Zondag 13 Heid. Cat.: Wij Gods kinderen….dat moet wel Vaders liefde zijn!

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zijn en elkaars broers en zussen,

  In wat we net samen uit de bijbel hebben gelezen, springt er voor mij één vers nadrukkelijk bovenuit vanavond

Dat is Hebreeën 2: 11:  Hij – en dat is de eigen Zoon van God, de Here Jezus -schaamt zich er niet voor hen – u, jullie, mij – zijn broers en zussen te noemen.

Waarom ik dat vers speciaal onder uw en jouw aandacht breng? Nou, omdat het goed is er even bij stil te staan en over na  te denken. Probeer u in te denken wie Jezus is, waar Hij vandaan kwam, wat Hij deed… en kijk eens eerlijk naar uzelf, probeer door Jezus’ ogen naar jezelf te kijken… en kijk ook eens om u heen: naar elkaar, naar wat we er van maken met elkaar…

Ik hoop dat u het goed kunt vinden met uw familie……dat jij blij bent met deze vader….deze moeder…met het gezin waar je uit komt… Maar het kan ook anders: je schaamt je voor je vader….of je moeder….je hoopt maar dat ze niet door hebben dat die of die een oom van je is…of een neef…er zijn kinderen van wie de vader in de gevangenis zit….van wie de moeder verslaafd is je zult maar een broer hebben die nergens voor wil deugen  of een zus die in de prostitutie is terecht gekomen….daar wil je eigenlijk niet bij horen….je schaamt je kapot…en toch: het blijven je ouders, je broer, je zus…..je houdt toch van ze….!

Zulke voorbeelden brengen een heel klein beetje dichterbij wat in dat vers dat ik uit Heb. 2 even heb uitvergroot, wordt gezegd van Jezus, de eigen Zoon van God: Hij schaamt zich er niet voor ons (!) zijn broers te noemen, en zijn zussen….

Waarom niet? omdat daar geen reden voor zou zijn…? ik weet wel beter! kinderen van huis weggelopen, ondankbaar, liefdeloos soms,  tegen de draad, verslaafd aan wat God juist verfoeit en wat slecht voor ons is, wat God gegeven heeft, verspeeld en kapot gemaakt, en moet je kijken hoe we als mensen omgaan met elkaar!!

Je ziet er iets van in dat verhaal van Mozes: zet je je voor ze in…slaan ze elkaar de hersens in! Kom je voor ze op,lappen ze je erbij, zodat je moet vluchten voor je leven Je zou je er toch voor schamen als dat je familie is! daar wil je niet bij horen, toch?

Maar Mozes reageert anders. Hij zoekt zijn volk op en komt voor ze op. En Jezus schaamt zich niet voor mensen als wij zijn: kijk, dat is nou mijn familie. Jezus kwam juist naar ons toe….Gods Zoon wilde zelfs een van ons worden.

En waarom? het staat erbij: Hij en wij hebben dezelfde Vader: God zelf. Dit is nou echte liefde! laten we aanbidden wat we nooit zullen begrijpen: dat zo de liefde van God geschiedt.

dia 2   Wij Gods kinderen…dat moet wel Vaders liefde zijn!

1 onverdiend

2 duur betaald

3 nooit vrijbljvend

 dia 3

1. wij Gods kinderen…dat moet wel Vaders liefde zijn – een liefde die wij niet verdiend hebben: ‘uit genade’

 Je zou ze toch! Ondank is ‘s werelds loon. Ervaart ook Mozes. Geloof maar dat het heel wat voor Mozes geweest is: hij ging naar zijn broeders.. Mozes die zo van z’n zesde of zevende opgegroeid was aan het hof van de Farao, en vast een heel eind weg gegroeid van zijn eigen volk – afstand van hen was ook wel zo veilig… opgevoed helemaal als een prins, de aangenomen zoon van de dochter van Farao, onderwezen in de taal en de gewoonten en de wijsheid en vast ook de godsdienst van Egypte -en ook met de weelde van het schatrijke hof van een land vol cultuur onder handbereik..

dia 4

Of en hoe vaak er nog contact was met thuis, wie zal het zeggen. Je krijgt de indruk van weinig meer – hij is bijna veertig als hij weer eens bij zijn volksgenoten gaat kijken. Het zou zelfs voor de hand gelegen hebben dat Mozes – zo hoog geklommen en met een zo ander leven – zich was gaan generen voor zijn afkomst: een slavenjoch dat zelfs in de Nijl verdronken had moeten zijn…met familie waar ze om hem heen verachtelijk en vijandig naar keken…van die verachtelijke schaapherders, en slaven.

Ja, en toch kroop ook bij Mozes het bloed waar het eigenlijk niet gaan kon -ging Mozes op zoek naar zijn roots, en meer nog dan dat: toen Mozes volwassen geworden was (hij was al veertig! het had best jaren geduurd) ging hij naar zijn broeders en lette op hun dwangarbeid….en als Mozes dan een Egyptische opzichter een Hebreeuwse dwangarbeider ziet afranselen, begint dat lang onderdrukte joodse bloed te koken en hij slaat erop los – zo zelfs dat die opzichter dat niet overleeft: wat heeft hij gedaan…gauw onder het zand…

Maar dan – de volgende dag – je zou ze toch: zijn twee landgenoten met elkaar op de vuist! en als Mozes tussenbeide wil komen, wordt zijn hulp niet gewaardeerd: zeg, wou jij ons ook in elkaar slaan zoals gisteren die Egyptenaar?  Je zou ze toch!! Het is meteen het eind van Mozes’ prille bevrijdingsactie: weg wezen hier….ver weg!!

Veertig jaar later kon hij terug – ging hij weer maar nu in opdracht van God….maar veel beter was het niet: Mozes wat kom je hier doen, je maakt het nog erger…en in de woestijn steeds weer: waarom heb je ons hier gebracht, we willen terug…

Terugkijkend op zoveel jaren gemopper en ondankbaarheid zegt Mozes met recht: (in Deut. 9):   jullie krijgen dit mooie land niet omdat jullie dat verdiend hebben…. integendeel: jullie zijn een hardnekkig volk…steeds weer hebben jullie God boos gemaakt…vanaf dat jullie wegtrokken uit Egypte tot vandaag toe zijn jullie tegen de Here opstandig geweest.. Triest en om boos te worden: dan heb je het toch wel een keer helemaal gehad…

Ja maar, wacht nou even:  datzelfde past helemaal op hoe wij mensen zijn en doen tegenover de Here… dat opstandig zijn en ongehoorzaam zijn en ondankbaar zijn….en eigen gang willen gaan….

