‘Bomen kiezen een koning’ – wat een actueel verhaal!

Preek ‘Bomen kiezen een koning’

Gemeente van onze Heer en Koning Jezus Christus,

Het was zo mooi begonnen.
Ik bedoel: met Gideon die, nog jong, in een chaotische tijd een moeilijke opdracht kreeg namens God: “Toon je moed en bevrijd Israël”, van de Midjanieten namelijk
die elk jaar in het land Kanaän op strooptocht gingen en de oogst wegkaapten.
Eerst zag Gideon het niet zitten: onze stam Benjamin stelt niets voor en ik ben de jongste van ons gezin – maar God zei: je kunt het omdat Ik achter je sta en je help.
Daarna vatte Gideon moed, en pakte door: eerst zelfs tegen zijn eigen vader en dorp in want ’s nachts sloeg hij het altaar
en de heilige paal die zijn vader had gebouwd om er afgoden te vereren stuk, en hij bouwde een altaar voor de Heer.
Kwaad dat de dorpelingen op hem waren maar zijn vader kwam voor hem op en het liep goed af.
Met Gods hulp versloeg Gideon de invallers, met maar driehonderd strijders,
en dat niet eens met wapens maar met ramshorens, kruiken en fakkels: ‘Gideon,
die de vijand heeft verslagen zonder paard en zonder wagen, zonder leger sterk en groot, maar met God als bondgenoot’
…..wat was het goed begonnen en afgelopen.
Daarna reageerde Gideon ook nog goed, bescheiden en met alle eer aan God.
Toen zijn volksgenoten hem als koning wilden aanstellen, en zelfs een erfelijk koningschap aanboden aan zijn familie,
weigerde Gideon beslist: “Ik zal uw heerser niet zijn, en mijn zoon zal uw heersen niet zijn, want de HEER is uw heerser”. Mooi!

Ja, maar het was schone schijn, bleek meteen, want macht en status zijn verleidelijk.
Gideon was vereerd en liet het zich aanleunen: hij werd een soort priester-koning,
en hij ging zich in de praktijk als een heerser gedragen die een hele harem had, en rijkdom, en die zelfs net als eerder zijn vader het volk weer tot afgoderij verleidde.
Ja, en veelbetekend noemde hij een van zijn vele zoons Abi-melech, wat betekent:
‘mijn vader is koning’ : de man die geen koning wilde heten, voelde zich toch zo.
Ik moest denken aan vroeger eeuwen toen vaak bisschoppen – zoals die van Utrecht – meer wereldlijke heersers waren met alles wat erbij hoort als een leger en oorlog voeren en burchten bouwen, dan geestelijk leiders die God en mensen dienden.

Wat zo goed was begonnen, ging daarna steeds verder steeds meer gruwelijk mis.
Vooral toen juist die ene zoon met het woordje koning in zijn naam zich als koning verkiesbaar stelde
en zijn eigen volk paaide met het feit dat hij familie van hen was en dus – want zo gaat dat – hen vast en zeker op allerlei manier zou bevoordelen.
‘Eigen volk eerst’is van alle tijden en populisme is niets nieuws – kijk naar Abimelech!
Abimelech speelde de kaart van ‘eigen volk’ eerst handig uit tegen zijn zeventig halfbroers die van andere vrouwen waren en niet van Sichem – allochtonen .

Abimelech spande een stel ooms en neven, ook uit Sichem, voor zijn karretje, om de burgers van Sichem voor de keus te stellen: wie willen jullie als heerser: die zeventig zonen van Jerubbaäl (Gideon) samen, of één man, die bovendien bloedverwant is?
Weer een herkenbaar iets: verlangen naar een sterke man boven polderen en compromissen tussen een heleboel bestuurders – en naar een die ‘van ons’ is….
De keus leek niet lastig: ze kozen voor die ene, “omdat hij familie van hen was”.
Het werd nog veel erger allemaal want Abimelech verzamelde een stel lieden om zich heen die hier “een legertje gewetenloze avonturiers” genoemd worden, en al zijn
halfbroers werden afgeslacht, want wie weet zouden ze hem zijn macht betwisten.
Ook dat zie je al te vaak gebeuren, zelfs bij democratisch gekozen leiders dat wie ze
zien als tegenstanders worden weggezet als vijanden, als gevaar voor het volk.

Helaas hoeven we dan niet alleen te denken aan landen als China of Noord-Korea.
De afgelopen weken hebben we gezien hoe in wat een voorbeeld van democratie wil zijn,
een president die de verkiezingen verloren heeft weigert dat te erkennen en dan zijn aanhangers de straat op stuurt en opstookt – met de vreselijke gevolgen die heel de wereld kon zien: bedreigingen, vernielingen, en zelfs doden en gewonden…en triest dat deze gelukkig nu oud-president gesteund werd en wordt door veel mensen die zich christen noemen en elke zondag in de kerk zitten – en die het wangedrag en de leugens van een president voor lief nemen omdat hij doet wat zij willen…

Wat je ook vaak ziet, is wat ook de tragiek van Gideon en zijn familie is: dat wie begon als bevrijder, vrijheidsstrijder, als hij eindelijk de macht in handen heeft, die macht niet wil afstaan en op den duur een nog ergere dictator wordt. Ook van alle tijden: eerst worden revolutionairen bejubeld als bevrijders maar ze ontpoppen zich als ook weer onderdrukkers; een mooie uitzondering was Nelson Mandela in Zuid- Afrika. Als het fout gaat, zit er meestal angst achter om weer kwijt te raken wat je net bevochten hebben, maar ook laat het zien dat macht en bezit en status zomaar tot misbruik leiden en ook erg verslavend zijn: hebzucht is de wortelvan veel kwaad.

Maar gelukkig zijn er ook altijd mensen die het niet pikken en die in verzet komen:
klokkenluiders, moedige journalisten, politici van de oppositie, gewone burgers.
Zoals in dat verhaal van vandaag de enige zoon van Gideon,
die aan de moordpartij van zijn halfbroer Abimelech was ontsnapt – Jotam, dat is: ‘de Heer is betrouwbaar’.
Er staat bij dat hij de jongste was van het hele gezin – net als eens zijn pa Gideon toen hij door God geroepen werd om zijn volk te bevrijden van de Midjanieten.
Op de dag dat de inwoners van Sichem ‘hun’ Abimelech tot koning gingen uitroepen- onder een monumentale eik – zeg maar in de Ridderzaal van stad en regio Sichem – klom Jotam de nabijgelegen berg Gerizim op – en sprak vanuit de hoogte dwars door de plechtigheid heen de mensen die daar bij elkaar waren aan: met een verhaaltje.

Een verhaal over bomen die een koning gingen kiezen – een soort gelijkenis zoals later de Heer Jezus zo vaak deed – om de mensen aan het nadenken te krijgen en op te schudden, en als het mogelijk was ze op andere gedachten te brengen.
In die zogenaamde ‘koningsfabel’ die Jotam zijn broer en het volk voorhoudt, worden we meegenomen naar de wereld van de bomen, die erop uit gingen om een koning te kiezen. Heel bizar natuurlijk en heel confronterend want bomen hebben helemaal geen koning nodig, ik las: ze redden het samen prima, door gewoon boom te zijn.
Dat hoor je als de bomen die op zoek zijn naar een koning steeds op een overtuigd nee stuiten als ze eerst de olijfboom, daarna de vijgenboom en tenslotte de wijnstok aanbieden om hun koning te zijn, maar alle drie bedanken ze feestelijk voor de eer: ik heb wel wat beters te doen dan een beetje boven de andere bomen te zweven en met mijn takken te wuiven – de olijfboom wilde veel liever gewoon vruchten opleveren en de mensen van olijfolie voorzien, de vijgeboom bleef graag gewoon vijgen laten groeien die veel mensen lekker vinden, en de wijnstok had het veel te druk met zorgen voor lekkere druiven en goede wijnen: zal ik me daar stoppen met waar ik goed in ben en voor bestemd ben om een beetje boven alles en iedereen koninkje te spelen? – nee, jullie worden bedankt, zoek alsjeblieft een ander.

Je kunt denken aan mensen die in de zorg werken of een goed lopend bedrijf hebben en er niet aan moeten denken de politiek in te gaan – begrijpelijk – maar toch bedoelt de fabel niet bestuurders en volksvertegenwoordigers als zakkenvullers of machtswellustelingen weg te zetten – het gaat vooral om dat ‘boven de andere bomen uit willen steken en macht over anderen willen uitoefenen in plaats van bezig te zijn voor het welzijn van mensen en om het goede te doen voor de samenleving.
Als leidinggevenden en bestuurders dat als doel hebben, en beseffen dat ze – zoals we lazen in die koningswet van Deut. 17 – niet meer zijn dan anderen en dat ze niet boven de wet staan – dan staan ze om met Paulus te spreken in dienst van God om kwaden te stoppen en te bestraffen en goeden te beschermen, danzijn ze tot zegen.

Iemand schrijft dat we leiders nodig hebben die verbinding zoeken in plaats van tegenstellingen aan te wakkeren, en daarom: “laat het niet zover komen dat niemand met goede kwaliteiten nog politieke verantwoordelijkheid wil dragen en we alleen nog op doornstruiken zijn aangewezen”.Dit gaat ook over ons, over kiezers, over het volk.
Maar Jotam had goed door dat het Abimelech vooral om macht en eer ging, en dat hij zoals hij al had laten zien, daarvoor bereid was over lijken te gaan, zelfs over de lijken van zijn eigen broers – en met zo’n start kan het alleen maar van kwaad tot erger gaan, en daarom: burgers van Sichem en omgeving, weet wel wie je kiest.

