Romeinen 14: 17 : Veertig dagen vasten? (1e zondag veertigdagentijd – (gaande) viering van het avondmaal

Liturgie morgendienst zondag 5 maart 2017 – gaande viering avondmaal
Votum en groet
Zingen: Ps. 91: 1,5,8
Inleidend avondmaalsformulier 1
Zingen: Gz. 125: 1
Toetsing en bemoediging
Zingen: Gz. 125: 2,3
Gebed
Schriftlezing: Jesaja 58
Zingen: Ps. 85: 3,4
Schriftlezing: Matt. 4: 1-11
Zingen: Lied 172: 1,3,4
Overdenking over Romeinen 14: 17
Zingen: Gz. 38: 1,2,3
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 125: 4,5,6
Avondmaalsformulier 1 (tweede deel)
Viering
Dankzegging
Zingen: Opwekking 599
Zegen
————————————————————————————————
Gemeente van onze Heer,
dia 1
Afgelopen woensdag is de zogenaamde ‘veertigdagentijd’ begonnen.
In de rooms-katholieke traditie was het woensdag aswoensdag, en
dat is na de uitbundige carnavalsfeesten begin van de vastentijd.
Die duurt trouwens meer dan veertig dagen, tot aan Pasen, en dat komt
omdat de zondagen niet worden meegeteld: zondags vast je niet maar
dan vier je en mag je dus het ervan nemen ook met eten en drinken.

Opvallend is dat veel rooms-katholieken niet zo veel meer aan vasten
doen- tenminste in Nederland niet – terwijl er onder protestanten – ook gereformeerden – juist in toenemende mate aandacht voor is en op
allerlei manieren invulling gegeven wordt aan bezinning en soberheid.
De vraag komt op ons af wat wij ermee moeten de komende weken,
op weg naar Pasen, of we er wat aan doen of er wat van kunnen leren.
dia 2
Dan staat voorop dat we van de Heer niet een opdracht krijgen om op
speciale dagen heel gericht en concreet niet te eten en niet te drinken.
Het kan wel een goed middel zijn om je te concentreren op God en ook
om je bewust te maken dat heel veel mensen het zoveel minder hebben
dan wij, en ons voor de vraag stelt waar het echt om gaat in het leven:
zitten we vast aan ons gerieflijke leven met alles erop en eraan, of zijn
we in staat los te laten, te delen, en af te zien van wat ons in de weg
zit om achter Jezus aan te gaan en zijn voorbeeld te volgen, zoals Hij
dat meteen al gaf in zijn nee zeggen tegen de verleidingen die op Hem
af kwamen, van de kant van satan, juist op zijn kwetsbaarste plekken.
Bijzonder is dat die drie aanvallen van satan op onze Heer en Heiland
precies blootleggen wat de zwakste plekken zijn van- ons als mensen:
het vullen van onze maag, het voldoen aan ons verlangen om gezien
en gewaardeerd en bewonderd te worden, en ons verlangen naar
macht – we herkennen het in wat satan Jezus probeert wijs te maken
en waar hij Hem toe probeert over te halen: zorgn dat je te eten krijgt,
doe een stunt door van de tempel te springen, grijp naar de macht –
en dat allemaal voor jezelf, zonder die moeilijke weg van afzien, van
lijden, van het kruis – waarom moeilijk doen als makkelijk ook gaat?
dia 3
Maar Jezus koos voor de weg van zijn Vader als de weg naar het beloofde
Koninkrijk: niet pakken maar ontvangen, niet bevechten maar vertrouwen,
niet heersen maar dienen, niet ik eerst maar voorrang voor de ander –
het staat haaks ook op wat in onze wereld vecht om de voorrang en waar
ook in de politiek alles om lijkt te draaien – b.v. richting de verkiezingen:
wie wordt de grootste, wie wordt premier, wie zegt en gaat doen wat ik
belangrijk vindt, wie zorgt voor de meeste banen en de meeste euro’s…
en dan is de vraag: waar kies ik voor, wat geeft voor mij de doorslag…
misschien goed om ook richting 15 maart die tekst van vanmorgen
mee te nemen en te doordenken: “het koninkrijk van God is geen zaak
van eten of drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde, door
de Heilige Geest”. dia 4
Ik weet wel dat de aanleiding en de context bij Paulus een andere is,
namelijk discussies en meningsverschillen binnen de gemeente van
Rome over wat je wel en niet mocht eten en drinken, lees vers 2: “de
een gelooft dat hij alles eten mag, maar iemand die een zwak geloof
eet, eet alleen maar groenten” – waarom precies staat er niet bij, het
kan te maken hebben met angst voor besmetting met wat aan de afgoden
was gewijd, of met gehechtheid aan Joodse rituelen – maar Paulus zegt
dan aan de ene kant dat je alles mag eten wat God geschapen heeft,
en aan de andere kant dat je rekening met elkaar moet houden en niet
elkaar op dat soort verschillen de kerk moet uitvechten – en dan komt
die uitspraak over het rijk van God dat niet staat of valt met eten of
drinken, maar een zaak is van gerechtigheid, vrede en vreugde, en
dat vanuit de Heilige Geest die een nieuw hart, een nieuw leven, ons
wil aanleren, waarin je ook met dat soort verschillen leert omgaan.

Nou, en daarmee hebben we precies ook de rode draad te pakken
in dat indringende stuk profetie van Jesaja 58 waarin God laat zien
dat Hij niet gediend is van vrome vormen en uiterlijke godsdienstigheid
als daar niet een wamr kloppend hart voor Hem en de medemensen
achter zit en zelfs die uitingen van godsdienstigheid als bidden en vasten,
offers brengen en sabbat vieren samen gaan met een dagelijks leven
waarin alles om winst draait en om macht, ten kosten van wie zwak en
kwetsbaar is, waarin het verschil tussen rijk en arm schrijnend groot
is, en er ook allerlei ruzie en geweld is, en het onrecht hoogtij viert.
Concreet over het vasten in die tijd: God heeft niets met uiterlijke schijn
van rouwkleren en sombere gezichten en je dingen ontzeggen, maar het gaat
om je onthouden van slechtheid, onrecht, uitbuiting: dia 5
“is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de
banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken?
Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?”
Ik herken het ook als onze catechismus het heeft over de rustdag vieren, dat dan niet van alles wordt opgenoemd dat niet mag op zondag, maar positief wordt ingezet op de rust die God geeft en de tijd om op verhaal te komen en op zijn verhaal, in de kerk- maar dan niet zonder en tegen de achtergrond van waar zondag 38 op uitloopt:
alle dagen van ons leven onze slechte werken nalaten, en zo de eeuwige rust nu al gaan vieren, dat is nu al iets beleven en laten zien van wat Gods koninkrijk is
Ik las in dat verband dat vasten ten diepste is dat je de aandacht op God richt en
je de relatie met Hem verdiept en dan ook dat je je richt op de medemens: “vasten betekent dat je je losmaakt van je eigen behoeften en verlangens; het richt je op
de ander. …je pakt het onrecht aan, naar vermogen doorbreek je foute structuren
om die vervolgens op een goede manier weer op te bouwen”.

Zeker, dat gaat wat kosten – afzien van jezelf, er geld voor over hebben, en tijd,
ook tegenstand ondervinden van wie dat maar soft vinden en links gepraat, want je moet toch voor jezelf opkomen en eigen volk gaat toch voor, en – zoals in de kerk
soms gezegd wordt –pas op voor een sociaal evangelie van medemenselijkheid, alsof niet het gaat om de eer van God en trouw aan wat we belijden, en om de kerk…
Ja maar, vergeet dan niet dat God er blijkbaar een eer in stelt om het er zo vaak over te hebben, zoals in dat Jesaja 58, en in het evangelie – Jezus ’leven en werk en voorbeeld – en bladzij na bladzij in de brieven van de apostelen van de Heer – die zelf zei dat het eerste gebod is God eren en het tweede eraan gelijk is: je naaste4
liefhebben als jezelf – Johannes schrijft dat wie zijn naaste niet liefheeft, niet de ander ruimte geeft en steun biedt, God niet kan liefhebben, al roept hij dat wel.
Ja, en als je zo probeert als een burger van het nieuwe rijk van God te leven, en je daar waar nodig inzet en tijd en geld en ook populariteit en eer voor over hebt, dan wordt je er uiteindelijk niet minder en armer van maar juist rijker, ook dat in Jes.58:
“Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur, dia 6 de HEER zal je voortdurend leiden, je verkwikken in dorre streken…” Eerder ook al: “dan breekt je licht door als de dageraad…je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de HEER vormt je achterhoede..
Dan geeft de HEER antwoord als je roept, als je om hulp schreeuwt, zegt Hij:
“Hier ben ik’. Jezus heeft het zelf ervaren toen Hij er alles voor over had om de wil van zijn Vader te doen, ten koste van honger en angst, pijn en helse aanvallen,
dat de duivel afdroop en engelen klaar stonden om voor Hem te zorgen en Hem van alles te voorzien dat Hij nodig had – Hij mocht proeven hoe goed God wel is.
dia 7 Vandaag vieren wij de maaltijd van onze Heer – brood en wijn – vasten hoeft niet want het is zondag – maar dat brood en die wijn verwijzen door naar Hem die het
Brood is dat echt leven geeft en de Ware Wijnstok door wie wij vruchten dragen
voor Hem en voor anderen en voor ons zelf – gezegend om tot zegen te zijn.
De veertigdagentijd is begonnen, de tijd die vanouds met vasten verbonden is.
Hoe we dat invullen is persoonlijk, het gaat om ons hart, onze houding, ons leven.
Wat we ook eten of drinken, of niet, wat we doen, of niet, doe het voor de Heer,
en doe het voor wie God op je weg zet –je wordt er zelf nog rijker van ook!
amen

