Lucas 22: 24-26: ‘Wees maar blij met die blauwe envelop!’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Dat klinkt raar natuurlijk: wees maar blij met die blauwe envelop – dat ben ik ook niet echt. Ik bedoel natuurlijk de belastingaanslag die elk jaar bij veel mensen binnenkomt. Tegenwoordig kan het ook digitaal, maar bij ons is het nog altijd gewoon deze blauwe envelop. Het is – zeker voor wie niet in loondienst is – elk jaar weer een hele klus: de aangifte. Als het goed is, is het weer gelukt, het kan dit jaar nog tot half mei. En dan is het wachten op de definitieve aanslag – wat best nog even kan duren want het is druk en het gaat ook lang niet altijd goed bij de belastingdienst – maar dan komt die aanslag en dat is altijd even spannend, want soms valt het mee, en soms ook behoorlijk tegen. Soms krijg je geld terug maar het kan ook gebeuren dat je een fikse naheffing moet ophoesten.
We weten natuurlijk dat de overheid geld nodig heeft, ook in ons eigen belang, en dat ook nog in de bijbel staat dat je aan de keizer – de overheid – moet geven waar die recht op heeft (de Heer Jezus zei dat) en dat als de overheid belasting vraagt aan de burgers, wij moeten betalen (Paulus in Rom.13). Niet uit angst, maar uit principe. Maar toch, die blauwe enveloppen zijn niet populair want we willen graag zelf bepalen waar we ons geld aan uitgeven en wat doen ‘ze’ met ons geld?

Stel je voor: je woont in een land waar niemand een cent belasting hoeft te betalen. Dat klinkt natuurlijk geweldig; als je dat op straat aan de mensen zou vragen, zullen veel mensen daar weinig tegen hebben, al zullen er ook meteen tegenargumenten komen van: dat kan natuurlijk niet, en wie zal dan voor al die voorzieningen betalen? Maar toch: stel dat het wel zou kunnen, dat het geld dat nodig is er op een andere manier komt, zonder dat wij elk jaar aangifte moeten doen, en zonder dat het ons geld kost, ik denk dat de meeste mensen daar geen enkel bezwaar tegen hebben….je houdt dan heel veel geld in je eigen zak, en.. je kunt er ook goede dingen mee doen natuurlijk, goede doelen genoeg!
Er zijn landen waar het echt zo werkt, waar de inwoners geen belasting betalen. Voorbeelden zijn Saudi-Arabië en de oliestaten in de Golf zoals Dubai en Qatar. De schatrijke sjeiks die daar aan de touwtjes trekken verdienen miljarden door de olie en houden zo de hele samenleving gaande, en zorgen voor niet alleen de hoogste wolkenkrabbers ter wereld maar ook voor peperdure voorzieningen waar de inwoners vaak gratis gebruik van kunnen maken – mooier kan toch niet? Ook in het prinsdom Monaco betalen de inwoners geen belasting… en zo zijn er nog wel meer van die zgn. belastingparadijzen – waar rijke mensen en grote bedrijven vaak hun geld stallen.
Ja maar, het heeft wel degelijk schaduwkanten als je achter die buitenkant kijkt. Want dit soort landen zijn bijna altijd halve of hele dictaturen waar wie betaalt ook alles bepaalt – zonder oppositie die opkomt voor de belastingbetalers want die belastingbetalers zijn er niet en de machthebbers kopen de gunst van het volk. Ik las over een van die belastingparadijzen, Qatar – dat land waar zoveel over te doen is vanwege het WK voetbal…een land waar veel mis is met de positie van vooral buitenlandse werkers en met mensenrechten. “Technisch gesproken is Qatar inderdaad een dictatuur. De emir en zijn zeer uitgebreide familie (20.000 leden) hebben het voor het zeggen. Maar voor volksopstanden hoeft de emir voorlopig niet te vrezen. De emir is razend populair. Hij deelt de olieopbrengsten in hoge mate met zijn volk. De gemiddelde Qatari heeft het veel te goed om de straat op te gaan. En de werkers uit landen als India en Nepal zijn voor het lot van hun gezin veel te afhankelijk van de inkomsten om iets in het hoofd te halen. De regels zijn duidelijk: één overtreding en je vliegt er voorgoed uit.” Je hoort dezelfde dingen over b.v. Saudi-Arabië en de Ver. Arabische Emiraten. Genoeg rijkdom en weinig vrijheid…tegenspraak is gevaarlijk.

Met dat stukje informatie in ons achterhoofd gaan we beter begrijpen wat Jezus zegt in die verzen die we net gelezen hebben , als de Heer ingaat op dat geruzie van zijn leerlingen over wie nou wel de belangrijkste van hun twaalven was, en wie straks als de Meester koning zou worden, de hoogste posten zouden krijgen. Dat laatste vertelt Lucas er niet bij, dat weten we uit Matteüs en Marcus, als vraag van Johannes en Jakobus, via hun moeder: mogen wij straks wel rechts en links van U zitten?
Daar reageert hun Meester op door ze eraan ter herinneren hoe het in de wereld om hen heen toeging – en in feite gebeurt het nog steeds zo, als het draait om macht: “Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen”- herkenbaar, zo zit de wereld in elkaar, toen en ook nu nog.

In die vergelijking met de wereld van machthebbers en onderdanen kun je dat eerste makkelijk herkennen: misbruik van macht door anderen te overheersen. In de tijd van Jezus was het een dagelijkse realiteit, in Israël maar ook in heel veel andere landen die door de Romeinen onderworpen waren en werden bezet. En tot vandaag toe hebben mensen en volken er mee te maken dat ze korter of langer geleden werden ingelijfd en onderdrukt, voorbeelden genoeg uit Afrika en ook uit ons eigen Europa – en zelfs in dat vrije land van ons werden we wakker geschud toen bleek hoe een star systeem mensen kan mangelen, denk aan de toeslagenaffaire en de wachtlijsten bij jeugdzorg en de traag werkende instanties waar asielzoekers in vastlopen….en hoe moeilijk kunnen regeerders omgaan met lastige Kamerleden en journalisten.

