Nehemia 2: 20: Bouwen in vertrouwen

Gemeente van Christus, broeders en zusters,jongens en meis¬jes,
dia 1
Je kunt er razend van worden! Heb je net iets moois gebouwd,van lego bijvoorbeeld, en in een onbewaakt ogenblik komt je kleine broertje en hij sloopt alles. Kun je weer van voren af aan beginnen. Of je hebt een mooie tekening gemaakt en er erg je best op gedaan, en voor je er erg in hebt heeft je zusje een viltstift te pakken en bederft heel die mooie tekening.

Zoiets, maar dan veel erger, was er aan de hand in Jeruzalem een paar duizend jaar geleden. Alleen wordt Nehemia er niet razend maar wel erg verdrietig van. De mensen die net terug waren uit Babel, waren met goede moed begonnen aan de wederop¬bouw. Maar het zat hun niet mee. Er waren tegenstanders die op alle manieren wilden voorkomen dat Jeruzalem weer opgebouwd zou worden. Ze bedreigden de nieuw ingekomenen en probeerden hen zo bang te maken dat ze zouden stoppen met hun werk. Ze maak¬ten hen ook zwart bij de koning en ¬zorgden ervoor dat die de bouw liet verbieden. Wat al was opgebouwd werd weer kapot gemaakt en er werden zelfs branden gesticht. Wat een puinhoop!
dia 2
Je kunt dat steeds weer meemaken dat werk, ook werk in en aan de kerk, stukgemaakt wordt. Dat wat je hebt opgebouwd, je weer bij de handen afbreekt. Dat het ook in de kerk en in het leven van gelovige mensen een puinhoop wordt. Door de zonde. Door onmacht. Door verkeerde invloeden van buitenaf en van binnenuit. En zomaar ga je twijfelen aan de goede afloop, stop je er maar mee, haken we af…..

We gaan ons verdiepen in het boek Nehemia. Een boek van puinruimen en bouwen. Van afbraak en toch weer opbou¬wen. Vanuit de bemoediging van onze tekst dat als de Heer bouwt, de bouwvakkers niet voor niets werken. Zijn stad wordt afgebouwd.

dia 3 Bouwen vol vertrouwen

1. in de verwachting van Gods hulp;
2. aan het werk in Gods dienst;
3. op de bres voor Gods stad.

dia 4 1. Bouwen vol vertrouwen – in de verwachting van Gods hulp.

Ons tekstvers is eigenlijk in eerste instantie bestemd voor de tegenstanders van het herbouwprojekt Jeruzalem-binnen-de-muren. Er staat dat Nehemia hen van antwoord diende. Waarin hij deed waartoe we in de bijbel allemaal aangespoord worden:”wees steeds bereid iedereen te antwoorden die rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft”. Zo staat dat in 1 Petr.3 Het is Nehemia ten voeten uit. Het is hoop ik herkenbaar ook in uw en mijn leven. Dat we durven uit te komen voor wat we geloven en op te komen voor de Heer en voor wie van Hem zijn.Dat we het van onze God verwachten en daar ook open over zijn.

Is het u ook opgevallen in de eerste twee hoofdstukken van dit boek? Nehemia was een bestuurder. Een hoge ambtenaar. Hij was opgeklommen tot een van de hoogste rangen aan het Perzi¬sche hof. Te vergelij¬ken met Daniël en zijn vrienden. En met die andere schen¬ker, die van de Farao, bij Jozef in de gevan¬genis. Een vertrouweling van zijn koning. Later goeverneur van de provincie Juda. Een man die ook heel goed kon organiseren. In staat zijn mensen te motiveren en aan het werk te zetten.
Toch zegt Nehemia niet tegen die tegenstanders met hun afbrekende kritiek en hun schampere spot: wij fiksen deze klus wel, laat dat maar aan mij over. Zo van: we hebben de zaken goed op orde en we hebben de koning achter ons staan, we gaan ervoor en we staan ervoor. Zoals ook bij wat wij aan plannen maken en op poten zetten, ook in de kerk, de verleiding groot is succes te ver¬wachten van goede voorbe¬reiding en een doordachte aanpak, van gemotiveerde mensen en een goede organisatie, van het ene visiedocument na het andere, en veel praten daarover.
dia 5
Nou, reken maar dat het belangrijk is. De Heer wil dat alles ordelijk gebeurt, staat in de Bijbel. De gemeente zal opgebouwd worden als een goed op elkaar afgestemd geheel, met elke steen op de goede plaats. En God geeft voortrekkers om de gelovigen voor te gaan en toe te rusten tot hun dienstwerk. Ergens las ik dit: “Geloof en planning moeten samengaan. Als ijverige en gelovige christenen op een wanordelijke manier een activiteit beginnen die op zichzelf goed is, is het resultaat meestal een mislukking”. Wat dat betreft kunnen we van Nehemia en zijn aanpak nog heel wat leren. De man was gelovig én zakelijk, professioneel – zeg maar:de handen vouwen en dan uit de mouwen.
dia 6
Ja, maar wel in die volgorde. Dat blijkt al meteen. Hij is niet de ambtenaar die het wel even regelt. Of de projektont¬wikkelaar die er een heleboel geld tegen aan gooit zodat ze hem niks kunnen maken. Nee, zodra zijn broer met het slechte nieuws over de situatie van het thuisfront in Susa komt, gaat Nehemia op de knieën en smeekt hij de Heer om vergeving voor hem en zijn volk, en om hulp voor het projekt dat uitgevoerd moet worden. Telkens weer als het erop aan komt – zoals op dat spannende moment dat het hoge woord tegenover de koning eruit moet, lezen we dat Nehemia tot de Here bidt om moed en kracht. Hij beseft als geen ander: als de Heer zijn stad niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwvakkers eraan, als de Here de plan¬nen niet zegent, komt er niks van terecht. Vandaar dat Nehemia een beroep doet op de God van IsraëL: het is toch uw werk en uw stad…?

Dat is de kracht achter dat gigantische werk, en dat ondanks zoveel tegenkrachten en tegenvallers: met de hulp van de God van de hemel – die alle macht heeft en alle dingen re-geert – zullen wij slagen. Als God helpt, komt het werk echt wel af.
Wie op die God vertrouwt – ook vandaag – die gaat voor goud!

dia 7 2. Bouwen vol vertrouwen – aan het werk in Gods dienst.

Bidden gaat bij Nehemia steeds voorop. We kunnen van hem leren en een voorbeeld aan hem nemen. Bidden we ook om hulp en wijsheid en zegen als we aan een klus beginnen, zelf, thuis en met het oog op ons werk, en natuurlijk ook in de kerk? En dat maar niet uit gewoonte – eerst even bidden en om een zegen vragen – maar diep uit ons hart? Omdat we beseffen dat we het zonder de Heer niet redden. Dat al ons plannen maken en ons vergaderen, ons organiseren en discussiëren, dan onvruchtbaar is. En ook omdat de ervaring leert dat de Heer op het gebed dingen kan doen die wij nooit voor mogelijk hadden gehouden. Omdat Hij steeds weer laat merken dat Hij zijn plannen doorzet. Dat Hij er voor zorgt dat tegen de verdrukking in geloof kan groeien en de kerk blijft bestaan en zijn rijk toch zeker komen gaat.

Het eerste dat Nehemia deed toen hij hoorde wat er allemaal in Jeruzalem aan de hand was, was bidden en vasten. Hij erken¬de dat heel het volk – ook hijzelf ver weg aan het Perzische hof- schuld had aan de puinhoop die van de stad en de tempel was overgebleven: wij hebben gezondigd,ook mijn familie en ik¬zelf. Bidden wij ook zo, als we b.v. bidden voor ons land en volk? Als we zien wat er fout gaat, b.v. in de omgang
met elkaar, in de houding t.o. vluchtelingen, in het omgaan met geld en bezit, in hoe wordt aangekeken tegen het begin en het eind van het leven, in zoveel huwelijken?

Maar Nehemia doet meer dan bidden alleen. Hij had ook kunnen zeggen: het is triest allemaal,maar ik kan er weinig aan doen, ik heb hier mijn werk en mijn toekomst. Zuchten met de handen gevou¬wen in de schoot: God moet het doen, je kunt er alleen maar voor bidden. Zonder kritisch te zijn op de eigen houding, zonder tegengeluid.
Nehemia is niet zo. Hij weet zich door de Heer geroepen. Is het niet de leiding van de Here dat hij deze baan juist nu heeft? Zo dicht bij de koning! Heeft hij zijn gaven niet juist gekregen om er de Here en zijn volk mee te dienen? Weer een les voor ons: let op de leiding van God in uw leven, leer de gaven ontdekken die u gekregen hebt, en doe er wat mee. Accepteer ook dat je ergens minder goed in bent of de omstandigheden zo zijn dat u op dit moment nee moet zeggen, niet uit gemakzucht maar omdat God nooit mensen overvraagt, en het er altijd om gaat de goede prioriteiten te leren stellen.
dia 8
Het was best erg riskant voor Nehemia. Hij moet niks minder doen dan de koning overhalen op een eerder genomen besluit terug te komen. De koning zelf had 5 jaar geleden de bouw laten stil leggen. Hoe durfde zo’n jood daar op terug te komen. Maar God gaf Nehemia de moed en opende de deur wagen¬wijd. Nehemia kon gaan met brieven van de koning en een mili¬tair escorte. Hij mocht ook materialen vorderen voor de her¬bouw van de muren van de stad. Hij werd zelfs aangesteld tot goeverneur, commissaris van de koning. Geen wonder dat Nehemia het had over ‘de goede hand van God’ die dit projekt zegende.

