Johannes 6: 15: Wil Jezus geen koning worden? (4e zondag van de Veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst zondag 26 maart 2017
Zondag ‘Laetare’ (Jesaja 66: 10a en 11)
Votum en groet
Zingen: Ps. 122: 1,2,3
Tien Woorden opnieuw
Zingen: Lied 175: 1a,2m,3v,4a
Gebed
Schriftlezing: Joh. 6: 1-15 en 22-35
Zingen: Lied 463: 1,2,3 ‘O Heer die onze Vader zijt’
Verkondiging: Joh. 6: 15
Zingen: Gz. 57: 1,2,3 ‘Ik ben het levensbrood’
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 546: 1-5 Wees blijde nu, in ’t midden van het lijden
Zegen
—————————————————————————————————————-
Gemeente van Jezus die is de Christus=Gezalfde=Koning
dia 1
De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn weer achter de rug.
Verkiezingen waarbij de keus nog nooit zo groot was: bijna 30 partijen.
Verkiezingen waarbij er ook de keus was voor christelijke politiek.
Je kon zelfs – wat je er ook van denkt – uitdrukkelijk kiezen voor Jezus.
dia 2
Het was de leus van de politieke partij die zich noemt ‘Jezus leeft.nl’,
met programmapunten als kiezen voor leven, kiezen voor een groene
en duurzame samenleving, kiezen voor uit de EU, en kiezen voor Israël….
Het geeft te denken allemaal, de uitslag was voor hen erg mager….

We hebben gelezen wat er gebeurde ruim tweeduizend jaar geleden,
in Israël zelf, bij het meer van Galilea, toen Jezus zelf nog op aarde was.
Stel dat er toen verkiezingen geweest waren, en Jezus verkiesbaar was.
Hij had die verkiezingen in elk geval in de kieskring Galilea overtuigend
gewonnen, want wie wil nou niet zo’n veelbelovende leider die massa’s
kan voorzien van levensonderhoud, die niet alleen belooft maar wat Hij
belooft ook kan waarmaken, en die al je problemen in een handomdraai
kan oplossen: geen honger meer, geen ziekten meer, geen dood meer.
Stel je voor dat vandaag een politieke partij dat zou beloven en zou doen.
Ik denk dat ze met overtuigende meerderheid alleen konden gaan regeren

Nou, zoiets kwam op gang na dat geweldige wonder van Jezus daar op
de berghellingen rond het meer van Galilea: eten in overvloed voor een
paar duizend mensen, vanuit dat armzalige begin van één lunchpakketje.
Het gerucht zoemde rond door de massa: dit is vast de beloofde profeet!
En alles wees erop dat ze Jezus onder druk wilden zetten – er staat zelfs:
Hem wilden dwingen met hen mee te gaan – om Hem koning te maken.
Ja, want wie wil nou zo’n koning niet, niemand zorgt toch beter dan hij?
Waarop Jezus de mensen de mensen liet en zich terugtrok op de berg. dia 3
Kies voor Jezus, was de leus, maar Jezus stelde zich niet verkiesbaar.
Om erachter te komen waarom Jezus zich niet liet meeslepen door het enthousiasme van de mensen die overal achter Hem aan kwamen en Hij zo geen koning wilde
worden, moeten we eerst beter in beeld krijgen wat er eigenlijk op die berg gebeurde.
Deze keer was het niet Jezus die de mensen opzocht voor onderwijs en wonderen.
De andere evangelisten die vertellen van dat eten geven aan al die mensen, vertellen nog duidelijker dan Johannes dat Jezus vanuit de hectiek van Judea
zich terugtrok in de heuvels van Galilea, samen met zijn discipelen die in zijn
opdracht stad en land waren rondgetrokken met de boodschap van Jezus.
In Marcus 6: 31 staat dat hun Meester hen en zichzelf pauze gunt: “Kom, we
gaan naar een stille plek om wat uit te rusten”. Daar was alle reden voor, “want”
(vertelt Marcus erbij, gehoord van Petrus die er zelf bij was) “er kwamen steeds
zo veel mensen, dat Jezus en de leerlingen niet eens even konden eten”.
Neem dat ook maar mee naar uw eigen misschien wel drukke en hectische leven
dat Jezus en God zijn Vader ons rust gunt, dat de boog niet altijd gespannen kan
en hoeft te zijn, en dat als je vertrouwt op Vaders goede zorgen, ja ook leert om
los te laten, je te ontspannen, en dat je ook niet alle kaarten hoeft te zetten op
een zo goed en gerieflijk mogelijk leven hier en nu – wat juist dat verhaal dat we
vanmorgen met elkaar lezen en voor ons is opgeschreven, ons mee wil geven.
dia 4
Maar om naar het begin van dit gebeuren terug te gaan: de rust werd Jezus en zijn vrienden niet gegund – nog even de vertelling van Petrus via de pen van Marcus:
“veel mensen zagen hen wegvaren en begrepen waar ze heengingen; overal vandaan liepen mensen snel naar die plek toe, ze waren er nog eerder dan de
leerlingen” (Marcus 6: 33) – en dan zou Jezus Jezus niet zijn als Hij niet er
weer helemaal was voor de mensen: “toen Jezus uit de boot stapte, zag Hij al die mensen staan; Hij kreeg medelijden met hen, want Hij dacht: het lijken wel schapen zonder herder”- en dan zul je maar de Goede Herder zijn die zelfs zijn leven voor
zijn schapen over heeft – Jezus ging weer vertellen over God en zieken genezen.
Volgens Johannes trok vooral dat de mensen aan: “een grote menigte mensen volgden Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed”.
En weer: wie zou dat niet snappen, je zult maar al lang ziek zijn, opgegeven zijn,
of iemand uit het gezin of de familie hebben die tob met allerlei kwalen, dan heb
je er toch alles voor over om naar die beroemde dokter te gaan, wat het ook kost..
ja en bij Jezus kost het ook niet eens geld, alleen tijd en een soms verre reis…..
je voelt zelfs de honger niet want je wilt alleen dat ene: naar die Jezus toe…

Maar de Heer weet als geen ander wat een mens nodig heeft, als zelf ook mens.
Ja, en als zeg maar de Gastheer van die duizenden mensen voelt Hij zich niet
alleen verantwoordelijk voor hun geestelijk maar ook voor hun lichamelijk welzijn.
Ook dat hoort bij een goede herder, zegt Hij zelf: “Ik ben de goede herder. Zoals
een herder voor zijn schapen zorgt, zo zorg Ik voor de mensen die bij mij horen”.
Letterlijk staat in Joh.10: 10: “Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed”.
dia 5
Wat dan opvalt in het vervolg, dat is dat deze herder niet maar als in een handomdraai genoeg eten op tafel zet voor al die mensen, maar dat Hij mensen erbij inschakelt, want het gaat niet om een stunt maar om een teken dat geloof vraagt.
Ja, en ook dat de Heer altijd aansluit bij wat er al is, en mensen zelf al kunnen.
Allereerst was een situatie als deze een test voor Jezu eigen leerlingen: hadden die er vertrouwen in dat hun Meester dit aan kon; hoe sterk was hun geloof – we lezen dat Filippus, die uit die buurt kwam, de vraag kreeg waar je brood kon kopen voor al
die mensen, en hoe Filippus het niet zag zitten: als er al een bakker zou zijn
die op dit tijdstip zoveel brood kon bakken, dan kunnen wij dat nooit betalen!
Ook Andreas, de broer van Petrus, had er een hard hoofd in: er is wel een jongen met vijf broodjes en twee visjes, maar wat heb je daar nou aan voor al die mensen?

Toch is dat karige beetje eten voor Jezus niet te min om er van uit te gaan delen. Bijzonder trouwens dat die jongen het meegebrachte eten zomaar uit handen geeft.
Misschien had hij het wel meegebracht om te verkopen, en betaalde Jezus ervoor,
maar dat staat er niet bij – misschien hadden hij en zijn ouders al wel zoveel vertrouwen in Jezus dat ze er wel zeker van waren dat het goed zou komen…
Nou, het kwam ook helemaal goed: de duizenden gingen in het gras zitten
voor een massale picknick, en nadat Jezus als de grote Gastheer een zegen
gevraagd had over het eten, begon het uitdelen van brood en vis, net zolang
tot iedereen genoeg had, en er nog over bleek te zijn: twaalf maanden vol.
Geen verspilling dus, geen eten dat weggegooid werd, maar brood voor de
volgende dag voor Jezus en zijn leerlingen – bij Jezus kom je niet tekort.
dia 6
Kijk, en dat laatste is waar het vooral om draait, wat de boodschap erin is.
Hoe het allemaal precies in zijn werk ging, is moeilijk te achterhalen, zeker als je – zoals u en ik – er niet bij bent geweest – trouwens, de mensen die er toen wel bij waren, konden alleen maar merken dat Jezus een goede gulle Gastheer was.
En als zo iemand je Gastheer is, bij wie je niets te kort komt, wil je wel altijd je
handen bij Hem ophouden: Jezus is onze man, kies voor Jezus, als onze koning.