Maar dat andere dat Jezus ook zegt, lijkt juist positief: machtigen als ‘weldoeners’. Is het niet mooi als regeerders goede dingen doen voor hun land en voor hun volk? Als geld wordt ingezet om allerlei goede voorzieningen voor de mensen te regelen? In Romeinen 13 schrijft Paulus toch ook dat de overheid er is ‘voor ons welzijn’? Dat klopt, maar let er dan op dat de Heer Jezus het heeft over mensen met macht die weldoeners ‘worden genoemd’, en ook graag zo bekend willen staan. En in die combinatie van macht en weldoener genoemd worden, zit nu juist de angel….je doet iets goeds om er zelf ook beter van te worden of om ermee slechte dingen die je hebt gedaan mee ‘wit te wassen’.
Het hier gebruikte woord voor ‘weldoener’ is trouwens een bekende titel in die tijd. In de Studiebijbel die ik gebruik staat bij dit vers een verhelderende aantekening: “Een aantal koningen uit de oudheid draagt de titel Euergetès, weldoener. In de Romeinse wereld betaalden de rijkste mensen geen belasting, maar droegen vrijwillig bij aan het budget van de stad” – en dan denk je: prachtig toch, de sterkste schouders die de zwaarste lasten dragen, een oude vorm van sponsoring of crowdfunding – ja maar – even nog het vervolg van die kanttekening uit mijn Studiebijbel over die rijke Romeinen: “op deze manier lieten zij zichzelf als weldoener roemen én hielden zij hun machtspositie” – omkoping dus eigenlijk en manipulatie, en het lijkt als twee druppels water – of olie – op die rijke Arabische staten in onze tijd…maar ook op regeerders die vooral wijzen op wat ze allemaal toch maar doen voor de goede zaak…en dan moeten de mensen de missers en de verkeerde beslissingen die er waren maar voor lief nemen en gauw vergeten.

Als ik daarom boven de preek gezet heb dat we maar blij moeten zijn met die blauwe envelop, bedoel ik dit ermee: dat we als burgers belasting moeten betalen, geeft ook invloed: via het parlement, via verkiezingen – want als ‘ze’ met ons geld verkeerde dingen doen, hebben we mogelijkheden om dat aan de orde te stellen en zelfs af te straffen – want wie betaalt die betaalt en dat zijn wij samen. Op die manier kun je – als is het indirect – meesturen dat de goede dingen gebeuren en dan de overheid inderdaad zich inzet voor het welzijn van mensen dichtbij en ook verder weg – zoals voor landen waar nood en oorlog is, vluchtelingen, asielzoekers…
En wat voor onszelf belangrijk is, en nog dichter bij onszelf komt, als gemeente, dat is de les die de Heer zijn leerlingen en ook ons wil voorhouden: “Laat dat bij jullie niet zo zijn” : dat we uit zouden zijn op invloed voor onszelf, dat machtsspelletjes gespeeld worden en mensen proberen de eigen zin of mening door te drukken door anderen te manipuleren of denken dat ze met hun geld of kennis of positie meer in de melk te brokkelen hebben dan mensen met minder geld of minder knowhow , dat inzet en meer uren werk meer invloed verdient…
Er zijn tijden geweest dat dit soort dingen ook in kerken voorkwamen: rijke boeren of grootgrondbezitters die het recht kochten om te bepalen welke dominee er kwam, rijke gemeenteleden die zorgden voor de wintervoorraad aardappelen of steenkool van de pastorie maar dan wel verwachten dat de dominee geen dingen deed of zei die hen niet aanstonden want ja, dan waren er ineens geen aardappels of brandstof, en dus paste die dominee wel op want zijn gezin moest ook eten, toch? Het komt dichtbij wat Jezus zei: weldoeners die hun macht misbruiken.
Natuurlijk, dat is lang geleden, en wie gebruikt nou nog b.v. de VVB om de kerkenraad of andere gemeenteleden onder druk te zetten of dwars te zitten? Gelukkig ken ik zulke voorbeelden niet, en wel veel eerlijkheid en belangeloze inzet, en de bereidheid om voor anderen klaar te staan, zonder er wat voor terug te vragen of te verwachten, mooie dingen die je mag zien als vruchten van de Heilige Geest; vast ook hier in Loosdrecht.
Maar toch is het altijd goed eerlijk in de spiegel te kijken die God ons voorhoudt. Zelfs de leerlingen van de Heer waren niet immuun voor de verleiding om invloed en een vooraanstaande positie na te streven of te claimen voor zichzelf, want zij hadden toch veel over voor hun Meester en zij kwamen toch wel meer in aanmerking dan…..
Ik denk aan de op zich terechte opmerking van Petrus: “Wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?” (Matt.20:22). Jezus zegt dan dat je Hem niet voor niets volgt: wie Hem volgt zal in zijn nieuwe wereld met Hem mogen regeren en wat je nu verliest, krijg je dubbel en dwars terug. Ja maar, dan komt meteen er achteraan: maar vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten, want in het rijk van God telt geen verdienste maar is alles genade, wordt je rijk beloond niet omdat jij zo goed was en zo je best hebt gedaan en zoveel opofferde, maar alleen omdat de Heer goed is.

