Bomen in de Bijbel 3: Bomen kiezen een koning Rechters 9

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet – amen
Zingen: NLB 985: 1,2,3 ‘Heilig, heilig, heilig, hemelhoog verheven’
Gods leefregels Deut. 5: 6-21; 6: 4-9 en 17: 18-20 Zingen: Ps. 146: 1,3,4 DNP

Zingen: Psalm 146: 1,3,4 DNP
1. Halleluja! Heel mijn leven
zal ik zingen voor de HEER.
Hem wil ik mijn liefde geven,
telkens weer en telkens meer!
Zingen wil ik dag aan dag
en Hem prijzen vol ontzag.

3. Vol geluk mag ieder leven
die de HEER als helper heeft.
Hij heeft ons zijn woord gegeven
en Hij maakte al wat leeft.
Wie berooid is of geknecht
geeft Hij brood en doet Hij recht.

4. Hij, de HEER, laat boeien breken,
geeft aan blinden levenslicht,
helpt wie bijna was bezweken,
houdt van wie op Hem zich richt.
Hulpelozen staat Hij bij,
slechte mensen oordeelt Hij.

Gebed

Bijbellezing: Rechters 8: 22-35
Zingen: Ps. 146: 2,5 DNP
2. Macht van mensen heeft geen waarde:
zoek daar niet naar zekerheid!
Zelfs de sterkste is maar aarde,
krijgt maar weinig levenstijd.
Als zijn adem stokt, gaan ook
al zijn plannen op in rook.
5. Tot het einde van de tijden
heerst de HEER met overmacht.
Sions God blijft alles leiden;
Hij regeert in elk geslacht.
Eeuwig zing ik tot zijn eer:
Halleluja, loof de HEER!
Lezen tekst: Rechters 9: 1-21

Preek ‘Bomen kiezen een koning’

Gemeente van onze Heer en Koning Jezus Christus,

Het was zo mooi begonnen.
Ik bedoel: met Gideon die, nog jong, in een chaotische tijd een moeilijke opdracht kreeg namens God: “Toon je moed en bevrijd Israël”, van de Midjanieten namelijk
die elk jaar in het land Kanaän op strooptocht gingen en de oogst wegkaapten.
Eerst zag Gideon het niet zitten: onze stam Benjamin stelt niets voor en ik ben de jongste van ons gezin – maar God zei: je kunt het omdat Ik achter je sta en je help.
Daarna vatte Gideon moed, en pakte door: eerst zelfs tegen zijn eigen vader en dorp in want ’s nachts sloeg hij het altaar en de heilige paal die zijn vader had gebouwd om er afgoden te vereren stuk, en hij bouwde een altaar voor de Heer. Kwaad dat de dorpelingen op hem waren maar zijn vader kwam voor hem op en het liep goed af.
Met Gods hulp versloeg Gideon de invallers, met maar driehonderd strijders, en
dat niet eens met wapens maar met ramshorens, kruiken en fakkels: ‘Gideon,
die de vijand heeft verslagen zonder paard en zonder wagen, zonder leger sterk en groot, maar met God als bondgenoot’…..wat was het goed begonnen en afgelopen.
Daarna reageerde Gideon ook nog goed, bescheiden en met alle eer aan God.
Toen zijn volksgenoten hem als koning wilden aanstellen, en zelfs een erfelijk koningschap aanboden aan zijn familie, weigerde Gideon beslist: “Ik zal uw heerser niet zijn, en mijn zoon zal uw heersen niet zijn, want de HEER is uw heerser”. Mooi!

Ja, maar het was schone schijn, bleek meteen, want macht en status zijn verleidelijk.
Gideon was vereerd en liet het zich aanleunen: als jullie me nou allemaal zo’n gouden ring geven die jullie hebben afgepakt van de Midjanieten, dan maak ik daar een mooi gouden beeld van en dat ze ik dan neer in Ofra waar ik woon. Zo gebeurde en Ofra werd een soort bedevaartsplaat en Gideon werd een soort priester-koning.
Hij ging zich in de praktijk als een heerser gedragen die heel veel vrouwen had, bij wie hij zeventig zonen kreeg, en hij was rijk, net als eerder zijn vader verleidde hij
het volk weer tot afgoderij verleidde.
Ja, en veelbetekend noemde hij een van zijn vele zoons Abi-melech, wat betekent:
‘mijn vader is koning’ : de man die geen koning wilde heten, voelde zich toch zo.
Ik moest denken aan vroeger eeuwen toen vaak bisschoppen – zoals die van Utrecht – meer wereldlijke heersers waren met alles wat erbij hoort als een leger en oorlog voeren en burchten bouwen, dan geestelijk leiders die God en mensen dienden.

Wat zo goed was begonnen, ging daarna steeds verder steeds meer gruwelijk mis.
Vooral toen juist die ene zoon met het woordje koning in zijn naam zich als koning verkiesbaar stelde en zijn eigen volk paaide met het feit dat hij familie van hen was en dus – want zo gaat dat – hen vast en zeker op allerlei manier zou bevoordelen.
‘Eigen volk eerst’is van alle tijden en populisme is niets nieuws – kijk naar Abimelech!
Abimelech speelde de kaart van ‘eigen volk’ handig uit tegen zijn zeventig halfbroers die van andere vrouwen waren en niet van Sichem: wie willen jullie als heerser? Zeventig zonen van Jerubbaäl Gideon, of één man, die bovendien bloedverwant is?
Weer een herkenbaar iets: verlangen naar een sterke man boven polderen en compromissen tussen een heleboel bestuurders – en naar een die ‘van ons’ is….
De keus leek niet lastig: ze kozen voor die ene, “omdat hij familie van hen was”.
Het werd nog veel erger allemaal want Abimelech verzamelde een stel lieden om zich heen die hier “een legertje gewetenloze avonturiers” genoemd worden, en al zijn
halfbroers werden afgeslacht, want wie weet zouden ze hem zijn macht betwisten.
Ook dat zie je al te vaak gebeuren, zelfs bij democratisch gekozen leiders dat wie ze
zien als tegenstanders en een bedreiging, worden opgesloten of zelfs erger – we hoeven maar te denken aan landen als Turkije, Rusland, China, Noord-Korea, Venezuela, en zelfs Hongarije waar journalisten, oppositieleiders, onafhankelijke kranten en TV-stations, zo veel mogelijk monddood gemaakt worden. En als zulke leiders de schijn van democratie willen redden, en ze bij verkiezingen ondanks fraude dreigen te verliezen, de uitslag aanvechten en hun volgelingen de straat op sturen.
Wat je ook vaak ziet, is wat ook de tragiek van Gideon en zijn familie is: dat wie begon als bevrijder, vrijheidsstrijder, als hij eindelijk de macht in handen heeft, die macht niet wil afstaan en op den duur een nog ergere dictator wordt. Ook dat zie je nog steeds, b.v. in bepaalde landen in Afrika, en b.v. in Venezuela en op Cuba..
Eerst worden revolutionairen bejubeld als bevrijders maar ze ontpoppen zich als ook weer onderdrukkers; een mooie uitzondering was Nelson Mandela in Zuid- Afrika. Als het fout gaat, zit er meestal angst achter om weer kwijt te raken wat je net bevochten hebben, maar ook laat het zien dat macht en bezit en status zomaar tot misbruik leiden en ook erg verslavend zijn: hebzucht is de wortelvan veel kwaad.

Maar gelukkig zijn er ook altijd mensen die het niet pikken en die in verzet komen:
klokkenluiders, moedige journalisten, politici van de oppositie, gewone burgers.
Zoals in dat verhaal van vandaag de enige zoon van Gideon, die aan de moordpartij van zijn halfbroer Abimelech was ontsnapt – Jotam, dat is: ‘de Heer is betrouwbaar’.
Er staat bij dat hij de jongste was van het hele gezin – net als eens zijn pa Gideon toen hij door God geroepen werd om zijn volk te bevrijden van de Midjanieten.
Op de dag dat de inwoners van Sichem ‘hun’ Abimelech tot koning gingen uitroepen- onder een monumentale eik – zeg maar in de Ridderzaal van stad en regio Sichem – klom Jotam de nabijgelegen berg Gerizim op – en sprak vanuit de hoogte dwars door de plechtigheid heen de mensen die daar bij elkaar waren aan: met een verhaaltje.

Een verhaal over bomen die een koning gingen kiezen – een soort gelijkenis zoals later de Heer Jezus zo vaak deed – om de mensen aan het nadenken te krijgen en op te schudden, en als het mogelijk was ze op andere gedachten te brengen.
‘Op een dag wilden de bomen een koning hebben’, vertelt Jotam, maar wie dan?
Eerst gaan ze naar de olijfboom: ‘wil jij wel onze koning worden?” Ik moet er niet aan denken, was het antwoord: ik heb wel wat beters te doen dan een beetje boven de andere bomen te zweven en met mijn takken te wuiven, laat mij maar mijn olie leveren waar mensen en zelfs God blij mee zijn. Dan maar naar de vijgenboom: we zoeken een koning, dat lijkt me echt iets voor jou. Maar ook de vijgenboom voelde er niks voor: laat mij maar zorgen voor vijgen die zoveel mensen lekker vinden. Weer niet gelukt. Weet je, de druivenplant, de wijnstok, wil vast wel: leve onze koning!
Maar ook de wijnstok zei nee, ik heb het veel te druk met zorgen voor lekkere druiven en goede wijnen: zal ik me daar stoppen met waar ik goed in ben en voor bestemd ben om een beetje boven alles en iedereen koninkje te spelen? – nee, jullie worden bedankt, zoek alsjeblieft een ander….

Je kunt denken aan mensen die in de zorg werken of een goed lopend bedrijf hebben en er niet aan moeten denken de politiek in te gaan – begrijpelijk – maar toch bedoelt de fabel niet bestuurders en volksvertegenwoordigers als zakkenvullers of machtswellustelingen weg te zetten – het gaat vooral om dat ‘boven de andere bomen uit willen steken’ en macht over anderen willen uitoefenen inplaats van bezig te zijn voor het welzijn van mensen en om het goede te doen voor de samenleving.
Als leidinggevenden en bestuurders dat als doel hebben, en beseffen dat ze – zoals we lazen in die koningswet van Deut. 17 – niet meer zijn dan anderen en dat ze niet boven de wet staan – dan staan ze om met Paulus te spreken in dienst van God om kwaden te stoppen en te bestraffen en goeden te beschermen, danzijn ze tot zegen.

Iemand schrijft dat we leiders nodig hebben die verbinding zoeken in plaats van tegenstellingen aan te wakkeren, en daarom: “laat het niet zover komen dat niemand met goede kwaliteiten nog politieke verantwoordelijkheid wil dragen en we alleen nog op doornstruiken zijn aangewezen”.Dit gaat ook over ons, over kiezers, over het volk.
Maar Jotam had goed door dat het Abimelech vooral om macht en eer ging, en dat hij zoals hij al had laten zien, daarvoor bereid was over lijken te gaan, zelfs over de lijken van zijn eigen broers – en met zo’n start kan het alleen maar van kwaad tot erger gaan, en daarom: burgers van Sichem en omgeving, weet wel wie je kiest.

