Nehemia 11: 1-2 : Jeruzalem…je zal er maar wonen!

Gemeente, broeders en zusters, jongens en meisjes,

dia 1 Jeruzalem, je zal er maar wonen!
Dat doet denken aan een vaak herhaalde reclamespot waarin allerlei moois dat
Zuid-Limburg te bieden heeft langskomt, met de bedoeling om mensen ertoe over
te halen in Zuid-Limburg – een krimpregio – te komen wonen en werken.
Mooie plaatjes van een mooie streek: Zuid-Limburg, je zal er maar wonen!

Maar als je het zo hoort, kun je het ook negatief uitleggen: je zal er maar wonen,
ver van je familie in b.v. Noord-Holland of Groningen, met minder werkgelegenheid dan in de Randstad, met toch een andere cultuur – wat heb ik daar te zoeken?
Het is maar wat je zoekt, wat het zwaarst weegt, en wat jouw eigen wensen zijn.

Eigenlijk zie je in de actie die Nehemia opzette, ook zoiets: een actie om het net gerenoveerde maar nog altijd dunbevolkte Jeruzalem weer bewoonbaar te maken en ervoor te zorgen dat het leven daar op gang kwam en de stad weer tot leven kwam.
Waar meer inwoners voor nodig waren, en dat bleek niet vanzelf te gaan gebeuren.
Er staat: “er waren weinig inwoners en ook waren er nog nauwelijks huizen herbouwd”.
Hoe kreeg Nehemia genoeg mensen zover dat ze in die net weer opgebouwde en ommuurde stad wilden gaan wonen? Dat bleek nog niet zo eenvoudig. De animo bleek niet zo groot te zijn. Maar er was Nehemia en de andere leiders van het volk veel aan gelegen om de stad meer inwoners te geven. Anders bleef die stad zwak en was het maar de vraag of er wel toekomst was voor Jeruzalem.
En daar hing veel van af want Jeruzalem was meer dan zomaar een van de steden van Juda. Het was de ‘heilige stad’. De stad van God en zijn tem¬pel. In de situatie van toen: de kerkstad. De plaats waar je dichter dan waar ook bij God woonde. De stad die de Heer had uitgekozen om er onder zijn volk te wonen. Waar ze ver weg in een vreemd land heimwee naar gehad hadden: “hoe trok ons hart naar huis, wij treurden om Jeruzalem – want wie ver van Sion leeft, is zonder vrede”.
Maar nu zijn ze terug, en nu blijkt dat er maar weinig mensen zin hebben in Jeruzalem te wonen. Zodat een speciale actie nodig is om ze zover te krij¬gen. Een actie waar de Heer achter stond. We hoorden Nehemia dat openlijk zeggen: “mijn God gaf mij in het hart”. En de Heer liet zijn goedkeuring ook merken. Hij deed deze actie slagen.
dia 2 Jeruzalem – je zal er maar wonen!
1. wie wil daar nou wonen?
2. welzalig wie daar wonen mag!
3. daar zullen wij voor altijd wonen!

dia 3 1. Wie wil daar nou wonen?
Dat zeg je soms tegen elkaar als je door een stad of een dorp rijdt, of in een bepaalde wijk komt. Je moet er niet aan denken dat je daar zou moeten wonen. B.v. midden in een drukke stad, of in een verpauperde woonwijk. Het is wel zo dat smaken verschillen, en dat tijden veranderen. De een houdt van de drukke stad, de ander is verknocht aan het rustige leven op het platteland. Er zijn tijden geweest dat de binnensteden leegliepen en dat wat vroeger kleine dorpjes waren uitgroeiden tot nieuwe woonwijken, denk maar aan zgn Vinexlocaties aan de randen van diverse grote steden. Je ziet nu weer een tegengestelde ontwikkeling: het wonen in de stad is erg in trek, met als gevolg dat een huis horen of kopen in b.v. Amsterdam peperduur is, en dat in b.v. het noorden en oosten van ons land, en ook in Limburg en Zeeland dorpen leeglopen en krimpregio’s ontstaan…

Gemeente, terug naar Jeruzalem. De muren waren helemaal klaar. De poortdeuren waren vastgezet. Elke avond konden ze op slot zodat niet in het donker ongewenste bezoekers binnen konden dringen. Als het ‘s morgens weer licht werd, gingen de poorten open zodat de mensen naar buiten konden, naar hun werk op het land of in hun wijngaard, en zodat kooplui en anderen die in de stad moesten zijn, naar binnen konden. Nehemia gaf wel de opdracht uit veiligheidsoverwegingen de poorten pas open te doen als het helemaal dag was en ze weer te sluiten voordat het ging schemeren. En de inwoners moesten ervoor zorgen dat ze hun stad zelf bewaakten, ieder zijn eigen wijk en zijn eigen huis. Want de vijanden lagen steeds op de loer.
Maar daar zat nou net het probleem. Konden ze wel zelf de bewaking van de stad voor hun rekening nemen? Was Jeruzalem niet heel kwetsbaar, ook nu de muren en de poorten weer net als vroeger een stuk bescherming boden? Ja, want een heel verschil met vroeger was dat het aantal inwoners erg klein was als je keek naar het grote oppervlak dat ze bewaken moesten! Weinig schouders en wel veel lasten. Nehemia had er grote zorgen over: hoe zou dat gaan. En als er zo weinig mensen in de stad woonden, had Jeruzalem dan nog wel toekomst? Het zou een spookstad worden.Wie wou daar nog wonen?
Maar waarom gingen maar zo weinig mensen in de stad wonen? Dat hoeft niet echte onwil te zijn. Nehemia 7 eindigt met de opmerking dat de meesten die uit Babel teruggekomen waren, gingen wonen in hun steden. Daar zal mee bedoeld zijn: in de steden en dorpen waar hun voorouders altijd al gewoond hadden. Uit Jeruzalem waren indertijd duizenden mensen naar Babel weggevoerd. Vooral die tot de hogere kringen behoorden. De meesten van hen waren niet teruggekomen. In 1 Kron.9 staat dat behalve priesters, levieten, en anderen die bij de tempel werkten, vooral ‘gewone’ Israëlieten terugkwamen. Die zullen afkomstig zijn geweest uit stadjes en dorpjes in de provincie en ze gingen terug naar waar hun wortels lagen en hun familie misschien nog wel land en huizen had. Er kwam bij dat er geen huizen genoeg waren om nieuwe inwoners onder te brengen. Denk maar aan de grote woningnood in Nederland na de oorlog. En als je dan al een huis hebt dicht bij je land of je wijngaard, op het platteland, waarom zou je er dan voor kiezen een onzeker bestaan tegemoet te gaan in een stad met nog zoveel puin en lege plekken, waar je eerst nog een eigen huis moet bouwen?
Vandaag kun je misschien zeggen: wie ziet er nog wat in om bij een kerk te horen? Die steeds minder mensen lijkt aan te trek¬ken. Waar veel puin te ruimen is. Waar je stuit op kleinzie¬lig¬heid en onderling gevit. Kun je zonder kerk niet net zo goed gelo¬ven? Is het wel de moeite waard je voor de kerk in te zetten? In een tijd dat mensen – zeker jonge mensen – zich niet graag binden aan iets als een instituut met regels en vaste structuren, waar het lastig is als je het heel anders wilt gaan doen en dingen van je worden verwacht waar je niet aan toe bent of die niet bij jouw manier van denken en leven passen – met ook niet altijd een sfeer die open is en uitnodigend, met ruimte voor wie jij ben en hoe jij denkt en leeft – wie wil daar nou bij horen?
Kun je dan niet beter je eigen lijn trekken en hier en daar oppikken waar jij wat mee
kan, en kun je niet juist beter geloven en christen-zijn zonder en buiten die – vooral – gevestigde, traditionele kerken? Staat niet net als toen bij Jeruzalem er muren om de kerk heen die alleen maar beperkend zijn en groei en ontwikkeling belemmeren?