Jezus zegt ook dat we niemand meester moeten noemen want er is maar één de Meester, en wij zijn allemaal broers en zussen van elkaar, gelijk aan elkaar: niemand is minder en niemand is meer, niemand is overbodig en iedereen is nodig. Dan is goede dingen doen voor anderen mooi en zelfs een opdracht, en is de Heer blij dat we ons leven aan Hem en aan zijn zaak wijden, ook op punt van geld en tijd, capaciteiten, bezit – maar zegt Hij ook dat we die goede dingen niet moeten doen om er mee op te vallen of erom geprezen te worden of er iets mee voor elkaar te krijgen: “Houd het geheim als je geld geeft aan arme mensen. Je linkerhand mag zelfs niet merken dat je rechterhand iets geeft. Ja Vader ziet wat er in het geheim gebeurt. En Hij zal je belonen.”. Zo staat dat in de ‘Bergrede’ van Jezus (Matt. 6: 3-4 ; BGT). Dus ook hulpvaardigheid en naastenliefde geven geen voorrang in Gods koninkrijk. Het enige dat in dat rijk voorrang krijgt is belangeloze liefde, zoals Jezus voordeed en waartoe Hij de zijnen oproept, zoals in geval van uitnodigen en gastvrij zijn: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’ Hoe vullen we dat in of kunnen we er niets mee?

We weten inmiddels wel dat Jezus ons wat Hij bedoelt zelf heeft voorgedaan. Hij zegt het nog eens een keer extra, met een vraag waarop we zelf het antwoord wel weten: “wie is belangrijker: de man die aan tafel zit of de man die hem eten brengt?” Denk maar aan het restaurant waar je als klant koning bent, of denk aan de echte koning en koningin die een diner geven – natuurlijk zijn zij van alle gasten de belangrijkste en zeker hoger in rang dan de koks en de bediening. Het antwoord van Jezus is weinig verrassend: “de man die aan tafel zit natuurlijk”. Maar wat er meteen achteraankomt is de wereld op de kop: “Maar Ik ben in jullie midden als iemand die dient” – wat de Heer ook heeft laten zien door als een slaaf de voeten van zijn leerlingen te wassen – echt de omgekeerde wereld. Het lijkt inderdaad de wereld op de kop wat Jezus zegt en ons voordeed: de belangrijkste is wie dient, wie zich klein maakt is groot, ik jullie aller dienaar…. Maar zo draait Jezus als de nieuwe Mens de op de kop gezette wereld van God weer terug in de stand van het begin en laat Hij zich kennen als de Her-schepper. Dat is pas echt wat diezelfde Paulus schreef: “daarom ook is iemand één met Christus is, een nieuwe schepping” – en nieuw is weer worden zoals ooit bedoeld.
Lees zo terug, met nieuwe ogen, met de ogen van Jezus, over hoe het ooit begon: “God zei: ‘Nu wil ik mensen maken. Ze moeten op mij lijken….Toen maakte God de mensen. Hij maakte ze zo dat ze op Hem leken. Hij maakte ze als man en als vrouw…..God keek naar alles wat Hij gemaakt had en zag dat het heel mooi was” Nou, en zo mooi gaat het weer worden dankzij Jezus die de schepping met de mens voorop redt en weer goed en weer mooi maakt – en die daarmee wil beginnen en mee bezig is en aan blijft werken in uw en jouw en mijn leven, en in zijn gemeente. Waar al iets zichtbaar mag worden van dat nieuwe – naast nog veel oud zeer en schrijnende wonden en soms stuitende zonden – hoe dichter in de buurt van Jezus, des te meer komt dat nieuwe aan het licht, nu al en als dat rijk van Jezus doorbreekt, echt helemaal voluit.
Wees maar blij met die blauwe envelop – niet dat belasting betalen leuker wordt, en het is ook niet altijd makkelijk. Maar zie het als symbool van willen dienen met wat je hebt – van willen delen. Dat begint veel dichterbij dan in het invullen van een formulier en overmaken van het verschuldigde aan inkomstenbelasting of het terugstorten van teveel ontvangen of die gift voor dat goede doel, hoe goed en belangrijk ook. Veel belangrijker en moeilijker is het goed omgaan met elkaar: wat wil je en kun je geven – aandacht, tijd, geld – je en wat mag je van elkaar verwachten – en als je iets goeds doet voor een ander, doe je dat dan vooral om jezelf goed te voelen of vraag je je af en vraag je dat ook aan die ander of het goed is voor hem of haar: wat kan ik voor je betekenen, waarmee ben jij het meest geholpen? Dan is hulp of aandacht of tijd niet het afkopen van een schuldgevoel of het voldoen aan bepaalde eisen die je aan jezelf of elkaar stelt maar ben je echt gericht op de ander. Zoals onze God liefde is – ook en juist voor mensen van wie Hij geen liefde krijgt – en wij niet eerst hoeven presteren of verdienen om Gods liefde te kopen – Jezus zegt: niet jullie hebben als eerste liefgehad maar Ik heb jullie lief – omdat Ik goed ben. Als die liefde ons aanraakt en aanstuurt, worden wij echte wél- doeners!

amen

liturgie morgendienst

welkom en mededelingen

votum en groet

zingen: Psalm 72: 1,4,7

Gods leefregels Romeinen 13: 1-10

Zingen: Gezang 260 (GKB 2017) ‘Heer, voor alle mensen roepen wij U aan’

gebed

Schriftlezing. Matt. 20: 17-28

zingen: Opwekking 705 ‘Toon mijn liefde’

verkondiging: Lucas 22: 24-26 ´ Wees maar blij met die blauwe envelop´

zingen: NLB 838: 1,3,4 ‘O grote God, die liefde zijt’

gebed

collectemoment

geloofsbelijdenis Gz. 179a GK

zegen

Johannes 13: 1-17 Jezus wast de voeten van zijn leerlingen

Liturgie morgendienst
Welkom
Moment van stilte en gebed
Votum en groet
Psalm 25: 1,2,3
Gods leefregels: Lucas 10: 25-28
Lied NLB 320 ‘Wie oren om te horen heeft
Gebed
Bijbellezing: Johannes 13: 1-17
Opwekking 268 ‘Hij kwam bij ons, heel gewoon’
Verkondiging ´Jezus wast de voeten van zijn leerlingen´
Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’
Gebed
Collectemoment
Opwekking 710 ´Zegen mij´
Zegen