Geloof maar dat de Heer ook ons mee wil laten bouwen aan dat grote projekt dat Hij uitgedacht heeft: de stad van God, een nieuwe aarde. Met het oog daarop brengt de Heer mensen van alle hoeken en uit alle landen bij elkaar in een gemeente. Schakelt hij al die mensen in -u dus ook en jou en mij -om elkaar op te bouwen in het geloof en om samen te bouwen aan zijn kerk, heel concreet ook aan die samenwerkingsgemeente.
Maar niet alleen kerkwerk is meebouwen aan het rijk van de Here. Ook ons persoonlijk leven en wat in de gezinnen gebeurt, ook ons werken van elke dag en ons bezig zijn in ons dagelijks werk en in de politiek en de samenleving, het zal als het goed is in het kader staan van Gods plan om hier op aarde al iets te laten zien van zijn rijk dat komt. En als we merken dat het hier vaak nog maar stukwerk is – met veel gebreken en met veel dat ons bij de handen weer afbreekt – dan gaan we des te meer verlangen naar de dag dat het werk klaar is. Naar de stad die God ontworpen heeft en laat bouwen.En God is niet veranderd, hoe omstandigheden ook veranderen. We mogen geloven dat als de Heer achter ons staat en wij in trouw aan Hem met onze gaven aan de slag gaan, we merken dat ons bezig zijn niet voor niets is. Dat Gods werk slaagt: “al dreigt de vijand zich te wreken, en wat wij bouwden af te breken, Gods werk verduurt de eeuwigheid”. Volhouden maar!

dia 9 3. Bouwen vol vertrouwen – op de bres voor Gods stad.

Het ging bij dat bouwprojekt waaraan Nehemia leiding gaf vooral om de muren van Jeruzalem. In die tijd waren muren heel belangrijk. Ze gaven bescherming tegen vijandelijke aanvallers en nachtelijke inbrekers. Je kon tegenhouden wie je niet binnen wilde hebben. Als het goed is ging het samen: een huis dat gastvrij open staat – een wal die het kwaad kan keren. Dat dus Jeruzalem nog altijd een stad was zonder muren – of met muren met bressen erin, grote gaten waardoor iedereen zomaar in en uit kon lopen – was het zichtbare bewijs van een situatie van onveiligheid. Het bestaan van elke dag werd door allerlei gevaren bedreigd. Het volk van God werd in zijn bestaan en zijn voortbestaan bedreigd. Daarom was herbouw van de muren en weer aanbrengen van de poorten in feite opbouw van een nieuw bestaan, in vrede en in veiligheid. Het ging om de toekomst van de stad van God en het volk van God. En dus ook om onze toekomst die afhing van dat volk en van die stad toen.

Voor die stad van God stond Nehemia op de bres, en dat ook in zijn afwerende houding naar mensen daar omheen. We horen daar misschien onaangenaam van op, van die in onze oren harde afwijzing aan het slot van de tekst: “jullie hebben hier niks te zoeken en kunnen hier geen enkel recht laten gelden”.Met andere woorden: bemoei je met je eigen zaken, wij hebben niets met jullie te maken en jullie niets met ons. Weg wezen!
Om die afwijzende reactie te kunnen begrijpen moeten we nog iets meer van die tegenstanders zeggen. Het ging om mensen waarvan al lang duidelijk waren dat ze geen goede bedoelingen hadden. Dat was keer op keer gebleken. Ze wilden niet meewerken aan kerkbouw en bouw van de stad, ze wilden die van binnenuit ondermijnen.
dia 10
Wat waren dat dan voor mensen? Nou, de meesten hoorden bij de bevolkingsgroep die toen de ballingschap begon door eerst de koningen van Assur en later die van Babel vanuit andere gebieden van het rijk hier naar toe gedeporteerd waren. Ze brachten hun eigen goden mee maar ze wilden daarnaast ook de God van Israël dienen. Zo ontstond er een soort mix van joden¬dom en heidendom, nog versterkt door de vele gemengde huwelij-ken,tussen joden en mensen van de nieuw ingekomen medelan¬ders. In Jezus’ tijd is deze menggodsdienst terug te vinden bij de ons bekende Sama¬ri¬tanen. Een van de tegenstanders van Nehemia was Sanballat, die de hoogste baas was in Samaria en omgeving. De tweede naam die valt was Tobia, hier een ammonietische slaaf genoemd maar waarschijnlijk stadhouder van het gebied ten oosten van de jordaan. En dan was er nog de arabische sjeik Gesem in het zuiden. Van alle kanten dus tegenstand, van mensen die doodsbenauwd waren dat Juda weer een onafhankelijke staat zou worden waarin het met hun invloed gedaan zou zijn. Vandaar dat ze op allerlei manier proberen dat te voorkomen: door openlijke tegenwerking en zelfs geweld, door de koning tegen de joden op te zetten, en ook door te proberen in de weer op te bouwen stad Jeruzalem voet aan de grond te krijgen.
Dan gaan we ook iets begrijpen van de afwijzende reac¬tie van Nehemia en van zijn volksgenoten. Het ging hen erom dat Jeru¬zalem weer echt de stad van de Here zou zijn. Was de afschuwe¬lijke tijd van de ballingschap niet juist de straf van de Here op ontrouw aan zijn dienst en vermenging met heidense invloe¬den? Hadden ze niet alleen toekomst als ze ver zouden houden van een dienen van de Here op een eigenwillige manier?

Wat wij daar vandaag mee moeten? Niet er uit concluderen dat de kerk een bunker moet zijn, en dat we geen boodschap zouden hebben aan medemensen die met ons samen de Heer willen dienen, of samen met ons het goede willen zoeken voor ons land, opkomen tegen onrecht, hulp bieden aan vluchtelingen, of andere projecten. In Jer. 29 worden we juist opgeroepen te bidden voor de stad, daar de handen uit de mouwen te steken samen met anderen, en het goede te zoeken voor stad of dorp.

In onze tekst ligt wel de waarschuwing dat het altijd moet gaan om een samenwerking met als doel het goede. Ik denk nog eens aan die versregels: wij bouwen samen poorten, muren, een huis dat gastvrij open staat – een wal die het kwaad kan keren. Want de zonde en het onrecht hebben geen recht van bestaan. dia 11 Daarom zullen we waakzaam blijven. We zullen het kwaad weer¬staan en het kwaad geen voet tussen de deur geven,om te begin¬nen niet in ons eigen huis en hart, en in Gods kerk.In de stad van de Heer mag een zondige levenshouding geen wettige plaats krijgen. Wie kwaad wil en doet en andere ertoe aanzet, heeft geen toekomst. Zal straks voorgoed worden verge¬ten – er staat: ze hebben in de stad van God geen gedachtenis. Maar wie de Here liefhebben en dienen, hebben de belofte dat de Here ze een gedenkteken zal geven en een naam die blijft. We kijken er naar uit: naar de stad waar alle balling¬schap over is. En waar de muren naar alle kanten open staan.
dia 12 amen

liturgie morgendienst zondag 3 juli 2016

votum en groet
zingen: Ps. 124: 1,2,3
wet van de HEER
zingen: Ps. 26: 2,4
gebed
Schriftlezing: Nehemia 1 en 2
zingen: Ps. 102: 6,7,8
preek over Neh. 2: 20
zingen: Ps. 127: 1,2
gebed
collecte
zingen: Ps. 147: 1,4,5
zegen

Psalm 84: 5,6,13: Driemaal gefeliciteerd! (viering Heilig Avondmaal – gaande viering)

liturgie dienst van Schrift en tafel zondag 24 april 2016

votum en groet
zingen: Gz. 101: 1,3,5
wet van de Heer
Kyrie en Gloria: Gz. 106: 1a, 2m,3v, 4a
gebed
Schriftlezing: Psalm 84
zingen: Ps. 84: 2,3,6
verkondiging: Psalm 84: 5,6,13 Driemaal gefeliciteerd!
zingen: ZG 213: 1,2,3

1. Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.

2. Dit huis, waarin een gastheer is
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven:
een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad
struikelt en langer niet wil leven –
plaats tegen de neerslachtigheid,
een pleister van barmhartigheid.

3. Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase;
hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht,
hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend al wie binnengaat
en hier zijn lasten liggen laat.

voorbeden
collecte
Credo: Gz. 179b
avondmaalsformulier 3:
instelling
Christus gedenken
één zijn
verwachten
Sanctus: Lied 457: 1-4
gebed
opwekking en uitnodiging
Agnus Dei: Lied 188: 1,2
viering
danklied: Lied 444: 1,2,3
zegen
amen: NLB 416: 1-4 ‘Ga met God’
————————————————————————————————-
Gemeente van Christus, zussen en broers, jongeren en al wat ouderen,
dia 1
In Psalm 84 krijgen we driemaal een gelukwens mee, een felicitatie: gelukkig wie..
Oudere vertalingen geven het weer als ‘welzalig’, maar dat komt op hetzelfde neer.
En dat drie keer: gelukkig wie bij God mogen wonen; gelukkig wie hun toevlucht
bij God zoeken en hun leven op God afstemmen; gelukkig wie op God vertrouwt.

Drie keer is zeg maar wat afgeronds: ook in de Bijbel kom je vaak het getal drie
tegen, op het hoogst en diepst natuurlijk bij God zelf: Vader, Zoon, Heilige Geest.
En ook onder mensen, b.v. om waarheid te garanderen door drie getuigen – en
in het Nederlands is een bekend gezegde dat driemaal is scheepsrecht

We gaan er nog wat meer op in, om die drie gelukwensen wat meer in te kleuren en met elkaar te delen wat wij ermee kunnen, voor onze soms heftige en onzekere reis door dit leven, samen en onder Gods leiding, naar Gods stad: zijn Nieuw-Jeruzalem.

Driemaal gefeliciteerd: gelukkig wie…

dia 2 1. gelukkig wie bij God kind aan huis is
Er zit in Psalm 84 verlangen en ook iets van heimwee: verlangen naar wat komt, en heimwee naar wat achter je ligt en wat je mist, en je langer van had willen genieten.
Vergelijk het maar met vakantie: je kijkt uit naar je vakantie, je kunt niet wachten tot het zover is en je er eindelijk bent, en als die twee of drie weken om zijn – veel te kort! – en je weer in de auto of het vliegtuig zit, terug naar huis: jammer dat het er weer op zit en volgend jaar gaan we weer, maar dat duurt nog een jaar – eerst weer zo lang gewoon thuis en aan het werk en een lang schooljaar – misschien ben wel jaloers op die mensen die altijd wonen in dat prachtige land met dat mooie weer – was ik maar…

Zo gingen veel Israëlieten af en toe, of elk jaar, of sommigen drie keer per jaar, op reis naar Jeruzalem, de hoofdstad, waar de tempel stond, de plek waar God woonde.

