Filippenzen 4: 10-20 Hervormingsdag ‘Zwak en toch sterk, arm en toch rijk’

Liturgie morgendienst 31 oktober 2021

Welkom
Zingen: NLB 314: 1,2,3 ‘Here Jezus, om uw woord’
Belijdenis van afhankelijkheid en vertrouwen
Onze hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Zijn trouw duurt eeuwig en Hij laat het werk van zijn handen niet los.
Groet
Genade voor u en vrede van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven geesten voor zijn troon, en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene uit de dood, de heerser over de vorsten van de aarde.
amen
Zingen: NLB 654: 1,2,5,6 ‘Zing nu de Heer, stem allen in’ (‘Nun freut euch, lieben Christen gemein’
Gods leefregels Filippenzen 2: 1-11
Zingen: NLB 574: 1,2,3 ‘Glorie zij U, Christus’
Gebed
Bijbellezing: Filippenzen 4: 10-20
Zingen: NLB 722: 1,2,3 ‘Uw stem, Heer, hebben wij gehoord’
Verkondiging dia 1 ‘Zwak en toch sterk, arm en toch rijk’
Zingen: NLB 723: 1,2 ‘Waar God de Heer zijn schreden zet’
Gebed (presentator)
Kinderlied ´Onder, boven, voor en achter´
Collecte
Zingen: NLB 898: 1,2,4 ‘Een vaste burcht is onze God’
Zegen
De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de Heilige Geest zij met u en jullie allemaal.
amen

Beste zussen, broers, u en jullie, gasten, samen Gods gemeente,

Hervormingsdag vandaag, en tegelijk is het ook Nationale Bijbelzondag. De Bijbel als boek staat in heel veel kerken vandaag centraal, nog meer dan elke andere zondag. Des te meer nu eerder deze maand de NBV21 is gepresenteerd en aan onze koning aangeboden. Op de site van het Bijbelgenootschap wordt uitgelegd waarom er een herziene vertaling is gekomen, waarin allerlei reacties en voorstellen tot verbetering verwerkt zijn: “Het doel is om de kwaliteit van de NBV te versterken en om de bruikbaarheid van deze vertaling te vergroten”. Hopelijk kunnen veel mensen nog beter de Bijbel lezen en begrijpen in de taal van onze tijd.
Hervormingsdag en Bijbelzondag vandaag. En die hebben best veel met elkaar te maken, want Maarten Luther, de hervormer van de kerk die op 31 oktober 1517 zijn 95 beroemd geworden stellingen naar buiten bracht, heeft als andere grote verdienste dat hij de Bijbel weer aan de gewone kerkmensen heeft teruggegeven, in hun eigen verstaanbare Duitse taal. dia 2 Zelf ging hij pas echt de Bijbel bestuderen toen hij er als professor colleges over moest geven, vooral over de Psalmen en over de Brieven van Paulus. En zo kwam hij tot de ontdekking die zijn leven radicaal veranderde dat je niet door je eigen goede werken en door al maar jezelf te kwellen om zo te boeten voor je zonden het goed hoefde te maken bij God, maar dat Jezus dat al lang had gedaan en dat je gered bent als je gelooft dat God van je houdt en je zonden wil vergeven. Niet jouw verdienste maar Gods genade!
Nou, en daarom groeide bij Luther en andere steeds meer afkeer en verzet tegen misstanden in de kerk van toen, waarin de kerkleiding de mensen bang maakte voor Gods straf en een systeem had bedacht waarbij de gewone mensen die vaak ook nog arm waren, tegen betaling de straf voor verkeerde dingen konden afkopen door een aflaat aan te schaffen, waarna het opgehaalde geld – heel veel geld – werd gebruikt om b.v. een kostbare kerk te bouwen zoals de Sint Pieter in Rome. De aflaatverkopers wekten dan ook nog de indruk dat je door een aflaat te kopen kon zorgen dat jijzelf of je al overleden familieleden eerder vanuit het vagevuur – de plek waar mensen na hun dood nog moesten worden schoongemaakt van hun zonden – in de hemel konden komen. ‘Als het geld in het kistje klinkt, het zieltje in de hemel springt”, was een populaire reclamekreet van sommige aflaatverkopers.
Luther protesteerde op 31 oktober 1517 in 95 stellingen tegen dit misbruik van macht en die geldklopperij, en vooral tegen de gedachte alsof je je plek bij God en in de hemel zelf moest verdienen of zelfs tegen betaling kon veiligstellen terwijl de Bijbel leert dat dia 3 “iedere christen die oprecht berouw heeft, volkomen vergeving heeft van straf en schuld, ook zonder aflaatbrieven” (stelling 36). En mensen met niet veel geld moeten allereerst zorgen voor hun gezin en hun geld niet verspillen aan aflaten. (stelling 46). En “waarom bouwt de paus, die toch rijker is dan de rijkste rijkaard*, de St Pieterskerk niet liever van zijn eigen geld dan van dat van de arme christenen? “ (stelling 86). Eerst erkende Luther nog het kerkelijk gezag en deed hij een beroep op de paus om wat te doen aan de misstanden. Pas toen paus en bisschoppen dat niet van plan waren en ze Luther uit de kerk gooiden en het liefst hem dood wilden hebben, werd de breuk steeds duidelijker, en brak in veel landen vervolging los tegen wie het met Luther en andere hervormers van de kerk eens waren, ook in Nederland.
Hervormingsdag dus vandaag. Nog steeds krijgt wat meer dan 500 jaar geleden is begonnen en veel gevolgen heeft gehad voor de kerk en de samenleving in Europa aandacht, in Duitsland en in ons land en ook in andere landen wereldwijd, maar hoe kijken we er vandaag op terug en wat kunnen en moeten er mee in onze andere tijd? Is het niet vooral triest dat mede door dat verzet van Luther en anderen de kerk voor eeuwen is verscheurd, en dat er nog heel wat meer scheuringen achteraan kwamen? Moet je nog wel wat toen en daarna is gebeurd vieren, en je niet vooral schamen over zoveel geruzie en verdeeldheid met de nog altijd bestaande gescheidenheid? Daar zou veel over te zeggen zijn, meer dan vanmorgen kan en nodig is. Het is goed om te bedenken dat er toen echt schrijnende misstanden waren en dat Luther en anderen er niet op uit waren om te scheuren en de kerk te verlaten maar dat het hen steeds meer onmogelijk werd gemaakt in en voor de kerk te werken en te proberen die kerk weer terug te brengen tot wat de Bijbel leert en de mensen wil meegeven. Tegelijk is er met alle goede bedoelingen ook van de kant van de reformatoren als Luther en anderen best veel misgegaan, en ook in de eeuwen daarna. Het is verheugend dat in de katholieke kerk veel ten goede is veranderd, én dat van protestantse kant erkenning is voor veel waardevols in de katholieke traditie, zodat we nu elkaar meer en meer erkennen en waarderen. Dat we hier in Loenen zelfs af en toen samen diensten hebben en dingen samen doen. Laten we hopen en bidden dat we steeds dichter bij elkaar komen, samen achter de Heer Jezus aan, en proberen samen iets te betekenen voor alle mensen.
Ik noemde al even de voor Luther verrassende ontdekking door zijn bestuderen van de Bijbel dat je niet zelf door je goede werken of door je af te beulen om zo te boeten voor je zonden je plekje bij God moet verdienen maar dat Gods genade genoeg is. Vooral wat Paulus schrijft in Romeinen 1: 17 was voor Luther, zei hij later, als het ware de poort naar het paradijs. dia 4 Daar staat: “In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt, zoals geschreven staat: ‘de rechtvaardige zal leven door geloof.’“ Ook Paulus heeft dat trouwens door schade en schande moeten leren. In de brief aan de kerk van Filippi vertelt hij daar over, in hoofdstuk 3, als in het kort zijn levensloop langs komt als eerst fanatieke Farizeeër die dacht bij God in een goed blaadje te staan door zijn strikte naleven van allerlei wetten en regels, totdat hij Jezus echt leerde kennen en hij alles van vroeger als afval weggooide (Fil.3: 8). Hij wilde achter Jezus aan en leerde dat hij het van Gods genade moest hebben; in een andere brief staat dat God een keer tegen hem zei: je hebt genoeg aan mijn genade, ook al heb je problemen en zorgen of ziekte. Kijk, en dan kun je een heleboel aan, dan heb je houvast, hoe je leven ook verloopt. We hebben gelezen hoe Paulus erin stond, en als je iets weet van het leven dat een man als Luther heeft geleefd, met heel goede en ook met heel slechte tijden, dan is er veel dat doet denken aan het veelbewogen leven van Paulus: dia 5 “Ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven, ik heb alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek`. Goede én slechte tijden die je kunt meemaken. Zomaar doen die omstandigheden veel met een mens, hangt je geluk of je ongeluk af van werk of niet, veel of weinig geld, status, kansen of mislukkingen, gezien en gehoord worden of niet, mensen om je heen of eenzaamheid, in vrijheid leven of gevangen zitten, en noem maar op. Maar de ontdekking van Paulus en later ook van Luther en veel andere gelovigen is dat als je God mag kennen als je Vader in de hemel en jezelf als zijn geliefde zoon of dochter, gered door Jezus, dat je dan ongeacht de omstandigheden, gelukkig kunt zijn en het vol kunt houden. Zoals Paulus schrijft: “ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft”. dia 6 Dat is niet de stoere taal van iemand die je niet raken kan, die het zelf wel redt. Wel van iemand die heeft ervaren dat hij er niet alleen voor staat maar dat God er voor je wil zijn en dat Hij je erdoor helpen.
Als er iemand was die er soms diep onderdoor ging en er erg doorheen zat, dan was het Paulus wel. Hoe vaak heeft hij niet gevangen gezeten, werd hij afgeranseld, was hij op de vlucht, en kreeg hij nogal eens veel kritiek en weerstand vanuit gemeentes. Ja, en hij moest ook in zijn eigen onderhoud voorzien, en dat was meest geen vetpot. Van Luther kun je ook zulke verhalen vertellen. Hij heeft goede jaren gekend maar ook veel verdriet: kinderen die jong overleden, vrienden en collega’s die om hun geloof ter dood werden gebracht, de pestepidemie die slachtoffers maakte vlakbij, en dan natuurlijk de scherpe conflicten met paus en keizer, en ook best vaak met eigen volgelingen. Luther was ook geen makkelijk mens: opvliegend, driftig, en ook niet zakelijk. De laatste jaren van zijn leven was er voortdurend geldgebrek en waren er schulden, zodat er weinig te erven viel voor vrouw en kinderen. Een van Luthers laatste woorden was: “wij zijn allemaal bedelaars, dat is waar”. dia 7 Hij bedoelde dat we het allemaal moeten hebben van Gods genade die we niet verdiend hebben. Maar het was ook letterlijk eigenlijk zo voor de oude Luther: hij stierf als een bedelaar. Toch kun je die tekst van Paulus ook op Luthers leven toepassen, was dat ook zijn houvast: “Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft”. Het gold van Paulus, van Luther: ‘Zwak en toch sterk, arm en toch rijk’. Twee boeken die ik heb over Luther hebben een titel die heel menselijk is± ´Luther, een mens zoekt God´, en `Een bedelaar vindt rust`. Dan komt een verhaal van lang geleden dichtbij.
Misschien is dat voor onze tijd wel een heel belangrijk en leerzaam voorbeeld, gelet op wat ons en wie bij ons horen kan overkomen aan goeds én ook aan moeilijks. We leven in een tijd waarin veel latten hoog worden gelegd, door onszelf en anderen, als het gaat om succesvol willen zijn, gelukkig willen worden, iemand zijn die meetelt. Je moet vooral werken aan jezelf en zorgen dat je iets bereikt en je kansen pakt. Tegelijk ervaren we allemaal hoe kwetsbaar we zijn en hoe wat je wilt bereiken of voor elkaar hebt gekregen weer uit je handen kan vallen, omdat je niet je leven in de grip hebt en de omstandigheden zomaar kunnen veranderen, je gezondheid achteruit kan gaan, mensen je tegen kunnen werken of wie je lief was ineens kan wegvallen. En dan komt het erop aan wat je houvast is, of je dan helemaal in de put raakt of dat je bij alles wat je overkomt, wat tegenzit en verdriet oplevert, overeind kunt blijven. Eerder in deze brief gaat het daar ook al over: “Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden” (4: 6). Dat is in de lijn van Jezus die ons aanspoort om niet bezorgd te zijn omdat God als Vader voor je zorgt. De ontdekking van Luther dat je niet jezelf hoeft op te werken tot een perfect mens, helpt om niet jezelf en elkaar op te jagen om maar steeds beter te worden, maar jezelf te zijn als mens van God en kind van je hemelse Vader. Laten we niet steeds onszelf vergelijken met wie in onze ogen meer kunnen en meer voorstellen. Zomaar voelen we ons nooit goed genoeg in de ogen van God, mensen, en onszelf. Hoe mooi de les van God als bemoediging: mijn genade is ook voor jou genoeg. Tegelijk is er dan ook de menselijke kant van met die hulp van God je eigen verantwoordelijkheid nemen en ook je verantwoordelijk en zorgzaam weten voor elkaar en mensen om je heen. In de verzen om onze tekst heen komt dat alle twee terug. Eerst geeft Paulus aan dat hij echt wel in staat is en bereid is om voor zichzelf te zorgen, dat hij niet zielig en als een arme sloeber en slachtoffer van de omstandigheden zijn hand op wil houden: “Ik heb geleerd om in alle omstandigheden voor mezelf te zorgen.“ We weten dat Paulus naast zijn preekwerk en gemeentewerk een vak uitoefende als tentenmaker. Toch is Paulus de kerkleden van Filippi heel dankbaar voor hun morele en ook financiële steun, zeker nu hij weer ergens gevangen zit: “Toch hebt u er goed aan in mijn moeilijkheden te delen”. Blijkbaar was die steun bijzonder, want “uw gemeente is de enige geweest die gedeeld heeft in mijn tegoeden en tekorten”. Voor Paulus in zijn omstandigheden was die steun erg welkom: “Nu is alles mij vergoed en heb ik zelfs veel meer ontvangen”. Die ontvangen giften uit Filippi “zijn een geurig en aangenaam offer dat God behaagt”. Nou, en als het de christenen in Filippi aan iets gaat ontbreken, moeten ook zij maar vertrouwen op Gods zorg: “mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus”. Zo komt het bij elkaar: God zorgt voor je, zorg dan ook voor elkaar. In de NBV21 staat: “door uw eenheid met Christus Jezus”. Mooi want doordat we samen aan Jezus verbonden zijn is er ook verbondenheid met elkaar en ga je ook kijken hoe je er kunt zijn voor elkaar en wat je samen kunt doen voor de mensen om ons heen, in ons dorp en in de regio. Ja, want God schakelt in zijn zorgen voor mensen vaak mensen in. Zeg maar dat wij de gevende handen van God mogen zijn voor elkaar en anderen, b.v. door de collectes elke zondag en door om te kijken naar elkaar en mensen om ons heen en waar het kan ook verder weg…En laten we ook als kerken blijven werken aan die eenheid.
Wat nemen uit deze dienst mee de week weer in? Nog even die twee teksten van Paulus: dia 8 “Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft”. Hoe is dat voor ons? En die belofte: “God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u en jou aanvullen”. Kunnen wij daarmee weer verder, voor onszelf en voor samen, en voor anderen? Is Gods genade genoeg voor je, en gun je die anderen ook die genade en zijn of haar deel van wat God wil geven? Dan wordt het hoe dan ook een goede week, vol van liefde en tot zegen.
amen

