Joh. 12: 14-16 ‘Wat een vreemde koning: Koning op een ezel! (6e zondag Veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst 9 april 20-17 – Vecht en Angstelkerk
Zondag Palmarum = ‘Palmzondag’

Veertigdagenmoment
Votum en groet
Zingen: Ps. 118: 1,7,9 ‘Laat ieder ’s Heren goedheid prijzen’
Gods leefregels Lev. 19
Zingen: Ps. 24: 1,2,3 ‘De aarde is, met al wat leeft..’
Gebed
Zingen: KOW 247 “Ik wil doen wat u zegt

Ik wil doen wat U zegt,
want ik houd van U
en U weet wat het beste is voor mij.
Als ik speel, als ik slaap,
als ik zing zoals nu,
bij alles wat ik doe hoort U erbij.

‘k Wil U volgen Heer,
alles samen met U doen.
Nee, ik heb geen geheimen meer voor U.
Ik wil doen wat U zegt,
want ik houd van U
en U weet wat het beste is voor mij.

Profetenlezing: Zacharia 9: 1-10
Zingen: Ps. 24: 4,5 ‘Omhoog, o poorten, nu omhoog’
Evangelielezing: Johannes 12: 12-19
Zingen: Gz. 40: 1,2,4 GK ‘Welkom.welkom, koning Jezus’
Verkondiging: Joh. 12: 14-16 ‘Wat een vreemde koning: Koning op een ezel! ’
Zingen: Gz. 552: 1,2,3 NLB ‘Dit is een dag van zingen’

1.Dit is een dag van zingen!
Voorgoed zijn wij bevrijd.
Gods kracht zal ons omringen,
Zijn liefde duurt altijd.
Ontsloten is de poort
Scharnierend op de vrede,
wij zullen binnentreden
en leven ongestoord.

2 Zijn intocht werd tot teken,
tot hoeksteen van het recht;
van vrede kwam hij spreken,
van leven warm en echt.
Gezegend is zijn naam.
hij heeft aan ons zijn leven
tn liefde doorgegeven
Tot grond van ons bestaan.

3 Dit is een dag van zegen,
een dag van feest en licht,
van palmen hoog geheven,
van zon en vergezicht.
Geef ons vandaag de moed
het met uw naam te wagen,
uw vrede uit te dragen.
Loof God, want Hij is goed!

Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 98: 1,3,4 Liedboek ‘Zing een nieuw lied voor God de Here’
Zegen
Amen

dia 1
Gemeente van onze Heer, broers en zussen in het geloof,

Stel dat je leider van een land zou zijn – president, koning – of van een leger, en je zou de opdracht geven of krijgen om een ander land te veroveren, hoe zou je dat dan aanpakken, wat voor middelen zou je dan inzetten?
Gaat niet gebeuren natuurlijk, maar probeer dat vreemde scenario je in te denken.
Ik denk dat ik de antwoorden wel kan verzinnen: dan heb ik wel een leger nodig, met tanks en ook vliegtuigen, en met bommen – en natuurlijk veel goede soldaten.
Zeker als de tegenstander ook een stevig leger heeft, gaat het niet zomaar, en zal er veel geweld gebruikt worden en zullen veel slachtoffers vallen – vreselijk allemaal.
We hoeven alleen maar aan landen als Irak en Syrië te denken, en je huivert.

Een land veroveren, als overwinnaar belangrijke steden van dat land binnentrekken, dat is door heel de geschiedenis heen telkens gebeurd- even twee voorbeelden van korter en van heel lang geleden: de Duitsers in 1940 dia 2 – de Romeinen voor en ook in de tijd van de Heer Jezus – dia 3 – altijd weer soldaten, wapens, vechten.
En ook in onze eigen tijd draait veel om macht en geld, slimme politiek, en geweld: Rusland tegen het Westen, China tegen Amerika, partijen en bevolkingsgroepen die elkaar beconcurreren, naar het leven staan, of zelfs letterlijk de tent uitvechten.
Ja, en er zijn ook al te veel machthebbers die als dictators geen tegenspraak dulden en geen respect hebben voor minderheden, andersdenkenden, en vrije geesten.

Jezus tekent in een paar woorden die harde werkelijkheid: “Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken”. En dat zei de Heer kort voordat Hij zelfs als koning werd toegejuicht en binnengehaald – met daarbij de les voor wie Hem wilden volgen, als burgers van het rijk met Jezus als de koning:
“Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn – zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen” –zo staat dat in Matt. 20: 25-28.

En dat als reactie op de vraag van de leerlingen Jakobus en Johannes – via hun moeder – om de beste regeringszetels straks naast Jezus op de troon in zijn rijk, en de woedende reactie daarop van de andere leerlingen: alsof jullie belangrijkerzijn dan wij, hoe durven jullie het te vragen, en wij dan….ik dacht dat ik toch ook… Hoe menselijk, toch, want wie wil nou niet gezien worden, van belang zijn, winnen, scoren?

Ja, en weer die vraag: als je wilt scoren,wilt winnen – een oorlog of heel wat kleinere deals/wedstrijden/doelen in je leven, dan moet je sterk zijn, en zo niet: slim zijn… En kom je niet ver als je de minste moet willen zijn, dienstbaar, ondergeschikt….Zoals je toch niet een stad verovert, een volk onderwerpt, ongewapend, op een ezel..
dia 4
Dat vraagt een heel andere manier van denken, van rekenen, van leven – en dat zit niet in onze genen en past niet bij hoe de wereld in elkaar zit – is naief, idealistisch. Dat weet de Heer ook wel, vandaar dat de Bijbel vol is van in mensenogen dwaze en irreële verhalen en uitspraken, want Gods gedachten zijn anders dan die van ons, en zijn werkelijkheid staat vaak haaks op die van ons – maar is toch het echte leven.
Ik denk aan het boek Spreuken, vol van de meest uiteenlopende doordenkertjes, zoals ook deze: “Beter een geduldig mens dan een vechtjas, beter zelfbeheersing dan een stad innemen” (Spreuken 16: 32) – of: “wie zichzelf overwint is sterker dan iemand die een stad inneemt” dia 5 – dat is vechten met jezelf, met je trots, je angst. Want de minste zijn, durven verliezen, de ander dienen, zit niet in meer onze genen….

Maar, als je kijkt naar hoe God ons mensen heeft gemaakt en bedoeld, dan is dat vanaf waar God met ons mensen begon toch wel zo.
Helemaal in het begin al gaat het over de mens die naar Gods evenbeeld geschapen is om – zeker – te heersen over wat God geschapen heeft, maar dat dan concreet gemaakt met de opdracht om dat geschapene te bewerken en te bewaren, en dat houdt zorgzaamheid in en dienstbaarheid, respectvol, en verantwoordelijk t.o. God.
Ook na de opstand van de mens die zijn val werd – zonde-val – blijft God de mens eraan herinneren en eraan houden, zoals na de zondvloed als God verbiedt om elkaar het leven te ontnemen want ‘God heeft de mens naar zijn evenbeeld gemaakt’
Voor koningen en andere regeerders betekent dat een bescheiden plek: niet je kracht zoeken in wapens maar op God vertrouwen, en vrede en recht bevorderen:
“Andere mensen vertrouwen op hun leger, maar wij vertrouwen op de Heer, onze God” (Psalm 20); “Een koning wint een oorlog niet met zijn leger. Soldaten hebben niet genoeg aan hun kracht. Paarden kunnen een mens niet redden, ook al zijn ze nog zo sterk. Maar de Heer helpt mensen die Hem vereren, en die vertrouwen op zijn liefde” (Ps. 33); “Sterke soldaten geven de Heer geen vreugde, een machtig leger doet Hem geen plezier. Maar Hij is blij met mensen die Hem ere. Hij houdt van mensen die op Hem vertrouwen” (Ps. 147).Koningen van Israël mochten ook daarom niet veel paarden aanschaffen – wij zouden zeggen: niet een sterk leger hebben.

Nou, met dat in het achterhoofd gaan we terug naar die bijzondere optocht in Jeruzalem: Jezus en zijn leerlingen en andere volgers die enthousiast worden binnengehaald in Jeruzalem en toegejuicht door zingende aanhangers die met takken zwaaien als waren het vlaggen: “Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël”. En: hosanna, hoera, voor de zoon van David!
dia 6
Hoge verwachtingen dus van Jezus, iets als een doorbraak: de messias-koning! Johannes vertelt er bij dat vooral de enthouasiaste verhalen van de mensen die kort ervoor hadden meegemaakt dat Jezus zijn vriend Lazarus uit het graf had terug-gehaald, de massa op de been bracht – een nieuw lied zingt ervan: ‘De ezelruiter! Kijk die ezelruiter, is dit de intocht van een vorst? Dan mag je meer van hem verwachten. Dan komt wie veel had straks tekort, en krijgt wie niets had nooit meer dorst. De wonderdokter! Kijk de wonderdokter. Wie ziek is wordt op slag gezond. Ons land zal straks een paradijs zijn, het woord Hosanna fluistert rond. Nu hoopt het hart. Nu zingt de mond…..De meute aan zijn voeten lacht, en rolt een loper uit van jassen. Hosanna! Zing en dans en lacht! Hosanna! Hoop is aan de macht!.
dia 7
Hoop, ja maar waarop….op genezing voor iedereen, en een dag van overwinning.. Weg met die vreselijke Romeinen, ons land weer een paradijs…de gouden eeuw van lang geleden komt terug…..Israël zal weer groot zijn…leve de zoon van David, hoera!
Ja, maar Jezus op die ezel weet beter…en zijn leerlingen kunnen beter weten….want onderweg nog had Jezus herhaald wat hem te wachten stond: verraad, arrestatie, veroordeling….en het arrestatiebevel was door de leiders al getekend…en Judas dacht al na hoe hij zijn meester kon verraden….en Jezus zei in het zicht van de stad onder tranen: had je maar geweten wat/wie jou echte vrede geeft, maar helaas
dia 8..
Ik las: “Het volk lijkt het te snappen. Hier rijdt de zoon van David. Maar klopt hun beeld van deze koning wel, is dít de afstammeling van de grote koning?”
Ja, het klopt wel precies met die oude profetie van Zacharia over een koning die nederig komt aanrijden op een ezel, en die juist zo de overwinning zal behalen. Maar Johannes vertelt als hij later zijn evangelie schrijft en ook op die intocht terugkijkt dat zelfs hij en de andere volgelingen toen niet de betekenis ervan begrepen en niet de link naar die profetie konden leggen: “later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hém geschreven was,
en dat dit ook zo gebeurd was”.