Beste mensen, zussen en broers, u en jullie, gemeente van onze Heer,

Stel je even voor dat je bij een van je bekenden op bezoek gaat -uiteraard met in achtneming van de geldende regels – en dat de deur opengaat en de gastheer tegen je zegt: wil je eerst je schoenen en sokken uitdoen, dan zal ik je voeten wassen…
Ik denk dat je dan eerst heel verbaasd zou zijn en dan verontwaardigd en zelfs boos: wat dacht je wel, dat ik niet regelmatig mijn voeten was….dat ga ik echt niet doen! Ik heb wel een paar keer mee gemaakt dat ik op bezoek ging bij iemand met een andere culturele achtergrond en dat mij gevraagd werd mijn schoenen uit te trekken en een paar van de gereedstaande sloffen aan te doen, en dat deed ik dan natuurlijk.
In onze Nederlandse cultuur en met ons klimaat ga je ook niet met blote voeten op bezoek, hoogstens moet je zorgen dat je niet met smerige schoenen binnenstapt.

In de tijd dat Jezus op aarde was, ging het er allemaal heel anders toe op dit punt. De wegen waren meestal niet verhard maar paden met zand en dus veel stof en de mensen hadden geen schoenen maar ze liepen op blote voeten of op sloffen, en dan was het meestal ook nog veel warmer dan bij ons en dus waren je voeten niet alleen vuil maar ook zweterig dus je snapt wel, dan is dat wassen nodig en ook verfrissend. Ja, en dan moet je ook nog weten dat als de mensen toen gingen eten ze niet aan tafel gingen zitten met de voeten veilig onder die tafel maar op een soort ligbanken aan lage tafels, met de voeten vlakbij het gezicht van je tafelgenoot en dus was het wel erg fijn als die voeten schoon en fris waren, vandaar dat voeten wassen bij de deur…wat bij rijkere mensen de taak was van een huisbediende, meestal een slaaf.
Het was een teken van beleefdheid als zo’n slaaf bij het binnenkomen klaar stond om de voeten van de gasten van de heer des huizes te wassen en daarna af te drogen. Dat zullen Jezus en zijn discipelen vast vaak hebben meegemaakt als ze ergens kwamen….en soms ging het nog verder zoals in dat verhaal van vorige zondag over Maria die de voeten van Jezus overgoot met dure parfum en daarna die voeten met haar haren afdroogde, een bijzondere daad van eerbied en liefde, en – zoals haar Heer zei tegen mopperende leerlingen – voorbereiding op een eervolle begrafenis.

Soms ging het precies andersom, als een gast niet met respect ontvangen werd. Ook dat is de Heer Jezus overkomen, zoals we daarover kunnen lezen in Lucas 7. Het was in het huis van een zekere Simon, een Farizeeër die Jezus wel uitgenodigd had voor de maaltijd, maar in alles liet merken niet echt respect voor hem te hebben. Tijdens de maaltijd kwam een vrouw binnen met een twijfelachtige reputatie en zij zalfde – net als later Maria zou doen – Jezus’ voeten met zalfolie en maakte die voeten met haar tranen nat, kuste Jezus’ voeten, en droogde ze af met haar haren. Daarna confronteerde Jezus zijn gastheer met zijn gedrag en dat van die vrouw: Ik ben in jouw huis te gast en je hebt me geen water voor mijn voeten gegeven, me niet begroet met een kus, mijn hoofd niet met olie ingewreven – deze vrouw deed dat wel.
Die vrouw heeft haar liefde getoond, terwijl het gedrag van Simon liefdeloos was. Waarop Jezus tegen de vrouw zei: je zonden worden je vergeven, ga in vrede.

Kijk, met dat allemaal in het achterhoofd gaan we naar dat zaaltje waar Jezus met zijn leerlingen pesach zou gaan vieren, wat Jezus’ galgenmaal zou worden, en wat we kennen als ‘het laatste avondmaal’, en waar de tafel al gedekt stond en iedereen op zo’n ligbank aangeschoven was en wachtte tot Jezus zou beginnen, zoals ook toen al de gewoonte was, met een gebed om zegen voor de maaltijd.

Maar, ik denk als een schok voor wie daar zaten te wachten tot ze konden eten, deed Jezus heel iets anders dan bidden en iedereen een goede maaltijd wensen:
“Hij legde zijn bovenkleed af – wij zouden zeggen: hij deed zijn jasje uit – sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.”
Ik denk zomaar dat het doodstil was in de zaal, en ze elkaar geschrokken aankeken: wat gebeurt hier, wat doet de Meester nou, en: moet ik me schuldig voelen…..
Ja, want bij gebrek aan een bediende, een huisslaaf, zouden zij toch zelf…maar de een voor de ander voelde zich blijkbaar niet geroepen: stel je voor dat ik…maar ik ben toch niet een slaaf, we zijn toch allemaal gelijk, stel dat ik ….zijn voeten…….. We weten dat niets menselijks de leerlingen van Jezus vreemd was, en dat ze na drie jaar Jezus volgen nog steeds veel moesten leren, zeker over hoe je als je op Jezus wilt lijken, in het leven moet staan en moet omgaan met elkaar en anderen. Ook in de discipelkring werd naar elkaar gekeken en speelde eigenbelang mee. Kort voor die paasmaaltijd nog was er een pijnlijk incident. De broers Jakobus en Johannes (de Johannes die in zijn latere evangelieverhaal over de voetwassing door Jezus vertelt) (die broers) hadden via hun moeder aan Jezus gevraagd of zij als Hij koning zou zijn wel rechts en links van Hem mochten zitten, op de belangrijkste plaatsen dus. Jezus had toen gezegd dat Hij daar niet over ging maar God de Vader:
“die plaatsen behoren toe aan heen voor wie ze zijn bestemd”. Dat is dus: GENADE.
En toen de anderen woedend reageerden op die vraag van Jakobus en Johannes, werden ze allemaal op hun nummer gezet:: Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.”

