Lucas 2: Een volle voederbak in Bethlehem (Kerst)

Liturgie 1e kerstdag  25 december 2012

 

beginlied  :        Lied 138

votum (gezongen) en groet

zingen:              Ps. 98: 1,2

gebed

zingen:             Gz. 86

vs 1 koor , 2 allen, 3 koor, 4 allen / refrein allen                     

Schriftlezing:  Lucas 1:  26-33

zingen:             Gz. 47: 1,3,6

Schriftlezing:  Lucas 2: 1-7

zingen:             Gz. 82: 1,3

Schriftlezing:  Lucas 2: 8-14

zingen:             Gz. 84: 1-4

verkondiging :  Lucas 2: 4-7 en  2: 11

zingen:             Gz. 81: 1,5,6,8

gebed

collecte

zingen              Gz. 50 (Ere zij God)

zegen

amen:               Gz. 85: 4

————————————————————————————————————–

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Weet u wie dit jaar de Nobelprijs voor de vrede heeft gekregen…?

 

Ik denk dat het u niet is ontgaan: de prijs ging dit jaar naar de Europese Unie die volgens

het comité dat de prijs elk jaar uitreikt ervoor heeft gezorgd dat er al heel lang vrede is

tussen de Europese landen, en democratie waar vroeger dictaturen waren……..

Wel vaker is deze prijs naar een organisatie gegaan: De Verenigde  Naties, Artsen zonder Grenzen, Unicef – vaker kreeg een belangrijke strijder voor vrede en mensenrechten deze

belangrijke prijs: Martin Luther King, Nelson Mandela, Aung San Suu Kyi, Desmond Tutu…

Soms is er onenigheid over want was het voor Obama niet te vroeg en is de Europese

Unie niet meer een verdediger van de belangen van rijke landen, met hulp van wapens?

 

Stel je nou eens voor dat er in de tijd dat de Here Jezus geboren werd, ook al zo’n soort

prijs was geweest, wie zou dan voor die belangrijke eer in aanmerking zijn gekomen?

Laat ik een voorstel doen:  Jezus natuurlijk, want hij is toch de vredekoning, en toen hij geboren werd hebben de engelen gezongen – gaan wij straks doen – over ‘vrede op aarde’.

Dat is allemaal waar natuurlijk, maar toen Jezus in Bethlehem geboren werd lag de wereld

daar niet wakker van – met uitzondering even van die oude dictator Herodes – en toen Jezus

volwassen was en aan de weg timmerde, vond zijn eigen volk hem eerder een onruststoker dan een vredestichter – voor hem geen eer maar verachting,  en geen prijs maar een kruis.

 

Wat ik wel zeker weet, dat is dat die prijs eerder was gegaan naar de keizer over wie we net weer hebben gelezen: Augustus, de Verhevene, geroemd en geprezen als de Brenger

van vrede op aarde -of de prijs zou gegaan zijn naar de organisatie die door hem was

opgebouwd: het Romeinse Rijk dat zorgde voor orde, rust, en vrede in grote delen van de

toen bekende wereld, met ook goede verbindingen en wereldwijde handel en grote welvaart.

Maar ook toen zou veel kritiek zijn losgekomen, op toekenning van zo’n prijs aan deze man

en aan dat rijk, want het was wel een gewapende vrede en het eigenbelang van Rome gaf de doorslag en de keizer duldde geen tegenspraak, ook niet van dat koppige volkje van de Joden, en als de keizer iets wilde was het wet, zoals bij die inschrijving, vooral bedoeld om nog beter en efficiënter en met hogere opbrengsten de onderworpen volken financieel te kunnen uitkleden,en grip te krijgen en te houden op alle inwoners van dat immense rijk.

En de sterke arm van de keizer reikte ver, tot in dat onooglijke kleine Nazareth waar een timmerman en zijn vrouw-in-verwachting op reis moesten naar de plaats waar de familie

lang geleden had gewoond en vandaan kwam en misschien nog wel verre familie woonde:

Bethlehem – een reis van enkele honderden kilometers, lopend of misschien op een ezeltje…

 

Het verdiende allemaal niet de schoonheidsprijs, gezien vanuit de eeuwenoude historie van

het vrije en trotse volk Israël dat nog altijd droomde van die gouden eeuw met roemruchte

koningen als David en Salomo – en dat de belofte had die door profeten levend gehouden en ingekleurd was van weer een gouden eeuw met weer iemand uit Davids huis op de troon -

in een tijd dat er geen eigen koning was in Israël – die zich koning van Juda noemde was in werkelijkheid een nazaat van Ezau en niet meer dan zetbaas van de grote Baas in Rome -

en iedereen moest doen wat goed was in de ogen van die keizer en van zijn stadhouders.

 

Zoals met die inschrijving weer schrijnend duidelijk was: “iedereen ging om zich te laten

inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam” – een massale volksverhuizing op bevel van de bezetter – en nog altijd was de troon van David leeg – of onrechtmatig bezet.

