Exodus 12: 14 en Psalm 116: 13-14: Vrijheid geef je door – de kracht van het persoonlijke verhaal

Liturgie morgendienst zondag 7 mei 2017
Thema: ‘Vrijheid geef je door – de kracht van het persoonlijke verhaal’
Votum en groet
Zingen: Ps. 124: 1,2,3’’Heel Israël getuige, blij van geest’
Wet van God Exodus 20
Zingen: Ps. 32: 1,2 LL ‘Geluk is dat je fouten zijn vergeven’
1. Geluk is dat je fouten zijn vergeven,
je zonde weg, bedekt voor heel het leven.
Geluk is dat de HEER je niets verwijt
en dat je bent bezield door eerlijkheid.
Zolang ik zweeg had ik gebroken nachten
en overdag gebrek aan nieuwe krachten.
Uw hand was drukkend zwaar – mijn lijf begon
kapot te gaan als in de hete zon.
2. Ik ben voor u mijn zonde gaan benoemen,
hield ermee op mijn fouten te verbloemen.
Ik zei: ‘Mijn schuld beken ik aan de HEER.’
En u vergaf mij – geen verwijten meer.
Laat wie gelooft zich biddend aan u binden
in tijden dat u zich door hen laat vinden.
Hoe hoog de golven om je heen ook slaan –
gegarandeerd – ze raken jou niet aan.
Gebed

Schriftlezing: Exodus 12: 14-28
Zingen: Ps. 66: 2,6,7

Schriftlezing: Psalm 116
Zingen: Ps. 116: 1,4,5,7

Verkondiging: Ex. 12: 14 en Psalm 116: 13-14
Zingen: NLB 709: 1-5 ‘Nooit lichter ving de lente aan’

1. Nooit lichter ving de lente aan
dan toen uw hand ons volk bevrijdde.
Hoe hebben w’in dat schoon getijde
verheugd maar huiverend verstaan:
Gods vijanden vergaan.

2. De winter leek voorgoed voorbij
en voor ons lag de volle zomer;
de macht was eindlijk aan de dromer,
de nieuwe mens, zo droomden wij,
verbrak de slavernij.

3. Maar winters werd het in dit land;
‘t is kil rondom en in ons midden,
in onze mond verstart het bidden,
doodskou gaat uit van onze hand
naar mens en dier en plant.

4. O God, wat zijn wij dwaas geweest,
dat w’aan de vrijheid zo gewenden,
dat wij de vijand niet herkenden,
in opstand tegen U, het meest
in eigen hart en geest.

5. Vergeef het ons, raak ons weer aan
met levensadem, lente-tijding,
en doe met krachten ter bevrijding
ons hier in Christus’ vrijheid staan.
God, laat ons niet vergaan.

Gebed
Collecte
Zingen: Lied 416: 1,2 ‘Gelukkig is het land’
Zegen
Amen: Ps. 32: 3a/4b LL ‘Bij U vind ik een schuilplaats in gevaren’

Bij u vind ik een schuilplaats in gevaren,
ik voel me veilig, u blijft mij bewaren.
U bent het die mij liefdevol omringt
en met gejuich van mijn bevrijding zingt.
Eer aan de Vader, die om ons blijft geven.
Eer aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven.
Eer aan de Geest, die altijd voor ons pleit.
Drie-enig God, leef tot in eeuwigheid!

…………………………………………………………………………………………………………..
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, geliefd door God onze Vader
dia 1
‘Vrijheid geef je door’.
Dat is door het Nationaal Comité 4 en 5 mei gekozen als jaarthema voor de herdenking van de oorlogsslachtoffers en de viering van de bevrijding, tot 2020.
Met elk jaar een toespitsing op een bepaald aspect van herdenken en vieren.
Dit jaar is dat onderthema ’de kracht van het persoonlijke verhaal’, en dan gaat
het vooral over persoonlijke verhalen van mensen die de oorlog en bezetting
hebben meegemaakt, of verhalen die meegaan in families, over wie nooit zijn
teruggekomen, over opgelopen trauma’s, over nooit verwerkt verlies en verdriet.

Als zulke verhalen verteld worden of als je ze leest, komt wat gebeurd is veel
meer binnen dan als je alleen het grote verhaal leest, in schoolboeken b.v.,
over Hitler, over veldslagen, over de concentratiekampen en de gaskamers.
Dat maakt ook indruk, maar als je dan ineens een nabestaande spreekt, of
iemand van wie de opa is omgekomen als verzetsman of als militair,of als je opa of
oma loskomt over hoe ze de oorlog beleefd hebben als kind, dan gaat het ineens veel meer leven – en dan zijn er ook de gevolgen van die jaren die soms generaties lang doorwerken – het ging echt om heel concrete mensen…om persoonlijk leed.
En hoe bijzonder dat ze er nog steeds zijn, stokoude veteranen, met hun verhaal.
dia 2
Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier en schrijver van de jaarthematekst,
schrijft dat persoonlijke verhalen over de oorlog en over wat daarna gebeurde de essentie van het leven heel dichtbij brengen: “Ze gaan over moed en opoffering,
Maar ook over de duistere kanten van de mens. Over de dood uiteraard en over diep gevoelde ellende, pijn, angst, onmacht en vernedering. Over verraad, leugens en lafheid….En ze doen beseffen hoe het is om in vrijheid te leven, zonder nachtelijke razzia’s , zonder buigen voor een vreemde keizer”. Dat laatste slaat op Japan.
dia 3
Joustra geeft aan dat veel mensen een sterke drang voelen om hun verhaal door
te vertellen, steeds maar weer, en vaak zijn en worden die verhalen opgeschreven.
Tegelijk: dat heeft vaak tientallen jaren geduurd, en er zijn ook verhalen die met wie
het beleefd hebben onverteld het graf ingaan, uit angst of schaamte, omdat het te erg was, te confronterend is, of te pijnlijk, of uit angst niet geloofd of zelfs afgewezen of uitgelachten te worden – en wat moet je met het verhaal van je opa die fout koos
in de oorlog of over die verzetsdaad die uit de hand liep, of over die wraakactie…?

Maar hoe waardevol zijn eerlijke persoonlijke verhalen, juist voor wie het zelf niet hebben meegemaakt en zoiets nooit hopen mee te maken: om niet wie ook maar te verheerlijken of te veroordelen, maar om ervan te leren, ervoor bemoedigd en ook
gewaarschuwd te worden, en om geholpen te worden bij keuzes in eigen leven en eigen tijd, om de vrijheid die we mogen hebben door te geven en voor te leven,
en ook om zuinig te zijn op die vrijheid en er samen goed mee om te gaan.dia 4

Gemeente, de Bijbel is bij uitstek een boek vol verhalen – over God en mensen.
Om alle misverstand te voorkomen: ik bedoel niet ‘verhaaltjes’ , niet echt gebeurd
of zonder diepgang – nee, het zijn juist heel levensechte verhalen, over wat door
mensen is gedaan of wat mensen is overkomen en ook wat mensen is aangedaan,
Maar meer nog en vooral, verhalen over wat God gedaan heeft en nog steeds doet.

Want hoe oud ook die verhalen, over wat duizenden jaren geleden gebeurd is, ze
gaan over het echte leven waarin als het erop aan komt, het steeds over diezelfde
dingen gaat: schuld en boete, schaamte, vergeving, angst en moed, hoop en vrees.
En meer nog en vooral: over God die dezelfde blijft, trouw, liefdevol, geduldig; God
die boven alle tijden staat en over alle feiten gaat, en die zijn geschiedenis maakt.
Kijk, en juist omdat die verhalen over het echte leven gaan, over emoties, over wat mensen hebben ervaren, raken die verhalen mensen en hebben ze al eeuwen hun kracht bewezen – zoals we belijden dat de Heilige Geest mensen overtuigt van de waarheid van de Bijbel – en, staat er bij in art. 5 NGB “het bewijs ligt bovendien in de boeken zelf, want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”= de Bijbel bewijst zichzelf – de kracht van wat de Bijbel wil vertellen.

En dan is het er in de Bijbel allemaal: dat grote verhaal van God met zijn volk, eerst
Israël, dia 5 en na Pinksteren zijn volk samengesteld uit vele volken, culturen, talen en ook die persoonlijke verhalen, van een Adam en zijn Eva, een Noach en zijn gezin een Abraham en Sara met toch een zoon en nageslacht, een David die een man

was naar Gods hart maar ook gruwelijk onderuit kon gaan en die dat vreselijke
verhaal van overspel en moord met voorbedachten rade eerst diep probeerde weg te stoppen maar dan er toch mee voor de draad moest komen – en van die onbekende dichter van Psalm 116 dia 6 die voor de dood was weggesleept
en zijn God daar uitbundig voor wil bedanken – in de tempel, in de kerkdienst –
want bij God ben je nooit een nummer of alleen een ambt maar juist die ene mens,
en bij God gaat het nooit om ‘de zaak’, maar om mensen, om u en om jou en om mij.
En dan gaat het eigenlijk altijd samen op en loopt het door elkaar heen: dat grote
van die oorlog of dat kerkconflict of die kerkelijke eenwording, en dat misschien kleine maar minstens zo belangrijke verhaal van die gezinnen, families, enkelingen met hun eigen keuzes en frustraties, pijn en gebrokenheid – het is er en mag er zijn,
en het mag gezegd en verteld worden, bij God neergelegd, en soms opgeschreven.

Zoals de dichter van een andere psalm, van wie we ook de naam niet kennen, Psalm 66, die zingt over grote dingen die zijn volk zijn overkomen – verdrukking en vrijheid – “mensen zijn over ons heengereden, wij zijn door vuur en door water gegaan, maar U bracht ons naar een land van overvloed” – en die dan inzoomt op zijn eigen verhaal dat hij wel aan iedereen wil vertellen want vrijheid geef je door en wat een kracht heeft een persoonlijk verhaal: “Kom en hoor wat ik wil vertellen, ieder die
ontzag heeft voor God, hoor wat Hij voor mij heeft gedaan” – hoort u: voor mij.
Daar loopt die psalm die wereldwijd begint –“Heel de aarde, juich voor God…laat heel de aarde voor U buigen….Kom en zie de werken van God….- daar loopt die
psalm die gaat over wat God deed met en voor zijn volk – op uit: “God heeft mij gehoord, Hij heeft geluisterd naar mijn gebed. Geprezen zij God, Hij heeft mijn gebed niet afgewezen, mij zijn trouw niet geweigerd”. Geweldig: die grote God is mijn God.

