Matteüs 2: 11: Hebben wij boodschap aan Driekoningen? (zondag Epifanie)

Liturgie zondag 8 januari 2017 – Epifanie

Votum en groet
Zingen: Ps. 72: 1,2 ‘O God, wil aan de koning schenken’
Wet van de HEER (Ex. 20)
Zingen: Gz. 154: 1a, 2m,3v,4a ‘Ach, wat moet ik toch beginnen?
Gebed
Schriftlezing: Jesaja 60: 1-6
Zingen: Ps. 72: 4,5 ‘Oprechten zullen alom groeien
Schriftlezing: Matt. 2: 1-12
Zingen: Ps. 2: 1,3,4 ‘Wat drijft de volken, wat bezielt ze toch?
Verkondiging
Zingen: ‘Zo groot als goden’ 1,2,3 (melodie: Psalm 119)

1.Zo groot als goden willen mensen zijn,
tot aan de zon hun aardse ster zien stijgen,
met veel vertoon of onder schone schijn
hun stem verheffen, anderen doen zwijgen,
vanuit de hoogte met voldaan venijn
hun tegenstrevers op de knieën krijgen.

2. In Jezus wilde midden in de tijd
de hoge God ons lieve leven delen,
kwam Hij als kind in alle kwetsbaarheid
onze kleinmenselijke hoogmoed helen.
Zo werd zijn lichte liefde wereldwijd
de diepste bron van alle aardse vrede.

3. O God, schenk ons de gaven van uw Geest,
de wijsheid om het kind in ons te eren;
opdat wij niet, door trots en angst verweesd,
van U vervreemden, maar ons tot U keren.
Dan zien wij nog in elke ster het feest
van hemels licht dat ons uw trouw wil leren.

Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 72: 8,9 ‘De koning moge eeuwig leven’
Zegen
Amen: Ps. 72: 10 ‘De HERE God zij lof bewezen’
……………………………………………………………………………………………………………………………………………

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
Afgelopen vrijdag – 6 januari – was het Driekoningen.
Een feest dat gevierd is in rooms-katholieke streken en landen.
In Nederland wordt er weinig meer mee gedaan,dia 2 het schijnt alleen nog in Tilburg en den Bosch iets van over te zijn: maar in zuidelijke landen als Spanje is het een feest dat vergelijkbaar is met ons Sinterklaasfeest, met cadeautjes en ook optochten.
Er lopen dan ook zwarte knechten mee maar dat is geen probleem want het zijn
knechten van de koning van Afrika die zelf ook zwart is, en de gelijke van de twee
andere koningen: er is wel discussie over die zwarte koning omdat het vaak een
geschminkte blanke is en dat vindt met daar discriminerend: de zwarte koning
Baltasar moet gespeeld worden door een zwarte man want anders lijkt het net of alleen een van huis uit blanke koning kan zijn – dus ook in Spanje is een soort
zwartepietendiscussie aan de gang: niet over de knechten maar over de koning!
dia 3
Maar nu de vraag die thema vanmorgen is: hebben wij boodschap aan driekoningen:
een rooms volksfeest dat ook nog bijna helemaal niet meer leeft in Nederland; wij
hebben net het kerstfeest gevierd en in het protestantse leesrooster heet deze dag Epifanie=verschijning – maar dat wordt niet op de dag zelf gevierd maar op de eerste zondag na 6 januari staat het verhaal van de wijzen uit het oosten op het leesrooster.
Ja en inderdaad gaat het dan over wijzen – magiërs – en niet over drie koningen.
dia 4
Dat getal drie vinden we trouwens ook niet in de Bijbel – het kunnen er zomaar meer zijn geweest – maar dat getal drie komt door die drie genoemde geschenken: goud,
wierook en mirre – dure geschenken waardoor ze in de loop van de tijd de status
van koningen kregen met ook namen: Melchior, de koning van Arabië, Caspar, de koning van Tarsis, en Baltasar, de koning van Ethiopië – dia 5 je ziet later in afbeeldingen dat de wijzen met filosofenmutsen steeds meer worden tot koningen met kronen. dia 6. En wat beweerd wordt dat de stoffelijke resten van de drie koningen zijn wordt als relikwie vereerd, sinds 1149 in de Dom van Keulen. dia 7
Wat weer die vraag onderstreept: hebben wij daar als gereformeerden boodschap aan, kunnen wij daar ondanks al die latere legenden nog wat mee, of moeten we maar ver blijven van al die poespas en dat feest maar laten aan die roomsen in Spanje, als alleen maar bijgeloof dat de Bijbelse boodschap vooral in de weg zit?

Nou, er is een heleboel in die door de eeuwen heen gegroeide traditie van verhalen en legendes, dat boeiend is om kennis van te nemen maar weinig toevoegt aan de Bijbelse boodschap en die zelfs die boodschap heeft overwoekerd en scheef getrokken – en het volksgeloof over bewaard gebleven botten van de zogenaamde drie koningen is nergens op gebaseerd en de waarde is hoogstens dat Keulen er een bezienswaardigheid aan te danken heeft in de vorm van een prachtige schrijn.
Ik zei al dat het aantal van drie, met namen, en ook nog leeftijden (een van 20, een van 40, en een van 60 jaar), die uit Arabië, Europa en Afrika gekomen zouden zijn, en beschouwd worden als koningen terwijl het magiërs waren, in later tijd opkomt ontstaat in literatuur, op afbeeldingen, en in door de kerk overgenomen volksgeloof.
Daar kun je met weinig moeite mee afrekenen als verzinsels, bijgeloof, en onzin.

Ja, en toch, het is niet allemaal alleen maar uit de duim gezogen en uit de lucht gegrepen maar er zitten elementen in die teruggaan op wat wel degelijk Bijbelse lijnen en kernen zijn, waar we van kunnen leren en wat ons geloof kan helpen.
Daarvan geldt hetzelfde als wat we als kerk belijden over wat de apocriefe boeken
wordt genoemd – oude geschriften die nooit in de Bijbel zijn opgenomen en waarin ook heel wat staat dat niet klopt met die Bijbelboeken maar waarvan de NGB zegt:
“de kerk mag deze boeken wel lezen en ervan leren, voor zover zij overeenstemmen met de canonieke boeken”, dat zij de Boeken die wel in de Bijbel zijn opgenomen.
Als ze maar niet het gezag van de Bijbel ondermijnen en ons geloof scheeftrekken.

Als we op die manier naar die oude verhalen luisteren en naar die afbeeldingen kijken, gaan ons dingen opvallen die wel degelijk wortels hebben in wat de Bijbel vertelt, en ook in wat we kunnen vinden in oude profetieën of in de psalmen.
Dat in de kerkelijke traditie die wijzen, die sterrenkijkers uit waarschijnlijk Babylonië en omgeving, zijn geworden tot koningen, heeft zeker ook te maken met die oude profetie die we vanmorgen hebben gelezen uit Jesaja 60 over het licht dat God zal laten schijnen tot ver buiten Israël: “Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de HEER. Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de HEER, zijn luister is boven jou zichtbaar. Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van jouw schijnsel”. En dan even verder nog meer dat later werd teruggezien en teruggeprojecteerd en ingelezen in dat verhaal van de wijzen: “De schatten van de zee zullen je toevallen, de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot. dia 8 Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa. Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud. Zij verkondigen de grote daden van de HEER”.
Twee van de drie geschenken van de wijzen worden hier al geprofeteerd!
En ook Psalm 72 speelt een rol: “Uit Saba en uit Seba komen de vorsten met hun kunst, zij hebben schatting meegenomen, en smeken om zijn gunst”

Heel bijzonder dat moment van de begroeting door de wijzen van het kind Jezus en moeder Maria:“ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen”, ze aanbaden dat kind dat ze herkenden als de geboren Koning, waar de ster ze naar toe gebracht had.
En “daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre” – cadeaus die passen bij een koning!
Kijk, en zo komt er een bijzonder en nog steeds actuele boodschap vanuit dat bijzondere verhaal en door al die aangegroeide tradities naar ons vandaag toe.

Nee, het waren geen koningen die achter de ster aangingen maar magiërs, mensen die veel afwisten van de loop van de sterren en daaruit dachten de gang van zaken in de wereld en de toekomst te kunnen aflezen, dia 9 en die daarom vaak door de koningen en andere beleidsmakers geraadpleegd werden, en veel invloed hadden.
We kennen de voorbeelden van wijzen aan het hof van de Farao in Egypte en later aan dat van de koningen van Babel en Perzië, denk aan Nebukadnezer en Darius.
En we weten van die heidense profeet en waarzegger Bileam die door de koning van Moab werd ingehuurd om het volk Israël te vervloeken maar die door de HEER in dienst werd genomen om juist Gods beloften van een geweldige toekomst aan dat volk door te geven, en die al vanuit een ver verleden het had over de Ster die zou opgaan, als beeld van een grote koning die God geven zou – David eerst en nog veel later de grote zoon van David, Jezus – het is te vinden in Numeri 24: 17-19:
“Wat ik zie is niet in het heden, wat ik waarneem is niet nabij. Een ster komt op uit Jakob, een scepter uit Israël…Het land van zijn vijand verovert hij…Israël wordt machtig en sterk. Uit Jakob staat een heerser op”.

