Marcus 1: 9-11 : In de doop komt God heel dicht bij ons (doopsbediening aan Daniël Veldman in CGKV Broek op Langedijk)

Liturgie morgendienst zondag 7 januari 2018
Welkom : .
Zingen: Opwekking 599 ‘Nog voordat je bestond’
Stilte en persoonlijk gebed
Votum en groet
Zingen: Ps. 103: 1,5,7 ‘Zegen, mijn ziel, de grote naam des HEREN’
Gebed
Zingen: Gz. 334: 1,3,4 LB ‘Here Jezus, wij zijn nu’
Doopsformulier GKV 2
Na doop: Gz. 14: 1,2,5 LB ‘De Heer is mijn herder (NLB 23b)
Dankgebed
Kinderlied ‘God kent jou vanaf het begin KOW 77
Kinderen naar KND
Bijbellezing: Marcus 1: 1-15
Zingen: Gz. 524 (NLB): 1-5 ‘Nu Gij de doop ontvangt in de Jordaan’ (mel. Ps.116)
Verkondiging: Marcus 1: 9-11
Zingen: Gz. 912 NLB: 1,2,5,6 ‘Neem mijn leven, laat het, Heer’
Wet van de liefde
Zingen: Opwekking 642 ‘De rivier’
Voorbereiding HA .
Gebed
Collecte – zingen: Opwekking 737 ‘U nodigt mij aan tafel’
Zingen: Gz. 704: 1,2 NLB (=Gz. 141 GK) ‘Dank, dank nu allen God
Zegen
Amen: Gz. 704: 3 ‘Lof, eer en prijs zij God
————————————————————————————————————————-

Beste Floris en Janneke, kinderen, familie en vrienden, zusters, broeders, gemeente,

Het houdt niet op lijkt het wel, met feestvieren: het ene feest na het andere.We hebben de kerstdagen achter de rug, en oud en nieuw is al weer een week geleden en de kerstvakantie is bijna voorbij – morgen weer naar school, toch? Ik hoop dat u en jullie er met plezier op terugkijken en vooral ook dat de boodschap van kerst je geraakt heeft en dat je met vertrouwen op God aan 2018 begonnen bent.Nou, en vanmorgen is het weer feest want Daniël is gedoopt, en God heeft tegen hem maar ook tegen u en jou en mij gezegd: Ik ben erbij, want jij hoort ook bij Mij. Alsnog een uitroepteken achter die beloften toen we een nieuw jaar zijn begonnen,en achter wat we hoorden toen we deze dienst begonnen, dat God trouw is voor altijd en dat Hij nooit zal loslaten en zal opgeven waaraan Hij met ons is begonnen.
Ja, en volgende week is het alweer feest want dan mogen we het avondmaal vieren.
En dat eigenlijk allemaal om Hem waar het ook vanmorgen weer over gaat: Jezus.
In mijn agenda staat trouwens dat ook deze zondag een feest-zondag is: Epifanie.
Letterlijk betekent dat woord ‘verschijning’ – bedoeld is dat we vieren dat Gods Zoon Jezus deze wereld en ons leven binnengekomen is, om ons te redden en te helen.
Heel vroeger werd op 6 januari de geboorte van Jezus gevierd maar toen de kerk in het Westen dat feest ging vieren op 25 december werd 6 januari Driekoningen – dat was dus gisteren – maar wordt ook aandacht gegeven aan de doop van de Heer.
En in veel kerken gebeurt dat de zondag na 6 januari, en dat is dit jaar dus vandaag,

Hoe bijzonder dat juist op deze zondag waarop Daniël is gedoopt – in de naam van God zijn Vader en Jezus zijn Heer en Redder en de Heilige Geest die ook aan hem is beloofd – het in de preek en ook in de kindernevendienst over de doop van Jezus zelf mag gaan, en dat heeft alles met elkaar te maken want – las ik ergens – het verhaal van Jezus wordt ook ons verhaal: Jezus’leven is ons leven, zingt een lied.
Je kan ook zeggen dat Daniël alleen gedoopt kon worden vanmorgen omdat zijn en onze Heer en oudste Broer Jezus ook gedoopt is, omdat Hij ons leven wilde leven
en onze schuld op zich wilde nemen; daarom alleen zegt God ten elk van zijn kinderen en dus ook tegen u en jou en mij: “jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter, in jou vind Ik vreugde”; “mijn liefde voor jou is groot” (BGT)

Laten we nog even wat meer dit verhaal laten spreken met als kernpunten:

In de doop komt God heel dicht bij ons
1. door zijn Zoon,
2. met zijn Geest,
3. als onze Vader

1. In de doop komt God heel dicht bij ons: door zijn Zoon.
‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God’ – zo begint Marcus zijn verhaal over Jezus, over wie Hij is en heeft gedaan en wie Hij wil zijn voor ons.
Maar ‘begin’? Kerst wordt overgeslagen: geen stal, geen herders, geen Herodes…
Marcus begint zo’n dertig jaar later, met Johannes de Doper als volwassen man.
En dan ineens valt Marcus met de deur in huis: “in die tijd kwam Jezus”.
Zomaar stapt Jezus het verhaal binnen en staat Hij voor Johannes en voor ons….
alsof Hij ineens uit de lucht is komen vallen…
Maar nee, dat juist niet, hier is het niet een soort ‘uit hoge hemel daalde Hij neer’.
Terwijl er wel met nadruk bij staat: ‘Jezus, de Zoon van God’- maar over die hemelse komaf heeft Marcus het met geen woord: “In die tijd kwam Jezus vanuit Nazareth, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan, om zich door Johannes te laten dopen”.Hoe gewoon!
Epifanie, dat is: komen op een bijzondere manier, van een koning, of van God zelf.
Dan verwacht je iets bijzonders: een VIP-ontvangst, glitter en glamour, toejuichingen.
In het licht van eeuwen van aankondigingen en verwachten: daar is Hij, eindelijk, de lang verwachte messias=koning op Davids troon die de wereld redden en helen zal.
Maar wie staat hier ineens voor ons, gewoon in de rij tot hij aan de beurt is om ook door Johannes in Jordaanwater gedoopt te worden? Joshua (Jezus), de oudste zoon van een dorpstimmerman, nota bene uit een onbekend en onbemind dorpje in het ook al verachte Galilea van de heidenen: kan uit Nazaret iets goeds komen? nee toch! En: ga maar na dat uit dat randkerkelijke Galilea nooit een profeet gekomen is.

Kijk, maar dat is nou precies hoe God werkt en hoe God naar ons mensen toekomt.
Later schrijft Paulus: “God heeft juist mensen uitgekozen die in deze wereld ‘dom’of ‘zwak’ genoemd worden. Zo heeft God de wijsheid en de kracht van mensen belachelijk gemaakt. God heeft mensen uitgekozen die onbelangrijk zijn en niets voorstellen, en voor wie niemand respect heeft. Daarmee maakteHij een eind aan alles wat in deze wereld belangrijk is. Zo zorgt Hij ervoor dat niemand trots kan zijn op zichzelf.“ (1 Korintiërs 1: 27-29, BGT). Daar zit een boodschap in naar twee kanten toe: niemand is te min of te slecht of te onbelangrijk voor God, mensen met welke beperking ook zijn in Gods ogen kostbaar, allemaal Gods geliefde kinderen!
Én: we worden allemaal op onze plek gezet: wie klein en kwetsbaar durft zijn, wie
de ander belangrijk vindt dan zichzelf en wie weet van eigen tekort, die is groot!
Dat God zo werkt, hebben we weer gezien in die doop van een nog zo klein kind.
God wacht niet tot een mens tot geloof is gekomen en voor Hem gekozen heeft, maar Hij is ons al jaren voor en laat de kinderen al meteen bij zich komen, “want Gods nieuwe wereld is juist voor hen””…en voor ieder die wil worden als een kind.
Ook al begrijpen kinderen nog niets van God en Jezus, ze horen er meteen al bij.
Zoals al meteen de zonde meekomt in een mens, komt God meteen met zijn genade.

Nou, en dat is precies wat dat gebeuren daar bij de Jordaan in de kern betekent.
Het is natuurlijk wat je niet verwacht en wat eigenlijk niet hoeft: Jezus gedoopt?!
Jezus van wie we geloven dat Hij zonder schuld en zonde ter wereld is gekomen.
Geen wonder dat Johannes eerst tegenstribbelde: “Waarom bent U bij mij gekomen?
Ik zou juist door U gedoopt moeten worden!”. Goed gezien, Johannes, helemaal gelijk…en toch moet het zo gaan, zo wil God het, dat is zijn reddingsplan voor ons:
“Gij wilt niet als een onbeschreven blad veraf staan van ons volgekladderd leven;
ons leven wordt U op het lijf geschreven, Gij stapt in onze dood als waterbad..Lief
Lam van God, zo smetteloos, zo rein, in ons gedompeld, één van ons geworden”.
Terecht wordt die doop van Jezus in dat lied bezongen als “uw glorieuze ondergang;
de niet te peilen afgrond van uw liefde” – het kruis werpt zijn schaduw al vooruit daar bij de Jordaan.
De doop van Jezus aan het begin van zijn werk op aarde maakt meteen zichtbaar wie Hij is en waarvoor Hij is gekomen: om ons leven te leven en te lijden en te redden – echt als de Immanuël= door Jezus komt God dichter bij ons dan ooit.
Maar ook: voor wie zich aan Hem toevertrouwt en Hem wil volgen, wordt zijn leven ons leven, willen wij worden als Hij: nederig en vol vertrouwen leven met Hem en voor Hem, en ook met en voor anderen – we gaan in ons lied erom vragen, voor Daniël en voor onszelf: neem zijn/mijn leven, en laat het toegewijd zijn aan uw eer.

2. In de doop komt God heel dicht bij ons: met zijn Geest.
Toen Jezus na eerst kopje onder te zijn gegaan, weer boven water kwam, zag Hij boven zich de hemel openscheuren, dat is het heel bijzondere van deze doop.
We lezen dat niet van al die andere mensen die door Johannes zijn gedoopt, en toen eerder in deze dienst werd gedoopt, ging het dak er niet af..gelukkig niet….toch?
Nee, maar wat toen boven die doopplek gebeurde, boven Jezus’ hoofd, dat is wel vol beloften voor Hem eerst en voor al die mensen later die ‘in zijn dood gedoopt zijn’, om het nog eens met Paulus te zeggen, en met Hem ‘opstaan tot een nieuw leven’.

Ja zeker, het zegt eerst en vooral veel over wie Jezus is en wat Jezus komt doen.
Ik denk aan die eerste keer, dertig jaar eerder, dat door Jezus de hemel openging.
Dat was in de kerstnacht toen de hemel openging boven de herders bij Betlehem en een engel het geboortebericht van Jezus deed en een hemels leger van vrede zong.
Een lied bezingt het bijzonder: “midden in de winternacht ging de hemel open, die ons heil ter wereld bracht, antwoord op ons hopen” – en dat antwoord was een kind in een voerbak, gewoner kan het niet, maar het was tekenend voor wat komen ging met en door Jezus – toen al beloftevol: “ondanks winter, sneeuw en ijs” – niet echt toen daar bij Betlehem, maar wel beeldend voor een wereld verloren in zonde en schuld –“ondanks winter, sneeuw en ijs,bloeien alle bomen, want het aardse paradijs is die nacht gekomen…en de dag is niet meer ver, bode van de luister die ons weldra op zal gaan” ….dankzij Jezus ging de hemel open om nooit meer op slot te gaan – en dankzij Jezus geeft God aan wie in Hem geloven zijn Geest die in ons wil wonen.

Ja, want de hemel ging open voor en boven Jezus, maar er was meer: “Hij zag de Geest als een duif op zich neerdalen” – als teken van hemelse goedkeuring en ook een teken voor Johannes die het ook heeft gezien en anderen die ervan hoorden dat Jezus de door God beloofde redder was, die al eeuwen van te voren zichzelf via de profeet Jesaja aankondigde: “De Geest van God de HEER rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God – ook dat: God zal recht doen en het kwaad overwinnen – en: “om allen die treuren te troosten” (Jes.61)
Later preekt Jezus in zijn woonplaats over deze tekst en wijst zichzelf aan als de in Jesaja 61 bedoelde en beloofde: wat ik net heb voorgelezen, gaat nu echt gebeuren.
Jezus de Zoon van God maar ook kwetsbaar mens, gesterkt door de Geest van God.

