Johannes 6: 15: Wil Jezus geen koning worden? (4e zondag veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst zondag 26 maart 2017
Zondag ‘Laetare’ (Jesaja 66: 10a en 11)
Votum en groet
Zingen: Ps. 122: 1,2,3
Tien Woorden opnieuw
Zingen: Lied 175: 1a,2m,3v,4a
Gebed
Schriftlezing: Joh. 6: 1-15 en 22-35
Zingen: Lied 463: 1,2,3 ‘O Heer die onze Vader zijt’
Verkondiging: Joh. 6: 15
Zingen: Gz. 57: 1,2,3 ‘Ik ben het levensbrood’
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 546: 1-5 Wees blijde nu, in ’t midden van het lijden
Zegen
—————————————————————————————————————-
Gemeente van Jezus die is de Christus=Gezalfde=Koning
dia 1
De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn weer achter de rug.
Verkiezingen waarbij de keus nog nooit zo groot was: bijna 30 partijen.
Verkiezingen waarbij er ook de keus was voor christelijke politiek.
Je kon zelfs – wat je er ook van denkt – uitdrukkelijk kiezen voor Jezus.
dia 2
Het was de leus van de politieke partij die zich noemt ‘Jezus leeft.nl’,
met programmapunten als kiezen voor leven, kiezen voor een groene
en duurzame samenleving, kiezen voor uit de EU, en kiezen voor Israël….
Het geeft te denken allemaal, de uitslag was voor hen erg mager….

We hebben gelezen wat er gebeurde ruim tweeduizend jaar geleden,
in Israël zelf, bij het meer van Galilea, toen Jezus zelf nog op aarde was.
Stel dat er toen verkiezingen geweest waren, en Jezus verkiesbaar was.
Hij had die verkiezingen in elk geval in de kieskring Galilea overtuigend
gewonnen, want wie wil nou niet zo’n veelbelovende leider die massa’s
kan voorzien van levensonderhoud, die niet alleen belooft maar wat Hij
belooft ook kan waarmaken, en die al je problemen in een handomdraai
kan oplossen: geen honger meer, geen ziekten meer, geen dood meer.
Stel je voor dat vandaag een politieke partij dat zou beloven en zou doen.
Ik denk dat ze met overtuigende meerderheid alleen konden gaan regeren

Nou, zoiets kwam op gang na dat geweldige wonder van Jezus daar op
de berghellingen rond het meer van Galilea: eten in overvloed voor een
paar duizend mensen, vanuit dat armzalige begin van één lunchpakketje.
Het gerucht zoemde rond door de massa: dit is vast de beloofde profeet!
En alles wees erop dat ze Jezus onder druk wilden zetten – er staat zelfs:
Hem wilden dwingen met hen mee te gaan – om Hem koning te maken.
Ja, want wie wil nou zo’n koning niet, niemand zorgt toch beter dan hij?
Waarop Jezus de mensen de mensen liet en zich terugtrok op de berg. dia 3
Kies voor Jezus, was de leus, maar Jezus stelde zich niet verkiesbaar.
Om erachter te komen waarom Jezus zich niet liet meeslepen door het enthousiasme van de mensen die overal achter Hem aan kwamen en Hij zo geen koning wilde
worden, moeten we eerst beter in beeld krijgen wat er eigenlijk op die berg gebeurde.
Deze keer was het niet Jezus die de mensen opzocht voor onderwijs en wonderen.
De andere evangelisten die vertellen van dat eten geven aan al die mensen, vertellen nog duidelijker dan Johannes dat Jezus vanuit de hectiek van Judea
zich terugtrok in de heuvels van Galilea, samen met zijn discipelen die in zijn
opdracht stad en land waren rondgetrokken met de boodschap van Jezus.
In Marcus 6: 31 staat dat hun Meester hen en zichzelf pauze gunt: “Kom, we
gaan naar een stille plek om wat uit te rusten”. Daar was alle reden voor, “want”
(vertelt Marcus erbij, gehoord van Petrus die er zelf bij was) “er kwamen steeds
zo veel mensen, dat Jezus en de leerlingen niet eens even konden eten”.
Neem dat ook maar mee naar uw eigen misschien wel drukke en hectische leven
dat Jezus en God zijn Vader ons rust gunt, dat de boog niet altijd gespannen kan
en hoeft te zijn, en dat als je vertrouwt op Vaders goede zorgen, ja ook leert om
los te laten, je te ontspannen, en dat je ook niet alle kaarten hoeft te zetten op
een zo goed en gerieflijk mogelijk leven hier en nu – wat juist dat verhaal dat we
vanmorgen met elkaar lezen en voor ons is opgeschreven, ons mee wil geven.
dia 4
Maar om naar het begin van dit gebeuren terug te gaan: de rust werd Jezus en zijn vrienden niet gegund – nog even de vertelling van Petrus via de pen van Marcus:
“veel mensen zagen hen wegvaren en begrepen waar ze heengingen; overal vandaan liepen mensen snel naar die plek toe, ze waren er nog eerder dan de
leerlingen” (Marcus 6: 33) – en dan zou Jezus Jezus niet zijn als Hij niet er
weer helemaal was voor de mensen: “toen Jezus uit de boot stapte, zag Hij al die mensen staan; Hij kreeg medelijden met hen, want Hij dacht: het lijken wel schapen zonder herder”- en dan zul je maar de Goede Herder zijn die zelfs zijn leven voor
zijn schapen over heeft – Jezus ging weer vertellen over God en zieken genezen.
Volgens Johannes trok vooral dat de mensen aan: “een grote menigte mensen volgden Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed”.
En weer: wie zou dat niet snappen, je zult maar al lang ziek zijn, opgegeven zijn,
of iemand uit het gezin of de familie hebben die tob met allerlei kwalen, dan heb
je er toch alles voor over om naar die beroemde dokter te gaan, wat het ook kost..
ja en bij Jezus kost het ook niet eens geld, alleen tijd en een soms verre reis…..
je voelt zelfs de honger niet want je wilt alleen dat ene: naar die Jezus toe…

Maar de Heer weet als geen ander wat een mens nodig heeft, als zelf ook mens.
Ja, en als zeg maar de Gastheer van die duizenden mensen voelt Hij zich niet
alleen verantwoordelijk voor hun geestelijk maar ook voor hun lichamelijk welzijn.
Ook dat hoort bij een goede herder, zegt Hij zelf: “Ik ben de goede herder. Zoals
een herder voor zijn schapen zorgt, zo zorg Ik voor de mensen die bij mij horen”.
Letterlijk staat in Joh.10: 10: “Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed”.
dia 5
Wat dan opvalt in het vervolg, dat is dat deze herder niet maar als in een handomdraai genoeg eten op tafel zet voor al die mensen, maar dat Hij mensen erbij inschakelt, want het gaat niet om een stunt maar om een teken dat geloof vraagt.
Ja, en ook dat de Heer altijd aansluit bij wat er al is, en mensen zelf al kunnen.
Allereerst was een situatie als deze een test voor Jezu eigen leerlingen: hadden die er vertrouwen in dat hun Meester dit aan kon; hoe sterk was hun geloof – we lezen dat Filippus, die uit die buurt kwam, de vraag kreeg waar je brood kon kopen voor al
die mensen, en hoe Filippus het niet zag zitten: als er al een bakker zou zijn
die op dit tijdstip zoveel brood kon bakken, dan kunnen wij dat nooit betalen!
Ook Andreas, de broer van Petrus, had er een hard hoofd in: er is wel een jongen met vijf broodjes en twee visjes, maar wat heb je daar nou aan voor al die mensen?

Toch is dat karige beetje eten voor Jezus niet te min om er van uit te gaan delen. Bijzonder trouwens dat die jongen het meegebrachte eten zomaar uit handen geeft.
Misschien had hij het wel meegebracht om te verkopen, en betaalde Jezus ervoor,
maar dat staat er niet bij – misschien hadden hij en zijn ouders al wel zoveel vertrouwen in Jezus dat ze er wel zeker van waren dat het goed zou komen…
Nou, het kwam ook helemaal goed: de duizenden gingen in het gras zitten
voor een massale picknick, en nadat Jezus als de grote Gastheer een zegen
gevraagd had over het eten, begon het uitdelen van brood en vis, net zolang
tot iedereen genoeg had, en er nog over bleek te zijn: twaalf maanden vol.
Geen verspilling dus, geen eten dat weggegooid werd, maar brood voor de
volgende dag voor Jezus en zijn leerlingen – bij Jezus kom je niet tekort.
dia 6
Kijk, en dat laatste is waar het vooral om draait, wat de boodschap erin is.
Hoe het allemaal precies in zijn werk ging, is moeilijk te achterhalen, zeker als je – zoals u en ik – er niet bij bent geweest – trouwens, de mensen die er toen wel bij waren, konden alleen maar merken dat Jezus een goede gulle Gastheer was.
En als zo iemand je Gastheer is, bij wie je niets te kort komt, wil je wel altijd je
handen bij Hem ophouden: Jezus is onze man, kies voor Jezus, als onze koning.

