ongedacht slaat ze de spijker op de kop: hier is Hij die meer is dan vader Jakob en
daarom Degene die water in de aanbieding heeft dat gezonder is en beter voor de
dorst dan water uit de put hoe goed ook, of water uit de kraan hoe betrouwbaar ook:
“Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt
dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen”–dit water geeft meer: eeuwig leven zelfs.
Omdat Hij die het geeft het leven zelf is en leven met Hem gezond en levend maakt.
Zoals die vrouw even later merkt als haar veelbewogen leven tegen het licht wordt gehouden
en Jezus haar niet afwijst maar voor haar de weg naar nieuw leven is.. er begint bij haar
die eerst geen idee heeft wie die vreemde man toch is, langzaam een lichtje op te gaan –
eerst de ontdekking: “nu begrijp ik het, u bent een profeet”.
Dat moet wel, iemand die dwars door je heenkijkt en weet wat er in je leven speelt….
En even later valt het kwartje helemaal: zou deze Jezus niet de messias zijn?

Ja, en dat als reactie op dat wel heel pijnlijke over haar best ingewikkelde leven.
Wat vast wel even schrikken voor haar zal zijn geweest at die man alles van haar wist
en zo te horen eens even flink zout in haar wonden wrijft: ga je man eens roepen –
maar ik ben niet eens getrouwd – nee, klopt, je hebt al heel wat relaties achter de rug –
en de man met wie je nou samenwoont is niet je man – in een paar woorden een hele bak ellende dus,
en een heleboel verdriet en misschien ook best schaamte – al moeten we oppassen om in te vullen wat er niet staat,
en al te gauw te denken: nou,alle reden voor Jezus om haar aan te spreken en haar op te roepen tot bekering.
Het staat er niet, en ook niet dat Jezus tegen haar zegt: ga heen, en zondig niet meer.
Hoe het ook zij, ze heeft diep gevoeld dat Jezus haar niet afwees maar haar het gezonde, goede leven gunde:
levend water dat haar dorst kon lessen – en haar wilde maken tot een bron van zegen en liefde en nieuw leven voor mensen om haar heen.
Zoals Jezus later terug bij zijn eigen volk, midden in de tempel, tegen kerkmensen zou zeggen – en tegen ons dus ook –
“Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken. Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie gelooft” (Joh. 7: 37-38)

Dus moeten ook wij altijd weer terug naar de Bron, van wat we geloven, van wat we hopen,
en vooral: van de liefde – naar Hem dus die de Liefde is en het Leven.
Met opzet schrijf ik hier het woordje Bron met een hoofdletter: leven uit de
Bron is meer dan en gaat dieper dan putten uit de traditie van de kerk,
of zelfs dan dat we ons willen houden aan de Bijbel – al heeft dat allemaal een plek
en zijn het hulpmiddelen om dichter te komen en te blijven bij Wie de Bron is: Jezus, en God.
Jezus heeft het tegen die vrouw uit Samaria over levend water dat Hij haar – en ons ook – geven wil.
En dat levende water is de Heilige Geest die je krijgt als je door geloof aan Jezus verbonden bent,
als je op die hemelse Bron bent aangesloten.
Wat vervolgens gaat niet via het hoofd en via redeneringen en wat te snappen is
maar via het hart dat vol wordt van de liefde waarmee God ons aanraakt en die
God aan ons en via ons aan anderen kwijt wil: de vrucht die groeit door de Geest.

Ja maar, hoe gaat dat nou, wat is nou dat drinken, dat leven, uit de Bron,
en hoe werkt dat nou concreet, voor je eigen geloofsleven, en voor samen als gemeente?
Het is natuurlijk waar dat dan bijbel lezen belangrijk is, en bidden, en kerk -zijn.
Maar toch blijft het vaak bij woorden en afstandelijk, en verandert er zo weinig.
En herkennen we onszelf en ook elkaar vaak in dat levenslied: “Ik ben uitgeput
van binnen, aangeslagen, opgebrand” – ik heb het ook wel eens door wat in de
kerk gebeurt en we elkaar aandoen, door mensen die je kunnen leegzuigen en
die een bodemloze put zijn van nooit genoeg aandacht en altijd net verkeerd wat je doet,
door negativiteit en niet openstaan voor feedback en alleen willen ontvangen.
Wat ten diepste vastzit op een tekort aan liefde, een niet echt uit genade leven, en
dan ook niet in staat zijn de ander echt liefde te geven, en ruimte, en aanvaarding.
Als de bijbel het diepste verlangen van de mens vergelijkt met hevige dorst, denk
ik dat dat diepste verlangen er een is naar liefde, naar aanvaarding, en erkenning.
Zoals die vrouw met al die mannen schreeuwde om echte liefde, om wie zij was.
Zoals achter veel stoerheid en agressiviteit in onze tijd een hunkeren naar liefde.
Zoals achter veel kritiek en negativiteit een verlangen zit om er echt te mogen zijn.
Augustinus schijnt het eens zo gezegd te hebben: ik heb lief, ik wil dat jij bent.