Prikkelend is daarom het vervolg: de bomen die uitkomen bij de doornstruik. En zeg niet te gauw dat nou eenmaal politici veel beloven en het later vaak tegenvalt, alsof je er ingetrapt bent, alsof je nou eenmaal niet in de toekomst kunt kijken: we zien wel waar het schip strandt – al te veel mensen gaan zo stemmen, totdat het weer niet is wat ze hadden gedacht en gewild en ze thuisblijven: of je nou van de kat of de hond gebeten wordt, het zijn toch allemaal zakkenvullers, ik kom er mijn huis niet voor uit.
Nee, vaak kun je best weten wat je aan hem of haar hebt, als je je er wat meer in verdiept, en er wordt ook vaak tegen verkeerde keuzes en leugens gewaarschuwd.
In elk geval konden de bomen achteraf niet zeggen dat ze niet gewaarschuwd waren, want de doornstruik zegt van te voren wat ze kunnen verwachten: “Als u mij werkelijk tot uw koning wilt zalven, kom dan maar hier, in mijn schaduw is het goed toeven. Maar zo niet, dan zal uit mijn takken een vuur komen dat de ceders van de Libanon zal verteren.” O ja, dat lijkt veelbelovend maar als je een beetje weet wat een doornstruik is….dan weet te een paar dingen van te voren: een doornstruik is geen boom maar inderdaad een struik en als je dus onder de takken schaduw wil zoeken, moet je je diep buigen – en dan is er ook nog weinig schaduw te vinden en vooral veel stekels om je aan te prikken – als je een beetje boom bent, kijk je wel uit.
In een boek over Planten in de Bijbel wordt ervan uitgegaan dat met de doornstruik de boksdoorn wordt bedoeld : een struik die kan uitgroeien tot een ondoordringbare struik van 3 meter – met voor mensen giftige bessen – al met al nou niet een struik om in weg te kruipen om je veilig te voelen!
Een liedje gaat erover: “De bomen hadden zich vergist! Een doornstruik steekt, een doornstruik is geen goede koning van het woud, laag- bij- de- gronds en koud. De bomen kozen, maar verkeerd want wie alleen met macht regeert, die gaat ten onder aan het kwaad, ten onder vroeg of laat.” En dan nog de dreiging: als je mij niet meer wilt als je koning, wacht je dan maar: wie niet luistert, brand ik weg– een doornstruik heeft aan een klein vonkje genoeg om vlam te vatten en een complete bosbrand te veroorzaken – zelfs de hoogste en sterkste bomen, de ceders op de Libanon, worden door dat vuur verteerd – als je voor zo’n leider kiest, dan speel je met vuur!
Jotam geeft bij zijn fabel ook nog de toepassing, vol cynisme en ernst: als jullie door voor Abimelech te kiezen – de man die bijna ons hele gezin uitgemoord heeft – denken Gideon en zijn familie dankbaarheid te bewijzen, dan wens ik Abimelech en jullie alle geluk van de wereld, zo niet, dan zullen jullie elkaar kapotmaken, afbranden.
Nou, het vervolg laat zien dat Jotam niet voor niets gewaarschuwd had: na drie jaar barstte de bom en gingen de burgers van Sichem en de aanhang van Abimelech elkaar te vuur en te zwaard te lijf, met veel slachtoffers tot gevolg, en Abimelech stierf roemloos toen ze vanaf de muur van Sichem hem verpletterden met een maalsteen en Abimelech zijn wapendrager de opdracht gaf hem de genadestoot te geven.
Ook dat konden we meemaken in de VS de laatste weken, en eerder ook al trouwens: wie tegengeluiden laat horen worden ontslagen, zwart gemaakt, belasterd. En zelfs de trouwste aanhangers worden gezien als vijanden als ze niet naar de pijpen van de grote leider dansen – en uiteindelijk moet die leider zelf weg wezen.
We zeggen dan wel het kwaad zichzelf straft, en de kwaaddoeners elkaar liquideren.
Maar daarachter mogen we God zien die op zijn tijd recht doet en het kwaad straft.
Een les voor iedereen van hoog tot laag die voor zichzelf gaat en macht misbruikt ten koste van vooral wie kwetsbaar zijn en zichzelf niet redden – je komt er niet mee weg en ook de dictators en uitbuiters en oorlogshitsers van deze wereld komen er niet mee weg – dat mag hun slachtoffers moed geven en wie hun macht misbruiken waarschuwen – en het leert ons naar Jezus’voorbeeld te dienen en goed te doen.

Ja, want dit verhaal staat nog altijd in de Bijbel, en het is voor ons vandaag actueel.
Wat opvalt is is dat Jotam met zijn verhaal over de bomen niet zijn op macht beluste halfbroer aanspreekt, maar de burgers die achter hem aan dreigden te lopen.
Hij houdt hen de spiegel voor: wie willen jullie volgen, wat voor land wil je zijn?
Het zegt ook iets over hoe het gaat in de kerk en over hoe om te gaan met elkaar: dat we aan elkaar zijn gegeven om elkaar te dienen en naast elkaar te staan, om niet zoals in dat verhaal staat ‘boven de bomen te zweven’, in je eigen wereldje, maar om met beide benen op de grond – stevig geworteld – je talenten in te zetten om zelf te groeien en ook voor mensen om je heen wat te betekenen – om niet anderen te overheersen maar te inspireren; om zoals die olijfboom en die vijgenboom en die wijnstok in het verhaal van Jotam gewoon te doen waar jij goed in bent en daar waar dat kan anderen van mee te laten profiteren.

Helaas zijn er ook in de omgang tussen mensen binnen en buiten de kerk vaak veel stekeligheden, is de een voor de ander als een moeilijk te benaderen doornstruik.
Ook dat hoort bij de gevolgen van de zondeval, lees Genesis 3 over dorens en distels die we zullen tegenkomen of zelf laten opschieten – ook daar worden we in de Bijbel voor gewaarschuwd, zoals in Spreuken 22: 5: “Wie de verkeerde weg gaat, treft dorens en distels aan, wie zijn leven liefheeft, blijft er verre van.” En onze Heer heeft het meer dan eens over bomen die te herkennen zijn aan hun vruchten, wat slaat op mensen, op ons, die herkenbaar zijn aan wat we zeggen, doen, en laten:
“Een goede boom brengt geen slechte vruchten voort, en evenmin brengt een slechte boom goede vruchten voort. Elke boom kun je aan zijn vruchten kennen, want van distels pluk je geen vijgen, en van doornstruiken geen druiven.” (Lucas 6: 43-44).

Voor vandaag sluiten we af met een gezongen gebed voor de mensen met macht en verantwoordelijkheid maar ook voor onszelf en allerlei mensen: om wijsheid, recht en vrede, om bescherming, om liefde die wil dienen en geen schade doet, die de ander hoogacht en het goede zoekt.

amen

liturgie

Belijdenis van afhankelijkheid – amen

Groet – amen

Zingen: NLB 985: 1,2,3 ‘Heilig, heilig, heilig, hemelhoog verheven’

Gods leefregels Deut. 5: 6-21; 6: 4-9 en 17: 18-20

Zingen: Ps. 146: 1,3,4 DNP

1. Halleluja! Heel mijn leven
zal ik zingen voor de HEER.
Hem wil ik mijn liefde geven,
telkens weer en telkens meer!
Zingen wil ik dag aan dag
en Hem prijzen vol ontzag.

3. Vol geluk mag ieder leven
die de HEER als helper heeft.
Hij heeft ons zijn woord gegeven
en Hij maakte al wat leeft.
Wie berooid is of geknecht
geeft Hij brood en doet Hij recht.

4. Hij, de HEER, laat boeien breken,
geeft aan blinden levenslicht,
helpt wie bijna was bezweken,
houdt van wie op Hem zich richt.
Hulpelozen staat Hij bij,
slechte mensen oordeelt Hij.

Gebed

Bijbellezing: Rechters 8: 22-35

Zingen: Ps. 146: 2,5 DNP

2. Macht van mensen heeft geen waarde:
zoek daar niet naar zekerheid!
Zelfs de sterkste is maar aarde,
krijgt maar weinig levenstijd.
Als zijn adem stokt, gaan ook
al zijn plannen op in rook.

5. Tot het einde van de tijden
heerst de HEER met overmacht.
Sions God blijft alles leiden;
Hij regeert in elk geslacht.
Eeuwig zing ik tot zijn eer:
Halleluja, loof de HEER!

Lezen tekst: Rechters 9: 1-21

Preek

Gz. 260 GK ‘Heer, voor alle mensen roepen wij U aan’

Gebed

Collecte

Zingen: NLB 413: 3 ‘Heer, ontferm U over ons’

Zegen

Heimwee en verlangen (adventspreek) : Psalmen 42 en 43

Liturgie morgendienst

Welkom

Votum en groet

Introductie 4e adventszondag, zondag Rorate coeli , naar Jesaja 45: 8
Hemel, laat gerechtigheid neerregenen, laat haar neerstromen uit de wolken, en laat de aarde zich openen. Laten hemel en aarde redding voortbrengen en ook het recht doen ontspruiten. Ik, de HEER, heb dit alles geschapen.

Gz. 188: 1 en 4 GK (oud Gz. 80) ‘O Heiland, open wijd de poort’

Gods wet
NLB 439: 1,2,3 ‘Verwacht de komst des Heren’
Gebed voor de opening van het Woord
Bijbellezing: Psalm 42 en 43
Opwekking 281 ‘Als een hert dat verlangt naar water
NLB 452 : 1 en 2 Als tussen licht en donker´
Gebed
Collecte
NLB 416 ‘Ga met God’
Zegen

