Zondag 44 Heid. Cat.: Bidden om de Heilige Geest

liturgie toerustingsdienst zondag 11 juni 2017

zingen: Gz. 327: 1,2,3 LvdK ‘Heer Jezus, o Gij dageraad
moment van stilte en gebed
votum en groet
zingen: Ps. 139: 1,3,4,11 GK ‘HEER, U doorgrondt mij van omhoog’
gebed
Schriftlezing: Rom. 7: 7 – 8: 13
zingen: ‘Een christen zijn op aarde’(W.Mudde) –melodie Ps. 128

1 Een christen zijn op aarde
is altijd tweeërlei:
een zondaar en rechtvaardig
gebonden zijn en vrij
van meetaf aan verloren
en zonder eigen kracht
maar in de doop herboren
en aan het licht gebracht.

2. Een christen zijn op aarde
is allebei ineen:
is leven van genade
door het geloof alleen
en toch bij tijd en wijle
met alle angst en pijn
wanhopig en vertwijfeld
en aangevochten zijn.

3. Een christen zijn op aarde
is vrij in alles zijn
aan niemand onderdanig
volkomen souverein
en tegelijk dienstvaardig
als ieders onderdaan
bereid in goede daden
de ander bij te staan.

verkondiging zondag 44
zingen: Gz. 103: 1,3,5,6 GK ‘O, Schepper Geest’
Geloofsbelijdenis van Nicea
zingen: Gz. 103: 9 GK ‘U, Vader, U zij eeuwig eer’
gebed
collecte
slotzang: Gz. 675: 1,2 NLB ‘Geest van hierboven’
zegen
amen: Gz. 425 NLB ‘Vervuld van uw zegen’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

‘Bidden om de Heilige Geest’
Maar is dat nog nodig, de Heilige Geest is toch gekomen, met Pinksteren?
Bidden om de Heilige Geest, dat deden de volgelingen van de Heer toen
Hij naar de hemel was gegaan, tien dagen lang, en dat gebed is verhoord.
We lezen daarvan in de eerste hoofdstukken van het boek Handelingen.
In 1: 4 lezen we dat de Heer zijn leerlingen de opdracht gaf om in Jeruzalem te blijven en daar te wachten op de door God de Vader beloofde Heilige Geest.
En na de hemelvaart gingen ze inderdaad terug naar de stad, en dan staat er:
“Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed” (Handelingen 1: 14).
En dan wordt het Pinksteren en is het zover: ze worden allemaal vervuld met
de Geest van God, die ook de Geest is van Jezus, zoals Petrus erover preekt:
Jezus “is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader
de Heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft Hij op ons
doen neerdalen, en dat is wat u – vandaag – ziet en hoort” (Hand. 2: 33)

Dat was bijna tweeduizende jaar geleden, maar waarom zouden wij dan nog
steeds moeten bidden om de Heilige Geest, en zingen: Kom, Heilige Geest?
Dat je dat zou niet meer zou kunnen zingen of bidden, zit achter de keus die de synode van de GKV gedaan heeft in 1984 toen de gezangbundel herzien en uitgebreid werd, en vanuit de synode voorgesteld werd voortaan niet te zingen
‘Kom, Schepper Geest”, maar ‘O, Schepper Geest’.
Argument daarvoor was vooral dat je niet meer kunt bidden of de H. Geest wil komen, omdat Hij toch al gekomen is, namelijk op het Pinksterfeest in Jeruzalem.
Er zou een onbijbelse gedachte achter zitten als je nog bidt: kom Heilige Geest.
Ik heb daar al vaker over nagedacht, en ik blijf het een vreemd argument vinden,
en zeker niet een overtuigend argument om dit lied, dit gebed, dat de kerk al bijna vanaf het begin wereldwijd gezongen en gebeden heeft, op een achternamiddag als vrijgemaakte synode met een paar stemmen meerderheid te gaan veranderen, en alsof je alleen op de wereld bent, op je eigen manier te zingen. Gelukkig speelt dat niet meer en kunnen we uit allerlei liedbundels ook dat Kom Schepper Geest zingen.

Want natuurlijk is de Geest uitgestort op het Pinksterfeest, maar dat wil niet zeggen dat we niet meer mogen en hoeven bidden, of de Geest steeds weer wil komen en wil werken in ons hart en in Christus’ kerk.
Onze eigen belijdenis spoort ons er juist toe aan, om daar vurig om te bidden.
Zoals in zondag 44: dat we God zullen bidden om de genade van de Heilige Geest.
Het kan zelfs erg gevaarlijk zijn te denken dat de Geest er al wel is, dat jijzelf of dat ‘onze kerk’ natuurlijk al lang woonplaats van Gods Geest is. Schreef Paulus niet: als iemand de Geest niet heeft – dat kan dus! – hoort hij niet bij Christus?!

Bidden om de Heilige Geest

1. waarom is het nodig dat we bidden om de Heilige Geest, om zijn werk in en aan ons?
Als je iets zelf niet kunt, of het alleen niet redt, ga je hulp zoeken.
Je bent nog klein en je kunt ergens niet bij: pappa, wilt u me optillen?
Als je iets niet snapt op school: meester, kunt u het nog eens uitleggen?
Of je hebt dikke problemen thuis, en je zoekt hulp – doe dat maar rustig.

Kijk, en nou stelt de Heer eisen aan ons waar wij nooit aan kunnen voldoen.
In antwoord 115 staat waar God absoluut met ons allemaal naar toe wil:
naar de ‘volmaaktheid’, naar een 100% score aan liefde en dienstbaarheid.
Helemaal in het begin van de catechismus ging het daar ook al over: volkomen liefde: u moet God liefhebben met heel uw hart en uw ziel en uw verstand, met al uw krachten, en uw naaste als u zelf – en dat is uitgewerkt en concreet gemaakt in het ene na het andere gebod.

Tot aan dat tiende en laatste waarin de puntjes nog een keer stevig op de i gezet worden en elke poging om nog tussen de mazen van dit net weg te glippen in de kiem wordt gesmoord: “zelfs de geringste neiging of gedachte die tegen enig gebod van God ingaat, mag in ons hart nooit meer komen, moet tot de diepste wortel worden uitgeroeid, we moeten altijd met heel ons hart alle zonden haten en liefde tot alle gerechtigheid hebben”.

Leg daar dan eens jezelf naast. Je eigen hart. Je eigen leven van elke dag.
Paulus heeft dat gedaan. We hebben zijn eerlijke verhaal gelezen in Romeinen 7.
We weten allemaal hoe ingrijpend God in zijn leven had ingegrepen.
Als zondag 44 het heeft over mensen die tot God bekeerd zijn, dan kon Paulus ervan meepraten,. Paulus die vroeger dacht door eigen inspanningen, door stipt naar Gods wet te leven, God zijn goede diensten te kunnen bewijzen, en die daarom niks van die Jezus moest hebben, die Jezus die ze hadden gedood omdat Hij de mensen leerde dat Hij alleen hen kon redden.

Paulus die toen ineens door Jezus werd vastgepakt en omgedraaid: U kan ik niet meer missen! Paulus die erop hamert in al zijn brieven: je kunt niet jezelf redden, alleen geloven dat Jezus je redt. Voor Paulus was het geen vraag meer: kunnen zij die tot God bekeerd zijn, Gods wet volbrengen? Het nee waarmee antwoord 114 ons die gedachte uit handen slaat, komt zomaar bij Paulus vandaan.

Zeker, zijn leven was totaal veranderd door zijn bekering, de wissel was omgezet.
Zoals toch ook van u en van jou als je de keus hebt gemaakt om de Here te willen dienen. Of slaat het niet op jou wat Paulus van zichzelf zegt: het goede te willen zit in me (vs.18). Herkent u zichzelf er niet in: ik wil het goede doen, innerlijk stem ik in met de wet van God?

Als dat wel zo is, dan is dat echt heel wat, een indrukwekkende werk van God in een mens.
Er is wel degelijk iets grondig veranderd als je dat vergelijkt met b.v. zondag 3:
zijn wij zo verdorven als wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goed en uit op elk kwaad? Toen was het antwoord: ja, zo staat het er voor met een mens als gevolg van de zondeval. En daar kan alleen verandering in komen als God een mens verandert, als zijn Geest ingrijpt: behalve wanneer wij door de Geest van God worden wedergeboren, veranderd diep van binnen. En er dus gaat komen wat zondag 44 noemt een begin van weer aan God gaan gehoorzamen.
Geweldig als je dankbaar mag merken dat dat begin er ook in je eigen leven is gaan komen!

Gemeente, maar Paulus is nog niet over zichzelf uitgepraat, er is ook nog die andere kant: vaak doe ik toch dat goede dat ik graag wil doen, niet; ik wil wel goed, en doe toch verkeerd.
Als we eerlijk zijn, zullen we vooral dat toch ook herkennen, uit eigen ervaring.
Dat we b.v. zeggen dat een bepaald gedrag ‘eigenlijk’ niet kan, niet goed is, maar toch…. Dat we ‘s morgens de Here vragen ons te helpen tegen bepaalde zonden te vechten… en ‘s avonds beschaamd moeten toegeven dat het meer dan een keer toch weer mis was. Zelfs – ook dat zegt Paulus – dat we juist als iets niet mag, we het toch uitproberen, het toch doen..

Vaak hebben we ook onze excuses bij de hand: ja maar, de omstandigheden….en de anderen in de groep of in de klas….of die leraar die het er toch naar maakte….en ‘ze’ doen het allemaal… en moet je dan altijd zo serieus zijn en zo vroom….en geen mens is nou eenmaal volmaakt.

Nou, dat laatste is precies wat Paulus ook heeft ervaren in zijn leven, juist na zijn bekering, maar bij hem geen excuus is maar een schreeuw om hulp: ik red het niet, help me, ik ellendig mens! Daar wil God ons toe brengen: dat we naar Christus vluchten, en dat we bidden om de Heilige Geest.

2. wat er gaat gebeuren als we God bidden om zijn Heilige Geest, en als die Geest dan komt..

Zeg dat maar rustig zo: als de Heilige Geest met je aan het werk gaat, wordt het vechten!
Je kunt het vergelijken met het voorbeeld dat ik eerder noemde: problemen waarvoor je hulp zoekt. Als je echt geholpen wilt worden, en een hulpverlener gaat met je probleem aan de slag, nou, dan komt er vaak heel wat op tafel, ook heel wat dat echt zo leuk niet is. Het gaat vaak zo dat je leven grondig over hoop wordt gehaald,
dat je door elkaar wordt geschud, en dat je soms denkt: waar ben ik aan begonnen? is oplossing van mijn probleem al die onrust en ellende waard. Dan is het wel belangrijk dat je een goede hulpverlener hebt, dat je vertrouwen hebt in zijn aanpak, dat je ervan overtuigd bent dat je echt hulp nodig hebt en dat de hulpverlener het beste voor heeft…

Nou, dat weet je in elk geval zeker als je een beroep op de Here doet,als je in zee gaat met de beste Hulpverlener die er is, de Geest van God die je eigen Vader is. Maar dan zul je wel merken dat het er hard aan toe gaat en dat de onderste steen boven komt. Deze hulpverlener is niet tevreden met een opknapbeurtje aan de buitenkant, zodat het voor het oog weer wat lijkt: met een beetje beter je best doen en wat netter je voordoen.