Prikkelend is daarom het vervolg: de bomen die uitkomen bij de doornstruik. En zeg niet te gauw dat nou eenmaal politici veel beloven en het later vaak tegenvalt, alsof je er ingetrapt bent, alsof je nou eenmaal niet in de toekomst kunt kijken: we zien wel waar het schip strandt – al te veel mensen gaan zo stemmen, totdat het weer niet is wat ze hadden gedacht en gewild en ze thuisblijven: of je nou van de kat of de hond gebeten wordt, het zijn toch allemaal zakkenvullers, ik kom er mijn huis niet voor uit.
Nee, vaak kun je best weten wat je aan hem of haar hebt, als je je er wat meer in verdiept, en er wordt ook vaak tegen verkeerde keuzes en leugens gewaarschuwd.
In elk geval konden de bomen achteraf niet zeggen dat ze niet gewaarschuwd waren, want de doornstruik zegt van te voren wat ze kunnen verwachten: “Als u mij werkelijk tot uw koning wilt zalven, kom dan maar hier, in mijn schaduw is het goed toeven. Maar zo niet, dan zal uit mijn takken een vuur komen dat de ceders van de Libanon zal verteren.” O ja, dat lijkt veelbelovend maar als je een beetje weet wat een doornstruik is….dan weet te een paar dingen van te voren: een doornstruik is geen boom maar inderdaad een struik en als je dus onder de takken schaduw wil zoeken, moet je je diep buigen – en dan is er ook nog weinig schaduw te vinden en vooral veel stekels om je aan te prikken – als je een beetje boom bent, kijk je wel uit.
In een boek over Planten in de Bijbel wordt ervan uitgegaan dat met de doornstruik de Boksdoorn wordt bedoeld – niet Boxhoorn natuurlijk! – een struik die kan uitgroeien tot een ondoordringbare struik van 3 meter – met voor mensen giftige
bessen – al met al nou niet een struik om in weg te kruipen om je veilig te voelen!
Een liedje gaat erover: “De bomen hadden zich vergist! Een doornstruik steekt, een doornstruik is geen goede koning van het woud, laagbijdegronds en koud. De bomen kozen, maar verkeerd want wie alleen met macht regeert, die gaat ten onder aan het kwaad, ten onder vroeg of laat.” En dan nog de dreiging: als je mij niet meer wilt als je koning, wacht je dan maar: wie niet luistert, brand ik weg– een doornstruik heeft aan een klein vonkje genoeg om vlam te vatten en een complete bosbrand te veroorzaken – zelfs de hoogste en sterkste bomen, de ceders op de Libanon, worden door dat vuur verteerd – als je voor zo’n leider kiest, dan speel je met vuur!
Jotam geeft bij zijn fabel ook nog de toepassing, vol cynisme en ernst: als jullie door voor Abimelech te kiezen – de man die bijna ons hele gezin uitgemoord heeft – denken Gideon en zijn familie dankbaarheid te bewijzen, dan wens ik Abimelech en jullie alle geluk van de wereld, zo niet, dan zullen jullie elkaar kapotmaken,afbranden.
Nou, het vervolg laat zien dat Jotam niet voor niets gewaarschuwd had: na drie jaar barstte de bom en gingen de burgers van Sichem en de aanhang van Abimelech elkaar te vuur en te zwaard te lijf, met veel slachtoffers tot gevolg, en Abimelech stierf roemloos toen ze vanaf de muur van Sichem hem verpletterden met een maalsteen en Abimelech zijn wapendrager de opdracht gaf hem de genadestoot te geven. We zeggen dan wel het kwaad zichzelf straft, en de kwaaddoeners elkaar liquideren.
Maar daarachter mogen we God zien die op zijn tijd recht doet en het kwaad straft.
Een les voor iedereen van hoog tot laag die voor zichzelf gaat en macht misbruikt ten koste van vooral wie kwetsbaar zijn en zichzelf niet redden – je komt er niet mee weg en ook de dictators en uitbuiters en oorlogshitsers van deze wereld komen er niet mee weg – dat mag hun slachtoffers moed geven en wie hun macht misbruiken waarschuwen – en het leert ons naar Jezus’voorbeeld te dienen en goed te doen.

Ja, want dit verhaal staat nog altijd in de Bijbel, en het is voor ons vandaag actueel.
Wat opvalt is is dat Jotam met zijn verhaal over de bomen niet zijn op macht beluste halfbroer aanspreekt, maar de burgers die achter hem aan dreigden te lopen.
Hij houdt hen de spiegel voor: wie willen jullie volgen, wat voor land wil je zijn?
Het zegt ook iets over hoe het gaat in de kerk en over hoe om te gaan met elkaar: dat we aan elkaar zijn gegeven om elkaar te dienen en naast elkaar te staan, om niet zoals in dat verhaal staat ‘boven de bomen te zweven’, in je eigen wereldje, maar om met beide benen op de grond – stevig geworteld (waar het vorige week over ging), je talenten in te zetten om zelf te groeien en ook voor mensen om je heen wat te betekenen – om niet anderen te overheersen maar te inspireren; om zoals die olijfboom en die vijgeboom en die wijnstok in het verhaal van Jotam gewoon te doen waar jij goed in bent en daar waar dat kan anderen van mee te laten profiteren.

Helaas zijn er ook in de omgang tussen mensen binnen en buiten de kerk vaak veel stekeligheden, is de een voor de ander als een moeilijk te benaderen doornstruik.
Ook dat hoort bij de gevolgen van de zondeval, lees Genesis 3 over dorens en distels die we zullen tegenkomen of zelf laten opschieten – ook daar worden we in de Bijbel voor gewaarschuwd, zoals in Spreuken 22: 5: “Wie de verkeerde weg gaat, treft dorens en distels aan, wie zijn leven liefheeft, blijft er verre van.” En onze Heer heeft het meer dan eens over bomen die te herkennen zijn aan hun vruchten, wat slaat op mensen, op ons, die herkenbaar zijn aan wat we zeggen, doen, en laten:
“Een goede boom brengt geen slechte vruchten voort, en evenmin brengt een slechte boom goede vruchten voort. Elke boom kun je aan zijn vruchten kennen,want van distels pluk je geen vijgen, en van doornstruiken geen druiven.” (Lucas 6: 43-44).
Maar daarover volgende week, in de vierde preek over Bomen in de Bijbel.

Voor vandaag sluiten we af met een gezongen gebed voor de mensen met macht en verantwoordelijkheid maar ook voor onszelf en allerlei mensen: om wijsheid, recht en vrede, om bescherming, om liefde die wil dienen en geen schade doet, die de ander hoogacht en het goede zoekt.

amen

Voor we gaan zingen nog een vraag om mee te nemen: Hoe kunnen we elkaar inspireren en voor anderen van betekenis zijn, en: durven we elkaar feedback te geven in liefde, of gaan er stekels overeind als we gewezen worden op zwakke punten of blinde vlekken in ons gedrag?
Zingen: NGK 260: 1 ,2,3,4 ‘Heer, voor alle mensen roepen wij U aan’

1. Heer, voor alle mensen roepen wij U aan.
Laat er recht en vrede in het land bestaan.
Zegen ons met vindingrijkheid die niet vraagt,
maar het kleine eert en ook het zwakke draagt.
2. Geef de koning wijsheid, geef de overheid
zich voor burgers in te zetten, toegewijd.
Zegen alle wereldleiders, laat uw naam
in het hart van machtigen geschreven staan.
3. Voor de eigen samenleving bidden wij,
voor bestuurders, werkers in de maatschappij,
laat de rechters recht doen, en bewaar het kind;
dat het echte liefde en bescherming vindt.
4. Laat de liefde, Heer, regeren in ons hart,
liefde die wil dienen, ook met kleine kracht,
nederige liefde die geen schade doet,
maar de ander hoogacht en het goede zoekt.

Gebed
Collecte
Kinderlied: SchatRijk
Zingen: NLB 413: 3 ‘Heer, ontferm U over ons’

Zegen

Bomen in de Bijbel 2: Geworteld of ont-aard Psalm 1

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet –amen
Zingen: Ps. 103: 4,5,6 DNP
Wetslezing
Zingen: Opwekking 244
Gebed
Bijbellezing: Jeremia 17: 1-8
Zingen: Ps. 1: 1,2,3 Levensliederen

1. Gelukkig is de man die niet bezwijkt
voor slecht advies dat veelbelovend lijkt.
Hij staat niet stil bij zondaars en hun zaken,
en zit niet waar ze God belachelijk maken.
Nee, hij geniet van wat de HEER hem leert:
zijn wet waaruit hij dag en nacht citeert.

2. Hij is te vergelijken met een boom,
geplant aan water dat aanhoudend stroomt:
een boom die op zijn tijd veel vrucht zal dragen,
zijn blad blijft groen, zelfs op de heetste dagen.
Hij groeit en bloeit, het gaat hem voor de wind,
de HEER is hem in alles goedgezind.

3. Hoe anders is de mens die zonde zaait.
Hij lijkt op kaf dat met de wind verwaait.
Het eerlijk oordeel zal hij niet verdragen
en bij rechtvaardigen zal hij vervagen.
Wie slecht is gaat op weg naar duisternis.
De HEER gaat mee met wie rechtvaardig is.
Tekstlezing: Psalm 1
Preek

Zingen: NLB 220: 1, 4 ‘Zoals een bloem zijn kelk heft naar de zon’ (evt mel. Ps. 119)

Gebed

Collecte

Zingen: NLB 425 ‘Vervuld van uw zegen’

Zegen
————————————————————————————————-

Verkondiging Psalm 1 Geworteld of ont-aard?

Gemeente van onze Heer
‘Gelukkig de mens….’
In oudere vertalingen -welzalig de man. Het past in een tijd waarin mannen in gezin, staat en maatschappij de leiding hadden maar wat deze psalm ons wil leren geldt ons allemaal: man en vrouw, oud en jong, burgers maar ook overheidspersonen, personeel en net zo goed leidinggevenden. Gelukkig de mens: welzalig, zoiets als: je bent gezegend, te feliciteren, goed af…

Ja, maar wanneer dan en hoe dan, wie is die mens die gelukkig is, of wordt? Een actuele vraag ook in 2019, voor veel mensen een brandende vraag. Ook een vraag die onderzoeksbureaus om de haverklap stellen: ben jij gelukkig?
De uitslagen van dat soort onderzoeken geven voor wat Nederland betreft te denken. Keer op keer komt eruit dat veel mensen aangeven best gelukkig te zijn – nog wel – maar zich zorgen te maken over hun toekomst en die van hun kinderen en zekerr van hun kleinkinderen, en ook zijn veel mensen somber over de staat van ons land.

Het Sociaal Cultureel Planbureau geeft aan dat mensen zorgen hebben over hoe we samenleven – of juist steeds minder samen en meer los van elkaar en tegenover elkaar – over te veel immigratie en te weinig integratie, over inkomen en pensioen met een groeiende kloof tussen steeds rijkeren en steeds meer achterblijvenden en armer wordenden, om nog maar te zwijgen over de klimaatcrisis en wat eraan te doen, of juist de ontkenning ervan vanuit de angst dat het ons te veel gaat kosten.
Er is ook een steeds groter wantrouwen tegen wat heet de gevestigde politiek, de media die links bevooroordeeld gevonden worden, en tegen wie van buiten komen…
In een recent gehouden lezing wordt gesteld dat er een somberheid heerst “die met geen economisch groeicijfer te verjagen is…een gebrek aan hoop die met geen loonsverhoging valt op te lossen…een wantrouwen in politici waardoor de verleiding om helemaal niet meer te stemmen of om op extreme uiteinden te stemmen steeds groter wordt….een zorg over onze samenleving en een heimwee naar vervlogen tijden, die aan ons allemaal vreet.” Tot zover het citaat uit die recente lezing.

Maar wat heeft dat nou te maken met die psalm waarmee het psalmboek begint?
Ik denk dat wat ik net in grote lijnen schetste, daar heel veel mee te maken heeft. Want het dieperliggende probleem van onze samenleving is dat veel mensen en ook de samenleving als geheel losgeraakt zijn van hun wortels en dus ook van elkaar. Het gaat nogal eens over onze identiteit als Nederland, die bedreigd zou worden door de instroom van mensen met een andere cultuur en religie, maar dan wordt vergeten dat al veel langer er een ontworteling aan de gang is, een ont-aarding.

Niet dat vroeger alles beter was, in de tijd van verzuiling en vaste kaders die met de nodige sociale controle al te vaak fungeerden als keurslijf: zo hoort het, zo doen we het – maar uit verzet en afkeer daartegen zijn veel mensen stuurloos geworden en cynisch, en bij gebrek aan eigen overtuiging en aan goede voorbeelden, laten ze zich door de ene na de andere zichzelf als leider en redder opwerpende roeptoeter op sleeptouw nemen. Ik denk aan wat de apostel Paulus schreef over gevaren die in zijn tijd al speelden voor de jonge christelijke gemeente: van stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, “met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen”. Maar dan is er houvast en veiligheid als je samen je verbonden weet met de Heer Jezus: “dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is, Christus.”(Ef. 4: 14-15).