Verkondiging: ‘Heimwee en verlangen’
Gemeente van Christus,
Ik heb normaal gesproken niet zoveel met heimwee, met terugkijken en terug verlangen naar wat vroeger beter was, mooier, toen geluk nog gewoon was. Niet omdat je dan vaak heel selectief terugkijkt en vergeet wat juist minder was vroeger, lastiger, maar ook omdat het weinig oplevert want je leeft hier en nu. Meer dan eens leert de Heer ons in de Bijbel dat we als mensen en zeker als christenen altijd onderweg zijn, en dat stilstaan en achterom verlangen niet past bij mensen die achter Jezus aan willen want Jezus gaat verder en zegt: volg Mij! Ja maar toch, er kunnen omstandigheden zijn dat heimwee en weemoed toeslaan. Als veel waar je aan gewend was en blij van werd, energie van kreeg, wegvalt. Dan kun je heimwee ervaren naar wat vorig jaar nog kon en nu niet meer, maar vooral daar door heen voel je verlangen: naar weer betere tijden, maar wanneer en hoe?
Waarmee we helemaal in de psalm zitten die we lazen en die onze aandacht vraagt. Een psalm met veel tranen, lijden onder de spot van vijanden, eenzaamheid, vol heimwee naar wat vroeger zo gewoon en zo mooi was en nu zo ver weg lijkt, maar ook een lied van verlangen: naar God, naar nieuwe tijden; een lied ook vol hoop. Zoals bij meer psalmen roept het veel herkenning op en tegelijk zit er aansporing in om jezelf aan te pakken en niet bij de pakken neer te blijven zitten, als een refrein dat drie keer terugkomt: twee keer in Psalm 42,en als slotakkoord in Psalm 43: “Waarom, ziel, zo aangeslagen, waarom bang en rusteloos? Hoop op God, stel Hem je vragen. Wees niet langer lusteloos. Want de dag komt – heb geduld – dat je Hem weer prijzen zult. Ik kijk uit naar nieuwe tijden, want mijn God zal mij bevrijden.”
Ik las: “Dat refrein is een pareltje: de dichter heeft het zwaar, maar hij roept zichzelf tot de orde en komt zelfs tot een dankzegging. Dat doet hij drie keer, want zo vaak is nodig om tot rust en vertrouwen te komen.” Je moet het dus steeds weer tegen jezelf zeggen en van anderen – van God en mensen – horen, en steeds herhalen: “vestig je hoop op God, mijn God die me ziet….en me redt”. Niet alsof dan de zorgen weg zijn en alles is opgelost, maar als aansporing om niet alleen achterom te kijken naar hoe het was, en naar voren: wat gaat het worden, en wanneer wordt het weer normaal – maar om ook en vooral naar boven te kijken: waar God is die al heeft bewezen een redder te zijn, op zijn tijd en zijn manier; aan wie je je vragen mag blijven stellen en voor wie je niet je groter en stoerder hoeft voor te doen dan je bent.
Houdt dat vooral vast, tegen de klippen op, en kijk uit naar nieuwe tijden! Dat is een treffende boodschap voor de adventstijd: kijk uit naar Gods nieuwe tijd! Waarbij meteen de oproep om geduld te hebben en erom te blijven bidden, zoals Gods volk Israël dat heel veel eeuwen heeft gedaan in afwachting en verwachting van de beloofde goede nieuwe tijden van Gods Messias….goed om dat te bedenken: wat is nou nog geen jaar afzien en onzekerheid vergeleken met die vele eeuwen dat Israëlieten generatie op generatie moesten wachten en blijven bidden tot Gods tijd. I Ik weet niet hoe het jullie gaat maar ik vind deze crisis en deze tijd van afzien en van onzekerheid al veel te lang duren…maar onlangs bladerde ik een in uitvoerig verhaal van mijn al lang overleden vader over onder andere hoe hij de oorlogsjaren beleefde en hoe na vijf moeilijke jaren – vijf jaren – eindelijk de bevrijding kwam – de ouderen onder ons zullen die tijd zich ook herinneren….en wat is dan een jaar – en dan denk ik aan de ballingen in Babel die 70 jaar moesten wachten en aan Israël in Egypte – meer dan 400 jaar voor ze naar hun eigen land terug mochten – en heel veel eeuwen voordat Jezus de Messias kwam – hoe vaak is er gebeden, geroepen: hoe lang nog? Juist daartoe worden we gedwongen in deze tijd: afwachten, en tot hoelang weten we niet, en dan is de vraag hoe we daarmee omgaan,en hoe we ons daarin oefenen.
Weer terug die psalm induiken helpt daarbij: we staan er niet alleen voor en heimwee en verlangen, hopen tegen alles in, en moeten wachten, het is van alle tijden. Van de dichter van dit lied en de situatie waarin het lied ontstaan is, weten we weinig. ‘Een kunstig lied van de Korachieten’ zal betekenen: bestemd voor het tempelkoor. Maar dat was veel later, toen deze psalm een plek kreeg in het liedboek van Israël. Het bijzondere van deze psalm is dat het lied heel persoonlijk wordt: een ik- psalm. Wat trouwens van heel veel psalmen geldt, zeker ook de vele met de naam David. En dat is mooi want bij God telt elk mens, is niemand een nummer, en is elk leven en elk levensverhaal de moeite waard, ook om voorgoed een plek te krijgen in de Bijbel en in het zangboek van de kerk van alle tijden, herkenbaar voor mensen nu en later. En als je dan zo’n lied leest of hoort voorlezen of meezingt, kun je er je eigen leven met verdriet en pijn, heimwee en verlangen, wanhoop en hoop, en blijdschap, in terugvinden en mee uitzingen, voor jezelf of samen, thuis of in een volle kerk……
Nou, dat laatste, die volle kerk, die er al maanden niet was voor ons, en er ook vandaag nog niet is zoals we graag zouden willen, miste de dichter ook: “Weemoed vervult mijn ziel nu ik mij herinner hoe ik meeliep in een dichte stoet en optrok naar het huis van God – een feestende menigte, juichend en lovend.” Een herinnering aan lang geleden en ver weg en dat doet best pijn want waarom… Uit het vervolg leren we wie zo klaagt kennen als een vluchteling, een balling, iemand die door waarschijnlijk oorlogsgeweld of een opstand niet kan reizen en niet naar de tempel kan: “Mijn ziel is bedroefd, daarom denk ik aan U, hier in het land van de Jordaan, bij de Hermon, op de top van de Misar”. Dat was ver in het noorden, ver van Jeruzalem waar de tempel stond, waar God woonde, en het volk samen was. En dan te bedenken dat het toen nog veel moeilijker dan met de beperkingen waar wij mee te maken hebben, die Israëliet in ballingschap het gehad zal hebben, zonder smartphone, zonder skype of videobellen, zonder tempeldiensten online, en met familie en vrienden ver weg, en vijanden op de loer en de spot van die vijanden nog in zijn oren: hé, waar is jouw God dan, die jou toch helpt…..dat maakt het allemaal nog erger want is dat niet zo: God, waar bent U nou? Dan huilt je hart en komen de tranen: “Tranen zijn mijn brood, bij dag en bij nacht…mij gaat door merg en been de hoon van mijn belagers, want ze zeggen heel de dag: ‘Waar is dan je God?’ …..Dan blijft niets anders over dan een schreeuw naar omhoog, een gebed uit de diepte en van ver naar waar God toch is: “Waarom komt en redt U niet? Waarom laat u mij alleen met de vijand om mij heen?” Heer waarom vergeet U mij, waarom ga ik gehuld in het zwart, door de vijand geplaagd?” Maar is God niet ook je tegenstander: ”Al uw golven slaan zwaar over mij heen”. ‘Heer, ik verdrink! Heer, help!
Er zit in deze psalm een enorme spanning: in de dichter zelf, en tussen hem en God. Aan de ene kant is er dat heimwee naar hoe goed het was, en de frustratie over hoe anders het allemaal geworden is, en vragen die hem naar de strot vliegen over wat die betekent en waarom het zo gaat en vijanden dit hem aandoen en God blijkbaar dat toelaat en niet ingrijpt: Heer, ‘Waarom komt en redt U niet? Waarom laat U me alleen met de vijanden om me heen” en dat terwijl ik zo naar uw nabijheid verlang. Ja, want dat trilt door alles heen, daar begint het mee en daar loopt het op uit: “Ik verlang naar God, die leeft, die mijn ziel te drinken geeft. Wanneer zal ik hem ontmoeten, zal Gods glimlach mij begroeten? Dat is de ene kant: verlangen dat nog niet vervuld wordt, afstand, God die zwijgt…en aan de andere kant een toch sterk en ongeschokt vertrouwen dat God er is als de levende God en dat God hem niet is vergeten en hem zal redden, wat hij keer of keer tegen zichzelf zegt, en ons tegen onszelf laat zeggen: vestig je hoop op God, blijft dat ondanks alles en tegen alles in – ook tegen die vijanden in – doen: hoop op God en stel Hem je vragen – loop dus niet bij Hem weg maar schreeuw het uit naar Hem- want ik weet zeker dat ik eens Hem weer zal loven, samen met anderen, in zijn tempel, in zijn kerk, mijn God – dat blijft zo – mijn God die mij ziet en mij redt…dat is Psalm 43: “Heer, zend uw licht, laat mij ervaren dat U mij naar uw woning leidt. Wanneer ik kom bij uw altaren, zal ik U prijzen bij de snaren” Dat gebeurde steeds weer, God is trouw en goed.
Ja, en dan mogen wij dat lied zingen als mensen die Jezus kennen en willen volgen. Jezus die meer dan wie ook ons Gods gezicht laat zien en zijn vriendelijke ogen, en die daarvoor nog meer dan de dichter van Psalm 42 er diep onderdoor is gegaan, tot aan het kruis en tot in de dood, tegen wie ook is geschreeuwd: waar is nou jouw God? En die zelf tot God heeft geroepen: “Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij, en blijft zover, terwijl ik tot U schrei, en redt mij niet naar gaat aan mij voorbij? Hoe blijft Gij zwijgen?”. Dat is een schreeuw uit de diepte naar God heel hoog en ver weg met woorden van David in Psalm 22; het hadden ook kreten uit Psalm 42 kunnen zijn: “Waarom komt en redt U niet? Waarom laat U mij alleen met de vijand om me heen?”. En weer in Psalm 43: ‘Waarom laat U mij zolang lijden door mensen die bedrog verspreiden. Waarom heb ik het zo benauwd en word ik uitgejouwd?”. Heftig! Het komt heftiger dan ooit op Jezus af, daar aan het kruis, bespot, verlaten, alleen. Maar ook Jezus bleef zich vastklampen aan God, God zijn vragen stellen: waarom? En hij bleef roepen tot God en hopen op God: mijn God die mij ziet en mij zal redden. We mogen geloven en we vieren het elke zondag, verbonden met elkaar en met zoveel anderen wereldwijd, en samen met onze God: God heeft zijn Zoon gered en door Hem redt Hij ons; Hij gaf en geeft nieuwe tijden. In deze psalm zit een oproep aan onszelf en elkaar: “Wees niet langer lusteloos. Want de dag komt – heb geduld –dat je hem weer prijzen zult”. Dat prijzen van God hoeft natuurlijk niet te wachten, dat kun jij en kan ik elke dag doen, op jezelf of in kleine kring, en er kan vast nog heel wat om elkaar te steunen in dat wachten en verwachten en aandacht te hebben voor God en voor elkaar, vandaag te doen wat vandaag op je af komt en wel kan, in plaats van ongeduldig almaar te denken aan wat straks hopelijk allemaal weer mogelijk is en teleurgesteld te zijn dat weer niet en nog steeds niet.. Volhouden dus maar met geloven en hopen…én zingen, in jezelf en straks weer samen: ‘Wees niet langer lusteloos, Want de dag komt – heb geduld – dat je – samen – Hem weer prijzen zult. Ik kijk uit naar nieuwe tijden (u ook?) , want onze God zal ons bevrijden!’ Vast en zeker! Beloofd is beloofd.
amen

Psalm 78: 1-8: ‘Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst’ (herplaatst – n.a.v. 75 jaar vrijheid – en 80 jaar na begin WO II

Psalm 78: 1-8: ‘Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst’.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, die leeft en regeert,

‘Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst’.

Dat is een uitspraak van de vroegere Duitse president Richard von Weizsäcker. Dat laat zien dat kennis van het verleden en door blijven vertellen van wat in de 2e Wereldoorlog is gebeurd en wat die oorlog aan wonden heeft nagelaten, niet alleen belangrijk is om de slachtoffers en de nabestaanden te eren, maar ook om lessen te trekken uit die oorlog, om de gevaren te zien die in onze eigen tijd de vrijheid van mensen en de vrede tussen de volken bedreigen, en om er alles aan te doen wat in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw gebeurde te voorkomen: om het kwaad dat aan alle kanten de kop opsteekt – van haat tegen Joden en christenen, maar ook tegen moslims, asielzoekers, homo’s, en andere minderheden en afwijkende meningen – aan te wijzen en op tijd aan te pakken. En ook wordt de vraag steeds nijpender wat onze verantwoordelijkheid is voor de opvang van en hulp aan de grote stroom vluchtelingen die Europa willen binnenkomen omdat het in eigen land onveilig is of omdat ze daar geen toekomst zien. En: hoe voorkomen we een negatieve tegenreactie uit angst voor eigen verworven rechten? Wat doen we als discriminatie en uitsluiting dreigen, met geluiden en zelfs geweld die doen denken aan wat aan de oorlog voorafging?

Allemaal redenen – en er zou meer te noemen zijn – om te blijven herdenken. Want – weer dat jaarthema – “wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst” – je kan erbij zeggen: en die stopt zomaar ook zijn kop in het zand voor dreiging die nu al de kop opsteekt, en kijkt weg van bestaande nood.

Kort en goed: herdenken is meer dan herinneringen ophalen aan lang geleden, het is vooral ook van dat verleden leren voor nu en voor de tijd die voor ons ligt.

Als mensen die in God geloven en hier vanmorgen in de kerk zijn, leren we nog veel verder terug te kijken en mogen we veel verder vooruit kijken, en worden we ook uitgetild boven wat korter of langer geleden door toedoen van mensen en volken en hun leiders is gedaan aan goed of slecht, en wat nu mensen elkaar aandoen.

Want we geloven dat er Een is die daarboven staat en achter de schermen bezig is om zijn plan uit te voeren: de God van wie we aan het begin van deze dienst zongen dat zijn trouw eeuwig is en dat Hij het werk dat Hij begonnen is nooit zal loslaten.

Daarom is voor een gelovige herdenken, gedenken, dwars door alles heen en meer dan alles wat mensen deden en meemaakten aandacht voor Gods grote daden.

