Romeinen 1: 7b ‘Ik wens jou…’ (Nationale Bijbelzondag 2019)

Liturgie morgendienst van 27 oktober 2019 CGKV Broek op Langedijk
Thema: ‘Ik wens jou…’ – Bijbelzondag 2019
Welkom
Zingen: Opwekking 797 ‘U roept ons samen als kerk van de Heer’
Moment van stilte en persoonlijk gebed
Votum en groet (Sela/ Hemelhoog 495)
gemeente gaat zitten
Zingen: Gz. 163: 1,2,3 (NGK) ‘Dit huis, een herberg onderweg’ (=ZG 213)
Dit huis, een herberg onderweg voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden, een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt, weet hoe Gods liefde harten heelt.
Dit huis, waarin een gastheer is wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven: een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad struikelt en langer niet wil leven –
plaats tegen de neerslachtigheid, een pleister van barmhartigheid.
Dit huis, met liefde opgebouwd, dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase; hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht, hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend al wie binnengaat en hier zijn lasten liggen laat.

Gods leefregels – Romeinen 12: 9-21
Zingen: Gz 316: 1,4 ‘Het woord dat u ten leven riep’ (NLB=LvdK 7: 1,4)
Gebed
Kinderlied:
Kinderen naar kindernevendienst
Bijbellezing: Romeinen 1: 1-17 en 16: 19-20 BGT
Zingen: Gz 966: 1,3,5 ‘Het heil des hemels werd ons deel’ (NLB=LvdK 344)
Zingen: Opwekking 710 ‘Zegen mij’
Gebed
Inzameling van de gaven – Opwekking 503 ‘Overvloedig geef Ik u’ (=NLB 428)
De kinderen komen terug in de kerk
Zingen: Gz. 423: 1,2,3 ‘Nu wij uiteengaan vragen wij God’

Zegen (Numeri 6: 24-26)
Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.’ (NBV)
‘Ik wens jullie toe dat de Heer met jullie zal zijn en jullie zal beschermen.
Dat Hij goed voor jullie zal zijn en voor jullie zal zorgen.
Dat Hij over jullie zal waken en jullie vrede zal geven.’ (BasisBijbel)
amen
Zingen: Gz 425 ‘Vervuld van uw zegen’ (NLB)

——————————————————————————————————–
Verkondiging: Romeinen 1: 7b ‘Ik wens jou…’ dia 1
Beste mensen, zusters, broeders, jong en al ouder, gemeente van Christus,
Toen ik dit begon te typen – enkele weken geleden – begon ik met een typefout: in plaats van ‘beste mensen’ stond er: ‘beste wensen’. Nou ben ik niet zo’n vlotte goede typist dus ik moet vaak mezelf verbeteren, maar dit foutje zal ook wel komen omdat het thema van deze zondag is: “ik wens jou…” dia 2 – beste wensen dus..

Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft dat thema gekozen voor deze Bijbelzondag. Met als korte uitleg: “Vanuit de Bijbel kun je elkaar bemoedigen, tot steun zijn – en het beste wensen. Want de Bijbel is goed nieuws om door te geven”. Waar het NBG en veel andere bijbelgenootschappen hun steentjes aan bijdragen, door de Bijbel in de vele talen die wereldwijd bestaan te vertalen en dan ook wereldwijd te verspreiden. Maar wat vervolgens de opdracht en de uitdaging is aan al die mensen die de Bijbel lezen en kennen: geef het goede nieuws van God en Jezus door aan mensen om je heen, in woorden maar vooral ook in daden; wens elkaar en al die anderen het goede van God toe; zoals Jezus deed en in zijn voetspoor Petrus en Johannes en Paulus en al die anderen, zoals we gelezen hebben in die brief die Paulus eeuwen
geleden aan de christenen in Rome schreef, en die wij nog altijd kunnen lezen: “Ik
wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven”. Wat hij herhaalde bijna aan het eind van zijn brief: “Ik wens jullie toe dat onze Heer Jezus goed voor jullie is”. De BGT geeft zo kernachtig en goed weer wat in de NBV wat letterlijker en plechtiger staat: “Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus”. Ook al zijn andere brieven begint en eindigt Paulus op die manier: ik wens jullie alle goeds, Gods goedheid en liefde, het ga jullie goed met de vrede van Christus en onder de zegen van God.

Je denkt misschien: logisch, zo ging dat toen als je brief schreef, net zoals wij onder een brief afsluiten met: hartelijke groeten, of woorden die op datzelfde neerkomen…. Maar je proeft bij Paulus dat hij het echt meent, dat het uit zijn hart komt, zelfs als hij een brief schrijft – wat vaak gebeurde – met pittige kritiek en soms best harde woorden. Ik las: “Of hij de mensen die hij schrijft wil vermanen of bemoedigen, of hij ze kent of niet, zijn zegenwens is er altijd”. Voorbeeld zijn de twee brieven aan de kerk van Korinte – maar juist dan lezen we dat Paulus al schrijvend zijn hart laat spreken: ik houd van jullie, ik draag jullie op mijn hart, ik moet erom huilen dat het zo moeizaam gaat tussen ons…en ook die brieven lopen uit op een welgemeend: “Ik wens jullie toe dat de Heer Jezus goed voor jullie is. Ik houd van jullie,want wij horen allemaal bij Jezus Christus” (1Kor.16.23); ”Ik wens jullie allemaal toe dat de Heer Jezus Christus goed voor jullie is, dat God jullie zijn liefde geeft, en dat de Heilige Geest een eenheid van jullie maakt” (2 Kor.13: 13). En die toon is de muziek die door heel de Bijbel heen klinkt, en die we als we eerlijk en goed willen lezen opvangen, en die ons hart wil raken, ook en zelfs als we harde woorden en heftige verhalen tegen- komen: hoor Gods liefde er achter en er doorheen, probeer die liefde door te geven en vooral voor te leven…wens elkaar alle goeds, en doe wat goed is voor de ander.

Even terug naar iets wat ik net even terloops zei over hoe wij vaak een brief afsluiten. Wat heel oubollig klinkt misschien en uit de tijd, want wie schrijft er nog brieven?
Ik las: “We schrijven steeds minder vaak brieven. Voor het contact op afstand met
vrienden en familie gebruiken we tegenwoordig meestal sms’jes en korte
tekstberichtjes. Toch kun je iemand nog steeds heel blij maken met een echte, ouderwetse brief”. Dat staat op een site uit 2017, en die lijkt al weer ouderwets want sms-jes zijn al weer uit de tijd, nu iedereen lijkt te appen en te twitteren – en zijn er echt nog mensen, behalve misschien wij ouderen, die zitten te wachten op een brief?
dia 3
Het intrigeert mij als ik nadenk over Paulus: stel dat de apostel in onze tijd had geleefd, had hij dan ook zo’n brief aan de christenen van Rome geschreven, of had hij ze een uitvoerige e-mail gestuurd, of de telefoon gepakt en de voorganger daar gebeld – en stel dat, hadden wij die mail dan ook gekregen, of een youtubefilmpje?
In de tijd van Paulus ging het heel anders natuurlijk: een brief moest vaak per schip verstuurd worden en was weken of maanden onderweg, of zo’n brief werd aan iemand meegegeven die op reis ging naar de geadresseerden, b.v. naar Rome. Het mooie is dat we van de brief aan de Romeinen precies weten door wie deze brief is meegenomen en bezorgd, dat staat in 16: 1: dia 4 “Vrienden, mijn brief wordt bij jullie gebracht door Febe. Zij is een leider van de kerk in Kenchreeën (een stadje in Griekenland, vlakbij Korinte), en ze werkt met mij samen. Ik vraag jullie om haar met open armen te ontvangen. Behandel haar met veel respect, zoals christenen met elkaar omgaan. Geef haar alle hulp waar zij om vraagt. Zij heeft zelf aan veel christenen hulp en bescherming gegeven, ook aan mij” . Dat is weer echt Paulus, en let op hoe hij het zegt: “behandel haar met veel respect, zoals christenen met elkaar omgaan”. Met andere woorden: dat hoort bij christen-zijn, dat is wat Jezus graag ziet. De NBV heeft, weer wat letterlijker en plechtiger: “op een wijze die bij de heiligen past”. Dat het lang niet altijd zo gaat, helaas, weet Paulus ook wel; heeft hij al te vaak aan den lijve ervaren, en heeft ook Jezus zelf moeten meemaken en moeten lijden. Maar wie bij God wil horen en op Jezus wil lijken, wil graag zo leven en doen als Hij. En wil graag doorgeven en voorleven dat leven naar de Bijbel het goede leven is. dia 5 Waarmee we weer terug zijn bij het thema van deze Bijbelzondag: ‘Ik wens jou…’ Weer even als een spiegel, voor we even nog wat beter naar dat stukje brief van Paulus gaan kijken: wat wensen wij elkaar toe, met woorden, en in de praktijk? We leven in een tijd waarin er veel onvrede en chagrijn in de onderlinge omgang zit. En mensen elkaar keihard vreselijke ziekten toewensen en zelfs wie je niet bevalt of dingen geschreven of gedaan heeft met de dood bedreigen: journalisten, politici, voetbaltrainers, advocaten – en soms volgen op woorden zelfs dodelijke daden. Iemand schrijft: “Je hoeft maar tien minuten van je tijd te spenderen aan het lezen van comments op social media en je belandt spontaan in een spiraal van haat, frustratie en onbegrip. Vooral onder Facebook-posts over immigranten, zwarte piet en vluchtelingen gaan mensen tekeer…..Het lijkt wel alsof iedereen zijn verstand verloren heeft in deze digitale wereld vol scheldpartijen.” En een columnist in een van de landelijke kranten die ermee ging stoppen signaleert dat “de discussie in Nederland steeds giftiger en gepolariseerder wordt” : “het wemelt van op de persoon gerichte beledigingen en verwensingen, tot doodsbedreigingen aan toe. En dan doelt hij op de sociale media maar ook op sites die hij aanduidt als “voertuigen van haatdragendheid en persoonlijke belediging, een stijl die ook steeds meer doorsijpelt naar de traditionele media. Met een algehele vergroving van de publieke sfeer tot gevolg.” En de laatste column van deze schrijver eindigt met een wens: “ik wens Nederland een minder op de persoon en meer op inhoud gericht publiek debat toe.” dia 6
Dus niet dat het maar nergens meer over moet gaan en we vooral lief en soft met
elkaar moeten omgaan, maar dat een scherp en helder debat gevoerd wordt met respect voor elkaars meningen en gevoelens, niet om dingen weg te stoppen maar om samen verder te komen, om problemen op te lossen en daarbij elkaar echt serieus te nemen. Met in het achterhoofd dat ook die anderen mensen van God zijn. En met als leidraad de les van Paulus om de ander hoger aan te slaan dan mijzelf.