Hebreeën 10: 24-25 Waarom zou ik (nog/weer) naar de kerk gaan?

liturgie themadienst (middagdienst)

welkom

belijdenis van afhankelijkheid en vertrouwen

groet – amen

zingen: Psalm 65: 1,2 Levensliederen

1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
u zult van ons de dank ontvangen
die u is toegezegd.
U hoort wat mensen aan u vragen,
bij u komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat u ons vergeeft.

2. Gelukkig wie u wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij u thuis.
U antwoord machtig en rechtvaardig,
u redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.

gebed

Bijbellezing: Heb. 10: 19-25

Zingen: Ps. 84: 1,2 Hoe lieflijk is uw huis, o Heer!

overdenking: Heb. 10: 24-25

zingen: Gz. 163: 1,2,3 GK ‘Dit huis, een herberg onderweg

gebed

collectemoment

geloofsbelijdenis

zingen: NLB 968: 4 ‘Met God zijn wij verbonden’

zegen

Broers en zussen, gemeente,

Waarom zou ik (nog/weer) naar de kerk gaan? Een vraag die als gevolg van de coronalockdown ook tot dan toe kerkelijk betrokken mensen zich stellen. Voorop staat dat wij niet de toekomst van geloof en kerk in de hand hebben maar dat God dat is door zijn Geest. Een hele geruststelling en ook een oproep tot vertrouwen en tot gebed. Maar het neemt niet weg dat wij er ook bij worden ingeschakeld, en dus weer die vraag: waarom zou ik naar de kerk gaan? Wat is de meerwaarde van de kerkdienst in een gebouw, met samen luisteren en zingen, boven het op de eigen bank thuis volgen van een onlinedienst naar eigen keus: van je eigen gemeente of een kerk elders? Het is een vraag voor heel wat kerken: wie komen er straks nog?
En dat in een tijd van sowieso teruglopend kerkbezoek. Veel mensen gaan al lang niet meer, of alleen af en toe. Ze hebben niet zoveel met de kerk als instituut en ervaren kerkdiensten als saai, met woorden en verhalen en rituelen uit een tijd die voorbij is. Er zijn er ook die op de kerk zijn afgeknapt en zeggen: voor geloven heb ik de kerk niet nodig, staat de kerk zelfs in de weg. Soms komen er vervelende ervaringen met de kerk en met voorgangers en kerkmensen bij. Vooral veel jongeren maar ook ouderen zijn best geïnteresseerd in zingeving en in religie maar willen zich niet binden aan een bepaalde kerk of club en zijn bang om op zondag van alles te moeten, na een week van haast en stress.
Waarom naar de kerk? Dat is voor anderen geen vraag: natuurlijk ga ik, als het even kan elke zondag, wat hebben we dat gemist en wat jammer dat we zolang niet mee konden zingen, en wat jammer dat hij of zij niet meer komt.. Jullie zijn er vanmiddag, zelfs voor deze tweede dienst.
Toch is ook voor wie gewend is elke zondag naar de kerk te gaan, dat de gewoonste zaak van de wereld vindt en het ook fijn vindt, de vraag belangrijk naar het waarom van kerklid zijn en naar de kerk gaan: wat is het belang van de kerk en de kerkdienst, wat zoek je er en wat ervaar je er van God maar ook: wat hebben we elkaar en vooral ook onze kinderen en jongeren te bieden, en: hoe kunnen we elkaar en die jongeren, en ook wie zijn afgehaakt of dreigen af te haken, stimuleren om ook (of weer) mee te gaan doen? En om het nog lastiger te maken: hoe bereiken we wie echt buiten staan en weinig of niets weten van God en van de Bijbel of die heel kritisch staan tegenover ieder geloof?
Onze tekst wordt vaak aangehaald als het gaat over trouwe kerkgang, en is ook vaak als vermaan gebruikt voor wie in onze ogen het lieten afweten: “wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn” – zo stond het er in de vertaling NBG-1951. En dan zou de boodschap zijn dat dat moet veranderen en dat we elkaar daarop zouden moeten aanspreken, en waar nodig vermanen.
We komen daar straks nog wel op terug maar eerst nog weer die vraag: waarom we eigenlijk naar de kerk gaan, en wat we daar doen, en waarom dat belangrijk zou zijn. Bekend is het antwoord dat je naar de kerk gaat om Gods Woord te horen en te bidden en samen te zingen, en dat is natuurlijk zo, lees wat zondag 38 over de zondag zegt: “dat ik trouw tot Gods gemeente zal komen om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Here publiek aan te roepen, en de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen”. In lijn ook met Bijbelse aanwijzingen over eredienst: je doet het tot eer van God. Vroeger hoorde ik thuis wel zeggen: je gaat naar de kerk voor God en niet voor de mensen. Waar achter zat dat als de dominee tegenvalt of mensen in de kerk het laten afweten, je toch blijft gaan, want God roept je en Hij wil dat we allemaal in zijn huis komen, liefst elke zondag, want we mogen nog.
Hoe waar dat allemaal is, het is toch eenzijdig, er is meer van te zeggen. Want als het alleen om God en niet om mensen gaat, waarom is het dan niet voldoende om thuis in de bijbel te lezen en te bidden, of vanaf de bank online een dienst te volgen, en af en toe geld over te maken voor goede doelen? En het is toch waar dat ook mensen die geen lid van een kerk zijn en niet op zondag naar de kerk gaan, kunnen geloven, en bijbel lezen en bidden, en goede doelen steunen? Denk alleen maar aan mensen die te oud of te ziek zijn, of die om andere redenen niet gaan. En wie zijn wij om over mensen te oordelen die andere keuzes maken in geloof en kerk? Ja, en gelukkig konden we in coronatijd toch elke zondag een kerkdienst mee beleven. Ook daar zijn we God dankbaar voor dat die mogelijkheden er zijn in onze tijd. Hoe anders zou het geweest zijn met zo´n pandemie zeg twintig of dertig jaar geleden. Toch is het door heel de bijbel heen duidelijk dat geloven en God dienen iets is voor samen. Vandaar al die beelden voor de kerk als een volk, een huisgezin, een kudde, een lichaam. En dus kom ik niet alleen maar in de kerk om God te ontmoeten en te krijgen wat ik nodig hebt, maar ook om anderen te ontmoeten, om samen te delen wat God geeft en op elkaar betrokken te zijn, om elkaar te steunen in wat moeilijk is, en om wie tekort komt te helpen. Ieder naar eigen mogelijkheden en naar wat iedereen nodig heeft. Als dat stagneert of niet functioneert, en ieder er vooral zit voor zichzelf, omdat het moet of hoort, of ik vooral gefocust ben op wat ik er aan heb, beantwoordt die samenkomst – het woord zegt het al – niet aan het doel: het heet een samen- komst maar echt samen ben je niet want dan zit je er vooral op jezelf en voor jezelf. Als we deze tekstverzen goed lezen, valt alle nadruk juist op dat gezamenlijke. Maar ook dan moeten we erachter komen hoe dat is bedoeld want zomaar gaat ook dat fout, zoals helaas vaak gebeurd is, Laten we op elkaar acht geven, op elkaar letten; dat lijkt op sociale controle, elkaar in de gaten houden als het gaat om kerkgang, avondmaal vieren, besteding van de zondag…Dat kan heel negatief zijn en irritant overkomen. Maar dat is precies niet de bedoeling. De focus ligt op gemeente-opbouw, op samen- komen en er zijn voor elkaar en er samen iets van maken en elkaar stimuleren en bemoedigen en aansporen. Je bent zussen en broers, toch, één gezin? Er staat trouwens niet: laten we op elkaar letten en elkaar aansporen om trouw naar de kerk te gaan en mee te doen met allerlei activiteiten, en dat niemand mag wegblijven. Nee, er staat dat we elkaar zullen aansporen “om lief te hebben en goed te doen”, in de NBV’21: “elkaar aansporen tot liefde en goede daden” en even verder: “elkaar juist bemoedigen”. Óf het dus om mensen gaat, om die ander en ook om mijzelf. Het gaat erom dat we elkaar stimuleren tot betrokkenheid op elkaar en zorgzaamheid en hulpvaardigheid, en dienen door de liefde.
Elkaar bemoedigen, dat is ook maar één aspect van het Griekse woord dat gebruikt wordt; heel letterlijk staat er: ergens bij te hulp roepen, en dat kan elkaar aansporen zijn, of elkaar moed inspreken of juist elkaar opschudden om dingen op te pakken of dingen te veranderen, net naar de ander nodig heeft. De kerk is er niet maar om je als kerkgangers een goed gevoel te geven of te bevestigen in wat je al vindt of denkt of doet, maar juist ook om wakker te schudden of op te roepen om dingen die niet goed zijn in ons doen en laten of aan onrecht gebeurt in deze wereld te veranderen; het mag ook best schuren ongemakkelijk voelen in de kerk. Zoals we in dat lied dat we soms zingen vragen: “maak ons hart onrustig, God – laat ons vechten voor de vrede – steek in ons uw woede aan”. Bemoediging is daar moed voor krijgen, geïnspireerd worden om het goede te doen en tegen onecht en kwaad te vechten, eerst bij jezelf. En dat komt er wel op aan, hoe dichter we bij de dag komen dat Jezus terugkomt….weer: niet om ons bang te maken maar ons te stimuleren, want het gaat echt wel ergens over; laat maar zien waar we naar toe op weg zijn en laat hier samen alvast iets zien van hoe mooi het kan zijn.
Wat ook belangrijk is, dat is of we willen leren, leren van God, met behulp van de Bijbel, en ook leren van elkaar en van anderen mensen, en zo verder komen en groeien…niet denken dat je het al wel weet maar nieuwsgierig blijven en op zoek blijven….en open staan voor de vragen
die mensen stellen of leven bij jezelf…