Nou, het doet zeker denken aan profetisch optreden, ik denk b.v. aan Elisa.
Van hem wordt verteld dat iemand met twintig gestebroodjes kwam voor Elisa
en zijn leerlingen van de profetenschool – waarop de knecht van Elisa skeptisch reageerde dat die paar broodjes lange na niet genoeg waren voor honderd man.
Maar Elisa herhaalde de opdracht het brood aan de profeten te geven, vanuit
het vertrouwen dat ze er meer dan genoeg aan zouden hebben, en dat was zo.
Maar Jezus bleek groter dan Elisa: 5 broodjes en 2 visjes voor duizenden, en
nog twaalf mandjes over – niemand hoefde met een lege maag naar huis.
Veelbetekend staat erbij dat het bijna pesach- Pasen was – het feest waarop
de eerstelingen van de gersteoogst werden aangeboden in de tempel – Jezus
deelt van die gerstebroodjes uit aan al die mensen – Pasen betekent leven.
De mensen zagen dat ook wel want ze zagen in Jezus dé Profeet, die volgens
oude beloften naar de wereld zou komen, als de grote Redder, de Koning…
Je zou zeggen: geweldig, het kwartje valt, het geloof breekt door in Jezus als
de door God beloofte messias-koning – nu is de kroon onder handbereik…

Ja, maar waarom reageert de Heer dan zo afwijzend en trekt Hij zich terug?
En waarom verwijt hij een dag later als de mensen weer achter Hem aan komen
dat ze dat doen: “jullie zoeken mij niet omdat jullie tekenen hebt gezien, maar
omdat jullie brood gegeten hebt en verzadigd bent” – wat bedoelt Jezus hier?
De mensen kwamen toch juist om de bijzondere dingen die Jezus deed?
Ja, maar het zit vast op dat hier gebruikte woord ‘tekenen’ – dat be-tekent dat de bijzondere dingen die Jezus doet – mensen genezen, demonen verjagen, voor brood zorgen voor zoveel mensen- niet op zichzelf staan en niet los verkrijgbaar zijn.
Het zijn ‘tekenen’, verwijzingen naar wie Jezus is en wat zijn boodschap is –
ze maken concreet wat het betekent als het koninkrijk van God gaat komen.
Kijk, en als de mensen daar geen oor en oog voor hebben, en zich blind staren op die wonderlijke dingen zelf, dan ontgaat hun waar het echt om draait en blijven ze toch met lege handen achter, en daarom: dia 7 “u moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en dat eeuwig leven geeft, de Mensen-zoon zal u dat geven” – en: Ik ben het brood dat leven geeft – en daar
hoef je niets voor te doen, daar hoef je niet voor te werken, je voor uit te sloven,
Zoals wel voor elke dag brood op de plank – wat moeten we dan doen? “Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft”. Vertrouw maar op Jezus!

Nogmaals: veelbetekend dat dit verhaal begint met dat het bijna Pasen is.
Pasen als niet alleen het feest van de gersteoogst, maar vooral het feest van de
bevrijding, door het paaslam dat geslacht wordt en zijn bloed dat verzoening is.
Jezus is op weg naar Jeruzalem waar Hij als het grote paaslam wordt geslacht,
waar de herder zijn leven geeft voor de schapen door zelf als een schaap naar
de slachtbank afgevoerd te worden – Jezus’ dood is voor velen het Leven

Kijk, en daarom wil Hij niet dat de mensen Hem meenemen en koning maken.
Eigenlijk zijn het weer diezelfde verleidingen als aan het begin in de woestijn: dia 8
voor brood zorgen om er zelf beter van te worden, een wonder doen om bij de
mensen gevierd te zijn, en de macht grijpen in plaats van God te dienen en
de bevoegdheid om koning te zijn uit zijn handen te ontvangen, door te lijden.
Wij mensen hebben in zich om voor dat soort verleidingen makkelijk te bezwijken.
Denk aan de macht die geld en status en spullen op mensen hebben; en wat is
Macht hebben aanlokkelijk en verslavend, ten koste zo vaak van mensen en van
de verhoudingen tussen volken en van de wereldvrede; en hoe vaak gaat het fout als een mens tot dingen komt die hij niet aan kan, als je onverantwoorde risico’s neemt
of als je populair zijn en bekend zijn niet aan kunt en leidt voor schade en verdriet..

Maar Jezus – mens als wij, ook vatbaar voor die verleidingen – hij werd net als wij in elk opzicht op de proef gesteld, lezen we in Heb. 4: 15 – is niet tot zonde vervallen, staat er meteen; die overeind bleef, trouw aan de opdracht waarmee zijn Vader hem naar de wereld stuurde; die afzag van eigen succes en macht; die terwijl hij rijk was, arm werd; die zich liet arresteren en mishandelen en bespotten en zijn leven offerde.
Die tegen Pilatus zei dat Hij wel koning was maar anders dan de keizer en de andere heersers hier op aarde; en die zijn volgelingen leert dat sterk is wie zwak durft zijn.
Daarom trok Hij zich terug toen ze Hem op wereldse manier koning wilde maken.
Daarom liet Hij zich als nepkoning bespotten en als koning van Israël kruisigen.
Daarom leert Hij wie Hem volgen wil zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen.
dia 9
Wie dus voor Jezus kiest, weet wat hem te wachten staat: niet succes, wel zegen.
En dan is de les van dat broodwonder ook dat wat klein lijkt, groot kan worden.
Jezus kan met vijf broodjes en twee visjes wonderen doen – en wonderen zijn de
wereld niet uit en zijn ook niet uit de tijd – let ook op het wonder van het gewone:
een beker koud water voor een dorstige, een bezoekje aan een zieke, bidden
voor wie vervolgd worden, een arm om een schouder, een steuntje in de rug,
een gift voor hongerend Afrika, een goed gesprek met een kerkbroer –of –zus..
het lijkt allemaal zo klein en zwak maar het kan dankzij Jezus wonderen doen.
dia 10
Wil Jezus geen koning worden? Hij is het geworden, om zijn Vader en ons te dienen, en wij mogen met Hem dienen – als koningen en koninginnen, in opleiding. amen

Lucas 11: 33-36 Licht onderweg zien en laten zien (3e zondag van de veertigdagentijd)

Liturgie middagdienst ‘Open Hof’ zondag 26 maart 2017
Zingen: Ps. 123: 1 ‘Tot U die zetelt in de hemel hoog’
Moment van stilte en persoonlijk gebed
Votum en groet
Zingen: Gz. 327: 1,2,3 LB ‘Heer Jezus, o Gij dageraad
Gebed
Schriftlezing: Lucas 11: 14-28
Zingen: Gz.169: 1,2,4,6 LB ‘Zingt nu de Heer, stemt allen in
Verkondiging: Lucas 11: 33-36 .
Zingen: Gz. 437: 1,2,3 LB ‘Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht
Geloofsbelijdenis van Nicea
Zingen: Gz. 109: 4 GK ‘Halleluja, lof zij het Lam
Gebed
Collecte
Zingen: Gz.. 456: 1,2 LB ‘Zegen ons, Algoede’
Zegen
Amen: Gz. 456: 3 LB
—————————————————————————————
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Twee mensen zien hetzelfde, maar hebben een heel verschillende kijk.
Dat is al zo als het gaat om gewone dingen die je om je heen ziet: de een
let op heel andere dingen dan de ander, wat de een ziet ontgaat de ander.
Als meer mensen op dezelfde plek waren, komen ze toch met heel veel
verschillende verhalen terug, die elkaar aanvullen en soms tegenspreken.

Ja, en dat heeft ingrijpender gevolgen als het om grotere dingen gaat.
Zo zijn de vluchtelingen die naar ons land zijn gekomen voor de een
vooral een bedreiging en voor de ander een verrijking en een uitdaging.
De een is blij als er een activiteit is waar mensen op af komen, de ander
is teleurgesteld over wie er niet waren; en hoe verschillend kunnen de
reacties zijn op hetzelfde TV-programma of dezelfde film – waar de een
diep van onder de indruk is, dat vinden anderen waardeloos of ‘niks aan.