Toen dit gebeurde, was het niet wat je van een koning verwachten zou, zeker niet van een koning die zijn troon en kroon moest bevechten op zijn vijanden. Matteüs onderstreept dat nog als hij het heeft over dat jonge ezeltje als “het jong van een lastdier” – je gaat toch niet op een pakezeltje voor de troepen uit – een generaal voert toch niet zijn leger aan vanuit een smartcar of een op omafiets?
Let er daarom op dat niet zijn aanhangers bedacht hebben om Jezus op een ezel de stad binnen te brengen, maar dat Jezus het allemaal zelf heeft geregeld, en dat Hij daarmee zijn program demonstreert en zich presenteert als niet een vechtjas maar als de vredekoning, die komt om te dienen en zijn leven te geven – die niet de macht grijpt ten koste van het bloed van zijn vijanden en zijn eigen soldaten maar die als de machteloze gaat lijden en sterven en zo het koningschap van God ontvangt.
dia 9
Precies zo gaat die bijzondere profetie van Zacharia in vervulling, over die vreemde tegendraadse koning die zachtmoedig is en vredelievend, die aankomt op een ezel, en die ongewapend alle tot de tanden bewapende tegenstanders ontwapent, en om te beginnen zijn eigen volk de wapens uit handen slaat: “Ik zal de strijdwagens uit Efraim verjagen en de paarden uit Jeruzalem; de bogen worden gebroken”….en dan zou je denken dat je dan een prooi wordt voor wie loeren op je leven, maar nee: “Hij zal vrede stichten tussen de volken. Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee, van de Rivier tot de einden der aarde”….Het wordt Pinksteren, dankzij Goede Vrijdag en Pasen…en overal waar Jezus Heer wordt, wint de liefde en begint er vrede. Weer dat lied: “De vredeskoning! Kijk die vredeskoning. Hosanna krijgt de overhand. Nu glanst de hemel, bloeit het land….inderdaad: Hosanna! Hoop is aan de macht.

O nee, niet meteen als bij toverslag, en niet vanzelf, het gaat door diepe dalen,. Even later, als die koning niet voldoet aan de hooggespannen verwachtingen van de meute en hun leiders, schreeuwen ze Hem naar het kruis, ruilen ze die zwakkeling in voor een straatvechter en kiezen ze tegen wie eerst hun koning was voor de keizer, want wat is nou een koning zonder zwaard, kruis hem, stuur hem de poort maar uit.
En wees nou eerlijk, wat verwacht je nog van een man aan een kruis en in een graf? De boodschap dat dat kruis en dat graf de redding van de wereld was, is en blijft – om het met Paulus te zeggen – voor de een aanstootgevend en voor de ander lachwekkend, en voor elk mens van huis uit levensvreemd en wereldvreemd.
dia 10
Waarschijnlijk de oudste spotprent is die waarop een heiden de christen Alexamenos uittekent als een dwaas die knielt voor een ezel aan een kruis – wat een ezel ben je dan als je in een God aan een kruis gelooft, die venijnige spot spat daarvan af…..

Ja maar, dat is nou Gods vreemde maar echte wereld: liefde wint van de haat. Gods werkelijkheid is dat Jezus nog altijd heer is van miljoenen, wereldwijd….en dat Rome allang zijn tijd heeft gehad, en Hitler ook, en Stalin, en dat we zeker weten dat ook de dagen van al die andere dictators en vechtjassen en idealisten geteld is, maar dat het rijk van Jezus, de wereld van God, blijvend is en de toekomst heeft. En dus doe je er goed aan Hem te volgen en als hij te dienen en uit te zijn op vrede.
Kijk, die ezelruiter! Ja, dít is wel de intocht van een vorst, van de Koning! Dan mag je nog veel meer van hem verwachten. Dan komt wie veel had–en dat alleen voor zichzelf gebruikte, straks tekort en krijgt wie niets had nooit meer dorst. dia 11

amen

Johannes 8: 34-36: Jezus maakt echt vrij! (5e zondag Veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst zondag 2 april 2017
Zondag ‘Iudica’ (Doe mij recht, o God – Psalm 43: 1)

Votum en groet
Zingen: Ps. 43: 1,3,4 ‘
Wet (Ex. 20)
Zingen: Ps. 65: 2
Gebed
Schriftlezing: Johannes 8: 30-59
Zingen: Gz. 30: 1,2,3,7
Verkondiging: Joh. 8: 34-36 ‘Jezus maakt echt vrij’
Zingen: NLB 911: 1,2,3 ‘Rots waaruit het leven welt’
Gebed
Collecte
Zingen: Lied 305: 1,2 ‘Waar Gode Heer zijn schreden zet’
Zegen

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

dia 1
Waarom heten onze kerken eigenlijk Gereformeerde Kerken vrijgemaakt?
Ik weet dat meer dan een oudere onder ons dat je wel zou kunnen vertellen.
Dat is anders voor jullie jongeren: wie van jullie weet wat ‘vrijgemaakt’ is?
Stel dat je dat wordt gevraagd, op school b.v., heb je er een antwoord op?

Het is mijn bedoeling niet een lesje kerkgeschiedenis te geven vanmorgen.
In elk geval zal het iets te maken hebben met vrij worden van wat onvrij maakte.
Het gaat terug op de jaren 1944-1945 toen Nederland bezet was en in oorlog,
en in diezelfde tijd in de toen Gereformeerde Kerken van hogerhand dingen
werden besloten en aan de kerken en aan de professoren en de dominees
werden opgelegd : zo moet je denken en dit moet je preken en anders mag
je geen professor of dominee of ouderling meer zijn, en moet je de kerk uit.
Dat ging over de doop en de beloften van God in zijn verbond – het voert
te ver om dat allemaal uit te leggen – vanmorgen is genoeg om nog eens te
beseffen dat toen veel kerkleden opkwamen voor de vrijheid om te denken
en te preken wat je op grond van wat God in de Bijbel zegt mag geloven:
ze ‘maakten zich vrij van de dwang van menselijke regels en menselijke uitleg.
dia 2
Helaas zijn ook de kerken die vrijgemaakt gingen heten, later niet ontkomen
aan toch weer binding aan menselijke regels en gewoonten, en kwam er in
de jaren erna weer onderlinge strijd en éen scheuring – daar zijn de kerken
uit voortgekomen die Nederlands Gereformeerde Kerken zijn gaan heten.
Gelukkig is er openheid om wat toen gebeurde open en eerlijk te bespreken,
en waar onrecht is gedaan dat te erkennen en breuken weer te helen.
En is de hopelijk de les dat we zuinig moeten zijn op de vrijheid die Christus
belooft en geeft, en we als kinderen van Vader in de hemel elkaar als broers
en zussen in het geloof te steunen en vooral goed te luisteren naar elkaar
inplaats van voor de ander in te vullen moet hij of zij moet denken en doen.
Paulus schrijft: “Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven,
houd dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen”(Gal. 5: 1), en dan
gaat over regels die het ene kerklid wilde opleggen aan het andere kerklid, b.v.
dat de besnijdenis nog steeds moest en het vieren van de Joodse feestdagen
ook voor niet-Joodse christenen verplicht was, en meer van die regels, omdat
je anders geen goed christen was, wat tot verdeelheid in die kerken leidde.
Paulus is er scherp over: zo zet je de eenheid die er is als je samen verbonden
bent aan Christus op het spel, en zet je een streep door wat Christus gedaan
heeft om je te bevrijden van de zonde en van de veroordeling door de wet, en
dan is Christus eigenlijk voor niets gestorven, als het toch weer afhangt van
onze eigen inspanningen en van het je netjes houden aan allerlei regeltjes.

Nou, tegen diezelfde achtergrond staat wat Jezus zegt in onze tekstverzen,
Met als kernboodschap: Jezus maakt echt vrij! dia 3
In vers 32 gaat het over ‘de waarheid’ die bevrijdend is voor die aanneemt.
En dan gaat het niet over iets vaags en ook niet over een bepaalde leer,
maar over de persoon van de Heer Jezus zelf door wie je God mag kennen:
“wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn” (vers 36).
‘Vrijgemaakt’ slaat zo gezegd op iedereen die zich door Jezus laat redden.