En als mensen wegblijven of afhaken of na een keertje komen niet terugkomen omdat ze zich niet welkom en niet bemoedigd voelen, wat doen we er dan aan, durven we ook in de spiegel te kijken en ons af te vragen: zou het ook aan ons kunnen liggen? Wat kan anders en beter? Dan is het ook leerzaam als mensen die nieuw binnenstappen met hun ogen naar ons kijken en ons wijzen op blinde vlekken en hindernissen om de boodschap binnen te laten komen en echt contact te maken en gezien te worden; aan ons om te luisteren en er wat mee te doen.

Er staat trouwens in dit vers ook niet dat je de kerkdiensten niet moet verzuimen maar de samenkomsten. Letterlijk wordt een woord gebruikt dat zoiets is als: het bij elkaar brengen van mensen. Dat gebeurt ozondag als er diensten zijn maar ook op andere momenten waar je elkaar kunt ontmoeten en kunt helpen en bemoedigen: als je samen Bijbelstudie doet, b.v. als kring of bijbelstudieclub. Het gebeurt net zo goed als we elkaar opzoeken, als je omkijkt naar wie ziek is of problemen heeft, maar ook als je een feest viert, of iets leuks doet. Er is vast nog wel meer te noemen en te bedenken. En als het goed is zijn we er dan steeds op uit om open te staan voor elkaar en elkaar serieus te nemen en voluit te accepteren, en ook om gastvrij te zijn voor wie zomaar een keer binnenstapt of als gast meekomt zodat hij of zij zich ook welkom voelt.

Waarom naar de kerk? Laat ik het nog even anders benaderen: wat kan de kerk betekenen voor de samenleving, voor mensen om ons heen? In een tijd waarin wordt geklaagd over weinig visie, veel hardheid tussen mensen en bevolkingsgroepen, en weinig luisteren en praten met elkaar over wat echt telt, over wat achter allerlei frustratie en agressie zit en waarom echt gesprek niet lukt en hoe het anders en beter kan…. Nou en dan hebben we met de Bijbel goud in handen: een boek vol verhalen over hoe het goed kan gaan en wat er juist vaak fout gaat en waar dat aan ligt en wat er zou moeten en kunnen veranderen, een Bijbel vol bemoedigende verhalen en wijze spreuken en goede wetten en inspirerende voorbeelden, en vol van Gods liefde en Jezus’ voorbeeld.. Hoe mooi om van daaruit door te praten, zoals b.v. gebeurt op de gespreksgroep, hoe waardevol zou dat voor meer mensen kunnen zijn.
In de kerk gaat het om God, laat dat voorop staan. Maar het gaat God om mensen, om u en jou en mij, en ook om al die anderen. Waarom zou ik naar de kerk gaan? Om God, en juist daarom ook voor die mensen – en dan ook voor mezelf. amen
gesprek met elkaar

Gesprekspunten
1. Vindt u het aspect bemoediging belangrijk in en rond de kerkdienst? Ervaar je bemoediging vanuit de gemeente of zou dat meer en beter kunnen?
2. Hoe kunnen we onze kinderen en jongeren nog meer bij het kerk – zijn betrekken?
3. Hoe zouden we eraan kunnen werken dat meer mensen graag bij deze kerk willen horen?

Pasen vieren in zelfisolatie – Johannes 20: 19 ( leespreek voor Pasen )

Beste mensen, gemeente van onze opgestane en levende Heer Jezus Christus, luisteraars thuis waar u of jij ook bent,

Het is wel heel bijzonder en ook best wel moeilijk: Pasen zonder een feestelijke kerkdienst, met meestal blije opgewekte liederen en samen na de dienst koffie of thee of limonade met een traktatie – zo deden we dat in veel kerken elk jaar. Mooi. Maar dit jaar niet: we zijn meestal thuis, of op de kamer in het zorgcentrum, en er liggen ook nog veel mensen in het ziekenhuis, zelfs op de IC of aan de beademing. En dat is moeilijk, en ook als het met jezelf goed gaat, is er de onzekerheid en de zorg, of eenzaamheid, en hebben we extra behoefte aan dat samen, en aan de kerk. Ik herken het ook bij mezelf toen de maatregelen net begonnen los te komen en ook de kerkdiensten gestopt werden: het zal toch niet…met Pasen…ook dan geen kerk?

Maar toen steeds duidelijk werd dat er ook met Pasen geen kerkdienst is dit jaar, ging ik in gedachten terug naar de dag waarop het begon: dat eerste Paasfeest, de dag dat het graf van Jezus leeg blijkt te zijn en vrouwen en leerlingen hun Heer levend en wel hebben ontmoet en het dus voor het eerst echt paasfeest kan zijn.
Je zou denken dat de hele stad wel in feeststemming zou zijn en er een dankdienst zou zijn belegd – niet in de tempel natuurlijk want daar zijn de tegenstanders van Jezus nog de baas die het gerucht rondbazuinen dat de leerlingen van Jezus zijn lichaam hebben gestolen en nu het nepnieuws verspreiden dat Hij weer zou leven- maar wel in een of andere feestzaal of in een ruim huis van een rijke volgeling als Jozef van Arimatea of Nikodemus, of in Betanië bij Lazarus en Marta en Maria…..

