Johannes 6: 15: Wil Jezus geen koning worden? (4e zondag van de Veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst zondag 26 maart 2017
Zondag ‘Laetare’ (Jesaja 66: 10a en 11)
Votum en groet
Zingen: Ps. 122: 1,2,3
Tien Woorden opnieuw
Zingen: Lied 175: 1a,2m,3v,4a
Gebed
Schriftlezing: Joh. 6: 1-15 en 22-35
Zingen: Lied 463: 1,2,3 ‘O Heer die onze Vader zijt’
Verkondiging: Joh. 6: 15
Zingen: Gz. 57: 1,2,3 ‘Ik ben het levensbrood’
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 546: 1-5 Wees blijde nu, in ’t midden van het lijden
Zegen
—————————————————————————————————————-
Gemeente van Jezus die is de Christus=Gezalfde=Koning
dia 1
De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn weer achter de rug.
Verkiezingen waarbij de keus nog nooit zo groot was: bijna 30 partijen.
Verkiezingen waarbij er ook de keus was voor christelijke politiek.
Je kon zelfs – wat je er ook van denkt – uitdrukkelijk kiezen voor Jezus.
dia 2
Het was de leus van de politieke partij die zich noemt ‘Jezus leeft.nl’,
met programmapunten als kiezen voor leven, kiezen voor een groene
en duurzame samenleving, kiezen voor uit de EU, en kiezen voor Israël….
Het geeft te denken allemaal, de uitslag was voor hen erg mager….

We hebben gelezen wat er gebeurde ruim tweeduizend jaar geleden,
in Israël zelf, bij het meer van Galilea, toen Jezus zelf nog op aarde was.
Stel dat er toen verkiezingen geweest waren, en Jezus verkiesbaar was.
Hij had die verkiezingen in elk geval in de kieskring Galilea overtuigend
gewonnen, want wie wil nou niet zo’n veelbelovende leider die massa’s
kan voorzien van levensonderhoud, die niet alleen belooft maar wat Hij
belooft ook kan waarmaken, en die al je problemen in een handomdraai
kan oplossen: geen honger meer, geen ziekten meer, geen dood meer.
Stel je voor dat vandaag een politieke partij dat zou beloven en zou doen.
Ik denk dat ze met overtuigende meerderheid alleen konden gaan regeren

Nou, zoiets kwam op gang na dat geweldige wonder van Jezus daar op
de berghellingen rond het meer van Galilea: eten in overvloed voor een
paar duizend mensen, vanuit dat armzalige begin van één lunchpakketje.
Het gerucht zoemde rond door de massa: dit is vast de beloofde profeet!
En alles wees erop dat ze Jezus onder druk wilden zetten – er staat zelfs:
Hem wilden dwingen met hen mee te gaan – om Hem koning te maken.
Ja, want wie wil nou zo’n koning niet, niemand zorgt toch beter dan hij?
Waarop Jezus de mensen de mensen liet en zich terugtrok op de berg. dia 3
Kies voor Jezus, was de leus, maar Jezus stelde zich niet verkiesbaar.
Om erachter te komen waarom Jezus zich niet liet meeslepen door het enthousiasme van de mensen die overal achter Hem aan kwamen en Hij zo geen koning wilde
worden, moeten we eerst beter in beeld krijgen wat er eigenlijk op die berg gebeurde.
Deze keer was het niet Jezus die de mensen opzocht voor onderwijs en wonderen.
De andere evangelisten die vertellen van dat eten geven aan al die mensen, vertellen nog duidelijker dan Johannes dat Jezus vanuit de hectiek van Judea
zich terugtrok in de heuvels van Galilea, samen met zijn discipelen die in zijn
opdracht stad en land waren rondgetrokken met de boodschap van Jezus.
In Marcus 6: 31 staat dat hun Meester hen en zichzelf pauze gunt: “Kom, we
gaan naar een stille plek om wat uit te rusten”. Daar was alle reden voor, “want”
(vertelt Marcus erbij, gehoord van Petrus die er zelf bij was) “er kwamen steeds
zo veel mensen, dat Jezus en de leerlingen niet eens even konden eten”.
Neem dat ook maar mee naar uw eigen misschien wel drukke en hectische leven
dat Jezus en God zijn Vader ons rust gunt, dat de boog niet altijd gespannen kan
en hoeft te zijn, en dat als je vertrouwt op Vaders goede zorgen, ja ook leert om
los te laten, je te ontspannen, en dat je ook niet alle kaarten hoeft te zetten op
een zo goed en gerieflijk mogelijk leven hier en nu – wat juist dat verhaal dat we
vanmorgen met elkaar lezen en voor ons is opgeschreven, ons mee wil geven.
dia 4
Maar om naar het begin van dit gebeuren terug te gaan: de rust werd Jezus en zijn vrienden niet gegund – nog even de vertelling van Petrus via de pen van Marcus:
“veel mensen zagen hen wegvaren en begrepen waar ze heengingen; overal vandaan liepen mensen snel naar die plek toe, ze waren er nog eerder dan de
leerlingen” (Marcus 6: 33) – en dan zou Jezus Jezus niet zijn als Hij niet er
weer helemaal was voor de mensen: “toen Jezus uit de boot stapte, zag Hij al die mensen staan; Hij kreeg medelijden met hen, want Hij dacht: het lijken wel schapen zonder herder”- en dan zul je maar de Goede Herder zijn die zelfs zijn leven voor
zijn schapen over heeft – Jezus ging weer vertellen over God en zieken genezen.
Volgens Johannes trok vooral dat de mensen aan: “een grote menigte mensen volgden Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed”.
En weer: wie zou dat niet snappen, je zult maar al lang ziek zijn, opgegeven zijn,
of iemand uit het gezin of de familie hebben die tob met allerlei kwalen, dan heb
je er toch alles voor over om naar die beroemde dokter te gaan, wat het ook kost..
ja en bij Jezus kost het ook niet eens geld, alleen tijd en een soms verre reis…..
je voelt zelfs de honger niet want je wilt alleen dat ene: naar die Jezus toe…

Maar de Heer weet als geen ander wat een mens nodig heeft, als zelf ook mens.
Ja, en als zeg maar de Gastheer van die duizenden mensen voelt Hij zich niet
alleen verantwoordelijk voor hun geestelijk maar ook voor hun lichamelijk welzijn.
Ook dat hoort bij een goede herder, zegt Hij zelf: “Ik ben de goede herder. Zoals
een herder voor zijn schapen zorgt, zo zorg Ik voor de mensen die bij mij horen”.
Letterlijk staat in Joh.10: 10: “Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed”.
dia 5
Wat dan opvalt in het vervolg, dat is dat deze herder niet maar als in een handomdraai genoeg eten op tafel zet voor al die mensen, maar dat Hij mensen erbij inschakelt, want het gaat niet om een stunt maar om een teken dat geloof vraagt.
Ja, en ook dat de Heer altijd aansluit bij wat er al is, en mensen zelf al kunnen.
Allereerst was een situatie als deze een test voor Jezu eigen leerlingen: hadden die er vertrouwen in dat hun Meester dit aan kon; hoe sterk was hun geloof – we lezen dat Filippus, die uit die buurt kwam, de vraag kreeg waar je brood kon kopen voor al
die mensen, en hoe Filippus het niet zag zitten: als er al een bakker zou zijn
die op dit tijdstip zoveel brood kon bakken, dan kunnen wij dat nooit betalen!
Ook Andreas, de broer van Petrus, had er een hard hoofd in: er is wel een jongen met vijf broodjes en twee visjes, maar wat heb je daar nou aan voor al die mensen?

Toch is dat karige beetje eten voor Jezus niet te min om er van uit te gaan delen. Bijzonder trouwens dat die jongen het meegebrachte eten zomaar uit handen geeft.
Misschien had hij het wel meegebracht om te verkopen, en betaalde Jezus ervoor,
maar dat staat er niet bij – misschien hadden hij en zijn ouders al wel zoveel vertrouwen in Jezus dat ze er wel zeker van waren dat het goed zou komen…
Nou, het kwam ook helemaal goed: de duizenden gingen in het gras zitten
voor een massale picknick, en nadat Jezus als de grote Gastheer een zegen
gevraagd had over het eten, begon het uitdelen van brood en vis, net zolang
tot iedereen genoeg had, en er nog over bleek te zijn: twaalf maanden vol.
Geen verspilling dus, geen eten dat weggegooid werd, maar brood voor de
volgende dag voor Jezus en zijn leerlingen – bij Jezus kom je niet tekort.
dia 6
Kijk, en dat laatste is waar het vooral om draait, wat de boodschap erin is.
Hoe het allemaal precies in zijn werk ging, is moeilijk te achterhalen, zeker als je – zoals u en ik – er niet bij bent geweest – trouwens, de mensen die er toen wel bij waren, konden alleen maar merken dat Jezus een goede gulle Gastheer was.
En als zo iemand je Gastheer is, bij wie je niets te kort komt, wil je wel altijd je
handen bij Hem ophouden: Jezus is onze man, kies voor Jezus, als onze koning.