Vragen die op ons afkomen – ook zomaar van je eigen kinderen, van in diezelfde kerk opgegroeide jongeren – vragen die we serieus moeten nemen en waar we wat mee moeten. Het is een uitdaging waarvoor alle kerken staan, in een tijd dat als het om de kerk gaat heel Nederland een krimpregio lijkt te worden, terwijl tegelijk allerlei nieuwe initiatieven als paddestoelen uit de grond rijzen, die soms verrassen en soms misschien wel zorgen geven: een pop-up-kerk, een kliederkerk, belijdenis doen niet
in een volle dienst maar met een gemeentegroep in een achtertuin en nog veel meer.
Dichtbij is te denken aan HartvoorHHW elke zondag en één keer per maand Refresh.
Goed te bedenken voordat we er een oordeel over hebben dat de Heer zei dat wie niet tegen Hem is, voor Hem is, dat er een tijd komt dat je niet meer alleen op enkele speciale plaatsen tot God hoeft te bidden maar overal, door Geest en in waarheid.
En ook zegt Jezus dat waar twee of drie bij elkaar zijn in zijn naam, Hij er bij is.
Waar wel bij moet dat God graag wil dat wie Hem liefhebben en vereren, niet op zichzelf blijven of langs elkaar heen leven, maar elkaar zoeken – en samen-wonen.
dia 4 2. Welzalig – gefeliciteerd! – wie daar wonen mag!
Dat zeggen ze in de tijd van Nehemia tegen mensen die ervoor kiezen – of aangewezen worden – in Jeruzalem te gaan wonen. Onze vertaling heeft: “waneeer families zich vrijwillig in Jeruzalem wilden vestigen werd dat algemeen toegejuicht” (11: 2). Letterlijk staat er dat ze die mensen hun zegen meegaven. Ze wensten hen geluk en Gods zegen. Het ga je goed!
Dat was niet vanzelf gegaan. Nehemia zat er behoorlijk mee hoe dat toch moest met Jeruzalem. De muren waren weer in goede staat en de poorten konden open en dicht en er was bewaking, maar er waren gewoon te weinig mensen voor een stad die voor zichzelf kon zorgen. Waar alles wat nodig was te koop was. Waar voldoende mensen waren om de stad te bewaken en te verde¬digen. Met genoeg voorzieningen om het leven goed en fijn te hebben. En met groeimogelijkheden voor de toekomst. Wat is nou een stad met bijna alleen priesters en levieten, en behalve die nog een paar bestuurders: gemeentebestuur en ambtenaren? Je hebt toch ook zeg maar gewone mensen nodig die er wonen. Zo is dat nog altijd, in stad of dorp, en ook in een kerk. Paulus vergelijkt dat met een lichaam dat toch ook niet een en al oor is of alleen oog. Hoe meer zielen -ieder met eigen gaven – hoe meer vreu¬gd!
In hoofdstuk 7 – waar we voor het eerst over die zorg van Nehemia horen – merken we voor de zoveelste keer hoe dicht hij bij zijn God leefde. Ook deze zorg zal Nehemia aan de Here hebben voorgelegd. Hij kon goed organiseren en problemen op een
verstandige manier aanpakken, hij was vooral een gelovige man die wist hoe belangrijk het gebed is. En die besefte dat het niet zijn zaak en zijn stad was, maar de stad van God – de ‘heilige’ stad – en om de vraag of Gods zaak wel toekomst had. Bij wat er verder gebeurt heeft de Here God dan ook duide¬lijk de leiding. “Mijn God gaf mij in het hart”, zegt Nehemia.
De Heer wees de weg. In kaart moest worden gebracht wie waren teruggekomen uit Babel en waar iedereen precies was gaan wonen. Toen dat duidelijk was geworden, werd besloten dat 10 % van die mensen in Jeruzalem zou moeten gaan wonen. En dat werd zoals vaker beslist door het lot. Op ons komt dat vreemd over, omdat wij meteen denken aan dobbelspelletjes en aan loterijen met grote prijzen – of gewoon aan lootje trekken voor Sinterklaas. Maar loten gebeurt ook bij toewijzing van huur- of koophuizen, en er zijn studies aan de universiteit waarvoor je wordt ingeloot – of -uitgeloot, helaas. En het is niet zo lang geleden dat in de kerk soms het lot besliste over de keus van een ouderling of een diaken – bijvoorbeeld als twee precies hetzelfde aantal stemmen kregen. In Handelingen 1 lezen we dat het lot viel op Matthias, toen er een opvolger moest komen voor Judas. Op die manier wees God zelf aan wie het worden moest. In Spreuken 16: 33 lezen: “men werpt het lot in een mantel, de HEER bepaalt hoe het valt.” Of: “de Heer bepaalt wat er gebeurt” (BGT) Toen de Israëlieten in het beloofde land kwamen, werd dat land over de stammen en de families verdeeld door het lot. Dat was de manier waarop de Here zelf ieder zijn erfdeel toewees. Op diezelfde manier besliste de Here wie in Jeruzalem zou gaan wonen. En wie dat lot trof, erkende daarin Gods aanwijzing. We lezen dat ze zonder protest, zelfs vrijwillig, daarheen gingen verhuizen. En ze kregen de zegen mee van hun volksgenoten.
Nou, dat is ook een felicitatie waard! Dat gehoorzaam volgen is niet alleen te prijzen, maar zal ook worden beloond. Want je komt te wonen vlakbij waar de Heer woont. In zijn ‘heilige’ stad. En wie daar wonen mag, die heeft het goed. Zeker weten!
dia 5 3. Daar zullen wij voor altijd wonen!
Natuurlijk niet in het Jeruzalem hier op aarde. Die stad is niet meer de plek waar God ons vandaag naar toe roept. Jezus kondigde al aan: er zal een tijd komen dat je niet meer in Jeruzalem de Heer hoeft te aanbid¬den, maar dat het overal kan waar je woont. De Heer woont niet meer in één stad op aarde, ook niet in dit of dat kerkgebouw, maar Hij is bij ons door zijn Geest en met zijn Woord, overal waar wij maar wonen.Vorige week hoorden over de gemeente als tempel van de Heilige Geest, en de Bijbel zegt ook dat ons eigen lichaam tempel van de Geest is, en dat Christus in ons wil wonen.
Als de Bijbel het toch heeft over Jeruzalem, als de stad van de toekomst, dan is dat het hemelse Jeruzalem. Zo ziet Johan¬nes dat in Opb. 21:ik zag de heilige stad,een nieuw Jeruza¬lem, neerdalen vanuit God in de hemel.Heel de aarde wordt Jeruza¬lem als God bij ons woont. Een stad met poorten die altijd open staan omdat er geen zonde en onheil meer zijn, en omdat er voor iedereen plaats is en voor niemand meer verboden toegang.
Vandaag is dat nog niet zover. Maar wel is de Here tot vandaag toe bezig met de bouw en de bevolkinsgroei van zijn Jeruzalem. Sinds het eerste Pinkster¬feest zet die groei door: uit alle volken komen er inwoners bij. Daar leerde die prach¬tig mooie psalm 87 al onder het oude verbond van zingen: uit alle volken worden ze ingeschreven als geboren in Sion. U en jij en ik staan ook inge¬schreven in het bevolkingsregister van het Jeruzalem dat boven is maar dat op aarde komen zal. Die stad komt klaar en wordt ook vol. Beloofd is beloofd. God bouwt zelf zijn stad!
Ja, God lost zijn beloften verrassend en uitbundig in. Ik denk aan beloften uit de tijd kort voor Ezra en Nehemia. In Zacharia 2 b.v. waar de profeet Jeruzalem in beeld krijgt als een stad waar zoveel mensen zullen wonen dat er zelfs geen muren meer omheen kun¬nen worden gebouwd. En in Zacharia 8 krijgen we het uitzicht dat de Heer weer wonen zal in zijn stad en dat op de pleinen van Jeruzalem weer oude mannen en vrouwen zullen zitten, en dat de straten weer vol zullen zijn met spelende jongens en meisjes. Een stad die bruist van leven!
Dat gaat ook met ons mee als een bemoediging. In een tijd dat we zoveel horen over teruggang en afnemend kerkbezoek en minder binding aan een kerk dan vroeger. In een tijd ook waarin het wel lijkt de kerk in de tradionele setting haar tijd heeft gehad, maar geloven weer in is, en mensen nieuwe vormen zoeken en uitproberen om dat geloof inhoud te geven en met anderen te delen – verrassend soms, ook wel op een manier die vragen oproept, maar vaak als bewijs dat de Geest alle talen spreekt, en van alle tijden is en waar die Geest werkt, waait alle een frisse wind en komt weer vuur.
De Bijbel is er glashelder over dat de Geest van God wie tot geloof komen verbindt aan Jezus en ook elkaar laat zoeken en vinden, en aan elkaar wil verbinden. Onze Heer noemt zich de goede Herder die van loslopende scha¬pen zelfs één kudde wil maken. Die mensen geeft aan elkaar om samen te geloven en op weg te gaan naar de stad die zal komen. Waar die ontelbare schare voorgoed samen is, tot eer van God.
Kerkgroei past daarom in het beleid van de Heer van de kerk.Hij wil toevoegen aan de kring zij die met ons gered worden. Dat is veel verstrekkender dan de groei waar Nehemia aan moest werken. Het was nog oude verbond. Het heil was uit de joden Vandaag wil de Here werken aan kerkgroei door zijn evangelie te laten uitbazuinen, en wie het gelooft in te schrijven in zijn stad. Dááraan werken is meer dan eigen kerk overeind houden of samen met anderen sterker worden, en ook meer dan leden werven voor welke gemeente dan ook. Het is dat zondaars zich bekeren, en de weg naar het Vaderhuis terugvinden. Het is dat ze komen van oost èn west, noord èn zuid, in Jeruzalem. Die actie zal vast en zeker slagen! En wij mogen meewerken, ook wij hier in Noord-Holland.
amen
liturgie morgendienst zondag 4 september 2016
votum en groet
zingen: Ps. 84: 1,2
wet van de Heer – NLB 310: 1-5
gebed
Schriftlezing: Nehemia 7: 1-7 en 66-72
zingen: Ps. 137: 1,2,3
verkondiging: Nehemia 11: 1-2
zingen: Ps. 69: 11
gebed
collecte
slotzang: Ps. 87: 1-5
zegen
————————————————————————————————————

Genesis 2: 15: Zorgen voor Gods wereld – als goede rentmeesters (toerustingsdienst CGK-GKV)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
Een kerkdak met zonnepanelen in de vorm van een kruis.
Zeg maar: om uit te stralen dat die kerk wil getuigen en ook duurzaam wil leven.
Het kruis als teken van de verlossing, van de wereld die Gods schepping is.

Dit is het dak van de Nederlands Gereformeerde Westerkerk in Bunschoten.
Een kerk die maar liefst 100 zonnepanelen heeft aangebracht, dia 2 die in 80%
van de jaarlijkse energiebehoefte van de kerk voorzien, over de rest staat op de website van de kerk: “De resterende elektriciteit en het gas kopen we groen
in via het inkoopcollectief “energie voor kerken’. www.energievoorkerken.nl ”

Die kerk in Bunschoten heeft net als steeds meer andere kerken in ons land het
predikaat ‘groene kerk’ gekregen, en is aangesloten bij het netwerk van groene kerken – net als de Trefpuntkerk aan het begin van onze straat en ook – ja. echt -
Hart voor Heerhugowaard dia 3;op de website staat dat Hartvoor HHW milieubewust
wil zijn: “Hart voor Heerhugowaard komt vaak samen in de Stad van de Zon. Een Co2 neutrale wijk. Ook wij sluiten onze ogen niet voor de ontwikkelingen om ons heen en staan voor een duurzame omgang met de natuur. Daarbij proberen we niet meer te nemen dan we hebben gekregen en bewust om te gaan met de middelen die ons gegeven zijn. We organiseren jaarlijks een scheppingsdag op zorgboerderij Astresia. Zo hopen we elkaar,onze kinderen en onze stadsgenoten bewust te maken van de prachtige natuur, die ons gegeven is. Daarbij geven we praktische handvatten hoe we zuinig met die natuur om kunnen gaan en iets iets te merken hoe geloof, hoop en liefde alles met de schepping te maken hebben”.

Er zijn inmiddels meer kerken met zonnepanelen op het dak – zoals de GKV Fonteinkerk in
Haarlem en de CGK Open Hof in Hillegom – of andere energiebesparende maatregelen.
Het is maar een van de initiatieven van burgers- speciaal van christenen dit keer en
van geloofsgemeenschappen – zelfs hier en daar een moskee die zich als ‘groene kerk’ heeft aangemeld – die zich zorgen maken over ons leefmilieu en over de toekomst van de aarde die God aan onze zorgen heeft toevertrouwd, en die het
niet bij woorden willen laten maar kijken wat concreet mogelijk is in en om het eigen huis of het eigen kerkgebouw om energie te besparen, voedselverspilling tegen te
gaan, zorgvuldig om te gaan met water, spullen opnieuw te gebruiken, enz. En vooral om onszelf en anderen bewust te maken van de dreigingen die het leven op onze planeet bedreigen, en de verantwoordelijkheid die we van God gekregen hebben.
dia 4
Nou, vanmiddag willen we vooral daarop inzoomen: zorgen voor Gods wereld.
Natuurlijk is het onbegonnen werk om het milieuvraagstuk in breedte en diepgang
te bespreken in deze ene preek, laat staan allerlei oplossingen aan te dragen, en
al helemaal niet een bepaald gedrag af te spreken of op te leggen, over hoe vaak
je mag douchen per week, en over in welke auto je wel of niet mag rijden, en of
je wel vlees mag eten, en of elke christen en elke kerk het dak moet volzetten met zonnepanelen, en zo kan ik nog wel even doorgaan met allerlei concrete dingen.

