Matteüs 20: 1-16 ‘Loon naar werken…of toch niet?

Liturgie morgendienst 24 september 2017

Welkom

Zingen: Ps. 65: 1,2 Levensliederen
1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
u zult van ons de dank ontvangen
die u is toegezegd.
U hoort wat mensen aan u vragen,
bij u komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat u ons vergeeft.
2. Gelukkig wie u wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij u thuis.
U antwoordt machtig en rechtvaardig,
u redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.

Moment van stilte en persoonlijk gebed

Votum en groet

Zingen: Ps. 65: 3,4,5 Levensliederen
3 U die de bergen wist te vormen
– een machtig mooi idee! –
u stilt verwoestend zware stormen,
het schuimen van de zee.
U stopt het woeden van de volken,
vervult hen met ontzag.
Zelfs mensen heel ver weg vertolken
luid juichend uw gezag.
4. U onderhoudt het land met regen
en zorgt dat alles groeit.
U geeft rivieren vol met zegen,
zodat de akker bloeit.
U maakt het land geschikt voor koren,
uw arm raakt nooit vermoeid:
u klieft de kluiten, vult de voren
en zegent al wat groeit.
5. U kroont het jaar met uw geschenken,
het druipt van overvloed.
U wilt het droge land doordrenken,
wat bent u gul en goed!
De dalen kleuren blond van koren
de weiden bont van vee,
De heuvels laten van zich horen,
de bergen juichen mee.

Gods leefregels uit Leviticus 19: 1-18

Zingen: Opwekking 244 ‘Welzalig de man die niet wandelt’

Gebed

Kinderlied

Kinderen naar de KND

Bijbellezing: Matt. 19: 23 – 20: 16

Lied: ‘Jij krijgt evenveel’ (Hemelhoog lied 95)

Verkondiging : Loon naar werken, of toch niet?

Zingen: Ps. 81: 1,4,8,9 (LB) ‘Jubelt, God ter eer, Hij is onze sterkte’

Voorbereiding H. A

Zingen: Opwekking 737 ‘U nodigt mij aan tafel’

Kinderen terug in de kerk

Gebed

Collecte – zingen Opwekking??

Zingen: Gz. 456: 1,2 ‘Zegen ons, Algoede’

Zegen

Amen : Gz. 456: 3
——————————————————————————————

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Wie van jullie werkt fulltime, 40 uur per week of meer, in dienst, of voor uzelf?
Ik denk: met een eigen zaak of als zzp’er, is het meestal veel meer dan 40 uur.
En wie van jullie heeft een parttime baan, van b.v. 20 uur per week, of minder?
Als dat voor hetzelfde bedrijf is, is het logisch dat wie de hele week werkt, heel
wat meer zal verdienen dan wie 2 of 3 dagen in dienst is – loon naar werk, toch?
En ervaring telt ook, en dienstjaren, en het soort functie – er zit heel wat afstand
tussen de directeur en de jongere met een minimumloon – soms zoveel afstand
dat er vraagtekens bij te zetten zijn: als b.v. de top zich verrijkt en geld over de
balk smijt terwijl onderop er geen ruimte is voor loonsverhoging, er fors wordt
bezuinigd, en zelfs mensen ontslagen worden, dan voelt dat als onrechtvaardig.
Maar verschil in beloning tussen fulltimers en parttimers, dat snapt iedereen.
En dat overwerk en extra prestatie leidt tot extra beloning, is ook normaal, toch?

Maar stel je voor dat je een drukke fulltime baan hebt, elke week vijf lange dagen
met soms ook nog overwerk, en met volledige inzet, terwijl er ook collega’s zijn
die twee of drie dagen hetzelfde soort werk doen, en je merkt dat zij precies
hetzelfde verdienen als jij – en dat ook de stagiair voor 1dag het volle pond
krijgt aan het eind van de maand – dat kan niet natuurlijk, en dat pik jij niet.
Als een bedrijf zoiets raars zou doen, wordt meteen aan de bel getrokken
en breekt een opstand uit, wordt de vakbond ingeschakeld, en de media….
Want dat is grof onrecht natuurlijk, vooral tegenover wie de hele week werkt.
En ook al gun je die collega alle goeds, jij verdient toch wel meer dan hij of zij.
Laten we met dat in het achterhoofd gaan luisteren naar dat verhaal van Jezus
over de werkers in de wijngaard, en over de uitbetaling aan het eind van de dag.

Ik stel me zo voor dat het gaat om seizoenswerk, in de tijd van de druivenoogst.
Dan red je het als wijnboer niet met je gezin en met je vaste arbeidskrachten.
Er moeten in die paar drukke weken extra mensen worden aangetrokken om
de oogst op tijd binnen te halen en de druiven te persen en tot wijn te verwerken.
Zo gaat dat eigenlijk nog steeds, ook in Nederland, waar vaak een beroep wordt
gedaan op seizoenswerkers uit b.v. Oost-Europa, om aardbeien te plukken of asperges te steken, bollen te pellen en nu weer hier voor het koolseizoen….
Vaak zijn het dan uitzendbureaus die bemiddelen en die werkgevers en werknemers bij elkaar brengen, en ook verantwoordelijk zijn voor goede arbeidsvoorwaarden.

Je ziet in dat verhaal van Jezus net zoiets; alleen is nu het centrum van het dorp
de ontmoetingsplek van werkgevers en werkzoekenden – een soort speeddate.
De wijnboer uit dit verhaal heeft dringend werkers nodig voor zijn oogst, en hij gaat daarom naar de plek waar de werkzoekenden zich verzamelen, en waar vroeg in de morgen – 6 uur in de ochtend – al mannen staan die graag aan de slag willen.
Met de afspraak dat ze 1 denarie krijgen – wat toen het normale arbeidsloon was voor 1 dag werken – gaat de eerste ploeg mee om in de wijngaard te gaan werken.
Drie uur later gaat de boer weer naar de markt want er zijn nog meer mensen nodig.
Weer blijken er werkzoekenden te staan, die wel aan de slag willen bij die wijnboer.
Zij krijgen de toezegging mee dat ze een eerlijk loon zullen krijgen, en ze gaan mee.
Hetzelfde scenario herhaalt zich om 12 uur en om 3 uur ’s middags – werk genoeg.
Ja, en vreemd genoeg gaat de wijnbouwer zelfs om 5 uur ’s middags nog een keer naar het plaatselijk uitzendbureau want zelfs werkers voor 1 uur zijn nog welkom.
Ook dan blijken er nog lui op de markt te staan afwachten of iemand werk voor ze heeft, wat de wijnboer tot de verbaasde vraag brengt waarom ze er nog staan:
“waarom staan jullie hier nog steeds, en zijn jullie niet aan het werk gegaan “.
Merkwaardig die vraag want waarom heeft de boer ze niet eerder aangenomen?
Het kan zijn dat hij eerder dacht ze niet nodig te hebben: ze vinden wel werk.
Wat blijkbaar niet gelukt was: “niemand heeft ons vandaag gewerk gegeven”.
Of zij waren nu pas komen opdagen omdat ze liever lui dan moe waren, en dan is het een smoes dat niemand ze werk had aangeboden: ze hadden er geen zin in.
Het staat er niet bij dus wij moeten het ook maar niet gaan invullen en oordelen.
Zoals het in onze tijd erg onredelijk is als je makkelijk praat over mensen die nog steeds geen baan gevonden hebben terwijl er toch zoveel vacatures zijn: ik snap niet dat hij nog altijd van een uitkering leeft, ‘ze’ vinden het zeker wel makkelijk zo…..
Er zijn in Nederland nog steeds heel wat mensen die maar wat graag aan de slag zouden willen en die zich suf solliciteren maar die steeds weer afgewezen worden.
Ook al daalt de werkloosheid, er zijn nog bijna 400000 werklozen, en vooral als mensen ouder zijn en ‘te duur’ of met niet de goede ervaring, is het heel erg lastig.
Dus laten we vooral niet oordelen, maar laten we naast wie dat overkomt gaan staan.

Terug naar het verhaal van Jezus over die wijnboer en over zijn dagloners, die allemaal in de wijngaard hadden gewerkt en na gedaan werk wachten op hun loon.
In de lijn van wat al was bepaald in de wetgeving van Mozes – lees Lev. 19: 13: “Betaal een dagloner zijn loon nog dezelfde dag uit”, en ook Deut. 24:14: “Een dagloner, die het al moeilijk genoeg heeft, mag u niet uitbuiten, of het nu iemand van uw eigen volk betreft of een vreemdeling die in een van uw steden woont. U moet hem nog dezelfde dag, voor zonsondergang, uitbetalen,want hij is arm en het gaat hem juist om dat loon. Anders zal hij de HEER zijn nood klagen, dan zal u wat u hem hebt aangedaan, als zonde worden aan aangerekend.” Een regel die ook voor ons land actueel is, denk maar weer aan die seizoenskrachten in land- en tuinbouw, aan die buitenlandse vrachtwagenchauffeurs en anderen die vaak worden uitgebuit maar recht hebben op gelijk loon als hun Nederlandse collega’s– een taak voor de politiek.
Ook in Israël ging het vaak mis op dat punt, vandaar b.v. de scherpe woorden van de profeet Maleachi over “mensen die hun dagloners uitbuiten, die weduwen en wezen
Onderdrukken, en die vreemdelingen geen plaats gunnen” (3:5) – over zulke mensen zegt de HEER dat zij geen ontzag voor Hem hebben, en dat Hij recht zal doen.
Eeuwen later komt het terug, als Jacobus stevig uithaalt naar boeren, misschien zelfs wel kerkleden, die werden aangeklaagd door hun werknemers omdat die niet het loon kregen waarop ze recht hadden voor het maaien van de akkers, terwijl zij zelf in weelde leefden – ik herinner me nog die broeder uit mijn eerste gemeente die in zijn jonge jaren landarbeider was geweest en mocht meeëten bij de boer aan tafel maar bij de Bijbellezing merkte dat de boer juist dat stukje uit Jacobus maar oversloeg….

