Matteüs 1: 18-25: Maak het mee met…Jozef (4e adventszondag)

Liturgie 4e adventszondag – 18 december – Rorate

dia 1 ‘Maak het mee met Jozef’

Kerkenraad komt binnen: handdruk – afkondigingen

dia 2 Projectlied 4

1. Een ster laat mensen weten:
de nacht gaat snel voorbij.
God zal ons niet vergeten,
Hij houdt van jou en mij.

2. De hemel helpt je hopen
met woorden in de nacht.
Houd dan je oren open,
want God wekt nieuw kracht.

Aansteken adventskaars(en)

Spreker : In de duisternis verwachten wij
het licht dat komen zal,
Hem, die in de nacht der nachten
wordt geboren in een stal.

Onze hunkerende ogen
blijven op één doel gericht,
op de opgang uit de hoge,
de verschijning van het licht.

Op zijn lieflijke verschijnen
in het midden van de tijd,
in de harten van de zijnen
in de wereld wijd en zijd,

de eerste kaars wordt aangestoken.

Spreker : op de wereldwijde vrede,
als Hij werkelijk komen zal,
te beginnen in het heden,
te beginnen in een stal.

de tweede kaars wordt aangestoken

Spreker: Want een Kind is ons gegeven,
want een Zoon staat ons terzij,
op zijn lippen eeuwig leven,
op zijn schouders heerschappij.
de derde kaars wordt aangestoken

Spreker: Op zijn wonderlijke namen –
Vader, raadsman, vredevorst –
is ons antwoord ja en amen,
daar ons hart naar vrede dorst.

de vierde kaars wordt aangestoken
.
Spreker: Al zijn namen die wij noemen,
stralen in volmaakte pracht
als een tuin vol voorjaarsbloemen,
als de sterren in de nacht.

Inleidende tekst op votum (voorganger)

“In de duisternis van onze wereld zien wij het stralende licht,
voelen wij de koesterende warmte, zien we hoe volmaakt het zal zijn.”

Korte stilte

“Hoe ons leven er op dit moment ook uitziet,
hoe we op dit moment in de wereld staat,
voor elk van ons geldt wat we nu zingen:….

gezongen votum – groet – gezongen amen

Inleidende tekst Jesaja 45: 8: Hemel, laat gerechtigheid neerregenen, laat haar neerstromen uit de wolken, en laat de aarde zich openen. Laten hemel en aarde redding voortbrengen en ook het recht doen ontspruiten.

Zingen: Gz. 80: 1-4 GK ‘O Heiland, open wijd de poort
Wet van de HEER
Zingen: Ps. 19: 1,3 ‘Het ruime firmament maakt wijd en zijd bekend’
Gebed
Schriftlezing: Jesaja 7: 10-17
Zingen: Lied 125: 1,2,3 ‘O kom, o kom Immanuël’
Schriftlezing: Matt. 1: 18-25
Zingen: Lied 125: 4,5 ‘O kom, Gij sleutel Davids’
Verkondiging ‘Maak het mee…met Jozef’
Zingen: Lied 148: 1,2,3 ‘Wees wellekom, Immanuël’
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 535 In het stro van een geleende kribbe’
Zegen
Amen : Opwekking 602 ‘Vrede van God’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders, zusters, jongens en meisjes,
dia 3
Zeg, ik moet je wat vertellen, ik ben in verwachting!
Dat is meestal geweldig mooi nieuws, een fantastisch bericht.
Eerst natuurlijk als je dat als vrouw kunt vertellen aan je man: ik ben zwanger.
En later zijn ouders er blij mee, dat ze voor het eerst of weer opa en oma worden.
En het gaat rond in de familie, en in de kring van vrienden en vriendinnen…en
als je lid van de kerk bent, zijn daar ook veel mensen blij voor je en met je…….

Maar helaas gaat het soms anders, als die zwangerschap ‘niet de bedoeling’ was,
of het gevolg is van vreemdgaan; dan is het een grote schok en schrik: eerst voor
jezelf, dan ook voor die vriend-voor-één nacht, of die getrouwde man met wie je het
had aangelegd, en natuurlijk helemaal voor de eigen echtgenoot en voor je familie.
Hoeveel kinderen zijn er niet de dupe van in hun leven, van een moeilijke start……

Vroeger moesten ongehuwde moeders en stellen die een kind gekregen hadden vp
voordat ze wettig getrouwd waren vaak voor in de kerk publiek schuld belijden, met alle schaamte erbij, voordat het kind gedoopt kon worden – begrijpelijk maar toch zijn er ook vragen bij te stellen want waarom gebeurde dat niet bij andere zonden, en bij veel dat verkeerd was maar niet aan het licht kwam? Het is in elk geval heel zwaar voor wie dat betrof, en voor de familie en anderen die ermee te maken hadden.

In de Bijbelse tijd, binnen Israël, was het nog heel wat heftiger; in de wetten van Mozes staat zelfs het gebod dat als een man gemeenschap heeft met een vrouw die als met een ander verloofd is, ze allebei door steniging gedood moeten worden – we
weten ook wel hoe ze later een vrouw die op overspel was betrapt,bij Jezus brachten en vroegen wat met haar gebeuren moest, of ze volgens Jezus moest worden gestenigd, en dat de Heer toen zei: wie zonder zonde is, laat die maar de eerste steen gooien, en hoe ze allemaal afdropen en Jezus die vrouw vergeving schonk.

Nou, met dat allemaal in ons achterhoofd, moeten we ons proberen voor te stellen wat in Jozef omging toen zijn verloofde zei: ‘ik moet je wat vertellen, ik ben zwanger’.
We weten niet precies wanneer het hoge woord eruit kwam bij Maria – meestal wordt aangenomen dat het was toen ze drie maanden bij haar verre nicht Elisabet was geweest en weer terug was in Nazaret, en het toen wel moest en ook wilde vertellen.

Reken maar dat het een moeilijk moment is geweest want hoe kon ze de blijdschap over die geweldige boodschap van Gods engel overbrengen op haar aanstaande man: ik verwacht een kind, een heel bijzonder kind, maar jij bent niet de vader, de
vader is God zelf – mijn kind, ons kind, is verwekt door toedoen van de Heilige Geest – maar wie gelooft dat nou, en wat moet je daarmee als je verloofde je dat vertelt?

In de BGT staat wel heel direct wat Jozef in eerste instantie gedacht zal hebben:
“Ik kan niet met Maria trouwen, want ze is zwanger van een ander”. Dat moet wel.

En dan was de ergste optie: Maria aanklagen wegens overspel, met alle vreselijke gevolgen, wat Jozef niet wilde want hij hield van Maria, en hij was een goed mens,
staat erbij – de BGT vertelt het zo verder wat in Jozef omging: “ik moet Maria wegsturen, maar dat zal ik in het geheim doen, anders zullen de mensen haar behandelen als een slechte vrouw”. En dat wilde Jozef tot alle prijs voorkomen.

Dan maar Maria met een echtscheidingsbrief wegsturen, buiten de rechters om,
en zo ook zelf een stuk van de pijn van een verbroken relatie met zich meenemen.
Hij kan het niet meemaken, en zal als het aan hem ligt, de bevalling niet meemaken.
Er is een droom voor nodig – die als vaker een wegwijzer van God bleek te zijn –
om Jozef te laten delen in het geheim van Maria, en mee te nemen in Gods plan.

dia 4 Maak het mee met … Jozef
1. waarom hij werd uitgeschakeld
2. hoe hij werd ingeschakeld

dia 5
1 Jozef uitgeschakeld, als man en vader, bij het ter wereld komen van Gods zoon.

‘Stel je voor dat alles goed komt’ –Jozef kon het zich eerst helemaal niet voorstellen,
ziek als hij was door wat Maria hem had verteld: geen huwelijk samen, geen toekomst, en wat zouden ze denken en zeggen: de familie, de mensen in het dorp
waar ze alles van elkaar wisten en je de blikken voelde, en wel wist wat ze dachten.
En Maria zal het ook vreselijk moeilijk hebben gehad: logisch dat hij me niet gelooft,
het is ook zo wonderlijk: niet getrouwd, toch een kind, en een heel bijzonder kind…
Zou ze er straks alleen voor staan, als ongehuwde moeder, kwetsbaar en hulpeloos,
en zouden ze niet allemaal denken dat zij ontrouw geweest was, een overspeelster?

“Ik wil God dienen. Laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt”, dat had ze gezegd
tegen de engel Gabriël, toen die haar die mooie en tegelijke moeilijke boodschap had
gebracht over de zoon die geboren zou worden en die zo belangrijk zou worden later. Stel je voor dat alles toch goed komt, Heer, maak alles goed, ook met Jozef!

Jozef, wie was hij eigenlijk, en wat wordt zijn rol in het plan dat God met Maria heeft?
We weten dat Jozef van beroep timmerman was, en dat hij in Nazaret woonde, dat
in onze tijd een flinke stad is, maar toen een plaatsje van niks dat niet eens op de kaarten stond en dat in allerlei officiële documenten niet terug te vinden was, en dan lag het ook nog in het gedeelte van het land dat Galilea heette, waar ze in Jeruzalem de neus voor optrokken en het Galilea van de heidenen noemden – kan uit Nazaret iets goeds komen, was de spot – en: denk niet dat uit Galilea ooit een profeet komt.
Het is des te schrijnender als je naar de stamboom van Jozef kijkt – waarmee de evangelist Matteüs zijn verhaal begint, en die teruggaat tot David en tot Abraham.

Eigenlijk was die timmerman uit dat gat in het noorden niemand minder dan de
kroonprins, de man die op grond van oude beloften van God aan David dat er altijd iemand uit zijn familie op de troon zou zitten, recht had op de troon in Jeruzalem.
Alleen zat daar nu een nazaat van Ezau op de troon, de wrede Edomiet Herodes,
en dat als zetbaas van de oppermachtige wereldheerser in Rome: keizer Augustus.

In Jozef was zichtbaar hoe diep dat huis van David aan lager wal geraakt was, wat
profeten trouwens al aangekondigd hadden, zoals Jesaja die het had over een oude omgehakte boom (‘de stronk van Isai’) en Amos: ‘het vervallen huis van David’……
Maar die profeten mochten ook al vanuit de verte het herstel van dat vervallen huis aankondigen en dat God op die oude omgehakte boom weer een nieuwe loot zou
laten groeien: “de dag zal komen, dat Ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat
ontspruiten” (Jer. 23:6); “dan zal Ik het vervallen huis van David herbouwen”(Amos 9)
Vandaar dat Matteüs begint met die stamboom: van Abraham via David tot op Jozef.

Ja maar, dan zit er in die lange lijst van namen aan het eind een merkwaardige knik.
Gaat het steeds van generatie naar generatie, van vader op zoon – steeds met een
vader die een zoon verwekt en die weer een zoon, en zo tot op Jozefs opa Mattan
en Jozefs vader Jakob – en dan: “Jakob verwekte Jozef, de man van Maria”.
Maar dan niet: ‘en Jozef verwekte Jozua=Jezus’, maar: “’Jozef, de man van Maria.
“Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt”=messias=de gezalfde.
Ja, en wat Jozef eerst niet kon geloven, wordt hem door God zelf verzekerd: Jezus is verwekt door de Heilige Geest, en is een heilig kind, en de grote zoon van David.

Maar waarom die knik in die stamboom, waarom kon Jozef niet Jezus’ vader zijn?
Denk niet dat het komt omdat het huwelijk en de seksualiteit minderwaardig zouden zijn in Gods ogen of de voortplanting de zonde zou doorgeven – wat achter de leer van Rome zit dat Maria zonder zonde geboren zou zijn, en de gedachte dat Maria altijd maagd is gebleven en ook geen andere kinderen na Jezus gekregen heeft
(terwijl we in de Bijbel lezen over minstens vier broers van Jezus, en ook zussen).