1 Tess. 5: 11: Bemoedig elkaar! (Ontdekzondag 2017)

Liturgie morgendienst zondag 5 februari 2017 – ‘Ontdekzondag’

Zingen schoollied: Gz. 165 ‘Machtig God, sterke Rots’
Votum en groet
Zingen: NLB 150a: 1,2,3,4 ‘Geprezen zij God’
Wet van de liefde
Zingen: Ps. 25: 2,4,6 Levensliederen ‘Doe mij, HEER, uw wegen kennen’

2. Doe mij, HEER, uw wegen kennen,
laat mij al uw paden gaan.
En leer mij steeds meer te wennen
aan uw waarheid, wijs die aan.
Fleur me op, u bent de God
die mij zeker komt bevrijden.
Heel de dag lang wacht ik tot
u mij redt uit al mijn lijden.

4. Ja, wat is de HEER rechtvaardig!
Hij brengt zondaars op zijn spoor.
Koninklijk en zo zachtaardig
gaat hij zwakke mensen voor.
Loopt de route van de HEER
niet van waarheid naar genade
voor wie letten op zijn leer,
voor wie zijn verbond bewaren?

6. Prachtig is wat God wil geven:
dat je vrienden met hem bent!
. Want aan wie respectvol leven
maakt hij zijn verbond bekend.
Recht houd ik mijn blik gericht,
HEER, op u, kom mij bevrijden!
Wees genadig en verlicht
mijn verdriet en eenzaam lijden

Gebed
Schriftlezing: 1 Kor.12: 14-27 en Tess. 5: 10-14 (BGT)
Zingen: Ps. 133: 1,2,3 ‘Komt, ziet, hoe goed, hoe lieflijk ’t is als zonen..
dia 1
Verkondiging: Bemoedig elkaar! 1 Tess.5:11 (HSV/BGT)
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’
Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 72: 1,2,4 ‘O God, wil aan de koning schenken’
Zegen
Amen: Ps. 72: 10 ‘De HERE God zij lof bewezen’
——————————————————————————————————
Gemeente van Christus, zijn lichaam waarvan wij allemaal ledematen zijn,

Het is vandaag in veel van onze kerken ‘Ontdekzondag’. dia 2
Die zondag is er gekomen op initiatief van de vereniging Dit Koningskind’,
Die vereniging van en voor onze broers en zussen met een beperking.
Op de website staat waar die ontdekzondag voor bedoeld is:
“De Ontdekzondag is een jaarlijkse themazondag, waarbij leden van kerkelijke
gemeentes worden uitgedaagd om écht naar elkaar om te zien, of iemand nu
een waarneembare beperking heeft of niet”. dia 3
Ik vind dat wel mooi gezegd: of iemand een waarneembare beperking heeft of niet.
Dat schudt ons wakker, want er zijn beperkingen die je meteen ziet en waarmee
je dus als vanzelf rekening houdt: iemand die blind is, of doof, of verlamd…maar
er zijn ook beperkingen die je niet ziet en soms ook niet meteen merkt, omdat
ze psychisch zijn of omdat de betrokkene ze goed weet te verbergen…en dan
slaan we in de omgang met hem of haar zomaar de plank mis: we begrijpen het
gedrag van de ander niet, we denken dat het aanstellerij is, we reageren niet
goed op wat hij zegt of we schatten de mogelijkheden van haar verkeerd in…
Wat komt doordat we elkaar vaak maar heel oppervlakkig kennen, ons niet echyt
in de ander verdiepen, te ongeduldig zijn om de tijd te nemen voor echt contact.
Echt naar elkaar omzien, echt de ander recht doen, vraagt tijd, aandacht, geduld,
als concrete uitwerking van wat de Heer vraagt: mijn naaste liefhebben als mezelf.

Ja, en als op die website staat dat we naar elkaar om zullen zien, of we nu een waarneembare beperkingen hebben of niet, is goed te bedenken dat wij allemaal onze beperkingen hebben, als kwetsbare mensen, met gaven en mogelijkheden,
en met ieder zijn of haar beperkingen, zwakke punten, moeilijke kanten, trauma’s misschien, oud zeer of verse wonden, en daar hebben we anderen bij nodig.
Het is juist eigen en mooi aan een gemeenschap, zeker ook een kerkgemeenschap,
dat we elkaar niet hebben uitgekozen, maar aan elkaar zijn gegeven, als niet allemaal hetzelfde maar juist allemaal heel verschillend, om elkaar aan te vullen en te
steunen, naar elkaar om te kijken en met elkaar mee te leven, er voor elkaar te zijn.

Paulus die het vaak over de gemeente heeft als een lichaam met heel veel en allemaal verschillende lichaamsdelen die elkaar nodig hebben en versterken:dia 4
oog en oog, hand en voet, hart en hoofd, die samen een levend lichaam vormen.
Zoals in dat bekende kinderliedje: Ik ben de hand en jij de voet.
Wij zijn allebei nodig. Wat ik niet kan, kan jij juist goed. Niemand is overbodig.
En wil ieder op eigen plek, met eigen gaven en met eigen beperkingen, zo optimaal
mogelijk kunnen functioneren, waarbij het sterke van de een het zwakke van de ander compenseert, en andersom, moeten we elkaar steunen en bemoedigen.

Dat zit allemaal in het thema voor deze Ontdekzondag 2017: Bemoedig elkaar.
Een aansporing die door heel de Bijbel heen naar ons toe komt, zeker ook in het onderwijs van onze Heer Jezus en in de brieven van de apostelen, zoals Paulus.
Dat die aansporing zo vaak langs komt, verraadt al dat het niet vanzelf gaat, dat
al te vaak we gauwer geneigd zijn voor ons zelf te gaan en op onszelf te staan,
en dan de ander links te laten liggen vooral als het iemand is die ingewikkeld in elkaar zit, die moeilijk is of moeilijk doet, die weinig te bieden heeft en veel zorg
en aandacht vraagt – wat van ons geduld vraagt, tijd, inlevingsvermogen – zo maar zijn we als die priester of leviet die met een boog om de gewonde heenliepen, want
ze waren druk en ze hadden haast en stel je voor dat ze aan die ander hun handen vuil zouden maken – onrein zouden worden zodat ze de tempel niet binnen mochten-
en wie weet zullen ze mij ook pakken – er komt vast wel iemand anders langs – dia 5
en daar hebben we toch professionele hulpverleners voor – je kunt toch niet de hele wereld op je nek nemen – en in de kerk hebben we toch ouderlingen en diakenen om bij de zwakken en zieken en probleemgezinnen en randleden op bezoek te gaan….