Dat is al begonnen met Adam en Eva en het is zo gebleven:      dia 5 

U en ik zijn niks beter van onszelf… De gevolgen van die opstand zijn rampzalig: slaven zijn we geworden van de duivel en als gevolg daarvan houdt de angst voor de dood en alle ellende die daarin meekomt, ons gevangen…

Paulus schrijft:  door één mens is de zonde in de wereld gekomen, en door die zonde de dood, en de dood is het lot van alle mensen geworden omdat ze allemaal gezondigd hebben   (Rom.5)     We hebben de dood verdiend! We verdienen dat God ons aan ons vreselijke lot had overgelaten. Dat God zich schaamt voor zo’n stelletje dat van zijn mooie schepping zo’n chaos heeft gemaakt… en dat God zijn handen ervan aftrekt zoals Hij dreigde te doen met Israël: Ik ga ze vernietigen….

Kijk, maar gelukkig kon God dat niet over zijn vaderhart verkrijgen: met Israël niet, met ons niet….

We lazen precies het omgekeerde: Hij  wilde veel van zijn kinderen de hemelse glorie binnenleiden-  dat wordt gezegd van mensen die niet verdienen nog kind te zijn! die hun glorie verspeelden…

Zet maar een dikke streep onder die twee woorden in antw. 33:  wij zijn uit genade tot Gods kinderen aangenomen….. Het is een groot wonder dat God ons als zijn kind wil hebben -dat Gods Zoon zich niet schaamt voor zulke broers en zussen.

Dat Hij zelfs zijn leven voor mij over had!

dia 6

2. wij Gods kinderen…dat moet wel Vaders liefde zijn – een liefde die duur is betaald - ‘om Christus’wil.’

Antw. 34 werkt dat uit: Hij heeft ons niet met goud of zilver, maar met zijn kostbaar bloed van al onze zonden vrijgekocht en ons uit de macht van de duivel verlost. Dat wij zonen en dochters van God mogen zijn, heeft de eigen Zoon van God het leven gekost. De trouwe Zoon had dat over voor zijn ontrouwe broers en zusters, voor al die zwarte schapen en lammetjes van Gods kudde -van die weglopers en tegenstribbelaars.

Iets van die onbegrijpelijke liefde van God zie je al doorschemeren in Mozes. Mozes die zoals in Heb. 11 staat de schatten van Egypte op het spel zette omdat hij koos voor zijn eigen verslaafde volk – zelfs toen dat volk hem niet moest: liever wilde Mozes delen in het lijden van zijn volk dan genieten van de rijkdom van Egypte - daarin kwam Mozes’ geloof naar voren – daar zie je al de schaduw van de Middelaar: voor Mozes betekende delen in de smaad van Christus een grotere rijkdom dan de schatten van Egypte.

Later bood Mozes zelfs aan van plaats te ruilen met een hardnekkig volk: vernietig mij dan maar – dat kon natuurlijk niet: geen mens redt ooit zijn broers, zijn familie van de dood – geen losprijs die aan God voldoening bood -totdat God zelf voor de losprijs zorgde: zijn eigen Zoon kocht ons los en redt ons van de dood.

In Heb. 2 en 3 hebben we het nog weer eens gelezen, wat dat die Zoon heeft gekost. Dat God zondaars als u en ik alleen kon aannemen tot zijn kinderen en dan ook nog de glorie die we hadden verspeeld kon teruggeven, als de eigen natuurlijke Zoon van God zijn glorie opgaf en net als wij een mens werd van vlees en bloed, zwak, sterfelijk, en erger nog en dieper nog: de dood inging om ons zo te redden van de dood en af te helpen van de doodsangst die een mens zijn leven gang in de greep heeft.

Nou, en juist met het oog daarop heet Jezus hier meer dan Mozes -de Zoon overtreft de Knecht!  zijn losprijs is genoeg voor al Gods kinderen…. door zijn lijden kan Hij miljoenen en miljoenen brengen tot de volmaaktheid! Alleen wie het zelf heeft moeten meemaken weet echt wat het is: een kind moeten verliezen, een zoon of dochter aan God teruggeven..en begraven… het bericht krijgen dat je zoon is gesneuveld in de oorlog of omgekomen als brandweerman, moeten doormaken dat je dochter als politieagente het slachtoffer geworden is van misdaad.. Maar zelfs dan kan niemand begrijpen wat het God gekost heeft om ons terug te krijgen…wat Golgotha heeft betekend – zelf je eigen Zoon laten lijden en doodmartelen….Hem met één machtige handomdraai kunnen redden en het niet doen…. Hem laten schreeuwen mijn God mijn God waarom verlaat U mij – zonder antwoord te geven….

Dan moet deze Vader wel verschrikkelijk veel van al die andere kinderen houden! wat moet God dan veel van u houden, en van jou, en van mij….onvoorstelbaar….!!nog veel meer dan Mozes van zijn volk hield…. nog veel meer dan je als vader en moeder houdt van je kind, ook als dat lastig is of moeilijk of ongehoorzaam..zelfs als dat kind thuis en God de rug toekeert….want bloed kruipt toch altijd weer waar het niet gaan kan…en gelukkig maar….. maar nog veel wonderlijker en dieper gaat Gods liefde: voor ons die zondaars waren..en zijn.

Nou, wie zou nou niet van zo’n Vader houden….en Hem dat laten merken ook!?

dia 7

3. wij Gods kinderen…dat moet wel Vaders liefde zijn – een liefde die nooit vrijblijvend kan zijn: ‘zijn eigendom’

Dat was zo voor Israël: die gunst heeft God zijn volk bewezen opdat het altijd Hem zou vrezen….Juist als je zo machtig en wonderlijk bent gered, wat is ondankbaarheid dan erg…wat zal Mozes er onder geleden hebben toen zijn inzet zo werd beloond dat hij smadelijk moest vluchten….maar wat zal het dan God verdriet doen en boos maken als zijn liefde onbeantwoord blijft…

Jezus de Zoon heeft ons verlost uit de greep van de duivel en ons zo tot zijn eigendom gemaakt - maar daar komt meteen de verplichting in mee Hem dan ook te erkennen en te dienen als Heer.

Ook dat grijpt terug op zondag 1: “dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus”.. die met zijn leven voor me heeft betaald en “mij bereid maakt voor Hém te leven”.

Uit genade tot Gods kinderen aangenomen – maar dan ga je toch ook je gedragen als Vaders kind? Je wilt toch niet dat Vader zich voor je zou moeten schamen! nou dan!

Moeilijk? Echt wel!