Een les – de zoveelste – allereerst over Jezus zelf, over wie Hij is en wat Hij doet. Daar begint dit stukje evangelie mee: “Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan”. Dat uiterste zou zijn gevangenneming en veroordeling zijn, en zijn dood aan het kruis. Maar voordat het zover was, wilde Jezus nog een keer laten zien wat echte liefde is, namelijk dienen en nog eens dienen, jezelf wegcijferen en de minste willen zijn. En dat ook als een soort testament, een laatste wilsbeschikking voor zijn leerlingen die straks zonder zijn aanwezigheid verder moesten en de wereld in moesten gaan, en die als ze Hem wilden volgen ook die grondhouding van liefde moesten aanleren. Later in dit hoofdstuk komt dat terug als we Jezus horen zeggen: “Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn”. (Joh. 13: 34 en 35). Een les ook bedoeld voor ons.

Ja, maar een les die voor een mens erg moeilijk is om te leren en ernaar te doen. Zoals een paar dagen later pijnlijk aan het licht kwam tijdens die maaltijd, toen niemand opstond om de voeten van de anderen te wassen – ik ben toch geen slaaf!
En toen Jezus liet zien hoe het werkt als je echt zijn leerling en volgeling bent, volgde
er een stukje herhalingsonderwijs: “Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb? Jullie zeggen altijd ‘meester’ en ‘Heer’ tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook. Als Ik, jullie Heer en (leer)meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb jullie een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen…Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.”

Het zal schrikken zijn geweest daar tijdens die maaltijd en bij die les in dienstbaarheid, want wij kennen dit verhaal maar bedenk wel hoe bijzonder dat was. Stel je voor dat je bent uitgenodigd op het paleis – wat al heel uitzonderlijk is – en dat dan de koning aan de deur staat en zegt: zal ik uw jas aannemen, en wilt u koffie… Zo gaat dat natuurlijk niet, daar is personeel voor die zorgt voor de bediening.

Hoe bijzonder daar in die zaal dat wie de heer en meester is, bedient als een slaaf.
Bij Petrus kwam zoals vaker verzet op: U mijn voeten wassen, dat nooit. Eerder had Petrus ook al fel protest aangetekend toen Jezus het had over zijn aanstaande arrestatie en terechtstelling: “God verhoede het, Heer. Dat zal zeker niet gebeuren”. En later, in Gethsemané, wou Petrus tussenbeide springen, met een mes in zijn hand. Hij kon het maar niet geloven en accepteren dat het zo moest gaan. Maar toen Jezus zei dat Petrus zijn volgeling niet kon zijn als hij zijn voeten niet door Hem liet wassen – met ongewassen voeten kom jij mijn koningszaal niet binnen – sloeg Petrus door de andere kant op: was me dan maar helemaal, Heer! Hij had het nog niet begrepen: het ging niet om dat wassen op zich, maar om een nederige houding. Vandaar dat Jezus zei dat ze schoon genoeg waren, behalve de verrader. Maar dat ze zijn voorbeeld moesten volgen: elkaar willen dienen, nu en later…

Wat ons voor de vraag stelt wat dit verhaal en deze aansporing ons kunnen leren. En hoe we in de praktijk er handen en voeten aan kunnen geven,in de kerk en er buiten.
Ook wij moeten ter harte nemen wat onze Heer zei: “Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen….Je zult gelukkig zijn als j dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt”. Geen woorden dus maar ook daden.
Het was ‘een’ voorbeeld, zei Jezus, een voorbeeld van de minste zijn en dienen. Dus moeten we niet blijven steken in dat letterlijke van het wassen van de voeten.

Al is ook dat een bijzondere vorm van medemensen van dienst zijn, denk alleen maar aan allerlei vormen van zorg: verpleging, thuiszorg, mantelzorg – we worden er in deze tijd van corona weer bij bepaald hoe belangrijk al die vormen van zorg zijn. En dat applaus voor de zorg hopelijk ook leidt tot waardering en betere betaling.
Er is een gedicht van de niet onomstreden auteur Gerard Reve die soms heel grof kon zijn, ook over God en het geloof, en dit gaat zo: “ Zuster Immaculata, die al vier en dertig jaar verlamde oude mensen wast, in bed verschoont, en eten voert, zal nooit haar naam vermeld zien. Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert, ziet ‘s avonds reeds zijn smoel op de teevee. Toch goed dat er een God is”. Natuurlijk is dit ook weer eenzijdig want demonstreren voor een goede zaak en protesteren tegen onrecht kan ook heel nodig zijn, maar het is wáár dat veel zorg achter de schermen niet de aandacht krijgt die die zorg verdient. En dat het meer inzet en jezelf wegcijferen vraagt dan luidruchtig je eigen mening van de daken schreeuwen, terwijl dat laatste meteen het nieuws haalt en die wijkzorg of mantelzorg in stilte gebeurt maar wel voor de mensen die er elke dag van afhankelijk zijn heel belangrijk is. Het is goed dat we daar met elkaar oog voor hebben en het niet weer vergeten als deze crisis voorbij is…en als je zelf in de zorg werkt of thuis voor iemand zorgt: alle lof!! En laat het maar eens merken aan die thuiszorgers of wijkverpleegkundige, die arts, of die mensen in ziekenhuis en verpleegtehuis.