Nee, Jozef moest aan de kant om God ruimte te geven om zijn Zoon in de wereld te brengen – wat helemaal uniek is, is dat Gods Zoon zelf zijn eigen moeder koos – en
dat God zo zijn belofte waarmaakte om aan Davids huis te geven wie dat huis zelf
nooit ter wereld kon brengen: een zoon die heilig zou zijn, zonder zonde, en ook
een koning die voor altijd zou regeren, zoals de engel eerst aan Maria vertelde en daarna in die droom ook aan Jozef: “God zal hem de troon van zijn vader David
geven, en hij zal voor altijd koning zijn en aan zijn regering komt nooit een einde”.
En: “Hij zal zijn volk redden, en ervoor zorgen dat hun zonden vergeven worden”.

Geweldige dingen die geen mens, hoe machtig ook en met hoeveel goede eigenschappen en bedoelingen ook, voor elkaar kan krijgen, maar God wel kan.
Stel je voor dat alles goed komt. Je kunt het je niet voorstellen, Maria kon dat ook niet, en Jozef niet; je kunt het alleen geloven en het van God zelf verwachten, en
dan je eigen plaats kennen en op die plek trouw zijn en het meemaken…met God.

Het is geweldig dat Maria eerst en Jozef daarna ook, door Gods engel bemoedigd,
dat hebben geloofd, en dan dan ook hebben meegemaakt, ook voor en met ons.
Maria die het eerst verwerken moest en daarna zich dienstbaar opstelde: de Heer wil ik dienen, laat er met mij gebeuren wat U hebt gezegd. Het werd zelfs een lied :
“God heeft mij, geringe, die Hem als dienstmaagd dien, goedgunstig aangezien,
en deed mij grote dingen….want heilig is zijn naam, Hij zal zijn trouw bewijzen”.
Daarna boog ook Jozef voor Gods plan en accepteerde de plek die God voor hem had: “Jozef werd wakker en deed wat de engel hem had opgedragen”. Hij trouwde met Maria maar “hij had geen gemeenschap met haar voordat haar zoon geboren
werd” – haar zoon, staat er veelbetekend bij, niet van Jozef, wat een offer voor
hem, en wat een les voor ons mensen: God wil ons redden, zonder toedoen van ons, Hij heeft ons niet nodig, maar wil ons niet kwijt, en wil zijn eigen kind aan ons geven en uiteindelijk zijn kind voor ons verliezen, om ons voor altijd voor zich te winnen.

Stel je voor dat het goed komt, met ons, met onze wereld, nu al en eens voorGoed…
Je kunt het je niet voorstellen als je ziet wat wij vandaag aan de dag als ervan terecht brengen met elkaar en vooral op wat wij stuk maken met en voor elkaar – “maar het is zoals geschreven staat: ” – schrijft Paulus met beroep op de profeet Jesaja – “Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft” (1 Kor. 2: 9) – en dat is de redding door zijn eigen Zoon -maak het mee,dat alles echt helemaal goed komt!

Daar zijn de namen die het Kind zal krijgen, veelbelovend voor: Joshua=Jezus, de Heer – en Hij is zelf die Heer – zal ons redden, redden van onze zonden en schuld,
en van de breuken tussen God en ons en tussen mensen en volken onderling – en
zo wordt het Immanu-el= God is met ons, nu al, en straks op een nieuwe aarde.
Het wordt niet meer onvoorstelbaar maar echt waar: het komt voor altijd echt goed!

dia 6. 2.Hoe Jozef werd ingeschakeld, als man van Maria en vader voor Jezus.

Het is u vast wel opgevallen hoe Jozef in die droom aangesproken wordt.
Het zal hem zelf ook zijn opgevallen en hebben verbaasd: Jozef, zoon van David.
Joodse mensen zijn zich bewust van hun afstamming, dus Jozef wist het vast wel.
Maar als je timmerman bent in zo’n achterafdorp, heel ver van de troon, dan speelt
dat weinig of geen rol meer, en de mensen wisten het niet eens, ze kenden Jozef als de dorpstimmerman; later zeggen ze over Jezus: je weet wel, die van de timmerman.

Heel bijzonder, die naam uit de mond van Gods engel: Jozef, zoon van David.
Extra bijzonder na wat hij van Maria had gehoord over wat de engel tegen haar had gezegd: “God de Heer zal hem de troon van zijn vader David geven.Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen”. Waarmee oude belofte al aan voorvader David gedaan, op Gods tijd werkelijkheid gaat worden: “Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen” (2 Samuël 7: 16).

Kijk, en daarom ook die afstamming terug tot op David, met vooral afstammelingen van David die koning zijn geweest of rechtstreeks recht op de troon hadden, en die stamboom volgt de mannelijke lijn van de erfopvolging tot en met timmerman Jozef.
En nu schakelt God Jozef in om als echtgenoot Maria te steunen en om als vader voor Jezus te zijn, en ook te zorgen voor zijn gezin, en om het geld te verdienen als timmerman: “wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de Heilige Geest”- en dus mag Jozef rekenen op Gods hulp en hoeft hij niet bang te zijn dat er ontrouw in het spel was bij Maria, en ook niet bang te zijn voor praatjes van mensen: samen kunnen jullie jullie kind blij verwachten.

Zo heeft God zowel Jozef als Maria ingeschakeld om zijn zoon als nazaat van David
geboren te laten worden en een plek te geven in Israël, als de aanstaande koning.Ik las:“Door Maria wordt hij Davids zoon, door Jozef tevens Davids definitieve opvolger. Door Maria ontvangt Hij Davids vlees en bloed, door Jozef Davids kroon en troon”.
En ook Jozef wil nu zijn taak op zich nemen: hij nam Maria bij zich als zijn vrouw.

In Lucas 3: 23 staat weer een stamboom die die begint bij Jezus, en dan lezen we:
“Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef”. Jezus zelf heeft Jozef ook als zijn vader gezien en gerespecteerd, terwijl hij wist dat eigenlijk God zijn Vader was; lees maar wat verteld over Jezus toen hij twaalf jaar was en achter was gebleven in de tempel en toen Jozef en Maria hem daar vonden, reageerde met:
“wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn” – maar daarna mee naar huis ging, en we lezen: “hij reisde met hen terug naar Nazaret en was hun gehoorzaam”.
Jezus hield zich het 5e gebod: eer je vader en je moeder, voor hem: Jozef en Maria.

En zo heeft Jozef, samen met Maria, mogen meemaken dat het goed kwam met hen,
en dankzij de zoon die God aan hun zorgen toevertrouwde, het goed zou komen met hun volk en met hun familie, en met heel veel mensen overal in Gods wijde wereld.
Dat ging niet vanzelf, dat heeft voor Maria eerst en voor Jozef daarna best heel veel denken en verwerken en bidden en vast ook slapeloze nachten gekost, want wat was nou de bedoeling van God en waarom nou zo – wat een spanning en een stress – tot steeds meer een licht opging: God doet machtige daden waarvan we mogen zingen in plaats van erover te zuchten en ons zorgen te maken: God zal zijn trouw bewijzen.
Kunnen wij dat meemaken, ieder op eigen plek ingeschakeld: het komt goed!?

amen

Jakobus 5: 7-11: Maak het mee met…Jakobus (3e adventszondag)

Liturgie 3e adventszondag – 11 december – Gaudete
‘Maak het mee met Jakobus’

Kerkenraad komt binnen: handdruk – afkondigingen

Projectlied 3

1. Een ster laat mensen weten:
de nacht gaat snel voorbij.
God zal ons niet vergeten,
Hij houdt van jou en mij.

2. Wie hoopt kan blijven wachten,
Al weet hij niet hoe lang.
Want buiten zijn gedachten
Komt nu al iets op gang.

Aansteken adventskaars(en)

Spreker : Onze hunkerende ogen
blijven op één doel gericht,
op de opgang uit de hoge,
de verschijning van het licht:

de eerste, tweede en derde kaars worden aangestoken.

Spreker : Want een Kind is ons gegeven,
want een Zoon staat ons terzij,
op zijn lippen eeuwig leven,
op zijn schouders heerschappij.

Op zijn wonderlijke namen –
Vader, raadsman, vredevorst –
is ons antwoord ja en amen,
daar ons hart naar vrede dorst.

Kort moment van stilte

Inleidende tekst op votrum (voorganger)

“Wij snakken naar vrede. Hier is daar ruimte voor. Hier mogen wij vrede proeven.
En zo zingen wij…………

gezongen votum – groet – gezongen amen

Inleidende tekst Filippenzen 4: 4-7
Wees altijd blij in de Heer! Ik zeg het nóg een keer: wees blij! Laat alle mensen zien dat jullie vriendelijk zijn. De Heer is dicht bij jullie. Maak je nergens zorgen over, maar vertel in gebed aan God wat je nodig hebt. Dank Hem ook voor alles.Dan zal de vrede van God, die wij met geen mogelijkheid kunnen begrijpen, jullie hart en jullie gedachten beschermen in Jezus Christus.
Zingen: Ps. 85: 1,2 ‘Gij waart goedgunstig voor uw land, o HEER
Wet van de HEER
Zingen: Ps. 85: 3,4 ‘Bij wie Hem vrezen is zijn heil geplant’
Gebed
Schriftlezing: Jesaja 35
Zingen: Ps. 126: 1,2,3 Toen God ons weer naar Sion bracht’
Schriftlezing: Matt. 11: 2-15
Zingen: NLB 741: 2,3 (melodie: Ld.103) ‘Een stem die roept in de woestijn’
Verkondiging: Jakobus 5: 7-11
7 Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt. Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen. 8 Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen. 9 Klaag niet over elkaar, broeders en zusters, want daarmee roept u het oordeel over u af. Bedenk dat de rechter voor de deur staat.
10 Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken. 11 Degenen die standhielden prijzen we gelukkig! U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer
is immers liefdevol en barmhartig.

Zingen: NLB 452: 1,2,3 (melodie: Ld.126) ‘Als tussen licht en donker’
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 440: 1,3,4 (=Ld 127) ‘Ga, stillen in den lande’
Zegen
Amen: NLB 425 ‘Vervuld van uw zegen’
——————————————————————————————————-

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Zoals al gezegd, heeft deze derde adventszondag de Latijnse naam ‘Gaudete’
meegekregen, en dat betekent: ‘verheugt u’, ‘wees blij met elkaar’.
Het wordt geaccentueerd doordat de kleur van deze zondag in plaats van paars
roze is: het wit van kerst komt dichterbij, en dat wit kleurt het paars roze.
Dat dichterbij komen van de beloofde koning en zijn vrederijk staat ook centraal
In de lezingen van deze zondag, vanuit Jesaja, en over de heraut Johannes….
En dat Gaudete, wees blij, is genomen uit wat Paulus schrijft in Filippenzen 4:
“Jullie moeten blij zijn, omdat jullie bij de Heer horen. Ik zeg het nog eens: wees
altijd blij. Laat iedereen merken dat jullie vriendelijk zijn. En bedenk goed: de
Heer is dichtbij ons”. Wat anderen uitleggen als: zijn terugkomst is dichtbij.