Nou, het doet zeker denken aan profetisch optreden, ik denk b.v. aan Elisa.
Van hem wordt verteld dat iemand met twintig gestebroodjes kwam voor Elisa
en zijn leerlingen van de profetenschool – waarop de knecht van Elisa skeptisch reageerde dat die paar broodjes lange na niet genoeg waren voor honderd man.
Maar Elisa herhaalde de opdracht het brood aan de profeten te geven, vanuit
het vertrouwen dat ze er meer dan genoeg aan zouden hebben, en dat was zo.
Maar Jezus bleek groter dan Elisa: 5 broodjes en 2 visjes voor duizenden, en
nog twaalf mandjes over – niemand hoefde met een lege maag naar huis.
Veelbetekend staat erbij dat het bijna pesach- Pasen was – het feest waarop
de eerstelingen van de gersteoogst werden aangeboden in de tempel – Jezus
deelt van die gerstebroodjes uit aan al die mensen – Pasen betekent leven.
De mensen zagen dat ook wel want ze zagen in Jezus dé Profeet, die volgens
oude beloften naar de wereld zou komen, als de grote Redder, de Koning…
Je zou zeggen: geweldig, het kwartje valt, het geloof breekt door in Jezus als
de door God beloofte messias-koning – nu is de kroon onder handbereik…

Ja, maar waarom reageert de Heer dan zo afwijzend en trekt Hij zich terug?
En waarom verwijt hij een dag later als de mensen weer achter Hem aan komen
dat ze dat doen: “jullie zoeken mij niet omdat jullie tekenen hebt gezien, maar
omdat jullie brood gegeten hebt en verzadigd bent” – wat bedoelt Jezus hier?
De mensen kwamen toch juist om de bijzondere dingen die Jezus deed?
Ja, maar het zit vast op dat hier gebruikte woord ‘tekenen’ – dat be-tekent dat de bijzondere dingen die Jezus doet – mensen genezen, demonen verjagen, voor brood zorgen voor zoveel mensen- niet op zichzelf staan en niet los verkrijgbaar zijn.
Het zijn ‘tekenen’, verwijzingen naar wie Jezus is en wat zijn boodschap is –
ze maken concreet wat het betekent als het koninkrijk van God gaat komen.
Kijk, en als de mensen daar geen oor en oog voor hebben, en zich blind staren op die wonderlijke dingen zelf, dan ontgaat hun waar het echt om draait en blijven ze toch met lege handen achter, en daarom: dia 7 “u moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en dat eeuwig leven geeft, de Mensen-zoon zal u dat geven” – en: Ik ben het brood dat leven geeft – en daar
hoef je niets voor te doen, daar hoef je niet voor te werken, je voor uit te sloven,
Zoals wel voor elke dag brood op de plank – wat moeten we dan doen? “Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft”. Vertrouw maar op Jezus!

Nogmaals: veelbetekend dat dit verhaal begint met dat het bijna Pasen is.
Pasen als niet alleen het feest van de gersteoogst, maar vooral het feest van de
bevrijding, door het paaslam dat geslacht wordt en zijn bloed dat verzoening is.
Jezus is op weg naar Jeruzalem waar Hij als het grote paaslam wordt geslacht,
waar de herder zijn leven geeft voor de schapen door zelf als een schaap naar
de slachtbank afgevoerd te worden – Jezus’ dood is voor velen het Leven

Kijk, en daarom wil Hij niet dat de mensen Hem meenemen en koning maken.
Eigenlijk zijn het weer diezelfde verleidingen als aan het begin in de woestijn: dia 8
voor brood zorgen om er zelf beter van te worden, een wonder doen om bij de
mensen gevierd te zijn, en de macht grijpen in plaats van God te dienen en
de bevoegdheid om koning te zijn uit zijn handen te ontvangen, door te lijden.
Wij mensen hebben in zich om voor dat soort verleidingen makkelijk te bezwijken.
Denk aan de macht die geld en status en spullen op mensen hebben; en wat is
Macht hebben aanlokkelijk en verslavend, ten koste zo vaak van mensen en van
de verhoudingen tussen volken en van de wereldvrede; en hoe vaak gaat het fout als een mens tot dingen komt die hij niet aan kan, als je onverantwoorde risico’s neemt
of als je populair zijn en bekend zijn niet aan kunt en leidt voor schade en verdriet..

Maar Jezus – mens als wij, ook vatbaar voor die verleidingen – hij werd net als wij in elk opzicht op de proef gesteld, lezen we in Heb. 4: 15 – is niet tot zonde vervallen, staat er meteen; die overeind bleef, trouw aan de opdracht waarmee zijn Vader hem naar de wereld stuurde; die afzag van eigen succes en macht; die terwijl hij rijk was, arm werd; die zich liet arresteren en mishandelen en bespotten en zijn leven offerde.
Die tegen Pilatus zei dat Hij wel koning was maar anders dan de keizer en de andere heersers hier op aarde; en die zijn volgelingen leert dat sterk is wie zwak durft zijn.
Daarom trok Hij zich terug toen ze Hem op wereldse manier koning wilde maken.
Daarom liet Hij zich als nepkoning bespotten en als koning van Israël kruisigen.
Daarom leert Hij wie Hem volgen wil zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen.
dia 9
Wie dus voor Jezus kiest, weet wat hem te wachten staat: niet succes, wel zegen.
En dan is de les van dat broodwonder ook dat wat klein lijkt, groot kan worden.
Jezus kan met vijf broodjes en twee visjes wonderen doen – en wonderen zijn de
wereld niet uit en zijn ook niet uit de tijd – let ook op het wonder van het gewone:
een beker koud water voor een dorstige, een bezoekje aan een zieke, bidden
voor wie vervolgd worden, een arm om een schouder, een steuntje in de rug,
een gift voor hongerend Afrika, een goed gesprek met een kerkbroer –of –zus..
het lijkt allemaal zo klein en zwak maar het kan dankzij Jezus wonderen doen.
dia 10
Wil Jezus geen koning worden? Hij is het geworden, om zijn Vader en ons te dienen, en wij mogen met Hem dienen – als koningen en koninginnen, in opleiding. amen

Spreuken 18: 1-15 en Kol. 3: 12-17: (Hoe) zijn wij een veilige kerk? (toerustingsdienst CGK-GKV)

Thema: Hoe zijn wij een veilige kerk?
Welkom
Zingen: NLB 377: 1,2,3,4 ‘Zoals ik ben, kom ik nabij
Moment van stilte en gebed
Votum en groet
Zingen: Ps. 84: 1,2 GK ‘Hoe lieflijk is uw huis, o Heer
Gebed
Schriftlezing: Spreuken 18: 1-15
Zingen: Ps. 61: 2,3 LB ‘Mijn schutse waart Gij tevoren
Schriftlezing: Kolossenzen 3: 12-17
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’’
Verkondiging
Zingen: ZG 213: 1,2,3 ‘Dit huis, een herberg onderweg’ – melodie Psalm 84
1. Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.
2. Dit huis, waarin een gastheer is
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven:
een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad struikelt
en langer niet wil leven
plaats tegen de neerslachtigheid,
een pleister van barmhartigheid.
3. Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase;
hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht,
hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend alwie binnengaat
en hier zijn lasten liggen laat.
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 161: 1,2,3,4 GK (als geloofsbelijdenis) ‘Heer, U bent mijn leven
Zegen
Amen: Opw. 602 ‘Vrede van God
—————————————————————————————————————–


Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Voelt u zich veilig? En jij, heb je een veilig gevoel, of juist niet?
We denken bij zulke vragen als vanzelf meteen aan de buurt waar we wonen,
aan onze straat en wijk, en aan wat allemaal speelt in Nederland en de wereld.
Veiligheid is een steeds terugkerend thema, regelmatig zijn er enquêtes over
hoe veilig of onveilig mensen zich voelen in hun wijk: is die inbraakgevoelig,
heb je last van overlast, durf je ’s avonds nog over straat, en als er problemen
zijn, wat kunnen we er samen aan doen, en wat is de taak van de overheid?
Maar daarnaast zijn er nog heel wat meer plekken waar mensen zich veilig
willen en moeten kunnen voelen: de school, het werk, de sportclub, de zorg…
En dan gaat het vooral over opsporen en aanpakken van pestgedrag, seksuele
intimidatie en misbruik, onderling wantrouwen, en misbruik van vertrouwen…

Vanmiddag gaat het ons in deze dienst en in het nagesprek straks over de
kerk, over uw en jouw plek binnen de gemeente, en of het daar veilig is.
Ook dat is een thema dat de laatste jaren nadrukkelijker op de kaart gekomen
is, met als belangrijkste aanleiding diverse misbruikzaken zowel binnen de
rooms-katholieke kerk als binnen protestantse kerken en gereformeerde scholen.
Er zijn om dat te voorkomen vertrouwenspersonen aangesteld, en er zijn allerlei
afspraken gemaakt om situaties die misbruik in de hand werken, tegen te gaan.
Want als je zelfs in de kerk, in de gemeente van Christus, je niet meer veilig kunt
voelen, als een vertrouwelijk pastoraal contact uitloopt op ongewenst gedrag, of
als wie jouw broer of zus zegt te zijn, over jouw grenzen heengaat, dan gaat er
zoveel kapot dat je lief is, dan kan dat levenslange schade doen, en kan het
ook ertoe leiden dat het geloof en het vertrouwen op God eraan gaat en wie
slachtoffer is geworden van verkeerd gedrag de kerk en zelfs God de rug toe keert.
Dus alle reden te blijven praten over en werken aan een veilig klimaat in de kerk.
En dat niet alleen op het punt van seksueel misbruik, maar over heel de linie
van hoe we met elkaar omgaan binnen de gemeente, en natuurlijk ook en eerst
nog dichterbij: binnen een huwelijk, in de gezinnen, en overal waar mensen zijn.

