Prediker 4: 4-6 Onthaasting ontspant – als je rust vindt in God (gebedsdienst voor gewas en arbeid)

Broeders en zusters, jongens en meisjes,
dia 1
Onthaasting. Ik heb het woord niet verzonnen.
Eigenlijk is het afschuwelijk Nederlands.
Voorzover ik kan nagaan is de term zo’n twintig jaar geleden voor het eerst gebruikt door een minister van milieu in een nieuwjaarstoespraak. En zoals het vaker gaat,
dan krijgt zo’n woord een plek in Van Dale en is het ineens een Nederlands woord.
Het is ontstaan in het kader van een waarschuwend verhaal tegen het jezelf en elkaar opjagen, waardoor schade toegebracht wordt aan de mens en het milieu.
En het goed is dat we pas op de plaats maken en elkaar afremmen en rust gunnen.
Vandaag kies je eerder voor Engels, met een woord als: relax..en net is de inzending
voor het Eurovisie-songfestival bekend geworden: het liedje ‘Slow down’. rustig aan,
niet zo’n haast…herkenbaar maar tegelijk bijna onhaalbaar voor heel veel mensen

Haast, snelheid, en intensiteit, waren toen en zijn misschien nog wel veel meer dan toen kenmerken van onze samenleving. Voor bezinning over wezenlijke zaken gunnen we ons geen tijd. We hollen maar door met elkaar, en we vliegen overal heen met onze auto’s, surfen ons suf op het internet, raken verslaafd aan Iphones
en Ipads, zelfs al fietsend en autorijdend en tijdens lessen en onder catechisatie.
We willen overal en altijd online zijn, en heel de dag door is er whatsapp, instagram
en nog een heleboel meer wat ik nog niet eens weet en waar ik zelf weinig mee kan.
En ook is al jaren is een 24 uurs economie normaal en zijn steeds meer winkels elke zondag open, en ook als we tijd voor ontspanning hebben zit nog onrust in ons lijf
en ons hoofd vol van wat we allemaal moeten en willen, en lijden veel mensen aan stress als gevolg van zorgen en spanningen en allerlei keuzes waarvoor we staan.
Hoe vaak gaat de drukte van de dag niet mee de nacht door, rusteloos dia 2
Vergis u niet: drukte en stress zijn er niet alleen door te hoge werkdruk maar ook bij jongeren die nog bezig zijn met studie en bijbaantjes, bij mensen die misschien al
lang werkloos zijn en van de ene sollicitatie naar de volgende afwijzing zich op de
been moeten houden en kinderen ervaren de druk van toetsen en proefwerken….
dia 3
Ook wij christenen ontkomen niet aan de haast en de jacht van de tijd waarin we leven. Met alle gevaren die dat heeft niet alleen voor ons persoonlijk welzijn en voor het gezinsleven, maar ook voor onze omgang met onze God en omzien naar elkaar.
We willen gaan luisteren naar de actuele boodschap van de bijbel, van de Prediker.
Die de vinger op de wonde plekken van ons leven en onze samen¬leving legt, en de weg naar genezing wijst, naar echte rust, de rust die je krijgt als je leeft vanuit God.

dia 4 Onthaasting ontspant – als je rust vindt in God.
De tekst gaat eerst over gehaast zwoegen voor jezelf
en dan over ontspannen werken voor God.

dia 5 1. Gehaast zwoegen voor jezelf.
‘Ook zag ik’. Dat komt steeds terug in dit boek. De man die het heeft geschreven, wordt vaak afgeschilderd als een pessi¬mist. Een zwartkijker. Dat klopt niet. De man
werkte hard. Bereikte veel.Wist ook van genie¬ten. Kon plezier maken. Hield van lekker eten en drinken. Was gelukkig ge¬trouwd. Wist wat van het leven te maken. Tegelijk: hij stond met beide benen op de grond. Gaf zijn ogen goed de kost. Keek scherp om zich heen. Keek door een heleboel schone schijn heen en zag daarachter de harde kanten van het leven. En moest vaststellen dat als je niet verder keek dan wat je om je heen zag, de conclusie moet zijn dat het “lucht is en najagen van wind”. Anders gezegd: “Ik heb gezien wat de mensen op aarde doen. Het is allemaal zo zinloos. Je bereikt er niets mee” (1:14). dia 6 Het levert geen blijvende winst op, alleen maar wind. Het vervluchtigt en verdwijnt en glipt je door de vingers. Zelfs jullie ontkomen daar niet aan, als het leven te toelacht en je allerlei idealen hebt.
Je jeugd is snel voorbij, staat in 11: 10. Voor je het weet ben je oud en ook als
je nog bent is dat geen garantie voor gezondheid en succes en een goed leven.

‘Ook zag ik’. Het scherpe oog van de bijbelse wijsheid observeert ook de maatschappij. Spiedt rond op de werk¬vloer. Kijkt achter de deur van de directie en de raad van commissa¬rissen. Luistert telefoongesprekken af en luistert mee naar de borrelpraat.Loopt rond op het schoolplein. Ziet je in de klas. Is waar gesport wordt.
Nou, en wat is daar dan te horen en te zien? In elk geval een heleboel drukte en bedrijvigheid. Je komt een heleboel mensen tegen die keihard werken. Die hun best doen. Die er voor gaan en er tegen aan gaan. Je ontmoet mensen die heel wat overuren maken en nog werk naar huis mee nemen ook, overal bereikbaar zijn en
nog op vakantie de laptop mee hebben en de mails van de dag moeten checken.
Je komt bij bedrijven die stormachtig groeien en veel winst maken, en ook bij zaken die vechten om te overleven, bij winkels die dichtgaan en mensen die ontslag krijgen.
Je hoort van bijscholing en omscholing, van congressen en trainingen, van
Allemaal erop gericht bij te blijven en mee te kunnen en hogerop te komen. Allemaal druk druk druk, en steeds weer afschuwelijke haast. Zelfs kinderen hebben het op hun manier al druk: zwemles en voetbaltraining, het zoveelste feestje, en zo laat de t.v…hoe ouder hoe meer huiswerk, sport, muziek, en dat allemaal flitsend en vluchtig en hard, en je moet vooral kunnen meeko¬men en kunnen meepraten en meedoen.
dia 7 en wat wordt de volgende vakantie….?
Maar nou eens even pas op de plaats. Even tot jezelf komen. Even uit dat geluid.
De Prediker leert verder kijken en dieper doorvragen. Wijsheid die van boven komt stoot door tot de diepste lagen van mens en sa¬menleving. Gaat terug tot daar waar de wagen uit de rails is gaan lopen. Dat is eigenlijk al vlak na het begin van de rit. De Bijbel noemt dat ‘zonde’. Dat de mens zichzelf maakte tot het middelpunt van alles. Dat alles draait om de strijd voor het bestaan. Vandaar die onderdrukking die Prediker zag: het overleven van de sterken ten koste van de zwakken. Altijd al is de wereld hard en kil. Gunt de ene mens de ander eigenlijk het licht in de ogen niet. Dring ik met de ellebogen die ander achter uit. Is de een zijn dood de ander zijn brood. Ben ik bang dat wie van buiten komen mijn baan krijgt of eerder dan ik in aanmerking kom voor een huis. Wil ik liefst het land op slot want stel je voor dat
we de welvaart met meer moeten delen en ik dus een stapje terug moet doen…
Kijk ik met angstogen rond naar wie misschien meer of het beter heeft dan ik….en moet er nog een tandje bij om die collega te overtroeven en me onmisbaar te maken bij misschien de volgende ontslagronde…en krijg ik straks nog wel mijn pensioen…?
dia 8
Die nuchtere Prediker toch! Ziet hij het niet al te zwart en is hij niet veel te scherp:
“Ik heb al het gezwoeg gezien, en vastgesteld dat alles wat een mens bereikt het resultaat is van zijn afgunst op een ander”. Anders gezegd: “Ik zag dat de mensen hard werken en hun uiterste beste doen. Want ze willen niet dat anderen het beter hebben dan zij”. (BGT). Inderdaad, er is niets nieuws onder de zon. Of wel soms?
Toch, gaat dat niet te ver? Moet je dan niet je best doen op school? Je talenten gebruiken? Je kunt toch niet met je armen over elkaar gaan zitten? Dat zegt de Prediker zelf, in vs.5: “een dwaas zit met zijn handen in de schoot, en maakt zichzelf kapot”. Ja, en ook nog zijn gezin en zijn personeel. Je blijft nergens. Bij zaken doen hoort toch een gezonde concurrentie? Je moet toch zien dat je in de race blijft: als land, als bedrijf, binnen het bedrijf?Je hoeft toch niet uit de wereld gaan, of aan de kant te staan? Je moet toch aan je carrière denken, en zorgen voor je toekomst?

Gemeente, een wijsheidsboek als Prediker is, komt niet met een goedkope veroordeling of met simpele oplossingen.Roept ook maar niet dat we allemaal aan ‘onthaasting’ moeten doen: korter werken,meer vrije tijd, carrière-onderbreking, fiet¬sen. Je kunt ook in je vrije tijd en op weg naar de zoveelste vakantie je opgejaagd voelen en gestresst zijn om wat allemaal moet,en waar je niet aan toekomt,en wat van je wordt ver-wacht. Het zijn allemaal lapmiddelen, als het van binnen niet veran¬dert. Als we niet door hebben wat er diep in ons aan schort.

