Psalm 1 Geworteld of ont-aard

Liturgie van morgendienst

Votum en groet
Zingen: Ps. 103: 5,6,7 LB/GK06 Zoals een vader…’
Gods leefregels Matteüs 5: 1-16
Zingen: LB 838: 1,2 ‘O grote God, die liefde zijt’
Bijbellezing: Jeremia 17: 1-8
Zingen: Ps. 1: 1,2,3 DNP ‘Gelukkig wie verkeerd gezelschap mijdt’
Tekstlezing: Psalm 1
Verkondiging Psalm 1 Geworteld of ont-aard?
Zingen: Psalm 92: 5,6 DNP ‘Rechtvaardigen floreren’
Gebed
Collecte
Zingen: LB 425 ‘Vervuld van uw zegen’
Zegen

Gemeente van onze Heer,

‘Gelukkig de mens….’
In oudere vertalingen -welzalig de man. Het past in een tijd waarin mannen in gezin, staat en maatschappij de leiding hadden maar wat deze psalm ons wil leren geldt ons allemaal: man en vrouw, oud en jong, burgers maar ook overheidspersonen, personeel en net zo goed leidinggevenden. Gelukkig de mens: welzalig, zoiets als: je bent gezegend, je bent te feliciteren, je hebt het goed getroffen…

Ja, maar wanneer dan en hoe dan, wie is die mens die gelukkig is, of wordt? Een actuele vraag ook in 2021, voor veel mensen een brandende vraag. Ook een vraag die onderzoeksbureaus om de haverklap stellen: ben jij gelukkig? De uitslagen van dat soort onderzoeken geven voor wat Nederland betreft te denken. Keer op keer komt eruit dat veel mensen aangeven best gelukkig te zijn – nog wel – maar zich zorgen te maken over hun toekomst en die van hun kinderen en zeker
van hun kleinkinderen, en ook zijn veel mensen somber over de staat van ons land. Veel mensen hebben zorgen over hoe we samenleven – of juist steeds minder samen en meer los van elkaar en tegenover elkaar – over te veel immigratie en te weinig integratie, over een groeiende kloof tussen steeds rijkeren en steeds meer achterblijvenden en armer wordenden, om nog maar te zwijgen over de klimaatcrisis en wat eraan te doen, of juist de ontkenning en de angst dat het te veel gaat kosten.
Er is ook een steeds groter wantrouwen tegen wat heet de gevestigde politiek, ook wel begrijpelijk na al die affaires als het gas van Groningen, de toeslagen, Afghanistan…en steeds geen nieuw kabinet, en dan dat gedoe over de coronapas …voor of tegen vaccinatie…en veel mensen wantrouwen ook de wetenschap en de media…iedereen eigenlijk

Maar wat heeft dat nou te maken met die psalm waarmee het psalmboek begint? Ik denk dat wat ik net in grote lijnen schetste, daar heel veel mee te maken heeft. Want het dieperliggende probleem is dat veel mensen en ook de samenleving als geheel losgeraakt zijn van hun wortels, los van God en dus ook van elkaar. Het gaat nogal eens over onze identiteit als Nederland, die bedreigd zou worden door de instroom van mensen met een andere cultuur en religie, maar dan wordt vergeten dat al veel langer er een ontworteling aan de gang is, een ont- aarding. Niet dat vroeger alles beter was, in de tijd van verzuiling en vaste kaders die met de nodige sociale controle al te vaak fungeerden als keurslijf: zo hoort het, zo doen we het – maar uit verzet en afkeer daartegen zijn veel mensen stuurloos geworden en cynisch, en bij gebrek aan eigen overtuiging en aan goede voorbeelden, laten ze zich door de ene na de andere zichzelf als leider en redder opwerpende roeptoeter op sleeptouw nemen, kijk maar naar de politieke versplintering en het wantrouwen tussen politici en partijen en de moeizame pogingen om een kabinet te vormen. Ik denk aan wat de apostel Paulus schreef over gevaren die in zijn tijd speelden voor de jonge christelijke gemeente: van stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, “met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen”. Maar dan is er houvast en veiligheid als je samen je verbonden weet met de Heer Jezus: “dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is, Christus.”(Ef. 4: 14-15).

Nou, daarmee zijn we weer terug bij de psalm, bij de boom en het kaf. Paulus heeft het over een schip dat stuurloos is midden in een hevige storm, maar je kunt ook denken aan een boom die door een storm geteisterd wordt maar stevig overeind blijft – als die boom maar goed verworteld is in de aarde – daar kan zo’n boom wel tegen; het is pas een probleem als de wortels losraken en de boom op zichzelf komt. Of – dat beeld schetst Jeremia in een tekst die sterk aan Psalm 1 doet denken maar in tegenstelling tot de psalm begint hij met het negatieve – zo’n boom blijft nog wel staan maar in plaats van te bloeien en vruchten op te leveren is het een armzalig en troosteloos geval: “een struik in een dorre vlakte, hij merkt de komst van de regen niet op, hij staat in een steenwoestijn, in een verzilt en verlaten land”.
En wanneer gaat een mens op zo’n kale struik lijken, in zo’n onvruchtbaar oord? Nou, dat is het lot van “wie op een mens vertrouwt, wie zijn kracht ontleent aan stervelingen, wie zich afkeert van de HEER” – en meteen maar de psalm erbij: dat kan gebeuren met wie niet verkeerd gezelschap mijdt, en wie een pad kiest dat tot zonde leidt, wie er voor kiest om met spotters op te trekken, en niet bij God wil horen.
“Hij lijkt op kaf dat met de wind verwaait”- er blijft niets van over, je houdt het niet.
Wat je ook leert uit de geschiedenis en ziet om je heen: mensen die afhaken, ongeïnteresseerd zich niet willen binden of echt in problemen verdiepen maar wel met wat oneliners op social media wild om zich heenslaan, verkiezingswinst die zomaar weer verdampt, ouderen die vereenzamen en verkommeren omdat er voor hen geen tijd en aandacht meer is, jongeren met een burnout en zonder perspectief.

Maar laten we eerst nog wat meer aandacht geven aan wat hier staat over bomen. De psalm gaat er vanuit dat het goed gaat met een boom als die aan water geplant is, letterlijk: aan waterbeken, aan stromend water – dan is de boom fris en groen en komen er vruchten aan – zo niet, dan verdrogen de bladeren en komen er geen appels of peren of kersen aan – daarom is belangrijk dat de boom goed wortels kan maken en met die wortels voedsel kan opzuigen via de wortels uit het grondwater.

Verworteld zijn, daar gaat het om, en dus is ook de grondsoort wel van belang, en hoe dieper en hoe sterker de wortels zijn, des te beter zal het met de boom gaan.
Nou, en dat beeld wordt gebruikt voor mensen, mensen met sterke gezonde wortels. Dan kun je denken aan een goed gezin, familie om je heen waar je goed mee bent,
Goede vrienden en vriendinnen of een buurt waar je op elkaar kunt terugvallen, een kerkgemeente waar je elkaar ziet staan en je je veilig voelt bij elkaar, maar allereerst rust en vertrouwen van binnen, dat je weet wie je bent als geliefde kind van God. Waarmee we bij de kern komen waar het om gaat in deze psalm: dat je verworteld bent in God, waar het concreet wordt gemaakt in ‘je verdiepen in Gods woorden’. Er staat ‘wet’ maar dat zijn niet geboden en verboden maar dat is Gods hele onderwijs, over wie Hij is voor ons en wie wij zijn, en wat goed is voor onszelf en mensen om ons heen – want bomen met goede wortels zijn vruchtbaar voor mensen en dieren. Iemand merkt terecht op: “Vertrouwen op God geeft ruimte en genoeg buffer om door moeilijkheden heen te komen. Vertrouwen op God geeft hoop en leven. En dan kan je vrucht dragen. Dan kan je er zijn voor anderen, vertrouwen stellen in anderen en iets voor hen betekenen, iets goeds doen.” Paulus heeft het over “geworteld en gegrondvest zijn in de liefde”, omdat Christus in je hart woont,
Terugkomend op waar ik mee begon, over zoveel wantrouwen en onzekerheid, verruwing en negativiteit in onze tijd: je kunt daar tegenwicht aan bieden als je dat vertrouwen dat je mag hebben in God, laat doorwerken in je praat, in wat je doet en laat, in hoe je je opstelt in je omgeving…als die liefde gaat doorstralen om je heen,

Dat beeld van geworteld zijn zegt ook iets over verbonden zijn met wie er voor je waren, allereerst familie, voorgeslacht –we hebben allemaal een stam-boom – dat woord wordt niet voor niets gebruikt voor familie-af-stam-ming – weer zo’n woord. Geen mens staat los in het leven, we hebben allemaal een voorgeslacht, en dat bepaalt voor een belangrijk deel wie je bent, hoe je zo geworden bent….en als je dat beseft, helpt dat je om jezelf te begrijpen en kun je daar ook veel van leren.
In een aardig gedichtje staat dat bomen als mensen zijn: “geen van twee staat graag alleen, in kinderen en takken, zo groeit er leven om ons heen” – en dan gaat het zo verder: “jij, je vader en moeder, dat is een soort van levensboom, die tak een eindje verder, dat is een tante of oom….maar die opa’s en oma’s dan die jaren terug gestorven zijn? Ja, kijk, ik zal maar zeggen, dat zullen wel de wortels zijn.”