Maar u voelt wel dat dat voorbeeld van Jezus veel verder gaat en ons allemaal raakt. De voeten van iemand wassen, dat staat voor een houding van elkaar willen dienen.
En dan kunnen we allerlei situaties verzinnen waar je dat kunt toepassen: thuis, in de familie en de buurt, op het werk, op school, en ook in de kerk: er zijn voor de ander, niet alles laten draaien om jezelf, met jouw mening en jouw plannen en jouw belang, maar erop uit om het goede voor de ander te zoeken: voor je vrouw of je man, voor je kind, je ouders, voor die misschien wel lastige buurman of claimerige buurvrouw, die weinig op mensen gerichte leidinggevende, voor die zus of broer in de kerk die zo anders is en anders denkt – vul zelf maar aan – wat is het beste voor hem of haar en hoe kan ik me zo opstellen dat het werkt naar beide kanten – want dat voorbeeld van de ander de voeten wassen wil niet zeggen dat je jezelf moet weggooien of over je moet laten lopen – dat deed de Here Jezus ook niet, b.v. als Petrus uitpakt of Judas hem verraadt, en hoe scherp was Hij vaak naar mensen die anderen tekort deden of die Hem niet accepteerden als door God gestuurd of die alleen aan zichzelf achten.

De apostel Paulus formuleert heel zorgvuldig: zoek niet alleen je eigen belang, maar ook dat van de ander; en Petrus heeft uiteindelijk zijn les geleerd, hoor maar:
“Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn. Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe ben tu geroepen.” (1 Petrus 3: 8 en 9). Het gaat dus twee kanten op, het is elkaar willen dienen, zoals Paulus schrijft: wees elkaar onderdanig. En datzelfde in het lied dat zo meteen wordt gezongen: “Ik wil jou van harte dienen en als Christus voor je zijn, bid dat ik genade vind, dat jij het ook voor mij kunt zijn”. Luister goed, het begint bij mezelf, bij hoe ik erin sta en hoe ik die ander bejegen…en dan hopen en God erom bidden dat dat iets goed losmaakt bij de ander, naar mij toe.

Nou, en dat mogen we samen leren van onze Heer en oefenen als gemeente, hoe anders en lastig dat misschien in deze tijd is nu we elkaar weinig zien en activiteiten samen lastig zijn en bezoeken passen en meten is; het vraagt nu extra creativiteit hoe we elkaar het beste kunnen dienen en steunen, en ook daarin een voorbeeld kunnen zijn voor de samenleving als geheel, met zoveel letten op elkaar en afmeten van elkaar en kritiek op elkaar….b.v. via social media en in wat je hoort op TV.
Hoe kunnen we – weer dat lied –Christus’ licht ontsteken als het duister veel mensen omvangt….en dat ook samen doen, want “wij zijn onderweg als pelgrims, vinden bij elkaar houvast, naast elkaar als broers en zusters, dragen wij elkanders last”. En God geve dat anderen dat ook zien en merken en dat ze God ervoor gaan danken. En dat we zelf er nog blij en rijker van worden ook!

amen

Marcus 15: 33-34 Eenzaam maar niet alleen (Goede Vrijdag)

Liturgie Goede Vrijdag 2 april VAK Loenen aan de Vecht
Welkom
Stiltemoment
Belijdenis van afhankelijkheid en groet
Zingen: NLB 598 ´Als alles duister is´ (Taizé/ Sela)
Bijbellezing : Johannes 16: 25-33
Gebed
Bijbellezing : Marcus 15: 22-39
Zingen: Ps. 22: 1,3,7 DNP
1. Mijn God, mijn God, waarom verlaat U mij?
Waarom gaat U aan mijn geroep voorbij?
Ik smeek voortdurend: ‘Red mij, maak mij vrij.’
Niets laat U horen.
Mijn rusteloze klagen gaat verloren.
Ik smacht naar U, die bij uw volk wilt wonen.
Heilige Heer, die op ons lied wil tronen -
waar blijft U nu?
3. De mensen kijken op mijn lijden neer.
Ze grijnzen: ‘Richt je nu maar op de HEER.
Hij mag je graag, Hij helpt je vast een keer
uit de ellende.’
Van jongs af aan wist ik dat U mij kende.
Vanaf de moederschoot zag U mijn noden;
sindsdien heeft U mij zorgzaamheid geboden.
Grijp nu ook in.
7. Eens zal men Hem erkennen, overal.
De dag komt dat de wereld knielen zal
voor de geduchte Heer van het heelal:
Hij zal regeren.
Straks zal zelfs wie begraven is Hem eren.
Het nageslacht zal al zijn daden prijzen
en aan zijn recht en goedheid eer bewijzen:
het is volbracht.
Overdenking over Marcus 15: 33-34 ‘Eenzaam maar niet alleen’
Zingen: LB 916: 1,2,3 Je kunt niet dieper vallen (melodie LB 444)
Gebed
Gaven
Zingen: Opwekking 706 ‘Zie, hoe Jezus lijdt voor mij’
Zegen

Beste mensen, zussen en broers, u en jij, gemeente van Christus,

We vieren voor de tweede keer Goede Vrijdag – en zondag Pasen – in een onzekere tijd, in de hoop op meer ruimte voor ontmoetingen en activiteiten en meer mensen in de kerk, maar niemand kan zeggen wanneer en hoe lang nog…en dat is – vind ik- best moeilijk. Het kan zomaar dat u die meekijkt en meeluistert datzelfde zal ervaren. Onderzoek wijzen uit dat veel mensen –ouderen maar misschien meer nog jongeren- zich emotioneel eenzaam voelen – een recent onderzoek gaf aan dat dat geldt voor 1 op de 3 Nederlanders, best veel – bij veel mensen raakt de rek eruit. Vooral als je toch al beperkt bent – fysiek of mentaal – en afhankelijk bent van georganiseerde contacten – met familie, collega’s, dagbesteding, bezoekjes aan huis, kerkgenoten – en dat soort contacten en activiteiten vallen bijna of helemaal weg, dan is dat zwaar. En als dan mensen op wie je dacht te kunnen rekenen het ook nog zouden laten afweten, of als er wel contacten zijn maar je je niet begrepen voelt, of niet echt van hart tot hart met iemand kunt praten en je emoties kunt delen, wordt dat gevoel van eenzaamheid nog meer versterkt – ook in een grote groep mensen kun je toch eenzaam zijn. En wat als je in de problemen zit en dan tegen muren van onbegrip en bureaucratie opbotst en wat je ook doet steeds verder in de put komt?