Onderweg groeide het verlangen om daar te zijn: laat mij bij U zo thuis zijn, Heer. En terug naar huis was er heimwee, en jaloersheid naar wie mochten blijven: die mussen op het tempelplein met hun nesten onder de dakpannen, en die heen en weer schichtende zwaluwen met hun nesten hoog tegen het tempeldak – konden wij maar zo dichtbij komen, wij gewone Israëlieten die niet verder mogen komen dan de voorhof en die als het feest is afgelopen weer naar huis gaan, tot ziens, volgend jaar.

Ja en ook die priesters en die levieten die dag in dag uit, jaar in jaar uit, hier wonen en werken, hebben maar mazzel (geluk-een woord met joodse oorsprong): “Gelukkig wie wonen in uw huis, gedurig mogen zij U loven” – wat houd ook ik van uw huis!

Maar het ging om meer dan dat huis en die plek: “diep in mijn lijf is zo’n heimwee (=verlangen naar heim, naar huis), zo’n blijvende schreeuw om de levende God”. God die woonde onder zijn volk, waar die tempel en de ark daarin symbool voor stond, God die verzoening en vergeving gaf als mensen offerden voor hun zonden,
God die in Jezus een mens van vlees en bloed werd, en onder ons is komen wonen, God die we mogen ontmoeten aan de tafel van Jezus zijn Zoon, zelf de Gastheer, God die zelfs onze levens en onze gemeente wil maken tot tempels van de Heilige
Geest – zodat we niet elk jaar op reis hoeven en ook niet alleen op zondag in de kerk
God kunnen ontmoeten – maar we overal dichtbij God mogen zijn, dankzij Jezus. We mogen dag en nacht, zeven dagen per week, kind aan huis zijn bij God – kinderen van de Vader die meer waard zijn dan alle mussen en alle zwaluwen van de wereld.

‘Laat mij bij U zo thuis zijn, Heer’ – toen was dat thuis de tempel,Gods huis op aarde. Voor ons is God dichterbij, mogen we elke dag als kind bij Vader binnenlopen, omdat Jezus de scheidingswand afgebroken heeft en is gebeurd wat Jezus aangekondigd had: “In de tijd die nu al begonnen is, vereren de ware gelovigen God niet meer op één speciale plaats”…overal kun je dan tot God bidden in geest en in waarheid.
Overal dus en altijd, en niet alleen in de kerk: ook thuis, op je werk, in het ziekenhuis.
‘Laat mij bij U zo huis zijn, Heer’, dat geldt als het goed is ook in de kerk, in de gemeente, dat we daar Gods aanwezigheid ervaren, ons veilig voelen, thuis bij God en thuis bij elkaar, en dat ook wie af en toe of vaker, langs komen, zich welkom weten en zich thuis voelen, zodat ze iets mogen ervaren van Gods liefde, en ze weer of meer naar God gaan verlangen – en het voor hen voelt als iets van thuiskomen.
dia 3
In deze psalm zit iets dubbels, en dat dubbele is ook eigen aan de kerk van later: aan de ene kant is de kerk een huis, een veilige plek, om God en elkaar te ontmoeten en op adem te komen, aan de andere kant bestaat de kerk uit mensen die onderweg zijn, naar de toekomst, steeds veranderend met de tijd mee, als pelgrims onderweg. Ik las: “De kerkgemeenschap moet meer bieden dan een comfortabel, tijdelijk dak boven het hoofd. Die comfortzone moeten we als christen juist durven verlaten, in navolging van onze Heer” – van Hem staat in de Bijbel dat hij buiten de stad geleden heeft en gekruisigd is – en wij worden opgeroepen Hem op die weg te volgen,te delen in zijn smaad en lijden: want we hebben hier geen blijvende stad, we zijn onderweg.

Ja en wat een verschillende soorten mensen die samen Gods gemeente vormen. Ik las: “Zoekers zitten naast mensen die nooit twijfelen. En mensen die de dynamiek van de kerk als beangstigend ervaren (die moeite met veranderingen hebben en graag alles bij het oude laten, die vooral rust willen) zitten naast anderen die snakken naar ruimte en beweging. Kortom, een bonte stoet onderweg”. Ook: samen op weg? Eigenlijk zie je dat verschil al weerspiegeld in die vogels van Psalm 84: mussen die vooral honkvast zijn en hun kostje opscharrelen dicht langs de grond en standvogels zijn – die zomer en winter blijven – terwijl zwaluwen in de winter naar warmere streken trekken (meest in Afrika) en het jaar erna terugkomen, vaak naar dezelfde plek – zo verschillend zijn ook mensen: mensen die honkvast zijn, zelfs huismussen, gehecht aan wat bekend en vertrouwd is – en mensen die avontuurlijk zijn en in beweging. Maar allemaal mensen die – een bekende uitspraak van Augustinus – geschapen zijn gericht op God: “onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in U”. Kind aan huis bij God, vol verlangen naar zijn liefde, en dus erop uit om dé Weg = Jezus te volgen.

dia 4 2. gelukkig wie met God op weg gaat.
Dat lijkt op het eerste gezicht niet te kloppen want onze vertaling heeft het over mensen die in hun hart ‘de wegen naar God hebben’, die op reis zijn naar God
toe, en dat was voor die pelgrims toen de reis naar de tempel in Jeruzalem.
Ja maar, onderweg vertrouwden ze op Gods bescherming en hulp, voor wat best
een reis met gevaren en ontberingen was, door soms dorre hete dalen onder de brandende zon, met gevaar van wilde dieren en rovers, en je kon ziek worden…maar – staat er letterlijk – ze zochten hun kracht bij God: God, ons schild, bescherm ons!
Ze wisten zich veilig bij God: “Want God is een zon en een schild. Genade en glorie schenkt de HEER, zijn weldaden weigert Hij niet aan wie onbevangen op weg gaan”.
Dat is mooi gezegd: wie onbevangen op weg gaan, niet bang maar in vertrouwen.
Het zou mooi zijn als dat ook geldt voor ons christenen, en voor ons als gemeente.
Dat we beseffen dat wij God met ons op weg is, dat wij onderweg zijn achter Jezus aan, en dat er daarom niet krampachtig of bezorgd hoeven te zijn over wat er van ons moet worden, of de kerk wel blijft wat ze is, of er wel een kerk blijft in Nederland.
Dat is niet aan ons, al hebben we de opdracht trouw te zijn op de plek die God wijst,
het is uiteindelijk de zaak van de Heer zelf die belooft: Ik ben erbij en Ik ga mee, en
Ik zal ervoor zorgen dat de eindstreep wordt gehaald en de nieuwe wereld een feit wordt – de vraag is vooral, voor u en jou en mij: waar sta ik, hoe kan ik meekomen?
dia 5
Ja en ook: sta ik open voor wie onderweg even langskomen, even op adem willen
komen, misschien af en toe een gesprek aanknopen, of een keer aanhaken in een dienst of bij een activiteit, en dan weer verder reizen, zich niet hechten, misschien
ook niet precies dat geloof delen dat wij koesteren, maar wel richting God willen
zoeken of Hem willen leren kennen, of – vager nog – troost willen putten bij ons -
wat doen we om in het beeld te blijven als we zelf eerder huismussen zijn, met die ander die als een zwaluw langsscheert maar net zo hard ook weer wegfladdert.
Zijn zij welkom bij ons, zijn wij welkom bij elkaar, of zijn we vreemd aan elkaar.
Ik las op internet een aardig voorval, over mussen en zwaluwen: “Ieder jaar hebben wij zwaluwen.. Zij arriveren rond deze tijd; repareren het nest van vorig jaar en hebben dan weer een nest om eind van de zomer als gezin op te stappen. Nu zijn ze er weer. Ze zijn druk bezig hun nest weer op te knappën. Maar wat gebeurt nu sinds twee dagen? Twee mussen (mannetje en vrouwtje) die normaal onder de dakpannen een nestje hebben, blijven in de buurt van het zwaluwnest en zodra er een zwaluw aan komt zeilen, gaan ze in of rond het nest vliegen en jagen de zwaluwen weg”.
Ik weet niet of dat vaker gebeurt, maar het zet aan het denken: hoe doen wij dat?
Overgebracht op zoveel verschillen tussen mensen, ook mensen binnen de kerk:is er ruimte voor wie ook maar, hebben we oog voor wie niet tot eigen familie hoort of met een heel andere achtergrond en andere verwachtingen op ons pad komt, of vinden we dat eng, bedreigend?, geven we elkaar de ruimte of nemen we elkaar de maat?
Goed om steeds te bedenken dat mussen én zaluwen bij God thuis mogen zijn – aan ons om een thuis te zijn voor elkaar en voor wie een veilig heenkomen zoekt, troost
wil vinden; om als kerk te zijn een herberg onderweg, een oase in de woestijn, een plaats tegen neerslachtigheid en een pleister van barmhartigheid, voor jong en oud.

dia 6 3. Gelukkig wie op God vertrouwt
Onbevangen op reis gaan, dat vraagt van wie onderweg zijn inderdaad vertrouwen, Want je kunt van alles tegenkomen onderweg waar je niet meteen raad mee weet. Dat geldt het persoonlijke leven, maar ook als kerk midden in veel veranderingen. Van die pelgrimsreis staat in de psalm dat die soms gaat door een ‘dal van dorheid’. Letterlijk staat er: door een dal met baka-struiken, en vertaald is dat: ‘huil-bomen’. Vandaar dat het wel wordt weergegeven als ‘tranendal’ – en dat is het leven soms.
Maar als je juist dan naar boven kijkt, naar God, en vertrouwt op zijn liefde in Jezus, gaat gebeuren waar de psalm over zingt dat die tranen tot bronnen van levend water worden, dat God zelfs wat kwaad en moeilijk is kan laten meewerken tot iets goeds.
Je mag onderweg elkaar troosten en steunen: blij met wie blij zijn, ook samen huilen.
Samen je optrekken aan Gods liefde. Driemaal gefeliciteerd,en driemaal is compleet goed, drie is God zelf die naar ons toekomt en met ons meegaat! dia 7 amen

Prediker 4: 4-6 Onthaasting ontspant – als je rust vindt in God (gebedsdienst voor gewas en arbeid)