Nou, de wijnboer deed het goed: aan het eind van de dag werd het loon uitbetaald.
Alleen maar, het ging wel totaal anders dan die werknemers verwacht hadden.
En zij die dit verhaal aanhoorden, zullen met stijgende verbazing geluisterd hebben.
Het begon al vreemd: niet de werkers van het eerste uur mochten als eersten hun loon in ontvangst nemen maar die lui die pas te elfder ure waren aangeworven.
En, nog vreemder, ze kregen allemaal 1 denarie in handen gestopt: het volle loon
voor een hele dag, terwijl zij toch maar alleen dat ene uurtje hadden gewerkt.
Stel je voor dat je erbij had gestaan na een lange dag werken, dan snap je vast de verontwaardigde reacties wel van die mannen die van de vroege morgen en op het heetst van de dag en tot de late avond zich in het zweet gewerkt hadden in die wijngaard, en die dan terwijl zij op de uitbetaling van het afgesproken loon staan
te wachten, tot hun schrik en ergernis moeten meemaken dat die laatkomers die
nog even een uurtje druiven geplukt hebben na misschien wel de rest van de dag op hun rug gelegen hebben, het eerst hun loon kregen, en ook nog het volle dagloon.
Maar o, misschien is dat juist wel een goed teken: dan krijgen de mannen die langer gewerkt hebben vast wel een extra bonus – en zijzelf, die de hele dag zich hadden afgebeuld, zullen wel helemaal dik betaald worden – met spanning wachtten ze af tot zij naar voren werden geroepen – maar nee: nadat de mannen van het derde en het zesde uur allemaal hetzelfde gekregen hadden en zij eindelijk aan de beurt waren: dank mannen voor jullie inzet, goed gedaan, ik ben erg tevreden over jullie, wat mij betreft mogen jullie morgen terugkomen, en hier is jullie loon, zoals we vanmorgen hebben afgesproken: alsjeblieft, hier is jullie eerlijk verdiende denarie.

Je voelt de spanning stijgen en als ze hun loon in handen hebben, barst het los:
Maar dat is toch niet eerlijk! Die lui hebben maar één uurtje gewerkt, en wij de
hele dag – zij kwamen toen de zon al bijna onder was en de hitte voorbij, mooi
makkelijk – wij hebben gewoon doorgewerkt ook op het heetst van de dag – hoe
kan het dan dat zij net zoveel geld krijgen als wij – dat kunt u toch niet maken!

Nee, dat zou een werkgever in Nederland – of een uitzendbureau – niet kunnen maken, dat zou iedereen erg oneerlijk vinden, denk aan de voorbeelden waarmee ik vanmorgen deze preek ben begonnen, pas het toe op de arbeidsverrhoudingen in Nederland met cao’s en vakbeweging en allerlei regelingen vanuit de politiek.
Maar ook in de tijd waarin Jezus dit verhaal vertelde, was zoiets ondenkbaar.

Kijk, maar de Heer die hier wordt vergeleken met een wijnboer, kan dit wel maken.
Want Jezus vertelt dit verhaal niet zomaar, maar hij begint te zeggen dat het niet gaat over arbeidsvoorwaarden of politieke afspraken hier op aarde, maar over
‘het koninkrijk van de hemel’, over hoe het gaat waar hoe God zijn Vader met mensen omgaat en hoe het toegaat waar God het voor het zeggen heeft: “Dit
voorbeeld leert je iets over Gods nieuwe wereld” (zo staat het in de BGT). En die nieuwe wereld begint nu al waar God mensen aanneemt en inzet en beloont.

De wijnboer uit het verhaal reageert op die boze verwijten nuchter en tegelijk ontwapenend – hij slaat meteen de kritische dagloners hun wapens uit handen.
De man die als eerste en misschien wel als woordvoerder van de rest protesteert,
Krijgt een vriendelijk hanmaar duidelijk antwoord: “Beste man, ik behandel je niet oneerlijk, je krijgt wat we vanmorgen hebben afgesproken, en dat is het normale loon voor een dag werken; neem je loon in ontvangst en ga rustig naar huis. Ja en wat ik die anderen wil geven, gaat jullie niks aan, het is mijn zaak wat ik doe met mijn geld”.

Nou, dat klinkt redelijk, daar is geen speld tussen te krijgen…..toch….of toch wel….?
Ik denk dat wij er toch heel wat tegenin zouden kunnen brengen: ja maar hij….zij?
Als mensen zitten wij zo in elkaar en zit de samenleving zo in elkaar dat we heel erg naar anderen kijken en onszelf en onze omstandigheden met anderen vergelijken.
En dat is vaak best terecht maar het verraadt hoe wij mensen in elkaar zitten.
De heer in het verhaal legt de vinger op de wonde plek: of ben je misschien jaloers?
Gun jij eigenlijk die anderen niet dat ze net zoveel krijgen als jij, letterlijk: of is jouw oog boos, geblokkeerd door jaloersheid, erger je je aan mijn goedheid en midlheid?
Daar zit precies de kern van wat Jezus zijn leerlingen en ons wil leren – niet voor niets moeten die werkers van het eerste uur er bij staan als wie minder uren of zelfs maar alleen dat laatste uurtje hebben gewerkt, net zo beloond worden als zijzelf.
De les dat God niet beloont naar prestatie maar geeft uit genade, omdat Hij goed is.

Ja, en dan moeten we maar niet naar anderen kijken, en er namen bij invullen.
Dat kun je zomaar doen, b.v.: die werkers van het eerste uur zijn de Joden, of de Farizeeën die denken dat ze door hard hun best te doen, kunnen verdienen bij God, en de werkers van het laatste uur zijn de gelovigen van het NT, zijn wij dus ook.
Maarten Luther die meer dan tien keer over die verhaal heeft gepreekt, legde het in het begin ook zo uit, en later kregen vooral de priesters en monniken en pausen ervan langs die dachten dat zij door hun goede werken zichzelf als de besten beschouwden, terwijl het erom gaat dat je God dient uit liefde en niet uit plicht.
Later kwam Luther steeds meer tot de uitleg dat het een les is voor ons allemaal.
Zoals hij deed in een preek in 1537 met een heel persoonlijke toepassing: “Ik heb
nu al 20 of 30 jaar met preken en doceren, samen met vele anderen, veel arbeid verricht en vele zorgen doorstaan; maar daarmee verkrijg ik toch maar precies hetzelfde als de kinderen die vroeg gestorven zijn, en maar één uur in de wijngaard zijn werkzaam geweest. Ik zou het ook wel met lede ogen kunnen aanzien en kunnen klagen – God moge het mij vergeven -, omdat Hij mij zo lang laat werken en zo laat zweten, terwijl ik daarvoor toch niets meer ontvangen zal dan een kind dat, nadat het gedoopt is, nog maar één of twee dagen leeft….Ik moet mij echter laten welgevallen dat God zo goed en zo barmhartig is, dat Hij aan hem die weinig werk doet evenveel geeft als aan hem die veel werk gedaan heeft.” Tot zover Luther,
die dit verhaal ook heel duidelijk aandraagt als concreet voorbeeld van wat hij als de rode draad ontdekt had in de Bijbel als evangelie: niet prestatie, maar genade alleen.
Ik denk ook aan zondag 24 van de catechismus waar gevraagd wordt of God wat wij voor Hem doen dan niet wil belonen, nu al, en straks na dit leven, en als antwoord gegeven wordt dat die beloning wordt gegeven niet uit verdienste maar uit genade.

De laatsten worden de eersten, dat is niet bedoeld om ons aan te moedigen het te laten afweten als het gaat om liefde tot God, groei in geloof, inzet voor mensen. De apostel Paulus die zo inzette op dat we worden gered door geloof alleen en niet als loon naar werken, reageert verontwaardigd op de suggestie dat we dat hoe meer we zonde doen des te meer genade we krijgen – geen sprake van zegt hij dan, want als je van de ondergang bent gered laat je je dankbaarheid zien in een leven voor God.

Prachtig als je zoveel voor je Heer over hebt als zijn eerste leerlingen dat hadden –
“wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd”, zegt Petrus tegen Jezus – en de reactie op de vraag wat dat hun oplevert is dan dat God ze rijkelijk zal belonen – maar dan meteen erachter aan komt dat vele eersten de laatsten zullen zijn en vele laatsten de eersten – want bij God verdien je niets maar krijg je volop zijn genade.
En dat is de doodsteek voor hoogmoed en activisme – dan red je het niet en wordt je op je plek gezet – achteraan – én het is een hart onder de riem voor wie na wie weet wat een moeilijk of slecht leven wordt gered en een nieuw leven mag beginnen – zoals b.v. die misdadiger naast Jezus aan het kruis – en zovelen naast en na hem.
Een uitlegger zegt erover: “Waarom zullen vele eersten laatsten worden? ..Omdat zij zich wel vroeg lieten roepen, maar uiteindelijk aan anderen de genade misgunnen…
Ingaan in Gods koninkrijk is namelijk ingaan in het rijk van goedheid en genade. Het
volgen van de roeping was een weg: het prijzen van Gods genade het doel”.
Deze gelijkenis van onze Heer doet denken aan die andere bekende: van die twee zoons van wie de jongste zijn deel van de erfenis te grabbel gooide en in de goot belandde en toen tot inkeer kwam en als een berooide zwerver weer bij zijn vader aanklopte: zijn vader sloot hem in de armen en maakte er een groot feest van maar zijn broer was razend en viel boos uit: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geiten- bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen – hoor je dat? niet: mijn broer, maar: ‘die zoon van u’- nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht” . Zijn oog was boos, omdat zijn vader zo goed was.
Je gaat vergelijken en dan vind je jezelf beter dan die ander die er misschien in jouw ogen de kantjes van afloopt terwijl jij toch zo je best doet en zoveel op jou neer komt.
Dan gaan we in de kerk vooral letten op wie veel doet en er altijd is terwijl hij….zij….
Ja en moet je eens kijken naar hem of haar: die denkt zeker dat het zomaar gaat.
Of je schiet in de stress dat wat jij doet toch niks voorstel als je kijkt naar wat hij doet en zij allemaal aan kunt – en wat heb ik heel wat jaren verprutst –ik tel toch niet mee.

Dan heeft dit verhaal van Jezus een boodschap voor ons allemaal: wat is God goed, wat is het gelukkig bij God anders dan in onze wereld en ook anders dan vaak in de kerk en in onze denkramen: blij met elke zondaar die zich tot Hem bekeert en van zijn genade wil leven – en bij Hem ben je nooit te slecht en is het ook nooit te laat.
Ja en ook: wees blij als je al heel je leven mag geloven en van die genade mag leven
En als je veel kon en mocht en wilde doen voor God en voor mensen om je heen –
zie het maar als bewijzen van Gods genade, en zeg het Paulus maar na die zich een laatkomer en een wegloper wist die door God was teruggeroepen en vooraan gezet: “God was goed voor mij. Hij liet mij zijn dienaar worden. Ik heb heel hard gewerkt, veel harder dan alle andere apostelen. En mijn werk is niet voor niets geweest, want veel mensen zijn gaan geloven. Dat was natuurlijk niet mijn werk maar Gods werk. Want al mijn werk is te danken aan Gods goedheid” (1 Kor. 15: 10 – BGT).
Geen reden dus om je erop te laten voorstaan, maar om God ervoor te danken, en om God ook dankbaar te zijn voor die broer en zus, niet voor of achter in de rij, maar naast je: gelijk bedeeld met Gods onverdiende rijke genade! Niemand komt tekort!
Dat gaan we volgende week samen vieren, naast elkaar met al onze verschillen.
Aan de tafel van de Heer zijn geen ereplaatsen, maar we zijn daar allemaal gelijk:
“voor ieder van ons een plaats aan de tafel…een veilige plek, een plek om te schuilen, een plaats in Gods licht als tafelgenoot…niet minder of meer, de een of de ander…een hand zoekt de hand, de jongste de oudste, zij vinden elkaar en niemand gaat voor…voor ieder van ons een plaats aan de tafel, beschadigd of gaaf, rechtvaardig of slecht, en ondanks de pijn; een plek van vergeving, genadig begin van goddelijk recht, voor ieder van ons een plaats aan de tafel, van eerbied vervuld, van angsten bevrijd, een plaats om te zijn, een plaats om te worden getuige van Hem, een levend bewijs”.