Al te vaak roept dat geen mooie maar pijnlijke gedachten op: als er scheiding is geweest, als er breuken lopen door families heen, als zeg maar takken afgebroken zijn, of als er geen kinderen komen en er een tak van de boom afsterft – verdriet en pijn die je serieus mag en moet nemen, zelf en bij anderen, en om samen te delen.
Toch kun je dan ook vanuit het geloof weer hoop putten, want bij God sterft geen geslacht uit en wordt geen tak afgezaagd – kunnen er zelfs weer uitlopers komen. Er staat een prachtige belofte in de Bijbel, in Jesaja 56: 3-5 – speciaal gezegd tegen wie eunuch genoemd wordt – een man die geen kinderen meer kon voortbrengen omdat hij naar de gewoonte van die tijd als hoveling ontmand was, verschrikkelijk. Maar God zegt dan iets geweldigs: “Laat de eunuch niet zeggen: ik ben maar een dorre boom’. Want dit zegt de HEER: ‘De eunuch die mijn sabbat in acht neemt, die keuzes maakt naar mijn wil, die vasthoudt aan mijn verbond, hem geeft Ik iets beters dan zonen en dochters: een gedenkteken en een naam in mijn tempel en binnen de muren van mijn stad. Ik geef hem een eeuwige naam, een naam die onvergankelijk is. “ Je leefde niet voor niets. Bij God is niemand een dorre boom.
En met Jezus en elkaar verbonden krijg je er een hele nieuwe familie bij: broers en zussen, vaders en moeders, opa’s en oma’s – Jezus zegt tegen wie om Hem heen zaten dat zij samen zijn gezin vormden, zijn familie, ook als soms bloedeigen familie er niet is of niet meer is of op verre afstand is of het laat afweten – die pijn blijft wel maar je kunt die hopelijk delen… Het lijkt een schrale troost maar het is een uitroepteken achter dat in Psalm 1, dat als je verworteld bent in God, als je samen met Hem verbonden bent, je toekomst hebt. Terwijl als je op en voor jezelf leeft, je misschien menselijk gesproken alles mee hebt, maar het toch maar voor een tijd is, als – weer de psalm – kaf dat wegwaait. Zoals dat gaat met een mens, een mens die komt en weer gaat, en zomaar vergeten wordt. Job zat ermee, midden op de puinhopen van zijn gezin en bedrijf en gezondheid, en hij is jaloers op die stoere boom die hele generaties kan overleven en zelfs als de stam en de takken afgekapt worden, weer kan uitlopen: “Voor een boom is er altijd hoop: als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen. Al wordt zijn wortel in de aarde oud, al gaat zijn stronk dood in de grond, zodra hij water ruikt, loopt hij weer uit en vormt twijgen, als een jonge scheut. Maar een mens sterft wen ligt terneer…een mens gaat liggen en staat niet weer op” (Job 14: 7-12). Dat is de harde werkelijkheid, nog altijd, een psalm is er ook eerlijk over: “de mens – zijn dagen zijn als het gras, hij is als een bloem die bloeit op het veld en verdwijnt zodra de wind hem verzengt; de plek waar hij stond, kent hem niet meer” (Ps. 103: 15-16).

En dan gaat het over elk mens, gelovig of niet (meer), anders-gelovend, atheïst, moslim of christen. Het lijkt meer waar dan dat optimisme van Psalm 1 dat als je verbonden met God leeft,alles dat je doet tot bloei komt, dat het je voor de wind gaat – nou niet, niet echt, lang niet altijd, vaak juist niet, niet dat alles wat je onderneemt, ook gaat lukken. Dat is trouwens ook met bomen niet zo: een boom kan omwaaien, er kan ongedierte in komen zoals de buxusmot of de eikenprocessierups – en denk aan de invloed van de mens die hout nodig heeft – vandaar de massale houtkap – of bomen die moeten wijken voor wegen of woningen – of de invloed van vieze lucht en vervuild water….
Zo is er ook van alles dat ons leven als mensen moeilijk kan maken en bedreigt, en ook wie gelooft heeft niet de garantie dat alles wat je plant of onderneemt, ook lukt.

Wat dat betreft is het goed net als de bomen met beide benen op de grond te staan. Daar begint de Bijbel ook mee trouwens: de eerste mens heet adam=aardbewoner – en zijn zoon heette enos= de kwetsbare – en in Psalm 103 staat ook dat God wel weet dat wij maar mensen zijn: “Hij weet dat wij, uit ’t stof aan het licht gekomen, slechts leven op de adem van zijn stem” – maar dat is dan ook meteen het geheim: met God verbonden toch leven en toekomst, zelfs tegen de klippen op, als een palm die tegen de wind in juist sterker wordt, en zelfs door de dood heen: want “s’Heren gunst zal over die Hem vrezen in eeuwigheid altoos dezelfde wezen..zijn heil omsluit de komende geslachten – de stamboom groeit verder – zijn barmhartigheid trekt zijn lichtend spoor – want God is trouw door dik en dun en Hij geeft niet op waaraan Hij met ons begonnen is…en in dat vertrouwen kun je zelfs midden in sores en onder tegenslag je gelukkig weten – dat tegendraadse van de bergrede: “gelukkig de treurenden, gelukkig wie hongeren en dorsten naar recht, gelukkig wie vervolgd worden” – samen met dat andere: “gelukkig de zachtmoedigen, de nederigen, de barmhartigen, de vredestichters, de zuiveren van hart” – niet makkelijk, wel goed!
Terugkomend op waar ik mee begon: dat mist in al die onderzoeken over geluk. Geluk wordt gemeten aan uiterlijke omstandigheden als werk, inkomen, succes, veiligheid, en natuurlijk gezondheid – en dat is ook begrijpelijk en van belang. Maar als de psalm een mens gelukkig prijst, gaat het dieper en er bovenuit: dat je leven geworteld is zoals zo’n boom die groeit tegen de verdrukking in, en die dan vanwege sterke en stevige wortels bestand is tegen de heftigste stormen en andere dreigingen.Ja, maar zo’n boom vraagt wel onderhoud: goede voeding, water en schone lucht – er kan veel mis gaan door zure regen, gif in de grond, bepaalde insecten…dus moet er soms ingegrepen en gezorgd worden.
Dat is bij ons mensen niet anders – als je geworteld en gezond wil zijn.
Daarom een vraag om mee te nemen de week in: wat doet u en wat doe jij om een gezonde boom te zijn, lichamelijk en mentaal-geestelijk? Denk aan wat je ziet en leest maar ook aan wat je eet en drinkt, wat je lijf aan slechte stoffen inademt…en wat doe je om in beweging te blijven en ook om in contact te blijven met anderen.. en je geloof te laten voeden en steun te zoeken bij elkaar. Want een boom alleen is maar alleen en een mens wordt zomaar eenzaam….

We kunnen daarvoor leren van Jezus die ook Psalm 1 heeft waargemaakt. Jezus die anders dan onze eerste voorouders niet is bezweken voor de slechte adviezen van satan die zo veelbelovend lijken: zorg voor jezelf, pak wat je pakken kan, ga voor de macht. Jezus die de proef heeft doorstaan en ons de kracht geeft om vol te houden.
In het paradijs ging het mis, in de woestijn maakte Jezus het goed – en als wij Jezus willen volgen, mogen we ook gaan lijken op die boom, en groeien en bloeien we – zoals Hans Bouma het in zijn psalmgedicht weergeeft: “Als een boom wortel je in de aarde, ben je onder dak bij de hemel. Voorgoed sta je in bloei”.

amen

Genezen…en wat dan (Lucas 5: 12-16 en Lucas 17: 11-19)

Liturgie morgendienst

Welkom en mededelingen

Belijdenis van afhankelijkheid en vertrouwen

Groet

Zingen: Psalm 103: 1,2 DNP

Gods wet
Zingen: Psalm 103: 3,4,7 DNP

gebed
Bijbellezing: Leviticus 13: 1-3; 13: 45; 14: 1-9
Ps. 38: 5,6,11 ‘Heer, mijn hart ligt voor u open’
Verkondiging over: Lucas 5: 12-16 en Lucas 17: 11-19 ‘Genezen, en wat dan?
NLB 636: 1,2,3 ‘Liefde is licht, opnieuw geboren’
dankgebed en voorbeden
collecte
slotlied NLB 416: 1-4 ‘Ga met God’
zegen
——————————————————————————————
Beste mensen, zusters, broers, gemeente,
Vanaf begin vorig jaar zijn een aantal woorden niet meer weg te denken uit ons spraakgebruik en onze leefwereld: corona, lockdown, vaccinatie en ook: quarantaine. Dat laatste woord is al erg oud, vanaf rond 1600. Ik las: “Schepen uit verre oorden werden bij terugkomst in de haven veertig dagen in isolatie gehouden om verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen. Deze betekenis ontstond eerst in het Italiaans: ‘quarantene’ en het Frans heeft deze betekenis overgenomen. De aanvankelijke duur van de isolatie (quarante/a is 40) zal ingegeven zijn door de duur van de kerkelijke vastenperiode”. We weten dat ook in de Bijbel veertig een bekend getal was, denk aan de veertig jaar dat Israël door de woestijn trok en de veertig dagen dat Jezus in de woestijn alleen was en werd verzocht door de duivel. En nog steeds wordt het woord quarantaine gebruikt, en is weer actueel in deze tijd van corona, al duurt de tijd van isolatie bij besmetting of kans erop nu gelukkig korter. Maar het is altijd heftig en heeft voor wie het aangaat, best veel impact.
Zelf heb ik gelukkig geen ervaring met gedwongen quarantaine, maar ik ken wel voorbeelden uit familie en vriendenkring, over wat dat met mensen kan doen: dat de muren op je af komen, dat je je opgesloten voelt, soms zelfs op afstand van je eigen man of vrouw; de deur niet uit, alleen op je kamer, dagenlang, ook als je niet erg ziek bent door dat virus maar je moet zorgen dat je die anderen niet ziek gaat maken.

