1 Korintiërs 15: 58: Jezus is opgestaan – geloof (je) het zelf!?

liturgie morgendienst 14 mei 2017 –

zingen: Gz. 132: 1,6 (6=schoollied) ‘Dank U voor deze nieuwe morgen’
votum en groet
zingen: Ps. 21: 1,2,3 Levensliederen
1. De koning, HEER, wat is hij blij!
Hij juicht om uw bevrijding
en prijst uw kracht en leiding.
Zijn hartenwens werd werkelijkheid.
Hij vroeg u – en u gaf.
U wees zijn vraag niet af.
2. U geeft hem wat u hebt beloofd.
Wat zegent u hem machtig:
riant, royaal en prachtig.
Uw eigen hand plaatst op zijn hoofd
een gouden koningskroon
als stralend eerbetoon.
3. Hij heeft u om iets groots gevraagd.
U hebt het hem gegeven:
oneindig, eeuwig leven.
De glans en glorie die hij draagt,
weerspiegelt uw gezicht,
dat straalt van reddend licht.
Wet van de HEER
zingen: Ps. 119: 65,66 ‘Al uw geboden zijn gerechtigheid

gebed

Schriftlezing: Prediker 9: 1-12
zingen: Gz 287: 1,2 ‘’ Waartoe geploegd, als ’t zaad niet valt in goede aarde’

Schriftlezing: 1 Kor. 15: 17-32
zingen: Gz. 287: 3,4 ‘Heer, als er dan geen zin is in ons werk gelegen’

Schriftlezing: 1 Kor. 15: 50-58
zingen: NLB 637: 1,2,3,4 ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’

1. O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!
De Zoon, voor wie het duister zwicht,
de Zoon is als de zon, zo licht!

2. De Vader laat niet in het graf
zijn kind dat zoveel vreugde gaf,
Hij tilt het uit de kille grond –
het loopt als vuur de wereld rond.

3. De oude nacht voorgoed gedood,
de toekomst kleurt de morgen rood;
ziehier hoe God vergevend is
en hoe zijn liefde levend is.

4. Ziehier het licht van lange duur,
ziehier de Zoon, de zon, het vuur;
o vlam van Pasen, steek ons aan –
de Heer is waarlijk opgestaan!

verkondiging over 1 Kor. 15: 58

zingen: Lied 300:1,2,4,6 ‘Eens, als de bazuinen klinken
gebed
collecte
slotzang: Ps. 90: 1,8 ‘Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen’
zegen
amen: Lied 456: 3 ‘Amen, amen, amen…
—————————————————————————————————————–

Gemeente van onze opgestane Heer, broeders en zusters, jongens en meisjes,
dia 1
‘En ze leefden nog lang en gelukkig’.
Zo eindigen veel sprookjes:
het was heel eng en gevaarlijk maar toch een happy end: alles komt goed.’

Daar is het een sprookje voor zeggen we dan.
In het echt komt het heel vaak niet goed.
Ook al leven mensen lang, ze zijn vaak allesbehalve gelukkig.
En zelfs al heb je veel geluk in een lang leven, er komt een keer een eind aan.
Wat is dan de winst van heel zo’n leven, waar deed je het allemaal voor?
Nee, het is een sprookje: ‘en ze leefden lang en gelukkig’. te mooi en niet waar.
Veel mensen kijken net zo aan tegen de mooie verhalen van de bijbel.
De bijbel die ons wil laten geloven dat wie voor Jezus kiest,
lang leeft en altijd gelukkig zal zijn, zelfs eeuwig levensgeluk tegemoet gaat.
Dat is de Paasboodschap van de kerk: Christus heeft de dood overwonnen,
en daarom is er voor wie in Hem geloven, léven na de dood, door de dood heen.

Nou, maar als je gewoon de harde werkelijkheid onder ogen ziet,
is dat dan niet te mooi om waar te kunnen zijn, dagdromerij, een sprookje?
Vandaag aan de dag hebben veel mensen afgerekend met de grote verhalen
waar ze vroeger in geloofd hebben en warm voor gelopen zijn,
al die verhalen met als afloop dat je lang en gelukkig kunt leven
als je maar voor dit ideaal je druk en sterk maakt
en als je maar aan die manier van leven je met elkaar houdt…..
maar wat is er allemaal van terecht gekomen? wat heeft het opgeleverd?
toegepast op het christelijk geloof: wat is de winst van 2000 jaar christendom?
is de wereld er beter op geworden, veiliger, vrediger, schoner…..integendeel toch!
En wat heeft de kerk te bieden voor de 21e eeuw – is de kerk nog wel relevant –
bedoeld wordt: wat heeft de kerk waar moderne mensen wat mee kunnen?

Het zijn de vragen van de Prediker en net zo goed van de apostel Paulus.
Die dat soort menselijke vragen bloedserieus nemen. Het zijn hun eigen vragen.
Ze gaan die vragen niet uit de weg, ze lopen er niet mee van God weg. Want als alle grote verhalen zijn uitverteld, blijft dat ene grote verhaal van Pasen.De moeite waard het te geloven en vast te houden…en aan iedereen door te vertellen.

dia 2 Jezus is opgestaan – geloof (je) het zelf?!
1. zonder Pasen geen leven
2. Pasen verandert je leven
3. hoe leef je na Pasen?

dia 3 1. zonder Pasen geen leven.
Jezus opgestaan – geloof je het zelf? Of: geloof je dat echt zelf?
Maar stel u nou eens voor dat het allemaal niet waar is..niet echt zo is?
Denkt u dat nooit eens? Echt niet? Of toch stiekem wel eens….?
Nou, Paulus denkt er hardop en konsekwent over door: stel nou eens…..
De aanleiding was de moeite binnen de gemeente met de opstanding.
Dat je als je gelooft en dan sterft, op Gods tijd opstaat met een nieuw lichaam….
dat wilde er bij sommige christenen gewoon niet in.
Ze waren kind van hun tijd. Voor veel mensen was dood dood; over en uit.
Anderen die wat dieper doordachten, hielden het erop dat de ziel bleef bestaan
om terug te keren tot een hogere werkelijkheid of op een andere manier terug te komen.Je herkent onze eigen tijd. Ook nu geloven veel mensen dat de dood het einde is, en ze vinden het soms ook goed zo, na in moeilijk of voltooid leven. .

Maar dan Paulus weer: stel je voor dat wie dat zeggen gelijk hebben.
De gevolgen zijn niet te overzien. Dan valt de bodem uit heel ons geloof.
De bijbel een sprookjesboek, of een boek met religion-fiction-verhalen.
Als opstanding van gestorvenen niet kan, dan is Jezus ook dood en begraven.
En dan is de dood sterker dan God. En wie geeft dan nog zin aan ons bestaan.
Je kunt je druk maken. Je kunt plezier maken. Je kunt actief godsdienstig zijn.
Maar het eind van al die mooie of wrange liedjes is: en zij stierf, en hij ging dood.

Het zijn heel werkelijke vragen en kijk maar om je heen voor de antwoorden.
Vandaar die vraag: is Pasen nog wel relevant? De dood overwonnen? Hoe zo dan? Iemand schrijft nuchter: “Wie zegt me dat deze droom geen bedrog is? Waarom zou de verwachting van een wereld zonder ziekenhuizen en begraafplaatsen géén illusie zijn? Want wat zie je van een Rijk van God? De dood overwonnen? Wat merk je daarvan? Het lijkt alsof ziekte en dood nog nooit gehoord hebben, dat het Pasen is geweest?” En wat heeft dan ons werken – en geloven – voor waarde? Paulus is er glashelder en eerlijk-nuchter in: dan zou het allemaal voor niets zijn, en erger: dia 4
Lucht!Wat dat betreft staan ze naast elkaar: de OT Prediker en de NT Paulus.
En herken je als postmoderne 21e eeuwer veel in wat ze over zin en onzin schrijven.
De Prediker die alle luchtkastelen die mensen opbouwen trefzeker doorprikt: alle mensen treft hetzelfde lot: hoe ze ook leefden, hun leven eindigt bij de doden En Paulus die iedereen gelijk heeft die zegt en zo leeft: laten we eten en drinken, want morgen sterven we toch – gesteld dat je maar één keer leeft – dat was dan dat!

Weer schiet het door me heen: stel je nou eens voor dat ze gelijk hebben!
Nog een citaat: “In een tijd waarin jaarlijks tienduizenden mensen de kerk de rug toekeren, kan het opeens door je heen schieten, stel, dat het allemaal niet waar is….”
Maar ik wil het omdraaien: ga er nou eens vanuit dat het allemaal wel waar is!
Dat we dus vandaag terecht blij en verwonderd vieren, dat de Heer echt is opgestaan. En met Paulus daar het feestelijke vervolg aan vastmaken: ook wij zullen opstaan. Is dat dan voor ons echt een relevant feit: wordt ons leven er anders van?

Paulus laat zien dat als er geen opstanding is en Pasen een sprookje is,
dat er dan inderdaan niet anders op zit dan er in dit leven het beste van te maken.
Dan valt er voor na dit leven niets te verwachten. En dus moet het hier en nu wezen.
Geen wonder dat veel mensen dan gulzig en haastig uit hun leven halen wat er in zit.
Hard werken en veel geld verdienen om daar dan leuke dingen mee te doen,
maar ook je inzetten voor je kinderen dat zij het nog beter krijgen dan jij het had.
En echt ook wel wat over hebben voor anderen die het zo beroerd hebben.
Maar allemaal – zoals Prediker zegt – onder de zon….gauw voordat het nacht wordt.
En in de grond van de zaak: vooral voor je zelf, zorg dat je erbij bent en dat je niks mist. Kijk dan niet meteen naar die ander die niet gelooft: logisch toch, zo denken en leven? Zonder Christus die de dood overwon, zonder Pasen, hen je toch ook geen leven? Vraag liever jezelf af: ben ik niet ook zo’n korte-termijn-consument? Maar Pasen dan??

dia 5 2. Pasen verandert je leven.

Daarom…..begint ons tekstvers heel stellig.
Het is de slotconclusie van een heel lang hoofdstuk: bijna 60 verzen.
Een hoofdstuk dat ons vanaf het begin met beide benen op de grond zet.
Op de stevige fundering van betrouwbaar feitenmateriaal: het evangelie – zegt Paulus tegen zijn lezers – dat uw fundament is, en uw redding.
Waar je dan wel stevig aan moet vasthouden omdat anders alles voor niets is.
Dat fundament is wat met Jezus Christus gebeurd is voor ons, tot onze redding:
Christus is voor onze zonden gestorven, en begraven, en op de derde dag opgewekt.