‘Vrijheid geef je door’ – door de verhalen te blijven vertellen, ook van grootouders en ouders op kinderen en kleinkinderen, door te herdenken en stil te staan bij hoe zwaar en moeilijk het was en hoeveel offers er zijn gebracht en slachtoffers gevallen zijn, en door samen te vieren dat je vrij mag zijn, en bewust die vrijheid te gebruiken.
Dat is in wezen waarom we nog steeds na zoveel jaar elk jaar 4 en 5 mei vieren.
Dat is ook waarom God veel langer geleden via Mozes nog voor de bevrijding uit de dwangbuis Egypte meteen al de herdenking en viering van de bevrijding regelde,
dia 7 met alle aspecten daarbij van herinnering aan de pijn en de tranen, het besef dat de bevrijding niet kwam als beloning voor eigen goed gedrag maar als bewijs van Gods genade die zelfs niet zonder bloedvergieten mogelijk was en veel offers vroeg – en die vroeg om een nieuw en ander leven met wegdoen van alles wat slecht en scheef was – vandaar die ongegiste koeken en het wegdoen van alle bederf…..
want vrijheid is niet vanzelfsprekend en vrijheid vraagt om een nieuw begin.

Als God aan Israël de opdracht meegeeft om hun bevrijding – Zijn bevrijding – te blijven gedenken en vieren – er staat bij: ‘alle komende generaties’- dan is dat meer dan dat ze een of ander feit uit het verleden moeten weten – als geschiedenisles.
Nee, in deBijbel is ‘gedenken’ niet iets van het hoofd alleen maar vooral van het
hart: dit heeft God voor ons gedaan, we hebben een machtige goede God, en die
wil ook onze God zijn – en gedenken is dan ook bedoeld om er wat mee te doen:
om de vrijheid niet te gebruiken om jezelf uit te leven maar om voor God te leven en ook de ander zijn vrijheid te gunnen en het samen goed te hebben op Gods aarde.
Paulus trekt het later door naar de gemeente als hij het heeft over Christus als het
volmaakte en voor altijd voldoende paaslam: “Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht. Laten we daarom het feest niet vieren met de oude desem van kwaad en ontucht, maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid” (1 Kor. 5: 7-8). En over de vrijheid die Christus is en ons geeft: “Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde” (Gal.5:13).
dia 8
Een les die ook meegenomen kan worden naar het samen vieren van de bevrijding als Nederland: wat doen we met de vrijheid die we al zo lang mogen hebben, in een tijd van soms scherpe tegenstellingen en groeiende verschillen, een tijd waarin veel mensen en landen weer vooral gaan voor eigen belang, en je kan schrikken over hoe wordt gedacht en gepraat over vluchtelingen en hoe – zelfs door overheidsinstanties- wordt omgegaan met asielzoekers – en waar regels vak meer tellen dan mensen.
Zien we onze vrijheid als cadeau dat we ook niet hebben verdiend, of als een
recht waarop niemand anders inbreuk mag maken en die we de ander soms bijna niet gunnen, want de vrijheid voor de ander vraagt misschien van ons inschikken
en inleveren. Vrijheid geven we door maar aan wie? Alleen aan eigen volk en eigen soort of ook aan wie naar die vrijheid zijn gevlucht en zich ook hier onvrij voelen?
Genoeg om over na te denken en wat mee te doen: vrijheid geef je door – of niet?

Vrijheid geef je door – dat werd rond pesach heel concreet ingevuld doordat de verhalen – en vooral: Gods verhaal – werden doorverteld van ouders op kinderen.
God gaf de opdracht dat als de kinderen zouden vragen wat het te betekenen heeft wat hun ouders deden, met dat lammetje en dat bloed aan de deur, die ouders dan het verhaal moesten vertellen van Egypte en van de redding die God gegeven had,
niet omdat ze een supervolk waren maar omdat God in zijn genade hen gespaard had toen Egypte werd gestraft –en dan staat er niet dat God die voorouders had gespaard maar er staat: “ons heeft Hij gespaard”. Dat mogen wij ook nog altijd dankbaar vieren –b.v. als we avondmaal vieren – dat God ons heeft gespaard en zijn Zoon heeft gestraft om onze zonden – wij zijn verlost, God heeft ons welgedaan.

En we mogen God ook danken voor de vrijheid die we in Nederland hebben, en dat ondanks veel ondankbaarheid en misbruik van die vrijheid – en we moeten maar veel blijven bidden of God die vrijheid wil blijven geven en ons wil helpen om elkaar en mensen om ons heen iets te laten zien van wat echte vrijheid is en hoe we met die
vrijheid zo kunnen omgaan dat we er samen van kunnen genieten en ook iets kunnen betekenen voor mensen en volken die die vrijheid moeten missen.
Terwijl we aan de andere kant ons kunnen laten inspireren door mensen die zich
Onder veel moeilijker omstandigheden inzetten voor vrijheid, gerechtigheid en vrede,
dia 9
Wat trouwens steeds weer opvalt in het verhaal van Gods volk Israël, dat is dat het zo’n eerlijk verhaal is: niet een heldenroman van moed, beleid en trouw, niet
een verheerlijking van een roemrijk verleden, maar een verhaal met heel veel menselijk falen, heel veel ontrouw, heel veel misstanden en verkeerde keuzes,
zelfs van koningen en priesters en profeten die Gods wil probeerden te doen.
En heel vaak worden de latere generaties gewaarschuwd om niet dezelfde fouten te maken en dezelfde zonden te doen als hun ouders en hun voorgeslacht – in Psalm 78 staat b.v. na de opdracht om aan de kinderen door te vertellen wat Gods wil is:
“Dan zouden zij op God vertrouwen, Gods grote daden niet vergeten en zich richten naar zijn geboden. Dan zouden zij niet worden als hun voorouders, een onwillig en opstandig geslacht, onstandvastig van hart en geest, een geslacht dat God ontrouw was”. En dan volgt een lange psalm met vooral veel zonden en ontrouw van het volk, met als slot vol verwondering hoe God ondanks al die ellende trouw bleef en David uitkoos om het volk als een herder te leiden: hij was als een herder met een zuiver hart – bijzonder, ondanks ook veel narigheid bij David en in Davids leven en gezin.
Geschiedenis in de Bijbel is er niet om mensen op te hemelen maar God te eren.

We kunnen er wat van leren als wij onze geschiedenis doorvertellen, wat ook nogal eens eenzijdig is gebeurd: de geuzen als de grote helden, en geweldig wat wij in Indië allemaal gedaan hebben – terwijl er ook heel veel vreselijks is gedaan aan
onrecht, moord en doodslag – en ook de kerkgeschiedenis zit vol foute keuzes
en onterecht veroordelen van mensen en scheuringen die niet naar Gods wil zijn.

In lijn van de Bijbel zelf moet ook dat verteld en erkend worden – om er schuld over te belijden en vergeving voor te vragen en waar mogelijk fouten te herstellen, en
ook om ervan te leren – onze koning zei in het interview laatst voor de TV dat hij zijn kinderen leert dat ze fouten mogen maken, en dat hij zelf ook fouten gemaakt heeft.
Mooi om zo kwetsbaar te durven zijn, fouten mag je maken maar om ervan te leren,
en eigen fouten toegeven helpt de ander om te kunnen en er van te willen leren.
dia 10
Ja, en ook al in de Bijbel zijn er naast dat grote vervolgverhaal van Gods trouw en zijn bevrijding heel veel persoonlijke verhalen, en daar wordt het levensecht door.
Heel bijzonder dat ook veel psalmen van die persoonlijke verhalen zijn – zoals de psalmen die we zongen en lazen vanmorgen: Psalm 32, Psalm 66, Psalm 116.
Levensverhalen op muziek gezet zodat ze de eeuwen door nagezongen worden.

Verhalen als van David over eigen falen en verschrikkelijke misdaden, en over het schadelijke van verzwijgen, wegstoppen, goedpraten – het dodelijke van een doofpotcultuur – en het bevrijdende van het eerlijke verhaal, van de soms pijnlijke feedback, en van een ruimhartige vergeving – met de boodschap aan wie het later leest of zingt er eigen winst mee te doen: “laten uw getrouwen dus tot U bidden als zij in zichzelf een zonde vinden….een slecht mens heeft veel leed te verduren, maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd”. Wat een sterke boodschap!

Ja, en die andere psalm, met dat persoonlijke verhaal over doodsangst, pijn, tranen, met daarna een schreeuw om hulp en toch redding en weer een nieuw leven – alle reden om iedereen te laten delen in je blijdschap en dankbaarheid – ook dat verhaal mag verteld en bezongen: Ik zal de beker van de bevrijding heffen, de Heer danken, en iedereen mag het horen en zien! Het meebeleven! En samen God de eer geven.

Dat is de kracht van persoonlijke verhalen. Wat is uw verhaal? Wat heb jij te vertellen? Hoe geven wij onze vrijheid door? Verhalen willen verteld worden!

amen

dia 11

Genesis 12: 1: Ga op reis, met God, vol vertrouwen! (nieuwjaarsdienst 1 januari 2017)

Liturgie nieuwjaarsdienst zondag 1 januari 2017

Votum en groet
Zingen: Ps. 146: 1,2,3,8 ‘Ik wil zingen al mijn dagen’
Gebed
Schriftlezing: Genesis 12: 1-9
Zingen: Gz. 3: 1,2,3 ‘Abraham, Abraham’
Schriftlezing: Heb. 11: 8-16
Zingen: Lied 103: 1,2,3 ‘De heiligen, ons voorgegaan’
Overdenking over Genesis 12: 1 ‘Ga op reis, met God, vol vertrouwen!’
Zingen: NLB 905: 1,2,3,4 ‘Wie zich door God alleen laat leiden’
Wet van het leven
Zingen: NLB 912: 1,2,5,6 ‘Neem mijn leven, laat het Heer’
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 174: 1a,2v,3m,4a GK ‘Maak muziek voor God de Vader’
Zegen
Amen: Ps. 73: 10 Levensliederen ‘Bij U te zijn geeft zekerheid’

Bij U te zijn geeft zekerheid.
God is mijn ziel en zaligheid!
Van Hem vertel ik onomwonden.
In Hem heb ik mijn rust gevonden.
Eer aan de Vader en de Zoon,
eer aan de Geest die in ons woont.
Hij redt ons, hij is onze Heer.
Drie-enig God, aan u de eer!
………………………………………………………………………………….
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
Een nieuw jaar beginnen heeft iets van op reis gaan.
En op reis gaan heeft ook altijd iets van onzekerheid:
Hoe zal het gaan, wat kom ik tegen onderweg, wie kom ik tegen?
En ook: wat zal mij, ons, overkomen: mooie dingen, verdrietige dingen,
nieuwe vriendschap of relaties, of juist relaties die afbreken en ophouden?
En het ook zijn dat je weet wat moet gebeuren of gaat gebeuren, en dat je
Daar onzeker over bent: zal die operatie goed gaan, lukt die nieuwe baan,
ga ik slagen voor dat examen, zal die studie echt wat voor me zijn, of niet.