Ja en dat duurde al best lang en hoe lang moest dat nog duren: “waar blijft het overlang

beloofde land van God, zal ooit een dag bestaan dat alle tyrannie eens zal geleden zijn..

uw schapen zijn in nood, uw naam wordt niets geacht…men breekt uw volk als brood, men heeft ons opgejaagd…zie ze gaan, dagen en dagen onderweg, en dan..geen plek…de nacht is als een graf, ontij heerst in het rond. Kom van de hemel af, o ster van Gods verbond…!

 

Ja maar, heb je wel goed gehoord wat net is voorgelezen, heb je wel door hoe het er staat?

Lucas 2 zou heel goed zo kunnen beginnen – lees maar mee – “In de tijd dat keizer Augustus een decreet afkondigde dat alle inwoners zich moesten laten inschrijven…..ging iedereen op

weg en ging ook een zekere Jozef naar Bethlehem, met zijn vrouw die in verwachting was”.

Dan wordt wat allemaal in die eerste twee hoofdstukken van Lucas, gelinkt aan wat door de

grote keizer in Rome was uitgedacht en op zijn bevel wereldwijd werd uitgevoerd…..weer een bewijs van hoe machtig een mens kan zijn en wat één man in beweging kan brengen.

 

Maar het staat er precies andersom – en hoe ontdekkend voor zeker de eerste voor wie dit boek geschreven is, uitgerekend een hoge piet in het machtsapparaat van het Imperium Romanum: de hooggeachte Theofilus die we in 1: 5 tegenkomen – lees nog eens met me mee: “in die tijd – en dat is de tijd waarover is verteld dat de boodschapper van het hof in de hemel – de hoogedele Gabriël – werd uitgestuurd met Gods wereldnieuws dat Hij nu echt in aantocht was, de beloofde Koning, die de lege plek zou gaan innemen: “God, de Heer, zal

hem de troon van zijn Vader David geven, en aan zijn koningschap zal geen einde komen” -

in die tijd – door God bepaald – kwam Augustus met zijn decreet en ging ook Jozef op reis.

Ik las: “Rome’s wil is wet, maar daarboven uit gaat Gods wil…..Het onderdrukkende plan

van de Verhevene dient Gods vreugdeplan” – zoals in de nacht van de geboorte van koning Jezus wordt afgekondigd: “goed nieuws dat het hele volk met vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias (=gezalfde koning), de Heer”.

 

Het is als in die tijd van de Rechters die zo hopeloos en uitzichtloos leek – geen koning in

Israël en ieder die maar deed wat in eigen ogen goed was – terwijl in werkelijkheid achter de schermen God al lang bezig was met de voorbereiding van het komen van zijn koning – en dat ook nog via wat een omweg en zelfs een doodlopende weg leek: dat gezin dat vertrok

en mislukte, twee weduwen zonder toekomst – maar God die zo juist zijn plan doorzette…

 

Dus niet in Rome of welk machtscentrum op aarde ook – niet in Washington of New York, niet in Brussel of in den Haag, vallen de uiteindelijke beslissingen maar in het paleis in de hemel, en bij de uitvoering van die plannen worden machthebbers ingeschakeld en hele volksstammen in beweging gebracht – ik denk aan de wijsheid van de Spreuken: “de gedachten van de koning (..keizer..) zijn als waterstromen in de macht van de HEER, Hij leidt ze waarheen Hij maar wil” (Spr. 21:1) – en hoe ontnuchterend is die psalm altijd maar weer met het oog op wat koningen en volken proberen: de HEER in de hemel lacht en spot met

hen, en laat heel de wereld weten: Ik heb zelf alllang mijn koning gezalfd – en die koning

krijgt alle volken in zijn bezit – wees verstandig en gewaarschuwd, leiders van de aarde:

“onderwerp u, toon de HEER uw ontzag, breng Hem hulde, en bewijs eer aan zijn zoon!”

Als dat nou eens de kerstboodschap zou zijn voor wie regeren – en voor al die volken -

dan zou echt een nieuwe tijd beginnen – volgens niet de Maya-kalender Gods kalender.

 

Ja maar als je dan weer gewoon leest wat er staat – dan moet je er wel geloof voor hebben want wie waren dat eigenlijk: die Jozef….die Maria….nou, helemaal geen mensen met een

indrukwekkend staat van dienst, geen mensen met geld of status of invloed – integendeel.

Hoor Maria over zichzelf: uw minste dienares – de lage staat van uw dienstmaagd….niet

meer dan een jong meisje uit een klein dorp, verloofd met de plaatselijke timmerman….

En ja, van Jozef wordt verteld dat hij van David afstamde – in rechte lijn zelfs (lees Matt.1)- maar als je dan beseft dat de man die recht op de troon had zijn brood moest verdienen als dorpstimmerman in een ver afgelegen gehucht – kan uit Nazareth iets goeds komen? – is dat eerder tekenend voor het verval van oude glorie dan een hoopvol teken voor nieuwe glorie.