Nee, Paulus laat zien dat dan in een mens een gevecht wordt uitgevochten op dood en leven: want er is geen compromis mogelijk van een beetje doen wat God wil en een beetje zonde doen. Het doel waar de Heilige Geest aan werkt, is niet minder dan voor 100% op God gaan lijken en inderdaad in alles doen wat God van je wil, zonder nog een spoortje verzet of gebrek.

Kijk, en daarom ook wat zondag 44 vraagt: waarom laat God zo scherp zijn wet
preken? Anders gezegd: waarom blijft God zo op zijn strepen staan, waarom vraagt
Hij het onmogelijke. We hebben al wel gezien: dat is allereerst om ons te leren inzien dat we het zelf niet redden, dat we zien dat we hopeloos verloren zijn, en we eindelijk eens hulp gaan zoeken, dat we uitroepen: ik ellendig mens, ik arme zondaar – waar moet ik heen, naar Jezus alleen…. en dat we op de knieën gaan en God gaan bidden om de hulp van zijn Heilige Geest.

Als die Heilige Geest dan aan het werk gaat, wordt de wet een middel in zijn hand,
een middel om ons in dat gevecht tegen de zonde in te schakelen en scherp te houden. Want zoals bij elke hulpverlener wordt je zelf aan het werk gezet om aan jezelf te werken. Gaat de Heilige Geest ons stapje voor stapje weer leren God en de naaste lief te krijgen, en dat ook in de praktijk van daden tot eer van God en ten bate van de ander om te zetten. Zoals zondag 44 het zegt: om al meer vernieuwd te worden naar het beeld van God….en dus weer te gaan lijken op die mens zoals God die heeft geschapen en heeft bedoeld.

Ik zei al, dat wordt vechten. Een bikkelharde strijd barst in alle hevigheid los en gaat maar door. Het kan ons ontmoedigen wat in antwoord 44 staat: we bereiken het doel pas na dit leven. Sommige christenen zijn het daar niet mee eens, zij denken dat het ook wel eerder kan, dat een christen zover kan komen dat hij bijna of helemaal aan de zonde ontgroeid en ontwend. Is het niet veel te somber: zelfs de allergelovigsten en allervroomsten komen niet verder dan een schamel begin van de nieuwe gehoorzaamheid, dan het nieuwe leven.

Maar als u weet wat het voor moeite kost voor iemand die echt is verslaafd, om er van af te komen… mensen met een alcoholprobleem, mensen die aan het roken verslaafd zijn, of drugsverslaafden, en als u dan bedenkt dat zonde nog veel dieper zitten, dat een mens als zondaar geboren is….nou die moet maar van de Here aannemen dat de Heilige Geest een leven lang werk aan ons heeft.

Je kunt het misschien ook vergelijken met elke keer maar weer dat onkruid in je tuin.
Je hebt net alles weer geschoffeld een aangeharkt, en niet lang daarna kun je er weer aan, en dat komt elk jaar terug, zeker met dat onkruid dat van die hardnekkige wortels heeft! Precies zo en nog erger is het met zondige trekken in je, met verkeerde verlangens en begeerten die zo diep zitten dat ze elke keer weer, soms op een onverwachte plek, de kop op steken.

Daarom hebben we ons leven lang met die zondige aard en begeerten te strijden.
Daarom hebben we ook elke dag weer vergeving nodig, kunnen we niet zonder Gods genade. Daarom ook blijft dat gebed nodig, als kerk, en persoonlijk: kom, Heilige Geest, ga door met ons. En zullen we tot onze laatste snik blijven vechten tegen wat zondig is in ons leven en verkeerd.Het lijkt een hopeloos gevecht, met vaak een nederlaag, maar wie gelooft is zeker van de goede afloop!

3. Waar loopt het op uit, als de Heilige Geest komt en in en met een mens aan het werk gaat…
Als we dat allemaal zo lezen, van Paulus, en in zondag 44, dan kun je er moedeloos van worden. Als zelf mensen die bekeerd zijn en zich aan God willen wijden, nog zo weinig verder komen…als zelfs de allerheiligsten, de allerverstgevorderden in een leven met de Hereniet verder komen dan wat armzalig
gestumper…….wat moet ik dan nog….

Ja, als zelfs die Paulus tegen wie je toch zo hoog opkijken als echt een kei in het koninkrijk, de man die met recht over zichzelf kon zeggen dat hij meer voor God gedaan had dan veel anderen…nou, waar blijven wij dan, dan zijn wij toch wel helemaal hopeloze gevallen voor Gods hulpverlening…

Nou, dat is ook zo als het van onszelf zou afhangen en van onszelf zou moeten komen. Maar ook hier is van toepassing dat woord van Jezus: bij God zijn alle dingen mogelijk…. Kijk, en vanuit dat gezichtspunt van God en als je let op de inzet en de kracht van zijn Geest mag je niet met zondag 44 in de hand klein van zijn werk denken, wil Paulus niet dat we blijven steken in gestumper en geklaag, maar zullen we onze winst – de winst van het werk van Christus – dankbaar uittelen en uitmeten!

Dat verstokte zondaars en vijanden van God de ommekeer van hun leven maken:
tot weer vrienden en zelfs kinderen van God, mensen die graag de Here willen dienen, dat jonge mensen uit volle overtuiging willen kiezen voor hun Heer en Heiland, terwijl ze weten van hun eigen zwakheid en twijfels, weten dat ze nog maar beginnelingen zijn… Dat een vervolger van Christus en zijn gemeente als Saulus zo totaal is veranderd dat hij meer dan wie ook een volgeling en een vooroploper werd in de dienst van zijn Heer. Dat mensen dan toch maar de strijd tegen het zondige en verkeerde in hun leven aangaan. Dat er dan toch maar een begin is hoe klein en aarzelend nog, van een leven voor de Heer! Dit en nog veel meer zijn de klinkende resultaten van Christus’ werk, de vruchten van de Geest.

En daar blijft het niet bij. Het klinkt overtuigd en bemoedigend: totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken.
Hé, vraagt u zich misschien verbaasd af: wij het doel bereiken, dat is toch Gods werk. Dat zijn toch niet onze eigen prestaties, maar is vrucht op het werk van de Heilige Geest. Daar hebt u natuurlijk helemaal gelijk aan: verwacht het van de Heilige Geest, en bedank uw God.

Maar het geweldige is dat de Heilige Geest bij zijn werk ons helemaal inschakelt.
Dat we geen stokken en blokken zijn, zegt onze belijdenis, maar levende mensen,
mensen die al meer zelf gaan willen en werken wat de Geest heen leert willen en helpt werken.

Alle reden dus om de Geest en zijn werk veel en vaak te blijven bidden, en ons in te spannen in dat gevecht tegen de zonde en voor een leven naar al Gods geboden.
Want het is dan echt ‘eind goed al goed’. Als de zonde dood is, en wij voorgoed leven. Kom, Schepper, Geest, woon ook bij ons in de kerk,
en werkt ook in mij uit alle vruchten van Christus’ werk!

amen

Zondag 42 Heid. Cat. : door het 8e gebod regelt God de economie van zijn rijk

liturgie toerustingsdienst zondag 14 mei 2017

welkom
zingen: Gz. 488A: 1,2,3 ‘Zolang er mensen zijn op aarde’
moment van stilte en gebed
votum en groet
zingen: Ps. 49: 1,2,5 GK ‘Gij olke, overal ter wereld, hoort’
gebed
Schriftlezing:Spreuken 28
zingen: Ps. 62: 5,6 LB ‘Voorwaar, Hij is mijn heil, mijn rots’
verkondiging: 8e gebod – zondag 42
zingen: Gz. 995: 1,2 NLB (melodie Gz. 37 GK) ‘O Vader, trek het lot U aan’
geloofsbelijdenis
zingen: Gz. 303: 5 ‘Met God zijn wij verbonden’
gebed
collecte
zingen: Gz. 473: 1,2,4,9,10 ‘Neem mijn leven, laat het Heer…
zegen
amen: Gz. 456: 3 ‘Amen, amen, amen’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Elke dag staat de krant er vol van, en schenken radio en t.v. er uitvoerige aandacht aan. Het gaat ons ook allemaal aan en we ondervinden er de gevolgen van. Ik doel op zaken van economie en werkgelegenheid, uitgaven voor de zorg en defensie,
Bestrijding an armoede en opvang van asielzoekers, en vergroening, milieubeheer.
In de kabinetsformatie speelt het allemaal een rol, en elke partij heeft eigen keuzes
en voorkeuren – je kunt geld maar één keer uitgeven, en wat vindt de achterban…?
Ja, en u en ik moeten zorgen dat het eigen huishoudboekje klopt en dat de tering naar de nering wordt gezet.Dat we goede economen zijn,goede beheerders van ons eigen huis en goede verzorgers van ons gezin.

Nu, ook over al dat soort materiële zaken en economische vraagstukken, in het klein en in het groot, laat onze God zijn licht schijnen. Zijn wet geldt huisvaders en huismoeders, voor zakenmensen en uitkeringsgerechtigden, maar net zo goed voor ministers en bankdirekteuren, werkgevers en werknemers. Ja, zelfs voor jullie als je zakgeld krijgt en vakantiewerk doet. De Bijbel schrijft ons niet voor hoeveel iedereen verdienen moet, hoe hoog de belasting moet zijn, en hoeveel we weggeven moeten. We leren wel dat God de Eigenaar is van alles en dat Hij ons van zijn schatten in bruikleen geeft. Daarom zijn we Hem verantwoording schuldig voor de manier waarop we aan ons geld komen en voor de manier waarop we het beheren en besteden. We worden gewaarschuwd voor hebzucht en diefstal, voor gierigheid en voor verkwisting. We mogen geloven dat de Heer ons verlossen wil van de zonde, en ook van alle verslaving zoals die van het materialisme. De bijbel noemt geldzucht de wortel van alle mogelijke vormen van kwaad. Het is een vorm van afgoderij, de dienst aan de geldgod die Jezus Mammon noemt. Nou, onze God ons van die slavernij verlossen en ons ervoor waarschuwen. We worden er ook op aangesproken dat we met wat God ons geeft Hem zullen dienen én onze medemens, uit dankbaarheid en van harte. Het achtste gebod wil dat leven van dankbaarheid regelen, voor zover dat gaat over het beheer en gebruik van wat God ons in bruikleen geeft, tot Zijn eer.

Door het achtste gebod regelt God de economie van zijn rijk
1. de breedte van dit gebod
2. de diepte van dit gebod
3. de positieve uitwerking van dit gebod

1. Het brede terrein dat het achtste gebod beslaat.

“U zult niet stelen”. In het hebreeuws staat een woord dat ook in het Nederlands terechtgekomen is, en wel via het jid¬disch dat onze joodse landgenoten gewend waren te spreken. Dat woord is ‘ganaf’. Een ‘gaeednnef’is een dief, een boef. en ganaf bete¬kent: iets ontvreemden. Je vergrijpen aan het bezit van een ander. Daarin is het 8e gebod heel breed geformuleerd.

Als de Bijbel dit gebod op allerlei plaatsen verder uitwerkt en toepast, dan blijkt dat er heel wat aan de orde komt.Zo zegt ook zondag 42 het; niet alleen het stelen en roven dat de overheid straft. Dat is al heel wat: van winkeldiefstal tot het beroven van een bank, van het jatten van een fiets tot miljoenenfraudes in de zakenwereld, van het zwart bijklussen tot het op grote schaal ontduiken van de belastingen.