Psalm 78 is daar vol van, en die psalm begint met de oproep wat God vroeger allemaal aan grote dingen gedaan heeft niet in het vergeetboek terecht te laten komen, en daarom de verhalen door te geven van de ene generatie op de andere.

Precies wat veel mensen zien als het belang van elk jaar de dodenherdenking en het vieren van de bevrijding en vooral ook het blijven doorgeven van de vrijheid. Zoals iemand zei die de nationale herdenking op de Dam bijwoonde: “Ik ben hier vanavond met mijn dochter en vier kleindochters. Mijn opa heeft in concentratiekamp Theresienstadt gezeten omdat hij bij het verzet zat. Ik wil aan de volgende generatie doorgeven hoe belangrijk het is in vrijheid te leven.”

Nou zou je kunnen denken dat wij in de kerk toch met andere verhalen bezig zijn. Psalm 78 is een soort geschiedenisles, op muziek, ‘een leerdicht’ staat in de oude vertaling, vanaf de uittocht uit Egypte tot en met koning David. Maar we zeggen dan dat het niet maar vaderlandse geschiedenis is van de Joden maar een belangrijk stuk van wat we ‘heilsgeschiedenis’ noemen.

Vroeger kregen wij op school Bijbelse geschiedenis – de verhalen over de schepping en de zondvloed en het volk Israël, en over de Here Jezus – over wat God deed dus.

En dan kreeg je Vaderlandse geschiedenis, en dat ging over mensen en wat zij deden : de tachtigjarige oorlog met Willem van Oranje, Filips II, de watergeuzen – en later de Franse tijd, en natuurlijk ook de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding…..

Twee heel verschillende vakken, maar toch: ook wat gebeurd is in onze eigen Nederlandse geschiedenis, valt toch niet buiten de leiding en het plan van God? We geloven toch dat de God van Israël de God van de wereld is, van alle volken? En dat we daarom zo’n psalm als Psalm 124 ook mogen zingen met het oog op de bevrijding van 1945, na vrij zware jaren van bezetting en onderdrukking, van honger, met verzet en verraad, onderduikers, concentratiekampen, gaskamers: “indien de HEER ons niet had bijgestaan, toen het woeden van de vijand werd gevreesd, dan waren wij verslonden en vergaan…” maar – God zij dank: “wij zijn ontsnapt als vogels aan het net…de strik brak los en wij zijn vrij geraakt” ?

Nou, en daarom kun je uit die Psalm 78 die gaat over de geschiedenis van Gods volk Israël, ook veel leren over hoe om te gaan met onze eigen geschiedenis. In een wereld die Gods wereld is, en waar God vandaag overal werkt aan zijn plan, en waar God ook ons een plek geeft, in deze tijd, met oog voor wat onder Gods leiding is gebeurd in het verleden, wat in eigen tijd speelt, en wat we kunnen leren uit de geschiedenis voor onze eigen houding, en om door te geven aan de volgende generatie en zo steeds verder. Zoals in de psalm: “zo zou het volgende geslacht ervan weten en zij die nog geboren moesten worden, zouden het weer aan hun kinderen vertellen” – met open oren, open ogen, om als Gods tekens te verstaan.

Zoals al gezegd: Psalm 78 is – hoe het woord erboven ook vertaald – lesstof. De dichter zegt het met zoveel woorden – ik geef ze nu even weer uit de BGT: “Luister goed, want ik wil jullie iets leren. Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het verleden, over dingen die vroeger gebeurd zijn, en die wij van onze voorouders hoorden. Ook onze kinderen moeten dit weten”.

En dan volgt – dichterlijk maar tegelijk heel feitelijk – een geschiedenisles. De geschiedenis komt langs vanaf de uittocht in Egypte tot aan koning David. Een geschiedenis vol hoogtepunten maar vooral veel dieptepunten, en eerlijk.

Dat eerlijke is misschien de eerste les, voor hoe om te gaan met eigen verleden. De neiging bestond – en bestaat misschien nog wel – om als het gaat over de geschiedenis van je land, of van je eigen familie, of van je eigen kerk – vooral naar voren te halen wat goed was en goed ging, en waar jouw land of jouw familie of jouw kerk positief mee voor het voetlicht te halen is. Dan wordt geschiedenis zomaar een verhaal over heldhaftigheid, over goede keuzes van het voorgeslacht, over de roemrijke en krachtige daden die mensen gedaan hebben, waar we trots op kunnen zijn, zoals het verslaan van het machtige Spanje, en de gouden eeuw met de VOC en schilders als Rembrandt, en natuurlijk de verzetsstrijders in de oorlog en de mensen die onderduikers verborgen hielden, en dat we na de oorlog ons land weer hebben opgebouwd.

Ja maar, veel schaduwkanten blijven dan zomaar onderbelicht: over de slavernij waaraan we goud hebben verdiend, over veel armoede ook in die gouden eeuw, en over veel wegkijken in de oorlog, en meewerken met de bezetter dat er ook was, en over te weinig oor en oog voor het lot van de Joden – Hoe moedig dat onze koning in zijn toespraak op 4 mei dat benoemde en zelfs zijn overgrootmoeder koningin Wilhelmina daarbij noemde. En eerder zijn na jaren ook excuses aangeboden voor onrecht en geweld in Ned- Indië na de oorlog. Ik herinner me de titel van een boek dat vroeger bij ons thuis in de boekenkast stond en dat ging over wat Nederland in Indië tot stand gebracht heeft: ‘Daar werd wat groots verricht’ – over Nederlands- Indië in de twintigste eeuw. Ik heb het boek nooit gelezen, ik weet alleen die titel nog, maar ik denk zomaar dat het een nogal eenzijdig verhaal zal zijn..terwijl later steeds meer bekend werd over onderdrukking en keihard geweld ..niet lang geleden is een ander boek verschenen: ‘daar werd wat gruwelijks verricht’ – dat moet in alle eerlijkheid ook verteld.

Kerkgeschiedenis kan ook heel eenzijdig verteld worden als het vooral gaat over eigen gelijk en er geen oog is voor wat dan heet ‘veel vlees en wereld’; door mensen die met alle goede bedoelingen beperkt zijn en verkeerde keuzes kunnen maken – precies zo als je eerlijk terugkijkt naar je eigen voorgeslacht en je van alles kan tegenkomen waar je als familie niet alleen maar blij mee bent.

Maar dat eerlijk kijken naar het verleden, met ook oog voor wat er allemaal mis was en mis ging, dat maakt juist de bewondering groter voor onze God die met zoveel kromme stokken toch nog rechte slagen kan maken en die dwars door alles heen trouw blijft en ons vasthoudt – die niet loslaat wat zijn hand begon.

Kijk en dat is wat die psalm ons wil leren en wat ouders moeten doorgeven aan hun kinderen als een les vanuit het verleden voor de toekomst. Als we die psalm in zijn geheel lezen is het eigenlijk één vervolgverhaal van de grote daden van God en van gebrek aan vertrouwen en ongehoorzaamheid en ontrouw van het volk – waar dan weer straf op volgde en toch weer nieuwe redding – hoor de verzen 34-38 (BGT): “Soms doodde God mensen uit het volk. Dan zocht het volk Hem weer, dan verlangden ze weer naar Hem. En dan wisten ze weer: God is trouw aan ons, de Allerhoogste is onze bevrijder. Toch werden ze weer ontrouw, ze waren niet eerlijk tegen God. Ze dachten niet meer aan Hem en deden niet wat ze Hem hadden beloofd. Maar God had medelijden met hen. Hij strafte hen niet voor hun fouten, Hij doodde hen niet allemaal. Hij liet niet zien hoe boos Hij was, steeds opnieuw had Hij geduld. Want Hij kende de Israëlieten. Hij wist hoe klein en zwak ze waren, zo zwak als adem die je uitblaast”.

Ja, inderdaad, daar werd wat groots verricht, niet door mensen, maar door God. Kijk zo ook maar terug in eigen verleden: van je familie, van de kerk, van ons land. En sta versteld van Gods geduld, van zijn trouw, van toch steeds weer een nieuw begin, en wees maar bescheiden over wat mensen ervan terecht brengen, noem eerlijk wat fout ging, wat echt slecht was, en wat we kunnen leren en moeten afleren. Vers 8 is over dat laatste glashelder: “dan zouden zij niet worden als hun voorouders, een onwillig en opstandig geslacht, onstandvastig van hart en geest, een geslacht dat God ontrouw was” . Die vuile was wordt niet weggestopt maar eerlijk buiten gehangen, daar kun je juist van leren en wijzer en sterker van worden, in je voordeel.

Ook weer een wijze les – wijzer dan te doen of vroeger alles beter was – de Prediker wist het ook al: “Vraag je niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt” (Prediker 7: 10) – ja, want het is in heel veel opzichten niet zo – de Prediker zegt ook dat er weinig nieuws onder de zon is: “alles wat er gisteren was,zal er morgen weer zijn en alles wat eerder gedaan is, zal later weer gedaan worden” – en bovendien gaat het zoals het gaat en leef je niet vroeger maar nu, en ook dat is onder de leiding van God – nog een keer de Prediker: “er is voor alles in het leven een geschikte tijd en God zorgt ervoor dat alles op de juiste tijd gebeurt” – en dan komt het erop aan dat wij de tijd goed gebruiken en daarbij leren van het verleden, en onze winst ermee doen, voor nu en voor de tijd die komt.

Wat de psalm ons ook leert, is het belang van contact en gesprek tussen generaties: grootouders, ouders, kinderen – dat is wat bedoeld is met traditie = doorgeven van wat je zelf hebt gehoord, meegekregen, geleerd, en meegemaakt – hoor maar: “wij hebben het gehoord, wij weten het, (want) onze ouders hebben het ons verteld”.

En dan hou je dat niet voor jezelf en stop je het niet weg, uit angst of uit trots – dia 9 b.v.dat lastige verhaal over die fout keus, of die misser die toen is gemaakt, of die bijzondere ervaring die je nooit vergeten bent – nee: “wij willen het onze kinderen niet onthouden, wij zullen het aan het komende geslacht vertellen” – en dat ook niet met daarbij een ‘ vertel het maar niet verder, ik vertel het je in vertrouwen’. Soms is dat wijs maar vaker is wegstoppen niet zo goed. In de psalm is het: “zo zou het volgende geslacht ervan weten, en zij die nog geboren moeten worden, zouden het weer aan hun kinderen vertellen” – en dat niet om eigen verleden te verheerlijken of om die of die aan de kaak te stellen maar om des te meer op God te vertrouwen – en niet op mensen, die andere of jezelf – en Gods grote daden niet te vergeten, en ook om zich te richten naar zijn geboden – zoals die opa en oma, of juist anders dan die oom die fout was of….om niet weer in de fouten te vervallen die mede tot die vreselijke oorlog hebben geleid, om niet weer verschillen te laten uitgroeien tot een scheuring, om des te meer te willen leven van genade en het in alles van God alleen te verwachten.

“Wij zullen het onze kinderen niet onthouden, wij zullen aan het komend geslacht vertellen…” hoe is het dat ons, hoe doet u dat, en wat merken jullie ervan? Ik bedoel: wat vertelt u dan, wat geven we door, wat krijg je ervan mee, of niet?