Kijk, maar die oproep, die uitnodiging, om altijd blij te zijn en moed te hebben,
staat maar al te vaak onder druk, want de omstandigheden zijn heel vaak niet
om over naar huis te schrijven, en zeker niet om blij mee te zijn en over te juichen.
Je moet maar ernstig ziek zijn, of al zo lang geen werk meer hebben, of het lastig
hebben op school of met je studie, of niet goed in je vel zitten, of om wie je bent
of om wat je gelooft of om hoe je eruit te ziet gediscrimineerd of vervolgd worden.
Dan valt het niet mee positief te blijven, toch de moed erin te houden en blij te zijn.
Ja, en dat de Heer dichtbij is en er voor je is, dat ervaar je lang niet altijd ook echt.
Om nog maar te zwijgen van de belofte dat Jezus de Heer zal terugkomen, om alles nieuw en beter te maken, om een nieuwe wereld te maken van vrede, zonder ziekte
en zonder discriminatie en vervolging en zonder lichamelijke en psychische kwalen.
Dat is al zoveel eeuwen geleden gezegd, en het staat zwart op wit in de Bijbel, maar
het duurt maar en duurt maar en hoe lang duurt het nog – maken wij het nog mee?

Wij hebben drie stukjes uit de Bijbel gelezen, uit drie verschillende perioden, en het is me opgevallen dat het in alle drie gaat over een geweldige toekomst voor Gods volk en Gods wereld, maar tegelijk ook over reserves en twijfels, want wat zie je ervan en maak je er al wel iets van mee, en wat vraagt God veel geduld van ons.

Jesaja 35 beschrijft een hoopvolle toekomst na een tijd van verwoesting, bezetting, en ballingschap: “de woestijn zal vrolijk zijn, juichen en bloeien….de mensen die door de Heer bevrijd zijn,zullen terugkomen in Jeruzalem. Ze zullen stralen van blijdschap, ze zullen juchend de stad binnengaan. Niemand zal nog jammeren of huilen”. Wat geweldig, maar wie het hoorden dachten en zeiden: maar maken wij dat nog mee?
Het was daarom wel nodig, dat de profeet ze moed insprak: “Volk van Israël, houd moed, geef niet op. En zeg de tegen mensen die de moed verloren hebben: “Jullie moeten sterk zijn. Jullie hoeven niet bang te zijn. Want God…komt jullie bevrijden”.

Eeuwen later is het Johannes de Doper die gepreekt had dat de messias er aan kwam en Jezus had aangewezen als de beloofde redder-koning, maar toen hij in de gevangenis zat de moed liet zakken en ging twijfelen want het ging zo anders dan hij gedacht en gehoopt en gepreekt had: Bent u het nou wel, of bent U het toch niet? Waarna Jezus verwees naar wat Hij al liet zien aan voortekens van het komende rijk en aanspoorde te blijven geloven: gelukkig is iedereen die vertrouwen in Mij heeft.

Als Jakobus zijn brief schrijft, gaat het ook daarin over de toekomst van wie in de Heer Jezus gelooft, en over zijn terugkomst: “de Heer zal spoedig komen”.
Maar weer kruipt de twijfel naar boven:maar wat is spoedig, maken wij het nog mee?
Jakobus weet ervan en is ons voor: broeders en zusters, heb geduld, en houd vol.

Maak het mee…met Jakobus…en leer van hem
1. geduld te hebben
2. geen ruzie te maken
3. de moed erin te houden

1. Maak het mee…met Jakobus…en leer van hem geduld te hebben.

Dat is kort gezegd de rode draad door dit briefje van Jakobus, de broer van Jezus.
Als je het in zijn geheel doorleest, merk je dat de lezers het niet makkelijk hadden.
Meteen al in de eerste verzen gaat het over moeilijkheden waarmee ze te maken hadden, en dan spoort Jakobus ze aan om daar positief mee om te gaan: “door die moeilijkheden wordt jullie geloof getest, en leren jullie om vol te houden….en door
steeds vol te houden, zullen jullie als christenen volmaakt worden” (1:2-4, BGT)
Even later weer: ”Als je het moeilijk hebt, als je geloof getest wordt, houd dan vol!
Dan zul je gelukkig zijn. Want God zal je het eeuwige leven geven” (1: 12). Dat is
niet alleen maar toekomstmuziek, zo van ‘stil maar, wacht maar, het komt goed’,
maar dat beïnvloedt nu al je houding, je staat anders in het leven, en gaat anders om met mensen om je heen en met tegenslagen en teleurstellingen:God “besloot nieuwe mensen van ons te maken. Want Hij wil dat zijn nieuwe wereld met ons begint” (1:18)
Juist als je geleerd hebt geduld te hebben en vol te houden, kun je dit leven beter aan dan wanneer je denkt dat alles hier en nu goed moet gaan en dat je recht hebt op gezondheid, veiligheid, welvaart, en noem maar op wat je als mens allemaal wil..

Ik las de afgelopen week in de krant een column over de stemming in de huidige westerse wereld die getypeerd wordt als “chagrijnig, angstig, boos, geïrriteerd, geagiteerd, gefrustreerd”; wat de filosoof die die column schreef weet aan de gevolgen van het afscheid van religie, en het individualisme –ieder voor zich – en de idee van een maakbare samenleving: “het paradijs moest hier en nu helemaal gerealiseerd worden, in mijn individuele leven” , en als blijkt dat dat niet lukt en dat er nog een heleboel niet goed gaat en niet van de grond komt, dat er in dat vermeende paradijs nog schaduwen blijven, groeit onbehagen en boosheid: “elk vermeend obstakel naar het volmaakte geluk wordt voorwerp van onbegrensde woede”. En de schrijver wijst er dan op dat het geloof ons oefent in het omgaan met die schaduw-kanten van dit bestaan: “door moeiten en tegenslagen heen is er toch diepere grond onder de voeten”, zeg maar het ‘nochtans’, het en toch’ van vertrouwen op God die
er is en zijn plan met ons heeft, van een hoopvolle toekomst, waar ook Jakobus zijn lezers en ons dus ook, mee bemoedigt: heb geduld, en houd vol, de Heer komt echt.
De Heer die komt als rechter,om alle onrecht aan te pakken en alles nieuw te maken.

Niet voor niets volgt dat op een aanklacht tegen rijke mensen die armeren tekort deden, en onschuldigen verdrukten en veroordeelden die niet tegen ze op konden.
Meteen daarna komt die aansporing van onze tekst aan het adres van wie daar last van hadden,en zich niet tegen de machtigen en rijken konden verweren:“Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt…Heb geduld en houdt vol. Want de dag dat
de Heer terugkomt, is dichtbij”…en: “bedenk dat de Rechter voor de deur staat”.

Kijk, maar dat vraagt dus juist van wie gelooft en op de Heer vertrouwt, geduld.
Er wordt in het Grieks een woord voor gebruikt, dat letter betekent: een lange adem hebben, en dat staat tegenover kortaangebonden zijn, een kort lontje hebben. En dat geduld heeft alles te maken met vertrouwen, en met hoop op een betere toekomst.

Jakobus wijst op de boer die zijn land heeft ingezaaid en afhankelijk is van de vroege regen – meestal in de herfst, na een droge en hete zomer – die ervoor zorgt dat het zaad ontkiemt – maar ook van de late regen in het voorjaar voor de verdere groei.
Die boer kan alleen maar zaaien, of de regen komt en of die voldoende is, heeft hij niet in de hand: maar hij heeft vertrouwen dat het goed zal komen,en ook de ervaring
van jaren dat er regen komt en dat de oogst kan worden binnengehaald, en dat ook als het wel eens een periode tegenzit, er weer goede jaren op zullen volgen – dat vraagt van zo’n boer geduld, vertrouwen, en leert ook hoe afhankelijk hij is van God
die belooft dat zolang de aarde bestaat zomer en winter, zon, regen, zaaien, maaien
door zal gaan, en die nog steeds dat ook waar maakt,en ons doet leven op de aarde.

Nou, die hoop en dat vertrouwen kan ons helpen om geduldig Gods tijd af te wachten
omdat we weten dat God betrouwbaar is en dat ook in het verleden steeds bewezen heeft: zijn waargemaakte beloften uit het verleden geven hoop voor de toekomst – denk maar aan het beloofde door Jesaja: de ballingen zijn teruggekomen en de stad Jeruzalem is herbouwd, en de beloofde redder en rechter is gekomen – Jezus de Heer; en Johannes mocht toen hij twijfelde aan Jezus houvast krijgen door alles wat Jezus tijdens zijn leven liet zien van Gods komende rijk, en daarna is Jezus voor de zonden gestorven en heeft Gods plan volbracht, en Hij is opgestaan en leeft, en ook
is de Heilige Geest gekomen en is het evangelie de wereld ingegaan – nog steeds
gaat de oogst door van mensen die Jezus volgen en onderweg zijn naar zijn Dag.
En dus is geduldig blijven wachten tot de Heer voorgoed terugkomt, de moeite
waard, en geeft dat de kracht en de moed om het vol te houden, als het moeilijk is.
In vs. 8 staat voor volhouden letterlijk de oproep om ‘onze harten te sterken’, om onszelf moed in te spreken en weerbaar te maken door op de Heer te vertrouwen
en het niet van onszelf of andere mensen, of machtige mensen, te verwachten.

Geduldig zijn, dat is niet iets dat vanzelf gaat, zeker niet in een ongeduldige haastige tijd waarin we het liefst alles meteen willen hebben en geregeld willen zien, en we
zomaar wel dat korte lontje blijken te hebben als het even niet gaat zoals we willen.
Daarom moeten we dat geduld oefenen, en erom bidden, en elkaar erbij helpen.
Paulus noemt geduld als een van de vruchten van een leven vol van de Heilige Geest, als concrete invulling van de liefde die God werkt: het goede zoeken voor de ander, en zo het goede ervaren in je eigen hart en leven – vol hoop en met uitzicht!

2. Maak het mee…met Jakobus…en leer van hem geen ruzie te maken.

Als je samen onder druk staat van moeilijke omstandigheden, of als je zorgen hebt of verdriet moet verwerken, kan dat je sterker maken en ook dichter bij elkaar brengen, het is gelukkig vaak de positieve keerzijde van een moeilijke periode.
Je groeit naar elkaar toe in je huwelijk, je band met de kinderen wordt intenser,
en als christenen die vervolgd worden of een minderheid zijn, ervaar je des te meer hoe je elkaar nodig hebt en wat je verbindt met elkaar, en verschillen worden ineens betrekkelijk – hoogoplopende discussies over buitenkantdingen verschrompelen tot luxeproblemen en onbenulligheden – en je beseft ineens waar het echt om gaat.

Maar het kan ook anders, en het gaat helaas vaak juist anders: dat als van alles
tegenvalt en de omstandigheden tegenzitten,dat leidt tot veel onderlinge spanningen.
Ik vind de sfeer in Nederland die de laatste jaren is ontstaan,daar een voorbeeld van:
De onzekerheid en onrust in de wereld, de economische crisis die we meegemaakt hebt en de bezuinigingen als gevolg daarvan, met daarna de vluchtelingencrisis,
hebben niet de saamhorigheid versterkt maar juist geleid tot angst en boosheid, tot wantrouwen in de overheid en andere leidinggevenden en tot vaak scherpe en felle tegenstellingen tussen mensen en bevolkingsgroepen, en zelfs haatuitbarstingen.
Helaas gaat dat de kerk niet voorbij, en om het maar heel dichtbij te halen: denken en praten over de toekomst van onze gemeente wat begrijpelijkerwijs met emoties gepaard gaat, leidt zomaar tot verwijdering en verwijten over en weer, met gevaar van te vergeten waar het eigenlijk om gaat en wat ons boven alles waarin we van mening en gevoel kunnen verschillen, verbindt – om het nog maar eens te zeggen met die andere apostel, Paulus: “Jullie zijn allemaal door God uitgekozen om gered te worden. Daar vertrouwen jullie op. Jullie hebben dezelfde Heer, hetzelfde geloof, dezelfde doop. En jullie hebben dezelfde God, de Vader van alle mensen” (Ef. 4:4-6) Jakobus gaat ook van die eenheid uit; hij spreekt zijn lezers aan als broeders en zusters, en hij spreekt hen en ons ook aan op het samen geloven in Jezus als Heer.