Daar is het veel te complex voor, want is elke groene stroom wel echt zo groen,
en is het fabriceren van zonnepanelen niet ook milieubelastend en leveren die
windmolens wel echt wat je ervan verwacht en wat als een windmolen zijn dienst
gedaan heeft, en helpt gescheiden inzamelen van afval echt – genoeg vragen.
Bovenal: het is ieders eigen verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan
een beter, schoner, zuiniger, omgaan met wat niet onze maar Gods wereld is.
En dat met dankbaarheid voor zoveel dat God geeft en in het volste vertrouwen
dat de Schepper niet loslaat wat Hij zelf gemaakt heeft – en ons toevertrouwt.

Een heel actueel thema natuurlijk, met alle onderzoeken en discussies over de
opwarming van de aarde, klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, en tegelijk het opraken van de fossiele brandstoffen en het zoeken naar alternatieven daarvoor.
Geen wonder dat er veel over te doen is en veel over geschreven wordt, ook vanuit
christelijk perspectief, dat er diverse klimaatconferenties gehouden worden,en dat de paus er een encycliek aan heeft gewijd (Laudato si), dia 5 met goede Bijbelse lijnen en allerlei praktische handreikingen, vanuit datzelfde dat deze wereld Gods wereld is.
Juist deze week – afgelopen vrijdag 1 september – was weer de gebedsdag voor de schepping, en heeft de paus aan de eeuwenoude 7 werken van barmhartigheid een
achtste toegeveogd – zorg voor de schepping – om het belang ervan te benadrukken.

dia 6 Zorgen voor Gods wereld – als goede rentmeesters

In de aankondiging is gezegd dat het vanmiddag zou gaan over ‘rentmeesterschap’.
Een misschien wat verouderde term maar toch wel bruikbaar voor de plaats en de taak die de Schepper gaf aan de mens die Hij als kroon op de schepping maakte.
We kennen de rentmeester niet meer zo, maar het was en is nog hier en daar een functionaris die in dienst van een grootgrondbezitter of kasteelheer zijn bezittingen moet beheren, moet zorgen dat alles goed wordt onderhouden, dat het financieel
op orde is,. en die daarvoor aan de eigenaar verantwoording moet afleggen.
In de Bijbel vertelt Jezus een gelijkenis over een rentmeester die dat niet goed deed en daardoor ontslagen werd maar wel zo slim was om zichzelf ertegen in te dekken.
En in de gelijkenis van de talenten krijgen drie knechten een bedrag mee om ermee aan de slag te gaan en als de heer terugkomt er verantwoording van af te leggen.
dia 7
Nou, toen God de mens schiep, werd die mens als rentmeester aangesteld met de taak om de proeftuin die God had aangelegd te bebouwen en te verzorgen, als -
wordt verteld toen de mens geschapen werd – Gods evenbeeld om namens God
te ‘heersen’ over de vissen en de vogels en de landdieren, als zijn zaakwaarnemer.
Wat is zoals die rentmeesters die voor hun baas het bedrijf moeten runnen of het landgoed beheren,alsof het hun eigen zaak is, maar het is de zaak van hun baas.
En dus is dat ‘heersen’ niet uitbuiten, verwoesten, leegplunderen, maar beheren.

Ik las: “Wij moeten de aarde gebruiken, ontginnen, ontwikkelen, bewaren en bebouwen. In al die aktiviteiten blijkt dat de natuur niet onze dienares is, maar Gods rijksgebied, waarover de mens zich rentmeester mag weten. Hij moet zich dan ook inzetten voor het behoud van de schepping”, en. “We zijn rentmeester: God is Eigenaar, de mens is slechts beheerder. Hij moet goed passen op de goederen van zijn Heer….Wie vandaag streeft naar schone rivieren, gezonde bossen en een zuivere atmosfeer, is als een verstandig rentmeester bezig. Een goed milieubeheer levert stof voor de lof op God, onze Schepper. Als de industrie terwille van de winst alles vervuilt is ze een vervuilende rentmeester.”
dia 8
Ja, en bij rentmeester zijn hoort ook verantwoording schuldig zijn en moeten afleggen
voor de manier waarop we zijn omgegaan met wat God ons heeft gegeven, ieder persoonlijk en ook wij als mensen samen, en dat is heel breed en gaat diep: ons eigen leven, ons lichaam en onze gezondheid, maar ook ons ziek-zijn; hoe we zijn omgegaan met onze man of vrouw, onze kinderen;hoe we ons werk gedaan hebben; wat we deden met ons eten, onze spullen, onze huisdieren, en noem alles maar op.

Niet om ons bang te maken maar wel om ons te leren bewust te leven en bewust om te gaan met wie en wat onze God ons in bruikleen gaf: om ervan te genieten maar ook om ervan te delen met anderen – we zijn ook voor elkaars geluk geschapen -
en oog en hart te hebben voor onze medeschepselen mensen, dieren, planten…..

Ik vond mooi wat ik in een artikel tegenkwam dat als het gaat om een milieubeheer vanuit Bijbels perspectief, dat het begint met bewondering en verwondering: over die prachtige schepping van God, en de wijsheid en grootheid van de Schepper, zoals
in Psalm die begint en eindigt met: HEER, onze Heer, hoe heerlijk en verheven hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven – en dan kijk je anders naar jezelf en de mensen om je heen, naar vogels, vissen, dieren, lucht en water – en ga je er ook anders mee om, draait niet alles om winst, om economie, om zo snel mogelijk van A naar B komen, om een carrière met steeds meer loon, om marktwerking – maar ben je erop uit om te leven als beeld van God die zijn liefde en goedheid weerspiegelt en in dat ‘bewerken en bewaren’ wil lijken op zijn zorgzame en liefdevolle Vader.

Dat dat niet meer als vanzelf zo is, komt natuurlijk door wat er al snel mis ging met de mens en daardoor ook met de rest van Gods schepping, namelijk de greep naar de macht van de mens die zich liet wijsmaken dat hij als God kon worden, en dus niet meer de verantwoordelijke zorgzame rentmeester maar de eigenaar die denkt met eigen leven en leefwereld te kunnen doen wat hem zelf het beste uitkomt, met ook nog vaak alleen korte-termijn-voordeel voor ogen, zonder de wijsheid van verder kijken dan eigen leven en omgeving, eigen carrière en eigen bankrekening – want dat als God willen zijn gaat samen met het zelf denken te weten en zelf wel zullen uitmaken wat goed en kwaad is, en dan vooral voor mijzelf en wie bij mij horen.
Iemand schrijft: “de hebzucht en de zelfzucht van de mens zijn de wortel van het
milieuvraagstuk” – Paulus zei het al: de wortel van alle kwaad is de geldzucht.
dia 9
Het is ook heel kortzichtig, waar Jezus ons de ogen voor opent in de bergrede: je denkt vrij te zijn en zelf te bepalen wat je met je leven en je spullen doet en laat, maar voor je het weet ben je er juist een slaaf van, en dan noemt Jezus vooral de macht van geld en bezit – het krijgt zelfs een naam (mammon) – die mensen in de greep heeft en opjaagt en ook veel zorgen en stress oplevert: wat zullen we eten en drinken, hoe komen we aan geld voor kleding, wat wordt de volgende vakantie, en hoe gaat het met mijn pensioen, en hoe vind ik een baan, en zo zijn er nog een hele
serie zaken en ook zorgen waar een mens helemaal door beheerst kan worden – en dan zegt onze Heer: doe dat niet, laat je niet daardoor beheersen en tot slaaf maken,
want je bent geen slaaf maar zoon of dochter van een Vader die weet wat je nodig
hebt en die voor je zal zorgen, maak je niet bezorgd alsof je het leven in eigen hand hebt en je toekomst moet veilig stellen – leef bij de dag en leef uit Gods trouwe hand.

Dan kun je ook rust inbouwen – b.v. op de zondag, en als je vakantie hebt – tijd maken om te genieten van elkaar en van zoveel moois en goeds dat om je heen is -
en ga je ook anders om met teleurstellingen, met ziekte, met geen betaald werk – met niet meer kunnen of hoeven werken – en het geeft vertrouwen en hoop en moed.
Het lijkt tegenstrijdig als het gaat over zorgen voor de schepping, voor het milieu: maak je geen zorgen voor morgen, leef bij de dag, vertrouw het maar aan God toe.
Alsof we Gods water over Gods akker laten lopen, en het onze tijd wel duren zal.

Maar dat is niet de bedoeling want Jezus zegt ook dat we gericht moeten zijn en ons zullen inzetten voor Gods koninkrijk en voor zijn gerechtigheid, en dat staat juist haaks op alleen maar eigen belangen en pleziertjes najagen, en voor korte-termijn winst en plezier gaan – Gods gerechtigheid, dat is ook opkomen voor wie in de knel zitten, voor vluchtelingen, voor wie onderdrukt worden, voor wat zwak en kwetsbaar is, en ook zorgen dat dieren niet uitsterven vanwege winst voor stropers of door een steeds verdere ontbossing en oprukkende industrie, dat auto’s schoner worden, dat
we een wereld nalaten aan onze kinderen en kleinkinderen waarin het goed leven is.
En Jezus waarschuwt ook dat we geen schatten op aarde moeten verzamelen, alsof er niet meer is en niet komt dan wat we in ons korte leven hier op aarde bij elkaar kunnen werken en sparen, terwijl we allemaal weten dat het hier een keer ophoudt.
dia 10
Geweldig om te mogen uitkijken naar een nieuwe wereld waar gerechtigheid zal wonen en vrede is, vrede die meer is dan geen oorlog meer en geen conflicten meer en ook geen milieuschade meer en geen vluchtelingencrisis – dat zal al wat zijn – maar vrede in de volle zin van het woord: harmonie, heelheid, echt helemaal gaaf!