Nee, niet een verhaal te mooi om waar te zijn, niet een spannende sprookje maar een keihard feit, met veel ooggetuigen, honderden die het konden navertellen,
en bevestigd van meerdere kanten, en door miljoenen en miljoenen gelovig aanvaard. En niet een los incident maar het scharnier van het grote verhaal van Gods rijk.Dat rijk dat zijn opmars al begon vlak na het fiasco van de zonde:
de grote Nazaat van de vrouw die de duivel de kop zal kosten – zijn rijk gaat eraan.
En het loopt daarop uit – Paulus in vs. 28 – God die over alles en allen zal regeren.
Daar is de rotsvaste bodem voor gelegd toen Jezus de zonde en de dood overwon.
Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, jubelt Paulus – twijfel daar toch niet aan!

Ja, en dat is niet maar een incident, maar een program. Ons levensprogram!
Vandaar wat er meteen achteraan komt: als eersteling van die gestorven is.
Eersteling – dan denk je aan de eerste opbrengst van een hele oogst.
De rest van de oogst moet nog komen. En zal ook zeker komen! “Hoe komen sommigen van jullie er dan bij dat er geen opstanding van de doden is?” Heb je dan geen besef van God, klinkt het verwijtend uit Paulus’ mond. Zijn ze dan vergeten wat Jezus zelf zei: God is geen God van doden maar van levenden?
De God van Abraham, van Mozes, van David, van opa en oma, en ook onze God? Die zijn Zoon toch niet stuurde om mensen te redden die toch weer dood gaan, maar opdat door de dood heen al Gods kinderen voorgoed met hun God leven?
dia 6
Nou, en dan ziet het leven van nu en dat van straks er totaal anders uit. Paulus zet in een paar forse trekken neer hoe relevant Pasen wel is:je mag zeker weten dat je arbeid niet vergeefs, niet voor niks is, in en om en door de Heer. Anders vertaald: al uw inspanningen zijn door uw verbondenheid met de Heer niet vergeefs

Maar waarom dan niet? Komt een christen dan geen moeite tegen?
Ook als je gelooft, kun je toch ziek worden, en slaat de dood vroeg of laat toe?
Denk maar weer aan die Prediker: of je nou gelooft of niet, God dient of niet,
alle mensen staat hetzelfde lot te wachten. Hun leven eindigt bij de doden.
Is het vreemd dat veel mensen hun schouders ophalen over het paasevangelie:
misschien is er toen nog wel echt iets gebeurd ook, maar wat schiet ik daar mee op?
Komt het er niet voor iedereen op aan dat je vandaag je best doet en jouw deel pakt?

Ja maar toch: als je echt gelooft in de Opgestane als jouw Redder en Heer,
verandert het evangelie van zijn kruis en opstanding wel degelijk alles helemaal.
Want dan mag je geloven dat je niet alleen maar leeft tussen wieg en graf,
maar dat dit aardse bestaan alleen een stageperiode is en een voorbereiding
op het echte en volle leven dat dwars door dood en graf heen beginnen gaat.
O ja, wachten duurt lang, dat zal waar zijn. Zelfs in de hemel wachten ze nog.
Het is een hele troost dat je na dit leven bij God in de hemel mag komen. Maar Paulus is er duidelijk over: dat is niet het eindstation maar een wachtkamer:
Je mag in geloof verder kijken en meer verwachten: een nieuwe aarde en een nieuw lichaam,, en dat doorbreekt die trieste cirkel van zinloosheid en vergeefsheid.
Het is de levensvraag van elk mens: waarom leef ik, waar werk ik voor, heeft het wel zin? Pasen geeft ons leven echt zin. Zegen! Ik krijg weer zin om voor Hem te leven?

dia 7 3. hoe leef je na Pasen?
Ik bedoel daarmee: wat merk je er nou de rest van de week van dat het Pasen is geweest, en dat we elke zondag vieren dat Jezus is opgestaan en ons leven geeft?
Morgen gaat u weer aan het werk – en ik – en jullie naar school – net als iedereen.
Je gaat samen met anderen sporten, net als anderen ben je de hele dag online … Alle mensen moeten eten en drinken, slapen en weer opstaan….veel mensen worden ziek…alle mensen – ook christenen, ook gereformeerden – moeten sterven.
Nog een keer: hoe relevant is het voor ons dat het Pasen is geweest, wat verandert dat?

In elk geval niet dit dat je ontstijgt aan dat alledaagse leven hier op aarde.en
De Bijbel praat ons niet een overgeestelijk en onaards hemelverlangen aan.
We zagen al dat onze eindbestemming niet in de hemel is maar op een nieuwe aarde, en Paulus schildert uitbundig dat we daar zullen zijn met echt een lichaam.
Teruggrijpend op vanmorgen: het paradijs is niet een droomwereld maar echt aarde!
Ik denk ook aan dat verhaal van Jezus over die knechten van de koning die elk een bepaalde opdracht kregen om mee aan de slag te gaan…een soort proefwerk.
Toen de koning terugkwam kregen de knechten die trouw geweest waren en winst hadden gemaakt, een pluim en een beloning: goed gedaan, jij trouwe knecht,in het kleine ben je trouw geweest, nu kan ik het grote toevertrouwen: koning zijn met Mij!

Maar wel: dat Jezus is opgestaan en dat wij met Hem zullen opstaan in een nieuw leven, dat bevrijdt ons van de kortzichtigheid en de krampachtigheid dat we hier en nu in die jaren dat we te leven krijgen, allemaal moeten realiseren.
Dat zit achter dat in wezen intrieste van ‘laten we eten en drinken voor we sterven’.
En maak dan dat maar zo lang en breed als het leven is: werken, carrière maken,
uitgaan en erop uit trekken, gulzig en ongeduldig van het ene naar het andere vliegen, om maar niets te missen….en dan is lijden, ziekte, verdriet, iets dat een mens niet past, een vervelend oponthoud en als het erger is zelfs een drama: je leven is niks meer waard.
dia 8
Dat speelt zeker mee bij de discussie over zo’n onderwerp als voltooid leven, want
als dit leven niet meer waard is geleefd te worden, als ik het leven niet meer aan kan,
of – die kant kan het zomaar opgaan – als ik merk dat ik een last wordt voor anderen,
nou, waarom zou ik dan niet er een punt achter zetten of laten zetten….? Ik ontken niet dat er vaak veel moeitevolle verhalen achter zitten, maar hoe ga je ermee om?
Als je in geloof meer verwacht en verder kijkt dan werk of plezier, pijn en lijden nu,
dan gaan de dingen er heel anders uitzien. Je gelooft op grond van Jezus’ overwinning met Paulus in die andere brief dat het lijden van nu niet opweegt tegen de glorie die komt,en dan wordt ook dat werken en genieten hier en nu betrekkelijker:
het is nog maar het begin, een voorschotje op de complete erfenis die op ons wacht.

Tegelijk wordt daarom juist des te belangrijker hoe we hier bezig zijn: daarom – omdat het Pasen is geweest en Christus heeft overwonnen – juist daarom:
zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, omdat het niet voor niets is
en niet toch straks allemaal afbreekt en wordt vergeten, en je niks meenemen kunt…
Nee, het heeft zin en je krijgt er weer zin in. Je weet waarom je het doet en voor Wie!

Juist dan kun je echt genieten. Krijgen die adviezen van de Prediker extra glans
en diepgang: eet je brood met vreugde, drink met en vrolijk hart je wijn (je koffie of thee,je pilsje, met mate), trek gerust mooie vrolijke kleren aan, maak je maar op en zorg voor een geurtje, geniet van je man of je vrouw als je getrouwd bent, van je kinderen als je die hebt, van familie en vrienden, en doe maar gewoon wat je hand vindt om te doen. Vanwege Pasen! En elke lente is voorbode van Nieuw leven!
dia 9 mooie uitspraak van Luther
Kijk, en een kerk van zulke mensen gaat licht afgeven en heeft veel te bieden.
Geeft uitzicht tegen de chaos en de verwildering en de wanhoop in: er is echt hoop!! Je gaat je inzetten voor het werk van de Here, doen wat je hand te doen vindt, dienend in en voor de wereld, verwijzend naar Hem die alle dingen eens voorgoed nieuw maken zal!
amen

dia 10

Exodus 12: 14 en Psalm 116: 13-14: Vrijheid geef je door – de kracht van het persoonlijke verhaal

Liturgie morgendienst zondag 7 mei 2017
Thema: ‘Vrijheid geef je door – de kracht van het persoonlijke verhaal’
Votum en groet
Zingen: Ps. 124: 1,2,3’’Heel Israël getuige, blij van geest’
Wet van God Exodus 20
Zingen: Ps. 32: 1,2 LL ‘Geluk is dat je fouten zijn vergeven’
1. Geluk is dat je fouten zijn vergeven,
je zonde weg, bedekt voor heel het leven.
Geluk is dat de HEER je niets verwijt
en dat je bent bezield door eerlijkheid.
Zolang ik zweeg had ik gebroken nachten
en overdag gebrek aan nieuwe krachten.
Uw hand was drukkend zwaar – mijn lijf begon
kapot te gaan als in de hete zon.
2. Ik ben voor u mijn zonde gaan benoemen,
hield ermee op mijn fouten te verbloemen.
Ik zei: ‘Mijn schuld beken ik aan de HEER.’
En u vergaf mij – geen verwijten meer.
Laat wie gelooft zich biddend aan u binden
in tijden dat u zich door hen laat vinden.
Hoe hoog de golven om je heen ook slaan –
gegarandeerd – ze raken jou niet aan.
Gebed

Schriftlezing: Exodus 12: 14-28
Zingen: Ps. 66: 2,6,7

Schriftlezing: Psalm 116
Zingen: Ps. 116: 1,4,5,7

Verkondiging: Ex. 12: 14 en Psalm 116: 13-14
Zingen: NLB 709: 1-5 ‘Nooit lichter ving de lente aan’

1. Nooit lichter ving de lente aan
dan toen uw hand ons volk bevrijdde.
Hoe hebben w’in dat schoon getijde
verheugd maar huiverend verstaan:
Gods vijanden vergaan.

2. De winter leek voorgoed voorbij
en voor ons lag de volle zomer;
de macht was eindlijk aan de dromer,
de nieuwe mens, zo droomden wij,
verbrak de slavernij.

3. Maar winters werd het in dit land;
‘t is kil rondom en in ons midden,
in onze mond verstart het bidden,
doodskou gaat uit van onze hand
naar mens en dier en plant.

4. O God, wat zijn wij dwaas geweest,
dat w’aan de vrijheid zo gewenden,
dat wij de vijand niet herkenden,
in opstand tegen U, het meest
in eigen hart en geest.

5. Vergeef het ons, raak ons weer aan
met levensadem, lente-tijding,
en doe met krachten ter bevrijding
ons hier in Christus’ vrijheid staan.
God, laat ons niet vergaan.