Een uitlegger schrijft over ‘een prins in overall’, en: “de koninklijke luister van Davids huis is bedolven onder de spaanders en splinters waartussen Jezus Jozefsen in Nazareth opgroeit”.

Tegen die achtergrond moet je die twee zien gaan – ik las: “Koningskinderen op pad voor de keizer. Een verstoorde verlovingstijd, een verstoord begin van hun huwelijk en nu ook nog op reis op bevel van Augustus. Davidszoon, koningszoon Jozef een loopjongen voor de keizer”.

 

En als ze dan in die oude stad van David aankomen, is er geen herkenning en erkenning, gaan niet zoals je zou verwachten van een kroonprins en zijn vrouw alle deuren voor hen open maar gaan die deuren de een na de ander voor hun neus dicht: geen plaats,we zijn vol, probeer maar een deurtje verder -tot eindelijk iemand zegt: jullie kunnen wel in de schuur….

Weer – als in die donkere tijd van de Rechters en in het schijnbaar mislukte avontuur van zomaar een gezin uit Bethlehem  lijkt de weg van God naar de troon een omweg en een weg die compleet doodgelopen lijkt – dan kan die Maria wel prachtige dingen zeggen en zingen over heersers die van hun troon gestoten worden en geringen die in aanzien komen – maar daar moet je wel veel geloof voor hebben – om niet te zeggen dat je wel heel naïef moet

zijn want hoe kunnen nou twee gewone, zelfs arme mensen, onbekend en zonder invloed,

en straks hun kind dat onder armoedige omstandigheden op de wereld komt, het verschil maken: een rijk dat al die machtige rijken te sterk is, een rijk van echte en blijvende vrede?

 

Het thema vandaag is niet dat een lege troon wordt bezet maar een lege voederbak wordt

gevuld -en dat slaat natuurlijk op dat nederige begin van de beloofde koning,als wordt verteld van de geboorte van dat beloofde kind als de oudste zoon van Maria – en – volgens de wet – ook van Jozef – en zo troonopvolger in de lijn van David: “ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak” -zijn wieg was een kribbe, zingt een oud kerstlied.

 

Ja en dat begin zegt veel over het vervolg en de afloop, want: zijn troon werd een kruis.

We hebben er van gezongen vanmorgen dat daar in die voerbak dat rijk begint, dat rijk waarin de vrede het wint van oorlog en van pijn – hoe bijzonder en naar de mens gesproken ongerijmd ook, zo werkt God: daar ligt Hij in een stal die koning in Jeruzalem voor eeuwig wezen zal – en hoe dreigend ook de vijanden: zij worden verslagen, hun rijk zal vergaan.

 

 

Kijk, en zo werkt dat bij onze God altijd – later staat in de bijbel: “wat in de ogen van de

wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om het wijze te beschamen, wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om wat sterk is te beschamen, wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen”  (1 Kor. 1: 27-29).

 

Denk maar terug aan die twee weduwen Noömi en Ruth,  aan dat herdersjochie David, aan

dat ingewikkelde kind in die voerbak, aan die uitgetelde man aan het kruis – en denk aan

wie jezelf bent en voorstelt, aan de kerk in Nederland steeds meer aan de marge – en laat

je daardoor niet ontmoedigen maar ontdek de plek die God voor u en jou en ons samen in

gedachten heeft – weer Paulus aan het adres van de christenen toen in Korinte en ook later:

“niet veel die naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren” - ja en toch en juist zulke mensen: door God uitgekozen en een plek gekregen om te getuigen van wat je mag geloven en van Wie je (Ver)losser wil zijn.

 

Ik kan niet beter eindigen dan met wat de laatste zinnen zijn in het stukje begeleiding vanuit Vertel het maar – met het oog op vandaag als afsluiting van het project Brood in Bethlehem:

“Met Kerst vieren we dat God veel meer geeft dan brood alleen. De Heer geeft ons Jezus in een voederbak. Zo laat Hij zien wat nog belangrijker is dan eten en een thuis. Eigenlijk moet ik zeggen: wie nog belangrijker is dan brood en een familie en een thuis” – ik zeg erbij: en nog belangrijker dan geld en macht, status, veel spullen en veel vrienden via facebook….en noem maar op – niet waardeloos of slecht allemaal, je mag ervan genieten zelfs als je er goed mee omgaat en er goed mee doet voor anderen, je mag ook van feestdagen en een paar weekjes vakantie genieten, van lekker eten en van licht en van gezelligheid – maar – weer even dat verhaaltje van Vertel het maar: Wie belangrijker is dan dat alles is Jezus.

“Hij maakt ons leven goed en blij. Wie in Jezus gelooft, krijgt van God meer dan genoeg

van Gods goedheid en liefde”. Ik voeg eraan toe: genoeg om die genade en die liefde die God in en door Jezus en via ons ook aan al die andere mensen om ons heen gunt, met hen te delen – zoals Boaz gul wilde delen wat God hem gaf, en Obed echt knecht wilde zijn, en

David als een herder was voor zijn volk, en vooral: als Jezus die zelfs zijn leven prijsgaf.