Zomaar voorbeelden die leren dat wat je ziet en wat daar voor impact
heeft, wordt bepaald door hoe je kijkt; en de manier van kijken hangt
weer af van wie jij bent, hoe je in het leven staat, hoe je bent opgevoed
en wat jouw omstandigheden zijn; ook je geloof of levensvisie doet er toe.
En als daar verandering in komt, kan dat ook je kijk op dingen veranderen.
Helemaal in het begin van de Bijbel zien we daar al een schokkend en
ingrijpend voorbeeld van: ik bedoel hoe Eva naar de boom keek waarvan
God had gezegd dat ze er niet van mocht eten, de boom van kennis van
goed en kwaad – eerst liepen Eva en Adam er met een boog omheen
en dachten ze er niet aan vruchten van die boom te plukken en te eten.
Maar dan komt de listige duivel via de slang met de suggestie dat er niks mis
is met die boom en dat verbod van God alleen bedoeld is om hen eronder te
houden: als je ervan eet ga je niet dood maar worden jullie juist veel slimmer
en kunnen jullie zelfs als God worden en zelf beslissen wat goed is en kwaad.
En dan zie je dat als die suggestie zich gaat vastzetten in het hoofd van Eva,
ze ineens met andere ogen naar die boom gaat kijken: “De vrouw keek naar de
boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan…..Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren”.
Zie je wat er gebeurt? Die boom zag er niet anders uit dat gisteren of eergisteren,
maar ze gingen door wat ze was wijsgemaakt er met andere ogen naar kijken.
Er was niets met die boom gebeurd maar met henzelf;daarom zagen ze alles anders.
Ja, en dat ze naakt waren was tot dan toe normaal maar ineens werd het een probeem, vonden ze het gek en gênant, en schaamden ze zich voor God en elkaar.
Weer een bewijs dat wat je ziet bepaald wordt door hoe je denkt en voelt en kijkt.

Nou, dat moeten we in ons achterhoofd houden als we doordenken en proberen te leren van wat Jezus in de tekstverzen zegt over onze ogen en over hoe we kijken.
De Heer moest meemaken dat wat Hij deed in Israël aan wonderen en genezingen
veel mensen enthousiast en blij maakte, zelfs zo dat ze in Jezus de beloofde messias gingen zien, terwijl anderen op diezelfde wonderen negatief en zelfs
boos reageerden: die Jezus is niet van God en heeft zijn krachten niet van God,
maar hij is een handlanger van de onderwereld van satan en zijn demonen: die Jezus verjaagt de boze geesten omdat satan hem helpt; dit is zwarte magie.
En anderen gingen niet zover maar vroegen Jezus te bewijzen dat God achter hem stond: “bewijs maar eens met een teken dat u door God gestuurd bent”.

Misschien denken we wel eens dat als in onze tijd zulke indrukwekkende dingen zouden gebeuren als in de tijd van de Bijbel, dat het dan makkelijker zou zijn om te geloven en dat ook wel veel meer mensen dan nu zouden gaan geloven in Jezus.
Maar als we die verhalen lezen over wat Jezus deed en over de reactie van de
mensen, dan komen we erachter dat het zo niet werkte, toen niet, en nooit.
Want wat te zien was bracht de een tot geloof terwijl de ander het precies in zijn
tegendeel uitlegde en hard bij Jezus wegliep of met veel twijfel bleef doorlopen.
Ook hier merk je weer dat mensen hetzelfde zien en toch heel anders reageren.
Van Johan Cruijf is de uitspraak bekend: “pas als je het doorhebt, zie je het”.
Je zou over het optreden van Jezus kunnen zeggen: pas als je doorhebt en gelooft en aanvaardt wie Hij echt is, ga je dat ook zien en ga je Hem herkennen als de
door God beloofde en gestuurde Redder en Koning, en dan krijg je echt oog
voor wat zijn komen en werken betekende en hoe dat je leven verandert.

Voor de Heer was het zeg maar een bittere pil – deel van zijn lijden – dat Hij bij zijn eigen volk kwam, om het te redden, maar dat de leiders van dat volk en ook veel
van zijn volksgenoten Hem afwezen en uiteindelijk zelfs Hem lieten kruisigen.
We lezen over die afwijzing en dat ongeloof b.v. in Johannes 1, waar staat dat
Jezus kwam als het licht voor de wereld maar dat die wereld – te beginnen in
Gods eigen volk Israël – Hem niet als zodanig herkende en erkende: “Hij kwam
naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben Hem niet ontvangen”.
En dat als ‘het ware licht’, dat naar de wereld kwam om alle mensen te verlichten.
Ergens anders staat dat veel mensen lichtschuw zijn en liever in het duister blijven omdat anders aan het licht komt wat ze verkeerd doen en waar ze fout zitten.
Terwijl dat licht Jezus juist in je leven komt om je niet te veroordelen maar om je te redden en je een ander en beter en nieuw leven wil geven: voor je bestwil dus.
Maar je gaat dat pas zien, als je daarvoor openstaat, als je Gods licht in je toelaat.
Paulus schrijft dat de gedachten van veel mensen “door de god van deze wereld zijn
verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien.” (2 Kor. 4: 4), terwijl als je bent gaan geloven in Jezus, dat komt omdat God in jet hart zijn licht heeft laten schijnen “om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.” (2 Kor. 4: 6). Dan gaan je ogen er voor open wie God is en hoe God mensen liefheeft, en je gaat ook met andere ogen naar jezelf kijken en naar mensen om je heen, en naar de tijd en wereld waarin we leven.

Terug naar wat onze Heer zegt in de verzen die we hebben gelezen in Lucas 11.
Er spreekt teleurstelling uit over die negatieve en zelfs hatelijke reactie van sommige mensen op dat indrukwekkende genezing van die man die bezet was geweest door demonen, en die nu zijn gezonde verstand en zijn spraak had teruggekregen, alsof
Jezus dat had kunnen doen doordat hij zelf met kwade machten in verbinding stond.
Terwijl anderen hem wilden uitdagen om te bewijzen dat hij zijn kracht van God had.
Dan vallen harde woorden want wat willen ze nog meer dan wat ze al te zien kregen.
Gebeurt hier niet dat ongerijmde dat je de lamp die net is aangestoken, wegzet in een kast of onder een bed en dan klaagt dat het zo donker is en je niks kunt zien?
Dan ligt dat niet aan het ontbreken van een lamp of omdat die lamp stuk is, maar
dan is dan eigen schuld want je hebt zelf de lamp weggezet, het licht uitgedaan…

Hoe bestaat het dat veel mensen in Israël, ondanks zoveel dat Jezus liet zien van de reddende en vernieuwende krachten van het koninkrijk van God, er niet aan wilden dat Jezus de beloofde redder was die eeuwenlang beloofd was en werd verwacht?
Een uitlegger zegt: “om te zien moet er niet alleen iets zijn om waar te nemen, maar er moeten ook ogen zijn waarin licht is”. Denk maar aan iemand die blind is en die
daarom niet staat is het licht op te vangen en te zien wat anderen allemaal zien….
heel moeilijk voor wie dat overkomt, die zo geboren is of later blind is geworden.
Maar wat Jezus bedoelt is dat een mens ook geestelijk blind kan zijn, of dat je blik
wordt vertroebeld of verdonkerd door hoe je denkt, voelt, in elkaar zit: “het oog is de lamp van het lichaam, als je oog helder is, is je hele lichaam verlicht, maar als het troebel is, verkeert je lichaam in duisternis” – letterlijk is dat zo, en geestelijk ook.
Letterlijk: als je slechtziend bent of blind, of je knijpt zelf je ogen dicht, zie je niets
of veel minder, of heel anders, dan wanneer je goede ogen hebt en zet die wijd
open – en met een donkere zonnebril op, lijkt alles om je heen ineens anders.
Wat je ziet, hangt af van je ogen, van hoe je kijkt, aangestuurd van binnenuit.
Jezus zegt letterlijk: als je oog ‘eenvoudig’ is, gezond, niet door van alles en nog wat geblokkeerd, dan vang je het licht dat er is, op en gaat een wereld voor je open.
Andersom: als je oog slecht is – boos kun je ook vertalen – dan wordt alles anders
en wordt zelfs wat licht is en positief, donker en negatief – als in een donkere kamer.
Dat kan als mensen depressief zijn, of vast in hun verdriet, boosheid, of oud zeer.
Dan zie je het goede en mooie niet meer, maar wordt alles zwart voor je ogen en
heb je ook geen oog meer voor zoveel moois en positiefs, en lijkt God ook afwezig.