Nou, het doet zeker denken aan profetisch optreden, ik denk b.v. aan Elisa.
Van hem wordt verteld dat iemand met twintig gestebroodjes kwam voor Elisa
en zijn leerlingen van de profetenschool – waarop de knecht van Elisa skeptisch reageerde dat die paar broodjes lange na niet genoeg waren voor honderd man.
Maar Elisa herhaalde de opdracht het brood aan de profeten te geven, vanuit
het vertrouwen dat ze er meer dan genoeg aan zouden hebben, en dat was zo.
Maar Jezus bleek groter dan Elisa: 5 broodjes en 2 visjes voor duizenden, en
nog twaalf mandjes over – niemand hoefde met een lege maag naar huis.
Veelbetekend staat erbij dat het bijna pesach- Pasen was – het feest waarop
de eerstelingen van de gersteoogst werden aangeboden in de tempel – Jezus
deelt van die gerstebroodjes uit aan al die mensen – Pasen betekent leven.
De mensen zagen dat ook wel want ze zagen in Jezus dé Profeet, die volgens
oude beloften naar de wereld zou komen, als de grote Redder, de Koning…
Je zou zeggen: geweldig, het kwartje valt, het geloof breekt door in Jezus als
de door God beloofte messias-koning – nu is de kroon onder handbereik…

Ja, maar waarom reageert de Heer dan zo afwijzend en trekt Hij zich terug?
En waarom verwijt hij een dag later als de mensen weer achter Hem aan komen
dat ze dat doen: “jullie zoeken mij niet omdat jullie tekenen hebt gezien, maar
omdat jullie brood gegeten hebt en verzadigd bent” – wat bedoelt Jezus hier?
De mensen kwamen toch juist om de bijzondere dingen die Jezus deed?
Ja, maar het zit vast op dat hier gebruikte woord ‘tekenen’ – dat be-tekent dat de bijzondere dingen die Jezus doet – mensen genezen, demonen verjagen, voor brood zorgen voor zoveel mensen- niet op zichzelf staan en niet los verkrijgbaar zijn.
Het zijn ‘tekenen’, verwijzingen naar wie Jezus is en wat zijn boodschap is –
ze maken concreet wat het betekent als het koninkrijk van God gaat komen.
Kijk, en als de mensen daar geen oor en oog voor hebben, en zich blind staren op die wonderlijke dingen zelf, dan ontgaat hun waar het echt om draait en blijven ze toch met lege handen achter, en daarom: dia 7 “u moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en dat eeuwig leven geeft, de Mensen-zoon zal u dat geven” – en: Ik ben het brood dat leven geeft – en daar
hoef je niets voor te doen, daar hoef je niet voor te werken, je voor uit te sloven,
Zoals wel voor elke dag brood op de plank – wat moeten we dan doen? “Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft”. Vertrouw maar op Jezus!

Nogmaals: veelbetekend dat dit verhaal begint met dat het bijna Pasen is.
Pasen als niet alleen het feest van de gersteoogst, maar vooral het feest van de
bevrijding, door het paaslam dat geslacht wordt en zijn bloed dat verzoening is.
Jezus is op weg naar Jeruzalem waar Hij als het grote paaslam wordt geslacht,
waar de herder zijn leven geeft voor de schapen door zelf als een schaap naar
de slachtbank afgevoerd te worden – Jezus’ dood is voor velen het Leven

Kijk, en daarom wil Hij niet dat de mensen Hem meenemen en koning maken.
Eigenlijk zijn het weer diezelfde verleidingen als aan het begin in de woestijn: dia 8
voor brood zorgen om er zelf beter van te worden, een wonder doen om bij de
mensen gevierd te zijn, en de macht grijpen in plaats van God te dienen en
de bevoegdheid om koning te zijn uit zijn handen te ontvangen, door te lijden.
Wij mensen hebben in zich om voor dat soort verleidingen makkelijk te bezwijken.
Denk aan de macht die geld en status en spullen op mensen hebben; en wat is
Macht hebben aanlokkelijk en verslavend, ten koste zo vaak van mensen en van
de verhoudingen tussen volken en van de wereldvrede; en hoe vaak gaat het fout als een mens tot dingen komt die hij niet aan kan, als je onverantwoorde risico’s neemt
of als je populair zijn en bekend zijn niet aan kunt en leidt voor schade en verdriet..

Maar Jezus – mens als wij, ook vatbaar voor die verleidingen – hij werd net als wij in elk opzicht op de proef gesteld, lezen we in Heb. 4: 15 – is niet tot zonde vervallen, staat er meteen; die overeind bleef, trouw aan de opdracht waarmee zijn Vader hem naar de wereld stuurde; die afzag van eigen succes en macht; die terwijl hij rijk was, arm werd; die zich liet arresteren en mishandelen en bespotten en zijn leven offerde.
Die tegen Pilatus zei dat Hij wel koning was maar anders dan de keizer en de andere heersers hier op aarde; en die zijn volgelingen leert dat sterk is wie zwak durft zijn.
Daarom trok Hij zich terug toen ze Hem op wereldse manier koning wilde maken.
Daarom liet Hij zich als nepkoning bespotten en als koning van Israël kruisigen.
Daarom leert Hij wie Hem volgen wil zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen.
dia 9
Wie dus voor Jezus kiest, weet wat hem te wachten staat: niet succes, wel zegen.
En dan is de les van dat broodwonder ook dat wat klein lijkt, groot kan worden.
Jezus kan met vijf broodjes en twee visjes wonderen doen – en wonderen zijn de
wereld niet uit en zijn ook niet uit de tijd – let ook op het wonder van het gewone:
een beker koud water voor een dorstige, een bezoekje aan een zieke, bidden
voor wie vervolgd worden, een arm om een schouder, een steuntje in de rug,
een gift voor hongerend Afrika, een goed gesprek met een kerkbroer –of –zus..
het lijkt allemaal zo klein en zwak maar het kan dankzij Jezus wonderen doen.
dia 10
Wil Jezus geen koning worden? Hij is het geworden, om zijn Vader en ons te dienen, en wij mogen met Hem dienen – als koningen en koninginnen, in opleiding. amen

Lucas 11: 33-36 Licht onderweg zien en laten zien (3e zondag van de veertigdagentijd)

Liturgie middagdienst ‘Open Hof’ zondag 26 maart 2017
Zingen: Ps. 123: 1 ‘Tot U die zetelt in de hemel hoog’
Moment van stilte en persoonlijk gebed
Votum en groet
Zingen: Gz. 327: 1,2,3 LB ‘Heer Jezus, o Gij dageraad
Gebed
Schriftlezing: Lucas 11: 14-28
Zingen: Gz.169: 1,2,4,6 LB ‘Zingt nu de Heer, stemt allen in
Verkondiging: Lucas 11: 33-36 .
Zingen: Gz. 437: 1,2,3 LB ‘Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht
Geloofsbelijdenis van Nicea
Zingen: Gz. 109: 4 GK ‘Halleluja, lof zij het Lam
Gebed
Collecte
Zingen: Gz.. 456: 1,2 LB ‘Zegen ons, Algoede’
Zegen
Amen: Gz. 456: 3 LB
—————————————————————————————
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Twee mensen zien hetzelfde, maar hebben een heel verschillende kijk.
Dat is al zo als het gaat om gewone dingen die je om je heen ziet: de een
let op heel andere dingen dan de ander, wat de een ziet ontgaat de ander.
Als meer mensen op dezelfde plek waren, komen ze toch met heel veel
verschillende verhalen terug, die elkaar aanvullen en soms tegenspreken.

Ja, en dat heeft ingrijpender gevolgen als het om grotere dingen gaat.
Zo zijn de vluchtelingen die naar ons land zijn gekomen voor de een
vooral een bedreiging en voor de ander een verrijking en een uitdaging.
De een is blij als er een activiteit is waar mensen op af komen, de ander
is teleurgesteld over wie er niet waren; en hoe verschillend kunnen de
reacties zijn op hetzelfde TV-programma of dezelfde film – waar de een
diep van onder de indruk is, dat vinden anderen waardeloos of ‘niks aan.

Zomaar voorbeelden die leren dat wat je ziet en wat daar voor impact
heeft, wordt bepaald door hoe je kijkt; en de manier van kijken hangt
weer af van wie jij bent, hoe je in het leven staat, hoe je bent opgevoed
en wat jouw omstandigheden zijn; ook je geloof of levensvisie doet er toe.
En als daar verandering in komt, kan dat ook je kijk op dingen veranderen.
Helemaal in het begin van de Bijbel zien we daar al een schokkend en
ingrijpend voorbeeld van: ik bedoel hoe Eva naar de boom keek waarvan
God had gezegd dat ze er niet van mocht eten, de boom van kennis van
goed en kwaad – eerst liepen Eva en Adam er met een boog omheen
en dachten ze er niet aan vruchten van die boom te plukken en te eten.
Maar dan komt de listige duivel via de slang met de suggestie dat er niks mis
is met die boom en dat verbod van God alleen bedoeld is om hen eronder te
houden: als je ervan eet ga je niet dood maar worden jullie juist veel slimmer
en kunnen jullie zelfs als God worden en zelf beslissen wat goed is en kwaad.
En dan zie je dat als die suggestie zich gaat vastzetten in het hoofd van Eva,
ze ineens met andere ogen naar die boom gaat kijken: “De vrouw keek naar de
boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan…..Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren”.
Zie je wat er gebeurt? Die boom zag er niet anders uit dat gisteren of eergisteren,
maar ze gingen door wat ze was wijsgemaakt er met andere ogen naar kijken.
Er was niets met die boom gebeurd maar met henzelf;daarom zagen ze alles anders.
Ja, en dat ze naakt waren was tot dan toe normaal maar ineens werd het een probeem, vonden ze het gek en gênant, en schaamden ze zich voor God en elkaar.
Weer een bewijs dat wat je ziet bepaald wordt door hoe je denkt en voelt en kijkt.

Nou, dat moeten we in ons achterhoofd houden als we doordenken en proberen te leren van wat Jezus in de tekstverzen zegt over onze ogen en over hoe we kijken.
De Heer moest meemaken dat wat Hij deed in Israël aan wonderen en genezingen
veel mensen enthousiast en blij maakte, zelfs zo dat ze in Jezus de beloofde messias gingen zien, terwijl anderen op diezelfde wonderen negatief en zelfs
boos reageerden: die Jezus is niet van God en heeft zijn krachten niet van God,
maar hij is een handlanger van de onderwereld van satan en zijn demonen: die Jezus verjaagt de boze geesten omdat satan hem helpt; dit is zwarte magie.
En anderen gingen niet zover maar vroegen Jezus te bewijzen dat God achter hem stond: “bewijs maar eens met een teken dat u door God gestuurd bent”.