Dat vooruitzicht maakt dat je ook meer ontspannen kunt omgaan met al die lastige
problemen die op ons af komen als het om het milieu gaat, want je beseft dat wij wel verantwoordelijkheid hebben voor Gods wereld, voor ons leven en onze omgeving,
maar dat wij niet in staat zijn om op eigen kracht een schone, veilige, vredige wereld voor elkaar te organiseren of te regeren of te demonstreren – dat we alleen maar trouw moeten zijn met ons is toevertrouwd – doen wat onze hand vindt om te doen.
Verder mogen wij het aan God overlaten, dat maakt niet zorgeloos wel ontspannen.
Want het is uiteindelijk niet onze wereld maar de wereld van God, een wereld die zolang bestaat als God wil, totdat die nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen komen.
dia 11
Zonnepanelen in de vorm van een kruis, daar zit een mooie boodschap in: dankzij het kruis van Jezus – die Gods wereld kwam redden, omdat God zijn schepping liefheeft – dankzij dat kruis schijnt nog altijd de zon, de zon van Gods genade – over onze vaak beschadigde levens en over een door onze schuld geschonden wereld -
en dankzij die zon geeft God ons elke dag de energie om voor Hem te leven, en om voor elkaar en voor zijn wereld te zorgen, totdat de grote zomer komt en de hemel en de aarde stralende worden en puur, en als God alles zal zijn in alles en iedereen.

Aan ons om ieder op eigen plek zorgzaam te zijn, en trouw, als goede rentmeesters.
Zodat de Heer straks zal zeggen: goed gedaan, mijn zoon, mijn dochter, je heb trouw gezorgd voor wat Ik jou toevertrouwde, welkom op mijn feest!

amen

liturgie toerustingsdienst (middagdienst)
welkom
zingen: Gz. 444: 1,2,3 LB
stil gebed
(gezongen) votum en groet
zingen: Ps. 24: 1,2,3 LB
gebed
Schriftlezing: Gen. 1: 26-31 en 2: 5-22
zingen: Ps. 8: 3,4,5,6
Schriftlezing: Matt. 6: 19-34
zingen: Gz. 38: 1,2,3, GK
verkondiging: Genesis 2:15 ‘Zorgen voor Gods wereld – als goede rentmeesters’
zingen: Gz. 288: 1,4,5 LB
geloofsbelijdenis
zingen: Gz. 288: 8 LB
gebed
collecte
zingen: Ps. 89: 1,5,6
zegen
amen: Psalm 89 laatste regel

Nehemia 6: 15-16 en 12: 43: God bouwt zelf zijn stad af

Gemeente van Christus, broeders en zusters, jongens en meis¬jes,

dia 1

Gelooft u er nog in? Zie jij er nog wat in? Ik bedoel: dat het wat zal worden met wat de Heer belooft ? Dat het echt zal gaan komen, dat lang beloofde koninkrijk van God? Dat we op weg zijn naar een nieuwe aarde, van vrede en alleen maar geluk. De apostel Petrus heeft bijna 2000 jaar geleden al geschreven over twijfel daaraan en ongeloof daarin. Toen al waren er mensen die er niet meer in geloofden en hun schouders ophaalden: Hij heeft toch beloofd te komen? Waar blijft Hij nu? Alles blijft toch eigenlijk bij het oude?

Wij zijn bijna 2000 jaar verder. En nog altijd is Jezus niet terug en deze wereld lijkt steeds minder op die wereld van vrede en recht waar het goed wonen is. Zijn we wel een stap verder gekomen? Zie je al iets van die stad die God heeft ontworpen en waaraan Hij zou bouwen? Of is het eigenlijk steeds weer terug naar af? Breekt het God en wie van God zijn elke keer bij de handen af? Zie je niet alleen maar meer versplintering van de christenheid? Wordt de wereld er niet steeds harder en gewelddadiger op? En als ik naar m’n eigen leven kijk, groei ik dan in mijn geloof of blijft het heel m’n leven alleen maar tobben en vechten en twijfelen? Kortom: komt het echt een keer zover dat het doel van God met ons en met zijn wereld is bereikt? Komt zijn stad ooit af?

Je kunt het ook dichterbij halen: naar wat we hier en nu willen en doen, b.v. in een
bijna weer te beginnen nieuwe werkperiode, schoolperiode, kerkelijk seizoen – en
wat al te vaak met alle goede bedoelingen niet van de grond komt of stroef gaat of bij de handen afbreekt – het kan erg teleurstellend zijn en leiden tot cynisme en
een houding van dat het allemaal vergeefse moeite is en toch niks worden zal.

De Bijbel is een levensecht boek. Een boek dat ons vertelt van strijd èn overwinning, van twijfel en uitzicht, van vallen en opstaan en toch weer doorgaan, van hoop en vrees. Een boek vooral dat moed geeft omdat we een God hebben die nooit opgeeft, en een Heer die ons met Hem laat overwinnen.

dia 2
God bouwt zelf zijn stad af:
1. daar vertrouwde Nehemia op;
2. dat moet zelfs de vijand erkennen;
3. dan kan het feest beginnen.

dia 3 1. God bouwt zelf zijn stad af: daar vertrouwde Nehemia op.

Heb je het wel eens meege¬maakt? In een straat waar je elke dag langs moet, wonen een paar sterke vervelende jongens. Vaak wachten ze je op om je bang te maken en lastig te vallen. Ze trekken aan je fiets, ze rijden je klem, ze dreigen dat ze je wel eens in elkaar zullen slaan. Ze hopen dat je bang voor ze wordt en gaat huilen. En dan opeens, op een dag, staan ze er weer, maar nu doen ze vriendelijk: ga maar met ons mee, dan praten we het uit. Wat doe je? Zijn ze echt aardig? Of willen ze je kwaad doen? Als je slim bent, ga je niet zomaar mee. In elk geval niet alleen.

Nou , Nehemia trapte er niet in. Zijn vijanden sturen hem een uitnodiging om met hen te komen praten over hun ruzie. Maar Nehemia heeft hen door:”ze hadden weinig goeds met me voor” . Tot vier keer toe proberen ze het, maar elke keer weer
krijgen ze nul op het rekest: ik heb belangrijker werk te doen, jullie willen me alleen maar van dat werk afhouden, en me zelfs uitschakelen zodat heel het werk stil komt te liggen, ik kan echt niet komen.

En Nehemia heeft gelijk. Als hun plannetje in duigen valt, gaan zijn tegenspelers frontaal in de aanval. Ze zeggen: die Nehemia en de Joden die met hem meewerken zijn van plan tegen de koning in opstand te komen. Ze zijn uit op een eigen staat en Nehemia wil koning worden! Hoe ze erbij komen? Een typisch voorbeeld van hoe roddel werkt: dat verhaal gaat, en Gesem zegt het ook… U weet wel: heb je het ook gehoord…nee, ik heb het niet van de eerste de beste…die en die zegt het ook.”Uit doorgaans betrouwbare bron…”. Of het waar is, weten we niet, maar we willen er graag met je over praten, Nehemia!

Wat er achter zat? Dat is niet zo moeilijk te raden. Daar begint dit hoofdstuk mee. Het werk aan de muur kwam langzaam maar zeker klaar. De bressen waren allemaal al dicht. De muur kwam op hoogte. Eigenlijk moesten alleen de poortdeuren er nog in. Daarmee kregen de vijanden ongelijk. Wat hadden ze gespot: dat wordt helemaal niks met die muur; de stenen die er liggen zijn onbruikbaar geworden door de brand; en ook al stapelen ze die stenen op elkaar, als een vosje er tegen op springt, zakt de hele zaak in elkaar als een kaartenhuis. stop er toch mee! Maar nu staat de muur weer als een huis. En alle tegenwerking was mislukt.

Geven ze het dan nu eindelijk op? Erkennen ze hun nederlaag? Nee, geen sprake van. Ze gaan er juist extra fel tegen aan, en ze richten hun pijlen vooral op Nehemia. Als ze die van het toneel kunnen laten verdwijnen, dan durft de rest ook niet meer. Zonder de leider komt er niks terecht van het werk. En valt de gemeenschap uit elkaar. Zoals vaak de tactiek is bij conflicten: verdeel en heers, wantrouwen en angst zaaien, en wie voorop lopen proberen onderuit te halen of verdacht te maken.
Nou, en wat doe je dan? Weglopen? De moed maar opgeven, en je maar laten meedrijven? In paniek raken: wat moet dat toch worden? Of denk je dat je er wel tegen kunt: laat ze maar komen, ik sta mijn mannetje wel. Wij zijn niet bang want wij kunnen wel tegen een stootje. Of: we zien wel hoe het afloop, onze tijd duurt het wel.

Maar niets van dat alles bij Nehemia. Geen paniek bij deze persoonlijke aanval: wat moet dit worden, hier kan ik niet meer tegenop! Ook geen stoere zelfverzekerdheid: ik lust ze rauw, laten ze maar komen! Nee, wel een gebed om kracht en moed van omhoog. Een kort gebed maar. Haast een schietgebed: sterkt U mijn handen. De vijand deed er alles aan om de handen van Nehemia en zijn mensen slap te maken zodat er niks meer uit hun vingers kwam. Zodat ze het verder voor gezien zouden houden. Het bedreigt gelovigen altijd weer: moedeloosheid, er geen gat meer in zien en geen zin meer in hebben, het allemaal te veel moeite vinden en klagen dat het je zoveel kost. In de brief aan de Hebreeën krijgen we de aansporing: “Hef daarom uw slappe handen op, strek uw knikkende knieën, en kies rechte paden”. (Heb. 12:12)
Dat is wat Nehemia hier doet. Hij zoekt zijn kracht bij de Here. Hij bidt om moed en doorzettingsvermogen. En Hij vertrouwt erop dat de Here dat gebed zal verhoren. Dat God zelf zijn stad afbouwt!

De schrik kan je om het hart slaan als je ziet wat speelt in de wereld om ons heen
met al die aanslagen en andere gevaren die op d eloer liggen, maar ook met allerlei gepraat en gedoe, tot in de kerk toe, en zoveel dat het geloof in Gods zaak en zijn
toekomst onder druk zet. Zeker ook als je eraan denkt hoe vaak je zelf twijfelt en geen antwoorden hebt op zoveel vragen om je heen en in jezelf.De vijand blijft bezig ons bang te maken. Ons in paniek te laten komen. Ons aan te praten dat het ook niet meer houdbaar en haalbaar is waar je altijd voor hebt gestaan en in hebt geloofd. Dat het toch wel erg moeilijk wordt te blijven geloven in dat rijk van God.

Het enige wat dan overblijft als bidden als Nehemia: nu dan, sterk mijn handen, Here God, machtige Vader. En dan vertrouwen op grond van de beloften van de Here dat zijn stad klaar zal komen, dat we een heel nieuwe aarde te verwachten hebben. En als ze vragen ‘geloof jij er nog in?’, als je er mee tobt: ‘zou het allemaal wel waar zijn’? – houd dan Jezus in het oog, bidt om de kracht van de Heilige Geest, grijp naar Gods Woord. En sta open voor elkaar en steun elkaar, liefdevol, hoopvol.

dia 4 2. Zelfs de vijand moet erkennen dat God zijn stad afbouwt.