Broeders en zusters, jongens en meisjes,
dia 1
Onthaasting. Ik heb het woord niet verzonnen.
Eigenlijk is het afschuwelijk Nederlands.
Voorzover ik kan nagaan is de term zo’n twintig jaar geleden voor het eerst gebruikt door een minister van milieu in een nieuwjaarstoespraak. En zoals het vaker gaat,
dan krijgt zo’n woord een plek in Van Dale en is het ineens een Nederlands woord.
Het is ontstaan in het kader van een waarschuwend verhaal tegen het jezelf en elkaar opjagen, waardoor schade toegebracht wordt aan de mens en het milieu.
En het goed is dat we pas op de plaats maken en elkaar afremmen en rust gunnen.
Vandaag kies je eerder voor Engels, met een woord als: relax..en net is de inzending
voor het Eurovisie-songfestival bekend geworden: het liedje ‘Slow down’. rustig aan,
niet zo’n haast…herkenbaar maar tegelijk bijna onhaalbaar voor heel veel mensen

Haast, snelheid, en intensiteit, waren toen en zijn misschien nog wel veel meer dan toen kenmerken van onze samenleving. Voor bezinning over wezenlijke zaken gunnen we ons geen tijd. We hollen maar door met elkaar, en we vliegen overal heen met onze auto’s, surfen ons suf op het internet, raken verslaafd aan Iphones
en Ipads, zelfs al fietsend en autorijdend en tijdens lessen en onder catechisatie.
We willen overal en altijd online zijn, en heel de dag door is er whatsapp, instagram
en nog een heleboel meer wat ik nog niet eens weet en waar ik zelf weinig mee kan.
En ook is al jaren is een 24 uurs economie normaal en zijn steeds meer winkels elke zondag open, en ook als we tijd voor ontspanning hebben zit nog onrust in ons lijf
en ons hoofd vol van wat we allemaal moeten en willen, en lijden veel mensen aan stress als gevolg van zorgen en spanningen en allerlei keuzes waarvoor we staan.
Hoe vaak gaat de drukte van de dag niet mee de nacht door, rusteloos dia 2
Vergis u niet: drukte en stress zijn er niet alleen door te hoge werkdruk maar ook bij jongeren die nog bezig zijn met studie en bijbaantjes, bij mensen die misschien al
lang werkloos zijn en van de ene sollicitatie naar de volgende afwijzing zich op de
been moeten houden en kinderen ervaren de druk van toetsen en proefwerken….
dia 3
Ook wij christenen ontkomen niet aan de haast en de jacht van de tijd waarin we leven. Met alle gevaren die dat heeft niet alleen voor ons persoonlijk welzijn en voor het gezinsleven, maar ook voor onze omgang met onze God en omzien naar elkaar.
We willen gaan luisteren naar de actuele boodschap van de bijbel, van de Prediker.
Die de vinger op de wonde plekken van ons leven en onze samen¬leving legt, en de weg naar genezing wijst, naar echte rust, de rust die je krijgt als je leeft vanuit God.

dia 4 Onthaasting ontspant – als je rust vindt in God.
De tekst gaat eerst over gehaast zwoegen voor jezelf
en dan over ontspannen werken voor God.

dia 5 1. Gehaast zwoegen voor jezelf.
‘Ook zag ik’. Dat komt steeds terug in dit boek. De man die het heeft geschreven, wordt vaak afgeschilderd als een pessi¬mist. Een zwartkijker. Dat klopt niet. De man
werkte hard. Bereikte veel.Wist ook van genie¬ten. Kon plezier maken. Hield van lekker eten en drinken. Was gelukkig ge¬trouwd. Wist wat van het leven te maken. Tegelijk: hij stond met beide benen op de grond. Gaf zijn ogen goed de kost. Keek scherp om zich heen. Keek door een heleboel schone schijn heen en zag daarachter de harde kanten van het leven. En moest vaststellen dat als je niet verder keek dan wat je om je heen zag, de conclusie moet zijn dat het “lucht is en najagen van wind”. Anders gezegd: “Ik heb gezien wat de mensen op aarde doen. Het is allemaal zo zinloos. Je bereikt er niets mee” (1:14). dia 6 Het levert geen blijvende winst op, alleen maar wind. Het vervluchtigt en verdwijnt en glipt je door de vingers. Zelfs jullie ontkomen daar niet aan, als het leven te toelacht en je allerlei idealen hebt.
Je jeugd is snel voorbij, staat in 11: 10. Voor je het weet ben je oud en ook als
je nog bent is dat geen garantie voor gezondheid en succes en een goed leven.

‘Ook zag ik’. Het scherpe oog van de bijbelse wijsheid observeert ook de maatschappij. Spiedt rond op de werk¬vloer. Kijkt achter de deur van de directie en de raad van commissa¬rissen. Luistert telefoongesprekken af en luistert mee naar de borrelpraat.Loopt rond op het schoolplein. Ziet je in de klas. Is waar gesport wordt.
Nou, en wat is daar dan te horen en te zien? In elk geval een heleboel drukte en bedrijvigheid. Je komt een heleboel mensen tegen die keihard werken. Die hun best doen. Die er voor gaan en er tegen aan gaan. Je ontmoet mensen die heel wat overuren maken en nog werk naar huis mee nemen ook, overal bereikbaar zijn en
nog op vakantie de laptop mee hebben en de mails van de dag moeten checken.
Je komt bij bedrijven die stormachtig groeien en veel winst maken, en ook bij zaken die vechten om te overleven, bij winkels die dichtgaan en mensen die ontslag krijgen.
Je hoort van bijscholing en omscholing, van congressen en trainingen, van
Allemaal erop gericht bij te blijven en mee te kunnen en hogerop te komen. Allemaal druk druk druk, en steeds weer afschuwelijke haast. Zelfs kinderen hebben het op hun manier al druk: zwemles en voetbaltraining, het zoveelste feestje, en zo laat de t.v…hoe ouder hoe meer huiswerk, sport, muziek, en dat allemaal flitsend en vluchtig en hard, en je moet vooral kunnen meeko¬men en kunnen meepraten en meedoen.
dia 7 en wat wordt de volgende vakantie….?
Maar nou eens even pas op de plaats. Even tot jezelf komen. Even uit dat geluid.
De Prediker leert verder kijken en dieper doorvragen. Wijsheid die van boven komt stoot door tot de diepste lagen van mens en sa¬menleving. Gaat terug tot daar waar de wagen uit de rails is gaan lopen. Dat is eigenlijk al vlak na het begin van de rit. De Bijbel noemt dat ‘zonde’. Dat de mens zichzelf maakte tot het middelpunt van alles. Dat alles draait om de strijd voor het bestaan. Vandaar die onderdrukking die Prediker zag: het overleven van de sterken ten koste van de zwakken. Altijd al is de wereld hard en kil. Gunt de ene mens de ander eigenlijk het licht in de ogen niet. Dring ik met de ellebogen die ander achter uit. Is de een zijn dood de ander zijn brood. Ben ik bang dat wie van buiten komen mijn baan krijgt of eerder dan ik in aanmerking kom voor een huis. Wil ik liefst het land op slot want stel je voor dat
we de welvaart met meer moeten delen en ik dus een stapje terug moet doen…
Kijk ik met angstogen rond naar wie misschien meer of het beter heeft dan ik….en moet er nog een tandje bij om die collega te overtroeven en me onmisbaar te maken bij misschien de volgende ontslagronde…en krijg ik straks nog wel mijn pensioen…?
dia 8
Die nuchtere Prediker toch! Ziet hij het niet al te zwart en is hij niet veel te scherp:
“Ik heb al het gezwoeg gezien, en vastgesteld dat alles wat een mens bereikt het resultaat is van zijn afgunst op een ander”. Anders gezegd: “Ik zag dat de mensen hard werken en hun uiterste beste doen. Want ze willen niet dat anderen het beter hebben dan zij”. (BGT). Inderdaad, er is niets nieuws onder de zon. Of wel soms?
Toch, gaat dat niet te ver? Moet je dan niet je best doen op school? Je talenten gebruiken? Je kunt toch niet met je armen over elkaar gaan zitten? Dat zegt de Prediker zelf, in vs.5: “een dwaas zit met zijn handen in de schoot, en maakt zichzelf kapot”. Ja, en ook nog zijn gezin en zijn personeel. Je blijft nergens. Bij zaken doen hoort toch een gezonde concurrentie? Je moet toch zien dat je in de race blijft: als land, als bedrijf, binnen het bedrijf?Je hoeft toch niet uit de wereld gaan, of aan de kant te staan? Je moet toch aan je carrière denken, en zorgen voor je toekomst?

Gemeente, een wijsheidsboek als Prediker is, komt niet met een goedkope veroordeling of met simpele oplossingen.Roept ook maar niet dat we allemaal aan ‘onthaasting’ moeten doen: korter werken,meer vrije tijd, carrière-onderbreking, fiet¬sen. Je kunt ook in je vrije tijd en op weg naar de zoveelste vakantie je opgejaagd voelen en gestresst zijn om wat allemaal moet,en waar je niet aan toekomt,en wat van je wordt ver-wacht. Het zijn allemaal lapmiddelen, als het van binnen niet veran¬dert. Als we niet door hebben wat er diep in ons aan schort.

De Heer wil met zijn wijsheid vooral laten zien hoe de wereld en ons leven in die wereld in elkaar zitten. Wat er in werkelijkheid speelt. Het is nou juist het trieste dat het zo toegaat en dat je er niet zomaar uit kunt stappen, zelfs al zou je het willen. Het is in feite één grote wedstrijd, om de beste te zijn, de mooiste, de jongste,de sterkste. Keihard is die wedstrijd: wie zwak is en oud en ziek die legt het loodje.
Zo gaat het in het bedrijfsleven en net zo goed tussen mede¬werkers onderling. Zo gaat het vaak al op school: wie minder goed mee kan, wie anders is, minder goed gebekt, en met net de verkeerde kleren aan, die wordt het mikpunt. Wordt gepest.
En dan moeten daar weer programma’s voor ontwikkeld worden, en hulpverleners
op worden gezet, en tv programma’s voor worden uitgezonden…
Steeds weer komt het aan het licht dat het eigenbelang de doorslag geeft. Wat zomaar leidt tot een jacht om vooraan te komen, jezelf onmisbaar te maken of populair te zijn. En doe je het niet, dan zijn er voor jou tien anderen. Dan val je uit de boot en tel je niet mee. Kun je het verder wel vergeten.
dia 9
Ik zei eerder even dat de bijbel laat zien dat de trein al heel gauw uit het spoor is gelopen. De wereld die God zo goed geschapen heeft is door de zonde van ons mensen zo geworden als ze er vandaag aan de dag uitziet. Er al uitzag toen die Prediker rondkeek in de wereld van zijn dagen. We hebben samen schuld aan die onrust en die onvrede waar we met elkaar zo’n last van hebben en waar we allemaal aan meedoen. De grond zal vervloekt zijn, zei God toen in het begin: dia 10
zwoe¬gen moet je om ervan te kunnen eten, je leven lang. Dorens en distels zul je steeds weer tegenko¬men. Zoals de stekels van jacht en stress.