Kijk, en dat was nou precies waar veel mensen in Jezus’ eigen tijd en onder
Jezus’ eigen volk niet van overtuigd zijn en waar ze niet aan wilden: en het
is waar ook in onze tijd heel veel mensen niet van weten of willen weten; en
laten we eerlijk zijn: wat wij wel zeggen te geloven want het staat in de Bijbel
en – voor wie er nog wat van weet en wat mee heeft – in onze belijdenis, maar
in de praktijk is het lastig in te vullen en het handen en voeten te geven, dat we
het nodig hebben – steeds weer – door Jezus bevrijd te worden: van onszelf,
van wat ons gevangen houdt of opjaagt of juist blokkeert, vooral: van de zonde=
wat tussen God en ons, en tussen ons en anderen in staat, waardoor we ons
doel niet bereiken en niet tot onze bestemming komen, wat onszelf en ook
anderen schade doet, waar we maar niet af komen – verslavingen b.v. aan
noem maar op, van dingen en mensen die groeien in geloof in de weg staan.
En dat kan ook met goede bedoelingen en de Bijbel in de hand, als we b.v.
elkaar niet de ruimte geven om te groeien, als we stilstaan i.p.v. te groeienl
dia 4 Jezus koppelt het aan leerling zijn: en wie echt leert, komt verder, groeit.
Dus u beweert dat wij vrijgemaakt moeten worden, dat U ons komt bevrijden?
Alsof wij slaven zijn, en niet vrije mensen, vrije kinderen van vader Abraham!
Het klinkt verontwaardigd, van mensen die zich aangevallen en ondergewaardeerd voelen: “Wij zijn nakomelingen van Abraham en we zijn nooit iemands slaaf
geweest – hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden.”
Natuurlijk weten deze Joden ook wel dat hun volk in de loop van de tijd meer
dan een keer slaaf is geweest – denk aan de tijd in Egypte – en te lijden heeft
en had onder bezetting door een vreemde overheerser – Assyrië, Babel, Rome.
Maar ook dan bleven ze een trots volk dat zich vrij en onafhankelijk voelde.
We kennen de voorbeelden uit de Bijbelse geschiedenis van mensen die weigerden te knielen voor mensen omdat ze alleen God boven zich erkenden: de vrienden van Daniël die weigerden voor het beeld van Nebukadnezar te knielen, dia 5 Mordechai die bleef staan als Haman langs kwam – en in de tijd van de vrijheidsstrijd door de
Makkabeeën zei een van hun bevelhebbers dat Joden alleen God dienen en zic
daarom nooit hebben laten knechten door wat voor vorm van slavernij ook.
Nou, en blijkbaar voelden ze zich in die nationale en religieuze zelfverzekerdheid gekwetst als die rabbi uit Nazaret beweert dat wij bevrijding door Hem nodig hebben.
Zoals het voor elk mens confronterend is te erkennen dat je het alleen niet redt om
b.v. van een verslaving af te komen, of vn financiële problemen, van moeilijke kanten in je karakter,van aangeboren of aangeleerde slechte eigenschappen; van de zonde.

De apostel Petrus zet in zijn brief scherp neer hoe misleidend het kan zijn als een mens zich vrij voelt om te doen en te laten wat hijzelf wil en goed vindt – Petrus waarschuwt voor mensen die je dat proberen wijs te maken: “Ze beloven vrijheid, maar zijn zelf slaven van het verderf, want waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf. En als zij die zich door hun kennis van onze Heer en redder Jezus Christus hebben losgemaakt van het vuil van de wereld, daar weer in verstrikt raken en er opnieuw door worden beheerst,zijn ze er erger aan toe dan voorheen” (2 Pet.2.19)
De Heer zegt precies datzelfde in zijn woordenwisseling met de Joden in de tempel:
“iedereen die zondigt, is een slaaf van de zonde” –dia 6 kwaad is verslavend, je komt er niet op eigen kracht van af, en het is nog besmettelijk ook, en het kwaad trekt alle verhoudingen scheef want je kunt denken goed bezig te zijn en toch veel kwaad aan te richten, tot schade en schande van jezelf,mensen om je heen, en de samenleving.

Nou, heel dreigend hing dat in de lucht toen Jezus dat zei, nota bene in de tempel.
Je wrijft je ogen uit als je het leest: “Ik weet wel dat u nakomelingen van Abraham bent. Toch wilt u mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat Ik zeg”. En: “Als u echt kinderen van Abraham bent, zou u moeten doen wat Abraham deed. Maar nee, u wilt mij, iemand die u de waarheid heeft gezegd die hij van God gehoord heeft, doden – zoiets heeft Abraham niet gedaan”. Dus van Abraham afstammen redt een mens niet – dat je uit een kerkelijke familie komt, helpt op zichzelf een mens niet –
het gaat erom dat je het geloof van Abraham deelt, dat je zijn voorbeeld navolgt,
dat je leert van je ouders, je opa, je oma, wat leven met God is, en hoe God er voor je wil zijn, en wat het betekent om christen te zijn in je gezin, op je werk, in je buurt.
En dat niet krampachtig, omdat het zo hoort of van je verwacht wordt, of uit angst
dat het anders verkeerd gaat of slecht met je afloopt, maar als vrij mens, als mens
die bestemd is om te leven voor God en die tot geluk van anderen geschapen is.
Vrij niet om eigen zin te doen en eigen belang na te jagen, maar vrij om lief te hebben en het goede te doen, om door God gezegend tot een zegen te zijn.

Jezus maakt echt vrij, in tegenstelling tot wat allemaal vrijheid wordt genoemd.
Je kan b.v. denken aan begrippen als vrijheid van meningsuiting wat vaak wordt
uitgelegd als mogen zeggen wat je denkt, en zelfs mogen schelden en beledigen.
De partij voor de vrijheid wil opkomen voor een Nederland dat eigen belangen voorop zet en eigen zaken kan regelen, zonder inmenging van b.v. Europa, en
vrij van wat wordt gezien als vreemde invloed b.v. van de Islam of van mensen
met andere gewoonten en een andere cultuur: Nederland moet weer van ons zijn.
De VVD heeft ook het woord vrijheid in de naam en dan is het vooral vrije markt
en vrijheid van staatsinmenging, en vrijheid om met eigen auto hard te rijden….
Er zitten allemaal best kernen van waarheid in maar het is zomaar vooral mijn vrijheid of onze verworvenheden als Nederland die ‘ze’ niet mogen afpakken.
Met alle gevaar dat het verwordt tot egoïsme: ik eerst, eigen volk eerst – en dat
de ander uit beeld raakt of zelfs tot bedreigend of tot vijand wordt: wij – zij.
En zo juist van echte vrijheid niets terecht komt en je in de greep komt van angst of zelfs haat, van vermeende eigen rechten of gevangene van je eigen zgn. gelijk.
Wat wrang dat de partijleider voor de vrijheid de strengst beveiligde Nederlander is.
Maar als de Bijbel het over vrijheid heeft – werkelijke vrijheid – ademt dat een heel andere sfeer, ik denk weer aan de apostel Paulus,in Galaten 5: 13: dia 7“Vrienden, God wil dat jullie als vrije mensen leven. Maar gebruik die vrijheid niet om toe te geven aan slechte verlangens. Gebruik die vrijheid om met liefde voor elkaar te zorgen. Dan doe je ook precies waar het in de wet om gaat. Want eigenlijk gaat de hele wet over deze regel: ‘Houd evenveel van de mensen om je heen als van jezelf’.”
dia 8 vraagt concrete keuzes, tegen het slechte en voor het goede
Jezus heeft het over werkelijk vrij zijn, echte vrijheid, tegenover allerlei zogenaamde vrijheden die uiteindelijk binden aan wat onrust geeft, opjaagt, of zelfs kwaad doet.
B.v. als mijn zogenaamde vrijheid de ander in zijn vrijheid en ruimte belemmert – of
als ik vooral of zelfs alleen me druk maak om mezelf of mijn eigen belangen, bezig
mezelf neer te zetten en waar te maken, of krampachtig vasthoudt aan wat ik gewend ben en volgens mij zo hoort, terwijl ik denk dat het zo moet van God.
Zoals die oudste zoon in dat verhaal van Jezus ervan overtuigd was goed bezig te zijn, heel anders dan die losbol van een broer die alles erdoor had gejaagd en voor
wie bij thuiskomst ook nog een groot feestmaal georganiseerd werd – wat oneerlijk:
“al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets
opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden
feest te vieren” – hoe zielig klinkt dat, verongelijkt, en vooral verschrikkelijk jaloers:
“maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan
de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht” …heeft hij niet een punt….
Zijn vader vindt van niet, er klopt niks van, zijn zoon doet alsof hij een slaaf is die
alleen maar werken moet en plichten heeft…..maar jij bent toch ook mijn zoon,
de hoofderfgenaam zelfs: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is,
is van jou…Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.“
dia 9
Het is het grote en indrukwekkende vervolgverhaal van Gods Vaderliefde, die zover ging dat Hij zijn eigen lieve Zoon naar deze aarde stuurde om al die weggelopen en hopeloos verloren zonen en dochters te zoeken, te redden, en thuis te brengen.
herkenden als in zichzelf verloren kinderen van de Vader, maar dat ze claimden recht te hebben op de plek in het gezin van vader omdat ze toch van Abraham afstamden.
Alsof dat niet puur genade was, Gods onverdiende keus, alleen door Gods liefde.
En alsof niet elk mens het nodig heeft vrijgemaakt te worden van zonde en schuld.
Het gevaar kan ook ons bedreigen dat we denken wel een streepje voor te hebben bij God omdat we gelovige christenen zijn, gereformeerd zelfs, en oppassende lui…
Neem dan de waarschuwing van Johannes de Doper ter harte: dia 10 “Denk niet meteen bij jezelf: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken.” (Matt. 3: 9). En Jezus waarschuwt: “Ik zeg jullei dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis” (Matteüs 8: 11-12), en dat was toen een niet-Joodse officier meer vertrouwen in Jezus had dan zijn eigen volk:”Ik verzeker jullie:bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden!”.