Voor allerlei mensen wordt het een jaar met veranderingen: een examen en dan
een nieuwe opleiding of een baan, of juist met pensioen, een verhuizing, een baby.
Ja, en voor ons als gemeente wordt het ook spannend: wat gaat dit jaar brengen?
Er zit veel spanning bij, emotie, en nog onzekerheid: waar staan we over een jaar?
Voor ieder persoonlijk zijn er zulke momenten, van keuzes en veranderingen.
Voor allemaal geldt dat een nieuw jaar beginnen iets heeft van op reis gaan:
waar gaan we heen en waar komen we uit, wie komen we tegen, welke kant reist
ieder op, lukt het om in een nieuwe situatie omgeving weer je thuis te voelen,
en kan wat eerst bedreigend en eng lijkt te zijn ook leiden tot nieuwe kansen?
Soms is het wel erg spannend: voor vluchtelingen b.v. – voor onze broeder Abbas
En zijn vrouw en dochter, en zoveel anderen: wat een onzekerheid en een stress.
Nou, en dat allemaal ging door me heen toen ik nadacht over een Bijbels
motief voor deze eerste dienst in 2017 en voor deze overdenking, en ik kwam uit
bij Abraham die door God op reis werd gestuurd met nog onbekende bestemming.
Wij weten natuurlijk waar God met Abraham heen wilde, en dat hij uiteindelijk goed
terecht kwam, en dat uitgekomen is wat God hem allemaal had beloofd, maar dat was voor Abraham toen hij zich door God geroepen voelde, en ging, allemaal echt
niet duidelijk, en het was, zeker voor die tijd, zelfs een heel riskant onzeker avontuur.
dia 2 een reis in etappes: eerst als familie naar Haran, later weer door naar Kanaän
Neem maar die opdracht om zeg maar zijn comfortzone te verlaten en alle schepen achter zich te verbranden: “trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten..” – dat waren precies de netwerken, de sociale verbanden waar
een mens houvast aan heeft en zich veilig bij voelt en op terug kan vallen als het
even lastig wordt en je hulp nodig hebt, en wat je in onzekere tijden steun geeft.

Ja, en wat kreeg hij daarvoor terug, als hij zou ingaan op Gods aanwijzingen?
Nou, in elk geval een onzekere toekomst: “ga naar het land, dat Ik je zal wijzen”.
Maar wat voor land dat was, en wie daar woonden, of hij daar welkom zou zijn?
Geen idee van te voren: geen routebeschrijving, geen tomtom, geen uitnodiging
van de bewoners van dat nog onbekende reisdoel: wil je bij ons komen wonen…?
En als je bedenkt wat God in het vooruitzicht stelt, dan lijkt dat totaal onhaalbaar:
“Ik zal je tot een groot volk maken, Ik zal je zegenen, en Ik zal aanzien geven”-
maar ze waren al oud samen en ze hadden geen kinderen, en wie garandeerde
dat het tot een succes zou worden en dat ze in dat vreemde land het zouden
maken en dat Abram zelfs een bekende en geziene inwoner zou worden…?
En toen hij uiteindelijk in dat land dat God gewezen had, aangekomen was, weer
een stukje ouder, zei God dat Hij dat land had bestemd voor de nakomelingen
van Abraham en Sara, terwijl ze nog steeds geen zoon hadden en dat naar de
mens gesproken ook niet te verwachten was en steeds meer onmogelijk werd.
dia 3
Het enige houvast was voor Abraham dat hij vertrouwde dat God te vertrouwen was, zoals eeuwen later zijn gaan in vertrouwen tot voorbeeld voor ons wordt gesteld: “Abraham had een groot geloof. God beloofde hem een nieuw land, en
gaf hem de opdracht om daarheen te gaan. Abraham gehoorzaamde. Hij gng weg uit zijn land, zonder dat hij wist waar hij terecht zou komen. Door zijn geloof kwam hij in het land dat God hem beloofd had” (Heb. 11: 8, BGT).Ook Sara vertrouwde, met ups en downs, dat God betrouwbaar is, en God gaf haar en Abraham de beloofde zoon.
dia 4
Door hun geloof, dat is doordat ze vertrouwden dat bij God alles mogelijk is, en dat
als je gaat in vertrouwen dat God met je mee gaat en overal er voor je is, het goed komt, dat je dan niet bang hoeft te zijn of krampachtig moest vasthouden wat je hebt of blijven waar je bent maar dat volgen van God in beweging zet, en dat als er dan deuren dichtgaan en je misschien wel veel moet loslaten of achter moet laten, er dan andere deuren voor je opengaan en je er veel voor terugkrijgt,en als je er achteraf op terugkijkt, tot je eigen verrassing er achter komt hoe wonderlijk God het geleid heeft.

Met dat in ons achterhoofd – of beter: in ons hart –terug naar deze nieuwjaarsdienst.
Zulke verhalen als over de roeping en de reis en het leven van Abraham staan niet voor niets in de Bijbel, maar we willen ons iets leren en vooral ons bemoedigen.
Paulus schrijft in Rom. 15: ”Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hoe pen. En in Heb. 12: 1 staat na een heel hoofdstuk met voorbeelden van wat mensen door het geloof hebben kunnen doen en hebben doorstaan, de aansporing om net als zij op weg te gaan en op weg te blijven: “laten we vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt”, met al die geloofsgetuigen van vroeger die ons aanmoedigen, en de blik gericht op Jezus die zelf de Weg is.
Even verder staat erbij dat we onderweg zijn naar de stad die God voor ons bouwt.
dia 5
Steeds weer: niet blijven stilstaan, niet je hier ingraven, maar op weg in vertrouwen.
Ja, want als de Bijbel het over ‘geloven’ heeft, is dat ten diepste vooral vertrouwen,
en daarom niet bang zijn voor wat komt, maar durven loslaten en het erop wagen.
Abraham is dan weer een lichtend voorbeeld: Hij ging op weg, liet alles wat hem bekend en vertrouwd was, achter, en ging zonder te weten waar hij zou uitkomen.
Er staat bij dat hij dat kon ‘door zijn geloof’, zijn vertrouwen dat het goed zou komen,
omdat Hij op God vertrouwde, die er altijd is en overal meegaat, en het goede met je voor heeft, zoals we hoorden met kerst: God heeft behagen, liefde, voor zijn mensen.

Leerzaam is wat we hebben gelezen over Abraham eens te vergelijken met wat er vlak voor wordt verteld, in Genesis 11: over de mislukte torenbouw van Babel.
Daar zie je mensen bezig om voor zichzelf een stad te bouwen met een hemelhoge toren, met als doel samen sterk te zijn en zich veilig te voelen: “En als we in die
stad blijven, raken we niet over de hele aarde verspreid” – misschien zit er meer angst achter dan hoogmoed, want eendracht maakt macht en stel je voor dat we
het allemaal zelf moeten maken, wat gaat er dan gebeuren, wat komt er van ons
terecht – je blijft angstvallig binnen je zelf gebouwde comfortzone, want pas op…
Zo gezegd zit het ook weer dichtbij elkaar, angst en hoogmoed – daar weer achter
zit de drang om alles zelf in de grip te houden, en de angst om het los te laten en te laten gebeuren,wat gebrek is aan vertrouwen dat God je door alles heen vasthoudt
en dat – een nieuw lied– je niet dieper kunt vallen dan in Gods eigen hand.
dia 6
Terwijl Abraham die stap wel zet en het erop waagt – op zijn leeftijd nog – met God.
Bijzonder dat hij en Sara op hun leeftijd – waarvan een gezegde dat best waar is luidt dat je oude bomen niet moet verplanten – bijzonder dat zij alles loslaten en weggaan.
Het was toen al de weg die later de brief aan de Hebreeën wijst als de weg van het geloof achter onze Heer aan die buiten de poort heeft geleden, alleen gelaten door vriend en vijand, en zelfs door zijn eigen Vader: “Laten we dus het kamp verlaten, ons bij Hem voegen, en delen in zijn vernedering. Onze stad is immers niet blijvend, wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt” (Heb. 13: 13) – en we gaan met Jezus – die de Weg is en ons op zijn weg meeneemt, en ons thuis brengt – op weg.

Dat maakt bij alle onzekerheid aan het begin van een nieuw jaar, dat we niet bang hoeven te zijn, maar juist vertrouwen mogen hebben, en moed, en hoop, want wat
de toekomst ook zal brengen, ons leidt de hand van de Heer, onze trouwe Vader.

Aan een nieuw jaar beginnen, is eigenlijk de reis samen met Jezus vervolgen.
We wensen elkaar vandaag alle goeds, je kunt ook zeggen: goede reis, samen.
En zeg er maar bij, tegen elkaar, en voor tegen jezelf: en je hoeft niet bang te zijn.
Want ‘wie zich op God alleen verlaat, weet dat Hij altijd met ons gaat’. dia 7
We krijgen zijn zegen mee, “voor onszelf en om door te geven om ons heen.
Zoals ooit ook Abraham: “Ik zal je zegenen, een bron van zegen zul je zijn”.
amen

Psalm 46: 12 ‘Een vaste burcht is onze God’

liturgie middagdienst zondag 6 november 2016

welkom
zingen: Gz. 310: 1,2,3 LB ‘Bewaar ons, Here, bij uw woord’
moment van stilte en gebed
votum en groet
zingen: Ps. 48: 1,4 GK ‘De HEER is groot en hooggeëerd’
gebed
Schriftlezing: Psalm 46
zingen: Ps. 46: 1,2,3 LB ‘God is een toevlucht t’allen tijde’
verkondiging: Psalm 46: 12 ‘Een vaste burcht is onze God’
zingen: Gz. 401: 1-4 LB ‘Een vaste burcht is onze God’
gebed
collecte
als geloofsbelijdenis zingen: Gz. 221 (GK 16) – melodie Gz. 402 LB

allen
1. Nu zingen wij getroost en blij
van vreugdevolle dingen,
om samen in Gods cantorij
zijn liefde te bezingen.
God bracht verandering teweeg
die wondermooi gestalte kreeg
in Christus, onze Here.
mannen
2. De dwaalgeest had mij in zijn macht,
liet mij geheel ontsporen.
Een kwelling was het dag en nacht
voor dood te zijn geboren.
Ik zonk, zo zondig als ik was,
steeds dieper weg in het moeras
van oeverloze onmacht.
allen
3. Maar Gods verdriet om deze strijd
is al vanouds gebleken
toen Hij in zijn barmhartigheid
zijn vaderhart liet spreken.
Hij gaf het Woord dat bij Hem was;
het Woord dat in Gods ogen las
is kostbaar, uitermate.
vrouwen
4. Aan liefde gaf Hij een gezicht,
het heil kreeg handen, voeten:
zijn lieve Zoon heeft zich verplicht
de zonden uit te boeten.
Dit Woord met daden onderstreept
heeft voor de dood ons weggesleept
en doet ons met Hem leven.
allen
5. Gods Zoon, een pasgeboren kind,
zijn majesteit verborgen –
de ster is Hij, een sterveling
die opstaat in de morgen.
Geen macht heeft Hem de weg versperd.
Zo is, nu Hij de redder werd,
het rijk van God aanstaande.
zegen
amen: Gz. 48: LB ‘Amen dat is: zo zal het zijn’
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
Afgelopen maandag, 31 oktober, was het hervormingsdag.
Dit jaar heeft dat extra aandacht gekregen, want het is zeker in Duitsland maar ook in ons land de start van een jaar lang herdenken en vieren van 500 jaar Reformatie.
Dit omdat volgend jaar, 31 oktober 2017, het 500 jaar geleden is dat Maarten Luther zijn 95 stellingen in Wittenberg aan de kerkdeur liet vastspijkeren dia 2
om de misstanden in de kerk van zijn tijd aan te kaarten en in discussie te brengen.
Dat wordt meestal gezien als het begin van de grote reformatie van de 16e eeuw,
waardoor niet alleen Duitsland maar heel Europa en zelfs de wereld veranderd is.
Ik weet zeker dat u er het komende jaar op allerlei manieren over zult horen, in kerkdiensten, en waarschijnlijk ook op het dorp als we als kerken gaan proberen om
die herdenking invulling te geven en de mensen te laten zien waar we voor staan.