Gebed
Collecte
Zingen: Lied 416: 1,2 ‘Gelukkig is het land’
Zegen
Amen: Ps. 32: 3a/4b LL ‘Bij U vind ik een schuilplaats in gevaren’

Bij u vind ik een schuilplaats in gevaren,
ik voel me veilig, u blijft mij bewaren.
U bent het die mij liefdevol omringt
en met gejuich van mijn bevrijding zingt.
Eer aan de Vader, die om ons blijft geven.
Eer aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven.
Eer aan de Geest, die altijd voor ons pleit.
Drie-enig God, leef tot in eeuwigheid!

…………………………………………………………………………………………………………..
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, geliefd door God onze Vader
dia 1
‘Vrijheid geef je door’.
Dat is door het Nationaal Comité 4 en 5 mei gekozen als jaarthema voor de herdenking van de oorlogsslachtoffers en de viering van de bevrijding, tot 2020.
Met elk jaar een toespitsing op een bepaald aspect van herdenken en vieren.
Dit jaar is dat onderthema ’de kracht van het persoonlijke verhaal’, en dan gaat
het vooral over persoonlijke verhalen van mensen die de oorlog en bezetting
hebben meegemaakt, of verhalen die meegaan in families, over wie nooit zijn
teruggekomen, over opgelopen trauma’s, over nooit verwerkt verlies en verdriet.

Als zulke verhalen verteld worden of als je ze leest, komt wat gebeurd is veel
meer binnen dan als je alleen het grote verhaal leest, in schoolboeken b.v.,
over Hitler, over veldslagen, over de concentratiekampen en de gaskamers.
Dat maakt ook indruk, maar als je dan ineens een nabestaande spreekt, of
iemand van wie de opa is omgekomen als verzetsman of als militair,of als je opa of
oma loskomt over hoe ze de oorlog beleefd hebben als kind, dan gaat het ineens veel meer leven – en dan zijn er ook de gevolgen van die jaren die soms generaties lang doorwerken – het ging echt om heel concrete mensen…om persoonlijk leed.
En hoe bijzonder dat ze er nog steeds zijn, stokoude veteranen, met hun verhaal.
dia 2
Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier en schrijver van de jaarthematekst,
schrijft dat persoonlijke verhalen over de oorlog en over wat daarna gebeurde de essentie van het leven heel dichtbij brengen: “Ze gaan over moed en opoffering,
Maar ook over de duistere kanten van de mens. Over de dood uiteraard en over diep gevoelde ellende, pijn, angst, onmacht en vernedering. Over verraad, leugens en lafheid….En ze doen beseffen hoe het is om in vrijheid te leven, zonder nachtelijke razzia’s , zonder buigen voor een vreemde keizer”. Dat laatste slaat op Japan.
dia 3
Joustra geeft aan dat veel mensen een sterke drang voelen om hun verhaal door
te vertellen, steeds maar weer, en vaak zijn en worden die verhalen opgeschreven.
Tegelijk: dat heeft vaak tientallen jaren geduurd, en er zijn ook verhalen die met wie
het beleefd hebben onverteld het graf ingaan, uit angst of schaamte, omdat het te erg was, te confronterend is, of te pijnlijk, of uit angst niet geloofd of zelfs afgewezen of uitgelachten te worden – en wat moet je met het verhaal van je opa die fout koos
in de oorlog of over die verzetsdaad die uit de hand liep, of over die wraakactie…?

Maar hoe waardevol zijn eerlijke persoonlijke verhalen, juist voor wie het zelf niet hebben meegemaakt en zoiets nooit hopen mee te maken: om niet wie ook maar te verheerlijken of te veroordelen, maar om ervan te leren, ervoor bemoedigd en ook
gewaarschuwd te worden, en om geholpen te worden bij keuzes in eigen leven en eigen tijd, om de vrijheid die we mogen hebben door te geven en voor te leven,
en ook om zuinig te zijn op die vrijheid en er samen goed mee om te gaan.dia 4

Gemeente, de Bijbel is bij uitstek een boek vol verhalen – over God en mensen.
Om alle misverstand te voorkomen: ik bedoel niet ‘verhaaltjes’ , niet echt gebeurd
of zonder diepgang – nee, het zijn juist heel levensechte verhalen, over wat door
mensen is gedaan of wat mensen is overkomen en ook wat mensen is aangedaan,
Maar meer nog en vooral, verhalen over wat God gedaan heeft en nog steeds doet.

Want hoe oud ook die verhalen, over wat duizenden jaren geleden gebeurd is, ze
gaan over het echte leven waarin als het erop aan komt, het steeds over diezelfde
dingen gaat: schuld en boete, schaamte, vergeving, angst en moed, hoop en vrees.
En meer nog en vooral: over God die dezelfde blijft, trouw, liefdevol, geduldig; God
die boven alle tijden staat en over alle feiten gaat, en die zijn geschiedenis maakt.
Kijk, en juist omdat die verhalen over het echte leven gaan, over emoties, over wat mensen hebben ervaren, raken die verhalen mensen en hebben ze al eeuwen hun kracht bewezen – zoals we belijden dat de Heilige Geest mensen overtuigt van de waarheid van de Bijbel – en, staat er bij in art. 5 NGB “het bewijs ligt bovendien in de boeken zelf, want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”= de Bijbel bewijst zichzelf – de kracht van wat de Bijbel wil vertellen.

En dan is het er in de Bijbel allemaal: dat grote verhaal van God met zijn volk, eerst
Israël, dia 5 en na Pinksteren zijn volk samengesteld uit vele volken, culturen, talen en ook die persoonlijke verhalen, van een Adam en zijn Eva, een Noach en zijn gezin een Abraham en Sara met toch een zoon en nageslacht, een David die een man

was naar Gods hart maar ook gruwelijk onderuit kon gaan en die dat vreselijke
verhaal van overspel en moord met voorbedachten rade eerst diep probeerde weg te stoppen maar dan er toch mee voor de draad moest komen – en van die onbekende dichter van Psalm 116 dia 6 die voor de dood was weggesleept
en zijn God daar uitbundig voor wil bedanken – in de tempel, in de kerkdienst –
want bij God ben je nooit een nummer of alleen een ambt maar juist die ene mens,
en bij God gaat het nooit om ‘de zaak’, maar om mensen, om u en om jou en om mij.
En dan gaat het eigenlijk altijd samen op en loopt het door elkaar heen: dat grote
van die oorlog of dat kerkconflict of die kerkelijke eenwording, en dat misschien kleine maar minstens zo belangrijke verhaal van die gezinnen, families, enkelingen met hun eigen keuzes en frustraties, pijn en gebrokenheid – het is er en mag er zijn,
en het mag gezegd en verteld worden, bij God neergelegd, en soms opgeschreven.

Zoals de dichter van een andere psalm, van wie we ook de naam niet kennen, Psalm 66, die zingt over grote dingen die zijn volk zijn overkomen – verdrukking en vrijheid – “mensen zijn over ons heengereden, wij zijn door vuur en door water gegaan, maar U bracht ons naar een land van overvloed” – en die dan inzoomt op zijn eigen verhaal dat hij wel aan iedereen wil vertellen want vrijheid geef je door en wat een kracht heeft een persoonlijk verhaal: “Kom en hoor wat ik wil vertellen, ieder die
ontzag heeft voor God, hoor wat Hij voor mij heeft gedaan” – hoort u: voor mij.
Daar loopt die psalm die wereldwijd begint –“Heel de aarde, juich voor God…laat heel de aarde voor U buigen….Kom en zie de werken van God….- daar loopt die
psalm die gaat over wat God deed met en voor zijn volk – op uit: “God heeft mij gehoord, Hij heeft geluisterd naar mijn gebed. Geprezen zij God, Hij heeft mijn gebed niet afgewezen, mij zijn trouw niet geweigerd”. Geweldig: die grote God is mijn God.

‘Vrijheid geef je door’ – door de verhalen te blijven vertellen, ook van grootouders en ouders op kinderen en kleinkinderen, door te herdenken en stil te staan bij hoe zwaar en moeilijk het was en hoeveel offers er zijn gebracht en slachtoffers gevallen zijn, en door samen te vieren dat je vrij mag zijn, en bewust die vrijheid te gebruiken.
Dat is in wezen waarom we nog steeds na zoveel jaar elk jaar 4 en 5 mei vieren.
Dat is ook waarom God veel langer geleden via Mozes nog voor de bevrijding uit de dwangbuis Egypte meteen al de herdenking en viering van de bevrijding regelde,
dia 7 met alle aspecten daarbij van herinnering aan de pijn en de tranen, het besef dat de bevrijding niet kwam als beloning voor eigen goed gedrag maar als bewijs van Gods genade die zelfs niet zonder bloedvergieten mogelijk was en veel offers vroeg – en die vroeg om een nieuw en ander leven met wegdoen van alles wat slecht en scheef was – vandaar die ongegiste koeken en het wegdoen van alle bederf…..
want vrijheid is niet vanzelfsprekend en vrijheid vraagt om een nieuw begin.

Als God aan Israël de opdracht meegeeft om hun bevrijding – Zijn bevrijding – te blijven gedenken en vieren – er staat bij: ‘alle komende generaties’- dan is dat meer dan dat ze een of ander feit uit het verleden moeten weten – als geschiedenisles.
Nee, in deBijbel is ‘gedenken’ niet iets van het hoofd alleen maar vooral van het
hart: dit heeft God voor ons gedaan, we hebben een machtige goede God, en die
wil ook onze God zijn – en gedenken is dan ook bedoeld om er wat mee te doen:
om de vrijheid niet te gebruiken om jezelf uit te leven maar om voor God te leven en ook de ander zijn vrijheid te gunnen en het samen goed te hebben op Gods aarde.
Paulus trekt het later door naar de gemeente als hij het heeft over Christus als het
volmaakte en voor altijd voldoende paaslam: “Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht. Laten we daarom het feest niet vieren met de oude desem van kwaad en ontucht, maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid” (1 Kor. 5: 7-8). En over de vrijheid die Christus is en ons geeft: “Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde” (Gal.5:13).
dia 8
Een les die ook meegenomen kan worden naar het samen vieren van de bevrijding als Nederland: wat doen we met de vrijheid die we al zo lang mogen hebben, in een tijd van soms scherpe tegenstellingen en groeiende verschillen, een tijd waarin veel mensen en landen weer vooral gaan voor eigen belang, en je kan schrikken over hoe wordt gedacht en gepraat over vluchtelingen en hoe – zelfs door overheidsinstanties- wordt omgegaan met asielzoekers – en waar regels vak meer tellen dan mensen.
Zien we onze vrijheid als cadeau dat we ook niet hebben verdiend, of als een
recht waarop niemand anders inbreuk mag maken en die we de ander soms bijna niet gunnen, want de vrijheid voor de ander vraagt misschien van ons inschikken
en inleveren. Vrijheid geven we door maar aan wie? Alleen aan eigen volk en eigen soort of ook aan wie naar die vrijheid zijn gevlucht en zich ook hier onvrij voelen?
Genoeg om over na te denken en wat mee te doen: vrijheid geef je door – of niet?