Misschien denken we wel eens dat als in onze tijd zulke indrukwekkende dingen zouden gebeuren als in de tijd van de Bijbel, dat het dan makkelijker zou zijn om te geloven en dat ook wel veel meer mensen dan nu zouden gaan geloven in Jezus.
Maar als we die verhalen lezen over wat Jezus deed en over de reactie van de
mensen, dan komen we erachter dat het zo niet werkte, toen niet, en nooit.
Want wat te zien was bracht de een tot geloof terwijl de ander het precies in zijn
tegendeel uitlegde en hard bij Jezus wegliep of met veel twijfel bleef doorlopen.
Ook hier merk je weer dat mensen hetzelfde zien en toch heel anders reageren.
Van Johan Cruijf is de uitspraak bekend: “pas als je het doorhebt, zie je het”.
Je zou over het optreden van Jezus kunnen zeggen: pas als je doorhebt en gelooft en aanvaardt wie Hij echt is, ga je dat ook zien en ga je Hem herkennen als de
door God beloofde en gestuurde Redder en Koning, en dan krijg je echt oog
voor wat zijn komen en werken betekende en hoe dat je leven verandert.

Voor de Heer was het zeg maar een bittere pil – deel van zijn lijden – dat Hij bij zijn eigen volk kwam, om het te redden, maar dat de leiders van dat volk en ook veel
van zijn volksgenoten Hem afwezen en uiteindelijk zelfs Hem lieten kruisigen.
We lezen over die afwijzing en dat ongeloof b.v. in Johannes 1, waar staat dat
Jezus kwam als het licht voor de wereld maar dat die wereld – te beginnen in
Gods eigen volk Israël – Hem niet als zodanig herkende en erkende: “Hij kwam
naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben Hem niet ontvangen”.
En dat als ‘het ware licht’, dat naar de wereld kwam om alle mensen te verlichten.
Ergens anders staat dat veel mensen lichtschuw zijn en liever in het duister blijven omdat anders aan het licht komt wat ze verkeerd doen en waar ze fout zitten.
Terwijl dat licht Jezus juist in je leven komt om je niet te veroordelen maar om je te redden en je een ander en beter en nieuw leven wil geven: voor je bestwil dus.
Maar je gaat dat pas zien, als je daarvoor openstaat, als je Gods licht in je toelaat.
Paulus schrijft dat de gedachten van veel mensen “door de god van deze wereld zijn
verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien.” (2 Kor. 4: 4), terwijl als je bent gaan geloven in Jezus, dat komt omdat God in jet hart zijn licht heeft laten schijnen “om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.” (2 Kor. 4: 6). Dan gaan je ogen er voor open wie God is en hoe God mensen liefheeft, en je gaat ook met andere ogen naar jezelf kijken en naar mensen om je heen, en naar de tijd en wereld waarin we leven.

Terug naar wat onze Heer zegt in de verzen die we hebben gelezen in Lucas 11.
Er spreekt teleurstelling uit over die negatieve en zelfs hatelijke reactie van sommige mensen op dat indrukwekkende genezing van die man die bezet was geweest door demonen, en die nu zijn gezonde verstand en zijn spraak had teruggekregen, alsof
Jezus dat had kunnen doen doordat hij zelf met kwade machten in verbinding stond.
Terwijl anderen hem wilden uitdagen om te bewijzen dat hij zijn kracht van God had.
Dan vallen harde woorden want wat willen ze nog meer dan wat ze al te zien kregen.
Gebeurt hier niet dat ongerijmde dat je de lamp die net is aangestoken, wegzet in een kast of onder een bed en dan klaagt dat het zo donker is en je niks kunt zien?
Dan ligt dat niet aan het ontbreken van een lamp of omdat die lamp stuk is, maar
dan is dan eigen schuld want je hebt zelf de lamp weggezet, het licht uitgedaan…

Hoe bestaat het dat veel mensen in Israël, ondanks zoveel dat Jezus liet zien van de reddende en vernieuwende krachten van het koninkrijk van God, er niet aan wilden dat Jezus de beloofde redder was die eeuwenlang beloofd was en werd verwacht?
Een uitlegger zegt: “om te zien moet er niet alleen iets zijn om waar te nemen, maar er moeten ook ogen zijn waarin licht is”. Denk maar aan iemand die blind is en die
daarom niet staat is het licht op te vangen en te zien wat anderen allemaal zien….
heel moeilijk voor wie dat overkomt, die zo geboren is of later blind is geworden.
Maar wat Jezus bedoelt is dat een mens ook geestelijk blind kan zijn, of dat je blik
wordt vertroebeld of verdonkerd door hoe je denkt, voelt, in elkaar zit: “het oog is de lamp van het lichaam, als je oog helder is, is je hele lichaam verlicht, maar als het troebel is, verkeert je lichaam in duisternis” – letterlijk is dat zo, en geestelijk ook.
Letterlijk: als je slechtziend bent of blind, of je knijpt zelf je ogen dicht, zie je niets
of veel minder, of heel anders, dan wanneer je goede ogen hebt en zet die wijd
open – en met een donkere zonnebril op, lijkt alles om je heen ineens anders.
Wat je ziet, hangt af van je ogen, van hoe je kijkt, aangestuurd van binnenuit.
Jezus zegt letterlijk: als je oog ‘eenvoudig’ is, gezond, niet door van alles en nog wat geblokkeerd, dan vang je het licht dat er is, op en gaat een wereld voor je open.
Andersom: als je oog slecht is – boos kun je ook vertalen – dan wordt alles anders
en wordt zelfs wat licht is en positief, donker en negatief – als in een donkere kamer.
Dat kan als mensen depressief zijn, of vast in hun verdriet, boosheid, of oud zeer.
Dan zie je het goede en mooie niet meer, maar wordt alles zwart voor je ogen en
heb je ook geen oog meer voor zoveel moois en positiefs, en lijkt God ook afwezig.

Ik denk ook aan de gelijkenis van Jezus over die werkers in de wijngaard, die aan het eind van de werkdag allemaal hetzelfde afgesproken loon uitbetaald krijgen – als dan de werkers van het eerste uur verontwaardigd reageren omdat wie maar een uur gewerkt hebben hetzelfde krijgen als zij, reageert de heer van de wijngaard nuchter en ontwapenend: “ik heb jullie niet oneerlijk behandeld, jullie krijgen wat afgesproken is, en mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil?…of zijn jullie misschien jaloers als ik anderen goed behandel? Letterlijk: of is jullie oog boos, omdat Ik goed ben? Weer:
wat je ziet, hangt af van met welke ogen je kijkt – welwillend, liefdevol – of juist
negatief, boos, jaloers – je maakt het elke dag mee wat voor verschil dat maakt,
en ook zelf is het een wereld van verschil met welke ogen je kijkt naar anderen
en naar dingen die gebeuren – goed om het je af te vragen: hoe kijk ik zelf…?

In Jezus heeft God in een in veel opzichten duistere wereld het Licht aangestoken.
Jezus zegt van zichzelf dat Hij het licht voor de wereld is, en dat wie in dat licht loopt nooit meet in het donker hoeft te zitten, zelfs niet als je het moeilijk hebt, als je met jezelf of anderen in de knoop zit, als je zorgen hebt ,zelfs als het sterven wordt:
“wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.”.
Ja, en als je dat licht van Gods liefde in jezelf hebt, als dat je leven lichter maakt,
dan gaat dat ook heel je leven veranderen en gaat dat doorstralen naar anderen.
Ook dat leren van Jezus, denk maar aan die bekende uitspraak in de bergrede:
“Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.” (Matt. 5: 14-16)

Het is een groot voorrecht als je het licht van Gods liefde in je mag hebben, als Jezus in je hart wil wonen en de Heer van je huis wil zijn – het is niet omdat wij het zo goed zien, beter dan anderen, maar omdat God ons zijn liefde en vrede gunt –genade dus!
En dat verplicht ons dan ook om dat licht door te geven, en voor te leven, zoals we
net weer hoorden: laat je licht voor de mensen schijnen, opdat ze – niet ware woorden en mooie preken horen, hoe waar en nuttig ook – maar jullie goede daden zien – zodat we lichtgevende wegwijzers zijn en niet Gods licht juist afschermen
door dubbelheid, halfslachtigheid, betweterij, onderling gedoe en een slechte sfeer.
Vandaar ook die waarschuwing in vers 35: “Let op of het licht dat in je is, niet verduisterd is” – en dus ook hoe het staat met je ogen, met je kijk op je leven,
op wat God heeft gedaan en nog voor je wil doen, en op die mensen om je heen.

Paulus spoort ons ertoe aan: “Leef als kinderen van het licht. Want alleen in dat licht kunnen goedheid, eerlijkheid en trouw groeien. Probeer dus steeds te bedenken wat de Heer van jullie vraagt…Het licht van Christus maakt zichtbaar wat goed is en wat slecht is. Alleen als dat licht in je schijnt, kun je goed leven. Daarom wordt er bij de doop gezegd: Kom uit het donkerf! Sta op uit de dood. Dan zal het licht van Christus in je leven schijnen”. (Ef. 5: 8-14).

We gaan erover zingen en erom bidden, en ik hoop – met Gods hulp – eraan werken: “Vernieuw Gij mij, o eeuwig Li cht!….Wees Gij de Zon van mijn bestaan, dan kan ik veilig verder gaan, tot ik U zie, o eeuwig Licht, van aangezicht tot aangezicht.”

amen

Johannes 6: 15: Wil Jezus geen koning worden? (4e zondag veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst zondag 26 maart 2017
Zondag ‘Laetare’ (Jesaja 66: 10a en 11)
Votum en groet
Zingen: Ps. 122: 1,2,3
Tien Woorden opnieuw
Zingen: Lied 175: 1a,2m,3v,4a
Gebed
Schriftlezing: Joh. 6: 1-15 en 22-35
Zingen: Lied 463: 1,2,3 ‘O Heer die onze Vader zijt’
Verkondiging: Joh. 6: 15
Zingen: Gz. 57: 1,2,3 ‘Ik ben het levensbrood’
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 546: 1-5 Wees blijde nu, in ’t midden van het lijden
Zegen
—————————————————————————————————————-
Gemeente van Jezus die is de Christus=Gezalfde=Koning
dia 1
De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn weer achter de rug.
Verkiezingen waarbij de keus nog nooit zo groot was: bijna 30 partijen.
Verkiezingen waarbij er ook de keus was voor christelijke politiek.
Je kon zelfs – wat je er ook van denkt – uitdrukkelijk kiezen voor Jezus.
dia 2
Het was de leus van de politieke partij die zich noemt ‘Jezus leeft.nl’,
met programmapunten als kiezen voor leven, kiezen voor een groene
en duurzame samenleving, kiezen voor uit de EU, en kiezen voor Israël….
Het geeft te denken allemaal, de uitslag was voor hen erg mager….