Ik denk ook aan de gelijkenis van Jezus over die werkers in de wijngaard, die aan het eind van de werkdag allemaal hetzelfde afgesproken loon uitbetaald krijgen – als dan de werkers van het eerste uur verontwaardigd reageren omdat wie maar een uur gewerkt hebben hetzelfde krijgen als zij, reageert de heer van de wijngaard nuchter en ontwapenend: “ik heb jullie niet oneerlijk behandeld, jullie krijgen wat afgesproken is, en mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil?…of zijn jullie misschien jaloers als ik anderen goed behandel? Letterlijk: of is jullie oog boos, omdat Ik goed ben? Weer:
wat je ziet, hangt af van met welke ogen je kijkt – welwillend, liefdevol – of juist
negatief, boos, jaloers – je maakt het elke dag mee wat voor verschil dat maakt,
en ook zelf is het een wereld van verschil met welke ogen je kijkt naar anderen
en naar dingen die gebeuren – goed om het je af te vragen: hoe kijk ik zelf…?

In Jezus heeft God in een in veel opzichten duistere wereld het Licht aangestoken.
Jezus zegt van zichzelf dat Hij het licht voor de wereld is, en dat wie in dat licht loopt nooit meet in het donker hoeft te zitten, zelfs niet als je het moeilijk hebt, als je met jezelf of anderen in de knoop zit, als je zorgen hebt ,zelfs als het sterven wordt:
“wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.”.
Ja, en als je dat licht van Gods liefde in jezelf hebt, als dat je leven lichter maakt,
dan gaat dat ook heel je leven veranderen en gaat dat doorstralen naar anderen.
Ook dat leren van Jezus, denk maar aan die bekende uitspraak in de bergrede:
“Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.” (Matt. 5: 14-16)

Het is een groot voorrecht als je het licht van Gods liefde in je mag hebben, als Jezus in je hart wil wonen en de Heer van je huis wil zijn – het is niet omdat wij het zo goed zien, beter dan anderen, maar omdat God ons zijn liefde en vrede gunt –genade dus!
En dat verplicht ons dan ook om dat licht door te geven, en voor te leven, zoals we
net weer hoorden: laat je licht voor de mensen schijnen, opdat ze – niet ware woorden en mooie preken horen, hoe waar en nuttig ook – maar jullie goede daden zien – zodat we lichtgevende wegwijzers zijn en niet Gods licht juist afschermen
door dubbelheid, halfslachtigheid, betweterij, onderling gedoe en een slechte sfeer.
Vandaar ook die waarschuwing in vers 35: “Let op of het licht dat in je is, niet verduisterd is” – en dus ook hoe het staat met je ogen, met je kijk op je leven,
op wat God heeft gedaan en nog voor je wil doen, en op die mensen om je heen.

Paulus spoort ons ertoe aan: “Leef als kinderen van het licht. Want alleen in dat licht kunnen goedheid, eerlijkheid en trouw groeien. Probeer dus steeds te bedenken wat de Heer van jullie vraagt…Het licht van Christus maakt zichtbaar wat goed is en wat slecht is. Alleen als dat licht in je schijnt, kun je goed leven. Daarom wordt er bij de doop gezegd: Kom uit het donkerf! Sta op uit de dood. Dan zal het licht van Christus in je leven schijnen”. (Ef. 5: 8-14).

We gaan erover zingen en erom bidden, en ik hoop – met Gods hulp – eraan werken: “Vernieuw Gij mij, o eeuwig Li cht!….Wees Gij de Zon van mijn bestaan, dan kan ik veilig verder gaan, tot ik U zie, o eeuwig Licht, van aangezicht tot aangezicht.”

amen

Johannes 6: 15: Wil Jezus geen koning worden? (4e zondag veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst zondag 26 maart 2017
Zondag ‘Laetare’ (Jesaja 66: 10a en 11)
Votum en groet
Zingen: Ps. 122: 1,2,3
Tien Woorden opnieuw
Zingen: Lied 175: 1a,2m,3v,4a
Gebed
Schriftlezing: Joh. 6: 1-15 en 22-35
Zingen: Lied 463: 1,2,3 ‘O Heer die onze Vader zijt’
Verkondiging: Joh. 6: 15
Zingen: Gz. 57: 1,2,3 ‘Ik ben het levensbrood’
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 546: 1-5 Wees blijde nu, in ’t midden van het lijden
Zegen
—————————————————————————————————————-
Gemeente van Jezus die is de Christus=Gezalfde=Koning
dia 1
De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn weer achter de rug.
Verkiezingen waarbij de keus nog nooit zo groot was: bijna 30 partijen.
Verkiezingen waarbij er ook de keus was voor christelijke politiek.
Je kon zelfs – wat je er ook van denkt – uitdrukkelijk kiezen voor Jezus.
dia 2
Het was de leus van de politieke partij die zich noemt ‘Jezus leeft.nl’,
met programmapunten als kiezen voor leven, kiezen voor een groene
en duurzame samenleving, kiezen voor uit de EU, en kiezen voor Israël….
Het geeft te denken allemaal, de uitslag was voor hen erg mager….

We hebben gelezen wat er gebeurde ruim tweeduizend jaar geleden,
in Israël zelf, bij het meer van Galilea, toen Jezus zelf nog op aarde was.
Stel dat er toen verkiezingen geweest waren, en Jezus verkiesbaar was.
Hij had die verkiezingen in elk geval in de kieskring Galilea overtuigend
gewonnen, want wie wil nou niet zo’n veelbelovende leider die massa’s
kan voorzien van levensonderhoud, die niet alleen belooft maar wat Hij
belooft ook kan waarmaken, en die al je problemen in een handomdraai
kan oplossen: geen honger meer, geen ziekten meer, geen dood meer.
Stel je voor dat vandaag een politieke partij dat zou beloven en zou doen.
Ik denk dat ze met overtuigende meerderheid alleen konden gaan regeren

Nou, zoiets kwam op gang na dat geweldige wonder van Jezus daar op
de berghellingen rond het meer van Galilea: eten in overvloed voor een
paar duizend mensen, vanuit dat armzalige begin van één lunchpakketje.
Het gerucht zoemde rond door de massa: dit is vast de beloofde profeet!
En alles wees erop dat ze Jezus onder druk wilden zetten – er staat zelfs:
Hem wilden dwingen met hen mee te gaan – om Hem koning te maken.
Ja, want wie wil nou zo’n koning niet, niemand zorgt toch beter dan hij?
Waarop Jezus de mensen de mensen liet en zich terugtrok op de berg. dia 3
Kies voor Jezus, was de leus, maar Jezus stelde zich niet verkiesbaar.
Om erachter te komen waarom Jezus zich niet liet meeslepen door het enthousiasme van de mensen die overal achter Hem aan kwamen en Hij zo geen koning wilde
worden, moeten we eerst beter in beeld krijgen wat er eigenlijk op die berg gebeurde.
Deze keer was het niet Jezus die de mensen opzocht voor onderwijs en wonderen.
De andere evangelisten die vertellen van dat eten geven aan al die mensen, vertellen nog duidelijker dan Johannes dat Jezus vanuit de hectiek van Judea
zich terugtrok in de heuvels van Galilea, samen met zijn discipelen die in zijn
opdracht stad en land waren rondgetrokken met de boodschap van Jezus.
In Marcus 6: 31 staat dat hun Meester hen en zichzelf pauze gunt: “Kom, we
gaan naar een stille plek om wat uit te rusten”. Daar was alle reden voor, “want”
(vertelt Marcus erbij, gehoord van Petrus die er zelf bij was) “er kwamen steeds
zo veel mensen, dat Jezus en de leerlingen niet eens even konden eten”.
Neem dat ook maar mee naar uw eigen misschien wel drukke en hectische leven
dat Jezus en God zijn Vader ons rust gunt, dat de boog niet altijd gespannen kan
en hoeft te zijn, en dat als je vertrouwt op Vaders goede zorgen, ja ook leert om
los te laten, je te ontspannen, en dat je ook niet alle kaarten hoeft te zetten op
een zo goed en gerieflijk mogelijk leven hier en nu – wat juist dat verhaal dat we
vanmorgen met elkaar lezen en voor ons is opgeschreven, ons mee wil geven.
dia 4
Maar om naar het begin van dit gebeuren terug te gaan: de rust werd Jezus en zijn vrienden niet gegund – nog even de vertelling van Petrus via de pen van Marcus:
“veel mensen zagen hen wegvaren en begrepen waar ze heengingen; overal vandaan liepen mensen snel naar die plek toe, ze waren er nog eerder dan de
leerlingen” (Marcus 6: 33) – en dan zou Jezus Jezus niet zijn als Hij niet er
weer helemaal was voor de mensen: “toen Jezus uit de boot stapte, zag Hij al die mensen staan; Hij kreeg medelijden met hen, want Hij dacht: het lijken wel schapen zonder herder”- en dan zul je maar de Goede Herder zijn die zelfs zijn leven voor
zijn schapen over heeft – Jezus ging weer vertellen over God en zieken genezen.
Volgens Johannes trok vooral dat de mensen aan: “een grote menigte mensen volgden Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed”.
En weer: wie zou dat niet snappen, je zult maar al lang ziek zijn, opgegeven zijn,
of iemand uit het gezin of de familie hebben die tob met allerlei kwalen, dan heb
je er toch alles voor over om naar die beroemde dokter te gaan, wat het ook kost..
ja en bij Jezus kost het ook niet eens geld, alleen tijd en een soms verre reis…..
je voelt zelfs de honger niet want je wilt alleen dat ene: naar die Jezus toe…