In de psalm gaat het over de daden van God, de wonderen die Hij gedaan heeft. Heel concreet komen dan allerlei gebeurtenissen langs vanuit de geschiedenis. Maar als je dat goed leest en op je in laat werken, is het meer dan namen en feiten, gaat het om ingrijpende ervaringen van mensen, van zonde, straf, bekering, weer falen, over diep menselijke drama’s en over heel veel goddelijke liefde en geduld – en dan weer die vraag hoe dat is met ons, hoe u dat doet, wat jij daarvan meekrijgt. We zijn er niet met doorgeven van de Bijbelverhalen, wat echt overkomt is ons eigen verhaal: wat het geloof met ons doet,wat God deed in ons leven,wat wij meemaakten.

Ik denk ook voor wat de oudste generatie onder ons betreft: hoe u de oorlog bent door gekomen, wat is gebeurd met uzelf, uw ouders, wat de invloed ervan geweest is.Wat je steeds weer tegenkomt is dat veel vanuit die oorlog verzwegen is, weggestopt maar dat juist de laatste jaren elke weer verhalen naar boven komen, eindelijk – vaak verhelderend en helend – want steeds weer hoeveel impact die tijd gehad heeft. Alle reden om te praten, om juist wel te vertellen, ook wat pijn blijft doen en verdriet. Alle reden om een luisterend oor te zijn voor mooie verhalen en ook voor oud zeer.

Ja maar vooral – in de lijn van die leerzame en vooral dankbaar verwonderde psalm – om oor te hebben en oog voor wat God heeft gedaan en blijft doen, voor zijn onvoorstelbare trouw en geduld, zijn liefde en genade, bij alle vragen die er kunnen zijn en ook bij alle pijn en verdriet van lang geleden en van hier en nu . De psalm loopt uit op Gods keus voor David om namens hem Gods volk te leiden en te weiden.

Dan mogen wij in het licht van Pasen doordenken tot op Davids en Gods Zoon Jezus die als de grote goede Herder voorop gaat en alle macht heeft, ook over deze aarde.

Dus vergeet niet zijn verleden en zijn heden, en wees niet blind voor zijn toekomst. Want echte vrijheid en blijvende vrede en een hoopvolle toekomst zijn mogelijk geworden en zullen werkelijkheid worden dankzij Jezus die zijn bloed gaf en zijn leven opofferde voor ontelbaar velen en die wie Hem volgen het goede leven leert.

’Vrijheid geef je door’ is het meerjarenthema van dodenherdenking en bevrijding. Over doorgeven gaat ook Psalm 78 – en dat wordt terecht vaak toegepast op de opdracht om je kinderen, om de jongere generatie, door te geven en voor te leven wat God voor ons gedaan heeft en doet, en wat God van u en mij en jullie vraagt.

Dan gaat het over de echte en blijvende bevrijding – van zonde en van schuld en dan ook van de zonden van vroeger en nu, en de wonden die dat nalaat, tegen de hoge prijs van het bloed van Gods eigen Zoon Jezus – en de vrede die daardoor is verdiend: vrede met God die zelfs midden in ellende als ziekte, oorlog, dood, niet verstoord kan worden, en vrede in je eigen hart en met de mensen om je heen.

Ik denk aan die sterke taal van de apostel Paulus in het bekende Romeinen 8: “Wij horen bij Christus en Christus houdt van ons. Niets kan dat veranderen. Ook al moeten we lijden, ook al worden we vervolgd en bedreigd. Ook al hebben we honger, ook al zijn we arm, ook al is ons leven in gevaar……Hoe zwaar het ook wordt, we zullen alle moeilijkheden overwinnen. Want God houdt van ons” (Rom 8:35v. – BGT).

Dat heeft veel mensen in die moeilijke oorlogsjaren, zelfs in concentratiekampen en in de dodencel, moed gegeven; en het geeft kracht aan wie in onze tijd vervolgd worden; het kan helpen in tijden van ziekte en zelfs als de dood dichterbij komt.

Dat doorgeven is meer dan erover praten, het is vooral dat geloof voorleven,zodat je kinderen en kleinkinderen en anderen om je heen erdoor geraakt en er zelf door bemoedigd worden, en als God het geeft ook op Hem willen en gaan vertrouwen – en ook zo willen leven als ze van u of jou zien: leven als Jezus, in zijn vrijheid en vrede; als – zingt een lied – “een volk op weg gezet om vrede tegemoet te gaan: de toekomst die is aangezegd, moet doorverteld, verstaan, gedaan…..Wij struikelen en staan weer op: iedere dag een nieuw begin…..Wij gaan.”

amen

liturgie morgendienst

votum en groet

zingen: Ps. 124: 1,2,3

wet van de HEER Deut. 5

zingen: Gz. 11: 1,2,3 mel. Lied 288

gebed

Schriftlezing: Psalm 78: 1-22; 34-39; 67-72

zingen: Ps. 78: 1,2,9,20

verkondiging: Psalm 78: 1-8 dia 1

zingen: Lied 130: 1,3,4

gebed

collecte

zingen: Ps. 126: 1,2,3

zegen

amen: Gz. 37: 8

Psalm 42 ‘Heimwee en verlangen’

Preek over Psalm 42 ‘Heimwee en verlangen’

Zingen: Opwekking 281 ‘Als een hert dat verlangt naar water’

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet – amen

Zingen: God zal zorgen…. (lied n.a.v. coronacrisis, A.F. Troost)
melodie van ‘Wie maar de goede God laat zorgen’ (LvK 429)

1. Je jubelt: God zal voor mij zorgen
wanneer ik hulp van Hem verwacht!
Toch kun je bang zijn, bang voor morgen:
één lange, eindeloze nacht.
Geloof wat vast en zeker is:
licht overwint de duisternis!

2. Je dacht dat God zijn schapen leidde,
het hele leven één groot feest,
tot aan de einder groene weiden -
maar dan: een wond die niet geneest!
Al zal de Herder bij je zijn,
soms ga je door een diep ravijn.

3. Je meende: Christus is zo machtig,
één woord – het onweer zwijgt al stil.
Je dacht: mijn Vader is almachtig,
de wind gaat liggen als Hij wil.
Maar dan opnieuw: een donderslag,
chaos die niemand eerder zag.

4. Je fluistert toch dat God zal zorgen
ook als geen zon je tegenlacht?
Houd dat dan vast, want Hij zal morgen
doen wat geen mens meer had verwacht:
dan zal de aarde hemel zijn,
dan zal het eeuwig Pasen zijn!

Gods leefregels

Zingen:

Gebed

Bijbellezing: Psalmen 42 en 43

Zingen: Ps. 42: 1-6 Levensliederen

allen
1. Als een hulpeloze hinde,
die naar stromend water smacht,
zo verlang ik u te vinden,
u, mijn God, op wie ik wacht.
Ik verlang naar God, die leeft,
die mijn ziel te drinken geeft.
Wanneer zal ik hem ontmoeten,
zal Gods glimlach mij begroeten?

vrouwen
2. Alle nachten, alle dagen
eet ik niets dan tranenbrood,
want ik hoor hoe zij me vragen:
‘Is die God van jou soms dood?’
O, wat weet ik het nog goed
hoe ik meeliep in de stoet,
hoe we dansend bleven zingen,
juichend naar Gods woning gingen.

allen
3. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld –
dat je hem weer prijzen zult.
Ik kijk uit naar nieuwe tijden,
want mijn God zal mij bevrijden.

vrouwen
4. Ik ben uitgeput van binnen,
2. Ik ben uitgeput van binnen,
aangeslagen, opgebrand.
God, op U zet ik mijn zinnen,
in dit berg- en heuvelland.
Hoor hoe diep het water dreunt,
hoe mijn ziel daaronder kreunt.
Ik raak machteloos bedolven
onder al uw hoge golven.

mannen

5. God de HEER geeft zijn genade,
overdag – en ’s nachts een lied.
Bij mijn rots ga ik te rade:
‘Waarom komt en redt U niet?
Waarom laat U me alleen
met de vijand om me heen?”
Lachend laten ze me weten:
‘Is jouw God je soms vergeten?’

allen

6. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld –
dat je hem weer prijzen zult.
Ik kijk uit naar nieuwe tijden,
want mijn God zal mij bevrijden.

Preek ‘Heimwee en verlangen’

Gemeente van Christus,

Ik heb normaal gesproken niet zoveel met heimwee, met terugkijken en terug verlangen naar wat vroeger beter was, mooier, toen geluk nog gewoon was. Niet omdat je dan vaak heel selectief terugkijkt en vergeet wat juist minder was vroeger, lastiger, maar ook omdat het weinig oplevert want je leeft hier en nu. En vooral: als je gelooft dat God je leven leidt en God vandaag geeft wat vandaag nodig is, dan is de uitdaging om bij de dag te leven en ter harte te nemen wat Paulus van de Heer hoorde en moest leren toen een probleem waar hij mee worstelde niet werd opgelost en het niet werd zoals voor dat probleem: aan mijn genade heb je genoeg. Ja, en op oudejaarsavond van vorig jaar ging de preek erover dat we als mensen en zeker als christenen altijd onderweg zijn, en dat stilstaan en achterom verlangen niet past bij mensen die achter Jezus aan willen want Jezus gaat verder en zegt: volg Mij…en Jezus herinnert ook ergens aan wat ooit de vrouw van Lot overkwam toen zij niet kon loslaten en bleef staan en maar achterom bleef kijken..

Ja maar toch, er kunnen omstandigheden zijn dat heimwee en weemoed toeslaan. Als alles waar je aan gewend was en blij van werd, energie van kreeg, wegvalt. En dan zijn er genoeg voorbeelden op te sommen in deze tijd: van anderen en jezelf. Als je thuis moet blijven of op je kamer en al weken geen bezoek mocht krijgen, en je terugverlangt naar een kamer vol, naar kinderen die elke week even kwamen, naar je kleinkinderen of de thuishulp die elke week kwam, voor het werk en voor een praatje. Als er al weken geen kerkdienst meer is en verlangt naar weer samen zingen en elkaar ontmoeten; als je niet naar je geliefde in het verpleeghuis kan, en het blijft bij af en toe bellen, al of niet met beeld; als je bruiloft of verjaardag niet gevierd wordt.. Als je bloeiende bedrijf ineens plat ligt, je baan wegvalt, je winkel zoveel leger is…En zo zou ik nog wel even kunnen doorgaan, ieder heeft zo eigen voorbeelden van wat in deze lastige maanden zo anders is, zoveel saaier, zoveel eenzamer – naast gelukkig ook allerlei mooie initiatieven en voorbeelden van aandacht, hulp, zorg….
Dan zie je beelden langskomen van niet eens zo lang geleden en het doet pijn: een koningsdag met volle straten, de Dam vol mensen op 4 mei, een kerk vol zingende mensen, een gezellig stadscentrum op zaterdagmiddag, een kamer vol visite…was het maar weer zoals toen en toen – de koning zei het treffend vanuit zijn huiskamer met koningsdag: ik hoop dat dit de allerlaatste koningsdag thuis zal zijn….en vene later kwamen de beelden van vorige Koningsdagen…toen was het nog echt feest… Het is heimwee maar vooral daar door heen verlangen: naar weer betere tijden.
Waarmee we helemaal in de psalm zitten die we lazen en die onze aandacht vraagt. Een psalm met veel tranen, lijden onder de spot van vijanden, eenzaamheid, vol heimwee naar wat vroeger zo gewoon en zo mooi was en nu zo ver weg lijkt, maar ook een lied van verlangen: naar God, naar nieuwe tijden; een lied ook vol hoop. Zoals bij meer psalmen roept het veel herkenning op en tegelijk zit er aansporing in om jezelf aan te pakken en niet bij de pakken neer te blijven zitten, als een refrein dat drie keer terugkomt: twee keer in Psalm 42,en als slotakkoord in Psalm 43: “Waarom, ziel, zo aangeslagen, waarom bang en rusteloos? Hoop op God, stel Hem je vragen. Wees niet langer lusteloos. Want de dag komt – heb geduld – dat je Hem weer prijzen zult. Ik kijk uit naar nieuwe tijden, want mijn God zal mij bevrijden.”