Nou, aan zoiets moeten we denken als het in de Bijbel gaat over mensen die een huidziekte hadden en die daarom – soms weken en maanden of nog langer – ver van hun stad of dorp in quarantaine moesten blijven en op afstand van anderen.
Nou is het lastig om erachter te komen om wat voor aandoeningen het hier ging. Er staan in het Grieks woorden die wij ook nog kennen: lepra, en leprozen – vandaar dat oudere vertalingen het hebben over ‘melaatsheid’ en ‘melaatsen’; die ziekte zal er zeker ook onder vallen, een ziekte die nog steeds in tropische landen voorkomt en veel leed veroorzaakt. Ik las: “ Lepra is een besmettelijke infectieziekte die zowel de zenuwen als de huid aantast. Ooit kwam lepra ook voor in Nederland, maar de ziekte is hier sinds de middeleeuwen geheel verdwenen. Nu komt lepra voornamelijk voor in ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. ..Lepra is met de middelen die ons nu ter beschikking staan (nog) niet uit te roeien….Jaarlijks worden er nog altijd meer dan 600.000 nieuwe leprapatiënten gevonden”. Bestrijding kost dus nog altijd veel inspanning en geld, er is dan ook een Leprastichting en ook de christelijke organisatie Leprazending die een beroep op ons doen om geld te doneren zodat tijdig medicijnen gegeven kunnen worden. Lepra is ook besmettelijk, op een manier die lijkt op corona- besmetting: “Lepra wordt overgedragen via de luchtwegen door minuscule druppeltjes die vrijkomen bij het hoesten of niezen. Iemand kan met lepra besmet raken door intensief contact met een leprapatiënt die nog niet met medicijnen is behandeld`. Als je lepra hebt moet je daarom op afstand blijven van familie, vrienden, dorpsgenoten. Nou, precies dat komen we ook tegen in het OT. Maar ik zei al dat de bepalingen erover laten zien dat het om veel meer huidziekten gaat dan alleen om lepra; vandaar dat de NBV het woord huidvraat gebruikt, en dat in de herziene versie van de NBV die eraan komt gekozen is voor het woord ‘een huidziekte die onrein maakt’. Maar voor al die verschillende ziektes – de ene makkelijker en sneller te genezen dan de andere – geldt datzelfde: afstand houden, quarantaine, en dus eenzaamheid, beperkingen, en schrik bij voorbijgangers…
We lazen er iets over in Leviticus 13, vooral ook in die verzen 45 en 46: “Wie door huidvraat aangetast is, moet zijn kleren scheuren, zijn haar los laten hangen, baard en snor bedekken en “Onrein, onrein!” roepen. Zo iemand blijft onrein zolang de aandoening duurt. Als onreine moet hij apart wonen en buiten het kamp verblijven”.
Dat had te maken met besmettingsgevaar, maar ook met de uitgebreide wetten over rein en onrein in het OT: alles wat met dood en bederf te maken had, moest bij God en zijn heiligheid uit de buurt blijven, daar was reiniging voor nodig – niet dat wie onrein was daar schuld aan had, wel dat je als gevolg van de verstoring van het goede leven door zonde en tekorten niet zomaar in de buurt kon zijn van het heilige. Wat het des te pijnlijker maakte voor wie het trof: zelfs God hield je op een afstand.

Kijk, en in dat licht is zo bijzonder wat we gelezen hebben over onze Heer Jezus. Vooral dat Hij die afstand overbrugde en die man met zijn huidziekte aanraakte. Wat niet alleen betekende dat Jezus het risico nam ook besmet te raken maar door die aanraking werd Hij zelf ook onrein, en nam hij de onreinheid van deze man over.
Zoals dat al eeuwen ervoor was aangekondigd over de redder die God zou sturen: “Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam” (Jesaja 53: 4). We lezen bij Marcus dat toen die zieke man om hulp smeekte, Jezus medelijden met hem kreeg en – misschien wel tot verbazing van die man en tot ontzetting van zijn leerlingen – zijn hand uitstrekte en hem aanraakte – en zo contact maakte en hem weer als mens zag staan en zich met hem gelijk maakte en zijn probleem overnam. Waarna Jezus zich hield aan de geldende wettelijke regels en die man wegstuurde om zich – zeg maar met onze begrippen – te laten testen door de priester: pas als het een negatieve test was: jij hebt geen huidziekte meer – mocht hij weer terug naar zijn gezin en zijn dorp – en na de voorgeschreven offers ook weer naar de tempel.

Kijk, en ongeveer net zo gaat het een tijdje later met die tien patiënten in één keer. Heel bijzonder dat die tien blijkbaar bij elkaar woonden en dat er ook een Samaritaan bij was; het was staat er bij in het grensgebied van Galilea en Samaria en blijkbaar vielen de grenzen weg nu ze allemaal hetzelfde moesten meemaken: quarantaine, verstoken zijn van contacten met familie en dorpsgenoten, afwijzing en afschuw. Dat schept blijkbaar een band waar zelfs vroegere vijandschap vergeten lijkt te zijn. Zoals je ook in onze tijd soms ziet als mensen samen dezelfde narigheid ervaren dat er dan ineens contacten ontstaan waar die eerst niet waren en mensen hulp bieden aan tot dan toe onbekenden; zeg maar: gedeelde smart is halve smart.

Speciaal staat er bij: “ze bleven op een afstand staan”. Vast een grotere afstand dan anderhalve meter. En de mannen riepen vandaar tot Jezus om medelijden met hen te hebben, waarbij ze Jezus eren als ‘meester’. Ze zien Jezus als man met gezag die in staat is tot wat geen dokter en geen priester voor elkaar kan krijgen: genezing. Kijk, en Jezus beantwoordt die hulpvraag meteen, op een heel verrassende manier.
Verrassend vooral omdat het anders ging dan bij die ene man in dat eerdere verhaal. Hier geen uitgestoken hand en geen aanraking en geen gezondheidsverklaring – “ík wil het wordt rein” – maar alleen een opdracht: “ga je aan de priesters laten zien.” Dat was voor die tien mannen een erg lastige opdracht: geen teststraat vlakbij maar ze moesten een reis maken helemaal naar Jeruzalem, en dat zonder auto of OV, ik denk zomaar lopend…en dat terwijl ze nog steeds die ziekte hadden die ook nog zichtbaar was voor iedereen, een ziekte die maakte dat ze onderweg nergens welkom waren.. hoe doe je dat…. waarom zou je dat erop wagen….en stel dat het allemaal voor niets blijkt te zijn. Dát is hier de echte test, een test in vertrouwen: geloven ze Jezus op zijn woord? Hebben ze er vertrouwen in, of toch niet echt…?

En wat een verrassing: ze stellen geen vragen, ze gaan op reis, alle tien, blijkbaar ook die Samaritaanse man die al helemaal veel moest overwinnen: als Samaritaan op reis door het vijandige Joodse land, naar de priesters in het Joodse Jeruzalem.
We kunnen er wel van uitgaan dat er enkele weken liggen tussen de ontmoeting van Jezus met deze tien mannen en de terugkeer van die ene om Jezus te bedanken. We gaan er vanuit dat ze alle tien de reis hadden gemaakt naar de priesters in de tempel om getest te worden op die huidziekte, en daar genezen te worden verklaard. Ja, en nog onderweg merkten ze al dat ze genezen waren en dat hun huid schoon was….en de test door de priesters bevestigde dat: negatief, je mankeert niets meer.
Ja, en wat dan….wat ga je dan doen met je nieuwe leven….wat is de volgende stap? Ik denk zomaar dat ze allemaal verbaasd zijn geweest en dolblij en ook dankbaar… Maar negen zullen meteen zijn teruggegaan naar huis, naar hun gezin en hun dorp. Ze zullen hebben verteld van de ontmoeting met Jezus – net zoals die man in dat eerdere verhaal die zijn mond niet houden kon over wat hem overkomen was – en daarna keerden ze terug naar hun oude normaal, naar hun business as usual…..het was een nare tijd maar die is gelukkig voorbij, we kunnen weer ons leven oppakken. Herkenbaar voor als je na een tijd van ziekte of een burnout weer aan de slag kunt en je liefst weer zo gauw mogelijk de draad weer wilt oppakken en alles weer wilt kunnen….en veel mensen kijken zo ook uit naar het eind van de coronacrisis en hopen dat ze over niet al te lange tijd weer terug kunnen naar hoe het eerder was. En dat is vast ook zo als je corona hebt gehad en weer aan de beterende hand bent of als je gevaccineerd bent en hoopt en denkt dat je nu weer gewoon kunt leven…

Terug naar het verhaal en vooral naar die ene man die als enige eerst terugging naar Jezus om Hem te bedanken voor zijn redding, en – het meest opvallende en meest bijzondere – Jezus te eren als meer dan zomaar een helper uit de nood maar als iemand die door God was gestuurd en kon beschikken over kracht die van God is. Er staat dat hij voor Jezus op de knieën ging en zelfs aan Jezus’ voeten op zijn gezicht ging, als teken van aanbidding – en – zeker voor een Samaritaan extra bijzonder – dat hij met luide stem God loofde, eer gaf aan de God van Israël. En dat zag Jezus als teken van zijn geloof: “Sta op en ga naar huis. Je bent gered door je geloof”. Hij was in vertrouwen gegaan en kwam terug om Jezus te bedanken en God de eer te geven. Hij ging heel anders naar huis dan hij er tijden geleden was weg gegaan: gezond maar meer dan dat. De ontmoeting met Jezus was een keerpunt.
Zijn thuisreis was meer dan terug naar het oude normaal, het was het begin van een nieuw leven. Hij had ontdekt wie Jezus was en dat pakte niemand hem af.
Kijk, en dat werpt ook licht op wat de Heer ook aan die man vroeg: waar zijn die andere negen die ook genezen zijn? En over zijn hoofd heen aan zijn leerlingen en anderen die erbij waren: “Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?”. Alle eer voor deze Samaritaan maar tegelijk de zoveelste teleurstelling over de houding van eigen volksgenoten en kerkgenoten. We komen dat vaker tegen bij Jezus en daar zit ook steeds voor wie binnen denken te zijn een waarschuwing in: het kan zomaar zijn dat anderen je inhalen en eerder in aanmerking komen voor een plek in de nieuwe wereld van God: laatsten worden eersten en wie denken met voorrang er wel te komen, komen achteraan. Al bij het eerste optreden van Jezus in de synagoge van Nazareth waar hij was opgegroeid, schudde hij de toehoorders wakker die dachten wel een streepje voor te hebben bij Jezus en vonden dat hij ook bij hen maar eens wonderen moest doen en zieken moest genezen: wij zijn toch familie, klasgenoten ooit, eigen volk eerst toch? Jezus herinnerde toen aan de tijd van Elia die niet naar mensen in het eigen land ging om hen te helpen maar over de grens, naar een weduwe in het heidense Sidon; en aan de tijd van Elisa toen niemand in Israël van huidziekten werd genezen maar wel Naäman, een generaal uit het vijandige Syrië. (Lucas 4) Bij een andere gelegenheid zei de Heer iets dergelijks: “Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God. En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn en eersten die de laatsten zullen zijn.” (Lucas 13: 29 en 30). Dit verhaal maakt het concreet: één Samaritaan die verder is dan negen Israëlieten; wij zouden zeggen: iemand van buiten de kerk die dichterbij God is dan al die levenslange trouwe kerkgangers.

Wat kunnen wij meenemen uit dit verhaal, voor ons leven nu, in en na corona, en wat kunnen we ervan leren als gelovigen en als kerk, zoveel eeuwen na dit gebeuren?