De Heer wil met zijn wijsheid vooral laten zien hoe de wereld en ons leven in die wereld in elkaar zitten. Wat er in werkelijkheid speelt. Het is nou juist het trieste dat het zo toegaat en dat je er niet zomaar uit kunt stappen, zelfs al zou je het willen. Het is in feite één grote wedstrijd, om de beste te zijn, de mooiste, de jongste,de sterkste. Keihard is die wedstrijd: wie zwak is en oud en ziek die legt het loodje.
Zo gaat het in het bedrijfsleven en net zo goed tussen mede¬werkers onderling. Zo gaat het vaak al op school: wie minder goed mee kan, wie anders is, minder goed gebekt, en met net de verkeerde kleren aan, die wordt het mikpunt. Wordt gepest.
En dan moeten daar weer programma’s voor ontwikkeld worden, en hulpverleners
op worden gezet, en tv programma’s voor worden uitgezonden…
Steeds weer komt het aan het licht dat het eigenbelang de doorslag geeft. Wat zomaar leidt tot een jacht om vooraan te komen, jezelf onmisbaar te maken of populair te zijn. En doe je het niet, dan zijn er voor jou tien anderen. Dan val je uit de boot en tel je niet mee. Kun je het verder wel vergeten.
dia 9
Ik zei eerder even dat de bijbel laat zien dat de trein al heel gauw uit het spoor is gelopen. De wereld die God zo goed geschapen heeft is door de zonde van ons mensen zo geworden als ze er vandaag aan de dag uitziet. Er al uitzag toen die Prediker rondkeek in de wereld van zijn dagen. We hebben samen schuld aan die onrust en die onvrede waar we met elkaar zo’n last van hebben en waar we allemaal aan meedoen. De grond zal vervloekt zijn, zei God toen in het begin: dia 10
zwoe¬gen moet je om ervan te kunnen eten, je leven lang. Dorens en distels zul je steeds weer tegenko¬men. Zoals de stekels van jacht en stress.

Daar helpt onthaasting – wat dat ook maar is en hoe dat ook zou moeten – niet echt tegen. Daar is bekering voor nodig. Een radikaal andere mentaliteit van liefde tot God en de naaste. Door Christus in wie mijn werken niet ijdel is, maar zinvol.

dia 11 2. Ontspannen werken voor God.
Het zou een verkeerde conclusie zijn dat werken een noodza¬kelijk kwaad is.Dat we maar met onze handen over elkaar moeten zitten en maar niets meer op poten moeten zetten. Wie dat zou doen, wordt door de Prediker ronduit een dwaas genoemd. Zeker toen kwam je dan niet ver. Wie zo leeft, eet zijn eigen vlees, staat er letterlijk. Maakt zichzelf kapot en zijn gezin erbij. Je vergooit je leven. Vaak zie je dat heel letterlijk: dat een leven zonder structuur, zonder zinvolle bezigheid – wat niet perse betaalde beroepsarbeid hoeft te zijn – leidt tot schade van iemands lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het kan de oorzaak zijn van verslaving aan alcohol of drugs, vandalisme, crimineel gedrag, en in extreme gevallen zelfs tot zelfmoord.
Bovenal: je leven levert niets op voor God en voor de naaste.

In een wereld die door de zonde gebroken en geschonden is, blijft de opdracht Gods aarde te bebouwen en te bewaren, over¬eind staan. Gelukkig maar! Dat is niet: iedereen moet een betaalde baan hebben. Dan kan niet eens – denk aan kinderen en moeders met kleine kinderen, aan gepensioneerden en arbeidsongeschikten, aan werklozen-buiten-hun-schuld en aan zieken. Het hoeft ook niet altijd. Er zijn nog zoveel andere taken in de kerk en in de maatschappij die nodig en nuttig zijn. Het hoort juist tot dat elkaar opjagen dat je alleen zou meetellen als je een goed betaalde baan hebt, en dat als je ‘maar’ huisvrouw bent of veel vrijwilligerswerk doet, je toch eigenlijk niet serieus genomen wordt. De Heer doet dat ¬wel!
dia 12
Wat is het belangrijk: kinderen opvoe¬den en opvangen, omkijken naar wie hulp nodig heeft- denk aan vluchtelingenopvang, aan de voedesbanken, aan Present,
aan met elkaar meeleven en voor elkaar zorgen in de kerk! Wat fijn als je niet met de armen over elkaar blijft zitten, maar je gaven inzet waar dat maar kan. Wat is vader en moeder zijn met tijd en aandacht voor de kinderen belangrijk! Wat kunnen gepensio-neerden veel betekenen. Wat fijn als iemand die arbeidsonge¬schikt is geworden – wat een naar woord eigenlijk! – zich op een zinvolle manier kan inzetten. Bij de Heer is niemand echt werkloos. Kun je zelfs als zieke of oudere nog veel: bidden b.v.! Hoe ons leven ook is, we mogen zinvol bezig zijn tot Gods eer.

Kijk, daar hebt u meteen waar het om zal draaien als je als mens van God leeft en werkt. Dan wordt je niet opgejaagd en voortgejaagd door eigenbelang en wedijver en jaloersheid. Als dat is zo is, ben ik met al mij drukte net zo dwaas als die luilak. Dan beteken ik niets voor de Heer. Dan ben ik als het gaat om zijn dienst een nietsnut en een leegloper, hoe druk ik me ook maak en hoe hard ik ook draaf. Als ik wel alle tijd heb voor mezelf, m’n carrière, m’n hobbies, maar geen tijd heb voor God en mensen om me heen. dia 13 Of dat wel probeer maar het toch er lastig vindt het ook te doen.

De Prediker zegt verderop in zijn boek: “Doe wat je hand te doen vindt. Doe dat met volle inzet” (9:11). En: “Zaai van de morgen tot de avond. Laat je hand niet rusten, want je weet niet of het zaad de ene of de andere, of elke keer ontkiemen zal” (11:6). De Heerheeft niet het werk vervloekt, ook al moet het gebeuren op een werkplek en onder omstandigheden waar de vloek door de zonde vaak verwoestend werkt. We mogen de Heer bidden om zijn hulp en zijn zegen voor ons werk. We mogen Hem ook danken voor het werk dat we door zijn genade mochten doen. We vragen of Hij dat werk zinvol wil laten zijn, voor God en voor de mensen om ons heen. Ook of Hij alle beschadiging door de zonde eruit weg wil doen. Zodat het goed is en bruikbaar.

We moeten oppassen dat ook werken in dienst van God weer niet ontaardt in krampachtige drukte en uitsloverij. Ik las in een artikel het interessante gegeven dat het leven volgens de klok begonnen is in de kloosters. Men ging ervan uit dat de tijd van God is en daarom elke minuut benut dient te worden om te werken tot meerdere glorie van God. De monniken werden dag in dag uit via een strak tijdsschema opgejaagd om hun ziele¬heil te verdienen. Later nam de fabrieksfluit de functie van de kloosterklok over. Tijd is geld, was het nieuwe motto. En hoe hebben christenen niet gezucht onder de druk van God die je altijd ziet en wil dat je er uithaalt wat erin zit?

Het lijkt een dooddoener als de Prediker ons zijn recept aanreikt: “beter is één hand gevuld met rust dan beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind”. Let wel: dan is rust hier niet: vrije tijd.Prediker houdt geen pleidooi voor een vijfdaagse of vierdaagse werkweek, voor meer vakantie of regelmatige verlofdagen. Daar is allemaal best wat voor te zeggen, en het kan meehelpen om overspanning en stress te voorkomen, maar het zijn als het erop aan komt maar doekjes voor het bloeden.

Het gaat de Prediker om de houding tegenover je werk en in je vrije tijd. Het gaat hem om ons hart. Om rust niet maar van het werk, maar rust onder het werk. Om rust in God. Het woord dat wordt gebruikt, is zoiets als: kalmte, rust van binnen. dia 14
En dat tegenover dat gezwoeg en gejaag dat heel wat lijkt maar uiteindelijk niks blijvends en waardevols oplevert. Je ziet het voor je:een klein beetje rust op de vlakke hand. Teken van ontspanning. Tegenover alle twee de handen tot een vuist gebald, om wat erin zit maar niet kwijt te raken. Het beeld van een gespannen en gejaagd leven. Terwijl juist dat najagen van wind is. Je loopt je de benen uit je lijf en je probeert te pakken, maar je grijpt er steeds weer naast.

Gemeente, het is God die de broodnodige rust ons wil geven.
Als je geloven mag dat je een Vader in de hemel hebt die dag in dag uit voor je zorgt. Als je weet van Jezus Christus die voor ons een leven heeft verdiend dat niet meer stuk kan. Die zegt: kom maar bij Mij, met je stress en je haast,je vermoeid¬heid en je gevoel van altijd te kort schie¬ten, en Ik geef je echte rust. Ik verlos je ook van je zelf¬zucht en je jaloers¬heid. Nou, die onthaas¬ting ontspant! Je hoeft niet meer zo¬ nodig, want het is al voor je gedaan. Je mag nu uit Gods hand leven en echt genieten. En meer ontspannen je werk doen.
dia 15
Vanzelf gaat dat niet. Wij komen vaak niet verder dan een begin van de rust die God wil geven – nog maar een handjevol. De rest komt later: de eeuwige rust, waar we als het goed is in ons leven hier en nu al iets van mogen ervaren. Ik houd mijn handen op naar Vader en steek ze dan uit de mouwen en uit naar mijn naaste.
Wat een rust!
amen

liturgie bidstond voor gewas en arbeid – 9 maart 2016

welkom
zingen: Ps. 62: 1,3 GK
we worden stil voor God
votum en groet
zingen: NLB 154b: 1a, 2v, 3m, 6v, 7m, 8a, 10 (=melodie Psalm 136)

1. allen:
Heel de schepping, prijs de Heer!
Al zijn werken, geef Hem eer!
En gij, engelen in koor,
zingt uw gloria ons voor.

2. vrouwen:
Zegen Hem, gij zon en maan,
sterren in uw vaste baan,
laat uw licht in volle schijn
voor de Heer een loflied zijn.

3. mannen:
Alle wind en alle weer,
alles wat er gaat tekeer,
angstaanjagend in uw kracht,
wees de weerklank van Gods macht.

6. vrouwen:
Alles wat op aarde groeit,
wat ontkiemt en wat er bloeit,
wees een kleurig lofgedicht
voor zijn vriend’lijk aangezicht.

7. mannen:
Vogels, vissen, wild en vee,
dieren hoog en laag, doe mee,
ieder met uw eigen stem,
in het feestconcert voor Hem.