 

Tot slot – en nu echt – de laatste regels van dat stukje van Vertel het maar: “Een kindje in een voederbak, in Bethlehem, bij arme mensen….en toch….de Redder, degene die wij nodig hebben om feest te vieren en gelukkig te zijn. Vandaag en morgen en altijd.”

 

                                                            amen

1 Korintiërs 10: 16: Wees mijn brood en mijn beker

liturgie dienst van Schrift en tafel zondag 11 november 2012

votum en groet

zingen:   Ps. 93 : 1,3

wet van de HEER

zingen:   Lied 344: 1,3,5

gebed

Schriftlezing:  1 Kor. 10: 16-17

en 11: 23-26

zingen:  Gz. 125: 1,2,3

verkondiging: 1 Kor. 10: 16

zingen:  Gz. 125: 4,5,6

gebed

collecte

zingen (met koor): Gz. 128

avondmaalsformulier V

zingen:  Ps. 23: 3

zegen

—————————————————————————————————

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

  “Wees mijn brood en mijn beker”.

Zo begint het refrein van het lied dat we samen met het koor gaan zingen, Gezang 128 uit het

Gereformeerd Kerkboek

Het is onderdeel van het paasoratorium ‘Het Lam dat ons doet  leven’, van Ria Borkent en Dirk Zwart.

 

Eigenlijk is het een gebed, gericht tot de Heer Jezus, met het oog op wat gebeurt bij het avondmaal.

Je vraagt of wat het brood en de beker wijn uitbeelden, ook echt mag gebeuren:  dat je voor je geloof, voor de reis door dit leven naar het komende grote feest, eten en drinken mag meekrijgen.

In couplet 2 staat b.v. eerst: “Jezus deelt bij de maaltijd een beker wijn en een brood. (Jezus) Die

voor eens en voor altijd zich offert in de dood” - en dan volgt dat:  “Wees mijn brood en mijn beker”.

 

Je kunt het niet beter zeggen dan de catechismus het doet: “dat zijn gekruisigd lichaam en vergoten

bloed de echte spijs en drank zijn waardoor onze ziel tot het eeuwige leven gevoed wordt, evenals

brood en wijn het tijdelijk leven onderhouden” –  Jezus is als het ware zelf ons eten en ons drinken.

Hoor maar: “Wees mijn brood en mijn beker, mijn ogen dorsten naar U, die de dood wilde breken,

het leven schenkt Gij nu”.  En een couplet eerder: “delen wij in uw leven, o Heer, dan leven wij”.

 

Bij een andere gelegenheid gebruikt de Heer ook sterke taal: “Ik ben het brood dat leven geeft”

(Joh. 6: 35)…”en het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam” (6:51).

mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn

bloed drinkt, blijft in mij en Ik in hem “ (Joh. 6: 55 en 56)…..en dan gebruikt de Heer voor eten

ook nog een bijna grof woord dat zoiets betekent als:  verslinden, opslokken, opvreten…..maar

dat is niet grof bedoeld maar wil zeggen dat je door het geloof wat Jezus voor je gedaan heeft

je helemaal eigen maakt, dat je helemaal een wordt met Hemzelf:  ik in Hem en Hij in mij!

Vergelijk het maar met wat weleens gezegd wordt als mensen heel veel van elkaar houden:

je bent om op te vreten…..die is alles voor jou…..je kunt en wilt nooit meer zonder elkaar.

 

Kijk, en dat zeg je maar niet als je avondmaal viert, maar dat doe je samen en vier je samen.

Niet voor niets zei de Heer eerst toen Hij brood ronddeelde en daarna toen ze wijn dronken:

doe dit, en blijf het doen, en denk aan Mij” – ik las: “God laat ons zijn evangelie doen, tasten,

proeven, vorm geven, lichamelijk vieren. Hij geeft ons de ervaring van Christus te ontvangen,

te delen en te verwachten.  Zoals we dit brood delen en de beker heffen en rond laten gaan,

zo leven we van Christus”.  Christus die zelf het brood is – Jezus leven van mijn leven – en zelf

de beker waaruit we elke keer weer en elke dag weer mogen drinken – Hij schenkt het leven!

Nou, en dan kun je nog wel een stap verder gaan  als je nadenkt over die twee: brood en beker.

Want brood is dat je voedsel krijgt, dat je honger wordt gestilt, dat je er energie door opdoet.

 

Zo is dat ook geestelijk, met het  geloof in Jezus die zijn eigen leven voor u en voor jou overhad.

Hij wilde voor mensen die de dood verdiend hadden en niet in staat zijn hun leven veilig te stellen, echt leven verdienen en daarvoor zijn eigen leven opgeven: en dat leven is er voor ons als wij ons

met alles wat we hebben en zijn aan Hem toevertrouwen, en als zijn leven ook ons leven wordt.

Wees mijn brood, dat is een verlangen om te ervaren dat je sterker wordt in vertrouwen , in

hoop, in liefde naar God toe en naar mensen om je heen toe – door je eigen te maken wie Jezus is en wat hij heeft gedaan, hoe Hij sterker was dan het kwaad en de dood – Heer, maak mij ook zoals U.