Vanmiddag willen we vooral inzoomen op dat lied dat bij uitstek bekend staat als
hét ‘Lutherlied’: ‘Een vaste burcht is onze God, een wal die ’t kwaad zal keren’.
Het is niet het enige lied dat Luther heeft geschreven, er zijn 39 liederen bekend.
We hebben er al een gezongen: ‘Bewaar ons, Here, bij uw woord’, straks gaan we
het belijdenislied Nun freut euch lieben Christen g’mein zingen, in de Nederlandse
hertaling van Ria Borkent: ‘Nu zingen wij getroost en blij van vreugdevolle dingen’.
Ook de berijming van het Onze Vader wordt gezongen op een melodie van Luther.
En we kennen nog wel meer van zijn liederen: ‘Kom tot ons, de wereld wacht’(Nun komm der Heiden Heiland), ‘Die in de dood gebonden lag’ (Christ lag in Todes-banden’), en het kerstlied ‘Dit is de dag die God ons schenkt’ – het zijn prachtige liederen die graag gezongen worden: Luther was talig – hij heeft zelfs de hele
Bijbel in het Duits vertaald, een enorme prestatie – hij was ook erg muzikaal.
Wat Luther ook gedaan heeft is een aantal psalmen niet berijmd maar er een nieuw lied van gemaakt, waarin lijnen worden doorgetrokken naar Christus en het NT.
Zoals ook bij dat Een vaste burcht, waar Luther boven heeft gezet: “De 46e psalm.
En – in het Latijn – God is onze toevlucht en sterkte – Deus noster refugium et virtus’.
Niet een vers na vers berijmde psalm maar een kerklied over Christus: “Zo gij ’t nog niet wist: Jezus Christus is ‘t, de Heer van ’t heelal, die overwinnen zal”, en: “al wordt
de wereld ook een hel, wij vrezen niet, – Immanuël zal stellig ons bevrijden”..

Het is bijzonder je te verdiepen in de achtergronden van dit lied vol troost en hoop.
Er is wel gedacht dat het ontstaan zou zijn in 1521, toen Luther in een echte burcht
zat, de Wartburg, dia 3 waar vrienden hem na de rijksdag in Worms toen hij als een ketter was veroordeeld en vogelvrij verklaard, in veiligheid hadden gebracht, en waar Luther het Nieuwe Testament vertaald heeft in het Duits – dia 4 – het zou mooi zijn
om dit lied daaraan te linken: de meest veilige en allersterkste burcht is God zelf.
Maar toch klopt dit niet, en is dit lied enkele jaren later ontstaan, in 1527, wat voor Luther zelf en ook voor zijn gezin en zijn gemeente een heel moeilijk jaar is geweest.
Hij had ernstige lichamelijke kwalen, zo erg dat hij en zijn omgeving dacht dat hij er
dood aan zou gaan; waar ook een geloofscrisis bij kwam, waarover hij later zei dat
hij leed aan zware aanvechtingen zodat hij zich in dood en hel geworpen voelde.
In de zomer van datzelfde 1527 brak ook nog de pest uit, waaraan veel mensen stierven, en waardoor ook in zijn eigen gezin mensen ziek werden, onder wie zijn zoon Hans; veel gemeenteleden en studenten ontvluchtten de stad maar Luther bleef want hij wilde als herder niet zijn schapen in de steek laten: gelukkig bleef hij en bleef ook zijn gezin gespaard maar het was een zware tijd waarin de dood dichtbij was.
Midden in die ellende kreeg Luther ook nog het bericht dat een goede vriend en collega als ketter was veroordeeld en terechtgesteld op de brandstapel. Luther schreef dat de enige troost die overbleef, het enige wapen tegen de woedende satan is dat we het woord van God hebben, en dat Jezus hoe dan ook overwinnaar is.
Die zekerheid en dat houvast vinden we terug in het lied dat kort erna ontstond en voor het eerst in 1529 gepubliceerd werd, gebaseerd op de troost van Psalm 46: “
“de HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob”.
dia 5
En als je de omstandigheden waaronder dit lied is geboren, erbij bedenkt, gaat het
meer leven en komt het echt binnen: “laat duizend duivels om ons staan, belust om te verslinden, geen vrees mag omns ternederslaan, wij mogen het toch winnen”…
“hoe satan ook woedt, en wat hij ook doet, ’t is machteloos geweld, zijn vonnis
Is geveld…..Gods heilig woord alleen houdt stand…Gods rijk blijft ons behouden”.
In andere woorden diezelfde enige troost van de gereformeerde catechismus uit Heidelberg: ik ben in leven en sterven, met lichaam en ziel, eigendom van Christus.
Wat meegaat door alle tijden mee en een houvast kan zijn in allerlei moeilijke omstandigheden voor mensen in nood , vervolgde christenen, een bedreigde kerk.

Nou, en dan is die oude psalm 46 een prachtig lied om dat geloof uit te zingen.
Ook een psalm die uit de nood geboren is – nood vooral vanwege wat heet ‘het woeden van de volken, en het ineenstorten van regimes, oorlogen die uitbreken en ook na veel verwoestingen weer uitwoeden en ophouden – herkenbaar ook in onze tijd – en dan ook nog natuurgeweld wat van alle tijden is, denk concreet aan Italië –
en daar kun je onrustig van worden en bang, misschien zelfs van in paniek raken – maar dan is het geloof dat God regeert en niet loslaat met wie Hij iets is begonnen,
een hele troost en geeft dat weer moed: “daarom vrezen wij niet, al wankelt de
aarde en storten de bergen in het diepst van de zee; laat de watervloed maar kolken en beven, de hoge golven de bergen doen beven…” want – en dat is in deze psalm
de rode draad, het refrein tot drie zelfs vier keer toe: “God is voor ons een veilige
schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood” (vs. 2); “de HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob” (vers 5 en nog eens vs.12).
dia 6
Ja, en daarom blijft de stad van God – toen Jeruzalem – overeind in een verwarde en woelige wereld, ook al staat die stad van alle kanten onder druk en gaat het in die stad zelf ook lang niet goed allemaal, want “met God in haar midden stort zij niet in,
vroeg in de morgen komt God haar te hulp” – daarom komt er weer een nieuwe dag.

Dat wil niet zeggen dat deze psalm ons wil laten geloven dat het altijd wel vrede is,
of dat wie in God geloven gespaard zullen blijven bij natuurrampen of in oorlogen.
We weten dat het vaak andersom is, denk maar aan zoveel geloofsvervolging in
de tijd van Luther en ook in onze eigen tijd, en het is waar dat oorlogen soms ook
weer ophouden – de psalmdichter ziet daar God achter die in wat gebeurt zijn hand
heeft (“wereldwijd bant Hij oorlogen uit”) maar wat duurt het soms lang en wat kost
het veel levens en schade – en wanneer gaat het stoppen in Syrië, Irak, Sudan, en
noem nog maar wat brandhaarden op, en hoeveel aanslagen gaan er nog komen?
dia 7
Dan vraagt het wel veel vertrouwen en ook geduld: met God zijn wij veilig, ons leven zeker, God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in nood.
Weer: het betekent niet dat onze huizen en gebouwen wel overeind blijven, dat de muren waar wij ons goed en veilig achter voelen, blijven staan en ons beschermen.
Ik vind heel bijzonder dat in 2011, tien jaar na dat vreselijke van 9/11 in New York, president Obama juist Psalm 46 voorlas bij de herdenking op Ground Zero – ik zie het Hillary Clinton niet doen en Donald Trump al helemaal niet – en dat op een plek waar muren zijn ingestort en de trots van Manhattan als een kaartenhuis in elkaar zakte, waarbij heel veel slachtoffers vielen, onder wie ook veel gelovige mensen.
En dan toch geloven: “met God in haar midden stort zij niet in” – hoezo niet?
dia 8
Ja, maar dat gaat niet over wat wij gebouwd hebben en waar wij op vertrouwen:
ons eigen huis, zo’n machtig financieel centrum, onze aardse zekerheden.
Het gaat in die psalm over de stad van God en zijn heilige woning, de tempel.
Daar waar God woont is veiligheid omdat God zelf daar garant voor staat, en je bij God altijd veilig bent, ook midden in gevaren en bij ziekte, en door oorlogen heen.
Maar zodra het iets van onszelf wordt en God niet meer in het middelpunt staat, valt alles weg en zakken zelfs de stevigste zekerheden als een kaartenhuis in elkaar.
Het is zelfs met die stad van God gebeurt – Jeruzalem op aarde – toen ze daar
hun eigen gang gingen en God hen overliet aan zichzelf; toen ze in misplaatst zelf vertrouwen dachten dat hun niets kon overkomen omdat ze toch Gods tempel in
de stad hadden, liet God die tempel afbreken en zijn volk afvoeren naar Babel.
Want het is alleen waar in geloof en door genade dat God met ons wil zijn, het
kan nooit een trotse zelfverzekerde conclusie zijn uit vermeende eigen goede bedoelingen of geloofspretenties van toch gelovig en toch gereformeerd zijn…
dan is wat met Gods oude bondsvolk is gebeurd een harde leerzame les…..