Lang is zo binnen de kerk gedacht en gedaan, en blijkt een hardnekkig misverstand.
Maar in de verzen uit 1 Tessalonicenzen die we gelezen hebben, helpt Paulus ons
en een paar duidelijke zinnen uit de droom – ik lees ze nu even uit de NBV:
“Wij sporen u aan, broeders en zusters, iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost
(of, anders vertaald: hen die ordeloos leven) terecht te wijzen, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben”.
Dat wordt niet gezegd tegen ouderlingen of diakenen, maar tegen ons allemaal, als
allemaal onderdeeltjes van dat ene lichaam, levende steentjes van het huis van God.
Met dus een verantwoordelijkheid voor elkaar, voor die ander ook die het moeilijk heeft, die een nare periode meemaakt, die meer of minder duidelijke beperkingen
heeft, die er alleen bvoor is komen te staan, het alleen niet redt, of verlies meemaakt.
Ja, en ook als het de ander goed gaat, als je iets te vieren hebt, is meeleven mooi.
Ook dat lazen we bij Paulus: “Als één lid van het lichaam pijn heeft, voelen alle andere delen die pijn ook. En als één deel van het lichaam extra goed verzorgd wordt, genieten alle andere delen daar ook van..Zo is het ook met jullie.” Toch?
dia 6
Het is dus heel Bijbels om de nadruk te leggen op de betrokkenheid en aandacht
en verantwoordelijkheid die we als het goed is als gemeente hebben voor elkaar.
Ik las: “In het verleden viel de praktijk van het kerkenwerk, inclusief het pastoraat,
vaak samen met het werk van predikanten, ouderlingen en diakenen….Het is de winst van de laatste decennia dat we ontdekt hebben: de kerk…dat zijn wij! Alle leden van de gemeente van Christus zijn geroepen tot dienen en delen en hebben een pastorale taak”. Dat staat in een Handboek voor pastoraat in de chr.gemeente.
Onze nieuwe kerkorde begint ook waar het omzien naar elkaar bij de gemeente:
“De gemeente vervult met de haar geschonken gaven de dienst in kerk en wereld waartoe Christus haar roept.” En over dominees, ouderlingen en diakenen staat er:
“De ambtsdragers stimuleren haar daartoe en gaan haar hierin voor”. In veel kerken speelt veel van het onderling omzien en dienstbetoon zich steeds meer af in kleine groepen of wijkkringen, en zijn ouderlingen en diakenen coördinerend en sturend.
Dat is geen nieuwlichterij of afschuifsysteem maar in de lijn van het Bijbels onderwijs, lees Paulus als hij schrijft over mensen met een bijzondere taak in de kerk, namelijk
“om de heiligen (=de gelovigen) toe te rusten voor het werk in zijn dienst”. (Ef. 4:12)
Dus niet om de taken van de gemeente over te nemen maar om ons erbij te helpen.
Het doel staat er meteen achteraan: zo wordt het lichaam vanChristus opgebouwd.

Precies datzelfde vinden we in de kerntekst van vanmorgen, over dat bemoedigen.
Paulus koppelt de oproep om elkaar moed in te spreken, elkaar te bemoedigen aan
de aansporing: en bouwt elkaar op – zo staat het er letterlijk, en ook in de NBG-1951 en de HSV – andere vertalingen hebben het over elkaar helpen of tot voorbeeld zijn.
Dat is ook een goede zaak maar je mist het Bijbelse beeld van het bouwen, van het opbouwen van je eigen leven en vooral: het bouwen aan de tempel van de H.Geest.
Dat is niet alleen maar iets van samen dingen doen: kerkdiensten, en activiteiten.
De HSV is hier heel precies: “en bouw de een de ander op”- dia 7 help die ander te
groeien, in zijn of haar persoonlijke ontwikkeling, en ook in zijn of haar geloof.
En dan helpt heel goed dat je die ander bemoedigt, en waar nodig troost – of
ook – als dat nodig is – opbouwend kritisch feedback geeft – vermaant.
Het is opvallend dat als je verschillende vertalingen naast elkaar legt, de ene vertaling zegt: ‘troost elkaar’, een andere ‘vermaan elkaar’, en weer een andere – zoals de HSV en de BGT – het heeft over bemoedigen, elkaar moed inspreken.
Het lastige voor vertalers is dat het Griekse woord dat allemaal kan betekenen.
Voor Bijbellezers en uitleggers is dat juist mooi, want zit allemaal in dat ene woord dat letterlijk zoiets is als ‘te hulp komen’, ‘erbij gehaald worden om te steunen’.
En dan hangt het af van de situatie en van de betrokkene wat vooral nodig is.
Zoals wat we net gelezen hebben met het oog op de gemeente in Tessaloniki:
mensen die uit de pas lopen, maarschappelijk of geestelijk, moeten jullie weer
in het gareel zien te krijgen, wie het niet meer ziet zitten of psychisch zwak is
moet je bemoedigen en opbeuren, wie zwak is moet je helpen en ondersteunen.
Pastoraat op maat zogezegd, en dat samen, door naast elkaar te staan – met –
en dat geldt over de hele linie – veel liefde en geduld: heb geduld met iedereen.
En dat vanuit een sterke motivatie – er staat bij ‘daarom’- en dat is omdat Jezus voor ons is gestorven en ‘opdat wij samen met Hem zouden leven” – let op dat ‘samen

Ja, en dat is dan ook wederzijds, dat bemoedigen, dat elkaar steunen en versterken.
En dus niet alleen dat de gezonde de zieke bemoedigt en de niet-gehandicapte
de gehandicapte – hoe vaak is het niet andersom, dat je van een bezoek in het ziekenhuis zelf bemoedigd thuiskomt, dat je onder de indruk bent van hoe die zuster omgaat met haar handicap, dat wie verstandelijk beperkt heet met zijn kinderlijk en blij geloof veel betekent voor de omgeving, dat je veel hebt aan de levenservaring
van die aan huis gebonden oudere, dat een moeilijk leven toch veel kracht uitstraalt.
Je gaat het ervaren door niet op een afstand te blijven of boven die ander te staan maar door er te zijn voor elkaar, naast elkaar te staan, en open te staan voor de ander en ook open te zijn over eigen zwakke punten, twijfels, vragen, zorgen.
En dan is bemoedigen niet alleen en meteen van alles zeggen, maar vooral een instelling, een houding, en een er zijn voor die ander die je nodig heeft, en in het besef dat jij ook die ander nodig hebt, en dat jij misschien morgen hulp gebruiken kunt – en denk ook weer aan dat liedje: wat ik niet kan, kan jij juist goed, of beter.
dia 8
Bemoedig elkaar, dat is ook af en toe een stukje meeleven, een vraag naar hoe het gaat niet als formele beleefdheid maar uit echte belangstelling; het kan simpel met een schouderklopje of een hartelijke opmerking, door bidden voor elkaar, en door
ook eens een complimentje af en toe: goed gedaan, wat was dat mooi, bedankt!
Thuis begint het al: naar je kinderen, naar man of vrouw, naar vader of moeder.
En op het werk, en ook in de kerk: ook eens waardering uiten voor wat goed is,
en niet alleen zeggen wat niet goed ging, laat staan altijd negatieve kritiek, die
niet opbouwt maar de ander en ook de onderlinge band alleen maar afbreekt.
Dan kunnen we vooral veel leren van wie wij beperkt noemen, maar die vaak blij
zijn met het kleine van elke dag, blijheid uitstralen, en gewoon zichzelf zijn.
Dan kunnen we veel betekenen voor elkaar, en positiviteituitstralen en doorgeven
aan anderen dichtbij en verder weg: thuis, op ons werk, op school, onder vrienden.

Binnenkort is het 1 maart en dat is tegenwoordig Nationale Complimentendag.dia 9
Een dag om mensen om je heen eens heel speciaal positief te verrassen.
Best aardig maar waarom zou je dat na die ene dag een jaar lag niet meer doen.
Elkaar bemoedigen kan elke dag, zoals God elke dag ons bemoedigt en troost.

Laten we waarmaken wat we zingen: elkaar van harte dienen, zoals Christus deed.

amen
dia 10

Filippenzen 3: 10-12: Het Avondmaal geeft ons greep op (=houvast aan) Christus en zijn werk (nabetrachting avondmaalsviering)

Liturgie voor de nabetrachtingsdienst van zondag 15 januari 2017

welkom
zingen: Ps. 18: 1,5 ‘Ik heb U lief van ganser harte, HERE’
stil gebed
votum en groet
antwoordlied: Ps. 18: 9,15 ‘Alleen Gods weg kan tot het doel geleiden’
gebed
viering van het avondmaal – formulier IV
geloofsbelijdenis (staande)
zingen: Gz. 158:1,3 LB ‘Christus, met eer gekroonde’
aan tafel: dankzegging
zingen: Gz. 158: 4 LB
Schriftlezing: Filippenzen 3: 1-16
zingen: Ps. 86: 5,7 ‘Gij zijt groot en zeer verheven’
verkondiging: Filipp. 3: 10-12
gebed Gz. 101: 4,5 ‘Wie kan zijn hoog en heilig recht’ (=LB 229)
collecte
slotzang: Gz. 444: 1,2,3 LB ‘Grote God, wij loven U’
zegen
amen: NLB Gz. 425 ‘Vervuld van uw zegen’

Broeders en zusters, samen gemeente van onze Heer Jezus Christus,

We hebben vandaag weer aan tafel gezeten. We weten dat dat niet de enige manier is om avondmaal te vieren. Binnen kerken kom je allerlei vormen tegen. Zoals dat iedereen op zijn plaats blijft zitten en de schaal met brood en de beker met wijn de rijen langs gaat. Zo zijn we dat gewend als we op Goede Vrijdag samen avondmaal vieren.
En ik heb begrepen dat in de CGK een optie is om dat vaker te gaan doen. Als GKV zijn we al heel wat jaren de gaande viering gewend enkele keren per jaar. En je kunt ook in een grote kring gaan staan en brood en wijn doorgeven, zoals ik het in Utrecht onlangs meemaakte en ook ooit in een gereformeerde kerk in Frankrijk.