Ik las: “Dat refrein is een pareltje: de dichter heeft het zwaar, maar hij roept zichzelf tot de orde en komt zelfs tot een dankzegging. Dat doet hij drie keer, want zo vaak is nodig om tot rust en vertrouwen te komen.” Je moet het dus steeds weer tegen jezelf zeggen en van anderen – van God en mensen – horen, en steeds weer zingen. Dat is een boodschap die ik zelf hard nodig heb, en die ik u en jou wil meegeven, niet als een makkelijke oplossing alsof dan de tranen weg zijn en de slapeloze nachten, alsof er dan snel toch weer bezoek kan komen of een baan op je ligt te wachten, alsof dan de kerken weer vol zitten binnenkort en er goede medicijnen zijn en een vaccin, ook niet om je kop in het zand te steken – wat in geneigd ben te doen zo af en toe – en vooral goed nieuws te willen horen en je daaraan vast te klampen – wat ik soms doe. Maar vooral om naar boven te kijken, waar God is die heeft bewezen een redder te zijn, op zijn tijd en zijn manier; aan wie je je vragen mag blijven stellen en voor wie je niet je groter en stoerder hoeft voor te doen dan je bent, bij wie je altijd terecht kunt en op wie je altijd een beroep mag doen: “vestig je hoop op God, mijn God die me ziet….en me redt”. Houdt dat vast, tegen de klippen op, en kijk uit naar nieuwe tijden!

Weer terug die psalm induiken helpt daarbij: we staan er niet alleen voor en gevoelens van heimwee en verlangen, van hopen tegen alles in, zijn van alle tijden. Van de dichter van dit lied en de situatie waarin het lied ontstaan is, weten we weinig. De Korachieten die in deze en volgende psalmen vermeld worden, waren Levieten die in de tijd van Salomo – toen de eerste tempel werd gebouwd – vooral belast met bewakingstaken (ze worden ‘poortwachters’ genoemd) maar werden later net als de nazaten van mannen als Asaf, Heman en Jeduthun – ingeschakeld als tempelkoor. In 2 Kronieken 20: 19 staat daarvoor een aanwijzing: “En de Levieten uit de familie van Korach (…..)zongen staande met luide stem de lof van de HEER, de God van Israël”. Dat was heel veel jaren na de tijd van Salomo, tijdens koning Josafat. Ëen kunstig lied van de Korachieten zal wel betekenen: bestemd voor het tempelkoor.

Het bijzondere van deze psalm is dat het lied heel persoonlijk wordt: een ik-psalm. Wat trouwens van heel veel psalmen geldt, zeker ook de vele met de naam David. En dat is mooi want bij God telt elk mens, is niemand een nummer, en is elk leven en elk levensverhaal de moeite waard, ook om voorgoed een plek te krijgen in de Bijbel en in het zangboek van de kerk van alle tijden, herkenbaar door mensen nu en later. En als je dan zo’n lied leest of hoort voorlezen of meezingt, kun je er je eigen leven met verdriet en pijn, heimwee en verlangen, wanhoop en hoop, en blijdschap in terugvinden en mee uitzingen, voor jezelf of samen, thuis of in een volle kerk……

Nou, dat laatste, die volle kerk, die er al even niet is voor ons, miste de dichter ook: “Weemoed vervult mijn ziel nu ik mij herinner hoe ik meeliep in een dichte stoet en optrok naar het huis van God – een feestende menigte, juichend en lovend.” Een herinnering aan lang geleden en ver weg en dat doet best pijn want waarom…Een dichter brengt het zo onder woorden: “Hoe ruimschoots liet Gij U vinden, met z’n allen trokken we zingend op naar uw huis! Maar nu – ik herken u niet meer. Andere wereld, onbereikbaar. Reikhalzend zie ik naar U uit, zal ik het nog beleven? “. Uit het vervolg leren we wie zo klaagt kennen als een vluchteling, een balling, iemand die door waarschijnlijk oorlogsgeweld of een opstand niet kan reizen en niet naar de tempel kan: ‘Mijn ziel is bedroefd, daarom denk ik aan U, hier in het land van de Jordaan, bij de Hermon, op de top van de Misar”. Dat was ver in het noorden, ver van Jeruzalem waar de tempel stond, waar God woonde, en het volk samen was. Naar vandaag vertaald: alleen in het ziekenhuis of in het verpleeghuis, of thuis met weinig of geen bezoek, in quarantaine of ver weg in een ander land met dichte grenzen… in de hoop dat je terug mag maar wanneer en hoe is het met je familie? Ja, en wanneer kun je die anderen van je kerk weer ontmoeten, en weer samen zingen en koffie drinken na de dienst, wanneer weer kring of bijbelclub, wanneer kan je kind worden gedoopt of opgedragen, mag je belijdenis doen, vieren we weer avondmaal? Ja, en bedenk wel hoe anders en nog veel moeilijker die Israëliet in ballingschap het gehad zal hebben, zonder smartphone, zonder skype of videobellen, zonder tempeldiensten online, en met familie en vrienden ver weg, en vijanden op de loer en de spot van die vijanden nog in zijn oren: hé, waar is jouw God dan, die jou toch helpt…..dat maakt het allemaal nog erger want is dat niet zo: God, waar bent U nou? Dan huilt je hart en komen de tranen: “Tranen zijn mijn brood, bij dag en bij nacht…mij gaat door merg en been de hoon van mijn belagers, want ze zeggen heel de dag: ‘Waar is dan je God?’ …..Dan blijft niets anders over dan een schreeuw naar omhoog, een gebed uit de diepte en van ver naar waar God toch is: “Waarom komt en redt U niet? Waarom laat u mij alleen met de vijand om mij heen?” Heer waarom vergeet U mij, waarom ga ik gehuld in het zwart, door de vijand geplaagd?” Maar is God niet ook je tegenstander: ‘Al uw golven slaan zwaar over mij heen”. Ik verdrink!

Er zit in deze psalm een enorme spanning: in de dichter zelf, en tussen hem en God. Aan de ene kant is er dat heimwee naar hoe goed het was, en de frustratie over hoe anders het allemaal geworden is, en vragen die hem naar de strot vliegen over wat die betekent en waarom het zo gaat en vijanden dit hem aandoen en God blijkbaar dat toelaat en niet ingrijpt: Heer, ‘Waarom komt en redt U niet? Waarom laat U me alleen met de vijanden om me heen” en dat terwijl ik zo naar uw nabijheid verlang. Ja, want dat trilt door alles heen, daar begint het mee en daar loopt het op uit: “Ik verlang naar God, die leeft, die mijn ziel te drinken geeft. Wanneer zal ik hem ontmoeten, zal Gods glimlach mij begroeten?…en Want de dag komt – heb geduld –dat je hem weer prijzen zult. Ik kijk uit naar nieuwe tijden, want mijn God zal mij bevrijden… met nog sterker Psalm 43: “Heer, zend uw licht, laat mij ervaren dat U mij naar uw woning leidt. Wanneer ik kom bij uw altaren, zal ik U prijzen bij de snaren”. Dat is de ene kant: verlangen dat nog niet vervuld wordt, afstand, God die zwijgt…en aan de andere kant een toch sterk en ongeschokt vertrouwen dat God er is als de levende God en dat God hem niet is vergeten en hem zal redden, wat hij keer of keer tegen zichzelf zegt, en ons tegen onszelf laat zeggen: vestig je hoop op God, blijft dat ondanks alles en tegen alles in – ook tegen die vijanden in – doen: hoop op God en stel Hem je vragen – loop dus niet bij Hem weg maar schreeuw het uit naar Hem- want ik weet zeker dat ik eens Hem weer zal loven, samen met anderen, in zijn tempel, in zijn kerk, mijn God – dat blijft zo – mijn God die mij ziet en mij redt.

Boven de preek heb ik gezet dat het in deze psalm gaat om heimwee en verlangen, maar eigenlijk mist dan waar het gelukkig op uit mag lopen, en dat is de hoop, die de dichter zichzelf en ons wil meegeven: vestig je hoop op God, eens zal ik Hem weer loven…en dat is daarna heel veel eeuwenlang gebeurd, tot vandaag aan toe, ook met de woorden van deze psalm en andere psalmen en liederen, wereldwijd zelfs. Hoe het verder de eerste maker van dit lied vergaan is weten we niet, of hij ooit weer in de tempel is geweest, wie zal het zeggen, eigenlijk denk ik van wel, en gelukkig is ook dit lied vanuit de verte en de diepte van veel ellende en tranen bewaard gebleven en met al die andere liederen van Israël meegegaan de eeuwen door. Als een levensecht lied van heimwee en tranen, verlangen naar beter en vooral naar de nabijheid van God: “wanneer mag ik nader komen en Gods gelaat aanschouwen?”, en als een lied dat de hoop levend houdt en ons in onze zorgen hoop wil geven.
Ja, en dan mogen wij dat lied zingen als mensen die Jezus kennen en willen volgen. Jezus die meer dan wie ook ons Gods gezicht laat zien en zijn vriendelijke ogen, en die daarvoor nog meer dan de dichter van Psalm 42 er diep onderdoor is gegaan, tot aan het kruis en tot in de dood, tegen wie ook is geschreeuwd: waar is nou jouw God? En die zelf God heeft geroepen: “ Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij, en blijft zover, terwijl ik tot U schrei, en redt mij niet naar gaat aan mij voorbij? Hoe blijft Gij zwijgen?”. Dat is een schreeuw uit de diepte naar God heel hoog en ver weg met woorden van David in Psalm 22; het hadden ook kreten uit Psalm 42 kunnen zijn: “Waarom komt en redt U niet? Waarom laat U mij alleen met de vijand om me heen?”. En weer in Psalm 43: ‘Waarom laat U mij zolang lijden door mensen die bedrog verspreiden. Waarom heb ik het zo benauwd en word ik uitgejouwd?”. Heftig! Het komt heftiger dan ooit op Jezus af, daar aan het kruis, bespot, verlaten, alleen. Maar ook Jezus bleef zich vastklampen aan God, God zijn vragen stellen: waarom? En hij bleef roepen tot God en hopen op God: mijn God die mij ziet en mij zal redden. We mogen geloven en we vieren het elke zondag, op afstand van elkaar maar toch verbonden met elkaar en met zoveel anderen wereldwijd, en samen met onze God: God heeft zijn Zoon gered en door Hem redt Hij ons; Hij gaf en geeft nieuwe tijden.