Ik denk in de eerste plaats dat waar wij vanwege de gezondheid van onszelf en anderen afstand moeten bewaren – wat vaak best pijnlijk is en lastig te handhaven – Jezus namens God je Vader die afstand overbrugt en je wil aanraken met liefde en zorg….en dat ook wij als die liefde van God voor ons door ons heen gaat naar elkaar en anderen toe die anderhalve meter zomaar overbrugd kan worden….zorgzaam, liefdevol, creatief: bel elkaar op, stuur een appje of een mailtje, breng een bezoekje.. en dat vooral om niet maar te zenden maar vooral te vragen, te luisteren, mee te leven…en soms door te laten merken dat je mee lijdt, dat je echt interesse hebt. Een lied vertolkt het mooi: “Liefde heeft handen, ogen, oren…liefde heeft nooit de hoop verloren…liefde is licht, laat zich niet vangen, komt door gesloten deuren heen… liefde kan legers overwinnen, springt hoger dan de hoogste muur…liefde is licht, uit Hem geboren die zelf de bron van liefde is. Hij (God)heeft zijn kind aan ons verloren”.

Het tweede dat dit verhaal ons leert is dat Jezus de grenzen doorbreekt tussen wie naar eigen besef al binnen zijn en wie voor ons besef en hun eigen besef buiten staan…en dus moeten wij ook af van dat wij en zij en open staan naar al die anderen en ook blij zijn met zoveel onverwachte en ongedachte tekenen van Gods werk en God aanwezigheid in en door mensen om ons heen van wie we het niet verwachten. Je zou kunnen zeggen dat Jezus de quarantaine openbreekt waarin het Joodse volk eeuwenlang geleefd had, als bescherming tegen het virus van afgoderij en zonde, en dat Hij door zijn Geest het vaccin uitdeelt van geloof en hoop en liefde die beschermen tegen de besmetting van eigenwaan en zelfzucht, haat en onvrede. Ook voor ons is dat bevrijdend uit ook een soort quarantaine van de deur naar de wereld niet uit durven en veilig in je eigen bubbel blijven uit angst besmet te raken door wat ´de wereld´ genoemd wordt, waar zo anders gedacht en gedaan en geleefd wordt. Terwijl Jezus zijn leerlingen en ook ons juist de wereld in stuurt om daar er te zijn voor zijn mensen en zelf voluit mens van God te zijn, open, bescheiden, en eerlijk.We kunnen zoveel leren van die ander aan de rand van of ver verwijderd van de kerk. En hopelijk kunnen zij wat meenemen van ons, van wie God is voor u en jou.

Als laatste: wat nemen we uit dit verhaal mee naar de tijd die hopelijk komt na corona? Ik betrap mezelf erop dat ik vooral terug wil naar wat we dachten normaal te zijn: geen afstand meer houden tot zelfs eigen kinderen, weer met meer op bezoek, weer kunnen reizen, weer allemaal naar de kerk elke zondag en samen zingen. …en ik denk dat het dingen zijn waar je naar mag verlangen….jullie hebben vast ook zo een lijstje. Maar als we na deze tijd vooral wat was willen vergeten en weer ons oude leventje oppakken, zijn we als die negen genezen mannen die het met Jezus verder wel voor gezien hielden, vergeten we dankbaar en verwonderd te zijn, en hebben we van die moeilijke tijd weinig of niets geleerd, b.v. dat we kwetsbaar en afhankelijk zijn, dat we elkaar en ook het samen kerk zijn en samen als mensen onderweg zijn broodnodig hebben, en dat we proberen een nieuwe start te maken: als gezin, als kerk midden in de wereld, als verantwoorde verzorgers van onze planeet, als mensen van God in de wijde wereld van God, samen delend in en van zijn liefde. Of komt die vraag van Jezus ook binnen bij jou en bij mij: waar ben jij, hoe laat jij merken dat je dankbaar bent voor zoveel dat God geeft, voor al zijn liefde en zorg? Wat laat je zien aan mensen om je heen van die liefde van Jezus voor zijn wereld?
Dankbaarheid moet je een leven lang leren en oefenen, en handen en voeten geven. Laten we elke dag willen leren van die man uit Samaria, en vooral: van die man uit Nazareth die zijn leven gaf om ons nieuw leven te geven. Dank Hem elke dag!
amen

1 Korintiërs 13: 7 ‘Houd moed heb lief’

“Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt.
Door de liefde blijf je geloven en vertrouwen.
Door de liefde blijf je altijd volhouden” 1 Kor. 13: 7 (BGT)

Gemeente van Christus, u en jij, iedereen die nu of later meekijkt en meeluistert.

‘Houd moed heb lief’ .
Deze slogan kun je op steeds meer plekken in ons land tegenkomen.
Niet alleen als een vlag aan een kerk – meestal van de PKN – maar ook als poster aan een raam of op een winkelruit of als banner, of als een kaart om te versturen.
Het is begonnen in Heerenveen, op initiatief van de predikant van de Protestantse Gemeente daar, ds. Anne-Meta Kobes, met bedoeling – volgens de website van die kerk, Om “onze samenleving te ondersteunen in deze turbulente tijd”. Of zoals dominee Kobes het in een kranteninterview onder woorden bracht: “Ik hoop dat mensen deze tekst lezen als ze er langs fietsen, en dat ze er dan door geraakt worden. Het is bedoeld als teken van bemoediging. ”Het initiatief kreeg veel weerklank, met steun van de landelijke PKN, en de vlaggen en banners en posters vlogen in grote aantallen eruit, het hele land door, en er zijn zelfs mondkapjes met de tekst ‘houd moed heb lief’. dia 2

‘Houd moed heb lief’. Het is niet een letterlijke Bijbeltekst maar het zijn wel woorden die ontleend zijn aan een tekst uit de Bijbel, en wel 1 Korintiërs 13: 7, volgens de Bijbel in Gewone Taal, waar staat: “Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt. Door de liefde blijf je geloven en vertrouwen. Door de liefde blijf je altijd volhouden”. Sterke woorden die een bemoediging zijn maar ook een opdracht zijn.
Ik wil met jullie daarover nadenken en proberen dat wat handen en voeten te geven.
Bijzonder is wat Paulus in dat zevende vers schrijft over wat liefde kan betekenen en uitwerken, namelijk dat de oproep om de moed erin te houden wordt verbonden met elkaar liefhebben, ds. Kobes zegt het zo: ‘Het is de liefde, die ons moed geeft.’

In een omgeving waar aandacht is voor elkaar, oog voor elkaar, en een luisterend oor, met begrip voor elkaars moeiten, zorgen, angst, pijn, verdriet, daar kun je het veel langer volhouden, ook in moeilijke omstandigheden, meer dan als iedereen vooral zichzelf probeert neer te zetten en waar te maken en overeind te houden. Met meestal als gevolg dat de stress toeneemt en het letten op elkaar en vergelijken met elkaar….zomaar wordt het zij tegen ons en wij tegen hen…tot zelfs agressie toe van allemaal lange tenen en korte lontjes, zeker als je niet om elkaar heen kunt en dag in dag uit op elkaars lip zit, met weinig mogelijkheden om je energie kwijt te kunnen.
Dat is altijd al zo maar zeker in moeilijke en onzekere tijden zoals we die nu beleven. Des te meer komt het erop aan invulling te geven aan wat geloven en christen-zijn is.

Eerder in deze dienst hoorden we uit Jezus’ mond wat de grondregel is van een leven als zijn volgeling en kind van God en wat nog steeds de kernbelijdenis is van het volk Israël: dat we de Heer onze God zullen liefhebben met ons hart – de kern van ons bestaan, het centrum van waaruit we de koers uitzetten van ons leven – en onze ziel – dat zijn ons gevoel, onze emoties – en ons verstand – dat is ons denken en begrijpen en overleggen – en ook nog al onze krachten – dat is wat we doen en laten en presteren – dus als compleet mens-uit-één-stuk gericht zijn op God.
En dan als tweede en net zo belangrijk: dat we onze naaste liefhebben als onszelf.
Jezus zegt: het tweede gebod is aan het eerste gelijk, geen rangorde dus en niet die twee tegen elkaar uitspelen – en dan volgt dat deze twee geboden samen de grondslag zijn van alles wat in de wet en de profeten staat – hier draait het om dus in de Bijbel en in het geloof en hier moet het dus ook ons om gaan in ons leven. Zoals ik las: “Jezus verbindt de liefde tot God wezenlijk met de liefde voor de naaste”.
Jezus heeft ons geleerd en heeft laten zien in de praktijk hoe je God kunt liefhebben, niet maar met woorden maar vooral door daden, ieder in zijn of haar dagelijkse leven.

Waarmee we weer bij dat zogenaamde ‘dubbelgebod van de liefde’ zijn, waarin het liefhebben van God is vastgekoppeld aan en concreet wordt in het elkaar liefhebben, en – ook dat leert Jezus ons meer dan eens – zelfs, hoe moeilijk dat ook is en hoe vaak dat ook niet lukt en hoeveel dat ook kan kosten – het liefhebben van je vijanden. Diezelfde Johannes is daar in zijn eerste brief messcherp over en zonder escape- routes, als hij b. v schrijft dat wie niet liefheeft, God niet kent, “want God is liefde.”, en: “Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief’, maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij niet gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.” En wie dan denkt: maar ik haat niemand, ik heb geen vijanden, dus hier kom ik wel mee weg, krijgt nog een doordenkertje mee van de apostel: dia 3 “Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?”. O, dus niets doen, niets geven, wegkijken, is ook liefdeloos, is ook een streep door onze rekening van zeggen God lief te hebben en te geloven….schrikken! Het zet vooral aan het denken en aan het doen: hoe kunnen we Gods liefde voor ons en alle mensen laten doorwerken in ons eigen leven en doorgeven aan die anderen?