8. allen:
En gij mensen, allen saam,
zegent nu de hoge Naam,
voegt u in het grote koor
van zijn volk de eeuwen door.

10. allen:
Al wat leeft, wees welgemoed,
loof de Heer, want Hij is goed.
Zegent Hem dan, hier en nu,
want zijn goedheid zegent u

gebed
Schriftlezing: Prediker 3:14 – 4:6
zingen: Ps. 39: 3,4,5 GK
verkondiging: Prediker 4: 4-6
zingen: Ps. 127: 1,2
dankzegging en voorbeden
collecte
slotzang: Gz. 448: 1-4 LB
zegen
amen: Gz. 456: 3 LB

Prediker 11: 7 – 12: 2: Je bent jong en je mag … alles (?) – jeugdthemadienst CGK-GKV

dia 1

(preek deel 1)

Beste mensen, u, jullie, gemeente van Christus

Je bent jong en je mag alles!
Dat klinkt geweldig natuurlijk, maar is dat wel zo?
Als ik er nog wat bij zeg: je bent jong en je bent christen en je mag alles….
Dat is niet het eerste wat mensen denken als het over christenen gaat.
Dan is de reactie vaak juist meteen: o dan mag jij zeker niks, van ‘het geloof’.
Christenen mogen toch juist veel niet, van die oude bijbel, van de kerk, van God?
En dan komt het allemaal langs: uitgaan, harde muziek, dansen, naar de bioscoop.
Allemaal dingen die vroeger helemaal taboe waren en waar nog best moeilijk over
gedaan wordt, door ouderen, misschien je ouders ook wel, en binnen de kerk….
Ja en als het over seks gaat: als je nog niet getrouwd bent mag nog weinig, toch?
In elk geval. het beeld is dat als je jong bent en christen, er allerlei is dat je beperkt.
Misschien dat je zelf ook wel vindt dat er vaak moeilijk wordt gedaan over wat voor
jou geen punt is, of misschien zit je er zelf ook mee: wat mag er nou wel en wat niet?
Wat ook kan: je zou best van van alles willen genieten maar je kunt het gewoon niet.
Ik las: “Alsof ik zou moeten genieten…Van binnen voel ik me alleen en ongelukkig.
Ik verlang wel naar meer geluk, rust van binnen, maar zo gemakkelijk is het niet.
Ik lach wel, maar in mijn hart is het donker”. Ik denk: herkenbaar voor veel jongeren
maar net zo goed voor veel volwassenen en ouderen, in een best lastige tijd.
dia 2
Wat dat betreft is juist dat boek Prediker heel herkenbaar en heel erg bij-de-tijd.
Eerder in zijn boek doet hij een boekje open over wat hij allemaal had uitgeprobeerd:
veel nagedacht, keihard gewerkt, grootse projecten opgezet, veel geld verdiend…ja
en ook van het goede van het leven genoten met muziek, veel drank, veel vrouwen.
Hij zegt: “Ik ga mezelf alles wat ik graag wilde hebben. Ik gaf toe aan alles waar ik naar verlangde. Ik wilde volop genieten van al mijn bezit. Het was de beloning voor
mijn harde werken”. Maar toch gaf het geen echte voldoening en bleef hij achter
met een leeg gevoel: “Je bereikt er niets mee. Je hebt er niets aan in het leven”.
Nee, want het zijn allemaal tijdelijke genoegens die je niet kunt vasthouden, en
voor je het weet ben je ziek of oud en blijft het gevoel over: was dat het dan?
Je proeft door heel dat boek Prediker heen het verlangen dat er meer moet zijn.
Sterker: dat geloof hield de man overeind: er is meer, want God is er, de Schepper,
God die me gemaakt heeft en die een doel met mijn leven heeft, en mijn geluk wil.

Kijk, en daarom komt de Prediker toch steeds weer met aansporingen om niet
bij de pakken neer te zitten of niks meer van het leven te verwachten en te maken
maar juist om elke dag te genieten van zoveel dat God een mens te genieten geeft:
“Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven. is dat een
geschenk van God” (3:12 en 13), dia 3
en: “Geniet van het leven. Geniet van het brood dat je eet en van de wijn die je drinkt. Dat is wat God graag ziet. Draag altijd mooie kleren. En zorg ervoor dat je lekker ruikt. Geniet van het leven met de vrouw van wie je houdt. Je leven is zo voorbij. Geniet van elke dag die God je geeft.” (9: 7-9).
Dat is meteen een mooie les over genieten: leer genieten van de kleine gewone
dingen van elke dag, en staar je niet blind op wat groot is en nog lang niet haalbaar
of misschien wel altijd onbereikbaar – de Prediker zegt ook: “Je kunt beter tevreden zijn met wat je hebt, dan verlangen naar wat je nog niet hebt. Want ook dat is zinloos. Je bereikt er niets mee” (6:9). Dat is bij de dag leven, dankbaar voor wat God geeft.

Je bent jong en je mag alles!
Dat leren we van Prediker en dat is in lijn met de hele Bijbel.
Juist omdat we God kennen als de Schepper die ons een goed en mooi leven gunt.
Paulus schrijft er ook zo over: “Alles wat God geschapen heeft is goed. Niets hoeft
te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen” (1 Timoteüs 4: 5).

Dat geldt van muziek b.v. waar God ook zelf blij mee is, denk aan de muzikanten en zangers in de tempel, aan de psalmen, aan de zang voor Gods troon in Openbaring.
Ook de seksualiteit is een geschenk van God, waar je van mag genieten, denk aan
het boek Hooglied, en ook aan hoe de Bijbel vertelt over de schepping van de mens.
Geld mag je ook als van God gekregen gebruiken, als je er eerlijk aan gekomen bent
en er goed mee om probeert te gaan, en het niet iets is voor alles voor opzij moet.
Ja en God gunt ons ook rust op z’n tijd, vakantie, goede vrienden of vriendinnen, en
als je graag sport of uitgaat, als je goed bent in tekenen of schilderen, geniet ervan.
En voel je dan niet schuldig omdat je eigenlijk…..zou moeten leren, of werken…..of
iets nuttigs doen voor anderen – alles op zijn tijd en dus ook tijd voor wat je leuk vindt.

Ook dat bedoelt Prediker als hij steeds eraan herinnert dat je jeugd gauw voorbij is
en dat een mens maar kort leeft en dat je dus niet pas mag gaan genieten van het
goede van het leven na een leven van hard werken: dan is het misschien te laat.
De tekst waarschuwt daarvoor: straks komen de slechte dagen, straks ben je oud.
Ik las. “Prediker is niet somber over het leven: hij vindt het leven prachtig. Prediker is wel somber over een leven waar je zo druk bent met de toekomst dat je vergeet vandaag te leven. Het leven is kort, dus vergeet niet ervan te genieten! Kijk niet naar alles wat je nog eens wilt bereiken, maar geniet van wat God je vandaag geeft!”

Nog eens: je bent jong en je mag alles…..er is veel waar je van mag genieten.
Maar er staat niet voor niets een advies bij: “doe wat je hart je zegt” (BGT). dia 4
Dat is niet zoiets als: doe maar wat in je opkomt, kijk maar wat ervan komt.
‘Doe wat je hart je zegt’, dat is: blijf bij jezelf, luister naar wat je innerlijke stem.
En dan voel je vaak zelf wel aan – als je daarnaar luistert – wat goed is en wat niet.
B.v. als je een lastige klus of een naderende toets of een vervelende gesprek voor
je uitschuift en leuke dingen gaat doen maar met een vervelend onrustig gevoel -
je geniet niet echt van die leuke dingen maar je voelt je schuldig: weer niks gedaan.
Of je ging uit en je liet je gaan maar de volgende morgen is er die kater en ben je
tot niks in staat en diep in jezelf weet je wel dat het eigenlijk helemaal niet oké was.
En laat je niet wijsmaken en je opdringen dat dit feest of die activiteit natuurlijk leuk
is en top moet zijn terwijl je diep in jezelf er niet van geniet en het niet goed voelt.

Terwijl je zomaar over het hoofd ziet wat vlakbij er is: familie, vrienden, een dak
boven je hoofd, een dagje vrij, leuke collega’s, een complimentje dat je krijgt…..
En als je dat vervelende klusje toch eerst maar heb aangepakt, dat mailtje weg
is, die opdracht op tijd is ingeleverd, voelt het heel anders als je dan jezelf iets
leuks gunt: het voelt als echt verdiend, zonder steeds die onrust en die stress.
Weer de Prediker die dat haarfijn onder woorden brengt: God “zorgt ervoor dat je
kunt genieten van alles wat je hebt. Je hebt er hard voor gewerkt, en het is een
geschenk van God. Dan vindt je het niet erg dat je leven maar kort is. Want God
laat je elke dag van het leven genieten.” (5: 18 en 19). Dan leef je ontspannen.
dia 5
Juist omdat je weet van meer dan zoveel dat even een kick geeft en dan weg is.
Omdat je gelooft in de Gever van zoveel goeds, die blijft en die eeuwig geluk geeft.

(zingen: Opwekking 544)

(preek deel 2 )

Nog even verder over wat we kunnen leren van de Prediker over jong en genieten.
Hij spoort je aan om te genieten van je jong zijn en wat dat allemaal mogelijk maakt:
“Wat is het leven goed! Geniet van je leven zolang je jong bent. Wees gelukkig in je jeugd. Doe wat je hart je zegt. Kijk goed om je heen..want je jeugd is snel voorbij.”

We zagen ook al dat het bijzondere is dat Prediker steeds dat verbindt aan God:
“Geniet van elke dag die God geeft….God laat je elke dag van het leven genieten”.
En hier ook weer: “Denk aan God die je gemaakt heeft. Denk aan Hem zolang je
nog jong bent.”…”En bedenk daarbij dat God je leven zal beoordelen”…..
dia 6
Ja hoor, is dan vaak de reactie – denk jij misschien ook wel – daar heb je het weer!
Toch weer een addertje onder het gras:een waarschuwing voor het oordeel van God.
Dat wat je zo vaak gehoord hebt als jongere: pas op want God ziet je overal, je mag best genieten maar denk er aan dat je God onder ogen kunt komen – of – heb ik ook wel gehoord: stel je voor dat Jezus terugkomt en Hij vindt jou in…..en vul dan maar in…..vooral plekken waar je volgens ‘het geloof’ niet thuishoort als christen.

