Geroepen uit Egypte – Matteüs 2: 13-15

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

We hebben weer kerst gevierd, anders dan andere jaren, soberder, rustiger…maar ondanks beperkingen wel veilig thuis en in de kerk, in een land met een betrouwbare overheid en waakzame politie, en ook veel welvaart….we hoeven niet bang te zijn opgepakt te worden en we hoeven niet op de vlucht te slaan of op straat te slapen. Zomaar vergeten we bij de warmte en gezelligheid waarvan wij hebben mogen genieten dat het kerstverhaal allesbehalve gezapig en romantisch is maar een heftig verhaal over ouders en een pasgeboren kind voor wie geen plek was in eigen land en die zelfs overhaast moesten vluchten en asiel aanvragen in een vreemd land, uit angst voor Herodes die het op het leven van hun kind had gemunt – vluchtelingen dus, asielzoekers.

Als je dichtbij kerst wil komen, moet je eigenlijk eerder in een AZC zijn of in een van de vele vluchtelingenkampen dan in een warm verlicht huis in het veilige Nederland.
Het zou helpen om ons iets meer in te leven in wat vluchteling zijn, asielzoeker zijn, betekent, ook voor kinderen die moesten vluchten, met hun ouders, vaak ook alleen.
Er zijn verhalen genoeg om dat wat dichterbij te krijgen: verhalen van mensen die je zelf kent – ik denk voor wat onszelf betreft aan onze buren uit Eritrea – maar ook via allerlei sites op internet, van Vluchtelingenwerk, St. Bootvluchteling, of Amnesty.
Het zijn vaak schrijnende verhalen over wat onderweg gebeurde en ook in Nederland met gevaren onderweg, onveilige slaapplekken, onzekerheid, honger, kou, ziektes..

Op deze eerste zondag na kerst gaat het ook over een kind dat moest vluchten. Matteüs zegt niet voor niets dat Jozef te horen kreeg: “vlucht met het kind en zijn moeder”, in die volgorde, pijnlijk precies ook: niet ‘jij met vrouw en kind, maar ‘het kind en zijn moeder’ – het ging vooral om Jezus en om hem het leven te redden.
Tegelijk is bijzonder hoe Jozef ingeschakeld wordt als vader en beschermer van dit kind en zijn moeder Maria; en hoe Jozef met volle inzet en liefde die rol pakt en die zorgtaak invult; hoe hij ook aanvoelt dat er gevaar loert en wat dan te doen staat.
Intussen is het wel een schrijnend contrast: rijke magiërs uit het verre oosten die met dure cadeaus Jezus eren als de beloofde koning van Israël, de blinkende morgenster en meteen daarna de dreiging vanuit Jeruzalem door koning Herodes en zijn
moordcommando’s, gevoed door wat de wijzen hadden verteld: de koning komt ook!

Ik denk zomaar dat Jozef en Maria al de bui voelden hangen, gelet op de reputatie die Herodes had opgebouwd, als een tiran die bereid was over lijken te gaan om zijn macht vast te houden – de bekendste Joodse geschiedschrijver van die tijd, Flavius Josephus, vertelt dat Herodes maar liefst acht familieleden had laten ombrengen; de laatste – een van zijn zoons – zelfs nog enkele dagen voor zijn dood. De man was ziekelijk wantrouwend, geloofde in complotten, en wilde koste wat kost aan de macht blijven, wat we ook vandaag maar al te vaak herkennen in leiders van landen waar in onze tijd veel mensen uit wegvluchten, met gevaar voor eigen leven en met verlies van alles wat ze hebben en van mensen waar ze veel van houden…triest. Dat Jozef ervan droomde – noem het gerust een nachtmerrie – is zo vreemd niet. In zijn droom zag hij een engel van God die zijn gevoel bevestigde: jullie moeten vannacht nog weg! Dat was opstaan, Maria wakker maken, het kind inpakken en er vandoor!

Reken maar dat het stress is geweest, en angst, denk maar weer aan vluchtelingen in onze tijd, en probeer maar eens van die verhalen los te krijgen of op te zoeken: over een grens over met gevaar van opgepakt te worden of erger: neergeknald, over met een wrakke boot de zee over met alle gevaar van te verdrinken, over met veel te veel mensen in een opvangkamp zoals op Lesbos, in een tent met dan weer regen en dan weer kou en dat weer brandende hitte en ook nog corona, en veel ruzies…

Jozef en Maria zullen zo snel ze konden hun spulletjes hebben gepakt met ook – gelukkig – de cadeaus van de wijzen waar ze misschien een ezel voor hebben gekocht, of twee ezels, en de kleine Jezus hebben aangekleed en in een draagzak goed ingepakt, en dan was het wegwezen, met een onzekere toekomst voor ogen.

Dat ons indenken kan helpen om achter de om het kerstverhaal heen gesponnen romantiek van het kindje in de kribbe en de herdertjes bij nachte en de engeltjes die door het luchtruim zweven iets te proeven van de harde werkelijkheid waarin Jezus terechtkwam hier op aarde en waar hij eenmaal volwassen heeft gezegd: “De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.” (Matt. 8:20). Nou, en dat moet je bedenken als je deze Jezus wilt volgen; die uitspraak over geen vaste woon- en verblijfplaats voor Jezus is zijn reactie op een enthousiaste wetgeleerde die zei: “Meester, ik zal u volgen waar u ook heengaat”. Mooi maar weet wel wat je zegt en wat je kunt verwachten. Het hoort bij volgeling van Jezus zijn, bij christen-zijn, zelfs bij mens zijn, dat je niet rechten kunt claimen op een land of een huis of wat dan ook, als jouw eigen bezit.

Door heel de Bijbel heen wordt ons voorgezegd dat we allemaal vreemdelingen zijn en gasten – gastarbeiders – op deze aarde die van God is en van God blijft, en die wij in bruikleen hebben gekregen om goed voor die aarde en voor elkaar te zorgen. En vaak wordt de opdracht aan de Israëlieten om te zorgen voor de vreemdelingen gemotiveerd met die herinnering: vergeet niet dat jullie ook vreemdelingen zijn geweest in Egypte en dat Ik jullie uit de slavernij daar heb bevrijd. Ken je plek, dus.

Ja, en wij kennen Jezus, we volgen iemand die al als kind zijn leven niet zeker was en op het eind de stad uitgegooid werd en opgehangen, tussen hemel en aarde..
Dat begon dus al vroeg: geen plek, moeten vluchten naar ver weg, asielzoeker zijn, en dan was Egypte een veilige bestemming omdat daar Herodes geen macht had.
Het is alsof de geschiedenis van lang geleden zich herhaalt toen Mozes in veiligheid gebracht moest worden voor de soldaten van de Farao, en dat via een mandje dat op het water dreef, en daarna via het paleis van de Farao door meegevoel van een prinses; o laat God nu Jezus in veiligheid brengen in datzelfde Egypte, ver van huis.

Jozef en Maria en Jezus komen na een vast lange vermoeiende reis veilig in Egypte. Hoe lang ze daar gewoond hebben, en waar, en hoe het hun daar is vergaan, weten we niet, het staat in elk geval niet in de Bijbel, blijkbaar is dat niet zo belangrijk.
Als we bedenken dat ze pas terug gingen toen het bericht kwam dat Herodes dood was, kwam een lang gekoesterde droom uit: we kunnen weer terug.

Gezien de vermelding dat ze teruggingen na de dood van Herodes zullen ze wel enkele jaren in Egypte hebben gewoond, maar waar precies en hoe, weten we niet.
Ik vond wel bijzonder om te lezen dat voor de christenen in Egypte – meestal horend bij de Koptische Kerk – die vlucht naar Egypte en het daar zijn van Jezus met zijn ouders heel veel betekent, en dat erom heen veel legendes en wonderverhalen zijn ontstaan, en dat plaatsen waarvan die christenen denken dat Jozef en Maria met Jezus gewoond hebben, belangrijke bedevaartsoorden geworden zijn. Bij veel van die verhalen moeten vele korrels zout, maar het is mooi dat ze mensen bemoedigd hebben en vooral dat ook in Egypte het evangelie nog steeds mensen raakt, en zeker ook dat de kerken daar alles er aan doen om met moslims in vrede te leven, zelfs in tijden dat er grote spanningen zijn en Koptische kerken zijn verwoest.

Toch, het blijft bijzonder, die aanhaling door Matteüs uit een profetie van lang geleden, van de profeet Hosea, die we net gelezen hebben. Op het eerste horen is het een vreemde opmerking dat toen het kind Jezus met zijn ouders na dat verblijf in Egypte terug kon reizen naar het eigen land, en gingen wonen in Nazaret, dat een vervulling was van wat God via Hosea tegen zijn volk toen zei: ‘Toen Israël nog een kind was, had ik het lief, uit Egypte heb ik mijn zoon weggeroepen.” Die zoon was natuurlijk Gods volk Israël, zoals dat al in Exodus 4 staat waar Mozes van God de opdracht krijgt om naar de Farao te gaan en tegen hem te zeggen: “Israël is mijn zoon, mijn eerstgeboren zoon”. Farao moest die zoon vrijlaten maar wilde dat niet maar werd daar door zware straffen toe gedwongen: Laat mijn volk, mijn zoon, gaan!

Eeuwen later komt God op dat begin terug, in een tijd dat het volk ontrouw is en God hevig teleurgesteld is in dat ongehoorzame kind, wat leidt tot aanvallen van andere volken en zelfs tot wegvoering in ballingschap, terug naar wat weer lijkt op Egypte. Ja maar toch blijft God van zijn kind houden: “Toch zal Ik jullie niet loslaten, jullie nooit in de steek laten, want mijn liefde voor jullie is groot en mijn hart vol medelijden,
daarom haal Ik jullie weer terug zoals ooit uit Egypte”..:“als bange vogeltjes komen ze uit Egypte, als duiven uit Assyrië; dan laat Ik hen weer wonen in hun eigen huis”. Dat is ook gebeurd, na lange ballingschap kwam een tijd van herstel en wederopbouw.