Maar gelukkig: ik heb een Broer die dat weet en die naast me staat en me wil helpen…. die het me wil leren Vader en mijn broers en zussen weer lief te krijgen…een wonder!

amen

 

liturgie zondagavond   (CGK-GKV)

 welkom

zingen:          Gz. 145: 1,2,3,4 GK

we worden stil voor God

votum en groet

zingen:          NLB 574: 1,2,3 

gebed

Schriftlezing:  Ex. 2: 1-15

zingen:          Ps. 105: 11,17,21  GK

Schriftlezing:  Heb. 2: 10- 3: 6

zingen:          Ps. 95: 3        GK

verkondiging:  zondag 13 H.C.  dia1

zingen:          Ps. 103: 5,7,9

gebed

collecte

geloofsbelijdenis Gz. 179a  (wisselzang)

zegen

amen:            Lied 456: 3 

Zondag 12 Heid. Cat. : In christenen is Christus herkenbaar

 

Gemeente van Jezus Christus, zusters, broeders,

dia 1

Op 14 mei van dit jaar, een paar weken geleden dus, is aan de Theologische Universiteit in Kampen een nieuwe professor officieel aan zijn werk begonnen.

Deze keer is het een professor die niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats les zal geven aan de studenten die dominee willen worden of werk in de kerk gaan doen, maar ook voor studenten en geïnteresseerden uit andere vakgebieden.

Er is n.l. in Kampen door samenwerking van de TU met een aantal christelijke organisaties een buitengewone leerstoel ingesteld voor ‘christelijke identiteit in maatschappelijke praktijken’, met de bedoeling mensen en organisaties te helpen om hun christen-zijn handen en voeten te geven op het werk, in de politiek, de zorg, en op andere terreinen en in verschillende situaties in deze samenleving.

Prof. Roel Kuiper gaat deze leerstoel invullen, en hij begon op 14 mei met een redevoering over ‘Identiteit en navolging’.  Een wat duistere titel zo op het eerste gehoor, maar het verhaal ging erover dat je als christen je identiteit – wie hij ten diepste bent en wil zijn- ontleent aan Christus en inhoud geeft door Hem als je Heer na te volgen – op de plek waar je leeft, woont, werkt, ontspanning zoekt, en daarbij anderen tegenkomt en in heel je houding herkenbaar bent als christen.

Of ik echt mijn identiteit vindt in Christus, en dat in mijn genen zit           dia 2

Dat staat of valt ermee of je echt met Christus zelf verbonden bent, en bereid om Hem te volgen en zijn leven te leven, herkenbaar in je houding en manier van leven. Zoals zondag 12 het uitlegt: ik word christen genoemd “omdat ik door het geloof een lid van Christus ben”- onlosmakelijk aan Hem verbonden en onderdeel van dat wereldwijde lichaam waarvan Hij het hoofd is – “en zo deel heb aan zijn zalving”. En dat heeft alles te maken met de Heilige Geest die Christus kreeg en ons geeft.

Leerzaam in dat verband is hoe het begonnen is met die aanduiding ‘christenen’. In Hand. 11: 26 staat: in Antiochië werden de volgelingen van Jezus, voor het eerst christenen genoemd, als een aparte groep dus, onderscheiden van de Joden. Let wel: zo noemden ze niet zichzelf, maar buitenstaanders gaven hun die naam. Het is niet zo belangrijk of ik mezelf een echte of zelfs een goede christen vindt, maar of ik als een christen voor anderen herkenbaar ben. Dat hangt af van de vraag: wil ik werkelijk volgeling zijn, leerling, van Hem die de Christus is- Gods gezalfde – Jezus? Geloof ik dat die mens Jezus werkelijk door God gestuurd is -en meer: Gods  Zoon? En wil ik echt in alles op Hem lijken, leven zoals Hij leefde en ons heeft voorgedaan?

dia 3   In christenen is Christus herkenbaar

1. profetisch vrijmoedig

2. priesterlijk dienstbaar

3. koninklijk strijdbaar

dia 4   1. profetisch vrijmoedig  

Dat is eigen aan een profeet, dat hij zegt waar het op aan komt en zich niet de mond laat snoeren, en ook de mensen niet naar de mond praat of ze napraat.

Denk maar aan de profeten in Israël in het OT, als een Elia of een Jeremia, die vaak met een boodschap kwamen die dwars inging tegen de publieke opinie en de heersende klasse van koning en priesters, soms zelfs met gevaar voor eigen leven.

En denk aan Christus – met de Geest van God gezalfd en vervuld als de hoogste Profeet die klaar en duidelijk en gezaghebbend de wil van zijn hemelse Vader deed en in woord en daad duidelijk maakte hoe God zijn volk en de wereld wilde redden, met de oproep erbij Hem te volgen: Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Hij zelf was het verlossende antwoord van God op de verwoestende macht van zonde en dood, en stelde zo ieder voor de keus: wie gelooft wordt niet veroordeeld maar wie weigert te geloven en Gods liefde afwijst, veroordeelt daarmee zichzelf.

Het viel de mensen op en was ook schokkend: “Hij spreekt als iemand met gezag. Hij spreekt heel anders dan onze wetsleraren”. Niemand kon om deze Profeet heen.

Nou, en die vrijmoedigheid wil de Heer ook zijn leerlingen en zijn volgelingen geven. Hij zei van te voren dat van Hem getuigen niet zonder gevaar zou zijn, dat het kan uitdraaien op tegenwerking en zelfs gevangenneming maar:  “maak je dan geen zorgen over wat je moet zeggen of hoe je het moet zeggen,want op dat moment zal God je de juiste woorden geven. Want je spreekt dan niet zelf, maar de Geest van jullie Vader spreekt dan door jullie mond”. Dat vraagt moed, en geeft vertrouwen.

Zondag 12 bedoelt precies dat: ook wij gezalfd, met de Heilige Geest van Jezus, om “als profeet zijn naam te belijden”, om uit te komen voor ons geloof en voor de Heer.

We kunnen een voorbeeld nemen aan de vroegere profeten, aan apostelen als Petrus en Paulus, en aan medechristenen die zich niet schamen voor hun Heer en zijn woorden en voorbeeld, en die daar soms zelfs hun vrijheid en leven voor over hebben – denk maar aan gelovigen in Arabische landen, in Noord-Korea, in China.