Jezus nodigt ons uit, spoort ons aan, om naar Hem toe komen als je dorst hebt.
Dat is: de woorden van Jezus je eigen te maken, en zijn leven te leven, door je hart
open te zetten zodat Gods liefde kan binnenstromen en Jezus in je kan gaan wonen.
Ja en dan gebeurt er nog een wonder: dan mag ik en mag jij zelf een bron worden
van levend water, een bron van liefde naar anderen toe, binnen de kerk en erbuiten.
Dan ga je in woorden en vooral ook in hoe je praat en doet Jezus bekend maken,
en dan niet alleen als degene die voor mijn zonden is gestorven en redder van mensen,
maar – zoals die mensen in Samaria zeggen: als werkelijk de redder van de hele schepping,
er staat: redder van de kosmos – en dus ook van dieren en planten, lucht en water,
van sterren en planeten – en wil je op Jezus lijken dan zul je zuinig op die schepping
proberen te zijn en met Hem meewerken aan de redding van de aarde.
Hoe het verder ging in Samaria , is heel bijzonder en nog steeds leerzaam voor ons.

Bijzonder hoe die vrouw reageert op wat Jezus tegen haar zei – scherp maar vooral liefdevol –
en dat raakte die vrouw en ze is er diep van overtuigd: dit is de messias, als je Hem volgt
krijg je echt een ander leven, dan overwint Gods liefde en genade.
Waarop de vrouw haar kruik bij de put achterlaat – die is even niet belangrijk meer-
en terug rent naar Sichar want dit moeten ze daar allemaal weten: de messias is hier!
Johannes vertelt dat niet hij en de andere leerlingen van Jezus dat rondbazuinden,
maar dat deze vrouw de eerste was die de boodschap van Jezus bracht bij haar volksgenoten:
‘in die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in Jezus door het getuigenis van de vrouw” (vers 30).

Hoe bijzonder wat daar gebeurde: een vrouw die eerst geen idee van Jezus had
wordt diezelfde dag nog de eerste evangeliste in Sichar: Hij weet alles van me
en toch wijst Hij me niet af, bij Hem is echt leven!

Het mag dan zo zijn dat de twaalf discipelen mannen waren, maar onderschat niet de rol
die Jezus aan vrouwen gaf om zijn boodschap verder te brengen en zijn kerk te bouwen –
ook dit verhaal kan ons helpen als het gaat over vrouwen in kerk en ambt.
Je leert eruit dat vrouwen net zo goed ingeschakeld worden om de boodschap
van Jezus verder te brengen en te bouwen aan zijn werk en zijn kerk als mannen –
en ook dat dat niet is voorbehouden aan wat we dan een ambt noemen
alsof dan die boodschap meer gezag krijgt – let op wat de mensen uit Sichar tegen de vrouw
die hen over Jezus verteld had zeggen als je Jezus zelf hebben ontmoet en gehoord:
“Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hemzelf gehoord
en we weten dat Hij werkelijk de redder van de wereld is”.
Daarmee is ook dit een voorbeeld hoe je voor anderen een bron van zegen kan zijn,
niet vanwege een of andere status – noem het ambt – maar doordat je met de gaven en mogelijkheden
die je hebt gekregen het verhaal van Jezus doorvertelt en voor leeft.
Van die Jezus van wie ze in het Samaritaanse land ontdekten en geloofden
dat Hij de redder van de wereld is – van de wereld, dus ook van mensen in Samaria en ver daarbuiten –
er staat zelfs: redder van de kosmos, daar horen ook dieren bij en bomen en planten,
dat geldt ook van lucht en bodem en water= leven voor die schepping, en toekomst.
Met uitzicht op een voorgoed schone en leefbare nieuwe aarde met levend water!