Een ster, dat is veel vaker, ook buiten de Bijbel om, beeld voor macht en aanzien.
Wij kennen het ook: dat mensen een ster genoemd worden of zichzelf zo zien.
Volgens het woordenboek is een ster iemand die ergens goed in is, die ergens in ‘uitblinkt’; we hebben het over popsterren, filmsterren, een rijzende ster in de politiek.
Maar pas wel op: al zulk soort sterren zullen gauw verbleken, het blijken zomaar dwaalsterrren, of vallende sterren te zijn die geen spoor achterlaten en het afleggen in de grote sterrenslag van de geschiedenis, opgaan, even blinken en dan verzinken.

Zoals de profeet de afgang van de zo machtige koning van juist dat Babel waar die wijzen de sterren bestudeerden, aankondigt in Jesaja 14: “O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen…Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk”. Het laat zien hoe betrekkelijk en tijdelijk ook de meest indrukkwekkende sterallures blijken te zijn.

Heel anders die ster die God laat schijnen, als een licht dat nooit meer doven zal.
Een andere profetie gaat erover: “Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die Ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt” (Jesaja 49: 6)
dia 10
Nou weten we niet wat die magiërs in dat verre Babel daarvan wisten en als ze er al van wisten – want na de ballingschap waren veel Joden daar achtergebleven en waren er synagoges – is onduidelijk wat ze ervan begrepen zullen hebben, maar in elk geval hebben ze een bijzonder verschijnsel waargenomen aan de hemel waar ze de conclusie uit trokken hebben dat ergens in het westen een koning geboren was.
En nieuwsgierig als ze waren – wetenschappers van die tijd –gingen ze op reis om te ontdekken waar die koning was geboren, en om hem te eren met kostbare cadeaus.
Dat ze daar een hele reis voor over hadden, weg uit hun vertrouwde omgeving, nog niet wetend waar die ster ze brengen zou, doet me denken aan de reis van Abraham,
weg uit je comfortzone, omdat je iets nieuws en moois verwacht te vinden, en dan op stap gaat, met alle onzekerheid ervan en misschien de kans dat het een teleurstelling wordt, in de hoop dat je er beter en rijker door wordt – dat deuren voor je opengaan.
Bijzonder ook dat die niet-Joden, anders-gelovigen, zo het spoor volgen dat God voor ze had uitgezet – en dat ze uitkomen bij dat kleine kind in dat kleine Bethlehem.

Heel bijzonder allemaal, we zien er de leiding van God in, en er zit een boodschap in
dat inderdaad de koning die God in Israël liet geboren worden, bestemd is voor de hele wereld, weer die oude profetie: Ik zal je maken tot een licht voor alle volken.

En dan wordt hun nieuwsgierigheid bevredigd, want wie zoekt, zal vinden: “Toen ze dat zagen, werden vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en
vonden het kind met Maria, zijn moeder (let op de volgorde!). Ze wierpen zich neer om het (=dat Kind) eer te bewijzen”. En dat ook tastbaar en kostbaar: goud, wierook, mirre, zoals Jesaja profeteerde: “de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot”.
Ik las: “Tot het moment van hun verschijnen had de geboorte van Jezus vooral plaatselijke invloed: slechts enkele mensen uit de lagere klassen van één bepaald volk waren erbij betrokken. Maar het bezoek van de wijzen maakte daar radicaal een einde aan. Rijke heidenen schaarden zich nu met arme joden in de rij, koning Herodes en de gevestigde priesterorde raakten geïnteresseerd en zelfs de sterren bemoeiden zich ermee”. Het begin van een wereldwijde beweging, tot op vandaag.

Wat tegelijk, toen al, en nog steeds, weerstand oproept, verzet, woede, aanvallen:
Herodes toen meteen al, later ook het eigen volk met zijn leiders – Golgotha – en
tot op vandaag machthebbers die zichzelf sterk maken en wat hen probeert naar de kroon te steken, de kop willen indrukken en willen uitschakelen – en het niet kunnen hebben als mensen zich laten leiden door een Koning die ze als belangrijker zien en eren en volgen dan die aardse zogenaamde sterren en leiders en machthebbers.
In veel landen hebben minderheden, oppositie, en ook christenen, het zwaar.
In het licht daarvan is die traditie juist ook wel ontluisterend en tegelijk moedgevend: van die drie koningen die oog in oog met dat kind hun kroon afnemen en voor dat kind door de knieën gaan en de schatten waarmee ze zijn gekomen, aanbieden.
dia 11
Het doet denken aan die andere psalm die we hebben gezongen, Psalm 2, waarin het tegengeweld van volken en machthebbers aan de kaak wordt gesteld maar vooral bezongen wordt hoe God daar majesteitelijk boven staat en zijn eigen plan trekt: “De HEER lacht hen uit, de brutalen, en spot met hun grote verhalen. Dan spreekt Hij, zij voelen de roede van grimmige woede: Ikzelf heb mijn zoon, de geliefde, gezalfd….Regeringen, wees dan gewaarschuwd, u kunt toch niet staan in zijn schaduw, geef eer aan de Heer van uw leven met vrees en met beven. Gehoorzaam de Zoon, kus zijn voeten, dan is Hij uw troost en uw toevlucht”.
(Psalm 2 in de weergave van Ria Borkent, ‘Waarom zijn de volken opstandig?’)

Hebben wij een boodschap aan Driekoningen?
Ik hoop het wel, ik vind de boodschap waardevol dat God mensen vanuit de verste uithoeken van zijn wereld op zijn spoor zet, ook door sterren, door dromen, door
ervaringen van hoogtepunten en dieptepunten, door nadenken ook over zoveel dat in de schepping is gelegd en in de geschiedenis gebeurt, en ook door kunst en muziek.
En wat een actueel appèl gaat er uit op mensen met macht en invloed, maar net zo goed op u en jou en mij die zomaar zichzelf centraal zetten en alles bekijken vanuit zichzelf en betrekken op zichzelf – wat een appèl gaat er uit van die koningen die hun kroon afzetten en diep door de knieën gaan voor dat kind dat ze eren als hun koning.
De wereld zou er heel anders uitzien: onrecht zal verdwijnen, en vrede volop bloeien.

Aan u en aan jou en aan mij om daar boodschap aan te hebben, en dat aan te leren.

We gaan zingen: ‘O God, schenk ons de gaven van uw Geest, de wijsheid om het kind in ons te eren; opdat wij niet, door trots en angst verweesd, van U vervreemden, maar ons tot U keren, Dan zien wij nog in elke ster het feest van hemels licht dat ons uw trouw wil leren”. dia 12

amen

Matteüs 6: 10a: Laat komen, Heer, uw rijk! (oudejaarsdienst 31 december 2016)

Liturgie oudejaarsdienst 31 december 2016
Votum en groet
Zingen: Ps. 93: 1,2,3 Levensliederen
1. De HEER regeert, gehuld in majesteit,
gekleed in almacht en hoogwaardigheid.
De wereld raakt beslist niet uit haar baan:
uw troon zal net als u altijd bestaan.
2. De oceanen bulderen, o HEER!
Ze daveren, de golven storten neer.
Maar boven storm op zee en waterkracht
heerst God de HEER met grote overmacht.
3. Wat u bedenkt is ongeëvenaard.
Wat u besluit is ons vertrouwen waard.
Uw niet te overtreffen heiligheid
versiert uw huis, HEER, tot in eeuwigheid.
Gebed
Schriftlezing: Matt. 13: 24-32 en 36-43
Zingen: Lied 294: 1,2,4,6,8
Overdenking over Matt. 6: 10a ‘Laat komen, Heer, uw rijk!
Zingen: Gz. 37: 3,7,8
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 416: 1,2,3
Zegen (StPatrick)
Zingen: NLB 416: 4
——————————————————————————————————
Gemeente van de levende Heer Jezus Christus, en God onze Vader,
dia 1
Ik wil u even meenemen ver terug in de tijd: naar meer dan 1600 jaar geleden.
Het is 24 augustus 410, een dag waarop de wereld van toen met een doffe dreun in elkaar stortte: de stad die eeuwenlang de hoofdstad van een wereldrijk en centrum van de wereld geweest was, het als ‘eeuwige stad’ beschouwde Rome, was door
binnengedrongen bendes van de Visigoten ingenomen, geplunderd en verwoest.
dia 2
Het was een schok die tot ver buiten Rome en tot ver na dat jaar 410 natrilde.
Behalve verhalen over moordpartijen en verkrachtingen, plundering en brandstichting
en stromen vluchtelingen die over heel de toen bekende wereld uitzwermden – iets
dat echt niet nieuw maar van alle tijden is – viel met Rome vooral een wereld in elkaar die eeuwenlang veilig en solide had geleken – een schok nog ingrijpender dan in 2001 de instorting van de Twin Tomers, of van de ineenstorting van Syrië.
Iemand schreef: “De eeuwige Stad was tijdelijk gebleken, de wereld leek onthoofd”.
Velen hadden gedacht dat Rome nooit kon vallen, en nu was het toch gebeurd.
Dat gaf enorme onzekerheid en ontreddering, waar men geen raad mee wist.
Zoiets als waar mensen vandaag bang voor zijn: stel je voor dat de EU uiteen valt,
dat de populisten gaan winnen, en stel je voor dat Trump en Putin vrienden worden.
Terug naar 410: er kwamen allerlei pogingen los om het gebeurde te verklaren: vvan de kant van heidenen die de christenen de schuld gaven en er de wraak in zagen van de oude goden die niet meer vereerd werden: terwijl christenen ook geen raad ermee wisten want Rome was toch de stad waar apostelen als Petrus en Paulus hun leven hadden gegeven voor hun Heer, en waar een christelijke kerk was die steeds meer als de belangrijkste kerk van heel het christendom beschouwd werd, met een bisschop die zich zag als de opvolger van Petrus en plaatsvervanger van Christus…
Kort en goed: wat met Rome was gebeurd sloeg alle zekerheden weg en verbrijzelde veel heilige huisjes, en wat zou nu de toekomst worden van de kerk en de wereld?
Vragen en twijfels waar ook in onze tijd mensen – ook christenen – mee worstelen.
2016 was al een jaar met veel dat op de helling kwam, en wat zal 2017 brengen?