Ja maar denk niet dat het in onze vrije westerse wereld makkelijker is, zomaar gaat. Hier is het probleem dat ons van alle kanten verteld wordt dat geloven in Jezus, je leven richten naar wat in de Bijbel staat, en ook b.v. christelijke politiek, achterhaald is, en als het nog wat kan betekenen voor mensen, dat privé moet blijven: voor thuis en voor binnen de kerk, en zeker niet voor het publieke domein of op de werkvloer. Zomaar ga je daar als christen dan in mee, leggen we ons daarbij neer, en durven we niet meer aan te komen met de boodschap van Jezus; houden we ons maar wat stil in discussies over actuele kwesties, of gaan we mee met wat ‘men’ vindt of doet. Maar dan is leerzaam met eigentijdse ogen zo’n brief als van Petrus te lezen, en te ontdekken dat die mensen aan wie hij toen schreef, er niet zo anders voor stonden als wij vandaag: “aan de christenen die tussen de ongelovigen wonen”, mensen die in eigen stad of dorp vreemdelingen waren geworden toen ze waren gaan geloven, en te lijden hadden – ik denk veel meer dan jij soms op school of u af en toe op uw werk, en wij als christenen in dit deel van Nederland – onder onbegrip en meewarige blikken en spottende opmerkingen, en veel negativiteit en agressief bot optreden. Waar niet alleen christenen onder te lijden hebben maar ook veel andere mensen.

Waar je dan als christen juist positief op kan inwerken i.p.v. in je schulp kruipen of – net zo weinig productief – met opgeheven vinger of grote woorden er tegenin gaan.

Prof Kuiper die ik in de inleiding noemde, heeft niet zo lang geleden in een artikel opgeroepen om niet mee te gaan in dat doemdenken dat het toch geen zin meer heeft om het verhaal van Jezus te vertellen:  want de kerk worden steeds leger en de meeste mensen hebben God niet meer nodig en redden zichzelf prima, en het christelijk geloof is niet meer normaal maar hooguit een optie naast andere….

Kuiper zegt het scherp: “wat christenen niet moeten doen is ophouden te geloven in hun eigen verhaal – Gods verhaal zeg ik erbij - en zich aansluiten bij een secularisatieverhaal…” , want dan zijn we blind voor zoveel moois dat overal om ons heen gebeurt en voor zoveel kansen die er zijn, juist in een open samenleving.

dia 5   kansen voor de boodschap van het evangelie in netwerksamenleving

  Dus wat we nodig hebben is net als die christenen waar Petrus zijn brief aan schreef dat we niet bang zijn voor de mensen maar altijd open staan om ons voor wat we geloven en waar we op hopen te verantwoorden, en dat – staat er niet voor niets bij – zachtmoedig en met respect: voor die ander, voor wat hij denkt en vindt, gelooft, heeft meegemaakt – en ook open voor zijn of haar kritiek, twijfels, vragen.

En – schrijft Petrus ook – als je misschien beledigd wordt of uitgelachen of als je  je aangevallen voelt – kijk er niet gek van op en laat je niet uit het veld slaan want daar heeft de Heer van te voren je voor gewaarschuwd en heeft Hij ook doorstaan: “zo hebben ze de profeten voor jullie vervolgd”- en: jullie zijn niet meer dan je Heer.

Een boek dat ik deze week las heeft als treffende titel: ‘Tegendraads en bij de tijd’. Dat alle twee is belangrijk voor als profeet de naam van Jezus belijden:  in een tijd en cultuur die steeds minder heeft met een christelijke manier van denken en van leven, met veel ik-gerichtheid, waarin alles lijkt te draaien om economie en marktwerking, de eigen veiligheid, het eigen huisje.boompje-beestje -gevoel, en eigen volk eerst.

Dan is profetisch vrijmoedig spreken en leven tegendraads en zo juist bij de tijd. Dus niet simpel oude antwoorden herhalen op nieuwe vragen en ook niet een uit het hoofd geleerd lesje repeteren of alleen maar roepen dat het allemaal verkeerd gaat, maar net als die oude profeten de signalen van de tijd oppikken en de vragen die op ons allemaal afkomen serieus nemen en samen op zoek gaan naar antwoorden.

Samen, ook met niet-christenen, met anders-gelovigen – b.v. moslims -, ook Gods schepselen die gaven hebben en wijsheid gekregen hebben, en vaak verrassend open staan voor wat je vanuit het christelijk geloof kan aanreiken en laat zien in eigen leven.

En vooral – Kuiper nog een keer – “elkaar liefhebben , de wereld liefhebben en vertrouwen op de kracht van het evangelie” – we delen toch in Christus’ zalving?

 dia 6   2. priesterlijk dienstbaar

 Bij onze Heer Jezus komt prachtig samen wat in Israël profeten en priesters elk afzonderlijk deden: de mensen vertellen wat God voor hen deed en van hen vroeg en voor die mensen offers brengen en voor ze bidden en ze in Gods naam zegenen.

In het leven en werken van Jezus zien we het allebei: vertellen over Gods verlossing en over vergeving en nieuw en eeuwig leven, en dat ook zelf werkelijkheid laten worden door ervoor te betalen met zijn eigen leven, door zijn offer aan het kruis. In Ef. 5: 2 schrijft Paulus dat Christus zich voor ons heeft opgeofferd, uit liefde. En dat houdt hij ons als voorbeeld voor: “ga de weg van de liefde, zoals Christus”.

  Kijk, dat is precies het hart van dat tweede dat eigen is aan leven als christen: “als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem – aan Christus – opofferen”. We hebben gelezen hoe Petrus de gemeente een tempel noemt van levende stenen die wij allemaal zijn – ieder op eigen plekje en met eigen gaven en mogelijkheden meebouwen aan de gemeente – waarna het beeld verschuift naar wat je samen dan doet in de tempel en als horend bij Christus: “Jullie brengen offers aan God, als heilige priesters. Jullie offer is het dienen van God door goed te leven. Want dankzij Jezus Christus doen jullie wat God wil”. En dat gaat dan niet alleen maar en zelfs niet als eerste over dat heel gericht bezig zijn met wat we dan geestelijke zaken noemen als in de Bijbel lezen en bidden en naar de kerk gaan, maar over een dienende en op God en op andere mensen gerichte houding bij alles wat we doen en laten, lees b.v. 2: 17: “Houd iedereen in ere, heb je broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer”dia 7 het is handen en voeten geven aan wat Jezus heeft gezegd en laten zien, b.v. toen Hij als een slaaf de voeten van zijn leerlingen waste en dat als opdracht aan hen en ons meegaf: “Ik heb jullie het goede voorbeeld gegeven. Wat ik voor jullie gedaan heb, dat moeten jullie ook voor elkaar doen”.