In de berijming van psalm 42 zoals we die gezongen hebben, zit een oproep aan onszelf en elkaar: “Wees niet langer lusteloos. Want de dag komt – heb geduld –
dat je hem weer prijzen zult”. Dat prijzen van God hoeft natuurlijk niet te wachten, dat kun jij en kan ik elke dag doen, op jezelf of in kleine kring, maar de dichter van dit lied bedoelde natuurlijk dat hij ernaar uitkeek dat weer samen te doen, in Gods tempel. En wij kijken ernaar uit – ik wel in elk geval – dat er weer kerkdiensten zijn om God en elkaar te ontmoeten, samen te luisteren en te zingen en te bidden; en dat er een eind gaat komen aan afstand houden van elkaar en niet op bezoek bij elkaar – en dan is geduld best lastig vind ik zelf, en onzekerheid, want we willen zo graag…en wanneer dan, en wat als het allemaal nog veel langer duurt…..wat doet dat met je?

Paulus die daar ook ervaring mee had, zet ons met beide benen op de grond en spreekt ons tegelijk moed in, als hij in Romeinen 8 het heeft over een schepping in nood die reikhalzend uitkijkt naar de beloofde nieuwe tijd van vrede en herstel en dan erop wijst dat hopen op iets met zich meebrengt dat waarop we je hoopt er nog niet is: ‘Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden”. Houdt vol, horen we ook elke keer vanuit de regering, en dan zucht ik in mezelf: hoelang moet dat dan nog? Maar dan lees ik door bij Paulus: “De Geest helpt ons in onze zwakheid…de Geest pleit voor ons met woordloze zuchten.” Ja, en Jezus weet het ook en komt voor ons op…volhouden dus maar met geloven en hopen…en met zingen: ‘Wees niet langer lusteloos, Want de dag komt – heb geduld – dat je – samen – Hem weer prijzen zult. Ik kijk uit naar nieuwe tijden – jij ook? – want onze God zal ons bevrijden!’

amen

Zingen: Ps. 43: 2,3 DNP
2. Heer, zend uw licht, laat mij ervaren
dat U mij naar uw woning leidt.
Wanneer ik kom bij uw altaren,
zal ik U prijzen bij de snaren.
Dan uit ik al mijn dankbaarheid,
omdat U mij bevrijdt.
3. Mijn ziel, waarom zo neergebogen?
Waarom onrustig, vol verdriet?
Hoop op de Heer, houd Hem voor ogen.
Hij zal je eenmaal weer verhogen.
Ik zal Hem eren met een lied,
mijn redder die mij ziet.

Gebed

Collecte

Zingen: Lied 416: 1-4 ‘Ga met God’

Zegen

Amen:

Ezra 3: 10-13: Bouwen met gemengde gevoelens

Liturgie middagdienst zondag 19 november 2017
Welkom
Zingen: Ps. 65: 1,2 Levensliederen
1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
U zult van ons de dank ontvangen
die U is toegezegd.
U hoort wat mensen aan u vragen,
bij U komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat U ons vergeeft.
2. Gelukkig wie U wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij U thuis.
U antwoordt machtig en rechtvaardig,
U redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.
Moment van stilte en gebed
Belijdenis van afhankelijkheid en begroeting

Zingen: NLB 377: 1,2,3 ‘Zoals ik ben, kom ik nabij’
Avondmaalsformulier 4
‘instelling t/m nodiging en terugwijzing’
Zingen: NLB 377: 4,5
‘opwekking/viering/dankzegging (2)’
Zingen: NLB 377: 6,7

Bijbellezing: Ezra 3
Zingen: Ps. 56: 3,4 GK ‘Mijn ballingschap hebt U te boek gesteld’

Verkondiging over m.n. Ezra 3:10-13 ‘Bouwen met gemengde gevoelens’
Zingen: Ps. 118: 1,8,10 ‘Laat ieder ’s HEREN goedheid loven’

Geloofsbelijdenis
Zingen: Ps. 117 ‘Looft, alle volken, looft de HEER

Gebed

Collecte
Zingen: Ps. 89: 1,7 ‘Ik zal zo lang ik leef bezingen in mijn lied

Zegen
Amen: Psalm 89 laatste regel
——————————————————————————————————
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
Het jaar van herdenken van 500 jaar Reformatie en van Luther is weer voorbij.
Dat jaar dat tussen 31 oktober 2016 en 31 oktober 2017 vol was met allerlei
vieringen, nieuwe boeken, exposities, TV-programma’s en discussies.
Waarbij regelmatig de vraag aan de orde kwam of je zoiets wel kunt vieren of alleen maar moet herdenken, want kun je wel vieren wat toch ook een kerkscheuring was?
Zeker: de Reformatie heeft gebroken met misstanden, gaf aan gewone mensen de Bijbel terug in hun eigen taal, en bracht in veel opzichten geloof en nieuw élan; maar we zijn ook aspecten van geloven en vieren kwijtgeraakt, er is heel wat afgevochten. Er is ook veel cultureel erfgoed kapotgeslagen (denk aan de beeldenstorm), en in plaats van de ene kerk in stad of dorp zijn er de eeuwen door veel breuken geslagen.
dia 2
Er is daarom best wel reden om te vieren en dankbaar te zijn voor wat God in en door die reformatie=her-vorming, gebracht heeft, maar daar past tegelijk schaamte bij over menselijk falen, over veel ‘vlees en wereld’, en verdriet over gebrokenheid.
Het is daarom goed dat er gesprekken en ontmoetingen zijn met evangelischen en katholieken, niet om meteen maar alles bij elkaar te zetten maar om elkaar te willen begrijpen en te kijken waar het mogelijk is elkaar te versterken en samen te werken.
Ook dan gaat het samen: blij zijn met wat bindt en verdriet over wat verdeeldheid bracht en misschien nog gescheiden houdt – en het is ook goed om de ruimte te geven aan soms tegenstrijdige emoties: van wie blij zijn met meer toenadering en van wie dat met angst en beven tegemoet zien want wat raken we zo juist kwijt…
Zaterdag een week geleden was er een landelijke vergadering van GKV en NGK
om samen het besluit te vieren om tot eenheid te komen, maar ook om samen schuld te belijden en zich te verootmoedigen over de vijftig jaar geleden geslagen breuk, en samen avondmaal te vieren. De krant meldde: “Op de avondmaalstafel stond een verzegelde stenen kruik. Daarin ‘dingen van moeite en pijn’ over de kerkelijke breuk die ‘niet meer goedgemaakt kunnen worden’. “ dia 3 Een mooi symbool die kruik, met verwijzing naar Psalm 56 over onze trane die God in zijn kruik bewaard – als het maar niet een doofpot is, en als dat nog kan, concreet schuld beleden wordt en oud zeer benoemd, en – wat gelukkig hier en daar gebeurt – onrecht hersteld wordt.

Ja, en dan heel wat dichterbij: wat komt er op ons af vanmiddag, op u en op mij.
Het is voor mij de laatste kerkdienst en het laatste avondmaal in dit gebouw, na meer
dan elf jaar, misschien is het binnenkort wel voor het laatst dat in het gebouw kerk-
diensten gehouden worden, na 1 januari moet beslist worden hoe het verder gaat.
Voor de een zal dat een eindelijk zijn want het had toch geen toekomst meer,maar bij anderen geeft het pijn en verdriet, want het was zoveel jaren een vertrouwde plek en ooit is ook deze kerk met liefde opgebouwd, en waarom moet dat nu stoppen? weer anderen zegt het weinig want ze waren hier nooit lid en voelden zich alleen te gast.
Nou, dat alles gaat ook mee als 1 januari de samenvoeging echt een feit zal zijn, en
dan de een blij en opgelucht die nieuwe start begroet en de ander pijn blijft voelen.
En er ook de pijn is van het vertrek van hem of haar met wie je lang samen op liep.

We hebben al lezend bij dat herbouwproject gestaan van een nieuwe tempel in Jeruzalem, nadat meer dan zeventig jaar eerder de oude tempel in puin was geschoten en in vlammen was opgegaan,dia 4 en er dus al die jaren ook geen offers meer waren gebracht…en veel mensen die er toen werkten en hun offers kwamen brengen weggevoerd waren naar het land van de bezetter en in dat vreemde land waren gestorven – en veel kinderen en kleinkinderen daar waren achtergebleven.
De Joden die teruggekomen waren vormden maar een fractie van de bevolking die ooit in Jeruzalem had gewoond of vanuit de rest van het land gekomen waren.
Toch lazen we dat er ook priesters en levieten en vroegere leiders van het volk, en andere ouderen, aanwezig waren bij het leggen van de fundamenten van de nieuwe tempel, die de oude tempel nog hadden meegemaakt en door wie heel veel heenging aan emoties: ze “huilden luid toen voor hun ogen de fundamenten van de tempel werden gelegd” – en dat terwijl veel anderen stonden te juichen en te zingen.
Het was, hoe dan ook, bouwen met gemengde gevoelens.

dia 5 Bouwen met gemengde gevoelens
1. bouw maar mee
2. deel je emoties
3. roem in Gods trouw

dia 6 1. bouw maar mee

Misschien is het u ook opgevallen toen we met elkaar Ezra 3 gelezen hebben: er was bij alle verschil in beleving en gemengde gevoelens vooral eensgezindheid.
Het verhaal dat dit hoofdstuk wil vertellen begint ermee: “toen de Israëlieten zich in hun steden hadden gevestigd, verzamelde het voltallige volk zich in Jeruzalem.”
Bedenk er wel bij dat het gaat om dat deel van het volk dat teruggekomen was.
In hoofdstuk 2 worden de namen genoemd en de aantallen: zo’n 50.000 mensen.
Daaronder zo’n 5000 priesters en maar 74 Levieten – de rest was nog in Babel.
50000 mensen lijkt een heleboel maar het was maar een rest, en ook dat zal pijn en verdriet opgeleverd hebben: maar zij zijn er niet bij, ze wilden niet mee;vroeger was hij er ook maar hij is ver weg begraven, en waarom liet de familie mij alleen gaan?
Herkenbaar, toch, dat je mist wie er niet meer zijn of die een andere keus maken?
Dat je blij bent met een nieuwe start maar ook moeite hebt met wat uiteenvallen lijkt?

Kijk, maar dan zit dat verhaal van Ezra 3 vol met mooie en leerzame handreikingen.
Zoals dat die teruggekomen ballingen ondanks al die verschillende levensverhalen en gemengde gevoelens bij elkaar waren gekomen, en eerst het altaar herstelden.
Het altaar is het verzamelpunt, de plek waar verzoening en vergeving te krijgen is.
Je kan de lijn van dat altaar van toen doortrekken naar het avondmaal van vandaag.
Want we hebben gevierd dat Jezus als Gods Zoon en onze Verlosser zichzelf heeft geofferd om te betalen voor onze schuld en verzoening te bewerken met God, en zo ook mensen aan elkaar te verbinden en met elkaar te verzoenen en te verenigen.
Ik las: “Bij het altaar komt het volk samen met God rondom het offer. “ dia 7
En: “Als het altaar of ‘de tafel van de Heer’ weer centraal komt te staan in Gods volk, wordt daardoor eenheid beleefd.” Er staat ook nog bij in vers 3 dat ze dat altaar bouwden op de oude fundamenten, en dat ze bij alles zich lieten leiden door de wetsregels die vastgelegd waren in de tijd van Mozes en door de aanwijzingen van koning David.