Kijk, want ook hier wijst de Bijbel ons de weg en is ook Paulus een lichtend voorbeeld. Met brieven waarin het er vaak best pittig aan toe gaat en in duidelijke taal aan de kaak wordt gesteld wat fout gaat, zonde is, schade doet – maar met respect voor wie het aangaat en bedoeld om kwaad te stoppen en te werken aan het goede leven. Ik herhaal nog even een paar regels uit Romeinen 12, zoals: “Laat altijd zien dat je respect hebt voor de ander”….Äls mensen je in moeilijkheden brengen, bid dan voor hen”…Je moet jezelf niet belangrijker vinden dan anderen.”….”Laat aan alle mensen zien dat jullie het goede willen doen. Doe je uiterste best om met iedereen in vrede te leven.”…”neem geen wraak op anderen, laat het straffen over aan God”….”Laat je niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad door het goede.” Enz…..
dia 7
Ik denk dat we allemaal dit Bijbelse onderwijs heel goed kunnen gebruiken, want al zal het hopelijk onder ons niet zo heftig toegaan als soms op die sociale media en online platforms, ook in de kerk vallen soms harde woorden, worden nare mails gewisseld, kan zomaar op gemeentevergaderingen of in gesprekken hard worden geoordeeld of subtiel worden geroddeld, en is elkaar met alle verschillen die er kunnen zijn liefdevol accepteren en behandelen echt niet vanzelfsprekend….en we zijn als kerkmensen niet immuun voor die vergroving van de sfeer in Nederland. Ja, en ook als je niet scheld en niemand beledigt via social media, kun je elkaar tekort doen, b.v. door langs elkaar heen te leven en de ander niet te zien zitten of staan. Ik las ergens van een jonge vrouw die merkte als ze iemand naast haar in de trein of in een supermarkt gewoon groette, iets van irritatie want die ander was verdiept in de berichten op de smartphone en die groet was helemaal niet welkom – en dezelfde vrouw signaleerde hoe bijna iedereen onderweg zich afsluit voor de medemens.
Hoe doen wij dat, zijn we gewend te groeten, als je net samen de kerk in komt of naast elkaar in de kerkbank zit, en bij de kassa in de winkel, en zomaar op straat? Dat is toch het minste van contact: even groeten, een praatje maken, en als je elkaar wat beter kent vragen hoe het de ander gaat en dan echt aandacht voor wat die ander te melden heeft – en hopelijk wederzijds: en hoe is het nou bij jullie?

Terug weer naar dat begin van die brief van Paulus aan de kerk van Rome, een kerk die Paulus niet zelf had gesticht en waar hij nog niet op bezoek was geweest – hij zou pas later in Rome komen en wel als gevangene – maar een kerk waar hij zoals uit het laatste hoofdstuk blijkt waar allerlei mensen de groeten krijgen, blijkbaar wel heel wat mensen kende. En Paulus wil ook heel graag een keer naar Rome toe. Maar nu dat nog niet kan stuurt hij zeg maar een brief vooruit, mee met zuster Febe. En dat zoals ook voor de andere brieven geldt, niet maar als de privé-persoon Paulus maar als ‘dienaar van Jezus Christus’, zoals hij zich voorstelt in het eerste vers: “Ik ben een dienaar van Jezus Christus. God heeft mij uitgekozen om apostel te zijn. Hij heeft mij de opdracht gegeven om het goede nieuws te vertellen”.En dat goede nieuws “gaat over Jezus Christus, de Zoon van God.” Over Jezus die op aarde kwam om mensen te redden, niet alleen in het Joodse land, maar in heel de wereld en dus ook in Rome: “Iedereen die dat goede nieuws gelooft, wordt gered. In de eerste plaats alle Joden, maar ook alle niet-Joden”. Om dat overal te gaan vertellen heeft God Paulus erop uit gestuurd, en hij wil dat ook graag in Rome doen.

Maar geweldig dat er nu al mensen in Rome zijn die Jezus kennen en in Hem geloven: “Nu zijn jullie christenen en God houdt van jullie”. En daarom is het maar niet een beleefdheidszinnetje van Paulus en zelfs niet maar een vrome wens alleen, maar een zegenwens namens Jezus en met een beroep op Gods liefde: “Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn emn jullie vrede geven”. En dat ook maar niet om die christenen een plezierig gevoel en al
helemaal niet een makkelijk leventje te bezorgen maar om die liefde van God en die
vrede dankzij Jezus door te geven aan al die andere mensen om hen heen. Zoals zij
en wij dat van Jezus horen en mogen leren, zoals dat b.v. duidelijk staat in wat we de bergrede noemen: “Jullie zijn het licht in deze wereld. Een stad op een berg is voor iedereen zichtbaar. Niemand zet een brandende lamp onder een emmer. Je zet een lamp juist hoog. Dan schijnt het licht voor alle mensen in huis. Zo moeten ook jullie een licht zijn en schijnen voor alle mensen. Dan zien de goede dingen die jullie doen. En dan zullen ze jullie hemelse Vader eren” (Matteüs 5: 14-16; weer volgens BGT).

Nou, en daar hoort ook bij wat je zegt tegen of over die ander, dat geldt ook voor wat je al of niet deelt via social media of voor wat je post op Facebook of Instagram, voor wat je die ander toewenst, voor hoe je praat met je mede- kerklid, je buren, je collega: of dat goede dingen zijn, bedoeld om die andere verder te helpen, te bemoedigen, waar nodig te waarschuwen, vanuit liefde en met respect. En als het goed is oefenen we dat samen in het gezin, b.v. door elkaar als man en vrouw, ouders en kinderen, ook eens een compliment te geven, wat goed is te benoemen en te waarderen, elkaar zeg maar te ‘zegenen’, dat is eigenlijk gewoon: goede dingen zeggen tegen elkaar, bidden voor elkaar, en dan ook waar nodig elkaar aanspreken op wat beter kan. En dan werkt dat door: in de familie, in de buurt, op het werk, en zeker ook in de kerk. Ook Petrus spoort daartoe aan, lees maar dia 8

Als het goed is is de kerk zoals we ervan zongen: een plek waar pijnlijke wonden bespreekbaar zijn en geheeld kunnen worden, een huis waar we verdriet delen en blijdschap ook, een rustplek voor wie moe is, opgebrand (burnout heet dat tegenwoordig), een opvang voor wie struikelt en zelfs niet langer meer leven wil, een troostplek tegen de neerslachtigheid, en een pleister van barmhartigheid, gastenhuis voor jong en oud, een oase langs een vaak moeilijk begaanbare weg, waar je nieuwe kracht opdoet. Een kerk waar iedereen veilig is en zich thuis kan voelen. dia 9

En wat zou het mooi zijn als dat opvalt en aantrekt, juist ook wie geloven moeilijk vindt of achter zich gelaten heeft door wat ook maar, en voor wie op zoek zijn….want met die Bijbel die we vieren vandaag hebben we goud in handen, niet om voor onszelf te houden maar om uit te delen als zeg maar even Gods liefdesbrief, met als begin en eind en rode draad: Ik wens ook jou toe dat God, onze Vader – die ook jouw Vader is en wil zijn, en onze Heer Jezus Christus die ook kwam voor jou- goed voor jullie zijn en jullie vrede geven. Zoals God ons heeft beloofd! Dat is in één regel Gods goede wereldnieuws. Waar heel de Bijbel op uitloopt en mee eindigt (in Openbaring 22: 21, het laatste vers van heel de Bijbel: “Ik wens jullie toe dat de Heer Jezus Christus goed voor jullie is.” Geen vrome wens of schrale troost, en als het goed is ook niet een mooie vlag die slechte lading moet dekken, maar een ijzersterke belofte die handen en voeten krijgt in wie wij willen zijn midden in de samenleving. Zoals we ervan gaan zingen: “met een hart vol vrede zijn wij zegenend nabij; van uw liefde delend waarin wij zelf tot bron van zegen zijn.” Als u en jij dat onthoudt en meeneemt van deze preek en deze dienst, en dat doorgeeft en voorleeft, dan is wat mij betreft deze dienst geslaagd en de Bijbelzondag 2019 niet voor niets geweest! dia 10
amen

Lucas 2: 9-12 Gods licht in onze nacht (1e kerstdag 2019)

Liturgie 1e kerstdag 2019

Lezen: Micha 5: 1-4a
Zingen: Christe, lux mundi, qui sequitor te habebit lumen vitae

Christus, licht van de wereld, wie u volgt heeft licht van leven
Christ, light of the world, whoever follows you has light of life

Belijdenis van afhankelijkheid

Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte, en zijn wereld wil redden,
laat niet los wat Hij begon.
amen

Groet

Genade en vrede voor u en voor jou van God de Vader,
door Jezus Zijn Zoon, Immanuël, = God-met-ons
Hij woont met Zijn Geest in ons.
amen.

Zingen: NLB 477: 1a, 2m.3v, 4a, 5a ‘Komt allen tezamen’
NLB 478: 1,2,4 “Komt verwondert u hier mensen”

gebed

profetenlezing: Jesaja 9: 1-6
zingen: NLB 482: 1,2,3 ‘Er is uit ’s werelds duist’re wolken’

evangelielezing: Lucas 2: 1-14
zingen: NLB 486: 1-4 ‘Midden in de winternacht’
.
overdenking over Lucas 2: 9-12 Gods licht in onze nacht

luisterlied Sela ‘In het licht’

gebed

collecte

Slotlied ‘Ere zij God’