Dan wordt wat de Prediker hier zegt een domper op het plezier, een opgestoken
waarschuwende vinger: je bent jong en je mag….veel maar niet alles, want straks
roept God je ter verantwoording dus pas op wat je doet want God ziet je overal.
Eigenlijk mag je weer van alles niet, en krijg je weer een schuldgevoel aangepraat.

Toch is dat niet de bedoeling van de oproep aan God je Schepper te denken.
Hier niet een toch weer negatief doen over jongeren of een angstscenario van
pas op wat je doet en wees vooral serieus en weet wel dat God alles ziet…..
Nee, door heel dit boek heen kun je horen dat God graag wil dat je geniet van wat
Hij allemaal wil geven, van elke dag dat de zon schijnt en je gezond mag zijn en je vrijheid hebt – en dan zal God vragen: ben je wel jong geweest, heb jij daar wel van genoten, wat heb je gedaan met je leven, met al die kansen, met je vrije tijd, met je
geld, met je lijf; hoe ging je om met mensen om je heen, met je vriend of vriendin -
of was het allemaal moeten en nog eens moeten, werken tot je erbij neerviel omdat
je nog meer wilde en nooit genoeg had en niet eens tijd nam om echt te genieten.
dia 7
Lees wat er achteraan komt: “belast je hart niet met verdriet en houd je lichaam vrij
van kwalen, want je jeugd en jonge jaren zijn snel voorbij”-zorg dus goed voor jezelf!
En dus is het om ons bestwil dat God ook grenzen aangeeft, juist ter bescherming.
Want niet voor niets noemt de Prediker God vaak de Schepper, die ons mensen heeft gemaakt: om Hem in hun doen en laten af te beelden en goed te zorgen voor
wat hij gemaakt heeft en ons in beheer gegeven: ons leven, ons lichaam, elkaar,
en ook de leefwereld om ons heen. het milieu, de lucht en de bodem, de natuur.

In Genesis 2 staat dat we Gods aarde zullen bewerken én bewaren, beschermen.
En als in de tekst staat: houd zorgen, verdriet en kwalen weg van je lichaam – dan
is dat een oproep om goed voor jezelf te zorgen en niet je leven en je gezondheid
te beschadigen, b.v. door aan drugs verslaafd te raken of aan gamen of gokken, en
alcohol is misschien nog wel een grotere verleiding en bedreiging omdat het om een
goed geschenk van God is maar een groot kwaad als je er een slaaf van wordt.

In Spreuken 23 staat er een ontnuchterend stukje wijsheid over – humoristisch als
het niet zo ernstig en triest was (en wijn kan natuurlijk ook bier zijn of wat sterkers):
dia 8
“Er zijn mensen die altijd zeuren, die altijd ruzie maken en klagen, die heel gauw gewond raken, en steeds wazig uit hun ogen kijken.Dat zijn mensen die altijd dronken zijn, die tot de vroege ochtend blijven drinken. Laat je niet verleiden door wijn, die zo mooi schittert in het glas. Want wijn is zo giftig als een slang. Je wordt er
doodziek van. Als je veel drinkt, zie je vreemde dingen, en niemand begrijpt meer wat je zegt. Je voelt je misselijk en ellendig, alsof je op een boot zit tijdens een storm. Het voelt alsof iemand je geslagen heeft, zonder dat je het merkte. Het voelt alsof je mishandeld bent, zonder dat je weet door wie. Toch is het eerste wat je ‘s ochtends denkt: Laat ik opstaan, ik heb zin in een glas wijn!”. Wie heeft het nog over genieten?
En echte verslaving kan leiden tot vernietiging van je gezondheid en van je leven.

Het kan op allerlei manieren: wat op korte termijn genieten lijkt maar uiteindelijk tot
schade en soms ingrijpende gevolgen voor jezelf en anderen en voor de omgeving:
roken, te veel en ongezond eten, te hard werken onder te grote stress, roekeloos
gedrag in het verkeer, te grote risico’s met een sport of een hobby, en ook seksueel
gedrag dat er zelfs toe kan leiden dat je een kind krijgt samen met die jongen of dat
meisje met wie je verder niks wilt of met wie het uitraakt, met levenslange gevolgen.
Het valt allemaal onder die korte zin in de tekst: houd je lichaam vrij van kwalen.
Anders vertaald maar het komt op hetzelfde neer: houd verdriet en zorgen ver bij
je vandaan – dat is bedoeld om te beschermen en mogelijk te maken wat er eerst
staat: “geniet van het leven zolang je nog jong bent, wees gelukkig in je jeugd”.

Ja, en dan is de beste garantie om te genieten van wat het leven te bieden heeft,
als je dan doet met God, en als je rekening houdt met de wijsheid die God aanreikt,
via de Bijbel – zoals in Prediker, Spreuken en andere boeken – en ook via mensen
om je heen en hun levenservaring: ouders, ouderen, ook vrienden en vriendinnen.
Daar horen ook grenzen bij, niet om te betuttelen of je het moeilijk te maken, en al
helemaal niet om angst te zaaien -voor de mensen of voor Gods beoordeling – maar
juist om je leven en je geluk te beschermen en te helpen echt te kunnen genieten.
dia 9
Daar zit ook troost en een bemoediging in voor als er weinig te genieten lijkt te zijn.
Want het kan ook gebeuren dat je jong bent en veel wilt maar maar weinig kunt.
We hebben dat fraaie verhaal gelezen over ouder worden maar de werkelijkheid is
natuurlijk niet feestelijk, en daar hoef je niet oud voor te zijn trouwens – geweldig
als je ook als het moeilijk is en je steeds minder kunt, toch mag leren genieten van
wat wel kan, en van mensen om je heen die van je houden, naar je omkijken, voor
je zorgen – en vooral ook je blijven zien als mens, beeld van God, met capaciteiten.
En als je mag geloven dat het leven niet ophoudt als er toch kwalen komen, ziekte,
een handicap, en uiteindelijk de dood – maar dat dan – vers 5 – de mens naar zijn eeuwig huis gaat – of zoals in vers 7. de adem van het leven terug naar God gaat.

De Prediker maakt het niet mooier dan het is: er komt een dag dat het hier stopt.
Maar gelukkig houdt voor wie met God heeft geleefd het genieten niet op maar
wordt het er alleen maar mooier op want we zijn op weg naar een nieuwe wereld.
Naar een wereld zonder ziekte, oorlog, zorgen en tranen, en vol liefde en vrede.
Waar niemand meer oud wordt en dood gaat – de Bijbel zegt: een nieuwe schepping!
Dat wordt pas echt – en eeuwig – genieten! dia 10

amen

liturgie jeugdthemadienst 24 januari 2016

welkom
zingen: Psalm 150: 1,2 Levensliederen
moment van stilte en persoonlijk gebed
votum en groet (Sela)
zingen: Opwekking 723 ‘Kom, volk van de verrezen Heer’
gebed
lezing uit de Bijbel. Prediker 11: 7- 12: 8 (BGT)
zingen: Bless the Lord oh my soul! (Opwekking 733: Tienduizend redenen)
preek (1)
zingen: Opwekking 544 – Meer dan rijkdom
preek (2)
zingen: Opwekking 770: Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige naam
gebed
collecte – tijdens collecte zingen Opwekking 726 Er is een onbegrensde liefde
staande: geloofsbelijdenis Opwekking 347
zegen van St. Patrick
amen
Opwekking 710 ‘Zegen mij op de weg die ik moet gaan’

Prediker 3: 1-15: Gods tijd is de allerbeste tijd (oudejaarsdienst 31 december 2015)

liturgie oudejaarsdienst 31 december 2015
thema: Gods tijd is de allerbeste tijd
votum en groet
zingen: Ps. 90. 1,2 ‘Gij zijt geweest, o Heer, en gij zult wezen’
gebed
Schriftlezing: Prediker 1: 1-11
zingen: Ps. 90: 3,6 ‘O Here God, Gij wendt het mensenleven’
Schriftlezing: Prediker 3: 1-15
zingen: NLB 845: 1,2,3 (melodie Psalm 86) ‘Tijd van vloek en tijd van zegen’
verkondiging: ‘Gods tijd is de allerbeste tijd’.
zingen: Lied 432: 1,2,3 ‘ Wat God doet, dat is welgedaan’
gebed
collecte
zingen: NLB 416: 1,2,3 ‘Ga met God’
zegen
amen: NLB 416: 4
———————————————————————————————————
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
‘Gods tijd is de allerbeste tijd’.
Dat thema is ontleend aan een van de eerste cantates van Johann Sebastian Bach.
‘Gottes Zeit is die allerbeste Zeit’ -ook wel genoemd de ‘Actus Tragicus’.
Dat tragicus komt daar vandaan dat die cantate voor een begrafenis was bestemd.
Het eerste koor grijpt terug op teksten uit de Bijbel die gaan over leven en sterven:
“In Hem leven wij en bewegen wij en zijn wij” – woorden van Paulus uit Hand. 16 -
en “Heer, leer ons eraan denken dat wij sterven moeten, zodat wij wijs worden” -
vrij naar Psalm 90:12: : leer ons onze dagen tellen, dat wij een wijs hart krijgen.

dia 2 koor uit Cantate 106

Gods tijd is de allerbeste tijd – daar bedoelde Bach de tijd van het sterven mee.
Zoals wij dat wel zeggen als iemand is overleden dat het zijn/haar tijd was, en vanuit
het geloof dat God onze dagen telt en ons leven leidt, zeggen: God vond het tijd.
Vanuit dat geloof kreeg onze broeder Klaas Glas er vrede mee dat het niet meer
goed zou komen met zijn gezondheid hier en nu en zei hij• ook dan is het goed.
Ook zijn dagen en jaren waren opgeschreven in Gods boek, en hij leeft nu bij God.