Maar de Heer weet als geen ander wat een mens nodig heeft, als zelf ook mens.
Ja, en als zeg maar de Gastheer van die duizenden mensen voelt Hij zich niet
alleen verantwoordelijk voor hun geestelijk maar ook voor hun lichamelijk welzijn.
Ook dat hoort bij een goede herder, zegt Hij zelf: “Ik ben de goede herder. Zoals
een herder voor zijn schapen zorgt, zo zorg Ik voor de mensen die bij mij horen”.
Letterlijk staat in Joh.10: 10: “Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed”.
dia 5
Wat dan opvalt in het vervolg, dat is dat deze herder niet maar als in een handomdraai genoeg eten op tafel zet voor al die mensen, maar dat Hij mensen erbij inschakelt, want het gaat niet om een stunt maar om een teken dat geloof vraagt.
Ja, en ook dat de Heer altijd aansluit bij wat er al is, en mensen zelf al kunnen.
Allereerst was een situatie als deze een test voor Jezu eigen leerlingen: hadden die er vertrouwen in dat hun Meester dit aan kon; hoe sterk was hun geloof – we lezen dat Filippus, die uit die buurt kwam, de vraag kreeg waar je brood kon kopen voor al
die mensen, en hoe Filippus het niet zag zitten: als er al een bakker zou zijn
die op dit tijdstip zoveel brood kon bakken, dan kunnen wij dat nooit betalen!
Ook Andreas, de broer van Petrus, had er een hard hoofd in: er is wel een jongen met vijf broodjes en twee visjes, maar wat heb je daar nou aan voor al die mensen?

Toch is dat karige beetje eten voor Jezus niet te min om er van uit te gaan delen. Bijzonder trouwens dat die jongen het meegebrachte eten zomaar uit handen geeft.
Misschien had hij het wel meegebracht om te verkopen, en betaalde Jezus ervoor,
maar dat staat er niet bij – misschien hadden hij en zijn ouders al wel zoveel vertrouwen in Jezus dat ze er wel zeker van waren dat het goed zou komen…
Nou, het kwam ook helemaal goed: de duizenden gingen in het gras zitten
voor een massale picknick, en nadat Jezus als de grote Gastheer een zegen
gevraagd had over het eten, begon het uitdelen van brood en vis, net zolang
tot iedereen genoeg had, en er nog over bleek te zijn: twaalf maanden vol.
Geen verspilling dus, geen eten dat weggegooid werd, maar brood voor de
volgende dag voor Jezus en zijn leerlingen – bij Jezus kom je niet tekort.
dia 6
Kijk, en dat laatste is waar het vooral om draait, wat de boodschap erin is.
Hoe het allemaal precies in zijn werk ging, is moeilijk te achterhalen, zeker als je – zoals u en ik – er niet bij bent geweest – trouwens, de mensen die er toen wel bij waren, konden alleen maar merken dat Jezus een goede gulle Gastheer was.
En als zo iemand je Gastheer is, bij wie je niets te kort komt, wil je wel altijd je
handen bij Hem ophouden: Jezus is onze man, kies voor Jezus, als onze koning.

Nou, het doet zeker denken aan profetisch optreden, ik denk b.v. aan Elisa.
Van hem wordt verteld dat iemand met twintig gestebroodjes kwam voor Elisa
en zijn leerlingen van de profetenschool – waarop de knecht van Elisa skeptisch reageerde dat die paar broodjes lange na niet genoeg waren voor honderd man.
Maar Elisa herhaalde de opdracht het brood aan de profeten te geven, vanuit
het vertrouwen dat ze er meer dan genoeg aan zouden hebben, en dat was zo.
Maar Jezus bleek groter dan Elisa: 5 broodjes en 2 visjes voor duizenden, en
nog twaalf mandjes over – niemand hoefde met een lege maag naar huis.
Veelbetekend staat erbij dat het bijna pesach- Pasen was – het feest waarop
de eerstelingen van de gersteoogst werden aangeboden in de tempel – Jezus
deelt van die gerstebroodjes uit aan al die mensen – Pasen betekent leven.
De mensen zagen dat ook wel want ze zagen in Jezus dé Profeet, die volgens
oude beloften naar de wereld zou komen, als de grote Redder, de Koning…
Je zou zeggen: geweldig, het kwartje valt, het geloof breekt door in Jezus als
de door God beloofte messias-koning – nu is de kroon onder handbereik…

Ja, maar waarom reageert de Heer dan zo afwijzend en trekt Hij zich terug?
En waarom verwijt hij een dag later als de mensen weer achter Hem aan komen
dat ze dat doen: “jullie zoeken mij niet omdat jullie tekenen hebt gezien, maar
omdat jullie brood gegeten hebt en verzadigd bent” – wat bedoelt Jezus hier?
De mensen kwamen toch juist om de bijzondere dingen die Jezus deed?
Ja, maar het zit vast op dat hier gebruikte woord ‘tekenen’ – dat be-tekent dat de bijzondere dingen die Jezus doet – mensen genezen, demonen verjagen, voor brood zorgen voor zoveel mensen- niet op zichzelf staan en niet los verkrijgbaar zijn.
Het zijn ‘tekenen’, verwijzingen naar wie Jezus is en wat zijn boodschap is –
ze maken concreet wat het betekent als het koninkrijk van God gaat komen.
Kijk, en als de mensen daar geen oor en oog voor hebben, en zich blind staren op die wonderlijke dingen zelf, dan ontgaat hun waar het echt om draait en blijven ze toch met lege handen achter, en daarom: dia 7 “u moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en dat eeuwig leven geeft, de Mensen-zoon zal u dat geven” – en: Ik ben het brood dat leven geeft – en daar
hoef je niets voor te doen, daar hoef je niet voor te werken, je voor uit te sloven,
Zoals wel voor elke dag brood op de plank – wat moeten we dan doen? “Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft”. Vertrouw maar op Jezus!

Nogmaals: veelbetekend dat dit verhaal begint met dat het bijna Pasen is.
Pasen als niet alleen het feest van de gersteoogst, maar vooral het feest van de
bevrijding, door het paaslam dat geslacht wordt en zijn bloed dat verzoening is.
Jezus is op weg naar Jeruzalem waar Hij als het grote paaslam wordt geslacht,
waar de herder zijn leven geeft voor de schapen door zelf als een schaap naar
de slachtbank afgevoerd te worden – Jezus’ dood is voor velen het Leven

Kijk, en daarom wil Hij niet dat de mensen Hem meenemen en koning maken.
Eigenlijk zijn het weer diezelfde verleidingen als aan het begin in de woestijn: dia 8
voor brood zorgen om er zelf beter van te worden, een wonder doen om bij de
mensen gevierd te zijn, en de macht grijpen in plaats van God te dienen en
de bevoegdheid om koning te zijn uit zijn handen te ontvangen, door te lijden.
Wij mensen hebben in zich om voor dat soort verleidingen makkelijk te bezwijken.
Denk aan de macht die geld en status en spullen op mensen hebben; en wat is
Macht hebben aanlokkelijk en verslavend, ten koste zo vaak van mensen en van
de verhoudingen tussen volken en van de wereldvrede; en hoe vaak gaat het fout als een mens tot dingen komt die hij niet aan kan, als je onverantwoorde risico’s neemt
of als je populair zijn en bekend zijn niet aan kunt en leidt voor schade en verdriet..