Nou, in reactie op die val van Rome in 410 en de vragen en twjfels en onrust die er het gevolg van waren,schreef een van de grootste christelijke theologen, Augustinus, zijn wereldberoemde boek ‘Over de Stad – of: de Staat – van God’: ‘De Civitate Dei’.
dia 3 In dat boek wijst hij erop dat het God is die aardse zekerheden wegslaat en lijden brengt. Zo handelt God juist rechtvaardig en straft hij dat Rome af voor zonden en misdaden.In zijn bloemrijke taal: “Hij slaat het lekkers uit de handen van stoute jongens”.Daar moeten we niet om treuren, maar juist blij mee zijn, want wij horen toch niet bij die aardse machtsinstituten, maar bij het eeuwige koninkrijk van God?
Op aarde zijn het rijk van de duivel en dat van God nog door elkaar vermengd, zoals in die gelijkenis van Jezus is uitgebeeld, maar die gelijkenis loopt erop uit dat Gods koninkrijk uiteindelijk overwint en dar die aardse machten en voorgoed aan gaan.
Zo bood Augustinus – schrijft iemand – “aan zijn tijdgenoten in een wereld van troosteloze verwarring en dreigende uiteeinscheuring, levensmoed en verwachting”.

Waarom ik dit allemaal vertel,in deze laatste kerkdienst van het bijna afgelopen 2016, met als tekst voor de overdenking die bede uit het Onze Vader: ‘uw koninkrijk kome’?
dia 4
Allereerst omdat ik in die tijd van ineenstortende zekerheden en vastigheden iets herken van onze eigen tijd waarin veel wat lang vaststond en zekerheid bood, en veiligheid, op losse schroeven lijkt te staan – denk aan de situatie in het Midden-Oosten met als gevolg al die vluchtelingen en ook dan hier en dan daar aanslagen; denk aan wat steeds meer op een nieuwe confrontatie lijkt tussen Rusland en het Westen; denk aan de opmars van populisten in Amerika en Europa met alle onzekerheid die dat veroorzaakt; denk aan het versplinterde politieke landschap in ons eigen land waar we in maart naar de stembus gaan en de uitkomst onzeker is;
en denk aan de toekomst van meer dan een kerk, waaronder onze eigen gemeente.
Een uitlegger merkt op: “het rijk van de mens, gebouwd op menselijke dromen, stort steeds weer in elkaar”- iets om steeds weer te bedenken, en om ervan te leren.

De tweede, nog belangrijker, reden voor dat verhaal over Augustinus en zijn boek, is de overtuiging dat net als in de 5e eeuw na Christus ook in de 21e eeuw het altijd blijvende groter verhaal van de Staat van God, het rijk dat vanuit de hemel hier op
aarde bezig is te komen, onzekere mensen hoop en moed en energie kan geven.
En ook dat we steeds moeten leren dat wij zelf niet dat rijk van vrede kunnen realiseren en dat Gods gedachten altijd dieper en hoger zijn dan die van ons.
Dat Gods plannen gerealiseerd worden, maar vaak anders dan in onze planning.
Soms leek het anders, en waren ook christenen trots op wat ze bereikt hadden. Dat Rome dat in 410 viel, werd geregeerd door christelijke keizers en het christendom was de enige toegestane religie – en toch ging alles stuk – later in de Middeleeuwen vochten paus en keizer om het hardst voor een christelijk Europa maar het leverde verzet en bloedvergieten op – en weer later werd Nederland gestempeld door de Bijbel en de kerk – maar nu is het hard op weg steeds meer onchristelijk te worden.
Wat zomaar tot de gedachten kan leiden dat nog geloven in een rijk van God, en bidden om de komst van zijn rijk en inzet voor een christelijk leven, niet meer is dan het voeren van achterhoedegevechten en het bouwen van eigen luchtkastelen….

Alsof niet de Heer ons keer op keer leert dat zijn rijk anders is: niet van deze wereld.
Alsof we niet weten dat we op weg zijn naar de stad die nog in aanbouw is, en we daarom niet ons moeten ingraven in deze samenleving, en ons niet krampachtig moeten vastklampen aan wat hier en nu ons vertrouwd is en zekerheid lijkt te bieden.
Leerzaam toch, die gelijkenissen, over die akker met allerlei gewassen door elkaar
Heen, en over dat onooglijke mosterdzaadje dia 5 dat eerst sterven moet om zo uit te groeien tot een struikgewas dat een plek geeft aan vogels van diverse pluimage…
Gods rijk komt niet door tegenstanders weg te zetten of weg te maaien, maar door
dienende liefde, door een kwetsbaar kind in een kribbe en een lijdende Koning aan een kruis, en volgelingen die achter Hem aan hun kruis dragen en durven loslaten.
dia 6
Daarom is dat gebed ‘laat komen Heer, uw rijk’, allereerst een gebed voor onszelf en ook tegen onszelf in: regeer ons, regeer eerst mij, door uw Woord en Geest (HC48).
Dat is bidden om groei in vertrouwen en hoop, om de moed erin te houden, om
liefde en zelfverloochening, en dan ook om verbondenheid met elkaar, en anderen
dichtbij en verder weg, om gevouwen handen die dan uitgestoken worden tot hulp.

Tegelijk worden we dan steeds geconfronteerd met tegenwerking en tegenslagen.
Vandaar ook dat we blijven bidden om Gods rijk steeds meer mag doorbreken en eens voorGoed heel deze wereld van God mag vullen en alles nieuw mag maken.
Augustinus schrijft daarom in dat boek over een strijd tussen twee rijken die achter de schermen van de geschiedenis woedt: het rijk van God en dat van de duivel.
Jezus bedoelt hetzelfde in dat verhaal over onkruid gezaaid tussen de tarwe, en het is onkruid dat bijna niet van het goede koren te onderscheiden is, en de wortels zijn zo met elkaar vergroeid dat wieden niet te doen is: een middel erger dan de kwaal.
Een les voor ons om maar niet te gauw te oordelen over wie goed is en wie fout,
gelovig of ongelovig – en een oproep om midden in deze wereld zelf tot een zaad te zijn – “tezamen gezonden op weg in een wereld die wacht op uw Woord, om daar in genade uw woorden als zaden te zaaien tot diep in het donkerste dal, door liefde gedreven, om wie met ons leven uw zegen te brengen die vrucht dragen zal”
dia 7
Laten we dan maar dankbaar zijn voor wat daarvoor nog steeds kan en ook in 2016 mocht gebeuren: in eigen gemeente en samen met anderen, zoals de CGK, maar ook met anderen kerken b.v. met Christmas Lite; dankbaar voor de groei in kracht en getal in HartvoorHeerhugowaard, dankbaar voor het werk dat in Benin doorgaat,
dankbaar voor de vrijheid die we hebben om als christelen te geloven en te leven.
Wat vruchtbaarder is dan klagen over wat niet lukt of wie niet meer hier zijn, hoe
moeilijk dat ook kan voelen; wat ook wervender is dan een negatieve sfeer en dan
verwijten over en weer – het is beter met elkaar te blijven praten en voor elkaar te blijven bidden dan over elkaar te praten of elkaar van een afstand te veroordelen.
Zie maar allereerst eigen hart en leven als een stukje akker waar zomaar het goede zaad wordt overwoekerd door het onkruid van wantrouwen, oud zeer, of angst – en dus valt er daar vooral veel te wieden en te zaaien – Jezus zei een keer tegen zijn leerlingen dat de satan erop uit was hen te ziften als de tarwe – dat geldt ook voor ons, daar was satan mee bezig en daar blijft hij mee bezig – we zijn gewaarschuwd.