Maar vooral, wat spreekt er een trouw van die goede God uit, tegenover zijn Israël toen en tot vandaag toe, en ook tegenover ons die Jezus willen volgen: “God is
voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood…de HEER
van de hemelse legers is met ons, een burcht is ons de God van Jakob”. Zoals
die bemoediging vaker in de Bijbel voorkomt, zoals in meer psalmen. dia 9 Het
is een sterk beeld in de Bijbel dat God is als een burcht waar je veilig bent.
En Luther vertaalt dat door tot op Jezus die voor ons duivel en dood overwonnen heeft: de strijd zou verloren zijn, “al onze macht is ijdelheid, wij gaan terstond verloren, wanneer de held niet voor ons strijdt, die God heeft uitverkoren…Jezus Christus is ‘t , de Heer van ’t heelal, die overwinnen zal, God zelf staat ons terzijde”.
Het is vast met Paulus’ bemoediging in het achterhoofd dat wat er ook ons overkomt, wij meer dan overwinnaars zijn, door Hem die ons liefheeft, Christus onze Heer.
Daarom is dat lied van Luther niet een parmantig strijdlied maar een lied van kleine kwetsbare mensen, in een wereld van dreiging en dood, maar met een sterke God.

Er is op Luther veel aan te merken – denk alleen maar aan wat hij geschreven heeft over de Joden – maar we hebben ook veel aan hem te danken – zoals in het kort geleden verschenen boek van prof. Selderhuis over Luther staat: “een kwetsbaar mens, een mens die worstelt met wie God is…. Luther als de zoeker die weg wil van de angst voor God en onderweg is naar een andere God dan die van thuis…..vooral
een mens die probeert christen te zijn”….een mens met “aandoenlijke geloofsstrijd
en prachtige troostwoorden”….dus niet een mens om te verheerlijken, ook niet als
we de komende maanden terugkijken op 500 jaar reformatie, maar een mens die
ons met al zijn fouten en gebreken – die we niet mogen verbloemen – ons leert
roemen in God alleen en leert vluchten naar de enige burcht die veiligheid geeft:
“een vaste burcht is onze God” dia 10 amen

Nehemia 8: 17 : Dankbaarheid… (dankdienst voor gewas en arbeid)

liturgie voor de dankdienst voor gewas en arbeid 2 november 2016

welkom dia 1
zingen: Ps. 65: 1,2 LL

1.Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
u zult van ons de dank ontvangen
die u is toegezegd.
U hoort wat mensen aan u vragen,
bij u komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat u ons vergeeft.
2. Gelukkig wie u wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij u thuis.
U antwoordt machtig en rechtvaardig,
u redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.
moment van stilte en persoonlijk gebed
votum en groet
zingen: Ps. 65: 3,4,5 LL
3. U die de bergen wist te vormen
– een machtig mooi idee! –
u stilt verwoestend zware stormen,
het schuimen van de zee.
U stopt het woeden van de volken,
vervult hen met ontzag.
Zelfs mensen heel ver weg vertolken
luid juichend uw gezag.
4. U onderhoudt het land met regen
en zorgt dat alles groeit.
U geeft rivieren vol met zegen,
zodat de akker bloeit.
U maakt het land geschikt voor koren,
uw arm raakt nooit vermoeid:
u klieft de kluiten, vult de voren
en zegent al wat groeit.
5. U kroont het jaar met uw geschenken,
het druipt van overvloed.
U wilt het droge land doordrenken,
wat bent u gul en goed!
De dalen kleuren blond van koren
de weiden bont van vee,
De heuvels laten van zich horen,
de bergen juichen mee.
gebed
Heer God, machtige Schepper en trouwe Vader:

Voordat we gaan luisteren naar uw Woord, de Bijbel,
willen we U vragen – lieve Vader van ons allemaal -
geef ons een hart dat heel graag luistert

naar alles wat U heeft gemaakt,
naar alles wat U heeft gedaan,
naar alles wat U blijft doen

voor ons hier in de kerk vanavond
en voor de anderen thuis,
voor mensen dichtbij en ver weg,
voor blije mensen en verdrietige mensen.

U kent al hun en onze namen.

amen
…………………………………………………………………………………………….
dia 2

Schriftlezing: Nehemia 8

zingen: Ps. 105: 15,16,18 LB

verkondiging: Nehemia 8: 17-19

——————————————————————————————————————-
dia 3
Gemeente van Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Wat zèg je dan? Een kleuter krijgt een koekje of een cadeautje met z’n verjaardag. Wat zèg je dan? Het kind weet het wel. Dank u wel! Dat simpele voorbeeld zegt dit: dankbaarheid moet je leren. Want bedanken als je wat krijgt is – als het goed is – meer dan een vorm van beleefdheid. Niet spontaan bedanken kon wel eens te maken hebben met eigenlijk niet echt dankbaar zijn. We zijn van kind af aan gewend veel te hebben en veel te krijgen. En hoe meer een mens heeft, en hoe vaker je wat krijgt, des te minder verrassing en dankbaarheid. Zoals welvaart gauw went en verwend maakt.

In onze cultuur is zelfs nog wat anders aan de hand, namelijk verlegenheid als het woord ‘dankbaarheid’ valt: want – las ik – “dankbaar is een beetje een raar woord”:
“Want hoezo zouden we dankbaar kunnen zijn. Wie zouden we dankbaar moeten zijn?
Dankbaar ben je immers jegens iemand van wie je iets gekregen hebt. Maar hebben we ons brein, ons leven, van iemand gekregen?” Als je b.v. niet in een God gelooft?

Onlangs gaf een hoogleraar filosofie zijn afscheidscollege over dankbaarheid, met als titel: “Dankbaar. Denken over danken na de dood van God”, als een poging om toch zin te geven aan dankbaarheid ook als je niet meer gelooft in een God die je alles geeft, en dat zoekt hij dan in ëen gevoel van vreugde over wat ontvangen is, over iets waarop we geen recht kunnen laten gelden en dat we niet af kunnen dwingen, en dat dan verbonden met een gevoel van nederigheid, en bereidheid je voor anderen in te zetten.

Heel mooi allemaal, en het klinkt zelfs heel Bijbels, maar je voelt aan alles dat je blijft wringen, want danken en dankbaarheid blijft in de lucht hangen als die geen adres heeft, als je niet in een Schepper gelooft en in een Vader die jou het leven en de adem en alle dingen geeft, en als je niet beseft dat je nergens recht op hebt en dat alles genade is, dat je inderdaad in alles afhankelijk en kwetsbaar bent en niets maakbaar is.
Als dat besef weg is, is het niet zo vreemd dat dankbaar als een raar woord ervaren wordt en als de samenleving verhardt omdat iedereen op eigen strepen staat en opkomt voor waar je denkt recht op te hebben, als er veel ontevredenheid is en jaloezie, wantrouwen tegenover alles en iedereen, en groepen tegenover elkaar staan.

Ja, en wij dan, die toch geloven is God als onze Schepper en zelfs als onze Vader?
Vergeten we het niet makkelijk: de Heer bedanken voor zoveel dat we elke dag van Hem krijgen? En als we Hem bedanken, is dat meer dan aangeleerd en uit gewoon-te?
Of blijft het bij woorden, terwijl ons leven, ons gedrag, ver weg is van dankbaarheid?
Zoals een kind dat dankuwel zegt omdat moeder dat voorzegt en omdat het nou eenmaal zo hoort, terwijl dat kind het eigen¬lijk heel gewoon vindt dat het lekkers krijgt of cadeautjes, en als het niks krijgt, of niet zijn zin krijgt, gaat dreinen en zeuren? En wijzelf ook al te vaak doen alsof we toch recht hebben op wat we hebben en ook op wat we nog niet of niet meer hebben? En ontevreden reageren als het even anders gaat en als onze wensen niet vervuld en onze gebeden niet verhoord worden? En we in de kerk vooral letten op wat niet goed gaat in onze ogen of anders dan wij graag zien of wat
niet loopt, of waar we het niet mee eens zijn – het glas dat halfleeg is – i.p.v. dat we dankbaar genieten van wat wel kan en gebeurt – dat halfvolle of zelfs overvolle glas.

Wat ik maar zeggen wil: dankbaarheid moeten we allemaal elke keer weer leren, ons leven lang. Daar blijven we kind voor. Al te vaak een verwend en ondankbaar en ontevreden kind. Maar toch ook: een kind van Vader in de hemel die ons wil helpen en ons dankbaarheid wil leren. Die ons daarvoor zijn woorden geeft, ook zijn woorden die vanavond naar ons toeko¬men. Die ons zijn Geest geeft die ons leert bidden en danken, èn dankbaar leven. We willen luisteren naar wat die Geest ons vanavond wil zeggen.

dia 4
Dankbaarheid:
1. moet je leren;
2. ga je vieren;
3. laat je zien.

dia 5 1. Dankbaarheid moet je leren.

Niet voor niets heeft de bijbel het er zo vaak over. Niet voor niets gaf de Here zijn volk Israël regels om hen dankbaarheid te leren voor wat Hij ze gaf. Ik denk aan de regel dat de Israëlieten van wat op het land was gegroeid, iets moeten afstaan en dat moesten brengen naar het heiligdom, eerst de tabernakel en later de tempel. En in de oogsttijd waren maar liefst drie feesten gepland: aan het begin het Pascha, halverwege het wekenfeest (Pinksteren) en als heel de oogst was binnengehaald het loofhuttenfeest.

Zo wilde de HEER zijn volk helpen niet te vergeten wat Hij voor ze had gedaan. Dat ze echt alles aan Hem te danken had¬den. Alles. Niet alleen dat er weer koren op het land stond en er weer vruchten aan de bomen hingen en dat er weer lammetjes waren geboren en kalfjes. Dat er weer eten en drinken genoeg was voor de vaders en de moeders en de kinderen, en de dieren. Dat was al reden genoeg tot dankbaarheid. Zeker als je beseft dat je niets verdiend hebt. Dat je nergens recht op hebt. Maar er was meer. Israël mocht ook nooit vergeten dat het de HEER was die ze dit land had gegeven. Die lang geleden zijn volk had weggehaald uit Egypte en het door de woestijn heen veilig in dit land gebracht had. Juist die tijd in de woestijn kwam weer in de herinnering boven als de Israëlieten als de oogst binnen was, de deur van hun huis achter zich dichttrokken en een week lang in hutjes gingen wonen van takken en bladeren. Zoals wanneer je in de vakantie gaat kamperen en je een paar weken je potje kookt op een gasstel en slaapt op de grond. Even los van een luxe leventje, en dicht bij de natuur. Als het goed is vooral dicht bij de Heer. Leven uit zijn hand.