Weer eeuwen later werd Jezus geboren, in een tijd van weer bezetting, door Rome, en met op de troon in Jeruzalem die wrede Herodes, als zetbaas van de Romeinen. Maar als die Herodes is gestorven, kunnen Jozef en Maria met Jezus weer terug. En dan wordt dat profetenwoord opgehaald dat God zijn zoon uit Egypte terug roept.
Om de bedoeling te begrijpen moeten we ook hier bedenken dat die zoon Israël is, en dat Egypte beeld is voor onderdrukking, slavernij, onvrijheid en onvrede. En dat God zijn zoon Jezus heeft beschermd in Egypte en weer laat teruggaan naar het eigen land, om zo zijn volk en al zijn mensen te bevrijden uit van alles waar Egypte voor staat: de macht van de zonde, de angst voor de dood, verslaving, stress, dictatuur…En dat zou Jezus juist zijn vrijheid en zijn leven kosten – voor hem was dat Egypte ook in Israël: geen plek om rustig te wonen, vijandschap, en uiteindelijk zelfs uitgebannen uit de stad van God en als een godslasteraar weg gevloekt. Buiten de poort heeft Jezus geleden, buiten de poort de kruisweg betreden… En dat om dat volk en Gods wereld en ook u en jou voorgoed te redden en weg te roepen uit ‘Egypte’= een slavenleven van angst en zonde, ziekte, en dood.

Geroepen uit Egypte, dat mag je nu dankzij Jezus ook toepassen op je eigen leven. En dat is ook bemoedigend voor al die vluchtelingen en asielzoekers, en een les voor ons en al die andere mensen in geriefelijke huizen in een altijd nog veilig vredig land. Jezus die begon als vluchtelingetje weet wat het is wat vluchtelingen en hun kinderen van nu meemaken en Jezus spoort ons aan om ons hart voor ze open te zetten en onze handen naar ze uit te steken: wat je doet voor die broer of zus van mij in nood – die zieke, die hongerige, die gevangene, die vreemdeling, dat kind, doe je voor Mij. Jezus meet juist aan onze houding tegenover die kwetsbaren en hulpvragers af wie echt zijn volgelingen zijn en wie dat zeiden en dachten te zijn maar toch niet echt. Je zou kunnen zeggen dat de vluchtelingen onder ons die spiegel zijn van Jezus, dat je in wat zij meemaken kunt terugzien wat Jezus meemaakte, en dat voor ons en voor hen; en ook dat het juist past bij een christen vreemdeling te zijn, gast, nog niet thuis.

Jezus moest als vluchteling naar Egypte, en daarna uiteindelijk naar het kruis buiten de stad Jeruzalem, om ons leven te leven en onze zonden en ellende op zich te nemen, en zo ons weg te roepen uit wat voor ons kan zijn als een soort ‘Egypte’. Iemand noemt dat zo bedoelde Egypte ‘Angstland’, en dat kan van alles voor je zijn wat je dwars zit, je bang maakt, je gevangen houdt, allerlei oud zeer, en zonden. We zijn net als ooit die oudste zoon Israël onderweg van Egypte naar het beloofde land, en we mogen achter Jezus aan gaan die voorop gaat en die ons vasthoudt en meeneemt om ons te hulp te komen als we blijven steken of dreigen te vallen, en die ons thuisbrengt bij Vader, samen met al die anderen voor ons, met ons, en na ons. Dat ‘geroepen uit Egypte’ is ook een aansporing: kom ik als ik word geroepen, wil ik Jezus volgen, wil ik me bekeren van wat niet goed is, wil ik mee naar het goede land en nu al iets ervaren en laten zien van het goede leven, los van wat me gevangen houdt, met achterlating van wat me misschien wel veel waard is maar me blokkeert naar God en naar die ander toe- durf ik loslaten om zo juist te leven zoals bedoeld?

God roept al zijn dochters en zonen, al zijn mensen, wereldwijd, uit ‘Egypte’ terug.
Ja, en daar zullen ook onze broers en zussen bij zijn uit dat land Egypte van toen en van nu, en heel veel anderen uit landen waar het heel moeilijk is, gevaarlijk door onderdrukking en vervolging, of juist omdat luxe en geld of juist zorgen of verslaving aan van alles en nog wat mensen gevangen houden – er is voor een wereld die vaak nog donker en chaotisch is, en die vaak nog lijkt op dat Egypte als slavenhuis hoop en toekomst, dankzij Jezus die ons door dat alles heen meeneemt naar het beloofde land waar niemand meer hoeft te vluchten en niemand meer bang hoeft te zijn en waar we niet elkaar op afstand hoeven te houden, omdat we er allemaal thuis zijn en kwetsbare mensen dan helemaal geheeld zijn en voorgoed tot hun bestemming zijn gekomen – heel de wereld wordt Gods rijk en God zal voorgoed alles zijn in allen.

Zoals in Psalm 68 “Ook zelfs het land der duisternis zal weten wat uw luister is, Egypte zal U eren. Het Morgenland strekt als een bruid de handen haastig naar U uit, ook daar zult U regeren. De wereld brengt U huldeblijk, want heel de wereld is uw Rijk, Jeruzalem het midden; koningen overal vandaan komen met schatting voor U staan, elk land zal tot U bidden”.
amen

Liturgie morgendienst

Welkom

Belijdenis van afhankelijkheid en vertrouwen

Groet – amen

NLB 506: 1,2,3 ‘Wij trekken in een lange stoet op weg naar Bethlehem’

Gebed

Bijbellezing: Hosea 11

Psalm 81: 6,7,8 DNP

Bijbellezing: Matteüs 2: 1-12

NLB 520: 1-7 ‘De wijzen, de wijzen, die gingen samen reizen’

Preek over Matteüs 2: 13-15 Geroepen uit Egypte

NLB (Ps.) 68: 7,10 ‘God zij geprezen met ontzag’

gebed

collecte

Lied Opwekking 726 ‘Er is een onbegrensde liefde’

zegen

Lucas 21 – Hoe blijf je overeind in een tijd vol onrust en onzekerheid?

Liturgie

Zingen: Opwekking 830 ‘Hoe we ook zwerven’

Hoe we ook zwerven, zoekend en vragend
In onze twijfel laat U niet los,
in onze angst en pijn,
waar we ook bang voor zijn,
in onze onrust houdt U ons vast
Heer, ik geloof, maar help mijn ongeloof

Refrein:
In elke vraag blijft U de Heer.
Als oorlog woedt: God, U regeert
En ik geloof: één ding staat altijd vast
U bent trouw Heer, U bent trouw Heer

In al onze chaos blijft U dezelfde
U bent betrouwbaar, wat ook gebeurt
Al onze angst en pijn,
waar we ook bang voor zijn
ook als de storm komt, bent u erbij

Refrein (2x)

Heer, ik geloof, maar help mijn ongeloof
Heer, ik geloof, laat mij uw waarheid zien.

Bridge (8x)
U bent trouw, Heer, U bent trouw, Heer
U bent trouw, Heer, tot aan het eind.

Stiltemoment

Votum en groet – amen

Zingen: Ps. 93: 1,2,3 (Levensliederen)

1. De HEER regeert, gehuld in majesteit,
gekleed in almacht en hoogwaardigheid.
De wereld raakt beslist niet uit haar baan:
uw troon zal net als u altijd bestaan.

2. De oceanen bulderen, o HEER!
Ze daveren, de golven storten neer.
Maar boven storm op zee en waterkracht
heerst God de HEER met grote overmacht.

3. Wat u bedenkt is ongeëvenaard.
Wat u besluit is ons vertrouwen waard.
Uw niet te overtreffen heiligheid
versiert uw huis, HEER, tot in eeuwigheid.

Gods leefregels

Zingen: NLB 1008: 1,2,3 ‘Rechter in het licht verheven’

Gebed

Bijbellezing: Lucas 21: 5-36

Zingen: NLB 462: 1-6 ‘Zal er ooit een dag van vrede…?

Verkondiging over m.n. Lucas 21: 19/28/36
‘Hoe blijf je overeind in een tijd vol onrust, dreiging en onzekerheid?
Leer van Jezus
1) volhouden ;
2) moed vatten;
3) scherp blijven – en dat alles: op God gericht

Gemeente van Christus,

We leven in een tijd vol onrust, onzekerheid, slecht echt en slecht nepnieuws. Het is vaak al lastig om er achter te komen wat echt nieuws is en wat nep, fake-nieuws. En dat laatste maakt mensen vaak nog meer angstig en verward dan wat werkelijk is. Ik denk aan dat oude gezegde dat een mens nog het meest lijdt door onheil dat hij vreest en dat niet op komt dagen – maar het waart wel rond als een nog gevaarlijker virus dan corona – het zet aan tot terreur tegen b.v 5G-masten maar – nog erger – tegen medemensen die anders zijn en daarom dreigend – in de Middeleeuwen waren dat de Joden die werden aangezien als de bron van de pestepidemie, in onze tijd zijn het zomer Aziaten of anderen met een andere kleur of cultuur of gewoonten.

Maar inderdaad, onze tijd is onzeker en zit vol dreiging, onrust en ook veel angst, en dan is er meer dan dat virus: aanslagen hier en daar, oorlogen met als gevolg ook voor onze wereld de komst van vluchtelingen, klimaatproblemen, wantrouwen tegen de politiek en de media – niet alleen in de VS – aardbevingen zoals in Groningen…
En misschien is wel het moeilijkst de onzekerheid: hoe lang duurt wat we nu meemaken, en wat zijn de gevolgen op langere termijn voor onze manier van omgaan met elkaar, voor je bedrijf of baan, voor onze manier van kerk – zijn….
En als hopelijk deze pandemie voorbij is of er een afdoend vaccin gevonden is, wat is dat het volgende dat op ons af komt – weer: dat lijden dat ik vrees…wat misschien.
Vragen en nog eens vragen met daarachter dé vraag: hoe ben ik eronder, wat doet het mij/ons, en hoe ga ik en hoe gaan wij samen daar dan mee om, als gelovigen.

We hebben met elkaar een aangrijpend en ook wel lastig uit te leggen Bijbelgedeelte gelezen, een weergave van een stuk onderwijs van Jezus, kort na zijn triomfantelijke intocht in Jeruzalem en kort voor zijn arrestatie en veroordeling en kruisiging….het was dus in de laatste week van Jezus op aarde, vlak voor het laatste pesachmaal. Een aankondiging is het van wat allemaal te gebeuren staat in de tijd nadat Hijzelf via kruisdood en opstanding teruggegaan zal zijn naar zijn Vader in de hemel; zeg maar: in de tijd tussen zijn hemelvaart en zijn terugkomen naar deze wereld, dus de tijd waarin ook wij vandaag nog altijd leven en van alles en nog wat meemaken, ook aan moeilijke en dreigende en vreselijke dingen als oorlogen, rampen, epidemieën, natuurgeweld, klimaatproblemen, en ook een tijd waarin wie geloven het al te vaak zwaar hebben door bedreigingen en vervolgingen, zelfs van wie heel dichtbij staan.
En weer die vraag: wat doet dat met je, hoe ga je ermee om, hoe blijf je overeind?