Vrijheid geef je door – dat werd rond pesach heel concreet ingevuld doordat de verhalen – en vooral: Gods verhaal – werden doorverteld van ouders op kinderen.
God gaf de opdracht dat als de kinderen zouden vragen wat het te betekenen heeft wat hun ouders deden, met dat lammetje en dat bloed aan de deur, die ouders dan het verhaal moesten vertellen van Egypte en van de redding die God gegeven had,
niet omdat ze een supervolk waren maar omdat God in zijn genade hen gespaard had toen Egypte werd gestraft –en dan staat er niet dat God die voorouders had gespaard maar er staat: “ons heeft Hij gespaard”. Dat mogen wij ook nog altijd dankbaar vieren –b.v. als we avondmaal vieren – dat God ons heeft gespaard en zijn Zoon heeft gestraft om onze zonden – wij zijn verlost, God heeft ons welgedaan.

En we mogen God ook danken voor de vrijheid die we in Nederland hebben, en dat ondanks veel ondankbaarheid en misbruik van die vrijheid – en we moeten maar veel blijven bidden of God die vrijheid wil blijven geven en ons wil helpen om elkaar en mensen om ons heen iets te laten zien van wat echte vrijheid is en hoe we met die
vrijheid zo kunnen omgaan dat we er samen van kunnen genieten en ook iets kunnen betekenen voor mensen en volken die die vrijheid moeten missen.
Terwijl we aan de andere kant ons kunnen laten inspireren door mensen die zich
Onder veel moeilijker omstandigheden inzetten voor vrijheid, gerechtigheid en vrede,
dia 9
Wat trouwens steeds weer opvalt in het verhaal van Gods volk Israël, dat is dat het zo’n eerlijk verhaal is: niet een heldenroman van moed, beleid en trouw, niet
een verheerlijking van een roemrijk verleden, maar een verhaal met heel veel menselijk falen, heel veel ontrouw, heel veel misstanden en verkeerde keuzes,
zelfs van koningen en priesters en profeten die Gods wil probeerden te doen.
En heel vaak worden de latere generaties gewaarschuwd om niet dezelfde fouten te maken en dezelfde zonden te doen als hun ouders en hun voorgeslacht – in Psalm 78 staat b.v. na de opdracht om aan de kinderen door te vertellen wat Gods wil is:
“Dan zouden zij op God vertrouwen, Gods grote daden niet vergeten en zich richten naar zijn geboden. Dan zouden zij niet worden als hun voorouders, een onwillig en opstandig geslacht, onstandvastig van hart en geest, een geslacht dat God ontrouw was”. En dan volgt een lange psalm met vooral veel zonden en ontrouw van het volk, met als slot vol verwondering hoe God ondanks al die ellende trouw bleef en David uitkoos om het volk als een herder te leiden: hij was als een herder met een zuiver hart – bijzonder, ondanks ook veel narigheid bij David en in Davids leven en gezin.
Geschiedenis in de Bijbel is er niet om mensen op te hemelen maar God te eren.

We kunnen er wat van leren als wij onze geschiedenis doorvertellen, wat ook nogal eens eenzijdig is gebeurd: de geuzen als de grote helden, en geweldig wat wij in Indië allemaal gedaan hebben – terwijl er ook heel veel vreselijks is gedaan aan
onrecht, moord en doodslag – en ook de kerkgeschiedenis zit vol foute keuzes
en onterecht veroordelen van mensen en scheuringen die niet naar Gods wil zijn.

In lijn van de Bijbel zelf moet ook dat verteld en erkend worden – om er schuld over te belijden en vergeving voor te vragen en waar mogelijk fouten te herstellen, en
ook om ervan te leren – onze koning zei in het interview laatst voor de TV dat hij zijn kinderen leert dat ze fouten mogen maken, en dat hij zelf ook fouten gemaakt heeft.
Mooi om zo kwetsbaar te durven zijn, fouten mag je maken maar om ervan te leren,
en eigen fouten toegeven helpt de ander om te kunnen en er van te willen leren.
dia 10
Ja, en ook al in de Bijbel zijn er naast dat grote vervolgverhaal van Gods trouw en zijn bevrijding heel veel persoonlijke verhalen, en daar wordt het levensecht door.
Heel bijzonder dat ook veel psalmen van die persoonlijke verhalen zijn – zoals de psalmen die we zongen en lazen vanmorgen: Psalm 32, Psalm 66, Psalm 116.
Levensverhalen op muziek gezet zodat ze de eeuwen door nagezongen worden.

Verhalen als van David over eigen falen en verschrikkelijke misdaden, en over het schadelijke van verzwijgen, wegstoppen, goedpraten – het dodelijke van een doofpotcultuur – en het bevrijdende van het eerlijke verhaal, van de soms pijnlijke feedback, en van een ruimhartige vergeving – met de boodschap aan wie het later leest of zingt er eigen winst mee te doen: “laten uw getrouwen dus tot U bidden als zij in zichzelf een zonde vinden….een slecht mens heeft veel leed te verduren, maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd”. Wat een sterke boodschap!

Ja, en die andere psalm, met dat persoonlijke verhaal over doodsangst, pijn, tranen, met daarna een schreeuw om hulp en toch redding en weer een nieuw leven – alle reden om iedereen te laten delen in je blijdschap en dankbaarheid – ook dat verhaal mag verteld en bezongen: Ik zal de beker van de bevrijding heffen, de Heer danken, en iedereen mag het horen en zien! Het meebeleven! En samen God de eer geven.

Dat is de kracht van persoonlijke verhalen. Wat is uw verhaal? Wat heb jij te vertellen? Hoe geven wij onze vrijheid door? Verhalen willen verteld worden!

amen

dia 11

1 Petrus 1: 3: Wij zijn in Jezus herboren! (1e Paasdag, morgendienst met bediening van de doop)

Liturgie 1e Paasdag morgendienst, met bediening van de doop aan Sara Eekelien Wimmenhove

Votum en groet
Zingen: Psalm 139: 1,7,8
Wet van het (nieuwe) leven
Zingen: Psalm 139: 11
Gebed
Doopsformulier 1

Zingen (na uitleg en voor het gebed: dooplied Sela

In het water van de doop,
zien wij hoe God zelf belooft,
dat zijn Naam voorgoed aan ons verbonden is.
Water dat getuigt en spreekt,
van de hoop die in ons leeft,
dat Gods liefde voor ons niet veranderd is.

Eén met Christus in zijn dood,
gaan wij onder in de doop,
overtuigd dat er bij Hem vergeving is.
Eén met Christus, ingelijfd,
staan wij op van schuld bevrijd,
in een leven dat voorgoed veranderd is.

Met de Heer begraven en weer opgestaan,
om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan.
Uit het water van de doop,
putten wij geloof en hoop,
dat Gods trouw en liefde blijvend is.
Dat Gods trouw en liefde blijvend is.

In zijn lichaam ingelijfd:
Christus’ kerk die wereldwijd,
is geroepen om een beeld van Hem te zijn.
Mensen overal vandaan,
die de weg van Christus gaan,
om vernieuwd voor Hem te leven, vrij te zijn.

Reinig ons, vernieuw ons leven Heer.
Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer.

Prijs de Vader, prijs de Zoon en heil’ge Geest!
Prijs de Heer met al wat leeft en adem heeft!
Wat een liefde, wat een hoop!
U verzegelt door de doop
dat ons leven bij U veilig is.
Dat ons leven bij U veilig is.

Na de doop: NLB 416: 1,2,3,4 ‘Ga met God’
1. Ga met God en Hij zal met je zijn,
jou nabij op al je wegen
met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

2. Ga met God en Hij zal met je zijn:
bij gevaar, in bange tijden,
over jou zijn vleugels spreiden.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

3. Ga met God en Hij zal met je zijn:
in zijn liefde je bewaren,
in de dood je leven sparen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

4. Ga met God en Hij zal met je zijn,
tot wij weer elkaar ontmoeten,
in zijn naam elkaar begroeten.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Dankgebed
Schriftlezing: Marcus 16
Zingen: Gz. 92: 1,2,3 ‘Nu triomfeert de Zoon van God’
Schriftlezing: 1 Petrus 1: 1-9
Zingen: Gz. 95: 1,2,3,4 ‘Daar juicht een toon..’

Verkondiging: 1 Petrus 1: 3 ‘Wij zijn in Jezus herboren’

Zingen: NLB 632: 1,2,3 “Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven’ (mel. Lied 434)

1.Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven.
Laat ons Hem loven en danken, verheugd dat wij leven.
Diep in de nacht heeft Hij verlossing gebracht.
Heeft Hij ons licht aangeheven.

2. Waren wij dood door de zonde verminkt en verloren.
Doven van harte, verhard om zijn woord niet te horen.
Hij is zo groot, Hij overmande de dood.
Wij zijn in Jezus herboren.

3. Nu zend uw Geest, als een vuur, als een stem in ons midden.
Dat wij van harte elkander verstaan en beminnen.
En zo voortaan eren Gods heilige Naam.
En Hem in waarheid aanbidden.

Gebed

Collecte – muziekgroep: KOW 232 (schoollied)
refrein 1
Wij vieren feest
omdat Jezus weer leeft.
Wij vieren feest
om wat Hij heeft gedaan.
Wij vieren feest
omdat Jezus weer leeft.
Jezus is opgestaan!
Strofe
Hij heeft de dood overwonnen,
ons van de zonde bevrijd.
Hij stierf, maar dit is het wonder:
Hij leeft in eeuwigheid!
refrein 2
Dus zing ik:
Halleluja, prijs de Heer!
Prijs zijn grote naam!
En zing ik:
Halleluja, prijs de grote Koning!
Jezus is opgestaan!

Zingen: NLB 634: 1,2 U zij de glorie, opgestane Heer’

1. U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
Alle mens’lijk lijden hebt Gij ondergaan
om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!

2.Licht moge stralen in de duisternis,
nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.
Geef ons dan te leven in het nieuwe licht,
wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!

Zegen
Amen: Gz. 144: 7 ‘Aan God de Vader gloria’

Gemeente van onze opgestane en levende Heer Jezus Christus, en speciaal jullie, Egbert en Josien (en Lydia), jullie familie en andere gasten,

Geweldig dat jullie hier zijn vanmorgen, en dat Sara gedoopt kon worden. Dat zou al gebeuren twee zondag geleden, op 2 april, maar dat kon toen niet doorgaan omdat Sara naar het ziekenhuis moest en jullie hele huis even een ziekenboeg was – gelukkig dat het nu allemaal goed gaat met haar en met jullie. En dat het vandaag wel kon: de doop als teken van Gods liefde en trouw aan Sara meegeven als zeg maar eigendomsbewijs en garantiebewijs van haar God en Vader: jij bent gedoopt mijn kind, je kwaad is weggewassen door Christus’zuivere bloed, Hij maakt voor jou, hoe het ook gaat, alles goed!