Ja maar, tegelijk blijkt uit heel deze brief dat niets menselijks, en werelds, mensen die zich christenen noemen, vreemd is, en dat die eenheid zomaar stuk gaat. dia 12
We lezen over sociale tegenstellingen van buitenaf maar ook intern, over slecht luisteren en vlot oordelen, over gauw boos worden, over kwaad spreken van elkaar en oordelen over elkaar, over mensen op hun uiterlijk en status beoordelen, over jaloezie en egoïsme, over hete hoofden en koude harten, en over grote monden…
Als je die hele brief eens achter elkaar doorleest, is het niet om blij van te worden.
Misschien is beter die brief te zien als een spiegel om eens naar onszelf te kijken.
Jakobus heeft het daar zelf over, lees maar 1: 23-25: “Wie de boodschap hoort maar er niets mee doet, is net als iemand die het gezicht waarmee hij is geboren in de spiegel bekijkt, maar zodra hij wegloopt is hij vergeten hoe hij eruit zag. Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt, hem valt geluk ten deel, juist om wat hij doet.”. Zelfreflectie dus, en schuldbesef, en bekering.

Jakobus herkende blijkbaar bij de christenen aan wie hij schreef, dat ze onder druk van tegenvallende omstandigheden en sociale druk, elkaar verwijten gingen maken en elkaar de maat gingen nemen en elkaar de schuld gingen geven, ja maar jij..en jij.
En dan waarschuwt hij hen , en ons, om dat niet te doen: “broeders en zusters, klaag niet over elkaar – letterlijk staat er: zucht niet tegen elkaar – want daarmee roept u het oordeel over elkaar af. Bedenk dat de Rechter voor de deur staat”.
Even eerder was dat een bemoediging: nu is er veel onrecht, heb je het misschien zwaar door vervolging of onrechtvaardige behandeling, de Heer zal recht doen.
Maar dan is wel goed te beseffen – Petrus schrijft dat – dat het oordeel begint in Gods eigen huisgezin, en dat als je zegt te geloven, dat dan wel moet blijken, zeker ook en zelfs allereerst, in hoe je omgaat met elkaar, en omgaat met andere mensen.
Eerder had Jacobus het daar ook al over, want er ging ook toen blijkbaar veel mis op dat punt: “jullie hebben felle discussies en maken steeds ruzie met elkaar. Weten jullie hoe dat komt? Dat komt omdat jullie luisteren naar je eigen slechte verlangens.
En: …spreek geen kwaad van elkaar…En: wie bent u om uw naaste te veroordelen?”
Het is alsof ik Jezus hoor, in de Bergrede: “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.Want op basis van het oordeel dat je velt,zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden”.
Laten we maar veel geduld hebben met elkaar, samen onderweg naar de grote Dag!

3. Maak het mee…met Jakobus…en leer van hem de moed erin te houden.

Dat doet Jakobus door met ons terug te kijken, naar mensen die het ook niet makkelijk hadden – soms heel veel ellende hebben meegemaakt, en tegenwerking – die daarom ook met zichzelf in de knoop raakten en met God en met zijn plan hebben geworsteld, want waarom overkomt me nou dit en hoelang duurt het nog – maar die toch hebben volgehouden en hebben meegemaakt dat gebeurde wat God had beloofd en hebben ervaren – na soms heel lang wachten – dat het goed kwam.
Dan worden met name de profeten genoemd die Gods woorden moesten doorgeven wat hen vaak niet in dank werd afgenomen en veel lijden meebracht, tot gevangenis en zelfs de dood toe,denk aan Jeremia maar ook korter geleden Johannes de Doper.

Ja, en wat staat Job model voor een zwaar leven: alles werd hem afgepakt tot zijn gezondheid toe, en dat was niet makkelijk en hij heeft wat afgeschreeuwd ook naar God toe omdat hij er niks van begreep en het niet kon rijmen, maar toch God niet kon en niet wilde loslaten, en uiteindelijk zijn volhouden beloond zag, allereerst in verdieping van zijn geloof en zijn kennen van wie God echt is: “Vroeger kende ik U alleen uit verhalen van anderen, maar nu heb ik U zelf gezien. Nu heb ik troost gevonden voor mijn moeilijke leven”. (Job 42: 5-6, BGT). En Job mocht ook nog meemaken dat de Heer hem twee keer zoveel teruggaf als hem ontnomen was.

Zo gebeurt dat lang niet altijd, ons wordt niet beloofd dat alles hier al goed komt.
Gelukkig komt veel al wel goed, en laat God heel vaak op een verrassende manier wat eerst kwaad is en verdriet geeft en gemis, en pijn doet, iets goeds komen.
En als we nu al proberen een begin te maken met een leven naar Gods bedoeling,
en we echt de ander serieus proberen te nemen en te begrijpen, en we eerlijk naar onszelf en naar elkaar willen kijken, zijn dat stapjes, hoe klein ook, om al iets van die nieuwe wereld te ervaren en werkelijkheid te laten worden –we maken er al iets van mee, en we gaan merken dat God dat zegent en we dichterbij God en elkaar komen!

Maar het kan ook zo gaan dat we moeten wachten tot na dit leven – zoals ook die profeten, en ook Johannes de Doper, en Jakobus (die volgens de kerkelijke traditie ook als martelaar is gestorven) hier op aarde nog niet kregen wat was beloofd.
Bijzonder dat de Bijbel juist op die voorbeelden wijst om ons moed in te spreken:
“Blijf denken aan jullie leiders die gestorven zijn. Zij hebben jullie het goede nieuws van God verteld. Kijk hoe zij geleefd hebben, en hoe ze gestorven zijn. Probeer op dezelfde manier in Christus te geloven als zij. Want Jezus Christus blijft dezelfde, vroeger, nu, en altijd” (Heb. 13: 7-8, BGT)

Dan mogen ook wij het meemaken, wat ons is beloofd, nu het begin, en eens alles,
samen met Jesaja en andere profeten, met Johannes de Doper, met Jakobus……
en vooral samen met Jezus die ons vooruit is, en gauw bij ons terug zal komen…..
Alle reden om blij te zijn met elkaar, niet te zuchten en te klagen, maar te zingen!
Want – daar loopt de tekst op uit – “de Heer is liefdevol en barmhartig!

amen

Matteüs 3: 1-12: Maak het mee met…Johannes (2e adventszondag)

Liturgie 2e adventszondag – 4 december – Populus Sion
‘Maak het mee met Johannes’

Kerkenraad komt binnen: handdruk
Afkondigingen

Projectlied 2

1. Een ster laat mensen weten:
de nacht gaat snel voorbij.
God zal ons niet vergeten,
Hij houdt van jou en mij.

2. Uit diepte, kou en donker
brengt Hij je naar het licht.
Een nieuw begin , een wonder.
Dat is een vergezicht.

Aansteken adventskaars(en)

Spreker : Onze hunkerende ogen
blijven op één doel gericht,
op de opgang uit de hoge,
de verschijning van het licht:

de eerste en tweede kaars worden aangestoken

Spreker : op zijn lieflijke verschijnen
in het midden van de tijd,
in de harten van de zijnen,
in de wereld wijd en zijd,

op de wereldwijde vrede,
als Hij werklijk komen zal,
te beginnen in het heden,
te beginnen in de stal.

Kort moment van stilte

Inleidende tekst op votum (voorganger)

“Laten wij in diepe eerbied gaan staan en samen zingen wij: ……………….

gezongen votum – groet – gezongen amen
Volk van Sion, ziet! De Heer zal komen om alle naties te redden:
en de Heer zal u de heerlijkheid van zijn stem laten horen,
tot vreugde uwer harten.
O, herder van Israël, verhoor ons, Gij die Jozef leidt gelijk een kudde
Zingen: Psalm 80: 1,2,10
schuldbelijdenis genadeverkondiging
zingen: Ps. 21: 1,3
gebed
Schriftlezing: Jesaja 40: 1-11
zingen: Ps. 68: 3
Schriftlezing: Matt. 3: 1-12
zingen: NLB 158a: 1,2,3
verkondiging: Matt. 3: 11,12
zingen: Lied 126: 1,2
tien Woorden opnieuw
zingen: Lied 126: 3
dankzegging en voorbeden
collecte
zingen: Gz. 78: 1,4 GK
zegen
amen: Ps. 72: 10

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,
Wat een rare man is dat!
Waar woont hij eigenlijk, zou hij ergens in de woestijn een hutje hebben?
Moet je eens zien hoe hij erbij loopt, die ziet er toch gewoon niet uit:
een of andere zak om z’n lijf, en onverzorgde haren en een ongekamde baard…En eten maken…hoe doet hij dat….o, hij leeft van wat hij vindt in deze woestijn: gedroogde sprinkhanen, wilde honing….je moet er maar van houden…..Wat een zonderling toch, hij ziet er uit als een zwerver, een dak- en thuisloze….

Zo ongeveer zullen veel mensen tegen die Johannes aangekeken hebben, die daar elke dag in de woestijn stond te preken en van die enge vreemde dingen stond te roepen over dat de koning eraan kwam; en dat iedereen moest stoppen met verkeerde dingen doen want dat die koning anders je zou straffen, en dat als je soldaat was je niet langer mensen geld mocht afpakken en als je bij de belastingdienst van de keizer werkte je niet meer geld van de mensen mocht vragen dan waar de keize recht op had, en dat als je genoeg kleren had je dan ook ervan moest geven aan mensen die niks hadden en zo nog meer van voorbeelden.

De mensen wisten niet wat ze hoorden, ze schrokken soms ook behoorlijk want dan dacht je dat je goed bezig was en dan zei die Johannes dingen waar je toch goed over moest nadenken: eigenlijk heeft hij wel gelijk en zou ik het anders moeten doen.
Nou en die vrome leiders van het volk waar ze best tegenop keken, die kregen echt onder uit de zak en werden zelfs vergeleken met slangen: die Johannes durfde wel! Veel mensen vonden dat prachtig, maar die leiders waren natuurlijk not amused en dachten er niet aan om zich door deze vreemde man te laten dopen. Ze kwamen wel naar de doopplek maar alleen om te luisteren en te kijken wat er allemaal gebeurde, maar ze bleven op veilige afstand, kritisch en zelfbewust.
Terwijl juist veel gewone mensen en mensen die door die leiders niet gewaardeerd werden, als b.v. tollenaars en soldaten in dienst van de Romeinen, wel kwamen om hun zonden te belijden en berouw te tonen en zich als bewijs ervan te laten dopen.
Om het te zeggen met het thema voor vandaag: veel mensen maakten het mee met Johannes, maar er waren er ook die het niet konden meemaken, en zich afkeerden.

De vraag is vanmorgen ook voor ons, voor u en jou en mij: hoe maken wij dit mee?
Vanmorgen is het die merkwaardige man daar bij de Jordaan die ook ons wil wakker schudden en ons wil uitnodigen mee te maken wat in en door Jezus werkelijkheid is geworden en voor iedereen die zich laat opschudden en meenemen, werkelijkheid kan worden:“kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij” , en breng vruchten voort die passen bij dat nieuwe leven dat je hebt als je voor Jezus gelooft.