We hebben gelezen wat er gebeurde ruim tweeduizend jaar geleden,
in Israël zelf, bij het meer van Galilea, toen Jezus zelf nog op aarde was.
Stel dat er toen verkiezingen geweest waren, en Jezus verkiesbaar was.
Hij had die verkiezingen in elk geval in de kieskring Galilea overtuigend
gewonnen, want wie wil nou niet zo’n veelbelovende leider die massa’s
kan voorzien van levensonderhoud, die niet alleen belooft maar wat Hij
belooft ook kan waarmaken, en die al je problemen in een handomdraai
kan oplossen: geen honger meer, geen ziekten meer, geen dood meer.
Stel je voor dat vandaag een politieke partij dat zou beloven en zou doen.
Ik denk dat ze met overtuigende meerderheid alleen konden gaan regeren

Nou, zoiets kwam op gang na dat geweldige wonder van Jezus daar op
de berghellingen rond het meer van Galilea: eten in overvloed voor een
paar duizend mensen, vanuit dat armzalige begin van één lunchpakketje.
Het gerucht zoemde rond door de massa: dit is vast de beloofde profeet!
En alles wees erop dat ze Jezus onder druk wilden zetten – er staat zelfs:
Hem wilden dwingen met hen mee te gaan – om Hem koning te maken.
Ja, want wie wil nou zo’n koning niet, niemand zorgt toch beter dan hij?
Waarop Jezus de mensen de mensen liet en zich terugtrok op de berg. dia 3
Kies voor Jezus, was de leus, maar Jezus stelde zich niet verkiesbaar.
Om erachter te komen waarom Jezus zich niet liet meeslepen door het enthousiasme van de mensen die overal achter Hem aan kwamen en Hij zo geen koning wilde
worden, moeten we eerst beter in beeld krijgen wat er eigenlijk op die berg gebeurde.
Deze keer was het niet Jezus die de mensen opzocht voor onderwijs en wonderen.
De andere evangelisten die vertellen van dat eten geven aan al die mensen, vertellen nog duidelijker dan Johannes dat Jezus vanuit de hectiek van Judea
zich terugtrok in de heuvels van Galilea, samen met zijn discipelen die in zijn
opdracht stad en land waren rondgetrokken met de boodschap van Jezus.
In Marcus 6: 31 staat dat hun Meester hen en zichzelf pauze gunt: “Kom, we
gaan naar een stille plek om wat uit te rusten”. Daar was alle reden voor, “want”
(vertelt Marcus erbij, gehoord van Petrus die er zelf bij was) “er kwamen steeds
zo veel mensen, dat Jezus en de leerlingen niet eens even konden eten”.
Neem dat ook maar mee naar uw eigen misschien wel drukke en hectische leven
dat Jezus en God zijn Vader ons rust gunt, dat de boog niet altijd gespannen kan
en hoeft te zijn, en dat als je vertrouwt op Vaders goede zorgen, ja ook leert om
los te laten, je te ontspannen, en dat je ook niet alle kaarten hoeft te zetten op
een zo goed en gerieflijk mogelijk leven hier en nu – wat juist dat verhaal dat we
vanmorgen met elkaar lezen en voor ons is opgeschreven, ons mee wil geven.
dia 4
Maar om naar het begin van dit gebeuren terug te gaan: de rust werd Jezus en zijn vrienden niet gegund – nog even de vertelling van Petrus via de pen van Marcus:
“veel mensen zagen hen wegvaren en begrepen waar ze heengingen; overal vandaan liepen mensen snel naar die plek toe, ze waren er nog eerder dan de
leerlingen” (Marcus 6: 33) – en dan zou Jezus Jezus niet zijn als Hij niet er
weer helemaal was voor de mensen: “toen Jezus uit de boot stapte, zag Hij al die mensen staan; Hij kreeg medelijden met hen, want Hij dacht: het lijken wel schapen zonder herder”- en dan zul je maar de Goede Herder zijn die zelfs zijn leven voor
zijn schapen over heeft – Jezus ging weer vertellen over God en zieken genezen.
Volgens Johannes trok vooral dat de mensen aan: “een grote menigte mensen volgden Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed”.
En weer: wie zou dat niet snappen, je zult maar al lang ziek zijn, opgegeven zijn,
of iemand uit het gezin of de familie hebben die tob met allerlei kwalen, dan heb
je er toch alles voor over om naar die beroemde dokter te gaan, wat het ook kost..
ja en bij Jezus kost het ook niet eens geld, alleen tijd en een soms verre reis…..
je voelt zelfs de honger niet want je wilt alleen dat ene: naar die Jezus toe…

Maar de Heer weet als geen ander wat een mens nodig heeft, als zelf ook mens.
Ja, en als zeg maar de Gastheer van die duizenden mensen voelt Hij zich niet
alleen verantwoordelijk voor hun geestelijk maar ook voor hun lichamelijk welzijn.
Ook dat hoort bij een goede herder, zegt Hij zelf: “Ik ben de goede herder. Zoals
een herder voor zijn schapen zorgt, zo zorg Ik voor de mensen die bij mij horen”.
Letterlijk staat in Joh.10: 10: “Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed”.
dia 5
Wat dan opvalt in het vervolg, dat is dat deze herder niet maar als in een handomdraai genoeg eten op tafel zet voor al die mensen, maar dat Hij mensen erbij inschakelt, want het gaat niet om een stunt maar om een teken dat geloof vraagt.
Ja, en ook dat de Heer altijd aansluit bij wat er al is, en mensen zelf al kunnen.
Allereerst was een situatie als deze een test voor Jezu eigen leerlingen: hadden die er vertrouwen in dat hun Meester dit aan kon; hoe sterk was hun geloof – we lezen dat Filippus, die uit die buurt kwam, de vraag kreeg waar je brood kon kopen voor al
die mensen, en hoe Filippus het niet zag zitten: als er al een bakker zou zijn
die op dit tijdstip zoveel brood kon bakken, dan kunnen wij dat nooit betalen!
Ook Andreas, de broer van Petrus, had er een hard hoofd in: er is wel een jongen met vijf broodjes en twee visjes, maar wat heb je daar nou aan voor al die mensen?

Toch is dat karige beetje eten voor Jezus niet te min om er van uit te gaan delen. Bijzonder trouwens dat die jongen het meegebrachte eten zomaar uit handen geeft.
Misschien had hij het wel meegebracht om te verkopen, en betaalde Jezus ervoor,
maar dat staat er niet bij – misschien hadden hij en zijn ouders al wel zoveel vertrouwen in Jezus dat ze er wel zeker van waren dat het goed zou komen…
Nou, het kwam ook helemaal goed: de duizenden gingen in het gras zitten
voor een massale picknick, en nadat Jezus als de grote Gastheer een zegen
gevraagd had over het eten, begon het uitdelen van brood en vis, net zolang
tot iedereen genoeg had, en er nog over bleek te zijn: twaalf maanden vol.
Geen verspilling dus, geen eten dat weggegooid werd, maar brood voor de
volgende dag voor Jezus en zijn leerlingen – bij Jezus kom je niet tekort.
dia 6
Kijk, en dat laatste is waar het vooral om draait, wat de boodschap erin is.
Hoe het allemaal precies in zijn werk ging, is moeilijk te achterhalen, zeker als je – zoals u en ik – er niet bij bent geweest – trouwens, de mensen die er toen wel bij waren, konden alleen maar merken dat Jezus een goede gulle Gastheer was.
En als zo iemand je Gastheer is, bij wie je niets te kort komt, wil je wel altijd je
handen bij Hem ophouden: Jezus is onze man, kies voor Jezus, als onze koning.

Nou, het doet zeker denken aan profetisch optreden, ik denk b.v. aan Elisa.
Van hem wordt verteld dat iemand met twintig gestebroodjes kwam voor Elisa
en zijn leerlingen van de profetenschool – waarop de knecht van Elisa skeptisch reageerde dat die paar broodjes lange na niet genoeg waren voor honderd man.
Maar Elisa herhaalde de opdracht het brood aan de profeten te geven, vanuit
het vertrouwen dat ze er meer dan genoeg aan zouden hebben, en dat was zo.
Maar Jezus bleek groter dan Elisa: 5 broodjes en 2 visjes voor duizenden, en
nog twaalf mandjes over – niemand hoefde met een lege maag naar huis.
Veelbetekend staat erbij dat het bijna pesach- Pasen was – het feest waarop
de eerstelingen van de gersteoogst werden aangeboden in de tempel – Jezus
deelt van die gerstebroodjes uit aan al die mensen – Pasen betekent leven.
De mensen zagen dat ook wel want ze zagen in Jezus dé Profeet, die volgens
oude beloften naar de wereld zou komen, als de grote Redder, de Koning…
Je zou zeggen: geweldig, het kwartje valt, het geloof breekt door in Jezus als
de door God beloofte messias-koning – nu is de kroon onder handbereik…

Ja, maar waarom reageert de Heer dan zo afwijzend en trekt Hij zich terug?
En waarom verwijt hij een dag later als de mensen weer achter Hem aan komen
dat ze dat doen: “jullie zoeken mij niet omdat jullie tekenen hebt gezien, maar
omdat jullie brood gegeten hebt en verzadigd bent” – wat bedoelt Jezus hier?
De mensen kwamen toch juist om de bijzondere dingen die Jezus deed?
Ja, maar het zit vast op dat hier gebruikte woord ‘tekenen’ – dat be-tekent dat de bijzondere dingen die Jezus doet – mensen genezen, demonen verjagen, voor brood zorgen voor zoveel mensen- niet op zichzelf staan en niet los verkrijgbaar zijn.
Het zijn ‘tekenen’, verwijzingen naar wie Jezus is en wat zijn boodschap is –
ze maken concreet wat het betekent als het koninkrijk van God gaat komen.
Kijk, en als de mensen daar geen oor en oog voor hebben, en zich blind staren op die wonderlijke dingen zelf, dan ontgaat hun waar het echt om draait en blijven ze toch met lege handen achter, en daarom: dia 7 “u moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en dat eeuwig leven geeft, de Mensen-zoon zal u dat geven” – en: Ik ben het brood dat leven geeft – en daar
hoef je niets voor te doen, daar hoef je niet voor te werken, je voor uit te sloven,
Zoals wel voor elke dag brood op de plank – wat moeten we dan doen? “Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft”. Vertrouw maar op Jezus!