Nou, en dat is wat we vieren vandaag, want het is Pasen: Jezus is opgestaan. Het uitstel van de doop van Sara heeft daarom ook iets moois: het is nu Pasen. En dopen met Pasen heeft heel oude papieren; zo ging dat in de oude christelijke kerk eeuwen achter elkaar: dopen met Pasen als teken van het nieuwe leven. Je moest daar wel vroeg voor opstaan, want die doop gebeurde in de Paasnacht. Meestal waren het dan nieuwe bekeerlingen die werden gedoopt, volwassenen dus.
Ze gingen aan de westkant drie treden naar beneden het doopbassin in, en werden gedoopt en gingen daarna aan de oostkant drie treden naar boven en kregen witte kleding als beeld van het nieuwe leven; zoals de Bijbel het daarover heeft – b.v. in Openbaring 3: “Wie overwint, zal bekleed worden met witte klederen”; en in Opb 19 gaat het over de gemeente als bruid van Christus, in “smetteloos fijn linnen”. De doopjurk of witte doopkleertjes van een gedoopte baby, herinneren er nog aan.

Ja, en waar de Bijbel het vaak over heeft, is dat wij met Christus zijn opgestaan. Daar is de doop een mooi symbool van, zeker de doop door onderdompeling: Eerst kopje onder, zoals Christus de dood inging, en dan weer boven water komen. Dat doen we met baby’s meestal niet, en dan hoeft ook niet want we begrijpen het zo ook met, door die paar druppels water dat Jezus schoonwast van het vuil van de zonden, net zoals Sara elke dag in bad gaat, en ook u en jullie regelmatig een
douche nemen of in bad gaan – en ook dat diepgaandere van eigenlijk onder water gaan en als het ware met Christus ondergaan in de dood om je zondige leven bij Hem achter te laten, en dan met Hem op te staan in een nieuw leven waarin niet meer de zonde de baas is en de dood het laatste woord heeft, maar je mag LEVEN.
Ik denk aan wat Paulus in Romeinen 6 schrijft: “Jullie weten wat de doop betekent. De doop laat zien dat wij bij Jezus Christus horen. Door onze doop zijn wij eigenlijk samen met hem gestorven en begraven. En door onze doop leven wij nu als nieuwe mensen. Want Jezus Christus leeft! Onze machtige Vader heeft hem laten opstaan uit de dood. Dus eigenlijk zijn wij gestorven met Christus. Maar dan zullen wij ook opstaan en eeuwig leven, net als Christus”. “
In onze tekst van vanmorgen zegt die andere apostel, Petrus, het in zijn eigen woorden: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop”.

Nou, zover was Petrus op die vroege Paasmorgen bij lange na nog niet.
We hebben het beknopte verhaal gelezen dat Marcus heeft opgeschreven als een samenvatting van wat Petrus in zijn preken en in gespreken erover verteld heeft.
Een eerlijk verhaal waarin hij en zijn collega-leerlingen van Jezus er niet geweldig af komen, want als een refrein door dit hoofdstuk heen staat er steeds dat juist die meest vertrouwde volgelingen de verhalen van vrouwen en anderen die Jezus in levenden lijven hadden ontmoet na zijn opstanding, niet geloofden – zo dat de Heer hen als Hij in hun midden staat, hen hun ongeloof en halsstarrigheid verwijt.
Dat kon de Heer met recht doen, want Hij had meer dan eens hen erop voorbereid wat zou gaan gebeuren: verraad, arrestatie, veroordeling, kruisiging, dood –maar ook dat Hij na drie dagen zou terugkomen uit de dood, opgewekt door God zijn Vader. Het was afgestuit bij de leerlingen op een muur van onbegrip; het wilde er gewoon niet in, ze konden en wilden het zich niet eigen maken, Petrus sprak zijn meester zelfs keihard tegen: “Nee,dat mag niet gebeuren! God zal u beschermen, Heer!”.
En Petrus was ervan overtuigd dat hij in elk geval trouw aan Jezus zou blijven: Ik zal u nooit in de steek laten, ik wil desnoods met U de gevangenis en de dood in!

Maar hoe anders is het gegaan: Jezus werd wel gevangen genomen en veroordeeld en ging door aan dat verschrikkelijke kruis, en zelfs de meest toegewijde volgelingen liepen allemaal weg en Petrus zei in die vreselijke nacht tot drie keer toe dat hij Jezus niet kende en niet bij Hem hoorde, en daarna werd het nacht en doodstil en zaten ze bang en verslagen in hun huizen, de deuren op slot en hun harten leeg.
Twee mannen onderweg van stad naar platteland verwoordden de stemming: “”Wij hoopten dat Jezus gekomen was om Israël te bevrijden. Maar nu is het al de derdedag na zijn dood” ; met andere woorden: alle hoop is weg, het is met ons gedaan! Verdriet en verslagenheid, en ook angst, ze vormden een dikke korst om hen heen waar de berichten over een leeg graf en een levende Heer gewoon niet door heen kwamen – weer die twee: een paar vrouwen hebben ons laten schrikken met verhalen over een leeg graf en over engelen die zeiden dat Jezus leeft, maar wat moeten we daar nou mee – de mannen die bij het graf zijn wezen kijken hebben ook geconstateerd dat het leeg is, maar Jezus zelf hebben ze niet gezien…Hoe nodig dat Jezus zelf kwam en hen overtuigde, meer dan eens, voordat ze er aan toe waren om met die boodschap van een levende Heer de wereld in te gaan, en – zoals Petrus – zo’n brief te schrijven over leven met hoop omdat de Heer is opgestaan en als de Levende iedereen die in Hem gelooft, blijvend leven wil geven.

Gelukkig maar dat Pasen en de hemelvaart van Jezus niet op één dag vallen, maar dat de Heer de tijd heeft genomen om zijn leerlingen te overtuigen dat Hij echt leeft, zodat ze met geloof en hoop en met veel inzet zijn boodschap konden doorgeven.
Hoe zouden wij anders van Hem weten en in Hem kunnen geloven, en dat geloof weer kunnen doorgeven en voorleven aan onze kinderen, zoals jullie aan Sara…? Hoe anders zouden mensen in deze onrustige wereld vol haat en kwaad en dood de moed erin kunnen houden en hoop hebben op een betere wereld die komt? Hoe zouden wij anders kunnen geloven dat onze kinderen ondanks alles wat op hen en ons afkomt veilig zijn en toekomst hebben, hoe anders zou je bij alles wat om je heen en in je eigen leven gebeurt, ook aan verdriet, verlies, gemis – toch verder kunnen leven en het aandurven om kinderen te krigen en op te voeden…als je niet zou mogen geloven dat er dankzij het sterven en opstaan van Jezus hoop is…..?

Ik vind bijzonder hoe die apostel die zo onderuit was gegaan en de wanhoop nabij – want toen hij echt durfde geloven dat zijn lieve meester toch echt weer leefde, was er de schaamte en spijt over zijn verloochenen van de band met zijn Heer – en de twijfel of het ooit weer goed zou komen: mocht hij nog wel apostel van Jezus zijn?-
ik vind het bijzonder hoe sterk zijn geloof is gegroeid en hoe sterk overtuigd hij overkomt: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.”

Ik denk zomaar dat Petrus toen hij dit schreef ook heeft teruggedacht aan zijn eigen verleden, en speciaal aan die bijzondere Pasen toen eerst alle hoop vervlogen was met Jezus aan het kruis en met dat vreselijke van zijn verloochening, en daarna de ontmoetingen met de opgestane levende Heer waardoor de hoop weer ging leven.

Lees trouwens niet over die korte veelbetekenende aantekening in Marcus 16 heen waar wordt herinnerd aan wat de engel in het lege graf zei tegen de vrouwen: “Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie Hem zien, zoals Hij jullie heeft gezegd.” Met nadruk staat het erbij: “en zeg het tegen Petrus” – Jezus had hem niet afgeschreven maar Hem zijn drie keer nee vergeven –er zal een gesprek onder vier ogen zijn geweest – later schrijft Paulus over de verschijningen van Jezus: “en dat Hij is verschenen aan Kefas” – vast een emotioneel gesprek maar vanuit liefde- en later komt
het eerherstel in de grotere kring waar Petrus tot drie keer toe mocht zeggen dat hij echt veel van Jezus hield en Jezus hem weer helemaal in diens nam: Heer ,U weet alles,U weet dat ik U liefheb – weid mijn schapen, hoed mijn lammetjes. Een uitlegger schrijft: “Na de opstanding is Petrus een totaal ander mens. God de Vader had hem tot leven gewekt, hij kon aan zijn tweede jeugd beginnen”. Hoopvol!

Nou, en dat mag gelden van iedereen die gelooft in de opgestane, levende Heer. Petrus schrijft in vs. 23 over de lezers van zijn brief dat ze ‘opnieuw geboren’ zijn, Toen ze zijn gaan geloven in “Gods levende en altijd blijvende woord”, in het grote en goede nieuws dat er dankzij Jezus hoop is voor hopeloos verloren mensen, en dat er leven is door de dood heen voor mensen die nog altijd moeten sterven, dat er – vers 4 – een erfenis ligt te wachten die nooit stuk gaat en nooit kwijt zal raken.
Ja, en dat God in zijn grote liefde – zijn barmhartigheid – daar na Pasen en na Pinksteren heel de wereld daarbij is gaan betrekken – Petrus herinnert aan het verleden van zijn lezers en ook van ons, en aan de grote verandering die het geloof in Jezus bewerkt: “eens was u geen volk (van God), nu bent u Gods volk, eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken” (2:10)

Nou, en daarom vieren in alle landen en alle talen mensen nog steeds Pasen. Daarom mogen wij erbij horen, is er hoop voor ons, daarom is Sara er ook eentje van de Here Jezus, kind van de hemelse Vader; hoort ze ook helemaal bij Gods volk.
Wat mooi dat ze de naam Eekelien meedraagt, vernoemd is, generaties gaan door. En bijzonder dat haar eerste naam Sara is, naast die van Abraham verbondsnaam. Denk aan die oude dooppsalm over het verbond met Abraham dat God nog altijd bevestigt, van kind tot kind – maar dat verbond was er ook met Sara, en God had zijn belofte van een talrijk nageslacht verbonden aan juist Abraham en Sara – Saraover wie we lezen dat ze ondanks alles op God is blijven hopen – en niet voor niets.Sara die de stammoeder mocht worden van het volk van God – ook onze stammoeder als we het bekijken vanuit de geloofsband metr Abraham en Israël. En als de Heer het haar en jullie wil geven, mag ze leven met die geloof en die hoop.
Pasen is – hebben we als thema boven de preek gezet – in Jezus herboren zijn.Dat is uit het lied dat we zo meteen gaan zingen, en ontleend aan 1 Petrus 1:3. Vreemd misschien om dat ook te betrekken op Sara die net voor het eerst is geboren….maar we mogen geloven dat ze dankzij de goedheid en liefde van God haar hemelse Vader al mag delen in dat nieuwe leven dankzij de levende Heer.