Eigenlijk is profeet zijn Gods liefde doorgeven in woorden, en priester zijn dat doen in je houding en door je daden, lees b.v. Jac. 1: 27: “Dit is de zuivere manier om God, onze Vader, te dienen: Help weduwen en kinderen zonder ouders in hun moeilijkheden. Doe wat God wil, en lieef niet zoals de mensen die God niet kennen”. Christen-zijn kan niet zonder dat priesterlijke: dienstbaar zijn, hulpvaardig, gastvrij, bereid om je voor anderen in te zetten,te delen van wat je hebt, bidden voor anderen.

Heel praktisch kan dat worden in diaconaal hulp geven aan wie tekort komen of in nood zijn: binnen de gemeente, maar ook erbuiten zoals via de voedselbank of Stichting Present, en verder weg als een beroep op ons wordt gedaan, maar ook heel dichtbij: als buren hulp nodig hebben, en hoe je je opstelt op de werkvloer.

Iemand maakte een gedicht over het wonder van te mogen meewerken in Gods rijk: “wij mogen bidden voor wie ziek is, koken voor wie honger heeft, steunen wie de kracht mist, troosten wie gevangen leeft….wij mogen zorgen voor wie arm is, kleden wie geen kleren heeft, helpen wie gevlucht is, delen met wie niets meer heeft……..

Jezus deed het ons voor: de Vader geeft, en wij geven door……wat een wonder”.

dia 8   3. koninklijk strijdbaar

   Die twee woorden samen kunnen zomaar veel misverstanden opwekken en een beeld bevestigen dat – niet ten onrechte – bestaan over christenen en misschien wel extra over gereformeerde christenen als vechterig en gelijkhebberig en met de pretentie hier op aarde al een koninkrijk van God te bouwen waarin weinig plaats is voor wie anders denkt en doet – zoals er tijden zijn geweest met een sterke invloed van christenen op de wetgeving en het bestuur – waar veel mensen afscheid van hebben genomen – b.v. in de politiek – en waar ze niet graag naar terug willen.

Wat daar ook allemaal over te zeggen en van te vinden is, ik bedoel dat niet. Ook zondag 12 bedoelt dat niet als er staat dat een christen ook koning mag zijn. Dan staat er nou net niet iets als andere mensen bestrijden of macht uitoefenen in de samenleving, of alvast met elkaar bouwen aan iets als Gods koninkrijk.

Nee, dan is die strijdbaarheid bedoeld als vechten tegen de zonde, tegen het kwaad, tegen de duivel, allereerst in onszelf, en dan ook in de samenleving: tegen onrecht, allerlei vormen van haatzaaierij, tegen onderdrukking en de macht van het geld, en voor het doen van recht en het bevorderen van vrede, en dat in de kracht die God geeft door zijn Heilige Geest, en in vertrouwen op zijn hulp.

Koninklijk strijdbaar, dat staat tegenover bangelijk en krampachtig de moed maar opgeven omdat het toch een verloren zaak is en de tegenkrachten te sterk zijn, en je daarom doet waar Paulus tegen waarschuwt in een van zijn brieven: stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien:  je laten meeslepen met wat nou eenmaal in de lucht hangt en met de geest van de tijd, of jezelf en elkaar opsluiten achter dikke muren alsof je zo de boze wereld buiten de deur houdt.

De Bijbel wijst een andere weg, ik denk aan dat bekende beeld van Paulus over de geestelijke wapenrusting: dia 9 “zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht, trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel” – en Petrus spoort ons aan om vanuit een sterk geloof ons tegen de duivel te verzetten,in het besef dat zoveel mede-gelovigen daarin naast ons staan. dia 10

Ja en vaak merken we dan tot onze verrassing dat uit soms onverwachte hoek we medestanders blijken te hebben – al kan dat zijn vanuit heel andere motieven – waarvan geldt wat onze Heer zegt: wie niet tegen ons is, die is voor ons.

Met een Heer die al gewonnen heeft en alle macht ook op aarde heeft, kunnen we volhouden en mogen we zelfs winnen, en als Christus terugkomt, met Hem regeren over een nieuwe, gave schepping -  volhouden dus maar.

Ik sluit af zoals Petrus zijn brief afsloot: dia 11   “God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u krachtig en sterk maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.  Hem komt de macht toe, voor eeuwig.                                                                                      Amen.”

 dia 12    vraag:  Hoe is in u / jou Christus herkenbaar ?

 

 liturgie morgendienst

votum en groet   

zingen:      Ps. 108: 1,2   

de tien woorden opnieuw

zingen:      Ps. 25: 4,7

gebed

Schriftlezing:  1 Petrus 2: 4-17; 3: 13-18a; 4: 12-16

zingen:     Gz. 69

verkondiging:  zondag 12

zingen:     Lied 473: 1,2,3,4,5,10

gebed

collecte

zingen:     Gz. 68: 1,2,3

zegen

Zondag 11 Heid. Catechismus: Jezus alleen! (?)

dia 1

Gemeente van Jezus, onze Heer en Redder,

“Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding brengt”, en dan gaat het over de naam ‘Jezus’.

Dat is wel een stevige uitspraak: alleen Jezus kan je redden en verder niemand. Paulus zet daar later een uitroepteken achter: wie Jezus eert als Heer, wordt gered. En de keerzijde van die medaille is dan dus dat zonder Jezus je die redding misloopt.

Nou, dat kan natuurlijk op een heleboel tegenspraak en weerstand rekenen. Dat was trouwens meteen al zo toen dat zo ronduit en stellig werd gezegd. Allereerst kwamen die weerstand en die tegenspraak van binnenuit: van de Joden. Als Petrus die stellige uitspraak doet, is dat in het hol van de leeuw: tegenover de Joodse leiders die hem en Johannes opgepakt en vastgezet hebben omdat ze na de genezing van een verlamde man alle eer voor die genezing aan Jezus hebben gegeven: “Deze man is weer gezond door de macht van Jezus Christus uit Nazaret. Jullie hebben Jezus gedood door hem aan het kruis te hangen. Maar God heeft hem uit de dood laten opstaan…Hij is de redder die God gestuurd heeft”.

Je snapt wel: dat werd hen niet in dank afgenomen: ze worden wel vrijgelaten maar met het uitdrukkelijke verbod om nog iets over Jezus te zeggen tegen de mensen. En als jaren later Paulus in zijn brief aan de gelovigen in Rome het ook stevig neerzet dat alleen geloven in Jezus redding brengt, is dat weer aan het adres van zijn Joodse volksgenoten die nog altijd Jezus zien als een nieuwlichter en een godslasteraar die terecht gekruisigd is en in wie je zeker niet moet geloven.