Vanavond wil ik dat thema breder trekken en het betrekken op de tijd als geheel.
In de lijn van wat we net gelezen hebben: “God heeft alles wat er is de goede
plaats in de tijd gegeven” (3:11) – dat geldt dus ook van het bijna voorbije jaar.
dia 3
Nee, niet dat je het zomaar zegt dat Gods tijd altijd en overal de beste tijd is.
B.v. als iemand ziek wordt of een ongeluk krijgt en misschien wel jong – te jong
naar onze beleving – sterft – meer dan een van ons heeft het meegemaakt dit jaar.
Maar ook als iemand oud is geworden en je hem of haar nog niet wilt missen.
Of als je een jaar achter de rug hebt met onverwacht nare dingen of nog steeds
geen baan of een stukgelopen relatie of een andere ingrijpende teleurstelling.
Dan valt dat zwaar en dan komen veel vragen en misschien wel onbegrip en
boosheid in een mens op, en dat moet je niet wegstoppen en hoef je niet weg
te stoppen, daar moet je doorheen en dat mag je delen met mensen, en met
God – lees maar de psalmen en ook, zoals vanvond het boek Prediker: een
boek dat eerlijk verwoordt hoe het leven ‘onder de zon’ in elkaar steekt en
wat veel mensen ervaren en zich afvragen: welk voordeel heeft het om hard
te werken, geld te verdienen, plezier te maken en ook – om gelovig te zijn…?
dia 4
In 3: 9 wordt die vraag gesteld na die opsomming met al dat wel en wee, net
zo bont en afwisselend – noem het grillig en onvoorstelbaar – als het leven zelf:
een tijd om geboren te worden en om te sterven,om te planten en weer te rooien,
om af te breken en op te bouwen, om te huilen en te lachen, en zoveel meer waar
ook 2015 vol van was: in uw en jouw en mijn leven, in onze omgeving, in de wereld met zoveel moois en moeilijks: geboortes, huwelijken, vakanties,feesten, muziek
en dans, mooie diensten en goede gesprekken in de kerk, jubilea, diploma’s -maar ook ziekte, begrafenissen, echtscheidingen, oorlogen, aanslagen, ongelukken,
en dichterbij conflicten, afscheid van elkaar moeten nemen als kerkleden,moeilijke bezoeken als ouderling of dominee, ontwikkelingen waar je wel eens wakker van ligt, vergaderingen die niet altijd lopen als gehoopt, eenzaamheid, gemis aan aandacht..
Met dan die vraag: welk voordeel heeft het om je zo druk te maken en om te tobben?
Prediker zegt zelfs: ik heb het ervaren als een kwelling is die God een mens oplegt.
En Paulus wijst het aan als gevolg van onze gemeenschappelijke zonde dia 5
Het lijkt allemaal nogal negatief en zwartgallig: het heeft allemaal toch geen zin……
Maar nee, dat kan ook de bedoeling niet zijn want het is God die boven de tijd staat, ook boven al die dagen en nachten met wel en wee, al dat mooie en dat moeilijke…
Het klinkt als geloofsbelijdenis: God heeft alles de goede plaats in de tijd gegeven,

Verderop staat: “Wees blij op de dagen dat het goed met je gaat, maar zie op de slechte dagen in dat God naast de goede ook de slechte dagen heeft gemaakt” (7: 14)
Een uitroepteken achter ons thema: ‘Gods tijd is de allerbeste tijd’, want in goede tijden en slechte tijden is God erbij en houdt God ons vast en we geloven met de psalmen dat niemand Gods plan ongedaan kan maken dat over alle tijden gaat, en ook dat al onze dagen en onze jaren in Gods boek staan en dus niet voor niets zijn.

Gods tijd is de allerbeste tijd, dat wil ook zeggen dat we maar niet moeten klagen dat we in een boze tijd leven en dat het allemaal toch maar slechtis en alles achteruit gaat, en dan heimwee hebben naar vroeger als een soort verloren paradijs – waarbij we dan makkelijk vergeten wat vroeger moeilijk was en reden was om te klagen.
De Prediker waarschuwt ons voor zinloze nostalgie of terug verlangen naar vroeger: “Je moet je niet afvragen waarom vroeger alles beter was.Dat is niet erg verstandig.”

Nee, want ook al zou je in sommige opzichten gelijk hebben, je schiet er niets mee op want vroeger is voorbij, je leeft nu, en je profiteert ook van veel dat er nu is.
En vooral: als je gelooft dat God alle dingen leidt, ook je eigen leven, dan geloof je daarmee ook dat God je in deze tijd laat leven en je hier en nu een taak geeft.

Gods tijd is de allerbeste tijd, omdat en als die tijd is gevuld met de liefde die God voor ons heeft en aan ons geeft, en die we mogen delen met elkaar en uitstralen
naar elkaar en naar anderen om ons heen – dan is elk jaar en elke dag vol zegen!
Vers 14 geeft ons een flinke brok huiswerk mee voor elke dag en ook voor weer een
nieuw jaar: “Alles wat God doet…doet Hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets aan af te doen. God doet het zo dat wij ontzag voor Hem hebben”.
Elk jaar, ook 2015, was een jaar van de Heer, zoals we soms zeggen: Anno Domini…in het jaar van onze Heer….en: het jaar 2015 of 2016 na Christus.
Met de bedoeling en opdracht dat we elke dag leven met en voor onze Heer.

Zie dat ook als een spiegel die ons voorgehouden wordt, op deze laatste
avond van het jaar, als een soort achteruitkijkspiegel terug het jaar door: dia 6
wat heb ik gedaan met die tijden: met die mooie momenten en die moeilijke
dagen; wat was mijn rol in dat lastige gesprek; wat was mijn inbreng – of
niet – tijdens dat familieweekend of op die gemeenteavond; hoe kijk ik
terug op een jaar werken voor de zaak;de studie voor school; de zorg voor
mijn kinderen; de omgang met mijn ouders; wat deed ik eraan om pesten
te voorkomen of heb ik er juist driftig aan meegedaan; wat is ook samen
onze uitstraling als kerk naar buiten toe; en hoe ging ik om met verdriet
en teleurstelling; heb ik anderen bemoedigd of juist – misschien wel
onbedoeld – pijn gedaan; en wat is er terecht gekomen van dat lied dat
we ook afgelopen jaar meegezongen hebben: “maak mijn uren en mijn
tijd, tot Uw lof en dienst bereid; neem ook mijn verdriet en mijn vreugde
in Uw dienst, neem mijzelf en voor altijd ben ik aan U toegewijd”. Echt?
Ik denk dat eerlijk terugkijken leerzaam kan zijn, ook soms schokkend,
en vast ook reden voor veel dankbaarheid voor wat God gaf en hoe God
zorgde, en dat God ondanks zoveel weer verder wilde met ons en ons
leven spaarde,en dat Hij ons leven waardevol vind en ons gebruiken kan.

Die achteruitkijkspiegel helpt als het goed is ook om te blijven werken aan verandering, verbetering, bekering, niet van die ander maar van onszelf
want je kunt niemand en niets veranderen dan alleen jezelf – werk aan de
winkel dus, en geen slachtofferrol en niet de schuld leggen bij alles en
iedereen behalve bij jezelf en al helemaal niet God aansprakelijk stellen
wat je doet als je de omstandigheden de schuld geeft of die moeilijk tijd
waarin we leven want God heeft alles een goede plaats in de tijd gegeven
leert de Prediker ons – en hij heeft het ook moeten leren door schade en
schande en dwars tegen veel teleurstelling en frustraties heen – het was
uiteindelijk het enige houvast bij zoveel dat ondoorzichtig en lastig was.
dia 7
Ja, en dat geeft ook vertrouwen voor de toekomst die ook van God is.
Als je niet verder kijkt dan wat je om je heen ziet en ook zelf ervaart, kom je
verder dan dat refrein dat het allemaal lucht en leegte is en najagen van wind.
Dat als het erop aan komt er ondanks zoveel dat verandert en nog zal veranderen, niets nieuws onder de zon is, en dat vroeg of laat elk mens moet sterven – zoals
in dat liedje van Stef Bos. “wij vallen als bladeren en de wind neemt ons mee”.
Het houdt ons klein en zet ons met beide benen op de grond als we even zouden denken dat we zelf ons leven onder controle hebben en onze toekomst kunnen
uitstippelen – dan zegt de Prediker eerlijk: geen mens kan in de toekomst zien.
Laat staan dat je die toekomst zelf kunt maken en je leven in de grip kunt houden.
We lazen dat God de mens inzicht in de tijd heeft gegeven – letterlijk dia 8 : ‘de eeuw – of de eeuwigheid – in het hart gelegd= het besef dat er meer is dan het leven van hier en nu, en het verlangen over de horizon heen te kijken naar na morgen -
maar “toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden”.
Dat geeft spanning maar tegelijk ontspanning: als je gelooft dat je leven met al
die dagen en momenten en hoogten en diepten in Gods hand zijn en dat God
wat Hij doet voor altijd doet, en ook jouw en mijn leven en wat daarin gebeurt
meeneemt naar zijn toekomst: “God haalt wat voorbij is altijd weer terug”.

Misschien dat het u of jou benauwd of bang maakt: maar komt God dan ook
terug op wat zo fout ging, op die zonde die ik deed,of dat waarvoor ik me schaam?
Zoals soms gezegd wordt dat God eens als Hij oordeelt alles weer gaan oprakelen.
Maar dat is niet wat de Prediker bedoelt, en het zou strijden met wat we mogen
geloven van Gods vergeving. “Zo ver het oosten is van het westen, zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd” (Psalm 103) en: “U zult al onze zonden tenietdoen. Onze zonden werpt U in de diepten van de zee” (Micha 7). Dan zijn ze ook echt weg!
dia 9
Maar wat hier bedoeld is, is dat wat wij ervaren als vluchtig en voorbijgaand, in het plan van God allemaal een plek heeft – “God heeft alles wat er is een goede plek in
de tijd gegeven” – en dat het niet voor niets is en God ons leven niet vergeten zal.