Nou, daarmee zijn we weer helemaal terug bij die psalm, bij de boom en het kaf. Paulus heeft het over een schip dat stuurloos is midden in een hevige storm, maar je kunt ook denken aan boom die door een storm geteisterd wordt maar stevig overeind blijft – als die boom maar goed verworteld is in de aarde – daar kan zo’n boom wel tegen; het is pas een probleem als de wortels losraken en de boom op zichzelf komt.
Of – dat beeld schetst Jeremia in een tekst die sterk aan Psalm 1 doet denken maar in tegenstelling tot de psalm begint de profeet met het negatieve – zo’n boom blijft nog wel staan maar in plaats van te bloeien en vruchten op te leveren is het een armzalig en troosteloos geval: “een struik in een dorre vlakte, hij merkt de komst van de regen niet op, hij staat in een steenwoestijn, in een verzilt en verlaten land”.

En wanneer gaat een mens op zo’n kale struik lijken, in zo’n onvruchtbaar oord? Nou, dat is het lot van “wie op een mens vertrouwt, wie zijn kracht ontleent aan stervelingen, wie zich afkeert van de HEER” – en meteen maar de psalm erbij: dat kan gebeuren met wie “bezwijkt voor slecht advies dat veelbelovend lijkt, wie meeloopt met zondaars en hun zaken, en met wie God belachelijk maken”.

“Hij lijkt op kaf dat met de wind verwaait”- er blijft niets van over, je houdt het niet.
Wat je ook leert uit de geschiedenis en ziet om je heen: mensen die afhaken, ongeïnteresseerd zich niet willen binden of echt in problemen verdiepen maar wel met wat oneliners op social media wild om zich heenslaan, verkiezingswinst die zomaar weer verdampt, ouderen die vereenzamen en verkommeren omdat er voor hen geen tijd en aandacht meer is, jongeren met een burnout en zonder perspectief.

Maar laten we eerst nog wat meer aandacht geven aan wat hier staat over bomen. Tenslotte is dit de tweede preek in de serie over Bomen in de Bijbel. De psalm gaat er vanuit dat het goed gaat met een boom als die aan water geplant is, letterlijk: aan waterbeken, aan stromend water – dan is de boom fris en groen en komen er vruchten aan – zo niet, dan verdrogen de bladeren en komen er geen appels of peren of kersen aan – daarom is belangrijk dat de boom voedsel kan opzuigen via de wortels uit het grondwater – maar de boom mag niet met z’n voeten blijvend in het water staan want dan gaan de wortels rotten en gaat de boom dood.
En als zo’n boom verder weg staat van water, moet die zeker na het planten veel water krijgen – als de boom ouder wordt hoeft dat in het natte Nederland niet meer. verworteld zijn, daar gaat het om, en dus is ook de grondsoort wel van belang, en hoe dieper en hoe sterker de wortels zijn, des te beter zal het met de boom gaan.
Een voorbeeld uit de Bijbel is de dadelpalm die veel zon nodig heeft maar ook water. Ik las: “Dadelpalmen groeien niet in droge bodem en signaleren de aanwezigheid van grondwater op de plaats waar zij groeien.”. Bijzonder als in de woestijn een oase is met water en dan ineens bij dat water allerlei bomen staan, zelfs met vruchten. .

Nou, en dat beeld wordt gebruikt voor mensen, mensen met sterke gezonde wortels. Dan kun je denken aan een goed gezin, familie om je heen waar je goed mee bent, maar ook rust en vertrouwen van binnen, dat je weet wie je bent als mens van God. Waarmee we bij de kern komen waar het om gaat in deze psalm: dat je verworteld bent in God, waar het concreet wordt gemaakt in ‘je verdiepen in Gods woorden’, er staat ‘wet’ maar dat zijn niet geboden en verboden maar Gods hele onderwijs, over wie Hij is voor ons en wie wij zijn, en wat goed is voor onszelf en mensen om ons heen – want bomen met goede wortels zijn vruchtbaar voor mensen en dieren. Iemand merkt terecht op: “Vertrouwen op God geeft ruimte en genoeg buffer om door
moeilijkheden heen te komen. Vertrouwen op God geeft hoop en leven.
En dan kan je vrucht dragen. Dan kan je er zijn voor anderen,
vertrouwen stellen in anderen en iets voor hen betekenen, iets goeds doen.”
Terugkomend op waar ik mee begon, over zoveel wantrouwen en onzekerheid, verruwing en negativiteit in onze tijd: je kunt daar tegenwicht aan bieden als je dat vertrouwen dat je mag hebben in God, laat doorwerken in je praat, in wat je doet en laat, in hoe je je opstelt in je omgeving.

Dat beeld van geworteld zijn zegt ook iets over verbonden zijn met wie er voor je waren, allereerst familie, voorgeslacht – we hebben allemaal een stam-boom – dat woord wordt niet voor niets gebruikt voor familie-af-stam-ming – weer zo’n woord.
Geen mens staat los in het leven, we hebben allemaal een voorgeslacht, en dat bepaalt voor een best belangrijk deel wie je bent, hoe je zo geworden bent….en als je dat beseft, helpt dat je om jezelf te begrijpen en kun je daar van leren.
In een aardig gedichtje staat dat bomen als mensen zijn: “geen van twee staat graag alleen, in kinderen en takken, zo groeit er leven om ons heen” – en dan gaat het zo verder: “jij, je vader en moeder, dat is een soort van levensboom, die tak een eindje verder, dat is een tante of oom….maar die opa’s en oma’s dan die jaren terug gestorven zijn? Ja, kijk, ik zal maar zeggen, dat zullen wel de wortels zijn.”

Al te vaak roept dat geen mooie maar pijnlijke gedachten op: als er scheiding is geweest, als er breuken lopen door families heen, als zeg maar takken afgebroken zijn, of als er geen kinderen komen en er een tak van de boom afsterft – verdriet en pijn die je serieus mag en moet nemen, zelf en bij anderen, en om samen te delen.
Toch kun je dan ook vanuit het geloof weer hoop putten, want bij God sterft geen geslacht uit en wordt geen tak afgezaagd – kunnen er zelfs weer uitlopers komen.
Er staat een prachtige belofte in de Bijbel, in Jesaja 56: 3-5 – speciaal gezegd tegen wie eunuch genoemd wordt – een man die geen kinderen meer kon voortbrengen omdat hij naar de gewoonte van die tijd als hoveling ontmand was, verschrikkelijk. Maar God zegt dan iets geweldigs: “Laat de eunuch niet zeggen: ik ben maar een dorre boom’. Want dit zegt de HEER: ‘De eunuch die mijn sabbat in acht neemt, die keuzes maakt naar mijn wil, die vasthoudt aan mijn verbond, hem geeft Ik iets beters dan zonen en dochters: een gedenkteken en een naam in mijn tempel en binnen de muren van mijn stad. Ik geef hem een eeuwige naam, een naam die onvergankelijk is. “ Je leefde niet voor niets. Bij God is niemand een dorre boom. En met Jezus en elkaar verbonden krijg je er een hele nieuwe familie bij: broers en zussen, vaders en moeders, opa’s en oma’s – Jezus zegt tegen wie om Hem heen zaten dat zij samen zijn gezin vormden, zijn familie, ook als soms bloedeigen familie er niet of op verre afstand is of het laat afweten – die pijn blijft wel maar je kunt die hopelijk delen…
Het lijkt een schrale troost maar het is een uitroepteken achter dat in Psalm 1, dat als je verworteld bent in God, als je samen met Hem verbonden bent, je toekomst hebt. Terwijl als je op en voor jezelf leeft, je misschien menselijk gesproken alles mee hebt, maar het toch maar voor een tijd is, als – weer de psalm – kaf dat wegwaait. Zoals dat gaat met een mens, een mens die komt en weer gaat, en zomaar vergeten wordt.
Job zat ermee, midden op de puinhopen van zijn gezin en bedrijf en gezondheid, en hij is jaloers op die stoere boom die hele generaties kan overleven en zelfs als de stam en de takken afgekapt worden, weer kan uitlopen: “Voor een boom is er altijd hoop: als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen. Al wordt zijn wortel in de aarde oud, al gaat zijn stronk dood in de grond, zodra hij water ruikt, loopt hij weer uit en vormt twijgen, als een jonge scheut. Maar een mens sterft wen ligt terneer…een mens gaat liggen en staat niet weer op” (Job 14: 7-12). Dat is de harde werkelijkheid, nog altijd, een psalm is er ook eerlijk over: “de mens – zijn dagen zijn als het gras, hij is als een bloem die bloeit op het veld en verdwijnt zodra de wind hem verzengt; de plek waar hij stond, kent hem niet meer” (Ps. 103: 15-16). En dan gaat het over elke mens, gelovig of niet (meer), anders-gelovend, atheïst.
Het lijkt meer waar dan dat optimisme van Psalm 1 dat als je verbonden met God leeft,alles dat je doet tot bloei komt, dat het je voor de wind gaat – nou niet, niet echt, lang niet altijd, vaak juist niet, niet dat alles wat je onderneemt, ook gaat lukken.
Dat is trouwens ook met bomen niet zo: een boom kan omwaaien, er kan ongedierte in komen zoals de buxusmot of de processierups – en denk eens aan de invloed van de mens die hout nodig heeft – vandaar de massale houtkap – of bomen die moeten wijken voor wegen of woningen – of de invloed van vieze lucht en vervuild water….

Zo is er ook van alles dat ons leven als mensen moeilijk kan maken en bedreigt, en ook wie gelooft heeft niet de garantie dat alles wat je plant of onderneemt, ook lukt. In de catechismus staat dat we in dit leven de volmaaktheid niet zullen bereiken, we komen niet verder dan een bescheiden begin, maar we streven wel naar het goede.
Wat dat betreft is het goed net als de bomen met beide benen op de grond te staan. In een column in de krant kwam ik een aardig stukje woordspeling tegen, n.l. dat humaniteit (=menselijkheid) alles te maken heeft met ‘humus’= ‘aarde, grond’: “Misschien zou je in het Nederlands kunnen stellen dat de mens ten diepste aardig is, maar daarvoor wel ‘aarde’ nodig heeft”. En dat is verbonden zijn met de bodem waarop je leeft en werkt, de mensen om je heen, en nederig gewoon mens te zijn.

Daar begint de Bijbel ook mee trouwens: de eerste mens heet adam=aardbewoner – en zijn zoon heette enos= de kwetsbare – en in Psalm 103 staat ook dat God wel weet dat wij maar mensen zijn: “Hij weet dat wij, uit ’t stof aan het licht gekomen, slechts leven op de adem van zijn stem” – maar dat is dan ook meteen het geheim: met God verbonden toch leven en toekomst, zelfs tegen de klippen op, als een palm die tegen de wind in juist sterker wordt, en zelfs door de dood heen: want “s’Heren gunst zal over die Hem vrezen in eeuwigheid altoos dezelfde wezen..zijn heil omsluit de komende geslachten – de stamboom groeit verder – zijn barmhartigheid trekt zijn lichtend spoor – want God is trouw door dik en dun en Hij geeft niet op waaraan Hij met ons begonnen is…en in dat vertrouwen kun je zelfs midden in sores en onder tegenslag je gelukkig weten – dat tegendraadse van de bergrede: “gelukkig de treurenden, gelukkig wie hongeren en dorsten naar recht, gelukkig wie vervolgd worden” – samen met dat andere: “gelukkig de zachtmoedigen, de nederigen, de barmhartigen, de vredestichters, de zuiveren van hart” – niet makkelijk, wel goed!
Terugkomend op waar ik mee begon: dat mist in al die onderzoeken over geluk. Geluk wordt gemeten aan uiterlijke omstandigheden als werk, inkomen, succes, veiligheid, en natuurlijk gezondheid – en dat is ook begrijpelijk en van belang. Maar als de psalm een mens gelukkig prijst, gaat het dieper en er bovenuit: dat je leven geworteld is zoals zo’n boom die groeit tegen de verdrukking in, en die dan vanwege sterke en stevige wortels bestand is tegen de heftigste stormen en andere dreigingen.Ja, maar zo’n boom vraagt wel onderhoud: goede voeding, water en schone lucht – er kan veel mis gaan door zure regen, gif in de grond, bepaalde insecten…dus moet er soms ingegrepen en gezorgd worden.
Dat is bij ons mensen niet anders – als je geworteld en gezond wil zijn.
Daarom een vraag om mee te nemen de week in: wat doet u en wat doe jij om een gezonde boom te zijn, lichamelijk en mentaal-geestelijk? Denk aan wat je ziet en leest maar ook aan wat je eet en drinkt, wat je lijf aan slechte stoffen inademt…en wat doe je om in beweging te blijven en ook om in contact te blijven met anderen.. Want een boom alleen is maar alleen en een mens wordt zomaar eenzaam….