Gunnen wij elkaar – en elk mens – die plaats aan Gods tafel, nu al en straks voorgoed? Bid maar om een hart vol liefde, en ogen die Gods goedheid uitstralen!

amen

Psalm 34: 9 : Gods goedheid (laten) proeven

Liturgie afsluitende dienst op Startzondag 10 september

Welkom

Zingen: Ps. 67: 1, 2v, 3 m – R: allen (De Nieuwe Psalmberijming)

1. God, blijf ons uw genade geven.
Laat merken dat U bij ons bent,
opdat de wereld in ons leven
uw zegen en uw heil herkent.
refrein allen:
Laat elk volk U prijzen,
U de eer bewijzen;
zeggen: God is goed!
Laat de wereld zingen
van de grote dingen
die U deed en doet.

mannen
2. Laat alle volken zich verblijden,
want U regeert in ieder land.
U zult de naties eerlijk leiden;
het recht is veilig in uw hand.
refrein allen:
Laat elk volk U prijzen,
U de eer bewijzen;
zeggen: God is goed!
Laat de wereld zingen
van de grote dingen
die U deed en doet.

vrouwen
3. De oogst was goed! God liet hem rijpen,
Hij zegent wat er groeit en leeft.
Laat zelfs het verste volk begrijpen
dat U alleen ons zegen geeft.
refrein allen:
Laat elk volk U prijzen,
U de eer bewijzen;
zeggen: God is goed!
Laat de wereld zingen
van de grote dingen
die U deed en doet.

Moment van stilte en gebed

Votum: Ps. 121: 1

Ik sla mijn ogen op en zie
de hoge bergen aan,
waar komt mijn hulp vandaan?
Mijn hulp is van mijn Here, die
dit alles heeft geschapen.
Mijn herder zal niet slapen

Groet en amen
Zingen: Ps. 34: 1 (GK) ‘Ik zing voor God de HEER’
Gebed
Bijbellezing: Psalm 34
Zingen: Ps. 34: 3 (GK) ‘des HEREN Engel schaart zich als een grote legermacht

Overdenking over Psalm 34: 9 ‘Gods goedheid (laten) proeven’

Zingen: Ps. 36: 2 Levensliederen

Uw liefde, HEER, gaat hemelhoog.
Uw trouw reikt tot de regenboog.
Uw recht staat als de bergen.
Uw inzicht is oneindig diep.
U redt de mensen die u schiep
en blijft het dier beschermen.
Uw liefde is zo kostbaar, God!
De mensheid neemt haar toevlucht tot
de schaduw van uw vleugels.
Bij u doen mensen zich tegoed.
U lest hun dorst met overvloed,
zij delen in uw vreugde.

Gebed
Collecte
Geloofsbelijdenis zingen: Gz. 161: 1-4 GK ‘Heer, U bent mijn leven’
Zegen
Amen
Zingen: NLB 425 ‘Vervuld van uw zegen’

Gemeente van onze Heer,

Het was weer goed van eten en drinken vandaag, er was veel te proeven.
Daar hebben we hopelijk de goedheid van God onze Vader in geproefd.
En dat ook in goede ontmoetingen en mooie gesprekken, en in de diensten
die we samen mogen vieren vandaag en de komende maanden ook weer.

Eerst even proeven!
Doe je als je eten aan het maken bent: is het gaar, is het goed gekruid?
Doe je als probeert je kind te laten wennen aan wat hij niet zo lekker vindt
of zij niet durft eten omdat ze het niet kent: proef maar, een klein beetje maar.
In de hoop dat het meevalt en zoon of dochter de smaak te pakken krijgt.
Ook volwassenen willen soms eerst eens uitproberen en vergelijken.
Voor van alles en nog wat worden proeverijen georganiseerd: wijn, bier, kaas….
Want er zijn zoveel verschillende smaken en er is voor elk wat wils……
Geen probleem want een oud gezegde is al dat over smaak niet valt te twisten,
al gebeurt dat vaak wel, als jouw smaak de maat wordt om anderen te meten.

Zonder veel moeite kun je dat overbrengen naar het geloof en naar de kerk.
Er zijn heel wat uiteenlopende ‘geloven’ in de aanbieding tegenwoordig.
En op het christelijk erf kun je uit veel kerkelijke smaken kiezen: van strak en
streng oud gereformeerd tot en met uitbundig evangelisch, van hoogkerkelijk katholiek met latijnse gezangen tot heel informeel samenzijn in een huiskamer.
En over al die smaken wordt heel wat afgetwist en tegen elkaar op geconcurreerd.
Terwijl dat gebeurt in een samenleving waarin de grote massa van de mensen
helemaal geen trek meer heeft in een van die smaken: omdat onbekend onbemind
maakt, of omdat wat met de paplepel ingegoten werd de strot is uitgekomen, of
omdat alles wat smaakt naar God en Bijbel en kerk een bittere nasmaak achterliet,
en ze helemaal klaar zijn met al dat twisten over wat kleine smaakverschillen lijken.

Vandaag is het in veel kerken net als bij ons startzondag, en vanuit de PKN is een initiatief gestart dat Kerkproeverij heet, een thema dat ook door CGK en GKV en nog andere kerken landelijk is opgepakt, met de bedoeling dat je iemand die je al wat beter kent uitnodigt eens mee te gaan naar je eigen kerk om zo – misschien voor
het eerst of na heel lange tijd toch weer eens – iets te proeven van het geloof.
Waar natuurlijk wel voor nodig is dat jouw gemeente – onze gemeente – goed nadenkt over hoe gastvrij je bent als kerk, en wat je die kerkproever te bieden
hebt: hoe kun je die gast laten proeven dat het goed is bij God, en bij ons, te zijn?

Het is best een mooi beeld voor het laten kennismaken met geloven en kerk-zijn:
eerst even proeven, gewoon als vrijblijvende kennismaking, in de hoop dat het
goed valt en naar meer gaat smaken – en dat zonder een bittere nasmaak door
nare ervaringen met kerkmensen of door claimgedrag, betwerij, veroordeling.
En wat ook niet helpt is over smaken te twisten: wij zijn goed, en zij zijn fout.

Een les om ook mee te nemen als binnenkort weer een Alphacursus begint.
Juist de opzet van de Alphacursus biedt plek aan een bonte variatie aan smaken.
De cursus wordt gegeven vanuit diverse kerken en geloofsgemeenschappen:
katholiek, gereformeerd, evangelisch, pinkstergemeente, en nog veel meer.
Ieder zal eigen accenten leggen, en dat mag, de basis is steeds dezelfde:
een open Bijbel, Jezus Christus als Redder en Heer, God als de Schepper en
als onze Vader door Christus, de Heilige Geest, en een hoopvolle toekomst.

Met niet als doel dat wie met de cursus gaat meedoen aan het eind van de rit
zich bekeert, belijdenis doet of gedoopt wordt, en dan lid wordt van ‘onze’ kerk.
Soms gebeurt dat en dat is prachtig natuurlijk maar het moet niet als een verborgen agenda boven de markt hangen, waarna als het allemaal niet gebeurt en niemand zich na de cursus meldt bij de kerk, we teleurgesteld zijn omdat al die avonden niets hebben opgeleverd en we denken: waar hebben we het allemaal voor gedaan?
Nee, het zou mooi zijn – en laten we daar op inzetten en daarom bidden en daar ook
zelf alles aan doen – dat wijzelf en die ander iets mag proeven van Gods goedheid.
Dat kan alleen als wijzelf – onze houding, ons praten, ons doen en laten – smaken
naar de goedheid en de liefde van God, als Jezus in en door ons herkenbaar is.
Als je jezelf hebt geproefd, hebt ervaren, dat God goed voor je is en geweest is,
kun je dat ook anderen doorgeven en voorleven – is dat van je af te lezen en door
wat je zegt te horen – zoals Petrus erover schreef: “Voert u het woord, laat dan Gods
woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht
die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus”.
Dat staat in diezelfde brief waarin Petrus teruggrijpt op wat David zong in Psalm 34,
over het proeven van Gods goedheid: “verlang als pasgeboren zuigelingen naar de
zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor groeit en uw redding bereikt. U hebt
toch ondervonden hoe goed de Heer is? “ (dat staat in 1 Petrus 2: 2 en 3). God is zo
goed voor mensen als wij, dat Hij ons verzorgt en beschermt en ons wil redden – dat
maakt ons leven anders en als het goed is, merken –proeven– mensen dat aan ons.

.“Proef, en zie dat de HEER goed is”.
Iemand noemt het de mooiste en aantrekkelijkste zin van heel deze psalm.
En wijst erop dat als Petrus juist deze zin aanhaalt in zijn brief, hij voor dat woord
‘goed’ het Griekse woord chrestos gebruikt, dat bijna net zo klinkt als christos.
Misschien toevallig, misschien een opzettelijke woordspeling want door wie is de goedheid en de liefde van God meer zichtbaar geworden dan in Jezus Christus?
En hoe kun je beter Gods goedheid proeven dan door je te laten inspireren en leiden door de liefde van God die in Jezus vlees en bloed werd en die Jezus voorleefde?
Als je zo echt christen bent en als de gemeente echt Christus belichaamt en iets van die liefde van God in Christus uitstraalt, als dat te proeven is als je samen en met hopelijk weer nieuwe deelnemers de Alphacursus gaat volgende de komende weken, dan mag je de zegen van de Heer verwachten, ongeacht wat de resultaten zijn.
Dan hoef je ook niet over verschil in smaak te twisten – erover praten mag natuurlijk- want uiteindelijk gaat het niet om wie in onze ogen goede of slechte smaak heeft maar of wij en die ander die God met ons in contact brengt en die wij hopelijk in contact met God kunnen brengen, of wij en die ander Gods goedheid mag proeven.
Ergens anders in de Bijbel heet dat proeven van de hemelse gave, van het goede
dat God mensen geven wil, en dat een mensenleven goed en mooi kan maken.