Maar Jezus – mens als wij, ook vatbaar voor die verleidingen – hij werd net als wij in elk opzicht op de proef gesteld, lezen we in Heb. 4: 15 – is niet tot zonde vervallen, staat er meteen; die overeind bleef, trouw aan de opdracht waarmee zijn Vader hem naar de wereld stuurde; die afzag van eigen succes en macht; die terwijl hij rijk was, arm werd; die zich liet arresteren en mishandelen en bespotten en zijn leven offerde.
Die tegen Pilatus zei dat Hij wel koning was maar anders dan de keizer en de andere heersers hier op aarde; en die zijn volgelingen leert dat sterk is wie zwak durft zijn.
Daarom trok Hij zich terug toen ze Hem op wereldse manier koning wilde maken.
Daarom liet Hij zich als nepkoning bespotten en als koning van Israël kruisigen.
Daarom leert Hij wie Hem volgen wil zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen.
dia 9
Wie dus voor Jezus kiest, weet wat hem te wachten staat: niet succes, wel zegen.
En dan is de les van dat broodwonder ook dat wat klein lijkt, groot kan worden.
Jezus kan met vijf broodjes en twee visjes wonderen doen – en wonderen zijn de
wereld niet uit en zijn ook niet uit de tijd – let ook op het wonder van het gewone:
een beker koud water voor een dorstige, een bezoekje aan een zieke, bidden
voor wie vervolgd worden, een arm om een schouder, een steuntje in de rug,
een gift voor hongerend Afrika, een goed gesprek met een kerkbroer –of –zus..
het lijkt allemaal zo klein en zwak maar het kan dankzij Jezus wonderen doen.
dia 10
Wil Jezus geen koning worden? Hij is het geworden, om zijn Vader en ons te dienen, en wij mogen met Hem dienen – als koningen en koninginnen, in opleiding. amen

Romeinen 14: 17 : Veertig dagen vasten? (1e zondag veertigdagentijd – (gaande) viering van het avondmaal

Liturgie morgendienst zondag 5 maart 2017 – gaande viering avondmaal
Votum en groet
Zingen: Ps. 91: 1,5,8
Inleidend avondmaalsformulier 1
Zingen: Gz. 125: 1
Toetsing en bemoediging
Zingen: Gz. 125: 2,3
Gebed
Schriftlezing: Jesaja 58
Zingen: Ps. 85: 3,4
Schriftlezing: Matt. 4: 1-11
Zingen: Lied 172: 1,3,4
Overdenking over Romeinen 14: 17
Zingen: Gz. 38: 1,2,3
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 125: 4,5,6
Avondmaalsformulier 1 (tweede deel)
Viering
Dankzegging
Zingen: Opwekking 599
Zegen
————————————————————————————————
Gemeente van onze Heer,
dia 1
Afgelopen woensdag is de zogenaamde ‘veertigdagentijd’ begonnen.
In de rooms-katholieke traditie was het woensdag aswoensdag, en
dat is na de uitbundige carnavalsfeesten begin van de vastentijd.
Die duurt trouwens meer dan veertig dagen, tot aan Pasen, en dat komt
omdat de zondagen niet worden meegeteld: zondags vast je niet maar
dan vier je en mag je dus het ervan nemen ook met eten en drinken.

Opvallend is dat veel rooms-katholieken niet zo veel meer aan vasten
doen- tenminste in Nederland niet – terwijl er onder protestanten – ook gereformeerden – juist in toenemende mate aandacht voor is en op
allerlei manieren invulling gegeven wordt aan bezinning en soberheid.
De vraag komt op ons af wat wij ermee moeten de komende weken,
op weg naar Pasen, of we er wat aan doen of er wat van kunnen leren.
dia 2
Dan staat voorop dat we van de Heer niet een opdracht krijgen om op
speciale dagen heel gericht en concreet niet te eten en niet te drinken.
Het kan wel een goed middel zijn om je te concentreren op God en ook
om je bewust te maken dat heel veel mensen het zoveel minder hebben
dan wij, en ons voor de vraag stelt waar het echt om gaat in het leven:
zitten we vast aan ons gerieflijke leven met alles erop en eraan, of zijn
we in staat los te laten, te delen, en af te zien van wat ons in de weg
zit om achter Jezus aan te gaan en zijn voorbeeld te volgen, zoals Hij
dat meteen al gaf in zijn nee zeggen tegen de verleidingen die op Hem
af kwamen, van de kant van satan, juist op zijn kwetsbaarste plekken.
Bijzonder is dat die drie aanvallen van satan op onze Heer en Heiland
precies blootleggen wat de zwakste plekken zijn van- ons als mensen:
het vullen van onze maag, het voldoen aan ons verlangen om gezien
en gewaardeerd en bewonderd te worden, en ons verlangen naar
macht – we herkennen het in wat satan Jezus probeert wijs te maken
en waar hij Hem toe probeert over te halen: zorgn dat je te eten krijgt,
doe een stunt door van de tempel te springen, grijp naar de macht –
en dat allemaal voor jezelf, zonder die moeilijke weg van afzien, van
lijden, van het kruis – waarom moeilijk doen als makkelijk ook gaat?
dia 3
Maar Jezus koos voor de weg van zijn Vader als de weg naar het beloofde
Koninkrijk: niet pakken maar ontvangen, niet bevechten maar vertrouwen,
niet heersen maar dienen, niet ik eerst maar voorrang voor de ander –
het staat haaks ook op wat in onze wereld vecht om de voorrang en waar
ook in de politiek alles om lijkt te draaien – b.v. richting de verkiezingen:
wie wordt de grootste, wie wordt premier, wie zegt en gaat doen wat ik
belangrijk vindt, wie zorgt voor de meeste banen en de meeste euro’s…
en dan is de vraag: waar kies ik voor, wat geeft voor mij de doorslag…
misschien goed om ook richting 15 maart die tekst van vanmorgen
mee te nemen en te doordenken: “het koninkrijk van God is geen zaak
van eten of drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde, door
de Heilige Geest”. dia 4
Ik weet wel dat de aanleiding en de context bij Paulus een andere is,
namelijk discussies en meningsverschillen binnen de gemeente van
Rome over wat je wel en niet mocht eten en drinken, lees vers 2: “de
een gelooft dat hij alles eten mag, maar iemand die een zwak geloof
eet, eet alleen maar groenten” – waarom precies staat er niet bij, het
kan te maken hebben met angst voor besmetting met wat aan de afgoden
was gewijd, of met gehechtheid aan Joodse rituelen – maar Paulus zegt
dan aan de ene kant dat je alles mag eten wat God geschapen heeft,
en aan de andere kant dat je rekening met elkaar moet houden en niet
elkaar op dat soort verschillen de kerk moet uitvechten – en dan komt
die uitspraak over het rijk van God dat niet staat of valt met eten of
drinken, maar een zaak is van gerechtigheid, vrede en vreugde, en
dat vanuit de Heilige Geest die een nieuw hart, een nieuw leven, ons
wil aanleren, waarin je ook met dat soort verschillen leert omgaan.

Nou, en daarmee hebben we precies ook de rode draad te pakken
in dat indringende stuk profetie van Jesaja 58 waarin God laat zien
dat Hij niet gediend is van vrome vormen en uiterlijke godsdienstigheid
als daar niet een wamr kloppend hart voor Hem en de medemensen
achter zit en zelfs die uitingen van godsdienstigheid als bidden en vasten,
offers brengen en sabbat vieren samen gaan met een dagelijks leven
waarin alles om winst draait en om macht, ten kosten van wie zwak en
kwetsbaar is, waarin het verschil tussen rijk en arm schrijnend groot
is, en er ook allerlei ruzie en geweld is, en het onrecht hoogtij viert.
Concreet over het vasten in die tijd: God heeft niets met uiterlijke schijn
van rouwkleren en sombere gezichten en je dingen ontzeggen, maar het gaat
om je onthouden van slechtheid, onrecht, uitbuiting: dia 5
“is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de
banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken?
Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?”
Ik herken het ook als onze catechismus het heeft over de rustdag vieren, dat dan niet van alles wordt opgenoemd dat niet mag op zondag, maar positief wordt ingezet op de rust die God geeft en de tijd om op verhaal te komen en op zijn verhaal, in de kerk- maar dan niet zonder en tegen de achtergrond van waar zondag 38 op uitloopt:
alle dagen van ons leven onze slechte werken nalaten, en zo de eeuwige rust nu al gaan vieren, dat is nu al iets beleven en laten zien van wat Gods koninkrijk is
Ik las in dat verband dat vasten ten diepste is dat je de aandacht op God richt en
je de relatie met Hem verdiept en dan ook dat je je richt op de medemens: “vasten betekent dat je je losmaakt van je eigen behoeften en verlangens; het richt je op
de ander. …je pakt het onrecht aan, naar vermogen doorbreek je foute structuren
om die vervolgens op een goede manier weer op te bouwen”.