We kunnen daarvoor leren van Jezus die ook Psalm 1 heeft waargemaakt. In de toelichting in het bundeltje Levensliederen waar ook Psalm 1 in staat zoals we die gezongen hebben, wordt allereerst het op Jezus betrokken die anders dan onze eerste voorouders niet is bezweken voor de slechte adviezen van satan die zo veelbelovend lijken: zorg voor jezelf, pak wat je pakken kan, ga voor de macht.
In het paradijs ging het mis, in de woestijn maakte Jezus het goed – en als wij Jezus willen volgen, mogen we ook gaan lijken op die boom, en groeien en bloeien we – zoals Hans Bouma het in zijn psalmgedicht weergeeft: “Als een boom wortel je in de aarde, ben je onder dak bij de hemel. Voorgoed sta je in bloei”.

amen

.

Bomen in de Bijbel 1: Bomen voor het kiezen in de proeftuin van God Genesis 2 en 3

Belijdenis van afhankelijkheid – amen

Groet – amen

Zingen: Zingen: NLB 218: 1-5 ‘Dank U voor deze nieuwe morgen’

Gods wijze les: Spreuken 3: 1-18
Zingen: NLB 313: 1,5 ‘Een rijke schat van wijsheid’

Gebed

Inleiding
De komende vijf zondagen mag ik jullie voorganger zijn, en ik wil proberen die zondagen te gebruiken om een serie neer te zetten met een terugkerend thema.
Het is verrassend hoe vaak het erover gaat en hoeveel verschillende bomen voorkomen in de Bijbel, veel te veel om er allemaal aandacht aan te geven. Er zijn heel wat boeken over volgeschreven, en als u zelf Bijbel leest moet u er maar eens extra op letten.

We vinden bomen vanaf de eerste bladzijde van de Bijbel (Genesis 1-3; dat merken we vandaag) tot en met de laatste bladzijde (Openbaring 22, de vijfde en laatste preek) – en op heel bladzijden die daartussen liggen. En dan komen die bomen op allerlei manieren voor: als schepping van God, als beeld voor hoe mensen wel of niet leven naar Gods bedoeling, als waarschuwing: (lever je iets op – ben je een vruchtdragende of een dorre boom?) en ook als beeld van een nieuwe schepping: ‘eens komt de grote zomer’. Ik hoop dat wie er zijn er wat aan hebben – en voor wie er niet zijn en toch benieuwd zijn is er altijd kerkdienstgemist.nl.

Vijf preken dus en vanmorgen de eerste:
Bomen voor het kiezen in de proeftuin van God – Genesis 1 / 2 / 3.

We gaan uit elk van die drie hoofdstukken van Genesis een aantal verzen lezen.
L: Genesis 1: 11-13; 2: 8-17
Zingen: NLB 216: 1,2,3 ‘Dit is een morgen als ooit de eerste’

L: Genesis 3: 1-9 en 17-24

Zingen: NLB 178: 1,11 ‘Wie wil uit zijn hokje komen’

Preek dia 2 Bomen voor het kiezen in de proeftuin van God

Gemeente van God de Schepper van deze wereld, en van Christus onze Heer
Ik heb een poosje geleden een al wat oud boekje op de kop getikt over bomen en heesters, ook met het oog op wat we hebben staan in de eigen tuin.
Dat boekje begint zo: “Bomen zijn onmisbaar. Een aarde zonder bomen is verloren aarde. Dat is niet alleen omdat een boomloos landschap verlaten en onherbergzaam is, maar ook omdat bomen – ondermeer – de grootste leveranciers zijn van zuurstof, zonder welke geen leven op aarde denkbaar is.” Tot zover die beginregels van dat boekje. Bomen zijn onmisbaar, ook voor vogels die erin nestelen, voor insecten, en voor andere dieren, dus voor het behoud van de diversiteit van het leven op aarde. Ja, en ook gewoon voor schaduw in je tuin of in een park of bos als het warm is, en denk dan ook nog aan de vruchtbomen die appels opleveren en peren, sinaasappels en noten, en ga zo maar door – niet alleen lekker voor ook belangrijk voor ons leven.
Daarom is het zorgelijk als hele oerwouden dreigen te worden gekapt– b.v. in het Amazonegebied (dat wel de long van de aarde genoemd wordt), maar ook in andere gebieden in de wereld – waar veel bomen gekapt zijn is de schade als gevolg van orkanen en overstromingen veel groter, zoals onlangs nog bleek in Mozambique.
Het speelt ook bij ons: er is juist de laatste tijd discussie over kappen en aanplanten in de bossen van Nederland . Ook burgerlijke gemeentes zijn ermee bezig, zoals de gemeente Stichtse Vecht zoals blijkt uit een uitvoerige stuk ‘Bomen in Beeld Boombeleid en boomstructuur Stichtse Vecht’, waarin ook diverse aspecten genoemd worden waarom bomen onmisbaar zijn.

Er zou meer over te zeggen zijn, ook vanuit de Bijbel, die al op de eerste bladzijde ons mensen de opdracht meegeeft de aarde te bewerken en ook te beschermen. En we horen ook de belofte van de Heer dat Hij in een kaalgeworden woestijnachtig landschap zal zorgen voor nieuwe aanplant: dia 3 “Ik laat op kale heuvels rivieren ontspringen en bronnen in de valleien. In de woestijn laat Ik meren ontstaan, uit dorre grond borrelt water op. Ik plant in de woestijn ceder en acacia, mirte en olijfwilg, en Ik laat in de wildernis den, sneeuwbal en cipres opschieten.” (Jesaja 41: 18 en 19). Ik denk zomaar dat als we op deze God willen lijken die zo zuinig is en zorgzaam met het oog op zijn schepping en dat ook voor ons bestwil, dat ons dat te denken mag geven en dat wij ons ook moeten inzetten om de schepping te beschermen. Zulke teksten zijn meteen voorbeelden van allerlei bomen die al bekend waren in Bijbelse tijd. Ik heb ook daar een boekje over: ‘Plantenleven in de Bijbel’. Er is veel meer –kijk straks maar op de tafel naar boeken die ik zelf heb over Bijbelse bomen en planten.

Maar vanmorgen focussen we op die twee bomen in de hof van Eden, die je zou kunnen noemen de proeftuin van de mensen die God zijn wereld toevertrouwde. Bomen waar in de loop van de tijd veel over te doen is geweest, veel over is gefantaseerd, en ook over is gevochten: hebben die bomen er echt gestaan en wat voor bomen waren dat dan, en stel dat Adam en Eva meteen van die levensboom gegeten hadden, zouden ze dan het eeuwige leven gekregen hebben en ook niet van die andere boom gegeten hebben – en waarom gingen ze niet meteen dood na dat eten – was er wat aan de hand met die vruchten of is het anders bedoeld – is het misschien alleen symbolisch bedoeld – maar neem je dan de Bijbel niet serieus? Best lastige vragen, maar daar ligt vanmorgen niet de spits want letterlijk of niet, voor ons is vooral belangrijk waar die twee bomen voor staan en wat de les voor ons is.
dia 4
Om te beginnen met die ene boom tussen alle andere waarvan de mens rustig mag eten en die zelfs een extra vermelding krijgt als aan te bevelen: de levensboom. Al meteen iets dat vragen oproept: als je daarvan zou eten, zouden dan de vruchten van die boom iets hebben waardoor je eeuwig zou kunnen blijven leven, en zo ja, hebben Adam en Eva er dan nooit van gegeten en waarom niet, en als ze dat wel gedaan hadden, hoe kon het dan dat ze de dood over zich gehaald hebben door van die andere, verboden, boom te eten – je voelt al dat je er zo helemaal in vastloopt.

Ik denk dat het niet zit in die vruchten waardoor je een soort medicijn naar binnen kreeg of juist iets van gif – het gaat om de keus tussen wat God goed vindt en wat niet, tussen leven met God en zo tot je bestemming komen, of je eigen weg kiezen. Het is goed om te bedenken dat het motief van een levensboom in allerlei andere culturen en religies ook een steeds terugkerend motief blijkt te zijn, of het nu bij de oude Grieken is met hun tuin van de Hesperiden met gouden appels waardoor je onsterfelijk werd, of in Babel het levenskruid, of bij de Germanen met de mythe van appels die een eeuwige jeugd mogelijk maakten, en zelfs in China komt het voor.
Maar wel met een heel belangrijk verschil met het Bijbelse scheppingsverhaal: in al die andere verhalen zijn het alleen goden die onsterfelijk zijn, niet mensen – terwijl God het zo heeft bedoeld dat de mens die Hij geschapen heeft, eeuwig zou leven.

Ik las ergens dat bomen beschouwd worden als eerste voorouders van de mens.
Dat lijkt gek maar in elk geval: bomen waren er eerder dan mensen, ook in het scheppingsverhaal, bomen kunnen zelfs hele generaties mensen overleven – er zijn zelfs bomen die er al honderden jaren staan – en gezonde bomen staan voor
leven en vruchtbaarheid, houden zichzelf in leven door zaden waaruit weer nieuwe bomen ontstaan – bomen nemen ook CO2 op en geven weer zuurstof af –LEVEN.
De mens mocht van alle bomen in de hof eten – graag zelfs – en zeker ook van de boom die bij uitstek eraan herinnerde dat het leven alleen van God komt en alleen in verbinding met God veilig is en tot bloei kan komen – want eeuwig leven is maar niet voor altijd voortbestaan – dat is lang niet altijd een feest – maar verbonden met God en met elkaar genieten van alles wat God geschapen had en ons had toevertrouwd. Wat b.v. in het Spreukenboek ingekleurd wordt, zoals in Spr. 3: 18 over een mens
die wijsheid heeft gevonden waardoor het leven beschermd wordt en goed geleefd wordt, en dan lazen we van die wijsheid: “ze is een levensboom voor wie haar omhelst, wie haar omarmt mag zich gelukkig prijzen.” dia 5 Nou, letterlijk doe je dat denk ik niet: een boom omhelzen, het is een beeld hier voor wijsheid najagen. En nog zo’n inkleuring staat in Spr. 11: 30: “Een rechtvaardig mens plant een levensboom, wie wijs is, neemt veel mensen voor zich in.” In Spr. 13: 12 weer eentje:
“Almaar onvervulde hoop maakt ziek, vervuld verlangen is een levensboom.” Je voelt je er goed bij, je kunt tevreden zijn. En als laatste Spr. 15:4 waar het gaat om wat goed is voor de ander: “Kalme woorden zijn een levensboom, een valse tong vernietigt de geest“. Woorden kunnen maken en breken,bemoedigen of kapotmaken.

En God wil het goede, God wil zijn mensen en zijn wereld mooi en goed hebben, Hij wil er een paradijs van maken en geniet ervan als mensen van Hem en elkaar genieten en zijn wereld mooi maken en mooi en goed houden – kijk naar die boom, en naar alles erom heen: “Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten”…en God zei: “van alle bomen in de tuin mag je eten…” letterlijk staat het woord eten er zelfs dubbel, vandaar dat sommige vertalingen iets hebben als: je mag vrij eten, ga je gang, geniet ervan, het mag echt!