Nou, en daarom is er die uitnodiging: aan uw en jouw adres en via ons aan ieder
die het maar wil horen, om dan ook met alles wat je bent en hebt, en vooral ook
met al je vragen en je zorgen, je twijfels en je sores, je verdriet en je pijn, en ook
met al je oude zeer en nare ervaringen, te schuilen bij God – de enige bij wie je echt veilig bent – want hoe goed het vaak is bij mensen, je wordt ook soms teleurgesteld.
Als David hier uitroept: gelukkig de mens die schuilt bij de HEER – zit daar ook achter dat hij er pijnlijk achter was gekomen dat vertrouwen op mensen maar al te vaak teleurstellingen oplevert: Saul zat hem overal achterna, hij was op het nippertje ontsnapt aan de Filistijnen, en terug in eigen land wilden zijn volksgenoten hem aan
Saul uitleveren – hoe waar is het psalmvers dat het middelste vers van de hele Bijbel schijnt te zijn: “Beter te schuilen bij de HEER dan te vertrouwen op de mensen. Beter te schuilen bij de HEER dan te vertrouwen op mannen met macht”” (Psalm 118: 8).
Hoe actueel is het in een steeds gevaarlijker wordende wereld vol machtsstrijd….

Ja, en hoe mooi zou het zijn als christenen en als de kerk die veiligheid zou bieden.
Als mensen merken dat wij ons bij God veilig voelen en zich bij ons welkom voelen,
hoe ze ook zijn en wat ze ook denken en wat ze ook allemaal achter de rug hebben.
Dat wij ze laten proeven dat het goed is om bij God te schuilen en geliefd te zijn, en dat zonder voorwaarden vooraf of achteraf, zonder vooroordelen, en zonder dat ze bij ons reserves proeven of een verborgen agenda of allerlei eigen bijsmaken.
Dan wordt het een mooie tijd samen, en komen er ‘smakelijke’ kerkdiensten en bijbelstudie-avonden, catechisaties en bijbelstudies, bezoeken, en..Alpha-avonden.
Waarin we mogen proeven en elkaar en anderen laten proeven dat God goed is!

amen

Psalm 36: 7 : God redt ook de dieren

Liturgie avonddienst zondag 6 augustus 2017

Welkom
Zingen: Ps. 8: 1,2 Levensliederen ‘HEER, onze Heer, hoe machtig…’

1. HEER, onze Heer, hoe machtig, mooi en sprekend
hebt u uw naam op aarde uitgetekend!
Vol glans en glorie, macht en majesteit,
uw hemelhoge pracht blinkt wereldwijd!

2. Maar u gebruikt het praten van een kleuter,
de eerste kleine woordjes van een peuter,
en zet daarmee de vijand buitenspel.
Wie zich verzetten komen in de knel.

Stilte en persoonlijk gebed

Votum en groet

Zingen: Ps. 8: 3,4,5,6 LL ‘Wanneer mijn ogen langs de hemel dwalen’

3. Wanneer mijn ogen langs de hemel dwalen,
zie ik de maan, de sterren die daar stralen –
wat is de mens dan dat u met hem leeft,
de mensenzoon dat u hem aandacht geeft?

4. U hebt hem bijna hemelhoog verheven,
een kroon van eer en majesteit gegeven,
de schepping hebt u aan hem toevertrouwd,
het kunstwerk dat door u is opgebouwd:

5. het vee, met schapen, geiten, koeien, stieren,
en zelfs de ongetemde, wilde dieren,
de vogels in de lucht, ze vliegen mee
met alles wat zijn weg vindt in de zee.

6. HEER, onze Heer, hoe machtig, mooi en sprekend
hebt u uw naam op aarde uitgetekend!
Vol glans en glorie, macht en majesteit,
uw hemelhoge pracht blinkt wereldwijd!

Gebed

Schriftlezing: Genesis 1: 20-28 en 2: 15

Zingen: Ps. 104: 3,7,8 ‘Uw bronnen zenden beken in het dal’

Schriftlezing: Romeinen 8: 18-25

Zingen: Gz. 435: 3,5 LvdK ‘Zie ons lijden, Heer, tezamen’

Schriftlezing: Psalm 36

Zingen: Ps. 36: 3 GK ‘Bij U, HEER, is de levensbron’

Verkondiging: Psalm 36: 7b ‘God redt ook de dieren’
Zingen: Ps. 36: 2 GK ‘Uw goedheid, Heer, is hemelhoog’

Gebed
Collecte

Geloofsbelijdenis (staande)
Zingen: Gz. 28: 1,2,3 GK ‘Eens zal er vrede zijn’

Zegen
Amen: Gz. 456: 3 LvdK ‘Amen, amen, amen’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Nee, dit wordt niet een propagandapreek voor de Partij voor de Dieren, en ook niet een protest tegen megastallen, de bioindustrie of tegen het kopen van plofkippen.
Daar is de preekstoel de plek niet voor; ik heb ook te weinig verstand van alles wat speelt in de complexe afwegingen tussen economie en milieu, de gezondheid van de mensen en het welzijn van dieren – en wie weet precies wat een dier voelt en lijdt…?

Het is wel goed dat mede als gevolg van achtereenvolgende ziekten onder dieren als varkenspest en vogelgriep –met ook gevolgen voor mensen en angst onder mensen-
de manier waarop met dieren wordt omgegaan stevig op de agenda is gezet, ook al ging de aandacht vooral uit naar de gevolgen voor de volksgezondheid en naar de economische schade en ook naar de emotionele beschadiging’ van de getroffen veehouders, en naar de schade voor de economie als geheel, en naar wat gebeuren moest en zal moeten om zulke rampen in te perken en herhaling tegen te gaan.
Maar gelukkig was ook een gunstig gevolg dat allerlei maatregelen genomen werden om te komen tot een betere behandeling van dieren, ook al is dat niet voldoende en blijven allerlei actiegroepen ageren tegen allerlei vormen van wat zij zien – soms terecht – als mishandeling en uitbuiting van dieren.

Nou, en dat mag ons als christenen, als bijbellezers, toch wel extra ter harte gaan.
Want God geeft de mens wel de regeermacht over de dieren gegeven en daarom ook het recht om van dieren gebruik te maken om te eten en te leven – we komen erop terug zo meteen – maar zoals van de schepping als geheel geldt ook van het dier dat regeren niet is als een dictator uitbuiten en zelfs uitroeien – God zegt: bewerken én bewaren, ervoor zorgen – zo staat dat in Gen. 2: 15 als opdracht die God aan de eerste mensen geeft als Hij ze in de proeftuin Eden aan het werk zet.
Dan is het goed dat massale ziekteuitbraken onder het vee en andere ellende als stropen van olifanten en neushoorns, mishandeling van huisdieren, en dreigend uitsterven van bedreigde diersoorten de ogen openen voor een wereld waarin alles draait om steeds hogere productie, steeds grotere winsten, en brute geldzucht, ten koste van onze medeschepselen als vee, wilde dieren, en ook vogels en vissen.

Zoals in de bijbel heel wat bepalingen staan ter bescherming van dieren: de sabbat als rustdag ook voor trekdier en lastdier (dat ook op sabbat te drinken en te vreten kreeg) de dorsende os die recht op zijn voer had, elke zeven jaar kreeg het land rust en mochten de dieren eten van wat vanzelf op de akkers groeide, God die zelfs oog heeft voor het musje dat uit het nest valt en de ooievaar en de zwaluw die feilloos de weg weten als de vogeltrek er weer aan komt, als voorbeeld stelt aan de mens die zo vaak de weg kwijt is en niet rekent met de goede leefregels van God hun Schepper.
En aan de ijver en orde in een mierenkolonie kunnen mensen een voorbeeld nemen
In Spreuken12:10 staat: “Goede mensen zorgen goed voor hun vee – of hun huisdier mag je gerust voor jezelf invullen – maar slechte mensen behandelen hun dieren slecht”- dat is zoiets als: laat zien hoe je omgaat met je dieren,dat zegt veel over
wie je zelf bent, over hoe je in het leven staat, over wat je doet met wat God geeft.
Ja, want zoals we allemaal weten, is in die schepping waarvan God zei ‘kijk eens wat goed!’ door de zonde van ons mensen heel veel scheef gegroeid en verwoest – ook ten koste van dieren.Psalm 36 tekent angstaanjagend hoe de mens die geen respect heeft voor God van kwaad tot erger doorholt, tot schade ook van zijn medemens en van zijn leefwereld.

Gelukkig dat de HEER trouw is – zo hoog als de hemel en zo diep als de oceaan – aan wat Hij maakte. Het is geweldig te lezen en elke zondag te horen dat God door Jezus zondaren redt uit hun nood. Maar neem dat evangelie dan ook mee naar de wei en naar de stal, naar de sloot en naar de zee, naar je achtertuin en naar de jungle: U HEER, bent de redder van mens én dier!

God redt ook de dieren
1. die Hij met ons en voor ons heeft geschapen
2. die door onze schuld lijden onder de vloek
3. die met ons mogen delen in het complete herstel

1. God redt ook de dieren die Hij met ons en voor ons heeft geschapen.

Met opzet zeg ik het zo: de dieren zijn met ons en voor ons mensen geschapen.
In die volgorde graag, anders zouden we zomaar één kant op ontsporen: dieren zijn er voor de mensen, en nog een stapje verder: ach, het zijn maar dieren!

Zeker, het is waar dat God de mens de taak geeft over de dieren te regeren.
Adam gaf de dieren die God langs hem liet paraderen, elk een eigen typerende naam. Dat geeft niet alleen zijn doorzicht en wijsheid aan, maar ook zijn zeggenschap. We hebben ervan gezongen dat de dieren te land ter zee en in de lucht de mens moeten erkennen als hun koning – als regeerder onder en met God.
Nou, en dat komt onder andere hierin uit dat mensen over dieren beschikken mogen.
God heeft daar zelf op meer dan één plaats en manier toestemming voor gegeven.
Zo hebben mensen van oeroude tijden af dieren ingezet als trekdier voor karren en wagens en voor de ploeg, deden dieren (ezels, kamelen, paarden) dienst als een soort vrachtwagen. Maar ook heel nadrukkelijk kreeg de mens de beschikking over dieren om hun melk te drinken, hun vlees te eten, of hun huid te gebruiken voor kleding of gebruiksvoorwerpen. God zelf gaf Adam en Eva dierenhuid als kleding.
Vissen worden met de hengel of het net gevangen en belanden vervolgens in de pan, ook meer dan een vogelsoort is geliefd voor het vlees, eieren worden in massa geconsumeerd….en niet te vergeten: hoeveel dieren zijn niet geslacht en verbrand, als offer aan God…?