Zegen

(amen)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen, jong en al ouder,
dia 1
Midden in de winternacht…en we zongen ook nog over sneeuw en ijs…
Een bekend kerstlied, vrolijk met al die instrumenten, maar klopt de tekst wel?
We kennen de beelden van oude schilderijen. dia 2 Schapen dicht tegen elkaar aan gekropen in een besneeuwd landschap, herders die zich warmhouden rond een knapperend houtvuur en zich tegen de snijdende wind beschermen met mutsen en dikke dassen.. En kerstliederen gaan erover, zoals dat vrolijke lied dat we zongen. Alleen klopt er van die beelden en veel van die liedjes niet zo veel. De schapen waren er, en natuurlijk de herders ook, maar het was waarschijnlijk in de zomer,
al was er vast wel een vuurtje omdat het fris was ’s nachts en tegen wilde dieren.
Sneeuw en ijs zijn bij ons al zeldzaam – weer geen witte kerst – in Israël nog meer.
Zie dat van die winternacht maar als beeld van de situatie toen: ijzig, kil, somber…
Verkijk je niet op dat vredige tafereel van herdertjes die lagen bij nacht in het veld. Het was voor het Joodse land een moeilijke tijd. Lucas begint zijn verhaal met namen die van onderdrukking spreken: keizer Augustus in het verre Rome die de Verhevene werd genoemd en als godenzoon werd vereerd en zich liet vereren; een stadhouder Quirinius, een verplichte volksverhuizing vanwege de belastingdienst die ook toen al weinig mens- gericht was, en later speelt ook nog Herodes een lugubere rol…
Het roept het beeld op van onvrijheid, van een land dat bezet gebied was. Wat dat betreft was er sinds Jesaja niet veel veranderd en stampten nog steeds soldaten -laarzen rond, werden mensen geslagen als zich niet slaafs gedroegen, werd het volk onderdrukt; in het beeld van dat lied: het was nog steeds winternacht, koude oorlog.
En juist in die nacht begon na heel veel eeuwen het licht op te gaan, heel bijzonder: doordat gebeurde wat Jesaja lang van te voren aankondigde: een kind geboren. Dat is in een ellendige tijd van ziekte of oorlog een lichtpuntje: een kind, toch toekomst!
De geboorte van een kind geeft zelfs als alles hopeloos lijkt, hoop: nieuw leven!
Zeker de geboorte van dit kind, een koningskind, en zelfs beloofd als vrede-koning.
dia 3
Het was een nacht als alle andere nachten. Bijna iedereen in Bethlehem en wijde omgeving lag op één oor. Maar herders waren wakker, of in elk geval: ze hielden om de beurt de nachtwacht. Goede herders passen op hun schapen en wagen zelfs, als het nodig is, hun leven voor die schapen…..Dan denk je zomaar even terug aan dat herdersjoch dat in datzelfde Bethlehem eeuwen geleden was geboren, en in deze zelfde streek wie weet hoe vaak rondgezworven had met de schapen van zijn vader en die er vast heel vaak ‘s nacht op had moeten passen en die koning werd: David.
Een gewone rustige nacht. Maar dan opeens: een fel licht, en uit dat licht een stem.
Niet zo gek dat die herders enorm schrokken. We lezen: “de herders werden verschrikkelijk bang”. Dat verbaast misschien, zeker in het licht van het vervolg:
“ze werden omgeven door het stralende licht van de Heer”. Anders vertaald: “de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen”. En toch: angst, paniek, wat is dat nou?
Licht is ook confronterend: je wordt in het zonnetje gezet, je kunt je niet verstoppen.
En dat is voor mensen met ook wat je liever niet laat zien en weten, best angstig.
Jezus zegt later zelfs dat mensen het licht haten omdat alles dan aan het licht komt.
Maar de herders worden niet verblind door dat licht en niet verteerd door heilig vuur. De engel begint meteen tegen hen te praten om hen gerust te stellen: je hoeft niet bang te zijn….nee, er is alle reden om heel erg blij te zijn vannacht. Om dat te begrijpen, moeten die herders – en wij ook – en iedereen die ook wil gaan delen in die blijdschap – naar die stal, want daar is een redder geboren, daar is Hij geboren die de weg zal banen waarlangs mensen weer bij God kunnen komen. God stuurt zijn eigen Zoon om hier op aarde ons leven te leven, om al de ellende die mensen kan overkomen aan den lijve te ervaren, en mensen weer bij God terug te brengen…het liefst alle mensen – want God wil niemand kwijt maar voor ieder het goede leven.
Dat is nou kerst: zo dichtbij u en jou wil God komen! Zijn hemelse licht omstraalde die herders. Niet om de engel heen was dat licht maar om die herders heen. God zelf komt op bezoek bij heel gewone mensen God heeft in die mensen zijn welbehagen. Hij houdt van mensen. Ook van u en van jou en van mij, en zoveel anderen, in een grote kring om die engel en die herders heen Kijk maar mee met die herders – ga met heen mee naar die stal – en geloof: God… zo dichtbij…dicht bij mij…bij hem, bij haar!
dia 4
Dat is natuurlijk niet de stal van Bethlehem die we hier zien. Het gaat over een vrouw die een baby verwacht en ter wereld brengt in een armzalige tent in een troosteloos vluchtelingenkamp, een van de vele in onze hedendaagse wereld waarin het voor heel veel mensen erg donker is, en gevaarlijk, en naar de mens uitzichtloos. Ik heb toch voor deze beelden gekozen omdat ze dichterbij het kerstverhaal komen dan
onze versierde kerstbomen en volle tafels en al die romantische kerstverhalen.
En: voor Jozef en Maria-in-verwachting was geen plek, alleen nog een schuur en een voerbak. Niet veel later moesten ze zelfs vluchten voor de soldaten van Herodes en werden ze asielzoekers in Egypte – en wat is er in 2000 jaar weinig veranderd…
Ik las: Het is aan de orde van de dag. Voor zo ongelofelijk velen…En dan, midden in die duisternis…licht, engelen, goed nieuws. Er is een redder geboren. Iemand die er iets aan gaat doen. Ditmaal een heerser die niet uit is op macht. Die niet uit is op heersen. Maar zijn heerschappij is er een van een vredebrenger. Ik ben in uw midden als een die dient. Die zich dienstbaar opstelt aan het algemeen belang. Vrede en gerechtigheid niet voor enkelen maar voor allen”. Hij schaamt zich er niet voor die vluchteling zijn broer te noemen en die vrouwen in de gevangenis zijn zus, hij wil een van ons en van hen worden, en er zijn voor allen, ook voor die IS-vrouwen met hun kinderen die niet terug mogen, bij die opgepakte drugsbaas in Vught, bij die failliet gegane topadvocaat, en die eenzame met lange stille dagen en slapeloze nachten.
Jesaja beloofde al: ‘Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen, worden door een helder licht beschenen”. Zacharias eindigt zijn lofzang ermee: “Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.” Leven in de schaduw van de dood, dat geldt van elk mens in een gesloten wereld, zonder deur naar boven, zonder toekomstperspectief.
Maar God wil door Jezus en met zijn licht die deuren openzetten naar echt leven.
dia 5
Ja maar, hoe dan en waar dan, in een wereld die juist al donker lijkt te worden voor veel mensen: in dat vluchtelingenkamp, in die container onderweg naar misschien wel verstikking, onder die brug, in die gevangenis, met dat lijf vol ziekte en pijn, in een tijd van veel eenzaamheid en stress, burnouts en depressies, honger, en dood?
Wat zijn er ook vandaag veel voor wie het donker is, onder de schaduw van de dood.
Het licht om de herders heen doofde nog diezelfde nacht. En zelfs al vier je kerst in Bethlehem, het Kind vind je er niet. Je mag dichter bij huis blijven. De God die met zijn glorie eens de herders omstraalde, wil zijn licht laten schijnen in uw en jouw hart. Dan gebeurt het ongelooflijke: wij zelf gaan al meer dat licht van de Heer afstralen. We worden echt aanstekelijke christenen! We mogen ieder op eigen plek of waar je een plek en taak vindt, een lichtpuntje worden voor mensen om ons heen.
Maar hoe kunnen we nou en elkaar en die anderen dienen met dat licht van kerst? Wat kunnen we voor elkaar betekenen als er moeiten zijn of eenzaamheid, en hoe kun je met de boodschap van Jezus die ons leert een licht voor de wereld te zijn, mensen raken en aantrekken die zijn vastgelopen in hun leven of die denken dat ze het gemaakt hebben en niemand nodig hebben, tot ineens alles onder hen wegzakt? En dat niet alleen rond de kerstdagen, maar ook in januari en die 11 maanden erna?
Dat begint heel dichtbij huis en bij onszelf: hebben we oog voor elkaar en voor die ander, zijn we echt geïnteresseerd in zijn of haar verhaal, hoe moeilijk misschien ook, zien we de ander echt staan – of liggen – en nemen de tijd om werkelijk te luisteren? Soms kan het kleine simpele al ijs breken en een brug slaan: even groeten, even een moment van oogcontact, en bij openheid van de andere kant een gesprek van hart tot hart – de eerste oefenplekken zijn het eigen gezin, de familie, en zeker: de kerk. En dan is mooi als het echt van twee kanten komt: niet alleen interesse van wie op bezoek komt, of na de dienst een praatje begint in wie opgezocht wordt of problemen heeft, maar dat je als oudere of zieke of eenzame ook eens vraagt: maar hoe gaat het nou met jou, waar zit jij mee, wat speelt bij jouw kinderen of op jouw werk – dán komt er een echt gesprek en een dieper contact –en wordt het echt een ontmoeting.
dia 6
Als christenen hebben we het er vaak over dat we het licht van Jezus willen verspreiden, en dat is ook een mooie Bijbelse opdracht. Maar er zit ook een valkuil in waar we zomaar in terechtkomen, zodat het effect tegenovergesteld is. Dat gebeurt als wij die het licht gezien denken te hebben de ander met dat licht niet blij maken of op weg helpen maar ermee in de ogen schijnen zodat ze erdoor verblind raken en worden afgeschrikt; als je indruk geeft dat jij weet hoe het zit en hoort en wat die ander moet geloven en moet doen en laten; wat zomaar de reactie kan oproepen;
mooi dat jij er blij mee bent maar val mij er niet mee lastig. Of: die kerk, praat me er niet van, want je moest eens weten….en dan komt er zomaar heel veel negatiefs…
Dus moeten we niet eerst en zeker niet alleen uitzenden maar willen ontvangen, en dat licht door onze woorden – nee, Gods woorden = gewoon de verhalen doorgeven waar mensen hopelijk wel blij van worden en hun winst mee kunnen doen – en dat licht vooral in ons doen en laten die ander laten opvangen. Zoals wat Paulus ons meegeeft over vriendelijkheid, gastvrijheid, nederigheid, zelfbeheersing, en nog meer van die vruchten van Gods Geest. Precies wat Jezus ons leert over licht voor de wereld zijn: opdat ze uw goede daden zien en dan – hopen we, bidden we, gaan we voor – niet ons maar God de eer geven. En wint de liefde het van wanhoop en haat,

Ik denk aan wat Paulus schrijft als hij het heeft over leven als christen in een nog vaak donkere wereld: “Doe alles zonder te klagen, en zonder ruzie te maken….Dan vallen jullie op tussen alle slechte en oneerlijke mensen, als sterren die schitteren in de nacht.” Dan kunnen volgelingen van Jezus dichtbij mensen zijn in hun nood en iets van het licht van Gods liefde laten zien: bij dat ziekbed, in die gevangenis, in dat vluchtelingenkamp (ik denk aan wat Dick vertelde zondag, over de Flying Seagulls), door steun aan SOS kinderdorpen, maar ook gewoon in je straat, en nog dichterbij: in eigen gezin en familie, op je werk, en samen als kerken in onze dorpen.
dia 7 Zo komt dat lied over de winternacht toch terug als beeld vol verwachting: ondanks winter, sneeuw en ijs, bloeien alle bomen, want het aardse paradijs is al gekomen.. en komt voorgoed: de dag is niet meer ver, bode van de luister die ons weldra op zal gaan! We vieren en zingen dat de hemel openstaat: Gods licht in onze nacht!

amen

Johannes 2: 12-25: Jezus de Zoon veegt het huis van zijn Vader schoon

Liturgie morgendienst CGKV BoL zondag ‘Oculi’ – 4 maart 2018

Welkom
Zingen: NLB 791: 1,3 ‘Liefde, eenmaal uitgesproken’
Moment van stilte en persoonlijk gebed
gezongen votum – groet – gezongen amen
Zingen: NLB 25a: 1,2 ‘Mijn ogen zijn gevestigd’ (mel.Psalm 130)
Gods wet Exodus 20: 1-17
Zingen: Ps. 19: 3,5 GK
Gebed
Filmpje https://www.youtube.com/watch?v=w2otmC5Qy3g
Projectlied ‘De nieuwe schepping komt dichtbij’.
De nieuwe schepping komt dichtbij.
Jezus maakt het waar.
Als Hij naar de tempel gaat
gooit Hij boos het geld op straat.
Gods huis lijkt wel een markt te zijn,
hebzucht doet Hem pijn.
Leven wij speciaal voor God,
luisterend naar zijn gebod?
De nieuwe schepping komt dichtbij.
Jezus maakt het waar.

Kinderen naar de KND

Bijbellezing: Johannes 2: 12-25
Zingen: NLB 187: 1,2,3,4 ‘Runderen, schapen en duiven te koop’
Verkondiging ‘Jezus de Zoon veegt het huis van zijn Vader schoon’
Zingen: LB 289 “Heer, het licht van uw liefde schittert” (mel. Opw.334)
Heer, het licht van uw liefde schittert,
schijnt in donkere diepten, schittert;
Jezus, licht voor de wereld, verlicht ons
door de waarheid die u geeft, bevrijd ons.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Kom, Jezus, kom, vul dit land met uw Vaders glorie;
blaas, Geest, ons aan, zet ons hart in vlam,
stroom, overstroom alle naties met uw genade.
Geef ons uw woord, Heer, ontsteek hier het licht.
Heer, ik kom in uw stralend schijnsel,
uit de schaduw in uw nabijheid;
door uw Zoon mag ik staan in uw luister,
toets mij, test mij, verteer al mijn duister.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Heer, hoe meer wij uw helder licht zien
en de weerglans op uw gezicht zien, -
zal ons leven voor anderen stralen,
het verhaal van uw liefde vertalen.
Schijn in mij, schijn door mij.
Gebed
Collecte – zingen: Opw. 715 ‘Wat hou ik van uw huis’
Zingen: NLB 423: 1,2 ‘Nu wij uiteengaan’
Zegen
Amen: NLB 423: 3 ‘Voor alle mensen op onze weg’

———————————————————————————————
dia

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zussen en broers, u en jij,

Ik heb wel even geaarzeld over dat filmpje: moet dat nou, kan dat wel?
Afgezien van dat we niet weten hoe het precies gegaan is en hoe Jezus
er in het echt heeft uitgezien…maar zo kennen we onze Heer toch niet?
We hebben het als we het over Jezus hebben, vaak over zijn geduld en
zijn liefde, over vrede nastreven met alle mensen, over zachtmoedigheid.
Maar past dan wel in dat beeld wat we net gezien hebben: met een zweep
rondmeppen, schapen vrijlaten en wegjagen, duiven laten wegfladderen,
en die tafels met geld omsmijten en de verkopers boos toeschreeuwen…
Stel dat u of jij je zo zou gedragen: in een winkel of op een markt – ik denk
dat je gauw opgepakt zou worden door de politie – als een soort hooligan
die opgesloten hoort te worden of een verward persoon die psychiatrisch
onderzocht moet worden….maar hier hebben we het wel over Jezus…..