Ik kom nog even terug op dat voorbeeldje van die vervelende grote jongens die je lastig vallen en je bang willen maken. Je bent zelf een kop kleiner en je kunt geen vuist maken. Maar als je vader met je meefietst of je grote broer, dan durven ze
niet. Ze weten wel dat ze het dan zullen verliezen en ze laten je gaan. En jij voelt je ineens een stuk sterker. En veilig!

Nou, dat overkwam ook die vijanden van Nehemia en wie met hem meebouwden. Alle listen en trucjes om daar een stokje voor te steken was op niets uitgelopen. En nu -na 52 dagen al- was het werk klaargekomen. De muur stond. De poortdeuren zaten er in en konden open en dicht.De stad was weer een veilige stad. Dan blijft maar één conclusie over: dat moet komen omdat hun God hen geholpen heeft. Eigenlijk wel beschamend dat je dat moet horen van buitenstaanders, van vijanden zelfs. Wij zijn geneigd eerst te kijken naar allerlei logische verklarin¬gen voor dingen die gebeuren. We bidden wel om hulp en om bescherming, om genezing, om goede resultaten op school, maar als het dat goed gaat, zeggen we dan ook: de Heer heeft ons geholpen, of blijft het bij: ik heb m’n best gedaan, het is gelukkig meegevallen, ik had een goede dokter….Deze vijanden konden er niet omheen: die God van hen is ons te sterk…daar valt niet tegen te vechten.

Die erkenning kwam er wel pas door veel schade en schande. Dit hoofdstuk vertelt eerst nog van een laatste gemene poging om Nehemia onderuit te halen en zijn leiderschap te ondermij¬nen. Het lukte de vijand volksgenoten van Nehemia om te kopen en zelfs mannen en een vrouw die doorgingen voor profeten voor hun karretje te spannen. Nehemia werd gewaarschuwd dat ze hem zouden vermoorden: ga maar met me mee, in de tempel ben je veilig…Zou Nehemia daarop in zijn gegaan, dan zouden ze hem van lafheid beschuldigd hebben en vooral van overtreding van de wet van Mozes: je bent geen priester en wat doe jij dan in dat heilige van de tempel? Zo wilden ze Nehemia zwart maken en zijn gezag bij het volk ondermijnen.

Maar Nehemia doorzag ook dit slimme plannetje. Hij stelde die zogenaamde profeten aan de kaak als vals, onecht. Ze deden of ze een boodschap van God hadden, maar in werkelijkheid speelden ze onder één hoedje met de vijanden van God. De Here had ze niet gestuurd maar ze lieten inhuren voor geld. Daarom liet Nehemia zich niet opjagen en bleef rustig aan zijn werk. En tegen wil en dank moesten de tegenstanders van het werk aan de muur erkennen dat de Heer had geholpen. Het staat er letterlijk nog scherper: dit werk is door de Heer tot stand gekomen. Ze hadden het gemerkt dat God voor zijn volk gestreden had, en dat tegen die machtige God niet te vechten valt. Dat geeft moed voor de toekomst!

Wat een bemoediging als je het met die machtige God wil wagen, als je van Hem kracht en hulp verwacht! We hoeven ons niet te laten imponeren en intimideren, alsof we het toch moeten verliezen en het zelfs al lang verloren hebben en het met die zaak van God en zijn kerk toch niks zal worden, en Gods dag toch nooit komt.
Maar klamp je er maar aan vast dat Jezus allang overwonnen heeft, dat Hij leeft.
Hij is de echte Heer van de wereld. Als vijanden dat al moeten erkennen, zouden wie vrienden zijn, kinderen zelfs van Vader in de hemel, dan twijfelen en de moed verliezen? Als je zo’n machtige Vader bij je hebt, danvoel je je toch sterk? Niemand kan het toch van Hem winnen?

dia 5 3. Als God zijn stad afbouwt, kan het feest beginnen.

We hebben gelezen hoe de weer opgebouwde muur feestelijk werd ingewijd. Ze bouwden een groot feest toen de wederopbouw van de stad was afgerond. Een feest om de dankbaarheid aan de Here te vieren, met een heleboel offers en uitbundige zang en muziek.Iedereen deed mee, mannen en vrouwen en kinderen. Zelfs zo’n groot en blij feest werd het dat ze ervan hoorden tot ver buiten Jeruzalem. Het zal een schitterend gezicht zijn ge¬weest: twee grote zangkoren, samen met koperblazers en citer¬spelers en nog meer muzikanten boven over de muur, en maar zingen en spelen! Een feest waar de blijdschap vanaf spatte.

Zouden wij dan niet blij zijn? Zingen? Muziek maken? En ons leven wijden aan de Heer, als een dankoffer? Want onze Heer Jezus is toch de overwinnaar? We zijn toch op weg naar zijn bruiloft? Nu zijn er nog wanklanken. Tranen. Moeten we nog huilen. Doen we nog zonde. Maar de dag komt dat de bazuinen zullen klinken.
De stad is klaar. Het feest kan beginnen.

amen

liturgie morgendienst

votum en groet
zingen: Lied 294: 1,2,3,4,6
wet
zingen: Gz. 156: 1-4
gebed
Schriftlezing: Neh. 6:1-13
zingen: Ps. 118: 2,4
Schriftlezing: Neh. 12: 27-43
zingen: Ps. 118: 1,10
preek over Neh.6: 9, 15-16; 12:43
zingen: Gz. 111 = Opwekking 71
gebed
collecte
slotzang: Gz. 115 – herdichting A.F. Troost

1. Nooit kan ‘t geloof te veel verwachten,
zeker is al wat Christus zei.
Vrienden zijn zwak, beperkt hun krachten,
maar niet een vriend zo sterk als Hij.
Wat zou zijn zeggingskracht beperken?
Het groot heelal is zijn domein.
Wat Hij met liefde wil bewerken,
kan in een oogwenk zichtbaar zijn.

2. Die hoop moet al ons leed verzachten.
Kom, reizigers, het hoofd omhoog.
Voor hen die het van Hem verwachten,
zijn bergen vlak en zeeën droog.
stad, hemelhoog, haast niet te meten,
vol vrede die het leed verbant.
daar is de reis voorgoed vergeten,
daar is ons huis, het vaderland!

zegen
zingen: Lied 456: 3

Nehemia 5: 1-13 : Vrede door recht (avonddienst CGK-GKV)

liturgie avonddienst zondag 14 februari 2016

Gemeente, broeders en zusters, jongens en meisjes,

U bent vast wel eens in een kasteel geweest. Als kind vond ik dat altijd erg spannend. Zo’n groot kasteel met van die hoge dikke muren, met een gracht eromheen en een ophaal¬brug. Je kunt er mooie boeken over lezen, over rid¬ders en vechten.

Zo’n kasteel werd soms door vijanden belegerd en aangevallen.
Het viel niet mee binnen te komen. De dikke muren konden heel wat hebben, en boven op de muur stonden de verdedigers, met pijlen en brandend pek. En je moest ook nog door die gracht! Achter die muren waren ze aardig veilig. Als ze maar bleven opletten en vooral ook hun kasteel samen bleven verdedigen.

Maar stel nou eens dat ze in dat kasteel ruzie kregen met elkaar. Dat de vijand voor de poort lag en dat de bewoners van het kasteel – of van een belegerde stad – elkaar de hersens insloegen. ¬Nou, dan heeft die vijand natuurlijk een erg gemak¬kelijke prooi. Hij hoeft alleen maar rustig af te wachten. Net zo lang tot ze binnen elkaar hebben afgeslacht, of het niet langer met elkaar uithouden en maar naar buiten komen om zich aan de belegeraars over te geven.

Dan zijn we meteen bij Nehemia 5. In de vorige hoofdstukken hebben we sterke staaltjes gezien van samen de schouders eron¬der en samen er tegenaan.Schouder aan schouder en dag en nacht stonden ze te werken aan de muur, rijk en arm, jong en oud. Zelfs met een zwaard of een speer onder handbereik. Ondanks loerende vijanden. En de muur werd al sterker en hoger, en de stad steeds veiliger. Het leek werkelijk toch te gaan lukken!

Maar dan kruipt ineens een gevaar omhoog dat veel dichterbij is en dat van binnenuit komt. Ineens blijkt de vijand achter de schermen ook binnen de muren te zijn. Wat satan niet was gelukt via de vijand buiten, dan lijkt hem wel te lukken door een giftige splijtzwam binnen het volk zelf. Om het te zeggen met wat in Hebr.12 staat: verbittering die opkomt als onkruid en onrust veroorzaakt en de hele gemeente vergiftigt. Als God dat onkruid niet uitroeit, lukt het de vijand toch nog er weer een puinhoop van te maken. Niet alleen toen maar steeds ¬weer. Dat het toch goed afloopt is alleen aan de Here te danken. De verrassing van dit verhaal is dat ze aan het eind allemaal hun amen zeggen. Dat ook deze bres die geslagen werd, is gedicht.

Vrede door recht

1. tot zegen van de gemeente;
2. uit respect voor de HEER;
3. als getuigenis aan de wereld.

1. Vrede door recht – tot zegen van de gemeente.
Dit hoofdstuk lijkt uit de toon te vallen, tussen ¬hoofd¬stuk 4 en hoofdstuk 6.In hoofdstuk 4 ging het over samen bouwen aan de muur, ondanks de hete adem van de vijand in de nek en met troffel en zwaard. Het lukte de tegenstanders van de wederop¬bouw van de stad niet het werk ongedaan te maken, wat ze ook probeerden. God verij¬delde steeds hun boze plannen. Onze God zal voor ons strijden, had Nehemia gezegd, en dat was echt zo. Dat merkten ze steeds weer. Daarom kan hoofdstuk 6 vertellen dat de muur – binnen 52 dagen zelfs (nog geen 2 maanden) klaar kwam. Zelfs de vijanden moesten erkennen dat dit werk gedaan was met de hulp van de God van Israël. Voor Hem alle eer-toch!

Daar zit de geschiedenis tussen die vanavond onze aandacht vraagt. Op de valreep dreigde toch nog het werk te stagneren en zelfs te mislukken, en dat niet door dreiging van buitenaf maar door tegenstellingen en conflicten in eigen kring.Ter¬wijl de bressen in de muren van de stad bijna allemaal dichtgemaakt zijn, ontstaan er scheuren in de gemeenschap van de mensen die achter die muren wonen.Kunnen ze niet meer door één poort¬deur.

Het is niet zomaar wat: er ontstond een groot geroep van het volk. Een geschreeuw, staat er letterlijk. Echt een geweldige protestbeweging. Veelbetekenend staat er bij: met hun vrouwen. Dan is er echt wel wat aan de hand, als zelfs de vrouwen, de moeders, de straat op gaan. Maar het gaat dan ook om wat elke dag heel dichtbij is en elke morgen weer met volle vaart op je af komt. Om brood op de plank. Om eten en kleren voor de kinderen. Om een stapel rekeningen die steeds groter wordt en die je niet kunt betalen. Om steeds verder achterop raken en helemaal in de tang komen. Om geen toekomst voor je kinderen.