Ik denk aan een indringende oproep in Heb. 12: 15 om ervoor te zorgen dat er geen bittere wortel opschiet die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid – negativiteit zo u wilt – velen besmet, en verderop in de brief positief: “houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept”.
Je kunt ook zeggen – met het oog op dat rijk dat komt – dat het tekenen zijn – noem het al kleine brokstukjes of nog beter: bouwsteentjes – van Gods stad in aanbouw.
dia 8
2016 was daarom ondanks veel dat op afbraak leek misschien – een opbouwjaar.
Weer een jaar dichter bij de dag dat de laatste – levende – steen ingevoegd wordt.
Het lijkt soms of de oogst uitblijft, en het huis niet afgebouwd wordt, we zongen ervan: “Waar blijft dat overlang beloofde land van God” – dat ook in 2016 niet kwam – “zal ooit een dag bestaan dat oorlog, haat en nijd, voorgoed zijn weggedaan?”” – in 2016 leek dat verder weg dan ooit, zelfs een droombeeld, een illusie – denk aan Aleppo en aan Berlijn, aan noem zelf maar op wat u of jouw bijgebleven is…..hoe
actueel dat lied: “uw schapen zijn in nood, uw naam wordt niets geacht, men breekt uw volk als brood……….de nacht is als een graf, ontij heerst in het rond…”

Maar wie eerlijk de Bijbel leest en iets heeft opgepikt over hoe Gods rijk komt, is toch getroost en houdt vol te blijven geloven, en kan met vertrouwen 2017 binnengaan.
Zoals Augustinus zijn ontredderde tijdgenoten moed insprak met het geweldige vooruitzicht van wat hij in het laatste deel van zijn boek noemde ‘de eeuwige zaligheid en de sabbat zonder einde’: “wat zal dat voor een zaligheid zijn, waar geen kwaad meer zal wezen, geen goed meer verborgen zal zijn en ieder opgaat in het prijzen van God, die alles zal zijn in allen”: Zoals de Heer zelf het ons belooft: “dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader stralen als de zon”.
dia 9
We eindigen waar we vanavond begonnen, met Augustinus: die de geschiedenis ziet uitlopen op de eeuwige dag van God, de rustdag zonder avond, en die zijn boek afsluit met dit vergezicht: “Dan zullen we rusten en aanschouwen, aanschouwen en liefhebben, liefhebben en prijzen. Zie, zo zal het zijn in het einde zonder einde. Want wat zal het einde anders zijn dan te komen in het Rijk, dat geen einde heeft? “

Laten we daar, met Augustinus, maar amen op zeggen.

amen

dia 10

Genesis 12: 1: Ga op reis, met God, vol vertrouwen! (nieuwjaarsdienst 1 januari 2017)

Liturgie nieuwjaarsdienst zondag 1 januari 2017

Votum en groet
Zingen: Ps. 146: 1,2,3,8 ‘Ik wil zingen al mijn dagen’
Gebed
Schriftlezing: Genesis 12: 1-9
Zingen: Gz. 3: 1,2,3 ‘Abraham, Abraham’
Schriftlezing: Heb. 11: 8-16
Zingen: Lied 103: 1,2,3 ‘De heiligen, ons voorgegaan’
Overdenking over Genesis 12: 1 ‘Ga op reis, met God, vol vertrouwen!’
Zingen: NLB 905: 1,2,3,4 ‘Wie zich door God alleen laat leiden’
Wet van het leven
Zingen: NLB 912: 1,2,5,6 ‘Neem mijn leven, laat het Heer’
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 174: 1a,2v,3m,4a GK ‘Maak muziek voor God de Vader’
Zegen
Amen: Ps. 73: 10 Levensliederen ‘Bij U te zijn geeft zekerheid’

Bij U te zijn geeft zekerheid.
God is mijn ziel en zaligheid!
Van Hem vertel ik onomwonden.
In Hem heb ik mijn rust gevonden.
Eer aan de Vader en de Zoon,
eer aan de Geest die in ons woont.
Hij redt ons, hij is onze Heer.
Drie-enig God, aan u de eer!
………………………………………………………………………………….
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
Een nieuw jaar beginnen heeft iets van op reis gaan.
En op reis gaan heeft ook altijd iets van onzekerheid:
Hoe zal het gaan, wat kom ik tegen onderweg, wie kom ik tegen?
En ook: wat zal mij, ons, overkomen: mooie dingen, verdrietige dingen,
nieuwe vriendschap of relaties, of juist relaties die afbreken en ophouden?
En het ook zijn dat je weet wat moet gebeuren of gaat gebeuren, en dat je
Daar onzeker over bent: zal die operatie goed gaan, lukt die nieuwe baan,
ga ik slagen voor dat examen, zal die studie echt wat voor me zijn, of niet.

Voor allerlei mensen wordt het een jaar met veranderingen: een examen en dan
een nieuwe opleiding of een baan, of juist met pensioen, een verhuizing, een baby.
Ja, en voor ons als gemeente wordt het ook spannend: wat gaat dit jaar brengen?
Er zit veel spanning bij, emotie, en nog onzekerheid: waar staan we over een jaar?
Voor ieder persoonlijk zijn er zulke momenten, van keuzes en veranderingen.
Voor allemaal geldt dat een nieuw jaar beginnen iets heeft van op reis gaan:
waar gaan we heen en waar komen we uit, wie komen we tegen, welke kant reist
ieder op, lukt het om in een nieuwe situatie omgeving weer je thuis te voelen,
en kan wat eerst bedreigend en eng lijkt te zijn ook leiden tot nieuwe kansen?
Soms is het wel erg spannend: voor vluchtelingen b.v. – voor onze broeder Abbas
En zijn vrouw en dochter, en zoveel anderen: wat een onzekerheid en een stress.
Nou, en dat allemaal ging door me heen toen ik nadacht over een Bijbels
motief voor deze eerste dienst in 2017 en voor deze overdenking, en ik kwam uit
bij Abraham die door God op reis werd gestuurd met nog onbekende bestemming.
Wij weten natuurlijk waar God met Abraham heen wilde, en dat hij uiteindelijk goed
terecht kwam, en dat uitgekomen is wat God hem allemaal had beloofd, maar dat was voor Abraham toen hij zich door God geroepen voelde, en ging, allemaal echt
niet duidelijk, en het was, zeker voor die tijd, zelfs een heel riskant onzeker avontuur.
dia 2 een reis in etappes: eerst als familie naar Haran, later weer door naar Kanaän
Neem maar die opdracht om zeg maar zijn comfortzone te verlaten en alle schepen achter zich te verbranden: “trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten..” – dat waren precies de netwerken, de sociale verbanden waar
een mens houvast aan heeft en zich veilig bij voelt en op terug kan vallen als het
even lastig wordt en je hulp nodig hebt, en wat je in onzekere tijden steun geeft.

Ja, en wat kreeg hij daarvoor terug, als hij zou ingaan op Gods aanwijzingen?
Nou, in elk geval een onzekere toekomst: “ga naar het land, dat Ik je zal wijzen”.
Maar wat voor land dat was, en wie daar woonden, of hij daar welkom zou zijn?
Geen idee van te voren: geen routebeschrijving, geen tomtom, geen uitnodiging
van de bewoners van dat nog onbekende reisdoel: wil je bij ons komen wonen…?
En als je bedenkt wat God in het vooruitzicht stelt, dan lijkt dat totaal onhaalbaar:
“Ik zal je tot een groot volk maken, Ik zal je zegenen, en Ik zal aanzien geven”-
maar ze waren al oud samen en ze hadden geen kinderen, en wie garandeerde
dat het tot een succes zou worden en dat ze in dat vreemde land het zouden
maken en dat Abram zelfs een bekende en geziene inwoner zou worden…?
En toen hij uiteindelijk in dat land dat God gewezen had, aangekomen was, weer
een stukje ouder, zei God dat Hij dat land had bestemd voor de nakomelingen
van Abraham en Sara, terwijl ze nog steeds geen zoon hadden en dat naar de
mens gesproken ook niet te verwachten was en steeds meer onmogelijk werd.
dia 3
Het enige houvast was voor Abraham dat hij vertrouwde dat God te vertrouwen was, zoals eeuwen later zijn gaan in vertrouwen tot voorbeeld voor ons wordt gesteld: “Abraham had een groot geloof. God beloofde hem een nieuw land, en
gaf hem de opdracht om daarheen te gaan. Abraham gehoorzaamde. Hij gng weg uit zijn land, zonder dat hij wist waar hij terecht zou komen. Door zijn geloof kwam hij in het land dat God hem beloofd had” (Heb. 11: 8, BGT).Ook Sara vertrouwde, met ups en downs, dat God betrouwbaar is, en God gaf haar en Abraham de beloofde zoon.
dia 4
Door hun geloof, dat is doordat ze vertrouwden dat bij God alles mogelijk is, en dat
als je gaat in vertrouwen dat God met je mee gaat en overal er voor je is, het goed komt, dat je dan niet bang hoeft te zijn of krampachtig moest vasthouden wat je hebt of blijven waar je bent maar dat volgen van God in beweging zet, en dat als er dan deuren dichtgaan en je misschien wel veel moet loslaten of achter moet laten, er dan andere deuren voor je opengaan en je er veel voor terugkrijgt,en als je er achteraf op terugkijkt, tot je eigen verrassing er achter komt hoe wonderlijk God het geleid heeft.