Toch heb ik ervoor gekozen dat filmpje wel te laten zien, want toen ik nog
een keer de verzen las die net voorgelezen zijn, dacht ik: het staat er wel:
dat Jezus na aankomst vanuit Galilea in Judea kwam om paasfeest te
vieren – pesach – en toen naar tempel ging en daar tot zijn ontzetting die
beestenmarkt en dat geldwisselkantoor zag en dat Hem dat raakte tot diep
in zijn ziel: jullie maken van het huis van mijn Vader één grote markt!
En dan zie je het gebeuren zoals in dat filmpje: “Toen maakte Jezus van een
stuk touw een zweep, en daarmee begon hij iedereen weg te jagen. Alle
koeien en schapen jaagde hij de tempel uit. Hij gooide de tafels van de
handelaars omver, zodat al het geld op de grond viel. En hij riep tegen de
duivenverkopers: ‘Weg met die duiven. Jullie maken een markt van het
huis van mijn Vader”. Zo wordt het verteld in de Bijbel in Gewone Taal.

Ik moet denken aan wat Johannes de Doper aankondigde met het oog
op de komende messias: “Hij houdt de wan in zijn hand om de dorsvloer
te reinigen” (Matt. 3 en Luc. 3). De grote schoonmaak begint in eigen
huis, in de tempel die Jezus al op zijn twaalfde als huis van zijn Vader
herkende en hooghield, wat blijkt uit zijn reactie toen Jozef en Maria na
dagen zoeken hem daar vonden en hem dat verweten: ‘kind, wat heb je
ons aangedaan, we hebben in angst gezeten en je dagenlang gezocht’:
“Waarom hebt u naar me gezocht?Wist u niet dat ik in het huis van mijn
Vader moest zijn” (Lucas 2: 48 en 49) . In de tempel zijn voelde voor Jezus
als thuiskomen, ook al ging hij als gehoorzame zoon weer met zijn aardse
vader en moeder naar huis in Nazaret om daar zich voor te bereiden op de
taak waarmee Hij door zijn hemelse Vader naar deze aarde gestuurd was.

Zo’n 18 jaar later was het zover: Jezus ging beginnen met de uitvoering
van die bijzondere opdracht, na zijn doop in de Jordaan en de vuurproef
in de woestijn: getest door satan was Hij overeind gebleven: gekomen
om niet zijn eigen wil te doen maar de wil van zijn Vader in de hemel.
En dan is het bijna Pasen en gaat de Zoon met zijn leerlingen weer dat
huis van zijn Vader binnen, en dan: geen huis van gebed maar een drukke
markt met geschreeuw en geblaat, geld over de toonbank, stank en lawaai.
Ja maar, dringt de vraagt zich aan me op, waarom zo fel over wat toch allemaal
al jaar in jaar uit zo was rond die tempel, zeker met alle drukte op de grote feesten.
En het was toch bedoeld om de offerdienst mogelijk te maken voor al die mensen?
Denk maar aan zoveel pelgrims die van soms ver gekomen waren en natuurlijk niet hun koeien of schapen van thuis konden meenemen om ze in de tempel te offeren.
Het was veel makkelijker of geld mee te nemen en een offerdier te kopen vlakbij de tempel; en dan kon je meteen je Romeinse of Griekse munten – met daarop een afbeelding van de heidense keizer of een heidense afgod – om te wisselen in munten die geldig waren om een offerdier mee te kopen of de tempelbelasting te betalen.
Natuurlijk gaf dat veel herrie – een oosterse markt is meer lawaai dat onze markten-
en ook geloei en geblaat en stank –maar het was toch allemaal voor het goede doel?
Dus wat was daar nou mis mee, waarom ging Jezus er zo hard in en tegen in?

Ik denk zomaar dat die mensen toen bij de tempel dat ook wel gedacht en gezegd
zullen hebben: maar we doen het toch niet voor onszelf maar voor God! Dat schaap dat we gekocht hebben gaat we aan God offeren. En met dat geld betalen we onze VVB…ja en wat hier gebeurt is toch altijd al zo geweest, waarom mag dat niet meer?
Maar als je terugleest in de Bijbel, in het OT, klopt dat ook: het is altijd zo geweest…
en God heeft daar al die eeuwen door al tegen getoornd, b.v. via zijn profeten, dat
het dienen van Hem iets was van de buitenkant terwijl het hart van de mensen ver verwijderd van Hem was, en de praktijk van elke dag met hun offeren vloekte – en
dan lukt het niet zondig gedrag en schijnvroomheid af te kopen, maar dan zegt God dat Hij niet gediend is van offers of veel geld maar van harten die kloppen voor Hem en de naaste, en van een leven vanuit liefde en recht doen en zorgen voor elkaar…

Kijk, dat zit achter dat optreden van onze Heer in de tempel, het huis van zijn Vader.
Het ging niet tegen mensen als die veehandelaars, die duivenverkopers en die geldwisselaars; hij pakte hun niet hun handel af; de duiven werden ook niet losgelaten (dat is een foutje in dat filmpje en in veel tekeningen); hij zegt tegen de handelaars dat ze hun kooien met de duiven erin moeten oppakken en meenemen.
Wat Jezus wel doet is een statement maken: deze tempel is bedoeld om God te eren en als plek van rust en bezinning, van gebed en van ontmoeting, met God en elkaar.
Met kopen en verkopen is op zich niks mis maar niet hier; weg ermee, zegt Jezus.
Maar daar is het huis van de Heer niet voor bedoeld, de tempel is geen warenhuis.

Nou, en dan reageert de zoon des huizes emotioneel en heilig verontwaardigd.
Zoals in die psalm die Johannes aanhaalt, over hartstocht, heilige ijver voor de
eer van God en de heiligheid van het huis van de Vader van Jezus, onze Vader.
Terecht herkenden zijn erin zijn voorvader David die in Psalm 69 zijn pijn uitzong over de vijandschap die hem overkwam omdat Hij zich inzette voor de dienst aan zijn God: “de hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd” – het kwam hem te staan op miskenning en smaad tot in eigen familie toe en praatjes in de stadspoort….het zal met Jezus nog erger worden: haat en spot, veroordeling, tot zijn kruisdood toe.
Maar zover is het nu nog niet, het is nog in het begin van Jezus’ optreden, maar
de schaduw van wat komen zou begon al te valle; we komen er nog op terug,
over wat Jezus zei over zijn eigen lichaam en leven dat afgebroken zou worden.

Dan komt als vanzelf de vraag op waarom Jezus daar zoveel voor op het spel zette.
Ook omdat heel die actie weinig uitgehaald heeft: even later en zeker de volgende
dag waren ze er allemaal weer met hun beesten en hun geschreeuw en hun geld.
Zo gaat dat: zaken zijn zaken, en het geld moet rollen en de altaren moeten roken.
Het was even schrikken geweest maar toch: niet meer dan een incident, een storm
in een glas water, door een verward persoon die even door het lint ging – ze hadden hem er wel op aangesproken maar hem niet gearresteerd of ervoor aangeklaagd.
Dat alles al gauw op de oude voet doorging, weten we ook van de andere drie evangelisten die vertellen dat Jezus in de laatste dagen voor zijn kruisiging nog een keer dat hele tempelplein heeft schoongeveegd en dat met nog scherpere woorden,
met beroep op oude woorden van Jesaja en Jeremia: “Er staat geschreven: ‘Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie maken er een rovershol van.”

Kijk, dat was het: op de plek waar alles op God gericht zou moeten zijn, de plek van aanbidding en ontmoeting, een oase van rust voor wie in een drukke wereld geen rust en ruimte meer kan vinden, een plek om tot rust en op krachten te komen, was
geworden tot een marktplein en een handelsbeurs waar geld en eigenbelang om de voorrang vechten, een plek van vraag en aanbod, loven en bieden, prijzen en koersen, geschreeuw en gekijf: wissel je geld en de winst is voor mij – zo gaat dat!
Maar zo gaat het als het goed is niet in het huis van God, in de kerk, in de gemeente.
Wat helaas door de eeuwen heen al te vaak wel zo is geweest: denk aan de aflaathandel in de tijd van Luther, aan het verkopen van kerkelijke functies aan de meest biedende, aan plaatsen in de kerk die je kopen of huren kon, aan mensen die soms met hun geld, hun VVB, hun zin proberen door te drijven want wie betaalt bepaalt, en speelt tussen kerkmensen nooit reputatie een rol, en macht, en – geld.

Dan mag dit verhaal ons waarschuwen: Jezus haalt de bezem door al dat gedoe.
Een les ook voor ons, als volgelingen van Jezus, en ook als kerk: pas ervoor op dat menselijke regels en belangen waar het echt om gaat – beter: Hem om wie het echt gaat – in de weg staan –of tussen mensen en Jezus, mensen en God, in gaan staan.
Ik las dat het dan gaat “over christenen die hun leven zo vol proppen dat ze geen tijd meer over hebben voor God” (en – zeg ik erbij – die hun medemensen niet zien staan of wegduwen of afschrijven). “Of over kerken die hun prioriteiten leggen bij allerlei bijzaken en de kern waarom ze bestaan (de redding van de wereld) vergeten.
Of over kerkmensen die heel hard lopen voor allerlei tradities en gewoonten die met de beste bedoelingen zijn ontstaan maar die nu niet meer dan ballast zijn omdat ze het zicht op Jezus Christus ontnemen. Daar haalt Jezus de bezem door. Hier moet het gaan om de Vader. Om zijn plannen! Om zijn wil! …Alles wat aangekoekt en belemmerend werkt voor het geloof wordt weggeveegd en alleen de kern blijft over:
de dienst aan God!” einde citaat .Ik moest denken aan wat Jezus ook gezegd heeft, dat God geen offers wil maar barmhartigheid, geen vormen maar ons hart en leven.