In de Bijbel is een rode draad dat wie bij God woont en bij Hem schuilt, veilig is.
Denk maar aan al die psalmen waar God een burcht genoemd wordt, een veilige schuilplaats, een schild om achter weg te kruipen, een plek waar bescherming is.
We zongen erover: “laat mij bij U thuis zijn, Heer, want daar is vrede” (Psalm 84);
en: “wees mijn schuilplaats en mijn toren”…”laat mij wonen in uw tent…waar uw vleugels, vol ontfermen, mij beschermen, wil ik schuilen immermeer” (Psalm 61).
Ook in Spreuken 18 kwamen we het tegen: “De naam van de HEER is een sterke toren, de rechtvaardige snelt erheen, en is veilig” – terwijl allerlei eigen zekerheden
al te vaak een schijnveiligheid bieden waar je vroeg of laat in teleurgesteld wordt:
“een rijkaard denkt dat zijn bezit een vesting is, achter een muur waant hij zich veilig”.
En wat de Bijbel ook vaak zegt en de ervaring meer dan eens leert, is dat vertrouwen op mensen beschaamd wordt, ook helaas op mensen die je hoog had en waar je je vertrouwen aan gegeven had maar die dat vertrouwen niet waard blijken te zijn.
Juist daarom gaat het zo vaak over vluchten naar God en schuilen bij God: omdat er vijanden zijn die je belagen, en zelfs wie vrienden leken te zijn zich tegen je keren.
Een psalm waarin David daar aangrijpend een boekje over open doet, is Psalm 55.
David klaagt zijn nood over zijn tegenstanders die hem de stuipen op het lijf jagen.
Als hij vleugels had, zou hij willen wegvliegen, en ver weg vluchten, naar de woestijn.
En dat juist omdat hij binnen de stad en het volk van God niet veilig was: “in het hart van stad heerst rampspoed, het plein is in de greep van terreur en bedrog”- het doet denken aan die moeilijke tijd van de opstand van zijn eigen zoon Absalom en het
verraad van zijn vertrouweling Achitofel, hoe erg als wie je vertrouwt je in de steek
laat en je als het ware een mes in de rug steekt: “Zou een vijand mij grieven, ik zou
het verdragen, zou hij mij haten en zich tegen mij keren, ik zou me voor hem verschuilen. Maar jij, die dacht en deed als ik, mijn hartsvriend, mijn vertrouwde! Wat genoten wij als wij samen waren bij het feestgedrang in Gods huis.”….Maar helaas:
…”bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart….zo iemand verraadt zijn vrienden en verbreekt de broederband, zijn mond is glad als boter maar vijandig is zijn hart,
zijn woorden, zachter als olie, zijn een getrokken dolk…”
Het zal je maar gebeuren: je eigen vader die zich aan je vergrijpt, je moeder die je verwaarloost, een hulpverlener die zijn handen niet thuis kan houden…..je broer of zus in de kerk die wat je in vertrouwen vertelde aan de grote klok hangt, als je niet echt je hart op tafel durft leggen uit angst dat je veroordeeld wordt, als je voelt dat
je niet serieus genomen wordt met dat oude zeer, met dat nog zo verse gemis, met
jouw twijfel in het geloof, die angst voor afwijzing, met jouw anders-zijn of anders denken – en wat gebeurt je als je echt zegt wat je denkt, als je ervoor uitkomt dat je homo of lesbisch bent, of als je eerlijk vertelt wat je is aangedaan door kerkgenoten?
Dan klinkt het mooi dat het goed is bij God te wonen, dat Hij een veilige schuilplaats is, maar wat kan het onveilig voelen juist daar waar liefde zou moeten zijn en mensen elkaar zouden moeten aanvaarden als allemaal verschillend en toch verbonden met elkaar, zoals Paulus schrijft: aanvaard elkaar zoals Christus jullie aanvaard heeft.

Vandaar dat we de vraag herhalen: voelt u zich veilig, veilig binnen de gemeente,
veilig bij de broers en zussen in het geloof, op de bijbelkring of jeugdclub, veilig
als je ouderling of diaken of bezoekbroeder of –zuster langskomt, of blijkt dat lastig,
is het voor je gevoel op eieren lopen, oppassen wat je vertelt of niet, stressvol soms?
Het is dus allereerst een kritische vraag, een eerlijke kijk in de spiegel, vandaar dat
ik in het thema het woordje hoe tussen haakjes gezet heb, om de vraag eerlijk onder ogen te zien met elkaar: zijn wij een veilige kerk, voelt iedereen zich hier veilig – om dan de volgende stap te zetten naar het hoe: wat is nodig voor dat veilige thuis?
En dan zo dat de kerk een plek is waarin we niet alleen onszelf veilig en thuis voelen maar we ook de ander die veiligheid bieden en ruimte geven, waarin we ook open staan voor wie nieuw is, of anders, voor mensen om ons heen, voor vluchtelingen met een andere cultuur en met misschien veel trauma’s, voor wie psychisch in de problemen zit, voor wie gescheiden is, voor wie geen kinderen heeft of alleengaand is, in een omgeving waar het vaak gaat over krijgen en opvoeden van kinderen…

Ik las op de website van een plaatselijke kerk het mooi verwoord, als ideaal en als
missie: “Als gemeente willen wij er liefdevol voor elkaar zijn, een veilig thuis voor een ieder die op onze weg komt. Een plek waar wij elkaar steunen en stimuleren in geloof en geloofspraktijk (in woorden en daden). Wij willen met respect omgaan met ieders vragen, twijfels en ieders eigen geloofsbeleving. Geloven is een zoektocht. Die tocht willen we samen maken met elkaar in de gemeente en daarbuiten”.

Dat is mooi gezegd en ik denk dat wij als twee kerken onderweg hier in Broek dit als droom en doel ons vast eigen zouden willen maken – zo niet, dan hoor ik dat wel.
Maar als we dat als droom en doel willen omarmen, is belangrijk ons af te vragen wat daar voor nodig is, wat er mogelijk nog aan schort en hoe we eraan kunnen werken.
Met niet te vergeten natuurlijk dat we er om bidden, bidden om het werk van de
Geest van God, die liefde wil werken en eenheid en ons aan elkaar wil verbinden.

Er zitten veel kanten aan, meer dan we vanmiddag kunnen bedenken en noemen.
Maar het begint ermee dat we naar onszelf en elkaar leren kijken door Gods ogen.
En dat zijn ogen vol liefde, van een God vol geduld en begrip, en aanvaarding.
Niet omdat wij het er zo goed van afbrengen en zoveel van ons leven maken, ook
niet omdat wij zo trouw zijn en zo recht-in-de-leer maar omdat God van ons houdt en ook van die ander die anders is dan ikzelf, houd, als mensen die Hij gemaakt heeft.
Ja, en die ons niet op onze missers blijft aankijken en onze fouten ons niet aanrekent maar die ons ziet zoals Jezus zijn Zoon is, en om Hem onze zonden ons vergeeft, en ons zijn Geest wil geven die ons leert en helpt om elkaar en om onszelf te vergeven en te aanvaarden zoals we zijn – en ons steeds meer maakt zoals we bedoeld zijn.
Ik las: “Ik zie een gemeenschap van genade voor me, waar niemand wordt buiten- gesloten, Ik zie een gemeenschap voor me waar mensen van alle leeftijden en achtergronden zich welkom en veilig voelen, omdat iedereen elkaar bevestigt en vasthoudt….Ieder lid is doordrongen van het besef dat we allemaal, hoe verschillend ook, even waardevol en geliefd zijn. De verschillen worden gevierd en vergroten de beleving van eenheid…Het is een gemeenschap vol van genade die ik zie, waar niemand wordt buitengesloten en waarin geen enkele veroordeling wordt getolereerd. Het is de gemeente van Jezus Christus die, gebouwd op het fundament van genade, zichbaar wordt”…”Je weet dat je allemaal net zo geliefd bent als Jezus”.

Nou, van daar uit schrijft de apostel Paulus christenen toen en vandaag aan: “Omdat
God u heeft uitgekozen (u allemaal en jullie ook, en die anderen ook…) , omdat u zijn heiligen bent (mensen die bij Hem mogen horen) en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in …innig meeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld..
en vooral u kleden in de liefde – als een soort band, riem, die alles bij elkaar houdt en tot een eenheid maakt, een mens-uit-een-stuk, herkenbaar en aanspreekbaar
als volgeling van het grote Voorbeeld Jezus zelf – ergens anders roept de apostel ons op ons te bekleden met Christus – je ziet er net zo uit als Hij, sprekend Hem en sprekend je Vader in de hemel – en dan ben je veilig – bij Hem en ook bij elkaar. En
dan gaat zelfs het lastigste lukken waar je het meest kwetsbaar bent: elkaar accepteren en elkaar vergeven, elkaar opbeuren en waar nodig vermanen – vanuit die liefde, vanuit zorg voor elkaar, niet om af te katten en af te breken maar om op te bouwen, elkaar te versterken – zoals Paulus zegt: als leden van hetzelfde lichaam.

Dan is wel belangrijk de vraag wat veiligheid is en waar we ons veilig bij voelen.
Want het kan zomaar zijn dat mensen een gevoel van onveiligheid ervaren omdat het allemaal zo aan het veranderen is, omdat de zekerheden van vroeger ze voor hun gevoel uit handen worden geslagen, en wat zo herkenbaar was wegvalt, en over allerlei zaken waar we het vroeger eens over waren, nu verschillend gedacht wordt – dan hoor je zeggen: ik voel me vreemd in mijn eigen kerk, dit is mijn kerk niet meer – en wordt terugverlangd naar de vaste structuren die houvast en veiligheid gaven.
Ook die gevoelens mogen er zijn,laat het maar gezegd worden en bespreekbaar zijn,
en dan helpt het om emoties te delen: ik heb er moeite mee, ik voel me er niet fijn bij, ik ben er boos over – dat kan opluchten als de ander je daarin serieus neemt – zeker
als je het bij jezelf houd: ik vind dat moeilijk, ik maakt me zorgen – in plaats van stellig en veroordelend te zijn: dat is verkeerd, dat is niet Bijbels – niet gereformeerd.
En als je merkt dat het toch anders gaat, dat veranderingen doorgaan, kun je als je merkt dat je gehoord wordt en je gevoelens er mogen zijn, kun je proberen het los te laten en ook te accepteren dat er zoveel is dat samenbindt, dat je toch verder kunt.