Met dat in ons achterhoofd – of beter: in ons hart –terug naar deze nieuwjaarsdienst.
Zulke verhalen als over de roeping en de reis en het leven van Abraham staan niet voor niets in de Bijbel, maar we willen ons iets leren en vooral ons bemoedigen.
Paulus schrijft in Rom. 15: ”Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hoe pen. En in Heb. 12: 1 staat na een heel hoofdstuk met voorbeelden van wat mensen door het geloof hebben kunnen doen en hebben doorstaan, de aansporing om net als zij op weg te gaan en op weg te blijven: “laten we vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt”, met al die geloofsgetuigen van vroeger die ons aanmoedigen, en de blik gericht op Jezus die zelf de Weg is.
Even verder staat erbij dat we onderweg zijn naar de stad die God voor ons bouwt.
dia 5
Steeds weer: niet blijven stilstaan, niet je hier ingraven, maar op weg in vertrouwen.
Ja, want als de Bijbel het over ‘geloven’ heeft, is dat ten diepste vooral vertrouwen,
en daarom niet bang zijn voor wat komt, maar durven loslaten en het erop wagen.
Abraham is dan weer een lichtend voorbeeld: Hij ging op weg, liet alles wat hem bekend en vertrouwd was, achter, en ging zonder te weten waar hij zou uitkomen.
Er staat bij dat hij dat kon ‘door zijn geloof’, zijn vertrouwen dat het goed zou komen,
omdat Hij op God vertrouwde, die er altijd is en overal meegaat, en het goede met je voor heeft, zoals we hoorden met kerst: God heeft behagen, liefde, voor zijn mensen.

Leerzaam is wat we hebben gelezen over Abraham eens te vergelijken met wat er vlak voor wordt verteld, in Genesis 11: over de mislukte torenbouw van Babel.
Daar zie je mensen bezig om voor zichzelf een stad te bouwen met een hemelhoge toren, met als doel samen sterk te zijn en zich veilig te voelen: “En als we in die
stad blijven, raken we niet over de hele aarde verspreid” – misschien zit er meer angst achter dan hoogmoed, want eendracht maakt macht en stel je voor dat we
het allemaal zelf moeten maken, wat gaat er dan gebeuren, wat komt er van ons
terecht – je blijft angstvallig binnen je zelf gebouwde comfortzone, want pas op…
Zo gezegd zit het ook weer dichtbij elkaar, angst en hoogmoed – daar weer achter
zit de drang om alles zelf in de grip te houden, en de angst om het los te laten en te laten gebeuren,wat gebrek is aan vertrouwen dat God je door alles heen vasthoudt
en dat – een nieuw lied– je niet dieper kunt vallen dan in Gods eigen hand.
dia 6
Terwijl Abraham die stap wel zet en het erop waagt – op zijn leeftijd nog – met God.
Bijzonder dat hij en Sara op hun leeftijd – waarvan een gezegde dat best waar is luidt dat je oude bomen niet moet verplanten – bijzonder dat zij alles loslaten en weggaan.
Het was toen al de weg die later de brief aan de Hebreeën wijst als de weg van het geloof achter onze Heer aan die buiten de poort heeft geleden, alleen gelaten door vriend en vijand, en zelfs door zijn eigen Vader: “Laten we dus het kamp verlaten, ons bij Hem voegen, en delen in zijn vernedering. Onze stad is immers niet blijvend, wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt” (Heb. 13: 13) – en we gaan met Jezus – die de Weg is en ons op zijn weg meeneemt, en ons thuis brengt – op weg.

Dat maakt bij alle onzekerheid aan het begin van een nieuw jaar, dat we niet bang hoeven te zijn, maar juist vertrouwen mogen hebben, en moed, en hoop, want wat
de toekomst ook zal brengen, ons leidt de hand van de Heer, onze trouwe Vader.

Aan een nieuw jaar beginnen, is eigenlijk de reis samen met Jezus vervolgen.
We wensen elkaar vandaag alle goeds, je kunt ook zeggen: goede reis, samen.
En zeg er maar bij, tegen elkaar, en voor tegen jezelf: en je hoeft niet bang te zijn.
Want ‘wie zich op God alleen verlaat, weet dat Hij altijd met ons gaat’. dia 7
We krijgen zijn zegen mee, “voor onszelf en om door te geven om ons heen.
Zoals ooit ook Abraham: “Ik zal je zegenen, een bron van zegen zul je zijn”.
amen

Lucas 2: 14b : Maak het mee met Jezus: Vrede op aarde (1e kerstdag)

Liturgie kerstmorgendienst – 25 december

Votum en groet
Zingen: NLB 482: 1,2,3
Inleiding op de Tien Woorden
Zingen: Lied 134: 1
Geboden 1 t/m 4
Zingen: Lied 134: 2
Geboden 5 t/m 10
Zingen: Lied 134: 3
Kyrie-gebed
Schriftlezing: Jesaja 52: 7-10
Zingen: Ps. 98: 1,4
Sc hriftlezing: Lucas 2: 1-7
Zingen: Gz. 85: 1 – groep A mannen / B: vrouwen
Schriftlezing: Lucas 2: 8-14
Zingen: Gz. 85: 2 – groep A vrouwen/ B mannen / 3 allen
Verkondiging: Lucas 2: 14b Maak met mee met…Jezus: vrede op aarde!
Zingen: Lied 135: 1,2,3
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 50 ‘Ere zij God’
Zegen
———————————————— ——————————————————————
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Maak het mee…‘Vrede op aarde’ .
Het thema voor deze kerstdag, en een bekende kreet rond elke kerstfeest.
Vaak ook erg oppervlakkig: nou even geen ruzie, het is kerst: vrede op aarde.
En de aanleiding om voor een paar dagen strijdbijlen te begraven en wapens
neer te leggen – maar als kerst voorbij is of weer een nieuw jaar begonnen is,
wordt die strijdbijl weer opgegraven en barst het wapengeweld weer in alle
hevigheid los – en veel wat vrede heet is niet meer dan een gewapende vrede.

Maak het mee….’Vrede op aarde’.
Ik vroeg me af, bezig met de voorbereiding van deze dienst: durf ik het nog wel
aan het over vrede te hebben dit jaar, na al wat er net weer gebeurd is en elke keer weer gebeurt, en ook aan het eind van 2016 nog altijd de wereld in de greep houdt: uitgerekend op een kerstmarkt een dodelijke aanslag, en kort ervoor elke dag de verschrikkingen uit Aleppo, en een ambassadeur doodgeschoten door een politieman, en in Nederland opgefokt geweld als besluiten van de overheid
je niet aanstaan, en nog altijd zit Asian Bibi vast om haar geloof, als een van
de zovelen die nog steeds geen vrede met Jezus lijken mee te maken maar om Jezus moeten lijden, in een wereld met meer dan ooit tegenstellingen en terreur,
oorlogen, geweld van de ene groep tegen de ander, en wantrouwen in de politiek.
Ja, en zelfs in de kerk valt het niet mee de eenheid te bewaren door de band van
De vrede – waartoe Paulus ons oproept – al gebeuren er ook heel mooie dingen.

‘Vrede op aarde’, daar zongen Gods engelen tweeduizend jaar geleden over,
op dat eerste kerstfeest dat werd gevierd, bij die herders met hun schapen,
en in die stal met dat kind in de voerbak, maar op het inmiddels ongeveer tweeduizendtwintigste kerstfeest lijkt die vrede op aarde verder weg dan ooit.
Terwijl de kerk nog altijd doorgaat met de kerstboodschap te brengen, en ook
dit jaar in allerlei toonaarden en talen dat lied van de engelen wordt gezongen,
en op allerlei manieren wordt geprobeerd iets van die vrede te ervaren.

Daarom is het goed ons af te vragen wat met die vrede waarover het hier gaat
en waar die engelen zo massaal over zingen en voor gingen, bedoeld is.
En is ook goed te bedenken dat in de tijd dat Jezus was geboren en die herders van Gods engelen hoorden over de geboorte van messias Jezus en over vrede op aarde in hun eigen dagen en voor hun eigen land – grote blijdschap voor heel het volk – die vrede ook al ver te zoeken was, en er hoogstens orde en rust heerste in hun land, doordat de Romeinse bezetter elke uiting van verzet en onrust de kop indrukte.
Wat de Romeinen zelf met enige trots de Pax Romana noemden, de vrede van Rome, werd door de vele onderworpen volken ervaren als onderdrukking en uitbuiting, en onderhuids broeide onvrede die af en toe ineens tot uitbarsting kwam, als mensen spontaan in opstand kwamen, wat dan weer tegengeweld uitlokte.
Wat een afkeer zal het hebben opgeroepen dat de keizer al zijn onderdanen wilde tellen, met het oog ook op belastinginning, en dat iedereen dan ook nog daarvoor
op eigen kosten op reis moest, naar de stad of het dorp waar zijn roots lagen.
Niet voor niets begint Lucas zijn verhaal met gehate namen van wie het in het land van David voor het zeggen hadden: de verre heidense keizer Augustus en zijn geharde goeverneur Quirinius, en dan weten we ook nog van die wrede Herodes. Dat was de wereld waarin Jezus geboren werd en engelen van vrede zongen.
En dus : vrede op aarde, maar wat voor vrede is dat dan en hoe komt die vrede er?
Des te wonderlijker is het allemaal, als die vrede verbonden wordt met wat het meest kwetsbaar en hulpeloos is: een pasgeboren kind, in een harde en gewelddadige wereld waarin juist kinderen zo vaak kind van de rekening zijn, geen vuist kunnen maken; en een kind van ouders onder aan de maatschappelijke ladder en aan de marge van de samenleving, in een onbetekend dorp in de verre achterhoek; een kind die het moest doen met een voerbak in een stal, i.p.v. een mooie wieg in een paleis.