Je kunt het je voorstellen dat de mensen die de leiding in de tempel hadden, Jezus aanspraken op zijn opzienbarende actie: zeg man, wie geeft jou het recht dit te doen, laat je papieren eens zien – “met welk teken kunt u bewijzen dat u dit kunt doen?”.
Ze zullen zeker bedoeld hebben: als u denkt in naam van God te handelen, laat dan maar eens met een hemels wonderteken zien dat God u dit recht gegeven heeft.
Je zou misschien verwachten dat Jezus dan zich beroept op zijn goddelijke afkomst, op zijn zoon van God zijn:Ik ben de zoon des huizes en heb het hier voor het zeggen.
Maar niets daarvan, maar een raadselachtige uitspraak die zelfs zijn eigen leerlingen op dat moment totaal niet begrepen – Johannes die dit allemaal vertelt en opschrijft als zijn Heer al lang opgestaan is en naar de hemel gegaan, is er eerlijk over: pas “na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dat gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had” – toen pas, en eerder niet.
Geen wonder dat de anderen die het hoorden er helem aal niet van gesnapt hebben,
en het later totaal verdraaid probeerden als beschuldiging in te brengen tegen Jezus:
hij heeft gezegd dat hij de tempel zal afbreken en in drie dagen weer opbouwen….
Maar dat had Jezus niet gezegd maar: breken jullie deze tempel maar af en dan zal ik hem in drie dagen weer opbouwen – wat toen de omstanders niet begrepen, wat bleek uit hun reactie: hoe kan dat nou, die tempel waar zolang aan is gebouwd…..
Op dat moment ging Jezus er niet verder op in, het raadsel bleef onopgehelderd –
Pas later viel bij zijn volgelingen het kwartje: dit ging over Jezus zelf, over zijn eigen lichaam, zijn leven, dat Hij aan het kruis en tot in de dood ging opofferen voor ons,
maar dat door God zijn Vader drie dagen later nieuw en heerlijk uit de dood opstond.

Ja, want als Jezus op aarde komt, als Gods Zoon mens wordt, heeft dat stenen gebouw zijn de langste tijd gehad – vlak voor zijn dood zei Jezus met zoveel woorden tegen zijn leerlingen dat van als die mooie gebouwen geen steen op de ander overgelaten zou worden – en nog geen veertig jaar later is dat ook gebeurd, toen in het jaar 70 de Romeinen kwamen en zij de tempel grondig verwoestten.
Tot verdriet van veel Joden is tot vandaag toe de tempel niet weer opgebouwd.
Dat verdriet nemen we serieus maar de boodschap van Jezus is dat door Hem God pas echt dichtbij ons is gekomen, en dat omdat Hij als het grote paaslam eens voor altijd geslacht en geofferd is, er geen offer en dus ook geen tempel meer nodig is.
Iemand schrijft dat een uurtje later alle handelaars hun spullen al weer uitstalden, maar dat ze het belangrijkste achter wat net was gebeurd hadden gemist en wel dat toen even al die offerdieren weg waren één offerdier was overgebleven dat alle aandacht naar zich toetrekt: zie het Lam van God dat de zonden echt wegneemt.
De Bijbel eindigt in het nieuwe Jeruzalem waar geen tempel – en ook geen kerk – meer zal zijn, want, zag Johannes: God zelf is de tempel en het Lam, Jezus zelf.
Omdat God alles in allen zal zijn, en Hij voorgoed met ons daar zal gaan wonen.

Gemeente, onderweg naar die toekomst wil God met mensen als wij omgaan.
En dat is en blijft heel bijzonder: dat de heilige God naar ons mensen omkijkt.
Het is het bijzondere van de gemeente die er ook hier in Bol nog steeds mag zijn.
Het thema van deze weken tot en met Pasen is de nieuwe schepping, die God
belooft, waarvoor Hij zijn Zoon opofferde, en waar al iets van zichtbaar wordt als
en ons leven willen wijden aan Hem en als we Jezus proberen na te volgen.
Ik las in de handreiking voor deze zondag in Vertel het maar: “De nieuwe schepping is niet alleen een geschenk van Jezus, maar ook een opdracht aan ons.Jezus wilde dat de tempel een eerbiedige gebedsplaats was. Zo moet ook ons hart, waarin God door zijn Geest woont, een heilige plek zijn. Wie Jezus wil volgen, leeft voor Hem, naar Gods geboden.” einde citaat. Ik denk aan wat Paulus meer dan eens schrijft over de gemeente als een tempel van de Heilige Geest, en ook over onszelf: jullie zijn allemaal tempels van de Heilige Geest – God wil in u en jou en mij wonen, en de Heer van ons leven zijn…maar dat heeft ook gevolgen, en die zijn best ingrijpend:
Dan gaat de Heer ook opruiming houden in ons leven, grote schoonmaak, en moeten wij willen opruimen wat ons dienen van Hem en onze dienst aan mensen in de weg zit, en dan komen we veel rommel tegen die we zelf gemaakt hebben en heilige
huisjes die wij hebben opgebouwd, en de vraag is of we dat ervoor over hebben.

Wat ermee begint dat we openstaan voor wat anderen – en vooral de Heer zelf – vinden van ons, en aan blokkades en overbodige spullen vinden bij ons, en of we
ook bereid zijn naar onszelf te kijken – persoonlijk en ook samen als gemeente –
en beseffen dat we zomaar blinde vlekken zijn en verborgen zonden en aangeboren gewoontes waar we aan gewend zijn geraakt en waar we graag aan vasthouden –
of we – zo heet dat Bijbels – ons wel echt willen bekeren, en steeds maar weer een nieuw begin willen maken – eigenlijk het thema van deze zondagen over een nieuwe schepping, omdat God heilig is, en Hij ons wil heiligen, nieuw maken, brandschoon.

De apostel Paulus schrijft, niet als wensdroom maar als realiteit: “Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.” Het is als een spiegel: herken je het bij jezelf en herkennen we het bij elkaar, zien we daar iets van en willen we daar steeds meer van meemaken?

Een vraag om over na te denken en ermee aan de slag te gaan, zelf en ook samen.

amen

Marcus 1: 9-11 : In de doop komt God heel dicht bij ons (doopsbediening aan Daniël Veldman in CGKV Broek op Langedijk)

Liturgie morgendienst zondag 7 januari 2018
Welkom : .
Zingen: Opwekking 599 ‘Nog voordat je bestond’
Stilte en persoonlijk gebed
Votum en groet
Zingen: Ps. 103: 1,5,7 ‘Zegen, mijn ziel, de grote naam des HEREN’
Gebed
Zingen: Gz. 334: 1,3,4 LB ‘Here Jezus, wij zijn nu’
Doopsformulier GKV 2
Na doop: Gz. 14: 1,2,5 LB ‘De Heer is mijn herder (NLB 23b)
Dankgebed
Kinderlied ‘God kent jou vanaf het begin KOW 77
Kinderen naar KND
Bijbellezing: Marcus 1: 1-15
Zingen: Gz. 524 (NLB): 1-5 ‘Nu Gij de doop ontvangt in de Jordaan’ (mel. Ps.116)
Verkondiging: Marcus 1: 9-11
Zingen: Gz. 912 NLB: 1,2,5,6 ‘Neem mijn leven, laat het, Heer’
Wet van de liefde
Zingen: Opwekking 642 ‘De rivier’
Voorbereiding HA .
Gebed
Collecte – zingen: Opwekking 737 ‘U nodigt mij aan tafel’
Zingen: Gz. 704: 1,2 NLB (=Gz. 141 GK) ‘Dank, dank nu allen God
Zegen
Amen: Gz. 704: 3 ‘Lof, eer en prijs zij God
————————————————————————————————————————-

Beste Floris en Janneke, kinderen, familie en vrienden, zusters, broeders, gemeente,

Het houdt niet op lijkt het wel, met feestvieren: het ene feest na het andere.We hebben de kerstdagen achter de rug, en oud en nieuw is al weer een week geleden en de kerstvakantie is bijna voorbij – morgen weer naar school, toch? Ik hoop dat u en jullie er met plezier op terugkijken en vooral ook dat de boodschap van kerst je geraakt heeft en dat je met vertrouwen op God aan 2018 begonnen bent.Nou, en vanmorgen is het weer feest want Daniël is gedoopt, en God heeft tegen hem maar ook tegen u en jou en mij gezegd: Ik ben erbij, want jij hoort ook bij Mij. Alsnog een uitroepteken achter die beloften toen we een nieuw jaar zijn begonnen,en achter wat we hoorden toen we deze dienst begonnen, dat God trouw is voor altijd en dat Hij nooit zal loslaten en zal opgeven waaraan Hij met ons is begonnen.
Ja, en volgende week is het alweer feest want dan mogen we het avondmaal vieren.
En dat eigenlijk allemaal om Hem waar het ook vanmorgen weer over gaat: Jezus.
In mijn agenda staat trouwens dat ook deze zondag een feest-zondag is: Epifanie.
Letterlijk betekent dat woord ‘verschijning’ – bedoeld is dat we vieren dat Gods Zoon Jezus deze wereld en ons leven binnengekomen is, om ons te redden en te helen.
Heel vroeger werd op 6 januari de geboorte van Jezus gevierd maar toen de kerk in het Westen dat feest ging vieren op 25 december werd 6 januari Driekoningen – dat was dus gisteren – maar wordt ook aandacht gegeven aan de doop van de Heer.
En in veel kerken gebeurt dat de zondag na 6 januari, en dat is dit jaar dus vandaag,

Hoe bijzonder dat juist op deze zondag waarop Daniël is gedoopt – in de naam van God zijn Vader en Jezus zijn Heer en Redder en de Heilige Geest die ook aan hem is beloofd – het in de preek en ook in de kindernevendienst over de doop van Jezus zelf mag gaan, en dat heeft alles met elkaar te maken want – las ik ergens – het verhaal van Jezus wordt ook ons verhaal: Jezus’leven is ons leven, zingt een lied.
Je kan ook zeggen dat Daniël alleen gedoopt kon worden vanmorgen omdat zijn en onze Heer en oudste Broer Jezus ook gedoopt is, omdat Hij ons leven wilde leven
en onze schuld op zich wilde nemen; daarom alleen zegt God ten elk van zijn kinderen en dus ook tegen u en jou en mij: “jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter, in jou vind Ik vreugde”; “mijn liefde voor jou is groot” (BGT)

Laten we nog even wat meer dit verhaal laten spreken met als kernpunten:

In de doop komt God heel dicht bij ons
1. door zijn Zoon,
2. met zijn Geest,
3. als onze Vader

1. In de doop komt God heel dicht bij ons: door zijn Zoon.
‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God’ – zo begint Marcus zijn verhaal over Jezus, over wie Hij is en heeft gedaan en wie Hij wil zijn voor ons.
Maar ‘begin’? Kerst wordt overgeslagen: geen stal, geen herders, geen Herodes…
Marcus begint zo’n dertig jaar later, met Johannes de Doper als volwassen man.
En dan ineens valt Marcus met de deur in huis: “in die tijd kwam Jezus”.
Zomaar stapt Jezus het verhaal binnen en staat Hij voor Johannes en voor ons….
alsof Hij ineens uit de lucht is komen vallen…
Maar nee, dat juist niet, hier is het niet een soort ‘uit hoge hemel daalde Hij neer’.
Terwijl er wel met nadruk bij staat: ‘Jezus, de Zoon van God’- maar over die hemelse komaf heeft Marcus het met geen woord: “In die tijd kwam Jezus vanuit Nazareth, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan, om zich door Johannes te laten dopen”.Hoe gewoon!
Epifanie, dat is: komen op een bijzondere manier, van een koning, of van God zelf.
Dan verwacht je iets bijzonders: een VIP-ontvangst, glitter en glamour, toejuichingen.
In het licht van eeuwen van aankondigingen en verwachten: daar is Hij, eindelijk, de lang verwachte messias=koning op Davids troon die de wereld redden en helen zal.
Maar wie staat hier ineens voor ons, gewoon in de rij tot hij aan de beurt is om ook door Johannes in Jordaanwater gedoopt te worden? Joshua (Jezus), de oudste zoon van een dorpstimmerman, nota bene uit een onbekend en onbemind dorpje in het ook al verachte Galilea van de heidenen: kan uit Nazaret iets goeds komen? nee toch! En: ga maar na dat uit dat randkerkelijke Galilea nooit een profeet gekomen is.