Zeker, dat gaat wat kosten – afzien van jezelf, er geld voor over hebben, en tijd,
ook tegenstand ondervinden van wie dat maar soft vinden en links gepraat, want je moet toch voor jezelf opkomen en eigen volk gaat toch voor, en – zoals in de kerk
soms gezegd wordt –pas op voor een sociaal evangelie van medemenselijkheid, alsof niet het gaat om de eer van God en trouw aan wat we belijden, en om de kerk…
Ja maar, vergeet dan niet dat God er blijkbaar een eer in stelt om het er zo vaak over te hebben, zoals in dat Jesaja 58, en in het evangelie – Jezus ’leven en werk en voorbeeld – en bladzij na bladzij in de brieven van de apostelen van de Heer – die zelf zei dat het eerste gebod is God eren en het tweede eraan gelijk is: je naaste4
liefhebben als jezelf – Johannes schrijft dat wie zijn naaste niet liefheeft, niet de ander ruimte geeft en steun biedt, God niet kan liefhebben, al roept hij dat wel.
Ja, en als je zo probeert als een burger van het nieuwe rijk van God te leven, en je daar waar nodig inzet en tijd en geld en ook populariteit en eer voor over hebt, dan wordt je er uiteindelijk niet minder en armer van maar juist rijker, ook dat in Jes.58:
“Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur, dia 6 de HEER zal je voortdurend leiden, je verkwikken in dorre streken…” Eerder ook al: “dan breekt je licht door als de dageraad…je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de HEER vormt je achterhoede..
Dan geeft de HEER antwoord als je roept, als je om hulp schreeuwt, zegt Hij:
“Hier ben ik’. Jezus heeft het zelf ervaren toen Hij er alles voor over had om de wil van zijn Vader te doen, ten koste van honger en angst, pijn en helse aanvallen,
dat de duivel afdroop en engelen klaar stonden om voor Hem te zorgen en Hem van alles te voorzien dat Hij nodig had – Hij mocht proeven hoe goed God wel is.
dia 7 Vandaag vieren wij de maaltijd van onze Heer – brood en wijn – vasten hoeft niet want het is zondag – maar dat brood en die wijn verwijzen door naar Hem die het
Brood is dat echt leven geeft en de Ware Wijnstok door wie wij vruchten dragen
voor Hem en voor anderen en voor ons zelf – gezegend om tot zegen te zijn.
De veertigdagentijd is begonnen, de tijd die vanouds met vasten verbonden is.
Hoe we dat invullen is persoonlijk, het gaat om ons hart, onze houding, ons leven.
Wat we ook eten of drinken, of niet, wat we doen, of niet, doe het voor de Heer,
en doe het voor wie God op je weg zet –je wordt er zelf nog rijker van ook!
amen

1 Tess. 5: 11: Bemoedig elkaar! (Ontdekzondag 2017)

Liturgie morgendienst zondag 5 februari 2017 – ‘Ontdekzondag’

Zingen schoollied: Gz. 165 ‘Machtig God, sterke Rots’
Votum en groet
Zingen: NLB 150a: 1,2,3,4 ‘Geprezen zij God’
Wet van de liefde
Zingen: Ps. 25: 2,4,6 Levensliederen ‘Doe mij, HEER, uw wegen kennen’

2. Doe mij, HEER, uw wegen kennen,
laat mij al uw paden gaan.
En leer mij steeds meer te wennen
aan uw waarheid, wijs die aan.
Fleur me op, u bent de God
die mij zeker komt bevrijden.
Heel de dag lang wacht ik tot
u mij redt uit al mijn lijden.

4. Ja, wat is de HEER rechtvaardig!
Hij brengt zondaars op zijn spoor.
Koninklijk en zo zachtaardig
gaat hij zwakke mensen voor.
Loopt de route van de HEER
niet van waarheid naar genade
voor wie letten op zijn leer,
voor wie zijn verbond bewaren?

6. Prachtig is wat God wil geven:
dat je vrienden met hem bent!
. Want aan wie respectvol leven
maakt hij zijn verbond bekend.
Recht houd ik mijn blik gericht,
HEER, op u, kom mij bevrijden!
Wees genadig en verlicht
mijn verdriet en eenzaam lijden

Gebed
Schriftlezing: 1 Kor.12: 14-27 en Tess. 5: 10-14 (BGT)
Zingen: Ps. 133: 1,2,3 ‘Komt, ziet, hoe goed, hoe lieflijk ’t is als zonen..
dia 1
Verkondiging: Bemoedig elkaar! 1 Tess.5:11 (HSV/BGT)
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’
Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 72: 1,2,4 ‘O God, wil aan de koning schenken’
Zegen
Amen: Ps. 72: 10 ‘De HERE God zij lof bewezen’
——————————————————————————————————
Gemeente van Christus, zijn lichaam waarvan wij allemaal ledematen zijn,

Het is vandaag in veel van onze kerken ‘Ontdekzondag’. dia 2
Die zondag is er gekomen op initiatief van de vereniging Dit Koningskind’,
Die vereniging van en voor onze broers en zussen met een beperking.
Op de website staat waar die ontdekzondag voor bedoeld is:
“De Ontdekzondag is een jaarlijkse themazondag, waarbij leden van kerkelijke
gemeentes worden uitgedaagd om écht naar elkaar om te zien, of iemand nu
een waarneembare beperking heeft of niet”. dia 3
Ik vind dat wel mooi gezegd: of iemand een waarneembare beperking heeft of niet.
Dat schudt ons wakker, want er zijn beperkingen die je meteen ziet en waarmee
je dus als vanzelf rekening houdt: iemand die blind is, of doof, of verlamd…maar
er zijn ook beperkingen die je niet ziet en soms ook niet meteen merkt, omdat
ze psychisch zijn of omdat de betrokkene ze goed weet te verbergen…en dan
slaan we in de omgang met hem of haar zomaar de plank mis: we begrijpen het
gedrag van de ander niet, we denken dat het aanstellerij is, we reageren niet
goed op wat hij zegt of we schatten de mogelijkheden van haar verkeerd in…
Wat komt doordat we elkaar vaak maar heel oppervlakkig kennen, ons niet echyt
in de ander verdiepen, te ongeduldig zijn om de tijd te nemen voor echt contact.
Echt naar elkaar omzien, echt de ander recht doen, vraagt tijd, aandacht, geduld,
als concrete uitwerking van wat de Heer vraagt: mijn naaste liefhebben als mezelf.

Ja, en als op die website staat dat we naar elkaar om zullen zien, of we nu een waarneembare beperkingen hebben of niet, is goed te bedenken dat wij allemaal onze beperkingen hebben, als kwetsbare mensen, met gaven en mogelijkheden,
en met ieder zijn of haar beperkingen, zwakke punten, moeilijke kanten, trauma’s misschien, oud zeer of verse wonden, en daar hebben we anderen bij nodig.
Het is juist eigen en mooi aan een gemeenschap, zeker ook een kerkgemeenschap,
dat we elkaar niet hebben uitgekozen, maar aan elkaar zijn gegeven, als niet allemaal hetzelfde maar juist allemaal heel verschillend, om elkaar aan te vullen en te
steunen, naar elkaar om te kijken en met elkaar mee te leven, er voor elkaar te zijn.

Paulus die het vaak over de gemeente heeft als een lichaam met heel veel en allemaal verschillende lichaamsdelen die elkaar nodig hebben en versterken:dia 4
oog en oog, hand en voet, hart en hoofd, die samen een levend lichaam vormen.
Zoals in dat bekende kinderliedje: Ik ben de hand en jij de voet.
Wij zijn allebei nodig. Wat ik niet kan, kan jij juist goed. Niemand is overbodig.
En wil ieder op eigen plek, met eigen gaven en met eigen beperkingen, zo optimaal
mogelijk kunnen functioneren, waarbij het sterke van de een het zwakke van de ander compenseert, en andersom, moeten we elkaar steunen en bemoedigen.

Dat zit allemaal in het thema voor deze Ontdekzondag 2017: Bemoedig elkaar.
Een aansporing die door heel de Bijbel heen naar ons toe komt, zeker ook in het onderwijs van onze Heer Jezus en in de brieven van de apostelen, zoals Paulus.
Dat die aansporing zo vaak langs komt, verraadt al dat het niet vanzelf gaat, dat
al te vaak we gauwer geneigd zijn voor ons zelf te gaan en op onszelf te staan,
en dan de ander links te laten liggen vooral als het iemand is die ingewikkeld in elkaar zit, die moeilijk is of moeilijk doet, die weinig te bieden heeft en veel zorg
en aandacht vraagt – wat van ons geduld vraagt, tijd, inlevingsvermogen – zo maar zijn we als die priester of leviet die met een boog om de gewonde heenliepen, want
ze waren druk en ze hadden haast en stel je voor dat ze aan die ander hun handen vuil zouden maken – onrein zouden worden zodat ze de tempel niet binnen mochten-
en wie weet zullen ze mij ook pakken – er komt vast wel iemand anders langs – dia 5
en daar hebben we toch professionele hulpverleners voor – je kunt toch niet de hele wereld op je nek nemen – en in de kerk hebben we toch ouderlingen en diakenen om bij de zwakken en zieken en probleemgezinnen en randleden op bezoek te gaan….