Maar nee, niets van dat alles, het bleef stil in de stad en de leerlingen bleven thuis. We lezen in Johannes 20: 19: “Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden”. De Joden, dat zijn natuurlijk de leiders die Jezus hadden laten oppakken en berechten en kruisigen en die blij waren dat ze eindelijk van die lastpost af waren. Ze hadden de bewakers van het graf zwijggeld gegeven en zwegen zelf als het graf. En de leerlingen waren doodsbang dat ze opgepakt zouden worden als ze overal in de stad gingen vertellen en vieren dat hun Heer was opgestaan – dat werd niet gepikt en zou hun misschien wel op arrestatie komen te staan en wie weet erger. Vandaar dat ze deze avond in zelfisolatie doorbrachten: achter gesloten deuren. Ze durfden de straat niet op, ze wilden ook geen mensen binnenlaten. Zo kan dat zijn in een crisissituatie vol onzekerheid: je vertrouwt niemand en je blijft op jezelf omdat je jezelf wilt beschermen en niet elkaar en anderen onnodig in gevaar wilt brengen…

Ja, en denk je dan ook eens in hoe ze daar zaten. Nee, vast niet op anderhalve meter afstand, en ze waren ook met meer dan drie…tenminste met zijn tienen. Dat getal gaf al aan dat er afvallers waren. Allereerst en allerergst natuurlijk vriend Judas die net als de anderen drie jaar lang een van de twaalf was geweest maar op het eind zijn leermeester en vriend aan zijn vijanden had uitgeleverd. “Zo vriend, hier ben je dus voor gekomen”, zei Jezus tegen hem in de olijventuin. En ook: “Judas, verraad jij de Mensenzoon met een kus?”. Hoe erg, voor Jezus, maar ook voor de andere vrienden: een van hen heeft Jezus verraden. Ja, en dan die ander, die er wel bij was vanavond, Simon met zijn mooie bijnaam: ‘Petrus’, dat is zoiets als ‘kei’ , ‘rots’, een man op wie je bouwen kon, toch? Dat dacht hij zelf ook: op mij kunt u rekenen, Heer, ik blijf u trouw, ik zal u nooit verloochenen. Maar hoe anders was het gegaan, toen in die vreselijke nacht hem het vuur na aan de schenen werd gelegd: jij bent toch ook een van die Jezus – ik niet, hoe kom je erbij, ik ken hem niet en ik heb niks met hem – en hem het vuur te heet onder de voeten werd en hij er vandoor ging, met bonzend hart en tranen in zijn ogen – en o, hoor die haan, dus toch! Bijzonder: Petrus was er weer bij vanavond, gelukkig! Maar hoe zal hij zich hebben gevoeld: wat denken ze van mij, hoe kijken ze naar mij, o, ik schaam me toch zo. En dan had je Tomas die er vanavond niet bij was, die op zijn eentje thuis zat en er niet aan wilde dat zijn Heer was opgestaan, die was van het eerst zien en dan geloven: “Ik wil eerst de wonden van de spijkers in zijn handen zien, en ze voelen met mijn vinger. En ik wil met mijn hand de wond in zijn zij voelen. Anders geloof ik het niet. “ Hoe herkenbaar, ik denk ook voor ons: je wilt bewijs, ervaring, gevoel. En kijk dan niet alleen naar Tomas, ook de anderen die er wel waren, wisten nog niet hoe ze het hadden, leefden tussen hoop en vrees: was het echt zo dat Jezus weer leefde? De een had dit gezien, de ander dat meegemaakt, maar wat nu en hoe verder…verwarring alom, blijdschap en onzekerheid, hoop en twijfel, en angst ook…

Er is misschien iets van herkenning, zeker als je nu zelf aan huis gebonden bent, alleen of met je huisgenoten, je partner, je kinderen – uit voorzichtigheid vanwege dat nog steeds aanwezige virus, omdat je geen bezoek wilt of mag krijgen, of misschien met vage klachten bij jezelf of iemand in je huis, of met aangetoonde besmetting of omdat jij als werkend in de zorg geen enkele risico wilt lopen – ja, en allemaal voelen we ons beperkt en op onszelf teruggeworpen, zonder samen in de kerk te zingen en te bidden en te vieren, zonder erop uit te gaan met mooi weer. Daar zitten we dan ieder in eigen huis, op afstand van elkaar, met laptop of smartphone… en met allerlei gedachten tussen hoop en vrees, misschien ook over bedrijf, baan, inkomen, en onzeker over hoe lang gaat het duren en hoe moet het verder, straks…

We weten natuurlijk niet wat de leerlingen van Jezus die avond allemaal met elkaar hebben besproken, misschien wel door elkaar heen en soms tegen elkaar in…we kunnen het wel een beetje raden als we wat de evangeliën vertellen, combineren. Maar wat vooral de boodschap is, staat in het tweede deel van dat moeilijk begonnen vers 19: “Maar opeens stond Jezus tussen hen in en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ . Wat er niet bij staat is hoe dat precies in zijn werk ging. Ging die deur voor Jezus op een wonderlijke manier open, of kon Hij met een verheerlijkt lichaam ineens komen en gaan? Er is heel wat over gespeculeerd en gefantaseerd, maar de Bijbel laat ons in het onzekere en dus is het blijkbaar niet belangrijk voor ons geloof. Denk maar aan wat Jezus tegen Tomas zei: ”gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven”. Wat niet door Johannes wordt verteld maar wel door Lucas is de eerste reactie van die leerlingen: “De leerlingen schrokken en werden bang. Ze dachten dat ze een geest zagen”: (Lucas 23: 37, BGT). Dat kan ik me voorstellen: je zult maar oog in oog staan met iemand die je een paar dagen eerder in een graf gelegd hebt. Dat wil er echt niet zomaar in, en daarom begrijpen we Tomas ook best: ik moet het eerst zien.. maar zelfs toen ze zagen konden ze eerst hun ogen en oren niet geloven….daar was voor nodig dat Jezus nog een paar weken lang allerlei ontmoetingen en gesprekken regelde…en zelfs dan staat eerlijk in de Bijbel dat vlak voordat de Heer terug ging naar de hemel, na nog de laatste opdrachten aan zijn leerlingen uitgedeeld te hebben, met vooral de opdracht om de wereld in te gaan om overal het goede nieuws door te geven dat Jezus leeft en regeert en dat Hij terug zal komen, dat er staat dat zelfs toen nog “sommige leerlingen twijfelden” (lees Matteüs 28: 17). Hoe bijzonder dat de Heer hen toch kon gebruiken en wilde inschakelen – Hij kan meer uit de voeten blijkbaar met wie niet zo zeker van zichzelf en hun geloof zijn, meer dan met wie zelfverzekerd wel eens even dit of dat…gelukkig maar, dan is er ook voor mij nog hoop en een taak, dan kan Hij ook wat met jou en je onzekerheid, met u die bang thuis zit, met jullie die je zorgen maken over hoe verder, met zijn kerk die krimpt…en met zoveel zoekers en twijfelaars, afhakers of net weer gezochten… Jezus komt naar je toe en gaat naast je staan en Hij zegt ook vandaag tegen jou: “Ik wens je vrede”.

Probeer allereerst dat mee te nemen en te geloven en te ervaren, als je thuis zit als gezin of op uw kamer alleen in he zorgcentrum of in je ziekenhuisbed of in de cel, als je als gemeenteleden niet in de kerk bent maar allemaal tegelijk een online-dienst volgt: Jezus en zijn vrede zijn niet aan een gebouw gebonden en zijn niet voor één gat te vangen of door zelfisolatie of gedwongen thuisblijven tegen te houden, maar Hij komt met zijn liefde door de meest stevig gesloten deuren binnen en Hij kan zelfs de meest gesloten harten vol twijfel, angst, weerstand openmaken: Vrede voor jou. Zoals we er straks van gaan zingen: ‘Liefde is licht, laat zich niet vangen, komt door gesloten deuren heen, biedt aan de woede beide wangen, breekt harten harder dan een steen…liefde kan legers overwinnen, springt hoger dan de hoogste muur…laat dan uw ziel in zonlicht dopen, weg boze dromen, wees gerust! Dat is toch: vrede.

Ja, want dat is de bemoedigende binnenkomer van Jezus bij zijn doodsbenauwde leerlingen die al bang waren voor wat buiten dreigde en nu binnen ook schrokken. Er zat bij hen heel wat onrust, onzekerheid, schaamte ook over hun lafheid, ergernis en verdriet over die Judas, en waarom was Tomas er niet, en Petrus met altijd zijn grote mond was wel wat stil vanavond, die zingt wel een toontje lager…ja, en wat gaat er hierna gebeuren, wat komt er allemaal op ons of, hoe moet het verder…onrust dus, onzekerheid, onvrede, een hoofd vol rondspokende gedachten, stenen op de maag.
Maar Jezus – staat er veelbetekenend – “kwam in hun midden staan”- als altijd. Niet op een afstand, niet uit de hoogte, niet boven hen zwevend als een soort geest, maar als diezelfde die er altijd was voor hen: naast hen, en voor hen, en om hen heen. En die als zo vaak hen begroette met die joodse groet die toch meer is en dieper dan alleen een ‘goedenavond samen’, maar is gevuld met echte sjaloom: ruimte, heelheid, geluk, zeg maar: heil en vrede – zoals Jezus had gezegd in dat lange en indringende gesprek de avond voor zijn arrestatie: “Ik laat jullie vrede na, mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan, Maak je niet ongerust en verlies de moed niet”(Joh. 14: 27) en aan eind van dat gesprek nog met een uitroepteken: “Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij Mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in deze wereld, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.“ (16: 33).

Nou, dat was gebeurd inmiddels: door dood en graf heen was de wereld van zonde en dood overwonnen en had Jezus betaald voor die echte vrede, met God en elkaar. Tegelijk: dat was niet een goedkope vrede, niet een: laat maar om de lieve vrede. Er was een hoge prijs voor betaald, er had bloed voor gevloeid, er was voor gevochten. Zoals helaas nog vaak moet in een wereld met nog veel onvrede, oorlog, ziekten. Ik denk aan militaire missies om ergens in de wereld dictators of terroristen te stoppen en de vrede te herstellen, ik denk aan artsen, verpleging en ook de overheid die een virus wil indammen en getroffenen mogelijkheden wil geven om te herstellen en die meer besmettingen en ziekenhuisopnames willen voorkomen; ik denk aan de moeizame strijd om oplossingen te zoeken voor die vele vluchtelingen, en als Nederland denken we juist dit jaar terug aan 75 jaar geleden toen ten koste van veel mensenlevens we bevrijd zijn, laten we niet door dat nare virus vergeten dat te vieren, ook al moet dat helaas anders en veel bescheidener dan de bedoeling was.

Jezus wenst zijn leerlingen vrede en laat meteen de littekens zien van de wonden die Hij in de strijd tegen zonde en dood heeft opgelopen: zijn vrede is niet goedkoop. Dat was het niet voor Jezus, dat is het ook niet voor ons; Jezus zegt zelfs: “Denk niet dat ik ben gekomen om op aarde vrede te brengen, Ik ben niet gekomen om vrede te brengen maar het zwaard”. Dat is eigenlijk hetzelfde als: mijn vrede is anders dan de vrede die in de wereld zo heet of wordt aangeboden; het is een vrede die je wat kost, als je voor Jezus kiest en achter Hem aangaat, want dat betekent dat je in botsing kan komen met wie dat niet wil, dat je tegen onrecht opkomt, en tegen onderdrukking en uitbuiting en dat kan je komen te staan op tegenwerking en tegenmaatregelen. Ik denk weer terug aan de 2e wereldoorlog en de vele slachtoffers die het verzet en de inzet van de geallieerden gekost heeft; we denken eraan terug op 4 mei, ook in 2020.