Nogmaals: veelbetekend dat dit verhaal begint met dat het bijna Pasen is.
Pasen als niet alleen het feest van de gersteoogst, maar vooral het feest van de
bevrijding, door het paaslam dat geslacht wordt en zijn bloed dat verzoening is.
Jezus is op weg naar Jeruzalem waar Hij als het grote paaslam wordt geslacht,
waar de herder zijn leven geeft voor de schapen door zelf als een schaap naar
de slachtbank afgevoerd te worden – Jezus’ dood is voor velen het Leven

Kijk, en daarom wil Hij niet dat de mensen Hem meenemen en koning maken.
Eigenlijk zijn het weer diezelfde verleidingen als aan het begin in de woestijn: dia 8
voor brood zorgen om er zelf beter van te worden, een wonder doen om bij de
mensen gevierd te zijn, en de macht grijpen in plaats van God te dienen en
de bevoegdheid om koning te zijn uit zijn handen te ontvangen, door te lijden.
Wij mensen hebben in zich om voor dat soort verleidingen makkelijk te bezwijken.
Denk aan de macht die geld en status en spullen op mensen hebben; en wat is
Macht hebben aanlokkelijk en verslavend, ten koste zo vaak van mensen en van
de verhoudingen tussen volken en van de wereldvrede; en hoe vaak gaat het fout als een mens tot dingen komt die hij niet aan kan, als je onverantwoorde risico’s neemt
of als je populair zijn en bekend zijn niet aan kunt en leidt voor schade en verdriet..

Maar Jezus – mens als wij, ook vatbaar voor die verleidingen – hij werd net als wij in elk opzicht op de proef gesteld, lezen we in Heb. 4: 15 – is niet tot zonde vervallen, staat er meteen; die overeind bleef, trouw aan de opdracht waarmee zijn Vader hem naar de wereld stuurde; die afzag van eigen succes en macht; die terwijl hij rijk was, arm werd; die zich liet arresteren en mishandelen en bespotten en zijn leven offerde.
Die tegen Pilatus zei dat Hij wel koning was maar anders dan de keizer en de andere heersers hier op aarde; en die zijn volgelingen leert dat sterk is wie zwak durft zijn.
Daarom trok Hij zich terug toen ze Hem op wereldse manier koning wilde maken.
Daarom liet Hij zich als nepkoning bespotten en als koning van Israël kruisigen.
Daarom leert Hij wie Hem volgen wil zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen.
dia 9
Wie dus voor Jezus kiest, weet wat hem te wachten staat: niet succes, wel zegen.
En dan is de les van dat broodwonder ook dat wat klein lijkt, groot kan worden.
Jezus kan met vijf broodjes en twee visjes wonderen doen – en wonderen zijn de
wereld niet uit en zijn ook niet uit de tijd – let ook op het wonder van het gewone:
een beker koud water voor een dorstige, een bezoekje aan een zieke, bidden
voor wie vervolgd worden, een arm om een schouder, een steuntje in de rug,
een gift voor hongerend Afrika, een goed gesprek met een kerkbroer –of –zus..
het lijkt allemaal zo klein en zwak maar het kan dankzij Jezus wonderen doen.
dia 10
Wil Jezus geen koning worden? Hij is het geworden, om zijn Vader en ons te dienen, en wij mogen met Hem dienen – als koningen en koninginnen, in opleiding. amen

Spreuken 18: 1-15 en Kol. 3: 12-17: (Hoe) zijn wij een veilige kerk? (toerustingsdienst CGK-GKV)

Thema: Hoe zijn wij een veilige kerk?
Welkom
Zingen: NLB 377: 1,2,3,4 ‘Zoals ik ben, kom ik nabij
Moment van stilte en gebed
Votum en groet
Zingen: Ps. 84: 1,2 GK ‘Hoe lieflijk is uw huis, o Heer
Gebed
Schriftlezing: Spreuken 18: 1-15
Zingen: Ps. 61: 2,3 LB ‘Mijn schutse waart Gij tevoren
Schriftlezing: Kolossenzen 3: 12-17
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’’
Verkondiging
Zingen: ZG 213: 1,2,3 ‘Dit huis, een herberg onderweg’ – melodie Psalm 84
1. Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.
2. Dit huis, waarin een gastheer is
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven:
een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad struikelt
en langer niet wil leven
plaats tegen de neerslachtigheid,
een pleister van barmhartigheid.
3. Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase;
hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht,
hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend alwie binnengaat
en hier zijn lasten liggen laat.
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 161: 1,2,3,4 GK (als geloofsbelijdenis) ‘Heer, U bent mijn leven
Zegen
Amen: Opw. 602 ‘Vrede van God
—————————————————————————————————————–


Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Voelt u zich veilig? En jij, heb je een veilig gevoel, of juist niet?
We denken bij zulke vragen als vanzelf meteen aan de buurt waar we wonen,
aan onze straat en wijk, en aan wat allemaal speelt in Nederland en de wereld.
Veiligheid is een steeds terugkerend thema, regelmatig zijn er enquêtes over
hoe veilig of onveilig mensen zich voelen in hun wijk: is die inbraakgevoelig,
heb je last van overlast, durf je ’s avonds nog over straat, en als er problemen
zijn, wat kunnen we er samen aan doen, en wat is de taak van de overheid?
Maar daarnaast zijn er nog heel wat meer plekken waar mensen zich veilig
willen en moeten kunnen voelen: de school, het werk, de sportclub, de zorg…
En dan gaat het vooral over opsporen en aanpakken van pestgedrag, seksuele
intimidatie en misbruik, onderling wantrouwen, en misbruik van vertrouwen…

Vanmiddag gaat het ons in deze dienst en in het nagesprek straks over de
kerk, over uw en jouw plek binnen de gemeente, en of het daar veilig is.
Ook dat is een thema dat de laatste jaren nadrukkelijker op de kaart gekomen
is, met als belangrijkste aanleiding diverse misbruikzaken zowel binnen de
rooms-katholieke kerk als binnen protestantse kerken en gereformeerde scholen.
Er zijn om dat te voorkomen vertrouwenspersonen aangesteld, en er zijn allerlei
afspraken gemaakt om situaties die misbruik in de hand werken, tegen te gaan.
Want als je zelfs in de kerk, in de gemeente van Christus, je niet meer veilig kunt
voelen, als een vertrouwelijk pastoraal contact uitloopt op ongewenst gedrag, of
als wie jouw broer of zus zegt te zijn, over jouw grenzen heengaat, dan gaat er
zoveel kapot dat je lief is, dan kan dat levenslange schade doen, en kan het
ook ertoe leiden dat het geloof en het vertrouwen op God eraan gaat en wie
slachtoffer is geworden van verkeerd gedrag de kerk en zelfs God de rug toe keert.
Dus alle reden te blijven praten over en werken aan een veilig klimaat in de kerk.
En dat niet alleen op het punt van seksueel misbruik, maar over heel de linie
van hoe we met elkaar omgaan binnen de gemeente, en natuurlijk ook en eerst
nog dichterbij: binnen een huwelijk, in de gezinnen, en overal waar mensen zijn.

In de Bijbel is een rode draad dat wie bij God woont en bij Hem schuilt, veilig is.
Denk maar aan al die psalmen waar God een burcht genoemd wordt, een veilige schuilplaats, een schild om achter weg te kruipen, een plek waar bescherming is.
We zongen erover: “laat mij bij U thuis zijn, Heer, want daar is vrede” (Psalm 84);
en: “wees mijn schuilplaats en mijn toren”…”laat mij wonen in uw tent…waar uw vleugels, vol ontfermen, mij beschermen, wil ik schuilen immermeer” (Psalm 61).
Ook in Spreuken 18 kwamen we het tegen: “De naam van de HEER is een sterke toren, de rechtvaardige snelt erheen, en is veilig” – terwijl allerlei eigen zekerheden
al te vaak een schijnveiligheid bieden waar je vroeg of laat in teleurgesteld wordt:
“een rijkaard denkt dat zijn bezit een vesting is, achter een muur waant hij zich veilig”.
En wat de Bijbel ook vaak zegt en de ervaring meer dan eens leert, is dat vertrouwen op mensen beschaamd wordt, ook helaas op mensen die je hoog had en waar je je vertrouwen aan gegeven had maar die dat vertrouwen niet waard blijken te zijn.
Juist daarom gaat het zo vaak over vluchten naar God en schuilen bij God: omdat er vijanden zijn die je belagen, en zelfs wie vrienden leken te zijn zich tegen je keren.
Een psalm waarin David daar aangrijpend een boekje over open doet, is Psalm 55.
David klaagt zijn nood over zijn tegenstanders die hem de stuipen op het lijf jagen.
Als hij vleugels had, zou hij willen wegvliegen, en ver weg vluchten, naar de woestijn.
En dat juist omdat hij binnen de stad en het volk van God niet veilig was: “in het hart van stad heerst rampspoed, het plein is in de greep van terreur en bedrog”- het doet denken aan die moeilijke tijd van de opstand van zijn eigen zoon Absalom en het
verraad van zijn vertrouweling Achitofel, hoe erg als wie je vertrouwt je in de steek
laat en je als het ware een mes in de rug steekt: “Zou een vijand mij grieven, ik zou
het verdragen, zou hij mij haten en zich tegen mij keren, ik zou me voor hem verschuilen. Maar jij, die dacht en deed als ik, mijn hartsvriend, mijn vertrouwde! Wat genoten wij als wij samen waren bij het feestgedrang in Gods huis.”….Maar helaas:
…”bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart….zo iemand verraadt zijn vrienden en verbreekt de broederband, zijn mond is glad als boter maar vijandig is zijn hart,
zijn woorden, zachter als olie, zijn een getrokken dolk…”
Het zal je maar gebeuren: je eigen vader die zich aan je vergrijpt, je moeder die je verwaarloost, een hulpverlener die zijn handen niet thuis kan houden…..je broer of zus in de kerk die wat je in vertrouwen vertelde aan de grote klok hangt, als je niet echt je hart op tafel durft leggen uit angst dat je veroordeeld wordt, als je voelt dat
je niet serieus genomen wordt met dat oude zeer, met dat nog zo verse gemis, met
jouw twijfel in het geloof, die angst voor afwijzing, met jouw anders-zijn of anders denken – en wat gebeurt je als je echt zegt wat je denkt, als je ervoor uitkomt dat je homo of lesbisch bent, of als je eerlijk vertelt wat je is aangedaan door kerkgenoten?
Dan klinkt het mooi dat het goed is bij God te wonen, dat Hij een veilige schuilplaats is, maar wat kan het onveilig voelen juist daar waar liefde zou moeten zijn en mensen elkaar zouden moeten aanvaarden als allemaal verschillend en toch verbonden met elkaar, zoals Paulus schrijft: aanvaard elkaar zoals Christus jullie aanvaard heeft.