Een vraag die dan opkomt en erg belangrijk is, is deze vraag: wat is die liefde eigenlijk, en is dan niet heel vaag en soft en ook onbereikbaar: iedereen liefhebben, zelfs wie je niet mag, die buren met wie ik niks heb, die irritante collega, die weinig invoelende en veeleisende leidinggevende, dat opdringerige familielid…die….die…
Liefhebben wordt ook gauw ingevuld als aardig vinden, altijd aardig zijn, lief zijn voor iedereen, wat niet goed gaat of naar voelt of slecht is maar met ‘de mantel der liefde bedekken, nooit boos worden maar altijd blijven lachen en niet op je strepen staan.. Maar dat is niet het allemaal niet, kijk maar naar Jezus die heel scherp kon zijn en onrecht en zonde zonder goed te praten benoemde en aanpakte, en die door heel veel mensen daarom niet aardig werd gevonden maar werd gehaat en zelfs gedood.
Jezus waarschuwde ook voor wat je kan overkomen als je Hem volgt: de wereld heeft Mij gehaat en zal jullie ook haten zoals wie voor het donker kiezen een hekel
hebben aan het licht – en toch zal echte liefde het winnen, is die sterker dan de haat.
Liefde is allesbehalve lievigheid, omdat wie het goede liefheeft wat slecht is haat. En dat kan je komen te staan op onbegrip, irritatie, weerstand, verzet zelfs tegen God/
We lazen dat net nog in wat vaak het hooglied van de liefde genoemd wordt, 1 Kor. 13: “de liefde verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid”.
Dus weer die vraag wat dat nou wel is: echte liefde, elkaar en anderen liefhebben?

Enkele jaren geleden is een boek verschenen van de Tsjechische priester Tomas Halik ‘Over de God van liefde’, met als titel: ‘Ik wil dat jij bent’. dia 4 Een best pittig boek maar met heel veel stof tot nadenken en stimulerend voor wat die liefde nou is.
Halik geeft wat volgens hem de kern is in die titel aan: Ik wil dat jij bent. Liefde is dat je graag wilt dat die ander er is, recht van bestaan heeft, mag zijn wie hij of zij is. En dat begint dan met God van wie je niet het bestaan kunt bewijzen en hoeft bewijzen maar naar wie je verlangt en die je mag ervaren als er liefde is, zoals in een lied van Taizé dat we straks kunnen beluisteren: “Ubi caritas en amor, Deus ibi est” = waar liefde, daar is God. Want God is liefde. En wil je weten hoe, kijk maar naar Jezus. Halik waarschuwt ook dat als mensen niet willen dat er een God is, zomaar iets of iemand anders zich als god opwerpt of als god vereerd en gediend gaat worden. Precies daarmee ging het mis bij onze eerste voorouders die zich lieten wijsmaken dat ze zelf wel als god konden zijn, en daarmee gaat het nog steeds vaak mis, denk maar aan al die dictators maar ook aan allerlei vormen van verslaving en egoïsme. De les van deze crisis is ook dat we maar mensen zijn en dus beperkt, zelfs met al onze kennis en techniek en medische voorzieningen en allerlei vaccins en medicatie. Paulus wist het al, lees maar verderop van dit hoofdstuk: “ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt…..Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben”….Maar bovenal: “de liefde zal nooit vergaan.”
dia 5
Laten we het vooral toespitsen op de onderlinge liefde tussen mensen, en dat kan tussen de ene en de andere mens zijn, maar ook breder: tussen groepen mensen. “Ik wil dat jij bent”. Ja, en dan niet dat die ander moet zijn of worden zoals ik ben of in elk geval anders dan hij of zij nu is – en dat je hoogstens die ander in je buurt duldt… nee, echte liefde vraagt de ander te waarderen in zijn of haar anders zijn, en dat geldt ook van groepen mensen: je houdt rekening met elkaar en je wilt dienen.
Halik zegt het zo: “Mijn geliefde hoeft zich niet aan mij aan te passen of zich anders voor te doen en hoeft mijn liefde niet met prestaties te verdienen”. En dus vraagt het van mij een stapje of zelfs een flinke stap terug te doen om de ander voorrang te geven en de ruimte om zichzelf te zijn….en dat te ervaren als een verrijking. Halik weer: “Wat wij bereid zijn boven onszelf te stellen, hebben wij werkelijk lief. Liefhebben betekent de geliefde de eerste plaats geven”. Of zoals Paulus schrijft: “Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde” (Efeziërs 4: 2) . En in Filipp. 2: 3-5.“Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had”. Weer wordt Jezus ons tot voorbeeld gesteld, en dat is pittig want wie kan worden als Jezus was en is? Niemand natuurlijk, uit zichzelf, op eigen kracht en met nog zo goede voornemens. Maar daarom mogen we altijd op Jezus een beroep doen, en op Gods Heilige Geest. En mogen we ook elkaar erbij steunen en leren van anderen, en zo groeien in liefde, voor elkaar en voor God.

Hoe indrukwekkend is dan wat Paulus in dat geweldige 1 Korintiërs 13 schrijft over wat echte liefde is – en wat niet – en wat liefde voor krachten kan losmaken, ook en juist in moeilijke omstandigheden, in een tijd van crisis en onzekerheid, en lijden.

Luister nog even naar een paar kernverzen uit dit hoofdstuk, vanuit de BGT: dia 6 “Liefde is: geduldig en vriendelijk zijn. Liefde is: niet jaloers zijn, niet vertellen hoe goed je bent, jezelf niet belangrijker vinden dan een ander. Liefde is: een ander niet beledigen, niet alleen aan jezelf denken, geen ruzie maken en geen wraak willen nemen. Liefde is: blij worden van het goede, en een hekel hebben aan het kwaad”. Steeds weer: liefde is gericht op niet jezelf en je eigen belang, maar op de ander.
En dan komt het echt binnen, wat in ons tekstvers van vanmorgen gezegd wordt:
“Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt. Door de liefde blijf je geloven en vertrouwen. Door de liefde blijf je altijd volhouden”.

Een paar voorbeelden helpen misschien om concreter te maken hoe dat kan werken.

• Zoals van die collega die onlangs in een column in de krant iets vertelde over de twee weken dat hij en zijn gezin vanwege corona in quarantaine moest blijven, precies in de kerstvakantie, en wat dat met hem deed: “Het duurde twee weken, maar het was lang. Iemand typeerde deze tijd als dagen vol dwingende dofheid en dat herken ik.” Het isolement viel hem zwaar: geen denkkracht, geen zin om te lezen, irritatie, en macabere humor. Maar wat hielp was een vriend die zijn zorg toonde, iemand die ineens op de stoep stond met een fles port, een huisgenoot met een bemoediging uit de Bijbel.Moedgevend!
• Nog een voorbeeld, van een statushouder uit Syrië, Shadi. dia 7 Hij vertelt wat hem erdoor heen hielp toen zijn schoonouders uit Syrië net op bezoek waren en door corona in het ziekenhuis belandden terwijl hij zelf ziek thuis was met de kinderen: “ Een week lang had ik het echt heel moeilijk. Maar toen waren daar de gemeenteleden weer. Sommige mensen kookten voor ons en kwamen eten brengen, anderen deden boodschappen of gaven een cadeautje voor de kinderen.” Een enorme steun! Liefde die weer moed gaf.
• Een laatste voorbeeld, van een actie vanuit de kerken in Haarlem: Soep Support. dia 8 “Joris Obdam is vrijwilliger bij de Antonius gemeenschap en kookt wekelijks grote pannen soep om uit te delen in drie Haarlemse wijken. Joris: ‘Als organisatie zetten we ons op meerdere fronten in voor de kwetsbare mens. Samen met verschillende kerken in Haarlem zijn we dan ook vanaf het begin van de coronatijd actief om voor hen zorg te dragen. Iedereen heeft het op een of andere manier wel moeilijk in deze tijd. We wilden op een eenvoudige manier elkaar in de buurt een hart onder de riem steken. Zo ontstond Soep Support.’ “. Daadwerkelijk aandacht en liefde geeft moed.

Er zouden vast veel meer verhalen aan toe te voegen zijn, en zelf heb je er hopelijk ook ervaring mee hoe blijken van liefde en meeleven en steun helpen om het vol te houden onder moeilijke omstandigheden, en wat dan echte vriendschap betekent. En het is goed om ook zelf na te denken over hoe je voor anderen iets kunt betekenen.

Ja en dan begint het wel met dat eerste: houd moed, weet jezelf geliefd, geliefd door God….pas dan en alleen dan kun je ook de moed krijgen om liefde te geven, om voor anderen een steun te zijn, zoals Johannes erover schrijft: dia 9 “Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden. Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten wij ook elkaar liefhebben.” En ook: “Wij hebben lief, omdat God ons het eerst heeft liefgehad.”

Ik eindig met een oproep van de eerder genoemde ds Kobes uit Heerenveen waar de actie begonnen is: dia 10 Misschien helpen die woorden jou ook, om moed te houden…? Om lief te blijven, voor een ander en voor jezelf. Want zo geven we elkaar en onszelf een steuntje in de rug. Kom op, we kunnen het. Samen komen we deze tijd door. Laten we proberen met kleine of grote gebaren licht te brengen, deze tijd lichter te maken. ….. Houd moed heb lief.”

amen

Liturgie morgendienst

Welkom

Votum en groet

Gods leefregels: Matt. 22: 35-40

NLB 320 ‘Wie oren om te horen heeft

https://www.youtube.com/watch?v=BVQ8Qqvcc48

Bijbellezing: 1 Korintiërs 13

Leve de Liefde (naar 1 Korintiërs 13)

https://www.youtube.com/watch?v=_4pbOZCU70M

Preek over 1 Kor. 13: 7: Thema is: ‘Houd moed heb lief’ dia 1

Ubi caritas et amor = Daar waar liefde heerst

https://www.youtube.com/watch?v=9jRAoptZQb4

Gebed

collectemoment

NLB 905: 1-4 ‘Wie zich door God alleen laat leiden’

https://www.youtube.com/watch?v=Jf6qT8oaYtc

zegen

Lucas 22: 24-26: ‘Wees maar blij met die blauwe envelop!’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Dat klinkt raar natuurlijk: wees maar blij met die blauwe envelop – dat ben ik ook niet echt. Ik bedoel natuurlijk de belastingaanslag die elk jaar bij veel mensen binnenkomt. Tegenwoordig kan het ook digitaal, maar bij ons is het nog altijd gewoon deze blauwe envelop. Het is – zeker voor wie niet in loondienst is – elk jaar weer een hele klus: de aangifte. Als het goed is, is het weer gelukt, het kan dit jaar nog tot half mei. En dan is het wachten op de definitieve aanslag – wat best nog even kan duren want het is druk en het gaat ook lang niet altijd goed bij de belastingdienst – maar dan komt die aanslag en dat is altijd even spannend, want soms valt het mee, en soms ook behoorlijk tegen. Soms krijg je geld terug maar het kan ook gebeuren dat je een fikse naheffing moet ophoesten.
We weten natuurlijk dat de overheid geld nodig heeft, ook in ons eigen belang, en dat ook nog in de bijbel staat dat je aan de keizer – de overheid – moet geven waar die recht op heeft (de Heer Jezus zei dat) en dat als de overheid belasting vraagt aan de burgers, wij moeten betalen (Paulus in Rom.13). Niet uit angst, maar uit principe. Maar toch, die blauwe enveloppen zijn niet populair want we willen graag zelf bepalen waar we ons geld aan uitgeven en wat doen ‘ze’ met ons geld?