Ik denk met name ook aan Dietrich Bonhoeffer die kort voor de bevrijding is terechtgesteld vanwege zijn verzet tegen de nazi’s; zijn laatste woorden waren: “Dit is het einde, voor mij het begin van het leven.” Hoe bizar en triest dit einde, hij had door zijn vaste geloof in Jezus de echte vrede gevonden en bewaard. Een uitspraak van hem is ook: “Er is geen weg naar vrede op de weg naar de veiligheid”. Je moet dus risico’s durven nemen om echte vrede te bereiken, een vrede die niet een makkelijk leven voor jezelf is maar het goede zoekt voor anderen”.

Dat hebben die bange leerlingen daar in die zelfisolatie ook ervaren toen ze later de deur weer uit gingen, de wereld in met de boodschap en het voorbeeld van hun Heer. En nog altijd lijden mensen die voor het goede opkomen, door veel kwaad.
Ja, en zo’n virus raakt mensen raken zonder onderscheid van rang, stand, geloof, en in de strijd ertegen raken ook hulpverleners besmet, en vraagt het veel risico nemen.

Ja, en toch, we lezen dat het een mooie avond werd daar achter die dichte deuren. Toen de eerste schrik voorbij was, kwam het steeds meer binnen: Jezus leeft, echt. En dan gaat het verder in vers 20: “de leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.” Een week later wordt ook Tomas over de drempel getrokken: “mijn Heer, mijn God”. En dan kunnen ze weer verder, de deur uit, de straat op, de wereld in, met hun Heer. Om de vrede die ze zelf hebben mogen aanvaarden en ervaren, door te geven. Met tot vandaag toe wereldwijd effect: mensen die houvast hebben aan hun levende Heer, en die zich inzetten voor vrede en recht, liefde en geluk voor anderen; die ook tijdens zo’n pandemie als we nu beleven, niet in paniek raken of in de schulp kruipen maar in actie komen, creatief worden, anderen ondersteunen, licht en vrede brengen. Want – nog een uitspraak van Bonhoeffer: “Niet alleen de angst is besmettelijk, maar ook de rust en de vreugde”. Ik wens u en jou en veel anderen die besmetting toe.
Amen

Liturgie

Zingen: Opwekking 723 ‘Kom, volk van de verrezen Heer’

Stiltemoment

Votum en groet

Zingen: Ps. 126: 1,2 DNP ‘Het leek een droom, toch was het waar’

Gebed

Bijbellezing: Johannes 20: 1-10
Zingen: NLB 637: 1,2,3 ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’

Bijbellezing: Johannes 20: 19-29
Zingen: Opwekking 58: 1,2,3,4 ‘Vrede zij u’

Verkondiging: Johannes 20: 19

Zingen: NLB 636: 1,2,3 Liefde is licht, opnieuw geboren

Gods leefregels voor het nieuwe leven Kol. 3: 1-17

Zingen: Voorzichtig Licht 55: 1,2,3 ‘Zo vrolijk als een vlinder’ (mel. NGK 232)

1. Zo vrolijk als een vlinder,
zo vrij en opgewekt
als één die ongehinderd,
de hemel heeft ontdekt,
geloof en hoop gekregen,
als vleugels aangedaan,
de loze dood ontstegen,
ben ik mijzelf voortaan.

2. Wat knelde is gestorven,
wat kwelde is vergaan,
ons leven is verborgen,
bij God een nieuw bestaan,
als Christus zal verschijnen,
verschijnt Hij niet alleen,
dan zingen al de zijnen,
in paaslicht om Hem heen.

3. Zo vrolijk als een vlinder,
leef ik voor U o Heer
de nacht boeit mij steeds minder,
het daglicht des te meer,
Uw liefde zal mij laven,
ik ben van nu af aan,
in Uw graf mee begraven,
en met U opgestaan

Gebed

Collecte

Zingen: Opwekking 710 ‘Zegen mij’

Zegen

Amen: NLB 415: 3 ‘Amen, amen, amen, dat wij niet beschamen..’

Bomen in de Bijbel 5 Eens komt de grote zomer! Openbaring 22

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet – amen
aanbidding
430 Heer ik prijs uw grote naam
576 Als wij samen u aanbidden

Gebed

Bijbellezing: Ezechiël 47: 1-12
Zingen: Opwekking 642 “Al mijn zonden, al mijn zorgen’
Bijbellezing: Openbaring 22: 1-17
Preek
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Staan er op een nieuwe aarde ook bomen, groeit daar ook fruit en groente?
Een vaak gestelde maar ook lastige en moeilijk te beantwoorden vraag.
Net zo’n soort vraag als of op die nieuwe aarde koeien lopen, en huisdieren zijn.
In elk geval kun je er niet een simpel antwoord op geven vanuit Openbaring 22.
Want als je wat we gelezen hebben zou lezen als een preciese beschrijving van
hoe de nieuwe wereld zal zijn, dan wordt het al gauw lastig: een stad met twaalf
poorten, geen zon en maan meer en geen zee, en bomen met bladeren die geneeskrachtig zijn, maar is dat dan nog nodig, als niemand meer ziek wordt?
Zullen we trouwens nog wel eten en drinken op de nieuwe aarde, is er nog honger?
En we zullen heersen als koningen maar over wie dan,is de baas zijn nog wel nodig?
Er staat ook dat wie slechte dingen doet, buiten de stad moet blijven maar waar dan?
En om niet meer te noemen: waar is plek voor al die mensen van al die eeuwen,
voor die “onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal”, die Johannes heeft gezien en beschreven in hoofdstuk 7: 9 vv.

Allemaal elementen in de beschrijving die het aannemelijk maken dat het beelden zijn, en dat past in het geheel van het boek Openbaring waarin Johannes als het ware de hele wereldgeschiedenis als een spannende film afgedraaid ziet worden, met de hemelkoepel boven zijn verbanningsoord Patmos als een gigantisch scherm.
Een film die door Johannes zelf aan het begin (hoofdstuk 1: 1) wordt aangekondigd als visioen, als ver-gezicht, ontvangen van God “om aan de dienaren van God laten zien wat er binnenkort gebeuren moet”. Het wordt in dit hoofdstuk herhaald in vers 6: “De Heer, de God die profeten bezielt, heeft zijn engel gestuurd om aan zijn dienaren te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet”
Let wel: ‘binnenkort’, en dat is eerder dan de 2000 jaar later waarin wij leven, en zeker eerder dan een eindtijd die misschien nog heel wat jaren of eeuwen op zich laat wachten – het gaat over de tijd waarin Johannes zelf leefde en ook de mensen van de zeven kerken die de Openbaring op schrift kregen met voor elk een speciaal op hen toegespitste begeleidende brief – en zeker ook loopt het script door in de eeuwen daarna en tot vandaag toe en ook voor na ons.
Want Openbaring mag dan het laatste bijbelboek zijn, Gods geschiedenis gaat door.
En waar het God om te doen is en waar God heen wil, daar loopt dit boek op uit: op de grote zomer, waarin alles nieuw wordt en nieuw blijft, en niets slechts meer is.
Dus het paradijs komt zeker terug en mooier nog, en completer, en voorgoed.
Maar hoe precies, dat blijft een verrassing, boven verwachting, en ongedacht.
In elk geval allemaal veel uitbundiger en rijker nog, en niet voor maar twee mensen zoals in het begin maar voor al die mensen die er daarna allemaal zijn bijgekomen.. het resultaat van heel veel eeuwen geschiedenis van groei en ontwikkeling, want wat is geweest en uitgedacht en uit de schepping gehaald, zal niet weg zijn maar krijgt een plek – daarop wijst denk ik wat aan het eind van hoofdstuk 21 staat over wat het nieuwe Jeruzalem wordt genoemd: “door de poorten zullen kostbare schatten van alle volken worden binnengebracht” (BGT) – ik denk aan kunstschatten, technische producten, boeken misschien ook (hoop ik…), zoveel dat God ons heeft gegeven en ons heeft laten ontdekken en uitvinden en in gebruik gegeven – om van te genieten.

Meteen erachteraan staat in 21: 27 dat wat slecht is en kwaad doet, er niet in komt.
Ja, want wat in elk geval wel duidelijk is: dat er geen zonde en slechte dingen meer zullen zijn, dat er niet meer gehuild wordt en geen pijn geleden, dat er geen oorlogen meer gevoerd worden en geen natuurrampen meer zijn, is misschien wel net zo onvoorstelbaar; en wat zullen al die mensen doen die daar nu hun werk door hebben: hulpverleners, de zorg,politie en leger, brandweer, farmaceutische industrie, en denk ook eens aan allerlei vrijwilligerswerk en mantelzorg – het is niet meer nodig.
En er hoeven ook geen milieuactiegroepen en dierenactivisten meer te zijn….

Het gaat ons voorstellingsvermogen te boven, het is zo anders dan wij gewend zijn.
Maar als je wat meer inzoomt op wat Openbaring ons openbaart, en dat probeert aan te vullen en in te kleuren met wat we uit andere bijbelgedeelten meekrijgen–denk aan de profeten, aan het onderwijs van Jezus, en aan de brieven van Paulus en anderen, dan komt steeds weer het begin in beeld: het paradijs, die tuin waar de Bijbel mee begint en waar de eerste preek van deze serie over ging: die tuin waar het goed was.
Het begin van de Bijbel vertelt ons hoe God is begonnen en waar het God met zijn wereld en de mensen en dieren daarin, maar ook de bomen en de planten, de zeeën en de meren, en nog zoveel meer, om begonnen is, en dat is: een goed en gelukkig leven, samen met Hem, en met elkaar, en ook met al die mede-schepselen: planten
en bomen, vogels en vissen, wilde dieren en huisdieren, en zo heel veel meer.
Daar stond de levensboom model voor: fris en groen, bloeiend en vol met vruchten.
Als teken en wegwijzer dat het leven goed en mooi kon worden en blijven, als je dat leven zou verwachten en willen ontvangen van de Schepper, en het invulling zou willen blijven geven naar de bedoeling van die Schepper, samen, voor en met Hem.
Maar helaas is dat al gauw misgegaan en we weten hoe: doordat wij mensen zich lieten verleiden en steeds weer laten verleiden om het zelf te willen regelen en onszelf en onze wereld los te maken van God en zo ook ieder voor zich te gaan:
ja maar hij, ja maar zij, en wij tegen zij, en vooral: Ik die tot mijn ‘recht’ wil komen….
Zo is de onderkoning een rebel geworden, de verzorger een uitbuiter, de partner een concurrent, de medestander een tegenstander, de liefhebber een haatzaaier….en onder de gevolgen lijden we nog steeds, en – zoals Paulus het in zijn brief aan de christenen in Rome zo aangrijpend verwoordt – daar lijdt heel de schepping in mee:
“wij weten dat de hele schepping nog altijd….zucht en lijdt” (Romeinen 8: 22). Heel actueel, als we denken aan allerlei onderzoeken en discussies over het klimaat en het milieu. We hoeven het hier niet allemaal op te noemen: vervuilende industrie, al dat plastic op straat en strand en in de zee, de CO2 uitstoot, het uitsterven van dieren als insecten en vogels, stroperij op olifanten en neushoorns, walvisvangst, en natuurlijk het op grote schaal kappen van bomen, een dreigenend voedseltekort aan de ene kan en veel verspilling aan de andere kant, en ook aanslagen en oorlogen:
Dat mag ons wel tot bidden brengen, maar ook tot daden, tot actie…., tot andere energiebronnen, minder verspilling, tot wereldwijde afspraken over zorg voor mensen en dieren, insecten, planten, bomen, en tot proberen zelf verantwoord te leven.