Wat dat betreft kun je de bijbel niet naar je toetrekken voor een overspannen soort van dierenbescherming die eigenlijk alle jagen en vissen wil verbieden en al te makkelijk het woord ‘zielig’ uit de kast haalt om ons medelijden op te wekken met al dat dierenleed. Dieren met een smekende blik of tranen in de ogen zijn echt onzin: dieren zijn geen mensen.

Ja, maar toch zet ik met opzet voorop dat dieren geschapen zijn samen met de mensen. En de Bijbel verbiedt vlees met bloed erin te eten omdat in dat bloed ziel is, het leven is – dieren hebben dus ook – maar anders dan de mens – ‘ziel’=leven.
Prof Ohmann, de vroegere hoogleraar OT in Kampen, schreef ooit met de voor hem kenmerkende humor over een streng gelovige boer die het niet de nauw nam met de behandeling van zijn vee en zei dat een dier geen ziel te verliezen heeft, en elke zondag luid kermde over zijn eigen ziel – daar klopt natuurlijk weinig van,
want de Bijbel is er duidelijk over dat ook dieren van God leven en adem krijgen, en dat wij daarom de taak hebben ook voor die schepselen van God goed te zorgen.
We hebben gelezen hoe God zelfs eerst de dieren en toen pas de mens heeft geschapen, en dat echt niet om die mens de vrije hand te geven die dieren meteen weer uit te roeien. Nee, als je deze aarde het woonhuis van de mensen kunt noemen, dan zijn eigenlijk alle dieren, wilde en getemde, tot de vogels en vissen toe, huisdieren. Ook al kenden ze in de tijd van Bijbel geen huisdieren zoals wij die kennen, was een hond een veracht straatbeest en werden vogels gevangen niet om ze in een kooi te laten fluiten maar om ze op te eten – en werden wilde dieren niet gehouden in een dierentuin of safaripark maar gejaagd om vlees op tafel te krijgen

Toch heeft de uitlegger ook gelijk die opmerkt: de dieren zijn medebewoners van datzelfde huis ‘aarde’ en ook de dieren spelen hun rol in de geschiedenis van de mensen en van deze aarde – of dat nu was als strijdros of als schoothondje, als huismussen of als postduiven….. Je moet er toch ook niet aan denken dat je in een wereld zou leven zonder één dier…? Het was de Schepper er niet alleen om te doen dat de mensen heel de aarde zouden bevolken, maar Hij zei ook en zelfs eerst: dat de wateren wemelen van levende wezens – dus kan het leegvissen van de zeeën en oceanen dus nooit de bedoeling zijn – en God zei in één adem: Ik wil dat boven de aarde, in de lucht, vogels vliegen – en dus is het triest dat zoveel soorten hier niet meer voorkomen of zelfs helemaal zijn uitgeroeid.

Iemand schreef terecht dat het dier na de mens het mooiste is dat God heeft geschapen U kent mischien ook wel dat kinderliedje: alles is door God geschapen, herten, mieren, vissen, apen, ook de havik die kan zweven….ja maar ook uw hond, jouw konijn of cavia, dat sterke paard maar net zo dat kleine spinnetje dat je zo eng vindt, of die muis waar u zo bang voor bent….die vlinders in de tuin en kikker in de sloot. Al die dieren horen er gewoon onlosmakelijk bij, en hebben hun eigen taak en betekenis, allereerst tot eer van God die ook hun Maker en Verzorger is – lees en zing maar psalm 104 – en om dat woonhuis van God met ons en voor ons mooi en leefbaar en levendig te maken: wat een feest als al die vogels fluiten op een mooie lentedag, als pas geboren lammetjes in de wei ronddartelen, en eendekuikens achter moeder aanzwemmen, als je hond je blaffend verwelkomt, als op een zomeravond ineens een vleermuis langsschicht, als je peuter speelt met een konijntje, of als je samen in de dierentuin zoveel moois uit zoveel landen bij elkaar ziet….wonderlijk gemaakt!! Kijk, en zou God daar niet van genieten – en graag zien dat wij samen met Hem genieten? Het kan daarom niet anders dat God mens en dier verlost – zo lief heeft God zijn wereld, zijn schepping!

2. God redt ook de dieren die door onze schuld lijden onder de vloek.

Het is al erg genoeg: door God geschapen mensen die van hun God weglopen en tegen Hem kiezen. Daar staat – God had het van te voren gezegd – de doodstraf op: en dood is voorgoed Het Leven missen.Dan schrompelt je bestaan in elkaar tot korter of langer tobben en zwoegen en een beetje genieten, totdat de dood erop volgt en alles wat je bij elkaar gewerkt en geschraapt had, compleet wegvalt. Want dood is meer dan niet meer ademen, dood is onvruchtbaar zijn, op jezelf staan, verlept, verdord. Dood is wat Jezus zegt: de rank los van de wijnstok die zijn leven is, die dode tak wordt opgeruimd. Dat gebeurt – door eigen schuld – met die mens die de kroon op Gods schepping was, die mens die als zaakwaarnemer en bedrijfsleider aangesteld was over alles wat God gemaakt had en die na zijn weigering voortaan het bedrijf voor God te beheren en voor zichzelf te beginnen, alles wat hem in handen was gegeven en onder zijn voeten was gelegd, meesleept de vernieling in. Hoor nog een keer Jezus de Zoon: zonder Mij, en dus zonder mijn Vader, kun je niks doen. Zonde, dat is juist dat: je wilt je leven en je leefwereld runnen zonder deze Vader, tegen Hem in. Zonde is dat de mens zelf de dienst uitmaakt en beslist wat goed en is wat kwaad iNou, en dat heeft de mens geweten en dat voelen zijn medeschepselen tot vandaag aan den lijve. Want als de mens zelf de dienst uitmaakt, wordt dat zomaar dat alles die mens moet dienen. Egoïsme, eigenbelang, geld verdienen, winst maken, daar gaat alles in deze wereld om draaien…en wat en wie dat eigenbelang in de weg staan, moet aan de kant. Gevolg is al die narigheid die door de geschiedenis heen zoveel ellende en verwoesting gebracht hebben: haat en nijd, moord, oorlogen, maar ook uitbuiting van de hulpbronnen, vervuiling van lucht en water en bodem,
rigoureus afschieten van dieren voor hun huid of hun slagtanden, opruimen van oerwouden….Op dat alles slaat wat Paulus het kreunen en zuchten van de schepping noemt, door onze schuld…

Het is te goedkoop en ook oneerlijk dan naar bepaalde mensen of landen te kijken – zoals je ook niet de individuele boer de schuld kunt geven van de nadelen van intensieve veehouderij – waar wij met elkaar voor hebben gekozen en graag van profiteren en niet zomaar een alternatief voor hebben – en ook niet bereid zijn veel meer te gaan betalen voor onze melk of ons vlees…. Nee, we moeten ons er samen schuldig over gaan voelen en verantwoordelijk voor weten, allereerst tegenover de Heer die het allemaal geschapen heeft en aan onze zorgen toevertrouwt, en dan ook tegenover onze medemensen en andere medeschepselen, dus ook tegenover de dieren.

Dat begint bij het zelf goed zorgen voor dieren die aan onze zorgen zijn toevertrouwd: of dat nou uw hond of kat is, je konijn of cavia, je goudvissen, de dieren die je in de natuur tegenkomt en die je niet moet opjagen en geen pijn moet doen, de vogels in de winter die je voert….en het wordt wereldwijd in zorg voor bedreigde diersoorten (b.v. door het WNF en anderen), het tegengaan van overbevissing, het inperken van de jacht, het sparen van leefgebieden van wild,
en net zo goed het nadenken over een andere en betere manier van veeteelt en veevervoer….en dat niet alleen uit voordeel voor de mens maar ook uit respect voor onze medeschepselen.

Vreselijk wat vaak met dieren wordt gedaan, uit wreedheid of gemakzucht of eigenbelang: de hond die wordt gedumpt in het bos omdat de baas met vakantie gaat, dieren van een kinderboerderij die worden mishandeld en afgemaakt, vee dat nooit een straaltje zonlicht ziet en alleen melkmachine is, olifanten die worden afgeslacht om hun slagtanden, exotische dieren in een kooi of een flatje…..ook dat zijn zonden die God boos maken, en waar Hij de daders op zal aanspreken.

Ja, want God die alles maakte heeft hart voor zijn ensen maar ook hart voor zijn dieren. Ik denk weer aan dat slot van Jona waar God de ontdekkende vraag stelt: zou Ik niet begaan zijn met Ninevé, die stad waar zoveel mensen wonen, maar ook niet te vergeten zoveel dieren?

3. God redt ook de dieren die met ons mogen delen in het complete herstel.

Ook de dieren worden al te vaak meegesleept in het verderf dat onze schuld is.
Heel concreet is dat b.v. geworden in de zondvloed: mensen en dieren zijn verdronken. Maar ook toen maakte God al waar: mensen en dieren ga Ik redden.

Behalve Noach en zijn gezin gingen van elke diersoort een paartje mee de ark in.
Niet alleen omdat de mensen straks iets te eten en iets te offeren moesten hebben.
Maar ook omdat God verder wilde niet alleen met de mensen maar ook met de dieren. Omdat God niet laat kapot gaan wat Hij met eigen handen zo mooi had gemaakt. En zo zal het blijven en zal het eens voorgoed compleet worden:
HERE, U bent de redder van mens én dier.

Je mag in alle voorzichtigheid maar toch overtuigd geloven: Jezus is ook gestorven voor de dieren. Nee, niet omdat die dieren gezondigd hebben zodat Gods Zoon zijn leven ervoor moet geven. Wel omdat de Heiland zelf zegt dat God zijn wereld, zijn kosmos, zo lief heeft, dat Hij zijn eigen enige Zoon gegeven heeft – en ja dan staat er bij ‘opdat een ieder die gelooft (en dan gaat het om mensen) niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Maar betrek er dan toch maar meteen dat geweldige Romeinen 8 bij, over heel de schepping die in al haar delen zucht en reikhalzend uitkijkt naar de complete verlossing van Gods kinderen – daar profiteren ook de dieren van mee.

Mag mijn hondje mee naar de hemel, vraagt een doodziek kind dat sterven gaat?
Is er ook een poezenhemel, vraagt het meisje dat veel van katten houdt?
Daar kun je het beste maar een kinderlijk antwoord op geven: dat weet ik niet, maar het is er vast en zeker geweldig fijn!