Letterlijk staat in de tekst dat God ons opnieuw verwekt heeft, geboren heeft laten worden – en dat niet pas als en doordat we bewust geloven, maar al toen Christus uit de dood opstond – en dat deed Hij om ons en onze kinderen het nieuwe leven te geven dat bestand is tegen al die tegenkrachten van zonde, ziekte en dood – wat een troost als je ervaart dat geslachten komen maar ook weer gaan, dat je vandaag geliefden moet missen die je er zo graag bij had gehad en die je niet missen kunt… wat een troost als je mag geloven dat de dood niet het laatste woord heeft en dat je kunt zingen – zoals we dat deden na de doop – dat God in zijn liefde ons wil bewaren en dat Hij zelfs in de dood ons leven wil sparen – tot wij weer elkaar ontmoeten en wij eens voor altijd wij in zijn naam elkaar begroeten –Ga met God, en Hij zal met je zijn.

amen

Joh. 12: 14-16 ‘Wat een vreemde koning: Koning op een ezel! (6e zondag Veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst 9 april 20-17 – Vecht en Angstelkerk
Zondag Palmarum = ‘Palmzondag’

Veertigdagenmoment
Votum en groet
Zingen: Ps. 118: 1,7,9 ‘Laat ieder ’s Heren goedheid prijzen’
Gods leefregels Lev. 19
Zingen: Ps. 24: 1,2,3 ‘De aarde is, met al wat leeft..’
Gebed
Zingen: KOW 247 “Ik wil doen wat u zegt

Ik wil doen wat U zegt,
want ik houd van U
en U weet wat het beste is voor mij.
Als ik speel, als ik slaap,
als ik zing zoals nu,
bij alles wat ik doe hoort U erbij.

‘k Wil U volgen Heer,
alles samen met U doen.
Nee, ik heb geen geheimen meer voor U.
Ik wil doen wat U zegt,
want ik houd van U
en U weet wat het beste is voor mij.

Profetenlezing: Zacharia 9: 1-10
Zingen: Ps. 24: 4,5 ‘Omhoog, o poorten, nu omhoog’
Evangelielezing: Johannes 12: 12-19
Zingen: Gz. 40: 1,2,4 GK ‘Welkom.welkom, koning Jezus’
Verkondiging: Joh. 12: 14-16 ‘Wat een vreemde koning: Koning op een ezel! ’
Zingen: Gz. 552: 1,2,3 NLB ‘Dit is een dag van zingen’

1.Dit is een dag van zingen!
Voorgoed zijn wij bevrijd.
Gods kracht zal ons omringen,
Zijn liefde duurt altijd.
Ontsloten is de poort
Scharnierend op de vrede,
wij zullen binnentreden
en leven ongestoord.

2 Zijn intocht werd tot teken,
tot hoeksteen van het recht;
van vrede kwam hij spreken,
van leven warm en echt.
Gezegend is zijn naam.
hij heeft aan ons zijn leven
tn liefde doorgegeven
Tot grond van ons bestaan.

3 Dit is een dag van zegen,
een dag van feest en licht,
van palmen hoog geheven,
van zon en vergezicht.
Geef ons vandaag de moed
het met uw naam te wagen,
uw vrede uit te dragen.
Loof God, want Hij is goed!

Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 98: 1,3,4 Liedboek ‘Zing een nieuw lied voor God de Here’
Zegen
Amen

dia 1
Gemeente van onze Heer, broers en zussen in het geloof,

Stel dat je leider van een land zou zijn – president, koning – of van een leger, en je zou de opdracht geven of krijgen om een ander land te veroveren, hoe zou je dat dan aanpakken, wat voor middelen zou je dan inzetten?
Gaat niet gebeuren natuurlijk, maar probeer dat vreemde scenario je in te denken.
Ik denk dat ik de antwoorden wel kan verzinnen: dan heb ik wel een leger nodig, met tanks en ook vliegtuigen, en met bommen – en natuurlijk veel goede soldaten.
Zeker als de tegenstander ook een stevig leger heeft, gaat het niet zomaar, en zal er veel geweld gebruikt worden en zullen veel slachtoffers vallen – vreselijk allemaal.
We hoeven alleen maar aan landen als Irak en Syrië te denken, en je huivert.

Een land veroveren, als overwinnaar belangrijke steden van dat land binnentrekken, dat is door heel de geschiedenis heen telkens gebeurd- even twee voorbeelden van korter en van heel lang geleden: de Duitsers in 1940 dia 2 – de Romeinen voor en ook in de tijd van de Heer Jezus – dia 3 – altijd weer soldaten, wapens, vechten.
En ook in onze eigen tijd draait veel om macht en geld, slimme politiek, en geweld: Rusland tegen het Westen, China tegen Amerika, partijen en bevolkingsgroepen die elkaar beconcurreren, naar het leven staan, of zelfs letterlijk de tent uitvechten.
Ja, en er zijn ook al te veel machthebbers die als dictators geen tegenspraak dulden en geen respect hebben voor minderheden, andersdenkenden, en vrije geesten.

Jezus tekent in een paar woorden die harde werkelijkheid: “Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken”. En dat zei de Heer kort voordat Hij zelfs als koning werd toegejuicht en binnengehaald – met daarbij de les voor wie Hem wilden volgen, als burgers van het rijk met Jezus als de koning:
“Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn – zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen” –zo staat dat in Matt. 20: 25-28.

En dat als reactie op de vraag van de leerlingen Jakobus en Johannes – via hun moeder – om de beste regeringszetels straks naast Jezus op de troon in zijn rijk, en de woedende reactie daarop van de andere leerlingen: alsof jullie belangrijkerzijn dan wij, hoe durven jullie het te vragen, en wij dan….ik dacht dat ik toch ook… Hoe menselijk, toch, want wie wil nou niet gezien worden, van belang zijn, winnen, scoren?

Ja, en weer die vraag: als je wilt scoren,wilt winnen – een oorlog of heel wat kleinere deals/wedstrijden/doelen in je leven, dan moet je sterk zijn, en zo niet: slim zijn… En kom je niet ver als je de minste moet willen zijn, dienstbaar, ondergeschikt….Zoals je toch niet een stad verovert, een volk onderwerpt, ongewapend, op een ezel..
dia 4
Dat vraagt een heel andere manier van denken, van rekenen, van leven – en dat zit niet in onze genen en past niet bij hoe de wereld in elkaar zit – is naief, idealistisch. Dat weet de Heer ook wel, vandaar dat de Bijbel vol is van in mensenogen dwaze en irreële verhalen en uitspraken, want Gods gedachten zijn anders dan die van ons, en zijn werkelijkheid staat vaak haaks op die van ons – maar is toch het echte leven.
Ik denk aan het boek Spreuken, vol van de meest uiteenlopende doordenkertjes, zoals ook deze: “Beter een geduldig mens dan een vechtjas, beter zelfbeheersing dan een stad innemen” (Spreuken 16: 32) – of: “wie zichzelf overwint is sterker dan iemand die een stad inneemt” dia 5 – dat is vechten met jezelf, met je trots, je angst. Want de minste zijn, durven verliezen, de ander dienen, zit niet in meer onze genen….

Maar, als je kijkt naar hoe God ons mensen heeft gemaakt en bedoeld, dan is dat vanaf waar God met ons mensen begon toch wel zo.
Helemaal in het begin al gaat het over de mens die naar Gods evenbeeld geschapen is om – zeker – te heersen over wat God geschapen heeft, maar dat dan concreet gemaakt met de opdracht om dat geschapene te bewerken en te bewaren, en dat houdt zorgzaamheid in en dienstbaarheid, respectvol, en verantwoordelijk t.o. God.
Ook na de opstand van de mens die zijn val werd – zonde-val – blijft God de mens eraan herinneren en eraan houden, zoals na de zondvloed als God verbiedt om elkaar het leven te ontnemen want ‘God heeft de mens naar zijn evenbeeld gemaakt’
Voor koningen en andere regeerders betekent dat een bescheiden plek: niet je kracht zoeken in wapens maar op God vertrouwen, en vrede en recht bevorderen:
“Andere mensen vertrouwen op hun leger, maar wij vertrouwen op de Heer, onze God” (Psalm 20); “Een koning wint een oorlog niet met zijn leger. Soldaten hebben niet genoeg aan hun kracht. Paarden kunnen een mens niet redden, ook al zijn ze nog zo sterk. Maar de Heer helpt mensen die Hem vereren, en die vertrouwen op zijn liefde” (Ps. 33); “Sterke soldaten geven de Heer geen vreugde, een machtig leger doet Hem geen plezier. Maar Hij is blij met mensen die Hem ere. Hij houdt van mensen die op Hem vertrouwen” (Ps. 147).Koningen van Israël mochten ook daarom niet veel paarden aanschaffen – wij zouden zeggen: niet een sterk leger hebben.