Stel je voor: je woont in een land waar niemand een cent belasting hoeft te betalen. Dat klinkt natuurlijk geweldig; als je dat op straat aan de mensen zou vragen, zullen veel mensen daar weinig tegen hebben, al zullen er ook meteen tegenargumenten komen van: dat kan natuurlijk niet, en wie zal dan voor al die voorzieningen betalen? Maar toch: stel dat het wel zou kunnen, dat het geld dat nodig is er op een andere manier komt, zonder dat wij elk jaar aangifte moeten doen, en zonder dat het ons geld kost, ik denk dat de meeste mensen daar geen enkel bezwaar tegen hebben….je houdt dan heel veel geld in je eigen zak, en.. je kunt er ook goede dingen mee doen natuurlijk, goede doelen genoeg!
Er zijn landen waar het echt zo werkt, waar de inwoners geen belasting betalen. Voorbeelden zijn Saudi-Arabië en de oliestaten in de Golf zoals Dubai en Qatar. De schatrijke sjeiks die daar aan de touwtjes trekken verdienen miljarden door de olie en houden zo de hele samenleving gaande, en zorgen voor niet alleen de hoogste wolkenkrabbers ter wereld maar ook voor peperdure voorzieningen waar de inwoners vaak gratis gebruik van kunnen maken – mooier kan toch niet? Ook in het prinsdom Monaco betalen de inwoners geen belasting… en zo zijn er nog wel meer van die zgn. belastingparadijzen – waar rijke mensen en grote bedrijven vaak hun geld stallen.
Ja maar, het heeft wel degelijk schaduwkanten als je achter die buitenkant kijkt. Want dit soort landen zijn bijna altijd halve of hele dictaturen waar wie betaalt ook alles bepaalt – zonder oppositie die opkomt voor de belastingbetalers want die belastingbetalers zijn er niet en de machthebbers kopen de gunst van het volk. Ik las over een van die belastingparadijzen, Qatar – dat land waar zoveel over te doen is vanwege het WK voetbal…een land waar veel mis is met de positie van vooral buitenlandse werkers en met mensenrechten. “Technisch gesproken is Qatar inderdaad een dictatuur. De emir en zijn zeer uitgebreide familie (20.000 leden) hebben het voor het zeggen. Maar voor volksopstanden hoeft de emir voorlopig niet te vrezen. De emir is razend populair. Hij deelt de olieopbrengsten in hoge mate met zijn volk. De gemiddelde Qatari heeft het veel te goed om de straat op te gaan. En de werkers uit landen als India en Nepal zijn voor het lot van hun gezin veel te afhankelijk van de inkomsten om iets in het hoofd te halen. De regels zijn duidelijk: één overtreding en je vliegt er voorgoed uit.” Je hoort dezelfde dingen over b.v. Saudi-Arabië en de Ver. Arabische Emiraten. Genoeg rijkdom en weinig vrijheid…tegenspraak is gevaarlijk.

Met dat stukje informatie in ons achterhoofd gaan we beter begrijpen wat Jezus zegt in die verzen die we net gelezen hebben , als de Heer ingaat op dat geruzie van zijn leerlingen over wie nou wel de belangrijkste van hun twaalven was, en wie straks als de Meester koning zou worden, de hoogste posten zouden krijgen. Dat laatste vertelt Lucas er niet bij, dat weten we uit Matteüs en Marcus, als vraag van Johannes en Jakobus, via hun moeder: mogen wij straks wel rechts en links van U zitten?
Daar reageert hun Meester op door ze eraan ter herinneren hoe het in de wereld om hen heen toeging – en in feite gebeurt het nog steeds zo, als het draait om macht: “Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen”- herkenbaar, zo zit de wereld in elkaar, toen en ook nu nog.

In die vergelijking met de wereld van machthebbers en onderdanen kun je dat eerste makkelijk herkennen: misbruik van macht door anderen te overheersen. In de tijd van Jezus was het een dagelijkse realiteit, in Israël maar ook in heel veel andere landen die door de Romeinen onderworpen waren en werden bezet. En tot vandaag toe hebben mensen en volken er mee te maken dat ze korter of langer geleden werden ingelijfd en onderdrukt, voorbeelden genoeg uit Afrika en ook uit ons eigen Europa – en zelfs in dat vrije land van ons werden we wakker geschud toen bleek hoe een star systeem mensen kan mangelen, denk aan de toeslagenaffaire en de wachtlijsten bij jeugdzorg en de traag werkende instanties waar asielzoekers in vastlopen….en hoe moeilijk kunnen regeerders omgaan met lastige Kamerleden en journalisten.

Maar dat andere dat Jezus ook zegt, lijkt juist positief: machtigen als ‘weldoeners’. Is het niet mooi als regeerders goede dingen doen voor hun land en voor hun volk? Als geld wordt ingezet om allerlei goede voorzieningen voor de mensen te regelen? In Romeinen 13 schrijft Paulus toch ook dat de overheid er is ‘voor ons welzijn’? Dat klopt, maar let er dan op dat de Heer Jezus het heeft over mensen met macht die weldoeners ‘worden genoemd’, en ook graag zo bekend willen staan. En in die combinatie van macht en weldoener genoemd worden, zit nu juist de angel….je doet iets goeds om er zelf ook beter van te worden of om ermee slechte dingen die je hebt gedaan mee ‘wit te wassen’.
Het hier gebruikte woord voor ‘weldoener’ is trouwens een bekende titel in die tijd. In de Studiebijbel die ik gebruik staat bij dit vers een verhelderende aantekening: “Een aantal koningen uit de oudheid draagt de titel Euergetès, weldoener. In de Romeinse wereld betaalden de rijkste mensen geen belasting, maar droegen vrijwillig bij aan het budget van de stad” – en dan denk je: prachtig toch, de sterkste schouders die de zwaarste lasten dragen, een oude vorm van sponsoring of crowdfunding – ja maar – even nog het vervolg van die kanttekening uit mijn Studiebijbel over die rijke Romeinen: “op deze manier lieten zij zichzelf als weldoener roemen én hielden zij hun machtspositie” – omkoping dus eigenlijk en manipulatie, en het lijkt als twee druppels water – of olie – op die rijke Arabische staten in onze tijd…maar ook op regeerders die vooral wijzen op wat ze allemaal toch maar doen voor de goede zaak…en dan moeten de mensen de missers en de verkeerde beslissingen die er waren maar voor lief nemen en gauw vergeten.

Als ik daarom boven de preek gezet heb dat we maar blij moeten zijn met die blauwe envelop, bedoel ik dit ermee: dat we als burgers belasting moeten betalen, geeft ook invloed: via het parlement, via verkiezingen – want als ‘ze’ met ons geld verkeerde dingen doen, hebben we mogelijkheden om dat aan de orde te stellen en zelfs af te straffen – want wie betaalt die betaalt en dat zijn wij samen. Op die manier kun je – als is het indirect – meesturen dat de goede dingen gebeuren en dan de overheid inderdaad zich inzet voor het welzijn van mensen dichtbij en ook verder weg – zoals voor landen waar nood en oorlog is, vluchtelingen, asielzoekers…
En wat voor onszelf belangrijk is, en nog dichter bij onszelf komt, als gemeente, dat is de les die de Heer zijn leerlingen en ook ons wil voorhouden: “Laat dat bij jullie niet zo zijn” : dat we uit zouden zijn op invloed voor onszelf, dat machtsspelletjes gespeeld worden en mensen proberen de eigen zin of mening door te drukken door anderen te manipuleren of denken dat ze met hun geld of kennis of positie meer in de melk te brokkelen hebben dan mensen met minder geld of minder knowhow , dat inzet en meer uren werk meer invloed verdient…
Er zijn tijden geweest dat dit soort dingen ook in kerken voorkwamen: rijke boeren of grootgrondbezitters die het recht kochten om te bepalen welke dominee er kwam, rijke gemeenteleden die zorgden voor de wintervoorraad aardappelen of steenkool van de pastorie maar dan wel verwachten dat de dominee geen dingen deed of zei die hen niet aanstonden want ja, dan waren er ineens geen aardappels of brandstof, en dus paste die dominee wel op want zijn gezin moest ook eten, toch? Het komt dichtbij wat Jezus zei: weldoeners die hun macht misbruiken.
Natuurlijk, dat is lang geleden, en wie gebruikt nou nog b.v. de VVB om de kerkenraad of andere gemeenteleden onder druk te zetten of dwars te zitten? Gelukkig ken ik zulke voorbeelden niet, en wel veel eerlijkheid en belangeloze inzet, en de bereidheid om voor anderen klaar te staan, zonder er wat voor terug te vragen of te verwachten, mooie dingen die je mag zien als vruchten van de Heilige Geest; vast ook hier in Loosdrecht.
Maar toch is het altijd goed eerlijk in de spiegel te kijken die God ons voorhoudt. Zelfs de leerlingen van de Heer waren niet immuun voor de verleiding om invloed en een vooraanstaande positie na te streven of te claimen voor zichzelf, want zij hadden toch veel over voor hun Meester en zij kwamen toch wel meer in aanmerking dan…..
Ik denk aan de op zich terechte opmerking van Petrus: “Wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?” (Matt.20:22). Jezus zegt dan dat je Hem niet voor niets volgt: wie Hem volgt zal in zijn nieuwe wereld met Hem mogen regeren en wat je nu verliest, krijg je dubbel en dwars terug. Ja maar, dan komt meteen er achteraan: maar vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten, want in het rijk van God telt geen verdienste maar is alles genade, wordt je rijk beloond niet omdat jij zo goed was en zo je best hebt gedaan en zoveel opofferde, maar alleen omdat de Heer goed is.