De bijbel tekent wel de nieuwe aarde als een nieuwe schepping, met daarin dieren:
de koe en de berin die goeie maatjes zijn, de leeuw die gras eet en geen prooi meer doodt, het kind dat zelfs voor een slang niet meer bang hoeft te zijn laat staan voor een spin of een mug- en vooral: niemand die meer kwaad doet of slechte dingen uithaalt, ook niet met dieren….

Zou dat van die dieren alleen maar beeldspraak zijn? Of is de nieuwe aarde nog meer dan nu schitterend ook vanwege al die vogels en vissen, die koeien in de wei, die eenden in de vijver….

Ik weet het eigenlijk wel zeker omdat God heel zijn schepping herstelt: kijk eens hoe gaaf!! Een schepping waar geen zonde meer is en alle kwaad voorgoed van de aardbodem verdwenen is. En waar het dus goed leven is en genieten voor mens en dier. Dat zal wat zijn! Echt gaaf!

Ja, zelfs nu al mag je er iets van zien, overal waar mensen schuilen bij de Here,
en waar uit respect en liefde voor de Schepper aan wie we ons leven te danken hebben, we ook goed zijn voor mens en dier. Want wie woont bij de HEER, die heeft het goed!

amen

1 Petrus 1: ‘Vreemdelingen en priesters’

Liturgie toerustingsdienst zondag 2 juli 2017

Zingen: Ps. 95: 1,3 LvdK ‘Steekt nu voor God de loftrompet’
Votum en groet
Stilte en persoonlijk gebed
Zingen: Ps. 105: 3,4,5 LvdK ‘God, die zich aan ons openbaarde’
Gebed
Schriftlezing: 1 Petrus 1: 1-2 en 14-21 ; 2: 1-12; 3: 13-17
Zingen: Ps. 119: 7, 16, 30 ‘Zegen uw knecht die Gij uw wil gebiedt’
Verkondiging: ‘Vreemdelingen en priesters’
Zingen: ZG 213: 1,2, 3 ‘Dit huis, een herberg onderweg’

1. Dit huis, een herberg onderweg voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden, een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt, weet hoe Gods liefde harten heelt.

2. Dit huis, waarin een gastheer is wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven: een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad struikelt en langer niet wil leven –
plaats tegen de neerslachtigheid, een pleister van barmhartigheid.

3. Dit huis, met liefde opgebouwd, dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase; hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht, hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend al wie binnengaat en hier zijn lasten liggen laat.

Geloofsbelijdenis
Zingen: Gz. 115: 1,2 GK ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 316: 1,2,5,6 LvdK ‘Blijf bij ons, Jezus, onze Heer’
Zegen
Amen: NLB 425 ‘Vervuld van uw zegen’

Vervuld van uw zegen gaan wij onze wegen
van hier, uit dit huis waar uw stem wordt gehoord
in Christus verbonden tezamen gezonden
op weg in een wereld die wacht op uw woord
Om daar in genade uw woorden als zaden
te zaaien tot diep in het donkerste dal
door liefde gedreven om wie met ons leven
uw zegen te brengen die vrucht dragen zal

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

‘Vreemdelingen en priesters’.
Het is de titel van een boek van Stefan Paas, die professor is aan de VU in Amsterdam en de TU in Kampen, en ook ouderling van ViaNova in Amsterdam.
De ondertitel van dat boek uit 2015 is ‘Christelijke missie in een postchristelijke omgeving’, en het gaat erover hoe je als kerk en als christenen nog iets kunt betekenen in een samenleving waarin mensen steeds minder geïnteresseerd lijken te zijn in het christelijk geloof; hoe kun je de brug slaan naar die andersdenkenden?

Nou gaan we niet dit boek bespreken vanavond, maar die titel is ontleend aan wat Paas terecht aanwijst als de rode draad in de eerste brief van Petrus; in de laatste hoofdstukken van het boek gaat de schrijver in op de kernboodschap van die brief.
Petrus noemt enkele keren zijn lezers met nadruk ‘vreemdelingen’, mensen die toen ze tot geloof in Jezus zijn gekomen een ander leven gekregen hebben en daardoor
in allerlei opzichten vervreemd zijn geraakt van hun eerder zo vertrouwde omgeving.
Wat kan voelen als een bedreiging maar wat Petrus aanwijst als een uitdaging: leef midden in een wereld van anders-gelovigen en ongelovigen een goed leven zodat
de laster en beschuldigingen verstommen en mensen aan het denken gezet worden.
En als er zijn die nieuwsgierig zijn naar wat je drijft of je aanspreken op je gedrag of je geloof, kruip dan niet in je schulp en bijt ook niet van je af maar sta ervoor open je te verantwoorden maar wel vriendelijk en vol respect – profetisch duidelijk zijn gaat
als het goed is samen met priesterlijk bewogen zijn – biddend, werkend, zegenend.

Vreemdelingen en priesters

1. Vervreemding
2. Uitdaging
3. Verantwoording

1. Vervreemding

Bent u wel eens op vakantie geweest in een land met een totaal andere taal en cultuur: waar je niemand verstaat, de borden met straatnamen en de opschriften op de winkels in een onleesbaar schrift, en met heel andere gewoonten en eetcultuur?
Interessant natuurlijk maar ook een gevoel van ‘een kat in een vreemd pakhuis’, zelfs een gevoel van je verloren voelen en verward,en wat moet je als er een probleem is?

Minder zwaar maar toch ook wel met zulke gevoelens kan het zijn als je ineens in een gezelschap belandt waar je niemand kent en niemand echt jou erbij betrekt; of op je eentje in een kerk waar je niemand kent en niemand een praatje met je maakt..
Of – een laatste voorbeeld – je komt na jaren terug in het dorp waar je ooit woonde en waar bijna alles veranderd is: nieuwe wijken, andere wegen, veel ouds gesloopt.
Zomaar wat voorbeelden van je vreemd en verloren voelen, zonder verbondenheid.
Dichterbij wat we in die brief van Petrus gelezen hebben: je werkt als enige christen op een afdeling, of in een klas of studiegroep, en hoe aardig je collega’s of studie-genoten ook zijn, je merkt dat ze niet begrijpen wat jou beweegt: dat je gelooft, dat je andere dingen doet op zondag dan die anderen, en je ervaart soms grote afstand als het gaat over dingen die spelen in de samenleving: kijk op vluchtelingen, vragen vn leven en dood – en zomaar wordt schamper gedaan over mensen die ‘nog geloven’.
De brief van Petrus waaruit we een paar stukjes hebben gelezen hebben, is in eerste instantie geschreven aan mensen die de schrijver aanduidt als ‘de uitverkorenen die
als vreemdelingen verspreid wonen in…’en dan komen provincies langs van wat toen Klein-Azië heette en nu West-Turkije is – in sommige oudere vertalingen worden ze ‘vreemdelingen in de verstrooiing’ genoemd, en dan valt het woord diaspora, dat ook vaak gebruikt wordt voor gebieden waarin Joden in die tijd waren uitgezwermd, buiten het eigen land en de eigen vertrouwde omgeving, als vaak bedreigde minderheid maar ook met de boodschap van de levende God voor zijn wereld.

Nou, diezelfde termen en datzelfde beeld gebruikt Petrus hier voor over een groot gebied verspreid wonende gelovigen en gemeentetjes die dagelijks de druk ervaren van een omgeving waar ze nu ze tot geloof in Jezus gekomen zijn zich niet meer zo thuis voelen en vaak ook niet meer geaccepteerd en gerespecteerd voelen, en als je deze brief op je in laat werken, zelfs vijandig bejegend werden en neergezet als niet meer loyale burgers, dwarsliggers die zich apart gedragen en ineens zo anders zijn.
Een uitlegger schrijft: “Hoezeer de gelovige ook in de samenleving is ingeburgerd,
hij blijft zich vreemd voelen temidden van zijn medeburgers. Omgekeerd wordt de
christten vreemd gevonden”. Lees b.v. 4: 4: “De ongelovigen vinden het vreemd dat
jullie nu niet meer meedoen met hun slechte gedrag. En daarom vertellen ze slechte dinge over jullie. “ Nog een keer die uitlegger: “Wie door het christelijk geloof een ander mens geworden is, wordt niet meer herkend en niet langer geaccepteerd. Zoals de niet-jood altijd een vreemde bleef binnen de joodse gemeenschap, zo is het ook met de ‘niet-ongelovige’: hij hoort er niet meer bij. Christenen zijn hinderlijke dwarsliggers op het platgetreden pad”. Zoals Jezus ook als dwarsligger overkwam.

Petrus gebruikt er twee woorden voor die je vandaag zou kunnen vertalen als:
allochtoon, en ook wel: asielzoeker, vreemd in een onbekende omgeving, en ook zonder burgerrechten, met eigenlijk je wortels in waar je vaderland nog steeds is.
Ja, en dat wordt gezegd tegen mensen die misschien al heel hun leven wonen
waar ze geboren en getogen zijn, met een heel netwerk van familie en vrienden.
Totdat God ingreep en Jezus in hun leven kwam – Petrus noemt ze ‘uitverkoren’
vreemdelingen, mensen die door God geroepen zijn om samen zijn volk te zijn, en wat een verandering was dat: “jullie zijn door God uitgekozen, en jullie horen bij Hem. ..God heeft jullie uit de duisternis geroepen om te leven in zijn schitterende licht. Ooit waren jullie niet eens een volk. Nu zijn jullie het volk van God”. Heel bijzonder en een groot voorrecht, maar die verbondenheid aan God maakt dat je anders in het leven staat en anders gaat leven dan je tot dan toe gewend was en gewoon is om je heen.
Midden in de samenleving ontstaat een nieuwe gemeenschap van broers en zussen die samen die ene Vader hebben en elkaar tot steun mogen zijn, en elkaar des te meer nodig hebben, zoals Petrus schrijft in 2: 17: “heb uw broeders en zusters lief”.