Vandaar dat we de vraag herhalen: voelt u zich veilig, veilig binnen de gemeente,
veilig bij de broers en zussen in het geloof, op de bijbelkring of jeugdclub, veilig
als je ouderling of diaken of bezoekbroeder of –zuster langskomt, of blijkt dat lastig,
is het voor je gevoel op eieren lopen, oppassen wat je vertelt of niet, stressvol soms?
Het is dus allereerst een kritische vraag, een eerlijke kijk in de spiegel, vandaar dat
ik in het thema het woordje hoe tussen haakjes gezet heb, om de vraag eerlijk onder ogen te zien met elkaar: zijn wij een veilige kerk, voelt iedereen zich hier veilig – om dan de volgende stap te zetten naar het hoe: wat is nodig voor dat veilige thuis?
En dan zo dat de kerk een plek is waarin we niet alleen onszelf veilig en thuis voelen maar we ook de ander die veiligheid bieden en ruimte geven, waarin we ook open staan voor wie nieuw is, of anders, voor mensen om ons heen, voor vluchtelingen met een andere cultuur en met misschien veel trauma’s, voor wie psychisch in de problemen zit, voor wie gescheiden is, voor wie geen kinderen heeft of alleengaand is, in een omgeving waar het vaak gaat over krijgen en opvoeden van kinderen…

Ik las op de website van een plaatselijke kerk het mooi verwoord, als ideaal en als
missie: “Als gemeente willen wij er liefdevol voor elkaar zijn, een veilig thuis voor een ieder die op onze weg komt. Een plek waar wij elkaar steunen en stimuleren in geloof en geloofspraktijk (in woorden en daden). Wij willen met respect omgaan met ieders vragen, twijfels en ieders eigen geloofsbeleving. Geloven is een zoektocht. Die tocht willen we samen maken met elkaar in de gemeente en daarbuiten”.

Dat is mooi gezegd en ik denk dat wij als twee kerken onderweg hier in Broek dit als droom en doel ons vast eigen zouden willen maken – zo niet, dan hoor ik dat wel.
Maar als we dat als droom en doel willen omarmen, is belangrijk ons af te vragen wat daar voor nodig is, wat er mogelijk nog aan schort en hoe we eraan kunnen werken.
Met niet te vergeten natuurlijk dat we er om bidden, bidden om het werk van de
Geest van God, die liefde wil werken en eenheid en ons aan elkaar wil verbinden.

Er zitten veel kanten aan, meer dan we vanmiddag kunnen bedenken en noemen.
Maar het begint ermee dat we naar onszelf en elkaar leren kijken door Gods ogen.
En dat zijn ogen vol liefde, van een God vol geduld en begrip, en aanvaarding.
Niet omdat wij het er zo goed van afbrengen en zoveel van ons leven maken, ook
niet omdat wij zo trouw zijn en zo recht-in-de-leer maar omdat God van ons houdt en ook van die ander die anders is dan ikzelf, houd, als mensen die Hij gemaakt heeft.
Ja, en die ons niet op onze missers blijft aankijken en onze fouten ons niet aanrekent maar die ons ziet zoals Jezus zijn Zoon is, en om Hem onze zonden ons vergeeft, en ons zijn Geest wil geven die ons leert en helpt om elkaar en om onszelf te vergeven en te aanvaarden zoals we zijn – en ons steeds meer maakt zoals we bedoeld zijn.
Ik las: “Ik zie een gemeenschap van genade voor me, waar niemand wordt buiten- gesloten, Ik zie een gemeenschap voor me waar mensen van alle leeftijden en achtergronden zich welkom en veilig voelen, omdat iedereen elkaar bevestigt en vasthoudt….Ieder lid is doordrongen van het besef dat we allemaal, hoe verschillend ook, even waardevol en geliefd zijn. De verschillen worden gevierd en vergroten de beleving van eenheid…Het is een gemeenschap vol van genade die ik zie, waar niemand wordt buitengesloten en waarin geen enkele veroordeling wordt getolereerd. Het is de gemeente van Jezus Christus die, gebouwd op het fundament van genade, zichbaar wordt”…”Je weet dat je allemaal net zo geliefd bent als Jezus”.

Nou, van daar uit schrijft de apostel Paulus christenen toen en vandaag aan: “Omdat
God u heeft uitgekozen (u allemaal en jullie ook, en die anderen ook…) , omdat u zijn heiligen bent (mensen die bij Hem mogen horen) en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in …innig meeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld..
en vooral u kleden in de liefde – als een soort band, riem, die alles bij elkaar houdt en tot een eenheid maakt, een mens-uit-een-stuk, herkenbaar en aanspreekbaar
als volgeling van het grote Voorbeeld Jezus zelf – ergens anders roept de apostel ons op ons te bekleden met Christus – je ziet er net zo uit als Hij, sprekend Hem en sprekend je Vader in de hemel – en dan ben je veilig – bij Hem en ook bij elkaar. En
dan gaat zelfs het lastigste lukken waar je het meest kwetsbaar bent: elkaar accepteren en elkaar vergeven, elkaar opbeuren en waar nodig vermanen – vanuit die liefde, vanuit zorg voor elkaar, niet om af te katten en af te breken maar om op te bouwen, elkaar te versterken – zoals Paulus zegt: als leden van hetzelfde lichaam.

Dan is wel belangrijk de vraag wat veiligheid is en waar we ons veilig bij voelen.
Want het kan zomaar zijn dat mensen een gevoel van onveiligheid ervaren omdat het allemaal zo aan het veranderen is, omdat de zekerheden van vroeger ze voor hun gevoel uit handen worden geslagen, en wat zo herkenbaar was wegvalt, en over allerlei zaken waar we het vroeger eens over waren, nu verschillend gedacht wordt – dan hoor je zeggen: ik voel me vreemd in mijn eigen kerk, dit is mijn kerk niet meer – en wordt terugverlangd naar de vaste structuren die houvast en veiligheid gaven.
Ook die gevoelens mogen er zijn,laat het maar gezegd worden en bespreekbaar zijn,
en dan helpt het om emoties te delen: ik heb er moeite mee, ik voel me er niet fijn bij, ik ben er boos over – dat kan opluchten als de ander je daarin serieus neemt – zeker
als je het bij jezelf houd: ik vind dat moeilijk, ik maakt me zorgen – in plaats van stellig en veroordelend te zijn: dat is verkeerd, dat is niet Bijbels – niet gereformeerd.
En als je merkt dat het toch anders gaat, dat veranderingen doorgaan, kun je als je merkt dat je gehoord wordt en je gevoelens er mogen zijn, kun je proberen het los te laten en ook te accepteren dat er zoveel is dat samenbindt, dat je toch verder kunt.

Laten we ook niet vergeten dat dat wat misschien vroeger onze veiligheid was, voor anderen die niet zo waren en dachten als wij, en die veel niet konden meemaken wat ons vertrouwd en normaal was, vervreemding en onveiligheid heeft opgeleverd.
Veilige kerk zijn betekent vaak juist bereid zijn eigen veilige verstopplekjes te verlaten om de ander te ontmoeten en voor die ander een veilige plek te zijn, om samen te zoeken naar nieuwe vormen en naar het aanvaarden dat verschillend zijn mag.
Ik las: “Juist als je een veilige kerk wilt zijn, ga je pijn ervaren, botsingen en schuurmomenten. We zijn zo verschillend. Leden van één lichaam met onze eigen plek, ons eigen levensverhaal, ons eigen karakter, onze eigen manier van voelen. De één vindt de preek van afgelopen zondagmorgen prachtig. De ander kon er niets mee en werd er zelfs pijnlijk door geraakt. Maar durf en kun je dat nog zeggen als iemand anders er zo blij mee is? In de kerken leren we lief en aardig te zijn, maar dat leidt niet naar veiligheid! Een veilige kerk is een kerk waar iedereen welkom is met zijn of haar leven(sverhaal) en karakter en spiritualiteit, zonder dat je dat hoeft te verstoppen”. Dan pas komt echt geloofsgesprek op gang, als niet ik al weet hoe het zit en moet zijn en die ander pas voluit accepteer als die datzelf ook vindt en doet.
Gesprek is er pas als er gelijkwaardigheid is, en twee harten open zijn naar elkaar.
Wat een wijsheid in die spreuken die we lazen, zoals deze: “een dwaas is niet geïnteresseerd in inzicht, hij wil alleen zijn eigen mening kwijt” – weg gesprek!
En wat vindt u van deze: “wie antwoordt zonder eerst te luisteren, handelt dwaas en maakt zichzelf belachelijk”. Maar ook – positief – “een verstandig mens verwerft kennis, een wijze is gespitst op inzicht”. En: “de woorden van een goed mens zijn als diepe wateren, ze zijn een sprankelende beek, een bron van wijsheid”. Dat is leven!
Leven dat God wil werken door zijn Geest die ons hart en mond en leven vernieuwt.