Maar wat al die gereformeerde christenen gemeenschappelijk hebben, is dat ze afscheid hebben genomen van het altaar. Een keus die onze verre voorouders in de eeuw van de grote reformatie van de kerk heb¬ben gemaakt. Een keus die de meest ingrijpende liturgische vernieuwing is geweest in de geschiedenis. Juist om terug te keren naar wat de bedoeling van de Here is met het avondmaal. Waarbij trouwens de gereformeerden verder gingen dan de luthersen die toch nog iets als een altaar hebben laten staan in de kerk.

Na heel veel eeuwen moest de mis wijken voor het avondmaal, en maakte het altaar plaats voor de tafel. Of alle kerkgangers om die tafel heen zaten, of dat aan die tafel de dominee brood brak en wijn schonk die daarna door de kerk heen uitgedeeld werden, of dat de avondmaalsgasten naar voren kwamen om bij die tafel brood en wijn in ontvangst te nemen, daarvan hebben gerefor¬meerde synoden in die tijd uitgespro¬ken dat de ¬kerken dat zelf mochten beslissen, zoals zij dat het beste vonden.

Wat die synoden wel vastlegden,was dat in elk geval brood en wijn niet geknield gebruikt moesten worden. Dat was ‘room¬s’. Christus moet niet aanbe¬den worden alsof Hij lichamelijk in brood en wijn aanwezig is. Brood is gewoon brood en wijn blijft wijn. En Christus is nu in de hemel en wil dat we Hem daar aanbidden. We moeten van het avondmaal ook niet een offer maken. Alsof we niet genoeg hebben aan dat ene offer dat Christus voor altijd voor onze zonden heeft gebracht. Alsof we toch nog zelf aan onze redding moeten meewerken, met behulp van de kerk en haar priesters.

Het avondmaal leert ons juist te grijpen naar, en terug te grijpen op dat unieke offer van Christus. Van Hem die ons eerst gegrepen heeft. En die greep wil hebben op ons leven.

Het avondmaal geeft ons greep op (=houvast aan) Christus en zijn werk
1. door Christus gegrepen;
2. grijpen we naar Christus;
3. krijgt Christus greep op ons.

1. door Christus gegrepen…

Ik ben gegrepen door Christus Jezus. Paulus schrijft dat van zich¬zelf. We kennen de uitdrukking. Je kunt ergens door gegre¬pen zijn: je werk; een hobby; muziek; een ideaal; een doel. Er is iets dat je drijft en in beslag neemt. Alles voor je is.

Paulus was gegrepen door een persoon. Door de Here Christus.
En dat om te beginnen heel letterlijk. Hij was in zijn kraag gepakt door Jezus en vanaf dat moment ging het de andere kant met hem op. Hij was niet meer eigen baas maar helemaal in dienst van zijn Heer. Eerst een vervolger, voorgoed volge-ling.

Dat was niet vanzelf gegaan. Er was een ingrijpend ingrijpen van bovenaf aan te pas gekomen. U weet: dat was onderweg van Jeruzalem naar Damascus. Op weg om wie van Jezus waren kwaad te doen. Maar op die weg werd de leider van het arrestatieteam zelf gearresteerd. Letterlijk zegt hij er later van: ik ben door Christus in bezit genomen. Tot zijn eigendom gemaakt.

Dan komt dat ineens heel dichtbij. Zeker voor wie ook maar een klein beetje zijn belijdenis kent – die overbekende inzet van die oude catechismus. Waar ik verwonderd stamel dat ik helemaal en altijd het eigendom ben van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Die voor me heeft betaald met z’n eigen leven. Zodat ik met Paulus zeggen kan: ik ben ook door Christus Jezus gegrepen. En dat heeft mij niets gekost – het is allemaal puur genade, helemaal gratis – omdat het Hém alles heeft gekost.

Gemeente, het staat een mens niet op het lijf geschreven wat het hart van het evangelie is: dat je redding en je leven komt van een Man, een Jezus die aan het kruis gestorven is. Paulus wilde daar vroeger niks van weten. Hij heeft er later meer dan eens eerlijk over verteld, zoals vanmiddag. Paulus was een volbloed Jood, be-sne¬den – wij zouden zeggen: gedoopt – en gepokt en gemazeld in de taal van de bijbel. Als het erom ging de Heer te dienen naar zijn wet was de jonge Saulus een pietje precies. Zo zelfs dat hij zich bij de Fari¬zeeërs aan¬sloot en voorop liep om de secte van die Jezus te vuur en te zwaard te bestrijden. God kon dubbel en dwars tevreden zijn, dacht hij.

Totdat Jezus zelf in zijn leven inbrak,en alles anders werd.Van het ene moment op het andere ging alles ondersteboven in zijn leven en ging het helemaal de andere kant op. Wat een geweldige schok: hij dacht een geweldig kapitaal aan goede werken opgebouwd te hebben, en in werkelijkheid was hij hope¬loos failliet. Waar hij zich voor ingespannen had, bleek hem niet dichterbij maar juist verder weg van God te brengen.

Ja maar dat vertelt de apostel juist om te laten zien dat afzien van jezelf en van je eigen inzet en prestaties een mens rijker maakt dat ooit. Hij zegt: ik heb het allemaal aan de kant gezet, bij het grof vuil, opdat ik Christus zou mogen winnen. Om zo – niet door eigen prestaties maar door me met heel mijn hebben en houden toe te vertrouwen aan de Here Jezus vrijgesproken te worden van schuld en eeuwig leven te hebben.

Nog eens: dat accepteert een mens niet zomaar. ¬Juist daarom heeft de Here het avondmaal meegegeven aan zijn kerk. Om ons te laten zien en proeven hoe ver Hij in zijn liefde is gegaan om ons te grijpen en naar zich toe te trekken: zoals we brood en wijn tot ons nemen, zo zeker is wat Jezus deed bestemd voor ons. Het avondmaal is aan de kerk meegegeven om ons dat te leren en te laten vieren. Niet om God iets te geven – als een offer- niet om Christus dichterbij te halen. Hij komt naar ons toe en haalt ons naar zich toe. Alleen lege handen vult Hij.

2. (door Christus gegrepen)…grijpen we naar Christus.

Wat doen we als we avondmaal vieren? Wat gebeurt er dan? Wat wil de Heer ons laten proeven en ervaren aan de tafel? Ik heb boven dit tweede deel van de preek gezet: we grijpen naar Christus. We mogen aanpakken wat Hij ons in handen stopt.
Zelfs zo sterk dat we Hemzelf in handen hebben en Hem mogen eten en drinken. Dat we – zo het formulier – met Hemzelf, die God en mens is, gevoed worden. Zoals brood en wijn je voeden.

Nou, dat is sterk! Dat klinkt een mens zo vreemd in de oren dat hij zijn oren niet geloven kan. En dat in de kerk door de eeuwen heen er misverstanden over geweest zijn en geweldige ontsporingen zijn voorgekomen. Zoals die eeuwenoude hardnekki¬ge dwaling dat je dat letterlijk zou moeten opvatten. Jezus zei dan toch maar: dit is mijn lichaam, en dit is mijn bloed? Nou, dan gebeurt er dus wat met dat stuk brood. Het ziet er nog altijd uit als brood maar eigenlijk heb je het lichaam van Christus in je mond. En precies zo met de wijn in die beker. Het smaakt naar wijn maar je moet gelo¬ven dat je Jezus’ bloed drinkt. Zo is de roomse leer. Die aan de kerk en de priesters een sleutelrol geeft: je bent voor je heil op hen aangewezen. En als dat brood echt lichaam wordt en die wijn echt bloed van je Heer, dan ligt voor de hand dat je er eer aan geeft en het zelfs gaat aanbidden: daar is ‘ons Heer’. Je knielt eerbiedig.

Maar als dat dan niet zo is – en het brood en de wijn alleen uitbeelding en garantiebewijs zijn van de Heer Jezus en wat Hij door zijn kruis voor ons verdiend heeft en aan zijn tafel wil uitdelen- waarom dan toch die sterke woorden: dit is mijn lichaam, en dit is mijn bloed? Had de Heer dat dan niet duidelijker kunnen zeggen? Zo van: niet echt, maar alleen maar als beeld-spraak?