Wat dat beeld van een duif moet voorstellen, blijft als je leest wat er allemaal over is geschreven, voor meer dan een uitleg vatbaar: herinnering aan die duif bij Noach, de duif als vredessymbool, de duif ook als offerdier – het speelt misschien allemaal wel mee – in elk geval is de taak van Jezus om vrede te brengen door zichzelf te offeren, en zo komt er die nieuwe aarde die nooit meer zal vergaan door zonde en bederf.

Kijk, en we mogen geloven dat Jezus na zijn doop door de Geest gesterkt wordt om als mens die zware weg van strijd en lijden te gaan en tot een goed einde te brengen en dat Hij voor zo ons verdiend heeft dat de Heilige Geest aan ons wordt gegeven.
In zijn preek op de Pinksterdag zegt Petrus er duidelijke dingen over, zoals dat Jezus nu in de hemel is en vandaar zijn Heilige Geest die God hem beloofd had, aan ons geeft. En dat dan juist verbonden aan de doop, hoor maar: “Bekeer je en laat je dopen in de naam van Jezus, om vergeving te krijgen van uw zonden, en dan zal de Heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God,tot zich zal roepen.” (Hand. 2: 33 en 38-39). Trek het maar door naar ons vandaag die van ver geroepen zijn: voor ons is de beloofde Geest, en ook voor onze kinderen, zoals rond de doop weer is gezegd: “De Heilige Geest garandeert je dat Hij in je komt wonen. Hij maakt je één met Christus. Hij maakt tot je persoonlijk eigendom at je in Christus al hebt”. En we hebben erom gebeden, voor Daniël met name, en ook voor al die anderen die al zijn gedoopt: om geestelijke groei en geestelijke weerstand tegen alles wat tegen is: de duivel en zijn rijk, alles wat een mens schade kan doen.

Kijk maar weer naar hoe dat met Jezus is gegaan, hoe Hij – mens geworden – de Geest nodig had tegenover die verleidingen waaraan Hij werd blootgesteld, en dat ook namens ons en voor ons – de Bijbel zegt dat Jezus in elk opzicht net als wij op de proef is gesteld, maar dat Hij niet tot zonde is vervallen, dat Hij overeind bleef.
Dat geeft ons moed dat ook wij als we Jezus volgen en leven door zijn Geest, het kunnen volhouden om te geloven en achter Jezus aan te blijven gaan, en dat we dat onze kinderen mogen leren en vooral mogen voorleven, zoals jullie beloofd hebben.
Waar we elkaar bij nodig hebben, ook dat is vanmorgen gezegd: dat we deze ouders zullen steunen door gebed en door het goede voorbeeld van een christelijk leven, om er zo naar nodig en mogelijk is, aan mee te helpen dat onze kinderen groeien in het geloof, de genade, en het kennen van onze Heer Jezus Christus. Dank aan Jezus!

3. In de doop komt God heel dicht bij ons: als onze Vader.
De hemel stond boven Jezus daar bij de Jordaan wagenwijd open, en God zijn Vader keek als het ware blij en vol liefde en trots naar zijn Zoon op aarde, mens geworden en klaar om nu echt aan de grote opdracht te beginnen: Gods weggedwaalde en zoekgeraakte en verloren kinderen opzoeken en terugwinnen en weer thuisbrengen.
Het klinkt allemaal door in die stem uit de hemel: dit is nou mijn Zoon, ja echt, die gewone man uit Nazaret die hier in de rij op zijn beurt stond te wachten en die net als al die andere mannen en vrouwen, jong en oud,zich heeft laten dopen in de Jordaan.
En: wat houd ik veel van Hem, juist zo, nederig en gewillig, als echt een herder die zijn leven overheeft voor wie zijn schapen zijn, als echt sprekend Mij zijn Vader….

Ja, en let erop, heel bijzonder, dat zegt God als Jezus nog helemaal aan het begin staat van die grote opdracht, die lange lijdensweg, en niet pas als Hij zeggen kan:
Het is volbracht! – en Vader kan zeggen: goed gedaan, je bent trouw geweest
Nee, het staat vooraf al helemaal vast: jij bent mijn zoon, Ik houd zielsveel van jou!
Dat is echte liefde, onvoorwaardelijke liefde, van deze Vader voor deze Zoon!

Nou en dankzij die Zoon – geliefd Kind van zijn Vader – zegt God dat ook tegen u en jou en mij: jij bent mijn kind, Ik hou van jou, Ik heb plezier in jou en Ik ben blij met jou.
Houd dat vast en neem dat mee: dat God niet pas van ons houdt als wij iets voor Hem gepresteerd hebben, niet pas als wij zijn gaan geloven en voor Hem gekozen hebben, als wij ‘iets’ zijn en kunnen, maar zelfs al voordat wij geboren zijn en ook als een kind nooit tot dat bewuste geloof kan komen – denk aan zoveel beperkingen die er kunnen zijn – en als zoon of dochter niet tot belijdenis doen komt of afhaakt, blijf maar bidden en vertrouwen dat God trouw is en dat nooit loslaat wat Hij begonnen is.
En omdat God zo onbegrijpelijk en ongelofelijk en oneindig veel van ons houdt, ging Hij zover om zijn innig geliefde Zoon in te zetten en op te offeren om die dwarse, eigenzinnige, wegloperige kinderen als wij zijn, te zoeken en terug te winnen.
Ds. André Troost geeft er stem aan in zijn lied ‘Liefde is licht, opnieuw geboren’:“Hij heeft zijn kind aan ons verloren,Pasen schrijft zijn –Jezus’- geschiedenis” – we gaan het weer vieren volgende week – het lied eindigt zo – en denk maar aan die doop van Jezus en aan zijn kruis en open graf – en aan de doop steeds weer in de kerk – “boven mij (hem, haar, ons) gaat de hemel open: Gods liefde die ons wakker kust”.

Dat is misschien wel het mooiste en allerbelangrijkste van een christelijke opvoeding:
je kinderen meegeven en voorleven dat ze wie ze ook zijn en wat ze ook doen Gods geliefde kinderen zijn…en dat je als vader en moeder ook altijd van ze zult houden.
Dat je waarde niet afhangt van wat je presteert, of je het al of niet hebt gemaakt, of van hoe mensen tegen je aankijken – maar van wie je bent en hoe God je gemaakt hebt en wat Hij nog meer en mooier van je kan en wil maken – en van zijn trouw.
Dat die liefdevolle ogen waarmee God naar zijn Zoon Jezus keek ook zo naar jou kijken, naar ons en onze kinderen en naar al die anderen om ons heen en dat Hij het meent: jij bent mijn lieve zoon, mijn lieve dochter, wat ben ik blij met jou!

AMEN

Matteüs 25: Christelijke ‘mantelzorg’: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?

Liturgie morgendienst 12 november 2017

Welkom
Zingen: NLB 289 ‘Heer, het licht van uw liefde schittert’ – melodie Opw. 334
Heer, het licht van uw liefde schittert,
schijnt in donkere diepten, schittert;
Jezus, licht voor de wereld, verlicht ons
door de waarheid die u geeft, bevrijd ons.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Kom, Jezus, kom, vul dit land met uw Vaders glorie;
blaas, Geest, ons aan, zet ons hart in vlam,
stroom, overstroom alle naties met uw genade.
Geef ons uw woord, Heer, ontsteek hier het licht.
Heer, ik kom in uw stralend schijnsel,
uit de schaduw in uw nabijheid;
door uw Zoon mag ik staan in uw luister,
toets mij, test mij, verteer al mijn duister.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Heer, hoe meer wij uw helder licht zien
en de weerglans op uw gezicht zien, -
zal ons leven voor anderen stralen,
het verhaal van uw liefde vertalen.
Schijn in mij, schijn door mij.
Refr.
Moment van stilte en gebed
Votum en groet (Sela)Votum
Onze hulp en onze verwachting
is van God, onze Heer.
Hij die alles maakte,
laat niet los wat Hij begon.
Groet
Genade en vrede
van God, de Vader;
door Jezus, zijn Zoon, Immanuël.
Hij woont met zijn Geest in ons.
Hallelujah, hallelujah, amen!
Zingen: Ps. 146: 3,4,5 LB

Het verhaal van Sint-Maarten
Korte intro HvV

Gods leefregels uit Leviticus 19
zingen: Overnodig 63 ‘Mens van God, haat schone schijn’ – mel. Gz. 473

A Mens van God, haat schone schijn!
Rijk in liefde zul je zijn:
mantelzorger – als je mild,
gul je Meester volgen wilt.

V Als je zelf een mantel draagt
en een medemens je vraagt
bij te dragen in zijn nood,
zwijg je dan de ander dood?

M Als je graan hebt, velden vol,
handen, schuren overvol,
gun je dan een arme niet
waar jijzelf zo van geniet?

A Rijkdom geeft de goede God,
maar niet zonder zijn gebod:
maai geen randen van het veld –
arm wie alle aren telt.

M Tel geen aren, tel geen geld,
tel alleen de vrucht die telt:
liefde en geloof en hoop –
tel de druppels van je doop.

V Elke druppel is er één:
ga de wereld in, ga heen,
deel je mantel, deel de smart,
deel je rijkdom, deel je hart.

A Naakt, zijn mantel afgelegd,
heeft de Meester ons gezegd:
deel het brood en deel de wijn –
mantelzorger zul je zijn!

gebed
kinderlied
kinderen naar de KND

Bijbellezing: Jesaja 58: 6-11 en Lucas 3: 10-14
Zingen: NLB 973 ‘Om voor elkaar te zijn uw oog en oor’
Verkondiging: Matt. 25: 31-40
‘Christelijke mantelzorg: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’

Voorbereiding op de viering van het avondmaal
Gebed
Opwekking 765
Collecte – filmpje over HartHHW
Zingen: NLB 422: 1,2,3 ‘Laat de woorden die we hoorden’
Zegen
Amen: Gz. 456: 3

.Het verhaal van Sint-Maarten

11 november was de dag….je weet wel: dat jouw lichtje branden mocht.

Het was weer Sint-Maarten gisteren – wie van jullie is de deuren langs geweest…..?
En…veel snoep gekregen zeker…..
En wie van u heeft kinderen aan de deur gehad en heeft ze wat gegeven?

Maar weten jullie en weet u waar dat feest vandaan komt?

Daarover gaat dit korte filmpje….

Vanmorgen gaat de preek over wat we van Maarten – en vooral van Jezus – kunnen leren. Thema: Christelijke mantelzorg: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?

We gaan zo meteen ook een lied daarover zingen, gemaakt door ds André Troost,
met zeven coupletten, in wisselzang – alle zeven eerste letters vormen samen de naam Maarten – en er komt ook in terug wat o.m. in Leviticus 19 staat over zorg voor wie in Israël tekort kamen en zorg nodig hadden – een les ook voor ons – laten we eerst naar Gods leefregels uit Leviticus 19 luisteren en daarna dat lied zingen.

Gods leefregels Lwv. 19

Het lied Mens van God, haat schone schijn – op de melodie van gz. 473

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters, broeders, jong en al ouder,
dia 1

11 november was de dag…in 397 na Christus…dat bisschop Martinus van Tours (Maarten) nee..niet gestorven is…dat was op 8 november…maar werd begraven.
En daarom is 11 november de dag geworden dat hij wordt herdacht en vereerd.
Veel jongens zijn later naar hem genoemd: Maarten, of Martin, of Martinus…..
en meisjes ook natuurlijk: Martine, Maartje…zeker als ze geboren waren of gedoopt op 11 november, de naamdag van Sint-Maarten….ook Maarten Luther, geboren
op 10 november 483 en een dag later gedoopt – heeft zijn naam eraan te danken.

Oorspronkelijk is het trouwens een heidense naam, afgeleid van de oorlogsgod Mars.
Martinus/Maarten is: de strijdbare, de krijgshaftige; en die naam deed Maarten eer aan want als zoon van een militair begon ook hij zijn loopbaan in het leger – totdat hij koos voor een leven in dienst van koning Jezus –en eindigde als bisschop van Tours.
Een lied geeft het treffend weer: Sint Maarten strijdbaar man en ook: dienstbaar man.

Na zijn dood zijn in allerlei plaatsen, ook in Nederland kerken naar hem genoemd en werd hij de patroonheilige van veel steden zoals b.v. van Utrecht…en van allerlei beroepsgroepen zoals soldaten en wevers en kleermakers…..wat natuurlijk komt door dat verhaal over het doormidden snijden van zijn mantel en het geven van de helft van die mantel aan een arme bedelaar.