De vrouw uit dit verhaal heeft vast en zeker haar kruik weer opgehaald
en is met die kruik vol bronwater naar haar huis gegaan
en naar de man met wie ze samenwoonde en de dagen erna moest ze elke dag
weer dat hele stuk lopen voor weer water –
en nog steeds is schoon en gezond water essentieel,
ook voor gelovige mensen want ook al weet je van Jezus die meer dan gewoon water blijvend leven geeft,
ook dan wordt een mens ziek en gaat hij dood als het water dat hij drinkt vol gifstoffen zit.
Jezus zegt het tegen die vrouw en weer in de tempel:
het water dat Ik geef zal een bron worden van water dat eeuwig leven geeft –
zelfs: “rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft” –
via u en jou en mij mag Gods liefde gaat stromen naar anderen –
wie uit Gods liefde leven gaan zelf liefde geven.

Wat dan niet bij mooie vrome woorden blijft maar heel concreet wordt om daden,
in hoe we omgaan met elkaar, ook in dat heel concrete zoals Jezus ergens zegt
‘een beker water geven aan een van de kleinen, de meest kwetsbaren.

Vandaag aan de dag hoort daar ook het zuinig zijn op de aarde bij en op het water
en kijken wat we kunnen meehelpen aan schoon water voor iedereen wereldwijd,
en een betere bodem en lucht, en blijven opkomen voor vluchtelingen in die kampen en in de illegaliteit,
en willen delen met wie veel minder heeft dan wij – door gezegend zelf weer tot bron van zegen te zijn –
ook in het dagelijkse van eten en drinken, kleding en een dak boven het hoofd – een plek om te schuilen,
een veilig thuis. En dat oefenen we als het goed is in de kerk, de plek waar we met onze Heer mogen eten
van dat ene brood en drinken uit die ene Beker – waar we leren wat delen is.
En leer om te bidden en te worden als de gevende handen van onze Heer:
“Met zovele gaven aan ons gegeven voor zoveel leed, zoveel gemis,
maak ons uw dienaars, leer ons te delen, totdat uw rijk hier is”.
amen

zingen: NLB 188 Bij de Jakobsbron

soliste
1. Bij de Jakobsbron
stond ik dorstig in de zon
op het middaguur der schaamte.
vrouwen
Waar Hij, vreemd genoeg,
mij, een vrouw, om water vroeg,
mij, Samaritaanse.

mannen
2. Als je wist, sprak Hij,
van Gods gave, jij zou mij
nu om levend water vragen.
allen
Water dat Ik geef
lest je dorst zolang je leeft,
laaft je alle dagen.

refrein allen
Wij horen helder het geluid
van levendmakend water.
Kom, schenk uw woord als water uit,
vervul ons met genade.

mannen
3. Als een springfontein
zal dit water in je zijn,
de vervulling van verlangen.
allen
Kruik, wat klink je hol,
met je buik van leegte vol.
Breek om te ontvangen.

vrouwen
4. Meer dan Jakob, Gij
die uw bron ontsluit voor mij,
laat uw zegeningen stromen,
allen
Christus die mij drenkt
en mij levend water schenkt,
laat mij tot U komen.

refrein allen:
Wij horen helder het geluid
van levendmakend water.
Kom, schenk uw woord als water uit,
vervul ons met genade.
gebed

collecte

zingen: ZG 301: 1,4,5 – melodie Psalm 24

1. Mijn hart wacht stil op U, o Heer,
uw komst verwacht ik, meer en meer,
uw liefde houdt mijn ziel gevangen.
Naar U gaat al mijn vreugde uit,
ik wacht op U, wacht als een bruid,
reikhalzend hunkert mijn verlangen.

4. Ik roep, ik smeek vol ongeduld:
O Geest, als Gij mijn leven vult,
o overvloed, o milde regen,
dan wordt mijn hart verrassend rein,
dan drink ik fris uit uw fontein:
water des levens, zuiver zegen!

5. Met heel mijn hart verwacht ik, Heer,
uw komst, de grote ommekeer;
hoe vrolijk zal ik U ontvangen!
Gij die mijn allerliefste zijt,
kom, Gij die lijf en ziel bevrijdt,
vervul mijn allerdiepst verlangen!

zegen