Ik zei net dat dit Bijbelgedeelte best lastig is om helder te krijgen wat bedoeld is.
Dat zit vooral vast op de vraag op welke tijd en situaties slaat wat Jezus zei. Je krijgt het ene moment de indruk dat het gaat om wat we dan wel de ‘eindtijd’ noemen, de periode die voorafgaat aan de terugkomst van de Heer op de wolken; daar gaat het ook met zoveel woorden over in de verzen 27 en 28 en ook in vers 36, waar we lezen over ‘de Mensenzoon’ die in heerlijkheid arriveert, en ons ter verantwoording roept. Maar in het gedeelte vanaf vers 20 heeft Jezus het over de stad Jeruzalem die door vijandelijke legers omsingeld en verwoest zal worden en dat het er dan op aan komt of je op tijd weg kan komen voordat je gevangen genomen, weggevoerd of gedood wordt, want Jeruzalem zal “vertrapt worden door de heidenen”, een vreselijke tijd.
Terugkijkend in de geschiedenis weten wij dat het zo ook is gegaan, in het jaar 70 na Christus, toen de Romeinen Jeruzalem en de tempel hebben verwoest en veel mensen, vooral christenen, de stad zijn ontvlucht de bergen in, naar her dorp Pella.
Maar dan, als in één adem, gaat het verder over tekenen aan de hemel, en angst onder de volken, als het ware vanwege kosmische rampen, en dan komt Jezus. Dan vraag je je af wat dat wil zeggen want dat slaat toch op gebeurtenissen veel later?

Zoals vaker helpt het ook hier om andere Bijbelgedeelten erbij te betrekken, zeker als het om een van de vier evangelieverhalen gaat – vier die vaak elkaar aanvullen. In dit geval is verhelderend ernaast te leggen wat Marcus – de secretaris van Petrus – over ditzelfde gesprek vertelt, met veel overeenkomsten maar ook aanvullingen. B.v. dat de aanleiding tot dit gesprek een opmerking was van een van de leerlingen in het zicht van het tempelcomplex: “Meester, kijk eens wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen”(Marcus 13: 1). Waarop Jezus reageert met hard zal zijn aangekomen bij zijn leerlingen: er blijft geen steen op de ander, heel die tempel zal worden afgebroken. Het was blijven hangen bij ze, want als ze dan later op de dag vanaf de Olijfberg die tempel weer zien liggen, vraagt Petrus wanneer dat vreselijke zal gebeuren en waaraan ze kunnen herkennen dat het zover is – waarop Jezus als antwoord geeft wat we ook lazen bij Lucas dat ze niet door nepnieuws zich moeten laten beetnemen, en dat er eerst nog heel wat gebeuren zal – juist ook aan moeilijke dingen voor wie Hem willen volgen – en dat zij rustig moeten blijven en volhouden.

Dat is dan ook meteen de eerste les om overeind te blijven in een tijd vol onrust, dreiging en onzekerheid : volhouden – daar zit uithoudingsvermogen en geduld bij.
Dat gold voor de eerste generatie christenen die na Pinksteren de wereld in gaan met de boodschap van Jezus en die zullen stuiten op weerstand, vijandschap, vervolging, en die dat zelfs kan komen te staan op gevangenschap en doodstraf. We weten dat dat ook is gebeurd in die eerste eeuwen en ook later, tot vandaag aan toe. En ook – ik zei het al – is uitgekomen wat Jezus zei over Jeruzalem en de tempel. Maar, zei hij erbij, dat is nog niet het einde, en wanneer dat einde komt, weet God alleen – in Marcus 13 lezen we: “Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet, en de Zoon niet, alleen de Vader”(13: 32).

Een les die al te vaak niet geleerd is, als b.v. in tijden van oorlogen of grote rampen altijd wel weer dominees of andere zogenaamde profeten denken te weten dat het nu wel bijna zover is, en dat met allerlei Bijbelteksten of spitsvondige rekensommen. En ze beroepen zich er dan op dat Jezus zelf ons ‘tekenen der tijden’ gegeven heeft. Dat laatste is waar, maar die tekenen zijn wel wake-up-calls maar geen tijdpad. Ik zal nooit vergeten dat toen ik student was de al oude dominee Douwe van Dijk een lezing hield over die tekenen van de tijden en toen zei dat je ze moet zien als richtingwijzers – die kant gaat het op – maar niet als kilometerpaaltjes – zo ver nog. Een wijze les van een al vergrijsde voorganger – altijd goed om bij die les te blijven.

Ja, want het is eigenlijk gewoon een les van Jezus zelf: laat je niet misleiden en raak niet in paniek bij allerlei berichten over oorlogen en opstanden, aardbevingen en hongersnoden en epidemieën – pandemieën – dan weer hier en dan weer daar, all over the world, en door alle tijden heen – “want dat is nog niet meteen het einde.”
Waarmee we dichter bij de betekenis komen van dit onderwijs van onze Heer, dat bestemd is voor de tijd die zijn eerste leerlingen nog zouden meemaken maar ook meegaat daarna tot aan de dag dat Hij terugkomt, en dus ook actueel voor ons.

Sinds onze Heer wat in dit hoofdstuk is opgeschreven heeft gezegd, zijn bijna tweeduizend jaar voorbijgegaan en veel van wat we lazen is gebeurd en gebeurt nog steeds, en daar kun je van onrustig worden, bang, of zelfs van in paniek raken – of –
en dat kan ook zomaar – er cynisch van worden en je ogen maar ervoor sluiten. Vooral als het nieuws is – zomaar oud nieuws – dat onszelf minder of niet raakt: al die vluchtelingen in wrakke bootjes of in tenten in Griekenland of Libanon of waar dan ook; die ondernemers die bang zijn failliet te gaan, die jongeren aan de kant zonder contract en zonder geld, die daklozen die niet thuis kunnen blijven, die ouderen in het verpleeghuis die gelukkig geen familie of bekenden zijn, die oorlog en al die verwoestingen ver van ons veilige huis; die christenen die worden vervolgd, die mensen die lijden onder discriminatie en racisme, anti -semitisme, haat tegen moslims, en ga zo maar door –heel erg, maar je kunt er toch niets aan veranderen….

Maar wat dan wel? Hoe blijf je overeind bij dat alles zonder in paniek te raken of cynisch te worden, zonder of je kop in het zand te steken of er niet van te slapen?
Als eerste – ik gaf het al even aan – wat in vers 18 staat : standvastigheid, om zo erdoor heen te komen, je leven te redden omdat God er is en je overeind houdt. Het is een ijzersterke bemoediging van Jezus je Heer: “Geen haar van je hoofd zal worden gekrenkt. Red je leven door standvastigheid” – het gebruikte woord heeft in zich dat geduld gevraagd wordt en uithoudingsvermogen, veel dus, het kost veel en je krijgt niet de garantie dat je niks kan overkomen – integendeel – lees maar wat er allemaal op je af kan komen en wat het je kan kosten, maar houd vol en houd moed want dit is niet het einde, het einde is gered worden en overwinnen, met Jezus.

Houd vol en – dat is twee – vat moed. Dat haal ik vooral uit vers 28, na dat lastige gedeelte over al die ellende tijdens en na de belegering en verwoesting van Jeruzalem en daarna – weer komen beelden langs van natuurgeweld boven en beneden – en angst slaat door de wereld: “de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren”- dat slaat op de tijd die de eerste leerlingen zouden gaan meemaken, maar het herhaalt zich de eeuwen erna, tot op vandaag, en we herkennen het in onze tijd met dan weer aanslagen, nu weer zo’n pandemie en we weten niet wat het volgende zal zijn, en oorlogen en dictaturen zijn er ook steeds maar weer – en dan is de bemoediging van onze Heer om moed te vatten en er voortekenen in te zien van de definitieve afrekening en verlossing als Hij terug zal komen: “wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij”. Nabij, dat wordt herhaald in vers 31: “Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is”.
‘Nabij’, zoals vaker in de Bijbel staat er geen datum bij en krijgen we ook geen tijdpad mee, maar is het wel een stip op de horizon: het komt goed, laat je hoofd niet hangen maar kijk omhoog en zorg dat je er klaar voor bent.

Ja, want dat is de derde en laatste aansporing; wees waakzaam en blijf bidden. Dat is een oproep om scherp te blijven, en in alles gericht op God en op zijn toekomst.
Er gaat een waarschuwing aan vooraf – ook heel actueel voor onze tijd – om niet afgestompt te raken door of ‘de roes en de dronkenschap’- zeg maar: werk, geld, luxe, spullen, uitjes en noem maar op – óf ‘de zorgen van het dagelijks leven’- zeg maar: m’n baan, m’n gezondheid, m’n pensioen, m’n huis of het zoeken ernaar, dat virus en wat er de gevolgen van zijn, en zoveel meer dat ons in beslag kan nemen.
Allemaal vanuit de gedachte of de wens om alles in je leven in de grip te hebben.
Ik herken het bij mezelf als het meest lastige en ingrijpende van al die beperkende maatregelen van de laatste maanden: ik heb er moeite mee dat ik niet het leven kan leven dat ik graag wil en waar ik me goed bij voel: op bezoek gaan als dat zo uitkomt, naar een museum of een stad als ik daar zin in heb, en vooral ook: naar de kerk elke zondag en de preekafspraken die gemaakt zijn nakomen, en elkaar ontmoeten…en ook dat de vakantie die we hebben geboekt gewoon kan doorgaan en zo nog wat…en dan ineens gaat door een heleboel een streep of je moet in elk geval erover nadenken wat wel en niet kan en dat je elkaar op afstand moet houden…heftig!
En dan bekruipt me de nare gedachte dat het zo nog maanden door kan gaan misschien, dat je de hele winter niet gewoon naar de kerk kan en op bezoek…je hebt het niet meer onder controle, je moet afwachten en geduld hebben en volhouden… Het zijn precies de aansporingen die we in dit gedeelte horen van onze Heer zelf,
met het oog op tijden vol onrust en onzekerheid; maar hoe brengen we dat op?