Het maakt ons bescheiden: oordeel niet te gauw over wel of geen geloof bij anderen,
voor je het weet ben je ook zo’n oudste zoon of dochter die vooral met zichzelf bezig is en geen plek in zijn hart heeft voor die ander die God er ook bij wil hebben, en die
niet meer echt van genade leeft, en niet wat echte vrijheid is, die je hebt als Gods kind….Jezus koppelt het aan leerling-zijn: wanneer jullie bij mijn woorden blijven, zijn jullie werkelijk mijn leerlingen – dat is concreet: doen wat Jezus je voordeed – Hem echt volgen – en dan maakt dat je echt vrij – dan zal Jezus je echt vrijmaken.

Waarbij nog een mooi vooruitzicht naar ons toekomt dat wie echt kind wil zijn van de hemelse Vader voor altijd bij hem mag wonen, samen met Gods eigen zoon Jezus.
Want – zegt Jezus ‘een zoon (en een dochter natuurlijk ook) hebben voor altijd een plek in het gezin – je hoort er altijd bij, ook als je uit huis gaat en ver weg woont.
Dat is anders voor een knecht, een slaaf was dat toen – die komt en weer gaat.
Zo heeft een mens van huis uit geen recht om bij Gods gezin te horen, want elk mens is als het aan hem zelf ligt een slaaf van de zonde – en de zonde heeft geen wettige en blijvende plek op Gods aarde, laat staan in het huis van Vader in de hemel….maar wie door geloof bij Jezus hoort, wordt aangenomen tot Gods kind en
mag voor altijd, zelfs voor eeuwig, bij God zijn Vader wonen – in volle vrijheid.
dia 12
Bent u vrijgemaakt? Ik bedoel niet door een kerkkeus, maar dankzij Gods keus.
Dus niet iets om je op voor te laten staan, maar iets om verbaasd over te zijn
en heel dankbaar – voel je vrij en gun ook die ander de echte vrijmaking!
amen

Johannes 6: 15: Wil Jezus geen koning worden? (4e zondag van de Veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst zondag 26 maart 2017
Zondag ‘Laetare’ (Jesaja 66: 10a en 11)
Votum en groet
Zingen: Ps. 122: 1,2,3
Tien Woorden opnieuw
Zingen: Lied 175: 1a,2m,3v,4a
Gebed
Schriftlezing: Joh. 6: 1-15 en 22-35
Zingen: Lied 463: 1,2,3 ‘O Heer die onze Vader zijt’
Verkondiging: Joh. 6: 15
Zingen: Gz. 57: 1,2,3 ‘Ik ben het levensbrood’
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 546: 1-5 Wees blijde nu, in ’t midden van het lijden
Zegen
—————————————————————————————————————-
Gemeente van Jezus die is de Christus=Gezalfde=Koning
dia 1
De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn weer achter de rug.
Verkiezingen waarbij de keus nog nooit zo groot was: bijna 30 partijen.
Verkiezingen waarbij er ook de keus was voor christelijke politiek.
Je kon zelfs – wat je er ook van denkt – uitdrukkelijk kiezen voor Jezus.
dia 2
Het was de leus van de politieke partij die zich noemt ‘Jezus leeft.nl’,
met programmapunten als kiezen voor leven, kiezen voor een groene
en duurzame samenleving, kiezen voor uit de EU, en kiezen voor Israël….
Het geeft te denken allemaal, de uitslag was voor hen erg mager….

We hebben gelezen wat er gebeurde ruim tweeduizend jaar geleden,
in Israël zelf, bij het meer van Galilea, toen Jezus zelf nog op aarde was.
Stel dat er toen verkiezingen geweest waren, en Jezus verkiesbaar was.
Hij had die verkiezingen in elk geval in de kieskring Galilea overtuigend
gewonnen, want wie wil nou niet zo’n veelbelovende leider die massa’s
kan voorzien van levensonderhoud, die niet alleen belooft maar wat Hij
belooft ook kan waarmaken, en die al je problemen in een handomdraai
kan oplossen: geen honger meer, geen ziekten meer, geen dood meer.
Stel je voor dat vandaag een politieke partij dat zou beloven en zou doen.
Ik denk dat ze met overtuigende meerderheid alleen konden gaan regeren

Nou, zoiets kwam op gang na dat geweldige wonder van Jezus daar op
de berghellingen rond het meer van Galilea: eten in overvloed voor een
paar duizend mensen, vanuit dat armzalige begin van één lunchpakketje.
Het gerucht zoemde rond door de massa: dit is vast de beloofde profeet!
En alles wees erop dat ze Jezus onder druk wilden zetten – er staat zelfs:
Hem wilden dwingen met hen mee te gaan – om Hem koning te maken.
Ja, want wie wil nou zo’n koning niet, niemand zorgt toch beter dan hij?
Waarop Jezus de mensen de mensen liet en zich terugtrok op de berg. dia 3
Kies voor Jezus, was de leus, maar Jezus stelde zich niet verkiesbaar.
Om erachter te komen waarom Jezus zich niet liet meeslepen door het enthousiasme van de mensen die overal achter Hem aan kwamen en Hij zo geen koning wilde
worden, moeten we eerst beter in beeld krijgen wat er eigenlijk op die berg gebeurde.
Deze keer was het niet Jezus die de mensen opzocht voor onderwijs en wonderen.
De andere evangelisten die vertellen van dat eten geven aan al die mensen, vertellen nog duidelijker dan Johannes dat Jezus vanuit de hectiek van Judea
zich terugtrok in de heuvels van Galilea, samen met zijn discipelen die in zijn
opdracht stad en land waren rondgetrokken met de boodschap van Jezus.
In Marcus 6: 31 staat dat hun Meester hen en zichzelf pauze gunt: “Kom, we
gaan naar een stille plek om wat uit te rusten”. Daar was alle reden voor, “want”
(vertelt Marcus erbij, gehoord van Petrus die er zelf bij was) “er kwamen steeds
zo veel mensen, dat Jezus en de leerlingen niet eens even konden eten”.
Neem dat ook maar mee naar uw eigen misschien wel drukke en hectische leven
dat Jezus en God zijn Vader ons rust gunt, dat de boog niet altijd gespannen kan
en hoeft te zijn, en dat als je vertrouwt op Vaders goede zorgen, ja ook leert om
los te laten, je te ontspannen, en dat je ook niet alle kaarten hoeft te zetten op
een zo goed en gerieflijk mogelijk leven hier en nu – wat juist dat verhaal dat we
vanmorgen met elkaar lezen en voor ons is opgeschreven, ons mee wil geven.
dia 4
Maar om naar het begin van dit gebeuren terug te gaan: de rust werd Jezus en zijn vrienden niet gegund – nog even de vertelling van Petrus via de pen van Marcus:
“veel mensen zagen hen wegvaren en begrepen waar ze heengingen; overal vandaan liepen mensen snel naar die plek toe, ze waren er nog eerder dan de
leerlingen” (Marcus 6: 33) – en dan zou Jezus Jezus niet zijn als Hij niet er
weer helemaal was voor de mensen: “toen Jezus uit de boot stapte, zag Hij al die mensen staan; Hij kreeg medelijden met hen, want Hij dacht: het lijken wel schapen zonder herder”- en dan zul je maar de Goede Herder zijn die zelfs zijn leven voor
zijn schapen over heeft – Jezus ging weer vertellen over God en zieken genezen.
Volgens Johannes trok vooral dat de mensen aan: “een grote menigte mensen volgden Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed”.
En weer: wie zou dat niet snappen, je zult maar al lang ziek zijn, opgegeven zijn,
of iemand uit het gezin of de familie hebben die tob met allerlei kwalen, dan heb
je er toch alles voor over om naar die beroemde dokter te gaan, wat het ook kost..
ja en bij Jezus kost het ook niet eens geld, alleen tijd en een soms verre reis…..
je voelt zelfs de honger niet want je wilt alleen dat ene: naar die Jezus toe…

Maar de Heer weet als geen ander wat een mens nodig heeft, als zelf ook mens.
Ja, en als zeg maar de Gastheer van die duizenden mensen voelt Hij zich niet
alleen verantwoordelijk voor hun geestelijk maar ook voor hun lichamelijk welzijn.
Ook dat hoort bij een goede herder, zegt Hij zelf: “Ik ben de goede herder. Zoals
een herder voor zijn schapen zorgt, zo zorg Ik voor de mensen die bij mij horen”.
Letterlijk staat in Joh.10: 10: “Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed”.
dia 5
Wat dan opvalt in het vervolg, dat is dat deze herder niet maar als in een handomdraai genoeg eten op tafel zet voor al die mensen, maar dat Hij mensen erbij inschakelt, want het gaat niet om een stunt maar om een teken dat geloof vraagt.
Ja, en ook dat de Heer altijd aansluit bij wat er al is, en mensen zelf al kunnen.
Allereerst was een situatie als deze een test voor Jezu eigen leerlingen: hadden die er vertrouwen in dat hun Meester dit aan kon; hoe sterk was hun geloof – we lezen dat Filippus, die uit die buurt kwam, de vraag kreeg waar je brood kon kopen voor al
die mensen, en hoe Filippus het niet zag zitten: als er al een bakker zou zijn
die op dit tijdstip zoveel brood kon bakken, dan kunnen wij dat nooit betalen!
Ook Andreas, de broer van Petrus, had er een hard hoofd in: er is wel een jongen met vijf broodjes en twee visjes, maar wat heb je daar nou aan voor al die mensen?