Kijk, maar dat is nou precies hoe God werkt en hoe God naar ons mensen toekomt.
Later schrijft Paulus: “God heeft juist mensen uitgekozen die in deze wereld ‘dom’of ‘zwak’ genoemd worden. Zo heeft God de wijsheid en de kracht van mensen belachelijk gemaakt. God heeft mensen uitgekozen die onbelangrijk zijn en niets voorstellen, en voor wie niemand respect heeft. Daarmee maakteHij een eind aan alles wat in deze wereld belangrijk is. Zo zorgt Hij ervoor dat niemand trots kan zijn op zichzelf.“ (1 Korintiërs 1: 27-29, BGT). Daar zit een boodschap in naar twee kanten toe: niemand is te min of te slecht of te onbelangrijk voor God, mensen met welke beperking ook zijn in Gods ogen kostbaar, allemaal Gods geliefde kinderen!
Én: we worden allemaal op onze plek gezet: wie klein en kwetsbaar durft zijn, wie
de ander belangrijk vindt dan zichzelf en wie weet van eigen tekort, die is groot!
Dat God zo werkt, hebben we weer gezien in die doop van een nog zo klein kind.
God wacht niet tot een mens tot geloof is gekomen en voor Hem gekozen heeft, maar Hij is ons al jaren voor en laat de kinderen al meteen bij zich komen, “want Gods nieuwe wereld is juist voor hen””…en voor ieder die wil worden als een kind.
Ook al begrijpen kinderen nog niets van God en Jezus, ze horen er meteen al bij.
Zoals al meteen de zonde meekomt in een mens, komt God meteen met zijn genade.

Nou, en dat is precies wat dat gebeuren daar bij de Jordaan in de kern betekent.
Het is natuurlijk wat je niet verwacht en wat eigenlijk niet hoeft: Jezus gedoopt?!
Jezus van wie we geloven dat Hij zonder schuld en zonde ter wereld is gekomen.
Geen wonder dat Johannes eerst tegenstribbelde: “Waarom bent U bij mij gekomen?
Ik zou juist door U gedoopt moeten worden!”. Goed gezien, Johannes, helemaal gelijk…en toch moet het zo gaan, zo wil God het, dat is zijn reddingsplan voor ons:
“Gij wilt niet als een onbeschreven blad veraf staan van ons volgekladderd leven;
ons leven wordt U op het lijf geschreven, Gij stapt in onze dood als waterbad..Lief
Lam van God, zo smetteloos, zo rein, in ons gedompeld, één van ons geworden”.
Terecht wordt die doop van Jezus in dat lied bezongen als “uw glorieuze ondergang;
de niet te peilen afgrond van uw liefde” – het kruis werpt zijn schaduw al vooruit daar bij de Jordaan.
De doop van Jezus aan het begin van zijn werk op aarde maakt meteen zichtbaar wie Hij is en waarvoor Hij is gekomen: om ons leven te leven en te lijden en te redden – echt als de Immanuël= door Jezus komt God dichter bij ons dan ooit.
Maar ook: voor wie zich aan Hem toevertrouwt en Hem wil volgen, wordt zijn leven ons leven, willen wij worden als Hij: nederig en vol vertrouwen leven met Hem en voor Hem, en ook met en voor anderen – we gaan in ons lied erom vragen, voor Daniël en voor onszelf: neem zijn/mijn leven, en laat het toegewijd zijn aan uw eer.

2. In de doop komt God heel dicht bij ons: met zijn Geest.
Toen Jezus na eerst kopje onder te zijn gegaan, weer boven water kwam, zag Hij boven zich de hemel openscheuren, dat is het heel bijzondere van deze doop.
We lezen dat niet van al die andere mensen die door Johannes zijn gedoopt, en toen eerder in deze dienst werd gedoopt, ging het dak er niet af..gelukkig niet….toch?
Nee, maar wat toen boven die doopplek gebeurde, boven Jezus’ hoofd, dat is wel vol beloften voor Hem eerst en voor al die mensen later die ‘in zijn dood gedoopt zijn’, om het nog eens met Paulus te zeggen, en met Hem ‘opstaan tot een nieuw leven’.

Ja zeker, het zegt eerst en vooral veel over wie Jezus is en wat Jezus komt doen.
Ik denk aan die eerste keer, dertig jaar eerder, dat door Jezus de hemel openging.
Dat was in de kerstnacht toen de hemel openging boven de herders bij Betlehem en een engel het geboortebericht van Jezus deed en een hemels leger van vrede zong.
Een lied bezingt het bijzonder: “midden in de winternacht ging de hemel open, die ons heil ter wereld bracht, antwoord op ons hopen” – en dat antwoord was een kind in een voerbak, gewoner kan het niet, maar het was tekenend voor wat komen ging met en door Jezus – toen al beloftevol: “ondanks winter, sneeuw en ijs” – niet echt toen daar bij Betlehem, maar wel beeldend voor een wereld verloren in zonde en schuld –“ondanks winter, sneeuw en ijs,bloeien alle bomen, want het aardse paradijs is die nacht gekomen…en de dag is niet meer ver, bode van de luister die ons weldra op zal gaan” ….dankzij Jezus ging de hemel open om nooit meer op slot te gaan – en dankzij Jezus geeft God aan wie in Hem geloven zijn Geest die in ons wil wonen.

Ja, want de hemel ging open voor en boven Jezus, maar er was meer: “Hij zag de Geest als een duif op zich neerdalen” – als teken van hemelse goedkeuring en ook een teken voor Johannes die het ook heeft gezien en anderen die ervan hoorden dat Jezus de door God beloofde redder was, die al eeuwen van te voren zichzelf via de profeet Jesaja aankondigde: “De Geest van God de HEER rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God – ook dat: God zal recht doen en het kwaad overwinnen – en: “om allen die treuren te troosten” (Jes.61)
Later preekt Jezus in zijn woonplaats over deze tekst en wijst zichzelf aan als de in Jesaja 61 bedoelde en beloofde: wat ik net heb voorgelezen, gaat nu echt gebeuren.
Jezus de Zoon van God maar ook kwetsbaar mens, gesterkt door de Geest van God.

Wat dat beeld van een duif moet voorstellen, blijft als je leest wat er allemaal over is geschreven, voor meer dan een uitleg vatbaar: herinnering aan die duif bij Noach, de duif als vredessymbool, de duif ook als offerdier – het speelt misschien allemaal wel mee – in elk geval is de taak van Jezus om vrede te brengen door zichzelf te offeren, en zo komt er die nieuwe aarde die nooit meer zal vergaan door zonde en bederf.

Kijk, en we mogen geloven dat Jezus na zijn doop door de Geest gesterkt wordt om als mens die zware weg van strijd en lijden te gaan en tot een goed einde te brengen en dat Hij voor zo ons verdiend heeft dat de Heilige Geest aan ons wordt gegeven.
In zijn preek op de Pinksterdag zegt Petrus er duidelijke dingen over, zoals dat Jezus nu in de hemel is en vandaar zijn Heilige Geest die God hem beloofd had, aan ons geeft. En dat dan juist verbonden aan de doop, hoor maar: “Bekeer je en laat je dopen in de naam van Jezus, om vergeving te krijgen van uw zonden, en dan zal de Heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God,tot zich zal roepen.” (Hand. 2: 33 en 38-39). Trek het maar door naar ons vandaag die van ver geroepen zijn: voor ons is de beloofde Geest, en ook voor onze kinderen, zoals rond de doop weer is gezegd: “De Heilige Geest garandeert je dat Hij in je komt wonen. Hij maakt je één met Christus. Hij maakt tot je persoonlijk eigendom at je in Christus al hebt”. En we hebben erom gebeden, voor Daniël met name, en ook voor al die anderen die al zijn gedoopt: om geestelijke groei en geestelijke weerstand tegen alles wat tegen is: de duivel en zijn rijk, alles wat een mens schade kan doen.

Kijk maar weer naar hoe dat met Jezus is gegaan, hoe Hij – mens geworden – de Geest nodig had tegenover die verleidingen waaraan Hij werd blootgesteld, en dat ook namens ons en voor ons – de Bijbel zegt dat Jezus in elk opzicht net als wij op de proef is gesteld, maar dat Hij niet tot zonde is vervallen, dat Hij overeind bleef.
Dat geeft ons moed dat ook wij als we Jezus volgen en leven door zijn Geest, het kunnen volhouden om te geloven en achter Jezus aan te blijven gaan, en dat we dat onze kinderen mogen leren en vooral mogen voorleven, zoals jullie beloofd hebben.
Waar we elkaar bij nodig hebben, ook dat is vanmorgen gezegd: dat we deze ouders zullen steunen door gebed en door het goede voorbeeld van een christelijk leven, om er zo naar nodig en mogelijk is, aan mee te helpen dat onze kinderen groeien in het geloof, de genade, en het kennen van onze Heer Jezus Christus. Dank aan Jezus!

3. In de doop komt God heel dicht bij ons: als onze Vader.
De hemel stond boven Jezus daar bij de Jordaan wagenwijd open, en God zijn Vader keek als het ware blij en vol liefde en trots naar zijn Zoon op aarde, mens geworden en klaar om nu echt aan de grote opdracht te beginnen: Gods weggedwaalde en zoekgeraakte en verloren kinderen opzoeken en terugwinnen en weer thuisbrengen.
Het klinkt allemaal door in die stem uit de hemel: dit is nou mijn Zoon, ja echt, die gewone man uit Nazaret die hier in de rij op zijn beurt stond te wachten en die net als al die andere mannen en vrouwen, jong en oud,zich heeft laten dopen in de Jordaan.
En: wat houd ik veel van Hem, juist zo, nederig en gewillig, als echt een herder die zijn leven overheeft voor wie zijn schapen zijn, als echt sprekend Mij zijn Vader….

Ja, en let erop, heel bijzonder, dat zegt God als Jezus nog helemaal aan het begin staat van die grote opdracht, die lange lijdensweg, en niet pas als Hij zeggen kan:
Het is volbracht! – en Vader kan zeggen: goed gedaan, je bent trouw geweest
Nee, het staat vooraf al helemaal vast: jij bent mijn zoon, Ik houd zielsveel van jou!
Dat is echte liefde, onvoorwaardelijke liefde, van deze Vader voor deze Zoon!

Nou en dankzij die Zoon – geliefd Kind van zijn Vader – zegt God dat ook tegen u en jou en mij: jij bent mijn kind, Ik hou van jou, Ik heb plezier in jou en Ik ben blij met jou.
Houd dat vast en neem dat mee: dat God niet pas van ons houdt als wij iets voor Hem gepresteerd hebben, niet pas als wij zijn gaan geloven en voor Hem gekozen hebben, als wij ‘iets’ zijn en kunnen, maar zelfs al voordat wij geboren zijn en ook als een kind nooit tot dat bewuste geloof kan komen – denk aan zoveel beperkingen die er kunnen zijn – en als zoon of dochter niet tot belijdenis doen komt of afhaakt, blijf maar bidden en vertrouwen dat God trouw is en dat nooit loslaat wat Hij begonnen is.
En omdat God zo onbegrijpelijk en ongelofelijk en oneindig veel van ons houdt, ging Hij zover om zijn innig geliefde Zoon in te zetten en op te offeren om die dwarse, eigenzinnige, wegloperige kinderen als wij zijn, te zoeken en terug te winnen.
Ds. André Troost geeft er stem aan in zijn lied ‘Liefde is licht, opnieuw geboren’:“Hij heeft zijn kind aan ons verloren,Pasen schrijft zijn –Jezus’- geschiedenis” – we gaan het weer vieren volgende week – het lied eindigt zo – en denk maar aan die doop van Jezus en aan zijn kruis en open graf – en aan de doop steeds weer in de kerk – “boven mij (hem, haar, ons) gaat de hemel open: Gods liefde die ons wakker kust”.