Nou, dat is als het goed is, de spits van deze preek en de winst van deze dienst…
dat we maar niet alleen dromen over eens een grote eeuwige zomer, dat we niet ons maar erbij neerleggen dat het hier op aarde toch nooit gaat lukken maar dat gelukkig er ooit een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt: stil maar, wacht en verwacht…
Dat is zo en daar verlangen we naar en bidden we vaak om – maar wat God graag wil en van ons vraagt is dat we nu al steeds meer laten zien van die wereld die God als goed en mooi heeft gemaakt en die Hij zelfs nog mooier dan toen zal maken. Daar werkt Hij aan en daar mogen wij nu al met vallen en opstaan en met onze gaven en beperkingen aan mee werken: de Bijbel die begint met een paradijs loopt uit op weer een paradijs… en dat dwars door misschien nog wel meer rampen heen en de zon die ooit ophoudt..en de maan en de sterren die hun tijd gehad hebben…
Er staat duidelijk in de Bijbel dat aan wat er nu is een einde komt en dat we een nieuwe hemel en een nieuwe aarde verwachten…het wordt een grote verrassing.

Ja maar, de vraag bleef me bij het voorbereiden bezighouden wat er voor ons vandaag voor bemoediging in zit en voor opdrachten uit naar ons toekomen.
Want vaak blijft het bij dat wachten op en verwachten van iets moois in de toekomst.
Ik geloof zeker dat dat gaat gebeuren maar ik denk dat de Bijbel met die laatste
hoofdstukken meer te melden en meer te bieden heeft, ook voor hier en nu al, dat we
een boodschap meekrijgen voor het leven in onze tijd en onze kwetsbare wereld.
Extra reden daarvoor is dat in dit laatste Bijbelhoofdstuk van alles terugkomt dat ook Ezechiël had gezien en doorgegeven, in een ook toen moeilijke tijd, van een nverwoeste stad en tempel, en een groot deel van het volk Israël weggevoerd en in ballingschap, net zoals Johannes later.
Ezechiël kreeg beelden te zien van een herbouwde stad en een nieuwe gigantisch grote schitterende tempel, met vanonder die tempel uit een rivier met kristalhelder water, die helemaal tot aan de Dode Zee stroomt en onderweg alles laat herleven:
“overal waar de rivier stroomt, komt leven” (vers 9): in de rivier wemelt het van de vissen en langs de rivier staan fruitbomen die continu vrucht opleveren: elke maand.
Je herkent meteen dat laatste hoofdstuk van Openbaring, tot en met details als:
“de vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig”.

We komen meteen ook achter het geheim van dat wonderlijke herleven door die gezondmakende rivier: “het water stroomt immers vanuit het heiligdom” (vers12),
bij God vandaan dus – en dat komt terug in Openbaring 22: “de rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en aan het Lam” – dat is de bron van het leven, en van daaruit komt dat water dat leven is en leven geeft, waardoor de stad van God een groene stad wordt, een parkstad waar het gezond en goed leven is.
En weer: dat is meer dan alleen maar toekomstmuziek, het begint nu al, in verbinding
met God via de Heilige Geest die mensen inspireert en nieuw leven laat ontstaan – denk aan vorige zondag over de vruchten van de Geest: de liefde en de vreugde, de vrede allermeest, geduld om te verdragen en goedertierenheid, geloof om veel te vragen en om veel te geven vooral, en leren leven van de verwondering – als dat je motiveert en je denken en doen, je praten, je doen en laten, verandert – dan straalt het van je af en gaat er wat van je uit, en dan begint het vanuit jou, vanuit ons die samen Gods tempel mogen zijn en vanuit de gemeente als een huis waar het goed wonen is, te stromen en te leven – zoals Jezus belooft aan wie Hem volgen en op zijn energiecentrale aangesloten zijn: “Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken!
Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft… en dat slaat legt Johannes uit op de Heilige Geest die wie gelooft zal ontvangen (Joh.7:37).
Lees met dat in het achterhoofd maar weer Ez. 47 en Openb. 22 en het komt ineens dicht bij onszelf in deze tijd en in ons leven: als je bent aangesloten op de lichtbron en watervoorziening die God biedt dankzij Jezus en door zijn Geest, dan is er ook in donkere tijden licht, dan is er levend water zelfs midden in een woestijn, dan gaan wonden helen en wordt het leven goed, dan komen er ook krachten los tegen verspilling en vervuiling, en dat wint de liefde het van haat en wantrouwen – begin van een nieuw paradijs!

Waarmee ik nog even terugkijk op de bomenserie die we vandaag afronden. We
begonnen in de hof van Eden als Gods proeftuin met en voor ons mensen: waar het goed toeven was, maar waar het ook mis ging en we de levensboom verspeelden, wat nog altijd zoveel gevolgen heeft van scheefgroei, van oorlog, van misbruik en onderdrukking, verspilling en vervuiling – omdat een mens zo steeds weer op zichzelf staat en voor zichzelf gaat – en steeds vastloopt en stukloopt en tenslotte doodgaat.
Wat wel heel schrijnend en schokkend duidelijk werd in dat verhaal van Gideon en zijn zoon Abimelech – met Jotam als klokkenluider en zijn verhaal over de bomen.
Maar we mochten ook horen en mogen ervaren dat God trouw blijft en doorgaat.
Dat als je verworteld bent in Gods liefde en verbonden aan elkaar er dankzij Jezus toekomst is – dat God geduld heeft met ons en zijn Geest geeft om ons een nieuw en vruchtbaar leven te geven: Hij wil zijn mensen geen dorre afgekapte bomen laten maar levensbomen van ons maken die doen waar toe ze bestemd zijn: groeien en bloeien en vruchten opleveren voor zijn wereld, zijn mensen, en voor onszelf.
Ik denk ook nog even terug aan dat lied van de bomen: ‘Leven als de bomen, trouw en aardsgezind, bij het water wonen, leven van de wind – leven als de bomen, God heeft het geplant, leven om te loven, leven uit Gods hand- leven als de bomen, zingen voor je God, levenslang geloven, vaste voet aan grond’.

Nou, en als je dat meeneemt naar die laatste bladzijde van de Bijbel, dan zie je waar God naar toe wil en wil uitkomen: een paradijs dat nog veel mooier is dan het eerste:
geen proeftuin maar een lusthof; met niet meer de dreiging van die slang/satan, met niet meer de verleiding om boven jezelf uit te grijpen en over elkaar heen te walsen,
met niet meer al die gevolgen van opstand en eigen richting maar eind goed al goed.
En als je probeert om het nu al je eigen te maken en er al iets van mee te maken, dan durf ik zeggen dat als je wil leven van Gods genade – in de woorden van Jezus ook in dit laatste bijbelhoofdstuk: als je drinkt van het water dat leven is en geeft –
dan mogen u en jij en ik als het ware van die bomen zijn die voortdurend vrucht opleveren – denk maar weer aan Psalm 1: een boom, geplant aan stromend water, die op tijd vrucht draagt en van wie de bladeren niet verdorren; en die bladeren zijn zelfs tot genezing van de volkeren: want aan God verbonden is gezond worden, zelfs als je nog ziek bent en zelfs als je moet sterven; Jezus is Leven en geeft leven.

Staan er op een nieuwe aarde ook bomen, groeit daar ook fruit en groente? Met die vraag begon de preek – het blijft lastig er een afdoend antwoord op te geven. Ik hoop het wel en ik verwacht het ook want God wil zijn schepping redden die in het begin zo goed was en die nog mooier zal worden – in elk geval zal God bij ons mensen komen wonen en dan gaat het vast goed komen en mooi worden – zeker weten!
Ja, en de gemeente die die boodschap doorgeeft en voorleeft, mag nu al een bron zijn van leven – zoals in het lied van de bomen dat we een van de vorige zondagen hebben gezongen: “Toevlucht voor de vogels – en dat ook als beeld voor heel verschillende mensen die we wel noemen ‘vogels van diverse pluimage’ – toevlucht voor de vogels, schaduw, onderdak, huis van mededogen, van liefde wijdvertakt – mooie beelden! En dan ook: “ademnood te boven, onverdeeld geluk.” Zo wordt al iets zichtbaar en herkenbaar en te beleven van die parkstad waar het op uitloopt en naar toe gaat: waar het altijd en voorgoed Pasen is – eens komt, nee, nu al begint de grote eeuwige zomer. amen

Heb jij er al over nagedacht of je een bijdrage kunt leveren om al iets te laten zien van de nieuwe wereld die God graag ziet en ons wil geven, en hoe dan?
En hoe zouden we elkaar en mensen om ons heen daarmee kunnen inspireren?
Zingen: NLB 747: 1,2,5,7,8 ‘Eens komt de grote zomer’

Gods leefregels Lucas 21: 29-36

Zingen: Ps. 96: 1,6,7 NLB ‘Zing voor de Heer op nieuwe wijze’

Gebed (presentator)

Collecte

Kinderlied: SchatRijk

Zingen: Opwekking 734 God, ik adem om van U te zingen

Zegen – amen

Bomen in de Bijbel 4: Tuinman Jezus wacht op vruchten Lucas 13: 1-9

Belijdenis van afhankelijkheid zingen: Ps. 121: 1: ’Ik sla mijn ogen op en zie’

Groet – amen
Zingen: Ps. 65: 1,2,4 LL ‘Wij zingen met verstild verlangen’

1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
U zult van ons de dank ontvangen
die U is toegezegd.
U hoort wat mensen aan U vragen,
bij U komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat U ons vergeeft..