Maar er is wel iets bijzonders bij: er is een speciale tuin aangelegd voor de mensen. Je krijgt daaruit – en ook uit het vervolg – de indruk dat de rest van de aarde nog niet voor bewoning geschikt was – na de zondeval worden de mensen weggestuurd uit de hof van Eden “om de aarde te bewerken waaruit hij was genomen” (Gen. 3: 23).
Ik las: “God opent voor de mens een fraaie tuin, maar daarmee is niet gezegd dat de hele wereld reeds een paradijs was. Zelfs de tuin in Eden is een tuin, die de mens moet bewerken en bewaren.” Je zou die tuin een proeftuin kunnen noemen, een
startpunt om van daaruit – Gen. 1: 28 – talrijk te worden en de aarde te bevolken.
Nou, en bij proeftuin hoort ook wat we wel noemen het ‘proefgebod’: van alle bomen en vooral de levensboom eten, maar niet van die andere speciale boom die ‘boom van kennis van goed en kwaad’ heet: wie daarvan eet,haalt de dood over zich heen.
dia 6 Zoals al gezegd: niet dat er iets mis was met die boom zelf of met die vruchten. Als Eva naar de influistering van satan via de slang luistert, gaat ze met andere ogen naar die boom en die vruchten kijken: “zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog”- ik denk dat die vruchten ook heerlijk waren, en na het eten ervan vielen de mensen niet dood neer, ze leefden zelfs nog honderden jaren door.
En: wijs worden, goed en kwaad onderscheiden, ook daar is niks mis mee – het is een onware en gemene insinuatie dat God de mens dom en klein zou willen houden.

Maar het punt is of je zelf wel zal uitmaken wat goed voor jou en de ander en voor de wereld om je heen is, of dat je je laat leiden door de wijsheid en liefde en goedheid van God, en dat ook samen: gericht op de ander, bereid om te dienen en te zorgen. Niet voor niets staat er de suggestie bij dat pakken en eten van die boom de mens macht zou opleveren: dat zullen jullie als goden zijn, of – beter vertaald: als God. En de gevolgen daarvan zijn nog altijd merkbaar en voelbaar: onderdrukking, uitbuiting, heerszucht van de man over de vrouw, huiselijk geweld, uitputting en vervuiling van de schepping, oorlogen, kloof tussen rijk en arm, hebzucht – en ga zo maar door. Kennis hebben van goed en kwaad is bedoeld als: zelf beslissen over wat je denkt toch jouw eigen leven te zijn, over wat wij denken toch onze wereld te zijn, ons eigen leven: eigen belang voorop.baas in huis en in eigen land, ik maak het zelf wel uit.
Het is gevolg van de verleiding als een god te willen zijn om wie alles draait dia 7
Dus het kennen van goed en kwaad is vooral het zelf uitmaken wat goed en kwaad is, en dat niet alleen maar voor jezelf maar ook voor anderen – het gaat om macht.
En net zoals met bomen en vruchten: ernaar grijpen en ervan eten kan verleidelijk zijn en goed proeven, zomaar is het gevolg dat je gif binnenkrijgt, en kapot gaat.
Kijk, en zo staan die bomen nog altijd in de Bijbel, als steeds de beslissende keus.
Als een proef op de som: waar kies ik voor: voor een leven in verbinding met God, en dienstbaar aan elkaar en in deze wereld, of voor een leven op en voor mezelf, waar juist die ander maar dienstbaar moet zijn en ik langs anderen heenleef of over anderen heenwals, een bestaan waarin alles om mij draait en mij moet dienen.
Dat is wat achter die keus zit tussen die twee bomen. dia 8

Als dat de keus is voor die boom die staat voor zelfbeschikking en macht, leert dit verhaal en ook de ervaring dat daar gaat alles wat je lief zou moeten zijn, kapot aan gaat– terwijl die andere boom staat voor leven en laten leven, voor vrede en veiligheid, samen, en met God. Vandaar wat aangegeven wordt in de slotverzen van Genesis 3: die verkeerde keus – gaan voor jezelf, afgaan op jezelf, zelf alles in de grip willen houden, en dat vaak ten koste van de medemens en van onze leefwereld, en van God los – die verkeerde keus verspert de weg naar het echte leven en naar een goede mooie toekomst – er staat bij die levensboom voortaan als het ware een
bord: ‘verboden toegang voor onbevoegden – want, zei God: stel je voor dat de
mens na die keus voor de ‘zelfbeslissingsboom’ ook nog zich van die levensboom
meester zou maken – dan zou hij denken dat hij alles maakbaar is en dat hij ook over zijn eigen leven en dat van zijn medemensen kan beschikken….en dat je als mens je eigen paradijsje kan maken en wil vasthouden ten koste van alles – afblijven, van mij!
Terwijl de bedoeling is dat je niet vasthoudt maar kan loslaten en je openstelt voor wat God geeft en wat anderen je aanreiken, als mensen voor elkaars geluk bestemd.

Paulus schrijft dat door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen. En dan is ‘dood’ natuurlijk ook het sterven van elk mens, vroeg of laat, oud of helaas vaak ook jong, naar dood is vooral het beperkt zijn, het vaak falen, de teleurstellingen en het jezelf en elkaar moeten verliezen, het moeizame van tegenweer en afzien. De Bijbel noemt dat later vergankelijkheid, tijdelijkheid, zeg maar: lijden aan het leven. We kunnen er tal van voorbeelden van geven, iedereen wel ook uit eigen leven.

Ja, maar gelukkig is dat in Genesis 3 en de Bijbel verder, niet het laatste woord. We krijgen uit dat schokkende hoofdstuk ook lichtpuntjes mee, het zijn er zelfs een hele serie: werken wordt wel zwaar, maar het levert toch leven en levensonderhoud op, kinderen krijgen eist z’n tol maar het leven gaat zo wel door (de vrouw krijgt de mooie naam Eva=leven, als moeder van een hele mensheid); en er komt ooit iemand – en wij weten dat die iemand Jezus zal zijn – die overwinnaar wordt over zonde, dood en pijn – en al moet de mens weg uit het paradijs, de hele aarde wordt zijn werkterrein. Later komt er de belofte bij van zaaien en oogsten, zomer en winter, dag en nacht, zolang de aarde bestaat en God staat garant voor de bescherming van het leven.
Des te meer gaat het leven en lijden en sterven van Jezus voor ons spreken, die juist zich vernederde tot aan dat kale dorre kruishout – dat voor ons levensboom werd.

Vooruitgrijpend op de vijfde en laatste preek van deze serie: op de laatste bladzijde van de Bijbel komt de boom van het leven dubbel en dwars terug. We lezen in Openbaring 22 over de nieuwe tuinstad van God dat daar vanuit de troon van God een rivier met kristalhelder water komt en dat aan weerskanten van die rivier levensbomen staan die elke maand vrucht opleveren, gezond en geneeskrachtig..
Er staat bij: voor alle volken. Continu wordt geoogst en geëxporteerd! .. Jezus zegt in Openbaring 2: 7: dia 9 “Wie overwint, zal Ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.” We komen er zoals gezegd op terug in de laatste preek van deze serie, maar al in Genesis 3 kijken we vooruit naar die grandioze ontknoping want God laat niet los waaraan Hij is begonnen – en God is al zoveel verder gekomen in en door Jezus. Jezus die met onze schulden, met onze nood en dood, aan het kale dorre hout van het kruis gespijkerd werd – en dat vreselijke stuk hout werd voor ons tot een levensboom – zoals al in de vroege kerk dat motief in overdenkingen en afbeelden en liederen gemeengoed werd. dia 10 We gaan er nu van zingen dat door de overwinning van Jezus op zonde en dood ons leven en ook heel Gods schepping weer uitzicht heeft en tot leven komt: ‘de bomen zingen in de tuin, geen vlammend zwaard verspert de weg, de lente lost de winter af, en verbonden met Jezus mogen wij ook als bomen zijn die vrucht opleveren: voor God, voor elkaar en onze wereld, en voor onszelf…en dan wordt het nu al een beetje zomer, en groeien er al stukjes paradijs, zelfs midden in de woestijn. ame

Zingen: NLB 628: 1,2,3,7 ‘Nu moet gij allen vrolijk zijn’
1 Nu moet gij allen vrolijk zijn.
De bomen zingen in de tuin,
het lege graf verzwijgt het niet,
de mond geopend voor het lied,
halleluja!

2 De loze woorden zijn verstomd,
de wereld die op adem komt
zingt met de vogels in de lucht
dat nu de nacht is weggevlucht,
halleluja!

3 Geen vlammend zwaard verspert de weg,
de engel die het voerde zegt,
dat alle leed geleden is
omdat de Heer verrezen is,
halleluja!

7 O goede engel bij het graf,
de lente lost de winter af,
bewaak het jonge groen en wijs
de ingang van het paradijs, halleluja!

Gebed
Collecte
Kinderlied: Weet je dat de Vader je kent?
Zingen: NGK 177: 4 ‘Vader van het leven, ik geloof in U’
Zegen – amen

Moeten kinderen boeten voor de zonden van hun ouders? Exodus 20: 5b-6

Liturgie morgendienst

Openingslied: Opwekking 481 ‘Ik aanbid U’
Belijdenis van afhankelijkheid en vertrouwen – amen
Groet – amen
Zingen: Ps. 103: 3,6,7 ‘Hij is een God van liefde en genade’
Opwekking 518 ‘Heer U doorgrondt en kent mij.
Gods wet Exodus 20: 1-17
Bijbellezing: Ezechiël 18
Zingen: Ps. 90: 1,8 ‘Gij zijn geweest, o Heer, en Gij zult wezen
Preek – Exodus 20: 5b-6 ‘Moeten kinderen boeten voor de zonden van hun ouders?”
Zingen: Opwekking 726 ‘Er is een onbegrensde liefde’
Gebed
Collecte
Kinderlied
Zingen: Opwekking 378 Ík wil jou van harte dienen’
Zegen

dia 1 Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Het is ongeveer 15 jaar geleden dat de Nieuwe Bijbel Vertaling tot stand kwam.
Meteen werd al aangekondigd dat de gebruikers commentaar konden leveren.
Dat wat er binnen zou komen aan kritische opmerkingen en suggesties tot verbetering zouden worden meegenomen, voor t.z.t. een herziene versie.
Daar zijn de mensen van het Bijbelgenootschap al heel wat jaren mee bezig.
En houd u maar vast: het zal wel uitdraaien op straks weer een nieuwe bijbel…..

Daarover nu niet verder, het gaat ons vanmorgen om onze tekstverzen.
Om de formulering van het tweede gebod waar eigenlijk al vanaf dat de NBV
in gebruik genomen werd, veel kritiek over is losgekomen.
Dan gaat het er vooral om dat er staat dat God de kinderen zal laten boeten
voor de schuld van ouders die, tegen dit gebod in, andere goden gaan dienen
en beelden vereren, en dat God er zelfs kleinkinderen en achterkleinkinderen voor zal straffen, want er staat “ook het derde geslacht en het vierde” – dat gaat ver:
van grootouders tot en met achterkleinkinderen – van heel oud tot nog heel jong.
dia 2
Nou, en als je dat zo leest of hoort in de kerk, komt het hard aan – misschien niet
als je het voor de zoveelste keer hoort en het dus niet meer echt hoort , want zo
gaat het vaak met overbekende teksten, zoals vroeger toen de tien geboden elke zondag voorgelezen werden in elke zondag bijna dezelfde woorden – en ook nog
ouderwetse taal: “Ik ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die
Mij haten”- bekende taal voor ons ouderen maar snappen jullie er iets van…?
Dan is een nieuwere meer eigentijdse vertaling heel goed, maar juist dan komt het harder binnen dan als de taal ouderwets is en dus verder van je af staat….maar dat ‘bezoeken van de ongerechtigheid aan de kinderen” betekende ook ‘vergelden’, je erop afrekenen – en de BGT is zo mogelijk nog harder, daar staat dat God ook de nakomelingen zal straffen van wie ontrouw is aan God en andere goden gaat dienen.