Het is veelzeggend dat de Heer toch die sterke woorden gebruikt, en waarom zouden wij die niet gewoon Hem nazeggen als we avondmaal vieren; waarom zouden we ze door angst voor misverstand en misbruik ze afzwakken of vermijden? Er is mee bedoeld dat als we avondmaal vieren, dat brood en die wijn veel meer zijn dan alleen maar een manier om ons iets te laten begrijpen, om er iets van te leren over het werk van Jezus. Nee, Hij komt aan de tafel echt zelf naar ons toe: Ik ben het brood dat jou in leven houdt en eeuwig leven geeft, en Ik ben de ware wijnstok die iedereen die aan Mij verbonden blijft vruchten laat dragen, vruchten die groeien door de Geest. Onze catechismus zegt dat ook zo: “Brood en wij zijn een garantie voor ons: even zeker als we dit krijgen, voedt de Heilige Geest ons met Christus’ lichaam en bloed; zo zorgt Hij ervoor daqt ons geloof in stand blijft, en dat we het eeuwige leven krijgen”. Wat de Heer voor ons deed en voor ons wil zijn, wordt tastbaar. We mochten weer aanpakken en proeven hoe goed God is, hoever zijn liefde gaat.

Paulus heeft het daar ook over als het hoogste doel in zijn leven: om Hem te ‘kennen’. En dan zo kennen, in liefde. Als de Heer die voor me leed en stierf, en die daarna opstond om me geloof te geven en me op weg te houden naar dat eeuwige leven,
naar een nieuw en gelukkig bestaan dat nooit stuk kan en niet meer over gaat. Naar die levende Heer worden we verwezen aan de avondmaalstafel: laten we niet ons blijven blindstaren op brood en wijn, maar – de harten omhoog – kijken naar Jezus Christus die in de hemel voor ons opkomt en uit de hemel naar ons terugkomt. Opdat we Hem kennen en zijn opstandingskracht. Midden in dit leven met z’n ups en downs mogen we grijpen naar Christus, Hem –zoals een ander belijdenisgeschrift zo mooi beeldend zegt: “”Hem omhelzen”, de armen om je Redder heenslaan om Hem nooit meer los te laten; Hem en al zijn verdiensten zich toe te eigenen en niets meer buiten Hem zoeken.
Totdat Hij zelf terugkomt, mm voorgoed bij ons te zijn.

3. als we door Christus gegrepen, steeds grijpen naar Hem en naar zijn beloften, dan krijgt Christus greep op ons.

Van huis uit zijn we mensen die zich onttrekken aan de greep van God op ons leven. Hij heeft ons gemaakt. We horen bij Hem en Hij heeft recht op ons. Maar al in het paradijs liepen we weg en rukten we ons los van God. Dat is wat de bijbel noemt dat de mens verloren is. God die ons had, is ons kwijt. Maar de Here wil ons terughebben. Hij wil niet dat een mens verloren gaat, maar dat hij zich bekeert – op zijn weg terugkomt, bij Hem terugkomt – en zo het leven vindt dat nooit meer verloren gaat. We zagen hoe de Here ons terugkrijgt: Hij zette zijn eigen Zoon ervoor op het spel. Jezus werd verlaten door Vader om ons terug te winnen voor Hem. Jezus wilde zijn leven verliezen om ons leven te geven. Om ons te redden uit de greep van zonde en dood.

Kijk, en als God ons dan terugheeft – als we door de Here Jezus gegrepen zijn, en we Hem vastpakken om Hem niet meer los te laten -dan krijgt de Heer weer greep op ons leven. We zijn van Hem, en we laten ons leiden door Hem. We willen en kunnen niet meer zonder Hem. Zoals Paulus toen hij ervan af zag eigen baas te zijn en niet langer probeerde op zijn eigen manier zalig te worden, maar zich overgaf aan de leiding van zijn Heer en Heiland. Toen ineens allerlei aardse zekerheden wegschrompelden vergeleken met die veel grotere schat die in de hemel voor hem was weggelegd. Die schat werd het grote doel waar Paulus naar uit keek: de hemelse prijs die Christus verdiend had en hem en ons wil geven.

Gemeente, en als Jezus alles voor je is, die Heer die alles voor je over had, dan gaat dat heel je leven anders maken. Je leeft niet meer voor van alles en nog wat hier op aarde – waarvan je weet dat je toch een keer moet verliezen – maar je richt je leven in naar de normen die gelden in de hemel waar je Heer nu al is.Paulus spoort zijn lezers daartoe aan en geeft zelf het goede voorbeeld: volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven naar het voorbeeld dat ik u gegeven heb. Dat is dus: niet op het aardse gericht, want dat wordt je ondergang. Nee, je weet dat je vaderland boven is, waar je Heer zijn terugkomst bezig is voor te bereiden, zijn bruiloft. Je bereidt je voor op die dag. Je trekt het feestkleed aan dat Jezus geeft.

Gemeente, door het avondmaal wil de Here Christus ons helpen om zo al meer naar Hem toe te leven en Hem tegemoet te leven. Als het avondmaal betekent dat de Heer ons geloof voedt met het oog op het eeuwige leven, moeten we ook daaraan denken: Hij geeft ons nieuwe energie en uithoudingsvermogen om zijn komst tegemoet te leven, en om nu al te doen de wil van de Vader in de hemel.

Zo mogen we na deze zondag verder gaan. Net als Paulus in het besef dat we nog niet zijn waar de Here met ons heen wil. We zijn nog niet volmaakt en als het goed is ook niet gearriveerd. Maar we mochten weer onze Heiland ontmoeten als onze gekruisigde en levende Heer. En Hij wil ons helpen Hem te volgen om eens die volmaaktheid te bereiken. Hij wil ons ook helpen om het samen te doen. Tot het zover is: als Hij ons nu vaak nog zo gebroken en kwetsbare bestaan zal genezen en vernieuwen zodat we worden zoals Hij is. Wat een feest zal dat zijn! Heer, geef dat niemand van ons dan zal ontbreken! Heer, houd ons vast en laat ons nooit meer los!

amen

Matteüs 2: 11: Hebben wij boodschap aan Driekoningen? (zondag Epifanie)

Liturgie zondag 8 januari 2017 – Epifanie

Votum en groet
Zingen: Ps. 72: 1,2 ‘O God, wil aan de koning schenken’
Wet van de HEER (Ex. 20)
Zingen: Gz. 154: 1a, 2m,3v,4a ‘Ach, wat moet ik toch beginnen?
Gebed
Schriftlezing: Jesaja 60: 1-6
Zingen: Ps. 72: 4,5 ‘Oprechten zullen alom groeien
Schriftlezing: Matt. 2: 1-12
Zingen: Ps. 2: 1,3,4 ‘Wat drijft de volken, wat bezielt ze toch?
Verkondiging
Zingen: ‘Zo groot als goden’ 1,2,3 (melodie: Psalm 119)

1.Zo groot als goden willen mensen zijn,
tot aan de zon hun aardse ster zien stijgen,
met veel vertoon of onder schone schijn
hun stem verheffen, anderen doen zwijgen,
vanuit de hoogte met voldaan venijn
hun tegenstrevers op de knieën krijgen.

2. In Jezus wilde midden in de tijd
de hoge God ons lieve leven delen,
kwam Hij als kind in alle kwetsbaarheid
onze kleinmenselijke hoogmoed helen.
Zo werd zijn lichte liefde wereldwijd
de diepste bron van alle aardse vrede.

3. O God, schenk ons de gaven van uw Geest,
de wijsheid om het kind in ons te eren;
opdat wij niet, door trots en angst verweesd,
van U vervreemden, maar ons tot U keren.
Dan zien wij nog in elke ster het feest
van hemels licht dat ons uw trouw wil leren.

Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 72: 8,9 ‘De koning moge eeuwig leven’
Zegen
Amen: Ps. 72: 10 ‘De HERE God zij lof bewezen’
……………………………………………………………………………………………………………………………………………

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
Afgelopen vrijdag – 6 januari – was het Driekoningen.
Een feest dat gevierd is in rooms-katholieke streken en landen.
In Nederland wordt er weinig meer mee gedaan,dia 2 het schijnt alleen nog in Tilburg en den Bosch iets van over te zijn: maar in zuidelijke landen als Spanje is het een feest dat vergelijkbaar is met ons Sinterklaasfeest, met cadeautjes en ook optochten.
Er lopen dan ook zwarte knechten mee maar dat is geen probleem want het zijn
knechten van de koning van Afrika die zelf ook zwart is, en de gelijke van de twee
andere koningen: er is wel discussie over die zwarte koning omdat het vaak een
geschminkte blanke is en dat vindt met daar discriminerend: de zwarte koning
Baltasar moet gespeeld worden door een zwarte man want anders lijkt het net of alleen een van huis uit blanke koning kan zijn – dus ook in Spanje is een soort
zwartepietendiscussie aan de gang: niet over de knechten maar over de koning!
dia 3
Maar nu de vraag die thema vanmorgen is: hebben wij boodschap aan driekoningen:
een rooms volksfeest dat ook nog bijna helemaal niet meer leeft in Nederland; wij
hebben net het kerstfeest gevierd en in het protestantse leesrooster heet deze dag Epifanie=verschijning – maar dat wordt niet op de dag zelf gevierd maar op de eerste zondag na 6 januari staat het verhaal van de wijzen uit het oosten op het leesrooster.
Ja en inderdaad gaat het dan over wijzen – magiërs – en niet over drie koningen.
dia 4
Dat getal drie vinden we trouwens ook niet in de Bijbel – het kunnen er zomaar meer zijn geweest – maar dat getal drie komt door die drie genoemde geschenken: goud,
wierook en mirre – dure geschenken waardoor ze in de loop van de tijd de status
van koningen kregen met ook namen: Melchior, de koning van Arabië, Caspar, de koning van Tarsis, en Baltasar, de koning van Ethiopië – dia 5 je ziet later in afbeeldingen dat de wijzen met filosofenmutsen steeds meer worden tot koningen met kronen. dia 6. En wat beweerd wordt dat de stoffelijke resten van de drie koningen zijn wordt als relikwie vereerd, sinds 1149 in de Dom van Keulen. dia 7
Wat weer die vraag onderstreept: hebben wij daar als gereformeerden boodschap aan, kunnen wij daar ondanks al die latere legenden nog wat mee, of moeten we maar ver blijven van al die poespas en dat feest maar laten aan die roomsen in Spanje, als alleen maar bijgeloof dat de Bijbelse boodschap vooral in de weg zit?