Laten we ook niet vergeten dat dat wat misschien vroeger onze veiligheid was, voor anderen die niet zo waren en dachten als wij, en die veel niet konden meemaken wat ons vertrouwd en normaal was, vervreemding en onveiligheid heeft opgeleverd.
Veilige kerk zijn betekent vaak juist bereid zijn eigen veilige verstopplekjes te verlaten om de ander te ontmoeten en voor die ander een veilige plek te zijn, om samen te zoeken naar nieuwe vormen en naar het aanvaarden dat verschillend zijn mag.
Ik las: “Juist als je een veilige kerk wilt zijn, ga je pijn ervaren, botsingen en schuurmomenten. We zijn zo verschillend. Leden van één lichaam met onze eigen plek, ons eigen levensverhaal, ons eigen karakter, onze eigen manier van voelen. De één vindt de preek van afgelopen zondagmorgen prachtig. De ander kon er niets mee en werd er zelfs pijnlijk door geraakt. Maar durf en kun je dat nog zeggen als iemand anders er zo blij mee is? In de kerken leren we lief en aardig te zijn, maar dat leidt niet naar veiligheid! Een veilige kerk is een kerk waar iedereen welkom is met zijn of haar leven(sverhaal) en karakter en spiritualiteit, zonder dat je dat hoeft te verstoppen”. Dan pas komt echt geloofsgesprek op gang, als niet ik al weet hoe het zit en moet zijn en die ander pas voluit accepteer als die datzelf ook vindt en doet.
Gesprek is er pas als er gelijkwaardigheid is, en twee harten open zijn naar elkaar.
Wat een wijsheid in die spreuken die we lazen, zoals deze: “een dwaas is niet geïnteresseerd in inzicht, hij wil alleen zijn eigen mening kwijt” – weg gesprek!
En wat vindt u van deze: “wie antwoordt zonder eerst te luisteren, handelt dwaas en maakt zichzelf belachelijk”. Maar ook – positief – “een verstandig mens verwerft kennis, een wijze is gespitst op inzicht”. En: “de woorden van een goed mens zijn als diepe wateren, ze zijn een sprankelende beek, een bron van wijsheid”. Dat is leven!
Leven dat God wil werken door zijn Geest die ons hart en mond en leven vernieuwt.

Hoe zijn wij een veilige kerk?
Dat begint zoals altijd bij onszelf: bij u en bij jou en bij mij: durf ik mezelf zijn en mag die ander zichzelf zijn bij mij en van mij? Durven we kwetsbaar te zijn en eerlijk over wat we voelen: blij, verdrietig, of boos, ongerust, gekwetst – of vol met twijfels….
Iemand schrijft dat als je dat in de kerk niet kunt zijn – echt, kwetsbaar – waar wel?
(citaat) “God geeft ons de kerk als oefenplek. Het hoeft er niet volmaakt te zijn. Maar wat je er wel mag verwachten, is bereidheid om te oefenen. Deel eens iets, ook al schaam je je, ook al vind je het eng, Probeer het, met kleine stapjes. Oefen om uitnodigend te worden, veiliger, genadiger en fijngevoeliger.” Ik voeg eraan toe:
Je zult merken dat het zo eng niet is, juist bevrijdend, en verrijkend. Echt waar!

Amen

ik eindig wat we elke week zeggen op cat. : daarover gaan we praten in de groep

Stellingen en vragen

1 Je kunt/moet elkaar in de kerk vertrouwen

2. Wat is er nodig om je bij elkaar veilig te voelen?

3. Wat doe je er zelf aan om een veilig klimaat te scheppen?

4. Hoe kunnen we zorgen dat verkeerd gedrag, dat tot onveiligheid leidt, wordt
voorkomen of gestopt?

Deut. 17: 18-20 en Rom. 13: 4a: Goed bestuur…

Liturgie morgendienst zondag 12 maart 2017

Votum en groet
Zingen: Ps. 30: 3,4,7
Wet van de Heer- Deut. 5 en 6
Zingen: Ps. 25: 3,4
Gebed
Schriftlezing: Deut. 17: 14-20
Zingen: Ps. 72: 1,2
Schriftlezing: Rom. 12: 21-13:7
Zingen: Ps. 47: 1,4
Verkondiging: Deut. 17: 18-20 en Romeinen 12: 4a ‘Goed bestuur…’
Zingen: NLB 994: 1-4 ‘Voor hen die ons regeren’

1 Voor hen die ons regeren,
die hoofden van het land,
bidden wij God de Here
om ootmoed en verstand,
dat zij bewaren hecht en recht
al de getuigenissen,
die ons zijn aangezegd.

2 De sterken, die bewaken
de wegen met hun woord:
dat zij ook zullen dragen
de zwakken in de poort,
want hoofd en lichaam zijn in pijn
en niemand wordt behouden
als die verlaten zijn!

3 Wij bidden ook om vrede,
de aftocht van geweld:
Heer, dat wij niet vergeten,
hoe Gij de namen telt,
bewaar het land voor overmoed
en voor het blinde razen,
de stemmen van het bloed

4 O God, Gij moet regeren
tegen het onverstand:
wij dienen vele heren
tot schade van het land.
Gij zijt genade! Uw bevel
doet leven en vergeven,
o God van Israël.

Gebed

Collecte

Zingen:Ps. 22: 9,10 LL

9. Mijn lied, mijn danklied komt bij u vandaan.
Bij wie de HEER erkent, sluit ik mij aan.
Wat ik aan u beloof zal ik voortaan daar laten weten.
Wie zwaar vernederd is, zal volop eten.
Ja, dat de mens die God de eer zal geven
verzadigd wordt, in eeuwigheid blijft leven!
Dat is mijn wens.

10. De hele wereld hoort dan van de HEER.
De hele aarde zoekt en vindt hem weer.
En alle volken knielen voor hem neer.
Hij is de koning!
Armen en rijken krijgen hun beloning:
zij prijzen God en zullen met hem eten.
Wie hier gestorven is, en wordt vergeten
vangt daar geen bot.

Zegen
Amen: Ps. 22: 11 LL

11. Het nieuws zal overal te horen zijn.
En wie de Heer is, weet straks groot en klein
en zelfs wie nu nog niet geboren zijn:
hij houdt van daden.
Het is volbracht, de eer is aan de Vader
en aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven,
en aan de Geest, die ons geloof wil geven
en in ons woont.
——————————————————————————————————-
Gemeente van onze Heer en Koning, Jezus Christus,
dia 1
Het zal u niet zijn ontgaan dat we al weken in verkiezingstijd zitten.
Aanstaande woensdag, 15 maart, is het zover: iedere burger van Nederland
van 18 jaar en ouder mag zijn of haar stem uitbrengen op de partij, en op de
man of vrouw die namens u en jou een plek in de Tweede Kamer mag krijgen
om daar de regering te controleren, wetten te maken of goed te keuren, en
natuurlijk als eerste gaat bepalen welke partijen samen een regering vormen
om de komende vier jaar zo goed mogelijk ons land te gaan besturen.

Maar waarom moet het daar nou vanmorgen in de kerkdienst over gaan?
Is dat wel de plek om het over politiek te hebben, en zo ja, hoe dan?
Ik heb de tijd meegemaakt dat het wel eens heel kort door de bocht ging,
en dat vanaf de preekstoel vanuit de Bijbel gezegd werd hoe je moest stemmen.
Dat moesten we maar niet doen vanmorgen, daar is dit de plek niet voor.
Er zijn aan de andere kant ook christenen die de politiek uit de kerkdienst
willen verbannen want dat hoort bij een wereld van machtsspelletjes en het
gaat over aardse dingen als geld en wapens, en daar moet je niet God bij halen
en dat met Jezus verbinden, die toch zei dat zijn rijk niet van deze wereld is – er
zijn zelfs christenen die daarom niet gaan stemmen want het koninkrijk van God
is van een andere orde, en gaat over geestelijke dingen en een nieuwe wereld.
En dan zijn er ook nog mensen die vinden dat kerk en staat zo strikt gescheiden
moeten blijven dat je je geloof maar moet beleven in eigen huis en in de kerk en
het buiten de politiek moet houden, want wat een ellende en wat een oorlogen
zijn er nog steeds als mensen hun geloof aan anderen willen opleggen of vanuit
hun geloof anderen bestrijden, zelfs met gewelddadige aanslagen en oorlogen.

Nou is vanuit de Bijbel al duidelijk dat dat tegen Gods bedoeling is, en dat zeker
daarvoor die uitspraak van Jezus geldt dat zijn rijk niet van deze wereld is, en
ook de strijd die een christen moet voeren niet gaat tegen mensen en groepen mensen maar tegen verkeerde gedachten en tegen de aanvallen van satan, en
dat daarvoor niet geweld het antwoord is maar geestelijke wapens als geloof, en
de boodschap van vrede en liefde, en de goede woorden van onze goede God.
Het is ook fout als een kerk macht wil hebben zoals een staat die heeft of als
andersom de overheid wil bepalen hoe er gepreekt moet worden of welke
godsdienst wel aanvaardbaar is en welke niet, en b.v. moskeeën zou sluiten
of de koran zou gaan verbieden – dat is een bevoegdheid die de staat niet moet
hebben – vrijheid van godsdienst en van onderwijs horen bij een goed bestuur.