We hebben gelezen hoe dat loofhuttenfeest in de tijd van Nehemia na jaren weer werd gevierd. Maar het geeft te denken hoe dat zover was gekomen. We hebben gelezen dat Ezra het wetboek van Mozes ging voorlezen op een groot plein in Jeruzalem. Het is heel goed mogelijk dat daarmee het boek Deuteronomium bedoeld wordt. Al lezend kwam het ook op wat de HEER had voorgeschreven met het oog op de feesten die zijn volk elk jaar moest vieren. En dan doen ze ineens een ontdekking: het is de zevende maand van het jaar en dan moeten we feest vieren, loofhuttenfeest. Ze kijken elkaar aan en zeggen tegen elkaar: wat erg, helemaal vergeten vorig jaar, en het jaar daarvoor…wanneer hebben we eigenlijk voor het laatst loofhuttenfeest gevierd?

Dat is vreemd! Dat is vooral triest. Ook dit stond al eeuwen in hun bijbeltje. En nadat de eersten teruggekomen waren uit Babel,hadden ze al wel weer loofhuttenfeest gevierd. Dat wordt verteld in Ezra 5. Maar het duurde niet zo lang of het was er weer bij gebleven.Vergeten! Te druk! Geen tijd voor! Geen behoefte aan! En een hele week niet werken en je personeel vrij af geven gaat ons geld kosten. Dat speelde vaan ook mee.
Hoe kwam het dat ze in Israël dat feest al weer zo gauw vergeten waren? Nou, misschien wel vooral omdat het niet een feest was om wat te krijgen – ze hadden alles al! – maar om te geven. Om aan de Here te denken en Hem te bedanken. Om aan de HEER iets terug te geven van wat ze van Hem gekregen hadden. En ook om te delen met mensen die gebrek hadden en arm waren.

Nou, dat vergeten wij ook zomaar. Vanmiddag was er een mooie dienst met de kinderen, en vanavond hebben we midden in de week dankdienst. Dat is goed en mooi.
Danken voor het eten zullen we ook doen – al schiet zelfs dat er al te vaak bij in en laten we het zomaar na als het niet goed uitkomt of er anderen bij zijn – maar wat komt er terecht van een echt dankbaar leven? Zijn we niet veel te druk èn veel te veel gesetteld in deze wereld, om nog dicht bij de Heer te leven en te eten uit zijn hand? En zij we echt bereid tot delen, tot weggeven, tot inschikken b.v. voor al die vluchtelingen?

Het blijft waar: dankbaarheid moet je leren. Leren van de Heer zelf. En wat zijn we vaak hardleerse kinderen! Gelukkig dat de Heer niet opgeeft. Dat Hij ons er steeds aan herinnert en het ons wil aanleren:Hem dankbaar te zijn voor zijn gaven,te leven niet voor onszelf maar voor Hem, en voor elkaar. In de tijd van Nehemia kwamen ze er achter toen de Bijbel echt weer openging. Nog altijd wil de Heer ons dankbaarheid leren door zijn woor¬den ons op het hart te binden. Dank u, Heer, voor uw woorden!\
dia 6 2 . Dankbaarheid ga je vieren.

Als je je kind een cadeautje geeft, of uw kleinkind, dan is de grootste beloning niet een
gewoontegetrouw of plichtmatig ‘dankuwel’, maar dat stralende gezicht. Die ogen die boekdelen spreken: hij is er echt blij mee. Wat reageert zij enthousiast! Nou, zo wil de Heer graag blije mensen zien en heeft Hij er plezier in als zijn kinderen dankbaar genieten van wat ze van Hem gekregen hebben. Daarom heeft de HEER aan zijn volk Israël feesten gegeven om samen met Hem te genieten van wat Hij liet groeien en bloeien, van wat Hij zijn mensen geeft. En om te genieten van elkaar en elkaars geluk.

Dan mag het daarbij uitbundig toegaan. De Heer gunt zijn mensen een feestelijk leven. We hebben geen knieperige God die nooit de zon in het water kan zien schijnen, maar een gulle God die uitbundig zijn zon laat opgaan over goeden en zelfs ook over slechte ondankbare mensen, en die mensen die dat niet verdienen toch het leven en de adem en zoveel meer dingen wil geven. En dat om ervan te genieten, samen en tot eer van Hem.

Als ze daar op dat plein Ezra horen voorlezen uit de wet van de Here, zijn ze eerst helemaal niet zo vrolijk. Een heleboel mensen barstten in tranen uit. Geen wonder ook. Ze zagen ineens zichzelf en hun leven in de spiegel van Gods wet. En dan schaam je je toch diep. Je kijkt op tegen torenhoge schuld en een niet te peilen tekort. Wat hadden ze weinig te¬rechtge¬bracht van een dankbaar en gehoorzaam leven, terwijl de HEER ze zoveel had gegeven. Ze mochten weer wonen in een eigen land, de tempel stond er weer, en de muren waren opgebouwd, en ze konden weer de oogst binnenhalen van hun akkers en uit hun boomgaarden, maar wat een tekorten in hun leven met de Here en hun dienen van de HEER. En wat deden ze elkaar vaak tekort…Reden voor schaamte en voor bekering – reden om vergevng te vragen en om je leven te beteren.
Maar dan mag gelukkig de blijdschap het winnen. Zoals de Heer zijn volk bij monde van Nehemia opbeurt en blij maakt: droog je tranen en treur niet langer; ga maar lekker eten en drinken, en laat ook wie zich dat niet kan veroorloven, met je meedoen. Let op dat diaconale aspect: iedereen moet kunnen mee-delen in de blijdschap om wat de Heer geeft aan heel het volk..Want feestvieren doe je samen, en dankbaarheid ga je vieren…samen.

Wij vieren niet meer dat loofhuttenfeest. Wat er van over is, is één kerkdienst per jaar die we dankdienst voor gewas en arbeid zijn gaan noemen. Heel wat soberder dan zeven dagen in hutjes wonen en samen feest vieren. Maar vergeet niet dat wij elke zondag dankdienst mogen vieren, en regelmatig avondmaal. En dat als je dichtbij de Heer leeft, en bij Hem hun handen ophoudt, het elke dag feest mag zijn.

Ja, en dat zelfs als het je niet goed gaat naar de mens gesproken. Als er veel zorgen zijn en veel verdriet. Als het werk zwaar valt, jer studie tegenzit, of je nog steeds werkloos bent. Nehemia mocht treurende en terneergeslagen mensen opbeuren: De vreugde in de HEER, die is je kracht. Je mag weten: ik heb een Vader in de hemel die me opvangt en voor me zorgt. Die me vasthoudt en me dwars door alles heen thuis wil brengen. Die me eeuwig leven geeft. Zullen we niet vooral daarom feest vieren: Vader, dank u wel!!

dia 7 3. Dankbaarheid laat je zien.

Dankuwel zeggen en meer niet, dat zegt niet zoveel. Dat kan heel goedkoop zijn. Beleefdheid uit gewoonte. Dankdienst houden omdat we dat elk jaar gewend zijn.
Jezus heeft gezegd dat je er niet bent met vrome woorden, met ‘Heer, Heer’ zeggen, of zingen, maar dat het erom gaat of je doet wat zijn Vader in de hemel van je wil. Als we echt dankbaar zijn dat God onze Vader wil zijn, die zijn Zoon voor ons over had en die elke dag als een Vader voor ons wil zorgen, dan zullen we dat toch laten merken door gehoorzaam te doen wat die Vader zegt en waar Hij plezier in heeft? En dan wil je toch dat andere mensen genoeg hebben en mee kunnen delen van wat God uitdeelt?

Opvallend is wat in onze tekst staat. Tijdens de zeven dagen van het loofhuttenfeest werd elke dag voorgelezen uit de wet. Letterlijk staat er: uit de thorah, het onderwijs van de HEER. Voor ons gevoel past dat niet zo bij een feest: de wet. Dat is toch wat je allemaal moet en wat allemaal niet mag? Maar als je echt van Vader houdt en echt dankbaar bent, dan wil je niets liever dan het Hem naar de zin maken. Dan verdiep je je in wat Vader met je leven bedoelt en wat Hij van je wil. En het is een feest zijn stem te horen. Te leren wat het is: een leven vanuit de dankbaarheid, te leven vanuit verwondering: dat die grote God mijn Vader wil zijn! Dat ik zijn kind mag wezen! Dat God mij gebruiken kan om Hem te dienen! Geweldig!

Nog altijd vieren joodse mensen loofhuttenfeest. De laatste dag van dat feest noemen ze ‘simchat thora’ – vreugde der wet. De boekrollen worden de synagoge rondgedragen terwijl de kinderen met vlaggetjes in de hand eromheen lopen en jong en oud dansen en zingen: Laat ons juichen en blij zijn met deze thora, want zij is onze kracht en licht! Een boom des levens is de thora, leven voor allen, want in U is de levensbron!“ Alles loopt uit op dit hoogtepunt: “ik jubel, ik verheug me op simchat thorah – eens komt de Messias op simchat thorah!”

Wij mogen geloven dat die Messias is gekomen. Jezus Christus heeft de wet vervuld en heeft voor onze ongehoorzaamheid en ondankbaarheid zichzelf opgeofferd. En Hij geeft ons zijn Geest om ons weer dankbaarheid te leren in een gehoorzaam en blij leven tot eer van Vader in de hemel. Zodat we het gaan zeggen en gaan ervaren: hoe lief heb ik, Vader, uw wet! Wat zèg je dan, mijn kind? Dank u wel, Vader, dat ik u weer danken mag en danken wil; dat ik mag léven!

amen

zingen: NLB 218: 2,3,4,5

. 2 Dank U voor deze mooie aarde,
dank U voor sterren, maan en zon.
Dank U dat U ons wilt bewaren,
Kracht en levensbron.

3 Dank U dat alle vogels zingen,
dank U voor elke boom in bloei.
Dank U voor zoveel goede dingen,
Dank U dat ik groei.

4 Dank U voor steun in moeilijkheden,
altijd ziet U naar mensen om.
Dank U voor vrienden en voor vreemden
Die ik tegenkom.