Het kan niet op eigen kracht en met allerlei eigen goede voornemens, we hebben er de hulp van boven voor nodig, van God zelf die in ons woont en werkt door zijn Geest – Jezus zegt ook in vers 36 dat we niet moeten ophouden te bidden, en bidden is vooral om hulp en kracht vragen om vol te houden, de moed erin te houden en waakzaam te blijven – en daar geeft God ons ook elkaar voor: familie, gemeente, en ook een overheid die goed luistert naar de burgers en het goede met ons voor heeft – anders dan in landen waar regeringsleiders de situatie misbruiken voor eigen gewin en vergroting van hun eigen grip op hun burgers – bid vooral ook voor die landen, en voor zovelen die extra kwetsbaar zijn als vluchtelingen, daklozen, armen.

Gemeente, nog altijd zijn we onderweg en in afwachting, onderweg naar de echt goede nieuwe tijden als Jezus een eind maakt aan al die onzekerheid en onvrede. Als er een wereld komt zonder ziekte en oorlog, zonder eenzaamheid en stress. Zover is het nog niet, en daarom blijft het aankomen op volhouden en moed houden. In de zekerheid van vers 19: je redt je leven door standvastigheid. Beloofd is beloofd!
amen

Zingen: Opwekking 354 ‘Glorie aan God’

Gebed

Collecte

Zingen: Gz. 231: 1-4 NGK ‘Maak muziek voor God de Vader’

Zegen

Zingen: NLB 425 ‘Vervuld van uw zegen’

Romeinen 1: 7b ‘Ik wens jou…’ leerdienst over feedback geven en ontvangen

Liturgie middagdienst 23 februari Vecht en Angstelkerk

Thema: ‘Ik wens jou…Feedback geven en ontvangen’

We belijden ons vertrouwen in God – amen

Groet namens God – amen

Zingen: Ps. 139: 1,8 DNP

1. HEER, U doorgrondt mij, U ontwart
al de geheimen van mijn hart.
U ziet mij thuis en onderweg,
terwijl U opvangt wat ik zeg.
Ja, zelfs onuitgesproken zinnen
neemt U al waar bij mij vanbinnen.

2. Mijn hartsgeheimen leg ik, HEER,
volkomen eerlijk voor U neer.
Peil alles wat ik denk of zeg;
neem het verkeerde in mij weg.
Doorgrond mij God, en toets mijn leven;
wil mij voor eeuwig richting geven.
Gebed
———————————————————————————————————
Inleiding:

Elk jaar op 1 maart is het ‘Nationale Complimentendag’ dia 1
Dit jaar valt 1 maart op een zondag, dat is dus volgende week zondag.
Je kunt je afvragen wat dat nou weer is en waarom zo’n dag is ingesteld. Daarover staat het een en ander op de speciale website over die dag:

Waarom deze dag?
Het klinkt zo vanzelfsprekend…
…..een complimentje geven als iets goed gaat! Tóch doen we het in de praktijk maar bitter weinig. Dat komt omdat het geven van complimenten helaas (nog) niet echt in de volksaard van de Nederlanders zit. We zien wel vaak wat fout gaat, maar veel minder wat er goed gaat. Jammer, want juist in deze uitdagende tijden kunnen we wel wat extra positivisme gebruiken!
Helaas speelt sterk mee dat i.p.v. complimenten geven mensen vaak elkaar negatief bejegenen, zowel in het persoonlijk meer als – nog meer en vaker – via social media die meer dan eens meer lijken op asociale media – vreselijk wat soms langskomt.
Wat wij denk ik niet zo gauw zullen doen – toch? – maar ons er wel aan herinnert hoe gauw het tussen mensen mis kan gaan en hoeveel impact het voor lang kan hebben – en dan moeten we maar niet te gauw denken dat het in onze gezinnen en families en in de kerk natuurlijk wel goed gaat, want er zijn ook subtieler vormen van negatief en schadelijk gedrag zoals negeren, oordelen, alleen achter iemands rug om over hem of haar praten en niet met de persoon zelf , gebrek aan waardering, elkaars grenzen niet respecteren, woorden met een verborgen boodschap of een dubbele agenda – wat ook zomaar kan als je iemand een compliment geeft: wat ben jij daar goed in, dat lijkt me echt iets voor jou…met de verborgen boodschap dat je dat dan maar wel moet gaan doen want wie anders….

Er zit nog een adder onder het gras: maar als je nou vindt dat die ander…iets niet goed doet, zichzelf en anderen in de weg zit, dingen zegt of doet waar je moeite mee hebt of je aan ergert…..wat doe je dan: het maar zo laten uit angst voor een conflict of verwijdering, er niet met hem of haar over praten want dat is eng maar wel het met anderen bespreken….of je gooit het er ineens keihard uit: ja maar jij, weet je wel dat.. Dat komt allemaal mee in wat heet ‘feedback’: hoe geef je die én….ontvang je die? Wat ook in de Bijbel gebeurt, kijk naar Spreuken, luister naar Jezus, lees Paulus.

Ik wil met jullie luisteren naar wat in de Bijbel ‘zegenen’ heet, wat eigenlijk is: goede woorden meegeven aan elkaar, elkaar het goede wensen, complimenten geven, en vanuit een positieve liefdevolle houding ook elkaar durven en willen corrigeren, vanuit de grondregel dat we onze naasten mogen leren liefhebben als onszelf.

We gaan daarvoor allereerst naar het begin van de brief van Paulus aan christenen in Rome, laten we Romeinen 1: 1-15 lezen

Preek: ‘Ik wens jou… feedback geven en ontvangen (Rom. 1: 7b)

Beste mensen, zusters, broeders, gemeente,

Het is een veelbelovend begin van de brief die Paulus aan christenen in Rome schreef “Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven”. Bijna aan het eind van zijn brief herhaalt hij het: “Ik wens jullie toe dat onze Heer Jezus goed voor jullie is”. De BGT geeft zo kernachtig en goed weer wat in de NBV wat letterlijker en plechtiger staat: “Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus”. Ook al zijn andere brieven begint en eindigt Paulus op die manier: ik wens jullie alle goeds, Gods goedheid en liefde, het ga jullie goed met de vrede van Christus en onder de zegen van God. Je zou ook kunnen zeggen: complimenten, van Paulus, namens God. Want met nadruk introduceert Paulus zich als dienaar van zijn Heer Jezus Christus.

Je denkt misschien: logisch, zo ging dat als je brief schreef, net zoals wij een brief of mail afsluiten met: hartelijke groeten, of woorden die op datzelfde neerkomen….
Je proeft bij Paulus dat hij het echt meent, dat het uit zijn hart komt, zelfs als hij een brief schrijft – wat vaak gebeurde – met pittige kritiek en soms best harde woorden. Ik las: “Of hij de mensen die hij schrijft wil vermanen of bemoedigen, of hij ze kent of niet, zijn zegenwens is er altijd”. Voorbeeld zijn de twee brieven aan de kerk van Korinte – maar juist dan lezen we dat Paulus al schrijvend zijn hart laat spreken: ik houd van jullie, ik draag jullie op mijn hart, ik moet erom huilen dat het zo moeizaam gaat tussen ons…en ook die brieven lopen uit op een welgemeend: “Ik wens jullie toe dat de Heer Jezus goed voor jullie is. Ik houd van jullie, want wij horen allemaal bij Jezus Christus” (1Kor.16.23); ”Ik wens jullie allemaal toe dat de Heer Jezus Christus goed voor jullie is, dat God jullie zijn liefde geeft, en dat de Heilige Geest een eenheid van jullie maakt” (2 Kor.13: 13). En die toon is de muziek die door heel de Bijbel heen klinkt, en die we als we eerlijk en goed willen lezen opvangen, en die ons hart wil raken, ook en zelfs als we harde woorden en heftige verhalen tegen- komen: hoor Gods liefde er achter en er doorheen, probeer die liefde door te geven en vooral voor te leven…wens elkaar alle goeds, en doe wat goed is voor de ander.