Het komt er zelfs nog veel meer op aan dat toen want de beloofde naar wie deze man verwees is gekomen, heeft ons leven geleefd en zijn leven voor ons gegeven, en is bezig terug te komen, zoals Johannes al aankondigde, met zijn Geest en met het vuur, om onze levens en heel Gods wereld schoon te vegen en nieuw te maken.
Het is goed ter harte te nemen wat Paulus schrijft in Romeinen 13: 11en 12: “U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons mee nabij dan toen we tot geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht”. Dat is als de wekker die
afloopt als je naar je werk moet of moeder die je roept als je naar school moet: het is tijd, wakker worden, opstaan, en je aankleden, want het is de hoogste tijd.

Nou, die wekker liep elke dag af in die woestijn bij de Jordaan, en die wekker heette Johannes–na eeuwen wachten was het voor Gods volk zover:de koning komt eraan!
Ik noemde Johannes een wekker, een wakker-maker, de Bijbel noemt hem de laatste en grootste profeet – en ook wel: de heraut die uitbazuint dat de koning in aantocht is en dat alles en iedereen klaar moet worden gemaakt om de koning welkom te heten en te kunnen ontmoeten, en zo dat het een feest wordt en niet voor u of jou uitloopt op veroordeling want deze koning komt ook om alles recht te zetten en schoon te branden, om wie onrecht doen te bestraffen en om af te rekenen met alle kwaad.

Terug naar die rivier waar die zonderlinge prediker en doper elke dag heel veel mensen op de been bracht die hoe dan ook werden geraakt door wat hij namens God te zeggen had, zo zelfs dat ze hun zonden onder ogen gingen zien en er eerlijk voor uitkwamen dat veel in hun denken en hun praten en hun doen en laten niet OK was en moest veranderen, en als teken daarvan zich door Johannes lieten dopen.
Dan kom je er ook achter dat die Johannes maar niet een rare fantast is, een of andere zwerver die door allerlei in zijn verleden van het padje af geraakt is, maar dat hij een profeet is die juist de goede weg van God wijst en wie van die weg zijn afgeraakt, weer op weg wil helpen: heb berouw, keer op je schreden terug, en ruim alles in je leven op wat in de weg kan zitten om de komende koning te ontmoeten.

Dan ga je in die vreemd uitgedoste man met zijn sobere kleren en zijn basale menu, dicht bij de natuur en terug naar de basis, trekken herkennen van die andere grote profeet ,uit de tijd van de koningen, ik bedoel natuurlijk Elia – ook een zonderlinge verschijning die Gods volk terug wilde brengen tot de HEER, en die in de woestijn in leven werd gehouden door de zorg van de Heer zelf, maar die ook weerstand opriep. Jezus zelf noemde Johannes trouwens ‘de Elia die komen zou’ – met daarbij de aansporing: “laat wie oren heeft, goed luisteren”. Laten wij dat ook maar doen!

Daarom is advent vieren meer dan terugdenken aan de tijd voordat het kerst werd. Maak met mee, is dit jaar het thema, en voor deze tweede adventszondag staat centraal of wij kunnen meemaken want Johannes zei met het oog op het komen van de koning en zijn nieuwe wereld die voor de deur staat en ons wil meenemen. Zeg maar – dat staat op de website – “stel je voor dat mensen een nieuw begin kunnen maken” – en nee, niet meteen denken aan die ander, aan hem of aan haar
met wie het niet goed gaat, of die zijn leven in jouw ogen aan het vergooien is door een verslaving of een stukgelopen huwelijk of wat voor wonden of zonden ook, maar blijf dicht bij uzelf: stel je voor dat ik een nieuw begin zou kunnen maken…

Een nieuw begin, bekering, berouw hebben…ik, moet dat dan? En als ja, hoe dan? Toen ik student was in Kampen, hadden studiegenoten soms een sticker op de deur, met de kreet ‘aan deze deur wordt niet gekocht, en bekeerd zijn we ook al’, bedoeld om verkopers van spullen maar ook b.v. Jehovah’s Getuigen van de deur te houden. Er zat best humor in maar zomaar kan het ook wat gearriveerds hebben dat als je gelooft, als je gereformeerd bent en lid van de kerk, je dan wel binnen bent en je wel weet hoe het zit, en dat je dan in elk geval niet meer bekeerd hoeft te worden – daarvoor moeten ze maar naar mijn buren gaan of naar die lui die er niks aan doen, of mensen opzoeken die in de goot of in de gevangenis terecht zijn gekomen….

Eigenlijk was dat precies de houding van die farizeeërs en sadduceeërs en andere leidinggevende figuren die wel eens wilden meemaken wat daar gebeurde rond die Johannes bij de rivier, wat die man te vertellen had en waarom zoveel mensen erop af gingen,maar die er niet aan dachten ook zonden te belijden en zich te laten dopen.
Johannes zag hen wel staan, op veilige afstand en met hun kritische en boze blikken. Hij liet hen er niet mee wegkomen maar ontmaskerde heel hun denken en houding. Als mensen die datzelfde dachten wat ik net noemde: maar wij zijn al bekeerd; als ik me laat dopen, net als die tollenaar en die soldaat, die vrouw met haar slechte leven, is het net of ik ook zo iemand ben, of ik ook vuil ben en ook gewassen moet worden.
En dan Johannes – niet om uit te schelden en onderuit te halen maar juist om ze te waarschuwen en wat er diep in zat, naar boven te halen, om ze wakker te schudden: “Adderengebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel?”
Als vaker is het een beeld uit de natuur, hier uit het dierenrijk: als akkers na de oogst in brand werden gestoken om het overgebleven kaf weg te branden, probeerden de slangen die zich er verstopt hadden zo snel ze konden in veiligheid te komen wat vaak niet lukte: zo zal het ook niet lukken om het oordeel te ontlopen.
Denk aan wat Johannes zegt over de komende messias dat Hij zal komen met de wan en met vuur om zijn dorsvloer – Gods volk en zijn wereld – te zuiveren van het kwaad: waar blijf je dan als je niet breekt met het kwaad in je eigen leven, als je niet steeds weer grote schoonmaak houdt en opruimt wat tussen God en jou in staat?

Ja, en die vrome kerkleiders komen niet weg met vermeende zekerheden als dat ze toch van Abraham afstamden en besneden waren en keurig zich aan de wet hielden.
Net als Paulus die ook een perfecte stamboom had en van zichzelf zegt dat hij een farizeeër was geweest en stipt gedaan had wat de wet vroeg–maar dat op zich helpt niet, want niet iedereen die van Abraham afstamt gedraagt zich ook als zoon of dochter van Abraham –en daar komt het op aan: of je het geloof van Abraham deelt en je daar je leven op afstemt, of je dorre boom bent of een boom die vrucht oplevert.

Johannes heeft het over vruchten die het gevolg zijn van echt bekeerd zijn tot God. En dan gaat het over God liefhebben en ook je medemensen, wat te merken is in hoe je denkt, ook denkt over anderen, in hoe je praat met en over anderen, en in je houding en je gedrag: hoe sta je in het leven, ga je om met geld en bezit, hoe ben je als je teleurstellingen en tegenslagen tegenkomt, hoe verwerk je verdriet en gemis, hoe kijk je aan tegen en praat je over en ga je om met wie anders zijn, anders geaard, anders gelovig of niet-gelovig, met een andere cultuur zoals asielzoekers. Kortom: wil je dienend en dienstbaar zijn, durf je loslaten waar je aan gehecht en aan gewend bent als dat goed is voor anderen; ben je bereid de minste te zijn, open te staan voor feedback van anderen, en durf je het te wagen alleen met Jezus je Heer?

Als ik dat zo zeg en bekering, verandering van denken en leven, zo concreter maak, heb ik zomaar een sprong gemaakt van toen bij de Jordaan naar ons hier in de kerk. Met de vraag aan u en jou en mij: stel je voor dat wij daar tussen stonden, daar in de woestijn, daar bij de Jordaan, bij die misschien ook in onze ogen merkwaardige man die veel heeft van een zwerver, een zonderling,maar die zo indringend je aanspreekt- hoe zouden wij dan daaronder zijn, hoe zouden wij op wat hij allemaal zei, reageren?

Misschien goed om daar – na deze dienst b.v. bij de koffie, thuis of bij het gastgezin – eens over na te denken en te praten:wat zou ik hebben gedaan als ik erbij geweest was: mijn zonden belijden, en dat niet vaag en algemeen maar concreet juist eigen zwakke kanten, mijn harde woorden misschien of juist mijn angst om te zeggen wat ik vind of voel, mijn ongeduld of mijn laksheid, mijn wegkijken van wie mij niet ligt, mijn alles en iedereen vanuit mezelf bekijken of juist mijn nooit nee durven zeggen…en zou ik dan me voornemen om met hulp van de Heilige Geest het anders willen doen, en daar ook hulp voor zoeken bij de Heer en bij mensen om me heen – of zou
ik in gedachten of echt erbij weglopen want ik ben toch al gereformeerd en ik sta voor de rechte leer en ben er wel elke zondag, en in vraag elke dag vergeving want ik ben natuurlijk ook niet volmaakt en ik heb natuurlijk Jezus nodig die ook voor mijn zonden gestorven is, maar bekering, dat is meer voor wie God nog niet kent of slecht leeft….
Het is niet aan mij om dat in te vullen voor anderen, ik heb genoeg aan mijzelf….ik geef het alleen mee als vraag voor u en jou en mezelf: maak ik het mee, met Johannes, en hoe dan, en welke vruchten groeien er door de Geest aan mijn boom?

Ik las ergens dat angst een slechte raadgever is, en dat geldt zeker voor geloven. Wie probeert het goed te doen in Gods ogen uit angst voor straf of voor de hel, mist waar God op uit is met ons: dat wij – en alle mensen – gered worden, gelukkig zijn.God wil geen bange krampachtige knechten maar blije,gelukkige,hoopvolle kinderen. En ook Johannes stond daar niet bij de Jordaan om mensen angst aan te jagen maar om ze uit te nodigen de koning die hen kwam redden, tegemoet te leven, en straks er klaar voor te zijn om samen met die grote koning het goede leven te gaan vieren. Als Johannes het heeft over die na hem komt en sterker en groter is dan Hij, weten we dat het over Jezus gaat, en ook dat Jezus is gekomen niet om deze wereld te veroordelen, maar om wie verloren dreigen te gaan,op te zoeken en te redden. Juist daarom is dat preken en waarschuwen van Johannes de vervulling van wat al in Jesaja 40 aangekondigd werd, en dat juist als een belofte vol hoop en vol uitzicht: Troost, troost mijn volk, spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is en dat haar schuld is voldaan –hier spreekt geen doemdenker maar een vreugdebode: die iedereen het gunt om het samen met hem mee te maken dat er echt een nieuw begin gaat komen:in uw en jouw hart,en leven,en Gods wereld. En dat dankzij God zelf die naar die wereld, en naar u en jou en naar mij toe komt.

“Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God….de luister van de HEER zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft” Dat was de hoopvolle belofte via Jesaja naar een volk in nood en angst en zorgen. Eeuwen later is het zover en mag Johannes zeggen: dat koninkrijk is nu heel dichtbij. Ja, en dat – wat een verrassing – in de persoon van iemand sterker en groter dan ik – “ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem – de Koning – te dragen”. Het accentueert dat Jezus meer is dan Johannes – Johannes de knecht, Jezus de eigen zoon van God, maar ook -en laat u verrassen : hij komt als man op sandalen, mens onder de mensen, begonnen als baby in doeken in een voerbak in een stal, heel kwetsbaar – het centrale in Christmas Lite op kerstavond in BroekerVeilig, dat in Jezus God een van ons wilde worden, zo kwetsbaar als een pasgeboren kind.
Hij wilde zelfs minder worden dan Johannes en dan u en jou: wilde als slaaf dienen, heeft de voeten van zijn leerlingen gewassen, en heeft zich zelfs laten kruisigen. En zo – wat een verrassing – werd de glorie van de HEER zichtbaar – spiegel van zijn liefde – en dat mogen wij meemaken, nu al, en als alles nieuw wordt, voorgoed.