Ja, zegt antwoord 110, maar God noemt ook diefstal alle boze plannen en kwade praktijken waardoor wij ons trachten meester te maken van het bezit van onze naaste. Ook plannen in die richting zijn al strafbaar, al worden ze misschien nooit uitgevoerd. En als we iets proberen, maar het lukt niet, zijn we toch straf¬baar. Misschien komt de politie er nooit achter. Misschien kan niemand ons iets maken, omdat we precies de mazen in de wet kenden en benut hebben. Misschien was er formeel niets aan de hand, en was de ander zo stom zich te laten beetnemen. Alleen maar: God kun je nooit beetnemen. Hij kijkt achter de scher¬men. Hij weet van onze gemene plannetjes, en onze slimheid ten koste van de ander.Hij weet wat er achter zit: geldzucht,eigenbelang, materialisme. En Hij zegt: je bent een dief, een gan¬nef. We staan te kijk als oplichters.

Ja, en dat begint vaak heel klein en heel dichtbij huis. Hebben jullie het ook gehoord, in Spr. 28? daar staat, in vers 24: “Wie zijn vader en moeder iets berooft en zegt: ‘daar steekt geen kwaad in’ , is niet bter dan een moordenaar”. Eenvoudiger gezegd: als je thuis iets wegpakt van je vader of je moeder – en als je denkt dat dat zo erg niet is – dan ben je een misdadiger-in-de-dop. Daar begint het al mee! Dat lijkt erg streng en misschien vindt u het wel overdreven. Wie heeft het nooit gedaan: stiekem een koekje van de schaal wegpikken, een euro die je ergens zag liggen versnoepen? Moet je dat al een diefstal noemen? Ben je dan een misdadiger? Nou, niet om daar bij een kind van 4 of 5 jaar een drama van te maken, waarbij je gaat dreigen met politie of gevangenis. Maar pas wel op: waar zoiets de gewoonste zaak van de wereld wordt gevonden en er alleen maar om gelachen wordt – laat ze maar! – daar gaat het zomaar van kwaad tot erger. Eerst is het een koekje en dan een euro en dan een briefje van 10 euro- en waarom zou je het ook niet eens in de supermarkt proberen? Je zit voor je weet op een hellend vlak. Daarom moeten we de zonde weerstaan en bestrijden in het begin. Moet je al vroeg leren dat je van de spullen van anderen af moet blijven. Moet je vooral al vroeg leren dat alles van God is en dat we daarom zuinig moeten zijn op wat God geeft en er goed mee om moeten gaan. Ook hier is jong geleerd oud gedaan.

Ook dit gebod van de Here laat niemand buiten schot. Het treft ook hoge heren: regeringen, managers, multinationals. Luther zegt het in zijn Grote Catechismus heel treffend: “We zouden nog kunnen zwijgen van de kleine afzonderlijke dieven, als we de grote, geweldige aartsdieven zouden aanpakken, met wie de heren en vorsten gemene zaak maken. Ze plunderen niet een of twee steden leeg, maar doen dat dagelijks heel Duits¬land’. Eeuwen later zou dat Duitsland op zijn beurt heel Europa. de halve wereld zelfs, leegroven. De Tweede Wereldoor¬log begon met de inval in Polen, niet het eerste en niet het laatste gebied dat werd ingelijfd bij het zgn.Derde Rijk. Ook dat – en je ziet het steeds weer gebeuren – is regelrechte schending van het 8e gebod. Ook landroof, onrechtmatige uit¬breiding van je grondgebied, is regelrechte diefstal.Altijd weer hebben landen en burgers geleden onder uitbuiting en afpersing door lieden tegenover wie ze machteloos stonden. Ook dat komt in Spr. 28 aan de orde. Lees maar vers 16, over die ‘heerser zonder inzicht’ die op grote schaal de bevolking onderdrukt, die z’n macht misbruikt om de mensen uit te zuigen en geld af te persen. Ja, maar ook de ene arme kan de andere arme wegduwen of een loer draaien. Je moet toch vechten voor je eigen hachje? Zo iemand, zegt vers 3, is net zo erg als de regen die de hele oogst wegspoelt, zodat niemand meer een boterham heeft.

Wist u trouwens wat vanouds ook onder dit 8e gebod valt? Hoor maar wat in Deut. 24 staat: “wanneer iemand betrapt wordt, terwijl hij een méns, een van zijn broeders, rooft, en hem als slaaf behandelt, en verkoopt, dan zal de dief ster¬ven”. Denk maar aan wat de broers van Jozef met hem hebben uitgehaald! Geen wonder dat ze doodsbang waren toen ze later Jozef tegenkwamen!In het NT wordt ook over mensenroof gespro¬ken.In 1 Tim. 1:10 b.v.lezen we dat Gods wet ook slavenhandelaars’ veroordeelt. God wil het niet, dat mensen met geweld ontvoerd worden, als koopwaar worden behandeld, of als gijze¬laars vastgehouden. Het is een gruwel in zijn ogen wat onze eigen tijd op dit gebied laat zien: gijzelingen van onschuldi¬gen om een losgeld of een vrije aftocht af te dwingen, handel in vrouwen en meisjes om die dan ook nog in de prostitutie te laten werken, ontvoering van kinderen om een losgeld binnen te halen of om ze in te zetten als kindsoldaten, mensensmokkelaars die grof geld verdienen over de ruggen van wanhopige vluchtelingen heen en ze dan ook nog op wrakke bootjes de zee op sturen of willens en wetens laten verkommeren aan de gesloten grens…

Maar er is meer: reclame en propaganda die mensen op een oneerlijke manier inpakt, discriminatie in welke vorm dan ook die mede¬mensen berooft van hun eer en hun waar¬digheid, hun vrijheid of bestaanszekerheid. We zien dan ineens waar het God met dit gebod ten diepste om gaat. Het is maar niet het onaantastbaar recht op eigendom en privé-bezit waar alles om draait. Zo van: ik moet houden wat ik heb en iedereen moet van m’n spullen afblijven. Nee, het gaat God met dit gebod erom ons tegen elkaar te beschermen.Het gaat de Here om ménsen! Om ons leven, en om de bescherming van wat Hij ons geeft om dat leven moge¬lijk en leefbaar en mooi te maken.De Here geeft ons alle¬maal zijn gaven in bruikleen,om daar het goede mee te doen. Dief- stal, in welke vorm dan ook, komt meestal voort uit heb¬zucht of jaloersheid, verslaving aan geld en aan luxe, of uit ver¬slaving aan alcohol, drugs, gokken, of loterijen. Maar altijd is diefstal een aanslag op het bestaan van een ander of op de samenleving als geheel.

Maar onze God, hij beschermt dat bestaan van die ander en van mij. God wil ook een samenleving in stand houden en die leefbaar houden. Vandaar zijn gebod: niet jezelf toeëigenen waar je geen recht op heb, wat Ik aan die ander gegeven heb, of wat Ik gegeven heb met een ander doel.

2. De diepte van dit gebod

Die wordt zichtbaar in Gods eigen woord. We zeiden: het gaat maar niet om iets als een onaantastbaar recht op eigendom. Zelfs niet alleen om de ‘rechten van de mens’. Je bent met het 8e gebod ook niet klaar als je ervoor zorgt dat je op een eerlijke manier je geld verdient (b.v. door keihard te werken), als je netjes je belasting en je premies betaalt, als je met je vingers van de spullen van een ander afblijft en als je, zoals dat dan heet, ‘ieder het zijne geeft’. Het kan zelfs gebeuren dat met een beroep op het 8e gebod allerlei onrecht rustig blijft bestaan en wordt goedgepraat.Niet ste¬len, maar intussen wel op je eigen geld blijven zitten. niet stelen, maar zelf uitmaken wat je met je bezit doet. En het gebod niet stelen houd je voor aan wie minder heeft, om te voorkomen dat jou iets wordt afgepakt waar je ‘recht op hebt’.

Kijk, maar wat God ons juist leren wil is dat het maar heel betrekkelijk is: ‘eigen bezit’. En dat ik nergens ‘recht’ op heb. De Here zegt: u bent niet de echte eigenaar. U bent en u blijft niet meer dan beheerder, econoom. De Here zelf is de absolute Eigenaar, die aan ons mensen van alles en nog wat uitdeelt en in bruikleen geeft. Hij heeft de aarde en alles erop en eraan en erin aan ons gegeven om die voor Hem te beheren. Om te werken met zijn gaven tot Zijn eer. Daarom zijn we aan de Here als de Eigenaar ook verantwoording schuldig voor ons beheer of ons wanbeheer. Persoonlijk en ook samen.

Nou, en daarom kan zondag 42 ook hebzucht en verkwisting vormen van diefstal noemen. Je steelt van God als je alleen maar leeft en werkt en geniet voor jezelf. Als je niets of maar weinig over hebt voor de dienst van de Heer of voor hulp aan je naasten vlakbij en ver weg. Je bent ook een dief als je links en rechts je geld over de balk smijt en het uitgeeft aan dingen die je niet nodig hebt en eigenlijk helemaal niet betalen kunt. Als je allerlei luxe aanschaft zonder goed voor je gezin te zorgen, schulden maakt zonder eerst te bedenken of het echt nodig is en je wel kunt aflossen. Dan kan niemand zeggen: maar het is toch mijn geld, ik mag toch zelf weten wat ik er mee doe? Of: iedereen doet het toch? Nee, want we zijn ‘rentmeesters’, beheerders van Gods gaven. Van de gaven die altijd meteen opdrachten zijn: om God ermee te dienen, en om -antw.111- het welzijn van mijn naaste te bevorderen, waar ik dat maar mag en kan doen.
Kijk, daar hebt u de diepste motivatie voor dit gebod: het eigendomsrecht van God op heel ons leven. Van Hem zijn we afhankelijk. Van Hem komt alles wat we te beheren en te beste¬den hebben. En Hij geeft het aan ons om het te gebruiken: tot zijn eer en ten bate van onze medemensen. Als we dat niet beseffen en als we zo niet leven, dan is het dodelijk gevaar¬lijk om rijk, maar ook om arm te zijn. De Spreukendichter wist dat, vandaar zijn gebed (in hoofdstuk 30 staat dat – leest u het thuis maar na) om hem geen armoede én geen rijkdom te geven. Nee, want kun je dat wel aan? Brengt rijkdom een mens er niet zomaar toe God te vergeten? Waarom heb ik God nog nodig, als ik heb wat m’n hartje begeert, als ik er toch zelf voor heb gewerkt? En armoede kan een mens in uiterste wanhoop tot een dief maken: Ik pak maar waar ik recht op heb en wat ik niet krijg of ze me afpakken. Maar ook dat is zonde, en richt veel schade aan.

Daarom, HEER, zegt de dichter, voed me met het brood dat U me wilt toedelen. Geef me elke dag genoeg voor de uitvoering van mijn taak. Ja, en geef dat ik met die taak trouw bezig ben, en dat ik zo mogelijk en waar nodig wil delen en uitdelen. Opdat ook m’n broer en m’n zus, m’n medemens, genoeg heeft voor de taak die God aan hem of haar geeft. Opdat iedereen goed léven kan.

3. De positieve uitwerking als dit gebod wordt nage¬leefd.

Het hoogste doel van de Heer is niet dat we allemaal braven fatsoenlijke burgers worden die uit de handen van de politie blijven en bij de belastingdienst als eerlijk te boek staan. Dat is ook belangrijk, dat vraagt God ook van ons, maar Hij is daar nog niet tevreden mee. Het ideaal is niet een samenleving zonder inbraken en bankover¬vallen, met eerlijke zakenlui en zonder een zwart of een grijs circuit, hoe belangrijk en nodig het ook is daaraan te werken. Hoe terecht het ook is dat bestrijding van de criminaliteit en fraude en beheersing van uitgaven hoog op de agenda van de politiek staat.