Nou, met dat in het achterhoofd gaan we terug naar die bijzondere optocht in Jeruzalem: Jezus en zijn leerlingen en andere volgers die enthousiast worden binnengehaald in Jeruzalem en toegejuicht door zingende aanhangers die met takken zwaaien als waren het vlaggen: “Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël”. En: hosanna, hoera, voor de zoon van David!
dia 6
Hoge verwachtingen dus van Jezus, iets als een doorbraak: de messias-koning! Johannes vertelt er bij dat vooral de enthouasiaste verhalen van de mensen die kort ervoor hadden meegemaakt dat Jezus zijn vriend Lazarus uit het graf had terug-gehaald, de massa op de been bracht – een nieuw lied zingt ervan: ‘De ezelruiter! Kijk die ezelruiter, is dit de intocht van een vorst? Dan mag je meer van hem verwachten. Dan komt wie veel had straks tekort, en krijgt wie niets had nooit meer dorst. De wonderdokter! Kijk de wonderdokter. Wie ziek is wordt op slag gezond. Ons land zal straks een paradijs zijn, het woord Hosanna fluistert rond. Nu hoopt het hart. Nu zingt de mond…..De meute aan zijn voeten lacht, en rolt een loper uit van jassen. Hosanna! Zing en dans en lacht! Hosanna! Hoop is aan de macht!.
dia 7
Hoop, ja maar waarop….op genezing voor iedereen, en een dag van overwinning.. Weg met die vreselijke Romeinen, ons land weer een paradijs…de gouden eeuw van lang geleden komt terug…..Israël zal weer groot zijn…leve de zoon van David, hoera!
Ja, maar Jezus op die ezel weet beter…en zijn leerlingen kunnen beter weten….want onderweg nog had Jezus herhaald wat hem te wachten stond: verraad, arrestatie, veroordeling….en het arrestatiebevel was door de leiders al getekend…en Judas dacht al na hoe hij zijn meester kon verraden….en Jezus zei in het zicht van de stad onder tranen: had je maar geweten wat/wie jou echte vrede geeft, maar helaas
dia 8..
Ik las: “Het volk lijkt het te snappen. Hier rijdt de zoon van David. Maar klopt hun beeld van deze koning wel, is dít de afstammeling van de grote koning?”
Ja, het klopt wel precies met die oude profetie van Zacharia over een koning die nederig komt aanrijden op een ezel, en die juist zo de overwinning zal behalen. Maar Johannes vertelt als hij later zijn evangelie schrijft en ook op die intocht terugkijkt dat zelfs hij en de andere volgelingen toen niet de betekenis ervan begrepen en niet de link naar die profetie konden leggen: “later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hém geschreven was,
en dat dit ook zo gebeurd was”.

Toen dit gebeurde, was het niet wat je van een koning verwachten zou, zeker niet van een koning die zijn troon en kroon moest bevechten op zijn vijanden. Matteüs onderstreept dat nog als hij het heeft over dat jonge ezeltje als “het jong van een lastdier” – je gaat toch niet op een pakezeltje voor de troepen uit – een generaal voert toch niet zijn leger aan vanuit een smartcar of een op omafiets?
Let er daarom op dat niet zijn aanhangers bedacht hebben om Jezus op een ezel de stad binnen te brengen, maar dat Jezus het allemaal zelf heeft geregeld, en dat Hij daarmee zijn program demonstreert en zich presenteert als niet een vechtjas maar als de vredekoning, die komt om te dienen en zijn leven te geven – die niet de macht grijpt ten koste van het bloed van zijn vijanden en zijn eigen soldaten maar die als de machteloze gaat lijden en sterven en zo het koningschap van God ontvangt.
dia 9
Precies zo gaat die bijzondere profetie van Zacharia in vervulling, over die vreemde tegendraadse koning die zachtmoedig is en vredelievend, die aankomt op een ezel, en die ongewapend alle tot de tanden bewapende tegenstanders ontwapent, en om te beginnen zijn eigen volk de wapens uit handen slaat: “Ik zal de strijdwagens uit Efraim verjagen en de paarden uit Jeruzalem; de bogen worden gebroken”….en dan zou je denken dat je dan een prooi wordt voor wie loeren op je leven, maar nee: “Hij zal vrede stichten tussen de volken. Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee, van de Rivier tot de einden der aarde”….Het wordt Pinksteren, dankzij Goede Vrijdag en Pasen…en overal waar Jezus Heer wordt, wint de liefde en begint er vrede. Weer dat lied: “De vredeskoning! Kijk die vredeskoning. Hosanna krijgt de overhand. Nu glanst de hemel, bloeit het land….inderdaad: Hosanna! Hoop is aan de macht.

O nee, niet meteen als bij toverslag, en niet vanzelf, het gaat door diepe dalen,. Even later, als die koning niet voldoet aan de hooggespannen verwachtingen van de meute en hun leiders, schreeuwen ze Hem naar het kruis, ruilen ze die zwakkeling in voor een straatvechter en kiezen ze tegen wie eerst hun koning was voor de keizer, want wat is nou een koning zonder zwaard, kruis hem, stuur hem de poort maar uit.
En wees nou eerlijk, wat verwacht je nog van een man aan een kruis en in een graf? De boodschap dat dat kruis en dat graf de redding van de wereld was, is en blijft – om het met Paulus te zeggen – voor de een aanstootgevend en voor de ander lachwekkend, en voor elk mens van huis uit levensvreemd en wereldvreemd.
dia 10
Waarschijnlijk de oudste spotprent is die waarop een heiden de christen Alexamenos uittekent als een dwaas die knielt voor een ezel aan een kruis – wat een ezel ben je dan als je in een God aan een kruis gelooft, die venijnige spot spat daarvan af…..

Ja maar, dat is nou Gods vreemde maar echte wereld: liefde wint van de haat. Gods werkelijkheid is dat Jezus nog altijd heer is van miljoenen, wereldwijd….en dat Rome allang zijn tijd heeft gehad, en Hitler ook, en Stalin, en dat we zeker weten dat ook de dagen van al die andere dictators en vechtjassen en idealisten geteld is, maar dat het rijk van Jezus, de wereld van God, blijvend is en de toekomst heeft. En dus doe je er goed aan Hem te volgen en als hij te dienen en uit te zijn op vrede.
Kijk, die ezelruiter! Ja, dít is wel de intocht van een vorst, van de Koning! Dan mag je nog veel meer van hem verwachten. Dan komt wie veel had–en dat alleen voor zichzelf gebruikte, straks tekort en krijgt wie niets had nooit meer dorst. dia 11

amen

Johannes 8: 34-36: Jezus maakt echt vrij! (5e zondag Veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst zondag 2 april 2017
Zondag ‘Iudica’ (Doe mij recht, o God – Psalm 43: 1)

Votum en groet
Zingen: Ps. 43: 1,3,4 ‘
Wet (Ex. 20)
Zingen: Ps. 65: 2
Gebed
Schriftlezing: Johannes 8: 30-59
Zingen: Gz. 30: 1,2,3,7
Verkondiging: Joh. 8: 34-36 ‘Jezus maakt echt vrij’
Zingen: NLB 911: 1,2,3 ‘Rots waaruit het leven welt’
Gebed
Collecte
Zingen: Lied 305: 1,2 ‘Waar Gode Heer zijn schreden zet’
Zegen

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

dia 1
Waarom heten onze kerken eigenlijk Gereformeerde Kerken vrijgemaakt?
Ik weet dat meer dan een oudere onder ons dat je wel zou kunnen vertellen.
Dat is anders voor jullie jongeren: wie van jullie weet wat ‘vrijgemaakt’ is?
Stel dat je dat wordt gevraagd, op school b.v., heb je er een antwoord op?

Het is mijn bedoeling niet een lesje kerkgeschiedenis te geven vanmorgen.
In elk geval zal het iets te maken hebben met vrij worden van wat onvrij maakte.
Het gaat terug op de jaren 1944-1945 toen Nederland bezet was en in oorlog,
en in diezelfde tijd in de toen Gereformeerde Kerken van hogerhand dingen
werden besloten en aan de kerken en aan de professoren en de dominees
werden opgelegd : zo moet je denken en dit moet je preken en anders mag
je geen professor of dominee of ouderling meer zijn, en moet je de kerk uit.
Dat ging over de doop en de beloften van God in zijn verbond – het voert
te ver om dat allemaal uit te leggen – vanmorgen is genoeg om nog eens te
beseffen dat toen veel kerkleden opkwamen voor de vrijheid om te denken
en te preken wat je op grond van wat God in de Bijbel zegt mag geloven:
ze ‘maakten zich vrij van de dwang van menselijke regels en menselijke uitleg.
dia 2
Helaas zijn ook de kerken die vrijgemaakt gingen heten, later niet ontkomen
aan toch weer binding aan menselijke regels en gewoonten, en kwam er in
de jaren erna weer onderlinge strijd en éen scheuring – daar zijn de kerken
uit voortgekomen die Nederlands Gereformeerde Kerken zijn gaan heten.
Gelukkig is er openheid om wat toen gebeurde open en eerlijk te bespreken,
en waar onrecht is gedaan dat te erkennen en breuken weer te helen.
En is de hopelijk de les dat we zuinig moeten zijn op de vrijheid die Christus
belooft en geeft, en we als kinderen van Vader in de hemel elkaar als broers
en zussen in het geloof te steunen en vooral goed te luisteren naar elkaar
inplaats van voor de ander in te vullen moet hij of zij moet denken en doen.
Paulus schrijft: “Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven,
houd dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen”(Gal. 5: 1), en dan
gaat over regels die het ene kerklid wilde opleggen aan het andere kerklid, b.v.
dat de besnijdenis nog steeds moest en het vieren van de Joodse feestdagen
ook voor niet-Joodse christenen verplicht was, en meer van die regels, omdat
je anders geen goed christen was, wat tot verdeelheid in die kerken leidde.
Paulus is er scherp over: zo zet je de eenheid die er is als je samen verbonden
bent aan Christus op het spel, en zet je een streep door wat Christus gedaan
heeft om je te bevrijden van de zonde en van de veroordeling door de wet, en
dan is Christus eigenlijk voor niets gestorven, als het toch weer afhangt van
onze eigen inspanningen en van het je netjes houden aan allerlei regeltjes.

Nou, tegen diezelfde achtergrond staat wat Jezus zegt in onze tekstverzen,
Met als kernboodschap: Jezus maakt echt vrij! dia 3
In vers 32 gaat het over ‘de waarheid’ die bevrijdend is voor die aanneemt.
En dan gaat het niet over iets vaags en ook niet over een bepaalde leer,
maar over de persoon van de Heer Jezus zelf door wie je God mag kennen:
“wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn” (vers 36).
‘Vrijgemaakt’ slaat zo gezegd op iedereen die zich door Jezus laat redden.