Terwijl ook aanhangers van andere godsdiensten vaak niks in die Jezus van de Joden zagen, zodat Paulus schrijft dat geloven in een gekruisigde redder voor de Joden een bron van ergernis is en voor de heidenen de dwaasheid gekroond. Waar de apostel dan als zijn rotsvaste overtuiging tegenover zet dat het evangelie Gods reddende kracht is: voor allen die geloven, voor Joden én andere volken.

dia 2

Wij leven zo’n tweeduizend jaar later, en vele miljoenen zijn in Jezus gaan geloven, en ook in onze tijd zijn er miljoenen mensen voor wie Jezus de redder is. Maar bij heel veel andere mensen moet je daar nou juist niet niet mee aankomen. dat je door niemand anders dan Jezus gered kunt worden, dat Hij belangrijk is om je leven door te laten veranderen en bepalen, en dat het zonder Jezus niet goed komt. Het komt als hoogmoedig en arrogant over, en wie ben ik om een oordeel uit te spreken over mensen met een ander geloof;  denk aan al die moslims in ons land of aan mensen die niet gelovig zijn opgevoed of die het geloof achter zich hebben gelaten:  alsof wie niet in Jezus als de enige redder gelooft, verloren zou gaan…

Ja, en als het dan gaat over waarvan een mens verlost zou moeten worden, gaan zomaar nog wat meer stekels overeind, want de rode draad door heel de Bijbel heen is dat die redding nodig is vanwege onze zonden, om onze schuld. Als de geboorte van Jezus wordt aangekondigd vertelt de engel dat in een droom aan de aanstaande vader-voor-de-wet Jozef: “Je moet hem Jezus noemen. Hij zal zijn volk redden, hij zorgt ervoor dat al hun zonden vergeven worden”. (Matt.1: 21) Zondag 11 zegt dat Jezus ons verlost van onze zonden, en weer: als enige: “omdat bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is” – het is dus alles of niets.

dia 3

Maar voor veel mensen is dat helemaal het probleem niet: dat ze redding van buitenaf nodig hebben, nota bene van zoiets vaags en ver weg als zonde, schuld, laat staan zonde tegen en schuld bij iets als een God in wie ze niet eens geloven of die – als Hij bestaat – hoogstens ‘iets’ tussen hemel en aarde is, of als ze al in een God geloven dan in een God die liefde is en die je toch niet zal veroordelen. Een onderzoek onder studenten in Nederland enkele jaren geleden leverde op dat de meeste studenten niet veel konden met noties als zonde, schuld, vergeving. Wat hen veel meer bezighoudt is de eigen ontwikkeling, relaties met andere mensen, het inhoud geven aan de verantwoordelijkheid voor eigen leven en de samenleving. Ik las: “velen kunnen eenvoudigweg niets met de idee dat wij zonde doen”.

In een artikel in de krant van afgelopen woensdag over ‘De les van de kerkverlater’ gaf Tijs van den Brink, presentator van het TV-programma Adieu God als een van vier redenen van mensen om de kerk te verlaten aan dat veel mensen niks kunnen met wat toch kernpunt is van het christelijk geloof:Jezus die stierf voor onze zonden. Dat iemand anders het voor mij goed moet maken, stuit op ongeloof en weerstand. Ook veel mensen die zijn opgevoed bij dat geloof, nemen er later afstand van.

De schrijver van dat eerdere artikel voegt eraan toe de indruk te hebben dat ook binnen de kerk “de beleving van onze zondige aard op de achtergrond raakt”. dia 4 Dat geeft wel te denken – allereerst als spiegel voor onszelf: hoe zit dat bij u,jou,mij ? Er zijn waarschuwende signalen vanuit de Bijbel. Ik denk aan de brieven van Johannes: dat we als denken dat wij geen zonde doen, we onszelf voor de gek houden. En Paulus zet ons voor de consequentie dat als we denken onszelf wel te kunnen redden, Jezus vergeefs zou zijn gestorven, Jezus niet nodig zou zijn. Weer: alles of niets.

Ja, en het is nog sterker en – als je wilt – nog gekker want die redding door Jezus gaat als we de Bijbel geloven nog verder dan dat Hij mijn schuld bij God afbetaalt. Er staat niet alleen dat door Jezus je zonden vergeven worden maar dat je gered wordt. En dat is niet alleen van die blokkerende zonden, dat oude zeer, die schulden, maar ook van wat daar de gevolgen van zijn: schrijnende armoede, slopende of verlammende of pijnlijke ziekten,  psychische problemen, tot en met de dood toe. We mogen en moeten geloven dat Jezus een volkomen Verlosser is, lees zondag 11.

Dat was de betekenis van al die genezingen door Jezus zelf: demonstratiemateriaal van het koninkrijk van God dat Jezus mocht aankondigen en werkelijkheid maken.  dia 5   Dat leert dat wonder dat Petrus en Johannes daar bij die poort van de tempel deden door een man die al jaren niet kon lopen weer op de been te helpen: sta op en ga lopen, in de naam van Jezus – en de man sprong op en hij liep en hij danste van blijdschap en hij was van toen af niet meer van Jezus en zijn dienaars weg te slaan. En als dan bij het zagen de verbazing toeslaat en ze stomverbaasd de twee mannen staan aan te staren alsof zijn wonderdokters zijn, grijpt Petrus zijn kans om zijn punt te maken en Jezus ter sprake te brengen: “Deze man die jullie hier zien en die jullie goed kennen, geloofde in de kracht van Jezus . Daardoor jan hun nu lopen. Het geloof dat Jezus hem gaf, heeft hem helemaal gezond gemaakt” (Hand.3.16 BGT) En daar slaat op terug 4:12: “Jezus is de redder die God gestuurd heeft” Kijk maar!