Dat is meteen een spiegel voor u en voor mij, een vraag op de man of vrouw af; wat wensen wij elkaar toe, met woorden, en in de praktijk? We leven in een tijd waarin er veel onvrede en chagrijn in de onderlinge omgang zit. En mensen elkaar keihard vreselijke ziekten toewensen en zelfs wie je niet bevalt of dingen geschreven of gedaan heeft met de dood bedreigen: journalisten, politici, voetbaltrainers, advocaten – en soms volgen op woorden zelfs dodelijke daden. Iemand schrijft: “Je hoeft maar tien minuten van je tijd te spenderen aan het lezen van comments op social media en je belandt spontaan in een spiraal van haat, frustratie en onbegrip. Vooral onder Facebook-posts over immigranten, zwarte piet en vluchtelingen gaan mensen tekeer. Het lijkt wel alsof iedereen zijn verstand verloren heeft in deze digitale wereld vol scheldpartijen.” En voor je het weet wordt het actie-reactie – hard tegen nog harder.
Kijk, maar ook hier wijst de Bijbel ons de weg en zijn de Heer Jezus en ook zijn volgeling Paulus – een man met een gewelddadig verleden -een lichtend voorbeeld. Paulus roept ons op om niet als we worden uitgescholden terug te schelden, en als ons onrecht worden aangedaan ons niet te wreken maar om onze vijanden lief te hebben. En dat zegt niet iemand die over zich liet lopen maar die tegenstanders confronteerde met zijn wangedrag en hem aan het denken zette. Zoals toen een Romeinse bestuurder hem wilde laten afranselen en Paulus tegen de commandant van de soldaten zei: “Mogen jullie een Romeinse burger geselen, en dan nog wel zonder vorm van proces?”. Waarop de schrik toesloeg en ze hem met rust lieten. Eerder was Paulus samen met Silas gegeseld en opgesloten en toen daarna de autoriteiten hen via een achterdeur wilden vrijlaten, accepteerde Paulus dat niet: ze hebben Romeinse burgers zonder vorm van proces stokslagen laten geven en in de gevangenis gegooid en nu zouden ze ons heimelijk laten gaan? Geen sprake van! Laten ze maar hier naar toe komen en zelf ons vrijlaten; en zo is het ook gebeurd.
En dat is helemaal in de lijn van zijn Heer Jezus. Toen Hij voor zijn rechters stond en iemand hem een klap in het gezicht gaf, reageerde Jezus met een vraag: als wat Ik heb gezegd niet goed was, zeg dan wat er verkeerd aan was, maar als het klopt wat Ik heb gezegd, waarom sla je me dan? Dat helpt om te begrijpen wat we met die lastige uitspraak van Jezus aan moeten dat als iemand ons op de ene wang slaat, we de andere wang hem moeten toekeren. Dat lijkt soft en slap, een slachtofferrol aannemen; het is juist sterk en confronterend: je slaat mij, je beledigt mij, je doet me onrecht, maar waarom is dat, waarom heb je dat nodig, zou dat niet anders kunnen? Je slaat niet terug maar je duikt ook niet weg, je kijkt de ander in de ogen en probeert wat gebeurt bespreekbaar te maken – en je staat open voor datzelfde naar jou toe. Met de bedoeling te doen wat Paulus ergens schrijft: zo stapel je vurige kolen op het hoofd van die ander, houd je hem of haar een spiegel voor; blijkt wat zwak lijkt sterk.
Ik denk dat we allemaal dat Bijbelse onderwijs heel goed kunnen gebruiken, want al zal het hopelijk onder ons niet zo heftig toegaan als soms op die sociale media en online platforms, ook tussen christenen vallen soms harde woorden, worden nare mails gewisseld, kan zomaar hard worden geoordeeld of subtiel worden geroddeld, en is elkaar met alle verschillen die er kunnen zijn serieus nemen en liefdevol niet vanzelfsprekend….en we zijn als kerkmensen niet immuun voor die vergroving van de sfeer in Nederland. Ja, en ook als je niet scheldt en niemand beledigt, kun je elkaar tekort doen, b.v. door langs elkaar heen te leven en de ander niet te zien zitten of staan. Ik las ergens van een jonge vrouw die merkte als ze iemand naast haar in de trein of in een supermarkt gewoon groette, iets van irritatie want die ander was verdiept in de berichten op de smartphone en die groet was helemaal niet welkom – en dezelfde vrouw signaleerde hoe bijna iedereen onderweg zich afsluit voor de medemens. Hoe doen wij dat, zijn we gewend te groeten, als je net samen de kerk in komt of naast elkaar in de kerkbank zit, en bij de kassa in de winkel, en zomaar op straat? Dat is toch het minste van contact: even groeten, een praatje maken, en als je elkaar wat beter kent vragen hoe het de ander gaat en dan echt aandacht voor wat die ander te melden heeft – en hopelijk wederzijds: en hoe is het nou bij jullie? Niet als een formaliteit of gewoonte maar uit echte interesse?
En: wat doet het goed als wat goed is wordt benoemd en gewaardeerd: als er elke zondag muziek is in de kerk, als er mensen zijn die de beamer bedienen, elke week een gemeentemail verzorgen of de bloemen in de kerk, koster zijn, penningmeester, boekhouder, ouderling of diaken…niet te vergeten de preekvoorziening, en ook als er trouw achter de schermen naar mensen wordt omgekeken, als er een gespreksgroep draait en de koffiemorgen en een filmhuis, te veel om op te noemen…..zeg je weleens: wat ging dat goed, wat was het mooi vanmorgen, wat fijn dat je daar tijd in wilt steken? Ik las: “In de Bijbel staan ook complimenten van God aan ons.
Bijvoorbeeld deze prachtige woorden: “Jij bent heel belangrijk voor mij, je bent heel veel waard. Ik houd zoveel van jou.” (Jesaja 43: 4). En we worden aangemoedigd om zelf complimenten uit te delen: “Zeg geen slechte, negatieve dingen over mensen. Maar zeg, als het nodig is, dingen die het geloof van anderen sterker maken. Zeg iets dat mensen goeddoet.” (Efeziërs 4: 29).” Doen we dat ook? Zonder verborgen boodschappen, en met oog voor wat juist hij of zij nodig heeft.
Kijk, en dan, en juist vanuit die stevige basis, kun je ook bespreekbaar maken wat niet goed gaat, waar jij tegenaan loopt bij die ander, en wat die ander lastig vindt bij jou, of gedrag waarvan je weet en merkt dat hij of zij zichzelf en anderen ermee in de weg zit of zelfs schade doet….dat is vaak best gevoelig en lastig, maar als het op een goede manier gebeurt en dat niet uit de hoogte of veroordelend, dan kan het verrijkend en helend werken, en dat twee kanten op: voor die ander en mijzelf. Nog eens: alleen als de basishouding is die van elkaar aanvaarden, de minste willen zijn, elkaar erkennen als voor God en in Christus gelijkwaardig, met ieders eigenheid. In hoofdstuk 15 van in brief zegt Paulus dat kernachtig; aanvaard elkaar, zoals Christus jullie allemaal, met alle verschillen, pluspunten en minpunten, aanvaard heeft. En even verder, in 15: 14 maakt hij dat concreet op het punt van elkaar aanspreken: “Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt en dat het u niet aan kennis ontbreekt, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen”. Een gouden regel denk ik als het gaat om feedback geven en ontvangen, let op dat wederzijdse: elkaar terecht wijzen. En dat vanuit de wil om voor elkaar het goede te zoeken en samen verder te komen. Let wel: samen.

Ik ga afsluiten, met een tekst van de liedzanger Stef Bos, het heet ‘Ontmoeting’:
Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten
Je moet eigenlijk toevallig onderweg zijn.
Je moet geen doel voor ogen hebben
en je moet laten gebeuren waarvoor je bang bent.
Je moet niet alles willen verklaren
voor je het weet verklaar je elkaar de oorlog.
Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten.
Je moet je zelf in de ander durven zien
zonder in die ander te verdwijnen.
Het kan opeens, zomaar voor jou staan
het lijkt op iets om uit de weg te gaan.
Dat is het vreemde van geluk.
Je maakt het waar of je maakt het stuk.
het kan jou bedreigen
het kan je behoeden.
Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten.

Wat pas echt goed kan gaan als je elkaar wilt leren kennen en als je samen je verdiept in wie God voor je wil zijn en waar God met ons heen wil. Als je samen van je Heer wilt leren en steeds meer op Hem wilt gaan lijken. Onder de zegen van die Heer die tegen ons allemaal zegt: Ik wil graag dat het jullie goed gaat, jullie allemaal, u en jou, en al die anderen, samen..
amen
nagesprek

Zingen: Ps. 133: 1,2,3 ‘Kom, zie, hoe goed, hoe lieflijk is ’t als zonen’

Gebed

Collecte

Geloofsbelijdenis: Gz. 177: 1-4 GK ‘Heer, U bent mijn leven’

Zegen – amen

Marcus 15: 33-34 ‘Eenzaam maar niet alleen’ (videodienst Ermelo 5 april 2020)

Liturgie dienst met als thema ‘Eenzaam maar niet alleen’ – Marcus 15: 33-34

Welkom en mededelingen
………………………………………………………………………….
Belijdenis van afhankelijkheid en groet
Zingen: LB 91a: 1,2,3 ‘Wie in de schaduw Gods mag wonen’
Gebed
Bijbellezing : Johannes 16: 25-33 en Marcus 16: 22-39
Zingen: Ps. 22: 1-4 DNP
(of als luislerlied: Psalm 22 Psalm Project)
Overdenking over Marcus 15: 33-34 ‘Eenzaam maar niet alleen’
Zingen: Opwekking 518 ‘Heer U bent altijd bij mij’
Gods leefregels 1 Petrus 2: 19-25
Zingen: Opwekking 268 ‘Hij kwam bij ons, heel gewoon’
Gebed
Collecte
Zingen: LB 416: 1-4 ‘Ga met God’
Zegen