Kijk, maar dat is nou juist het verrassende en ontwapenende van hoe God is en werkt, God die – zoals Paulus er over schrijft – mensen uitkiest die in deze wereld
zwak of dom worden genoemd, die onbelangrijk zijn en niets voorstellen, en voor wie niemand respect heeft: die oude priester en zijn vrouw die geen kinderen meer konden krijgen, dat meisje Maria die van zichzelf zingt over haar lage status, die dorpstimmerman Jozef, en die herders die als eersten het goede nieuws mochten horen en op kraamvisite mochten bij de pasgeboren Koning…en als Jezus geboren is hij te herkennen aan het gewone en armoedige: doeken, een voerbak, een stal.

Later schrijft Paulus over Jezus die zo begon en die eindigde aan een kruis dat Hij –
Jezus in eigen persoon – ‘onze vrede’ is: Hij maakte vrede tussen ons mensen en God – en zo ook tussen mensen onderling: Joden en niet-Joden, en zoveel andere mensen en volken:“Zo heeft Christus een einde gemaakt aan de vijandschap op aarde” (Ef.2:16). Door geloof in Jezus en het volgen van Hem in dienende liefde kan een einde komen aan de vijandschap vanwege de zonde, vanwege onze ik-gerichtheid, aan allerlei wantrouwen en haat, ook aan allerlei tegenstellingen van ras, cultuur, geaardheid. Wij kunnen dankzij Jezus allemaal weer bij God gaan horen:

Vrede op aarde – dat is maar niet een wereldvreemd kerstliedje of even een goed kerstgevoel, het is ook veel meer dan even een tijdelijke wapenstilstand of een gevechtspauze, met ruimte voor evacuatie en kansen om eten te brengen en medische zorg te verlenen, hoe goed en nodig en belangrijk ook, maar helaas al te vaak tijdelijk, waarna de gevechten daarna weer in alle hevigheid hervat worden, eb de strijdende partijen zo’n pauze ook vaak gebruiken om zichzelf te versterken.
De vrede waarover die engelen zongen en die er komt door Jezus, begint met een herstelde verhouding met God; en dan kun je vrede hebben met en in jezelf, vrede met je soms moeilijke en menselijke gesproken hopeloze situatie, midden in tijden van vervolging, ziekte, dikke problemen en nare conflicten, want je hebt een sterke Vader en een oudste Broer die weet wat je moet doormaken en die je er doorheen sleept: je kruis opnemen en Hem volgen, en zo goed uitkomen.

Ja, maar het gaat om veel meer; luister maar naar de lofzangen van Zacharias, Maria, en Simeon, over redding van vijanden en allen die door haat gedreven worden, over heersers die van hun tronen verjaagd worden en mensen aan de onderkant die weer meetellen, over armen die veel krijgen en rijken die verarmd raken, over de weg die Jezus baant naar blijvende vrede, over in vrede kunnen sterven… allemaal trekken van de nieuwe wereld die er komt door dat kind in die voerbak in Bethlehem, en die al zichtbaar worden overal waar mensen worden
geraakt door dat evangelie van God die kiest voor het zwakke en kwetsbare, en die zelf kwetsbaar wilde worden door de Zoon van zijn liefde, die zijn Liefde aan ons kwijt wilde door zijn eigen Liefste aan ons te verliezen: Hij heeft zijn Kind aan ons verloren.
Zo kom je er steeds meer achter dat ‘vrede op aarde’ maar niet een wereldvreemd zoetelijk kerstliedje is en niet een paar dagen van even niet vechten en even geen ruzie, van iets extra’s voor eenzamen, ouderen, en minderbedeelden – om in de kille zakelijkheid van januari weer op de oude voet verder te gaan – maar dat vrede op aarde een reddingsprogram van God vraagt met inzet van alles wat God heeft. Het wordt trouwens meteen extra onderstreept in die kerstnacht als je erop let wie die vredesboodschap uitbazuinen: geen engeltjes die door het luchtruim zweven en die mooi spelen op hun harpjes en trompetjes, maar – vertelt Lucas – ‘een hemels leger’ – zeg maar: Gods luchtmobiele brigade die op vredesmissie wordt gestuurd.

En dan zijn we gewaarschuwd, want zoals bij die ons bekende vredesmissie gaat het niet altijd vreedzaam toe, en moet vrede vaak bevochten en afgedwongen worden, door het kwaad te beteugelen en te bestraffen, en het goede te laten overwinnen; wat heel tijd kost en inspanning want er zijn geduchte tegenstanders. Een strijd die niet met wapens uitgevochten wordt, maar door .de harten van mensen te veroveren, voor God en zijn vrede, om zijn liefde te ervaren en te geven. Jezus zegt dat Hij ons zijn vrede geeft, anders dan de wereld die kan bewerken,dieper, blijvend, structureel. Uiteindelijk niet met wapens maar door te dienen en te lijden en zich op te offeren. Zoals Jezus heeft gedaan en ons heeft voorgedaan.

Daarom mogen we vertrouwen hebben in de werkelijkheid van nu al het begin van vrede op aarde, als we ons toevertrouwen aan dat Kind dat een man werd en die de echte vrede heeft verkondigd en heeft uitgedeeld en heeft voorgeleefd. Jezus zegt ook dat wie Hem volgt rust zal hebben en vrede zal vinden; en waar dat gebeurt kun je en moet je dan ook die vrede najagen en uitdelen aan anderen, heelheid-sjaloom.

Vrede op aarde, die wordt voor wie aan Jezus en aan zijn evangelie van liefde en vrede zijn vertrouwen geeft, niet pas werkelijkheid in een verre toekomst, maar nu al mag je die vrede ervaren – door geloof en met vertrouwen – en kun je aan die vrede werken – waar we door heel de Bijbel heen toe worden opgeroepen en uitgedaagd
En dat op weg naar die nieuwe aarde waar gerechtigheid woont en vrede zal bloeien,

Met Jezus en achter Hem aan mag je het nu al gaan meemaken: vrede op aarde.
Door God die welbehagen heeft in mensen,die van zijn mensen en zijn wereld houdt.
Alle eer aan God in de hemel!

amen

Openbaring 14: 6-7: Een eeuwig evangelie

Liturgie toerustingsdienst zondag 18 december 2016

welkom
zingen: NLB 150a: 1-4 Geprezen zij God
moment van stilte en persoonlijk gebed
votum en groet
zingen: Ps. 96: 1,2,3 LB ‘Zing voor de Heer op nieuwe wijze’
gebed
Schriftlezing: Hand. 14: 8-18 en 17:22-34
zingen: Ps. 96: 4,5,7 LB ‘Breng aan de Heer met reine handen
preek over Openb. 14: 6-7
zingen geloofsbelijdenis (melodie Gz. 135 ‘Hoor de englen zingen de eer)

1. Ik geloof in God de Vader,
die almachtig, wijs en goed,
aard’ en hemel heeft geschapen,
vorm en kleur in overvloed.
Die de stilte heeft doorbroken
en zichzelf heeft uitgesproken
in het vleesgeworden Woord,
opdat ieder naar Hem hoort.
Dat is wat ik hier belijd,
mijn geloof, mijn zekerheid.

2. Ik geloof in Jezus Christus,
Zoon van mensen, Zoon van God,
die als Redder van de wereld
werd gekruisigd en gedood.
Maar die opgestaan ten leven,
hemelhoog nu is verheven,
boven heerschappij en macht
die ten onder wordt gebracht
Dat is wat ik hier belijd,
mijn geloof, mijn zekerheid.

3. Ik geloof in God de Trooster,
die van oudsher, wereldwijd,
overal zijn volk vergadert
en tot dienen toebereidt.
Met Gods kinderen verbonden,
in vergeving van mijn zonden
mag ik op de jongste dag
opstaan, leven met een lach.
Dat is wat ik hier belijd,
mijn geloof, mijn zekerheid.

gebed
collecte
slotzang: Gz. 120: 1,2,4 LB ‘Heft op uw hoofden, poorten wijd’
zegen
zingen: Gz. 144: 7 GK (mel. Ps. 134) ‘Aan God de Vader gloria

Gemeente van Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,
dia 1
We zijn langzamerhand doof geworden als westertse samenleving. Ik bedoel dat zo dat we God maar moeilijk of niet meer horen roepen, in en door wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Of hebt u er wel oog voor en oren naar dat God elke dag u en uw buren, jou, je vrienden, maar ook onze regering en de president van de Ver. Staten, en die van Rusland, en ook al die belangrijke en minder belangrijke mensen in onze wereld, probeert wakker te schudden en roept bij Hem terug te komen? Wat doet dat hen nog? En hoe reageren we? Wat doen wij er mee ?