Kijk, en dan gaan we steigeren want het is toch niet eerlijk als je opa of oma, je vader
of je moeder, verkeerde keuzes gemaakt hebben, iets verkeerds hebben gedaan, en
dat jij daar dan op aangekeken of zelfs voor gestraft wordt – en als dat er toch zo staat, dan moet er iets mis zijn gegaan, want dat kan God toch zo niet bedoelen?
Wie dat denkt en zegt, heeft gelijk want dat staat in de Bijbel, dat het zo niet zit.
We hebben juist daarom dat best lastige hoofdstuk uit Ezechiël gelezen, waar staat dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen daden, en dat je niet je kunt verschuilen achter wat je ouders of grootouders verkeerd hebben gedaan, en dat je ook niet gestraft zal worden voor wat anderen aan schade hebben aangericht. Ook Paulus schrijft erover in zijn brief aan de Romeinen: “God zal alle mensen geven wat ze verdienen”. En: “God beoordeelt ieder mens op dezelfde manier” (Rom. 2; BGT)

Terug naar de vertaling van dat tweede gebod, in Exodus 20 en ook in Deut. 5.
Er is heel wat geschreven en ook te zeggen over woorden en hun betekenis, dat laten we vanmorgen maar liggen, maar in elk geval zijn de deskundigen bezig om de vertaling zo te krijgen dat het niet het misverstand in de hand werkt dat God mensen beoordeelt en bestraft om dingen waar zij zelf niets aan kunnen doen, zo is God niet.
Een poging om hieruit te komen is b.v. in plaats van ‘laten boeten’ te vertalen met:
“Als ouders mij haten, roep Ik voor hun zonde hun kinderen ter verantwoording”.
Misschien wordt het dat, maar het blijft lastig, want wat is nou precies bedoeld?
En ook iemand ter verantwoording roepen voor wat een vorige generatie op zijn geweten heeft, ervaren we gauw als niet eerlijk: maar kan ik daar wat aan doen?
Het was een vreselijk dilemma kort na de oorlog en er is veel is misgegaan, b.v. met de kinderen en kleinkinderen van NSB’ers en SS’ers; het speelt nu weer bij de vraag wat te doen met kinderen van jihadstrijders en Syriëgangers: lastig en gevoelig

Laten we om daar achter te komen, ons verdiepen in wat het tweede gebod bedoelt.
En dan is goed te beseffen dat niet kinderen of kleinkinderen maar de ouders, de generatie die als eerste dit gebod heeft meegekregen, worden aangesproken: weet dat jullie keus, dat wat jullie doen en laten, doorwerkt op je kinderen en daarna. En dan is dat gezegd juist bij dat gebod over de Heer dienen of niet, en hoe je dat doet.
Het volk dat uit Egypte met zijn vele goden en godenbeelden was bevrijd en dat op weg was naar Kanaän waar ze ook allerlei goden vereerden met beelden en onder heilige bomen, werd gewaarschuwd om niet de Heer in te ruilen voor die andere goden en ook niet de Heer te vereren op dezelfde manier, alsof Hij een van die vele goden is: maak niet een beeld van Mij of je eigen denkbeelden over Mij, want Ik ben er niet zo eentje maar de heel andere echte God, en: Ik wil de enige voor jullie zijn.
Ja, en besef wel dat hoe jullie Mij dienen, invloed heeft op volgende generaties.
Dat als je kinderen een verkeerd beeld van hun God krijgen, ze dat zomaar gaan
overnemen en ook weer doorgeven, zoals dat ook gaat met een bepaalde manier van denken en van leven: goed voorbeeld doet goed volgen, andersom ook vaak.

Nou, en dat weten we allemaal wel, en dat geldt echt niet alleen voor het geloof.
Denk aan uitdrukkingen als ‘de appel valt niet ver van de boom’, ‘zo vader zo zoon, zo moeder zo dochter’, en ‘zoals de ouden zongen, piepen de jongen’. Is vaak zo.
Een paar voorbeelden om dat in beeld te krijgen kunnen helpen.
Als je als ouders ervoor kiest te verhuizen, naar een ander deel van het land, kies je ook voor je kinderen als die nog thuis wonen, die moeten naar een andere school, weg van hun vriendjes en vriendinnetjes, om een heel nieuw leven op te bouwen..
en misschien krijgen ze wel daar verkering en groeien hun kinderen daar op. Het kan
een heel goede keus zijn, maar die keus heeft hoe dan ook gevolgen….en dat is nog
veel ingrijpender als de verhuizing emigratie is: naar Canada b.v. of naar Australië.
Wat nog veel meer impact heeft is als ouders uit de kerk weggaan of zelfs het geloof verliezen, ook dat heeft invloed op kinderen en hun kinderen. En als kinderen in een crimineel milieu opgroeien is het erg lastig daarvan los te komen. Bekend is ook dat als ouders roken of veel drinken of als er drugs in het spel zijn, dat makkelijker door kinderen overgenomen wordt dan wanneer dat thuis totaal geen opties zijn…..
Zomaar wat voorbeelden van hoeveel invloed goede én slechte voorbeelden zijn.
Kijk, en daarop spreekt de Heer met dit gebod zijn volk toen en ons vandaag aan.
Niet om kinderen af te rekenen op gedrag waar ze zelf niet verantwoordelijk voor zijn maar om ouders te waarschuwen voor de gevolgen die hun keus kan hebben.

Waarbij volop overeind blijft staan dat elke generatie zelf verantwoordelijk is voor wat ze met een goed of slecht voorbeeld doen; er is altijd een weg terug, de weg van wat de Bijbel bekering noemt, en dan wil God graag vergeven en is er herstel mogelijk.
Precies daarover gaat het in Ezechiël 18, waar de tweede generatie van ballingen in
het verre Babel zijn nood klaagt over hun situatie, en God aanklaagt dat het niet eerlijk is dat zij uit hun land zijn weggehaald om wat pa en ma, opa en oma, deden.
dia 3
Er is zelfs een soort spreekwoord gangbaar geworden: ‘onze ouders hebben onrijpe druiven gegeten en nu krijgen wij, de kinderen, stroeve tanden’; wij zouden zeggen:
pa en ma zijn in de fout gegaan, en nu zitten wij met de gebakken peren –niet eerlijk!
In Jeremia 31 komen we klacht ook tegen, over onrijpe druiven en stroeve tanden.
En in Klaagliederen 5:7 staat een aangrijpende klacht, tussen de puinhopen van een
verwoeste stad Jeruzalem: dia 4“Onze voorouders hebben gezondigd, zij zijn er niet
meer; nu dragen wij hun schuld” – tegelijk voelen de klagers zich ook onderdeel van het volk dat heeft gezondigd: “wee ons,wij hebben gezondigd” (16), en zoeken ze steun bij God (20-21): “Waarom zou U ons voorgoed vergeten, ons voor altijd verlaten? Breng ons terug bij U, HEER, laat ons terugkeren, laat het ons gaan als voorheen.”

Waarmee we terug bij Ez. 18 diezelfde geluiden horen terugkomen: er is toch hoop!
Zeker, het is waar dat gedrag van de ene generatie gevolgen heeft voor de volgende.
Maar dat is niet een onafwendbaar noodlot, ook erfzonde is niet onomkeerbaar, en
elke nieuwe generatie staat voor nieuwe keuzes en heeft volop nieuwe kansen.
Ik las: “Elke mens is met onlosmakelijke banden aan het voorgeslacht verbonden.
En toch is ook weer elke mens een nieuw begin.” dia 5
Ezechiël geeft er de voorbeelden van, zowel in negatieve als positieve richting.
Stel dat een zoon of dochter in hetzelfde spoor gaat als vader of moeder, en het is een verkeerd spoor: dan moet hij of zij er de gevolgen van dragen, en is het te makkelijk om je te verschuilen achter vroeger, en je als slachtoffer neer te zetten. De voorbeelden zijn er van een zoon die breekt met het foute leven van pa, van een dochter die zich losmaakt van de negatieve invloed van moeders – hoe lastig ook. Andersom is een goede opvoeding en een liefdevol thuis niet de garantie dat het met je kinderen als vanzelf wel goed gaat, en hoef je ook niet waar het mis gaat met een schuldgevoel rond te blijven
lopen alsof je blijkbaar van alles verkeerd hebt gedaan. Dat kan je als ouders
slapeloze nachten bezorgen en je heel erg aan het twijfelen brengen over jezelf.
Wat terecht kan zijn – terugkijken, leren van je fouten, zelfs: er spijt van hebben – maar het ook dat je echt je best hebt gedaan en het toch anders gaat dan bedoeld.

Dat brengt ons op een belangrijk thema in onze tijd: gezins- en familieverbanden die in toenemende mate aandacht krijgen, vooral ook in begeleiding en hulpverlening.
Want ondanks de grote nadruk in de samenleving op elk mens als een individu, blijkt steeds meer dat het gezin waarin iemand is opgegroeid en de familie waar hij of zij een onderdeel van is,invloed heeft op de manier waarop een mens in het leven staat.
Ook je plek in het gezin heeft invloed: ben je de oudste of de jongste, of zat je ergens middenin; was je misschien enig kind, of juist eentje van een heel groot gezin – en als er een of meer kinderen waren die extra aandacht nodig hadden, wat deed of doet dat met jou….en is het gezin gesloten of juist een open huis voor anderen?
En zeker ook als dingen fout gaan: een scheiding, een depressie, conflicten binnen de familie maar ook in de buurt of op het werk of in de kerk, speelt vaak veel meer een rol dan alleen dat die ene persoon problemen heeft of conflicten veroorzaakt.
Frustrerend is ook als er familiegeheimen zijn die de een wel en de ander niet weet.
Of als er taboes spelen: zaken die niet bespreekbaar zijn, ‘want dan komt er ruzie’..
dia 6
Daarom komt vaak als er problemen zijn, naast persoonlijke begeleiding of zelfs behandeling gezinstherapie in beeld, met aandacht voor achterliggende systemen van hoe een familie functioneert of niet, een moeizame relatie met eigen vader of moeder of met schoonouders of anderen in gezin en familie, en als daar inzicht in komt en als het lukt verbetering optreedt, kan ook het beginprobleem aangepakt worden en vaak werkt dat voor het hele gezin helend en komt er een nieuwe start.
Vaak komen dan dingen aan het licht die ver terug gaan in de tijd: oorlogstrauma’s,
huiselijk geweld, misbruik – of werk dat een vader opslokte, of een al jong overleden ouder, een nieuwe relatie van vader of moeder na overlijden of na een scheiding – gepest zijn op school, een verkering die uitging – of heel iets anders moeilijks.
Niet voor niets verschijnen de laatste jaren veel boeken over de moeizame relatie van een schrijver met eigen vader of moeder,en de invloed die dat nog steeds heeft.
Het is goed daar oog voor te hebben, bij jezelf, bij anderen, in de samenleving. Het kan helpen jezelf en die ander beter te begrijpen, en beter met elkaar om te gaan.