Toch, er is vanuit de Bijbel genoeg te zeggen over wat een goed bestuur is, over
de bedoeling van God voor bestuurders en voor burgers, over de taak die een overheid heeft
en over de houding die ons als burgers, als onderdanen past.
We hebben er iets over gelezen, uit het Oude en uit het Nieuwe Testament,
En psalmen als Psalm 72 en 47 gaan er ook over, vooral over koningen –
regeerders – die er zijn om te dienen, om het goede te doen en wie goed doen
te beschermen, en dus wie kwaad doen te stoppen en te straffen, en dat als
afhankelijk van God en verantwoordelijk tegenover God, die de grote Koning is.

dia 2 Goed bestuur…is
1. dienstbaar;
2. controleerbaar;
3. rechtvaardig;
4. zorgzaam

dia 3 1.goed bestuur is dienstbaar

Het staat nog steeds boven elke wet in Nederland: Willem-Alexander, bij de gratie Gods koning der Nederlanden – er is geprobeerd om die woorden te schrappen
Omdat het uit de tijd zou zijn en vooral zou strijden met de scheiding kerk en staat,
en ook omdat het koningschap door dit soort teksten iets goddelijks zou lijken, en
niet zou passen bij onze democratie waarin via het parlement het volk regeert.
Daarom zou ook wat Paulus schrijft niet passen dat de overheid in dienst van God
staat want we kiezen zelf onze regeerders en niet de koning maar de Tweede en
Eerste Kamer hebben het laatste woord – en we mogen elke vier jaar stemmen…

Toch, het is juist precies passend wat met die woorden bedoeld wordt: bij de gratie,
door de genade van God mag iemand koning zijn, of minister, of kamerlid…dat zet
niet op een voetstuk maar houdt je als bestuurder nederig en heel afhankelijk.
Vroeger zijn die woorden wel verkeerd gebruikt alsof een koning direct onder God
stond en dus boven het volk en boven de wet, met een absoluut gezag – de Farao
van Egypte en later ook de keizer van Rome claimden zelfs godenzonen te zijn.
En er zijn ook nog steeds leiders die zichzelf boven de wet proberen te komen, en
wetten zo aan te passen dat zij aan de macht kunnen blijven en elke oppositie
de mond kunnen snoeren – noem Rusland, kijk naar Turkije, en erger: N-Korea.

Maar Paulus bedoelt iets heel anders als hij die goddelijk vereerde keizer en
zijn mede-bestuurders juist in zijn brief aan christenen in Rome Gods dienaars noemt.
Dat haalt ze uit die zelfbedachte hemel naar beneden en zet op de bescheiden plek van
knechtjes van de hoge God, om dienend bezig te zijn, dienstbaar aan de mensen voor wie ze
verantwoordlijk zijn, om goed te doen en kwaad te stoppen.
Daarbij worden mensen ingeschakeld – Petrus heeft het in zijn eerste brief over
“bestuurders die door de mensen zijn aangesteld” en die gezag krijgen van God.
Dat kun je vandaag toepassen aan een Tweede Kamer die wij met elkaar als burgers kiezen,
en waaruit weer een regering wordt gevormd, en die dan ons respect verdient omdat
–zoals we belijden – God door hun hand ons wil regeren – lees weer Paulus:
“er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld” –
dat was toen het gezag van een heidense en ook vaal wrede keizer,
en van allerlei harde heren en sluwe politici op regionaal en plaatselijk niveau –
het geldt in onze tijd net zo goed voor bestuurders die het soms goed en soms slecht
doen in onze ogen, en vaak uit totaal niet christelijke opvattingen – maar God wil
ook door hen ons besturen en dan past ons respect en ter, en terughoudendheid, in ons praten,
ons reageren via sociale media, of het nu om ministers gaat, of docenten, trainers, de chef –
en wie ook maar het te zeggen heeft over ons, namens God.
Er staat zelfs in een andere brief van Paulus (1 Tim. 2) dat we voor alle mensen zullen bidden,
en zeker voor wie veel verantwoordelijkheid hebben, of God hen wil
inschakelen om rust en ruimte te bieden, ook voor de boodschap van Gods redding.
Bidden, en dus niet verwensen of met haatmails bestoken, niet het recht in eigen
hand nemen of kwaad met kwaad beantwoorden – we hebben het net nog gehoord:
“laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede”.
En als het goed is gaan regeerders en kamerleden daarin voor, en is normen en waarden
niet een verkiezingsleus maar het goede voorbeeld dat veel volgers krijgt.

Bijzonder hoe dat dienstbaar zijn van wie gezag hebben, al is vastgelegd in die zgn. ‘koningswet’
die onderdeel is van de wetgeving van Mozes met het oog op de toekomst in het eigen land:
als jullie dan net als andere volken een koning willen kiezen, dan mag dat,
maar wel onder strikte voorwaarden:
het moet een mede-Israëliet zijn want hij moet jullie voorgaan in dienen van de HEER,
hij mag niet veel paarden halen uit Egypte op gevaar dat die invloed weer sterk wordt –
en dat hij gaat vertrouwen op een sterk leger, en hij moet ook niet een harem
met allemaal heidense vrouwen erop na houden, en ook zichzelf verrijken past niet bij een koning
die dienstbaar moet blijven, aan God als de eigenlijke koning, en dienstbaar aan zijn volk.
Ja, en voor de toekomst moet die koning de wetten blijven raadplegen en naleven.
Wat er bij staat, blijft belangrijk, ook voor andere regeerders, buiten Israël:
“dan zal hij zich niet inbeelden dat hij meer is dan anderen en in enig opzicht boven de wet
staat”- daarom moet in Nederland wie regeert trouw zweren aan de grondwet,
en gelden de wetten voor iedereen, ook voor wie die wetten gemaakt hebben en aan
anderen opleggen – ook hiervan geldt dat goed voorbeeld goed doet volgen.

dia 4 2. goed bestuur is controleerbaar.

Dat kun je ook halen uit die oude koningswet van Deuteronomium 17: de koning
was in Israël niet een soort godenzoon met absoluut gezag, die kon regeren als
een onaantastbare grootheid van wie de wil wet was en boven alle wetten ging,
nee, ik haalde het net nog aan: hij is niet meer dan anderen, en staat niet boven
de wet maar hij is aan de wetten gebonden en moet ontzag voor God hebben.
Iemand noemde dat de ‘ontgoddelijking van de staat’, en schrijft: de staat is
“toetsbaar onderworpen aan hogere beginselen, die ze niet zelf vaststelt. De staat
Is controleerbaar en laat zich meten aan hogere criteria. Zij kent de mogelijkheid van hoger beroep.”
Dat is in onze verhoudingen b.v. dat de volksvertegenwoordigers de regering moeten controleren
en in het uiterste geval een minister of een heel kabinet naar huis kan sturen:
en ook dat wij als burgers onze stem kunnen uitbrengen, en zo ook wat verkeerd ging kunnen afstraffen,
door niet meer op de bewuste persoon of partij te stemmen – en dan zijn er ook nog onafhankelijke rechters
in Nederland of in Europa die een beslissing van de overheid kunnen kritiseren of corrigeren –
en dan moet die overheid de beslissing van de rechter serieus nemen en past het niet zo’n uitspraak af te doen
als een politieke uitspraak van een stelletje neprechters – het is juist goed dat rechters onafhankelijk zijn
en ook dat er een grondwet is waar alle
andere wetten en ook alle besluiten van de politiek aan gebonden zijn.

Controleerbaar moet de overheid zijn, en dus transparant, eerlijk en open – daar past geen gesjoemel bij,
geen deals die het daglicht niet kunnen verdragen, en al helemaal geen vriendjespolitiek
of het stiekem bevorderen van eigen belangen,
op kosten van of zelfs ten koste van de samenleving of van wie kwetsbaar zijn.

De koning van Israël moest een kopie van het wetboek onder handbereik hebben,
er steeds weer in lezen, en zich houden aan alle wetten die erin stonden;
en dus ook aan alles wat in de wetten van Mozes stond over recht doen,
over zorg voor mensen die kwetsbaar waren als weduwen, wezen, vreemdelingen, armen
– de wetten die de HEER heeft gegeven zijn heel sociaal, vanuit zijn liefde en zorg voor mensen
– denk aan die psalm die we zongen over regeerders als schilden in het land, met de taak
te beschermen wie geen helper hadden en die anders eronder door zouden gaan.
Aan volksvertegenwoordigers ook nu de taak daaraan de overheid te houden en
daarop bestuurders te controleren, bij te sturen, en waar nodig te corrigeren – en
aan de bevolking de taak erop te letten bij de keus in het stemhokje deze week.

dia 5 3. goed bestuur is rechtvaardig.