Toch is dat karige beetje eten voor Jezus niet te min om er van uit te gaan delen. Bijzonder trouwens dat die jongen het meegebrachte eten zomaar uit handen geeft.
Misschien had hij het wel meegebracht om te verkopen, en betaalde Jezus ervoor,
maar dat staat er niet bij – misschien hadden hij en zijn ouders al wel zoveel vertrouwen in Jezus dat ze er wel zeker van waren dat het goed zou komen…
Nou, het kwam ook helemaal goed: de duizenden gingen in het gras zitten
voor een massale picknick, en nadat Jezus als de grote Gastheer een zegen
gevraagd had over het eten, begon het uitdelen van brood en vis, net zolang
tot iedereen genoeg had, en er nog over bleek te zijn: twaalf maanden vol.
Geen verspilling dus, geen eten dat weggegooid werd, maar brood voor de
volgende dag voor Jezus en zijn leerlingen – bij Jezus kom je niet tekort.
dia 6
Kijk, en dat laatste is waar het vooral om draait, wat de boodschap erin is.
Hoe het allemaal precies in zijn werk ging, is moeilijk te achterhalen, zeker als je – zoals u en ik – er niet bij bent geweest – trouwens, de mensen die er toen wel bij waren, konden alleen maar merken dat Jezus een goede gulle Gastheer was.
En als zo iemand je Gastheer is, bij wie je niets te kort komt, wil je wel altijd je
handen bij Hem ophouden: Jezus is onze man, kies voor Jezus, als onze koning.

Nou, het doet zeker denken aan profetisch optreden, ik denk b.v. aan Elisa.
Van hem wordt verteld dat iemand met twintig gestebroodjes kwam voor Elisa
en zijn leerlingen van de profetenschool – waarop de knecht van Elisa skeptisch reageerde dat die paar broodjes lange na niet genoeg waren voor honderd man.
Maar Elisa herhaalde de opdracht het brood aan de profeten te geven, vanuit
het vertrouwen dat ze er meer dan genoeg aan zouden hebben, en dat was zo.
Maar Jezus bleek groter dan Elisa: 5 broodjes en 2 visjes voor duizenden, en
nog twaalf mandjes over – niemand hoefde met een lege maag naar huis.
Veelbetekend staat erbij dat het bijna pesach- Pasen was – het feest waarop
de eerstelingen van de gersteoogst werden aangeboden in de tempel – Jezus
deelt van die gerstebroodjes uit aan al die mensen – Pasen betekent leven.
De mensen zagen dat ook wel want ze zagen in Jezus dé Profeet, die volgens
oude beloften naar de wereld zou komen, als de grote Redder, de Koning…
Je zou zeggen: geweldig, het kwartje valt, het geloof breekt door in Jezus als
de door God beloofte messias-koning – nu is de kroon onder handbereik…

Ja, maar waarom reageert de Heer dan zo afwijzend en trekt Hij zich terug?
En waarom verwijt hij een dag later als de mensen weer achter Hem aan komen
dat ze dat doen: “jullie zoeken mij niet omdat jullie tekenen hebt gezien, maar
omdat jullie brood gegeten hebt en verzadigd bent” – wat bedoelt Jezus hier?
De mensen kwamen toch juist om de bijzondere dingen die Jezus deed?
Ja, maar het zit vast op dat hier gebruikte woord ‘tekenen’ – dat be-tekent dat de bijzondere dingen die Jezus doet – mensen genezen, demonen verjagen, voor brood zorgen voor zoveel mensen- niet op zichzelf staan en niet los verkrijgbaar zijn.
Het zijn ‘tekenen’, verwijzingen naar wie Jezus is en wat zijn boodschap is –
ze maken concreet wat het betekent als het koninkrijk van God gaat komen.
Kijk, en als de mensen daar geen oor en oog voor hebben, en zich blind staren op die wonderlijke dingen zelf, dan ontgaat hun waar het echt om draait en blijven ze toch met lege handen achter, en daarom: dia 7 “u moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en dat eeuwig leven geeft, de Mensen-zoon zal u dat geven” – en: Ik ben het brood dat leven geeft – en daar
hoef je niets voor te doen, daar hoef je niet voor te werken, je voor uit te sloven,
Zoals wel voor elke dag brood op de plank – wat moeten we dan doen? “Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft”. Vertrouw maar op Jezus!

Nogmaals: veelbetekend dat dit verhaal begint met dat het bijna Pasen is.
Pasen als niet alleen het feest van de gersteoogst, maar vooral het feest van de
bevrijding, door het paaslam dat geslacht wordt en zijn bloed dat verzoening is.
Jezus is op weg naar Jeruzalem waar Hij als het grote paaslam wordt geslacht,
waar de herder zijn leven geeft voor de schapen door zelf als een schaap naar
de slachtbank afgevoerd te worden – Jezus’ dood is voor velen het Leven

Kijk, en daarom wil Hij niet dat de mensen Hem meenemen en koning maken.
Eigenlijk zijn het weer diezelfde verleidingen als aan het begin in de woestijn: dia 8
voor brood zorgen om er zelf beter van te worden, een wonder doen om bij de
mensen gevierd te zijn, en de macht grijpen in plaats van God te dienen en
de bevoegdheid om koning te zijn uit zijn handen te ontvangen, door te lijden.
Wij mensen hebben in zich om voor dat soort verleidingen makkelijk te bezwijken.
Denk aan de macht die geld en status en spullen op mensen hebben; en wat is
Macht hebben aanlokkelijk en verslavend, ten koste zo vaak van mensen en van
de verhoudingen tussen volken en van de wereldvrede; en hoe vaak gaat het fout als een mens tot dingen komt die hij niet aan kan, als je onverantwoorde risico’s neemt
of als je populair zijn en bekend zijn niet aan kunt en leidt voor schade en verdriet..

Maar Jezus – mens als wij, ook vatbaar voor die verleidingen – hij werd net als wij in elk opzicht op de proef gesteld, lezen we in Heb. 4: 15 – is niet tot zonde vervallen, staat er meteen; die overeind bleef, trouw aan de opdracht waarmee zijn Vader hem naar de wereld stuurde; die afzag van eigen succes en macht; die terwijl hij rijk was, arm werd; die zich liet arresteren en mishandelen en bespotten en zijn leven offerde.
Die tegen Pilatus zei dat Hij wel koning was maar anders dan de keizer en de andere heersers hier op aarde; en die zijn volgelingen leert dat sterk is wie zwak durft zijn.
Daarom trok Hij zich terug toen ze Hem op wereldse manier koning wilde maken.
Daarom liet Hij zich als nepkoning bespotten en als koning van Israël kruisigen.
Daarom leert Hij wie Hem volgen wil zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen.
dia 9
Wie dus voor Jezus kiest, weet wat hem te wachten staat: niet succes, wel zegen.
En dan is de les van dat broodwonder ook dat wat klein lijkt, groot kan worden.
Jezus kan met vijf broodjes en twee visjes wonderen doen – en wonderen zijn de
wereld niet uit en zijn ook niet uit de tijd – let ook op het wonder van het gewone:
een beker koud water voor een dorstige, een bezoekje aan een zieke, bidden
voor wie vervolgd worden, een arm om een schouder, een steuntje in de rug,
een gift voor hongerend Afrika, een goed gesprek met een kerkbroer –of –zus..
het lijkt allemaal zo klein en zwak maar het kan dankzij Jezus wonderen doen.
dia 10
Wil Jezus geen koning worden? Hij is het geworden, om zijn Vader en ons te dienen, en wij mogen met Hem dienen – als koningen en koninginnen, in opleiding. amen

Lucas 11: 33-36 Licht onderweg zien en laten zien (3e zondag van de veertigdagentijd)

Liturgie middagdienst ‘Open Hof’ zondag 26 maart 2017
Zingen: Ps. 123: 1 ‘Tot U die zetelt in de hemel hoog’
Moment van stilte en persoonlijk gebed
Votum en groet
Zingen: Gz. 327: 1,2,3 LB ‘Heer Jezus, o Gij dageraad
Gebed
Schriftlezing: Lucas 11: 14-28
Zingen: Gz.169: 1,2,4,6 LB ‘Zingt nu de Heer, stemt allen in
Verkondiging: Lucas 11: 33-36 .
Zingen: Gz. 437: 1,2,3 LB ‘Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht
Geloofsbelijdenis van Nicea
Zingen: Gz. 109: 4 GK ‘Halleluja, lof zij het Lam
Gebed
Collecte
Zingen: Gz.. 456: 1,2 LB ‘Zegen ons, Algoede’
Zegen
Amen: Gz. 456: 3 LB
—————————————————————————————
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Twee mensen zien hetzelfde, maar hebben een heel verschillende kijk.
Dat is al zo als het gaat om gewone dingen die je om je heen ziet: de een
let op heel andere dingen dan de ander, wat de een ziet ontgaat de ander.
Als meer mensen op dezelfde plek waren, komen ze toch met heel veel
verschillende verhalen terug, die elkaar aanvullen en soms tegenspreken.