Het is een mooi verhaal dat zoals veel meer verhalen over goede daden en wonderen die heilige mannen zouden hebben gedaan, een kern van waarheid zal hebben maar waarbij de vraag is of het echt zo is gebeurd…..daarover verder niet, het is een opstapje naar wat de Here Jezus ons leert…en wat Maarten in die droom meegekregen zou hebben: wat je doet voor mensen die kwetsbaar zijn, in nood verkeren, hulp nodig hebben, heb je voor Jezus zelf gedaan…is geloven met de daad en leven naar het voorbeeld niet maar van een heilige als Sint Maarten maar naar het voorbeeld dat Jezus ons geeft.

dia 2 Christelijke mantelzorg: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?

1. Door te dienen
2. Door te delen
3. Door te doen

dia 3 Dienstbaar zijn.
Eerst nog even over dat woord ‘mantelzorg’. Er is wel gezegd dat die term ontleend is aan dat verhaal van Maarten en de mantel, maar dat schijnt toch niet te kloppen.
Maar het is wel een mooie lijn: mantelzorg is voor mensen als een warme deken.
Palliatieve zorg – zorg voor mensen in de stervensfase – is trouwens letterlijk ook een soort mantelzorg want pallium is een Latijns woord dat mantel betekent.
Maar als ik het over christelijke mantelzorg heb als hopelijk eigen aan de gemeente
bedoel ik dat toch wat ruimer en wat anders dan wat meestal zo genoemd wordt:het zorgen voor een vader of moeder die zichzelf niet meer redden kan, of het regelmatig omkijken naar een buurvrouw die de deur niet meer uit kan, als aanvulling op of vervanging voor de professionele thuiszorg of zorg van de wijkverpleging. Het is goed dat de overheid maar ook wij samen als burgers en zeker als christenen om al die mantelzorgers heen staan en dat ze ruimte krijgen voor dat belangrijke werk.
Afgelopen vrijdag werd er terecht weer aandacht voor gevraagd door de ‘Dag van
de mantelzorg – dia 4 hoe belangrijk is het werk dat vaak in stilte elke dag gebeurt!

Maar vanmorgen gaat het om meer: hoe zijn wij binnen de gemeente voor elkaar waar nodig mantelzorgers, en wat kun je als christen en kunnen we als kerk voor de mensen om ons heen betekenen: in de straat, in de buurt, op ons werk, in het dorp..
Wat weer veel meer op ons bordje komt nu de overheid stappen terug doet dia 5
en de tijden terugkomen dat op de kerken en christelijke hulpverleningsorganisaties als het Leger des Heils , Stichting Present en in het buitenland Kerk in Actie, de ZOA, en noem ze allemaal maar op, steeds vaker een beroep wordt gedaan voor hulp…en dan komt ook op u en jou de vraag af: wat kan ik doen, wat komt er op mijn pad…en
ook: wat kan en wil ik geven, aan tijd, aan aandacht, aan zorg, en ook aan geld….?

Wat dichtbij begint: in eigen gezin en familie, en ook in de kerk, en dan in de straat
Zoals Paulus dat bedoelt als hij zijn lezers en ons dus ook aanspoort: “Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor ons geloofsgenoten” (Gal. 6: 10) – en dat is niet zoiets als ‘eigen volk eerst’ of ‘het hemd is nader dan de rok’, maar wel heel praktisch dat je dichtbij huis als eerste een taak hebt, bij de bestaande en meest dichtbije contacten, en dat de gemeente zo ook een oefenplek is om te leren liefde te bewijzen en hulp te bieden, om van daaruit ook te kijken wat je persoonlijk en ook samen kunt betekenen voor mensen om je heen.

Nou, en daarvoor is allereerst nodig dat je als christen bereid bent om te dienen.
Zoals de Heer ons dat heeft voorgehouden en voorgeleefd en voorgedaan, wat Hij heel zichtbaar maakte toen Hij de voeten van zijn leerlingen waste en hen en ons meegaf: “Ik ben jullie Heer en meester en toch heb Ik jullie voeten gewassen.Daarom moeten jullie ook elkaars voeten wassen. Ik heb jullie het goede voorbeeld gegeven. Wat Ik voor jullie gedaan heb, moeten jullie ook voor elkaar doen”. dia 6
Maar aan dat doen gaat vooraf wat je houding is, hoe we naar elkaar kijken en hoe we met elkaar willen omgaan, en hoe we ook als christenen zijn in de samenleving.
Ik las ergens dat Jezus niet maar kijkt naar onze buitenkant, naar wat we doen: “Hij kijkt veel dieper dan dat. Wat doet mijn genade in jouw leven? In hoeverre ben jij op
Mij gaan lijken in zorg en aandacht voor kwetsbare mensen in nood?Is jouw hart
veranderd door mijn oneindige liefde voor jou?” . Dan komen we steeds terug aan de voet van het kruis waar Jezus hing en leed en stierf voor mij, maar ook voor die ander voor of achter me in de kerk, en naast me in de straat, en bij me op het werk.
En dan gaan we steeds meer met de ogen van Jezus naar die ander kijken, ook naar hem die me niet ligt of naar haar die we niet zo leuk behandeld heeft, en dan is het echt een vraag uit het hart hoe die ander te dienen en als Christus voor hem te zijn.
Wat begint met echt contact zoeken en tijd nemen om te luisteren en de ander te begrijpen en zijn of haar verhaal serieus te nemen, en samen op te gaan lopen.
Dienstbaar je opstellen begint ermee welke plek ik in mijn hart en leven geef aan medemensen dichtbij en daarna ook verder weg, of ze mij een zorg zijn, en zelfs of ik ze zie als een cadeau van God aan mij en tegelijk als een opdracht en uitdaging. En diensbaar zijn is ook dat ik die ander de ruimte gun of geef om zichzelf te zijn, anders dan ik ben en vast ook anders dan ik denk over dingen en dingen aanvoel – dat ik niet me meer voel dan…maar juist bereid ben de minste te zijn en me op te offeren als dat die ander helpt en Jezus dat van me vraagt – dat ik het met de apostel eens ben dat geven meer is dan krijgen, en dat ik ook eerlijk ben over wat ik wel en niet kan geven – want niemand is minder en niemand is meer, we zijn aan elkaar gegeven om elkaar te dienen – dat leren we van Petrus die dat zelf ook eerst heeft moeten leren: “Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade” (1 Petrus 5:5). En eerder in diezelfde brief: “Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn” (3: 8). Wat Petrus van zijn Heer had geleerd! dia 7

Als we dat met elkaar oefenen in de gemeente, en dan vooral vaak in deze spiegel van God kijken – en vaak denken aan Jezus – dan verandert er veel ten goede – en ik ben ervan overtuigd dat er nog veel veranderen kan en veranderen moet, en dan kunnen we ook veel betekenen voor Nederland.
In dat verhaal over de Koning die rechtspreekt en de mensen beoordeelt op hoe ze elkaar en anderen van dienst zijn geweest of niet, worden zes concrete voorbeelden genoemd van het omkijken naar en zorgen voor kwetsbare en noodlijdende mensen.
In de Middeleeuwen en ook later werd er het begraven van doden aan toegevoegd en had met het over de ‘zeven werken van barmhartigheid’ – dia 8 (even langslopen)
Het zijn allemaal concrete vormen van dienstbetoon waarin je vanuit de kerk en als christenen veel kunt betekenen voor mensen aan de rand en in de verdrukking, wat ermee begint dat je ook en juist die mensen ziet als gelijkwaardig en mensen van God – dienen is niet om zelf eer te behalen maar juist om er te zijn voor mensen aan wie naar de mens gesproken geen eer te behalen valt – zo krijgt God alle eer!

dia 9 2. in een zorgzame gemeente is er de bereidheid om te delen.

Die oude verhalen over Sint Maarten gaan erover dat hij wat hij had wilde delen met mensen die minder of niets hadden: hij had al veel weggegeven en toen hij die bedelaar tegenkwam en alleen nog zijn soldatenmantel had, deelde hij die ook nog.
Nog eens: of het allemaal echt zo gebeurd is, weten we niet, maar de boodschap die eruit spreekt is indringend – daarom wordt al heel lang Sint Maarten gevierd dia 10 en verbonden met het geven aan wie minder heeft – daar is dat bedelen om snoep door kinderen die eigenlijk niets te kort komen, eigenlijk een slap aftreksel van – ik
gun jullie het plezier en dat snoep, maar als je echt doet als Sint Maarten deed, eet je niet alles alleen op maar wil je ook delen – en zelfs uitdelen aan wie minder heeft….
In de Bijbel gaat het ook vaak over willen delen van wat God ons gegeven heeft.
Het is zelfs een kenmerk van gemeente-zijn, denk maar aan de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem waarover we lezen: “Alle gelovigen kwamen steeds bij elkaar. Ze deelden alles wat ze hadden”….”Geen van hen beschouwde zijn bezttingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk.
…Niemand van hen leed enig gebrek.” (Handelingen 2: 44: 4: 32 en 34). Om dat laatste ging het, dat niemand gebrek leed….je mocht best eigen geld en bezit hebben maar je was ook bereid om te delen als anderen tekort of niets hadden.
Zoals later Paulus schrijft over de gemeente waarvan de leden als lichaamsdelen op elkaar ingespeeld zijn en elkaar nodig hebben en voor elkaar zorgen. dia 11. Alle lichaamsdelen moeten voor elkaar zorgen: als het ene lichaamsdeel pijn heeft, lijdt het hele lichaam eronder, en als het met een lichaamsdeel goed gaat, profiteert de rest daar ook van; nou, zo is dat ook in dat lichaam dat je als gemeente bent dia 12.

Daaruit is al duidelijk dat als het gaat over delen, het niet alleen en zelfs niet op de eerste plaats gaat over geld en bezit, over geven aan de kerk en aan goede doelen, al hoort dat er ook bij, denk ook aan de collecten voor diaconale doelen – maar ik las: “We zijn er niet met incidenteel of periodiek een diaconale activiteit of een gift aan een goed doel. Het gaat om onze aandacht, tijd en volharding.” En dat begint binnen de gemeente, nog een citaat: “Denk bijvoorbeeld aan het bezoeken van zieken en eenzamen en aan het uitnodigen van nieuwe gemeenteleden voor een maaltijd.” We mogen dankbaar zijn voor veel dat al gebeurt en georganiseerd wordt.
Voor wat de ouderlingen doen en de diakenen, de bezoekbroeders en –zusters, de alleengaandengroep, Wijs met Grijs, de Jeugdraad – te veel om op te noemen,mooi!
Maar pas op dat we gaan afschuiven: daar hebben we…..vul maar in……wel voor.
Kijk vooral ook wat je zelf in eigen omgeving doen kunt, wat je kunt betekenen voor een ander, hoe je jouw gaven en mogelijkheden kunt inzetten, en wat je grenzen zijn.
In het bevestigingsformulier van diakenen binnen de GKv staat mooi: “De Heer roept ook nu op tot het betonen van gastvrijheid, offervaardigheid en barmhartigheid, om i
zwakken en hulpbehoevenden volop te laten delen in de blijdschap van Gods volk.
In de gemeente van Christus mag niemand ongetroost leven in ziekte, eenzaamheid of armoede”. Het is waar dat de diakenen daarin een stimulerende en coördinerende taak hebben, maar het blijft de verantwoordelijkheid van ons samen, nog eens dat formulier als tegen de diakenen wordt gezegd dat ze de gemeente een goed voorbeeld moeten geven “van de onderlinge zorg waartoe Christus ons allen oproept.” Het avondmaal dat we volgende zondag weer gaan vieren maakt de band zichtbaar die we hebben met elkaar doordat we samen aan Christus verbonden zijn.
Dat lezen we ook meteen van de gemeente in Jeruzalem: ze braken het brood – en daarom was er ook de zorg voor elkaar naar het voorbeeld dat de Heer ons geeft.