Dat – een lied – “ons zorgen en werken ergens toe dient, dat ons leven hangt aan Iemand; dat ons schreien en ons lachen ergens toe leidt, – onze liefde stoelt op Iemand; dat ons hopen en vertrouwen ergens op slaan – dat ons lijden voert tot Iemand”; en dat dus ook 2015 en al die dagen die achter ons liggen met lief en leed, dat al die hoogtepunten en dieptepunten, zinvol waren omdat we geloven dat – weer een lied – “als er dan geen zin is in ons werk gelegen, God daarin dan zin aan kan en wil geven met het uitzicht van Gods grote toekomst: “dat wij als weleer bewonen zonder pijn een aarde waar wij weer – voorgoed en helemaal – gelukkig kunnen zijn”.

We sluiten af met de bemoediging van de apostel Paulus – zondag meer daarover -
in 1 Korintiërs 15: 58: “Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat
door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn”.

Een goede jaarwisseling gewenst en ga met God, dan zal Hij met u en jou zijn.
Tot wij weer elkaar ontmoeten en in zijn naam elkaar begroeten. Ga met God!

amen dia 10

Psalm 34: 9: Schuilen bij God, daar ben je veilig (met gaande viering avondmaal)

dia 1 Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Schuilen, dat doen we allemaal wel eens: tegen de regen, of het onweer….dia 2
Als het echt gevaarlijk wordt, ga je rennen: naar waar je veilig denkt te zijn.
Misschien zijn er wel onder ons die de oorlog hebben meegemaakt en toen
in een schuilkelder hebben gezeten of naar ver weg moesten evacueren.
Het gebeurt in onze tijd in oorlogsgebieden, in Syrië, Irak, Gaza, dia 3 en ook
als er een aardbeving is of een overstroming, en wie nog kan rent voor z’n leven.
Dramatisch was het die zaterdag in Parijs en vreselijk als vluchten niet meer kan.
Het is van alle tijden: mensen die moeten vluchten naar een plek die veilig is.
In de hoop dat ze daar tijdelijk of voorgoed bescherming krijgen en rust vinden.
Ze zijn er ook in onze eigen omgeving: in de sporthal Geestmerambacht en in
de vroegere gevangenis in Heerhugowaard, en ze doen ook een beroep op ons.

Zoveel mensen, met uiteenlopende ellende of angst of andere omstandigheden
hebben behoefte aan plekken en aan mensen bij wie ze kunnen schuilen; het
was de aanleiding voor het populair geworden en vaak gezongen liedje “Mag
ik dan bij jou” – het werd ook gezongen tijdens The Passion 2015 in Enschede.
Terwijl het niet over God gaat maar – afgezien van dat jij en jou – juist meer dan
op wat ook past bij geloof en vertrouwen op God – ik maak van jij en jou U:
Mag ik bij U schuilen, als het nergens anders kan?
en als ik moet huilen, droogt U m’n tranen dan?

Het zijn moderne woorden voor waar de Bijbel en vooral de psalmen vol van zijn.
Zeker uit de mond van David horen we in allerlei toonaarden en vanuit allerlei
situaties de roep om hulp: Heer, mag ik bij U schuilen, verberg me in uw tent, onder uw vleugels dia 4 , of hoog op een rots, waar mijn vijanden niet bij mij kunnen.
David bad het en mocht het ook ervaren, vooral toen hij door Saul achterna
gezeten werd, en hij zich ook soms zelf in gevaarlijke situaties manoevreerde
zoals wat we net gelezen hebben toen David asiel aanvroeg bij de Filistijnen,
de aartsvijanden van Israël waar hij zelf niet lang geleden tegen gevochten
had en die daarom David wantrouwden en hem zelfs dreigden te arresteren.

Asielzoekers, ze komen met tienduizenden naar West-Europa en Nederland.
En ze hebben allemaal hun eigen verhaal dat niet altijd goed te controleren is.
Zodat mensen ook wantrouwen uiten: stel dat er jihadisten tussen zitten,terroristen,
lui van IS die hier komen om aanslagen te plegen: wie halen we ons land binnen?
Best begrijpelijk, en dus belangrijk om op te letten en wie kwaad wil op te sporen.
Goed dat de veiligheidsdiensten verdachte personen in de gaten houden en volgen.
Zo is ook best begrijpelijk dat ze daar in Gat die generaal David niet vertrouwden:
“Is dat niet degene over wie ze triomfantelijk hebben gezongen: ‘Saul versloeg ze
bij duizenden, David bij tienduizenden?”, en dan ging het over verslagen Filistijnen!
Had die David niet als jongen de Filistijnse zwaardvechter Goliat verslagen? dia 5
Blijkbaar wisten ze bij de Filistijnen ook dat David de beoogde opvolger van Saul
was: “Is dat niet David, de koning van het land?”. Wat doet die man dan bij ons?
Zal hij niet als spion de zwakke plekken opsporen en er straks gebruik van maken?

Geen wonder dat David zich niet langer veilig voelde en zich eruit wilde draaien.
Heel bizar dat verhaal van een stoere generaal en aanstaande koning die helemaal door het lint gaat en als een waanzinnige zich verzet tegen zijn arrestatie zodat de
soldaten denken dat hij zijn verstand heeft verloren en dat aan de koning melden.
Het leidde tot de vrijlating en uitwijzing van David terug naar zijn eigen land, want
de koning zat niet te wachten op krankzinnigen – van wie ze in die tijd ook nog
dachten dat ze bezeten waren door duistere goddelijke machten: “Zien jullie niet dat die man gek is? Waarom brengen jullie die man bij mij? Heb ik hier geen gekken
genoeg, dat jullie hem bij me brengen om tegen me te keer te gaan?” Weg ermee!
Het was precies waar David op had gehoopt en op uit was: wegwezen hier, snel!
Om terug in eigen land zich te verstoppen in de grotten bij Adullam dia 6

Tegelijk was het natuurlijk een afgang en reputatieschade – en ik denk dat uitleggers gelijk hebben die aangeven dat David hier een gevoelige les kreeg van God zelf:
dat hij geen hulp moest zoeken buiten God om, bij de tegenstanders van zijn volk.
Het is de les van een andere psalm, Psalm 118: “Beter te schuilen bij de HEER dan te vertrouwen op mensen. Beter te schuilen bij de HEER dan te vertrouwen op mannen met macht” – ooit is uitgerekend dat dit het middelste vers van heel de Bijbel zou zijn: in elk geval is het een kerntekst voor wat geloven is: schuilen bij de HEER.
Actueel ook in onze tijd: uiteindelijk kunnen ook politie en veiligheidsdiensten en nog
meer gewapende strijd – nog meer bommen op IS – niet onze veiligheid garanderen.

Daar gaat die psalm dan ook over die is ontstaan na de redding van David uit die
benarde situatie in het hof van de Filistijnse koning Achis – die in de psalm Abimelech
genoemd wordt; waarschijnlijk een titel die letterlijk betekent: ‘mijn vader de koning’.

Deze psalm getuigt ervan dat David zijn redding niet toeschrijft aan eigen slimheid,
want wat was hij bang en in paniek, maar aan de macht en de genade van de HEER:
“ik zocht de HEER en Hij gaf antwoord, Hij heeft mij van alle angst bevrijd…in mijn
verdrukking riep ik tot de HEER, Hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered”.
Ja, en dat is precies zoals David de HEER had leren kennen en wat hem steeds
toch weer moed en vertrouwen gaf: “de Engel van de HEER waakt over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen” – en daarom: “gelukkig de mens die bij Hem schuilt”.

Kijk, en dan komt het ineens veel dichter naar ons toe, uw en jouw leven binnen.
En komt ook God zelf veel dichter naar ons toe, letterlijk ons eigen leven binnen.
Misschien weet u wel dat in het OT de naam ‘Engel van de HEER’ vaker gebruikt wordt en meestal in één adem met ‘de HEER’ , dus meer dan zomaar een engel.
Dat wijst op de HEER God die naar mensen toe komt, reddend, helpend, waakzaam,
zoals hier: “De Engel van de HEER waakt over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen” .

Wij kennen de HEER zo als onze Heer Jezus Christus, door wie God met ons en bij ons wil zijn, reddend, helpend: als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
Jezus die heel vaak tegen zijn leerlingen zij en ook tegen ons zegt: wees niet bang, want Ik ben bij je en Ik ga met je mee, en kom maar bij Mij, dan geef Ik je rust.
dia 7
Dat liedje dat ik noemde vraagt – naar God doorvertaald: als ik nergens meer heen kan, mag ik dan schuilen bij U – en het antwoord is – en dat vanuit God gehoord:
Jij mag altijd bij Mij, kom wanneer je wilt, ik heb een kamer – bij Mij thuis – voor je vrij.
Aan ons om dan ook bij God te schuilen, en te merken: daar ben ik echt veilig.

Ja, en als we bij die God horen, zoeken en vinden we ook veiligheid bij elkaar:
Mag ik dan bij jou schuilen, Als het nergens anders kan? En als ik moet huilen
Droog jij m’n tranen dan? Want als ik bij jou mag, Mag jij altijd bij mij
Kom wanneer je wilt,‘k hou een kamer voor je vrij.
Helaas stellen we daarin vaak elkaar – en mensen om ons heen – en God – teleur.
David vertolkt de ervaring van hemzelf en veel anderen dat vertrouwen op mensen
vaak op een teleurstelling uitloopt: je kunt beter bij God schuilen dan bij mensen.
Je ervaart het, zelfs heel dichtbij soms: mensen op wie je bouwde en die het laten afweten en zich afkeren – en hoe vaak heb je zelf mensen – en God – teleurgesteld?
Vlak voor de verzen die we gelezen hebben wordt verteld dat David op zijn vlucht
voor Saul verder was geholpen door de priesters van Nob, vlak erna staat dat de Edomiet Doëg hem had gezien en dat doorgespeeld aan Saul waarop die kwam
en de priesters uitmoordde – later zocht David ergens in het land veiligheid wat
door zijn volksgenoten daar verraden werd – weer later beraamde zijn eigen zoon
Absalom een staatsgreep – dan blijft er weinig over dan te schuilen bij God alleen.