Maar u begrijpt wel: het gaat onze God om meer. Zijn geboden willen de wortel van al dat kwaad aanpakken: onze zelfzucht en gelddorst, ons egoisme en ons aards-gericht-zijn. De Heer wil ons leven verlossen van de zonde én van alle ellende die van die zonde het gevolg is. Daarom lazen we in Spr. 28 steeds weer over het recht van de HEER dat erkend moet worden. Over het zoeken van de HEER waardoor je gaat inzien wat goed is en recht. Over vertrouwen op de HEER in¬plaats van hebzuchtig te zijn. Over tevredenheid inplaats van steeds maar meer en mooier te willen, koste wat dat ook kost. Dat kan alleen als ons hart veranderd wordt. Als we elke dag ons bekeren door de krachtige werking van Gods Heilige Geest.

Elke zondag vieren we het feest van onze redding uit de houdgreep van de zonde. De Heer Jezus betaalde ervoor om ons totale bestaan te verlossen. Hij werd straatarm om ons schatrijk te maken. Zelfs zo dat de erfgenaam mogen zijn van een compleet vernieuwde schepping. Dat we nu al mogen rekenen op de goede zorgen van onze Vader die ons geeft wat nodig is. Zouden we dan niet uit dankbaarheid leven voor Hem, met alles wat Hij zelf eerst aan ons gegeven heeft? Zouden we niet al onze schatten en gaven in zijn dienst besteden, en dus ook om elkaar en anderen ermee te helpen? Dan bloeit het leven op! Het leven in de gemeente waar de onderlinge liefde niet maar in woorden blijft steken maar in daden gestalte krijgt en ook in de cijfers zichtbaar wordt. En het werkt door in de wereld waar we wonen en werken, omdat gezegende mensen voor anderen tot zegen zijn!

AMEN

1 Korintiërs 15: 58: Jezus is opgestaan – geloof (je) het zelf!?

liturgie morgendienst 14 mei 2017 –

zingen: Gz. 132: 1,6 (6=schoollied) ‘Dank U voor deze nieuwe morgen’
votum en groet
zingen: Ps. 21: 1,2,3 Levensliederen
1. De koning, HEER, wat is hij blij!
Hij juicht om uw bevrijding
en prijst uw kracht en leiding.
Zijn hartenwens werd werkelijkheid.
Hij vroeg u – en u gaf.
U wees zijn vraag niet af.
2. U geeft hem wat u hebt beloofd.
Wat zegent u hem machtig:
riant, royaal en prachtig.
Uw eigen hand plaatst op zijn hoofd
een gouden koningskroon
als stralend eerbetoon.
3. Hij heeft u om iets groots gevraagd.
U hebt het hem gegeven:
oneindig, eeuwig leven.
De glans en glorie die hij draagt,
weerspiegelt uw gezicht,
dat straalt van reddend licht.
Wet van de HEER
zingen: Ps. 119: 65,66 ‘Al uw geboden zijn gerechtigheid

gebed

Schriftlezing: Prediker 9: 1-12
zingen: Gz 287: 1,2 ‘’ Waartoe geploegd, als ’t zaad niet valt in goede aarde’

Schriftlezing: 1 Kor. 15: 17-32
zingen: Gz. 287: 3,4 ‘Heer, als er dan geen zin is in ons werk gelegen’

Schriftlezing: 1 Kor. 15: 50-58
zingen: NLB 637: 1,2,3,4 ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’

1. O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!
De Zoon, voor wie het duister zwicht,
de Zoon is als de zon, zo licht!

2. De Vader laat niet in het graf
zijn kind dat zoveel vreugde gaf,
Hij tilt het uit de kille grond –
het loopt als vuur de wereld rond.

3. De oude nacht voorgoed gedood,
de toekomst kleurt de morgen rood;
ziehier hoe God vergevend is
en hoe zijn liefde levend is.

4. Ziehier het licht van lange duur,
ziehier de Zoon, de zon, het vuur;
o vlam van Pasen, steek ons aan –
de Heer is waarlijk opgestaan!

verkondiging over 1 Kor. 15: 58

zingen: Lied 300:1,2,4,6 ‘Eens, als de bazuinen klinken
gebed
collecte
slotzang: Ps. 90: 1,8 ‘Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen’
zegen
amen: Lied 456: 3 ‘Amen, amen, amen…
—————————————————————————————————————–

Gemeente van onze opgestane Heer, broeders en zusters, jongens en meisjes,
dia 1
‘En ze leefden nog lang en gelukkig’.
Zo eindigen veel sprookjes:
het was heel eng en gevaarlijk maar toch een happy end: alles komt goed.’

Daar is het een sprookje voor zeggen we dan.
In het echt komt het heel vaak niet goed.
Ook al leven mensen lang, ze zijn vaak allesbehalve gelukkig.
En zelfs al heb je veel geluk in een lang leven, er komt een keer een eind aan.
Wat is dan de winst van heel zo’n leven, waar deed je het allemaal voor?
Nee, het is een sprookje: ‘en ze leefden lang en gelukkig’. te mooi en niet waar.
Veel mensen kijken net zo aan tegen de mooie verhalen van de bijbel.
De bijbel die ons wil laten geloven dat wie voor Jezus kiest,
lang leeft en altijd gelukkig zal zijn, zelfs eeuwig levensgeluk tegemoet gaat.
Dat is de Paasboodschap van de kerk: Christus heeft de dood overwonnen,
en daarom is er voor wie in Hem geloven, léven na de dood, door de dood heen.

Nou, maar als je gewoon de harde werkelijkheid onder ogen ziet,
is dat dan niet te mooi om waar te kunnen zijn, dagdromerij, een sprookje?
Vandaag aan de dag hebben veel mensen afgerekend met de grote verhalen
waar ze vroeger in geloofd hebben en warm voor gelopen zijn,
al die verhalen met als afloop dat je lang en gelukkig kunt leven
als je maar voor dit ideaal je druk en sterk maakt
en als je maar aan die manier van leven je met elkaar houdt…..
maar wat is er allemaal van terecht gekomen? wat heeft het opgeleverd?
toegepast op het christelijk geloof: wat is de winst van 2000 jaar christendom?
is de wereld er beter op geworden, veiliger, vrediger, schoner…..integendeel toch!
En wat heeft de kerk te bieden voor de 21e eeuw – is de kerk nog wel relevant –
bedoeld wordt: wat heeft de kerk waar moderne mensen wat mee kunnen?

Het zijn de vragen van de Prediker en net zo goed van de apostel Paulus.
Die dat soort menselijke vragen bloedserieus nemen. Het zijn hun eigen vragen.
Ze gaan die vragen niet uit de weg, ze lopen er niet mee van God weg. Want als alle grote verhalen zijn uitverteld, blijft dat ene grote verhaal van Pasen.De moeite waard het te geloven en vast te houden…en aan iedereen door te vertellen.

dia 2 Jezus is opgestaan – geloof (je) het zelf?!
1. zonder Pasen geen leven
2. Pasen verandert je leven
3. hoe leef je na Pasen?

dia 3 1. zonder Pasen geen leven.
Jezus opgestaan – geloof je het zelf? Of: geloof je dat echt zelf?
Maar stel u nou eens voor dat het allemaal niet waar is..niet echt zo is?
Denkt u dat nooit eens? Echt niet? Of toch stiekem wel eens….?
Nou, Paulus denkt er hardop en konsekwent over door: stel nou eens…..
De aanleiding was de moeite binnen de gemeente met de opstanding.
Dat je als je gelooft en dan sterft, op Gods tijd opstaat met een nieuw lichaam….
dat wilde er bij sommige christenen gewoon niet in.
Ze waren kind van hun tijd. Voor veel mensen was dood dood; over en uit.
Anderen die wat dieper doordachten, hielden het erop dat de ziel bleef bestaan
om terug te keren tot een hogere werkelijkheid of op een andere manier terug te komen.Je herkent onze eigen tijd. Ook nu geloven veel mensen dat de dood het einde is, en ze vinden het soms ook goed zo, na in moeilijk of voltooid leven. .

Maar dan Paulus weer: stel je voor dat wie dat zeggen gelijk hebben.
De gevolgen zijn niet te overzien. Dan valt de bodem uit heel ons geloof.
De bijbel een sprookjesboek, of een boek met religion-fiction-verhalen.
Als opstanding van gestorvenen niet kan, dan is Jezus ook dood en begraven.
En dan is de dood sterker dan God. En wie geeft dan nog zin aan ons bestaan.
Je kunt je druk maken. Je kunt plezier maken. Je kunt actief godsdienstig zijn.
Maar het eind van al die mooie of wrange liedjes is: en zij stierf, en hij ging dood.

Het zijn heel werkelijke vragen en kijk maar om je heen voor de antwoorden.
Vandaar die vraag: is Pasen nog wel relevant? De dood overwonnen? Hoe zo dan? Iemand schrijft nuchter: “Wie zegt me dat deze droom geen bedrog is? Waarom zou de verwachting van een wereld zonder ziekenhuizen en begraafplaatsen géén illusie zijn? Want wat zie je van een Rijk van God? De dood overwonnen? Wat merk je daarvan? Het lijkt alsof ziekte en dood nog nooit gehoord hebben, dat het Pasen is geweest?” En wat heeft dan ons werken – en geloven – voor waarde? Paulus is er glashelder en eerlijk-nuchter in: dan zou het allemaal voor niets zijn, en erger: dia 4
Lucht!Wat dat betreft staan ze naast elkaar: de OT Prediker en de NT Paulus.
En herken je als postmoderne 21e eeuwer veel in wat ze over zin en onzin schrijven.
De Prediker die alle luchtkastelen die mensen opbouwen trefzeker doorprikt: alle mensen treft hetzelfde lot: hoe ze ook leefden, hun leven eindigt bij de doden En Paulus die iedereen gelijk heeft die zegt en zo leeft: laten we eten en drinken, want morgen sterven we toch – gesteld dat je maar één keer leeft – dat was dan dat!

Weer schiet het door me heen: stel je nou eens voor dat ze gelijk hebben!
Nog een citaat: “In een tijd waarin jaarlijks tienduizenden mensen de kerk de rug toekeren, kan het opeens door je heen schieten, stel, dat het allemaal niet waar is….”
Maar ik wil het omdraaien: ga er nou eens vanuit dat het allemaal wel waar is!
Dat we dus vandaag terecht blij en verwonderd vieren, dat de Heer echt is opgestaan. En met Paulus daar het feestelijke vervolg aan vastmaken: ook wij zullen opstaan. Is dat dan voor ons echt een relevant feit: wordt ons leven er anders van?

Paulus laat zien dat als er geen opstanding is en Pasen een sprookje is,
dat er dan inderdaan niet anders op zit dan er in dit leven het beste van te maken.
Dan valt er voor na dit leven niets te verwachten. En dus moet het hier en nu wezen.
Geen wonder dat veel mensen dan gulzig en haastig uit hun leven halen wat er in zit.
Hard werken en veel geld verdienen om daar dan leuke dingen mee te doen,
maar ook je inzetten voor je kinderen dat zij het nog beter krijgen dan jij het had.
En echt ook wel wat over hebben voor anderen die het zo beroerd hebben.
Maar allemaal – zoals Prediker zegt – onder de zon….gauw voordat het nacht wordt.
En in de grond van de zaak: vooral voor je zelf, zorg dat je erbij bent en dat je niks mist. Kijk dan niet meteen naar die ander die niet gelooft: logisch toch, zo denken en leven? Zonder Christus die de dood overwon, zonder Pasen, hen je toch ook geen leven? Vraag liever jezelf af: ben ik niet ook zo’n korte-termijn-consument? Maar Pasen dan??

dia 5 2. Pasen verandert je leven.