Daar helpt onthaasting – wat dat ook maar is en hoe dat ook zou moeten – niet echt tegen. Daar is bekering voor nodig. Een radikaal andere mentaliteit van liefde tot God en de naaste. Door Christus in wie mijn werken niet ijdel is, maar zinvol.

dia 11 2. Ontspannen werken voor God.
Het zou een verkeerde conclusie zijn dat werken een noodza¬kelijk kwaad is.Dat we maar met onze handen over elkaar moeten zitten en maar niets meer op poten moeten zetten. Wie dat zou doen, wordt door de Prediker ronduit een dwaas genoemd. Zeker toen kwam je dan niet ver. Wie zo leeft, eet zijn eigen vlees, staat er letterlijk. Maakt zichzelf kapot en zijn gezin erbij. Je vergooit je leven. Vaak zie je dat heel letterlijk: dat een leven zonder structuur, zonder zinvolle bezigheid – wat niet perse betaalde beroepsarbeid hoeft te zijn – leidt tot schade van iemands lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het kan de oorzaak zijn van verslaving aan alcohol of drugs, vandalisme, crimineel gedrag, en in extreme gevallen zelfs tot zelfmoord.
Bovenal: je leven levert niets op voor God en voor de naaste.

In een wereld die door de zonde gebroken en geschonden is, blijft de opdracht Gods aarde te bebouwen en te bewaren, over¬eind staan. Gelukkig maar! Dat is niet: iedereen moet een betaalde baan hebben. Dan kan niet eens – denk aan kinderen en moeders met kleine kinderen, aan gepensioneerden en arbeidsongeschikten, aan werklozen-buiten-hun-schuld en aan zieken. Het hoeft ook niet altijd. Er zijn nog zoveel andere taken in de kerk en in de maatschappij die nodig en nuttig zijn. Het hoort juist tot dat elkaar opjagen dat je alleen zou meetellen als je een goed betaalde baan hebt, en dat als je ‘maar’ huisvrouw bent of veel vrijwilligerswerk doet, je toch eigenlijk niet serieus genomen wordt. De Heer doet dat ¬wel!
dia 12
Wat is het belangrijk: kinderen opvoe¬den en opvangen, omkijken naar wie hulp nodig heeft- denk aan vluchtelingenopvang, aan de voedesbanken, aan Present,
aan met elkaar meeleven en voor elkaar zorgen in de kerk! Wat fijn als je niet met de armen over elkaar blijft zitten, maar je gaven inzet waar dat maar kan. Wat is vader en moeder zijn met tijd en aandacht voor de kinderen belangrijk! Wat kunnen gepensio-neerden veel betekenen. Wat fijn als iemand die arbeidsonge¬schikt is geworden – wat een naar woord eigenlijk! – zich op een zinvolle manier kan inzetten. Bij de Heer is niemand echt werkloos. Kun je zelfs als zieke of oudere nog veel: bidden b.v.! Hoe ons leven ook is, we mogen zinvol bezig zijn tot Gods eer.

Kijk, daar hebt u meteen waar het om zal draaien als je als mens van God leeft en werkt. Dan wordt je niet opgejaagd en voortgejaagd door eigenbelang en wedijver en jaloersheid. Als dat is zo is, ben ik met al mij drukte net zo dwaas als die luilak. Dan beteken ik niets voor de Heer. Dan ben ik als het gaat om zijn dienst een nietsnut en een leegloper, hoe druk ik me ook maak en hoe hard ik ook draaf. Als ik wel alle tijd heb voor mezelf, m’n carrière, m’n hobbies, maar geen tijd heb voor God en mensen om me heen. dia 13 Of dat wel probeer maar het toch er lastig vindt het ook te doen.

De Prediker zegt verderop in zijn boek: “Doe wat je hand te doen vindt. Doe dat met volle inzet” (9:11). En: “Zaai van de morgen tot de avond. Laat je hand niet rusten, want je weet niet of het zaad de ene of de andere, of elke keer ontkiemen zal” (11:6). De Heerheeft niet het werk vervloekt, ook al moet het gebeuren op een werkplek en onder omstandigheden waar de vloek door de zonde vaak verwoestend werkt. We mogen de Heer bidden om zijn hulp en zijn zegen voor ons werk. We mogen Hem ook danken voor het werk dat we door zijn genade mochten doen. We vragen of Hij dat werk zinvol wil laten zijn, voor God en voor de mensen om ons heen. Ook of Hij alle beschadiging door de zonde eruit weg wil doen. Zodat het goed is en bruikbaar.

We moeten oppassen dat ook werken in dienst van God weer niet ontaardt in krampachtige drukte en uitsloverij. Ik las in een artikel het interessante gegeven dat het leven volgens de klok begonnen is in de kloosters. Men ging ervan uit dat de tijd van God is en daarom elke minuut benut dient te worden om te werken tot meerdere glorie van God. De monniken werden dag in dag uit via een strak tijdsschema opgejaagd om hun ziele¬heil te verdienen. Later nam de fabrieksfluit de functie van de kloosterklok over. Tijd is geld, was het nieuwe motto. En hoe hebben christenen niet gezucht onder de druk van God die je altijd ziet en wil dat je er uithaalt wat erin zit?

Het lijkt een dooddoener als de Prediker ons zijn recept aanreikt: “beter is één hand gevuld met rust dan beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind”. Let wel: dan is rust hier niet: vrije tijd.Prediker houdt geen pleidooi voor een vijfdaagse of vierdaagse werkweek, voor meer vakantie of regelmatige verlofdagen. Daar is allemaal best wat voor te zeggen, en het kan meehelpen om overspanning en stress te voorkomen, maar het zijn als het erop aan komt maar doekjes voor het bloeden.

Het gaat de Prediker om de houding tegenover je werk en in je vrije tijd. Het gaat hem om ons hart. Om rust niet maar van het werk, maar rust onder het werk. Om rust in God. Het woord dat wordt gebruikt, is zoiets als: kalmte, rust van binnen. dia 14
En dat tegenover dat gezwoeg en gejaag dat heel wat lijkt maar uiteindelijk niks blijvends en waardevols oplevert. Je ziet het voor je:een klein beetje rust op de vlakke hand. Teken van ontspanning. Tegenover alle twee de handen tot een vuist gebald, om wat erin zit maar niet kwijt te raken. Het beeld van een gespannen en gejaagd leven. Terwijl juist dat najagen van wind is. Je loopt je de benen uit je lijf en je probeert te pakken, maar je grijpt er steeds weer naast.

Gemeente, het is God die de broodnodige rust ons wil geven.
Als je geloven mag dat je een Vader in de hemel hebt die dag in dag uit voor je zorgt. Als je weet van Jezus Christus die voor ons een leven heeft verdiend dat niet meer stuk kan. Die zegt: kom maar bij Mij, met je stress en je haast,je vermoeid¬heid en je gevoel van altijd te kort schie¬ten, en Ik geef je echte rust. Ik verlos je ook van je zelf¬zucht en je jaloers¬heid. Nou, die onthaas¬ting ontspant! Je hoeft niet meer zo¬ nodig, want het is al voor je gedaan. Je mag nu uit Gods hand leven en echt genieten. En meer ontspannen je werk doen.
dia 15
Vanzelf gaat dat niet. Wij komen vaak niet verder dan een begin van de rust die God wil geven – nog maar een handjevol. De rest komt later: de eeuwige rust, waar we als het goed is in ons leven hier en nu al iets van mogen ervaren. Ik houd mijn handen op naar Vader en steek ze dan uit de mouwen en uit naar mijn naaste.
Wat een rust!
amen

liturgie bidstond voor gewas en arbeid – 9 maart 2016

welkom
zingen: Ps. 62: 1,3 GK
we worden stil voor God
votum en groet
zingen: NLB 154b: 1a, 2v, 3m, 6v, 7m, 8a, 10 (=melodie Psalm 136)

1. allen:
Heel de schepping, prijs de Heer!
Al zijn werken, geef Hem eer!
En gij, engelen in koor,
zingt uw gloria ons voor.

2. vrouwen:
Zegen Hem, gij zon en maan,
sterren in uw vaste baan,
laat uw licht in volle schijn
voor de Heer een loflied zijn.

3. mannen:
Alle wind en alle weer,
alles wat er gaat tekeer,
angstaanjagend in uw kracht,
wees de weerklank van Gods macht.

6. vrouwen:
Alles wat op aarde groeit,
wat ontkiemt en wat er bloeit,
wees een kleurig lofgedicht
voor zijn vriend’lijk aangezicht.

7. mannen:
Vogels, vissen, wild en vee,
dieren hoog en laag, doe mee,
ieder met uw eigen stem,
in het feestconcert voor Hem.

8. allen:
En gij mensen, allen saam,
zegent nu de hoge Naam,
voegt u in het grote koor
van zijn volk de eeuwen door.