Wie dat meer dan ooit, en erger dan wie ook, heeft ervaren, is Davids zoon Jezus:
niet aanvaard door zijn eigen volk en de leiders ervan, niet op waarde geschat in
zijn eigen dorp, niet begrepen door zijn eigen familie, verraden door de ene leerling en verloochend door de andere, op het laatst in de steek gelaten door alles en iedereen, en zelfs verlaten door zijn eigen Vader: “Mijn God, mijn God, waarom
hebt U mij verlaten? Hoe hard ik ook schreeuw, U redt mij niet, U blijft ver weg”.
Jezus die niet de goedheid van God zijn Vader mocht proeven en genieten maar de bitterbeker van de gal van Gods boosheid moest leegdrinken tot de laatste druppel.
Die toen Hij wilde schuilen bij God de deur dicht vond en de hemel stikdonker….
dia 8
Vandaag vieren we dat onze Heer om ons een schuilplaats bij God te geven waar het veilig is en waar we de goedheid en liefde van God mogen proeven en genieten,
zelf doodsbang geweest is – in Gethsemané – en door God verlaten is – aan het kruis – zodat de angst van de hel hem alle troost deed missen – en Hij niet kon vluchten en nergens kon schuilen – en Hij als gevloekte tussen hemel en aarde hing.
Wij gedenken vandaag zijn bittere dood – maar mogen daarom en daarin proeven hoe goed God is voor ons, hoe liefdevol: Jezus zijn Zoon is door God verlaten opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden – en wij altijd en overal bij God onze Vader mogen komen schuilen – God die een schuilplaats is, zelfs over de dood heen.
Weer dat liedje. “als het einde komt, mag ik dan bij U? Jij mag altijd- eeuwig- bij Mij!

Kijk, en als we dat echt in alle diepte en volle rijkdom beseffen en ervaren, dan zal
er ook iets groeien van verlangen om voor elkaar en mensen om ons heen een plek te zijn waar het veilig is: waar een mens zichzelf kan zijn, en waar wij en iedereen
iets gaat proeven en steeds meer ervan mag genieten dat God echt goed is – en
dan gaat dat liedje – nee niet vanuit een christelijke achtergrond maar als je met
de liefde van God gaat vullen voluit christelijk – dan gaat dat liedje echt waar worden, en dan twee kanten op: dia 9
Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan?
en als ik moet huilen droog jij m’n tranen dan?
Want als ik bij jou mag, mag jij altijd bij mij, kom wanneer je wilt,

En dan wordt de kerk echt – we zongen er een vorige zondag over – en worden ook onze huizen en harten en levens echt – een toevluchtsoord in de woestijn, een huis waarin men smarten deelt, en weet hoe Gods liefde harten heelt – omdat het een huis is waarin dé Gastheer is, vandaag rond zijn tafel, en elke dag ook aan je eigen tafel – het huis ons tot heil gegeven – waar het elke zondag weer Pasen mag zijn:

‘Proef en geniet de goedheid van de HEER, gelukkig als je bij Hem schuilt’.

amen
dia 10

liturgie morgendienst (met gaande viering van het avondmaal)
zingen: Ps. 61: 1,3 LB

1 O Here, verhoor mijn smeken. Haast bezweken
roep ik, ver bij U vandaan.
Sla toch acht op mijn gebeden, leid mijn schreden,
dat ik tot U op kan gaan.

3 Laat mij als een kleine vogel / schuilen mogen
waar G’ uw vleuglen om mij slaat.
Want Gij weet wien ik mij wijdde, / dat ik zeide:
Heer, Gij zijt mijn toeverlaat !

votum en groet
zingen: Ps. 91: 1,2
schuldbelijdenis
zingen: Ps. 86: 2
genadeverkondiging
zingen: Ps. 86: 5
Gods leefregels
zingen: Ps. 86: 4
gebed om verlichting met Gods Geest
Schriftlezing: 1 Sam. 21: 11-22: 1a en Psalm 34: 1-9
zingen: Ps. 34: 3
verkondiging: Psalm 34: 9 ‘Schuil bij God, daar ben je veilig’
zingen: Gz. 75: 1a, 2v, 5m, 6a – R: allen
gebed
collecte
zingen: Ps. 23: 1,2,3
avondmaalsformulier 2
zingen: Gz. 28: 1,2,3
zegen
amen: Gz. 144: 7

Exodus 3: 13-15: God is er nog altijd – ook voor jou! (jeugdthemadienst CGK-GKV)

preek (1) Waar is God dan – voor mij?

God is er nog altijd – ook voor jullie!
Dat mocht heel veel eeuwen geleden Mozes vertellen aan zijn volk.
Dat volk woonde al meer dan vierhonderd jaar in Egypte en werd
daar keihard uitgebuit en onderdrukt, behandeld als dwangarbeiders.
Indertijd waren ze daar gaan wonen als economische vluchtelingen -gelukzoekers heet dat in onze tijd – omdat er in Egypte eten was en in Kanaän niet – geëmigreerd op uitnodiging van hun broer Jozef die van slaaf was opgeklommen tot de op een na machtigste man van het land.
Ze hadden er een bestaan opgebouwd,en groeiden uit tot een groot volk.

Maar er was in Egypte een andere politieke wind gaan waaien.
De nieuwe leiders zagenb die allochtonen als een bedreiging: “ze
profiteren van onze welvaart, ze wonen in onze huizen, ze kosten
ons geld…als we niet uitkijken worden ze sterker dan wij, en als er
dan vijanden komen, gaan ze misschien meevechten tegen ons”.
Zo dachten en praatten ook veel gewone Egyptenaren: “die lui met
hun grote gezinnen, ze zijn met veel te veel, ons land wordt te vol”.
Geluiden die je ook in onze tijd horen kunt, over al die vluchtelingen.
Dus kwamen er tegenmaatregelen om de Israëlieten eronder te houden
en klein te krijgen: uitbuiting, dwangarbeid, tot zelfs volkerenmoord
toe: de pasgeboren jongetjes moeten dood, meisjes mogen blijven
leven en die trouwen wel met Egyptenaren, zo verdwijnt dat volk wel.

Maar God dan? Waar was de God die hun verre voorouders Abraham en Sara had laten vertrekken uit hun geboorteland en hun een eigen
land had beloofd – was die God hen niet al lang vergeten – al die eeuwen hadden ze weinig of niets van die God gemerkt, en zelf waren ze steeds
meer de goden van hun nieuwe vaderland gaan dienen – zo gaat dat -de Bijbel vertelt dat ook eerlijk, dat ze in Egypte afgoden gediend hebben.
Geen wonder dat ze aan Mozes vragen: over welke God heb jij het?
Mozes, over hem gaat het verhaal dat we net samen gelezen hebben.
Ergens ver van huis in een onherbergzaam gebied loopt een man, die
ooit als kind uit het water was gehaald en later prins was geworden en
tenslotte als vluchteling opgevangen was en nu al jaren aan het werk
als herder – na een veelbewogen leven uiteindelijk tot rust gekomen.
Maar dan ineens: wat is dat, een struik die in brand lijkt te staan maar
die bij beter kijken niet verschroeid lijkt en je ruikt ook geen brandlucht.
Dichterbij gekomen hoort Mozes ineens een stem: Mozes, Mozes!
Geen mens in de buurt, dat moet de stem zijn van meer dan een mens.
Het is ook geen mens, maar God zelf: Ik ben de God van je vader en
moeder, over wie je toen je nog heel klein was, gehoord hebt – de God
van je voorvaders, van Abraham en Izaäk en Jakob, en ook van Jozef.
Mozes, Ik ben er wel degelijk nog altijd en Ik heb gehoord en gezien wat
er met mijn volk aan de hand is, Ik hoor hen schreeuwen en klagen, en
Ik ga er wat aan doe – en Ik wil dat jij naar ze toe gaat om ze daar weg
te halen en ze te bevrijden van die slavernij en van die onderdrukking.

Mozes schrok zich wild en hij wrong zich in alle bochten om eronder uit
te komen: dat kan ik niet en dat durf ik niet, stuur a.U.b. iemand anders!
Veertig jaar geleden, ja, toen had hij ingegrepen en toen een landgenoot
werd afgeranseld had hij de kampbewaker doodgeslagen – daarom was
hij uit angst opgepakt en gedood te worden, zijn heil in Midjan gezocht.
Maar nu was hij oud en had hij grijze haren – laat me a.u.b. met rust!
Ja, en Heer, stel dat ik wel ga, en dat ik zeg dat U me gestuurd hebt -
en zij vragen: over welke God heb je het, kennen wij Hem ook, hoe heet
die God van jou en hoe weten we nou dat je echt namens Hem komt?

Maar het zich nog veel dieper, er zit nog veel twijfel en skepsis achter.
Ik zei al: ze waren al zo lang weg uit hun eigen land, en ze waren in
hun nieuwe vaderland de goden van dat land gaan dienen, en wat
moet je dan nog met die God van je opa en oma en nog verder terug.
En dan komt ineens een teruggekomen emigrant met een verhaal
over die God van lang geleden die hem gestuurd zou hebben: o, de
God van onze stamvaders, bestaat die dan nog, nooit meer wat van
gehoord, wat moet ik na zoveel tijd met het geloof van mijn verre familie?

Veel mensen, ook veel jongeren, zitten er denk ik net zo in: wat kan
ik met dat geloof van mijn ouders, van opa en oma, die God over wie
het elke zondag gaat in de kerk en over wie al die liederen gaan, wat
merk in van Hem maandag op school of op m’n werk, als ik uitgaan met
vrienden of vriendinnen, en waar is die God in een wereld vol ellende,
in Syrië en irak, op die bootjes in de Middellandse Zee, en in mijn
eigen sores als het thuis niet goed gaat of als het niet lukt met de studie?