 

En weer: dat doe je maar niet op je eentje, dat doen we samen, want we zijn samen onderweg -

dat wordt door de lopende viering van vanmorgen extra onderstreept – en we hebben allemaal

geloofsmoed nodig voor de reis door dit leven, en we mogen ons optrekken aan elkaar, en we

mogen ons ook verbonden weten met al die anderen die ons zijn voorgegaan en die overal ter

wereld diezelfde reis aan het maken zijn, en ook denken aan zovelen die er nog bij gaan komen.

Ja, en allemaal hebben we het zo nodig, gezien wat er allemaal onderweg tegen kan zijn en tegen kan vallen – ziekte, zorgen, gebrokenheid, strijd tegen je eigen zonden, eenzaamheid, twijfel en vragen -

allemaal kunnen we niet zonder: brood dat energie geeft, dat al onze tekorten aanvult, dat ons

op de been houdt en steeds weer op de been helpt: Jezus het leven zelf: weest u ons brood!

Naar zijn belofte dat als we leven uit zijn kracht en liefde, we mogen volhouden en zullen leven.

 

Ja, en dat maakt dat als je avondmaal viert en je geloof laat versterken, het ook een feest wordt.

 

Wees mijn beker, dat is dan natuurlijk dat je ernaar verlangt en erom bidt dat door geloof in Jezus je dorst naar geluk, naar een leven dat zin heeft en uitzicht – ten diepste: je dorst naar God – gestild

wordt;  daar heeft Jezus zijn bloed voor laten vloeien, daar gaf Hij zijn leven voor: wees mijn beker!

Maar wijn drinken, dat had toen en dat heeft nu ook iets feestelijks: hier mag op gedronken worden.

Niet voor niets heette die beker van het pesach: beker van de dankzegging, van de lofprijzing.

Ik las: “De beker van de dankzegging is vergelijkbaar met de glazen van onze toast” : zoals bij een

staatsbanket van onze koningin met een staatshoofd van een ander land ze toasten op elkaars land,

zo is de wijn bij het avondmaal naar Jezus’ eigen woorden ‘de beker van het nieuwe verbond in

mijn bloed’ – met het uitzicht dat de Koning straks met ons wijn zal drinken in zijn koninkrijk – de

beker van het avondmaal geeft er een voorproefje van:  op Uw koninkrijk dat zeker zal komen!

Zelfs elke dag mogen we daar al iets van proeven en ernaar verlangen: weest U mijn beker!

 

Wat een feestelijk lied dat we zo meteen gaan zingen, samen met het koor : “Drinkt de wijn van bevrijding, en eet het levende brood. Vier de vrolijke tijding, de zegen van zijn dood.  Zonde is

ons vergeven, de dood voor eeuwig voorbij. Delen wij in uw leven, o Heer, dan leven wij”

 

                                                                         amen

1 Johannes 2: 14-16: Ouderen en jongeren samen de kerk

liturgie gezamenlijke eredienst zondagavond 11 november 2012

welkom

voorzang:   Ps. 148: 4,5  GK

we worden stil voor God

votum en groet

zingen:       Ps. 90: 1,8 

gebed

Schriftlezing:    1 Joh. 2: 7-17

zingen:      Ps. 71: 9,10,11

verkondiging:  1 Joh. 2: 12-14

zingen:      Gz. 167 GK

gebed

geloofsbelijdenis

zingen:      Gz. 141: 3

collecte

zingen:      Opw. 366

zegen

amen:        Gz. 456: 3    liedboek

—————————————————————————————————————————–

Broeders en zusters, ouderen, jongeren, ouders en kinderen, allemaal samen Gods gemeente,

 

Heel bijzonder om vanavond deze gemeenschappelijke kerkdienst te hebben.

Ontstaan vanuit de wens van jongeren uit beide gemeentes om meer in contact te komen met

de ouderen:  we doen als jeugd veel samen maar we komen de ouderen eigenlijk weinig tegen.

Het contact tussen een aantal van jullie en het bestuur van Wijs met Grijs was gauw gelegd

en ook zij waren enthousiast – vanmiddag was het zover: samen koffie drinken, praten met

elkaar, eten met elkaar – en nu samen – met de hele gemeente – deze kerkdienst:  prachtig.

 

Ja, want het onderstreept dat zoals de apostel Paulus erover schrijft de gemeente is als een

lichaam met allemaal verschillende lichaamsdelen, ieder op eigen plek, dat alleen als ieder

op die eigen plek zijn of haar eigen inbreng heeft en zichzelf kan zijn, goed kan functioneren

 

Dat  geldt voor jullie jongeren die net komen kijken en nog allerlei frisse en misschien wilde, en

ook best kritische ideeën hebben, die ook wel eens dingen zeggen en doen waar je ouders en u/wij als ouderen van schrikken of tegen steigeren – maar die willen gaan voor hun Heer en je geloof en graag mee willen doen in de kerk maar dan wel op jullie manier en met de mogelijkheden van deze tijd, jullie  die ook vaak een scherpe blik hebben voor wat altijd zo geweest is maar waarom eigenlijk,  en kan dat niet anders, die scherpe en moeilijke en soms lastige vragen kunnen stellen – en dat mag.