Ja, en dat heeft ingrijpender gevolgen als het om grotere dingen gaat.
Zo zijn de vluchtelingen die naar ons land zijn gekomen voor de een
vooral een bedreiging en voor de ander een verrijking en een uitdaging.
De een is blij als er een activiteit is waar mensen op af komen, de ander
is teleurgesteld over wie er niet waren; en hoe verschillend kunnen de
reacties zijn op hetzelfde TV-programma of dezelfde film – waar de een
diep van onder de indruk is, dat vinden anderen waardeloos of ‘niks aan.

Zomaar voorbeelden die leren dat wat je ziet en wat daar voor impact
heeft, wordt bepaald door hoe je kijkt; en de manier van kijken hangt
weer af van wie jij bent, hoe je in het leven staat, hoe je bent opgevoed
en wat jouw omstandigheden zijn; ook je geloof of levensvisie doet er toe.
En als daar verandering in komt, kan dat ook je kijk op dingen veranderen.
Helemaal in het begin van de Bijbel zien we daar al een schokkend en
ingrijpend voorbeeld van: ik bedoel hoe Eva naar de boom keek waarvan
God had gezegd dat ze er niet van mocht eten, de boom van kennis van
goed en kwaad – eerst liepen Eva en Adam er met een boog omheen
en dachten ze er niet aan vruchten van die boom te plukken en te eten.
Maar dan komt de listige duivel via de slang met de suggestie dat er niks mis
is met die boom en dat verbod van God alleen bedoeld is om hen eronder te
houden: als je ervan eet ga je niet dood maar worden jullie juist veel slimmer
en kunnen jullie zelfs als God worden en zelf beslissen wat goed is en kwaad.
En dan zie je dat als die suggestie zich gaat vastzetten in het hoofd van Eva,
ze ineens met andere ogen naar die boom gaat kijken: “De vrouw keek naar de
boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan…..Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren”.
Zie je wat er gebeurt? Die boom zag er niet anders uit dat gisteren of eergisteren,
maar ze gingen door wat ze was wijsgemaakt er met andere ogen naar kijken.
Er was niets met die boom gebeurd maar met henzelf;daarom zagen ze alles anders.
Ja, en dat ze naakt waren was tot dan toe normaal maar ineens werd het een probeem, vonden ze het gek en gênant, en schaamden ze zich voor God en elkaar.
Weer een bewijs dat wat je ziet bepaald wordt door hoe je denkt en voelt en kijkt.

Nou, dat moeten we in ons achterhoofd houden als we doordenken en proberen te leren van wat Jezus in de tekstverzen zegt over onze ogen en over hoe we kijken.
De Heer moest meemaken dat wat Hij deed in Israël aan wonderen en genezingen
veel mensen enthousiast en blij maakte, zelfs zo dat ze in Jezus de beloofde messias gingen zien, terwijl anderen op diezelfde wonderen negatief en zelfs
boos reageerden: die Jezus is niet van God en heeft zijn krachten niet van God,
maar hij is een handlanger van de onderwereld van satan en zijn demonen: die Jezus verjaagt de boze geesten omdat satan hem helpt; dit is zwarte magie.
En anderen gingen niet zover maar vroegen Jezus te bewijzen dat God achter hem stond: “bewijs maar eens met een teken dat u door God gestuurd bent”.

Misschien denken we wel eens dat als in onze tijd zulke indrukwekkende dingen zouden gebeuren als in de tijd van de Bijbel, dat het dan makkelijker zou zijn om te geloven en dat ook wel veel meer mensen dan nu zouden gaan geloven in Jezus.
Maar als we die verhalen lezen over wat Jezus deed en over de reactie van de
mensen, dan komen we erachter dat het zo niet werkte, toen niet, en nooit.
Want wat te zien was bracht de een tot geloof terwijl de ander het precies in zijn
tegendeel uitlegde en hard bij Jezus wegliep of met veel twijfel bleef doorlopen.
Ook hier merk je weer dat mensen hetzelfde zien en toch heel anders reageren.
Van Johan Cruijf is de uitspraak bekend: “pas als je het doorhebt, zie je het”.
Je zou over het optreden van Jezus kunnen zeggen: pas als je doorhebt en gelooft en aanvaardt wie Hij echt is, ga je dat ook zien en ga je Hem herkennen als de
door God beloofde en gestuurde Redder en Koning, en dan krijg je echt oog
voor wat zijn komen en werken betekende en hoe dat je leven verandert.

Voor de Heer was het zeg maar een bittere pil – deel van zijn lijden – dat Hij bij zijn eigen volk kwam, om het te redden, maar dat de leiders van dat volk en ook veel
van zijn volksgenoten Hem afwezen en uiteindelijk zelfs Hem lieten kruisigen.
We lezen over die afwijzing en dat ongeloof b.v. in Johannes 1, waar staat dat
Jezus kwam als het licht voor de wereld maar dat die wereld – te beginnen in
Gods eigen volk Israël – Hem niet als zodanig herkende en erkende: “Hij kwam
naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben Hem niet ontvangen”.
En dat als ‘het ware licht’, dat naar de wereld kwam om alle mensen te verlichten.
Ergens anders staat dat veel mensen lichtschuw zijn en liever in het duister blijven omdat anders aan het licht komt wat ze verkeerd doen en waar ze fout zitten.
Terwijl dat licht Jezus juist in je leven komt om je niet te veroordelen maar om je te redden en je een ander en beter en nieuw leven wil geven: voor je bestwil dus.
Maar je gaat dat pas zien, als je daarvoor openstaat, als je Gods licht in je toelaat.
Paulus schrijft dat de gedachten van veel mensen “door de god van deze wereld zijn
verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien.” (2 Kor. 4: 4), terwijl als je bent gaan geloven in Jezus, dat komt omdat God in jet hart zijn licht heeft laten schijnen “om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.” (2 Kor. 4: 6). Dan gaan je ogen er voor open wie God is en hoe God mensen liefheeft, en je gaat ook met andere ogen naar jezelf kijken en naar mensen om je heen, en naar de tijd en wereld waarin we leven.

Terug naar wat onze Heer zegt in de verzen die we hebben gelezen in Lucas 11.
Er spreekt teleurstelling uit over die negatieve en zelfs hatelijke reactie van sommige mensen op dat indrukwekkende genezing van die man die bezet was geweest door demonen, en die nu zijn gezonde verstand en zijn spraak had teruggekregen, alsof
Jezus dat had kunnen doen doordat hij zelf met kwade machten in verbinding stond.
Terwijl anderen hem wilden uitdagen om te bewijzen dat hij zijn kracht van God had.
Dan vallen harde woorden want wat willen ze nog meer dan wat ze al te zien kregen.
Gebeurt hier niet dat ongerijmde dat je de lamp die net is aangestoken, wegzet in een kast of onder een bed en dan klaagt dat het zo donker is en je niks kunt zien?
Dan ligt dat niet aan het ontbreken van een lamp of omdat die lamp stuk is, maar
dan is dan eigen schuld want je hebt zelf de lamp weggezet, het licht uitgedaan…

Hoe bestaat het dat veel mensen in Israël, ondanks zoveel dat Jezus liet zien van de reddende en vernieuwende krachten van het koninkrijk van God, er niet aan wilden dat Jezus de beloofde redder was die eeuwenlang beloofd was en werd verwacht?
Een uitlegger zegt: “om te zien moet er niet alleen iets zijn om waar te nemen, maar er moeten ook ogen zijn waarin licht is”. Denk maar aan iemand die blind is en die
daarom niet staat is het licht op te vangen en te zien wat anderen allemaal zien….
heel moeilijk voor wie dat overkomt, die zo geboren is of later blind is geworden.
Maar wat Jezus bedoelt is dat een mens ook geestelijk blind kan zijn, of dat je blik
wordt vertroebeld of verdonkerd door hoe je denkt, voelt, in elkaar zit: “het oog is de lamp van het lichaam, als je oog helder is, is je hele lichaam verlicht, maar als het troebel is, verkeert je lichaam in duisternis” – letterlijk is dat zo, en geestelijk ook.
Letterlijk: als je slechtziend bent of blind, of je knijpt zelf je ogen dicht, zie je niets
of veel minder, of heel anders, dan wanneer je goede ogen hebt en zet die wijd
open – en met een donkere zonnebril op, lijkt alles om je heen ineens anders.
Wat je ziet, hangt af van je ogen, van hoe je kijkt, aangestuurd van binnenuit.
Jezus zegt letterlijk: als je oog ‘eenvoudig’ is, gezond, niet door van alles en nog wat geblokkeerd, dan vang je het licht dat er is, op en gaat een wereld voor je open.
Andersom: als je oog slecht is – boos kun je ook vertalen – dan wordt alles anders
en wordt zelfs wat licht is en positief, donker en negatief – als in een donkere kamer.
Dat kan als mensen depressief zijn, of vast in hun verdriet, boosheid, of oud zeer.
Dan zie je het goede en mooie niet meer, maar wordt alles zwart voor je ogen en
heb je ook geen oog meer voor zoveel moois en positiefs, en lijkt God ook afwezig.