Jezus zegt ook dat we niemand meester moeten noemen want er is maar één de Meester, en wij zijn allemaal broers en zussen van elkaar, gelijk aan elkaar: niemand is minder en niemand is meer, niemand is overbodig en iedereen is nodig. Dan is goede dingen doen voor anderen mooi en zelfs een opdracht, en is de Heer blij dat we ons leven aan Hem en aan zijn zaak wijden, ook op punt van geld en tijd, capaciteiten, bezit – maar zegt Hij ook dat we die goede dingen niet moeten doen om er mee op te vallen of erom geprezen te worden of er iets mee voor elkaar te krijgen: “Houd het geheim als je geld geeft aan arme mensen. Je linkerhand mag zelfs niet merken dat je rechterhand iets geeft. Ja Vader ziet wat er in het geheim gebeurt. En Hij zal je belonen.”. Zo staat dat in de ‘Bergrede’ van Jezus (Matt. 6: 3-4 ; BGT). Dus ook hulpvaardigheid en naastenliefde geven geen voorrang in Gods koninkrijk. Het enige dat in dat rijk voorrang krijgt is belangeloze liefde, zoals Jezus voordeed en waartoe Hij de zijnen oproept, zoals in geval van uitnodigen en gastvrij zijn: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’ Hoe vullen we dat in of kunnen we er niets mee?

We weten inmiddels wel dat Jezus ons wat Hij bedoelt zelf heeft voorgedaan. Hij zegt het nog eens een keer extra, met een vraag waarop we zelf het antwoord wel weten: “wie is belangrijker: de man die aan tafel zit of de man die hem eten brengt?” Denk maar aan het restaurant waar je als klant koning bent, of denk aan de echte koning en koningin die een diner geven – natuurlijk zijn zij van alle gasten de belangrijkste en zeker hoger in rang dan de koks en de bediening. Het antwoord van Jezus is weinig verrassend: “de man die aan tafel zit natuurlijk”. Maar wat er meteen achteraankomt is de wereld op de kop: “Maar Ik ben in jullie midden als iemand die dient” – wat de Heer ook heeft laten zien door als een slaaf de voeten van zijn leerlingen te wassen – echt de omgekeerde wereld. Het lijkt inderdaad de wereld op de kop wat Jezus zegt en ons voordeed: de belangrijkste is wie dient, wie zich klein maakt is groot, ik jullie aller dienaar…. Maar zo draait Jezus als de nieuwe Mens de op de kop gezette wereld van God weer terug in de stand van het begin en laat Hij zich kennen als de Her-schepper. Dat is pas echt wat diezelfde Paulus schreef: “daarom ook is iemand één met Christus is, een nieuwe schepping” – en nieuw is weer worden zoals ooit bedoeld.
Lees zo terug, met nieuwe ogen, met de ogen van Jezus, over hoe het ooit begon: “God zei: ‘Nu wil ik mensen maken. Ze moeten op mij lijken….Toen maakte God de mensen. Hij maakte ze zo dat ze op Hem leken. Hij maakte ze als man en als vrouw…..God keek naar alles wat Hij gemaakt had en zag dat het heel mooi was” Nou, en zo mooi gaat het weer worden dankzij Jezus die de schepping met de mens voorop redt en weer goed en weer mooi maakt – en die daarmee wil beginnen en mee bezig is en aan blijft werken in uw en jouw en mijn leven, en in zijn gemeente. Waar al iets zichtbaar mag worden van dat nieuwe – naast nog veel oud zeer en schrijnende wonden en soms stuitende zonden – hoe dichter in de buurt van Jezus, des te meer komt dat nieuwe aan het licht, nu al en als dat rijk van Jezus doorbreekt, echt helemaal voluit.
Wees maar blij met die blauwe envelop – niet dat belasting betalen leuker wordt, en het is ook niet altijd makkelijk. Maar zie het als symbool van willen dienen met wat je hebt – van willen delen. Dat begint veel dichterbij dan in het invullen van een formulier en overmaken van het verschuldigde aan inkomstenbelasting of het terugstorten van teveel ontvangen of die gift voor dat goede doel, hoe goed en belangrijk ook. Veel belangrijker en moeilijker is het goed omgaan met elkaar: wat wil je en kun je geven – aandacht, tijd, geld – je en wat mag je van elkaar verwachten – en als je iets goeds doet voor een ander, doe je dat dan vooral om jezelf goed te voelen of vraag je je af en vraag je dat ook aan die ander of het goed is voor hem of haar: wat kan ik voor je betekenen, waarmee ben jij het meest geholpen? Dan is hulp of aandacht of tijd niet het afkopen van een schuldgevoel of het voldoen aan bepaalde eisen die je aan jezelf of elkaar stelt maar ben je echt gericht op de ander. Zoals onze God liefde is – ook en juist voor mensen van wie Hij geen liefde krijgt – en wij niet eerst hoeven presteren of verdienen om Gods liefde te kopen – Jezus zegt: niet jullie hebben als eerste liefgehad maar Ik heb jullie lief – omdat Ik goed ben. Als die liefde ons aanraakt en aanstuurt, worden wij echte wél- doeners!

amen

liturgie morgendienst

welkom en mededelingen

votum en groet

zingen: Psalm 72: 1,4,7

Gods leefregels Romeinen 13: 1-10

Zingen: Gezang 260 (GKB 2017) ‘Heer, voor alle mensen roepen wij U aan’

gebed

Schriftlezing. Matt. 20: 17-28

zingen: Opwekking 705 ‘Toon mijn liefde’

verkondiging: Lucas 22: 24-26 ´ Wees maar blij met die blauwe envelop´

zingen: NLB 838: 1,3,4 ‘O grote God, die liefde zijt’

gebed

collectemoment

geloofsbelijdenis Gz. 179a GK

zegen

Johannes 13: 1-17 Jezus wast de voeten van zijn leerlingen

Liturgie morgendienst
Welkom
Moment van stilte en gebed
Votum en groet
Psalm 25: 1,2,3
Gods leefregels: Lucas 10: 25-28
Lied NLB 320 ‘Wie oren om te horen heeft
Gebed
Bijbellezing: Johannes 13: 1-17
Opwekking 268 ‘Hij kwam bij ons, heel gewoon’
Verkondiging ´Jezus wast de voeten van zijn leerlingen´
Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’
Gebed
Collectemoment
Opwekking 710 ´Zegen mij´
Zegen

Beste mensen, zussen en broers, u en jullie, gemeente van onze Heer,

Stel je even voor dat je bij een van je bekenden op bezoek gaat -uiteraard met in achtneming van de geldende regels – en dat de deur opengaat en de gastheer tegen je zegt: wil je eerst je schoenen en sokken uitdoen, dan zal ik je voeten wassen…
Ik denk dat je dan eerst heel verbaasd zou zijn en dan verontwaardigd en zelfs boos: wat dacht je wel, dat ik niet regelmatig mijn voeten was….dat ga ik echt niet doen! Ik heb wel een paar keer mee gemaakt dat ik op bezoek ging bij iemand met een andere culturele achtergrond en dat mij gevraagd werd mijn schoenen uit te trekken en een paar van de gereedstaande sloffen aan te doen, en dat deed ik dan natuurlijk.
In onze Nederlandse cultuur en met ons klimaat ga je ook niet met blote voeten op bezoek, hoogstens moet je zorgen dat je niet met smerige schoenen binnenstapt.

In de tijd dat Jezus op aarde was, ging het er allemaal heel anders toe op dit punt. De wegen waren meestal niet verhard maar paden met zand en dus veel stof en de mensen hadden geen schoenen maar ze liepen op blote voeten of op sloffen, en dan was het meestal ook nog veel warmer dan bij ons en dus waren je voeten niet alleen vuil maar ook zweterig dus je snapt wel, dan is dat wassen nodig en ook verfrissend. Ja, en dan moet je ook nog weten dat als de mensen toen gingen eten ze niet aan tafel gingen zitten met de voeten veilig onder die tafel maar op een soort ligbanken aan lage tafels, met de voeten vlakbij het gezicht van je tafelgenoot en dus was het wel erg fijn als die voeten schoon en fris waren, vandaar dat voeten wassen bij de deur…wat bij rijkere mensen de taak was van een huisbediende, meestal een slaaf.
Het was een teken van beleefdheid als zo’n slaaf bij het binnenkomen klaar stond om de voeten van de gasten van de heer des huizes te wassen en daarna af te drogen. Dat zullen Jezus en zijn discipelen vast vaak hebben meegemaakt als ze ergens kwamen….en soms ging het nog verder zoals in dat verhaal van vorige zondag over Maria die de voeten van Jezus overgoot met dure parfum en daarna die voeten met haar haren afdroogde, een bijzondere daad van eerbied en liefde, en – zoals haar Heer zei tegen mopperende leerlingen – voorbereiding op een eervolle begrafenis.

Soms ging het precies andersom, als een gast niet met respect ontvangen werd. Ook dat is de Heer Jezus overkomen, zoals we daarover kunnen lezen in Lucas 7. Het was in het huis van een zekere Simon, een Farizeeër die Jezus wel uitgenodigd had voor de maaltijd, maar in alles liet merken niet echt respect voor hem te hebben. Tijdens de maaltijd kwam een vrouw binnen met een twijfelachtige reputatie en zij zalfde – net als later Maria zou doen – Jezus’ voeten met zalfolie en maakte die voeten met haar tranen nat, kuste Jezus’ voeten, en droogde ze af met haar haren. Daarna confronteerde Jezus zijn gastheer met zijn gedrag en dat van die vrouw: Ik ben in jouw huis te gast en je hebt me geen water voor mijn voeten gegeven, me niet begroet met een kus, mijn hoofd niet met olie ingewreven – deze vrouw deed dat wel.
Die vrouw heeft haar liefde getoond, terwijl het gedrag van Simon liefdeloos was. Waarop Jezus tegen de vrouw zei: je zonden worden je vergeven, ga in vrede.