Ik moest denken aan dat wonder van Jezus zelf, ook van een verlamde die weer mocht gaan lopen, maar niet dan nadat eerst de vinger op ons aller meest wonde plek was gelegd en de ellende waar wij onder zuchten bij de wortel aangepakt is: “jouw zonden zijn je vergeven” – en als bewijs daarvan genas hij de man ook van zijn verlamming – als teken dat de blokkade is opgeruimd en je weer overeind kunt komen en weer . letterlijk en geestelijk uit de voeten kunt, met God en mensen.

dia 6

Dat brengt ons ineens dichter bij wie Jezus is en wat Jezus kwam en komt doen: Zal ik het eens een keer zo zeggen: Jezus brengt God en ons mensen weer bij elkaar….en dan kun je er van twee kanten naar kijken die alle twee waar zijn: In Jezus komt God naar ons toe want Jezus is God, God die mens wilde worden. En ook. Jezus brengt ons mensen weer bij God terug want Jezus werd mens als wij maar dan de mens zoals die bedoeld is – de Bijbel noemt Jezus de tweede Adam. Dat in Jezus God naar ons toekomt en ons weer bij God brengt, zit alle twee in wat de evangelist toevoegt aan het verhaal over wat in een droom tegen Jozef werd gezegd met het ook op de geboorte van een zoon voor zijn aanstaande vrouw Maria: “Je moet hem Jezus noemen. Hij zal zijn volk redden, hij zorgt ervoor dat al hun zonden vergeven worden”. (Matt.1: 21) – en waarom is dat, wat wil God daarmee. Nou, dat zegt Matteüs erbij: “Dat moest allemaal zo gebeuren, want in het boek van de profeet Jesaja staan deze woorden van God: ‘Een jonge vrouw die nog maagd is, zal zwanger worden. Ze zal een zoon krijgen, en hij zal Immanuël genoemd worden’. De naam Immanuël betekent: God is bij ons”.

   Dat samen – de naam Jezus=Hij is de Heer die redt – zodat God bij ons kan zijn – geeft aan waar wij van verlost moeten worden, en wel van alles dat afstand schept tussen God en ons, dat tussen God en mens in staat en ook mensen van elkaar verwijdert en zo oorzaak is van veel eenzaamheid, op zichzelf gericht en in zichzelf gekeerd zijn met als gevolgen het van je af meppen of juist je als in een cocon terugtrekken en de onmacht om dat te doorbreken, om weer ruimte te ervaren en elkaar ruimte te geven – om allerlei muurtjes om jezelf en tussen elkaar te slopen. En dat is Jezus komen doen – ontwapenend, bevrijdend, levendmakend – voor ons.

Dat mag je ook allemaal bedenken en op jezelf betrekken als Jezus meer dan eens zegt dat Hij en de Vader één zijn en wie Hem gezien heeft, de Vader heeft gezien. Zo’ n God hebben wij dus die ruimte schept om onszelf te zijn, die niet wil – staat letterlijk in de Bijbel – dat de mens verloren gaat, maar dat mensen worden gered en leven – gelukkig en voorGoed – dat de wereld niet eraan gaat maar opbloeit. Als je dat op je in laat werken, gaat het meer leven en wordt het niet bedreigend maar uitnodigend en bemoedigend dat die ene naam staat voor behoud/herstel.

Niet maar door in te stemmen met stukje leer van de kerk of je te houden aan een lijstje met leefregels maar door je eigen te maken wie Jezus is en wat zijn weg van redding is en je daardoor te laten inspireren en te laten veranderen, en door in zijn voetsporen te ontdekken wat echt leven is en hoe door te vertrouwen op Jezus en dan ook te leren leven als Jezus blokkades opgeruimd worden en de weg komt open te liggen naar de Vader en naar elkaar – zoals we met Pinksteren zongen.

dia 7

Nou, en dat is nog niemand gelukt en dat gaan wij niet redden met elkaar. En dus betekent Jezus als enige redder niet een geloven onder dwang of uit angst voor de hel of zo maar het aanwijzen van de enige route die echt en blijvend oplevert waar mensen in alle tijden en alle landen naar op zoek zijn: bevrijding van wat gevangen houdt, en van angst voor afwijzing en voor de dood.

Dan blijft de vraag klemmen waarom je voor die weg en voor de Heer die hem wijst na eerst Hem zelf gegaan te zijn, zou kiezen, als echt de enige begaanbare weg. Ik denk dat iedereen gelijk heeft die zegt dat je alleen doet als je hebt gezien en hebt ervaren dat allerlei andere wegen die hetzelfde zeggen te bereiken, falen. En vooral: als je er achter bent gekomen dat steeds weer van alles en nog wat -met de beste bedoelingen uitgeprobeerd – om van zoveel dat in de weg kan zitten en mensen beschadigt en het leven al te vaak tot een hel maakt, af te komen, faalt: relaties in stand houden of herstellen, onrust in jezelf en om je heen wegnemen, een vrediger wereld scheppen door oorlogen te laten ophouden en conflicten uit de wereld te helpen, te werken aan een schoner milieu en gezondere eetpatronen, en zeker ook ziekten genezen, armoede wegwerken, en langer gezonder leven…

Er is en wordt best veel bereikt maar waar blijft echte en blijvende vrede, hoe wordt ziekte uitgebannen en de dood overwonnen, waar blijft die echte rust in mijzelf….?

Elke keer blijken er blokkades te zitten in mensen zelf en groepen mensen, volken: wantrouwen, angst, oud zeer, en vooral de drive om mezelf neer te zetten en overeind te houden, om te gaan voor eigen belang voorop en eigen volk en groep eerst, leidt macht en invloed tot corruptie en competitie, wil ik toch meer zijn dan… en meer hebben dan…en beter worden dan….dan die ander en zelfs: dan God.

Ik las: “wij misbruiken alles wat God ons geeft, om niet Hem te dienen” – en, zeg ik erbij, als het aan ons ligt, ook niet elkaar en anderen dienen – maar onszelf….en gaat dat niet terug op die oerzonde waarmee het ooit begon en die steeds weer de kop opsteekt en een spoor van vernieling blijft trekken: dat een mens als God kan zijn, als hij kiest voor zichzelf en opkomt voor zichzelf en vecht voor zichzelf. En dat uit een hoogmoed die teruggaat op angst want als ik niet die ander van me afhoudt of sterker ben of slimmer of sneller dan zal die ander mij….het is ik of hij.

Dat herkennen veel mensen, christen of niet, en de gevolgen ondervinden we allemaal elke dag aanden lijve en we zien ze om ons heen – en zo vaak voelen we ons er machteloos onder: wat kun je doen tegen problemen dichtbij en ver weg: echtscheidingen in eigen familie en in de kerk, verharding in de omgang, onrecht en oorlog met afschuwelijk geweld, de opwarming van de aarde, elke keer weer verwoestende rampen, zoveel armoede zelfs in eigen omgeving….Waar we samen verantwoordelijk voor zijn zonder het op te kunnen lossen… Waar we ook wel eens ons wanhopig onder voelen of gefrustreerd van zijn.

Kijk, en dan is bevrijdend te horen dat Een die schuld op zich heeft genomen en dat Hij ook met ons op weg gaat naar een nieuwe en goede werkelijkheid. Iemand schrijft dat verlossing betekent afzien van mijn eigen mogelijkheden en mijn eigen keuzevrijheid en het helemaal van Jezus verwachten, ook dat ik mezelf leer loslaten, bevrijd van die wurgende angst van mezelf moeten handhaven en steeds meer aan mezelf en anderen voorbijlopen en me steeds afvragen of ik wel voldoe aan mijn eigen verwachtingen en die van anderen, en wat God wel van me vindt.