Herkennen wij daar ook iets van, van die vervreemding, van dat anders zijn?
Stefan Paas schrijft: “Onze samenlevingen worden niet langer ingericht volgens christelijke principes en zijn er niet langer op gericht het leven voor christenen iets makkelijker te maken dan voor andere mensen. Soms zelfs het tegendeel” . En dat is wennen want we zijn aan bepaalde voorrechten gewend geraakt, maar we moeten niet denken dat die bevoorrechte positie normaal is of dat we er recht op te hebben.
Wat we meemaken gaat misschien weer lijken op hoe de christenen er in die eerste eeuw voor stonden, zoals we dat merken in die brief van Petrus: verbonden met God en onderweg naar zijn nieuwe wereld, en daarom vreemdelingen in deze wereld.
2. Uitdaging

Het kan zomaar voelen als bedreigend, en akelig: dat vreemdeling zijn.
Want we willen er toch graag bij horen, gezien worden, en gerespecteerd.
En als het ander is, hoe reageer je dan, hoe kun je daarmee dealen zeg maar?
Er zijn meerdere reacties mogelijk, van een terugtrekkende houding met je boek in de hoek en je geloof dan maar voor je houden voor achter huisdeur en kerkdeur,
en je daarbuiten gedeisd houden en zoveel mogelijk maar aanpassen – tot aan de andere kant geërgerd en gefrustreerd reageren van dat het toch wat is allemaal, en dat Nederland toch wel ver is weggezakt, en dat het hoog tijd is dat we als kerken en christenen van ons laten horen en op onze strepen staan – en positief vertaald wordt van alles ondernomen om al die mensen om ons heen die niet of niet meer geloven in God en Jezus en die de kerk ver van zich af duwen, te evangeliseren en als het kan, te bekeren, want we weten toch dat zonder geloof niemand wel vaart en dat
als het zo blijft die buurman of dat collegaatje verloren gaat, niet in de hemel komt,
en dat kan heel stressvol zijn want stel je voor dat ik die ander niet genoeg over het geloof heb verteld – en frustrerend want waarom levert al die evangelisatie zo weinig op en blijft het een druppel op een gloeiende plaat – mooi hoor dat er elke zondag
ruim 120 mensen zitten bij HartvoorHeerhugowaard maar wat stelt het voor als je bedenkt dat er bijna 60000 mensen in die groeistad wonen – hoe bereiken we die?

Stefan Paas probeert met zijn boek ons met beide benen op de grond te zetten:
wij kunnen en hoeven Nederland niet te bekeren, of een eigen christelijke cultuur
neer te zetten; als mensen van God en als kerk zijn er er vooral om God groot te maken en dienend in de samenleving bezig te zijn, en te laten zien hoe bevrijdend en hoe heilzaam het is om Jezus te volgen en goed te doen aan mensen om ons heen.
En juist dat is ook een rode draad in deze brief van Petrus: midden tussen mensen
die niet in God geloven en niet naar zijn normen leven, gewoon jezelf durven zijn:
niet in je schulp kruipen of je maar aanpassen en ook niet overal tegen zijn maar
een goede buur zijn en een betrouwbare collega, met respect voor wie leiding geven,
en desgevraagd open en eerlijk zijn over wat je drijft en voor wat en Wie je leeft.
Citaat: “Volgens de eerste brief van Petrus bestaat de kerk niet om de wereld te veranderen of om steeds groter te groeien. De kerk is er om ‘de grote daden van God te verkondigen’(2:9). En dat ook ten behoeve van de wereld die God nog niet of niet meer kent en niet met Hem rekent – als voorbidder voor alle mensen, als priesters.

Ik had het over een tweede rode draad in deze brief, naast die van bemoediging
bij beproevingen en zelfs lijden dat het apart zijn en anders zijn kan meebrengen.
Die tweede rode draad is die van betrokkenheid en verantwoordelijkheid bij de samenleving waarvan je deel uitmaakt: je straat, je stad of dorp, je land – lees
2:12: “Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen”.
En dat maakt de apostel dan concreet voor verschillende mensen en situaties: in huwelijk en gezin, op de werkvloer, in staat en maatschappij, kort samengevat in 2: 17: “Heb dus respect voor alle mensen. Houd van de andere christenen. Leef zoals God het wil, en eer de keizer”. Met de bemoediging dat God je zal beschermen.
Hoor ook 3: 16: “Misschien zullen ongelovigen slecht over je spreken, omdat je als een goede christen leeft. Maar God zal ervoor zorgen dat ze daar spijt van krijgen.”
Denk aan wat Jezus zei over de gemeente als licht voor de wereld: laat uw licht schijnen voor de mensen opdat ze uw goede daden zien en uw Vader erom eren.
Het is dus belangrijk om midden in het leven te staan en daar volop je in te zetten.
Dat is voor iedereen op de plek waar hij of zij woont en werkt, met de gaven en de mogelijkheden die God ons allemaal geeft, en de contacten die we mogen hebben.
Voor de een is dat een ban, voor de ander vrijwilligerswerk of school of studie, voor de ander een plek in de gemeenteraad of de Tweede Kamer of de regering, voor weer anderen hoe je je ziekte verwerkt of probeert met tegenslag te dealen….het zegt vaak meer over wat we geloven en hoe we in het leven staan dan een heleboel mooie woorden of prachtige liederen, of een uitgekiende evangelisatiecampagne.

Wat Petrus schrijft doet ook terugdenken aan een knecht van God eeuwen eerder.
Ik bedoel de profeet Jeremia die een brief schreef aan volksgenoten die waren weggevoerd naar Babel en daar zich vreemd voelden in een heidense cultuur.
Ze hielden zich eerst maar op de achtergrond want ze gingen toch weer gauw terug.
Maar dan schrijft Jeremia hen een brief om te vertellen dat het lang zou gaan duren en dat ze daarom maar in dat verre vreemde Babel een bestaan moesten opbouwen:
“Ik wil dat jullie daar huizen bouwen om in te wonen. En dat jullie daar het land gaan bewerken, zodat jullie van de opbrengst kunnen leven. Ik wil dat jullie trouwen en kinderen krijgen. En zorg ervoor dat jullie kinderen ook trouwen, zodat ook zij weer kinderen krijgen. Laat jullie groep niet kleiner worden, maar juist groter”. (Jer. 29: 5-6)
Ja, maar dat niet alleen uit eigenbelang, en ook niet als een afgesloten groep, maar volop betrokken bij al die medeburgers, en met volledige inzet voor de samenleving:
“Bid tot de HEER voor de stad waarheen Ik jullie weggvoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei. “ (Jeremia 29: 7). Petrus zit op diezelfde lijn als hij de verstrooide christenen in een heidense omgeving ertoe aanspoort zich niet terug te trekken maar zich te laten zien en zich in te zetten.
Een uitlegger zegt: “gelovigen hebben niets te verbergen, zij willen juist veel laten zien….voor het forum van de wereld laten christenen zien hoe het evangelie gewone mensen verandert in voorbeeldige mensen”…en dat tot zegen voor de samenleving.

En ja, dat is een uitdaging want gelovige mensen zijn gewone en dus beperkte en zondige mensen, vandaar ook in deze brief de waarschuwing om het kwade te mijden en te bestrijden, allereerst in eigen hart en eigen leven: “ontdoe u dus van alles wat slecht is, van alle bedrog en huichelarij, alle afgunst en kwaadsprekerij”
(2:1); en “ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens die uw ziel in gevaar brengen” (2:11); en: “het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goed doet, dan omdat men kwaad doet” (3: 17). De beste dienst aan God en aan de samenleving is wat staat in 3: 8 e.v.: elkaar liefhebben, het goede doen, de vrede zoeken, bereid zijn de minste te zijn, niet schelden maar zegenen, dienend.

Petrus heeft het juist daarom over gelovige mensen die dienen als priester: tot eer van God en in zijn dienst, maar ook bewogen bidden voor de wereld, voor al die mensen dichtbij en ver weg, ook voor wie regeren, en Gods zegen doorgeven.
Denk aan Abraham die voorbede deed voor Sodom, aan wat Jeremia schreef aan die ballingen in Babel om te bidden voor die heidense stad, denk aan Jona die van zijn God een lesje kreeg in priesterlijke bewogenheid: Zou ik geen verdriet hebben om Ninevé, met al die mensen en die kinderen en ook nog al die dieren? (Jona 4).
Ja, en hoe vaak worden we niet opgeroepen goed te doen aan alle mensen, en
ook – Paulus in zijn brief aan Timoteüs om voor alle mensen te bidden, en vooral voor wie veel verantwoordelijkheid dragen en macht uitoefenen, omdat God wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen, en die waarheid is het
echte leven met God, naar het voorbeeld van Jezus: “de enige die mensen bij God kan brengen is de mens Jezus Christus, die zijn leven gaf om mensen te redden”.
Aan ons om die boodschap te brengen en vooral dat goede leven voor te leven.
En het dan verder aan God over te laten – Paulus zou zeggen dat wij alleen kunnen zaaien en planten en water geven en dat het God is die zorgt voor wat er uit groeit.
Petrus leert ons diezelfde bescheidenheid als hij ons aanspoort gewoon goed te doen: “misschien – wie weet? – veranderen die anderen zelfs hun eigen leven”.
Misschien, maar misschien ook niet – als wij maar in het kleine dichtbij trouw zijn.

3. Verantwoording

Dat slaat op wat de apostel Petrus schrijft in 3: 15: “Vraagt iemand waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden” .
Een uitlegger schrijft: “Overal waar het nieuwe leven zich profileert, rijzen kritische vragen. Evangelisatie is in wezen niets anders dan zulke vragen oproepen en die vervolgens beantwoorden”. En dan wel zoals er meteen achteraan gezegd wordt door Petrus: “maar antwoord wel vriendelijk en met respect”. Met respect, zo is dat zeker bedoeld, voor de ander als je medemens, voor zijn verhaal hoe kritisch ook misschien, voor haar anders -geloven of hun levensovertuigingen, vanuit echte liefde.
En dan weer: het is niet gezegd dat je dat respect en die open houding ook terugkrijgt, laat staan dat die ander geïnteresseerd raakt of anders gaat denken en leven, dat is niet aan ons, dat is ons ook niet beloofd, laat het maar over aan God.
Op de laatste bladzijde van zijn boek is Stefan Paas daar heet bescheiden over en nuchter in: “We doen het niet om er succes mee te hebben, we doen het om de werkelijkheid te laten zien waarin we geloven en waarop we hopen” (blz. 243)

Lees er niet overheen dat Petrus het heeft over je verantwoorden over ‘de hoop die in u leeft’, en hoop is meer en reikt verder dat wat we nu zien en kunnen bereiken.
Als het goed is merken mensen aan ons dat we verder kijken dan hier en nu, dat we uitkijken en heenleven naar een andere, nieuwe wereld, de nieuwe wereld van God waar het vanmorgen over ging in de Witte-Tent-dienst – als de wereld die we vanuit de hemel verwachten maar waar ook al stukjes van zichtbaar worden overal waar de volgelingen van Jezus proberen te leven naar de stijl van die nieuwe wereld. Vanuit het geloof dat eens de vreemdelingschap is vergeten, en we voorgoed Thuis zijn. Tot dan zijn we als christen en als kerk hopelijk voor velen een plek een stukje hemel op aarde, al iets van de nieuwe wereld op deze oude aarde, tot zegen voor velen.