Lang is zo binnen de kerk gedacht en gedaan, en blijkt een hardnekkig misverstand.
Maar in de verzen uit 1 Tessalonicenzen die we gelezen hebben, helpt Paulus ons
en een paar duidelijke zinnen uit de droom – ik lees ze nu even uit de NBV:
“Wij sporen u aan, broeders en zusters, iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost
(of, anders vertaald: hen die ordeloos leven) terecht te wijzen, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben”.
Dat wordt niet gezegd tegen ouderlingen of diakenen, maar tegen ons allemaal, als
allemaal onderdeeltjes van dat ene lichaam, levende steentjes van het huis van God.
Met dus een verantwoordelijkheid voor elkaar, voor die ander ook die het moeilijk heeft, die een nare periode meemaakt, die meer of minder duidelijke beperkingen
heeft, die er alleen bvoor is komen te staan, het alleen niet redt, of verlies meemaakt.
Ja, en ook als het de ander goed gaat, als je iets te vieren hebt, is meeleven mooi.
Ook dat lazen we bij Paulus: “Als één lid van het lichaam pijn heeft, voelen alle andere delen die pijn ook. En als één deel van het lichaam extra goed verzorgd wordt, genieten alle andere delen daar ook van..Zo is het ook met jullie.” Toch?
dia 6
Het is dus heel Bijbels om de nadruk te leggen op de betrokkenheid en aandacht
en verantwoordelijkheid die we als het goed is als gemeente hebben voor elkaar.
Ik las: “In het verleden viel de praktijk van het kerkenwerk, inclusief het pastoraat,
vaak samen met het werk van predikanten, ouderlingen en diakenen….Het is de winst van de laatste decennia dat we ontdekt hebben: de kerk…dat zijn wij! Alle leden van de gemeente van Christus zijn geroepen tot dienen en delen en hebben een pastorale taak”. Dat staat in een Handboek voor pastoraat in de chr.gemeente.
Onze nieuwe kerkorde begint ook waar het omzien naar elkaar bij de gemeente:
“De gemeente vervult met de haar geschonken gaven de dienst in kerk en wereld waartoe Christus haar roept.” En over dominees, ouderlingen en diakenen staat er:
“De ambtsdragers stimuleren haar daartoe en gaan haar hierin voor”. In veel kerken speelt veel van het onderling omzien en dienstbetoon zich steeds meer af in kleine groepen of wijkkringen, en zijn ouderlingen en diakenen coördinerend en sturend.
Dat is geen nieuwlichterij of afschuifsysteem maar in de lijn van het Bijbels onderwijs, lees Paulus als hij schrijft over mensen met een bijzondere taak in de kerk, namelijk
“om de heiligen (=de gelovigen) toe te rusten voor het werk in zijn dienst”. (Ef. 4:12)
Dus niet om de taken van de gemeente over te nemen maar om ons erbij te helpen.
Het doel staat er meteen achteraan: zo wordt het lichaam vanChristus opgebouwd.

Precies datzelfde vinden we in de kerntekst van vanmorgen, over dat bemoedigen.
Paulus koppelt de oproep om elkaar moed in te spreken, elkaar te bemoedigen aan
de aansporing: en bouwt elkaar op – zo staat het er letterlijk, en ook in de NBG-1951 en de HSV – andere vertalingen hebben het over elkaar helpen of tot voorbeeld zijn.
Dat is ook een goede zaak maar je mist het Bijbelse beeld van het bouwen, van het opbouwen van je eigen leven en vooral: het bouwen aan de tempel van de H.Geest.
Dat is niet alleen maar iets van samen dingen doen: kerkdiensten, en activiteiten.
De HSV is hier heel precies: “en bouw de een de ander op”- dia 7 help die ander te
groeien, in zijn of haar persoonlijke ontwikkeling, en ook in zijn of haar geloof.
En dan helpt heel goed dat je die ander bemoedigt, en waar nodig troost – of
ook – als dat nodig is – opbouwend kritisch feedback geeft – vermaant.
Het is opvallend dat als je verschillende vertalingen naast elkaar legt, de ene vertaling zegt: ‘troost elkaar’, een andere ‘vermaan elkaar’, en weer een andere – zoals de HSV en de BGT – het heeft over bemoedigen, elkaar moed inspreken.
Het lastige voor vertalers is dat het Griekse woord dat allemaal kan betekenen.
Voor Bijbellezers en uitleggers is dat juist mooi, want zit allemaal in dat ene woord dat letterlijk zoiets is als ‘te hulp komen’, ‘erbij gehaald worden om te steunen’.
En dan hangt het af van de situatie en van de betrokkene wat vooral nodig is.
Zoals wat we net gelezen hebben met het oog op de gemeente in Tessaloniki:
mensen die uit de pas lopen, maarschappelijk of geestelijk, moeten jullie weer
in het gareel zien te krijgen, wie het niet meer ziet zitten of psychisch zwak is
moet je bemoedigen en opbeuren, wie zwak is moet je helpen en ondersteunen.
Pastoraat op maat zogezegd, en dat samen, door naast elkaar te staan – met –
en dat geldt over de hele linie – veel liefde en geduld: heb geduld met iedereen.
En dat vanuit een sterke motivatie – er staat bij ‘daarom’- en dat is omdat Jezus voor ons is gestorven en ‘opdat wij samen met Hem zouden leven” – let op dat ‘samen

Ja, en dat is dan ook wederzijds, dat bemoedigen, dat elkaar steunen en versterken.
En dus niet alleen dat de gezonde de zieke bemoedigt en de niet-gehandicapte
de gehandicapte – hoe vaak is het niet andersom, dat je van een bezoek in het ziekenhuis zelf bemoedigd thuiskomt, dat je onder de indruk bent van hoe die zuster omgaat met haar handicap, dat wie verstandelijk beperkt heet met zijn kinderlijk en blij geloof veel betekent voor de omgeving, dat je veel hebt aan de levenservaring
van die aan huis gebonden oudere, dat een moeilijk leven toch veel kracht uitstraalt.
Je gaat het ervaren door niet op een afstand te blijven of boven die ander te staan maar door er te zijn voor elkaar, naast elkaar te staan, en open te staan voor de ander en ook open te zijn over eigen zwakke punten, twijfels, vragen, zorgen.
En dan is bemoedigen niet alleen en meteen van alles zeggen, maar vooral een instelling, een houding, en een er zijn voor die ander die je nodig heeft, en in het besef dat jij ook die ander nodig hebt, en dat jij misschien morgen hulp gebruiken kunt – en denk ook weer aan dat liedje: wat ik niet kan, kan jij juist goed, of beter.
dia 8
Bemoedig elkaar, dat is ook af en toe een stukje meeleven, een vraag naar hoe het gaat niet als formele beleefdheid maar uit echte belangstelling; het kan simpel met een schouderklopje of een hartelijke opmerking, door bidden voor elkaar, en door
ook eens een complimentje af en toe: goed gedaan, wat was dat mooi, bedankt!
Thuis begint het al: naar je kinderen, naar man of vrouw, naar vader of moeder.
En op het werk, en ook in de kerk: ook eens waardering uiten voor wat goed is,
en niet alleen zeggen wat niet goed ging, laat staan altijd negatieve kritiek, die
niet opbouwt maar de ander en ook de onderlinge band alleen maar afbreekt.
Dan kunnen we vooral veel leren van wie wij beperkt noemen, maar die vaak blij
zijn met het kleine van elke dag, blijheid uitstralen, en gewoon zichzelf zijn.
Dan kunnen we veel betekenen voor elkaar, en positiviteituitstralen en doorgeven
aan anderen dichtbij en verder weg: thuis, op ons werk, op school, onder vrienden.

Binnenkort is het 1 maart en dat is tegenwoordig Nationale Complimentendag.dia 9
Een dag om mensen om je heen eens heel speciaal positief te verrassen.
Best aardig maar waarom zou je dat na die ene dag een jaar lag niet meer doen.
Elkaar bemoedigen kan elke dag, zoals God elke dag ons bemoedigt en troost.

Laten we waarmaken wat we zingen: elkaar van harte dienen, zoals Christus deed.

amen
dia 10