Eén manier om je daar voor af te sluiten is heel erg ‘in’ vandaag. Je zegt gewoon dat God afwezig is, of dat er zoveel tussen God en ons is in geschoven dat je God in je leven en in deze chaotische wereld niet meer kunt ervaren. God verbergt zich voor ons. Je ervaart God niet meer. En al die vreselijke rampen en oorlogen in onze wereld zijn er even zovele bewijzen van: waar was God in Auschwitz, waar is God in Syrië en in Irak, hoe kan een God die toch liefde is al die mensen laten lijden, laten verhongeren, laten afslachten, wat is de zin van die aardbeving hier en die mislukte oogsten daar, hoe ervaar ik God in m’n ziekte? En waarom dat ongeluk?

We weten wel: de Bijbel geeft niet op al die heel concrete vragen – die heel reeël zijn en die we mogen stellen – bevredigende antwoorden. Daarom moeten wij als kleine mensen niet op de stoel van God gaan zitten en alvast maar onze antwoorden Hem in de mond leggen. U kent het verkeerde voorbeeld van die vrienden van Job Die precies wisten waarom hun vriend zoveel klappen had gekregen. En de Heer Jezus waar¬schuwt ons niet met de vinger naar anderen te wijzen: dacht u dat die mensen die door Pilatus zijn gedood en die mensen die omkwamen onder een instortende toren erger gezondigd hebben dat jullie? Zijn die mensen in Syrië echt zoveel slechter dan u en ik? Nee, zegt Jezus dan, als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij. De vinger wijst in de eerste plaats naar onszelf: hebt u, heb jij, nog oor voor wat God zegt en oog voor wat Hij doet? Wat doen wij en zoveel anderen overal ter wereld als God steeds weer roept? En wat zien mensen van God in ons, als ze ons horen praten en ons bezig zien, en met elkaar omgaan?

Ik zei: de Bijbel geeft niet op al onze heel concrete vragen een voor ons passend ant¬woord. De tijd lijkt voorbij dat een engel uit de hemel rechtstreeks boodschappen van God overbrengt. We hoeven niet meer een profeet te verwachten of openbaringen zoals Johan¬nes die kreeg. Maar we hebben wel wat God vroeger bekendmaakte aan zijn profeten en apostelen. En wat Johannes mocht horen en zien, liet God opschrijven als een boodschap ook voor ons. Ja, en ook via allerlei nieuwe kennis en ervaringen van onszelf en andere mensen kunnen we wijzer worden en verder geholpen worden en elkaar verder helpen, wat Paulus ons al voorhield: “God heeft de wereld gemaakt. Zo kan iedereen die verstand heeft, Gods eeuwige macht zien, en begrijpen dat Hij God is”. Dat staat in Romeinen 1: 20

De Bijbel – en vooral het laatste bijbelboek, Openbaring – is er vol van dat God niet de afwezige of zelfs een dode god is, maar dat Hij als de levende God wel degelijk aanwezig is, ook in een wereld waarin velen Hem niet meer zoeken en Hem niet meer nodig denken te hebben. We worden van te voren gewaarschuwd dat er rampen zullen komen, oorlogen, honger, dood, en dat God daarin zijn toorn laat voelen. Het zijn allemaal wake-up-calls, kloppen op onze deur, waarschuwingen.. Maar Johannes moest ook opschrijven als een treurig refrein: zij bekeerden zich niet.Wat een verrassing is dan onze tekst: een eeuwig evangelie. Zo lief heeft God zijn wereld! Vooral: zijn mensen. God die wil dat niemand verloren gaat, zoekraakt.

En dus: hoe reageren wij? Zien we onze God bezig? Horen we Hem roepen? Wat doen wij met dat eeuwig evangelie dat nog klinkt in onze wereld: geef uw Schepper de eer? Komt dat over en geven we dat door om ons heen. En leven we dat voor?

dia 2 Een eeuwig evangelie.
1. roept tot bekering;
2. opent de toekomst
3. zet aan het werk.

dia 3 1 . een eeuwig evangelie roept tot bekering.
Johannes zag een engel vliegen. Een andere engel, staat er. Weer een engel,
na zoveel engelen die Johannes in zijn verbanningsoord Patmos in zijn visoenen al aan het werk gezien had. Engelen als boodschappers van God. Engelen ook die Gods opdracht uitvoeren. Wat is er veel aan de hand achter de schermen van wat gebeurt in de wereld en in ons leven! God wil dat we met Johannes meekijken naar wat er aan de gang is, en waar het heen gaat.

De engel die in onze tekst in beeld komt, heeft vooral wat te zéggen. Johannes schrijft op dat die engel een boodschap van God bij zich heeft om die aan alle mensen en alle volken over heel de aarde over te brengen. Vandaar de centrale plaats van die engel: hoog in de lucht. Wij in onze wereld met de meest verfijnde communicatiemiddelen kunnen het misschien nog wel beter begrijpen dan de mensen in Johannes’ eigen tijd. Via satellieten hoog boven ons kunnen radioberichten en televisiebeelden in fracties van seconden over heel de wereld verspreid worden. Internet maakt wereldwijde contacten mogelijk. Van die moderne middelen wordt veel misbruik gemaakt. Maar ze bieden ook ongekende mogelijkheden om mensen met elkaar in contact te brengen en ook om het goede nieuws van God en van Jezus evangelisch om te roepen, zelfs tot in landen die op slot zitten voor de bijbel. En waar geen zendeling komt.Waar geloven gevaarlijk is.

Een engel die een eeuwig evangelie brengt, aan alle volken in alle landen en in alle talen. We moeten bedenken: dat is een visioen. Een blik achter de schermen. Niet dat engelen op de preekstoel gaan staan, of bezit nemen van de sociale media.
God heeft zijn woorden aan ménsen toevertrouwd. Zoals we Paulus bezig hoorden heidenen terug te roepen tot de God die hemel en aarde gemaakt heeft en het dus in alle landen voor het zeggen wil hebben en heel zijn schepping terug wil. God die ook mensen die van Hem niet weten of aan Hem geen boodschap hebben, blijft zoeken en zelfs hen overlaadt met over¬stelpende bewijzen van zijn goedheid: zon en regen, brood en drinken, leven, geluk….En die er op uit is dat mensen niet voorgoed kwijtraken maar dat ze bij Hem terugkomen… Een eeuwig evangelie – om ook vandaag te horen, te omhelzen, en ook door te stralen en uit te zenden, via preekstoelen en in gesprekken, door zendelingen en evangelisatiecampagnes, via satelliet en internet, wereldwijd, maar te beginnen dichtbij huis. Een evangelie dat we ook willen doorgeven en vieren door Christmas Lite, 24 december, in BroekerVeiling.
Waarom dan toch die engel als boodschapper? Wel, om te benadrukken dat God de eerste Afzender is. ‘Evangelie’ is een woord van koninklijke afkomst. Het stond vroeger voor een belangrijk bericht van een koning of een keizer: als er een prins of prinses geboren was, of als een nieuwe koning aan de regering was gekomen, of bij een belangrijke overwinning. Zo ziet en hoort Johannes hier een engel met een proclamatie van het hof in de hemel. Zeg maar: vanuit de grote Studio boven uitgezonden en bedoeld om op aarde opgevangen en doorgestraald te worden naar alle uithoeken van de wereld en in alle mogelijke talen. Zoals God in de kerstnacht
dat belangrijke geboortebericht door zijn hemelse boodschappers liet omroepen.

Als we letten op wat voor en na onze tekst verteld wordt, wordt ons des te meer duidelijk hoeveel er afhangt van wat wij mensen doen met de oproep die van God op ons af komt. Na onze tekst komen nog een tweede en een derde engel in beeld. De ene brengt het nieuws van de ondergang van de wereldse wereldstad Babel. Het einde van de stad van de mens die God uitgebannen heeft en waar mensen denken samen een toren te bouwen tot in de hemel. Meteen daarna weer een engel die de straf van God aankondigt aan ieder die tegen Hem kiest en weigert zijn Schepper te erkennen en de eer te geven die Hem toekomt.

Het is de oerzonde al in het paradijs, het tegen-evangelie dat de duivel influistert en van de daken schreeuwt – wereldwijd verspreidt via alle mogelijke media – “mens durft te leven, neem je leven in eigen hand, dan zul je als God zijn en zelf uitmaken wat goed en kwaad is”. Een boodschap die mensen weglokt bij God vandaan. Je weigert dienst. Je kiest eigen weg en maakt je eigen goden. Zoals Paulus dat haarscherp aanwees in de centra van godsdienstigheid en eigen-wijsheid in zijn tijd. Zoals vandaag veel mensen op hun manier religieus willen zijn en nadenken over de zin van het leven en over normen en waarden maar dat allemaal los van een God in de hemel die als de Schepper erkend en gediend wil zijn. Maar dan moet je weten en zul je merken waar je uitkomt. Het wordt een wereldwijd drama. In hoofdstuk 8 wordt verteld hoe God wat Hij geschapen heeft terugdraait en wegneemt: de hemel verduisterd, de zee vervuild, rivieren en bronnen vergiftigd, de bodem verschroeid.En nu al – nu hier en dan daar – zien en voelen we Gods hand die slaat. Of het nu is de vogelpest of wateroverlast, hier een orkaan en daar een aardbeving, nieuwe ziekten die opduiken als we net oude onder de knie denken te hebben, economische groei die het milieu onder druk zet, onverwachte conflicten die onze pas verworven vrede verstoren. Klimaatverstoring tot aan de noordpool en de zuidpool, met alle risico’s voor onze leefwereld. Alsof God elke keer ons op de knieën dwingt: buig je, hoogmoedige mens!