Het zijn mooie verhalen, over wat God lang geleden gedaan zou hebben,
en ik merk dat mijn ouders, mijn grootouders, er steun aan hebben en er
troost uit halen, maar ik…waar is God dan, is Hij er wel, ook voor mij?
Misschien dat je nog wel eens bidt: maar is de lijn niet dood?
Alsof je een nummer intoetst dan al lang niet meer in gebruik is?
Mozes stelt het eerlijk aan de orde: wie kan ik zeggen dat U bent.
Dat is alvast iets. Vragen staat vrij bij God. En wie vraagt, wordt niet
overgeslagen maar die wordt gehoord.

preek (2) Ik ben er echt, zegt God – ook voor jou!

“Als ze vragen: maar hoe heet die God van onze voorouders
die jou zou hebben gestuurd, wat moet dan tegen ze zeggen?
Dat was de vraag waar Mozes mee zat en die hij aan God stelde.
Hij krijgt een antwoord dat vreemd klinkt en lastig te vertalen is.
In het hebreeuws is het zoiets als JAHWE, en dat wordt dan in
vertalingen verschillend weergegeven. ‘Ik ben die Ik ben’, of:
‘Ik ben die Ik altijd ben geweest’, of. ‘Ik zal zijn die Ik ben’ – in al
die vertalingen klinkt door dat God trouw is, en er is voor mensen.
De BGT heeft het wel goed denk ik: “Ik ben degene die er altijd is”.
God zegt tegen Mozes: zeg maar dat ‘Ik ben er altijd’ je gestuurd heeft.
Geen spat veranderd,die God van je voorouders,Ik ben er ook voor jullie.

De God die er altijd voor je is – maar dat ervaar je niet altijd precies zo
als je graag wil en had gedacht, en op het moment dat jij er aan toe bent.
Het heeft voor die Israëlieten in Egypte meer dan 400 jaar geduurd!
Stel je voor: hoeveel generaties zijn daar geboren en gestorven, ik
denk opgeteld zeker meer dan tien generaties, misschien wel meer.
Zelf ben ik in mijn eigen voorgeslacht gekomen tot op de oudst bekende
voorvader – hij heette Hendrik Janszoon, in Nieuwkoop – rond 1600 -
en dan ben ik de 12e generatie vanaf hem – dat is echt heel ver terug.
En al die generaties hadden nooit hun eigen land gezien, en van de
belofte van God dat ze terug mochten was nog niets terecht gekomen.
Ze hebben er misschien hun leven lang mee getobd: hoe lang nog?

Het kan ook jou gebeuren, of u, of mij: een probleem dat maar niet
wordt opgelost, verdriet dat blijft, een gemis dat nooit goed gemaakt
wordt, vragen waarop je misschien wel nooit een bevredigend antwoord krijgt, misschien heb je een blijvende handicap of een chronische ziekte.
Je bidt erom, je tobt ermee, je praat erover, of niet – maar wat helpt het?
Ja, en toch, je mag erop vertrouwen dat God er voor je is, dat Hij weet
wat je meemaakt en hoort wat je bidt en ook ziet hoe je eronder bent.
Zelfs na al die honderden jaren zegt God tegen Mozes: maar ik heb
het wel gezien, Ik heb ze wel horen schreeuwen en ‘s nachts zachtjes
horen huilen, Ik hoor die zwepen wel waarmee ze geslagen worden
en Ik zie die wanhopige ouders wel als ze hun kind moeten verliezen.
En, zegt God, het heeft nu lang genoeg geduurd, Ik ga er wat aan doen!
We weten hoe het verder is gegaan: dat Israël bevrijd werd en naar het
eigen land mocht gaan, en dat God daar voor zijn volk is blijven zorgen.
En we weten dat op Gods tijd de grote Redder gekomen is: Jezus.

Toen Mozes aan God vroeg: welke naam kan ik noemen als ze ernaar vragen? en toen hij het antwoord kreeg: “Ik ben degene die er altijd is”,
toen was dat het mooiste antwoord dat je maar kunt krijgen als mens.
Want God laat zich zo regelrecht in zijn hart kijken: Ik ben niet ver weg
en sta niet op een afstand toe te kijken, maar bereikbaar voor je en klaar om je te helpen – want daar is in al die eeuwen niets aan veranderd.

Nooit overtuigender is dat aan het licht gekomen toen Jezus naar de aarde kwam,Jezus van wie God zei:Nu hij er is, ben ik dichterbij dan ooit.
Jezus is er echt een van ons, en in Hem kreeg Gods liefde voor ons
handen en voeten, en een menselijk gezicht- Jezus is: God-bij-ons.
Voordat je zegt: maar waar is God nou, en wat doet God nou voor mij,
moet je eerst naar Jezus kijken: Jezus die ons leven leefde, ook jouw
leven, en die leed wat wij moeten lijden en aan lijden verdiend hebben, en met ons kan meevoelen omdat Hij er zelf helemaal doorheen ging.

Het is best een lastige vraag, misschien ook voor jou wel. maar waarom
doet God niks aan dat lijden in de wereld, en waarom helpt God mij niet?
Vragen om serieus te nemen, en je kan ermee tobben, loop er niet voor
weg en wals er niet overheen als je die vraag op je af ziet komen – en
wees er maar eerlijk over dat er vaak geen bevredigend antwoord is.
Maar als je denkt dat God niets doet aan het lijden, vergeet je Golgotha,
waar God niets minder deed aan zijn eigen Zoon laten lijden, voor ons.
Jezus heeft niet alle lijden van ons weggehaald, maar wel de diepste
oorzaak ervan aangepakt, en de breuk tussen God en ons geheeld.
In Jezus is God zelf over de brug gekomen om ons op te zoeken.
Jezus is zelf die brug, de weg om weer bij God te komen, en ook de weg om als mensen die vaak tegenover elkaar staan, elkaar weer te vinden.
En als je Jezus probeert te volgen en probeert te leven zoals Hij leefde,
dan trekt hij je mee en sleept Hij je erdoor heen,zelfs door de dood heen.
Door Jezus en dankzij Jezus is God er ook voor jou, dag en nacht.
Jezus heeft laten zien dat God ons vertrouwen waard is, en ons redt.

Ik zou zeggen: geef God die je Vader wil zijn, dan dat vertrouwen.
Ga naar God toe, juist als je vragen hebt, als je twijfelt, als je misschien
wel teleurgesteld bent, of boos- zeg maar waar je mee zit of mee tobt, waar je kwaad over bent of aan twijfelt – houd je Vader maar aan wat Hij beloofd heeft en herinner Hem aan Jezus – U bent er toch ook voor mij?

Als je denkt: heb ik al vaak gedaan maar het helpt niet en ik merk niks,
dan kan dat zo lijken en is dat best moeilijk, en duurt wachten erg lang.
In Egypte moesten ze er zelfs meer dan vierhonderd jaar op wachten!
Ik kan alleen maar zeggen: houd toch vol, het is echt de moeite waard.
Ik las juist deze week in een blad een verhaal over vrouw die een groot
deel van haar leven geworsteld heeft met drugs- en alcoholverslaving
en die toch altijd is blijven geloven dat God er midden in die ellende
voor haar was – en uiteindelijk is ze met Gods hulp er los van gekomen.
Er zijn veel meer van die verhalen – en de Bijbel staat er ook vol mee.
Dus blijf kloppen op de deur van God, blijf roepen, bidden, vertrouwen.
En vraag aan mensen om je heen hoe zij Gods hulp hebben ervaren: je ouders, een opa of oma, andere mensen in de kerk, vriend of vriendin.

Niet voor niets zegt God tegen Mozes en Israël dat Hij bekend wilde blijven als de God van hun voorouders: Abraham, Isaak, en Jakob.
Dat is: de God die een verbond sloot met mensen, ook met jou en mij.
Denk aan je doop toen God zijn naam liet horen, samen met jouw naam.
En toen hij beloofde altijd voor je te zorgen en zelfs het kwaad dat je kan
overkomen, te laten meewerken voor iets goeds- je mag God altijd aan
die beloften herinneren, en een beroep doen op het werk van Jezus.
Het zit allemaal in die geweldige naam die Mozes mocht horen en mocht
doorgeven, en waar we nu over gaan zingen, dat mooie lied Opw. 770:
“Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige naam – waar ik ben, bent U”!

amen

liturgie jongerenthemadienst zondag 11 oktober 2015

welkom
zingen: Gz. 165=Opw. 277 ‘Machtig God, sterke Rots’
we worden stil voor God
votum en groet Sela

Votum
Onze hulp en onze verwachting
is van God, onze Heer.
Hij die alles maakte,
laat niet los wat Hij begon.

Groet
Genade en vrede
van God, de Vader;
door Jezus, zijn Zoon, Immanuël.
Hij woont met zijn Geest in ons.
Hallelujah, hallelujah, amen!

zingen: Psalm 93: 1,2,3 (Levensliederen) ‘De HEER regeert’
gebed
lezing: Exodus 2: 23 – 3: 6 (BGT)
zingen: Opwekking 464: 1,2 ‘Wees stil voor het aangezicht van God’
lezing: Exodus 3: 7-15 (BGT)
zingen: Opwekking 464: 3 ‘Wees stil, want de kracht van onze God…’
tekst: Exodus 3: 13-15 God is er nog altijd – ook voor jou!
preek (1) Waar is God dan – voor mij?
zingen: Opwekking 429
preek (2) Ik ben er echt, zegt God – ook voor jou!
zingen: Opw. 770: “Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige naam
gebed
collecte – zingen: GK 160=Opw. 123 ‘Groot is uw trouw o Heer’
zingen: Gezang 161: 1,2,3,4 (GK) ‘Heer, U bent mijn leven
zegen
amen: Opwekking 746 ‘De God van de vrede’