Hoe zijn wij een veilige kerk?
Dat begint zoals altijd bij onszelf: bij u en bij jou en bij mij: durf ik mezelf zijn en mag die ander zichzelf zijn bij mij en van mij? Durven we kwetsbaar te zijn en eerlijk over wat we voelen: blij, verdrietig, of boos, ongerust, gekwetst – of vol met twijfels….
Iemand schrijft dat als je dat in de kerk niet kunt zijn – echt, kwetsbaar – waar wel?
(citaat) “God geeft ons de kerk als oefenplek. Het hoeft er niet volmaakt te zijn. Maar wat je er wel mag verwachten, is bereidheid om te oefenen. Deel eens iets, ook al schaam je je, ook al vind je het eng, Probeer het, met kleine stapjes. Oefen om uitnodigend te worden, veiliger, genadiger en fijngevoeliger.” Ik voeg eraan toe:
Je zult merken dat het zo eng niet is, juist bevrijdend, en verrijkend. Echt waar!

Amen

ik eindig wat we elke week zeggen op cat. : daarover gaan we praten in de groep

Stellingen en vragen

1 Je kunt/moet elkaar in de kerk vertrouwen

2. Wat is er nodig om je bij elkaar veilig te voelen?

3. Wat doe je er zelf aan om een veilig klimaat te scheppen?

4. Hoe kunnen we zorgen dat verkeerd gedrag, dat tot onveiligheid leidt, wordt
voorkomen of gestopt?

Deut. 17: 18-20 en Rom. 13: 4a: Goed bestuur…

Liturgie morgendienst zondag 12 maart 2017

Votum en groet
Zingen: Ps. 30: 3,4,7
Wet van de Heer- Deut. 5 en 6
Zingen: Ps. 25: 3,4
Gebed
Schriftlezing: Deut. 17: 14-20
Zingen: Ps. 72: 1,2
Schriftlezing: Rom. 12: 21-13:7
Zingen: Ps. 47: 1,4
Verkondiging: Deut. 17: 18-20 en Romeinen 12: 4a ‘Goed bestuur…’
Zingen: NLB 994: 1-4 ‘Voor hen die ons regeren’

1 Voor hen die ons regeren,
die hoofden van het land,
bidden wij God de Here
om ootmoed en verstand,
dat zij bewaren hecht en recht
al de getuigenissen,
die ons zijn aangezegd.

2 De sterken, die bewaken
de wegen met hun woord:
dat zij ook zullen dragen
de zwakken in de poort,
want hoofd en lichaam zijn in pijn
en niemand wordt behouden
als die verlaten zijn!

3 Wij bidden ook om vrede,
de aftocht van geweld:
Heer, dat wij niet vergeten,
hoe Gij de namen telt,
bewaar het land voor overmoed
en voor het blinde razen,
de stemmen van het bloed

4 O God, Gij moet regeren
tegen het onverstand:
wij dienen vele heren
tot schade van het land.
Gij zijt genade! Uw bevel
doet leven en vergeven,
o God van Israël.

Gebed

Collecte

Zingen:Ps. 22: 9,10 LL

9. Mijn lied, mijn danklied komt bij u vandaan.
Bij wie de HEER erkent, sluit ik mij aan.
Wat ik aan u beloof zal ik voortaan daar laten weten.
Wie zwaar vernederd is, zal volop eten.
Ja, dat de mens die God de eer zal geven
verzadigd wordt, in eeuwigheid blijft leven!
Dat is mijn wens.

10. De hele wereld hoort dan van de HEER.
De hele aarde zoekt en vindt hem weer.
En alle volken knielen voor hem neer.
Hij is de koning!
Armen en rijken krijgen hun beloning:
zij prijzen God en zullen met hem eten.
Wie hier gestorven is, en wordt vergeten
vangt daar geen bot.

Zegen
Amen: Ps. 22: 11 LL

11. Het nieuws zal overal te horen zijn.
En wie de Heer is, weet straks groot en klein
en zelfs wie nu nog niet geboren zijn:
hij houdt van daden.
Het is volbracht, de eer is aan de Vader
en aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven,
en aan de Geest, die ons geloof wil geven
en in ons woont.
——————————————————————————————————-
Gemeente van onze Heer en Koning, Jezus Christus,
dia 1
Het zal u niet zijn ontgaan dat we al weken in verkiezingstijd zitten.
Aanstaande woensdag, 15 maart, is het zover: iedere burger van Nederland
van 18 jaar en ouder mag zijn of haar stem uitbrengen op de partij, en op de
man of vrouw die namens u en jou een plek in de Tweede Kamer mag krijgen
om daar de regering te controleren, wetten te maken of goed te keuren, en
natuurlijk als eerste gaat bepalen welke partijen samen een regering vormen
om de komende vier jaar zo goed mogelijk ons land te gaan besturen.

Maar waarom moet het daar nou vanmorgen in de kerkdienst over gaan?
Is dat wel de plek om het over politiek te hebben, en zo ja, hoe dan?
Ik heb de tijd meegemaakt dat het wel eens heel kort door de bocht ging,
en dat vanaf de preekstoel vanuit de Bijbel gezegd werd hoe je moest stemmen.
Dat moesten we maar niet doen vanmorgen, daar is dit de plek niet voor.
Er zijn aan de andere kant ook christenen die de politiek uit de kerkdienst
willen verbannen want dat hoort bij een wereld van machtsspelletjes en het
gaat over aardse dingen als geld en wapens, en daar moet je niet God bij halen
en dat met Jezus verbinden, die toch zei dat zijn rijk niet van deze wereld is – er
zijn zelfs christenen die daarom niet gaan stemmen want het koninkrijk van God
is van een andere orde, en gaat over geestelijke dingen en een nieuwe wereld.
En dan zijn er ook nog mensen die vinden dat kerk en staat zo strikt gescheiden
moeten blijven dat je je geloof maar moet beleven in eigen huis en in de kerk en
het buiten de politiek moet houden, want wat een ellende en wat een oorlogen
zijn er nog steeds als mensen hun geloof aan anderen willen opleggen of vanuit
hun geloof anderen bestrijden, zelfs met gewelddadige aanslagen en oorlogen.

Nou is vanuit de Bijbel al duidelijk dat dat tegen Gods bedoeling is, en dat zeker
daarvoor die uitspraak van Jezus geldt dat zijn rijk niet van deze wereld is, en
ook de strijd die een christen moet voeren niet gaat tegen mensen en groepen mensen maar tegen verkeerde gedachten en tegen de aanvallen van satan, en
dat daarvoor niet geweld het antwoord is maar geestelijke wapens als geloof, en
de boodschap van vrede en liefde, en de goede woorden van onze goede God.
Het is ook fout als een kerk macht wil hebben zoals een staat die heeft of als
andersom de overheid wil bepalen hoe er gepreekt moet worden of welke
godsdienst wel aanvaardbaar is en welke niet, en b.v. moskeeën zou sluiten
of de koran zou gaan verbieden – dat is een bevoegdheid die de staat niet moet
hebben – vrijheid van godsdienst en van onderwijs horen bij een goed bestuur.

Toch, er is vanuit de Bijbel genoeg te zeggen over wat een goed bestuur is, over
de bedoeling van God voor bestuurders en voor burgers, over de taak die een overheid heeft
en over de houding die ons als burgers, als onderdanen past.
We hebben er iets over gelezen, uit het Oude en uit het Nieuwe Testament,
En psalmen als Psalm 72 en 47 gaan er ook over, vooral over koningen –
regeerders – die er zijn om te dienen, om het goede te doen en wie goed doen
te beschermen, en dus wie kwaad doen te stoppen en te straffen, en dat als
afhankelijk van God en verantwoordelijk tegenover God, die de grote Koning is.

dia 2 Goed bestuur…is
1. dienstbaar;
2. controleerbaar;
3. rechtvaardig;
4. zorgzaam

dia 3 1.goed bestuur is dienstbaar

Het staat nog steeds boven elke wet in Nederland: Willem-Alexander, bij de gratie Gods koning der Nederlanden – er is geprobeerd om die woorden te schrappen
Omdat het uit de tijd zou zijn en vooral zou strijden met de scheiding kerk en staat,
en ook omdat het koningschap door dit soort teksten iets goddelijks zou lijken, en
niet zou passen bij onze democratie waarin via het parlement het volk regeert.
Daarom zou ook wat Paulus schrijft niet passen dat de overheid in dienst van God
staat want we kiezen zelf onze regeerders en niet de koning maar de Tweede en
Eerste Kamer hebben het laatste woord – en we mogen elke vier jaar stemmen…

Toch, het is juist precies passend wat met die woorden bedoeld wordt: bij de gratie,
door de genade van God mag iemand koning zijn, of minister, of kamerlid…dat zet
niet op een voetstuk maar houdt je als bestuurder nederig en heel afhankelijk.
Vroeger zijn die woorden wel verkeerd gebruikt alsof een koning direct onder God
stond en dus boven het volk en boven de wet, met een absoluut gezag – de Farao
van Egypte en later ook de keizer van Rome claimden zelfs godenzonen te zijn.
En er zijn ook nog steeds leiders die zichzelf boven de wet proberen te komen, en
wetten zo aan te passen dat zij aan de macht kunnen blijven en elke oppositie
de mond kunnen snoeren – noem Rusland, kijk naar Turkije, en erger: N-Korea.