Kijk, en dat was nou precies waar veel mensen in Jezus’ eigen tijd en onder
Jezus’ eigen volk niet van overtuigd zijn en waar ze niet aan wilden: en het
is waar ook in onze tijd heel veel mensen niet van weten of willen weten; en
laten we eerlijk zijn: wat wij wel zeggen te geloven want het staat in de Bijbel
en – voor wie er nog wat van weet en wat mee heeft – in onze belijdenis, maar
in de praktijk is het lastig in te vullen en het handen en voeten te geven, dat we
het nodig hebben – steeds weer – door Jezus bevrijd te worden: van onszelf,
van wat ons gevangen houdt of opjaagt of juist blokkeert, vooral: van de zonde=
wat tussen God en ons, en tussen ons en anderen in staat, waardoor we ons
doel niet bereiken en niet tot onze bestemming komen, wat onszelf en ook
anderen schade doet, waar we maar niet af komen – verslavingen b.v. aan
noem maar op, van dingen en mensen die groeien in geloof in de weg staan.
En dat kan ook met goede bedoelingen en de Bijbel in de hand, als we b.v.
elkaar niet de ruimte geven om te groeien, als we stilstaan i.p.v. te groeienl
dia 4 Jezus koppelt het aan leerling zijn: en wie echt leert, komt verder, groeit.
Dus u beweert dat wij vrijgemaakt moeten worden, dat U ons komt bevrijden?
Alsof wij slaven zijn, en niet vrije mensen, vrije kinderen van vader Abraham!
Het klinkt verontwaardigd, van mensen die zich aangevallen en ondergewaardeerd voelen: “Wij zijn nakomelingen van Abraham en we zijn nooit iemands slaaf
geweest – hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden.”
Natuurlijk weten deze Joden ook wel dat hun volk in de loop van de tijd meer
dan een keer slaaf is geweest – denk aan de tijd in Egypte – en te lijden heeft
en had onder bezetting door een vreemde overheerser – Assyrië, Babel, Rome.
Maar ook dan bleven ze een trots volk dat zich vrij en onafhankelijk voelde.
We kennen de voorbeelden uit de Bijbelse geschiedenis van mensen die weigerden te knielen voor mensen omdat ze alleen God boven zich erkenden: de vrienden van Daniël die weigerden voor het beeld van Nebukadnezar te knielen, dia 5 Mordechai die bleef staan als Haman langs kwam – en in de tijd van de vrijheidsstrijd door de
Makkabeeën zei een van hun bevelhebbers dat Joden alleen God dienen en zic
daarom nooit hebben laten knechten door wat voor vorm van slavernij ook.
Nou, en blijkbaar voelden ze zich in die nationale en religieuze zelfverzekerdheid gekwetst als die rabbi uit Nazaret beweert dat wij bevrijding door Hem nodig hebben.
Zoals het voor elk mens confronterend is te erkennen dat je het alleen niet redt om
b.v. van een verslaving af te komen, of vn financiële problemen, van moeilijke kanten in je karakter,van aangeboren of aangeleerde slechte eigenschappen; van de zonde.

De apostel Petrus zet in zijn brief scherp neer hoe misleidend het kan zijn als een mens zich vrij voelt om te doen en te laten wat hijzelf wil en goed vindt – Petrus waarschuwt voor mensen die je dat proberen wijs te maken: “Ze beloven vrijheid, maar zijn zelf slaven van het verderf, want waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf. En als zij die zich door hun kennis van onze Heer en redder Jezus Christus hebben losgemaakt van het vuil van de wereld, daar weer in verstrikt raken en er opnieuw door worden beheerst,zijn ze er erger aan toe dan voorheen” (2 Pet.2.19)
De Heer zegt precies datzelfde in zijn woordenwisseling met de Joden in de tempel:
“iedereen die zondigt, is een slaaf van de zonde” –dia 6 kwaad is verslavend, je komt er niet op eigen kracht van af, en het is nog besmettelijk ook, en het kwaad trekt alle verhoudingen scheef want je kunt denken goed bezig te zijn en toch veel kwaad aan te richten, tot schade en schande van jezelf,mensen om je heen, en de samenleving.

Nou, heel dreigend hing dat in de lucht toen Jezus dat zei, nota bene in de tempel.
Je wrijft je ogen uit als je het leest: “Ik weet wel dat u nakomelingen van Abraham bent. Toch wilt u mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat Ik zeg”. En: “Als u echt kinderen van Abraham bent, zou u moeten doen wat Abraham deed. Maar nee, u wilt mij, iemand die u de waarheid heeft gezegd die hij van God gehoord heeft, doden – zoiets heeft Abraham niet gedaan”. Dus van Abraham afstammen redt een mens niet – dat je uit een kerkelijke familie komt, helpt op zichzelf een mens niet –
het gaat erom dat je het geloof van Abraham deelt, dat je zijn voorbeeld navolgt,
dat je leert van je ouders, je opa, je oma, wat leven met God is, en hoe God er voor je wil zijn, en wat het betekent om christen te zijn in je gezin, op je werk, in je buurt.
En dat niet krampachtig, omdat het zo hoort of van je verwacht wordt, of uit angst
dat het anders verkeerd gaat of slecht met je afloopt, maar als vrij mens, als mens
die bestemd is om te leven voor God en die tot geluk van anderen geschapen is.
Vrij niet om eigen zin te doen en eigen belang na te jagen, maar vrij om lief te hebben en het goede te doen, om door God gezegend tot een zegen te zijn.

Jezus maakt echt vrij, in tegenstelling tot wat allemaal vrijheid wordt genoemd.
Je kan b.v. denken aan begrippen als vrijheid van meningsuiting wat vaak wordt
uitgelegd als mogen zeggen wat je denkt, en zelfs mogen schelden en beledigen.
De partij voor de vrijheid wil opkomen voor een Nederland dat eigen belangen voorop zet en eigen zaken kan regelen, zonder inmenging van b.v. Europa, en
vrij van wat wordt gezien als vreemde invloed b.v. van de Islam of van mensen
met andere gewoonten en een andere cultuur: Nederland moet weer van ons zijn.
De VVD heeft ook het woord vrijheid in de naam en dan is het vooral vrije markt
en vrijheid van staatsinmenging, en vrijheid om met eigen auto hard te rijden….
Er zitten allemaal best kernen van waarheid in maar het is zomaar vooral mijn vrijheid of onze verworvenheden als Nederland die ‘ze’ niet mogen afpakken.
Met alle gevaar dat het verwordt tot egoïsme: ik eerst, eigen volk eerst – en dat
de ander uit beeld raakt of zelfs tot bedreigend of tot vijand wordt: wij – zij.
En zo juist van echte vrijheid niets terecht komt en je in de greep komt van angst of zelfs haat, van vermeende eigen rechten of gevangene van je eigen zgn. gelijk.
Wat wrang dat de partijleider voor de vrijheid de strengst beveiligde Nederlander is.
Maar als de Bijbel het over vrijheid heeft – werkelijke vrijheid – ademt dat een heel andere sfeer, ik denk weer aan de apostel Paulus,in Galaten 5: 13: dia 7“Vrienden, God wil dat jullie als vrije mensen leven. Maar gebruik die vrijheid niet om toe te geven aan slechte verlangens. Gebruik die vrijheid om met liefde voor elkaar te zorgen. Dan doe je ook precies waar het in de wet om gaat. Want eigenlijk gaat de hele wet over deze regel: ‘Houd evenveel van de mensen om je heen als van jezelf’.”
dia 8 vraagt concrete keuzes, tegen het slechte en voor het goede
Jezus heeft het over werkelijk vrij zijn, echte vrijheid, tegenover allerlei zogenaamde vrijheden die uiteindelijk binden aan wat onrust geeft, opjaagt, of zelfs kwaad doet.
B.v. als mijn zogenaamde vrijheid de ander in zijn vrijheid en ruimte belemmert – of
als ik vooral of zelfs alleen me druk maak om mezelf of mijn eigen belangen, bezig
mezelf neer te zetten en waar te maken, of krampachtig vasthoudt aan wat ik gewend ben en volgens mij zo hoort, terwijl ik denk dat het zo moet van God.
Zoals die oudste zoon in dat verhaal van Jezus ervan overtuigd was goed bezig te zijn, heel anders dan die losbol van een broer die alles erdoor had gejaagd en voor
wie bij thuiskomst ook nog een groot feestmaal georganiseerd werd – wat oneerlijk:
“al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets
opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden
feest te vieren” – hoe zielig klinkt dat, verongelijkt, en vooral verschrikkelijk jaloers:
“maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan
de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht” …heeft hij niet een punt….
Zijn vader vindt van niet, er klopt niks van, zijn zoon doet alsof hij een slaaf is die
alleen maar werken moet en plichten heeft…..maar jij bent toch ook mijn zoon,
de hoofderfgenaam zelfs: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is,
is van jou…Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.“
dia 9
Het is het grote en indrukwekkende vervolgverhaal van Gods Vaderliefde, die zover ging dat Hij zijn eigen lieve Zoon naar deze aarde stuurde om al die weggelopen en hopeloos verloren zonen en dochters te zoeken, te redden, en thuis te brengen.
herkenden als in zichzelf verloren kinderen van de Vader, maar dat ze claimden recht te hebben op de plek in het gezin van vader omdat ze toch van Abraham afstamden.
Alsof dat niet puur genade was, Gods onverdiende keus, alleen door Gods liefde.
En alsof niet elk mens het nodig heeft vrijgemaakt te worden van zonde en schuld.
Het gevaar kan ook ons bedreigen dat we denken wel een streepje voor te hebben bij God omdat we gelovige christenen zijn, gereformeerd zelfs, en oppassende lui…
Neem dan de waarschuwing van Johannes de Doper ter harte: dia 10 “Denk niet meteen bij jezelf: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken.” (Matt. 3: 9). En Jezus waarschuwt: “Ik zeg jullei dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis” (Matteüs 8: 11-12), en dat was toen een niet-Joodse officier meer vertrouwen in Jezus had dan zijn eigen volk:”Ik verzeker jullie:bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden!”.

Het maakt ons bescheiden: oordeel niet te gauw over wel of geen geloof bij anderen,
voor je het weet ben je ook zo’n oudste zoon of dochter die vooral met zichzelf bezig is en geen plek in zijn hart heeft voor die ander die God er ook bij wil hebben, en die
niet meer echt van genade leeft, en niet wat echte vrijheid is, die je hebt als Gods kind….Jezus koppelt het aan leerling-zijn: wanneer jullie bij mijn woorden blijven, zijn jullie werkelijk mijn leerlingen – dat is concreet: doen wat Jezus je voordeed – Hem echt volgen – en dan maakt dat je echt vrij – dan zal Jezus je echt vrijmaken.

Waarbij nog een mooi vooruitzicht naar ons toekomt dat wie echt kind wil zijn van de hemelse Vader voor altijd bij hem mag wonen, samen met Gods eigen zoon Jezus.
Want – zegt Jezus ‘een zoon (en een dochter natuurlijk ook) hebben voor altijd een plek in het gezin – je hoort er altijd bij, ook als je uit huis gaat en ver weg woont.
Dat is anders voor een knecht, een slaaf was dat toen – die komt en weer gaat.
Zo heeft een mens van huis uit geen recht om bij Gods gezin te horen, want elk mens is als het aan hem zelf ligt een slaaf van de zonde – en de zonde heeft geen wettige en blijvende plek op Gods aarde, laat staan in het huis van Vader in de hemel….maar wie door geloof bij Jezus hoort, wordt aangenomen tot Gods kind en
mag voor altijd, zelfs voor eeuwig, bij God zijn Vader wonen – in volle vrijheid.
dia 12
Bent u vrijgemaakt? Ik bedoel niet door een kerkkeus, maar dankzij Gods keus.
Dus niet iets om je op voor te laten staan, maar iets om verbaasd over te zijn
en heel dankbaar – voel je vrij en gun ook die ander de echte vrijmaking!
amen