2 Gelukkig wie U wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij U thuis.
U antwoordt machtig en rechtvaardig,
U redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.

4 U onderhoudt het land met regen
en zorgt dat alles groeit.
U geeft rivieren vol met zegen,
zodat de akker bloeit.
U maakt het land geschikt voor koren,
uw arm raakt nooit vermoeid:
U klieft de kluiten, vult de voren
en zegent al wat groeit.

Gods leefregels: Galaten 5: 13-26

Zingen: ‘Heer, laat uw woord uw woorden in ons spreken’ – melodie Psalm110

1. Heer, laat uw Woord uw woorden in ons spreken,
Want onze oren willen U verstaan.
Plant in ons hart uw groen en groeizaam teken
dat bloeiend voor ons oog zal opengaan.

2. Geef ons de wil het onkruid uit te roeien
van tweespalt, eigenwaan en jaloezie.
Schep ons de tuin waar uw gewas kan groeien
en wij de bloei van uw genade zien.

3. de klimroos van geloof, het hemelsbrede
vergeet-mij-nietje van de vriend’lijkheid,
de ogentroost van liefde, vreugde, vrede,
de duizendschoon van de zachtmoedigheid.

4. Werk in ons, tuinman Jezus, tot het wonder
van roos en lelie altijd om ons staat,
tot in het licht van God U met ons onder
de gouden regens door uw tuinen gaat.

Gebed

Bijbellezing: Matt. 7: 13-21

Zingen: NLB 313: 2,5 ‘God opent hart en oren..

Tekstlezing: Lucas 13: 1-9
………………………………………………………………………………………………….
Preek ‘Tuinman Jezus wacht op vruchten’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Vanmorgen gaat het over een van de vruchtbomen die in de Bijbel heel vaak voorkomt en die voor de mensen in Israël erg belangrijk was: de vijgenboom.
Toen het volk Israël na veertig jaar rondtrekken in de woestijn bijna in het beloofde land was, belooft Mozes dat het een goed en welvarend land is waar ze mogen gaan wonen: “een land van beken, bronnen en waterstromen die ontspringen in de valleien en op de bergen, een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelen, een land van olijven en honing, een land waar u niet slechts schamel brood zult eten, maar waar het u aan niets zal ontbreken” (Deut. 8: 7-9).
En meer dan eens kregen ze de belofte van een vrede en welvaart, als ze deden wat God van ze vroeg: “geen mens zal weten wat oorlog is, ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt (Micha 4;Zacharia 3).

De bladeren van een volwassen vijgenboom zitten dicht op elkaar en komen tot aan de grond, zodat je eronder kunt zitten als onder een soort prieel, lekker in de schaduw. Begrijpelijk dat vaak aan de randen van een wijngaard een of meer olijfbomen werden geplant. Werken in de wijngaard is een heet karwei. Dan is het heerlijk om af en toe te kunnen uitblazen in de dichte schaduw van de vijgenboom.
.
Vijgenbomen waren dus zeker voor de mensen toen erg belangrijk. Minstens twee keer per jaar komen er vruchten aan een vijgenboom. Eerst in de lente, de zgn. vroege vijgen, die rijp zijn in juni en die werden opgegeten, vaak zo uit de hand. In augustus en september zijn de zgn. late vijgen rijp, die ze meestal gingen drogen om ze te bewaren voor de winter. Vijgen werden dus gegeten maar ook wel gebruikt als een soort medicijn, b.v. tegen zweren en andere huidaandoeningen; zo lezen we over de zieke koning Hizkia dat hij op advies van de profeet Jesaja een plak gedroogde vijgen op zijn ontstoken huid moest leggen, en daar beter door werd.
Een vijgenboom staat erom bekend dat hij sterk is en groeizaam en vruchtbaar.
Maar als er aan de vijgenboom geen vruchten komen, is er duidelijk iets goed mis.
Jezus heeft het in die korte gelijkenis over een man die een vijgenboom geplant had aan de rand van een wijngaard, wat vaak gebeurde en ook in onze tijd voorkomt.

Jezus vertelt: Iemand heeft een vijgenboom geplant in zijn tuin, in zijn wijngaard.
De man, duidelijk de eigenaar van de boomgaard, komt regelmatig langs om te kijken het erbij staat en of er al vijgen te plukken en te eten zijn, maar nee, weer niet. Als dat het eerste jaar gebeurt, nou ja, kan gebeuren, je moet geduld hebben, toch?
Volgend jaar beter hoop je dan. Het volgende jaar als overal de vijgenboom volop vijgen leveren, komt de man weer langs: zou het nu wel? Maar nee, weer niet, hoe kan dat nou, wat is er mis. Maar goed, wie weet volgend jaar….maar ook dan niet.
Waarop z’n geduld opraakt en hij tegen de tuinman die namens hem zorgt voor de wijnstokken en de vijgenbomen zegt: hak die boom maar om want ik heb er niks aan en hij neemt maar plek in, ik kan op die plek beter een gezonde boom neerzetten…
Ik las: “Het wortelstelsel is even groot als de kroon, dus er wordt veel voedsel aan de grond onttrokken. Daarom moet deze boom wel vruchten dragen om lonend te zijn.”
Dan komt een moment dat je denkt dat het met deze boom het niet meer gaat
lukken en dat je beter de boom kunt vervangen door een andere, gezondere.
Of dat die boom niet op een goede plek staat, meer zorg nodig heeft, andere grond.
Want je hebt de boom gekocht om er appels van te plukken en niet voor de sier.
Ja, en dan is het nog hobby maar voor een fruitkweker zoals in het verhaal dat we net gelezen hebben, gaat het ook nog om geld en zo’n boom neemt ook nog plek.

De man in het verhaal is er blijkbaar helemaal klaar mee:hak maar om die boom.
Maar daar denkt de tuinman anders over, en hij pleit voor geduld en voor uitstel:
meneer, laat uw boom nog één jaartje staan, geef hem nog een kans alstublieft.
Maar er is meer dan dat, want alleen nog een jaar wachten en niks doen, is geen optie, er is wel werk aan de winkel, en de wijnboer biedt aan er alles aan te doen:
Ik zal de grond nog eens goed omspitten en er extra mest bij doen, wie weet.

Een goed voorstel, want het is bekend dat goede voedzame aarde en mest de groei bevorderen. “Wie zijn vijgenboom met zorg omringt, zal zijn vruchten eten”, staat in Spreuken 27: 18. Je hebt er werk aan, en je stopt er energie in, dan heb je ook wat.
Daar stopt het verhaal, we horen niet hoe het verder ging met die vijgenboom, of die
nog lang is blijven staan en vruchten kreeg, of uiteindelijk toch is omgehakt – en dat
is precies de bedoeling want het antwoord moet komen van wie toen en nu luisteren.

Als je goed zorgt voor je boom, als je energie in stopt, komen er als het goed is, vruchten aan: dat beeld kom je in de Bijbel tegen voor de zorg van God voor zijn volk, en helaas ook voor de teleurstelling van de Heer als dat geen vruchten oplevert van liefde voor Hem en zorg voor elkaar, van dankbaarheid voor zijn goede gaven, en van een leven volgens zijn goede leefregels –zo in Jeremia 8: “Als ik wil oogsten – spreekt de HEER – zijn er geen druiven aan de wijnstok, geen vijgen aan de vijgenboom, en zijn de bladeren verdord.” En dat terwijl God er alles aan had gedaan, en zoveel had geïnvesteerd in zijn bijzondere volk. “Wat kon ik nog meer aan mijn wijngaard doen,wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zoveel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?” (Jes. 5: 4). Dat slaat op Israël in de tijd van Jesaja: “Israël is de wijngaard van de Heer van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda. Hij verwachtte recht, maar oogste onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting. “ Jes. 5: 7). Weer later horen we uit de mond van de Heer Jezus datzelfde met een iets ander beeld: God als een wijnboer die zijn wijngaard verpachtte, maar de pachters houden de oogst voor zichzelf, mishandelen of doden zelfs de knechten van de eigenaar als die zijn aandeel komen opeisen en doden tenslotte zelfs de zoon van de baas – waarmee Jezus het over zichzelf heeft als de zoon van God die ze afwijzen en kruisigen…

Het is steeds datzelfde: heersen en niet dienen, gaan voor jezelf en niet delen. En het komt ook op ons vandaag af: hoe gaan we om met de aarde, met bomen en planten en dieren, en nog confronterender: met medemensen in nood, op de vlucht, zonder dak boven of hoofd of eten voor morgen, en wat maken we van ons leven?
Is ook niet vandaag van hoog tot laag en van dichtbij toe verder weg onrecht en uitbuiting, egoïsme, ondankbaarheid – waar blijven de vruchten van alles dat God in ons als mensen, in ons als zijn kinderen, in deze planeet die Hij geschapen heeft, heeft geïnvesteerd? Stel dat God vraagt: wat kon Ik nog meer doen, wat heb Ik te weinig gedaan, wat heb Ik fout gedaan? En als niet: waarom gaat er zoveel mis?
Dat korte verhaaltje over de vijgenboom volgt direct op dat gesprekje over het nieuws van die dag, over zouden wij vandaag zeggen twee berichtjes van nu.nl of het journaal – slecht-nieuws-berichten die van alle tijden zijn: geweld, en een ongeval.
Geweld: na een protestdemonstratie rond de tempel greep Pilatus hard in en enkele demonstranten – afkomstig uit het Galilea waar ook Jezus en de meeste van zijn leerlingen hun thuisbasis hadden – werden gedood en hun bloed werd vermengd met offerbloed – heiligschennis dus. En dan was er ook die toren in Jeruzalem die
was ingestort waardoor 18 mensen de dood vonden – een tragisch ongeval dus.
Wat zeker in die tijd meteen bij de schuldvraag bracht, en snel met de vinger werd gewezen niet naar de stadhouder of de bouwers van de toren maar juist naar de slachtoffers: hoe komt het dat hun dit vreselijke overkomen is, hebben ze dat te wijten aan zichzelf, is dat een straf van God – want niets gebeurt toch zomaar?