Ja, en dan blijft dat niet binnen de muren van de kerk, dat formulier van zonet trekt het breder: “zo zullen we als gemeente groeien in liefde voor elkaar en voor alle mensen”. Als christenen hebben we ook een taak om waar nodig en mogelijk om te kijken naar mensen buiten de kerk die in nood zijn, zoals dak-en thuislozen, mensen die eenzaam zijn, gevangenen, en – heel actueel – vluchtelingen en asielzoekers.
Denk ook maar aan de voedselbank, vrijwilligers die nodig zijn om asielzoekers te begeleiden en ze te helpen met de taal, en bij te springen bij ziekte en andere problemen, en wat doen we als een al geworteld gezin of kinderen uitgezet dreigen
te worden – volgen we dan lijdzaam de overheid of komen we in actie voor hen?
Lastige vragen die je als kerken samen onder ogen kunt zien: alleen lukt het niet.
In de oude christelijke kerk was het een kerntaak: omzien naar mensen in nood.
Er zijn veel voorbeelden van zorg voor armen, gevangenen, slachtoffers van rampen en epidemieën, met vaak schaarse middelen en mogelijkheden deed met toch veel. En toen na enkele eeuwen het christendom erkende staatsgodsdienst werd, werd de zorg uitgebreid en professioneler en kwamen er hospitalen, opvang voor zwervers en vreemdelingen, hofjes voor oudere alleenstaande vrouwen, en vanuit de kloosters is heel veel gedaan om nood te lenigen, zieken te verzorgen, en gastvrijheid te bieden.
dia 13
Ik las: “Deze traditie doet een beroep op kerken en christenen om de zorg voor mensen hoog op de agenda te hebben staan, binnen kerken en in de samenleving.
Zorg voor de zwakken.” Dat is blijkbaar waar Jezus als rechter ons op zal afrekenen, zoals we ervan gelezen hebben: wat je gedaan hebt voor de minsten van mijn broeders en zusters, dat heb je voor Mij gedaan – of niet gedaan. Want geloven is niet Heer Heer zeggen of zingen, maar doen wat Vader van ons wilen vraagt. En dat is dat we leven naar het voorbeeld van Jezus, en delen wat Hij ons in beheer geeft.

dia 14 3. En dan komt het aan op dat ook te doen.

We hebben het al gehoord van Jezus dat Heer Heer zeggen – goede dingen over God en Jezus zeggen, en veel en enthouasiast zingen over en voor Hem – of recht in de leer zijn en elkaar aan die leer houden, en anderen de weg van Jezus wijzen –
niet is waar je bij God mee weg komt; Jezus zei: doe je ook wat je Vader graag ziet?
Zijn broer Jakobus schreef over levend geloof dat uitkomt in daden van geloof: “Voor God, de Vader, is alleen die zuivere, reine godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk leven” (1:27).
dia 15
Nee, dan hoeft niet iedereen op bezoek in de gevangenis of naar een AZC, en we kunnen niet als één kerk iedereen die in onze dorpen in nood is helpen – maar we kunnen wel oog en oor en hart leren open te zetten en te kijken wat we ieder voor zich en als nieuwe gemeente, en samen als kerken in Langedijk, meer kunnen doen.
Er zijn door heel het land heen allerlei initiatieven die inspireren en waarvan we kunnen leren – landelijk zijn er adviescentra vanuit onze kerken en vanuit de PKN.
Christelijke hulporganisaties hebben veel knowhow en ervaring in huis om ons op weg te helpen, en ook de burgerlijke gemeentes staan steeds meer open voor contact met en hulpverlening vanuit en samen met de kerken.

Het zou mooi zijn om als alle stof van het samengaan-proces is neergedaald, hier werk van te maken; Ik ben ervan overtuigd dat samen iets doen, voor elkaar en voor anderen, ook erg goed kan werken om elkaar beter te leren kennen en naar elkaar toe te groeien, en dat dan de perikelen die er waren en nog zijn, overkomelijk zijn.

Als we niets liever willen dan elkaar en anderen dienen, en als Christus voor ze zijn.
En daar dan niet minder of armer van beter en rijker van worden, zelf en ook samen.
Want dan mogen we – vaak tot onze verrassing ervaren – dat die ander ook bereid is mij te dienen, en als Christus voor mij wil zijn – en dan wordt een mooie tijd, samen!

amen
dia 16

Handelingen 27: 24 en 28: 30-31: Jezus’ evangelie lijdt geen schipbreuk

liturgie morgendienst zondag 22 oktober 2017 BoL

welkom
zingen: Ps. 29: 1,2,6 LB ‘Gij die hoog verheven zijt’
.moment van stilte en gebed
votum en groet
zingen: Ps. 93: 1,2,3 Levensliederen

1. De HEER regeert, gehuld in majesteit,
gekleed in almacht en hoogwaardigheid.
De wereld raakt beslist niet uit haar baan:
uw troon zal net als u altijd bestaan.

2. De oceanen bulderen, o HEER!
Ze daveren, de golven storten neer.
Maar boven storm op zee en waterkracht
heerst God de HEER met grote overmacht.

3. Wat u bedenkt is ongeëvenaard.
Wat u besluit is ons vertrouwen waard.
Uw niet te overtreffen heiligheid
versiert uw huis, HEER, tot in eeuwigheid.

inleiding op Gods leefregels

zingen: NLB 310 ‘Eén is de HEER, de God der goden’
(1 A; 2 A; 3 M, 4 V, 5 A)

gebed
kinderlied
kinderen naar KND
Schriftlezing: Handelingen 27
zingen: Ps. 107: 8,9,10 GK ‘Er waren handelaren, op schepen rijk bevracht’
verkondiging Hand. 27: 24 en 28: 30-31 ‘Jezus’ evangelie lijdt geen schipbreuk’.
zingen: Ps. 68: 7,8,11 LB ‘God zij geprezen met ontzag’
gebed
collecte
slotzang: Gz. 299: 1,2,4,10 ‘Voor alle heilgen in de heerlijkheid’
zegen
amen: .Ps. 89 laatste regel

Dia 1
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Wat zou die Paulus het makkelijker hebben gehad als hij in onze tijd had geleefd!
Ik bedoel: wat zou hij makkelijker en sneller de wereld over hebben kunnen reizen.
Als vandaag aan de dag een zendeling erop uit gestuurd wordt, b.v. naar Afrika,
dan pakt zo’n man met z’n gezin het vliegtuig en hij is er binnen één dag. Binnen Europa kun je met de auto en dan lukt dat met enkele dagen best en heb je geen auto dan rijden er ook nog treinen en je spullen gaan met een vrachtwagen.
Vroeger ging dat ook in Nederland heel wat langzamer en moeizamer dan nu:
met een trekschuit of met paard en wagen…en uren en uren lopen..

Maar ach, die arme Paulus, wat heeft die man wat afgereisd en ook afgezien .
In een boek daarover maakt de schrijver een schatting van het aantal kilometers en hij komt op zo’n 16.000 uit, daarvan ongeveer 9000 km. over zee, per schip, en de rest meestal te voet….over lang niet altijd goed bestrate wegen, al had het Romeinse rijk van zijn tijd wel veel betere wegen en was het een stuk veiliger dan het daarvoor was – je zou kunnen zeggen dat God die alles regeert, de wegen voor zijn apostelen met zijn evangelie ook zo gebaand had.

Toch was het een hele onderneming met best heel wat risico’s en de nodige ontberingen en tegenslagen. Paulus vertelt in 2 Kor. 11 iets (lang niet alles) over wat hij zoal had meegemaakt onderweg: Ik heb driemaal schipbreuk geleden. Eén keer heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven. Voortdurend was ik onderweg, bedreigd door rivieren, rovers, volksgenoten en vreemdelingen., in gevaar in de stad, in de woestijn, op zee…Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak zonder te eten, verkleumd en zonder kleren”. En dan ook nog – dat heb ik nu weggelaten, allerlei narigheid als gevangenschap en slaag.
Als je dat dan allemaal leest van Paulus, denk je: waarom deed die man dat allemaal? Vraag jezelf maar af: zou ik dat kunnen opbrengen, en voor mijn geloof wel over hebben? Waarom Paulus wel….en met het oog op de tekst: waarom wou hij perse naar Rome?

We weten dat natuurlijk wel omdat Paulus daar zelf meer dan eens over geschreven heeft.. en omdat het ook de rode draad is in wat het boek Handelingen over de apostel vertelt.Toen Paulus tot bekering gekomen was, had hij zijn levensopdracht meteen meegekregen:een instrument zijn van God om zijn naam -zijn boodschap- uit te dragen onder volken en koningen. Paulus had een kostbare lading te vervoeren: het evangelie van redding door de Here Jezus voor iedereen die gelooft – en dat evangelie moest ook naar Rome, de hoofdstad van de wereld en naar wie toen gold als de machtigste man van de wereld, keizer Nero….

We hebben gelezen van Paulus maandenlange reis daar naar toe – als gevangene – maar wonderlijk: tegelijk als de man aan wie blijkbaar al zijn medereizigers hun overleven te danken hadden.
Dia 2
Jezus’ evangelie lijdt geen schipbreuk
1. dat evangelie bereikt zijn doel, zelfs door de zwaarste stormen heen;
2. dat evangelie is de reddingsboei waardoor een mens het hoofd boven water houdt;
3. dat evangelie brengt je, dwars door de diepten heen, veilig aan land.

1. het evangelie bereikt zijn doel, zelfs door de zwaarste stormen heen
Dia 3
Geloven betekent niet dat het je altijd voor de wind gaat, dat je leven gladjes verloopt. Het kan geweldig stormen in je leven, je kunt in zwaar weer terecht komen… zelfs zo dat je heen en weer geslingerd wordt en je geloof schipbreuk dreigt te lijden. Als er één gelovige is die dat aan den lijve ervaren heeft,is dat wel Jezus’ knecht Paulus. We hebben al van hem zelf gehoord wat hij zelf over zijn belevenissen als apostel vertelt. Ergens anders heeft hij het erover dat een knecht van satan keer op keer op hem losbeukt, om hem maar als apostel te laten mislukken….en ook nog zijn geloof schipbreuk te laten lijden. Nou, dat leek satan uiteindelijk aardig gelukt: Paulus zat al een paar jaar achter de tralies. Je zou zeggen: wat kon die Paulus nog doen voor zijn Heer, met zijn boeien en in zijn cel en zo een speelbal van hoge heren….vastgelopen toch…mislukt..
Dia 4
Toch lijkt dat maar zo, in het echt is het juist precies andersom.
In een van zijn brieven spreekt Paulus zichzelf en ons moed in: Gods Woord is niet geboeid.En dat komt juist zo prachtig aan het licht als Paulus ervoor kiest zijn zaak aan de keizer voor te leggen. Dat is geen noodsprong, omdat hij anders levenslang gevangen moet blijven….nee, want wie zal zeggen dat de keizer hem vrijlaat? misschien kost het hem wel de kop.

Toen Paulus net gevangen genomen was, kreeg hij in de nacht in zijn cel een boodschap van God: Geef de moed niet op, Paulus..je hebt van Mij getuigd in Jeruzalem, zo moet je dat ook doen in Rome. Dat was wat..in Rome….waar de machtige keizer woonde…die zelfs dacht dat hij een god was…Tegen die keizer zeggen dat er een andere Heer is, die alle macht heeft ook over het romeinse rijk…In Rome preken over Jezus uit het verre Nazaret, gekruisigd door een Romeinse stadhouder, maar weer opgestaan uit de dood….je moet maar durven…is dat niet levensgevaarlijk….Maar Paulus had al eerder aan de christenen in Rome geschreven: ik schaam mij daar niet voor, want dat is ook voor Rome het goede nieuws dat ze nodig hebben….Jezus die alleen redden kan.

Eindelijk is het zover: de reis naar het verre Italië en naar het paleis van de keizer gaat beginnen. Wat anders dan het nu zou gaan als gevangenen vervoerd worden naar een of andere gevangenis. Niet met een boevenwagen of in een extra beveiligd vliegtuig of op een oorlogsschip. Nee, de gevangenen en hun bewakers gaan samen met andere passagiers mee met een vrachtschip. Onderweg stappen ze ook nog over, op een schip dat als lading koren vervoert van Egypte naar Rome. Ook zo lang geleden werd er veel gereisd, was er handel in van alles en nog was, en werden spullen over land of over de zee overal heen gebracht, wat soms weken of maanden duurde.
Dia 5
Dat reizen bracht ook zo z’n gevaren mee, zeker ook op zee, er zijn ook heel wat schepen vergaan. Schepen die nog geen motor hadden – zeilschepen met meestal ook een stel slaven als roeiers – schepen van hout die lang niet zo groot en sterk waren als de schepen van tegenwoordig. Eerst ging alles goed maar toen het langzamerhand herfst werd en het weer slechter begon te worden, en toen de kapitein ondanks de waarschuwing van Paulus toch besloot door te varen, stak de storm op. Zeg trouwens niet te gauw dat die schipper maar eigenwijs was dat hij niet naar Paulus luisterde. Waarom zou hij? Hij had zoveel meer ervaring en kende deze zee als geen ander…..zou zo’n landrot als Paulus, bovendien nog een gevangene ook, het beter weten dan een rot in het vak.
Dia 6
Wist die kapitein veel, van dat Paulus niet maar een arrestant was maar een knecht van God.Juist dat zou dwars door de storm en de dreigende schipbreuk heen steeds duidelijker worden. Je ziet hoe op dat schip in zwaar weer en tussen huizenhoge golven, steeds meer ontzag groeit voor Paulus. Eerst werd zijn advies in de wind geslagen, later gaan ze luisteren, op het eind is Paulus hun redding.