Terug dus naar de basis. Iemand schrijft erover: “Gewoonten en overleveringen zijn verloren gegaan, ze zijn achtergebleven in Babel. Hun blijft niets anders over dan het Woord. In hun toestand krijgt het Woord alle kracht.” Je zou ook hier lijnen kunnen doortrekken naar de nieuwtestamentische tijd en ook naar onze omstandigheden.
Het valt op dat nog voor zelfs maar de eerste steen is gelegd voor de nieuwe tempel er al offers gebracht worden en ze ook de feesten gingen vieren – blijkbaar is dat niet aan een gebouw gebonden, zoals ze trouwens ook ver weg in Babel God vereerden.
Later horen we de Heer Jezus tegen die vrouw uit Samaria die vroeg wat de juiste plek was om God te aanbidden, als antwoord kreeg: “Geloof me, er komt een nieuwe tijd. Dan wordt God niet meer vereerd op de berg Gerizim of in de tempel van Jeruzalem. In die tijd, die nu al begonnen is, vereren de ware gelovigen God niet meer op één speciale plaats. Want dankzij de heilige Geest kennen zij God, de Vader echt. Daardoor kunnen zij de Vader vereren op een nieuwe manier, zoals Hij het wil. “ (Joh. 4: 22-23). En Jezus zei ook dat waar twee of drie gelovigen bij elkaar zijn, Hij er ook bij is (Matt. 18: 20). In lijn daarmee belijden we als kerken dat de kerk niet gebonden is aan bepaalde personen of een bepaalde plaats, maar verbreid en
verstrooid over de hele wereld maar door de Heilige Geest en door geloof toch één.
Zo staat dat in de Ned. Geloofsbelijdenis artikel 27, over wat de kerk is en blijft.

Ik denk: we kunnen daar lessen uit trekken en ook bemoediging voor ons vandaag.
Terecht maken we werk van het zoeken van eenheid met medegelovigen en na jaren van gesprekken en ontmoetingen en dingen samen doen, en ook de conclusie dat we elkaar nodig hebben en kunnen versterken, ervoor gekozen samen te gaan, en
we hopen en bidden dat we daar de zegen van de Heer voor mogen ervaren – maar tegelijk maken me mee dat vanuit beide gemeentes broers en zussen van ons voor een ander kerkelijk onderdak kiezen: HartvoorHeerhugowaard, GKV Alkmaar, VEG.
Soms kan dat op vbeel begrip rekenen, soms hebben wie achterblijven daar verdriet over of zijn er zelfs boos om – ik heb ook wel momenten gehad en nog wel – laat ik het maar eerlijk verwoorden – van me in de steek gelaten voelen, waarom nou zo?

Maar steeds houd ik mezelf voor – en bind ik vanmiddag ook jullie op het hart – dat de diepste eenheid te vinden is bij dat altaar, en dat altaar is Jezus, Zijn offer. Dat is basis en uitgangspunt om samen binnen een nieuwe gemeente met elkaar aan de slag te gaan, ook als je verschillen ervaart en hoe je dingen doet en gewend bent.
Misschien goed om te proberen dat allemaal even te parkeren om goed naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren, en dan te kijken wat goed werkt of beter kan, en ook te leren accepteren dat verschillen niet erg zijn maar juist een verrijking – dia 8. Het helpt om elkaar scherp te houden en met andere ogen te kijken en met andere oren te luisteren – als het maar liefdevolle ogen en oren zijn vanuit een liefdevol hart.
Ja, en dan is het ook minder moeilijk en pijnlijk als anderen op een andere plek ook op hetzelfde fundament Christus meebouwen aan zijn kerk – want samen in de naam van Jezus bidden we, zoeken we naar zijn plan, en samen leven we dan tot zijn eer.

dia 9 2. deel je emoties

Ongeveer een half jaar later was het zover: start van de bouw van de nieuwe tempel, nadat van alles was geregeld en taken waren verdeeld en het toezicht was geregeld.
Het werd, zoals vaker als voor een kerk of ander belangrijk gebouw zeg maar de eerste steen wordt gelegd, een plechtige en feestelijke massale happening: de priesters in hun officiële tenue, een compleet muziekcorps met trompetten en cimbalen, en een priesterkoor dat de oude lofliederen zong, met als overbekend refrein het ‘de HEER is goed, eeuwig duurt zijn trouw. Hallelujah!’ .Het werd een massale samenzang: heel het volk begon te juichen en God te prijzen. dia 10.
Wat een feest na zoveel ellende van zoveel jaren van ballingschap en de stad in puin en de tempel van de HEER een ruïne en geen offers en geen zang en muziek meer.
Ik denk dat al die mensen op die belangrijke dag daar blij en dankbaar om waren.

Ja maar, waarom dan ook dat gehuil, die tranen, en dat openlijk en hoorbaar, zo zelfs dat het is blijven hangen in het geheugen, ook van wie het later opschreef…?
Er staat dat het vooral de ouderen waren die de eerste tempel nog hadden gezien.
Sommige uitleggers stellen dat er heel wat door die mensen heenging als ze terug-dachten aan wat er allemaal was gebeurd: de tempel verwoest, en de ballingschap.
Maar dan zouden die tranen vooral vreugdetranen zijn: het komt toch weer goed!
Een andere uitleg ligt meer voor de hand: verdriet dat het niet meer wordt als vroeger, dat die prachtige tempel van Salomo verwoest is en dat er nu wel weer een tempel gebouwd gaat worden maar dat die heel wat minder wordt dan die eerste.
Dat kun je ook halen uit wat een tijdgenoot schrijft, de profeet Haggai, als hij
verwoordt en namens God beantwoordt wat een deel van zijn volk dacht en zei, lees Hagg.2: 3-5: “De machtige Heer zegt: ‘Wie van jullie heeft nog gezien hoe mooi deze tempel vroeger was? Nu ziet hij er wel anders uit! Jullie denken zeker dat hij nooit meer zo mooi kan worden als vroeger? Maar jullie moeten volhouden….Ga door met het werk, want Ik, de machtige Heer, zal jullie helpen. Dat heb Ik beloofd, toen jullie voorouders weggingen uit Egypte. Wees niet bang, want Ik zal altijd bij jullie zijn.”

Ja, en ze moeten niet met heimwee terugkijken naar hoe het ooit was – met alle gevaar dat je alleen wat mooi was je herinnert en alle zonden en ellende ver weg stopt, ze mogen vol vertrouwen en hoopvol de toekomst tegemoet zien, want God is goed: dia 11“Deze tempel zal heel mooi worden, nog mooier dan vroeger. En Ik zal zorgen dat jullie hier in vrede kunnen leven. Dit zegt de machtige Heer.” (Hagg.2:9)

Het is goed die beloften van de Heer mee te nemen, ook op de weg die God gaat met ons, met u en jou en mij, en ons als twee gemeentes en straks één gemeente:”
“Wees niet bang, want Ik zal altijd bij jullie zijn…En Ik zal jullie mijn vrede geven.” En dan is het ook niet erg als je emoties – welke dan ook – toont en deelt met elkaar.
Het was er allemaal en door elkaar heen toen ze de tempel aan het bouwen waren: sommigen hadden tranen in de ogen en stonden erbij te huilen, anderen juichten.

Er zal wel iets van aan zijn dat vooral de ouderen het lastig en moeilijk vonden en dat de jongeren die die oude tempel nooit gezien hadden en die waren geboren en opgegroeid is het verre Babel vooral blij waren over een nieuw begin dia 12 maar
er kunnen veel redenen zijn voor gemengde gevoelens, en soms ligt het bij jezelf dwars door elkaar, gaat het op en neer, en kun je het niet eens verklaren voor jezelf.
Maar dan is mooi en een hele steun als mensen om je heen jouw gevoelens serieus nemen en niet erover heen walsen, zo van: waar doe je moeilijk over…of: zit je daar nog mee, of: zo gaat het nou eenmaal – en verzin zelf maar wat vaak gezegd wordt.

We worden in de Bijbel opgeroepen om naast elkaar te staan en met elkaar mee te leven, en mee te denken, of het nou gaat om persoonlijke dingen als ziekte, zorgen, verlies, of juist blije gebeurtenissen – of dat er zoiets speelt als veranderingen in en met de kerk, en jouw plek daarin, of keuzes waar anderen je hard om vallen – juist binnen de kerk en als christenen samen mogen al die emoties een plek hebben, zoals we dat leren van Paulus in Romeinen 12:”Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf…Bekommer u om de noden van de heiligen (=van je medegelovigen) en wees gastvrij (=sta open voor elkaar, voor de ander die anders is en denkt en voelt en reageert dan jijzelf).…
dia 13 Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft.”

Als je je gevoelens durft tonen en je emoties met elkaar kunt delen, groeit er echte verbondenheid, kan het zelfs vriendschap worden, en wordt het ook makkelijker om je bij elkaar thuis te voelen; kan een nieuwe gemeente een nieuw thuis gaan worden.
Bouw maar mee, bouw elkaar op, het gaat niet om stenen en ook niet om regels,
het gaat om onszelf, om u en jou, en vooral: het gaat om de Heer, tot zijn eer.

dia 14 3. Roem in Gods trouw

Wat blijft hangen na het lezen van Ezra 3 is dat de lof voor God het toch wint.
Het laatste vers laat dat doorklinken: “Juichen en huilen waren niet meer te onderscheiden” – wat aangeeft dat het een samen is en dat al die uiteenlopende emoties er mogen zijn en gehoord mogen worden en dat dat juichen en huilen, die blijdschap en die tranen, niet een wanklank veroorzaken maar in harmonie zijn – en het eindigt zo: “het gejubel was zo sterk dat het op grote afstand te horen was”.
En dat gejubel was om God te eren, lees nog maar vers 11: heel het volk (!) begon luid te juichen en de HEER te prijzen, omdat de fundamenten van de tempel van de HEER werden gelegd – daarin waren ze een, al was het ook door tranen heen.
Want hoe dan ook: “de HEER is goed, eeuwig duurt zijn trouw aan Israël”
En aan ons!

Dat mogen we vieren, hebben we vandaag weer gevierd, en dat samen, toch?
Samen ook – door geloof verbonden – met zovele anderen dichtbij en verder weg.
En dat wint het als het goed is van zoveel dat lastig kan zijn en ons dwars kan zitten, Gods trouw geeft ons moed en hoop, en ook energie om samen verder te bouwen.

Ja en neem dan ook maar mee hoe dat toen ging: met uitbundige muziek en zang, zeg maar een hele band, met trompetten en cimbalen – wie heeft het over herrie?-
en juichen mag blijkbaar ook van God en in de handen klappen komt ook in de psalmen voor, zoals af en toe met een kinderlied gebeurt – ja en waarom moeilijk doen als er iets te lachen valt in de kerk, en voor tranen hoeft niemand zich te schamen – als je in de kerk je emoties niet mag delen, waar kan dat dan wel?

Kort en goed: laten we maar samen gaan of blijven bouwen, en laat wat je er mooi of moeilijk aan vindt, wat je als blokkade ervaart of juist als een nieuwe uitdaging, maar allemaal meedoen: bouw mee, deel je emoties, en vooral: roem in God.

Neem vooral mee zoals we begonnen vanmiddag, en elke zondag beginnen:
“Onze hulp is de naam van de HEER, eeuwig duurt zijn trouw, Hij laat het werk van zijn handen niet los”. dia 15
En vertrouw er maar op: waar God zijn hand in heeft, dat is geen half werk.
Hij houdt ons in leven, vierden we vandaag. Daar kunnen we mee verder, altijd.
Zijn trouw duurt eeuwig. Kijk naar Jezus en ervaar het zelf.
Ga maar mee met Hem, samen!

amen