Nou, er is een heleboel in die door de eeuwen heen gegroeide traditie van verhalen en legendes, dat boeiend is om kennis van te nemen maar weinig toevoegt aan de Bijbelse boodschap en die zelfs die boodschap heeft overwoekerd en scheef getrokken – en het volksgeloof over bewaard gebleven botten van de zogenaamde drie koningen is nergens op gebaseerd en de waarde is hoogstens dat Keulen er een bezienswaardigheid aan te danken heeft in de vorm van een prachtige schrijn.
Ik zei al dat het aantal van drie, met namen, en ook nog leeftijden (een van 20, een van 40, en een van 60 jaar), die uit Arabië, Europa en Afrika gekomen zouden zijn, en beschouwd worden als koningen terwijl het magiërs waren, in later tijd opkomt ontstaat in literatuur, op afbeeldingen, en in door de kerk overgenomen volksgeloof.
Daar kun je met weinig moeite mee afrekenen als verzinsels, bijgeloof, en onzin.

Ja, en toch, het is niet allemaal alleen maar uit de duim gezogen en uit de lucht gegrepen maar er zitten elementen in die teruggaan op wat wel degelijk Bijbelse lijnen en kernen zijn, waar we van kunnen leren en wat ons geloof kan helpen.
Daarvan geldt hetzelfde als wat we als kerk belijden over wat de apocriefe boeken
wordt genoemd – oude geschriften die nooit in de Bijbel zijn opgenomen en waarin ook heel wat staat dat niet klopt met die Bijbelboeken maar waarvan de NGB zegt:
“de kerk mag deze boeken wel lezen en ervan leren, voor zover zij overeenstemmen met de canonieke boeken”, dat zij de Boeken die wel in de Bijbel zijn opgenomen.
Als ze maar niet het gezag van de Bijbel ondermijnen en ons geloof scheeftrekken.

Als we op die manier naar die oude verhalen luisteren en naar die afbeeldingen kijken, gaan ons dingen opvallen die wel degelijk wortels hebben in wat de Bijbel vertelt, en ook in wat we kunnen vinden in oude profetieën of in de psalmen.
Dat in de kerkelijke traditie die wijzen, die sterrenkijkers uit waarschijnlijk Babylonië en omgeving, zijn geworden tot koningen, heeft zeker ook te maken met die oude profetie die we vanmorgen hebben gelezen uit Jesaja 60 over het licht dat God zal laten schijnen tot ver buiten Israël: “Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de HEER. Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de HEER, zijn luister is boven jou zichtbaar. Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van jouw schijnsel”. En dan even verder nog meer dat later werd teruggezien en teruggeprojecteerd en ingelezen in dat verhaal van de wijzen: “De schatten van de zee zullen je toevallen, de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot. dia 8 Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa. Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud. Zij verkondigen de grote daden van de HEER”.
Twee van de drie geschenken van de wijzen worden hier al geprofeteerd!
En ook Psalm 72 speelt een rol: “Uit Saba en uit Seba komen de vorsten met hun kunst, zij hebben schatting meegenomen, en smeken om zijn gunst”

Heel bijzonder dat moment van de begroeting door de wijzen van het kind Jezus en moeder Maria:“ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen”, ze aanbaden dat kind dat ze herkenden als de geboren Koning, waar de ster ze naar toe gebracht had.
En “daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre” – cadeaus die passen bij een koning!
Kijk, en zo komt er een bijzonder en nog steeds actuele boodschap vanuit dat bijzondere verhaal en door al die aangegroeide tradities naar ons vandaag toe.

Nee, het waren geen koningen die achter de ster aangingen maar magiërs, mensen die veel afwisten van de loop van de sterren en daaruit dachten de gang van zaken in de wereld en de toekomst te kunnen aflezen, dia 9 en die daarom vaak door de koningen en andere beleidsmakers geraadpleegd werden, en veel invloed hadden.
We kennen de voorbeelden van wijzen aan het hof van de Farao in Egypte en later aan dat van de koningen van Babel en Perzië, denk aan Nebukadnezer en Darius.
En we weten van die heidense profeet en waarzegger Bileam die door de koning van Moab werd ingehuurd om het volk Israël te vervloeken maar die door de HEER in dienst werd genomen om juist Gods beloften van een geweldige toekomst aan dat volk door te geven, en die al vanuit een ver verleden het had over de Ster die zou opgaan, als beeld van een grote koning die God geven zou – David eerst en nog veel later de grote zoon van David, Jezus – het is te vinden in Numeri 24: 17-19:
“Wat ik zie is niet in het heden, wat ik waarneem is niet nabij. Een ster komt op uit Jakob, een scepter uit Israël…Het land van zijn vijand verovert hij…Israël wordt machtig en sterk. Uit Jakob staat een heerser op”.

Een ster, dat is veel vaker, ook buiten de Bijbel om, beeld voor macht en aanzien.
Wij kennen het ook: dat mensen een ster genoemd worden of zichzelf zo zien.
Volgens het woordenboek is een ster iemand die ergens goed in is, die ergens in ‘uitblinkt’; we hebben het over popsterren, filmsterren, een rijzende ster in de politiek.
Maar pas wel op: al zulk soort sterren zullen gauw verbleken, het blijken zomaar dwaalsterrren, of vallende sterren te zijn die geen spoor achterlaten en het afleggen in de grote sterrenslag van de geschiedenis, opgaan, even blinken en dan verzinken.

Zoals de profeet de afgang van de zo machtige koning van juist dat Babel waar die wijzen de sterren bestudeerden, aankondigt in Jesaja 14: “O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen…Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk”. Het laat zien hoe betrekkelijk en tijdelijk ook de meest indrukkwekkende sterallures blijken te zijn.

Heel anders die ster die God laat schijnen, als een licht dat nooit meer doven zal.
Een andere profetie gaat erover: “Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die Ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt” (Jesaja 49: 6)
dia 10
Nou weten we niet wat die magiërs in dat verre Babel daarvan wisten en als ze er al van wisten – want na de ballingschap waren veel Joden daar achtergebleven en waren er synagoges – is onduidelijk wat ze ervan begrepen zullen hebben, maar in elk geval hebben ze een bijzonder verschijnsel waargenomen aan de hemel waar ze de conclusie uit trokken hebben dat ergens in het westen een koning geboren was.
En nieuwsgierig als ze waren – wetenschappers van die tijd –gingen ze op reis om te ontdekken waar die koning was geboren, en om hem te eren met kostbare cadeaus.
Dat ze daar een hele reis voor over hadden, weg uit hun vertrouwde omgeving, nog niet wetend waar die ster ze brengen zou, doet me denken aan de reis van Abraham,
weg uit je comfortzone, omdat je iets nieuws en moois verwacht te vinden, en dan op stap gaat, met alle onzekerheid ervan en misschien de kans dat het een teleurstelling wordt, in de hoop dat je er beter en rijker door wordt – dat deuren voor je opengaan.
Bijzonder ook dat die niet-Joden, anders-gelovigen, zo het spoor volgen dat God voor ze had uitgezet – en dat ze uitkomen bij dat kleine kind in dat kleine Bethlehem.

Heel bijzonder allemaal, we zien er de leiding van God in, en er zit een boodschap in
dat inderdaad de koning die God in Israël liet geboren worden, bestemd is voor de hele wereld, weer die oude profetie: Ik zal je maken tot een licht voor alle volken.