10. allen:
Al wat leeft, wees welgemoed,
loof de Heer, want Hij is goed.
Zegent Hem dan, hier en nu,
want zijn goedheid zegent u

gebed
Schriftlezing: Prediker 3:14 – 4:6
zingen: Ps. 39: 3,4,5 GK
verkondiging: Prediker 4: 4-6
zingen: Ps. 127: 1,2
dankzegging en voorbeden
collecte
slotzang: Gz. 448: 1-4 LB
zegen
amen: Gz. 456: 3 LB

Prediker 11: 7 – 12: 2: Je bent jong en je mag … alles (?) – jeugdthemadienst CGK-GKV

dia 1

(preek deel 1)

Beste mensen, u, jullie, gemeente van Christus

Je bent jong en je mag alles!
Dat klinkt geweldig natuurlijk, maar is dat wel zo?
Als ik er nog wat bij zeg: je bent jong en je bent christen en je mag alles….
Dat is niet het eerste wat mensen denken als het over christenen gaat.
Dan is de reactie vaak juist meteen: o dan mag jij zeker niks, van ‘het geloof’.
Christenen mogen toch juist veel niet, van die oude bijbel, van de kerk, van God?
En dan komt het allemaal langs: uitgaan, harde muziek, dansen, naar de bioscoop.
Allemaal dingen die vroeger helemaal taboe waren en waar nog best moeilijk over
gedaan wordt, door ouderen, misschien je ouders ook wel, en binnen de kerk….
Ja en als het over seks gaat: als je nog niet getrouwd bent mag nog weinig, toch?
In elk geval. het beeld is dat als je jong bent en christen, er allerlei is dat je beperkt.
Misschien dat je zelf ook wel vindt dat er vaak moeilijk wordt gedaan over wat voor
jou geen punt is, of misschien zit je er zelf ook mee: wat mag er nou wel en wat niet?
Wat ook kan: je zou best van van alles willen genieten maar je kunt het gewoon niet.
Ik las: “Alsof ik zou moeten genieten…Van binnen voel ik me alleen en ongelukkig.
Ik verlang wel naar meer geluk, rust van binnen, maar zo gemakkelijk is het niet.
Ik lach wel, maar in mijn hart is het donker”. Ik denk: herkenbaar voor veel jongeren
maar net zo goed voor veel volwassenen en ouderen, in een best lastige tijd.
dia 2
Wat dat betreft is juist dat boek Prediker heel herkenbaar en heel erg bij-de-tijd.
Eerder in zijn boek doet hij een boekje open over wat hij allemaal had uitgeprobeerd:
veel nagedacht, keihard gewerkt, grootse projecten opgezet, veel geld verdiend…ja
en ook van het goede van het leven genoten met muziek, veel drank, veel vrouwen.
Hij zegt: “Ik ga mezelf alles wat ik graag wilde hebben. Ik gaf toe aan alles waar ik naar verlangde. Ik wilde volop genieten van al mijn bezit. Het was de beloning voor
mijn harde werken”. Maar toch gaf het geen echte voldoening en bleef hij achter
met een leeg gevoel: “Je bereikt er niets mee. Je hebt er niets aan in het leven”.
Nee, want het zijn allemaal tijdelijke genoegens die je niet kunt vasthouden, en
voor je het weet ben je ziek of oud en blijft het gevoel over: was dat het dan?
Je proeft door heel dat boek Prediker heen het verlangen dat er meer moet zijn.
Sterker: dat geloof hield de man overeind: er is meer, want God is er, de Schepper,
God die me gemaakt heeft en die een doel met mijn leven heeft, en mijn geluk wil.

Kijk, en daarom komt de Prediker toch steeds weer met aansporingen om niet
bij de pakken neer te zitten of niks meer van het leven te verwachten en te maken
maar juist om elke dag te genieten van zoveel dat God een mens te genieten geeft:
“Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven. is dat een
geschenk van God” (3:12 en 13), dia 3
en: “Geniet van het leven. Geniet van het brood dat je eet en van de wijn die je drinkt. Dat is wat God graag ziet. Draag altijd mooie kleren. En zorg ervoor dat je lekker ruikt. Geniet van het leven met de vrouw van wie je houdt. Je leven is zo voorbij. Geniet van elke dag die God je geeft.” (9: 7-9).
Dat is meteen een mooie les over genieten: leer genieten van de kleine gewone
dingen van elke dag, en staar je niet blind op wat groot is en nog lang niet haalbaar
of misschien wel altijd onbereikbaar – de Prediker zegt ook: “Je kunt beter tevreden zijn met wat je hebt, dan verlangen naar wat je nog niet hebt. Want ook dat is zinloos. Je bereikt er niets mee” (6:9). Dat is bij de dag leven, dankbaar voor wat God geeft.

Je bent jong en je mag alles!
Dat leren we van Prediker en dat is in lijn met de hele Bijbel.
Juist omdat we God kennen als de Schepper die ons een goed en mooi leven gunt.
Paulus schrijft er ook zo over: “Alles wat God geschapen heeft is goed. Niets hoeft
te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen” (1 Timoteüs 4: 5).

Dat geldt van muziek b.v. waar God ook zelf blij mee is, denk aan de muzikanten en zangers in de tempel, aan de psalmen, aan de zang voor Gods troon in Openbaring.
Ook de seksualiteit is een geschenk van God, waar je van mag genieten, denk aan
het boek Hooglied, en ook aan hoe de Bijbel vertelt over de schepping van de mens.
Geld mag je ook als van God gekregen gebruiken, als je er eerlijk aan gekomen bent
en er goed mee om probeert te gaan, en het niet iets is voor alles voor opzij moet.
Ja en God gunt ons ook rust op z’n tijd, vakantie, goede vrienden of vriendinnen, en
als je graag sport of uitgaat, als je goed bent in tekenen of schilderen, geniet ervan.
En voel je dan niet schuldig omdat je eigenlijk…..zou moeten leren, of werken…..of
iets nuttigs doen voor anderen – alles op zijn tijd en dus ook tijd voor wat je leuk vindt.

Ook dat bedoelt Prediker als hij steeds eraan herinnert dat je jeugd gauw voorbij is
en dat een mens maar kort leeft en dat je dus niet pas mag gaan genieten van het
goede van het leven na een leven van hard werken: dan is het misschien te laat.
De tekst waarschuwt daarvoor: straks komen de slechte dagen, straks ben je oud.
Ik las. “Prediker is niet somber over het leven: hij vindt het leven prachtig. Prediker is wel somber over een leven waar je zo druk bent met de toekomst dat je vergeet vandaag te leven. Het leven is kort, dus vergeet niet ervan te genieten! Kijk niet naar alles wat je nog eens wilt bereiken, maar geniet van wat God je vandaag geeft!”

Nog eens: je bent jong en je mag alles…..er is veel waar je van mag genieten.
Maar er staat niet voor niets een advies bij: “doe wat je hart je zegt” (BGT). dia 4
Dat is niet zoiets als: doe maar wat in je opkomt, kijk maar wat ervan komt.
‘Doe wat je hart je zegt’, dat is: blijf bij jezelf, luister naar wat je innerlijke stem.
En dan voel je vaak zelf wel aan – als je daarnaar luistert – wat goed is en wat niet.
B.v. als je een lastige klus of een naderende toets of een vervelende gesprek voor
je uitschuift en leuke dingen gaat doen maar met een vervelend onrustig gevoel -
je geniet niet echt van die leuke dingen maar je voelt je schuldig: weer niks gedaan.
Of je ging uit en je liet je gaan maar de volgende morgen is er die kater en ben je
tot niks in staat en diep in jezelf weet je wel dat het eigenlijk helemaal niet oké was.
En laat je niet wijsmaken en je opdringen dat dit feest of die activiteit natuurlijk leuk
is en top moet zijn terwijl je diep in jezelf er niet van geniet en het niet goed voelt.

Terwijl je zomaar over het hoofd ziet wat vlakbij er is: familie, vrienden, een dak
boven je hoofd, een dagje vrij, leuke collega’s, een complimentje dat je krijgt…..
En als je dat vervelende klusje toch eerst maar heb aangepakt, dat mailtje weg
is, die opdracht op tijd is ingeleverd, voelt het heel anders als je dan jezelf iets
leuks gunt: het voelt als echt verdiend, zonder steeds die onrust en die stress.
Weer de Prediker die dat haarfijn onder woorden brengt: God “zorgt ervoor dat je
kunt genieten van alles wat je hebt. Je hebt er hard voor gewerkt, en het is een
geschenk van God. Dan vindt je het niet erg dat je leven maar kort is. Want God
laat je elke dag van het leven genieten.” (5: 18 en 19). Dan leef je ontspannen.
dia 5
Juist omdat je weet van meer dan zoveel dat even een kick geeft en dan weg is.
Omdat je gelooft in de Gever van zoveel goeds, die blijft en die eeuwig geluk geeft.

(zingen: Opwekking 544)

(preek deel 2 )

Nog even verder over wat we kunnen leren van de Prediker over jong en genieten.
Hij spoort je aan om te genieten van je jong zijn en wat dat allemaal mogelijk maakt:
“Wat is het leven goed! Geniet van je leven zolang je jong bent. Wees gelukkig in je jeugd. Doe wat je hart je zegt. Kijk goed om je heen..want je jeugd is snel voorbij.”

We zagen ook al dat het bijzondere is dat Prediker steeds dat verbindt aan God:
“Geniet van elke dag die God geeft….God laat je elke dag van het leven genieten”.
En hier ook weer: “Denk aan God die je gemaakt heeft. Denk aan Hem zolang je
nog jong bent.”…”En bedenk daarbij dat God je leven zal beoordelen”…..
dia 6
Ja hoor, is dan vaak de reactie – denk jij misschien ook wel – daar heb je het weer!
Toch weer een addertje onder het gras:een waarschuwing voor het oordeel van God.
Dat wat je zo vaak gehoord hebt als jongere: pas op want God ziet je overal, je mag best genieten maar denk er aan dat je God onder ogen kunt komen – of – heb ik ook wel gehoord: stel je voor dat Jezus terugkomt en Hij vindt jou in…..en vul dan maar in…..vooral plekken waar je volgens ‘het geloof’ niet thuishoort als christen.

Dan wordt wat de Prediker hier zegt een domper op het plezier, een opgestoken
waarschuwende vinger: je bent jong en je mag….veel maar niet alles, want straks
roept God je ter verantwoording dus pas op wat je doet want God ziet je overal.
Eigenlijk mag je weer van alles niet, en krijg je weer een schuldgevoel aangepraat.