En dan is die waarschuwing voor wie op eigen zekerheden en traditie vertrouwt en zich rijk rekent met wat alleen maar gekregen is: God kan ook uit stenen kinderen van Abraham tevoorschijn roepen, en kan passeren wie denken al binnen te zijn- wat ook wij ter harte mogen nemen als we denken het al te weten, al bekeerd te zijn – dan is die waarschuwing tegelijk een bewijs van de macht van Gods liefde en genade, want waar danken wij het anders aan dat wij Gods kinderen mogen zijn..? Anders dan aan dat wonder van nieuwe geboorte en bekering: dat God harde harten breken en buigen kan, naar Hem en naar mensen toe, en dat God ons blijft wakker schudden en tegelijk blijft bemoedigen: stel je voor dat ook u, en jij, een nieuw begin kan maken, vandaag al, en elke dag weer, en dat kan echt – maak het ook mee!!!

amen

Nehemia 8: 9-12 : Vier je Bijbel! (Nationale Bijbelzondag 2016 – doopdienst)

Liturgie morgendienst zondag 30 oktober 2016
votum en groet
zingen: Ps. 127: 1-4
wet van God (Deut. 5 en 6)
zingen: Ps. 119: 3,15
gebed
bediening van de doop aan Collin Mattias van Dijk

doopsformulier

dooplied (Sela)

In het water van de doop,
zien wij hoe God zelf belooft,
dat zijn Naam voorgoed aan ons verbonden is.
Water dat getuigt en spreekt,
van de hoop die in ons leeft,
dat Gods liefde voor ons niet veranderd is.

Eén met Christus in zijn dood,
gaan wij onder in de doop,
overtuigd dat er bij Hem vergeving is.
Eén met Christus, ingelijfd,
staan wij op van schuld bevrijd,
in een leven dat voorgoed veranderd is.

Met de Heer begraven en weer opgestaan,
om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan.
Uit het water van de doop,
putten wij geloof en hoop,
dat Gods trouw en liefde blijvend is.
Dat Gods trouw en liefde blijvend is.

In zijn lichaam ingelijfd:
Christus’ kerk die wereldwijd,
is geroepen om een beeld van Hem te zijn.
Mensen overal vandaan,
die de weg van Christus gaan,
om vernieuwd voor Hem te leven, vrij te zijn.

Reinig ons, vernieuw ons leven Heer.
Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer.
Prijs de Vader, prijs de Zoon en heil’ge Geest!
Prijs de Heer met al wat leeft en adem heeft!

Wat een liefde, wat een hoop!
U verzegelt door de doop
dat ons leven bij U veilig is.
Dat ons leven bij U veilig is.

na de doop: Opwekking 518

Heer, U doorgrondt en kent mij
mijn zitten en mijn staan
en U kent mijn gedachten,
mijn liggen en mijn gaan.
De woorden van mijn mond, o Heer,
die zijn voor U bekend
en waar ik ook naar toe zal gaan,
ik weet dat U daar bent.

Heer, U bent altijd bij mij
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij
en naast mij
en om mij heen.
Heer, U bent altijd bij mij
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij
en naast mij
en om mij heen,
elke dag.

Heer U doorgrondt en kent mij
want in de moederschoot
ben ik door U geweven;
U bent oneindig groot
ik dank U voor dit wonder, Heer
dat U mijn leven kent
en wat er ook gebeuren zal,
dat U steeds bij mij bent.

dankgebed

Schriftlezing: Nehemia 8
zingen: Ps. 30: 3,7
verkondiging: Neh. 8: 9-12 ‘Vier je Bijbel’
zingen: Ps. 150: 1,2 Levensliederen
1. Zing het uit en prijs de HEER!
Prijs God, geef hem alle eer!
In de tempel waar hij woont,
in de hemel waar hij troont.
Prijs zijn koninklijke hoogheid!
Prijs hem om zijn scheppingsmacht.
Prijs hem om zijn zeggingskracht.
Prijs zijn grenzeloze grootheid!
2. Dans! De toon is nu gezet.
Prijs hem, ramshoorn en trompet.
Prijs hem, snaren, harp en luit.
Prijs hem, tamboerijn en fluit.
Prijs hem, klinkende cimbalen.
Prijs hem, bekkens: vol geluid!
Prijs de HEER en zing het uit
alles wat kan ademhalen!
gebed
collecte
zingen: Gz. 161: 1-4
zegen
amen: Ps. 73: 10 Levensliederen

Bij U te zijn geeft zekerheid.
God is mijn ziel en zaligheid!
Van Hem vertel ik onomwonden.
In Hem heb ik mijn rust gevonden.
Eer aan de Vader en de Zoon,
eer aan de Geest die in ons woont.
Hij redt ons, Hij is onze Heer.
Drie-enig God, aan U de eer!

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Nationale Bijbelzondag. Als het goed is blijft het niet bij die ene zonda.
Want de Bijbel staat als het goed is elke zondag centraal, en nog beter:
de Bijbel gaat ook op andere dagen van de week open, aan tafel, of voor we gaan slapen, of tijdens een andere moment op de dag – stille tijd – en we komen ook regelmatig bij elkaar rond de Bijbel als gelovigen.

En daar worden we dan als het goed is blij van, en zijn we dankbaar voor, ook al staan er in de Bijbel ook moeilijke dingen en scherpe woorden, die schokkend zijn, ons onrustig kunnen maken, boos soms,
of verdrietig, maar altijd bedoeld om ons bij God te brengen of te houden, want Gods woorden zijn Gods reddende kracht voor wie geloven – dat schrijft Paulus in het begin van zijn Romeinenbrief.

Kijk, en daarom is dat thema van de Bijbelzondag 2016 best goed
Gekozen: ‘’ Vier je Bijbel! Wees blij met dat bijzondere boek, want:
wees blij met je God, die van je houdt en graag vergeeft, wees blij
dat je Hem mag kennen en Hem kunt liefhebben als je Vader, en
geef dat door en leef dat voor aan je kinderen, elkaar, en anderen.
Vandaar dat Ezra en Nehemia en de levieten daar in Jeruzalem
tegen de mensen die daar bij elkaar waren, konden zeggen: “Wees
niet bedroefd, want de vreugde, die de HEER geeft, is je kracht”.

Lees dat wel goed, er staat niet dat je altijd maar blij kunt en moet zijn.
Zo van: altijd blijven lachen, wat er ook gebeurt, een christen huilt niet.
Blij waren de mensen die daar bij elkaar waren, juist niet, en met reden – erwas genoeg om over te klagen en bezorgd over te zijn en om te huilen, en dan krijgen ze niet horen dat het allemaal wel meevalt en dat er geen reden is om te huilen, maar wel dat de vreugde die de HEER geeft, hun kracht is. Dat je ook met je sores en ook met je zonden en je wonden bij God terecht kunt en dat je dan mag rekenen op zijn liefde en aandacht, en zijn zegen. Maar juist ook daarom en des te meer: niet verdrietig zijn, maar een feest. En dat – in de lijn van de tekst en deze dienst – omdat God zo goed is.Dat is wat we vieren in deze dienst, en we vieren het elke zondag, en als het goed is, geeft dat je leven als christen, als kinderen van God, kleur, en is dat de uitstraling die we hebben als kerk.

Terecht als daarom het Nederlands Bijbelgenootschap aan ons vraagt:
“willen jullie met ons meevieren dat we dat bijzondere boek hebben, dat we er in vrijheid uit kunnen lezen, over kunnen nadenken, mee aan de slag kunnen gaan?”- vrijheid die uitnodigt om er gebruik van te maken, om er dan ook uit te lezen en over na te denken en er mee aan de slag te gaan. Ja, en dat vooral vanuit dat positieve van er blij mee zijn en blijdschap voorgeven en doorgeven – allereerst thuis, aan elkaar en je kinderen, en dan ook met elkaar als gemeente, en naar anderen om ons
heen toe.

Ik denk vandaag aan u als ouders van Collin, aan ons volwassenen:
dat we laten merken dat het gewoon fijn is, een feest, om zo’n God te hebben die om mensen als wij zijn geeft, en die deze geschonden wereld redden wil. En: dat het geweldig is een boek te hebben als zeg maar Gods liefdesbrief waarin iedereen die erin leest of eruit hoort zich aangesproken mag weten. Aangesproken door een God die als een Vader zijn kinderen liefheeft. Dat we de Bijbel niet af en toe pakken uit gewoonte, omdat we dat gewend zijn en dat natuurlijk zo hoort, maar
omdat we er blij mee zijn en graag lezen en horen wie God voor ons is.

Ja maar, dat lijkt toch wel in strijd met wat we net gelezen hebben, over
zeg maar urenlang Bijbellezen waar de mensen die erbij waren, niet vrolijk van werden maar juist door in tranen zijn uitgebarsten – ze vierden niet hun Bijbel maar ze gingen in de rouw en ze waren er ondersteboven van. Het is dat Ezra en Nehemia en de Levieten hen uit die stemming halen,anders was het een trieste dag geworden, en was het feest in het water gevallen.

Terwijl de dag juist zo mooi begonnen was, hopelijk is dat jullie opgevallen. Er staat dat de mensen bij elkaar waren op dat grote plein in Jeruzalem, aan de priester-schrijver Ezra vroegen om het wetboek van Mozes te halen, de torah – misschien vooral het boek Deuteronomium – en daaruit voor te lezen. Er staat bij dat het op de eerste dag van de zevende maand was, de maand Tisjri – en dat was in die tijd de eerste dag van het jaar – dus nieuwjaarsdag.

Prachtig als mensen spontaan vragen: pak de Bijbel, en lees ons eens voor wat God ons te zeggen heeft en van ons vraagt – ook dat komt mee in dat thema van vandaag ‘vier je Bijbel’- niet als een moeten maar omdat het zo’n mooi boek is. Mooi als dat thuis de sfeer is en in de kerk: geloven en over God horen en praten als blije mensen met een liefdevolle God, en niet als strenge zure mensen die het allemaal zo goed weten en het elkaar en anderen wel eens zullen vertellen.
Mooi als je kinderen merken – bij alle verschillen die er kunnen zijn en discussies en kritische vragen die bij groter groeien horen, dat je als ouders positief in het leven en in het geloof staat, en open bent voor die vragen en die verschillen, en dat ze merken dat je niet gelooft uit angst of omdat het zo hoort, maar omdat je er blij mee bent en er steun aan hebt, en dat je dat zo graag ook aan hen gunt.

Het was bijzonder dat ze daar op dat plein spontaan naar de Bijbel vroegen. Ezra haalde de boekrol meteen tevoorschijn en begon eruit te lezen, en het werd om zo te zeggen een lange zit – nee, urenlang staan– voor mannen en vrouwen en ook oudere kinderen: “aan iedereen die in staat was het te begrijpen”, en er was aandacht: “allen luisterden
aandachtig naar het boek van de wet”.

Ja, en wat ze hoorden – misschien voor het eerst na heel veel jaren, of voor het eerst in hun leven – blijkbaar had de Bijbel heel lang onder het stof gelegen- maakte heel veel indruk en maakte heel veel los, veel emotie, veel verdriet. Dat was vooral omdat ze zich nu pas realiseerden dat de ellende die achter hen lag, van de ballingschap, het puin, de onderlinge spanningen, gevolg waren van hun ongehoorzaamheid en hun leven tegen Gods geboden is.