5 Dank U voor alle mooie klanken,
al wat ik zien en horen kan.
Dank U – o God, ik wil U danken
dat ik danken kan.

dankgebed en voorbeden

(gebed)

Here God in de hemel. U bent zo’n machtige God. De Schepper van de hemel en de aarde. Veel groter nog dan het ontzaglijk grote heelal. Een God die boven al onze dagen en seizoenen en jaren staat. Nooit was U er niet. Altijd zult u er zijn.
Waarom bemoeit u zich eigenlijk met ons kleine kwetsbare en ook nog zondige mensjes? U die ook ons gemaakt hebt en ons tot vandaag toe in leven hebt gehouden. U die aan de wieg van elk leven staat en er nog bent waar een mens sterft en begraven wordt. Here, heel vaak begrijpen wij U niet. Kunnen we wat er gebeurt niet rijmen met uw macht en uw goedheid en uw liefde.
Hier gezondheid, daar ziekte. Nu leven, dan weer dood. Bij ons overvloed, op andere plaatsen honger. De een werk, de ander niet. Het ene land al heel lang vrede, het ander al maar oorlog. Naar de mens gesproken onbegrijpelijk en oneerlijk.
Maar leer ons geloven dat U van ons houdt en het goede met ons voorhebt.Dat u ons draagt en ons door moeiten wilt heendra¬gen.
Wilt U bij mensen zijn die ziek zijn, vooral als het ernstig is en als mensen veel pijn hebben, als genezing niet verwacht mag worden. Wilt U zijn met hen die erg verdrietig zijn, omdat U wegnam wie zij niet kunnen missen. Wilt U dichtbij hen allemaal zijn, met de troost van uw beloften en de kracht van uw H. Geest.
Heer onze God, we hebben dat wonderlijke gelezen dat de vreugde in U de Here onze kracht mag zijn. Wilt U dat waar maken in ons leven, als het goed gaat en we veel reden hebben om U te danken, maar ook als er zorgen zijn en we terugkijken op een moeilijke periode en we allesbehalve in de stemming zijn om te zingen en te danken. Wilt U juist dan ons vasthouden en ons ervan doordringen hoe rijk we zijn met zo’n Vader en met een Heer die ons heeft gered en die elke dag voor ons klaar staat.
Vader, we kijken terug op maanden waarin weer veel is gebeurd en veel is gedaan. We hebben heel veel reden om dankbaar te zijn. U gaf ons leven en levensonderhoud, eten en drinken,kleren voor onszelf en onze kinderen, een dak boven ons hoofd.
We mogen wonen in een vrij land, waar we U nog mogen dienen. En ook als er ziekte is, als oud zijn moeiten meebrengt, als het niet meevalt de eindjes aan elkaar te knopen, zijn er in ons land goede voorzieningen en mogen we ook op elkaar in de kerk terugvallen. We danken U dat U ook zo voor ons zorgt.
Vader, wij belijden U dat we al te vaak langs U heenleven. Dat we tekort schieten in dankbaarheid en in een gehoorzaam doen van uw wil. Vaak zijn we eigenwijs en op onszelf gericht. Lopen we heen langs wie onze hulp nodig hebben. Liggen we er niet wakker van dat zoveel mensen in deze wereld in armoede leven. Geef dat we ons daar steeds meer bewust van worden, en bereid zijn te geven en te delen waar een beroep op ons wordt gedaan. Zegen alle hulpverlening dichtbij en ver weg. Geef uw zegen aan het zendingswerk maar ook aan dat van Dorcas en De Verre Naasten, de voedselbank en Stichting Present , de Steiger, en andere hulporganisaties zoals het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen en Redt een Kindt..Help een ieder van ons en geef het nodige om onze taak te doen,en U en elkaar te die¬nen. Zegen ook de diakenen bij hun werk
En geef dat wij hen het nodige geven om dat binnen de gemeente, en erbuiten weer door te geven.
Wij danken U voor uw goede wet, die ons geeft niet om ons aan de ketting leggen maar om ons te beschermen en ons te leren hoe het is met U en voor elkaar te leven. Maak ons al meer gewillig ons leven zo in te richten dat het beantwoordt aan uw bedoeling. Zodat we tot ons recht en onze bestemming komen! Gedenk onze overheid en allen die veel verantwoordelijkheid dragen, opdat ze die goed waarmaken en tot zegen mogen zijn. We denken ook aan dat machtige land de Verenigde Staten van Amerika waar binnenkort een nieuwe president wordt gekozen. Geef een uitslag die vertrouwen geeft, maar vooral het besef dat wie daar ook de leiding krijgt, u alle dingen blijft regeren.
Geef dat we nooit vergeten dat U een God van liefde bent. U wilt alles weer goed hebben. U maakt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dat zal ons mensen nooit lukken, hoe we ook ons best doen. U kunt dat wel: alles nieuw maken. U doet dat ook.
Dankzij Jezus Christus onze Heer die zijn leven daarvoor gaf, en die nu leeft om zijn terugkomst voor te bereiden. Vader, help ons dat te blijven zien en Hem te blijven verwachten. Ga zo met ons mee, de winter in, een nieuwe lente tegemoet. Op weg naar de grote zomer als U alles in allen zult zijn. Hoort u ons in ons bidden en danken, om Jezus’ wil alleen.

amen

collecte
zingen: Ps. 67: 1,3 GK
zegen
amen: Gz. 37: 8 GK
.

Micha 6: 8 : Buigen om recht te doen (Micha-zondag 2016)

Liturgie morgendienst zondag 9 oktober 2016
Votum en groet
Zingen: Ps. 99: 1,2,3 ‘God is Koning’
Gebed
Schriftlezing: Gen. 5: 21-23 en 6: 5-9
dia 1
Zingen: Ps. 25: 2,4 ‘HEER, wijs mij toch zelf de wegen’
Schriftlezing: Micha 6: 1-8
Zingen: Gz. 157: 1-4 ‘Vader, vol van vrees en schaamte’
dia 2 Verkondiging: Micha 6: 8 ‘Buiigen om recht te doen’
Zingen: NLB 992: 1-4 ‘Wat vraagt de Heer nog meer van ons’

1. Wat vraagt de Heer nog meer van ons
dan dat wij recht doen
en trouw zijn
en wandelen op zijn weg?

2. Wat vraagt de aarde meer van ons
dan dat wij dienen
en hoeden
als mensen naar Gods beeld?

3. Wat vragen mensen meer van ons
dan dat wij breken
en delen
als ons is voorgedaan?

4. Het is de Geest die ons beweegt
dat wij Gods wil doen
en omzien
naar alles wat er leeft

Wet van de Heer Leviticus 19
Zingen: Ps. 119: 1,3 ‘Welzalig, wie de rechte wegen gaan’ (schoollied)
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 687 ‘Heer, wijs mij uw weg’
Zegen
Amen: Opwekking 710 ‘Zegen mij op de weg die ik moet gaan’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 3
Hun huwelijk was op de klippen gelopen.
Ze woonden niet meer samen, maar elk op een eigen adres.
Wees gerust: het was niet in deze regio, en ik noem geen namen.
In een indringend gesprek bleek dat de man er niets van begreep: ik heb
alles voor ze over, ik heb altijd hard voor ze gewerkt en ervoor gezorgd
dat ze niets te kort komen,ik had net nog een nieuwe koelkast voor ze
gekocht, en als ik nog meer moet doen, dan wil ik echt mijn best doen.
Maar dit en veel meer was niet wat zijn vrouw had gemist en wat ze
zo graag had gekregen en mocht verwachten van een man en vader:
doen wat hij had beloofd toen ze trouwden, gewoon er zijn voor haar
en de kinderen, samen gaan voor de opvoeding, aandacht voor wat
haar bezighield en dwars zat, haar serieus nemen en echt steunen.
Want liefde is voor geen geld en ook niet met spullen of uitjes, te koop.
En schuld en verkeerd gedrag valt niet af te kopen met buitenkant-dingen.
Maar schuld moet erkend en benoemd en beleden worden, en vergeven.

Zo is dat in een huwelijk, tussen man en vrouw, en tussen ouders en
kinderen: eerlijk zijn, trouw, er zijn voor elkaar juist als het lastig wordt,
niet alleen je eigen belang zoeken maar ook dat van de ander,
in verbondenheid met God, bescheiden en afhankelijk en open.
Zo is dat als het goed is tussen vrienden, en in een kerkgemeenschap;
en als in een buurt en op de werkplek je als mens tussen andere mensen
die allemaal anders maar niet minder zijn, gewoon doet wat volgens
de Schepper de bedoeling is – wat goed is voor die ander en de omgeving –
dan zou de wereld er heel anders uitzien dan hoe die nu helaas vaak is.
dia 4
In de Bijbel wordt de relatie van God met mensen – en voor wat het OT
betreft, tussen God en zijn volk Israël – vaak met een huwelijk vergeleken,
en de ontrouw van dat volk met overspel (vreemd gaan) en echtbreuk.
Met dat in het achterhoofd gaan we nog eens terug naar de tijd waarin
de profeet Micha leefde en profeteerde – als tijdgenoot van de profeet Jesaja,
en van de koningen Jotam, Achaz en Hizkia – in en rond Jeruzalem.
Wat we daarover lezen, maakt niet vrolijk en geeft een schokkend beeld
van wat toen het volk van God was, wij zouden zeggen: de kerk van toen.
God klaagt dat volk daarvoor aan, en dat niet zozeer als een boze koning
of als een strenge rechter, maar als een verongelijkte verdrietige echtgenoot:
“Mijn volk, wat heb Ik je misdaan, waarmee heb ik je gekweld?” (vers 3).
Alsof God ze slecht had behandeld, ze tekort gedaan had, zodat ze recht
van klagen hadden: Ik heb je toch bevrijd en in dit mooie land gebracht,
en daarvoor allerlei tegenstanders overwonnen, of zijn jullie dat vergeten?