Ik denk ook aan de gelijkenis van Jezus over die werkers in de wijngaard, die aan het eind van de werkdag allemaal hetzelfde afgesproken loon uitbetaald krijgen – als dan de werkers van het eerste uur verontwaardigd reageren omdat wie maar een uur gewerkt hebben hetzelfde krijgen als zij, reageert de heer van de wijngaard nuchter en ontwapenend: “ik heb jullie niet oneerlijk behandeld, jullie krijgen wat afgesproken is, en mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil?…of zijn jullie misschien jaloers als ik anderen goed behandel? Letterlijk: of is jullie oog boos, omdat Ik goed ben? Weer:
wat je ziet, hangt af van met welke ogen je kijkt – welwillend, liefdevol – of juist
negatief, boos, jaloers – je maakt het elke dag mee wat voor verschil dat maakt,
en ook zelf is het een wereld van verschil met welke ogen je kijkt naar anderen
en naar dingen die gebeuren – goed om het je af te vragen: hoe kijk ik zelf…?

In Jezus heeft God in een in veel opzichten duistere wereld het Licht aangestoken.
Jezus zegt van zichzelf dat Hij het licht voor de wereld is, en dat wie in dat licht loopt nooit meet in het donker hoeft te zitten, zelfs niet als je het moeilijk hebt, als je met jezelf of anderen in de knoop zit, als je zorgen hebt ,zelfs als het sterven wordt:
“wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.”.
Ja, en als je dat licht van Gods liefde in jezelf hebt, als dat je leven lichter maakt,
dan gaat dat ook heel je leven veranderen en gaat dat doorstralen naar anderen.
Ook dat leren van Jezus, denk maar aan die bekende uitspraak in de bergrede:
“Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.” (Matt. 5: 14-16)

Het is een groot voorrecht als je het licht van Gods liefde in je mag hebben, als Jezus in je hart wil wonen en de Heer van je huis wil zijn – het is niet omdat wij het zo goed zien, beter dan anderen, maar omdat God ons zijn liefde en vrede gunt –genade dus!
En dat verplicht ons dan ook om dat licht door te geven, en voor te leven, zoals we
net weer hoorden: laat je licht voor de mensen schijnen, opdat ze – niet ware woorden en mooie preken horen, hoe waar en nuttig ook – maar jullie goede daden zien – zodat we lichtgevende wegwijzers zijn en niet Gods licht juist afschermen
door dubbelheid, halfslachtigheid, betweterij, onderling gedoe en een slechte sfeer.
Vandaar ook die waarschuwing in vers 35: “Let op of het licht dat in je is, niet verduisterd is” – en dus ook hoe het staat met je ogen, met je kijk op je leven,
op wat God heeft gedaan en nog voor je wil doen, en op die mensen om je heen.

Paulus spoort ons ertoe aan: “Leef als kinderen van het licht. Want alleen in dat licht kunnen goedheid, eerlijkheid en trouw groeien. Probeer dus steeds te bedenken wat de Heer van jullie vraagt…Het licht van Christus maakt zichtbaar wat goed is en wat slecht is. Alleen als dat licht in je schijnt, kun je goed leven. Daarom wordt er bij de doop gezegd: Kom uit het donkerf! Sta op uit de dood. Dan zal het licht van Christus in je leven schijnen”. (Ef. 5: 8-14).

We gaan erover zingen en erom bidden, en ik hoop – met Gods hulp – eraan werken: “Vernieuw Gij mij, o eeuwig Li cht!….Wees Gij de Zon van mijn bestaan, dan kan ik veilig verder gaan, tot ik U zie, o eeuwig Licht, van aangezicht tot aangezicht.”

amen

Johannes 6: 15: Wil Jezus geen koning worden? (4e zondag veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst zondag 26 maart 2017
Zondag ‘Laetare’ (Jesaja 66: 10a en 11)
Votum en groet
Zingen: Ps. 122: 1,2,3
Tien Woorden opnieuw
Zingen: Lied 175: 1a,2m,3v,4a
Gebed
Schriftlezing: Joh. 6: 1-15 en 22-35
Zingen: Lied 463: 1,2,3 ‘O Heer die onze Vader zijt’
Verkondiging: Joh. 6: 15
Zingen: Gz. 57: 1,2,3 ‘Ik ben het levensbrood’
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 546: 1-5 Wees blijde nu, in ’t midden van het lijden
Zegen
—————————————————————————————————————-
Gemeente van Jezus die is de Christus=Gezalfde=Koning
dia 1
De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn weer achter de rug.
Verkiezingen waarbij de keus nog nooit zo groot was: bijna 30 partijen.
Verkiezingen waarbij er ook de keus was voor christelijke politiek.
Je kon zelfs – wat je er ook van denkt – uitdrukkelijk kiezen voor Jezus.
dia 2
Het was de leus van de politieke partij die zich noemt ‘Jezus leeft.nl’,
met programmapunten als kiezen voor leven, kiezen voor een groene
en duurzame samenleving, kiezen voor uit de EU, en kiezen voor Israël….
Het geeft te denken allemaal, de uitslag was voor hen erg mager….

We hebben gelezen wat er gebeurde ruim tweeduizend jaar geleden,
in Israël zelf, bij het meer van Galilea, toen Jezus zelf nog op aarde was.
Stel dat er toen verkiezingen geweest waren, en Jezus verkiesbaar was.
Hij had die verkiezingen in elk geval in de kieskring Galilea overtuigend
gewonnen, want wie wil nou niet zo’n veelbelovende leider die massa’s
kan voorzien van levensonderhoud, die niet alleen belooft maar wat Hij
belooft ook kan waarmaken, en die al je problemen in een handomdraai
kan oplossen: geen honger meer, geen ziekten meer, geen dood meer.
Stel je voor dat vandaag een politieke partij dat zou beloven en zou doen.
Ik denk dat ze met overtuigende meerderheid alleen konden gaan regeren

Nou, zoiets kwam op gang na dat geweldige wonder van Jezus daar op
de berghellingen rond het meer van Galilea: eten in overvloed voor een
paar duizend mensen, vanuit dat armzalige begin van één lunchpakketje.
Het gerucht zoemde rond door de massa: dit is vast de beloofde profeet!
En alles wees erop dat ze Jezus onder druk wilden zetten – er staat zelfs:
Hem wilden dwingen met hen mee te gaan – om Hem koning te maken.
Ja, want wie wil nou zo’n koning niet, niemand zorgt toch beter dan hij?
Waarop Jezus de mensen de mensen liet en zich terugtrok op de berg. dia 3
Kies voor Jezus, was de leus, maar Jezus stelde zich niet verkiesbaar.
Om erachter te komen waarom Jezus zich niet liet meeslepen door het enthousiasme van de mensen die overal achter Hem aan kwamen en Hij zo geen koning wilde
worden, moeten we eerst beter in beeld krijgen wat er eigenlijk op die berg gebeurde.
Deze keer was het niet Jezus die de mensen opzocht voor onderwijs en wonderen.
De andere evangelisten die vertellen van dat eten geven aan al die mensen, vertellen nog duidelijker dan Johannes dat Jezus vanuit de hectiek van Judea
zich terugtrok in de heuvels van Galilea, samen met zijn discipelen die in zijn
opdracht stad en land waren rondgetrokken met de boodschap van Jezus.
In Marcus 6: 31 staat dat hun Meester hen en zichzelf pauze gunt: “Kom, we
gaan naar een stille plek om wat uit te rusten”. Daar was alle reden voor, “want”
(vertelt Marcus erbij, gehoord van Petrus die er zelf bij was) “er kwamen steeds
zo veel mensen, dat Jezus en de leerlingen niet eens even konden eten”.
Neem dat ook maar mee naar uw eigen misschien wel drukke en hectische leven
dat Jezus en God zijn Vader ons rust gunt, dat de boog niet altijd gespannen kan
en hoeft te zijn, en dat als je vertrouwt op Vaders goede zorgen, ja ook leert om
los te laten, je te ontspannen, en dat je ook niet alle kaarten hoeft te zetten op
een zo goed en gerieflijk mogelijk leven hier en nu – wat juist dat verhaal dat we
vanmorgen met elkaar lezen en voor ons is opgeschreven, ons mee wil geven.
dia 4
Maar om naar het begin van dit gebeuren terug te gaan: de rust werd Jezus en zijn vrienden niet gegund – nog even de vertelling van Petrus via de pen van Marcus:
“veel mensen zagen hen wegvaren en begrepen waar ze heengingen; overal vandaan liepen mensen snel naar die plek toe, ze waren er nog eerder dan de
leerlingen” (Marcus 6: 33) – en dan zou Jezus Jezus niet zijn als Hij niet er
weer helemaal was voor de mensen: “toen Jezus uit de boot stapte, zag Hij al die mensen staan; Hij kreeg medelijden met hen, want Hij dacht: het lijken wel schapen zonder herder”- en dan zul je maar de Goede Herder zijn die zelfs zijn leven voor
zijn schapen over heeft – Jezus ging weer vertellen over God en zieken genezen.
Volgens Johannes trok vooral dat de mensen aan: “een grote menigte mensen volgden Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed”.
En weer: wie zou dat niet snappen, je zult maar al lang ziek zijn, opgegeven zijn,
of iemand uit het gezin of de familie hebben die tob met allerlei kwalen, dan heb
je er toch alles voor over om naar die beroemde dokter te gaan, wat het ook kost..
ja en bij Jezus kost het ook niet eens geld, alleen tijd en een soms verre reis…..
je voelt zelfs de honger niet want je wilt alleen dat ene: naar die Jezus toe…