Ja maar dat is niet de verdienste van Paulus, van zijn rust en moed, maar dat is het werk van God. O, Paulus is vast ook bang geweest. Niet voor niets komt die engel langs: je hoeft niet bang te zijn.En waarom niet? Nou, daarom niet, omdat het evangelie dat Paulus als het ware vervoert,om dat als brood van leven naar Rome te brengen en zelfs aan de keizer, geen schipbreuk kan lijden.Die engel zegt: je zult niet verdrinken want jij moet en jij zult veilig bij de keizer aankomen!

Zo is het ook gebeurd: ook dit scheepje staat onder Jezus’ hoede..en heeft veilig strand voor oog. Want het heeft Vaders Zoon aan boord…in zijn evangelie dat de wereld in moet, van laag tot hoog.Dat doel wordt bereikt: Paulus mag straks zonder dat hem iets in de weg wordt gelegd, evangeliseren.En van Rome is het grote nieuws verder verteld, ook waar wij wonen, en nog altijd gaat et verder.Zie je wel dat Jezus’ boodschap niet tegen te houden is, en doorgaat…nog steeds….totdat het werk af is..

Dia 7 2. dat evangelie is de reddingsboei waardoor een mens het hoofd boven water houdt.

Hoe langer de strijd van de bemanning tegen de storm en de golven duurde
en hoe hopelozer het er uitzag – tot ze de hoop om het nog te redden helemaal hadden opgegeven, des te meer Paulus voor zijn medepassagiers uitgroeide tot een rots in de branding, een man die rust en vertrouwen uitstraalde en die ze er allemaal steeds weer bovenop hielp. Het kan geweldig helpen, als paniek uitbreekt bij brand of een andere ramp of op een zinkend schip,als er zijn die het hoofd koel houden, weten wat je vooral wel en niet moet doen, die de leiding nemen. Op dat schip met die ruim 270 passagiers en bemanning, onder wie de soldaten met hun gevangenen, was het Paulus die steeds de moed erin hield: het komt goed, geen paniek, eet nou eindelijk eens wat..maar dat lag niet aan zijn rust of optimisme, ook niet aan zijn karakter of leiderscapaciteiten…nee, Paulus wist van de grote Kapitein, en van zijn opdracht die niet mocht en zou mislukken.Een opdracht die gericht was op de redding van mensen….ook van deze mensen op dit schip.

Het verrassend mooie van onze tekst is dat die boodschapper van God niet alleen zegt:nou Paulus, maak je niet benauwd, jij zult in elk geval in Rome komen….daar zorgt de Here wel voor…terwijl dan misschien veel van die andere opvarenden het niet zouden overleven, zouden verdrinken. Nee, dat Paulus aan boord van dit schip was, zou voor al die andere mensen redding betekenen:“en zie, allen die met jou meevaren, Paulus, heeft God jou geschonken….jou toevertrouwd”.
Dia 8
Om zo te zeggen is hun leven gekoppeld aan dat van Paulus, is hij hun reddingsboei.
Maar dan moeten ze ook niet proberen op eigen houtje het vege lijf te redden.
Paulus waarschuwt dan ook: wie niet aan boord blijft, die kan niet worden gered.
Nog eens: niet omdat die Paulus het altijd beter weet, nog beter dan de mannen van het vak…maar omdat hij de drager en de brenger van het evangelie is van de redding door Jezus alleen. Er zit een uitnodigende boodschap in: dat evangelie van Jezus is een beproefde reddingsboei waardoor mensen die dreigen kopje onder te gaan toch het hoofd boven water kunnen houden en zelfs de zwaarste stormen overleven kan. Dat wil God:dat alle mensen gered worden! Dat een mens zijn bestemming bereikt.
Dia 9
Het is precies de omgekeerde wereld nu: wie is eigenlijke de gevangene daar in boord? Paulus natuurlijk zult u zeggen, en die anderen onderweg naar de gevangenis van de keizer. Paulus die al jaren uitgeschakeld leek, achter de tralies, een vergeten arrestant.Paulus van wie de handen geboeid zijn en de bewegingsvrijheid beperkt en onschuldig vastgezet..

Maar die engel zegt: al die mensen op dit zwalkende schip zijn eigenlijk jouw gevangenenen hun vrijheid hangt af van jouw redding – van het verdergaan van dat evangelie dat jij vervoert en dat veilig moet aankomen op de bestemde plek, in dat huis waar Paulus huisarrest zal krijgenmaar dat een centrum van evangelisatie en gemeente-opbouw zal worden in die grote wereldstad.
Dia 10
Neem het mee en laat het op u inwerken: allen die met u meevaren heeft God u geschonken.En denk aan deze wereld onderweg naar de grote dag, en al die mensen die met ons meevaren. Eeuwen voordat Paulus leefde, bad zijn en onze voorvader Abraham voor het behoud van zijn wereld terwille van misschien een handjevol rechtvaardigen: Heer, ontferm U over die allen Een andere apostel schreef: de Here heeft nog geduld want Hij wil niet dat sommigen verloren
gaan maar dat ze zich gaan bekeren – wees blij met Gods geduld want dat is ook jouw redding.

Gemeente, het evangelie van de Here Jezus is de enige reddingsboei waarmee een mens het hoofd boven water kan houden – pak dan die reddingsboei en gooi die ook naar anderen uit. Opdat velen zich vastklampen aan Jezus en komen schuilen bij zijn evangelie en in zijn kerk en zo gered worden: nemen we – als ark van verlossing – ook allen die in nood zijn, op? Laten we niemand over boord vallen, of tussen wal en schip? Hebben we hart voor Langedijk, voor Schagen, en voor al die plaatsen waar we wonen en werken, voor al die mensen die God op onze weg zet?

Dia 11 3. dat evangelie brengt je, dwars door de diepten heen, veilig aan land.

Allemaal kwamen ze veilig aan land. En na Malta ging het verder. Naar Rome.
Hoe het verder met hem ging, vertelt Lucas niet. Niet of hij bij de keizer is geweest en hoe dat ging. Anderen melden: Paulus eindigde zijn leven op het schavot. Maar nee, dat is niet echt het einde. Want wie gelooft, mag zeker weten: je komt echt veilig aan land.Paulus eindigt er zijn laatste brief mee: dia 12 de Heer zal “me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen.” (2 Tim. 4: 18)

Met dat geloof lijdt je leven geen schipbreuk: al gaat het soms heel diep, je bereikt zeker de veilige haven. En de overwinning is de grote Koning, die heerst van zee tot zee en over heel de aarde. “Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.”

Matteüs 20: 1-16 ‘Loon naar werken…of toch niet?

Liturgie morgendienst 24 september 2017

Welkom

Zingen: Ps. 65: 1,2 Levensliederen
1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
u zult van ons de dank ontvangen
die u is toegezegd.
U hoort wat mensen aan u vragen,
bij u komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat u ons vergeeft.
2. Gelukkig wie u wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij u thuis.
U antwoordt machtig en rechtvaardig,
u redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.

Moment van stilte en persoonlijk gebed

Votum en groet

Zingen: Ps. 65: 3,4,5 Levensliederen
3 U die de bergen wist te vormen
– een machtig mooi idee! –
u stilt verwoestend zware stormen,
het schuimen van de zee.
U stopt het woeden van de volken,
vervult hen met ontzag.
Zelfs mensen heel ver weg vertolken
luid juichend uw gezag.
4. U onderhoudt het land met regen
en zorgt dat alles groeit.
U geeft rivieren vol met zegen,
zodat de akker bloeit.
U maakt het land geschikt voor koren,
uw arm raakt nooit vermoeid:
u klieft de kluiten, vult de voren
en zegent al wat groeit.
5. U kroont het jaar met uw geschenken,
het druipt van overvloed.
U wilt het droge land doordrenken,
wat bent u gul en goed!
De dalen kleuren blond van koren
de weiden bont van vee,
De heuvels laten van zich horen,
de bergen juichen mee.

Gods leefregels uit Leviticus 19: 1-18

Zingen: Opwekking 244 ‘Welzalig de man die niet wandelt’

Gebed

Kinderlied

Kinderen naar de KND

Bijbellezing: Matt. 19: 23 – 20: 16

Lied: ‘Jij krijgt evenveel’ (Hemelhoog lied 95)

Verkondiging : Loon naar werken, of toch niet?

Zingen: Ps. 81: 1,4,8,9 (LB) ‘Jubelt, God ter eer, Hij is onze sterkte’

Voorbereiding H. A

Zingen: Opwekking 737 ‘U nodigt mij aan tafel’

Kinderen terug in de kerk

Gebed

Collecte – zingen Opwekking??

Zingen: Gz. 456: 1,2 ‘Zegen ons, Algoede’

Zegen

Amen : Gz. 456: 3
——————————————————————————————

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Wie van jullie werkt fulltime, 40 uur per week of meer, in dienst, of voor uzelf?
Ik denk: met een eigen zaak of als zzp’er, is het meestal veel meer dan 40 uur.
En wie van jullie heeft een parttime baan, van b.v. 20 uur per week, of minder?
Als dat voor hetzelfde bedrijf is, is het logisch dat wie de hele week werkt, heel
wat meer zal verdienen dan wie 2 of 3 dagen in dienst is – loon naar werk, toch?
En ervaring telt ook, en dienstjaren, en het soort functie – er zit heel wat afstand
tussen de directeur en de jongere met een minimumloon – soms zoveel afstand
dat er vraagtekens bij te zetten zijn: als b.v. de top zich verrijkt en geld over de
balk smijt terwijl onderop er geen ruimte is voor loonsverhoging, er fors wordt
bezuinigd, en zelfs mensen ontslagen worden, dan voelt dat als onrechtvaardig.
Maar verschil in beloning tussen fulltimers en parttimers, dat snapt iedereen.
En dat overwerk en extra prestatie leidt tot extra beloning, is ook normaal, toch?

Maar stel je voor dat je een drukke fulltime baan hebt, elke week vijf lange dagen
met soms ook nog overwerk, en met volledige inzet, terwijl er ook collega’s zijn
die twee of drie dagen hetzelfde soort werk doen, en je merkt dat zij precies
hetzelfde verdienen als jij – en dat ook de stagiair voor 1dag het volle pond
krijgt aan het eind van de maand – dat kan niet natuurlijk, en dat pik jij niet.
Als een bedrijf zoiets raars zou doen, wordt meteen aan de bel getrokken
en breekt een opstand uit, wordt de vakbond ingeschakeld, en de media….
Want dat is grof onrecht natuurlijk, vooral tegenover wie de hele week werkt.
En ook al gun je die collega alle goeds, jij verdient toch wel meer dan hij of zij.
Laten we met dat in het achterhoofd gaan luisteren naar dat verhaal van Jezus
over de werkers in de wijngaard, en over de uitbetaling aan het eind van de dag.

Ik stel me zo voor dat het gaat om seizoenswerk, in de tijd van de druivenoogst.
Dan red je het als wijnboer niet met je gezin en met je vaste arbeidskrachten.
Er moeten in die paar drukke weken extra mensen worden aangetrokken om
de oogst op tijd binnen te halen en de druiven te persen en tot wijn te verwerken.
Zo gaat dat eigenlijk nog steeds, ook in Nederland, waar vaak een beroep wordt
gedaan op seizoenswerkers uit b.v. Oost-Europa, om aardbeien te plukken of asperges te steken, bollen te pellen en nu weer hier voor het koolseizoen….
Vaak zijn het dan uitzendbureaus die bemiddelen en die werkgevers en werknemers bij elkaar brengen, en ook verantwoordelijk zijn voor goede arbeidsvoorwaarden.