Daarom…..begint ons tekstvers heel stellig.
Het is de slotconclusie van een heel lang hoofdstuk: bijna 60 verzen.
Een hoofdstuk dat ons vanaf het begin met beide benen op de grond zet.
Op de stevige fundering van betrouwbaar feitenmateriaal: het evangelie – zegt Paulus tegen zijn lezers – dat uw fundament is, en uw redding.
Waar je dan wel stevig aan moet vasthouden omdat anders alles voor niets is.
Dat fundament is wat met Jezus Christus gebeurd is voor ons, tot onze redding:
Christus is voor onze zonden gestorven, en begraven, en op de derde dag opgewekt.

Nee, niet een verhaal te mooi om waar te zijn, niet een spannende sprookje maar een keihard feit, met veel ooggetuigen, honderden die het konden navertellen,
en bevestigd van meerdere kanten, en door miljoenen en miljoenen gelovig aanvaard. En niet een los incident maar het scharnier van het grote verhaal van Gods rijk.Dat rijk dat zijn opmars al begon vlak na het fiasco van de zonde:
de grote Nazaat van de vrouw die de duivel de kop zal kosten – zijn rijk gaat eraan.
En het loopt daarop uit – Paulus in vs. 28 – God die over alles en allen zal regeren.
Daar is de rotsvaste bodem voor gelegd toen Jezus de zonde en de dood overwon.
Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, jubelt Paulus – twijfel daar toch niet aan!

Ja, en dat is niet maar een incident, maar een program. Ons levensprogram!
Vandaar wat er meteen achteraan komt: als eersteling van die gestorven is.
Eersteling – dan denk je aan de eerste opbrengst van een hele oogst.
De rest van de oogst moet nog komen. En zal ook zeker komen! “Hoe komen sommigen van jullie er dan bij dat er geen opstanding van de doden is?” Heb je dan geen besef van God, klinkt het verwijtend uit Paulus’ mond. Zijn ze dan vergeten wat Jezus zelf zei: God is geen God van doden maar van levenden?
De God van Abraham, van Mozes, van David, van opa en oma, en ook onze God? Die zijn Zoon toch niet stuurde om mensen te redden die toch weer dood gaan, maar opdat door de dood heen al Gods kinderen voorgoed met hun God leven?
dia 6
Nou, en dan ziet het leven van nu en dat van straks er totaal anders uit. Paulus zet in een paar forse trekken neer hoe relevant Pasen wel is:je mag zeker weten dat je arbeid niet vergeefs, niet voor niks is, in en om en door de Heer. Anders vertaald: al uw inspanningen zijn door uw verbondenheid met de Heer niet vergeefs

Maar waarom dan niet? Komt een christen dan geen moeite tegen?
Ook als je gelooft, kun je toch ziek worden, en slaat de dood vroeg of laat toe?
Denk maar weer aan die Prediker: of je nou gelooft of niet, God dient of niet,
alle mensen staat hetzelfde lot te wachten. Hun leven eindigt bij de doden.
Is het vreemd dat veel mensen hun schouders ophalen over het paasevangelie:
misschien is er toen nog wel echt iets gebeurd ook, maar wat schiet ik daar mee op?
Komt het er niet voor iedereen op aan dat je vandaag je best doet en jouw deel pakt?

Ja maar toch: als je echt gelooft in de Opgestane als jouw Redder en Heer,
verandert het evangelie van zijn kruis en opstanding wel degelijk alles helemaal.
Want dan mag je geloven dat je niet alleen maar leeft tussen wieg en graf,
maar dat dit aardse bestaan alleen een stageperiode is en een voorbereiding
op het echte en volle leven dat dwars door dood en graf heen beginnen gaat.
O ja, wachten duurt lang, dat zal waar zijn. Zelfs in de hemel wachten ze nog.
Het is een hele troost dat je na dit leven bij God in de hemel mag komen. Maar Paulus is er duidelijk over: dat is niet het eindstation maar een wachtkamer:
Je mag in geloof verder kijken en meer verwachten: een nieuwe aarde en een nieuw lichaam,, en dat doorbreekt die trieste cirkel van zinloosheid en vergeefsheid.
Het is de levensvraag van elk mens: waarom leef ik, waar werk ik voor, heeft het wel zin? Pasen geeft ons leven echt zin. Zegen! Ik krijg weer zin om voor Hem te leven?

dia 7 3. hoe leef je na Pasen?
Ik bedoel daarmee: wat merk je er nou de rest van de week van dat het Pasen is geweest, en dat we elke zondag vieren dat Jezus is opgestaan en ons leven geeft?
Morgen gaat u weer aan het werk – en ik – en jullie naar school – net als iedereen.
Je gaat samen met anderen sporten, net als anderen ben je de hele dag online … Alle mensen moeten eten en drinken, slapen en weer opstaan….veel mensen worden ziek…alle mensen – ook christenen, ook gereformeerden – moeten sterven.
Nog een keer: hoe relevant is het voor ons dat het Pasen is geweest, wat verandert dat?

In elk geval niet dit dat je ontstijgt aan dat alledaagse leven hier op aarde.en
De Bijbel praat ons niet een overgeestelijk en onaards hemelverlangen aan.
We zagen al dat onze eindbestemming niet in de hemel is maar op een nieuwe aarde, en Paulus schildert uitbundig dat we daar zullen zijn met echt een lichaam.
Teruggrijpend op vanmorgen: het paradijs is niet een droomwereld maar echt aarde!
Ik denk ook aan dat verhaal van Jezus over die knechten van de koning die elk een bepaalde opdracht kregen om mee aan de slag te gaan…een soort proefwerk.
Toen de koning terugkwam kregen de knechten die trouw geweest waren en winst hadden gemaakt, een pluim en een beloning: goed gedaan, jij trouwe knecht,in het kleine ben je trouw geweest, nu kan ik het grote toevertrouwen: koning zijn met Mij!

Maar wel: dat Jezus is opgestaan en dat wij met Hem zullen opstaan in een nieuw leven, dat bevrijdt ons van de kortzichtigheid en de krampachtigheid dat we hier en nu in die jaren dat we te leven krijgen, allemaal moeten realiseren.
Dat zit achter dat in wezen intrieste van ‘laten we eten en drinken voor we sterven’.
En maak dan dat maar zo lang en breed als het leven is: werken, carrière maken,
uitgaan en erop uit trekken, gulzig en ongeduldig van het ene naar het andere vliegen, om maar niets te missen….en dan is lijden, ziekte, verdriet, iets dat een mens niet past, een vervelend oponthoud en als het erger is zelfs een drama: je leven is niks meer waard.
dia 8
Dat speelt zeker mee bij de discussie over zo’n onderwerp als voltooid leven, want
als dit leven niet meer waard is geleefd te worden, als ik het leven niet meer aan kan,
of – die kant kan het zomaar opgaan – als ik merk dat ik een last wordt voor anderen,
nou, waarom zou ik dan niet er een punt achter zetten of laten zetten….? Ik ontken niet dat er vaak veel moeitevolle verhalen achter zitten, maar hoe ga je ermee om?
Als je in geloof meer verwacht en verder kijkt dan werk of plezier, pijn en lijden nu,
dan gaan de dingen er heel anders uitzien. Je gelooft op grond van Jezus’ overwinning met Paulus in die andere brief dat het lijden van nu niet opweegt tegen de glorie die komt,en dan wordt ook dat werken en genieten hier en nu betrekkelijker:
het is nog maar het begin, een voorschotje op de complete erfenis die op ons wacht.

Tegelijk wordt daarom juist des te belangrijker hoe we hier bezig zijn: daarom – omdat het Pasen is geweest en Christus heeft overwonnen – juist daarom:
zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, omdat het niet voor niets is
en niet toch straks allemaal afbreekt en wordt vergeten, en je niks meenemen kunt…
Nee, het heeft zin en je krijgt er weer zin in. Je weet waarom je het doet en voor Wie!

Juist dan kun je echt genieten. Krijgen die adviezen van de Prediker extra glans
en diepgang: eet je brood met vreugde, drink met en vrolijk hart je wijn (je koffie of thee,je pilsje, met mate), trek gerust mooie vrolijke kleren aan, maak je maar op en zorg voor een geurtje, geniet van je man of je vrouw als je getrouwd bent, van je kinderen als je die hebt, van familie en vrienden, en doe maar gewoon wat je hand vindt om te doen. Vanwege Pasen! En elke lente is voorbode van Nieuw leven!
dia 9 mooie uitspraak van Luther
Kijk, en een kerk van zulke mensen gaat licht afgeven en heeft veel te bieden.
Geeft uitzicht tegen de chaos en de verwildering en de wanhoop in: er is echt hoop!! Je gaat je inzetten voor het werk van de Here, doen wat je hand te doen vindt, dienend in en voor de wereld, verwijzend naar Hem die alle dingen eens voorgoed nieuw maken zal!
amen

dia 10

Exodus 12: 14 en Psalm 116: 13-14: Vrijheid geef je door – de kracht van het persoonlijke verhaal

Liturgie morgendienst zondag 7 mei 2017
Thema: ‘Vrijheid geef je door – de kracht van het persoonlijke verhaal’
Votum en groet
Zingen: Ps. 124: 1,2,3’’Heel Israël getuige, blij van geest’
Wet van God Exodus 20
Zingen: Ps. 32: 1,2 LL ‘Geluk is dat je fouten zijn vergeven’
1. Geluk is dat je fouten zijn vergeven,
je zonde weg, bedekt voor heel het leven.
Geluk is dat de HEER je niets verwijt
en dat je bent bezield door eerlijkheid.
Zolang ik zweeg had ik gebroken nachten
en overdag gebrek aan nieuwe krachten.
Uw hand was drukkend zwaar – mijn lijf begon
kapot te gaan als in de hete zon.
2. Ik ben voor u mijn zonde gaan benoemen,
hield ermee op mijn fouten te verbloemen.
Ik zei: ‘Mijn schuld beken ik aan de HEER.’
En u vergaf mij – geen verwijten meer.
Laat wie gelooft zich biddend aan u binden
in tijden dat u zich door hen laat vinden.
Hoe hoog de golven om je heen ook slaan –
gegarandeerd – ze raken jou niet aan.
Gebed

Schriftlezing: Exodus 12: 14-28
Zingen: Ps. 66: 2,6,7

Schriftlezing: Psalm 116
Zingen: Ps. 116: 1,4,5,7

Verkondiging: Ex. 12: 14 en Psalm 116: 13-14
Zingen: NLB 709: 1-5 ‘Nooit lichter ving de lente aan’

1. Nooit lichter ving de lente aan
dan toen uw hand ons volk bevrijdde.
Hoe hebben w’in dat schoon getijde
verheugd maar huiverend verstaan:
Gods vijanden vergaan.

2. De winter leek voorgoed voorbij
en voor ons lag de volle zomer;
de macht was eindlijk aan de dromer,
de nieuwe mens, zo droomden wij,
verbrak de slavernij.