Dat is misschien wel het mooiste en allerbelangrijkste van een christelijke opvoeding:
je kinderen meegeven en voorleven dat ze wie ze ook zijn en wat ze ook doen Gods geliefde kinderen zijn…en dat je als vader en moeder ook altijd van ze zult houden.
Dat je waarde niet afhangt van wat je presteert, of je het al of niet hebt gemaakt, of van hoe mensen tegen je aankijken – maar van wie je bent en hoe God je gemaakt hebt en wat Hij nog meer en mooier van je kan en wil maken – en van zijn trouw.
Dat die liefdevolle ogen waarmee God naar zijn Zoon Jezus keek ook zo naar jou kijken, naar ons en onze kinderen en naar al die anderen om ons heen en dat Hij het meent: jij bent mijn lieve zoon, mijn lieve dochter, wat ben ik blij met jou!

AMEN

Matteüs 25: Christelijke ‘mantelzorg’: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?

Liturgie morgendienst 12 november 2017

Welkom
Zingen: NLB 289 ‘Heer, het licht van uw liefde schittert’ – melodie Opw. 334
Heer, het licht van uw liefde schittert,
schijnt in donkere diepten, schittert;
Jezus, licht voor de wereld, verlicht ons
door de waarheid die u geeft, bevrijd ons.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Kom, Jezus, kom, vul dit land met uw Vaders glorie;
blaas, Geest, ons aan, zet ons hart in vlam,
stroom, overstroom alle naties met uw genade.
Geef ons uw woord, Heer, ontsteek hier het licht.
Heer, ik kom in uw stralend schijnsel,
uit de schaduw in uw nabijheid;
door uw Zoon mag ik staan in uw luister,
toets mij, test mij, verteer al mijn duister.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Heer, hoe meer wij uw helder licht zien
en de weerglans op uw gezicht zien, -
zal ons leven voor anderen stralen,
het verhaal van uw liefde vertalen.
Schijn in mij, schijn door mij.
Refr.
Moment van stilte en gebed
Votum en groet (Sela)Votum
Onze hulp en onze verwachting
is van God, onze Heer.
Hij die alles maakte,
laat niet los wat Hij begon.
Groet
Genade en vrede
van God, de Vader;
door Jezus, zijn Zoon, Immanuël.
Hij woont met zijn Geest in ons.
Hallelujah, hallelujah, amen!
Zingen: Ps. 146: 3,4,5 LB

Het verhaal van Sint-Maarten
Korte intro HvV

Gods leefregels uit Leviticus 19
zingen: Overnodig 63 ‘Mens van God, haat schone schijn’ – mel. Gz. 473

A Mens van God, haat schone schijn!
Rijk in liefde zul je zijn:
mantelzorger – als je mild,
gul je Meester volgen wilt.

V Als je zelf een mantel draagt
en een medemens je vraagt
bij te dragen in zijn nood,
zwijg je dan de ander dood?

M Als je graan hebt, velden vol,
handen, schuren overvol,
gun je dan een arme niet
waar jijzelf zo van geniet?

A Rijkdom geeft de goede God,
maar niet zonder zijn gebod:
maai geen randen van het veld –
arm wie alle aren telt.

M Tel geen aren, tel geen geld,
tel alleen de vrucht die telt:
liefde en geloof en hoop –
tel de druppels van je doop.

V Elke druppel is er één:
ga de wereld in, ga heen,
deel je mantel, deel de smart,
deel je rijkdom, deel je hart.

A Naakt, zijn mantel afgelegd,
heeft de Meester ons gezegd:
deel het brood en deel de wijn –
mantelzorger zul je zijn!

gebed
kinderlied
kinderen naar de KND

Bijbellezing: Jesaja 58: 6-11 en Lucas 3: 10-14
Zingen: NLB 973 ‘Om voor elkaar te zijn uw oog en oor’
Verkondiging: Matt. 25: 31-40
‘Christelijke mantelzorg: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’

Voorbereiding op de viering van het avondmaal
Gebed
Opwekking 765
Collecte – filmpje over HartHHW
Zingen: NLB 422: 1,2,3 ‘Laat de woorden die we hoorden’
Zegen
Amen: Gz. 456: 3

.Het verhaal van Sint-Maarten

11 november was de dag….je weet wel: dat jouw lichtje branden mocht.

Het was weer Sint-Maarten gisteren – wie van jullie is de deuren langs geweest…..?
En…veel snoep gekregen zeker…..
En wie van u heeft kinderen aan de deur gehad en heeft ze wat gegeven?

Maar weten jullie en weet u waar dat feest vandaan komt?

Daarover gaat dit korte filmpje….

Vanmorgen gaat de preek over wat we van Maarten – en vooral van Jezus – kunnen leren. Thema: Christelijke mantelzorg: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?

We gaan zo meteen ook een lied daarover zingen, gemaakt door ds André Troost,
met zeven coupletten, in wisselzang – alle zeven eerste letters vormen samen de naam Maarten – en er komt ook in terug wat o.m. in Leviticus 19 staat over zorg voor wie in Israël tekort kamen en zorg nodig hadden – een les ook voor ons – laten we eerst naar Gods leefregels uit Leviticus 19 luisteren en daarna dat lied zingen.

Gods leefregels Lwv. 19

Het lied Mens van God, haat schone schijn – op de melodie van gz. 473

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters, broeders, jong en al ouder,
dia 1

11 november was de dag…in 397 na Christus…dat bisschop Martinus van Tours (Maarten) nee..niet gestorven is…dat was op 8 november…maar werd begraven.
En daarom is 11 november de dag geworden dat hij wordt herdacht en vereerd.
Veel jongens zijn later naar hem genoemd: Maarten, of Martin, of Martinus…..
en meisjes ook natuurlijk: Martine, Maartje…zeker als ze geboren waren of gedoopt op 11 november, de naamdag van Sint-Maarten….ook Maarten Luther, geboren
op 10 november 483 en een dag later gedoopt – heeft zijn naam eraan te danken.

Oorspronkelijk is het trouwens een heidense naam, afgeleid van de oorlogsgod Mars.
Martinus/Maarten is: de strijdbare, de krijgshaftige; en die naam deed Maarten eer aan want als zoon van een militair begon ook hij zijn loopbaan in het leger – totdat hij koos voor een leven in dienst van koning Jezus –en eindigde als bisschop van Tours.
Een lied geeft het treffend weer: Sint Maarten strijdbaar man en ook: dienstbaar man.

Na zijn dood zijn in allerlei plaatsen, ook in Nederland kerken naar hem genoemd en werd hij de patroonheilige van veel steden zoals b.v. van Utrecht…en van allerlei beroepsgroepen zoals soldaten en wevers en kleermakers…..wat natuurlijk komt door dat verhaal over het doormidden snijden van zijn mantel en het geven van de helft van die mantel aan een arme bedelaar.

Het is een mooi verhaal dat zoals veel meer verhalen over goede daden en wonderen die heilige mannen zouden hebben gedaan, een kern van waarheid zal hebben maar waarbij de vraag is of het echt zo is gebeurd…..daarover verder niet, het is een opstapje naar wat de Here Jezus ons leert…en wat Maarten in die droom meegekregen zou hebben: wat je doet voor mensen die kwetsbaar zijn, in nood verkeren, hulp nodig hebben, heb je voor Jezus zelf gedaan…is geloven met de daad en leven naar het voorbeeld niet maar van een heilige als Sint Maarten maar naar het voorbeeld dat Jezus ons geeft.

dia 2 Christelijke mantelzorg: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?

1. Door te dienen
2. Door te delen
3. Door te doen

dia 3 Dienstbaar zijn.
Eerst nog even over dat woord ‘mantelzorg’. Er is wel gezegd dat die term ontleend is aan dat verhaal van Maarten en de mantel, maar dat schijnt toch niet te kloppen.
Maar het is wel een mooie lijn: mantelzorg is voor mensen als een warme deken.
Palliatieve zorg – zorg voor mensen in de stervensfase – is trouwens letterlijk ook een soort mantelzorg want pallium is een Latijns woord dat mantel betekent.
Maar als ik het over christelijke mantelzorg heb als hopelijk eigen aan de gemeente
bedoel ik dat toch wat ruimer en wat anders dan wat meestal zo genoemd wordt:het zorgen voor een vader of moeder die zichzelf niet meer redden kan, of het regelmatig omkijken naar een buurvrouw die de deur niet meer uit kan, als aanvulling op of vervanging voor de professionele thuiszorg of zorg van de wijkverpleging. Het is goed dat de overheid maar ook wij samen als burgers en zeker als christenen om al die mantelzorgers heen staan en dat ze ruimte krijgen voor dat belangrijke werk.
Afgelopen vrijdag werd er terecht weer aandacht voor gevraagd door de ‘Dag van
de mantelzorg – dia 4 hoe belangrijk is het werk dat vaak in stilte elke dag gebeurt!

Maar vanmorgen gaat het om meer: hoe zijn wij binnen de gemeente voor elkaar waar nodig mantelzorgers, en wat kun je als christen en kunnen we als kerk voor de mensen om ons heen betekenen: in de straat, in de buurt, op ons werk, in het dorp..
Wat weer veel meer op ons bordje komt nu de overheid stappen terug doet dia 5
en de tijden terugkomen dat op de kerken en christelijke hulpverleningsorganisaties als het Leger des Heils , Stichting Present en in het buitenland Kerk in Actie, de ZOA, en noem ze allemaal maar op, steeds vaker een beroep wordt gedaan voor hulp…en dan komt ook op u en jou de vraag af: wat kan ik doen, wat komt er op mijn pad…en
ook: wat kan en wil ik geven, aan tijd, aan aandacht, aan zorg, en ook aan geld….?

Wat dichtbij begint: in eigen gezin en familie, en ook in de kerk, en dan in de straat
Zoals Paulus dat bedoelt als hij zijn lezers en ons dus ook aanspoort: “Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor ons geloofsgenoten” (Gal. 6: 10) – en dat is niet zoiets als ‘eigen volk eerst’ of ‘het hemd is nader dan de rok’, maar wel heel praktisch dat je dichtbij huis als eerste een taak hebt, bij de bestaande en meest dichtbije contacten, en dat de gemeente zo ook een oefenplek is om te leren liefde te bewijzen en hulp te bieden, om van daaruit ook te kijken wat je persoonlijk en ook samen kunt betekenen voor mensen om je heen.