Ja, en is het goed om dan in beeld te krijgen waar hun ontrouw in uit kwam.
Waar klaagde God hen voor aan, wat is het dat de HEER zijn volk verwijt?
Nou, niet wat je misschien zou denken: dat ze niet meer trouw in de kerk komen,
in de tempel; dat ze niet elke dag Bijbel lezen en bidden, dat ze niet genoeg offers brengen, dat ze misschien wel afwijken in de leer van wat toen de kerk was….
Nee, dat was het nou net niet, als het daarom ging leek het allemaal op orde.
En uit hun reactie op de aanklacht van God blijkt zelfs dat er wat hen betreft nog wel een tandje bij kan als ze daarmee God tevreden kunnen stellen:“Wat kunnen we de Heer geven? Hoe kunnen we de machtige God eren? Zullen we offers aan hem brengen? Zullen we onze beste kalveren aan hem offeren? Zou hij tevreden zijn met duizend rammen? Of met tienduizend liter olijfolie? Of moeten we ons oudste kind aan hem geven voor alles wat we verkeerd hebben gedaan?”.
dia 5
Kijk, dan heb je er nog helemaal niets van begrepen, net als die echtgenoot die dacht dat zijn vrouw wel erg blij mocht zijn met zijn inzet en met die koelkast. In de tijd van Micha dacht Gods volk dat de Heer wel blij was met al hun offersen met hun trouwe kerkgang, en als het moet, gaan we nog meer ons best doen. Maar eigenlijk past het precies bij het gedrag dat God hen verwijt: niet dat ze de tempeldienst verwaarlozen of de sabbat niet vieren of te weinig offeren, maar dat ze zich in het leven van elke dag niets aantrekken van Gods geboden.
Hoor wat Micha eerder zei: “Jullie gedragen je slecht. Jullie zijn de vijanden van mensen die in vrede willen leven. Als iemand rustig voorbijloopt, pakken jullie zijn jas af. Jullie jagen vrouwen weg uit de huizen waar ze gelukkig zijn. En jullie maken hun kinderen voor altijd ongelukkig.” (2: 7-9) Later komt de profeet erop terug: “Er is niemand meer die eerlijk is. Iedereen gebruikt geweld, iedereen probeert anderen in de val te laten lopen. De mensen zijn goed geworden in kwaad doen. Ambtenaren en rechters laten zich omkopen in rechtszaken. En mensen met veel invloed zeggen in een rechtszaak wat voor henzelf het beste is. Zo zorgen ze er met z’n allen voor dat er op een oneerlijke manier rechtgesproken wordt. De eerlijkste van hen is nog gemener dan de stekels van een doornstruik” (7: 2-4).
dia 6
Dan is het toch wel heel wrang hoe ze op die aanklacht van hun God reageren.
Niet met angst en beven, en met de vraag wat anders moet, dat ze hun kwaad
inzien en zich daarvan willen bekeren en recht doen aan wie ze zoveel onrecht hebben gedaan, en dat ze die mensen die ze uitgebuit hebben, vergeving vragen.
Nee, eigenlijk doen ze net of God even corrupt is als ze zelf zijn, en of ze God kunnen omkopen met nog meer offers en met een hogere VVB, en – het meest schokkende – dat ze als dat moet daar hun kinderen wel voor willen opofferen.
Ik las: “Wie heeft zichzelf nooit betrapt op de gedachte: als ik nu een tijdje extra goed mijn best doe als christen, zal God toch wel vergeten dat ik haar zo gekwetst heb, dat ik hem vergeten ben of dat ik daar zo oneerlijk was”. En we proberen onder de gevolgen van verkeerd gedrag uit te komen door onszelf wijs te maken dat God het wel zal begrijpen en dat Jezus ook daarvoor gestorven is en God gelukkig vergeeft, zonder eerlijk wat fout was of wat we verkeerd gezegd hebben of verkeerd gedacht, in een open gesprek met die ander te benoemen en toe te geven en vergeving ervoor te vragen. En het kan gebeuren dat veel verdiensten voor de kerk en in de samenleving moet verhullen of vergoeden wat achter de huisdeur gruwelijk mis ging en veel schade deed. Of dat we geloof en trouw afmeten aan rechtlijnigheid in een bepaalde leer, terwijl de praktijk op zondag en in de week er totaal niet mee klopt. Iemand noemt het rookgordijnen om te verhullen hoe het er werkelijk voor staat, en om achter een mooie buitenkant gewoon door te gaan met ons eigen leven.
dia 7
Kijk, maar God kijkt daar dwars doorheen, en God blaast dat rookgordijn weg, en Hij zegt in een paar simpele woorden gewoon waar het op staat: doe nou niet net of
het moeilijk is om te doen wat Ik van je vraag, of dat het je veel moet kosten, want
als je eerlijk bent, weet je het zelf wel en weet je het allang en is het zo simpel:“niets anders dan recht doen, en trouw zijn, en nederig de weg gaan van en met je God”. In Prediker staat een uitspraak die tot denken aanzet: “God heeft de mensen eerlijk en eenvoudig gemaakt. Maar de mensen maken alles te ingewikkeld” (Pred. 7: 29)

Natuurlijk zit de wereld best ingewikkeld in elkaar, zeker in onze chaotische, snel veranderende, en ook nog dreigende, tijd, met steeds nieuwe ontwikkelingen. Dat alles ontkent die Prediker allemaal niet, hij het gaat in zijn boek juist over die zo complexe wereld met allerlei tegenstellingen en keuzes en absurditeit, maar hij waarschuwt ertegen om het als excuus te gebruiken en niet moeten doen of we niet weten wat God van ons vraagt en dat is op de plek waar we zijn – ons gezin, onze werkplek, onze plek in de kerk, en ook onze plek als christenen en als kerk in de samenleving; trouw zijn en recht doen, bescheiden en in verbondenheid met God.
Dat zit ook in dat ‘Buigen om recht te doen’, met accent op dat laatste in vers 8: “nederig de weg gaan van je God”, anders vertaald: “ootmoedig wandelen met God”. Vanwege dat ‘wandelen met God’, ‘leven in nauwe verbondenheid met God”(NBV) hebben we iets gelezen over Henoch en Noach, over wie dat wordt verteld.
dia 8
Over dat thema staat in het begeleidende materiaal voor de Michazondag: “Nederig wandelen met God en het betrachten van recht en liefhebben van trouw gaan samen op. Terwijl we recht doen, mogen we ons buigen voor de Heer. En als we buigen voor Hem, geeft Hij ons liefde voor het goede en richt Hij ons op om recht te doen.” Ik voeg daaraan toe dat dat buigen, die nederige houding, ook past in het omgaan naar elkaar, en in de richting van mensen in onze wereld, dichtbij en verder weg, die lijden onder onrecht en onderdrukking, die vluchten en hier veiligheid zoeken, die met armoede te maken hebben en die op onze weg geplaatst worden. Dan past geen neerbuigende houding of afwijzende blikken of een wegkijken, maar dan moeten we naast hen staan als mensen die weten dat ze ook het moeten hebben van Gods genade en in onszelf ook arm zijn, beperkt, gasten op Gods aarde.

Lees er niet overheen hoe Micha namens zijn en onze God ieder die dit leest en hoort aanspreekt: “er is jou, mens, gezegd wat goed is, …wat de Heer van je wil”.
Er staat hier niet: Judeeër, of christen, of ‘vrijgemaakt-gereformeerde’, nee: mens. Het gaat om wat God als Schepper, bedoelt met een mens, en wil van elk mens. Zoals een lied voorzingt dat God de mensen “tot elkaars geluk geschapen heeft”.Dat is waarvoor elk mens bedoeld is: zorg voor elkaar, en ook voor Gods schepping.
Nou, dat lijkt een gigantische opdracht, en dat is het ook, zeker in een tijd als de onze met wereldwijde problemen, in een wereld die steeds meer een dorp is, met informatie die van alle kanten op ons afkomt en over ons heenspoelt, en wat moet je dan als die ene kleine mens, en wat moet je dan als kleine kerk in een grote wereld?
Dan zet zo’n tekstvers van heel veel eeuwen geleden ons met twee voeten op de grond, en leert ons gewoon maar te doen wat God vraagt dichtbij eigen huis en met de verantwoordelijkheid die u en jij en ik hebben: “niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten, en nederig de weg te gaan van je God”= de weg van Jezus gaan, van God en je naaste dienen, met waar nodig een stap terug van je eigen ik. Dat noemt Micha nederigheid en Jezus heeft het over jezelf willen verloochenen.
dia 9
Ik hoor dat ook in dat thema ‘buigen om recht te doen’: dat kan met zich meebrengen dat je soms door het stof gaat, dat het niet gaat om eigen goede naam of de reputatie van een kerk of van ons als Nederland, of van een bedrijf of organisatie, als het recht moet worden hersteld of slachtoffers recht op erkenning of misschien schadevergoeding hebben, of dat nu gaat om wat Nederland in het verleden aan onrecht begaan heeft, of om een bedrijf dat gesjoemeld heeft, of om werkers in de
kerk die in de fout zijn gegaan en zo mensen beschadigd hebben – dan moet recht worden gedaan en past een gebogen houding van schuldbesef en schuldbelijdenis.
En dat niet alleen bij wie een misstap heeft begaan en die dan zomaar door de omgeving als zondebok aan de schandpaal genageld wordt – vanuit een houding van ‘gelukkig ben ik niet als….’, maar buigen om recht te doen is ook dat wij allemaal ons hoofd buigen en beseffen hoe kwetsbaar we zelf zijn en geneigd tot het kwade – wat vaak subtiel begint en met allerlei goedbedoelde excuses en roerende verhalen.
Zoals dat je schulden had en even geld nodig en dat leende uit de kas van de kerk of vereniging waar je over ging, of dat je toch wel heel veel over gehad voor anderen en nu toch wel recht hebt op….of dat je thuis liefde te kort kwam en daarom vreemd bent gegaan….of dat wat jij deed niet goed was maar gelukkig niet zo erg als…..
Zoals in dat verhaal van Jezus over die farizeeër en die tollenaar. dia 10
Dat kon de Prediker ook wel eens bedoelen: het is zo simpel wat God bedoelt,
maar wij mensen bedenken allerlei uitvluchten, om maar onszelf te rechtvaardigen.

Recht doen, dat begint heel dichtbij: in je omgaan met elkaar in huwelijk en gezin, ons kijken naar elkaar en praten met elkaar in plaats van over elkaar binnen de gemeente, zonder vooroordelen en veroordeling waardoor je elkaar zo vaak geen recht doet en zomaar gaat invullen voor een ander zonder oor voor het echte verhaal en zonder oog voor de werkelijkheid waarin we leven en zonder hart voor die ander. Recht doen, en tegelijk trouw zijn: niet weglopen of wegkijken als het moeilijk wordt of niet naar je zin gaat, maar dan volhouden om het goede te zoeken en een mens-uit-één stuk te zijn, op wie God en je medemensen aan kunnen, open en oprecht.
Natuurlijk gaat dat niet vanzelf, maar gaat het met vallen en opstaan, en soms pijn. Gelukkig dat we het niet zelf hoeven te doen en niet alleen, maar dat we steun mogen zoeken bij elkaar, en dat we Gods hulp mogen vragen en zijn Geest. Micha heeft het niet voor niets over nederig de weg van God gaan, en in andere vertalingen blijven nog dichter bij de grondtekst: nederig ‘wandelen met God’ Dat was ook het geheim van die gelovigen van lang geleden als Henoch en Noach,die in een tijd leefden van veel geweld en onrecht maar daarin aan God vasthielden.
dia 11
Iemand schrijft dat wie wandelt oog heeft voor zijn omgeving en mensen om zich heen, en tijd heeft voor bezinning en rust heeft om bewust eigen keuzes te maken. En als je dan samen oploopt met God, en wil leren van hoe Jezus dat deed, ga je groeien in liefde tot God en elkaar, en durf je ook kwetsbaar te zijn als een mens met mogelijkheden en beperkingen, niet meer dan de ander en ook niet minder, maar mens van God, klein en bescheiden maar daarin juist gezegend. en tot veel zegen.

Hoe ouderwets en stoffig het misschien klinkt, er zit toch wel veel in dat oude rijmpje: dia 12 “geen schoner les, en met meer kracht, dan Micha 6, en wel vers 8”.

amen