3. Maar winters werd het in dit land;
‘t is kil rondom en in ons midden,
in onze mond verstart het bidden,
doodskou gaat uit van onze hand
naar mens en dier en plant.

4. O God, wat zijn wij dwaas geweest,
dat w’aan de vrijheid zo gewenden,
dat wij de vijand niet herkenden,
in opstand tegen U, het meest
in eigen hart en geest.

5. Vergeef het ons, raak ons weer aan
met levensadem, lente-tijding,
en doe met krachten ter bevrijding
ons hier in Christus’ vrijheid staan.
God, laat ons niet vergaan.

Gebed
Collecte
Zingen: Lied 416: 1,2 ‘Gelukkig is het land’
Zegen
Amen: Ps. 32: 3a/4b LL ‘Bij U vind ik een schuilplaats in gevaren’

Bij u vind ik een schuilplaats in gevaren,
ik voel me veilig, u blijft mij bewaren.
U bent het die mij liefdevol omringt
en met gejuich van mijn bevrijding zingt.
Eer aan de Vader, die om ons blijft geven.
Eer aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven.
Eer aan de Geest, die altijd voor ons pleit.
Drie-enig God, leef tot in eeuwigheid!

…………………………………………………………………………………………………………..
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, geliefd door God onze Vader
dia 1
‘Vrijheid geef je door’.
Dat is door het Nationaal Comité 4 en 5 mei gekozen als jaarthema voor de herdenking van de oorlogsslachtoffers en de viering van de bevrijding, tot 2020.
Met elk jaar een toespitsing op een bepaald aspect van herdenken en vieren.
Dit jaar is dat onderthema ’de kracht van het persoonlijke verhaal’, en dan gaat
het vooral over persoonlijke verhalen van mensen die de oorlog en bezetting
hebben meegemaakt, of verhalen die meegaan in families, over wie nooit zijn
teruggekomen, over opgelopen trauma’s, over nooit verwerkt verlies en verdriet.

Als zulke verhalen verteld worden of als je ze leest, komt wat gebeurd is veel
meer binnen dan als je alleen het grote verhaal leest, in schoolboeken b.v.,
over Hitler, over veldslagen, over de concentratiekampen en de gaskamers.
Dat maakt ook indruk, maar als je dan ineens een nabestaande spreekt, of
iemand van wie de opa is omgekomen als verzetsman of als militair,of als je opa of
oma loskomt over hoe ze de oorlog beleefd hebben als kind, dan gaat het ineens veel meer leven – en dan zijn er ook de gevolgen van die jaren die soms generaties lang doorwerken – het ging echt om heel concrete mensen…om persoonlijk leed.
En hoe bijzonder dat ze er nog steeds zijn, stokoude veteranen, met hun verhaal.
dia 2
Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier en schrijver van de jaarthematekst,
schrijft dat persoonlijke verhalen over de oorlog en over wat daarna gebeurde de essentie van het leven heel dichtbij brengen: “Ze gaan over moed en opoffering,
Maar ook over de duistere kanten van de mens. Over de dood uiteraard en over diep gevoelde ellende, pijn, angst, onmacht en vernedering. Over verraad, leugens en lafheid….En ze doen beseffen hoe het is om in vrijheid te leven, zonder nachtelijke razzia’s , zonder buigen voor een vreemde keizer”. Dat laatste slaat op Japan.
dia 3
Joustra geeft aan dat veel mensen een sterke drang voelen om hun verhaal door
te vertellen, steeds maar weer, en vaak zijn en worden die verhalen opgeschreven.
Tegelijk: dat heeft vaak tientallen jaren geduurd, en er zijn ook verhalen die met wie
het beleefd hebben onverteld het graf ingaan, uit angst of schaamte, omdat het te erg was, te confronterend is, of te pijnlijk, of uit angst niet geloofd of zelfs afgewezen of uitgelachten te worden – en wat moet je met het verhaal van je opa die fout koos
in de oorlog of over die verzetsdaad die uit de hand liep, of over die wraakactie…?

Maar hoe waardevol zijn eerlijke persoonlijke verhalen, juist voor wie het zelf niet hebben meegemaakt en zoiets nooit hopen mee te maken: om niet wie ook maar te verheerlijken of te veroordelen, maar om ervan te leren, ervoor bemoedigd en ook
gewaarschuwd te worden, en om geholpen te worden bij keuzes in eigen leven en eigen tijd, om de vrijheid die we mogen hebben door te geven en voor te leven,
en ook om zuinig te zijn op die vrijheid en er samen goed mee om te gaan.dia 4

Gemeente, de Bijbel is bij uitstek een boek vol verhalen – over God en mensen.
Om alle misverstand te voorkomen: ik bedoel niet ‘verhaaltjes’ , niet echt gebeurd
of zonder diepgang – nee, het zijn juist heel levensechte verhalen, over wat door
mensen is gedaan of wat mensen is overkomen en ook wat mensen is aangedaan,
Maar meer nog en vooral, verhalen over wat God gedaan heeft en nog steeds doet.

Want hoe oud ook die verhalen, over wat duizenden jaren geleden gebeurd is, ze
gaan over het echte leven waarin als het erop aan komt, het steeds over diezelfde
dingen gaat: schuld en boete, schaamte, vergeving, angst en moed, hoop en vrees.
En meer nog en vooral: over God die dezelfde blijft, trouw, liefdevol, geduldig; God
die boven alle tijden staat en over alle feiten gaat, en die zijn geschiedenis maakt.
Kijk, en juist omdat die verhalen over het echte leven gaan, over emoties, over wat mensen hebben ervaren, raken die verhalen mensen en hebben ze al eeuwen hun kracht bewezen – zoals we belijden dat de Heilige Geest mensen overtuigt van de waarheid van de Bijbel – en, staat er bij in art. 5 NGB “het bewijs ligt bovendien in de boeken zelf, want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”= de Bijbel bewijst zichzelf – de kracht van wat de Bijbel wil vertellen.

En dan is het er in de Bijbel allemaal: dat grote verhaal van God met zijn volk, eerst
Israël, dia 5 en na Pinksteren zijn volk samengesteld uit vele volken, culturen, talen en ook die persoonlijke verhalen, van een Adam en zijn Eva, een Noach en zijn gezin een Abraham en Sara met toch een zoon en nageslacht, een David die een man

was naar Gods hart maar ook gruwelijk onderuit kon gaan en die dat vreselijke
verhaal van overspel en moord met voorbedachten rade eerst diep probeerde weg te stoppen maar dan er toch mee voor de draad moest komen – en van die onbekende dichter van Psalm 116 dia 6 die voor de dood was weggesleept
en zijn God daar uitbundig voor wil bedanken – in de tempel, in de kerkdienst –
want bij God ben je nooit een nummer of alleen een ambt maar juist die ene mens,
en bij God gaat het nooit om ‘de zaak’, maar om mensen, om u en om jou en om mij.
En dan gaat het eigenlijk altijd samen op en loopt het door elkaar heen: dat grote
van die oorlog of dat kerkconflict of die kerkelijke eenwording, en dat misschien kleine maar minstens zo belangrijke verhaal van die gezinnen, families, enkelingen met hun eigen keuzes en frustraties, pijn en gebrokenheid – het is er en mag er zijn,
en het mag gezegd en verteld worden, bij God neergelegd, en soms opgeschreven.

Zoals de dichter van een andere psalm, van wie we ook de naam niet kennen, Psalm 66, die zingt over grote dingen die zijn volk zijn overkomen – verdrukking en vrijheid – “mensen zijn over ons heengereden, wij zijn door vuur en door water gegaan, maar U bracht ons naar een land van overvloed” – en die dan inzoomt op zijn eigen verhaal dat hij wel aan iedereen wil vertellen want vrijheid geef je door en wat een kracht heeft een persoonlijk verhaal: “Kom en hoor wat ik wil vertellen, ieder die
ontzag heeft voor God, hoor wat Hij voor mij heeft gedaan” – hoort u: voor mij.
Daar loopt die psalm die wereldwijd begint –“Heel de aarde, juich voor God…laat heel de aarde voor U buigen….Kom en zie de werken van God….- daar loopt die
psalm die gaat over wat God deed met en voor zijn volk – op uit: “God heeft mij gehoord, Hij heeft geluisterd naar mijn gebed. Geprezen zij God, Hij heeft mijn gebed niet afgewezen, mij zijn trouw niet geweigerd”. Geweldig: die grote God is mijn God.

‘Vrijheid geef je door’ – door de verhalen te blijven vertellen, ook van grootouders en ouders op kinderen en kleinkinderen, door te herdenken en stil te staan bij hoe zwaar en moeilijk het was en hoeveel offers er zijn gebracht en slachtoffers gevallen zijn, en door samen te vieren dat je vrij mag zijn, en bewust die vrijheid te gebruiken.
Dat is in wezen waarom we nog steeds na zoveel jaar elk jaar 4 en 5 mei vieren.
Dat is ook waarom God veel langer geleden via Mozes nog voor de bevrijding uit de dwangbuis Egypte meteen al de herdenking en viering van de bevrijding regelde,
dia 7 met alle aspecten daarbij van herinnering aan de pijn en de tranen, het besef dat de bevrijding niet kwam als beloning voor eigen goed gedrag maar als bewijs van Gods genade die zelfs niet zonder bloedvergieten mogelijk was en veel offers vroeg – en die vroeg om een nieuw en ander leven met wegdoen van alles wat slecht en scheef was – vandaar die ongegiste koeken en het wegdoen van alle bederf…..
want vrijheid is niet vanzelfsprekend en vrijheid vraagt om een nieuw begin.

Als God aan Israël de opdracht meegeeft om hun bevrijding – Zijn bevrijding – te blijven gedenken en vieren – er staat bij: ‘alle komende generaties’- dan is dat meer dan dat ze een of ander feit uit het verleden moeten weten – als geschiedenisles.
Nee, in deBijbel is ‘gedenken’ niet iets van het hoofd alleen maar vooral van het
hart: dit heeft God voor ons gedaan, we hebben een machtige goede God, en die
wil ook onze God zijn – en gedenken is dan ook bedoeld om er wat mee te doen:
om de vrijheid niet te gebruiken om jezelf uit te leven maar om voor God te leven en ook de ander zijn vrijheid te gunnen en het samen goed te hebben op Gods aarde.
Paulus trekt het later door naar de gemeente als hij het heeft over Christus als het
volmaakte en voor altijd voldoende paaslam: “Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht. Laten we daarom het feest niet vieren met de oude desem van kwaad en ontucht, maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid” (1 Kor. 5: 7-8). En over de vrijheid die Christus is en ons geeft: “Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde” (Gal.5:13).
dia 8
Een les die ook meegenomen kan worden naar het samen vieren van de bevrijding als Nederland: wat doen we met de vrijheid die we al zo lang mogen hebben, in een tijd van soms scherpe tegenstellingen en groeiende verschillen, een tijd waarin veel mensen en landen weer vooral gaan voor eigen belang, en je kan schrikken over hoe wordt gedacht en gepraat over vluchtelingen en hoe – zelfs door overheidsinstanties- wordt omgegaan met asielzoekers – en waar regels vak meer tellen dan mensen.
Zien we onze vrijheid als cadeau dat we ook niet hebben verdiend, of als een
recht waarop niemand anders inbreuk mag maken en die we de ander soms bijna niet gunnen, want de vrijheid voor de ander vraagt misschien van ons inschikken
en inleveren. Vrijheid geven we door maar aan wie? Alleen aan eigen volk en eigen soort of ook aan wie naar die vrijheid zijn gevlucht en zich ook hier onvrij voelen?
Genoeg om over na te denken en wat mee te doen: vrijheid geef je door – of niet?