Je ziet in dat verhaal van Jezus net zoiets; alleen is nu het centrum van het dorp
de ontmoetingsplek van werkgevers en werkzoekenden – een soort speeddate.
De wijnboer uit dit verhaal heeft dringend werkers nodig voor zijn oogst, en hij gaat daarom naar de plek waar de werkzoekenden zich verzamelen, en waar vroeg in de morgen – 6 uur in de ochtend – al mannen staan die graag aan de slag willen.
Met de afspraak dat ze 1 denarie krijgen – wat toen het normale arbeidsloon was voor 1 dag werken – gaat de eerste ploeg mee om in de wijngaard te gaan werken.
Drie uur later gaat de boer weer naar de markt want er zijn nog meer mensen nodig.
Weer blijken er werkzoekenden te staan, die wel aan de slag willen bij die wijnboer.
Zij krijgen de toezegging mee dat ze een eerlijk loon zullen krijgen, en ze gaan mee.
Hetzelfde scenario herhaalt zich om 12 uur en om 3 uur ’s middags – werk genoeg.
Ja, en vreemd genoeg gaat de wijnbouwer zelfs om 5 uur ’s middags nog een keer naar het plaatselijk uitzendbureau want zelfs werkers voor 1 uur zijn nog welkom.
Ook dan blijken er nog lui op de markt te staan afwachten of iemand werk voor ze heeft, wat de wijnboer tot de verbaasde vraag brengt waarom ze er nog staan:
“waarom staan jullie hier nog steeds, en zijn jullie niet aan het werk gegaan “.
Merkwaardig die vraag want waarom heeft de boer ze niet eerder aangenomen?
Het kan zijn dat hij eerder dacht ze niet nodig te hebben: ze vinden wel werk.
Wat blijkbaar niet gelukt was: “niemand heeft ons vandaag gewerk gegeven”.
Of zij waren nu pas komen opdagen omdat ze liever lui dan moe waren, en dan is het een smoes dat niemand ze werk had aangeboden: ze hadden er geen zin in.
Het staat er niet bij dus wij moeten het ook maar niet gaan invullen en oordelen.
Zoals het in onze tijd erg onredelijk is als je makkelijk praat over mensen die nog steeds geen baan gevonden hebben terwijl er toch zoveel vacatures zijn: ik snap niet dat hij nog altijd van een uitkering leeft, ‘ze’ vinden het zeker wel makkelijk zo…..
Er zijn in Nederland nog steeds heel wat mensen die maar wat graag aan de slag zouden willen en die zich suf solliciteren maar die steeds weer afgewezen worden.
Ook al daalt de werkloosheid, er zijn nog bijna 400000 werklozen, en vooral als mensen ouder zijn en ‘te duur’ of met niet de goede ervaring, is het heel erg lastig.
Dus laten we vooral niet oordelen, maar laten we naast wie dat overkomt gaan staan.

Terug naar het verhaal van Jezus over die wijnboer en over zijn dagloners, die allemaal in de wijngaard hadden gewerkt en na gedaan werk wachten op hun loon.
In de lijn van wat al was bepaald in de wetgeving van Mozes – lees Lev. 19: 13: “Betaal een dagloner zijn loon nog dezelfde dag uit”, en ook Deut. 24:14: “Een dagloner, die het al moeilijk genoeg heeft, mag u niet uitbuiten, of het nu iemand van uw eigen volk betreft of een vreemdeling die in een van uw steden woont. U moet hem nog dezelfde dag, voor zonsondergang, uitbetalen,want hij is arm en het gaat hem juist om dat loon. Anders zal hij de HEER zijn nood klagen, dan zal u wat u hem hebt aangedaan, als zonde worden aan aangerekend.” Een regel die ook voor ons land actueel is, denk maar weer aan die seizoenskrachten in land- en tuinbouw, aan die buitenlandse vrachtwagenchauffeurs en anderen die vaak worden uitgebuit maar recht hebben op gelijk loon als hun Nederlandse collega’s– een taak voor de politiek.
Ook in Israël ging het vaak mis op dat punt, vandaar b.v. de scherpe woorden van de profeet Maleachi over “mensen die hun dagloners uitbuiten, die weduwen en wezen
Onderdrukken, en die vreemdelingen geen plaats gunnen” (3:5) – over zulke mensen zegt de HEER dat zij geen ontzag voor Hem hebben, en dat Hij recht zal doen.
Eeuwen later komt het terug, als Jacobus stevig uithaalt naar boeren, misschien zelfs wel kerkleden, die werden aangeklaagd door hun werknemers omdat die niet het loon kregen waarop ze recht hadden voor het maaien van de akkers, terwijl zij zelf in weelde leefden – ik herinner me nog die broeder uit mijn eerste gemeente die in zijn jonge jaren landarbeider was geweest en mocht meeëten bij de boer aan tafel maar bij de Bijbellezing merkte dat de boer juist dat stukje uit Jacobus maar oversloeg….

Nou, de wijnboer deed het goed: aan het eind van de dag werd het loon uitbetaald.
Alleen maar, het ging wel totaal anders dan die werknemers verwacht hadden.
En zij die dit verhaal aanhoorden, zullen met stijgende verbazing geluisterd hebben.
Het begon al vreemd: niet de werkers van het eerste uur mochten als eersten hun loon in ontvangst nemen maar die lui die pas te elfder ure waren aangeworven.
En, nog vreemder, ze kregen allemaal 1 denarie in handen gestopt: het volle loon
voor een hele dag, terwijl zij toch maar alleen dat ene uurtje hadden gewerkt.
Stel je voor dat je erbij had gestaan na een lange dag werken, dan snap je vast de verontwaardigde reacties wel van die mannen die van de vroege morgen en op het heetst van de dag en tot de late avond zich in het zweet gewerkt hadden in die wijngaard, en die dan terwijl zij op de uitbetaling van het afgesproken loon staan
te wachten, tot hun schrik en ergernis moeten meemaken dat die laatkomers die
nog even een uurtje druiven geplukt hebben na misschien wel de rest van de dag op hun rug gelegen hebben, het eerst hun loon kregen, en ook nog het volle dagloon.
Maar o, misschien is dat juist wel een goed teken: dan krijgen de mannen die langer gewerkt hebben vast wel een extra bonus – en zijzelf, die de hele dag zich hadden afgebeuld, zullen wel helemaal dik betaald worden – met spanning wachtten ze af tot zij naar voren werden geroepen – maar nee: nadat de mannen van het derde en het zesde uur allemaal hetzelfde gekregen hadden en zij eindelijk aan de beurt waren: dank mannen voor jullie inzet, goed gedaan, ik ben erg tevreden over jullie, wat mij betreft mogen jullie morgen terugkomen, en hier is jullie loon, zoals we vanmorgen hebben afgesproken: alsjeblieft, hier is jullie eerlijk verdiende denarie.

Je voelt de spanning stijgen en als ze hun loon in handen hebben, barst het los:
Maar dat is toch niet eerlijk! Die lui hebben maar één uurtje gewerkt, en wij de
hele dag – zij kwamen toen de zon al bijna onder was en de hitte voorbij, mooi
makkelijk – wij hebben gewoon doorgewerkt ook op het heetst van de dag – hoe
kan het dan dat zij net zoveel geld krijgen als wij – dat kunt u toch niet maken!

Nee, dat zou een werkgever in Nederland – of een uitzendbureau – niet kunnen maken, dat zou iedereen erg oneerlijk vinden, denk aan de voorbeelden waarmee ik vanmorgen deze preek ben begonnen, pas het toe op de arbeidsverrhoudingen in Nederland met cao’s en vakbeweging en allerlei regelingen vanuit de politiek.
Maar ook in de tijd waarin Jezus dit verhaal vertelde, was zoiets ondenkbaar.

Kijk, maar de Heer die hier wordt vergeleken met een wijnboer, kan dit wel maken.
Want Jezus vertelt dit verhaal niet zomaar, maar hij begint te zeggen dat het niet gaat over arbeidsvoorwaarden of politieke afspraken hier op aarde, maar over
‘het koninkrijk van de hemel’, over hoe het gaat waar hoe God zijn Vader met mensen omgaat en hoe het toegaat waar God het voor het zeggen heeft: “Dit
voorbeeld leert je iets over Gods nieuwe wereld” (zo staat het in de BGT). En die nieuwe wereld begint nu al waar God mensen aanneemt en inzet en beloont.

De wijnboer uit het verhaal reageert op die boze verwijten nuchter en tegelijk ontwapenend – hij slaat meteen de kritische dagloners hun wapens uit handen.
De man die als eerste en misschien wel als woordvoerder van de rest protesteert,
Krijgt een vriendelijk hanmaar duidelijk antwoord: “Beste man, ik behandel je niet oneerlijk, je krijgt wat we vanmorgen hebben afgesproken, en dat is het normale loon voor een dag werken; neem je loon in ontvangst en ga rustig naar huis. Ja en wat ik die anderen wil geven, gaat jullie niks aan, het is mijn zaak wat ik doe met mijn geld”.

Nou, dat klinkt redelijk, daar is geen speld tussen te krijgen…..toch….of toch wel….?
Ik denk dat wij er toch heel wat tegenin zouden kunnen brengen: ja maar hij….zij?
Als mensen zitten wij zo in elkaar en zit de samenleving zo in elkaar dat we heel erg naar anderen kijken en onszelf en onze omstandigheden met anderen vergelijken.
En dat is vaak best terecht maar het verraadt hoe wij mensen in elkaar zitten.
De heer in het verhaal legt de vinger op de wonde plek: of ben je misschien jaloers?
Gun jij eigenlijk die anderen niet dat ze net zoveel krijgen als jij, letterlijk: of is jouw oog boos, geblokkeerd door jaloersheid, erger je je aan mijn goedheid en midlheid?
Daar zit precies de kern van wat Jezus zijn leerlingen en ons wil leren – niet voor niets moeten die werkers van het eerste uur er bij staan als wie minder uren of zelfs maar alleen dat laatste uurtje hebben gewerkt, net zo beloond worden als zijzelf.
De les dat God niet beloont naar prestatie maar geeft uit genade, omdat Hij goed is.

Ja, en dan moeten we maar niet naar anderen kijken, en er namen bij invullen.
Dat kun je zomaar doen, b.v.: die werkers van het eerste uur zijn de Joden, of de Farizeeën die denken dat ze door hard hun best te doen, kunnen verdienen bij God, en de werkers van het laatste uur zijn de gelovigen van het NT, zijn wij dus ook.
Maarten Luther die meer dan tien keer over die verhaal heeft gepreekt, legde het in het begin ook zo uit, en later kregen vooral de priesters en monniken en pausen ervan langs die dachten dat zij door hun goede werken zichzelf als de besten beschouwden, terwijl het erom gaat dat je God dient uit liefde en niet uit plicht.
Later kwam Luther steeds meer tot de uitleg dat het een les is voor ons allemaal.
Zoals hij deed in een preek in 1537 met een heel persoonlijke toepassing: “Ik heb
nu al 20 of 30 jaar met preken en doceren, samen met vele anderen, veel arbeid verricht en vele zorgen doorstaan; maar daarmee verkrijg ik toch maar precies hetzelfde als de kinderen die vroeg gestorven zijn, en maar één uur in de wijngaard zijn werkzaam geweest. Ik zou het ook wel met lede ogen kunnen aanzien en kunnen klagen – God moge het mij vergeven -, omdat Hij mij zo lang laat werken en zo laat zweten, terwijl ik daarvoor toch niets meer ontvangen zal dan een kind dat, nadat het gedoopt is, nog maar één of twee dagen leeft….Ik moet mij echter laten welgevallen dat God zo goed en zo barmhartig is, dat Hij aan hem die weinig werk doet evenveel geeft als aan hem die veel werk gedaan heeft.” Tot zover Luther,
die dit verhaal ook heel duidelijk aandraagt als concreet voorbeeld van wat hij als de rode draad ontdekt had in de Bijbel als evangelie: niet prestatie, maar genade alleen.
Ik denk ook aan zondag 24 van de catechismus waar gevraagd wordt of God wat wij voor Hem doen dan niet wil belonen, nu al, en straks na dit leven, en als antwoord gegeven wordt dat die beloning wordt gegeven niet uit verdienste maar uit genade.

De laatsten worden de eersten, dat is niet bedoeld om ons aan te moedigen het te laten afweten als het gaat om liefde tot God, groei in geloof, inzet voor mensen. De apostel Paulus die zo inzette op dat we worden gered door geloof alleen en niet als loon naar werken, reageert verontwaardigd op de suggestie dat we dat hoe meer we zonde doen des te meer genade we krijgen – geen sprake van zegt hij dan, want als je van de ondergang bent gered laat je je dankbaarheid zien in een leven voor God.