Kijk, met dat allemaal in het achterhoofd gaan we naar dat zaaltje waar Jezus met zijn leerlingen pesach zou gaan vieren, wat Jezus’ galgenmaal zou worden, en wat we kennen als ‘het laatste avondmaal’, en waar de tafel al gedekt stond en iedereen op zo’n ligbank aangeschoven was en wachtte tot Jezus zou beginnen, zoals ook toen al de gewoonte was, met een gebed om zegen voor de maaltijd.

Maar, ik denk als een schok voor wie daar zaten te wachten tot ze konden eten, deed Jezus heel iets anders dan bidden en iedereen een goede maaltijd wensen:
“Hij legde zijn bovenkleed af – wij zouden zeggen: hij deed zijn jasje uit – sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.”
Ik denk zomaar dat het doodstil was in de zaal, en ze elkaar geschrokken aankeken: wat gebeurt hier, wat doet de Meester nou, en: moet ik me schuldig voelen…..
Ja, want bij gebrek aan een bediende, een huisslaaf, zouden zij toch zelf…maar de een voor de ander voelde zich blijkbaar niet geroepen: stel je voor dat ik…maar ik ben toch niet een slaaf, we zijn toch allemaal gelijk, stel dat ik ….zijn voeten…….. We weten dat niets menselijks de leerlingen van Jezus vreemd was, en dat ze na drie jaar Jezus volgen nog steeds veel moesten leren, zeker over hoe je als je op Jezus wilt lijken, in het leven moet staan en moet omgaan met elkaar en anderen. Ook in de discipelkring werd naar elkaar gekeken en speelde eigenbelang mee. Kort voor die paasmaaltijd nog was er een pijnlijk incident. De broers Jakobus en Johannes (de Johannes die in zijn latere evangelieverhaal over de voetwassing door Jezus vertelt) (die broers) hadden via hun moeder aan Jezus gevraagd of zij als Hij koning zou zijn wel rechts en links van Hem mochten zitten, op de belangrijkste plaatsen dus. Jezus had toen gezegd dat Hij daar niet over ging maar God de Vader:
“die plaatsen behoren toe aan heen voor wie ze zijn bestemd”. Dat is dus: GENADE.
En toen de anderen woedend reageerden op die vraag van Jakobus en Johannes, werden ze allemaal op hun nummer gezet:: Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.”

Een les – de zoveelste – allereerst over Jezus zelf, over wie Hij is en wat Hij doet. Daar begint dit stukje evangelie mee: “Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan”. Dat uiterste zou zijn gevangenneming en veroordeling zijn, en zijn dood aan het kruis. Maar voordat het zover was, wilde Jezus nog een keer laten zien wat echte liefde is, namelijk dienen en nog eens dienen, jezelf wegcijferen en de minste willen zijn. En dat ook als een soort testament, een laatste wilsbeschikking voor zijn leerlingen die straks zonder zijn aanwezigheid verder moesten en de wereld in moesten gaan, en die als ze Hem wilden volgen ook die grondhouding van liefde moesten aanleren. Later in dit hoofdstuk komt dat terug als we Jezus horen zeggen: “Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn”. (Joh. 13: 34 en 35). Een les ook bedoeld voor ons.

Ja, maar een les die voor een mens erg moeilijk is om te leren en ernaar te doen. Zoals een paar dagen later pijnlijk aan het licht kwam tijdens die maaltijd, toen niemand opstond om de voeten van de anderen te wassen – ik ben toch geen slaaf!
En toen Jezus liet zien hoe het werkt als je echt zijn leerling en volgeling bent, volgde
er een stukje herhalingsonderwijs: “Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb? Jullie zeggen altijd ‘meester’ en ‘Heer’ tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook. Als Ik, jullie Heer en (leer)meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb jullie een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen…Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.”

Het zal schrikken zijn geweest daar tijdens die maaltijd en bij die les in dienstbaarheid, want wij kennen dit verhaal maar bedenk wel hoe bijzonder dat was. Stel je voor dat je bent uitgenodigd op het paleis – wat al heel uitzonderlijk is – en dat dan de koning aan de deur staat en zegt: zal ik uw jas aannemen, en wilt u koffie… Zo gaat dat natuurlijk niet, daar is personeel voor die zorgt voor de bediening.

Hoe bijzonder daar in die zaal dat wie de heer en meester is, bedient als een slaaf.
Bij Petrus kwam zoals vaker verzet op: U mijn voeten wassen, dat nooit. Eerder had Petrus ook al fel protest aangetekend toen Jezus het had over zijn aanstaande arrestatie en terechtstelling: “God verhoede het, Heer. Dat zal zeker niet gebeuren”. En later, in Gethsemané, wou Petrus tussenbeide springen, met een mes in zijn hand. Hij kon het maar niet geloven en accepteren dat het zo moest gaan. Maar toen Jezus zei dat Petrus zijn volgeling niet kon zijn als hij zijn voeten niet door Hem liet wassen – met ongewassen voeten kom jij mijn koningszaal niet binnen – sloeg Petrus door de andere kant op: was me dan maar helemaal, Heer! Hij had het nog niet begrepen: het ging niet om dat wassen op zich, maar om een nederige houding. Vandaar dat Jezus zei dat ze schoon genoeg waren, behalve de verrader. Maar dat ze zijn voorbeeld moesten volgen: elkaar willen dienen, nu en later…

Wat ons voor de vraag stelt wat dit verhaal en deze aansporing ons kunnen leren. En hoe we in de praktijk er handen en voeten aan kunnen geven,in de kerk en er buiten.
Ook wij moeten ter harte nemen wat onze Heer zei: “Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen….Je zult gelukkig zijn als j dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt”. Geen woorden dus maar ook daden.
Het was ‘een’ voorbeeld, zei Jezus, een voorbeeld van de minste zijn en dienen. Dus moeten we niet blijven steken in dat letterlijke van het wassen van de voeten.

Al is ook dat een bijzondere vorm van medemensen van dienst zijn, denk alleen maar aan allerlei vormen van zorg: verpleging, thuiszorg, mantelzorg – we worden er in deze tijd van corona weer bij bepaald hoe belangrijk al die vormen van zorg zijn. En dat applaus voor de zorg hopelijk ook leidt tot waardering en betere betaling.
Er is een gedicht van de niet onomstreden auteur Gerard Reve die soms heel grof kon zijn, ook over God en het geloof, en dit gaat zo: “ Zuster Immaculata, die al vier en dertig jaar verlamde oude mensen wast, in bed verschoont, en eten voert, zal nooit haar naam vermeld zien. Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert, ziet ‘s avonds reeds zijn smoel op de teevee. Toch goed dat er een God is”. Natuurlijk is dit ook weer eenzijdig want demonstreren voor een goede zaak en protesteren tegen onrecht kan ook heel nodig zijn, maar het is wáár dat veel zorg achter de schermen niet de aandacht krijgt die die zorg verdient. En dat het meer inzet en jezelf wegcijferen vraagt dan luidruchtig je eigen mening van de daken schreeuwen, terwijl dat laatste meteen het nieuws haalt en die wijkzorg of mantelzorg in stilte gebeurt maar wel voor de mensen die er elke dag van afhankelijk zijn heel belangrijk is. Het is goed dat we daar met elkaar oog voor hebben en het niet weer vergeten als deze crisis voorbij is…en als je zelf in de zorg werkt of thuis voor iemand zorgt: alle lof!! En laat het maar eens merken aan die thuiszorgers of wijkverpleegkundige, die arts, of die mensen in ziekenhuis en verpleegtehuis.

Maar u voelt wel dat dat voorbeeld van Jezus veel verder gaat en ons allemaal raakt. De voeten van iemand wassen, dat staat voor een houding van elkaar willen dienen.
En dan kunnen we allerlei situaties verzinnen waar je dat kunt toepassen: thuis, in de familie en de buurt, op het werk, op school, en ook in de kerk: er zijn voor de ander, niet alles laten draaien om jezelf, met jouw mening en jouw plannen en jouw belang, maar erop uit om het goede voor de ander te zoeken: voor je vrouw of je man, voor je kind, je ouders, voor die misschien wel lastige buurman of claimerige buurvrouw, die weinig op mensen gerichte leidinggevende, voor die zus of broer in de kerk die zo anders is en anders denkt – vul zelf maar aan – wat is het beste voor hem of haar en hoe kan ik me zo opstellen dat het werkt naar beide kanten – want dat voorbeeld van de ander de voeten wassen wil niet zeggen dat je jezelf moet weggooien of over je moet laten lopen – dat deed de Here Jezus ook niet, b.v. als Petrus uitpakt of Judas hem verraadt, en hoe scherp was Hij vaak naar mensen die anderen tekort deden of die Hem niet accepteerden als door God gestuurd of die alleen aan zichzelf achten.

De apostel Paulus formuleert heel zorgvuldig: zoek niet alleen je eigen belang, maar ook dat van de ander; en Petrus heeft uiteindelijk zijn les geleerd, hoor maar:
“Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn. Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe ben tu geroepen.” (1 Petrus 3: 8 en 9). Het gaat dus twee kanten op, het is elkaar willen dienen, zoals Paulus schrijft: wees elkaar onderdanig. En datzelfde in het lied dat zo meteen wordt gezongen: “Ik wil jou van harte dienen en als Christus voor je zijn, bid dat ik genade vind, dat jij het ook voor mij kunt zijn”. Luister goed, het begint bij mezelf, bij hoe ik erin sta en hoe ik die ander bejegen…en dan hopen en God erom bidden dat dat iets goed losmaakt bij de ander, naar mij toe.

Nou, en dat mogen we samen leren van onze Heer en oefenen als gemeente, hoe anders en lastig dat misschien in deze tijd is nu we elkaar weinig zien en activiteiten samen lastig zijn en bezoeken passen en meten is; het vraagt nu extra creativiteit hoe we elkaar het beste kunnen dienen en steunen, en ook daarin een voorbeeld kunnen zijn voor de samenleving als geheel, met zoveel letten op elkaar en afmeten van elkaar en kritiek op elkaar….b.v. via social media en in wat je hoort op TV.
Hoe kunnen we – weer dat lied –Christus’ licht ontsteken als het duister veel mensen omvangt….en dat ook samen doen, want “wij zijn onderweg als pelgrims, vinden bij elkaar houvast, naast elkaar als broers en zusters, dragen wij elkanders last”. En God geve dat anderen dat ook zien en merken en dat ze God ervoor gaan danken. En dat we zelf er nog blij en rijker van worden ook!

amen