 

Het geldt net zo goed van u/ons  als ouderen die al heel wat hebben meegemaakt en zo uw kijk op het leven hebben en die misschien erg zijn gehecht aan wat u zelf hebt helpen opbouwen, die liever bekende psalmen en liederen zingt  met het orgel en van een rustige dienst houdten erg moet wennen – of misschien wel nooit kunt en wilt wennen  -aan die zo heel andere liederen en heel veel meer decibels -  ja, en is het niet allemaal veel oppervlakkiger geworden tegenwoordig, met al die mogelijkheden van ontspanning en uitgaan, en is er niet veel minder bijbelkennis dan vroeger en hoe komt het dat veel jongeren nog steeds geen belijdenis hebben gedaan, of zelfs afhaken;  en als ze kritiek hebben en het anders willen: hebben wij het dan niet goed gedaan? of denkt u dat nooit?

Zo maar wat zorgen en gedachten of zelfs teleurstelling die je kan hebben als ouders en ouderen; terwijl jongeren dan weer naar ouderen kijken als ouderwets, conservatief: het is niet gauw goed,

en altijd is er die waarschuwende vinger, ja,  en: ze doen net alsof vroeger alles beter was….

Voor je het weet is er verwijdering, en gaat het haperen in dat ene lichaam – groei je niet naar elkaar toe als die ene gemeente van Christus,  maar uit elkaar als belangengroepen, en als tegenstanders.

 

Wat voor een deel nou eenmaal zo gaat en altijd zo is geweest: generatieverschillen tussen ouderen die moeite hebben met veranderingen – wat trouwens niet van alle ouderen geldt – en jongeren die wel eens of steeds weer wat nieuws willen – en ook dat gaat niet voor alle jongeren even sterk op.

Het heeft ook te maken met onbekendheid en gebrek aan contact en gesprek waardoor allerlei vooroordelen zomaar tot een generatiekloof kunnen  leiden, terwijl de werkelijkheid vaak minder zwart-wit is en leidt tot meer begrip, en tot het gevoel dat er veel gemeenschappelijks is dan dat er

verschillen zijn – en dat die verschillen niet bedreigend zijn maar juist verrijkend en tot zegen.

Daarom is dat initiatief zo mooi en is deze middag hopelijk de start van meer gezamenlijks.

 

Laten we met dat in het achterhoofd nog wat beter kijken naar de tekstverzen van vanavond.

 

Jongeren en ouderen samen de kerk

1.  allemaal kinderen van een en dezelfde Vader

2.  als ouderen met een schat aan (geloofs)ervaring.

3.  als jongeren met een wereld te winnen.

 

1.  allemaal kinderen van een en dezelfde Vader

 

Dat er verschillen zijn tussen mensen, tussen ouderen en jongeren, maar ook tussen ouderen

en ouderen, en jongeren en jongeren, dat is glashelder, en dat is ook helemaal niet zo erg – ik

zei al: dat kan juist verfrissend en verrijkend zijn – als er maar eerst en vooral respect is voor

de ander, als we niet eigen mening of gevoel doordrijven maar willen luisteren en leren van

elkaar, en vooral blij zijn met wat die ander te bieden heeft en wat we zelf kunnen geven -

ik denk ook aan een woord van de aposteln Petrus – die dat zelf ook door schade en schande

heeft moeten leren – “in de omgang met elkaar moet ieder van u” (en dan slaat dat juist ook

op jongeren en oudsten) “altijd de minste willen zijn” – een christen die op zijn Heer lijkt is er dus niet op uit vooral zelf gelijk of zijn zin te krijgen, maar die is een voorbeeld van dienstbaarheid, en van

leerbaarheid, die wil niet zichzelf neerzetten en de ander wegzetten maar er zijn voor de ander.

En dat niet om verschillen uit te vergroten maar om elkaar te vinden in wat je samen deelt.

 

Precies dat is uitgangspunt voor de apostel Johannes en rode draad door heel deze brief heen.

Die brief die begint bij wat schrijver en lezers gemeenschappelijk hebben: Jezus die het Leven is, zie

1:3:  ”wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan u, opdat ook u met ons verbonden bent; en verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus”.

Dat is de verbindende schakel tussen alle generaties, dat verbindt ons vandaag met die christenen

van bijna tweeduizend jaar geleden, dat verbindt ons welke leeftijd we ook hebben, en het is de

verbindende schakel die ons als leden van twee kerken verbindt: die ene Heer, en God als Vader.

Precies dat is ook de kern van wat Johannes hier schrijft als hij zijn lezers ‘kinderen‘  noemt.