Prachtig als je zoveel voor je Heer over hebt als zijn eerste leerlingen dat hadden –
“wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd”, zegt Petrus tegen Jezus – en de reactie op de vraag wat dat hun oplevert is dan dat God ze rijkelijk zal belonen – maar dan meteen erachter aan komt dat vele eersten de laatsten zullen zijn en vele laatsten de eersten – want bij God verdien je niets maar krijg je volop zijn genade.
En dat is de doodsteek voor hoogmoed en activisme – dan red je het niet en wordt je op je plek gezet – achteraan – én het is een hart onder de riem voor wie na wie weet wat een moeilijk of slecht leven wordt gered en een nieuw leven mag beginnen – zoals b.v. die misdadiger naast Jezus aan het kruis – en zovelen naast en na hem.
Een uitlegger zegt erover: “Waarom zullen vele eersten laatsten worden? ..Omdat zij zich wel vroeg lieten roepen, maar uiteindelijk aan anderen de genade misgunnen…
Ingaan in Gods koninkrijk is namelijk ingaan in het rijk van goedheid en genade. Het
volgen van de roeping was een weg: het prijzen van Gods genade het doel”.
Deze gelijkenis van onze Heer doet denken aan die andere bekende: van die twee zoons van wie de jongste zijn deel van de erfenis te grabbel gooide en in de goot belandde en toen tot inkeer kwam en als een berooide zwerver weer bij zijn vader aanklopte: zijn vader sloot hem in de armen en maakte er een groot feest van maar zijn broer was razend en viel boos uit: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geiten- bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen – hoor je dat? niet: mijn broer, maar: ‘die zoon van u’- nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht” . Zijn oog was boos, omdat zijn vader zo goed was.
Je gaat vergelijken en dan vind je jezelf beter dan die ander die er misschien in jouw ogen de kantjes van afloopt terwijl jij toch zo je best doet en zoveel op jou neer komt.
Dan gaan we in de kerk vooral letten op wie veel doet en er altijd is terwijl hij….zij….
Ja en moet je eens kijken naar hem of haar: die denkt zeker dat het zomaar gaat.
Of je schiet in de stress dat wat jij doet toch niks voorstel als je kijkt naar wat hij doet en zij allemaal aan kunt – en wat heb ik heel wat jaren verprutst –ik tel toch niet mee.

Dan heeft dit verhaal van Jezus een boodschap voor ons allemaal: wat is God goed, wat is het gelukkig bij God anders dan in onze wereld en ook anders dan vaak in de kerk en in onze denkramen: blij met elke zondaar die zich tot Hem bekeert en van zijn genade wil leven – en bij Hem ben je nooit te slecht en is het ook nooit te laat.
Ja en ook: wees blij als je al heel je leven mag geloven en van die genade mag leven
En als je veel kon en mocht en wilde doen voor God en voor mensen om je heen –
zie het maar als bewijzen van Gods genade, en zeg het Paulus maar na die zich een laatkomer en een wegloper wist die door God was teruggeroepen en vooraan gezet: “God was goed voor mij. Hij liet mij zijn dienaar worden. Ik heb heel hard gewerkt, veel harder dan alle andere apostelen. En mijn werk is niet voor niets geweest, want veel mensen zijn gaan geloven. Dat was natuurlijk niet mijn werk maar Gods werk. Want al mijn werk is te danken aan Gods goedheid” (1 Kor. 15: 10 – BGT).
Geen reden dus om je erop te laten voorstaan, maar om God ervoor te danken, en om God ook dankbaar te zijn voor die broer en zus, niet voor of achter in de rij, maar naast je: gelijk bedeeld met Gods onverdiende rijke genade! Niemand komt tekort!
Dat gaan we volgende week samen vieren, naast elkaar met al onze verschillen.
Aan de tafel van de Heer zijn geen ereplaatsen, maar we zijn daar allemaal gelijk:
“voor ieder van ons een plaats aan de tafel…een veilige plek, een plek om te schuilen, een plaats in Gods licht als tafelgenoot…niet minder of meer, de een of de ander…een hand zoekt de hand, de jongste de oudste, zij vinden elkaar en niemand gaat voor…voor ieder van ons een plaats aan de tafel, beschadigd of gaaf, rechtvaardig of slecht, en ondanks de pijn; een plek van vergeving, genadig begin van goddelijk recht, voor ieder van ons een plaats aan de tafel, van eerbied vervuld, van angsten bevrijd, een plaats om te zijn, een plaats om te worden getuige van Hem, een levend bewijs”.

Gunnen wij elkaar – en elk mens – die plaats aan Gods tafel, nu al en straks voorgoed? Bid maar om een hart vol liefde, en ogen die Gods goedheid uitstralen!

amen

1 Petrus 1: ‘Vreemdelingen en priesters’

Liturgie toerustingsdienst zondag 2 juli 2017

Zingen: Ps. 95: 1,3 LvdK ‘Steekt nu voor God de loftrompet’
Votum en groet
Stilte en persoonlijk gebed
Zingen: Ps. 105: 3,4,5 LvdK ‘God, die zich aan ons openbaarde’
Gebed
Schriftlezing: 1 Petrus 1: 1-2 en 14-21 ; 2: 1-12; 3: 13-17
Zingen: Ps. 119: 7, 16, 30 ‘Zegen uw knecht die Gij uw wil gebiedt’
Verkondiging: ‘Vreemdelingen en priesters’
Zingen: ZG 213: 1,2, 3 ‘Dit huis, een herberg onderweg’

1. Dit huis, een herberg onderweg voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden, een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt, weet hoe Gods liefde harten heelt.

2. Dit huis, waarin een gastheer is wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven: een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad struikelt en langer niet wil leven –
plaats tegen de neerslachtigheid, een pleister van barmhartigheid.

3. Dit huis, met liefde opgebouwd, dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase; hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht, hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend al wie binnengaat en hier zijn lasten liggen laat.

Geloofsbelijdenis
Zingen: Gz. 115: 1,2 GK ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 316: 1,2,5,6 LvdK ‘Blijf bij ons, Jezus, onze Heer’
Zegen
Amen: NLB 425 ‘Vervuld van uw zegen’

Vervuld van uw zegen gaan wij onze wegen
van hier, uit dit huis waar uw stem wordt gehoord
in Christus verbonden tezamen gezonden
op weg in een wereld die wacht op uw woord
Om daar in genade uw woorden als zaden
te zaaien tot diep in het donkerste dal
door liefde gedreven om wie met ons leven
uw zegen te brengen die vrucht dragen zal

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

‘Vreemdelingen en priesters’.
Het is de titel van een boek van Stefan Paas, die professor is aan de VU in Amsterdam en de TU in Kampen, en ook ouderling van ViaNova in Amsterdam.
De ondertitel van dat boek uit 2015 is ‘Christelijke missie in een postchristelijke omgeving’, en het gaat erover hoe je als kerk en als christenen nog iets kunt betekenen in een samenleving waarin mensen steeds minder geïnteresseerd lijken te zijn in het christelijk geloof; hoe kun je de brug slaan naar die andersdenkenden?

Nou gaan we niet dit boek bespreken vanavond, maar die titel is ontleend aan wat Paas terecht aanwijst als de rode draad in de eerste brief van Petrus; in de laatste hoofdstukken van het boek gaat de schrijver in op de kernboodschap van die brief.
Petrus noemt enkele keren zijn lezers met nadruk ‘vreemdelingen’, mensen die toen ze tot geloof in Jezus zijn gekomen een ander leven gekregen hebben en daardoor
in allerlei opzichten vervreemd zijn geraakt van hun eerder zo vertrouwde omgeving.
Wat kan voelen als een bedreiging maar wat Petrus aanwijst als een uitdaging: leef midden in een wereld van anders-gelovigen en ongelovigen een goed leven zodat
de laster en beschuldigingen verstommen en mensen aan het denken gezet worden.
En als er zijn die nieuwsgierig zijn naar wat je drijft of je aanspreken op je gedrag of je geloof, kruip dan niet in je schulp en bijt ook niet van je af maar sta ervoor open je te verantwoorden maar wel vriendelijk en vol respect – profetisch duidelijk zijn gaat
als het goed is samen met priesterlijk bewogen zijn – biddend, werkend, zegenend.

Vreemdelingen en priesters

1. Vervreemding
2. Uitdaging
3. Verantwoording

1. Vervreemding

Bent u wel eens op vakantie geweest in een land met een totaal andere taal en cultuur: waar je niemand verstaat, de borden met straatnamen en de opschriften op de winkels in een onleesbaar schrift, en met heel andere gewoonten en eetcultuur?
Interessant natuurlijk maar ook een gevoel van ‘een kat in een vreemd pakhuis’, zelfs een gevoel van je verloren voelen en verward,en wat moet je als er een probleem is?

Minder zwaar maar toch ook wel met zulke gevoelens kan het zijn als je ineens in een gezelschap belandt waar je niemand kent en niemand echt jou erbij betrekt; of op je eentje in een kerk waar je niemand kent en niemand een praatje met je maakt..
Of – een laatste voorbeeld – je komt na jaren terug in het dorp waar je ooit woonde en waar bijna alles veranderd is: nieuwe wijken, andere wegen, veel ouds gesloopt.
Zomaar wat voorbeelden van je vreemd en verloren voelen, zonder verbondenheid.
Dichterbij wat we in die brief van Petrus gelezen hebben: je werkt als enige christen op een afdeling, of in een klas of studiegroep, en hoe aardig je collega’s of studie-genoten ook zijn, je merkt dat ze niet begrijpen wat jou beweegt: dat je gelooft, dat je andere dingen doet op zondag dan die anderen, en je ervaart soms grote afstand als het gaat over dingen die spelen in de samenleving: kijk op vluchtelingen, vragen vn leven en dood – en zomaar wordt schamper gedaan over mensen die ‘nog geloven’.
De brief van Petrus waaruit we een paar stukjes hebben gelezen hebben, is in eerste instantie geschreven aan mensen die de schrijver aanduidt als ‘de uitverkorenen die
als vreemdelingen verspreid wonen in…’en dan komen provincies langs van wat toen Klein-Azië heette en nu West-Turkije is – in sommige oudere vertalingen worden ze ‘vreemdelingen in de verstrooiing’ genoemd, en dan valt het woord diaspora, dat ook vaak gebruikt wordt voor gebieden waarin Joden in die tijd waren uitgezwermd, buiten het eigen land en de eigen vertrouwde omgeving, als vaak bedreigde minderheid maar ook met de boodschap van de levende God voor zijn wereld.

Nou, diezelfde termen en datzelfde beeld gebruikt Petrus hier voor over een groot gebied verspreid wonende gelovigen en gemeentetjes die dagelijks de druk ervaren van een omgeving waar ze nu ze tot geloof in Jezus gekomen zijn zich niet meer zo thuis voelen en vaak ook niet meer geaccepteerd en gerespecteerd voelen, en als je deze brief op je in laat werken, zelfs vijandig bejegend werden en neergezet als niet meer loyale burgers, dwarsliggers die zich apart gedragen en ineens zo anders zijn.
Een uitlegger schrijft: “Hoezeer de gelovige ook in de samenleving is ingeburgerd,
hij blijft zich vreemd voelen temidden van zijn medeburgers. Omgekeerd wordt de
christten vreemd gevonden”. Lees b.v. 4: 4: “De ongelovigen vinden het vreemd dat
jullie nu niet meer meedoen met hun slechte gedrag. En daarom vertellen ze slechte dinge over jullie. “ Nog een keer die uitlegger: “Wie door het christelijk geloof een ander mens geworden is, wordt niet meer herkend en niet langer geaccepteerd. Zoals de niet-jood altijd een vreemde bleef binnen de joodse gemeenschap, zo is het ook met de ‘niet-ongelovige’: hij hoort er niet meer bij. Christenen zijn hinderlijke dwarsliggers op het platgetreden pad”. Zoals Jezus ook als dwarsligger overkwam.