Vrijheid geef je door – dat werd rond pesach heel concreet ingevuld doordat de verhalen – en vooral: Gods verhaal – werden doorverteld van ouders op kinderen.
God gaf de opdracht dat als de kinderen zouden vragen wat het te betekenen heeft wat hun ouders deden, met dat lammetje en dat bloed aan de deur, die ouders dan het verhaal moesten vertellen van Egypte en van de redding die God gegeven had,
niet omdat ze een supervolk waren maar omdat God in zijn genade hen gespaard had toen Egypte werd gestraft –en dan staat er niet dat God die voorouders had gespaard maar er staat: “ons heeft Hij gespaard”. Dat mogen wij ook nog altijd dankbaar vieren –b.v. als we avondmaal vieren – dat God ons heeft gespaard en zijn Zoon heeft gestraft om onze zonden – wij zijn verlost, God heeft ons welgedaan.

En we mogen God ook danken voor de vrijheid die we in Nederland hebben, en dat ondanks veel ondankbaarheid en misbruik van die vrijheid – en we moeten maar veel blijven bidden of God die vrijheid wil blijven geven en ons wil helpen om elkaar en mensen om ons heen iets te laten zien van wat echte vrijheid is en hoe we met die
vrijheid zo kunnen omgaan dat we er samen van kunnen genieten en ook iets kunnen betekenen voor mensen en volken die die vrijheid moeten missen.
Terwijl we aan de andere kant ons kunnen laten inspireren door mensen die zich
Onder veel moeilijker omstandigheden inzetten voor vrijheid, gerechtigheid en vrede,
dia 9
Wat trouwens steeds weer opvalt in het verhaal van Gods volk Israël, dat is dat het zo’n eerlijk verhaal is: niet een heldenroman van moed, beleid en trouw, niet
een verheerlijking van een roemrijk verleden, maar een verhaal met heel veel menselijk falen, heel veel ontrouw, heel veel misstanden en verkeerde keuzes,
zelfs van koningen en priesters en profeten die Gods wil probeerden te doen.
En heel vaak worden de latere generaties gewaarschuwd om niet dezelfde fouten te maken en dezelfde zonden te doen als hun ouders en hun voorgeslacht – in Psalm 78 staat b.v. na de opdracht om aan de kinderen door te vertellen wat Gods wil is:
“Dan zouden zij op God vertrouwen, Gods grote daden niet vergeten en zich richten naar zijn geboden. Dan zouden zij niet worden als hun voorouders, een onwillig en opstandig geslacht, onstandvastig van hart en geest, een geslacht dat God ontrouw was”. En dan volgt een lange psalm met vooral veel zonden en ontrouw van het volk, met als slot vol verwondering hoe God ondanks al die ellende trouw bleef en David uitkoos om het volk als een herder te leiden: hij was als een herder met een zuiver hart – bijzonder, ondanks ook veel narigheid bij David en in Davids leven en gezin.
Geschiedenis in de Bijbel is er niet om mensen op te hemelen maar God te eren.

We kunnen er wat van leren als wij onze geschiedenis doorvertellen, wat ook nogal eens eenzijdig is gebeurd: de geuzen als de grote helden, en geweldig wat wij in Indië allemaal gedaan hebben – terwijl er ook heel veel vreselijks is gedaan aan
onrecht, moord en doodslag – en ook de kerkgeschiedenis zit vol foute keuzes
en onterecht veroordelen van mensen en scheuringen die niet naar Gods wil zijn.

In lijn van de Bijbel zelf moet ook dat verteld en erkend worden – om er schuld over te belijden en vergeving voor te vragen en waar mogelijk fouten te herstellen, en
ook om ervan te leren – onze koning zei in het interview laatst voor de TV dat hij zijn kinderen leert dat ze fouten mogen maken, en dat hij zelf ook fouten gemaakt heeft.
Mooi om zo kwetsbaar te durven zijn, fouten mag je maken maar om ervan te leren,
en eigen fouten toegeven helpt de ander om te kunnen en er van te willen leren.
dia 10
Ja, en ook al in de Bijbel zijn er naast dat grote vervolgverhaal van Gods trouw en zijn bevrijding heel veel persoonlijke verhalen, en daar wordt het levensecht door.
Heel bijzonder dat ook veel psalmen van die persoonlijke verhalen zijn – zoals de psalmen die we zongen en lazen vanmorgen: Psalm 32, Psalm 66, Psalm 116.
Levensverhalen op muziek gezet zodat ze de eeuwen door nagezongen worden.

Verhalen als van David over eigen falen en verschrikkelijke misdaden, en over het schadelijke van verzwijgen, wegstoppen, goedpraten – het dodelijke van een doofpotcultuur – en het bevrijdende van het eerlijke verhaal, van de soms pijnlijke feedback, en van een ruimhartige vergeving – met de boodschap aan wie het later leest of zingt er eigen winst mee te doen: “laten uw getrouwen dus tot U bidden als zij in zichzelf een zonde vinden….een slecht mens heeft veel leed te verduren, maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd”. Wat een sterke boodschap!

Ja, en die andere psalm, met dat persoonlijke verhaal over doodsangst, pijn, tranen, met daarna een schreeuw om hulp en toch redding en weer een nieuw leven – alle reden om iedereen te laten delen in je blijdschap en dankbaarheid – ook dat verhaal mag verteld en bezongen: Ik zal de beker van de bevrijding heffen, de Heer danken, en iedereen mag het horen en zien! Het meebeleven! En samen God de eer geven.

Dat is de kracht van persoonlijke verhalen. Wat is uw verhaal? Wat heb jij te vertellen? Hoe geven wij onze vrijheid door? Verhalen willen verteld worden!

amen

dia 11

1 Petrus 1: 3: Wij zijn in Jezus herboren! (1e Paasdag, morgendienst met bediening van de doop)

Liturgie 1e Paasdag morgendienst, met bediening van de doop aan Sara Eekelien Wimmenhove

Votum en groet
Zingen: Psalm 139: 1,7,8
Wet van het (nieuwe) leven
Zingen: Psalm 139: 11
Gebed
Doopsformulier 1

Zingen (na uitleg en voor het gebed: dooplied Sela

In het water van de doop,
zien wij hoe God zelf belooft,
dat zijn Naam voorgoed aan ons verbonden is.
Water dat getuigt en spreekt,
van de hoop die in ons leeft,
dat Gods liefde voor ons niet veranderd is.

Eén met Christus in zijn dood,
gaan wij onder in de doop,
overtuigd dat er bij Hem vergeving is.
Eén met Christus, ingelijfd,
staan wij op van schuld bevrijd,
in een leven dat voorgoed veranderd is.

Met de Heer begraven en weer opgestaan,
om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan.
Uit het water van de doop,
putten wij geloof en hoop,
dat Gods trouw en liefde blijvend is.
Dat Gods trouw en liefde blijvend is.

In zijn lichaam ingelijfd:
Christus’ kerk die wereldwijd,
is geroepen om een beeld van Hem te zijn.
Mensen overal vandaan,
die de weg van Christus gaan,
om vernieuwd voor Hem te leven, vrij te zijn.

Reinig ons, vernieuw ons leven Heer.
Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer.

Prijs de Vader, prijs de Zoon en heil’ge Geest!
Prijs de Heer met al wat leeft en adem heeft!
Wat een liefde, wat een hoop!
U verzegelt door de doop
dat ons leven bij U veilig is.
Dat ons leven bij U veilig is.

Na de doop: NLB 416: 1,2,3,4 ‘Ga met God’
1. Ga met God en Hij zal met je zijn,
jou nabij op al je wegen
met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

2. Ga met God en Hij zal met je zijn:
bij gevaar, in bange tijden,
over jou zijn vleugels spreiden.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

3. Ga met God en Hij zal met je zijn:
in zijn liefde je bewaren,
in de dood je leven sparen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

4. Ga met God en Hij zal met je zijn,
tot wij weer elkaar ontmoeten,
in zijn naam elkaar begroeten.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Dankgebed
Schriftlezing: Marcus 16
Zingen: Gz. 92: 1,2,3 ‘Nu triomfeert de Zoon van God’
Schriftlezing: 1 Petrus 1: 1-9
Zingen: Gz. 95: 1,2,3,4 ‘Daar juicht een toon..’

Verkondiging: 1 Petrus 1: 3 ‘Wij zijn in Jezus herboren’

Zingen: NLB 632: 1,2,3 “Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven’ (mel. Lied 434)

1.Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven.
Laat ons Hem loven en danken, verheugd dat wij leven.
Diep in de nacht heeft Hij verlossing gebracht.
Heeft Hij ons licht aangeheven.

2. Waren wij dood door de zonde verminkt en verloren.
Doven van harte, verhard om zijn woord niet te horen.
Hij is zo groot, Hij overmande de dood.
Wij zijn in Jezus herboren.

3. Nu zend uw Geest, als een vuur, als een stem in ons midden.
Dat wij van harte elkander verstaan en beminnen.
En zo voortaan eren Gods heilige Naam.
En Hem in waarheid aanbidden.

Gebed

Collecte – muziekgroep: KOW 232 (schoollied)
refrein 1
Wij vieren feest
omdat Jezus weer leeft.
Wij vieren feest
om wat Hij heeft gedaan.
Wij vieren feest
omdat Jezus weer leeft.
Jezus is opgestaan!
Strofe
Hij heeft de dood overwonnen,
ons van de zonde bevrijd.
Hij stierf, maar dit is het wonder:
Hij leeft in eeuwigheid!
refrein 2
Dus zing ik:
Halleluja, prijs de Heer!
Prijs zijn grote naam!
En zing ik:
Halleluja, prijs de grote Koning!
Jezus is opgestaan!

Zingen: NLB 634: 1,2 U zij de glorie, opgestane Heer’

1. U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
Alle mens’lijk lijden hebt Gij ondergaan
om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!

2.Licht moge stralen in de duisternis,
nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.
Geef ons dan te leven in het nieuwe licht,
wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!

Zegen
Amen: Gz. 144: 7 ‘Aan God de Vader gloria’

Gemeente van onze opgestane en levende Heer Jezus Christus, en speciaal jullie, Egbert en Josien (en Lydia), jullie familie en andere gasten,

Geweldig dat jullie hier zijn vanmorgen, en dat Sara gedoopt kon worden. Dat zou al gebeuren twee zondag geleden, op 2 april, maar dat kon toen niet doorgaan omdat Sara naar het ziekenhuis moest en jullie hele huis even een ziekenboeg was – gelukkig dat het nu allemaal goed gaat met haar en met jullie. En dat het vandaag wel kon: de doop als teken van Gods liefde en trouw aan Sara meegeven als zeg maar eigendomsbewijs en garantiebewijs van haar God en Vader: jij bent gedoopt mijn kind, je kwaad is weggewassen door Christus’zuivere bloed, Hij maakt voor jou, hoe het ook gaat, alles goed!