Beste mensen, gemeente en iedereen die nu kijkt en luistert…
We beleven een wel erg heftige en onzekere tijd, met een onberekenbaar virus dat nog steeds rondgaat en slachtoffers maakt en mensen op afstand van elkaar zet en een streep zet door geplande activiteiten en vakanties en ook door kerkelijke samenkomsten als vandaag de avondmaalsviering, en Goede Vrijdag en Pasen– iets dat in denk niemand van ons nog heeft meegemaakt – en hopelijk eenmalig zal zijn. Ik merk aan mezelf dat ik het nu al mis, het samen als gemeente God en elkaar ontmoeten, samen luisteren en zingen en samen bidden. Ik denk zomaar dat u die meekijkt en meeluistert vanmorgen datzelfde zal ervaren…of dat gemis al veel langer ervaart doordat u vanwege gezondheid of leeftijd al langer niet meer in de kerk komt.
Heel erg ook dat mensen die toch al eenzaam en kwetsbaar zijn en zijn aangewezen op de hulp van anderen en uitkijken naar een bezoekje of een uitje, nu vaak ook die hulp en die aandacht minder of niet meer krijgen, en hoogstens nog op afstand in contact kunnen blijven – en nog weer erger: in een ziekenhuis geen bezoek krijgen, zelfs niet als je zwaar lijdt of zelfs weet dat je zal gaan overlijden, zonder je geliefden. Misschien dat u van dichtbij mensen kent die dat moeten meemaken. Wat een pijn! Het is mooi dat veel creativiteit loskomt om toch zo veel als kan er te zijn voor wie nog meer dreigen te vereenzamen – zoals onze koning zei dat het eenzaamheids- virus wel bestreden kan worden – maar toch maken veel mensen zich zorgen en heeft deze periode met veel dreiging en beperkingen op veel mensen veel impact.
Juist dan komt het extra binnen als je het verhaal op je in laat werken van Jezus’ eenzame lijdensweg van Gethsemané via Kajafas en Pilatus tot aan zijn kruis. Op die kruisweg lieten steeds meer volgelingen en vrienden Hem in de steek, en bleven steeds meer alleen de vijanden en spotters over, tot en met zijn laatste seconden. En dat wel erg pijnlijk: in Getsemané vielen ze allemaal in slaap, Judas werd een verrader, Petrus herhaalde tot drie keer toe niets met Jezus te maken te hebben, de anderen stonden op een afstand toe te kijken of kozen het hazenpad, de familie zag het niet meer zitten, alleen Maria was in de buurt…en vriend Johannes ook….maar toen het erop aan kwam kon niemand hun vriend, leermeester, zoon, steunen. Deze zware weg moest Jezus alleen gaan. Hij wist dat ook van te voren en had zijn leerlingen erop voorbereid, toen die nog stoer verzekerden – Petrus voorop! – dat ze Hem nooit in de steek zouden laten: “Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat”. En ook: “Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden”. (lees Matt. 26: 31). Precies zo is het gaan, het staat er keihard: “Toen lieten allen Hem in de steek en vluchtten weg” (Marcus 14: 50). Een oude psalm werd huiveringwekkend werkelijkheid, Psalm 38: “Mijn liefste vrienden ontlopen mijn leed, wie mij na staan, houden zich ver van mij” ’Herkenbaar in onze tijd voor wie in quarantaine is of thuis of in een ziekenhuis of verpleeghuis geen bezoek meer krijgt, maar voor Jezus was dat niet ter bescherming of uit angst voor een virus, maar uit angst voor eigen hachje – en wie zou dat niet begrijpen? Laten we oppassen die leerlingen en volgelingen al te gauw hard te vallen want je zult maar moeten vrezen ook opgepakt te worden, gevangen gezet, geslagen en misschien ter dood gebracht – ik ben niet zeker van mezelf wat ik dan zou doen. Ik vind aangrijpend hoe Ria Borkent over de verloochening van Petrus en de vlucht van de anderen laat zingen in het paasoratorium Het Lam dat doet leven: “Vrienden vluchten, Jezus is de steen waaraan elk zich stoot. Hij staat alleen in de kilte van het driemaal neen. Op weg naar Golgotha steeds meer een paria…Heer, hoe vaak heb ik uw hart gewond elke keer als ik een reden vond dat Gij even niet voor mij bestond. Was dat dan geen verraad,geen slag in uw gelaat?”. Dat maakt erg bescheiden, daar word ik klein onder, en ook des te meer verbaasd en dankbaar dat Jezus die heel eenzame lijdensweg en kruisweg wilde lopen, voor hen en ook voor mij: “Hij ging die weg zo eenzaam tot in Jeruzalem. Geen vriend kon langer meegaan, geen mens hield nog de wacht met Hem. Hij ging die weg voor hen.. Hij deed dit ook voor ons”.
Ja, en als de vrienden afhaken, krijgen de vijanden vrij spel, de spotters, de beulen, zoals in die andere psalm waaruit Jezus citeerde aan het kruis :“Stotige stieren lopen om mij heen. Een leeuwentroep, roofzuchtig en gemeen, wil mij verscheuren… De mensen kijken op mijn lijden neer. Ze grijnzen: ‘Richt je nu maar op de HEER. Hij mag je graag, Hij helpt je vast een keer uit de ellende…”
Waarmee we het eindpunt en het dieptepunt naderen, want waar bleef God….hoe kan het dat God zijn eigen lieve Zoon liet arresteren, liet slaan, liet veroordelen, en liet hangen aan dat vreselijke kruis? Liet de Vader zijn Zoon in de steek, en waarom? De spot kroop omhoog langs dat kruis: “Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem dan nu redden, als hij hem tenminste goedgezind is, Hij heeft immers gezegd: ‘Ik ben de Zoon van God”. (Matt. 27: 43). Maar er gebeurde niets, God greep niet in, er kwam geen stem uit de hemel, en ook het hemelse engelenleger bleef in de kazerne….het werd zelfs om dat kruis heen aardedonker: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? ….Weer die bange vraag van eeuwen eerder David, nu uit de mond van zijn late en grote zoon die een paar dagen eerder nog was toegejuicht als de nieuwe David: “Hosanna voor de zoon van David, leve de koning!”.
Ja, en dat herhaalde ‘waarom?’ komt meer dan eens ook op in de gedachten en uit het leven van zeg maar gewone mensen, midden uit lijden, oorlogsgeweld, ziekte; vanuit de vertwijfeling en de wanhoop over wat je niet begrijpt, niet kan rijmen, niet aan kunt: waarom overkomt mij dit, waarom gebeurt dat, waarom hij…waarom zij….en als je dan nog iets … of veel…hebt met God: waarom doet God daar dan niets aan? Zoals nu met die wereldwijde pandemie, met ook gevolgen voor bedrijven en banen en inkomens….het ging juist allemaal weer zoveel beter.. en waarom nou ineens zo…en denk eens aan die kwetsbare gezinnen en aan al die vluchtelingen en die daklozen die niet zo in beeld zijn maar extra zwaar getroffen worden…waarom? We hebben daar zomaar niet een antwoord op…als dat antwoord er al is…en terecht werd laatst in de krant ervoor gewaarschuwd om als christenen met verklaringen te komen, laat staan oordelen…hoogstens kun je samen nadenken over hoe nu verder, over lessen die we kunnen trekken…maar verder past bescheidenheid, zeker over de rol die je aan God zou willen toeschrijven, al geloven we dat ook dit niet buiten God omgaat, maar pas op om na dat waarom al te snel in te vullen: nou, daarom…. Zoals er over straf van God gesproken wordt.. maar voor wie…of een zegen.. maar welke? Leer van Jezus vooral niet in te vullen voor een ander…Jezus die met het oog op rampen toen de vraag stelde of wie erdoor getroffen waren misschien erger hadden gezondigd dan de anderen in de stad…en het antwoord er meteen bij gaf: “Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij” (Lucas 13: 1-5). Wil je al lessen trekken, begin dan en blijf dan bij jezelf….en wie de wereld wil verbeteren, heeft al de handen vol aan zichzelf.
Terug naar die schreeuw vol emotie en pijn van Jezus aan het kruis: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten….wat moeten we daarmee, hoe rijmen we dat met dat volste vertrouwen van Jezus de vorige avond dat zijn Vader er altijd bij is: “Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat jullie uiteengedreven worden, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat. Maar ik ben niet alleen, want de Vader is bij mij”. Dat was nog geen dag geleden, en hoe is het nu, was de Vader nu niet meer bij Hem? Moeten we die schreeuw horen als teleurstelling of als een aanklacht? Als verwijt dat God niet deed wat Hij had beloofd, watje van Hem verwachten mocht? Daar is veel over gezegd en geschreven, en de ene uitlegger denkt dat Jezus echt door God verlaten was, de ander ziet het als een roep om hulp en om verlossing? \
Het helpt om dit Bijbelvers, dit woord van Jezus, niet los te trekken uit het verband. En dan valt als eerste op dat hier niet een klacht of een verwijt klinkt over wat God al of niet doet of heeft gedaan, maar dat het een aanroepen is van God, een gebed. Zoals ook eeuwen eerder, in Psalm 22, David niet over God klaagt maar tot God schreeuwt, en dat David en ook Jezus blijven roepen tot God als ‘mijn God, mijn God’. Daar spreekt geen verwijdering uit, alsof je het wel hebt gehad met die God die toch niet luistert en je maar aan je lo overlaat, maar wie zo roept klampt zich juist vast aan God, blijft bonzen op een deur die dicht lijkt maar waarachter het weet: Hij is er wel degelijk: “U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God’, roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust’” Nee, en daarom laat je God ook niet met rust, zoals ooit een profeet zijn stadgenoten opriep te blijven bidden voor zichzelf en hun stad: “Jullie die een beroep doen op de Heer, gun jezelf geen rust en gun Hem evenmin rust, totdat Hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd”. (Jes. 62: 6 en 7). En Jezus zelf spoort ons aan te blijven bidden en niet te verslappen, met als voorbeeld een weduwe die met een hardvochtige rechter te maken had die haar van het kastje naar de muur stuurde maar uiteindelijk toch deed wat ze vroeg omdat ze bleef volhouden en hij er genoeg van had en zelfs bang was dat ze bleef komen en hem uiteindelijk zou aanvliegen. En dan zegt Jezus: ‘zal God dan niet zeker recht verschaffen? Of laat Hij je wachten? Nou, dat laatste soms wel, soms langer dan je lief is, maar op zijn tijd komt het goed.
Kijk, en dat zien we ook gebeuren op Golgotha, waar Jezus met de woorden van zijn voorvader David uit nog veel groter nood en zwaarder lijden roept: mijn God, mijn God, waarom verlaat U mij, en blijft zo ver, terwijl ik tot U schrei, Hoe blijft u zwijgen? Zo voelde dat, voor Jezus als werkelijk mens van vlees en bloed, zo ver van God…. Tegelijk wist Hij dat God er was in zijn nood, en dat dit de wil van zijn Vader was, zoals in Gethsemané ervaren en gebeden: niet mijn wil, Vader, uw wil geschiede. Ja, en lees er niet overheen, wat verteld wordt over wanneer Jezus dit riep: “Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, op het negende uur, riep Jezus met luider stem….” Aan het eind van die drie lange uren pas….en toen werd het weer licht, brak de zon door – als het ware het antwoord van God, ook in de lijn van diezelfde psalm 22, hoor vers 22-23: “HEER, houd U niet ver van mij, mijn sterkte, snel mij te hulp…U geeft mij antwoord”. Daarna komt de rust, en Jezus roept dat het volbracht is: missie geslaagd, gered! En daarna legt Hij zijn leven in de handen van God zijn Vader en gaat Hij naar huis.. zoals Hij ook van te voren gezegd had: “Ik ben bij de Vader vandaag gegaan en naar de wereld gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de Vader”. En daar is Hij bezig voor ons en naar zijn belofte altijd met ons, betrokken en helpend.
Rond het avondmaal wordt vaak herinnerd aan die donkere uren die Jezus moest doormaken om ons te redden en dan wordt ons de troost aangereikt dat Jezus door God zijn Vader verlaten werd “opdat wij nooit meer door God verlaten worden”. Die belofte mogen wij ons steeds weer eigen maken, ook als we vandaag niet met onze handen het brood kunnen aanpakken en eten dat ons herinnert aan Jezus’ lichaam dat voor ons de dood inging, en we de beker die spreekt van zijn bloed en ons doet verlangen naar het eeuwig avondmaal niet aangereikt krijgen – zoals trouwens meer dan een van ons door ziekte of ouderdom misschien al lange tijd moet ervaren. Hoe u of jij erook aan toe bent en deze zondag beleeft, houdt het vast: God verlaat niet een van zijn kinderen, God is altijd bij ons, waar we ook zijn en hoe het ook gaat. Dat mag de vaste grond zijn onder onze voeten, zelfs als alles onder ons lijkt weg te zakken: gezondheid, een baan, familie en vrienden die er altijd zijn, inkomen, zekerheid….zoals Paulus ergens schrijft: “Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard”….Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is (daar je mag je gerust vandaag bij invullen: virussen, recessie, sociaal isolement, eenzaamheid, angst….) ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer’ (dat staat zo in Romeinen 8: 35-39).
Toch, als alles tegenzit en het erg moeilijk is, of gevaarlijk, of als de eenzaamheid je naar de keel vliegt, als alles wat zo zeker leek ineens op losse schroeven staat, kan het zomaar voelen alsof iedereen je in de steek laat, en God ook zwijgt, afwezig is. Vergeet dan nooit dat Jezus weet hoe dat is, wat je voelt, wat verlaten zijn betekent. In Heb. 2 lees ik dit over Jezus dat Hij juist een mens als jou en mij geworden is om voor ons angst en dood te ondergaan en te overwinnen en ons erdoorheen te slepen: “Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan Hij ieder die beproefd wordt bijstaan” . En ergens anders staat dat Jezus onze ziekten heeft weggenomen en onze kwalen op zich genomen. Tot in de dood toe! Daarom werd die voor Jezus vreselijke vrijdag toch voor Hem en voor ons een Goede vrijdag. En kan het ook vandaag, zelfs zonder een kerkdienst zoals we dat gewend zijn, en zonder samen de maaltijd van de Heer te kunnen vieren, een gezegende zondag zijn, en mogen we aanstaande vrijdag als we terugdenken aan Jezus’ lijden en sterven, een goede vrijdag hebben, en kunnen we aanstaande zondag blij zijn dat de Heer is opgestaan en de dood heeft overwonnen – dat pakt geen virus en geen sociaal isolement ons af! Ja, en leer ook van Jezus dat het goed is en zin heeft te blijven bidden, te blijven roepen, juist als je denkt dat alles tegenzit en God ook al niet luistert en niet ingrijpt, dat je met Jezus mag schreeuwen zelfs: mijn God, mijn God, waarom, luister toch, help me toch – geef dat het weer licht wordt, om Jezus, U bent toch mijn Vader en ik ben toch uw kind….en geloof maar en zing maar vaak: Heer, U bent altijd bij mij, U legt uw handen op mij, en U bent voor mij en naast mij en om mij heen, elke dag.
amen