 

De meest voor de hand liggende uitleg is dat daarmee niet de kinderen in de kerk zijn bedoeld, maar dat het slaat op alle gemeenteleden; dat blijkt wel uit vers 1 van dit hoofdstuk (“kinderen, ik schrijf u opdat u niet zondigt“) en weer in vers 18 (“kinderen, het laatste uur is aangebroken“) – de al oude

apostel kan zijn meest jongere lezers zo aanspreken, maar het is vooral  wat al die lezers maar ook

de apostel zelf en zijn lezers verbindt: dat ze namelijk allemaal kinderen zijn van Vader in de hemel.

Zoals de Heer meer dan eens kinderen tot voorbeeld stelt voor volwassenen en ouderen: “wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel”  (Matt.18:3)

 

In vers 14 staat dat zelfs met zoveel woorden: “Kinderen, ik schrijf u dus dat u de Vader kent“.

Nou, en dat is waarom je bij elkaar hoort als je samen christenen  bent, en als je bij de kerk hoort.

Samen vormen we het gezin van God de Vader, en dat is door Jezus Gods Zoon en onze oudste

broer, vandaar wat Johannes ook tegen ons zegt: “Kinderen m ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van zijn naam”, dankzij Jezus die ons redt van onze schuld en ons tot Gods kind maakt.

Ik las:  “tot het basisonderwijs, dat alle gemeenteleden zich eigen gemaakt hebben, behoort de zekerheid van de vergeving van de zonden en de ervaring van de verbondenheid met God als Vader”.

Nou, en dat geeft ook een diepe verbondenheid met elkaar, door alle generaties heen; dat of je nu jong bent en sterk, sportief, met misschien nog wilde haren en vol plannen en idealen, of al wat

meer bezadigd en best wat zorgen over allerlei nieuwe ontwikkelingen, of als je lichamelijk steeds

meer beperkt bent en steeds meer op anderen aangewezen – en met zoveel meer verschillen:  God wil uw en jouw en mijn Vader zijn, en: we zijn allemaal op Gods genade en vergeving aangewezen.

 

Eerder al schreef Johannes dat niemand moet denken of zeggen geen zonde te hebben want er is geen mens die niet zondigt, daarin zijn we gelijk, en we worden in de bijbel aangespoord daarin

eerlijk te zijn tegen elkaar en elkaar onze zonden te belijden – samen klein te worden voor God is dat ook en bescheiden tegenover elkaar – en soms is het ook goed elkaar om vergeving te vragen – ook

als je als jongere die oudere misschien niet meer ziet staan of als niet meer van deze tijd eigenlijk al hebt afgeschreven – en ook als je als oudere best negatief denkt en praat over jongeren: die komen net kijken, wat weten die er nou van, en die jeugd van tegenwoordig denkt maar dat alles kan……

leer dan van Johannes de weg om elkaar te zoeken en te vinden – als hij herinnert aan dat oeroude gebod dat steeds weer nieuwe toepassingen kan krijgen en altijd actueel blijft: heb elkaar lief – niet maar dat je elkaar sympathiek moet v inden of maar moet sparen, maar dat je elkaar steeds weer

en steeds meer leert aanvaarden als broer en zus in het geloof, en als allemaal verloste zondaars.

Dan kijk je niet langs elkaar heen of elkaar zuur aan maar sluit je elkaar in je hart en kijk je met

andere ogen naar die ander, met begrip en liefdevol, en ga je elkaar waarderen en van elkaar leren.

 

2.  als ouderen met een schat aan (geloofs)ervaring.

 

Ik zeg met opzet het zo: ouderen met niet alleen een schat aan ervaring, levenservaring – dat ook-

maar waar Johannes het vooral over heeft – hij kan er als oudere over meepraten – is geloofservaring.

Tot twee keer toe schrijft hij: “U kent Hem die er is vanaf het begin” – en daar is God mee bedoeld.

Niet omdat de jongeren God niet zouden kennen, maar omdat ouderen – misschien ook wel hier mensen die al veel langer geloven- al veel meer ervaring met God hebben opgedaan – en daar als het goed is hun kinderen en kleinkinderen en andere jongeren mee kunnen dienen en kunnen helpen.

Ja en dan is daarmee niet bedoeld dat je jongeren daarmee de loef afsteekt of de pas afsnijdt, als die misschien wel heel anders dan uzelf gewend bent of goed vindt met het geloof omgaan of zich in hun dagelijks leven gedragen, zo van: maar dat hoort niet zo, dat heb ik anders geleerd, of op een wat

neerbuigende manier – dat doet u vast niet maar het gebeurt – vertel mij wat, ik heb het allemaal

meegemaakt, en ik weet wel hoe het zit en waarom het zus moet en zo natuurlijk verkeerd gaat…

Ook niet dat je met wat teksten of regels aankomt veilig op een afstand van jezelf en die ander.