Nou, en dat is wat we vieren vandaag, want het is Pasen: Jezus is opgestaan. Het uitstel van de doop van Sara heeft daarom ook iets moois: het is nu Pasen. En dopen met Pasen heeft heel oude papieren; zo ging dat in de oude christelijke kerk eeuwen achter elkaar: dopen met Pasen als teken van het nieuwe leven. Je moest daar wel vroeg voor opstaan, want die doop gebeurde in de Paasnacht. Meestal waren het dan nieuwe bekeerlingen die werden gedoopt, volwassenen dus.
Ze gingen aan de westkant drie treden naar beneden het doopbassin in, en werden gedoopt en gingen daarna aan de oostkant drie treden naar boven en kregen witte kleding als beeld van het nieuwe leven; zoals de Bijbel het daarover heeft – b.v. in Openbaring 3: “Wie overwint, zal bekleed worden met witte klederen”; en in Opb 19 gaat het over de gemeente als bruid van Christus, in “smetteloos fijn linnen”. De doopjurk of witte doopkleertjes van een gedoopte baby, herinneren er nog aan.

Ja, en waar de Bijbel het vaak over heeft, is dat wij met Christus zijn opgestaan. Daar is de doop een mooi symbool van, zeker de doop door onderdompeling: Eerst kopje onder, zoals Christus de dood inging, en dan weer boven water komen. Dat doen we met baby’s meestal niet, en dan hoeft ook niet want we begrijpen het zo ook met, door die paar druppels water dat Jezus schoonwast van het vuil van de zonden, net zoals Sara elke dag in bad gaat, en ook u en jullie regelmatig een
douche nemen of in bad gaan – en ook dat diepgaandere van eigenlijk onder water gaan en als het ware met Christus ondergaan in de dood om je zondige leven bij Hem achter te laten, en dan met Hem op te staan in een nieuw leven waarin niet meer de zonde de baas is en de dood het laatste woord heeft, maar je mag LEVEN.
Ik denk aan wat Paulus in Romeinen 6 schrijft: “Jullie weten wat de doop betekent. De doop laat zien dat wij bij Jezus Christus horen. Door onze doop zijn wij eigenlijk samen met hem gestorven en begraven. En door onze doop leven wij nu als nieuwe mensen. Want Jezus Christus leeft! Onze machtige Vader heeft hem laten opstaan uit de dood. Dus eigenlijk zijn wij gestorven met Christus. Maar dan zullen wij ook opstaan en eeuwig leven, net als Christus”. “
In onze tekst van vanmorgen zegt die andere apostel, Petrus, het in zijn eigen woorden: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop”.

Nou, zover was Petrus op die vroege Paasmorgen bij lange na nog niet.
We hebben het beknopte verhaal gelezen dat Marcus heeft opgeschreven als een samenvatting van wat Petrus in zijn preken en in gespreken erover verteld heeft.
Een eerlijk verhaal waarin hij en zijn collega-leerlingen van Jezus er niet geweldig af komen, want als een refrein door dit hoofdstuk heen staat er steeds dat juist die meest vertrouwde volgelingen de verhalen van vrouwen en anderen die Jezus in levenden lijven hadden ontmoet na zijn opstanding, niet geloofden – zo dat de Heer hen als Hij in hun midden staat, hen hun ongeloof en halsstarrigheid verwijt.
Dat kon de Heer met recht doen, want Hij had meer dan eens hen erop voorbereid wat zou gaan gebeuren: verraad, arrestatie, veroordeling, kruisiging, dood –maar ook dat Hij na drie dagen zou terugkomen uit de dood, opgewekt door God zijn Vader. Het was afgestuit bij de leerlingen op een muur van onbegrip; het wilde er gewoon niet in, ze konden en wilden het zich niet eigen maken, Petrus sprak zijn meester zelfs keihard tegen: “Nee,dat mag niet gebeuren! God zal u beschermen, Heer!”.
En Petrus was ervan overtuigd dat hij in elk geval trouw aan Jezus zou blijven: Ik zal u nooit in de steek laten, ik wil desnoods met U de gevangenis en de dood in!

Maar hoe anders is het gegaan: Jezus werd wel gevangen genomen en veroordeeld en ging door aan dat verschrikkelijke kruis, en zelfs de meest toegewijde volgelingen liepen allemaal weg en Petrus zei in die vreselijke nacht tot drie keer toe dat hij Jezus niet kende en niet bij Hem hoorde, en daarna werd het nacht en doodstil en zaten ze bang en verslagen in hun huizen, de deuren op slot en hun harten leeg.
Twee mannen onderweg van stad naar platteland verwoordden de stemming: “”Wij hoopten dat Jezus gekomen was om Israël te bevrijden. Maar nu is het al de derdedag na zijn dood” ; met andere woorden: alle hoop is weg, het is met ons gedaan! Verdriet en verslagenheid, en ook angst, ze vormden een dikke korst om hen heen waar de berichten over een leeg graf en een levende Heer gewoon niet door heen kwamen – weer die twee: een paar vrouwen hebben ons laten schrikken met verhalen over een leeg graf en over engelen die zeiden dat Jezus leeft, maar wat moeten we daar nou mee – de mannen die bij het graf zijn wezen kijken hebben ook geconstateerd dat het leeg is, maar Jezus zelf hebben ze niet gezien…Hoe nodig dat Jezus zelf kwam en hen overtuigde, meer dan eens, voordat ze er aan toe waren om met die boodschap van een levende Heer de wereld in te gaan, en – zoals Petrus – zo’n brief te schrijven over leven met hoop omdat de Heer is opgestaan en als de Levende iedereen die in Hem gelooft, blijvend leven wil geven.

Gelukkig maar dat Pasen en de hemelvaart van Jezus niet op één dag vallen, maar dat de Heer de tijd heeft genomen om zijn leerlingen te overtuigen dat Hij echt leeft, zodat ze met geloof en hoop en met veel inzet zijn boodschap konden doorgeven.
Hoe zouden wij anders van Hem weten en in Hem kunnen geloven, en dat geloof weer kunnen doorgeven en voorleven aan onze kinderen, zoals jullie aan Sara…? Hoe anders zouden mensen in deze onrustige wereld vol haat en kwaad en dood de moed erin kunnen houden en hoop hebben op een betere wereld die komt? Hoe zouden wij anders kunnen geloven dat onze kinderen ondanks alles wat op hen en ons afkomt veilig zijn en toekomst hebben, hoe anders zou je bij alles wat om je heen en in je eigen leven gebeurt, ook aan verdriet, verlies, gemis – toch verder kunnen leven en het aandurven om kinderen te krigen en op te voeden…als je niet zou mogen geloven dat er dankzij het sterven en opstaan van Jezus hoop is…..?

Ik vind bijzonder hoe die apostel die zo onderuit was gegaan en de wanhoop nabij – want toen hij echt durfde geloven dat zijn lieve meester toch echt weer leefde, was er de schaamte en spijt over zijn verloochenen van de band met zijn Heer – en de twijfel of het ooit weer goed zou komen: mocht hij nog wel apostel van Jezus zijn?-
ik vind het bijzonder hoe sterk zijn geloof is gegroeid en hoe sterk overtuigd hij overkomt: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.”

Ik denk zomaar dat Petrus toen hij dit schreef ook heeft teruggedacht aan zijn eigen verleden, en speciaal aan die bijzondere Pasen toen eerst alle hoop vervlogen was met Jezus aan het kruis en met dat vreselijke van zijn verloochening, en daarna de ontmoetingen met de opgestane levende Heer waardoor de hoop weer ging leven.

Lees trouwens niet over die korte veelbetekenende aantekening in Marcus 16 heen waar wordt herinnerd aan wat de engel in het lege graf zei tegen de vrouwen: “Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie Hem zien, zoals Hij jullie heeft gezegd.” Met nadruk staat het erbij: “en zeg het tegen Petrus” – Jezus had hem niet afgeschreven maar Hem zijn drie keer nee vergeven –er zal een gesprek onder vier ogen zijn geweest – later schrijft Paulus over de verschijningen van Jezus: “en dat Hij is verschenen aan Kefas” – vast een emotioneel gesprek maar vanuit liefde- en later komt
het eerherstel in de grotere kring waar Petrus tot drie keer toe mocht zeggen dat hij echt veel van Jezus hield en Jezus hem weer helemaal in diens nam: Heer ,U weet alles,U weet dat ik U liefheb – weid mijn schapen, hoed mijn lammetjes. Een uitlegger schrijft: “Na de opstanding is Petrus een totaal ander mens. God de Vader had hem tot leven gewekt, hij kon aan zijn tweede jeugd beginnen”. Hoopvol!

Nou, en dat mag gelden van iedereen die gelooft in de opgestane, levende Heer. Petrus schrijft in vs. 23 over de lezers van zijn brief dat ze ‘opnieuw geboren’ zijn, Toen ze zijn gaan geloven in “Gods levende en altijd blijvende woord”, in het grote en goede nieuws dat er dankzij Jezus hoop is voor hopeloos verloren mensen, en dat er leven is door de dood heen voor mensen die nog altijd moeten sterven, dat er – vers 4 – een erfenis ligt te wachten die nooit stuk gaat en nooit kwijt zal raken.
Ja, en dat God in zijn grote liefde – zijn barmhartigheid – daar na Pasen en na Pinksteren heel de wereld daarbij is gaan betrekken – Petrus herinnert aan het verleden van zijn lezers en ook van ons, en aan de grote verandering die het geloof in Jezus bewerkt: “eens was u geen volk (van God), nu bent u Gods volk, eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken” (2:10)

Nou, en daarom vieren in alle landen en alle talen mensen nog steeds Pasen. Daarom mogen wij erbij horen, is er hoop voor ons, daarom is Sara er ook eentje van de Here Jezus, kind van de hemelse Vader; hoort ze ook helemaal bij Gods volk.
Wat mooi dat ze de naam Eekelien meedraagt, vernoemd is, generaties gaan door. En bijzonder dat haar eerste naam Sara is, naast die van Abraham verbondsnaam. Denk aan die oude dooppsalm over het verbond met Abraham dat God nog altijd bevestigt, van kind tot kind – maar dat verbond was er ook met Sara, en God had zijn belofte van een talrijk nageslacht verbonden aan juist Abraham en Sara – Saraover wie we lezen dat ze ondanks alles op God is blijven hopen – en niet voor niets.Sara die de stammoeder mocht worden van het volk van God – ook onze stammoeder als we het bekijken vanuit de geloofsband metr Abraham en Israël. En als de Heer het haar en jullie wil geven, mag ze leven met die geloof en die hoop.
Pasen is – hebben we als thema boven de preek gezet – in Jezus herboren zijn.Dat is uit het lied dat we zo meteen gaan zingen, en ontleend aan 1 Petrus 1:3. Vreemd misschien om dat ook te betrekken op Sara die net voor het eerst is geboren….maar we mogen geloven dat ze dankzij de goedheid en liefde van God haar hemelse Vader al mag delen in dat nieuwe leven dankzij de levende Heer.

Letterlijk staat in de tekst dat God ons opnieuw verwekt heeft, geboren heeft laten worden – en dat niet pas als en doordat we bewust geloven, maar al toen Christus uit de dood opstond – en dat deed Hij om ons en onze kinderen het nieuwe leven te geven dat bestand is tegen al die tegenkrachten van zonde, ziekte en dood – wat een troost als je ervaart dat geslachten komen maar ook weer gaan, dat je vandaag geliefden moet missen die je er zo graag bij had gehad en die je niet missen kunt… wat een troost als je mag geloven dat de dood niet het laatste woord heeft en dat je kunt zingen – zoals we dat deden na de doop – dat God in zijn liefde ons wil bewaren en dat Hij zelfs in de dood ons leven wil sparen – tot wij weer elkaar ontmoeten en wij eens voor altijd wij in zijn naam elkaar begroeten –Ga met God, en Hij zal met je zijn.

amen