Het komt misschien over als ver weg van het onderwerp: dat tweede gebod en wat eraan wordt toegevoegd over schuld van ouders en gevolgen voor kinderen. Maar het heeft er alles mee te maken want geen mens staat op zichzelf, los van zijn of haar voorgeslacht, is verbonden met familie en vrienden, dat bepaalt mee wie je bent geworden – maar tegelijkertijd: dat is niet een noodlot of een gevangenis waar je nooit los van kunt komen – we zijn allemaal mensen met een eigen zelf en met een eigen verrantwoordelijkheid, en met hulp van God mogen we groeien en kunnen we ook loskomen van verkeerde gewoontes en invloeden, kunnen we ons ‘bekeren.
Waarbij vaak ook er een reactie is precies de andere kant op die ook moeite geeft.
B.v. dat wie zelf thuis heel streng is opgevoed, eigen kinderen te vrij laat en bang is om grenzen te stellen of nee te zeggen, dat wie in zijn jeugd is verwaarloosd, nu zelf alles uit de kast haalt om het zijn kinderen naar de zin te maken, en daarbij zichzelf
voorbijloopt, dat wie ooit slachtoffer is geworden van misbruik, eigen kinderen zelfs niet durft aan te raken of te knuffelen – het zijn allemaal trauma’s, beschadigingen.
Die opgespoord en onderkend moeten worden en waar dat kan, behandeld…
Wat we in grote lijnen hebben geprobeerd mee te geven om over door te denken,
ligt denken we helemaal in lijn van wat die toespitsing op het tweede gebod bedoelt.
Niet als dreiging voor kinderen en kleinkinderen met straf op wat ooit in de familie misging, maar allereerst als waarschuwing voor volwassenen, ouders, grootouders, dat hoe je kiest, dat wat je doet en niet doet, zegt of juist verzwijgt, dat je voorbeeld, invloed heeft en gevolgen kan hebben, en dat het er dus wel op aankomt….maar ook dat het nooit een noodlot is en ook geen excuus voor volgende generaties want er is altijd een eigen verantwoordelijkheid voor wat je doet met je leven, en er is met hulp van anderen en door Gods genade en door het werk van zijn Geest, altijd een weg terug en dan weer vooruit, altijd een tweede kans en hoop op een nieuwe toekomst.

Dan kan er ook plaats zijn voor het besef dat geen mens perfect is en perfect hoeft te zijn: we mogen fouten maken, als we die onder ogen durven zien en bespreekbaar maken, zoals ook in de Bijbel staat dat we elkaar onze zonden moeten belijden – ouders doen er goed aan de kinderen toe te staan fouten te maken en ervan te leren, en ze te helpen om het een volgende keer anders en beter te doen –en wat kan het bevrijdend zijn als je als zoon of dochter merkt dat je ouders eerlijk toegeven dat ze ook niet perfect zijn, het ook soms fout gedaan hebben en doen, en je waar nodig laat merken dat je daar spijt van hebt en excuses voor maakt – dat geeft zoveel ruimte en de band met elkaar wordt er hechter door – je komt er echt sterker uit.
En de andere kant uit ook: geduld hebben met je ouders als die voor jouw gevoel je niet begrijpen, kort door de bocht reageren of je beperken in wat jij zou willen ….. praat erover, respecteer elkaar, en accepteer dat niemand perfect is en hoeft te zijn.
Naar het voorbeeld van God over wie we zongen dat Hij liefdevol is en genadig, en dus ook geduldig: “die ons niet doet naar alles wat wij deden”, en steeds opnieuw met mensen wil beginnen, “zoals een vader liefdevol zijn armen” naar ons uitsteekt. dia 7
Van daaruit is er veel voor te zeggen als overheid en samenleving kinderen en kleinkinderen van mensen die heel foute keuzes maakten te omarmen,goed te begeleiden en ze de kans te geven een nieuw leven op te bouwen, beter dan ze te laten opgroeien met haat en wrok, met alle kwalijke gevolgen die dat kan hebben.

Bijzonder hoe die toevoeging aan het tweede gebod uitloopt op een grandioos ruime, verstrekkende, bemoediging, gegrond op Gods trouw aan zijn beloften en verbond: “als ze Mij liefhebben en doen wat Ik gebied, bewijs Ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht”- hoe veel verder gaat dat dan de derde en vierde generatie!
En denk nou niet: dat eerste deel over ongehoorzaamheid en straf gaat over wie God de rug toekeren en hun nakomelingen – een hopeloos verloren generatie – en dat hoopgevende gaat over wie bij het geloof blijven en hun kinderen die dat ook doen.
Nee, juist wat we lazen in Ez. 18 laat zien dat het twee kanten op kan: onrecht en slechte dingen bij wie thuis het goede voorbeeld kregen – genade is geen erfgoed – terwijl ook als ouders verkeerd kiezen en een slecht voorbeeld geven, zoon of dochter de goede draad weer kan oppakken en dan ervaren mogen dat God trouw is en graag vergeeft – zoals in een psalm: “zijn heil omsluit de komende geslachten”.
Ja, en ook als je veel fout hebt gedaan en er spijt van hebt, wil God met je verder, mag je vragen om en rekenen op zijn vergeving, en mag je ook Gods hulp vragen om het weer goed te maken met mensen om je heen: je kinderen, je ouders, je naasten.

De NBV wordt herzien, zeker ook de tekst van dit tweede gebod wordt anders.
Wat er ook uitkomt, de bedoeling blijft staan, en Gods belofte ook – vertrouw daar maar op, want : “geslachten gaan, geslachten zullen komen, wij zijn in uw ontferming opgenomen” dia 8
amen
.

Johannes 2: 12-25: Jezus de Zoon veegt het huis van zijn Vader schoon

Liturgie morgendienst CGKV BoL zondag ‘Oculi’ – 4 maart 2018

Welkom
Zingen: NLB 791: 1,3 ‘Liefde, eenmaal uitgesproken’
Moment van stilte en persoonlijk gebed
gezongen votum – groet – gezongen amen
Zingen: NLB 25a: 1,2 ‘Mijn ogen zijn gevestigd’ (mel.Psalm 130)
Gods wet Exodus 20: 1-17
Zingen: Ps. 19: 3,5 GK
Gebed
Filmpje https://www.youtube.com/watch?v=w2otmC5Qy3g
Projectlied ‘De nieuwe schepping komt dichtbij’.
De nieuwe schepping komt dichtbij.
Jezus maakt het waar.
Als Hij naar de tempel gaat
gooit Hij boos het geld op straat.
Gods huis lijkt wel een markt te zijn,
hebzucht doet Hem pijn.
Leven wij speciaal voor God,
luisterend naar zijn gebod?
De nieuwe schepping komt dichtbij.
Jezus maakt het waar.

Kinderen naar de KND

Bijbellezing: Johannes 2: 12-25
Zingen: NLB 187: 1,2,3,4 ‘Runderen, schapen en duiven te koop’
Verkondiging ‘Jezus de Zoon veegt het huis van zijn Vader schoon’
Zingen: LB 289 “Heer, het licht van uw liefde schittert” (mel. Opw.334)
Heer, het licht van uw liefde schittert,
schijnt in donkere diepten, schittert;
Jezus, licht voor de wereld, verlicht ons
door de waarheid die u geeft, bevrijd ons.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Kom, Jezus, kom, vul dit land met uw Vaders glorie;
blaas, Geest, ons aan, zet ons hart in vlam,
stroom, overstroom alle naties met uw genade.
Geef ons uw woord, Heer, ontsteek hier het licht.
Heer, ik kom in uw stralend schijnsel,
uit de schaduw in uw nabijheid;
door uw Zoon mag ik staan in uw luister,
toets mij, test mij, verteer al mijn duister.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Heer, hoe meer wij uw helder licht zien
en de weerglans op uw gezicht zien, -
zal ons leven voor anderen stralen,
het verhaal van uw liefde vertalen.
Schijn in mij, schijn door mij.
Gebed
Collecte – zingen: Opw. 715 ‘Wat hou ik van uw huis’
Zingen: NLB 423: 1,2 ‘Nu wij uiteengaan’
Zegen
Amen: NLB 423: 3 ‘Voor alle mensen op onze weg’

———————————————————————————————
dia

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zussen en broers, u en jij,

Ik heb wel even geaarzeld over dat filmpje: moet dat nou, kan dat wel?
Afgezien van dat we niet weten hoe het precies gegaan is en hoe Jezus
er in het echt heeft uitgezien…maar zo kennen we onze Heer toch niet?
We hebben het als we het over Jezus hebben, vaak over zijn geduld en
zijn liefde, over vrede nastreven met alle mensen, over zachtmoedigheid.
Maar past dan wel in dat beeld wat we net gezien hebben: met een zweep
rondmeppen, schapen vrijlaten en wegjagen, duiven laten wegfladderen,
en die tafels met geld omsmijten en de verkopers boos toeschreeuwen…
Stel dat u of jij je zo zou gedragen: in een winkel of op een markt – ik denk
dat je gauw opgepakt zou worden door de politie – als een soort hooligan
die opgesloten hoort te worden of een verward persoon die psychiatrisch
onderzocht moet worden….maar hier hebben we het wel over Jezus…..

Toch heb ik ervoor gekozen dat filmpje wel te laten zien, want toen ik nog
een keer de verzen las die net voorgelezen zijn, dacht ik: het staat er wel:
dat Jezus na aankomst vanuit Galilea in Judea kwam om paasfeest te
vieren – pesach – en toen naar tempel ging en daar tot zijn ontzetting die
beestenmarkt en dat geldwisselkantoor zag en dat Hem dat raakte tot diep
in zijn ziel: jullie maken van het huis van mijn Vader één grote markt!
En dan zie je het gebeuren zoals in dat filmpje: “Toen maakte Jezus van een
stuk touw een zweep, en daarmee begon hij iedereen weg te jagen. Alle
koeien en schapen jaagde hij de tempel uit. Hij gooide de tafels van de
handelaars omver, zodat al het geld op de grond viel. En hij riep tegen de
duivenverkopers: ‘Weg met die duiven. Jullie maken een markt van het
huis van mijn Vader”. Zo wordt het verteld in de Bijbel in Gewone Taal.

Ik moet denken aan wat Johannes de Doper aankondigde met het oog
op de komende messias: “Hij houdt de wan in zijn hand om de dorsvloer
te reinigen” (Matt. 3 en Luc. 3). De grote schoonmaak begint in eigen
huis, in de tempel die Jezus al op zijn twaalfde als huis van zijn Vader
herkende en hooghield, wat blijkt uit zijn reactie toen Jozef en Maria na
dagen zoeken hem daar vonden en hem dat verweten: ‘kind, wat heb je
ons aangedaan, we hebben in angst gezeten en je dagenlang gezocht’:
“Waarom hebt u naar me gezocht?Wist u niet dat ik in het huis van mijn
Vader moest zijn” (Lucas 2: 48 en 49) . In de tempel zijn voelde voor Jezus
als thuiskomen, ook al ging hij als gehoorzame zoon weer met zijn aardse
vader en moeder naar huis in Nazaret om daar zich voor te bereiden op de
taak waarmee Hij door zijn hemelse Vader naar deze aarde gestuurd was.

Zo’n 18 jaar later was het zover: Jezus ging beginnen met de uitvoering
van die bijzondere opdracht, na zijn doop in de Jordaan en de vuurproef
in de woestijn: getest door satan was Hij overeind gebleven: gekomen
om niet zijn eigen wil te doen maar de wil van zijn Vader in de hemel.
En dan is het bijna Pasen en gaat de Zoon met zijn leerlingen weer dat
huis van zijn Vader binnen, en dan: geen huis van gebed maar een drukke
markt met geschreeuw en geblaat, geld over de toonbank, stank en lawaai.
Ja maar, dringt de vraagt zich aan me op, waarom zo fel over wat toch allemaal
al jaar in jaar uit zo was rond die tempel, zeker met alle drukte op de grote feesten.
En het was toch bedoeld om de offerdienst mogelijk te maken voor al die mensen?
Denk maar aan zoveel pelgrims die van soms ver gekomen waren en natuurlijk niet hun koeien of schapen van thuis konden meenemen om ze in de tempel te offeren.
Het was veel makkelijker of geld mee te nemen en een offerdier te kopen vlakbij de tempel; en dan kon je meteen je Romeinse of Griekse munten – met daarop een afbeelding van de heidense keizer of een heidense afgod – om te wisselen in munten die geldig waren om een offerdier mee te kopen of de tempelbelasting te betalen.
Natuurlijk gaf dat veel herrie – een oosterse markt is meer lawaai dat onze markten-
en ook geloei en geblaat en stank –maar het was toch allemaal voor het goede doel?
Dus wat was daar nou mis mee, waarom ging Jezus er zo hard in en tegen in?