amen

Psalm103: 13 en Lucas 11: 13: Elke dag Vaderdag (overdenking viering avondmaal)

Liturgie dienst van Schrift en tafel zondag 18 juni 2017
Votum en groet
Zingen: Ps. 119: 64
Wet van de Heer
Zingen: Ps. 119: 65,66
Gebed
Schriftlezing: Psalm 103
Zingen: Ps. 103: 5,7
Schriftlezing: Lucas 11: 9-13
Zingen: Gz. 39: 1,2
Verkondiging over dia 1 Psalm 103: 13 en dia 2 Luc. 11: 13 – ‘Elke dag Vaderdag!’
Zingen: Gz. 37: 1,5,8
Gebed
Collecte
Zingen: Lied 319: 1,4,5
Avondmaalsformulier V
Tafel 1: opwekking/viering/ Gz. 141: 1
Tafel 2: viering/dankzegging/ Gz. 141: 2
Zingen: Gz. 141: 3
Zegen
Zingen: Gz. 134: 6
————————————————————————————————————————-

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters, broeders, onder wie vaders/ moeders/ kinderen,…opa’s en oma’s,

Vaderdag vandaag, ik denk dat er in veel gezinnen al aandacht voor is geweest.
Op internet las is onder andere dit: “Op Vaderdag worden vaders in het zonnetje gezet. Ze krijgen dan vaak ontbijt op bed, knutselwerkjes van de kinderen en/of kadootjes”. Ik weet niet of jullie als vaders onder ons dat hebben ondervonden…
Zelf herinner ik me vooral de grappige en soms schattige werkjes, en kadootjes.
En vooral dat je even extra merkte dat je met ook je missers gewaardeerd werd
en de band voelde met je zoon, je dochter…sommige werkjes heb ik nog steeds…
Het is best mooi, die ene keer per jaar: moederdag eerst..terecht..en dan vaderdag.

Maar vanmorgen gaat het om meer dan dat, geven we eer aan wie sterker is en
groter en nog veel meer liefdevol en zorgzaam dan de beste en liefste vader die
er is – niet voor niets heb ik in dat thema een hoofdletter gebruikt: Vaderdag.
En dan inderdaad is het elke dag Vaderdag want het gaat over God onze Vader.
dia 3
Trouwens wel bijzonder dat God met een vader hier op aarde vergeleken wordt.
Zoals vaker gebeurt, door heel de Bijbel heen, dat aardse, menselijke beelden
Worden gebruikt om ons te helpen om ons God en dingen van God tenminste
een beetje voor te kunnen stellen – God past zich aan bij ons beeldmateriaal.
Daar zit ook wel een risico aan, als we vergeten dat God altijd veel groter is.
Als we nadenken over dat Vader-zijn van God, tien tegen één dat onze beeldvorming dan wordt bein¬vloed door hoe we aankijken tegen onze eigen vader en moeder.
En dat kan heel erg verschillen: per gezin, per cultuur, en in welke tijd je leeft.

Ik las een artikel over de rol van vaders in verschillende culturen, en hoeveel
verschil dat maakt, b.v. tussen Nederland en b.v. Afganistan en in Afrika – in
in onze samenleving is een vader vaak meer een begeleider of zelfs een vriend,
en zijn we erachter dat dwang en zeker geweld niet goed is en ook niet werkt,
en zijn lijfstraffen zelfs bij de wet verboden – in andere culturen wordt dat heel anders gezien en beleefd, is een vader vooral de sterke man, en ook een strenge opvoeder en is er het ene moment die arm om je heen, het andere moment een fiks pak slaag.
Wat nog niet zo lang geleden ook in Nederland gewoon was, en in de tijd van de Bijbel komen we ook tegen dat bij opvoeding straf kan horen, ook met harde hand.
Ja, en nog steeds zijn er heel verschillende vaders: vaders die er zijn voor het gezin, vaders die weinig tijd hebben en vaak weg zijn, en helaas ook vaders die het erg af laten weten of zich zomaar laten gaan in drift, en zelfs zoon of dochter mishandelen of misbruiken – en dan zijn armen om je heen beangstigend i. p.v. liefdevol

Jezus zei:”als u, hoewel u slecht bent, goede gaven weet te geven aan uw kinde-ren”.
Hoor daar ook maar doorheen dat het eigenlijk een wonder is, als dat gebeurt, iets om verbaasd en verwonderd over te zijn, want er zit in elk mens van alles dat in de
weg kan zitten en de relatie ouder-kind kan kapot maken, soms voor de rest van het leven – en het vraagt veel om een goede vader en een goede moeder te zijn, en dat te geven en te doen dat echt goed is voor juist dat kind – dat vraagt veel denken en praten, soms met beroep op anderen met hun kennis en ervaring, en veel gebed.
Vooral: dat kan alleen vanuit liefde, liefde die niet op jezelf en je eigen belangen en
verwachtingspatronen is gericht, maar het goede wil voor die ander: voor je kind.

Kijk, en dan komen we wat dichter bij hoe God zichzelf wil leren kennen als Vader.
En dan niet als een verlengstuk of uitvergroting van hoe mensen op aarde vader zijn.
Vat het al helemaal niet op als uiting van de Bijbel dat toch een mannenboek zou
zijn, want God heeft de mens mannelijk en vrouwelijk geschapen maar staat zelf
ver boven die verschillen en rollen die op aarde best vaak een grote rol spelen –
van God lezen dat Hij als een vader beschermt en steunt en ons te hulp komt
maar ook dat Hij zijn volk troost zoals een moeder haar zoon troost (Jes. 66: 13).
Ja, en daarin is God veel groter en liefdevoller en nog meer bewogen dan een vader en moeder maar kunnen zijn, lees Jes. 49: 15 (BGT): Een moeder ”vergeet haar kind nooit. En zelfs al zou een moeder haar kind vergeten (wat helaas soms gebeurt, in een wereld waarin kinderen worden gedumpt of verwaarloosd) , Ik zal jou nooit vergeten” (zegt God); en hoor Psalm 27: 10 (BGT): “U blijft vol liefde voor mij zorgen, ook als iedereen mij verlaat, zelfs als mijn vader en moeder mij verlaten”. Wat
een troost in een wereld met gebroken gezinnen en veel verlaten kinderen.

Gelukkig dat God nog veel meer vader is en moeder te tegelijk, zoals gezegd niet een vergrote versie van hoe wij mensen proberen vader en moeder te zijn, maar als het ultieme Voorbeeld van wat echte onvoorwaardelijke vaderliefde is – en moeder-liefde: een liefde voor ons,van huis weggelopen en zoekgeraakte zonen en dochters, een liefde die zover ging dat God de liefste die Hij had, opofferde: zijn zoon Jezus.
Het is de overtreffende trap van wat we Jezus zelf horen zeggen, dat God veel
meer dan zelfs de beste vader op aarde zijn kinderen het goede wilde geven, de
beste en meest kostbare die Hij had: daar kan geen vader op aarde aan tippen.
Naar ons toe wordt daar het woord ontferming voor gebruikt: “zoals een vader
zich ontfermt over zijn kinderen, ontfermt de HEER zich over wie Hem vrezen.
Ontferming, dat is een woord met diepe wortels: een warm hart, diepe gevoelens
van liefde en dat voor mensen die die liefde niet waard zijn en zich vaak liefdeloos
gedragen naar God toe en naar elkaar toe en naar de schepping van Vader toe.
Ontferming, dat wordt concreet door wat erom heen staat in die geweldige psalm:
de HEER is een God van liefde en genade, die onze schuld vergeeft en wegdoet,
die recht doet aan wie onrecht lijden, die niet boos blijft maar wel trouw blijft – die
oneindig geduldig is en steeds weer wil redden, omdat Hij zoveel van ons houdt.

Nou, dat mogen wij vandaag weer vieren als Vaders gezin samen aan zijn tafel.
In brood en wijn proeven we de liefde van Vader en van Jezus onze oudste Broer.
En we ervaren en versterken als het goed is de band van elkaar als broers en zussen, samen met al die anderen dichtbij en verder weg, samen Vaders gezin.
Ja, en die liefde mogen we ook oefenen en ervaren en delen, door de Heilige Geest.
Jezus zei over bidden tot God als Vader dat Vader zijn kinderen het goede geeft.
Dat is niet altijd precies wat wij vragen maar veel meer dan dat: de Heilige Geest.
Eigenlijk betekent dat dat God zichzelf aan ons geeft, dat Hij in ons leven wil komen en dat anders en nieuw wil maken, dat zijn liefde ons vult en ons stuurt en beweegt.
Zoals we zingen: Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben – en dan
Is het goed en komt het goed, ook als dingen anders gaan dan wij gehoopt en gedacht en gebeden hadden – en dan maakt God zelfs ongedacht het kwade en het moeilijke goed – en zijn er juist als het moeilijk is die liefdevolle troostende armen,
en is er voor de ergste zonde als die beleden wordt en bestreden, vergeving, en weer hoop, want Vader blijft niet altijd boos, en altijd overwint toch zijn genade.
Waar zeker ook waar nodig correctie bij hoort, soms zelfs straf, voor ons bestwil.
Er staat bij in de psalm ‘over wie Hem vrezen’- en dat is niet bang voor God zijn –
bang zijn voor je vader of je moeder ben je als het goed is meestal niet, al kan dat wel eens zo zijn als je echt iets gedaan hebt wat niet mocht, wat echt verkeerd was.
Maar dat vrezen in de Bijbel betekent ontzag hebben, eerbied, voor je hemelse Vader die heilig is – en goed is – en die je daarom hoog hebt en van wie je houdt.

Kijk, en draai het dan maar om: zoals God onze Vader zijn armen liefdevol om ons heen slaat, mag je dat doen als vader, als moeder, om je zoon, je dochter – en zoals God de Vader zijn kinderen geen stenen voor brood geeft maar wat goed is, wat ze
nodig hebben, mogen wij dat proberen naar elkaar toe, in het gezin en daarbuiten.
En hopelijk herken jij bij je eigen vader als je die nog hebt, en bij je moeder, iets van
wie God voor je wil zijn: dat je altijd bij ze terecht kunt, dat je respect voor ze kunt
hebben, dat ze van je houden ook als het wel eens botst, en dat jij van hen houdt.
En als het anders is, zoek er hulp bij, bij wie je vertrouwt, én bij je hemelse Vader.
Maar als het goed is, is het elke dag vaderdag, en moederdag, met een kleine en met een grote letter – dag van je Vader, dankzij Jezus, en door zijn Heilige Geest.

amen