Toch is dat niet de bedoeling van de oproep aan God je Schepper te denken.
Hier niet een toch weer negatief doen over jongeren of een angstscenario van
pas op wat je doet en wees vooral serieus en weet wel dat God alles ziet…..
Nee, door heel dit boek heen kun je horen dat God graag wil dat je geniet van wat
Hij allemaal wil geven, van elke dag dat de zon schijnt en je gezond mag zijn en je vrijheid hebt – en dan zal God vragen: ben je wel jong geweest, heb jij daar wel van genoten, wat heb je gedaan met je leven, met al die kansen, met je vrije tijd, met je
geld, met je lijf; hoe ging je om met mensen om je heen, met je vriend of vriendin -
of was het allemaal moeten en nog eens moeten, werken tot je erbij neerviel omdat
je nog meer wilde en nooit genoeg had en niet eens tijd nam om echt te genieten.
dia 7
Lees wat er achteraan komt: “belast je hart niet met verdriet en houd je lichaam vrij
van kwalen, want je jeugd en jonge jaren zijn snel voorbij”-zorg dus goed voor jezelf!
En dus is het om ons bestwil dat God ook grenzen aangeeft, juist ter bescherming.
Want niet voor niets noemt de Prediker God vaak de Schepper, die ons mensen heeft gemaakt: om Hem in hun doen en laten af te beelden en goed te zorgen voor
wat hij gemaakt heeft en ons in beheer gegeven: ons leven, ons lichaam, elkaar,
en ook de leefwereld om ons heen. het milieu, de lucht en de bodem, de natuur.

In Genesis 2 staat dat we Gods aarde zullen bewerken én bewaren, beschermen.
En als in de tekst staat: houd zorgen, verdriet en kwalen weg van je lichaam – dan
is dat een oproep om goed voor jezelf te zorgen en niet je leven en je gezondheid
te beschadigen, b.v. door aan drugs verslaafd te raken of aan gamen of gokken, en
alcohol is misschien nog wel een grotere verleiding en bedreiging omdat het om een
goed geschenk van God is maar een groot kwaad als je er een slaaf van wordt.

In Spreuken 23 staat er een ontnuchterend stukje wijsheid over – humoristisch als
het niet zo ernstig en triest was (en wijn kan natuurlijk ook bier zijn of wat sterkers):
dia 8
“Er zijn mensen die altijd zeuren, die altijd ruzie maken en klagen, die heel gauw gewond raken, en steeds wazig uit hun ogen kijken.Dat zijn mensen die altijd dronken zijn, die tot de vroege ochtend blijven drinken. Laat je niet verleiden door wijn, die zo mooi schittert in het glas. Want wijn is zo giftig als een slang. Je wordt er
doodziek van. Als je veel drinkt, zie je vreemde dingen, en niemand begrijpt meer wat je zegt. Je voelt je misselijk en ellendig, alsof je op een boot zit tijdens een storm. Het voelt alsof iemand je geslagen heeft, zonder dat je het merkte. Het voelt alsof je mishandeld bent, zonder dat je weet door wie. Toch is het eerste wat je ‘s ochtends denkt: Laat ik opstaan, ik heb zin in een glas wijn!”. Wie heeft het nog over genieten?
En echte verslaving kan leiden tot vernietiging van je gezondheid en van je leven.

Het kan op allerlei manieren: wat op korte termijn genieten lijkt maar uiteindelijk tot
schade en soms ingrijpende gevolgen voor jezelf en anderen en voor de omgeving:
roken, te veel en ongezond eten, te hard werken onder te grote stress, roekeloos
gedrag in het verkeer, te grote risico’s met een sport of een hobby, en ook seksueel
gedrag dat er zelfs toe kan leiden dat je een kind krijgt samen met die jongen of dat
meisje met wie je verder niks wilt of met wie het uitraakt, met levenslange gevolgen.
Het valt allemaal onder die korte zin in de tekst: houd je lichaam vrij van kwalen.
Anders vertaald maar het komt op hetzelfde neer: houd verdriet en zorgen ver bij
je vandaan – dat is bedoeld om te beschermen en mogelijk te maken wat er eerst
staat: “geniet van het leven zolang je nog jong bent, wees gelukkig in je jeugd”.

Ja, en dan is de beste garantie om te genieten van wat het leven te bieden heeft,
als je dan doet met God, en als je rekening houdt met de wijsheid die God aanreikt,
via de Bijbel – zoals in Prediker, Spreuken en andere boeken – en ook via mensen
om je heen en hun levenservaring: ouders, ouderen, ook vrienden en vriendinnen.
Daar horen ook grenzen bij, niet om te betuttelen of je het moeilijk te maken, en al
helemaal niet om angst te zaaien -voor de mensen of voor Gods beoordeling – maar
juist om je leven en je geluk te beschermen en te helpen echt te kunnen genieten.
dia 9
Daar zit ook troost en een bemoediging in voor als er weinig te genieten lijkt te zijn.
Want het kan ook gebeuren dat je jong bent en veel wilt maar maar weinig kunt.
We hebben dat fraaie verhaal gelezen over ouder worden maar de werkelijkheid is
natuurlijk niet feestelijk, en daar hoef je niet oud voor te zijn trouwens – geweldig
als je ook als het moeilijk is en je steeds minder kunt, toch mag leren genieten van
wat wel kan, en van mensen om je heen die van je houden, naar je omkijken, voor
je zorgen – en vooral ook je blijven zien als mens, beeld van God, met capaciteiten.
En als je mag geloven dat het leven niet ophoudt als er toch kwalen komen, ziekte,
een handicap, en uiteindelijk de dood – maar dat dan – vers 5 – de mens naar zijn eeuwig huis gaat – of zoals in vers 7. de adem van het leven terug naar God gaat.

De Prediker maakt het niet mooier dan het is: er komt een dag dat het hier stopt.
Maar gelukkig houdt voor wie met God heeft geleefd het genieten niet op maar
wordt het er alleen maar mooier op want we zijn op weg naar een nieuwe wereld.
Naar een wereld zonder ziekte, oorlog, zorgen en tranen, en vol liefde en vrede.
Waar niemand meer oud wordt en dood gaat – de Bijbel zegt: een nieuwe schepping!
Dat wordt pas echt – en eeuwig – genieten! dia 10

amen

liturgie jeugdthemadienst 24 januari 2016

welkom
zingen: Psalm 150: 1,2 Levensliederen
moment van stilte en persoonlijk gebed
votum en groet (Sela)
zingen: Opwekking 723 ‘Kom, volk van de verrezen Heer’
gebed
lezing uit de Bijbel. Prediker 11: 7- 12: 8 (BGT)
zingen: Bless the Lord oh my soul! (Opwekking 733: Tienduizend redenen)
preek (1)
zingen: Opwekking 544 – Meer dan rijkdom
preek (2)
zingen: Opwekking 770: Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige naam
gebed
collecte – tijdens collecte zingen Opwekking 726 Er is een onbegrensde liefde
staande: geloofsbelijdenis Opwekking 347
zegen van St. Patrick
amen
Opwekking 710 ‘Zegen mij op de weg die ik moet gaan’

Prediker 3: 1-15: Gods tijd is de allerbeste tijd (oudejaarsdienst 31 december 2015)

liturgie oudejaarsdienst 31 december 2015
thema: Gods tijd is de allerbeste tijd
votum en groet
zingen: Ps. 90. 1,2 ‘Gij zijt geweest, o Heer, en gij zult wezen’
gebed
Schriftlezing: Prediker 1: 1-11
zingen: Ps. 90: 3,6 ‘O Here God, Gij wendt het mensenleven’
Schriftlezing: Prediker 3: 1-15
zingen: NLB 845: 1,2,3 (melodie Psalm 86) ‘Tijd van vloek en tijd van zegen’
verkondiging: ‘Gods tijd is de allerbeste tijd’.
zingen: Lied 432: 1,2,3 ‘ Wat God doet, dat is welgedaan’
gebed
collecte
zingen: NLB 416: 1,2,3 ‘Ga met God’
zegen
amen: NLB 416: 4
———————————————————————————————————
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
‘Gods tijd is de allerbeste tijd’.
Dat thema is ontleend aan een van de eerste cantates van Johann Sebastian Bach.
‘Gottes Zeit is die allerbeste Zeit’ -ook wel genoemd de ‘Actus Tragicus’.
Dat tragicus komt daar vandaan dat die cantate voor een begrafenis was bestemd.
Het eerste koor grijpt terug op teksten uit de Bijbel die gaan over leven en sterven:
“In Hem leven wij en bewegen wij en zijn wij” – woorden van Paulus uit Hand. 16 -
en “Heer, leer ons eraan denken dat wij sterven moeten, zodat wij wijs worden” -
vrij naar Psalm 90:12: : leer ons onze dagen tellen, dat wij een wijs hart krijgen.

dia 2 koor uit Cantate 106

Gods tijd is de allerbeste tijd – daar bedoelde Bach de tijd van het sterven mee.
Zoals wij dat wel zeggen als iemand is overleden dat het zijn/haar tijd was, en vanuit
het geloof dat God onze dagen telt en ons leven leidt, zeggen: God vond het tijd.
Vanuit dat geloof kreeg onze broeder Klaas Glas er vrede mee dat het niet meer
goed zou komen met zijn gezondheid hier en nu en zei hij• ook dan is het goed.
Ook zijn dagen en jaren waren opgeschreven in Gods boek, en hij leeft nu bij God.