Petrus gebruikt er twee woorden voor die je vandaag zou kunnen vertalen als:
allochtoon, en ook wel: asielzoeker, vreemd in een onbekende omgeving, en ook zonder burgerrechten, met eigenlijk je wortels in waar je vaderland nog steeds is.
Ja, en dat wordt gezegd tegen mensen die misschien al heel hun leven wonen
waar ze geboren en getogen zijn, met een heel netwerk van familie en vrienden.
Totdat God ingreep en Jezus in hun leven kwam – Petrus noemt ze ‘uitverkoren’
vreemdelingen, mensen die door God geroepen zijn om samen zijn volk te zijn, en wat een verandering was dat: “jullie zijn door God uitgekozen, en jullie horen bij Hem. ..God heeft jullie uit de duisternis geroepen om te leven in zijn schitterende licht. Ooit waren jullie niet eens een volk. Nu zijn jullie het volk van God”. Heel bijzonder en een groot voorrecht, maar die verbondenheid aan God maakt dat je anders in het leven staat en anders gaat leven dan je tot dan toe gewend was en gewoon is om je heen.
Midden in de samenleving ontstaat een nieuwe gemeenschap van broers en zussen die samen die ene Vader hebben en elkaar tot steun mogen zijn, en elkaar des te meer nodig hebben, zoals Petrus schrijft in 2: 17: “heb uw broeders en zusters lief”.

Herkennen wij daar ook iets van, van die vervreemding, van dat anders zijn?
Stefan Paas schrijft: “Onze samenlevingen worden niet langer ingericht volgens christelijke principes en zijn er niet langer op gericht het leven voor christenen iets makkelijker te maken dan voor andere mensen. Soms zelfs het tegendeel” . En dat is wennen want we zijn aan bepaalde voorrechten gewend geraakt, maar we moeten niet denken dat die bevoorrechte positie normaal is of dat we er recht op te hebben.
Wat we meemaken gaat misschien weer lijken op hoe de christenen er in die eerste eeuw voor stonden, zoals we dat merken in die brief van Petrus: verbonden met God en onderweg naar zijn nieuwe wereld, en daarom vreemdelingen in deze wereld.
2. Uitdaging

Het kan zomaar voelen als bedreigend, en akelig: dat vreemdeling zijn.
Want we willen er toch graag bij horen, gezien worden, en gerespecteerd.
En als het ander is, hoe reageer je dan, hoe kun je daarmee dealen zeg maar?
Er zijn meerdere reacties mogelijk, van een terugtrekkende houding met je boek in de hoek en je geloof dan maar voor je houden voor achter huisdeur en kerkdeur,
en je daarbuiten gedeisd houden en zoveel mogelijk maar aanpassen – tot aan de andere kant geërgerd en gefrustreerd reageren van dat het toch wat is allemaal, en dat Nederland toch wel ver is weggezakt, en dat het hoog tijd is dat we als kerken en christenen van ons laten horen en op onze strepen staan – en positief vertaald wordt van alles ondernomen om al die mensen om ons heen die niet of niet meer geloven in God en Jezus en die de kerk ver van zich af duwen, te evangeliseren en als het kan, te bekeren, want we weten toch dat zonder geloof niemand wel vaart en dat
als het zo blijft die buurman of dat collegaatje verloren gaat, niet in de hemel komt,
en dat kan heel stressvol zijn want stel je voor dat ik die ander niet genoeg over het geloof heb verteld – en frustrerend want waarom levert al die evangelisatie zo weinig op en blijft het een druppel op een gloeiende plaat – mooi hoor dat er elke zondag
ruim 120 mensen zitten bij HartvoorHeerhugowaard maar wat stelt het voor als je bedenkt dat er bijna 60000 mensen in die groeistad wonen – hoe bereiken we die?

Stefan Paas probeert met zijn boek ons met beide benen op de grond te zetten:
wij kunnen en hoeven Nederland niet te bekeren, of een eigen christelijke cultuur
neer te zetten; als mensen van God en als kerk zijn er er vooral om God groot te maken en dienend in de samenleving bezig te zijn, en te laten zien hoe bevrijdend en hoe heilzaam het is om Jezus te volgen en goed te doen aan mensen om ons heen.
En juist dat is ook een rode draad in deze brief van Petrus: midden tussen mensen
die niet in God geloven en niet naar zijn normen leven, gewoon jezelf durven zijn:
niet in je schulp kruipen of je maar aanpassen en ook niet overal tegen zijn maar
een goede buur zijn en een betrouwbare collega, met respect voor wie leiding geven,
en desgevraagd open en eerlijk zijn over wat je drijft en voor wat en Wie je leeft.
Citaat: “Volgens de eerste brief van Petrus bestaat de kerk niet om de wereld te veranderen of om steeds groter te groeien. De kerk is er om ‘de grote daden van God te verkondigen’(2:9). En dat ook ten behoeve van de wereld die God nog niet of niet meer kent en niet met Hem rekent – als voorbidder voor alle mensen, als priesters.

Ik had het over een tweede rode draad in deze brief, naast die van bemoediging
bij beproevingen en zelfs lijden dat het apart zijn en anders zijn kan meebrengen.
Die tweede rode draad is die van betrokkenheid en verantwoordelijkheid bij de samenleving waarvan je deel uitmaakt: je straat, je stad of dorp, je land – lees
2:12: “Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen”.
En dat maakt de apostel dan concreet voor verschillende mensen en situaties: in huwelijk en gezin, op de werkvloer, in staat en maatschappij, kort samengevat in 2: 17: “Heb dus respect voor alle mensen. Houd van de andere christenen. Leef zoals God het wil, en eer de keizer”. Met de bemoediging dat God je zal beschermen.
Hoor ook 3: 16: “Misschien zullen ongelovigen slecht over je spreken, omdat je als een goede christen leeft. Maar God zal ervoor zorgen dat ze daar spijt van krijgen.”
Denk aan wat Jezus zei over de gemeente als licht voor de wereld: laat uw licht schijnen voor de mensen opdat ze uw goede daden zien en uw Vader erom eren.
Het is dus belangrijk om midden in het leven te staan en daar volop je in te zetten.
Dat is voor iedereen op de plek waar hij of zij woont en werkt, met de gaven en de mogelijkheden die God ons allemaal geeft, en de contacten die we mogen hebben.
Voor de een is dat een ban, voor de ander vrijwilligerswerk of school of studie, voor de ander een plek in de gemeenteraad of de Tweede Kamer of de regering, voor weer anderen hoe je je ziekte verwerkt of probeert met tegenslag te dealen….het zegt vaak meer over wat we geloven en hoe we in het leven staan dan een heleboel mooie woorden of prachtige liederen, of een uitgekiende evangelisatiecampagne.

Wat Petrus schrijft doet ook terugdenken aan een knecht van God eeuwen eerder.
Ik bedoel de profeet Jeremia die een brief schreef aan volksgenoten die waren weggevoerd naar Babel en daar zich vreemd voelden in een heidense cultuur.
Ze hielden zich eerst maar op de achtergrond want ze gingen toch weer gauw terug.
Maar dan schrijft Jeremia hen een brief om te vertellen dat het lang zou gaan duren en dat ze daarom maar in dat verre vreemde Babel een bestaan moesten opbouwen:
“Ik wil dat jullie daar huizen bouwen om in te wonen. En dat jullie daar het land gaan bewerken, zodat jullie van de opbrengst kunnen leven. Ik wil dat jullie trouwen en kinderen krijgen. En zorg ervoor dat jullie kinderen ook trouwen, zodat ook zij weer kinderen krijgen. Laat jullie groep niet kleiner worden, maar juist groter”. (Jer. 29: 5-6)
Ja, maar dat niet alleen uit eigenbelang, en ook niet als een afgesloten groep, maar volop betrokken bij al die medeburgers, en met volledige inzet voor de samenleving:
“Bid tot de HEER voor de stad waarheen Ik jullie weggvoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei. “ (Jeremia 29: 7). Petrus zit op diezelfde lijn als hij de verstrooide christenen in een heidense omgeving ertoe aanspoort zich niet terug te trekken maar zich te laten zien en zich in te zetten.
Een uitlegger zegt: “gelovigen hebben niets te verbergen, zij willen juist veel laten zien….voor het forum van de wereld laten christenen zien hoe het evangelie gewone mensen verandert in voorbeeldige mensen”…en dat tot zegen voor de samenleving.

En ja, dat is een uitdaging want gelovige mensen zijn gewone en dus beperkte en zondige mensen, vandaar ook in deze brief de waarschuwing om het kwade te mijden en te bestrijden, allereerst in eigen hart en eigen leven: “ontdoe u dus van alles wat slecht is, van alle bedrog en huichelarij, alle afgunst en kwaadsprekerij”
(2:1); en “ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens die uw ziel in gevaar brengen” (2:11); en: “het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goed doet, dan omdat men kwaad doet” (3: 17). De beste dienst aan God en aan de samenleving is wat staat in 3: 8 e.v.: elkaar liefhebben, het goede doen, de vrede zoeken, bereid zijn de minste te zijn, niet schelden maar zegenen, dienend.

Petrus heeft het juist daarom over gelovige mensen die dienen als priester: tot eer van God en in zijn dienst, maar ook bewogen bidden voor de wereld, voor al die mensen dichtbij en ver weg, ook voor wie regeren, en Gods zegen doorgeven.
Denk aan Abraham die voorbede deed voor Sodom, aan wat Jeremia schreef aan die ballingen in Babel om te bidden voor die heidense stad, denk aan Jona die van zijn God een lesje kreeg in priesterlijke bewogenheid: Zou ik geen verdriet hebben om Ninevé, met al die mensen en die kinderen en ook nog al die dieren? (Jona 4).
Ja, en hoe vaak worden we niet opgeroepen goed te doen aan alle mensen, en
ook – Paulus in zijn brief aan Timoteüs om voor alle mensen te bidden, en vooral voor wie veel verantwoordelijkheid dragen en macht uitoefenen, omdat God wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen, en die waarheid is het
echte leven met God, naar het voorbeeld van Jezus: “de enige die mensen bij God kan brengen is de mens Jezus Christus, die zijn leven gaf om mensen te redden”.
Aan ons om die boodschap te brengen en vooral dat goede leven voor te leven.
En het dan verder aan God over te laten – Paulus zou zeggen dat wij alleen kunnen zaaien en planten en water geven en dat het God is die zorgt voor wat er uit groeit.
Petrus leert ons diezelfde bescheidenheid als hij ons aanspoort gewoon goed te doen: “misschien – wie weet? – veranderen die anderen zelfs hun eigen leven”.
Misschien, maar misschien ook niet – als wij maar in het kleine dichtbij trouw zijn.

3. Verantwoording

Dat slaat op wat de apostel Petrus schrijft in 3: 15: “Vraagt iemand waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden” .
Een uitlegger schrijft: “Overal waar het nieuwe leven zich profileert, rijzen kritische vragen. Evangelisatie is in wezen niets anders dan zulke vragen oproepen en die vervolgens beantwoorden”. En dan wel zoals er meteen achteraan gezegd wordt door Petrus: “maar antwoord wel vriendelijk en met respect”. Met respect, zo is dat zeker bedoeld, voor de ander als je medemens, voor zijn verhaal hoe kritisch ook misschien, voor haar anders -geloven of hun levensovertuigingen, vanuit echte liefde.
En dan weer: het is niet gezegd dat je dat respect en die open houding ook terugkrijgt, laat staan dat die ander geïnteresseerd raakt of anders gaat denken en leven, dat is niet aan ons, dat is ons ook niet beloofd, laat het maar over aan God.
Op de laatste bladzijde van zijn boek is Stefan Paas daar heet bescheiden over en nuchter in: “We doen het niet om er succes mee te hebben, we doen het om de werkelijkheid te laten zien waarin we geloven en waarop we hopen” (blz. 243)

Lees er niet overheen dat Petrus het heeft over je verantwoorden over ‘de hoop die in u leeft’, en hoop is meer en reikt verder dat wat we nu zien en kunnen bereiken.
Als het goed is merken mensen aan ons dat we verder kijken dan hier en nu, dat we uitkijken en heenleven naar een andere, nieuwe wereld, de nieuwe wereld van God waar het vanmorgen over ging in de Witte-Tent-dienst – als de wereld die we vanuit de hemel verwachten maar waar ook al stukjes van zichtbaar worden overal waar de volgelingen van Jezus proberen te leven naar de stijl van die nieuwe wereld. Vanuit het geloof dat eens de vreemdelingschap is vergeten, en we voorgoed Thuis zijn. Tot dan zijn we als christen en als kerk hopelijk voor velen een plek een stukje hemel op aarde, al iets van de nieuwe wereld op deze oude aarde, tot zegen voor velen.

amen