We weten niet precies wat precies de oorzaken waren voor de malaise. Het had misschien te maken met dat werk aan de muren zodat het werk op het land bleef liggen. Het kan ook zijn – en dat ligt meer voor de hand – dat er droogte was en misoogst. In elk geval zijn er die niet genoeg hebben om hun grote gezin te eten te geven. Anderen kunnen nog wel aan eten komen maar ze moeten daar leningen voor afsluiten en hypotheken voor nemen, tegen hoge rente, met het gevaar dat ze straks als ze niet kunnen aflossen, hun land en zelfs hun huis, kwijt zijn. En dan zijn er die geld hebben moeten lenen om de belasting die ze aan de Perzische overheid schuldig zijn, te betalen. Meer dan één zit er zo diep in dat zelfs z’n kinderen als slaaf of slavin in dienst zijn van zijn schuldeisers.

Gemeente, en dat speelt zich allemaal af bij Gods volk. Het protest betreft ‘hun Joodse volksgenoten’. ‘Hun broeders’, staat er letterlijk. Ze zeggen dat ook in hun klacht: wij zijn van hetzelfde vlees en bloed. Familie van elkaar. Eén kerkvolk. Vandaar ook de verontwaardiging van Nehemia als hij het alle¬maal hoort en op zich laat inwerken: wat jullie doen, is niet goed. Samen net vrijgekomen uit de slavernij van de balling¬schap, wordt de ene Judeeër slaaf van de ander. Zo ga je toch niet met elkaar om? Dat is niet goed. Schadelijk voor de gemeenschap. Een tweedeling waar eenheid zou moeten zijn. Een kloof tussen rijk en arm inplaats van samen delen. Als hier niet wat aan wordt gedaan, als geen recht gedaan wordt, dan is er geen toekomst voor de stad van God en voor het volk van God. Dan wordt het niets met die vrede voor Jeruzalem. En heeft de vijand zijn doel be¬reikt!

Zo vaak zien we dat gebeuren. Dat breuken geslagen worden in de gemeenschap en dat de kerk schade lijdt door tegenstellin¬gen en groepsvorming, door kleinere en grotere conflicten. Terwijl het voor de Heer geen verschil maakt of je rijk bent of arm, baas of knech¬t, hebben standsverschillen en inkomens¬verschillen eeuwen¬lang ook binnen de kerk een schadelijke rol gespeeld. En wat blijkt het telkens weer moeilijk als broeders en zusters goed met elkaar om te gaan, elkaar helemaal te accepteren, elkaar waar nodig vergeving te vragen en te geven.

Nehemia pakt het onrecht – want dat is het!- echt aan. Hij houdt niet een collecte voor die arme mensen die geen eten kunnen kopen en hij deelt niet pannetjes soep of kleren uit, maar hij doet het kwaad weg uit het volk. De schulden worden kwijtgescholden. Akkers en wijngaarden en huizen die in onderpand waren gegeven, komen terug bij de wettige eigenaars. Afgesproken wordt elkaar te helpen en niet aan elkaar te verdienen. Je bent toch niet voor niets broer en zus van el¬kaar? Je bent toch aan elkaar gegeven om elkaar te steunen?

Dat is nog altijd zo. In het bevestigingsformulier van de diakenen binnen de GKV staat: “in de gemeente van Christus mag niemand ongetroost leven onder de druk van ziekte, eenzaamheid of armoede”. Zeg er maar bij: en ook niet onder de druk van onbeleden zonden en onopgeloste conflicten. Dat is geen leven. Daar verzuur je bij. Daar wordt je eenzaam en verbitterd van. Daarom moeten we er samen wat aan doen. Wat kan het een lelij¬ke scheur trekken door de gemeente, als er zijn die zich aan de kant geschoven voelen, die niet mee kunnen doen en niet mee kunnen komen, die dreigen te vereenzamen. Wat een kras kan dat trekken over je leven met de Heer en wat kan het je moei¬lijk maken je plekje in de gemeente in te nemen, als je elkaar niet recht in de ogen kunt kijken en elkaar liever ontloopt. En wat een zegen voor heel de gemeente als er aandacht is voor elkaar, en zorg. Als wie zwak zijn en extra zorg en hulp nodig hebben, die krijgen, zodat ze volop kunnen delen in de vreugde van Gods volk (dat laatste staat in datzelfde formu¬lier). Als we elkaar de hand toesteken en bereid zijn de ander dat eigen plekje te gunnen, om te beginnen een warm plekje in ons hart. Goed om daarmee samen bezig te zijn en te groeien in echte liefde. Om elkaar door die liefde te dienen, van harte!

2. Vrede door recht – uit respect voor de Here.
Er is meer in de tekst dan het verwijt aan die rijke mensen dat ze onmenselijk en hardvochtig zijn opgetreden. Nehemia is ook maar niet een wijze bestuurder die een dreigende volksop¬stand in de kiem smoort door scheefgroei recht te trekken.

Nee, wat Nehemia doet is zijn volksgenoten – en zichzelf net zo goed (ook ik, zegt hij in vs.10) – eraan herinneren dat ze elke dag leven in nabijheid van de Here. Zult u niet wandelen in de vrees voor onze God? zegt hij. Hebben jullie dan geen ontzag voor God? Wat gebeurd is, is niet naar Gods wil. Dat geschreeuw van die wanhopigen is ook opgevangen in de hemel. De Heer neemt dat hoog op als er onrecht is en als mensen het slachtoffer dreigen te worden van kil eigenbelang en keiharde business. Stille maar vaak schrijnende armoede in een rijk land als Nederland, reken maar dat de Here dat merkt en dat Hij er verdrietig en boos over is als niemand er aandacht voor heeft en bereid is er wat aan te doen. En dat er zulke grote tegenstellingen zijn tussen rijk en arm in deze wereld, zou de Heer dat niet merken? Zoals de Here er ook verdriet van heeft als wij met niet beleden zonden doorleven. Als conflicten niet worden opgelost en we niet bereid zijn elkaar te vergeven.

De Heer vrezen, respect voor God tonen, dat heeft heel concreet te maken met het doen van wat Hij aan geboden heeft gegeven, juist ook voor hoe we met elkaar zullen omgaan. U weet wel hoe Jezus ons leert waar het in de geboden van zijn Vader uiteindelijk om draait: de Heer je God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. De Heer heeft met het oog op die naaste heel duidelijke regels gegeven over de zorg voor armen en anderen die speciale zorg nodig heb¬ben. We hebben een paar voorbeelden daarvan gelezen uit Deut.15. De Heer zegt daar dat bij zijn volk, in zijn kerk, armoede eigenlijk niet voor mag komen. Niemand mag zijn hart afsluiten en dus ook niet zijn portemonnee voor wie dringend hulp nodig heeft. Integendeel: je moet je hand wijd open doen en geven, of lenen, en als die ander niet kan terugbetalen wat hij heeft geleend, hem na verloop van tijd zijn schuld kwijtschelden. De ene broeder moet ook niet de ander die geld of goederen nodig heeft, die laten terugbetalen met een flinke rente. Dat hoeft ook niet, want je mag erop rekenen dat God je belonen zal.

Natuurlijk kunnen we dat niet zomaar overbrengen op ons als gemeente in Nederland in 2016,in een tijd met allerlei socia¬le voorzieningen door de overheid en allerlei vormen van sparen en lenen, tegen vastgestelde rentepercentages. Met alle zorgen eromheen trouwens: de overheid die terugtreedt, banken die veel minder krediet geven, sparen dat niet loont maar bijna geld kost, en veel onzekerheid over pensioen en hypotheek. Om maar te zwijgen over mensen en ook kinderen die leven in armoede. Wat hetzelfde blijft is de plicht om van wat we krijgen, te delen met wie veel minder hebben. De overheid heeft een taak om armoede waar ze kan te bestrijden, om te zorgen voor rechtvaardige wetten en voorzieningen, om mensen aan de onderkant er bovenop te helpen. Als gemeente blijft overeind de taak voor elkaar te zorgen en waar dat kan ook aan anderen om ons heen hulp te bieden. Om in een vaak kille en keiharde zakelijke wereld een plek te zijn waar nog aandacht is voor elkaar en zorg, waar niet het eigenbelang voorop staat maar het belang van de ander zwaar meeweegt. Waar we elkaar liefhebben omdat God ons lief¬heeft. Ook dat hoort bij gemeente-opbouw. Die kan er niet zonder. Want als we van alles organiseren en alles goed voor elkaar hebben, maar we hebben de liefde niet, we zijn niets en we blijven nergens. Maar als we de Here liefhebben en dienen – die God die zoveel van ons houdt dat Hij zijn Zoon voor ons over had – dan gaan we ook de handen uitsteken naar elkaar. Dan verdwijnen lange tenen en worden boze ogen vriendelijk. Dan verstommen onredelijke kritiek en vlotte veroordelingen. Of hebben we geen respect voor God? Kennen we Hem zo slecht?

3. Vrede door recht – als getuigenis aan de wereld.

Nehemia waarschuwt er ook voor dat de vijanden van de joden zullen spotten en lelijke dingen zullen zeggen over Israël en over de Heer als ze horen hoe het toegaat daar achter de muur. Zoals de buitenstaanders een scherp oog hebben voor de fouten en de gebreken van ons christenen, en dat vaak breed uitme¬ten. Het doet zo vaak de kerk schade en werpt een smet op de naam van de Here, als we bovenop de leer zitten en de pretentie hebben ware kerk te zijn – echt kerk van Christus – en als dan van achter de deur van de kerk en van kerkgezinnen zoveel rottig¬heid en vuiligheid naar boven komt. Denk maar aan het vreselijke kwaad van sexueel misbruik van kinderen en aan andere smerige zonden op seksueel gebied. Maar ook gevallen van fraude, misbruik van sociale voorzieningen, een manier van zakendoen die mensen niet ziet staan omdat alleen winst telt. En wat zullen we proberen mensen naar de kerk te trekken door evangelisatie en persoonlijke gesprekken,als ze eenmaal binnen geen warmte en begrip en eensgezindheid ontmoeten maar wel een heleboel gevit en geruzie over onbenulligheden, koude harten en hete hoofden, lange tenen en scherpe tongen…? Als ook in de kerk ieder vecht voor eigen heilige huisjes inplaats van samen mee te bouwen aan de kerk van Jezus en het rijk van God? Dan komt waar Nehemia tegen waarschuwt: de hoon van wie buiten zijn. Je krijgt te horen: die kerk, mij niet gezien, ik kan je er staaltjes van vertellen…en: als die God van jullie liefde is,waarom merk ik dan zo weinig van die liefde bij zijn volge¬lingen? en waar blijven de daden bij al die mooie woor¬den?