Nee, maar wel heel persoonlijk: over hoe je steun had aan het geloof toen het zo moeilijk was,

hoe je merkte dat God erbij was toen je jezelf geen raad meer wist, hoe je de zegen van de Heer

hebt ervaren in je huwelijk en je gezin, wat voor steun je hebt aan het samen kerk zijn – of hoe

je geloof je op de been hield in moeilijke tijden van crisis en oorlog, en dat je weet van eigen zonden en van vergeving – durft u daarover open te praten met uw kleinzoon of kleindochter, met andere

gemeenteleden als die op bezoek komen, is er een echt geloofsgesprek als u huisbezoek krijgt—-

en staan jullie er voor open als je praat met je opa of je oma, of met andere ouderen in de kerk?

Dat is veel vruchtbaarder dan doen of vroeger alles beter was en alles alleen maar achteruit gaat,

lees maar het slot van Psalm 92 over ouderen die krachtig en fris blijven en zo van God getuigen.

En als jongere zul je merken dat je veel van ouderen kunt leren en dat ze voor jullie bidden – ik weet het zeker -daar heb je meer dan dan ouderen toch wat afschrijven als ouderwetse moeilijkdoeners.

Het is juist mooi die diversiteit in de kerk – dat jongeren en ouderen samen die ene kerk vormen.

 

Het is ook voor ouderen heel bemoedigend wat hier staat: U kent Hem die er is vanaf het begin.

Oud worden is mooi maar oud zijn is best moeilijk – een bekende kreet die maar al te waar is.

Want ouder worden brengt veranderingen in je leven mee die vaak geen verbetering zijn. als de gezondheid de wensen overlaat, als eenzaamheid toeslaat, als je jezelf overbodig kunt voelen -

en als je allerlei nieuwe ontwikkelingen niet meer bij kunt of wilt houden en je tijd voorbij lijkt.

Dan is het mooi om respect te ervaren van jongeren – kinderen, kleinkinderen, de jeugd van

de kerk – dan is vooral mooi te mogen geloven en ervaren dat God die er al die jaren voor je

was, er ook nu bij is, en dezelfde blijft in zijn trouw: u kent Hem toch, uw Vader, en zijn zorg?

Ik las: “dan kunt u een wijze oudere worden, iemand die jongeren iets mee te geven heeft”.

Je wordt dan niet verbitterd of een zuurpruim maar groeit in liefde en vertrouwen en geloof.

Bid maar vaak wat we zongen: gun mij stem o Heer, dat ik een nieuw geslacht verkondig uw grootheid en uw sterkte, al wat U in mijn leven bewerkte – ik zie, Heer, uw trouw oprijzen!

 

3.  als jongeren met een wereld te winnen.

 

Jongeren, jullie zijn sterk – nou, dat klopt wel wat Johannes schrijft, denk je dan- toch?

Natuurlijk, niet alle jongeren zijn sterk, gezond, sportief, maar het is wel het algemene beeld

dat bij jong zijn hoort: energie, plannen, idealen, aan sport doen, uitgaan, studeren en werken.

Tegenover ouder worden wat mee kan brengen dat je minder energie hebt en stapjes terug

moet doen wat niet altijd leuk is, maar je merkt dat je geen twintig of dertig meer bent……

Het kan ook op dat punt botsen tussen leeftijdsgroepen: dat je al dat flitsende en alles wat

steeds maar weer verandert niet bij kan houden, of juist je ergert aan dat trage en afremmen.

 

Maar als je beter leest, gaat het niet over dat sterk zijn, maar over geestelijke kracht, over

sterk in het geloof en het overwinnen van kwaad en zonde, zelfs van de Boze, de satan, lees

vers 13: “jongeren, jullie hebben hem die het kwaad zelf is overwonnen” - hoor ik dat goede?

Is niet juist het probleem van jong zijn dat je nog aan het zoeken bent en vatbaar voor zoveel

uitdagingen en verleidingen om verkeerde keuzes te maken – hebben ouderen niet de angst dat

‘de jeugd van tegenwoordig’ zich laat inpakken door wat in vs 15 heet: liefde voor de wereld.

 

Ja maar, er staat wel wat bij: “het woord van God blijft in je en je hebt het kwaad overwonnen’.

Als je het van God verwacht, en je wilt je door de Heilige Geest laten leiden, door de bijbel, dan

kun je heel wat aan, en kun je ook – met vallen en opstaan maar toch – goede keuzes maken.

Ik las: “Johannes wil je bemoedigen: Jullie hebben de duivel overwonnen. Jullie horen bij  Jezus, en dus ben je sterker dan het kwaad. Ga niet bij de pakken neerzitten.”  Je kunt de strijd winnen.

En dan is het juist de kracht van jongeren om niet te berusten is dingen die misschien al lang zo

zijn maar niet kloppen, om niet te wennen aan onrecht, oneerlijkheid, maar ertegen aan te gaan.

In Gods kracht heb je een wereld te winnen, Gods wereld, als je gaat voor zijn rijk en zijn zaak.

 

En als ouders en ouderen kun je er gerust op zijn: God laat het werk waaraan Hij begonnen is, niet los, Hij wil ons vasthouden en ook onze kinderen en onze kleinkinderen, Hij die trouw is en blijft.

We moeten het allemaal samen van zijn genade en trouw hebben, als samen zijn kerk.

 

amen