En dan wordt hun nieuwsgierigheid bevredigd, want wie zoekt, zal vinden: “Toen ze dat zagen, werden vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en
vonden het kind met Maria, zijn moeder (let op de volgorde!). Ze wierpen zich neer om het (=dat Kind) eer te bewijzen”. En dat ook tastbaar en kostbaar: goud, wierook, mirre, zoals Jesaja profeteerde: “de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot”.
Ik las: “Tot het moment van hun verschijnen had de geboorte van Jezus vooral plaatselijke invloed: slechts enkele mensen uit de lagere klassen van één bepaald volk waren erbij betrokken. Maar het bezoek van de wijzen maakte daar radicaal een einde aan. Rijke heidenen schaarden zich nu met arme joden in de rij, koning Herodes en de gevestigde priesterorde raakten geïnteresseerd en zelfs de sterren bemoeiden zich ermee”. Het begin van een wereldwijde beweging, tot op vandaag.

Wat tegelijk, toen al, en nog steeds, weerstand oproept, verzet, woede, aanvallen:
Herodes toen meteen al, later ook het eigen volk met zijn leiders – Golgotha – en
tot op vandaag machthebbers die zichzelf sterk maken en wat hen probeert naar de kroon te steken, de kop willen indrukken en willen uitschakelen – en het niet kunnen hebben als mensen zich laten leiden door een Koning die ze als belangrijker zien en eren en volgen dan die aardse zogenaamde sterren en leiders en machthebbers.
In veel landen hebben minderheden, oppositie, en ook christenen, het zwaar.
In het licht daarvan is die traditie juist ook wel ontluisterend en tegelijk moedgevend: van die drie koningen die oog in oog met dat kind hun kroon afnemen en voor dat kind door de knieën gaan en de schatten waarmee ze zijn gekomen, aanbieden.
dia 11
Het doet denken aan die andere psalm die we hebben gezongen, Psalm 2, waarin het tegengeweld van volken en machthebbers aan de kaak wordt gesteld maar vooral bezongen wordt hoe God daar majesteitelijk boven staat en zijn eigen plan trekt: “De HEER lacht hen uit, de brutalen, en spot met hun grote verhalen. Dan spreekt Hij, zij voelen de roede van grimmige woede: Ikzelf heb mijn zoon, de geliefde, gezalfd….Regeringen, wees dan gewaarschuwd, u kunt toch niet staan in zijn schaduw, geef eer aan de Heer van uw leven met vrees en met beven. Gehoorzaam de Zoon, kus zijn voeten, dan is Hij uw troost en uw toevlucht”.
(Psalm 2 in de weergave van Ria Borkent, ‘Waarom zijn de volken opstandig?’)

Hebben wij een boodschap aan Driekoningen?
Ik hoop het wel, ik vind de boodschap waardevol dat God mensen vanuit de verste uithoeken van zijn wereld op zijn spoor zet, ook door sterren, door dromen, door
ervaringen van hoogtepunten en dieptepunten, door nadenken ook over zoveel dat in de schepping is gelegd en in de geschiedenis gebeurt, en ook door kunst en muziek.
En wat een actueel appèl gaat er uit op mensen met macht en invloed, maar net zo goed op u en jou en mij die zomaar zichzelf centraal zetten en alles bekijken vanuit zichzelf en betrekken op zichzelf – wat een appèl gaat er uit van die koningen die hun kroon afzetten en diep door de knieën gaan voor dat kind dat ze eren als hun koning.
De wereld zou er heel anders uitzien: onrecht zal verdwijnen, en vrede volop bloeien.

Aan u en aan jou en aan mij om daar boodschap aan te hebben, en dat aan te leren.

We gaan zingen: ‘O God, schenk ons de gaven van uw Geest, de wijsheid om het kind in ons te eren; opdat wij niet, door trots en angst verweesd, van U vervreemden, maar ons tot U keren, Dan zien wij nog in elke ster het feest van hemels licht dat ons uw trouw wil leren”. dia 12

amen

Matteüs 6: 10a: Laat komen, Heer, uw rijk! (oudejaarsdienst 31 december 2016)

Liturgie oudejaarsdienst 31 december 2016
Votum en groet
Zingen: Ps. 93: 1,2,3 Levensliederen
1. De HEER regeert, gehuld in majesteit,
gekleed in almacht en hoogwaardigheid.
De wereld raakt beslist niet uit haar baan:
uw troon zal net als u altijd bestaan.
2. De oceanen bulderen, o HEER!
Ze daveren, de golven storten neer.
Maar boven storm op zee en waterkracht
heerst God de HEER met grote overmacht.
3. Wat u bedenkt is ongeëvenaard.
Wat u besluit is ons vertrouwen waard.
Uw niet te overtreffen heiligheid
versiert uw huis, HEER, tot in eeuwigheid.
Gebed
Schriftlezing: Matt. 13: 24-32 en 36-43
Zingen: Lied 294: 1,2,4,6,8
Overdenking over Matt. 6: 10a ‘Laat komen, Heer, uw rijk!
Zingen: Gz. 37: 3,7,8
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 416: 1,2,3
Zegen (StPatrick)
Zingen: NLB 416: 4
——————————————————————————————————
Gemeente van de levende Heer Jezus Christus, en God onze Vader,
dia 1
Ik wil u even meenemen ver terug in de tijd: naar meer dan 1600 jaar geleden.
Het is 24 augustus 410, een dag waarop de wereld van toen met een doffe dreun in elkaar stortte: de stad die eeuwenlang de hoofdstad van een wereldrijk en centrum van de wereld geweest was, het als ‘eeuwige stad’ beschouwde Rome, was door
binnengedrongen bendes van de Visigoten ingenomen, geplunderd en verwoest.
dia 2
Het was een schok die tot ver buiten Rome en tot ver na dat jaar 410 natrilde.
Behalve verhalen over moordpartijen en verkrachtingen, plundering en brandstichting
en stromen vluchtelingen die over heel de toen bekende wereld uitzwermden – iets
dat echt niet nieuw maar van alle tijden is – viel met Rome vooral een wereld in elkaar die eeuwenlang veilig en solide had geleken – een schok nog ingrijpender dan in 2001 de instorting van de Twin Tomers, of van de ineenstorting van Syrië.
Iemand schreef: “De eeuwige Stad was tijdelijk gebleken, de wereld leek onthoofd”.
Velen hadden gedacht dat Rome nooit kon vallen, en nu was het toch gebeurd.
Dat gaf enorme onzekerheid en ontreddering, waar men geen raad mee wist.
Zoiets als waar mensen vandaag bang voor zijn: stel je voor dat de EU uiteen valt,
dat de populisten gaan winnen, en stel je voor dat Trump en Putin vrienden worden.
Terug naar 410: er kwamen allerlei pogingen los om het gebeurde te verklaren: vvan de kant van heidenen die de christenen de schuld gaven en er de wraak in zagen van de oude goden die niet meer vereerd werden: terwijl christenen ook geen raad ermee wisten want Rome was toch de stad waar apostelen als Petrus en Paulus hun leven hadden gegeven voor hun Heer, en waar een christelijke kerk was die steeds meer als de belangrijkste kerk van heel het christendom beschouwd werd, met een bisschop die zich zag als de opvolger van Petrus en plaatsvervanger van Christus…
Kort en goed: wat met Rome was gebeurd sloeg alle zekerheden weg en verbrijzelde veel heilige huisjes, en wat zou nu de toekomst worden van de kerk en de wereld?
Vragen en twijfels waar ook in onze tijd mensen – ook christenen – mee worstelen.
2016 was al een jaar met veel dat op de helling kwam, en wat zal 2017 brengen?

Nou, in reactie op die val van Rome in 410 en de vragen en twjfels en onrust die er het gevolg van waren,schreef een van de grootste christelijke theologen, Augustinus, zijn wereldberoemde boek ‘Over de Stad – of: de Staat – van God’: ‘De Civitate Dei’.
dia 3 In dat boek wijst hij erop dat het God is die aardse zekerheden wegslaat en lijden brengt. Zo handelt God juist rechtvaardig en straft hij dat Rome af voor zonden en misdaden.In zijn bloemrijke taal: “Hij slaat het lekkers uit de handen van stoute jongens”.Daar moeten we niet om treuren, maar juist blij mee zijn, want wij horen toch niet bij die aardse machtsinstituten, maar bij het eeuwige koninkrijk van God?
Op aarde zijn het rijk van de duivel en dat van God nog door elkaar vermengd, zoals in die gelijkenis van Jezus is uitgebeeld, maar die gelijkenis loopt erop uit dat Gods koninkrijk uiteindelijk overwint en dar die aardse machten en voorgoed aan gaan.
Zo bood Augustinus – schrijft iemand – “aan zijn tijdgenoten in een wereld van troosteloze verwarring en dreigende uiteeinscheuring, levensmoed en verwachting”.