Rechtvaardig zijn, recht doen, is door heel de Bijbel heen wie God is en wat God doet,
en wat God dan ook vraagt van mensen die Hem willen volgen en dienen.
Denk aan die kernopdracht uit Micha 6: 8: “er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten,
en nederig de weg te gaan van je God” – het is aan wie gezag gekregen hebben
en dus een voorbeeldfunctie hebben, om voorop te gaan en zo goede leiding te geven.
Ook als een politicus of een bestuurder zelf niet God erkent als zijn Heer en als
de Regeerder van de hele wereld, kun je hem of haar aanspreken op de opdracht
om rechtvaardige wetten te maken, eerlijk en aanspreekbaar te zijn of het gevoerde beleid,
en ook om nederig de weg te gaan die God wijst, namelijk om niet het eigen belang
voorop te laten gaan of zich te verrijken maar om het welzijn te bevorderen
van de bevolking – Paulus geeft het aan als opdracht ook voor de niet-christelijke overheid
van het Romeinse rijk: in dienst van God is ze er voor uw welzijn.

Wat niet betekent dat een overheid soft en slap iedereen zijn zin moet geven.
Juist niet: rechtvaardig zijn is belangen afwegen, keuzes maken, en daarbij
letten op persoonlijke belangen en noden, en op het algemene belang; dat is
niet mensen of groepen voortrekken, maar iedereen gelijk behandelen, zoals
dat in artikel 1 van onze grondwet ook staat: ieder is voor de wet gelijk, hoe
verschillend mensen en omstandigheden ook zijn – en recht doen is ook
grenzen stellen en die handhaven, verkeerd en schadelijk gedrag aanpakken,
en wie goed wil en goed doet ruimte geven en beschermen en belonen –
weer Paulus, met een kritische noot voor de soms willekeurige bestuurders
in dat Rome van toen: “wie doet wat goed is heeft van de gezagsdragers niets
te vrezen, alleen wie doet wat slecht is” – zo zou het moeten, dat is recht doen.
En weer, dat is nog steeds de taak van elke overheid, zo wil God zijn wereld
met zoveel kwaad en zonde, leefbaar houden; zo mag er al iets zichtbaar
worden van zijn nieuwe wereld waar geen kwaad meer is en waar iedereen volop
tot zijn of haar recht zal komen – het grote Voorbeeld is Koning Jezus die als
geen ander aan dat beeld van die koningspsalm voldoet: “ellendigen zal hij bevrijden
van het onrecht dat hem drukt, en armen – denk er ook maar de vluchtelingen
bij, en de daklozen, en de kinderen onder armoedegrens, en wie verder nog
kwetsbaar is in onze wereld – en armen redden uit hun lijden, en vertreden
wie – ook in onze wereld dichtbij en verder weg – mensen verdrukt, en uitbuit.
Het is norm voor goed bestuur, de maatlaat om mee te nemen op 15 maart….

dia 6 4. Goed bestuur is zorgzaam.

We kunnen er kort over zijn, want de Bijbel is er uitvoerig en duidelijk over.
Steeds weer komt onze God op voor wie zwak en kwetsbaar zijn en Hij wil
Overheden en ook ons allemaal samen inschakelen om op te komen en te
zorgen voor wie onze steun en hulp – w.aar nodig ook financieel – nodig hebben.
Denk maar aan de zorg voor weduwen, wezen, armen, vreemdelingen, armen,
in allerlei wetten; ga na hoe de profeten los gaan als hun volk en de koningen
er niet naar handelen, kijk naar het voorbeeld dat de Heer Jezus gaf en naar
zijn onderwijs in de bergrede en in wat staat in Matt. 25 over opzoeken van wie
gevangen zijn, aandacht voor zieken, eten geven aan wie honger hebben, enz.
Taken die we niet kunnen afschuiven naar ‘de overheid’, maar die we samen hebben;
de overheid heeft wel de taak als schild op te treden voor wie zwak
zijn, om een rechtvaardig sociaal beleid en eerlijke belastingwetten te maken.

Denk weer aan Paulus als hij schrijft dat de overheid er is voor ons welzijn, en dat
is niet zorgen voor mijn portemonnee maar dat is eerlijk delen bevorderen en erop letten
dat mensen niet door de bodem zakken en aan de kant blijven staan – een
lastige taak met allerlei afwegingen en keuzen – nog een reden om voor wie ons
moeten regeren en ons vertegenwoordigen te bidden – als we dat doen,
zal ook als wer kritiek is die anders zijn en eerlijker en bescheidener
dan als we alles en iedereen vooral afrekenen op wat wij vinden en wat ons eigen belang is…

We mogen weer stemmen woensdag – wijsheid gewenst – en vergeet dat bidden niet –
we gaan het zo meteen ook doen – en we doen dat nu eerst zingend.

amen

Romeinen 14: 17 : Veertig dagen vasten? (1e zondag veertigdagentijd – (gaande) viering van het avondmaal

Liturgie morgendienst zondag 5 maart 2017 – gaande viering avondmaal
Votum en groet
Zingen: Ps. 91: 1,5,8
Inleidend avondmaalsformulier 1
Zingen: Gz. 125: 1
Toetsing en bemoediging
Zingen: Gz. 125: 2,3
Gebed
Schriftlezing: Jesaja 58
Zingen: Ps. 85: 3,4
Schriftlezing: Matt. 4: 1-11
Zingen: Lied 172: 1,3,4
Overdenking over Romeinen 14: 17
Zingen: Gz. 38: 1,2,3
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 125: 4,5,6
Avondmaalsformulier 1 (tweede deel)
Viering
Dankzegging
Zingen: Opwekking 599
Zegen
————————————————————————————————
Gemeente van onze Heer,
dia 1
Afgelopen woensdag is de zogenaamde ‘veertigdagentijd’ begonnen.
In de rooms-katholieke traditie was het woensdag aswoensdag, en
dat is na de uitbundige carnavalsfeesten begin van de vastentijd.
Die duurt trouwens meer dan veertig dagen, tot aan Pasen, en dat komt
omdat de zondagen niet worden meegeteld: zondags vast je niet maar
dan vier je en mag je dus het ervan nemen ook met eten en drinken.

Opvallend is dat veel rooms-katholieken niet zo veel meer aan vasten
doen- tenminste in Nederland niet – terwijl er onder protestanten – ook gereformeerden – juist in toenemende mate aandacht voor is en op
allerlei manieren invulling gegeven wordt aan bezinning en soberheid.
De vraag komt op ons af wat wij ermee moeten de komende weken,
op weg naar Pasen, of we er wat aan doen of er wat van kunnen leren.
dia 2
Dan staat voorop dat we van de Heer niet een opdracht krijgen om op
speciale dagen heel gericht en concreet niet te eten en niet te drinken.
Het kan wel een goed middel zijn om je te concentreren op God en ook
om je bewust te maken dat heel veel mensen het zoveel minder hebben
dan wij, en ons voor de vraag stelt waar het echt om gaat in het leven:
zitten we vast aan ons gerieflijke leven met alles erop en eraan, of zijn
we in staat los te laten, te delen, en af te zien van wat ons in de weg
zit om achter Jezus aan te gaan en zijn voorbeeld te volgen, zoals Hij
dat meteen al gaf in zijn nee zeggen tegen de verleidingen die op Hem
af kwamen, van de kant van satan, juist op zijn kwetsbaarste plekken.
Bijzonder is dat die drie aanvallen van satan op onze Heer en Heiland
precies blootleggen wat de zwakste plekken zijn van- ons als mensen:
het vullen van onze maag, het voldoen aan ons verlangen om gezien
en gewaardeerd en bewonderd te worden, en ons verlangen naar
macht – we herkennen het in wat satan Jezus probeert wijs te maken
en waar hij Hem toe probeert over te halen: zorgn dat je te eten krijgt,
doe een stunt door van de tempel te springen, grijp naar de macht –
en dat allemaal voor jezelf, zonder die moeilijke weg van afzien, van
lijden, van het kruis – waarom moeilijk doen als makkelijk ook gaat?
dia 3
Maar Jezus koos voor de weg van zijn Vader als de weg naar het beloofde
Koninkrijk: niet pakken maar ontvangen, niet bevechten maar vertrouwen,
niet heersen maar dienen, niet ik eerst maar voorrang voor de ander –
het staat haaks ook op wat in onze wereld vecht om de voorrang en waar
ook in de politiek alles om lijkt te draaien – b.v. richting de verkiezingen:
wie wordt de grootste, wie wordt premier, wie zegt en gaat doen wat ik
belangrijk vindt, wie zorgt voor de meeste banen en de meeste euro’s…
en dan is de vraag: waar kies ik voor, wat geeft voor mij de doorslag…
misschien goed om ook richting 15 maart die tekst van vanmorgen
mee te nemen en te doordenken: “het koninkrijk van God is geen zaak
van eten of drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde, door
de Heilige Geest”. dia 4
Ik weet wel dat de aanleiding en de context bij Paulus een andere is,
namelijk discussies en meningsverschillen binnen de gemeente van
Rome over wat je wel en niet mocht eten en drinken, lees vers 2: “de
een gelooft dat hij alles eten mag, maar iemand die een zwak geloof
eet, eet alleen maar groenten” – waarom precies staat er niet bij, het
kan te maken hebben met angst voor besmetting met wat aan de afgoden
was gewijd, of met gehechtheid aan Joodse rituelen – maar Paulus zegt
dan aan de ene kant dat je alles mag eten wat God geschapen heeft,
en aan de andere kant dat je rekening met elkaar moet houden en niet
elkaar op dat soort verschillen de kerk moet uitvechten – en dan komt
die uitspraak over het rijk van God dat niet staat of valt met eten of
drinken, maar een zaak is van gerechtigheid, vrede en vreugde, en
dat vanuit de Heilige Geest die een nieuw hart, een nieuw leven, ons
wil aanleren, waarin je ook met dat soort verschillen leert omgaan.