Nou, en daarvoor is allereerst nodig dat je als christen bereid bent om te dienen.
Zoals de Heer ons dat heeft voorgehouden en voorgeleefd en voorgedaan, wat Hij heel zichtbaar maakte toen Hij de voeten van zijn leerlingen waste en hen en ons meegaf: “Ik ben jullie Heer en meester en toch heb Ik jullie voeten gewassen.Daarom moeten jullie ook elkaars voeten wassen. Ik heb jullie het goede voorbeeld gegeven. Wat Ik voor jullie gedaan heb, moeten jullie ook voor elkaar doen”. dia 6
Maar aan dat doen gaat vooraf wat je houding is, hoe we naar elkaar kijken en hoe we met elkaar willen omgaan, en hoe we ook als christenen zijn in de samenleving.
Ik las ergens dat Jezus niet maar kijkt naar onze buitenkant, naar wat we doen: “Hij kijkt veel dieper dan dat. Wat doet mijn genade in jouw leven? In hoeverre ben jij op
Mij gaan lijken in zorg en aandacht voor kwetsbare mensen in nood?Is jouw hart
veranderd door mijn oneindige liefde voor jou?” . Dan komen we steeds terug aan de voet van het kruis waar Jezus hing en leed en stierf voor mij, maar ook voor die ander voor of achter me in de kerk, en naast me in de straat, en bij me op het werk.
En dan gaan we steeds meer met de ogen van Jezus naar die ander kijken, ook naar hem die me niet ligt of naar haar die we niet zo leuk behandeld heeft, en dan is het echt een vraag uit het hart hoe die ander te dienen en als Christus voor hem te zijn.
Wat begint met echt contact zoeken en tijd nemen om te luisteren en de ander te begrijpen en zijn of haar verhaal serieus te nemen, en samen op te gaan lopen.
Dienstbaar je opstellen begint ermee welke plek ik in mijn hart en leven geef aan medemensen dichtbij en daarna ook verder weg, of ze mij een zorg zijn, en zelfs of ik ze zie als een cadeau van God aan mij en tegelijk als een opdracht en uitdaging. En diensbaar zijn is ook dat ik die ander de ruimte gun of geef om zichzelf te zijn, anders dan ik ben en vast ook anders dan ik denk over dingen en dingen aanvoel – dat ik niet me meer voel dan…maar juist bereid ben de minste te zijn en me op te offeren als dat die ander helpt en Jezus dat van me vraagt – dat ik het met de apostel eens ben dat geven meer is dan krijgen, en dat ik ook eerlijk ben over wat ik wel en niet kan geven – want niemand is minder en niemand is meer, we zijn aan elkaar gegeven om elkaar te dienen – dat leren we van Petrus die dat zelf ook eerst heeft moeten leren: “Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade” (1 Petrus 5:5). En eerder in diezelfde brief: “Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn” (3: 8). Wat Petrus van zijn Heer had geleerd! dia 7

Als we dat met elkaar oefenen in de gemeente, en dan vooral vaak in deze spiegel van God kijken – en vaak denken aan Jezus – dan verandert er veel ten goede – en ik ben ervan overtuigd dat er nog veel veranderen kan en veranderen moet, en dan kunnen we ook veel betekenen voor Nederland.
In dat verhaal over de Koning die rechtspreekt en de mensen beoordeelt op hoe ze elkaar en anderen van dienst zijn geweest of niet, worden zes concrete voorbeelden genoemd van het omkijken naar en zorgen voor kwetsbare en noodlijdende mensen.
In de Middeleeuwen en ook later werd er het begraven van doden aan toegevoegd en had met het over de ‘zeven werken van barmhartigheid’ – dia 8 (even langslopen)
Het zijn allemaal concrete vormen van dienstbetoon waarin je vanuit de kerk en als christenen veel kunt betekenen voor mensen aan de rand en in de verdrukking, wat ermee begint dat je ook en juist die mensen ziet als gelijkwaardig en mensen van God – dienen is niet om zelf eer te behalen maar juist om er te zijn voor mensen aan wie naar de mens gesproken geen eer te behalen valt – zo krijgt God alle eer!

dia 9 2. in een zorgzame gemeente is er de bereidheid om te delen.

Die oude verhalen over Sint Maarten gaan erover dat hij wat hij had wilde delen met mensen die minder of niets hadden: hij had al veel weggegeven en toen hij die bedelaar tegenkwam en alleen nog zijn soldatenmantel had, deelde hij die ook nog.
Nog eens: of het allemaal echt zo gebeurd is, weten we niet, maar de boodschap die eruit spreekt is indringend – daarom wordt al heel lang Sint Maarten gevierd dia 10 en verbonden met het geven aan wie minder heeft – daar is dat bedelen om snoep door kinderen die eigenlijk niets te kort komen, eigenlijk een slap aftreksel van – ik
gun jullie het plezier en dat snoep, maar als je echt doet als Sint Maarten deed, eet je niet alles alleen op maar wil je ook delen – en zelfs uitdelen aan wie minder heeft….
In de Bijbel gaat het ook vaak over willen delen van wat God ons gegeven heeft.
Het is zelfs een kenmerk van gemeente-zijn, denk maar aan de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem waarover we lezen: “Alle gelovigen kwamen steeds bij elkaar. Ze deelden alles wat ze hadden”….”Geen van hen beschouwde zijn bezttingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk.
…Niemand van hen leed enig gebrek.” (Handelingen 2: 44: 4: 32 en 34). Om dat laatste ging het, dat niemand gebrek leed….je mocht best eigen geld en bezit hebben maar je was ook bereid om te delen als anderen tekort of niets hadden.
Zoals later Paulus schrijft over de gemeente waarvan de leden als lichaamsdelen op elkaar ingespeeld zijn en elkaar nodig hebben en voor elkaar zorgen. dia 11. Alle lichaamsdelen moeten voor elkaar zorgen: als het ene lichaamsdeel pijn heeft, lijdt het hele lichaam eronder, en als het met een lichaamsdeel goed gaat, profiteert de rest daar ook van; nou, zo is dat ook in dat lichaam dat je als gemeente bent dia 12.

Daaruit is al duidelijk dat als het gaat over delen, het niet alleen en zelfs niet op de eerste plaats gaat over geld en bezit, over geven aan de kerk en aan goede doelen, al hoort dat er ook bij, denk ook aan de collecten voor diaconale doelen – maar ik las: “We zijn er niet met incidenteel of periodiek een diaconale activiteit of een gift aan een goed doel. Het gaat om onze aandacht, tijd en volharding.” En dat begint binnen de gemeente, nog een citaat: “Denk bijvoorbeeld aan het bezoeken van zieken en eenzamen en aan het uitnodigen van nieuwe gemeenteleden voor een maaltijd.” We mogen dankbaar zijn voor veel dat al gebeurt en georganiseerd wordt.
Voor wat de ouderlingen doen en de diakenen, de bezoekbroeders en –zusters, de alleengaandengroep, Wijs met Grijs, de Jeugdraad – te veel om op te noemen,mooi!
Maar pas op dat we gaan afschuiven: daar hebben we…..vul maar in……wel voor.
Kijk vooral ook wat je zelf in eigen omgeving doen kunt, wat je kunt betekenen voor een ander, hoe je jouw gaven en mogelijkheden kunt inzetten, en wat je grenzen zijn.
In het bevestigingsformulier van diakenen binnen de GKv staat mooi: “De Heer roept ook nu op tot het betonen van gastvrijheid, offervaardigheid en barmhartigheid, om i
zwakken en hulpbehoevenden volop te laten delen in de blijdschap van Gods volk.
In de gemeente van Christus mag niemand ongetroost leven in ziekte, eenzaamheid of armoede”. Het is waar dat de diakenen daarin een stimulerende en coördinerende taak hebben, maar het blijft de verantwoordelijkheid van ons samen, nog eens dat formulier als tegen de diakenen wordt gezegd dat ze de gemeente een goed voorbeeld moeten geven “van de onderlinge zorg waartoe Christus ons allen oproept.” Het avondmaal dat we volgende zondag weer gaan vieren maakt de band zichtbaar die we hebben met elkaar doordat we samen aan Christus verbonden zijn.
Dat lezen we ook meteen van de gemeente in Jeruzalem: ze braken het brood – en daarom was er ook de zorg voor elkaar naar het voorbeeld dat de Heer ons geeft.

Ja, en dan blijft dat niet binnen de muren van de kerk, dat formulier van zonet trekt het breder: “zo zullen we als gemeente groeien in liefde voor elkaar en voor alle mensen”. Als christenen hebben we ook een taak om waar nodig en mogelijk om te kijken naar mensen buiten de kerk die in nood zijn, zoals dak-en thuislozen, mensen die eenzaam zijn, gevangenen, en – heel actueel – vluchtelingen en asielzoekers.
Denk ook maar aan de voedselbank, vrijwilligers die nodig zijn om asielzoekers te begeleiden en ze te helpen met de taal, en bij te springen bij ziekte en andere problemen, en wat doen we als een al geworteld gezin of kinderen uitgezet dreigen
te worden – volgen we dan lijdzaam de overheid of komen we in actie voor hen?
Lastige vragen die je als kerken samen onder ogen kunt zien: alleen lukt het niet.
In de oude christelijke kerk was het een kerntaak: omzien naar mensen in nood.
Er zijn veel voorbeelden van zorg voor armen, gevangenen, slachtoffers van rampen en epidemieën, met vaak schaarse middelen en mogelijkheden deed met toch veel. En toen na enkele eeuwen het christendom erkende staatsgodsdienst werd, werd de zorg uitgebreid en professioneler en kwamen er hospitalen, opvang voor zwervers en vreemdelingen, hofjes voor oudere alleenstaande vrouwen, en vanuit de kloosters is heel veel gedaan om nood te lenigen, zieken te verzorgen, en gastvrijheid te bieden.
dia 13
Ik las: “Deze traditie doet een beroep op kerken en christenen om de zorg voor mensen hoog op de agenda te hebben staan, binnen kerken en in de samenleving.
Zorg voor de zwakken.” Dat is blijkbaar waar Jezus als rechter ons op zal afrekenen, zoals we ervan gelezen hebben: wat je gedaan hebt voor de minsten van mijn broeders en zusters, dat heb je voor Mij gedaan – of niet gedaan. Want geloven is niet Heer Heer zeggen of zingen, maar doen wat Vader van ons wilen vraagt. En dat is dat we leven naar het voorbeeld van Jezus, en delen wat Hij ons in beheer geeft.

dia 14 3. En dan komt het aan op dat ook te doen.

We hebben het al gehoord van Jezus dat Heer Heer zeggen – goede dingen over God en Jezus zeggen, en veel en enthouasiast zingen over en voor Hem – of recht in de leer zijn en elkaar aan die leer houden, en anderen de weg van Jezus wijzen –
niet is waar je bij God mee weg komt; Jezus zei: doe je ook wat je Vader graag ziet?
Zijn broer Jakobus schreef over levend geloof dat uitkomt in daden van geloof: “Voor God, de Vader, is alleen die zuivere, reine godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk leven” (1:27).
dia 15
Nee, dan hoeft niet iedereen op bezoek in de gevangenis of naar een AZC, en we kunnen niet als één kerk iedereen die in onze dorpen in nood is helpen – maar we kunnen wel oog en oor en hart leren open te zetten en te kijken wat we ieder voor zich en als nieuwe gemeente, en samen als kerken in Langedijk, meer kunnen doen.
Er zijn door heel het land heen allerlei initiatieven die inspireren en waarvan we kunnen leren – landelijk zijn er adviescentra vanuit onze kerken en vanuit de PKN.
Christelijke hulporganisaties hebben veel knowhow en ervaring in huis om ons op weg te helpen, en ook de burgerlijke gemeentes staan steeds meer open voor contact met en hulpverlening vanuit en samen met de kerken.

Het zou mooi zijn om als alle stof van het samengaan-proces is neergedaald, hier werk van te maken; Ik ben ervan overtuigd dat samen iets doen, voor elkaar en voor anderen, ook erg goed kan werken om elkaar beter te leren kennen en naar elkaar toe te groeien, en dat dan de perikelen die er waren en nog zijn, overkomelijk zijn.

Als we niets liever willen dan elkaar en anderen dienen, en als Christus voor ze zijn.
En daar dan niet minder of armer van beter en rijker van worden, zelf en ook samen.
Want dan mogen we – vaak tot onze verrassing ervaren – dat die ander ook bereid is mij te dienen, en als Christus voor mij wil zijn – en dan wordt een mooie tijd, samen!

amen
dia 16