Ik denk zomaar dat die mensen toen bij de tempel dat ook wel gedacht en gezegd
zullen hebben: maar we doen het toch niet voor onszelf maar voor God! Dat schaap dat we gekocht hebben gaat we aan God offeren. En met dat geld betalen we onze VVB…ja en wat hier gebeurt is toch altijd al zo geweest, waarom mag dat niet meer?
Maar als je terugleest in de Bijbel, in het OT, klopt dat ook: het is altijd zo geweest…
en God heeft daar al die eeuwen door al tegen getoornd, b.v. via zijn profeten, dat
het dienen van Hem iets was van de buitenkant terwijl het hart van de mensen ver verwijderd van Hem was, en de praktijk van elke dag met hun offeren vloekte – en
dan lukt het niet zondig gedrag en schijnvroomheid af te kopen, maar dan zegt God dat Hij niet gediend is van offers of veel geld maar van harten die kloppen voor Hem en de naaste, en van een leven vanuit liefde en recht doen en zorgen voor elkaar…

Kijk, dat zit achter dat optreden van onze Heer in de tempel, het huis van zijn Vader.
Het ging niet tegen mensen als die veehandelaars, die duivenverkopers en die geldwisselaars; hij pakte hun niet hun handel af; de duiven werden ook niet losgelaten (dat is een foutje in dat filmpje en in veel tekeningen); hij zegt tegen de handelaars dat ze hun kooien met de duiven erin moeten oppakken en meenemen.
Wat Jezus wel doet is een statement maken: deze tempel is bedoeld om God te eren en als plek van rust en bezinning, van gebed en van ontmoeting, met God en elkaar.
Met kopen en verkopen is op zich niks mis maar niet hier; weg ermee, zegt Jezus.
Maar daar is het huis van de Heer niet voor bedoeld, de tempel is geen warenhuis.

Nou, en dan reageert de zoon des huizes emotioneel en heilig verontwaardigd.
Zoals in die psalm die Johannes aanhaalt, over hartstocht, heilige ijver voor de
eer van God en de heiligheid van het huis van de Vader van Jezus, onze Vader.
Terecht herkenden zijn erin zijn voorvader David die in Psalm 69 zijn pijn uitzong over de vijandschap die hem overkwam omdat Hij zich inzette voor de dienst aan zijn God: “de hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd” – het kwam hem te staan op miskenning en smaad tot in eigen familie toe en praatjes in de stadspoort….het zal met Jezus nog erger worden: haat en spot, veroordeling, tot zijn kruisdood toe.
Maar zover is het nu nog niet, het is nog in het begin van Jezus’ optreden, maar
de schaduw van wat komen zou begon al te valle; we komen er nog op terug,
over wat Jezus zei over zijn eigen lichaam en leven dat afgebroken zou worden.

Dan komt als vanzelf de vraag op waarom Jezus daar zoveel voor op het spel zette.
Ook omdat heel die actie weinig uitgehaald heeft: even later en zeker de volgende
dag waren ze er allemaal weer met hun beesten en hun geschreeuw en hun geld.
Zo gaat dat: zaken zijn zaken, en het geld moet rollen en de altaren moeten roken.
Het was even schrikken geweest maar toch: niet meer dan een incident, een storm
in een glas water, door een verward persoon die even door het lint ging – ze hadden hem er wel op aangesproken maar hem niet gearresteerd of ervoor aangeklaagd.
Dat alles al gauw op de oude voet doorging, weten we ook van de andere drie evangelisten die vertellen dat Jezus in de laatste dagen voor zijn kruisiging nog een keer dat hele tempelplein heeft schoongeveegd en dat met nog scherpere woorden,
met beroep op oude woorden van Jesaja en Jeremia: “Er staat geschreven: ‘Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie maken er een rovershol van.”

Kijk, dat was het: op de plek waar alles op God gericht zou moeten zijn, de plek van aanbidding en ontmoeting, een oase van rust voor wie in een drukke wereld geen rust en ruimte meer kan vinden, een plek om tot rust en op krachten te komen, was
geworden tot een marktplein en een handelsbeurs waar geld en eigenbelang om de voorrang vechten, een plek van vraag en aanbod, loven en bieden, prijzen en koersen, geschreeuw en gekijf: wissel je geld en de winst is voor mij – zo gaat dat!
Maar zo gaat het als het goed is niet in het huis van God, in de kerk, in de gemeente.
Wat helaas door de eeuwen heen al te vaak wel zo is geweest: denk aan de aflaathandel in de tijd van Luther, aan het verkopen van kerkelijke functies aan de meest biedende, aan plaatsen in de kerk die je kopen of huren kon, aan mensen die soms met hun geld, hun VVB, hun zin proberen door te drijven want wie betaalt bepaalt, en speelt tussen kerkmensen nooit reputatie een rol, en macht, en – geld.

Dan mag dit verhaal ons waarschuwen: Jezus haalt de bezem door al dat gedoe.
Een les ook voor ons, als volgelingen van Jezus, en ook als kerk: pas ervoor op dat menselijke regels en belangen waar het echt om gaat – beter: Hem om wie het echt gaat – in de weg staan –of tussen mensen en Jezus, mensen en God, in gaan staan.
Ik las dat het dan gaat “over christenen die hun leven zo vol proppen dat ze geen tijd meer over hebben voor God” (en – zeg ik erbij – die hun medemensen niet zien staan of wegduwen of afschrijven). “Of over kerken die hun prioriteiten leggen bij allerlei bijzaken en de kern waarom ze bestaan (de redding van de wereld) vergeten.
Of over kerkmensen die heel hard lopen voor allerlei tradities en gewoonten die met de beste bedoelingen zijn ontstaan maar die nu niet meer dan ballast zijn omdat ze het zicht op Jezus Christus ontnemen. Daar haalt Jezus de bezem door. Hier moet het gaan om de Vader. Om zijn plannen! Om zijn wil! …Alles wat aangekoekt en belemmerend werkt voor het geloof wordt weggeveegd en alleen de kern blijft over:
de dienst aan God!” einde citaat .Ik moest denken aan wat Jezus ook gezegd heeft, dat God geen offers wil maar barmhartigheid, geen vormen maar ons hart en leven.

Je kunt het je voorstellen dat de mensen die de leiding in de tempel hadden, Jezus aanspraken op zijn opzienbarende actie: zeg man, wie geeft jou het recht dit te doen, laat je papieren eens zien – “met welk teken kunt u bewijzen dat u dit kunt doen?”.
Ze zullen zeker bedoeld hebben: als u denkt in naam van God te handelen, laat dan maar eens met een hemels wonderteken zien dat God u dit recht gegeven heeft.
Je zou misschien verwachten dat Jezus dan zich beroept op zijn goddelijke afkomst, op zijn zoon van God zijn:Ik ben de zoon des huizes en heb het hier voor het zeggen.
Maar niets daarvan, maar een raadselachtige uitspraak die zelfs zijn eigen leerlingen op dat moment totaal niet begrepen – Johannes die dit allemaal vertelt en opschrijft als zijn Heer al lang opgestaan is en naar de hemel gegaan, is er eerlijk over: pas “na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dat gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had” – toen pas, en eerder niet.
Geen wonder dat de anderen die het hoorden er helem aal niet van gesnapt hebben,
en het later totaal verdraaid probeerden als beschuldiging in te brengen tegen Jezus:
hij heeft gezegd dat hij de tempel zal afbreken en in drie dagen weer opbouwen….
Maar dat had Jezus niet gezegd maar: breken jullie deze tempel maar af en dan zal ik hem in drie dagen weer opbouwen – wat toen de omstanders niet begrepen, wat bleek uit hun reactie: hoe kan dat nou, die tempel waar zolang aan is gebouwd…..
Op dat moment ging Jezus er niet verder op in, het raadsel bleef onopgehelderd –
Pas later viel bij zijn volgelingen het kwartje: dit ging over Jezus zelf, over zijn eigen lichaam, zijn leven, dat Hij aan het kruis en tot in de dood ging opofferen voor ons,
maar dat door God zijn Vader drie dagen later nieuw en heerlijk uit de dood opstond.

Ja, want als Jezus op aarde komt, als Gods Zoon mens wordt, heeft dat stenen gebouw zijn de langste tijd gehad – vlak voor zijn dood zei Jezus met zoveel woorden tegen zijn leerlingen dat van als die mooie gebouwen geen steen op de ander overgelaten zou worden – en nog geen veertig jaar later is dat ook gebeurd, toen in het jaar 70 de Romeinen kwamen en zij de tempel grondig verwoestten.
Tot verdriet van veel Joden is tot vandaag toe de tempel niet weer opgebouwd.
Dat verdriet nemen we serieus maar de boodschap van Jezus is dat door Hem God pas echt dichtbij ons is gekomen, en dat omdat Hij als het grote paaslam eens voor altijd geslacht en geofferd is, er geen offer en dus ook geen tempel meer nodig is.
Iemand schrijft dat een uurtje later alle handelaars hun spullen al weer uitstalden, maar dat ze het belangrijkste achter wat net was gebeurd hadden gemist en wel dat toen even al die offerdieren weg waren één offerdier was overgebleven dat alle aandacht naar zich toetrekt: zie het Lam van God dat de zonden echt wegneemt.
De Bijbel eindigt in het nieuwe Jeruzalem waar geen tempel – en ook geen kerk – meer zal zijn, want, zag Johannes: God zelf is de tempel en het Lam, Jezus zelf.
Omdat God alles in allen zal zijn, en Hij voorgoed met ons daar zal gaan wonen.

Gemeente, onderweg naar die toekomst wil God met mensen als wij omgaan.
En dat is en blijft heel bijzonder: dat de heilige God naar ons mensen omkijkt.
Het is het bijzondere van de gemeente die er ook hier in Bol nog steeds mag zijn.
Het thema van deze weken tot en met Pasen is de nieuwe schepping, die God
belooft, waarvoor Hij zijn Zoon opofferde, en waar al iets van zichtbaar wordt als
en ons leven willen wijden aan Hem en als we Jezus proberen na te volgen.
Ik las in de handreiking voor deze zondag in Vertel het maar: “De nieuwe schepping is niet alleen een geschenk van Jezus, maar ook een opdracht aan ons.Jezus wilde dat de tempel een eerbiedige gebedsplaats was. Zo moet ook ons hart, waarin God door zijn Geest woont, een heilige plek zijn. Wie Jezus wil volgen, leeft voor Hem, naar Gods geboden.” einde citaat. Ik denk aan wat Paulus meer dan eens schrijft over de gemeente als een tempel van de Heilige Geest, en ook over onszelf: jullie zijn allemaal tempels van de Heilige Geest – God wil in u en jou en mij wonen, en de Heer van ons leven zijn…maar dat heeft ook gevolgen, en die zijn best ingrijpend:
Dan gaat de Heer ook opruiming houden in ons leven, grote schoonmaak, en moeten wij willen opruimen wat ons dienen van Hem en onze dienst aan mensen in de weg zit, en dan komen we veel rommel tegen die we zelf gemaakt hebben en heilige
huisjes die wij hebben opgebouwd, en de vraag is of we dat ervoor over hebben.

Wat ermee begint dat we openstaan voor wat anderen – en vooral de Heer zelf – vinden van ons, en aan blokkades en overbodige spullen vinden bij ons, en of we
ook bereid zijn naar onszelf te kijken – persoonlijk en ook samen als gemeente –
en beseffen dat we zomaar blinde vlekken zijn en verborgen zonden en aangeboren gewoontes waar we aan gewend zijn geraakt en waar we graag aan vasthouden –
of we – zo heet dat Bijbels – ons wel echt willen bekeren, en steeds maar weer een nieuw begin willen maken – eigenlijk het thema van deze zondagen over een nieuwe schepping, omdat God heilig is, en Hij ons wil heiligen, nieuw maken, brandschoon.

De apostel Paulus schrijft, niet als wensdroom maar als realiteit: “Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.” Het is als een spiegel: herken je het bij jezelf en herkennen we het bij elkaar, zien we daar iets van en willen we daar steeds meer van meemaken?

Een vraag om over na te denken en ermee aan de slag te gaan, zelf en ook samen.

amen