Hier gaat Jezus met die twee nieuwsberichten een andere kant op, om de mensen om hem heen wakker te schudden en aan het denken te zetten, niet over anderen maar over zichzelf, in de lijn van de bergrede: oordeel niet om niet daarmee jezelf te
veroordelen, want met de maat waar je anderen mee meet, wordt jij zelf gemeten.
Hoor maar: Denken jullie dat die Galileërs die door Pilatus zijn afgeslacht, erger dingen hebben gedaan dan andere Galileërs? Of dat die achttien slachtoffers van die ingestorte toren meer schuldig waren dan alle andere mensen in Jeruzalem? (wat in die tijd vaak gedacht en gezegd werd – want dan pleit je jezelf vrij: gelukkig ben ik niet zo verkeerd bezig, gelukkig maar dat zoiets mij niet zal overkomen…Maar Jezus slaat het ons allemaal uit handen: “Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij”. Die zit, dat is schrikken!

En dan meteen erachter aan komt dat verhaaltje over die onvruchtbare vijgeboom.
Want tuinman Jezus wacht op vruchten, vruchten van bekering en geloof, van niet jezelf beter en netter en vromer achten dan de ander maar juist de ander hoger aanslaan dan jezelf, en van willen groeien in vertrouwen en van willen dienen.
Johannes de Doper had het ook al gezegd: “Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en zeg niet meteen bij jezelf wij hebben Abraham tot vader”.
Naar ons vertaald: zeg niet te gauw en te makkelijk: maar ik ben een oppassende burger, ik doe niemand kwaad en ben eerlijk, en ik ben ook nog van de goeie kerk.
Want, nog eens Johannes de Doper: “God kan ook uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken”. God kan zelfs de meest grote tegenstander omvormen tot een volgeling van Jezus, God kan zelfs de grootste crimineel een nieuw leven geven.
En daarbij de waarschuwing van Johannes: “de bijl ligt al aan de wortel van de boom. Iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. “ (Luc. 3: 8-9). In de bergrede herhaalt Jezus dat, we hebben het gelezen. En denk ook aan wat we van Paulus hoorden in Galaten 5 over de vruchten die groeien door de Geest: “liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing”. Precies dat wat we merken aan de reactie van die tuinman op het voorstel die vijgeboom maar om te hakken:
Laten we geduld hebben, laat ik er nog eens extra goed voor zorgen, omhakken kan altijd nog wel, wie weet komen er toch volgend jaar wel vruchten aan, van liefde.

Dat geduld had Jezus met Israël waar Hij zoveel weerstand en ongeloof tegenkwam, maar ook met zijn eigen leerlingen die na drie jaar nog zoveel onbegrip lieten zien.
Dat geduld heeft God gelukkig ook met ons, met zijn mensen, en met dezer wereld.
En dat geduld vraagt God van ons, geduld met elkaar, met die mensen om ons heen die in onze ogen niet of niet meer of niet goed geloven….en waar ze soms zo snel en zonder goed te luisteren en oog voor ze te hebben over kunnen oordelen of langs heen leven en bij wegkijken – dan is die wijnboer een goede leermeester en een inspirerend voorbeeld: “Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, tot ik de grond erom heen heb omgespit en hem mest heb gegeven, misschien zal hij dan het komende jaar vrucht geven”….laten we dat ook doen, en het verder aan de Heer overlaten.
Niet voor niets horen we niet de afloop, of die vijgenboom toch nog vruchten ging opleveren of na dat jaar uitstel alsnog werd omgehakt – dat is aan wie het horen
en aan wat zij en wij ermee doen: met Gods liefde, met het geduld van de Heer.
Want zeker, het eindigt scherp, waarschuwend: “zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken”….maar luister goed: dan kunt u…dat is aan u…..dat laat ik aan u over.
Niet: dan hak ik hem wel om….nee, want het is tenslotte niet zijn eigen boom……
Zoals Jezus vaak benadrukte: ik kom niet om mijn wil te doen, maar Vaders wil.En als ons niet het oordeel toekomt over wie dan ook maar het God is die beslist,en God heeft zoveel geduld met ons, zouden wij dan geen geduld hebben met hem / haar?

Ik denk dat we dat ook best kunnen betrekken op ons leven in het algemeen. Want niet alleen als het gaat om geloofsgroei kan ongeduld en druk een rol spelen, het zit in heel de samenleving, zeker in deze gehaaste, gestresste en veeleisende tijd, een tijd waarin presteren en scoren en jezelf bewijzen en beter zijn dan de ander, ertoe leidt dat veel mensen, jongeren maar ook volwassenen, aan een burnout leiden.
Wat meerdere oorzaken kan hebben maar zeker ook te maken heeft met wat we van onszelf en elkaar verwachten, van latten die hoog gelegd worden en hoge eisen die we aan onszelf en elkaar stellen, en de druk om te groeien en succes te behalen.

In een boeiend boek over Her verborgen leven van bomen dat ik kortgeleden heb gekocht en aan het lezen ben, kwam ik ook een hoofdstukje tegen over Burnout.
En verrassend: dat gaat niet over mensen, maar over bomen die het in zich hebben om los van het bos op eigen houtje ergens willen opgroeien,ver van de moederboom.
Er zijn sommige van bomen die als een razende groeien – soms meer dan een meter per jaar, terwijl andere soorten maar een paar millimeter per jaar groter worden.
Treffend voorbeeld van die snelle groeiers zijn de berk en ook de ratelpopulier; in dat boek staat: “berken jakkeren door het leven en putten zichzelf uiteindelijk uit” , en net zo “een andere rusteloze geest..: de esp of ratelpolulier”, met zijn blaadjes die op elk klein zuchtje wind reageren, en die continue en snel groeien en tegelijk vechten tegen alles wat die groei bedreigt, wat een enorme hoeveelheid energie vraagt.
Met als gevolg dat de boom na zo’n dertig jaar uitgeput is, evenals de berk, want er is zoveel energie in hoger en groter worden en in de concurentiestrijd met anderen gaan zitten dat veel eerder dan bij andere bomen de laatste reserves uitgeput zijn.
Opvallend allemaal, ik dacht: die bomen zijn net mensen, maar wat doe je eraan?
Leerzaam is dat de meeste van die streber-stress bomen het op hun eentje moeten zien te redden, en dat bomen tussen anderen in een bos of park elkaar voeden en ook corrigeren – en minder hebben van dat competitie en concurrentie-gedrag.
Pionier zijn is prima, af en toe uit je comfortzone stappen en uitdagingen aangaan ook, maar zomaar is de balans zoek en kom je niet mee toe aan broodnodige rust.

Om terug te gaan naar ons mensen: ik heb niet een afdoend antwoord tegen stress en burnout, daarvoor zijn de situaties te verschillend en ook vaak te complex: de omstandigheden heb je vaak niet in de hand, je opvoeding speelt een rol, en wat in je genen en je karakter zit, en we leven in een tijd van veel sociale en financiële druk.
Je merkt dat het leven niet maakbaar is en je het niet altijd voor het kiezen hebt.
Maar vanuit ons bijbelgedeelte is geduld met jezelf en elkaar wel een goede start: het hoeft niet allemaal tegelijk en ineens, je hoeft ook niet de lat hoger te leggen of te laten leggen dan waar jij bij kunt – en daarvoor is nodig wat je erbij voelt serieus te nemen, goed naar je eigen lijf te luisteren, feedback te vragen van mensen in wie je vertrouwen hebt, en als het niet goed voelt, op tijd aan de bel te trekken – probeer erachter te komen waar jij goed in bent en investeer daarin, en accepteer ook dat je niet overal goed in bent en goed in hoeft te zijn, en: durf op tijd waar nodig nee te zeggen – en als het toch niet lukt, zoek als het kan op tijd, goede hulp – en heb ook dan geduld, want het kan en hoeft niet binnen een paar weken al weer beter te gaan.
Ja, en in de lijn van deze serie: maak als je kunt regelmatig een boswandeling of een fietstocht voor de natuur – werken in je eigen tuin als je die hebt – kan ook natuurlijk.
In dat bomenboek las ik ook: “bij de boswandelingen verbeterden de bloeddruk, de longcapaciteit en de elasticiteit van de aderen”- je komt ook tot rust in het bos, echt!
Steeds weer blijkt die eerste psalm actueel, over de boom die geworteld is en aan het water staat – en dan vruchten oplevert, op zijn tijd, als de boom eraan toe is.

Tuinman Jezus wacht op vruchten – Hij mag ze verwachten, Hij kan en wil vol geduld en liefde wachten, het is aan ons om Hem niet te laten wachten maar ons door Hem te laten bewerken – denk weer aan die woorden van Paulus om ons door de Geest te laten leiden – in de catechismus staat: laat de Heer door zijn Geest in je werken.
Kijk, en dat is wel werken, en dat kan ook betekenen in je eigen vlees (laten) snijden.
Paulus noemt dat onze eigen natuur met alle verkeerde hartstochten en begeerten aan het kruis laten slaan – en dat doet pijn, dat is afzien van…en vechten tegen…
Het is ook elkaar dienen in liefde en je naaste liefhebben als jezelf, zelfs je vijand.
In Gal. 6 wordt het positief ingevuld, ook met beelden uit de natuur: “wie op de akker
van zijn zondige natuur zaait, oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest
zaait, oogst het eeuwige leven. Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten” (Gal. 6: 8-10). Weer dus: geduldig doorgaan, in vertrouwen dat God groei en oogst geeft, en niet de Geest die werkt, tegenwerken.

Tot slot: als we zo door Gods Geest gevuld vruchten gaan opleveren, heeft dat tot verder om ons heen effect en groeikracht – zoals Jezus over die ranken aan de wijnstok zegt– dat is: over allen die aan Hem verbonden samen groeien en bloeien want zonder Hem lukt het niet, en op je eentje ook niet – een rank los van alles verdort en gaat eraan – Jezus zegt dat wie aan Hem verbonden blijft veel vrucht zal dragen – zoals een vruchtboom er niet alleen staat voor zichzelf maar bedoeld is om ook voor anderen nuttig te zijn . Denk maar weer aan die olijfboom en die vijgenboom en die wijnstok van vorige week die allemaal zeiden: ik wil graag vruchten opleveren voor de mensen en voor God, daar word ik ook zelf blij van, en voel ik me goed bij,
Dat mag ook onze uitdaging zijn: vruchtbaar zijn voor God en mensen, en zo ook onze eigen bestemming bereiken en tot zegen zijn. Dat geve God, door zijn Geest.
amen

Vraag: Lukt het jou om ook lastige gevoelens onder ogen te zien en die eventueel met anderen te delen?

Zingen: NLB 841: 1-4 ‘Wat zijn de goede vruchten die groeien aan de Geest’
Gebed
Collecte
Kinderlied: SchatRijk
Zingen: NLB 422: 1,3 ‘Laat de woorden die we hoorden’ (mel. LvdK 350)

Zegen – amen