Juist dan komt het extra binnen als je het verhaal op je in laat werken van Jezus’ eenzame lijdensweg van Gethsemané via Kajafas en Pilatus tot aan zijn kruis. Op die kruisweg lieten steeds meer volgelingen en vrienden Hem in de steek, en bleven uiteindelijk alleen de vijanden en spotters over, tot en met zijn laatste seconden. En dat wel erg pijnlijk: in Getsemané vielen ze allemaal in slaap, Judas werd een verrader, Petrus herhaalde tot drie keer toe niets met Jezus te maken te hebben, de anderen stonden op een afstand toe te kijken of kozen het hazenpad, de familie zag het niet meer zitten, alleen Maria was in de buurt…en vriend Johannes ook….maar toen het erop aan kwam kon niemand hun vriend, leermeester, zoon, steunen – deze zware weg moest Jezus alleen gaan. Dat was eenzaamheid in de ergste vorm.
De Heer wist dat ook van te voren en had zijn leerlingen erop voorbereid, toen die nog stoer verzekerden – Petrus voorop! – dat ze Hem nooit in de steek zouden laten: “Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat”. En ook: “Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden”. Precies zo is het gegaan, het staat er keihard: “Toen lieten allen Hem in de steek en vluchtten weg”, hoorden we net. Een lied vertolkt het zo, en het is een lied van verwondering en dank: “Hij ging die weg zo eenzaam tot in Jeruzalem. Geen vriend kon langer meegaan, geen mens hield nog de wacht met Hem. Hij ging die weg voor hen.. Hij deed dit ook voor ons”. Ja, en als de vrienden afhaken, krijgen de vijanden vrij spel, de spotters, de beulen, zoals in die andere psalm waaruit Jezus citeerde aan het kruis en die we hoorden: “De mensen kijken op mijn lijden neer. Ze grijnzen: ‘Richt je nu maar op de HEER. Hij mag je graag, Hij helpt je vast een keer uit de ellende…”

Waarmee we het eindpunt en het dieptepunt naderen, want waar bleef God, toen het er zo op aan kwam ….hoe kan het dat God zijn eigen lieve Zoon liet arresteren, liet slaan, liet veroordelen, en liet hangen aan dat vreselijke kruis? Liet de Vader zijn Zoon in de steek, en waarom? De spot kroop omhoog langs dat kruis: “Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem dan nu redden, als hij hem tenminste goedgezind is, Hij heeft immers gezegd: ‘Ik ben de Zoon van God”. (Matt. 27: 43). Maar er gebeurde niets, God greep niet in, er kwam geen stem uit de hemel, en ook het hemelse engelenleger bleef in de kazerne….het werd zelfs om dat kruis heen aardedonker: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? ….Weer die bange vraag van eeuwen eerder David, nu uit de mond van zijn late en grote zoon die een paar dagen eerder nog was toegejuicht als de nieuwe David: “Hosanna voor de zoon van David, leve de koning!”.

Ja, en dat herhaalde ‘waarom?’ komt meer dan eens ook op in de gedachten en uit het leven van zeg maar gewone mensen, midden uit lijden, oorlogsgeweld, ziekte; vanuit de vertwijfeling en de wanhoop over wat je niet begrijpt, niet kan rijmen, niet aan kunt: waarom overkomt mij dit, waarom gebeurt dat, waarom hij…waarom zij….en als je dan nog iets … of veel…hebt met God: waarom doet God daar dan niets aan? Zoals nu met die wereldwijde pandemie, met zoveel gevolgen voor zoveel mensen, voor gezondheid, studie, banen, inkomens, en denk eens aan die kwetsbare gezinnen en aan al die vluchtelingen en die daklozen die niet zo in beeld zijn maar extra zwaar getroffen worden…waarom? En u of jij hebt misschien wel je eigen onbeantwoorde waaroms…over dit of over dat.
We hebben daar zomaar niet een antwoord op…als dat antwoord er al is…en terecht wordt ervoor gewaarschuwd om met eigen vlotte verklaringen te komen, laat staan oordelen… Leer van Jezus vooral niet in te vullen voor een ander…oordeel niet. Laten we elkaars waaroms maar serieus nemen, en elkaar bemoedigen en steunen. En ook – b.v. met het oog op de crisis waarin we nog zitten – proberen er samen mee verder te komen, er van te leren, en elkaar te helpen om ermee te dealen.

Terug naar die schreeuw vol emotie en pijn van Jezus aan het kruis: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten….wat moeten we daarmee, hoe rijmen we dat met dat volste vertrouwen van Jezus de vorige avond dat zijn Vader er altijd bij is: “Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat jullie uiteengedreven worden, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat. Maar ik ben niet alleen, want de Vader is bij mij”. Dat was nog geen dag geleden, en hoe is het nu, was de Vader nu niet meer bij Hem? Moeten we die schreeuw horen als teleurstelling of als een aanklacht? Als verwijt dat God niet deed wat Hij had beloofd, watje van Hem verwachten mocht? Daar is veel over gezegd en geschreven, en de ene uitlegger denkt dat Jezus echt door God verlaten was, de ander ziet het als een roep om hulp en om verlossing?
Het helpt om dit Bijbelvers, dit woord van Jezus, niet los te trekken uit het verband. En dan valt als eerste op dat hier niet een klacht of een verwijt klinkt over wat God al of niet doet of heeft gedaan, maar dat het een roepen is tot God, een gebed. Zoals ook eeuwen eerder, in Psalm 22, David niet over God klaagt maar luidkeels tot God schreeuwt, en dat David en ook Jezus blijven roepen tot God als ‘mijn God, mijn God’. Daar spreekt geen verwijdering uit, alsof je het wel hebt gehad met die God die toch niet luistert en je maar aan je lot overlaat. Nee, wie zo roept klampt zich juist vast aan God, blijft bonzen op een deur die dicht lijkt maar waarachter het weet: Hij is er wel degelijk: “U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God’, roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust’” Nee, en daarom laat je God ook niet met rust, zoals een profeet zijn stadgenoten opriep te blijven bidden voor zichzelf en hun stad: “Jullie die een beroep doen op de Heer, gun jezelf geen rust en gun Hem evenmin rust, totdat Hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd”. (Jes. 62: 6 en 7). En Jezus zelf spoort ons aan te blijven bidden en op Gods deur te blijven kloppen, tot die deur opengaat.