Maar de Heer weet als geen ander wat een mens nodig heeft, als zelf ook mens.
Ja, en als zeg maar de Gastheer van die duizenden mensen voelt Hij zich niet
alleen verantwoordelijk voor hun geestelijk maar ook voor hun lichamelijk welzijn.
Ook dat hoort bij een goede herder, zegt Hij zelf: “Ik ben de goede herder. Zoals
een herder voor zijn schapen zorgt, zo zorg Ik voor de mensen die bij mij horen”.
Letterlijk staat in Joh.10: 10: “Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed”.
dia 5
Wat dan opvalt in het vervolg, dat is dat deze herder niet maar als in een handomdraai genoeg eten op tafel zet voor al die mensen, maar dat Hij mensen erbij inschakelt, want het gaat niet om een stunt maar om een teken dat geloof vraagt.
Ja, en ook dat de Heer altijd aansluit bij wat er al is, en mensen zelf al kunnen.
Allereerst was een situatie als deze een test voor Jezu eigen leerlingen: hadden die er vertrouwen in dat hun Meester dit aan kon; hoe sterk was hun geloof – we lezen dat Filippus, die uit die buurt kwam, de vraag kreeg waar je brood kon kopen voor al
die mensen, en hoe Filippus het niet zag zitten: als er al een bakker zou zijn
die op dit tijdstip zoveel brood kon bakken, dan kunnen wij dat nooit betalen!
Ook Andreas, de broer van Petrus, had er een hard hoofd in: er is wel een jongen met vijf broodjes en twee visjes, maar wat heb je daar nou aan voor al die mensen?

Toch is dat karige beetje eten voor Jezus niet te min om er van uit te gaan delen. Bijzonder trouwens dat die jongen het meegebrachte eten zomaar uit handen geeft.
Misschien had hij het wel meegebracht om te verkopen, en betaalde Jezus ervoor,
maar dat staat er niet bij – misschien hadden hij en zijn ouders al wel zoveel vertrouwen in Jezus dat ze er wel zeker van waren dat het goed zou komen…
Nou, het kwam ook helemaal goed: de duizenden gingen in het gras zitten
voor een massale picknick, en nadat Jezus als de grote Gastheer een zegen
gevraagd had over het eten, begon het uitdelen van brood en vis, net zolang
tot iedereen genoeg had, en er nog over bleek te zijn: twaalf maanden vol.
Geen verspilling dus, geen eten dat weggegooid werd, maar brood voor de
volgende dag voor Jezus en zijn leerlingen – bij Jezus kom je niet tekort.
dia 6
Kijk, en dat laatste is waar het vooral om draait, wat de boodschap erin is.
Hoe het allemaal precies in zijn werk ging, is moeilijk te achterhalen, zeker als je – zoals u en ik – er niet bij bent geweest – trouwens, de mensen die er toen wel bij waren, konden alleen maar merken dat Jezus een goede gulle Gastheer was.
En als zo iemand je Gastheer is, bij wie je niets te kort komt, wil je wel altijd je
handen bij Hem ophouden: Jezus is onze man, kies voor Jezus, als onze koning.

Nou, het doet zeker denken aan profetisch optreden, ik denk b.v. aan Elisa.
Van hem wordt verteld dat iemand met twintig gestebroodjes kwam voor Elisa
en zijn leerlingen van de profetenschool – waarop de knecht van Elisa skeptisch reageerde dat die paar broodjes lange na niet genoeg waren voor honderd man.
Maar Elisa herhaalde de opdracht het brood aan de profeten te geven, vanuit
het vertrouwen dat ze er meer dan genoeg aan zouden hebben, en dat was zo.
Maar Jezus bleek groter dan Elisa: 5 broodjes en 2 visjes voor duizenden, en
nog twaalf mandjes over – niemand hoefde met een lege maag naar huis.
Veelbetekend staat erbij dat het bijna pesach- Pasen was – het feest waarop
de eerstelingen van de gersteoogst werden aangeboden in de tempel – Jezus
deelt van die gerstebroodjes uit aan al die mensen – Pasen betekent leven.
De mensen zagen dat ook wel want ze zagen in Jezus dé Profeet, die volgens
oude beloften naar de wereld zou komen, als de grote Redder, de Koning…
Je zou zeggen: geweldig, het kwartje valt, het geloof breekt door in Jezus als
de door God beloofte messias-koning – nu is de kroon onder handbereik…

Ja, maar waarom reageert de Heer dan zo afwijzend en trekt Hij zich terug?
En waarom verwijt hij een dag later als de mensen weer achter Hem aan komen
dat ze dat doen: “jullie zoeken mij niet omdat jullie tekenen hebt gezien, maar
omdat jullie brood gegeten hebt en verzadigd bent” – wat bedoelt Jezus hier?
De mensen kwamen toch juist om de bijzondere dingen die Jezus deed?
Ja, maar het zit vast op dat hier gebruikte woord ‘tekenen’ – dat be-tekent dat de bijzondere dingen die Jezus doet – mensen genezen, demonen verjagen, voor brood zorgen voor zoveel mensen- niet op zichzelf staan en niet los verkrijgbaar zijn.
Het zijn ‘tekenen’, verwijzingen naar wie Jezus is en wat zijn boodschap is –
ze maken concreet wat het betekent als het koninkrijk van God gaat komen.
Kijk, en als de mensen daar geen oor en oog voor hebben, en zich blind staren op die wonderlijke dingen zelf, dan ontgaat hun waar het echt om draait en blijven ze toch met lege handen achter, en daarom: dia 7 “u moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en dat eeuwig leven geeft, de Mensen-zoon zal u dat geven” – en: Ik ben het brood dat leven geeft – en daar
hoef je niets voor te doen, daar hoef je niet voor te werken, je voor uit te sloven,
Zoals wel voor elke dag brood op de plank – wat moeten we dan doen? “Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft”. Vertrouw maar op Jezus!

Nogmaals: veelbetekend dat dit verhaal begint met dat het bijna Pasen is.
Pasen als niet alleen het feest van de gersteoogst, maar vooral het feest van de
bevrijding, door het paaslam dat geslacht wordt en zijn bloed dat verzoening is.
Jezus is op weg naar Jeruzalem waar Hij als het grote paaslam wordt geslacht,
waar de herder zijn leven geeft voor de schapen door zelf als een schaap naar
de slachtbank afgevoerd te worden – Jezus’ dood is voor velen het Leven

Kijk, en daarom wil Hij niet dat de mensen Hem meenemen en koning maken.
Eigenlijk zijn het weer diezelfde verleidingen als aan het begin in de woestijn: dia 8
voor brood zorgen om er zelf beter van te worden, een wonder doen om bij de
mensen gevierd te zijn, en de macht grijpen in plaats van God te dienen en
de bevoegdheid om koning te zijn uit zijn handen te ontvangen, door te lijden.
Wij mensen hebben in zich om voor dat soort verleidingen makkelijk te bezwijken.
Denk aan de macht die geld en status en spullen op mensen hebben; en wat is
Macht hebben aanlokkelijk en verslavend, ten koste zo vaak van mensen en van
de verhoudingen tussen volken en van de wereldvrede; en hoe vaak gaat het fout als een mens tot dingen komt die hij niet aan kan, als je onverantwoorde risico’s neemt
of als je populair zijn en bekend zijn niet aan kunt en leidt voor schade en verdriet..

Maar Jezus – mens als wij, ook vatbaar voor die verleidingen – hij werd net als wij in elk opzicht op de proef gesteld, lezen we in Heb. 4: 15 – is niet tot zonde vervallen, staat er meteen; die overeind bleef, trouw aan de opdracht waarmee zijn Vader hem naar de wereld stuurde; die afzag van eigen succes en macht; die terwijl hij rijk was, arm werd; die zich liet arresteren en mishandelen en bespotten en zijn leven offerde.
Die tegen Pilatus zei dat Hij wel koning was maar anders dan de keizer en de andere heersers hier op aarde; en die zijn volgelingen leert dat sterk is wie zwak durft zijn.
Daarom trok Hij zich terug toen ze Hem op wereldse manier koning wilde maken.
Daarom liet Hij zich als nepkoning bespotten en als koning van Israël kruisigen.
Daarom leert Hij wie Hem volgen wil zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen.
dia 9
Wie dus voor Jezus kiest, weet wat hem te wachten staat: niet succes, wel zegen.
En dan is de les van dat broodwonder ook dat wat klein lijkt, groot kan worden.
Jezus kan met vijf broodjes en twee visjes wonderen doen – en wonderen zijn de
wereld niet uit en zijn ook niet uit de tijd – let ook op het wonder van het gewone:
een beker koud water voor een dorstige, een bezoekje aan een zieke, bidden
voor wie vervolgd worden, een arm om een schouder, een steuntje in de rug,
een gift voor hongerend Afrika, een goed gesprek met een kerkbroer –of –zus..
het lijkt allemaal zo klein en zwak maar het kan dankzij Jezus wonderen doen.
dia 10
Wil Jezus geen koning worden? Hij is het geworden, om zijn Vader en ons te dienen, en wij mogen met Hem dienen – als koningen en koninginnen, in opleiding. amen