Zoals ook bij ons kan gebeuren, dat de Bijbel een spiegel is waarin je naar je eigen leven kijkt en kijkt naar wat in de wereld om je heen gebeurt, en je beseft hoe anders God het bedoeld heeft en wat wij met elkaar verknoeien. Dan is af en toe schrikken heilzaam en leidt dat hopelijk tot verandering. De apostel Paulus schreef: ”Er bestaat verdriet waar God blij mee is. Zulk verdriet zorgt ervoor dat mensen hun leven veranderen. Daar krijgen ze geen spijt van. Want het heeft als gevolg dat ze gered worden” (2 Kor.7:10).

Kijk, en daar is het God om begonnen, om die redding en het goede leven. We zongen: “maakt korte tijd zijn toorn u bang, zijn liefde duurt uw leven lang”. Daar is God Vader voor en daar ben je als mens met al je fouten kind voor. Als het goed is gaat het toch ook zo in een gezin: je bent soms erg boos op zoon of dochter – het komt in de beste gezinnen voor, ik kan er over meepraten, en iedereen die kinderen heeft, heeft zo zijn ervaring- maar liefde is zoveel sterker en daarom blijf je, als het goed is, niet boos maar wil je dat het gauw weer goed komt en dat je kind ervan leert en jijzelf ook trouwens.

Zo mogen we geloven en ervaren dat God niet boos blijft maar vergeeft.
En daarom verderop in diezelfde psalm: “U hebt mijn verdriet veranderd
in vreugde, ik huil niet meer maar ik ben weer vrolijk” – zo goed is God,
zoals een vader liefdevol zijn armen slaat om zijn kind omringt ons met
erbarmen God onze Vader, want wij van Hem, je blijft hoe dan ook zijn kind. Nou, en dat is waar de Bijbel vol van is en wat God ons wil meegeven enwat je mag doorgeven en voorleven aan je kinderen, en aan zoveel anderen, dat God goed is en dat God wil dat mensen gered worden en gelukkig zijn, dat we ook voor elkaars geluk geschapen zijn en elkaar zullen liefhebben.

Dan is het woord wet hier bij Nehemia ook niet een boek vol strenge regels maar torah=onderwijs, richtingwijzer, om wegwijs te worden door het leven en vooral ook om onder de indruk te raken van Gods werken van redding en vergeving. Ik las: “De Bijbel is het boek van de vreugde. Het Woord Gods staat midden in de werkelijkheid van leed en pijn, van smart en nood, maar dat alles wordt overstraald door de vreugde, het feest. De Bijbel begint met het feest van de schepping en eindigt met het feest van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Daar tussenin wordt het
feest gevierd uit dankbaarheid voor Gods grote werken als voorsmaak van de komende heerlijkheid”. Dan is het leven nu al goed.

Daarom konden die huilende mensen daar in Jeruzalem hun tranen drogen en uitbundig gaan feesten. Daar hoorde lekker eten en drinken bij, en ook delen met wie gebrek leden – want feest is voor samen en dan doe je er alles aan om iedereen te laten meedoen. Ook goed om uit dit verhaal mee te nemen, en er in onze tijd invulling aan te geven: denk aan mensen op of onder het minimum, denk aan vluchtelingen, aan de voedselbank, aan de inzameling van Dorcas deze week rond dankdag. En laten we ook in eigen gemeente er zijn voor wie ziek is of het moeilijk heeft.

Het werd een uitbundig feest, en ook het loofhuttenfeest werd weer gevierd. Waarbij weer uit de tora gelezen werd, elke dag: ze vierden weer hun Bijbel. Dat kunnen Joodse mensen wel, uitbundig feest vieren, en dat met de torah. Er is zelfs een speciaal feest voor: het heet Simchat Torah = vreugde der wet. De torahrollen worden uit de kast gehaald en dansend en zingend door de synagoge gedragen en kinderen zwaaien met vlaggetjes – er staat iets over op de handout, en achterop kun je er iets van zien, met hebreeuws en al.Zo doen wij dat niet maar de gedachte erachter is heel mooi: je Bijbel vieren.

“Wees niet bedroefd, want de vreugde die de HEER geeft, is uw kracht”.
Later herhaalt Paulus het: “laat de HEER uw vreugde blijven” (Filipp.4:4).
Dan kun je heel wat aan, zelfs zorgen en verdriet en verlies:de HEER is er altijd voor je, en voor je kinderen, en zijn liefde duurt jouw en hun leven lang, en zelfs nog langer: een eeuwigheid. Dan geldt het niet alleen voor een eerste dag van het jaar of van een week, en niet alleen voor de hoogtepunten in ons leven: “dit is een heilige dag, wees niet bedroefd”. Dat geldt dan van elke zondag en elke dag, en het is ook: weg van de negativiteit, houd op met somberen, vier samen dat we de Bijbel hebben, vier je geloof! En laten we doen waar het psalmboek op uitloopt en de Bijbel vol van is: “Zing het uit en prijs de HEER! Prijs God, geef Hem alle eer!” “Prijs de HEER en zing het uit alles wat kan ademhalen!”

amen

Romeinen 11: 25-26: Toekomst voor ‘Israël’ (Israël-zondag 2016)

liturgie morgendienst zondag 2 oktober 2016
votum en groet
zingen: Ps. 98:1,2,4
wet van de HEER
zingen: Hou je aan de regels (Kids Opwekking 63)
gebed
Schriftlezing: Romeinen 11
zingen: Ps. 106: 18,19,20
verkondiging: Rom. 11: 25-32
zingen: Ps. 106: 21,22
gebed
collecte .
zingen: Lied 434: 1,2,3,4
zegen
amen: Lied 434: 5

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, ik kan ook zeggen: van Jezus Messias,
dia 1
Het is vandaag in veel kerken weer de jaarlijkse Israël-zondag.
Goed om in deze dienst na te denken over het thema: Toekomst voor ‘Israël’.
Maar ik heb wel die naam Israël tussen hoge komma’s gezet, want waar hebben we het over – en waar heeft de apostel Paulus het over, als die naam Israël valt?
In onze tijd kun je er nogal wat kanten mee op: Israël kan de staat Israël zijn onder
leiding van premier Netanyahu; of je hebt het over het Joodse volk als geheel
(alle Joden die wereldwijd verstrooid zijn), of over de religieuze Joden, die ook al weer heel erg verdeeld zijn: streng of minder streng, Joden die nog de beloofde Messias verwachten, Joden die in Jezus zijn gaan geloven en verdeeld zijn over
allerlei Messiasbelijdende gemeenten, en ook Joden die geen Messias verwachten maar geloven dat de messiaanse beloften slaan op het Joodse volk zelf…..ik heb
lang nog niet alle varianten genoemd die bestaan tussen wie allemaal Joden zijn.

Nou, en als je dan ervan uitgaan dat er toekomst is voor Israël, wat bedoel je dan?
Om te blijven bij wat daarover aan gedachten leven onder christenen, en meer speciaal, onder protestanten, kom je alweer heel uiteenlopende gedachten tegen.
Zo is er de twee-wegen-leer die ervan uitgaat dat er twee wegen zijn naar God:de weg van niet-Joden via geloof in Jezus, de weg van Joden zonder geloof in Jezus.
Anderen, zoals de beweging Christenen voor Israël, geloven dat eens alle Joden
in Jezus zullen gaan geloven, en ze beroepen zich dan op wat we net gelezen hebben in Rom.11: 26: dan – als alle niet-Joden die God uitgekozen heeft om te gaan geloven, binnen zijn, zal heel Israël = het Joodse volk dat dan leeft in zijn geheel – worden gered. Weer anderen willen daar niets van weten; zij zeggen dat het volk Israël geen bijzonder volk meer is, en dat de naam Israël is overgegaan op de kerk – dat wordt wel de ‘vervangingsleer’ genoemd – ook binnen onze kerken kom je dat nog tegen.
dia 2
Als je dan de Bijbel gaat lezen, moet je oppassen met welke bril op je dat dan doet.
Laat ik ook maar meteen zeggen dat er nog best veel onhelder en lastigs in zit.
Misschien is dat wel eigen aan hoe Paulus het noemt in vs. 25: “een goddelijk
geheim” – letterlijk: een mysterie – een uitlegger zegt ervan: “een musterion houdt
iets onpeilbaars: men hoort ervan en het blijft diep en ondoorgrondelijk”. Paulus
eindigt zijn verhaal dan ook met bijna een psalm: “Hoe onuitputtelijk is Gods rijkdom,
wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. Want wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman?”

Er moet dus wel meer aan de hand zijn dan een brok informatie over hoe het precies zal aflopen met het Joodse volk, laat staan dat het met dat volk wel afgelopen zal zijn, en de bedoeling van deze hoofdstukken uit Romeinen zijn ook niet een soort
Israël-theologie van waaruit we dan allerlei Bijbelteksten kunnen gaan inkleuren.
Uit alles blijkt dat Paulus verdriet heeft over de afwijzende houding van het overgrote deel van zijn volksgenoten tegenover Jezus, maar tegelijk vol verwachting is en in voortdurend gebed voor dat volk waaraan God zich verbonden heeft en waaruit Jezus is geboren: zelfs de verstgaande ontrouw kan niet op tegen Gods trouw.

Ja, en wat we ook niet moeten vergeten is dat in deze hoofdstukken niet de Joden worden aangesproken, maar dat Paulus juist vooral de niet-Joden, dus ook ons,
aanspreekt om ons de juiste – bescheiden – houding aan te leren tegenover onze
oudste broer Israël, en te roemen in de barmhartigheid en de trouw van God, lees vers 13: “Ik spreek nu tot degenen onder u die uit heidense volken komen”.
Daar moet het ook over gaan: wat betekent ons christen-zijn voor het Joodse volk?

dia 3 Toekomst voor ‘Israël’
1. Gods trouw
2. Onze taak

dia 4 1. Gods trouw.
Er valt heel wat te zeggen over de afwijzing van Jezus als de door God gegeven Redder en Koning door het overgrote deel van het Joodse volk in de tijd van Paulus.
Daar vallen in zijn brieven dan ook regelmatig harde woorden over, ook in deze hoofdstukken van zijn brief aan de christenen in Rome, zoals b.v. in 11: 8-10, waar veroordelingen uit Deut. 29 en Psalm 69 toegepast worden op wat de apostel noemt de Joden die onbuigzaam zijn en onwillig om hun oren open te zetten voor de boodschap van redding door Jezus en die hun hart zo afsluiten voor Gods liefde.
dia 5
Maar dat schrijft Paulus altijd met tranen in zijn ogen en met een bloedend hart, en tegelijk ook in bescheidenheid want het is zijn eigen volk en zelf heeft hij tot aan zijn bekering net zo gedacht en geleefd, en hij heeft zelfs de gemeente vervolgd.
En nu hij de rijkdom van het geloof in Jezus als de beloofde messias en zijn Heer ontdekt heeft, doet het zoveel pijn als hij dat niet juist met eigen volk delen kan e:n als hij door dat volk als een verrader en een afvallige wordt gezien – hoe erg is dat!9
Lees maar 9: 2: “ik ben diepbedroefd en word voortdurend door verdriet geweld”.
Dat gaat zo diep dat Paulus het er bijna voor over zou hebben van Christus gescheiden te zijn, als dat kon helpen om zijn volksgenoten het geloof te geven.