Johannes 4 Bij de Jakobsbron

liturgie morgendienst VAK zondag 15 maart 2020

Votum en groet (Sela)
Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte laat niet los wat Hij begon.
Genade & vrede van God de Vader.
Door Jezus Zijn zoon Immanuel.
Hij wacht met zijn Geest in ons.
Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte laat niet los wat Hij begon.
Genade & vrede van God de Vader.
Door Jezus Zijn zoon…

zingen: Ps. 42: 1,4,6 Levensliederen

1 Als een hulpeloze hinde,
die naar stromend water smacht,
zo verlang ik u te vinden,
u, mijn God, op wie ik wacht.
Ik verlang naar God, die leeft,
die mijn ziel te drinken geeft.
Wanneer zal ik hem ontmoeten,
zal Gods glimlach mij begroeten?

4. Ik ben uitgeput van binnen,
aangeslagen, opgebrand.
God, op u zet ik mijn zinnen,
in dit berg- en heuvelland.
Hoor hoe diep het water dreunt,
Hoe mijn ziel daaronder kreunt.
Ik raak machteloos bedolven
Onder al uw hoge golven.

6. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel Hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld! –
dat je Hem aanbidden zult.
Je mag blij zijn naam belijden:
Hij zal jou opnieuw bevrijden.

Gods leefregels Jesaja 58: 6-11

zingen: NLB 911: 1,2,3 – melodie Gezang 170 GK

1.Rots, waaruit het leven welt,
berg mij voor het wreed geweld;
laat het water met het bloed,
dat Gij stort in overvloed,
als een bron van Sion zijn,
die ontspringt in de woestijn.

2. Niet de arbeid, die ik lijd,
niet mijn ijver en mijn strijd,
niet mijn have en mijn goed
komt uw wensen tegemoet;
ook mijn tranen en verdriet
zijn voor niets, redt Gij mij niet.

3 Ja, Gij zijt het die mij redt,
van uw eigen strenge wet,
van mijn eigen dwaze schuld
die Gij delgt in uw geduld;
God, die al mijn kwaad verdroeg,
Uw genade is genoeg.

gebed

Schriftlezing: Joh. 4: 1-30 en 39-42

zingen: Ps. 139: 1,4,8 DNP

1. HEER, U doorgrondt mij, U ontwart
al de geheimen van mijn hart.
U ziet mij thuis en onderweg,
terwijl U opvangt wat ik zeg.
Ja, zelfs onuitgesproken zinnen
neemt U al waar bij mij vanbinnen.

4. Al kroop ik weg, het hielp mij niet,
omdat U altijd alles ziet.
Al werd het donker overdag,
zodat geen sterveling mij zag,
dan nog zou mij uw licht beschijnen;
nooit kan ik uit uw zicht verdwijnen.

8. Mijn hartsgeheimen leg ik, HEER,
volkomen eerlijk voor U neer.
Peil alles wat ik denk of zeg;
neem het verkeerde in mij weg.
Doorgrond mij God, en toets mijn leven;
wil mij voor eeuwig richting geven.\

verkondiging: Bij de Jakobsbron..

Beste mensen, gemeente van Christus,

De kraan is geduldig.
Dat zei mijn moeder vroeger als wij klaagden over dorst en om limonade vroegen.
Het had natuurlijk te maken met niet veel geld, zeker niet voor luxe als frisdrank.
Tegenwoordig komen we er steeds meer achter dat water ook veel gezonder is
dan al die cola en andere frisdranken en sapjes met vooral veel te veel suiker.
Gezondheidssites wijzen erop dat een mens vooral genoeg water moet drinken.
En dan is ook dat een luxe in Nederland dat de kraan geduldig is: er komt op elk
moment van de dag genoeg water uit en dan ook nog schoon, helder drinkwater.
In veel landen is dat wel anders: drink niet uit de kraan en zeker niet als die kraan
ergens aan de weg staat, drinkwater kun je beter in flessen kopen in de winkel…
Dat is zelfs heel normaal als je vakantie viert in Zuid-Europa of in Oost-Europa.
Verder weg, b.v. in veel landen in Afrika en Azië, is een groot tekort aan schoon drinkwater
de voornaamste oorzaak van allerlei nare ziektes als cholera, dysenterie en tyfus.
Ik las op de website van Cordaid: “Jij en ik zijn in 15 stappen bij de kraan
en verbruiken per dag zo’n 120 liter water. Maar 844 miljoen mensen wereldwijd
hebben helemaal geen toegang tot schoon water.
En iedere 90 seconden sterft er ergens een kind door het drinken van vervuild water”.
En ook: ”263 miljoen mensen moeten langer dan een uur lopen om aan water te komen”.
Dat zijn vaak vrouwen en kinderen die erop uit worden gestuurd om water te gaan halen”.
Net als die vrouw uit dit verhaal.

Met dat in ons achterhoofd komt dichterbij wat we Jezus hoorden zeggen in dat
gesprek met die Samaritaanse vrouw daar bij die put, op het heetst van de dag.
Als Jezus die vrouw om water vraagt uit zij haar verbazing over die vraag want
Joden en Samaritanen zijn als water en vuur en een Jood zal zeker geen water
drinken uit een beker van iemand uit Samaria want die geldt als onrein
en dan wordt je zelf ook onrein; nee, niet door een of ander virus
maar doordat die aanraking met wie of wat als onheilig gold jou ongeschikt
maakte om bij God te komen, in zijn tempel…
Zo dachten ze toen, zo scherp werden de grenzen getrokken: wij t.o. zij.
Ja, en dan zit hier ook nog een man die in gesprek gaat met een vrouw
die hier zonder haar man is en dat was in de cultuur van toen ook ongepast.
Als de leerlingen van Jezus terugkomen weten ze dan ook niet wat ze zien:
“ze waren verbaasd dat Jezus met een vrouw aan het praten was”. (vers 27 BGT) .
Ze zeggen niks, vertelt Johannes later maar dachten allemaal hetzelfde:
wat doet hij toch, waarom praat hij met haar?

Op dat moment is er al heel wat gebeurd in die ontmoeting van de vrouw met Jezus.
Terug naar het begin van het gesprek: als de vrouw zich verbaasd afvraagt
waarom die onbekende Joodse man haar, een Samaritaanse, om water vroeg,
keert Jezus het om: als je wist wie Ik was zou jij Mij om water vragen.
Als je wist wie Ik was – en dat weet ze niet, voor haar is Jezus een onbekende man,
een verdwaalde Jood… De vrouw heeft nog geen idee over Jezus, wat blijkt uit haar reactie.
Jezus: “als je wist wie Ik was, zou je mij om water vragen…”
Zij: “maar meneer, hoe kunt U nou zonder emmer water uit die put naar boven halen,
uit die put die ooit is gegraven door Jakob, uw en mijn voorvader:
beter water is er niet dan levend water uit die bron van leven
die zich al eeuwen bewezen heeft?
Of: bent U misschien meer en kunt u meer dan onze vader Jakob?
Hé, begint er al iets te dagen, zou deze man misschien bijzonder zijn?

Ongedacht slaat ze de spijker op de kop: hier is Hij die meer is dan vader Jakob en
daarom Degene die water in de aanbieding heeft dat gezonder is en beter voor de
dorst dan water uit de put hoe goed ook, of water uit de kraan hoe betrouwbaar ook:
“Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt
dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen”–dit water geeft meer: eeuwig leven zelfs.
Omdat Hij die het geeft het leven zelf is en leven met Hem gezond en levend maakt.
Zoals die vrouw even later merkt als haar veelbewogen leven tegen het licht wordt gehouden
en Jezus haar niet afwijst maar voor haar de weg naar nieuw leven is.. er begint bij haar
die eerst geen idee heeft wie die vreemde man toch is, langzaam een lichtje op te gaan –
eerst de ontdekking: “nu begrijp ik het, u bent een profeet”.
Dat moet wel, iemand die dwars door je heenkijkt en weet wat er in je leven speelt….
En even later valt het kwartje helemaal: zou deze Jezus niet de messias zijn?

Ja, en dat als reactie op dat wel heel pijnlijke over haar best ingewikkelde leven.
Wat vast wel even schrikken voor haar zal zijn geweest at die man alles van haar wist
en zo te horen eens even flink zout in haar wonden wrijft: ga je man eens roepen –
maar ik ben niet eens getrouwd – nee, klopt, je hebt al heel wat relaties achter de rug –
en de man met wie je nou samenwoont is niet je man – in een paar woorden een hele bak ellende dus,
en een heleboel verdriet en misschien ook best schaamte – al moeten we oppassen om in te vullen wat er niet staat,
en al te gauw te denken: nou,alle reden voor Jezus om haar aan te spreken en haar op te roepen tot bekering.
Het staat er niet, en ook niet dat Jezus tegen haar zegt: ga heen, en zondig niet meer.
Hoe het ook zij, ze heeft diep gevoeld dat Jezus haar niet afwees maar haar het gezonde, goede leven gunde:
levend water dat haar dorst kon lessen – en haar wilde maken tot een bron van zegen en liefde en nieuw leven voor mensen om haar heen.
Zoals Jezus later terug bij zijn eigen volk, midden in de tempel, tegen kerkmensen zou zeggen – en tegen ons dus ook –
“Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken. Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie gelooft” (Joh. 7: 37-38)

Dus moeten ook wij altijd weer terug naar de Bron, van wat we geloven, van wat we hopen,
en vooral: van de liefde – naar Hem dus die de Liefde is en het Leven.
Met opzet schrijf ik hier het woordje Bron met een hoofdletter: leven uit de
Bron is meer dan en gaat dieper dan putten uit de traditie van de kerk,
of zelfs dan dat we ons willen houden aan de Bijbel – al heeft dat allemaal een plek
en zijn het hulpmiddelen om dichter te komen en te blijven bij Wie de Bron is: Jezus, en God.
Jezus heeft het tegen die vrouw uit Samaria over levend water dat Hij haar – en ons ook – geven wil.
En dat levende water is de Heilige Geest die je krijgt als je door geloof aan Jezus verbonden bent,
als je op die hemelse Bron bent aangesloten.
Wat vervolgens gaat niet via het hoofd en via redeneringen en wat te snappen is
maar via het hart dat vol wordt van de liefde waarmee God ons aanraakt en die
God aan ons en via ons aan anderen kwijt wil: de vrucht die groeit door de Geest.