Dus is er alle reden om onszelf eens te bekijken door de bril van wie buiten staan. Vreemde ogen zien vaak erg scherp.De ogen van de Heer zien nog veel scherper. Hij kijkt dwars door veel schone schijn heen. En Hij wil ons helpen onszelf te leren bekijken in het licht van zijn wet, zodat we ons tekort zien – persoonlijk en samen – en ons van onze zonden bekeren. Door de Heilige Geest werkt de Heer aan ons, om ons een ander leven te geven. Hij wil ons langzaam maar zeker weer liefde tot Hem en tot elkaar bijbrengen, ons oefenen in geduld en begrip, in afzien van onszelf en ons geven aan elkaar. Zodat de gemeente weer een haard van liefde en een veilige haven wordt, een plek waar het goed leven is. Hij wil werken in de harten en de huizen van u en van mij. Zodat de zonde wordt bestreden en overwonnen en geloof en hoop en liefde groeien.

Kijk, en dat valt ook op. Zoals die bekering in Neh. 5 en die nieuwe eensgezindheid en samenbinding een positieve uit¬straling hadden naar buiten de muren. De tegenstanders werd de mond gesnoerd. Ook deze ondermijnende actie uit de koker van satan sloeg dood op de muur van Gods trouw en zorg voor zijn volk. Het werd zonneklaar: wie bij de Here woont, die heeft het goed. Je zou er jaloers op worden: woonde ik daar maar! Ik denk aan wat onze Heer zegt in de Bergrede over onze goede werken dat mensen die dat opmerken God de eer gaan geven. En zondag 32 van de cat. waar gezegd wordt dat onze goede werken ook uitstraling hebben naar buiten toe: opdat door onze godvrezen¬de levenswandel onze naasten voor Christus gewonnen worden. Wij kunnen het zelf niet. De Here wil ons er bij helpen met zijn goede woorden, door zijn Geest. En wij kunnen elkaar erbij helpen. Dat willen we toch? Zeggen we daar amen op? Geldt van ons: de hele gemeente deed volgens deze afspraak?

Ik hoop dat u het wilt en kunt nazeggen voor uzelf: amen

welkom
zingen: Ps. 65: 1 en 2 Levensliederen

1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
u zult van ons de dank ontvangen
die u is toegezegd.
U hoort wat mensen aan u vragen,
bij u komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat u ons vergeeft.

2. Gelukkig wie u wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij u thuis.
U antwoordt machtig en rechtvaardig,
u redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.
moment van stilte en persoonlijk gebed
votum en groet
zingen: Ps. 146: 3,4,5 LB
gebed
Schriftlezing: Deut.15: 1-11
zingen: Ps. 15: 4 GK
verkondiging: Neh. 5: 1-13
zingen: Ps. 72: 1,4,6 LB
geloofsbelijdenis
zingen: Ps. 72: 7 LB
gebed
collecte
slotzang: Gz. 284: 1,2,3 LB
zegen
amen: NLB 425

Nehemia 4: Bouwen en verdedigen

Gemeente van Christus, broeders en zusters,jongens en meisjes,
dia 1
Alleen naar school kunnen met politieagenten om je te be¬schermen.
Omdat ze anders stenen naar je gooien of je in elkaar slaan.
Gelukkig dat jullie dat niet hoeven meemaken!
Het is wel gebeurd gelukkig al lang geleden, nota bene in de Verenigde Staten:
zwarte kinderen die naar school gingen onder begeleiding van gewapende solda¬ten, die hen moesten beschermen tegen blanke medeleerlin¬gen en hun ouders, die de school koste wat kost blank wilden houden, in de tijd van felle rassentegenstellingen.

Andere beelden doemen op: stakers die proberen mensen die wel willen werken tegen te houden en zelfs te bedreigen, zo zelfs dat de ME moet worden ingezet om werkwilligen toch de poort door en op hun werkplek te krijgen. Of mensen die een vreedzame demonstratie willen houden maar dat alleen kunnen als de politie ze beschermt tegen wie dat willen verstoren. En geweld tegen vluchtelingen, of Joden.

Stel je voor dat ergens een kerk wordt gebouwd en dat de bouwvakkers moeten werken met een pistool op zak. Dat politie moet worden ingezet omdat anders wat opgebouwd is weer wordt vernield. Onvoorstelbaar voor ons. Maar in Jeruzalem gebeurde dat. Nehemia moest de sterke arm inzetten om door te zetten wat uitdrukkelijk wettelijk was toegestaan: het weer opbouwen van de muren van Jeruzalem. De tegenstand daartegen was zo bedreigend en kwam zo van alle kanten dat de bouw alleen kon doorgaan onder bescherming van gewapende ME’ers. Het was zelfs zo erg dat de sjouwers en bouwers hun werk alleen konden doen als ze in staat waren tot zelfverdediging. Waarbij gelukkig boven alles uit ging dat ze van hogerHand werden beveiligd en gesteund. Niet maar door de koning, maar door de God van de hemel. Die was een vurige muur om zijn stad en zijn volk. Van wie Nehemia tegen zijn mensen kon zeggen: onze God zal voor ons strijden.
En dus werkt geen bouwer vruchteloos….
dia 2
Bouwen en verdedigen
1. bedreigd;
2. waakzaam;
3. ontspannen.

dia 3 1. Bouwen en verdedigen: bedreigd.

U kent dit symbool misschien wel. Het is het symbool van het studentencorps FQI in Kampen, hier afgebeeld op een nummer van hun blad Cornu – en het staat ook op mijn oud-senatorenlint dat ik bewaar als herinnering aan mijn Kamper studententijd.
Het stelt voor een troffel- zo’n ding om mee te metselen- en een zwaard. Samen afgebeeld zodat ze ook nog de eerste letters van de naam Christus vormen: twee troffels die gekruist de griekse letter CH vormen; het zwaard dat staat voor de griekse letter R: Christus is onze¬ krac¬ht.

Dat symbool gaat terug op wat in onze tekst wordt verteld. Als we nauwkeurig lezen en iets weten van hoe toen gebouwd werd, klopt het ook weer niet helemaal. Nehemia liet de mensen die bezig waren aan de muur hun werk doen met hun zwaard aangegespt. Ze hadden dus twee handen vrij om te werken. En het is maar de vraag of ze daarbij een troffel nodig hadden. Ze bouwden toen niet met van die keurige bakstenen, allemaal recht toe recht aan en precies gelijk aan elkaar, met daar dan specie tussen om ze op elkaar en aan elkaar vast te metselen. Nee, ze hakten stukken steen uit de rotsen, allemaal onge¬lijk, zodat ze op maat gehakt werden en dan op elkaar gesta¬peld.

Hoe dat ook zij, wat het beeld van de troffel en het zwaard zeggen wil, klopt wel: die bouwers moesten werken onder de bedreiging van hun vijanden en ze moesten zich daartegen in-dek¬ken doordat ze een wapen bij zich droegen. De sjouwers die buiten de stad materialen moesten ophalen, waren gewapend met een werp¬speer, de bouwers onder en op de muur hadden altijd hun zwaard bij zich. En dan waren er nog gewapende bewakers in de buurt. Allemaal voorzorgsmaatregelen tegen een mogelijke aanval van de vijanden die niet wilden dat het werk af kwam.

We hebben gelezen hoe die tegenstanders op alle mogelijke manieren probeerden er een stokje voor te steken. Eerst door het vlijmscherpe wapen van bijtende spot. Wat willen die joden toch,sneerden ze. Een muur bouwen uit dat puin, met die stenen die door het vuur zijn aangetast? Alsof wij ze zomaar hun gang zullen laten gaan! O, ze denken natuur¬lijk dat hun God hen zal helpen? Een heleboel offers en dan gaat het verder vanzelf? Denken ze echt dat er iets van terecht komt? Nou, misschien dat er wel een muur staat straks, maar zo slap en krakkemikkig dat die muur al omvalt als er maar een vosje ten opspringt…

Wat dan opvalt is dat Nehemia niet reageert door kwaad te worden. Door ze nog eens de papieren van de koning onder de neus te wrijven. Of door terug te gaan schelden en spotten. Je zou dat verwachten en het heel goed kunnen begrijpen ook. Vaak doen wij dat wel, als een ander ons uitscheldt of steeds pest. Als we het met een buurman aan de stok hebben over een heg of een schutting en we weten zeker dat we in ons recht staan….en als we in de kerk te makkelijk oordelen en er harde woorden vallen, als we liever een stevige mail sturen dan in gesprek gaan, als we
de mening of keus van die ander wegzetten als verkeerd of niet gereformeerd…
,
Nehemia doet iets heel anders. Net als we lezen van Hizkia toen de koning van Assur hem uitdaagde en Israël en de HEER hoonde. En zoals we lezen dat Jezus ons voordeed: Hij werd uitgescholden maar Hij schold niet terug; Hij had zwaar te lijden maar Hij uitte geen bedreigingen. Nee, Hij liet het over aan de Here God die rechtvaardig oordeelt. Paulus zegt dat ook: broeders neem geen wraak maar laat God rechter zijn.

Wat Nehemia doet is in gebed al die spot en die bedreigingen aan de Here voorleggen en God vragen om recht te doen en hun spot als een boemerang op hun eigen hoofd neer te laten komen. Dan is het ook van je af. Je vertrouwt erop dat de Heer het wel hoort en ziet en op zijn tijd de daders zal straffen. Dat geeft rust en nieuwe moed: zij herbouwden de muur, ze hadden zin in het werk.
dia 4
Toch begonnen er ook haarscheurtjes te komen in de hechte muur van vertrouwen en onverzettelijkheid. De tegenstanders werden nog kwaaier toen ze merkten dat ze geen succes hadden en dat de muur elke dag een beetje hoger en een beetje sterker werd. Ze smeedden zelfs een complot om met geweld een einde te maken aan de bouwactiviteiten. In vs. 5 lezen we. “onze tegenstanders dachten ons ons onverhouds aan te vallen en te dode, en zo het werk te kunnen stopzetten”. Zo zaaiden ze angst en dreigde er verdeeldheid: “de Joden die in de buurt van onze vijanden woonden kwamen overal vandaan naar ons toe en drongen erop aan dat wij met hen mee teru zouden gaan.” Moeilijk als ook je eigen mensen zich tegen je keren en er een sfeer ontstaat van moedeloosheid: stop maar, dit lukt toch nooit.