Kijk, en dat zien we ook gebeuren op Golgotha, waar Jezus met de woorden van zijn voorvader David uit nog veel groter nood en zwaarder lijden roept: “Mijn God, mijn God, waarom verlaat U mij? Waarom gaat U aan mijn geroep voorbij? Ik smeek voortdurend: ‘Red mij, maak mij vrij? Niets laat U horen.” Zo voelde dat, voor Jezus als werkelijk mens van vlees en bloed, zo ver van God…. Tegelijk wist Hij dat God er was in zijn nood, en dat dit de wil van zijn Vader was, zoals in Gethsemané ervaren en gebeden: niet mijn wil, Vader, uw wil geschiede. Ja, en lees er niet overheen, wat verteld wordt over wanneer Jezus dit riep: “Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, op het negende uur, riep Jezus met luider stem….” Aan het eind van die drie lange uren pas….en toen werd het weer licht, brak de zon door – als het ware het antwoord van God, ook in de lijn van diezelfde psalm 22, hoor vers 22-23: “HEER, houd U niet ver van mij, mijn sterkte, snel mij te hulp…U geeft mij antwoord”…”U heeft mij niet veracht: opnieuw ontving ik licht en leven.” Daarna komt de rust, en Jezus roept dat het volbracht is: missie geslaagd, gered! En daarna legt Hij zijn leven in de handen van God zijn Vader en gaat Hij naar huis.. zoals Hij ook van te voren gezegd had: “Ik ben bij de Vader vandaag gegaan en naar de wereld gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de Vader”. En daar is Hij bezig voor ons en naar zijn belofte altijd met ons, betrokken op ons leven en onze nood, bewogen over wat wij meemaken en en open voor onze vragen, onze waarom: “Ik ben met je al je dagen”, altijd, overal.
Rond het avondmaal – zondag als het Pasen is, mogen we het weer samen vieren- wordt vaak herinnerd aan die donkere uren die Jezus moest doormaken om ons te redden en dan wordt ons de troost aangereikt dat Jezus door God zijn Vader verlaten werd “opdat wij nooit meer door God verlaten worden”. Dat mag de vaste grond zijn onder onze voeten, zelfs als zekerheden die er altijd waren niet zo zeker meer zijn of zelfs wegvallen: gezondheid, een baan, vakantie, afspreken met vrienden, inkomen, toekomstplannen….zoals Paulus ergens schrijft: “Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard”….Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is (daar je mag je gerust vandaag bij invullen: virussen, recessie, sociaal isolement, eenzaamheid, angst….) ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer’ (dat staat zo in Romeinen 8: 35-39).

Toch, als alles tegenzit en het erg moeilijk is, of gevaarlijk, of als de eenzaamheid je naar de keel vliegt, als alles wat zo zeker leek ineens op losse schroeven staat, kan het zomaar voelen alsof iedereen je in de steek laat, en God ook zwijgt, afwezig is. Vergeet dan nooit dat Jezus weet hoe dat is, wat je voelt, wat verlaten zijn betekent. In Heb. 2 lees ik dit over Jezus dat Hij juist een mens als jou en mij geworden is om voor ons angst en dood te ondergaan en te overwinnen en ons erdoorheen te slepen: “Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan Hij ieder die beproefd wordt bijstaan” . Daarom werd die voor Jezus vreselijke vrijdag toch voor Hem en voor ons een Goede Vrijdag. En kan het ook vandaag, al is het nog steeds anders dan we graag zouden willen of zelfs erg onzeker en moeilijk, een Goede Vrijdag zijn en een hoopvolle Paaszondag waarop we vieren dat de Heer is opgestaan en dat Hij alle kwaad en elke ziekte en alle beperkingen en zelfs de dood heeft overwonnen – dat pakt geen virus en pakken geen maatregelen ons af!

Ja, en leer ook van Jezus dat het goed is en zin heeft te blijven bidden, te blijven roepen, juist als je denkt dat alles tegenzit en God ook al niet luistert en niet ingrijpt, dat je met Jezus mag schreeuwen zelfs: mijn God, mijn God, waarom, luister toch, help me toch – geef dat het weer licht wordt, om Jezus, U bent toch mijn Vader en ik ben toch uw kind….doe dat vooral ook samen, verbonden met zovelen wereldwijd. Ja, en bedenk ook dat God vaak reageert door mensen die toch weer op je pad komen, met een berichtje of een bezoekje, door soms onverwachte lichtpuntjes midden in wat donker lijkt- en probeer te zoeken en te bemoedigen wie erdoor heen zit…roep te hulp en kom te hulp.. We kunnen niet alle gevoel van eenzaamheid voor elkaar oplossen, we kunnen wel elkaar laten merken dat je er niet alleen voor staat: God is er altijd en we zijn er ook voor elkaar: om mee te leven met elkaar, te bidden voor elkaar, te zorgen voor elkaar….het was het thema van de Passion die gisteren uitgezonden werd: “Ik ben er voor jou”. Toch niet alleen, hoe eenzaam misschien ook….

Ja, en geloof het en klamp je vast aan wat nu wordt gezongen en wat je voor jezelf of samen mee kunt zingen: “Je kunt niet dieper vallen dan in Gods eigen hand, waarmee Hij ons barmhartig omvat aan alle kant.. door God zijn wij omgeven zoals wij hier bestaan. In Hem zullen wij leven en tot zijn feest ingaan….” . Samen!

amen

l