Ja maar, hoe gaat dat nou, wat is nou dat drinken, dat leven, uit de Bron,
en hoe werkt dat nou concreet, voor je eigen geloofsleven, en voor samen als gemeente?
Het is natuurlijk waar dat dan bijbel lezen belangrijk is, en bidden, en kerk -zijn.
Maar toch blijft het vaak bij woorden en afstandelijk, en verandert er zo weinig.
En herkennen we onszelf en ook elkaar vaak in dat levenslied: “Ik ben uitgeput
van binnen, aangeslagen, opgebrand” – ik heb het ook wel eens door wat in de
kerk gebeurt en we elkaar aandoen, door mensen die je kunnen leegzuigen en
die een bodemloze put zijn van nooit genoeg aandacht en altijd net verkeerd wat je doet,
door negativiteit en niet openstaan voor feedback en alleen willen ontvangen.
Wat ten diepste vastzit op een tekort aan liefde, een niet echt uit genade leven, en
dan ook niet in staat zijn de ander echt liefde te geven, en ruimte, en aanvaarding.
Als de bijbel het diepste verlangen van de mens vergelijkt met hevige dorst, denk
ik dat dat diepste verlangen er een is naar liefde, naar aanvaarding, en erkenning.
Zoals die vrouw met al die mannen schreeuwde om echte liefde, om wie zij was.
Zoals achter veel stoerheid en agressiviteit in onze tijd een hunkeren naar liefde.
Zoals achter veel kritiek en negativiteit een verlangen zit om er echt te mogen zijn.
Augustinus schijnt het eens zo gezegd te hebben: ik heb lief, ik wil dat jij bent.

Jezus nodigt ons uit, spoort ons aan, om naar Hem toe komen als je dorst hebt.
Dat is: de woorden van Jezus je eigen te maken, en zijn leven te leven, door je hart
open te zetten zodat Gods liefde kan binnenstromen en Jezus in je kan gaan wonen.
Ja en dan gebeurt er nog een wonder: dan mag ik en mag jij zelf een bron worden
van levend water, een bron van liefde naar anderen toe, binnen de kerk en erbuiten.
Dan ga je in woorden en vooral ook in hoe je praat en doet Jezus bekend maken,
en dan niet alleen als degene die voor mijn zonden is gestorven en redder van mensen,
maar – zoals die mensen in Samaria zeggen: als werkelijk de redder van de hele schepping,
er staat: redder van de kosmos – en dus ook van dieren en planten, lucht en water,
van sterren en planeten – en wil je op Jezus lijken dan zul je zuinig op die schepping
proberen te zijn en met Hem meewerken aan de redding van de aarde.
Hoe het verder ging in Samaria , is heel bijzonder en nog steeds leerzaam voor ons.

Bijzonder hoe die vrouw reageert op wat Jezus tegen haar zei – scherp maar vooral liefdevol –
en dat raakte die vrouw en ze is er diep van overtuigd: dit is de messias, als je Hem volgt
krijg je echt een ander leven, dan overwint Gods liefde en genade.
Waarop de vrouw haar kruik bij de put achterlaat – die is even niet belangrijk meer-
en terug rent naar Sichar want dit moeten ze daar allemaal weten: de messias is hier!
Johannes vertelt dat niet hij en de andere leerlingen van Jezus dat rondbazuinden,
maar dat deze vrouw de eerste was die de boodschap van Jezus bracht bij haar volksgenoten:
‘in die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in Jezus door het getuigenis van de vrouw” (vers 30).

Hoe bijzonder wat daar gebeurde: een vrouw die eerst geen idee van Jezus had
wordt diezelfde dag nog de eerste evangeliste in Sichar: Hij weet alles van me
en toch wijst Hij me niet af, bij Hem is echt leven!

Het mag dan zo zijn dat de twaalf discipelen mannen waren, maar onderschat niet de rol
die Jezus aan vrouwen gaf om zijn boodschap verder te brengen en zijn kerk te bouwen –
ook dit verhaal kan ons helpen als het gaat over vrouwen in kerk en ambt.
Je leert eruit dat vrouwen net zo goed ingeschakeld worden om de boodschap
van Jezus verder te brengen en te bouwen aan zijn werk en zijn kerk als mannen –
en ook dat dat niet is voorbehouden aan wat we dan een ambt noemen
alsof dan die boodschap meer gezag krijgt – let op wat de mensen uit Sichar tegen de vrouw
die hen over Jezus verteld had zeggen als je Jezus zelf hebben ontmoet en gehoord:
“Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hemzelf gehoord
en we weten dat Hij werkelijk de redder van de wereld is”.
Daarmee is ook dit een voorbeeld hoe je voor anderen een bron van zegen kan zijn,
niet vanwege een of andere status – noem het ambt – maar doordat je met de gaven en mogelijkheden
die je hebt gekregen het verhaal van Jezus doorvertelt en voor leeft.
Van die Jezus van wie ze in het Samaritaanse land ontdekten en geloofden
dat Hij de redder van de wereld is – van de wereld, dus ook van mensen in Samaria en ver daarbuiten –
er staat zelfs: redder van de kosmos, daar horen ook dieren bij en bomen en planten,
dat geldt ook van lucht en bodem en water= leven voor die schepping, en toekomst.
Met uitzicht op een voorgoed schone en leefbare nieuwe aarde met levend water!

De vrouw uit dit verhaal heeft vast en zeker haar kruik weer opgehaald
en is met die kruik vol bronwater naar haar huis gegaan
en naar de man met wie ze samenwoonde en de dagen erna moest ze elke dag
weer dat hele stuk lopen voor weer water –
en nog steeds is schoon en gezond water essentieel,
ook voor gelovige mensen want ook al weet je van Jezus die meer dan gewoon water blijvend leven geeft,
ook dan wordt een mens ziek en gaat hij dood als het water dat hij drinkt vol gifstoffen zit.
Jezus zegt het tegen die vrouw en weer in de tempel:
het water dat Ik geef zal een bron worden van water dat eeuwig leven geeft –
zelfs: “rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft” –
via u en jou en mij mag Gods liefde gaat stromen naar anderen –
wie uit Gods liefde leven gaan zelf liefde geven.

Wat dan niet bij mooie vrome woorden blijft maar heel concreet wordt om daden,
in hoe we omgaan met elkaar, ook in dat heel concrete zoals Jezus ergens zegt
‘een beker water geven aan een van de kleinen, de meest kwetsbaren.

Vandaag aan de dag hoort daar ook het zuinig zijn op de aarde bij en op het water
en kijken wat we kunnen meehelpen aan schoon water voor iedereen wereldwijd,
en een betere bodem en lucht, en blijven opkomen voor vluchtelingen in die kampen en in de illegaliteit,
en willen delen met wie veel minder heeft dan wij – door gezegend zelf weer tot bron van zegen te zijn –
ook in het dagelijkse van eten en drinken, kleding en een dak boven het hoofd – een plek om te schuilen,
een veilig thuis. En dat oefenen we als het goed is in de kerk, de plek waar we met onze Heer mogen eten
van dat ene brood en drinken uit die ene Beker – waar we leren wat delen is.
En leer om te bidden en te worden als de gevende handen van onze Heer:
“Met zovele gaven aan ons gegeven voor zoveel leed, zoveel gemis,
maak ons uw dienaars, leer ons te delen, totdat uw rijk hier is”.
amen

zingen: NLB 188 Bij de Jakobsbron

soliste
1. Bij de Jakobsbron
stond ik dorstig in de zon
op het middaguur der schaamte.
vrouwen
Waar Hij, vreemd genoeg,
mij, een vrouw, om water vroeg,
mij, Samaritaanse.

mannen
2. Als je wist, sprak Hij,
van Gods gave, jij zou mij
nu om levend water vragen.
allen
Water dat Ik geef
lest je dorst zolang je leeft,
laaft je alle dagen.

refrein allen
Wij horen helder het geluid
van levendmakend water.
Kom, schenk uw woord als water uit,
vervul ons met genade.

mannen
3. Als een springfontein
zal dit water in je zijn,
de vervulling van verlangen.
allen
Kruik, wat klink je hol,
met je buik van leegte vol.
Breek om te ontvangen.

vrouwen
4. Meer dan Jakob, Gij
die uw bron ontsluit voor mij,
laat uw zegeningen stromen,
allen
Christus die mij drenkt
en mij levend water schenkt,
laat mij tot U komen.

refrein allen:
Wij horen helder het geluid
van levendmakend water.
Kom, schenk uw woord als water uit,
vervul ons met genade.
gebed

collecte

zingen: ZG 301: 1,4,5 – melodie Psalm 24

1. Mijn hart wacht stil op U, o Heer,
uw komst verwacht ik, meer en meer,
uw liefde houdt mijn ziel gevangen.
Naar U gaat al mijn vreugde uit,
ik wacht op U, wacht als een bruid,
reikhalzend hunkert mijn verlangen.

4. Ik roep, ik smeek vol ongeduld:
O Geest, als Gij mijn leven vult,
o overvloed, o milde regen,
dan wordt mijn hart verrassend rein,
dan drink ik fris uit uw fontein:
water des levens, zuiver zegen!

5. Met heel mijn hart verwacht ik, Heer,
uw komst, de grote ommekeer;
hoe vrolijk zal ik U ontvangen!
Gij die mijn allerliefste zijt,
kom, Gij die lijf en ziel bevrijdt,
vervul mijn allerdiepst verlangen!

zegen