Nou, en daarmee hebben we precies ook de rode draad te pakken
in dat indringende stuk profetie van Jesaja 58 waarin God laat zien
dat Hij niet gediend is van vrome vormen en uiterlijke godsdienstigheid
als daar niet een wamr kloppend hart voor Hem en de medemensen
achter zit en zelfs die uitingen van godsdienstigheid als bidden en vasten,
offers brengen en sabbat vieren samen gaan met een dagelijks leven
waarin alles om winst draait en om macht, ten kosten van wie zwak en
kwetsbaar is, waarin het verschil tussen rijk en arm schrijnend groot
is, en er ook allerlei ruzie en geweld is, en het onrecht hoogtij viert.
Concreet over het vasten in die tijd: God heeft niets met uiterlijke schijn
van rouwkleren en sombere gezichten en je dingen ontzeggen, maar het gaat
om je onthouden van slechtheid, onrecht, uitbuiting: dia 5
“is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de
banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken?
Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?”
Ik herken het ook als onze catechismus het heeft over de rustdag vieren, dat dan niet van alles wordt opgenoemd dat niet mag op zondag, maar positief wordt ingezet op de rust die God geeft en de tijd om op verhaal te komen en op zijn verhaal, in de kerk- maar dan niet zonder en tegen de achtergrond van waar zondag 38 op uitloopt:
alle dagen van ons leven onze slechte werken nalaten, en zo de eeuwige rust nu al gaan vieren, dat is nu al iets beleven en laten zien van wat Gods koninkrijk is
Ik las in dat verband dat vasten ten diepste is dat je de aandacht op God richt en
je de relatie met Hem verdiept en dan ook dat je je richt op de medemens: “vasten betekent dat je je losmaakt van je eigen behoeften en verlangens; het richt je op
de ander. …je pakt het onrecht aan, naar vermogen doorbreek je foute structuren
om die vervolgens op een goede manier weer op te bouwen”.

Zeker, dat gaat wat kosten – afzien van jezelf, er geld voor over hebben, en tijd,
ook tegenstand ondervinden van wie dat maar soft vinden en links gepraat, want je moet toch voor jezelf opkomen en eigen volk gaat toch voor, en – zoals in de kerk
soms gezegd wordt –pas op voor een sociaal evangelie van medemenselijkheid, alsof niet het gaat om de eer van God en trouw aan wat we belijden, en om de kerk…
Ja maar, vergeet dan niet dat God er blijkbaar een eer in stelt om het er zo vaak over te hebben, zoals in dat Jesaja 58, en in het evangelie – Jezus ’leven en werk en voorbeeld – en bladzij na bladzij in de brieven van de apostelen van de Heer – die zelf zei dat het eerste gebod is God eren en het tweede eraan gelijk is: je naaste4
liefhebben als jezelf – Johannes schrijft dat wie zijn naaste niet liefheeft, niet de ander ruimte geeft en steun biedt, God niet kan liefhebben, al roept hij dat wel.
Ja, en als je zo probeert als een burger van het nieuwe rijk van God te leven, en je daar waar nodig inzet en tijd en geld en ook populariteit en eer voor over hebt, dan wordt je er uiteindelijk niet minder en armer van maar juist rijker, ook dat in Jes.58:
“Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur, dia 6 de HEER zal je voortdurend leiden, je verkwikken in dorre streken…” Eerder ook al: “dan breekt je licht door als de dageraad…je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de HEER vormt je achterhoede..
Dan geeft de HEER antwoord als je roept, als je om hulp schreeuwt, zegt Hij:
“Hier ben ik’. Jezus heeft het zelf ervaren toen Hij er alles voor over had om de wil van zijn Vader te doen, ten koste van honger en angst, pijn en helse aanvallen,
dat de duivel afdroop en engelen klaar stonden om voor Hem te zorgen en Hem van alles te voorzien dat Hij nodig had – Hij mocht proeven hoe goed God wel is.
dia 7 Vandaag vieren wij de maaltijd van onze Heer – brood en wijn – vasten hoeft niet want het is zondag – maar dat brood en die wijn verwijzen door naar Hem die het
Brood is dat echt leven geeft en de Ware Wijnstok door wie wij vruchten dragen
voor Hem en voor anderen en voor ons zelf – gezegend om tot zegen te zijn.
De veertigdagentijd is begonnen, de tijd die vanouds met vasten verbonden is.
Hoe we dat invullen is persoonlijk, het gaat om ons hart, onze houding, ons leven.
Wat we ook eten of drinken, of niet, wat we doen, of niet, doe het voor de Heer,
en doe het voor wie God op je weg zet –je wordt er zelf nog rijker van ook!
amen

1 Tess. 5: 11: Bemoedig elkaar! (Ontdekzondag 2017)

Liturgie morgendienst zondag 5 februari 2017 – ‘Ontdekzondag’

Zingen schoollied: Gz. 165 ‘Machtig God, sterke Rots’
Votum en groet
Zingen: NLB 150a: 1,2,3,4 ‘Geprezen zij God’
Wet van de liefde
Zingen: Ps. 25: 2,4,6 Levensliederen ‘Doe mij, HEER, uw wegen kennen’

2. Doe mij, HEER, uw wegen kennen,
laat mij al uw paden gaan.
En leer mij steeds meer te wennen
aan uw waarheid, wijs die aan.
Fleur me op, u bent de God
die mij zeker komt bevrijden.
Heel de dag lang wacht ik tot
u mij redt uit al mijn lijden.

4. Ja, wat is de HEER rechtvaardig!
Hij brengt zondaars op zijn spoor.
Koninklijk en zo zachtaardig
gaat hij zwakke mensen voor.
Loopt de route van de HEER
niet van waarheid naar genade
voor wie letten op zijn leer,
voor wie zijn verbond bewaren?

6. Prachtig is wat God wil geven:
dat je vrienden met hem bent!
. Want aan wie respectvol leven
maakt hij zijn verbond bekend.
Recht houd ik mijn blik gericht,
HEER, op u, kom mij bevrijden!
Wees genadig en verlicht
mijn verdriet en eenzaam lijden

Gebed
Schriftlezing: 1 Kor.12: 14-27 en Tess. 5: 10-14 (BGT)
Zingen: Ps. 133: 1,2,3 ‘Komt, ziet, hoe goed, hoe lieflijk ’t is als zonen..
dia 1
Verkondiging: Bemoedig elkaar! 1 Tess.5:11 (HSV/BGT)
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’
Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 72: 1,2,4 ‘O God, wil aan de koning schenken’
Zegen
Amen: Ps. 72: 10 ‘De HERE God zij lof bewezen’
——————————————————————————————————
Gemeente van Christus, zijn lichaam waarvan wij allemaal ledematen zijn,

Het is vandaag in veel van onze kerken ‘Ontdekzondag’. dia 2
Die zondag is er gekomen op initiatief van de vereniging Dit Koningskind’,
Die vereniging van en voor onze broers en zussen met een beperking.
Op de website staat waar die ontdekzondag voor bedoeld is:
“De Ontdekzondag is een jaarlijkse themazondag, waarbij leden van kerkelijke
gemeentes worden uitgedaagd om écht naar elkaar om te zien, of iemand nu
een waarneembare beperking heeft of niet”. dia 3
Ik vind dat wel mooi gezegd: of iemand een waarneembare beperking heeft of niet.
Dat schudt ons wakker, want er zijn beperkingen die je meteen ziet en waarmee
je dus als vanzelf rekening houdt: iemand die blind is, of doof, of verlamd…maar
er zijn ook beperkingen die je niet ziet en soms ook niet meteen merkt, omdat
ze psychisch zijn of omdat de betrokkene ze goed weet te verbergen…en dan
slaan we in de omgang met hem of haar zomaar de plank mis: we begrijpen het
gedrag van de ander niet, we denken dat het aanstellerij is, we reageren niet
goed op wat hij zegt of we schatten de mogelijkheden van haar verkeerd in…
Wat komt doordat we elkaar vaak maar heel oppervlakkig kennen, ons niet echyt
in de ander verdiepen, te ongeduldig zijn om de tijd te nemen voor echt contact.
Echt naar elkaar omzien, echt de ander recht doen, vraagt tijd, aandacht, geduld,
als concrete uitwerking van wat de Heer vraagt: mijn naaste liefhebben als mezelf.

Ja, en als op die website staat dat we naar elkaar om zullen zien, of we nu een waarneembare beperkingen hebben of niet, is goed te bedenken dat wij allemaal onze beperkingen hebben, als kwetsbare mensen, met gaven en mogelijkheden,
en met ieder zijn of haar beperkingen, zwakke punten, moeilijke kanten, trauma’s misschien, oud zeer of verse wonden, en daar hebben we anderen bij nodig.
Het is juist eigen en mooi aan een gemeenschap, zeker ook een kerkgemeenschap,
dat we elkaar niet hebben uitgekozen, maar aan elkaar zijn gegeven, als niet allemaal hetzelfde maar juist allemaal heel verschillend, om elkaar aan te vullen en te
steunen, naar elkaar om te kijken en met elkaar mee te leven, er voor elkaar te zijn.

Paulus die het vaak over de gemeente heeft als een lichaam met heel veel en allemaal verschillende lichaamsdelen die elkaar nodig hebben en versterken:dia 4
oog en oog, hand en voet, hart en hoofd, die samen een levend lichaam vormen.
Zoals in dat bekende kinderliedje: Ik ben de hand en jij de voet.
Wij zijn allebei nodig. Wat ik niet kan, kan jij juist goed. Niemand is overbodig.
En wil ieder op eigen plek, met eigen gaven en met eigen beperkingen, zo optimaal
mogelijk kunnen functioneren, waarbij het sterke van de een het zwakke van de ander compenseert, en andersom, moeten we elkaar steunen en bemoedigen.