Vanavond wil ik dat thema breder trekken en het betrekken op de tijd als geheel.
In de lijn van wat we net gelezen hebben: “God heeft alles wat er is de goede
plaats in de tijd gegeven” (3:11) – dat geldt dus ook van het bijna voorbije jaar.
dia 3
Nee, niet dat je het zomaar zegt dat Gods tijd altijd en overal de beste tijd is.
B.v. als iemand ziek wordt of een ongeluk krijgt en misschien wel jong – te jong
naar onze beleving – sterft – meer dan een van ons heeft het meegemaakt dit jaar.
Maar ook als iemand oud is geworden en je hem of haar nog niet wilt missen.
Of als je een jaar achter de rug hebt met onverwacht nare dingen of nog steeds
geen baan of een stukgelopen relatie of een andere ingrijpende teleurstelling.
Dan valt dat zwaar en dan komen veel vragen en misschien wel onbegrip en
boosheid in een mens op, en dat moet je niet wegstoppen en hoef je niet weg
te stoppen, daar moet je doorheen en dat mag je delen met mensen, en met
God – lees maar de psalmen en ook, zoals vanvond het boek Prediker: een
boek dat eerlijk verwoordt hoe het leven ‘onder de zon’ in elkaar steekt en
wat veel mensen ervaren en zich afvragen: welk voordeel heeft het om hard
te werken, geld te verdienen, plezier te maken en ook – om gelovig te zijn…?
dia 4
In 3: 9 wordt die vraag gesteld na die opsomming met al dat wel en wee, net
zo bont en afwisselend – noem het grillig en onvoorstelbaar – als het leven zelf:
een tijd om geboren te worden en om te sterven,om te planten en weer te rooien,
om af te breken en op te bouwen, om te huilen en te lachen, en zoveel meer waar
ook 2015 vol van was: in uw en jouw en mijn leven, in onze omgeving, in de wereld met zoveel moois en moeilijks: geboortes, huwelijken, vakanties,feesten, muziek
en dans, mooie diensten en goede gesprekken in de kerk, jubilea, diploma’s -maar ook ziekte, begrafenissen, echtscheidingen, oorlogen, aanslagen, ongelukken,
en dichterbij conflicten, afscheid van elkaar moeten nemen als kerkleden,moeilijke bezoeken als ouderling of dominee, ontwikkelingen waar je wel eens wakker van ligt, vergaderingen die niet altijd lopen als gehoopt, eenzaamheid, gemis aan aandacht..
Met dan die vraag: welk voordeel heeft het om je zo druk te maken en om te tobben?
Prediker zegt zelfs: ik heb het ervaren als een kwelling is die God een mens oplegt.
En Paulus wijst het aan als gevolg van onze gemeenschappelijke zonde dia 5
Het lijkt allemaal nogal negatief en zwartgallig: het heeft allemaal toch geen zin……
Maar nee, dat kan ook de bedoeling niet zijn want het is God die boven de tijd staat, ook boven al die dagen en nachten met wel en wee, al dat mooie en dat moeilijke…
Het klinkt als geloofsbelijdenis: God heeft alles de goede plaats in de tijd gegeven,

Verderop staat: “Wees blij op de dagen dat het goed met je gaat, maar zie op de slechte dagen in dat God naast de goede ook de slechte dagen heeft gemaakt” (7: 14)
Een uitroepteken achter ons thema: ‘Gods tijd is de allerbeste tijd’, want in goede tijden en slechte tijden is God erbij en houdt God ons vast en we geloven met de psalmen dat niemand Gods plan ongedaan kan maken dat over alle tijden gaat, en ook dat al onze dagen en onze jaren in Gods boek staan en dus niet voor niets zijn.

Gods tijd is de allerbeste tijd, dat wil ook zeggen dat we maar niet moeten klagen dat we in een boze tijd leven en dat het allemaal toch maar slechtis en alles achteruit gaat, en dan heimwee hebben naar vroeger als een soort verloren paradijs – waarbij we dan makkelijk vergeten wat vroeger moeilijk was en reden was om te klagen.
De Prediker waarschuwt ons voor zinloze nostalgie of terug verlangen naar vroeger: “Je moet je niet afvragen waarom vroeger alles beter was.Dat is niet erg verstandig.”

Nee, want ook al zou je in sommige opzichten gelijk hebben, je schiet er niets mee op want vroeger is voorbij, je leeft nu, en je profiteert ook van veel dat er nu is.
En vooral: als je gelooft dat God alle dingen leidt, ook je eigen leven, dan geloof je daarmee ook dat God je in deze tijd laat leven en je hier en nu een taak geeft.

Gods tijd is de allerbeste tijd, omdat en als die tijd is gevuld met de liefde die God voor ons heeft en aan ons geeft, en die we mogen delen met elkaar en uitstralen
naar elkaar en naar anderen om ons heen – dan is elk jaar en elke dag vol zegen!
Vers 14 geeft ons een flinke brok huiswerk mee voor elke dag en ook voor weer een
nieuw jaar: “Alles wat God doet…doet Hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets aan af te doen. God doet het zo dat wij ontzag voor Hem hebben”.
Elk jaar, ook 2015, was een jaar van de Heer, zoals we soms zeggen: Anno Domini…in het jaar van onze Heer….en: het jaar 2015 of 2016 na Christus.
Met de bedoeling en opdracht dat we elke dag leven met en voor onze Heer.

Zie dat ook als een spiegel die ons voorgehouden wordt, op deze laatste
avond van het jaar, als een soort achteruitkijkspiegel terug het jaar door: dia 6
wat heb ik gedaan met die tijden: met die mooie momenten en die moeilijke
dagen; wat was mijn rol in dat lastige gesprek; wat was mijn inbreng – of
niet – tijdens dat familieweekend of op die gemeenteavond; hoe kijk ik
terug op een jaar werken voor de zaak;de studie voor school; de zorg voor
mijn kinderen; de omgang met mijn ouders; wat deed ik eraan om pesten
te voorkomen of heb ik er juist driftig aan meegedaan; wat is ook samen
onze uitstraling als kerk naar buiten toe; en hoe ging ik om met verdriet
en teleurstelling; heb ik anderen bemoedigd of juist – misschien wel
onbedoeld – pijn gedaan; en wat is er terecht gekomen van dat lied dat
we ook afgelopen jaar meegezongen hebben: “maak mijn uren en mijn
tijd, tot Uw lof en dienst bereid; neem ook mijn verdriet en mijn vreugde
in Uw dienst, neem mijzelf en voor altijd ben ik aan U toegewijd”. Echt?
Ik denk dat eerlijk terugkijken leerzaam kan zijn, ook soms schokkend,
en vast ook reden voor veel dankbaarheid voor wat God gaf en hoe God
zorgde, en dat God ondanks zoveel weer verder wilde met ons en ons
leven spaarde,en dat Hij ons leven waardevol vind en ons gebruiken kan.

Die achteruitkijkspiegel helpt als het goed is ook om te blijven werken aan verandering, verbetering, bekering, niet van die ander maar van onszelf
want je kunt niemand en niets veranderen dan alleen jezelf – werk aan de
winkel dus, en geen slachtofferrol en niet de schuld leggen bij alles en
iedereen behalve bij jezelf en al helemaal niet God aansprakelijk stellen
wat je doet als je de omstandigheden de schuld geeft of die moeilijk tijd
waarin we leven want God heeft alles een goede plaats in de tijd gegeven
leert de Prediker ons – en hij heeft het ook moeten leren door schade en
schande en dwars tegen veel teleurstelling en frustraties heen – het was
uiteindelijk het enige houvast bij zoveel dat ondoorzichtig en lastig was.
dia 7
Ja, en dat geeft ook vertrouwen voor de toekomst die ook van God is.
Als je niet verder kijkt dan wat je om je heen ziet en ook zelf ervaart, kom je
verder dan dat refrein dat het allemaal lucht en leegte is en najagen van wind.
Dat als het erop aan komt er ondanks zoveel dat verandert en nog zal veranderen, niets nieuws onder de zon is, en dat vroeg of laat elk mens moet sterven – zoals
in dat liedje van Stef Bos. “wij vallen als bladeren en de wind neemt ons mee”.
Het houdt ons klein en zet ons met beide benen op de grond als we even zouden denken dat we zelf ons leven onder controle hebben en onze toekomst kunnen
uitstippelen – dan zegt de Prediker eerlijk: geen mens kan in de toekomst zien.
Laat staan dat je die toekomst zelf kunt maken en je leven in de grip kunt houden.
We lazen dat God de mens inzicht in de tijd heeft gegeven – letterlijk dia 8 : ‘de eeuw – of de eeuwigheid – in het hart gelegd= het besef dat er meer is dan het leven van hier en nu, en het verlangen over de horizon heen te kijken naar na morgen -
maar “toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden”.
Dat geeft spanning maar tegelijk ontspanning: als je gelooft dat je leven met al
die dagen en momenten en hoogten en diepten in Gods hand zijn en dat God
wat Hij doet voor altijd doet, en ook jouw en mijn leven en wat daarin gebeurt
meeneemt naar zijn toekomst: “God haalt wat voorbij is altijd weer terug”.

Misschien dat het u of jou benauwd of bang maakt: maar komt God dan ook
terug op wat zo fout ging, op die zonde die ik deed,of dat waarvoor ik me schaam?
Zoals soms gezegd wordt dat God eens als Hij oordeelt alles weer gaan oprakelen.
Maar dat is niet wat de Prediker bedoelt, en het zou strijden met wat we mogen
geloven van Gods vergeving. “Zo ver het oosten is van het westen, zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd” (Psalm 103) en: “U zult al onze zonden tenietdoen. Onze zonden werpt U in de diepten van de zee” (Micha 7). Dan zijn ze ook echt weg!
dia 9
Maar wat hier bedoeld is, is dat wat wij ervaren als vluchtig en voorbijgaand, in het plan van God allemaal een plek heeft – “God heeft alles wat er is een goede plek in
de tijd gegeven” – en dat het niet voor niets is en God ons leven niet vergeten zal.

Dat – een lied – “ons zorgen en werken ergens toe dient, dat ons leven hangt aan Iemand; dat ons schreien en ons lachen ergens toe leidt, – onze liefde stoelt op Iemand; dat ons hopen en vertrouwen ergens op slaan – dat ons lijden voert tot Iemand”; en dat dus ook 2015 en al die dagen die achter ons liggen met lief en leed, dat al die hoogtepunten en dieptepunten, zinvol waren omdat we geloven dat – weer een lied – “als er dan geen zin is in ons werk gelegen, God daarin dan zin aan kan en wil geven met het uitzicht van Gods grote toekomst: “dat wij als weleer bewonen zonder pijn een aarde waar wij weer – voorgoed en helemaal – gelukkig kunnen zijn”.

We sluiten af met de bemoediging van de apostel Paulus – zondag meer daarover -
in 1 Korintiërs 15: 58: “Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat
door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn”.

Een goede jaarwisseling gewenst en ga met God, dan zal Hij met u en jou zijn.
Tot wij weer elkaar ontmoeten en in zijn naam elkaar begroeten. Ga met God!

amen dia 10