Waarom ik dit allemaal vertel,in deze laatste kerkdienst van het bijna afgelopen 2016, met als tekst voor de overdenking die bede uit het Onze Vader: ‘uw koninkrijk kome’?
dia 4
Allereerst omdat ik in die tijd van ineenstortende zekerheden en vastigheden iets herken van onze eigen tijd waarin veel wat lang vaststond en zekerheid bood, en veiligheid, op losse schroeven lijkt te staan – denk aan de situatie in het Midden-Oosten met als gevolg al die vluchtelingen en ook dan hier en dan daar aanslagen; denk aan wat steeds meer op een nieuwe confrontatie lijkt tussen Rusland en het Westen; denk aan de opmars van populisten in Amerika en Europa met alle onzekerheid die dat veroorzaakt; denk aan het versplinterde politieke landschap in ons eigen land waar we in maart naar de stembus gaan en de uitkomst onzeker is;
en denk aan de toekomst van meer dan een kerk, waaronder onze eigen gemeente.
Een uitlegger merkt op: “het rijk van de mens, gebouwd op menselijke dromen, stort steeds weer in elkaar”- iets om steeds weer te bedenken, en om ervan te leren.

De tweede, nog belangrijker, reden voor dat verhaal over Augustinus en zijn boek, is de overtuiging dat net als in de 5e eeuw na Christus ook in de 21e eeuw het altijd blijvende groter verhaal van de Staat van God, het rijk dat vanuit de hemel hier op
aarde bezig is te komen, onzekere mensen hoop en moed en energie kan geven.
En ook dat we steeds moeten leren dat wij zelf niet dat rijk van vrede kunnen realiseren en dat Gods gedachten altijd dieper en hoger zijn dan die van ons.
Dat Gods plannen gerealiseerd worden, maar vaak anders dan in onze planning.
Soms leek het anders, en waren ook christenen trots op wat ze bereikt hadden. Dat Rome dat in 410 viel, werd geregeerd door christelijke keizers en het christendom was de enige toegestane religie – en toch ging alles stuk – later in de Middeleeuwen vochten paus en keizer om het hardst voor een christelijk Europa maar het leverde verzet en bloedvergieten op – en weer later werd Nederland gestempeld door de Bijbel en de kerk – maar nu is het hard op weg steeds meer onchristelijk te worden.
Wat zomaar tot de gedachten kan leiden dat nog geloven in een rijk van God, en bidden om de komst van zijn rijk en inzet voor een christelijk leven, niet meer is dan het voeren van achterhoedegevechten en het bouwen van eigen luchtkastelen….

Alsof niet de Heer ons keer op keer leert dat zijn rijk anders is: niet van deze wereld.
Alsof we niet weten dat we op weg zijn naar de stad die nog in aanbouw is, en we daarom niet ons moeten ingraven in deze samenleving, en ons niet krampachtig moeten vastklampen aan wat hier en nu ons vertrouwd is en zekerheid lijkt te bieden.
Leerzaam toch, die gelijkenissen, over die akker met allerlei gewassen door elkaar
Heen, en over dat onooglijke mosterdzaadje dia 5 dat eerst sterven moet om zo uit te groeien tot een struikgewas dat een plek geeft aan vogels van diverse pluimage…
Gods rijk komt niet door tegenstanders weg te zetten of weg te maaien, maar door
dienende liefde, door een kwetsbaar kind in een kribbe en een lijdende Koning aan een kruis, en volgelingen die achter Hem aan hun kruis dragen en durven loslaten.
dia 6
Daarom is dat gebed ‘laat komen Heer, uw rijk’, allereerst een gebed voor onszelf en ook tegen onszelf in: regeer ons, regeer eerst mij, door uw Woord en Geest (HC48).
Dat is bidden om groei in vertrouwen en hoop, om de moed erin te houden, om
liefde en zelfverloochening, en dan ook om verbondenheid met elkaar, en anderen
dichtbij en verder weg, om gevouwen handen die dan uitgestoken worden tot hulp.

Tegelijk worden we dan steeds geconfronteerd met tegenwerking en tegenslagen.
Vandaar ook dat we blijven bidden om Gods rijk steeds meer mag doorbreken en eens voorGoed heel deze wereld van God mag vullen en alles nieuw mag maken.
Augustinus schrijft daarom in dat boek over een strijd tussen twee rijken die achter de schermen van de geschiedenis woedt: het rijk van God en dat van de duivel.
Jezus bedoelt hetzelfde in dat verhaal over onkruid gezaaid tussen de tarwe, en het is onkruid dat bijna niet van het goede koren te onderscheiden is, en de wortels zijn zo met elkaar vergroeid dat wieden niet te doen is: een middel erger dan de kwaal.
Een les voor ons om maar niet te gauw te oordelen over wie goed is en wie fout,
gelovig of ongelovig – en een oproep om midden in deze wereld zelf tot een zaad te zijn – “tezamen gezonden op weg in een wereld die wacht op uw Woord, om daar in genade uw woorden als zaden te zaaien tot diep in het donkerste dal, door liefde gedreven, om wie met ons leven uw zegen te brengen die vrucht dragen zal”
dia 7
Laten we dan maar dankbaar zijn voor wat daarvoor nog steeds kan en ook in 2016 mocht gebeuren: in eigen gemeente en samen met anderen, zoals de CGK, maar ook met anderen kerken b.v. met Christmas Lite; dankbaar voor de groei in kracht en getal in HartvoorHeerhugowaard, dankbaar voor het werk dat in Benin doorgaat,
dankbaar voor de vrijheid die we hebben om als christelen te geloven en te leven.
Wat vruchtbaarder is dan klagen over wat niet lukt of wie niet meer hier zijn, hoe
moeilijk dat ook kan voelen; wat ook wervender is dan een negatieve sfeer en dan
verwijten over en weer – het is beter met elkaar te blijven praten en voor elkaar te blijven bidden dan over elkaar te praten of elkaar van een afstand te veroordelen.
Zie maar allereerst eigen hart en leven als een stukje akker waar zomaar het goede zaad wordt overwoekerd door het onkruid van wantrouwen, oud zeer, of angst – en dus valt er daar vooral veel te wieden en te zaaien – Jezus zei een keer tegen zijn leerlingen dat de satan erop uit was hen te ziften als de tarwe – dat geldt ook voor ons, daar was satan mee bezig en daar blijft hij mee bezig – we zijn gewaarschuwd.

Ik denk aan een indringende oproep in Heb. 12: 15 om ervoor te zorgen dat er geen bittere wortel opschiet die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid – negativiteit zo u wilt – velen besmet, en verderop in de brief positief: “houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept”.
Je kunt ook zeggen – met het oog op dat rijk dat komt – dat het tekenen zijn – noem het al kleine brokstukjes of nog beter: bouwsteentjes – van Gods stad in aanbouw.
dia 8
2016 was daarom ondanks veel dat op afbraak leek misschien – een opbouwjaar.
Weer een jaar dichter bij de dag dat de laatste – levende – steen ingevoegd wordt.
Het lijkt soms of de oogst uitblijft, en het huis niet afgebouwd wordt, we zongen ervan: “Waar blijft dat overlang beloofde land van God” – dat ook in 2016 niet kwam – “zal ooit een dag bestaan dat oorlog, haat en nijd, voorgoed zijn weggedaan?”” – in 2016 leek dat verder weg dan ooit, zelfs een droombeeld, een illusie – denk aan Aleppo en aan Berlijn, aan noem zelf maar op wat u of jouw bijgebleven is…..hoe
actueel dat lied: “uw schapen zijn in nood, uw naam wordt niets geacht, men breekt uw volk als brood……….de nacht is als een graf, ontij heerst in het rond…”

Maar wie eerlijk de Bijbel leest en iets heeft opgepikt over hoe Gods rijk komt, is toch getroost en houdt vol te blijven geloven, en kan met vertrouwen 2017 binnengaan.
Zoals Augustinus zijn ontredderde tijdgenoten moed insprak met het geweldige vooruitzicht van wat hij in het laatste deel van zijn boek noemde ‘de eeuwige zaligheid en de sabbat zonder einde’: “wat zal dat voor een zaligheid zijn, waar geen kwaad meer zal wezen, geen goed meer verborgen zal zijn en ieder opgaat in het prijzen van God, die alles zal zijn in allen”: Zoals de Heer zelf het ons belooft: “dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader stralen als de zon”.
dia 9
We eindigen waar we vanavond begonnen, met Augustinus: die de geschiedenis ziet uitlopen op de eeuwige dag van God, de rustdag zonder avond, en die zijn boek afsluit met dit vergezicht: “Dan zullen we rusten en aanschouwen, aanschouwen en liefhebben, liefhebben en prijzen. Zie, zo zal het zijn in het einde zonder einde. Want wat zal het einde anders zijn dan te komen in het Rijk, dat geen einde heeft? “

Laten we daar, met Augustinus, maar amen op zeggen.

amen

dia 10