Ja, want die volksgenoten zijn vooral vanouds geloofsgenoten, het volk van God:”
“de Israëlieten, die God als zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie Hij zijn nabijheid, de verbonden, de wet, de tempeldienst en de beloften heeft geschonken, …het volk dat van de aartsvaders afstamt en waaruit Christus is voortgekomen…”
Kijk, en dat maakt dat Paulus voor hen blijft bidden en met het evangelie van Jezus messias overal waar hij komt, eerst naar de Joden toe blijft gaan, en dat geeft ook dat hij als bij uitstek de heidenapostel toch hoop heeft dat God zijn volk niet loslaat:
Het is de rode draad door deze hoofstukken heen: “God heeft zijn belofte niet gebroken” (9:6)…”de Heer zal zijn woord op aarde gestand doen, onvoorwaardelijk en onverkort” (9:28)….”Heeft God zijn volk dus verstoten? Beslist niet!” (11: 1)..”God heeft zijn volk, dat Hij al van te voren uitgekozen heeft, niet verstoten”(11:2)….”..God blijft hen liefhebben, omdat Hij de aartsvaders heeft uitgekozen. De genade die God schenkt neemt Hij nooit terug, wanneer Hij iemand roept maakt Hij dan niet ongedaan” (11: 28-29). En: Gods doel is om ook dit volk barmhartig te zijn (11:31).
dia 6 Zo kennen we de God van Israël, die onze God wil zijn, uit zijn eigen Woord, en uit heel de geschiedenis die Hij gaat met mensen, als de God die woord houdt, die trouw blijft, zelfs als wij ontrouw zijn, die niet loslaat waaraan Hij ooit met ons is begonnen en zich houdt aan wat Hij ooit aan zijn volk en aan ons heeft beloofd.

Kijk, dat geeft Paulus moed als hij aan zijn volksgenoten denkt: maar God is trouw. En als hij erover schrijft is dat ook en zelfs vooral een boodschap aan wie van buiten
erbij zijn gehaald en erbij mogen horen: niet-Joden, ex-heidenen die hij wilde takken
noemt die zijn ingeënt op die edele oflijfboom Israël: beroem u niet tegen die boom,
tegen de wortel waaruit u bent voortgekomen – en niet andersom – en blijf hopen en bidden dat ook de uitgehakte takken weer geënt gaan worden: weet je verbonden met Israël, bid voor Israël, houd hoop voor Israël, en wees aantrekkelijk voor Israël.

Ja, want dat goddelijk geheim, dat mysterie waarover het hier gaat, is dat het met dat oude verbondsvolk Israël niet is afgelopen, dat God er geen punt achter heeft gezet,
maar dat er een toekomst is voor Israël: een deel blijft zich hardnekkig verzetten, maar dat is niet het hele verhaal: zoals eerder blijft een rest over, en zullen steeds weer nieuwe takken worden ingevoegd – wat door de eeuwen heen is gebeurd, en nog steeds gebeurt, binnen de staat Israël, en in de VS, in Nederland, en overal.

Er is wel iets ingrijpends gebeurd toen in het jaar 70 na Christus Jeru.zalem weer werd veroverd en de tempel werd verwoest, zonder ooit weer opgebouwd te worden.
Eeuwenlang leefden de Joden verstrooid over heel de wereld, en ook nadat in 1948 er weer een Joodse staat gesticht werd, bleven veel Joden in de verstrooiing leven.
Toch bleef er een Joods volk, een Joodse identiteit, en een sterker verbondenheid.
Daar kun je een teken van Gods trouw in zien, al wordt ook onder christenen heel verschillend gedacht over de vraag of je Israël nog altijd verbondsvolk kunt noemen.

Ik denk dat je in het licht van de Bijbel zelf, zeker ook vanuit wat Paulus schrijft, kunt volhouden dat God naar hen blijf omkijken als ‘geliefden om der vaderen wil’, of zoals de NBV heeft: “God blijft hen liefhebben, omdat Hij de aartsvaders heeft uitgekozen”.
Dat staat nog altijd zwart-op-wit in onze Bijbels, en God doet wat Hij heeft beloofd.
Zoals een uitlegger schrijft:”De vijandige verharding van een deel van Israël maakt nog geen einde aan de trouwe liefde van God voor de kinderen van de aartsvaders”.

Ja, en gezien wat de kerk door de eeuwen heen en wat een zogenaamd christelijk Europa heeft laten zien en het Joodse volk heeft aangedaan, zijn wij de laatsten om
dat volk af te schrijven, met alle gevaar van zelfs jodenhaat en anti-semitisme.
We zouden dan vergeten waar Paulus voor waarschuwt: “wees niet hoogmoedig maar heb ontzag voor God” – lees maar vs. 21: “als God de oorspronkelijke takken niet heeft gespaard, zou Hij u dan wel sparen?” – en positief: ”als de Israëlieten niet
volharden in hun ongeloof, zullen ook zij worden geënt, want God is bij machte hen
opnieuw te enten” – weer een bewijs van de trouw van God, door alle ontrouw heen.
dia 7
Maar wat houdt dan die belofte in waar zoveel over is geschreven en waar de meningen zo verdeeld over zijn: “dan zal heel Israël worden gered” (vers 26). Er zijn er die denken dat er voordat Jezus terugkomt een massale bekering van de dan levende Joden tot het christelijk geloof mee wordt bedoeld, terwijl anderen van
mening zijn dat ‘heel Israël’ slaat op al die Joden die door de eeuwen heen zijn gaan geloven in de Heer, als wat Paulus het ‘overblijfsel’ noemt, de gelovige ‘rest’.
11: 7 lijkt in die richting te wijzen: “alleen zij die zijn uitgekozen hebben het bereikt”.
Maar laten we wat God allemaal nog in petto heeft maar open laten en niet vanuit ons beperkte zien invullen, Paulus heeft het niet voor niets over een mysterie – hoe dan ook is er toekomst voor Israël – en daar wil God ook ons bij betrekken.

dia 8 2 onze taak.
Ik stipte al even aan dat Paulus in Romeinen 11 het niet tegen de Joden heeft, maar
juist tegen de niet-Joden, die hij een aantal keren waarschuwt voor – zoals ik las –
“hoogmoed en arrogantie ten opzichte van Israël”- sterk ook als hij in vs. 25 het over dat mysterie gaat hebben van Gods plan met Israël en dan tegen zijn voormalige heidense lezers zegt: “omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat”. Het komt erop aan je plaats te weten als later erbij gekomen, en dat je beseft dat iedereen het helemaal moet hebben van Gods barmhartigheid – dat alles genade is:
“Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat Hij voor
ieder mens barmhartig kan zijn”(vs. 32) – en dat wil God ook zijn voor zijn oude volk.

Kijk, en daarom legt God zich niet neer bij ongeloof, bij verharding, bij zonde – dat doet God niet bij ons, bij zovelen van zijn mensen, en zeker niet bij dat volk dat uit Abraham voortgekomen, zoveel eeuwen zijn speciale volk was, en dat nog altijd een speciaal plekje heeft in Gods hart: “de genade die God schenkt , neemt Hij nooit terug, wanneer Hij iemand roept, maakt Hij dat nooit ongedaan” – kijk maar terug naar zoveel eeuwen geduld en trouw, zelfs dwars door de ballingschap heen, zoals dat profetenwoord dat Paulus aanhaalt in 10: 21 waar God zegt: “Heel de dag heb Ik mijn handen uitgestrekt naar mijn ongehoorzaam en opstandig volk” (Jesaja 65: 2)
Geloof maar dat God dat blijft doen, net zoals naar ons – waar waren wij anders?

Het brengt ons bij onze taak, bij de opdracht die wij christenen hebben t.o.v. Israël.
Eigenlijk is dat vooral de rode draad door deze hoofdstukken die over Israël gaan.
Paulus zelf is steeds meer – ook door afwijzing van de boodschap van Jezus door de meeste van zijn Joodse volksgenoten, wat hem veel verdriet deed – apostel geworden voor de heidenen – maar altijd is zijn eigen volk daarbij volop in beeld, en hij blijft hopen en eraan werken dat dat volk door de bekering van heidenen tot God zich ook aangetrokken voelt tot het evangelie van de redding door Jezus Messias:
“Zeker, ik ben een apostel voor de heidenen, maar ik schat mijn taak juist daarom zo hoog omdat ik hoop afgunst bij mijn volksgenoten op te wekken en een deel van hen redden” dia 9 – en dat is ook de opdracht voor wie tot geloof in Jezus gekomen zijn: laten zien wat Gods liefde in en door Jezus doet met mensen, leven vanuit de vrijheid van gered te zijn door Gods genade zonder eerst van alles te moeten en te vinden, en zo aantrekkelijk te zijn voor wie nog op een afstand staan, uitnodigend en ook nieuwsgierig naar wat die ander denkt en voelt, en zeker als het om Joodse
mensen gaat, open voor zoveel aan wijsheid dat je kunt halen uit het Joodse denken en uit hun geschriften, met respect voor een geschiedenis van veel lijden en veel onderdrukking, en met besef van veel schuld van een zgn. christelijke wereld, en dus heel bescheiden en met veel geduld als we het evangelie hun willen meegeven.En vooral ervoor waken en eraan werken dat niet onze woorden stukbreken op onze daden, van gelijkhebberij, vooroordelen en veroordeling, onderlinge strijd en leven in twee werelden van de mond vol hebben van Jezus zonder Hem echt na te volgen.

We kunnen daarbij veel leren van de messiasbelijdende Joodse gemeenschappen in en buiten de staat Israël, die van binnenuit de Joodse wereld kennen, en die zich graag gesteund voelen door belangstelling, door gebed, en ook financiële steun.
Binnen onze kerken vraagt Yachad – een commissie van de kerk van Ommen-West onze steun en ons gebed. dia 10 Op hun website staat er dit over: “Yachad betekent `samen` en vertolkt het gevoelen dat Joden en Christenen samen opgenomen zijn in Gods heilsplan voor de wereld. Yachad geeft daarom ondersteuning aan Joodse broeders en zusters voor evangelieverkondiging onder Joden. Tegelijk betrekt Yachad de eigen Gereformeerd-vrijgemaakte achterban daarbij en maakt hen bewust van de relatie met het Joodse volk”. En dan is er vanuit de gereformeerde gezindte de Stichting Steun Messiasbelijdende Joden die steun geeft aan allerlei gemeenten en diaconale projecten in Israël. dia 11

Maar vooral onze houding is belangrijk, onze betrokkenheid, en ons gebed. Ik las:
• Bid voor het huidige volk Israël. Dat God zijn belofte voor hen waar maakt. En dat ze de diepere betekenis van hun roeping mogen begrijpen.
• Bid dat ook wij een zegen mogen zijn voor de volken om ons heen. Juist in een tijd waarin zoveel mensen uit verschillende culturen naar ons land
komen.

Van God uit gezien is er ook voor Israël een geweldige toekomst – zoals Paulus geloofde en hoopte, op grond van Gods beloften en van zijn trouw: ”De ongehoorzaamheid van de Joden zorgde ervoor dat de hele wereld een groot geschenk kreeg. En het grootste geschenk komt nog, als het weer goed is tussen God en heel het Joodse volk” (11:12, BGT). En het komt goed, heel Israël komt thuis, zoals Johannes eeuwen van te voren al mocht zien, kijk met hem mee in Openbaring 7: “ik hoorde hoeveel mensen het teken – van God en van Jezus – op hun voorhoofd kregen: in totaal 144.000. Ze kwamen uit alle stammen van Israël”. En: “daarna zag ik een grote groep mensen uit de hele wereld, van alle volken en talen”. Die riepen: “de redding komt van onze God op zijn troon, en van het Lam!”
dia 12
Geve onze God vrede, voor Israël, en voor alle volken, voor eeuwig zijn sjaloom!

amen