Dat zit allemaal in het thema voor deze Ontdekzondag 2017: Bemoedig elkaar.
Een aansporing die door heel de Bijbel heen naar ons toe komt, zeker ook in het onderwijs van onze Heer Jezus en in de brieven van de apostelen, zoals Paulus.
Dat die aansporing zo vaak langs komt, verraadt al dat het niet vanzelf gaat, dat
al te vaak we gauwer geneigd zijn voor ons zelf te gaan en op onszelf te staan,
en dan de ander links te laten liggen vooral als het iemand is die ingewikkeld in elkaar zit, die moeilijk is of moeilijk doet, die weinig te bieden heeft en veel zorg
en aandacht vraagt – wat van ons geduld vraagt, tijd, inlevingsvermogen – zo maar zijn we als die priester of leviet die met een boog om de gewonde heenliepen, want
ze waren druk en ze hadden haast en stel je voor dat ze aan die ander hun handen vuil zouden maken – onrein zouden worden zodat ze de tempel niet binnen mochten-
en wie weet zullen ze mij ook pakken – er komt vast wel iemand anders langs – dia 5
en daar hebben we toch professionele hulpverleners voor – je kunt toch niet de hele wereld op je nek nemen – en in de kerk hebben we toch ouderlingen en diakenen om bij de zwakken en zieken en probleemgezinnen en randleden op bezoek te gaan….

Lang is zo binnen de kerk gedacht en gedaan, en blijkt een hardnekkig misverstand.
Maar in de verzen uit 1 Tessalonicenzen die we gelezen hebben, helpt Paulus ons
en een paar duidelijke zinnen uit de droom – ik lees ze nu even uit de NBV:
“Wij sporen u aan, broeders en zusters, iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost
(of, anders vertaald: hen die ordeloos leven) terecht te wijzen, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben”.
Dat wordt niet gezegd tegen ouderlingen of diakenen, maar tegen ons allemaal, als
allemaal onderdeeltjes van dat ene lichaam, levende steentjes van het huis van God.
Met dus een verantwoordelijkheid voor elkaar, voor die ander ook die het moeilijk heeft, die een nare periode meemaakt, die meer of minder duidelijke beperkingen
heeft, die er alleen bvoor is komen te staan, het alleen niet redt, of verlies meemaakt.
Ja, en ook als het de ander goed gaat, als je iets te vieren hebt, is meeleven mooi.
Ook dat lazen we bij Paulus: “Als één lid van het lichaam pijn heeft, voelen alle andere delen die pijn ook. En als één deel van het lichaam extra goed verzorgd wordt, genieten alle andere delen daar ook van..Zo is het ook met jullie.” Toch?
dia 6
Het is dus heel Bijbels om de nadruk te leggen op de betrokkenheid en aandacht
en verantwoordelijkheid die we als het goed is als gemeente hebben voor elkaar.
Ik las: “In het verleden viel de praktijk van het kerkenwerk, inclusief het pastoraat,
vaak samen met het werk van predikanten, ouderlingen en diakenen….Het is de winst van de laatste decennia dat we ontdekt hebben: de kerk…dat zijn wij! Alle leden van de gemeente van Christus zijn geroepen tot dienen en delen en hebben een pastorale taak”. Dat staat in een Handboek voor pastoraat in de chr.gemeente.
Onze nieuwe kerkorde begint ook waar het omzien naar elkaar bij de gemeente:
“De gemeente vervult met de haar geschonken gaven de dienst in kerk en wereld waartoe Christus haar roept.” En over dominees, ouderlingen en diakenen staat er:
“De ambtsdragers stimuleren haar daartoe en gaan haar hierin voor”. In veel kerken speelt veel van het onderling omzien en dienstbetoon zich steeds meer af in kleine groepen of wijkkringen, en zijn ouderlingen en diakenen coördinerend en sturend.
Dat is geen nieuwlichterij of afschuifsysteem maar in de lijn van het Bijbels onderwijs, lees Paulus als hij schrijft over mensen met een bijzondere taak in de kerk, namelijk
“om de heiligen (=de gelovigen) toe te rusten voor het werk in zijn dienst”. (Ef. 4:12)
Dus niet om de taken van de gemeente over te nemen maar om ons erbij te helpen.
Het doel staat er meteen achteraan: zo wordt het lichaam vanChristus opgebouwd.

Precies datzelfde vinden we in de kerntekst van vanmorgen, over dat bemoedigen.
Paulus koppelt de oproep om elkaar moed in te spreken, elkaar te bemoedigen aan
de aansporing: en bouwt elkaar op – zo staat het er letterlijk, en ook in de NBG-1951 en de HSV – andere vertalingen hebben het over elkaar helpen of tot voorbeeld zijn.
Dat is ook een goede zaak maar je mist het Bijbelse beeld van het bouwen, van het opbouwen van je eigen leven en vooral: het bouwen aan de tempel van de H.Geest.
Dat is niet alleen maar iets van samen dingen doen: kerkdiensten, en activiteiten.
De HSV is hier heel precies: “en bouw de een de ander op”- dia 7 help die ander te
groeien, in zijn of haar persoonlijke ontwikkeling, en ook in zijn of haar geloof.
En dan helpt heel goed dat je die ander bemoedigt, en waar nodig troost – of
ook – als dat nodig is – opbouwend kritisch feedback geeft – vermaant.
Het is opvallend dat als je verschillende vertalingen naast elkaar legt, de ene vertaling zegt: ‘troost elkaar’, een andere ‘vermaan elkaar’, en weer een andere – zoals de HSV en de BGT – het heeft over bemoedigen, elkaar moed inspreken.
Het lastige voor vertalers is dat het Griekse woord dat allemaal kan betekenen.
Voor Bijbellezers en uitleggers is dat juist mooi, want zit allemaal in dat ene woord dat letterlijk zoiets is als ‘te hulp komen’, ‘erbij gehaald worden om te steunen’.
En dan hangt het af van de situatie en van de betrokkene wat vooral nodig is.
Zoals wat we net gelezen hebben met het oog op de gemeente in Tessaloniki:
mensen die uit de pas lopen, maarschappelijk of geestelijk, moeten jullie weer
in het gareel zien te krijgen, wie het niet meer ziet zitten of psychisch zwak is
moet je bemoedigen en opbeuren, wie zwak is moet je helpen en ondersteunen.
Pastoraat op maat zogezegd, en dat samen, door naast elkaar te staan – met –
en dat geldt over de hele linie – veel liefde en geduld: heb geduld met iedereen.
En dat vanuit een sterke motivatie – er staat bij ‘daarom’- en dat is omdat Jezus voor ons is gestorven en ‘opdat wij samen met Hem zouden leven” – let op dat ‘samen

Ja, en dat is dan ook wederzijds, dat bemoedigen, dat elkaar steunen en versterken.
En dus niet alleen dat de gezonde de zieke bemoedigt en de niet-gehandicapte
de gehandicapte – hoe vaak is het niet andersom, dat je van een bezoek in het ziekenhuis zelf bemoedigd thuiskomt, dat je onder de indruk bent van hoe die zuster omgaat met haar handicap, dat wie verstandelijk beperkt heet met zijn kinderlijk en blij geloof veel betekent voor de omgeving, dat je veel hebt aan de levenservaring
van die aan huis gebonden oudere, dat een moeilijk leven toch veel kracht uitstraalt.
Je gaat het ervaren door niet op een afstand te blijven of boven die ander te staan maar door er te zijn voor elkaar, naast elkaar te staan, en open te staan voor de ander en ook open te zijn over eigen zwakke punten, twijfels, vragen, zorgen.
En dan is bemoedigen niet alleen en meteen van alles zeggen, maar vooral een instelling, een houding, en een er zijn voor die ander die je nodig heeft, en in het besef dat jij ook die ander nodig hebt, en dat jij misschien morgen hulp gebruiken kunt – en denk ook weer aan dat liedje: wat ik niet kan, kan jij juist goed, of beter.
dia 8
Bemoedig elkaar, dat is ook af en toe een stukje meeleven, een vraag naar hoe het gaat niet als formele beleefdheid maar uit echte belangstelling; het kan simpel met een schouderklopje of een hartelijke opmerking, door bidden voor elkaar, en door
ook eens een complimentje af en toe: goed gedaan, wat was dat mooi, bedankt!
Thuis begint het al: naar je kinderen, naar man of vrouw, naar vader of moeder.
En op het werk, en ook in de kerk: ook eens waardering uiten voor wat goed is,
en niet alleen zeggen wat niet goed ging, laat staan altijd negatieve kritiek, die
niet opbouwt maar de ander en ook de onderlinge band alleen maar afbreekt.
Dan kunnen we vooral veel leren van wie wij beperkt noemen, maar die vaak blij
zijn met het kleine van elke dag, blijheid uitstralen, en gewoon zichzelf zijn.
Dan kunnen we veel betekenen voor elkaar, en positiviteituitstralen en doorgeven
aan anderen dichtbij en verder weg: thuis, op ons werk, op school, onder vrienden.

Binnenkort is het 1 maart en dat is tegenwoordig Nationale Complimentendag.dia 9
Een dag om mensen om je heen eens heel speciaal positief te verrassen.
Best aardig maar waarom zou je dat na die ene dag een jaar lag niet meer doen.
Elkaar bemoedigen kan elke dag, zoals God elke dag ons bemoedigt en troost.

Laten we waarmaken wat we zingen: elkaar van harte dienen, zoals Christus deed.

amen
dia 10