Maar Paulus bedoelt iets heel anders als hij die goddelijk vereerde keizer en
zijn mede-bestuurders juist in zijn brief aan christenen in Rome Gods dienaars noemt.
Dat haalt ze uit die zelfbedachte hemel naar beneden en zet op de bescheiden plek van
knechtjes van de hoge God, om dienend bezig te zijn, dienstbaar aan de mensen voor wie ze
verantwoordlijk zijn, om goed te doen en kwaad te stoppen.
Daarbij worden mensen ingeschakeld – Petrus heeft het in zijn eerste brief over
“bestuurders die door de mensen zijn aangesteld” en die gezag krijgen van God.
Dat kun je vandaag toepassen aan een Tweede Kamer die wij met elkaar als burgers kiezen,
en waaruit weer een regering wordt gevormd, en die dan ons respect verdient omdat
–zoals we belijden – God door hun hand ons wil regeren – lees weer Paulus:
“er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld” –
dat was toen het gezag van een heidense en ook vaal wrede keizer,
en van allerlei harde heren en sluwe politici op regionaal en plaatselijk niveau –
het geldt in onze tijd net zo goed voor bestuurders die het soms goed en soms slecht
doen in onze ogen, en vaak uit totaal niet christelijke opvattingen – maar God wil
ook door hen ons besturen en dan past ons respect en ter, en terughoudendheid, in ons praten,
ons reageren via sociale media, of het nu om ministers gaat, of docenten, trainers, de chef –
en wie ook maar het te zeggen heeft over ons, namens God.
Er staat zelfs in een andere brief van Paulus (1 Tim. 2) dat we voor alle mensen zullen bidden,
en zeker voor wie veel verantwoordelijkheid hebben, of God hen wil
inschakelen om rust en ruimte te bieden, ook voor de boodschap van Gods redding.
Bidden, en dus niet verwensen of met haatmails bestoken, niet het recht in eigen
hand nemen of kwaad met kwaad beantwoorden – we hebben het net nog gehoord:
“laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede”.
En als het goed is gaan regeerders en kamerleden daarin voor, en is normen en waarden
niet een verkiezingsleus maar het goede voorbeeld dat veel volgers krijgt.

Bijzonder hoe dat dienstbaar zijn van wie gezag hebben, al is vastgelegd in die zgn. ‘koningswet’
die onderdeel is van de wetgeving van Mozes met het oog op de toekomst in het eigen land:
als jullie dan net als andere volken een koning willen kiezen, dan mag dat,
maar wel onder strikte voorwaarden:
het moet een mede-Israëliet zijn want hij moet jullie voorgaan in dienen van de HEER,
hij mag niet veel paarden halen uit Egypte op gevaar dat die invloed weer sterk wordt –
en dat hij gaat vertrouwen op een sterk leger, en hij moet ook niet een harem
met allemaal heidense vrouwen erop na houden, en ook zichzelf verrijken past niet bij een koning
die dienstbaar moet blijven, aan God als de eigenlijke koning, en dienstbaar aan zijn volk.
Ja, en voor de toekomst moet die koning de wetten blijven raadplegen en naleven.
Wat er bij staat, blijft belangrijk, ook voor andere regeerders, buiten Israël:
“dan zal hij zich niet inbeelden dat hij meer is dan anderen en in enig opzicht boven de wet
staat”- daarom moet in Nederland wie regeert trouw zweren aan de grondwet,
en gelden de wetten voor iedereen, ook voor wie die wetten gemaakt hebben en aan
anderen opleggen – ook hiervan geldt dat goed voorbeeld goed doet volgen.

dia 4 2. goed bestuur is controleerbaar.

Dat kun je ook halen uit die oude koningswet van Deuteronomium 17: de koning
was in Israël niet een soort godenzoon met absoluut gezag, die kon regeren als
een onaantastbare grootheid van wie de wil wet was en boven alle wetten ging,
nee, ik haalde het net nog aan: hij is niet meer dan anderen, en staat niet boven
de wet maar hij is aan de wetten gebonden en moet ontzag voor God hebben.
Iemand noemde dat de ‘ontgoddelijking van de staat’, en schrijft: de staat is
“toetsbaar onderworpen aan hogere beginselen, die ze niet zelf vaststelt. De staat
Is controleerbaar en laat zich meten aan hogere criteria. Zij kent de mogelijkheid van hoger beroep.”
Dat is in onze verhoudingen b.v. dat de volksvertegenwoordigers de regering moeten controleren
en in het uiterste geval een minister of een heel kabinet naar huis kan sturen:
en ook dat wij als burgers onze stem kunnen uitbrengen, en zo ook wat verkeerd ging kunnen afstraffen,
door niet meer op de bewuste persoon of partij te stemmen – en dan zijn er ook nog onafhankelijke rechters
in Nederland of in Europa die een beslissing van de overheid kunnen kritiseren of corrigeren –
en dan moet die overheid de beslissing van de rechter serieus nemen en past het niet zo’n uitspraak af te doen
als een politieke uitspraak van een stelletje neprechters – het is juist goed dat rechters onafhankelijk zijn
en ook dat er een grondwet is waar alle
andere wetten en ook alle besluiten van de politiek aan gebonden zijn.

Controleerbaar moet de overheid zijn, en dus transparant, eerlijk en open – daar past geen gesjoemel bij,
geen deals die het daglicht niet kunnen verdragen, en al helemaal geen vriendjespolitiek
of het stiekem bevorderen van eigen belangen,
op kosten van of zelfs ten koste van de samenleving of van wie kwetsbaar zijn.

De koning van Israël moest een kopie van het wetboek onder handbereik hebben,
er steeds weer in lezen, en zich houden aan alle wetten die erin stonden;
en dus ook aan alles wat in de wetten van Mozes stond over recht doen,
over zorg voor mensen die kwetsbaar waren als weduwen, wezen, vreemdelingen, armen
– de wetten die de HEER heeft gegeven zijn heel sociaal, vanuit zijn liefde en zorg voor mensen
– denk aan die psalm die we zongen over regeerders als schilden in het land, met de taak
te beschermen wie geen helper hadden en die anders eronder door zouden gaan.
Aan volksvertegenwoordigers ook nu de taak daaraan de overheid te houden en
daarop bestuurders te controleren, bij te sturen, en waar nodig te corrigeren – en
aan de bevolking de taak erop te letten bij de keus in het stemhokje deze week.

dia 5 3. goed bestuur is rechtvaardig.

Rechtvaardig zijn, recht doen, is door heel de Bijbel heen wie God is en wat God doet,
en wat God dan ook vraagt van mensen die Hem willen volgen en dienen.
Denk aan die kernopdracht uit Micha 6: 8: “er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten,
en nederig de weg te gaan van je God” – het is aan wie gezag gekregen hebben
en dus een voorbeeldfunctie hebben, om voorop te gaan en zo goede leiding te geven.
Ook als een politicus of een bestuurder zelf niet God erkent als zijn Heer en als
de Regeerder van de hele wereld, kun je hem of haar aanspreken op de opdracht
om rechtvaardige wetten te maken, eerlijk en aanspreekbaar te zijn of het gevoerde beleid,
en ook om nederig de weg te gaan die God wijst, namelijk om niet het eigen belang
voorop te laten gaan of zich te verrijken maar om het welzijn te bevorderen
van de bevolking – Paulus geeft het aan als opdracht ook voor de niet-christelijke overheid
van het Romeinse rijk: in dienst van God is ze er voor uw welzijn.

Wat niet betekent dat een overheid soft en slap iedereen zijn zin moet geven.
Juist niet: rechtvaardig zijn is belangen afwegen, keuzes maken, en daarbij
letten op persoonlijke belangen en noden, en op het algemene belang; dat is
niet mensen of groepen voortrekken, maar iedereen gelijk behandelen, zoals
dat in artikel 1 van onze grondwet ook staat: ieder is voor de wet gelijk, hoe
verschillend mensen en omstandigheden ook zijn – en recht doen is ook
grenzen stellen en die handhaven, verkeerd en schadelijk gedrag aanpakken,
en wie goed wil en goed doet ruimte geven en beschermen en belonen –
weer Paulus, met een kritische noot voor de soms willekeurige bestuurders
in dat Rome van toen: “wie doet wat goed is heeft van de gezagsdragers niets
te vrezen, alleen wie doet wat slecht is” – zo zou het moeten, dat is recht doen.
En weer, dat is nog steeds de taak van elke overheid, zo wil God zijn wereld
met zoveel kwaad en zonde, leefbaar houden; zo mag er al iets zichtbaar
worden van zijn nieuwe wereld waar geen kwaad meer is en waar iedereen volop
tot zijn of haar recht zal komen – het grote Voorbeeld is Koning Jezus die als
geen ander aan dat beeld van die koningspsalm voldoet: “ellendigen zal hij bevrijden
van het onrecht dat hem drukt, en armen – denk er ook maar de vluchtelingen
bij, en de daklozen, en de kinderen onder armoedegrens, en wie verder nog
kwetsbaar is in onze wereld – en armen redden uit hun lijden, en vertreden
wie – ook in onze wereld dichtbij en verder weg – mensen verdrukt, en uitbuit.
Het is norm voor goed bestuur, de maatlaat om mee te nemen op 15 maart….

dia 6 4. Goed bestuur is zorgzaam.

We kunnen er kort over zijn, want de Bijbel is er uitvoerig en duidelijk over.
Steeds weer komt onze God op voor wie zwak en kwetsbaar zijn en Hij wil
Overheden en ook ons allemaal samen inschakelen om op te komen en te
zorgen voor wie onze steun en hulp – w.aar nodig ook financieel – nodig hebben.
Denk maar aan de zorg voor weduwen, wezen, armen, vreemdelingen, armen,
in allerlei wetten; ga na hoe de profeten los gaan als hun volk en de koningen
er niet naar handelen, kijk naar het voorbeeld dat de Heer Jezus gaf en naar
zijn onderwijs in de bergrede en in wat staat in Matt. 25 over opzoeken van wie
gevangen zijn, aandacht voor zieken, eten geven aan wie honger hebben, enz.
Taken die we niet kunnen afschuiven naar ‘de overheid’, maar die we samen hebben;
de overheid heeft wel de taak als schild op te treden voor wie zwak
zijn, om een rechtvaardig sociaal beleid en eerlijke belastingwetten te maken.

Denk weer aan Paulus als hij schrijft dat de overheid er is voor ons welzijn, en dat
is niet zorgen voor mijn portemonnee maar dat is eerlijk delen bevorderen en erop letten
dat mensen niet door de bodem zakken en aan de kant blijven staan – een
lastige taak met allerlei afwegingen en keuzen – nog een reden om voor wie ons
moeten regeren en ons vertegenwoordigen te bidden – als we dat doen,
zal ook als wer kritiek is die anders zijn en eerlijker en bescheidener
dan als we alles en iedereen vooral afrekenen op wat wij vinden en wat ons eigen belang is…

We mogen weer stemmen woensdag – wijsheid gewenst – en vergeet dat bidden niet –
we gaan het zo meteen ook doen – en we doen dat nu eerst zingend.

amen