Ja maar dan gaat het God juist erom dat mensen die van Hem zijn weggelopen niet in hun zonde omkomen, maar zich bekeren, en weer met Hem en voor Hem leven. Meteen al na die vreselijke opstand in het paradijs begint God die boodschap uit te zenden. Die engel die Johannes ziet, komt met een eeuwig evangelie. Dat God al in het paradijs liet klinken: mens, waar ben, kom toch tevoorschijn, en kom terug bij Mij. Daarin is het echt evangelie; gelukkig dat God nog roept voor het te laat is.”Heb ontzag voor God en geef Hem eer, want nu is de tijd gekomen dat Hij zijn oordeel zal vellen”, hoort Johannes die engel omroepen. Dat lijkt weinig evangelisch. Eerder een preken van hel en verdoemenis, zou je zo zeggen. Maar het tegendeel is waar. God blijft tot het laatste toe roepen: het is 5 voor 12, de hoogste tijd, kom nou toch! Zo lief heeft God zijn wereld dat Hij wil dat we ons bekeren en dat we leven! Wat doen wij met dat evangelie? God laten roepen? Of Hem de eer geven?

dia 4 2. een eeuwig evangelie opent de toekomst.
Ik heb al even de vraag opgeworpen: is zo’n boodschap zoals Johannes die uit de mond van die engel hoort, wel zo evangelisch? Je kunt dat nog wat scherper stellen en wat verder uitbreiden: wat is nou het goede nieuws dat uit zo’n boek vol rampen en oordelen – zoals het boek Openbaring – naar ons toekomt. En wat moet je met zulke zware woorden en zulke donderwolken boven onze wereld, als je met mensen van buiten de kerk praat, als je aan evangelisatie doet, of als je zending bedrijft.

Als je dat zo hoort, lijkt het wel of mensen eerst bang worden gemaakt, om dan vanuit de angst voor de hel en voor het komende oordeel, maar in God te gaan geloven en te doen wat God aan regels en voorschriften geeft. Want wee je gebeente als je het niet doet, dan belandt je in de hel. Er zijn er misschien nog wel vanmiddag die zich dat herinneren van toen ze jong waren: je kon bang zijn voor God die alles ziet en hoort en dwars door je heen kijkt. In de geschiedenis van de kerk en de prediking zijn hele zwarte bladzijden terug te vinden met inderdaad hel-en verdoemenispreken, waarin je de vlammen van de hel al hoorde knetteren en mensen angst werd aangejaagd: straks komt God om ons te oordelen voor onze zonden…Dan is een God die liefde is en die wil dat mensen uit liefde voor Hem kiezen en dat ze zo tot hun bestemming komen, ver weg. Terwijl God er juist op uit is om zijn wereld te redden, en het oordeel dat komt een einde wil maken aan zoveel kwaad en geweld, en God door dat oordeel heen een nieuwe wereld wil maken.

Vandaar dat het wel degelijk evangelie is wat die engel te melden heeft, en wat meteen al in het paradijs als Gods boodschap evangelisch omgeroepen wordt en moet worden. Jezus herhaalt het vlak voor zijn hemelvaart: aan alle volken moet worden verkondigd dat ze zich tot God moeten bekeren en dat dan hun zonden vergeven zullen worden. Paulus en Barna¬bas roepen in Lystra hun boodschap om dat ze geen afgoden moeten vereren maar de levende God die de hemel en de aarde en de zee heeft geschapen, die ook heidenen die Hem niet erkenden zijn goedheid bewezen heeft, en die nu hun de weg wijst naar Hem terug. En in Athene was het niet anders: God roept overal de mensen op een nieuw leven te beginnen
en ze zo te redden van het oordeel dat Hij bezig is te gaan voltrekken. Dan is er toekomst. Nou, als dat geen goed nieuws is. Toekomst voor een vastgelopen wereld. Voor u en jou!

Juist daarom wordt God hier als de Schepper aangewezen. En die in heel zijn schepping roept tot bekering. Het staat er maar liefst op vier manieren – ik ga uit van de volgorde in het Griekse origineel: volk, stam, taal, natie. Elk volk moet het horen. Dan is volk bedoeld in de zin van een groep mensen die aan elkaar verwant zijn het zelfde voorgeslacht hebben. Het woord ‘ethnisch’ is ervan afgeleid. Anders dus dan het laatste woord in de reeks, in de vorige vertaling vertaald met ‘natie’. Meer dan een volk kan samenleven in hetzelfde land en samen één natie vormen. Zoals tientallen jaren lang Serviërs en Kroaten en moslims Joegoslavië vormden, en een land als de Verenigde Staten een smeltkroes van volken is. Nog een ander aspect is de taal. Dezelfde taal kan worden gesproken door meer dan één volk en in meerdere landen. En dan nog stam: een volk kan uit verschillende stammen bestaan. Maar al die volken en stammen, met zoveel talen, verspreid over heel veel landen – met al hun tegenstellingen en conflicten, hun taalverschil of taalstrijd, hun diverse culturen en heel verschillende geschiedenis, ze hebben allemaal hun bestaan en hun leven te danken aan die ene God. Paulus verwoordt het in Athene voor een geleerd verwend publiek: Uit één mens heeft God de hele mensheid gemaakt, die hij over het hele aardoppervlak heeft verspreid – Babel is nooit afgebouwd! – met de bedoeling dat al die volken Hem zouden zoeken en vinden. Zelfs zo sterk – met een knipoog naar een van de Griekse dichters – dat al die zo verschillende mensen uit die ene God zijn voortgekomen. Dan loop je toch niet van Hem weg? Dan ga je toch niet spuwen in die Bron waaruit je komt? Ga liever terug naar die Bron. Zing: bij U Heer is de levensbron, in Uw licht zien wij het licht. Dat is het leven!

Kijk, zo wil God met dat eeuwige evangelie door de doodsmuur heenbreken waar elk leven dat zonder Hem wordt geleefd, op stukloopt. Wat een ijdel en zinloos gedoe toch waar ze in Lystra en zoveel andere plaatsen mee bezig waren. Wat Paulus en Barnabas deden maakte zo’n indruk dat ze in hen twee van hun goden zagen waarvan de Grieken geloofden dat ze zich af en toe als mens vermomd onder de mensen begaven: Zeus de hoofdgod en de bode van de goden Hermes. Het verhaal ging dat die twee wel eens eerder in de zelfde streek op bezoek waren geweest. Toen hadden de mensen hen niet gastvrij ontvangen en dat was hun komen te staan op veel ellende. Behalve twee oude mensen die daarom wel geluk hadden gekregen. Zoiets wilden ze geen tweede keer. Dus alles uit de kast om die goden tevreden te stemmen: offers bij de vleet en een goddelijke ontvangst. Maar wat een belachelijke vertoning. Wat een armoe vergeleken met dat evangelie van de God die onder de mensen is gekomen door zijn eigen Zoon en die in ons woont met zijn Geest. Dan mag angst wijken voor blijdschap. Dan hoef je niet je in alle bochten te wringen om God tevreden te stellen. Want er is allang voor me betaald. Ik hoef niet bang te zijn, ook niet voor dat eindoordeel. Als ik maar me toevertrouw aan mijn Redder Christus. Dan kan dat altaar uit Athene weg, opgezet uit angst een god die je misschien vergeten bent niet kwaad te maken. Je mag weten van de ene echte God die zich bekend gemaakt heeft in Jezus Christus, de levende God die toekomst geeft: doden staan op tot een nieuw leven.

Gemeente, de God die de hemel en de aarde heeft gemaakt, belooft door de oordelen heen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hij maakt een nieuwe schepping: bronnen van leven. En eens is er niets vervloekts en vervuilds en vergiftigds meer. Alle reden het met die God te wagen. Dit evangelie – boodschap van eeuwig leven – is waard omhelsd te worden.

dia 5 3. een eeuwig evangelie zet aan het werk.
God vrezen en Hem eer geven, als de God aan wie we ons leven te danken hebben en die ons een helemaal nieuw gaaf leven belooft, dat blijft niet steken in woorden. Het stempelt ons leven: ons werken, ons omgaan met andere mensen, onze kijk op de politiek en dus op wie je stemt, hoe je omgaat met het milieu. Ook voor de politiek is dat eeuwige evangelie van onze tekst relevant : overheid en volk worden opgeroepen de God die de bronnen van leven en welvaart geschapen heeft, lof en eer te geven. En dat concreet handen en voeten te geven in plannen en wetgeving.

We worden door dit eeuwig blijvende evangelie aan het werk gezet, persoonlijk en samen als gemeente, als christenen. Er gaat geen engel rond om het huis aan huis te verspreiden of wereldwijd om te roepen. Die opdracht heeft God u en jou en mij gegeven, zijn kerk. Want Hij wil dat alle mensen tot erkenning van Hem komen. Hij wil zijn schepping terug. Zou zoveel liefde ons niet in beweging zetten? Naar God toe? En naar zijn wereld toe? Niet alleen met kerst, maar ook daarna….?
amen