Eigenlijk is er wat dat betreft door al die eeuwen heen weinig of niks veranderd.
De duivel wil niets liever dan verdeeldheid zaaien en mensen tegen elkaar opzetten.
Dat zie je in de samenleving, en helaas ook vaak binnen kerken; en dat is misschien nog wel gevaarlijker dan wat van buitenaf op ons afkomt: wantrouwen, dat je niet je veilig voelt bij elkaar, dat je niet meer samen bouwt maar elkaar afbreekt – dat je niet samen de Heer wilt volgen maar ieder zijn eigen ideeën en idealen achterna gaat.
En dat de angst gaat regeren voor wat allemaal mis is of fout kan gaan, vooral bij
en door die anderen – en dan zal het ook niet lukken om samen iets op te bouwen.
Maar juist als wij zwak zijn -en onze zwakheid ronduit toe-ge¬ven – komt des te geweldiger de kracht van de Heer aan het licht. Van Hem die uit onze puinhopen toch zijn stad kan en wil bouwen. En die ons aan het werk zet met troffel èn zwaard.

dia 5 2. Bouwen en verdedigen: waakzaam.

De troffel en het zwaard, ze kunnen geen van beide worden gemist. Dat zwaard herinnert ons eraan dat de bouw van Gods rijk altijd weer wordt bedreigd. Dat we gevaar lopen als we in God geloven en de Here Jezus willen volgen. We zongen over die tegenstand, over zware strijd, over geweld waartegen je gewapend moet zijn en waakzaam. Om niet onverhoeds overvallen en verslagen te worden, maar om bedacht te zijn op de aanval van de vijand.

Let dan goed op hoe Nehemia zijn mannen instructies geeft en moed inspreekt: wees niet bang voor die tegenstanders van ons- nee, niet omdat ze niet zo gevaarlijk zijn of omdat we ze makkelijk aankunnen, maar omdat jullie moeten denken aan die grote en geduchte God. Dan durf je zelfs de zwaarste strijd aan. De strijd om maar niet alleen een bouwwerk over¬eind te houden, maar om de veiligheid van gezin en huis. Je bent niet alleen verantwoordelijk voor jezelf of voor een of andere zaak of principe, maar we zijn voor elkaar verantwoor¬delijk. dia 6. Voor je kinderen, voor je familie, voor je broer of zus in je geloof, voor Gods kleine en grote kinderen.
Als ik dat zo lees bij Nehemia – waakzame wachters en goed bewapende bouwers zodat het werk door kon gaan en de vijand er geen afbreuk aan kon doen – dan denk ik onwillekeurig door tot op dat appèl van de apostel Paulus eeuwen later om de wapen-rusting van God aan te doen, tegen de vurige pijlen van satan. dia 7
Denk aan Gods woord, en het gebed, aan het geloof en de hoop. Denk ook aan de gemeente waar we samen de wapens scherpen en leren gebruiken, om Gods bouwwerk en zijn bouwvakkers – en dat zijn wij samen – te beschermen. Opdat het werk kan doorgaan en tot een goed einde kan worden gebracht. En wij veilig wonen!

Ik wil in dit verband nog speciaal twee dingen aanstippen. In de eerste plaats dat het goed is ons steeds af te vragen of onze bewapening wel op orde is en toegesneden op de vijanden die ons belagen. Dat kan vernieuwing en verandering meebren¬gen. Laat ik het zo zeggen: je moet een vijand die je aanvalt met tanks en vliegtuigen niet te lijf gaan met hooivorken en kapmessen. Je hebt de strijd al verloren voor die begonnen is. Zo redt je het vandaag niet met oude uitgekouwde antwoorden als heel nieuwe vragen en uitdagingen op ons afkomen. En het kan heel goed zijn dat nieuwe tijden en problemen vragen om een andere aanpak en andere vormen dan veertig of vijftig jaar geleden. U kunt denken aan omgaan met de Bijbel, aan jeugdwerk en catechese, aan de plek van man en vrouw in de kerk,
aan openheid naar andere gelovigen, midden in een multiculturele samenleving.
Natuurlijk blijven de sterke wapens van de christen altijd de betrouwbare boodschap van God, het geloof en het gebed, het lied,het steun zoeken bij elkaar om samen te schuilen bij God. Maar in elke tijd moeten die wapens weer worden ge¬scherpt en bruikbaar gemaakt om de vijand af te slaan en in het hart te raken. Om jezelf en elkaar te voorzien van die wapens die in de strijd nodig zijn. En om ook samen die wapens te gebruiken. Dat is het tweede waar steeds weer aandacht voor moet zijn: wat komt er terecht van het oefenen om de wapens die we hebben gekregen, ook te hanteren. Wat komt er terecht van persoonlijk bijbellezen en bijbelstudie – en hoe staat het met onze bijbelstudie samen-en bidden we nog wel samen? Daarbij ook: zijn de vormen om daarmee bezig te zijn wel het meest effectief gelet op deze tijd en wat er op ons afkomt, en spreken we echt met elkaar over wezenlijke dingen, open en van hart tot hart, waarbij alles op tafel mag komen, we elkaar serieus nemen en ons veilig voelen binnen de gemeente en niet bang hoeven zijn om onszelf te zijn?

Gemeente, waakzaamheid is het sleutelwoord in de aanpak van Nehemia. Toen de vijand moest afdruipen, zei hij niet: nu is het gevaar geweken en kunnen we weer rustig op de oude voet doorwerken en ‘s nachts rustig gaan slapen. Nee, precies het tegenovergestelde. Uiterste waakzaamheid is geboden, en elke seconde telt. Behalve dat er gewapende bewaking was en ieder die aan de muur werkte zichzelf moest kunnen verdedigen, was er ook een man die alarm moest blazen als er ergens aan de muur gevaar dreigde: om zo elkaar te hulp te kunnen schieten en daar te verzamelen waar de stad het meest werd bedreigd. Ook een goede les: je staat er samen voor, we zullen elkaar te hulp komen, en onderkennen waar de gevaren liggen en waar vooral onze zwakke punten zijn. Waakzaam doorbouwen, en niet verslappen, of indutten. Waakzaam, en biddend!

dia 8 3. Bouwen en verdedigen: ontspannen.

Als we dit hoofd¬stuk zo lezen, trilt de spanning erdoorheen. Reken maar dat ze in angst gezeten hebben, bouwend tussen hoop en vrees. Ze zaten daar in Jeruzalem als ratten in de val: in het noorden de Samaritanen, in het oosten Tobia en zijn medestanders, in het zuiden Gesem met achter hem de Arabieren, en dan in het westen de ‘Asdodieten’ – afstammelingen van de Filistijnen.Nu eens bijtende spot – en hadden ze niet gelijk dat het allemaal niet veel voorstelde? Dan weer de dreiging van een nachtelijke aanval – de ene waarschuwing na de andere kwam op ze af – en wat konden ze beginnen tegen zoveel tegenstanders? En onderling ook spaningen.

Je proeft er af en toe de paniek en de moedeloosheid doorheen: de sjouwers zijn aan het eind, er ligt zoveel puin dat we er nooit doorheen komen. Ja, en toen Nehemia een deel van de mannen aan het werk onttrok doordat ze in de bewaking dienst moesten doen, moesten wie overbleven er extra hard aan trekken en dat ook nog met een speer in de hand of een zwaard dat in de weg zat. Het werk werd extra zwaar en schoot nog minder op. Met steeds de dreiging aangevallen te worden. Een zware klus! Toch raakte Nehemia niet in paniek. Hij vroeg van zichzelf en zijn naaste medewerkers wel het uiterste. Als een echte voortrekker, een oorlogsleider. Die niet anderen laat sloven en zelf er zijn gemak van neemt, maar die voorop loopt in afzien en doorzetten. Lees maar het slot van het hoofdstuk: “geen ogenblik waren we uit de kleren, ik niet, en mijn verwanten, mijn mannen en mijn lijfwacht ook niet”.

Maar de beste dienst die Nehemia zijn mensen en zijn volk bewees, was dat hij hen voorging in een onverwoestbaar geloof en vertrouwen op God hun Heer. In het samengaan van bidden en wer¬ken. Lees maar vs. 9: “wij baden tot onze God, en met het oog op hun plannen zetten we wachten uit.” Nog eens vs. 14: “wees niet bang voor hen, denk aan de grote en geduchte Heer,en strijd voor uw volksgenoten,
voor uw zonen, dochters en vrouwen, en voor uw huizen”. Niet het een of het ander dus: handen in de schoot en het aan de Here overlaten of: zelf je best doen om te vechten en te winnen. Het gaat samen: “onze God zal voor ons strijden” -en tegelijk
dat je met zijn hulp ook zelf en samen aan de slag gaat, en je verdedigt tegen allerlei gevaren. Ik denk aan wat zondag 52 van de cat. naast elkaar zet als het gaat om de strijd van het geloof tegen de duivel en de zonde: God bidden om zijn Heilige Geest – want we zijn zelf zo zwak dat we geen ogenblik kunnen standhouden – zodat we niet het onderspit delven maar altijd krachtig tegenstand bieden totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen.
dia 9
Nou, en dan hoeven we ook niet aan die overwinning te twij¬felen. Dan is er geen reden voor paniek ook niet als we zien wat voor strijd er vandaag aan de gang is om ons, om onze kinderen, om de toekomst van de kerk…. Geen reden om dat zorgeloos en lijdelijk over ons heen te laten komen – we zullen waakzaam zijn en we mogen niet verslappen – maar ook geen reden voor wanhoop of paniek. Nehemia stak zijn mannen vooral een hart onder de riem door ze steeds weer te wijzen op hun God: vergeet niet dat we een machtige God hebben. Zeker, er werd veel van hen gevraagd: dag en nacht op wacht, bouwen met in de ene hand een troffel en in de andere een zwaard. Maar als je vertrouwt op de Heer en trouw je taak doet, dan
is er alle reden voor vertrouwen in de goede afloop: onze God zal voor ons strijden. En – mogen wij er bij zeggen – de Heer Jezus Christus heeft overwonnen. Daarom mogen we ontspannen en zelfs blij en dankbaar verder bouwen en doorvechten.Niet tegen elkaar maar met elkaar. Tot het hoogste punt is bereikt en het werk af is.
dia 10
amen

liturgie – morgendienst zondag 17 juli 2016

votum en groet
zingen: Gz. 145: 1-4
wet van de HEER
zingen: Lied 365:1,2
gebed
Schriftlezing: Nehemia 3: 33 – 4:17
zingen: Ps. 60: 1,2,5
verkondiging: Nehemia 4: 14-15
en Ef. 6: 10-13
zingen: Lied 298: 1,2
gebed
collecte
slotzang: Gz. 163: 1,2,3
zegen
amen: Gz. 37: 8