Wat een geluk dat het allemaal niet meer zo nodig hoeft omdat Jezus in onze plaats de klappen heeft opgevangen en de schuld gedragen, zodat God nu Jezus in mij ziet en God als een liefdevolle Vader zijn deur en zijn hart voor wij openzet: welkom thuis!

dia 8

Jezus alleen, er is geen andere redder, en geen andere weg. Gebruik dat niet om je toch weer boven anderen te verheffen of tegen anderen af te zetten alsof jij binnen bent en zij – als het niet verandert – voor altijd buiten – ga liever naast hen staan als net zo zondaar die redding nodig heeft, genade, vergeving – en die is er ook voor hen want Jezus is de redder van de wereld – zoon van God die zijn wereld liefheeft en die niet wil dat mensen verloren gaan maar Hem leren kennen en zo behouden worden.

De beste dienst die wij de ander kunnen bewijzen is laten zien wat het voor is en hoe het ons leven stempelt dat we ons aan Jezus toevertrouwen als onze enige redder, wat het met je doet als je niet krampachtig je leven in eigen hand wilt houden maar durft loslaten, en als je weet van eigen schuld en tekort en elke dag van genade leeft..en dat je dan ook vergeving durft vragen waar nodig en anderen kunt vergeven,

Dan kunnen nu al blokkades worden opgeruimd zodat mensen weer verder kunnen, met anderen, en met God, als eerst vijanden zelfs die broers en zussen worden, als samen op de weg van Jezus gezet en omgevormd naar de stijl van Gods koninkrijk.

Ook dat zit in dat ‘Jezus alleen’: dat die weg van Jezus echt tot vrede en herstel kan leiden, als mensen leren de minste te zijn en ook het belang van de ander te zoeken, als Gods liefde ons vult en in beweging zet – en Gods Geest in ons woont.

amen

 

liturgie middagdienst zondag 31 mei 2015

votum en groet

zingen:   Ps. 75: 1,4,6

gebed                    

Schriftlezing: Hand. 3: 1-11; 3: 16 en 4:5-12

zingen:   Ps. 118: 5,8,9

verkondiging:  zondag 11

zingen:  Lied 446: 1a, 2v, 3a, 4m, 6a

geloofsbelijdenis

zingen:  Gz. 162: 1,3,4

gebed

collecte

zingen:   Gz. 109: 1,2,3

(hertaling Ria Borkent)

 

1   Halleluja. lof aan het Lam,
die onze zonden op zich nam,
wiens bloed ons heeft geheiligd!
die dood geweest is, en Hij leeft!
die zijn gemeente vrede geeft
en haar altijd beveiligt! 
2   Dank aan de Koning, op de troon,
die opgestaan is uit de dood
met majesteit en luister,
De nieuwe mens, de hoogste Heer,
     aan Hem de heerschappij en eer!
Laat elke knie zich buigen.

 

3   Lof aan het Lam, Gods metgezel
uit Davids huis,  Immanuel,
bij ons als mens verschenen!
Laat hemel, aarde, het heelal,

in Hem, de Heer die komen zal,

   aanbidden God drie-enig.

 zegen

 4. Aanbid de Vader in het Woord.

    Aanbid de Zoon, aan ‘t kruis vermoord.

    Aanbid de Geest uit beiden.

    Van Gods genade zo nabij,

    zijn liefde en betrouwbaarheid,

    zal niets ons kunnen scheiden.

Zondag 10 Heid. Cat. : Voor wie gelooft komen alle dingen uit Gods vaderhand

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

dia 1

Kunnen we nog wel geloven in die God van zondag 10?

Voor veel mensen – ook veel christenen – is dat niet eens een vraag meer.  Ze zeggen glashard dat dat echt niet meer gaat. Je kunt het zelf niet meer opbrengen en je kunt er al helemaal niet mee aankomen bij wie verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt of nog elke dag zoveel te verstouwen krijgen. Was wat hier beleden wordt vroeger voor veel mensen hun enige troost in het lijden en bij het sterven, nu roept wat hier staat verzet op en vervreemding, zelfs weerzin en haat.

Laten we maar eerlijk zijn:wat hier staat máákt het ons niet makkelijk. We herkennen de vragen en de twijfels over Gods leiding en menselijk lijden maar al te goed. Of niet soms? Met name die zin uit antw.27 dat niet alleen goede en mooie dingen -als wat groeit en bloeit, vruchtbaarheid, welvaart, eten en drinken, gezondheid – van Vader in de hemel komen, maar dat dat ook geldt van de andere kant van de medaille:mislukte oogsten door langdurige droogte of overstromingen, hongersnood, ziek­ten en handicaps, armoede en wat voor ellende nog meer. Denk ook maar aan die honderden verdronken vluchtelingen op de Middellandse Zee.

En ook in zondag 9 staat iets moeilijks: elk kwaad dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt. Moeilijk hoor! Is God dan niet eerder een ontaarde vader dan een trouwe vader? Een vader zoals er helaas te veel op aarde rondlopen: die hun kinderen naar willekeur slaan en sarren, mishandelen en misbruiken? Is die God waar de catechismus ons in wil laten geloven, niet eerder een wrede boosaardige God dan een God die liefde is? Of – zeggen sommigen – een God die het ook niet in de hand heeft en dus niet zo machtig is als de Bijbel en onze belijdenis ons doen geloven?

Hoe moet ik wat hier staat rijmen met wat Jezus zegt: “als u dan – hoewel u slecht bent – toch goede gaven weet te geven aan uw kinderen,hoeveel te meer zal uw Vader in de hemel het goede geven aan hen die hen daarom bidden”. Het goede. Maar als dat goede niet komt waar ik zo vaak om heb gebeden? En als er wel dat kwaad is? Tegenslag als een refrein? Als wij ‘s mor­gens al moe en terneergeslagen zijn? Het is razend moeilijk wat voor ons zo heel tegen­strijdig is, met elkaar te rijmen. Te geloven dat het toch goed komt. Te blijven zeggen: mijn God,mijn Va­der.

dia 2

Voor wie gelooft komen alle dingen uit Gods vaderhand

1. Vader heeft alles in zijn hand;

2. en wij vallen niet uit de hand van Vader;

3. als we maar – samen – lopen aan Vaders hand.

 

dia 3  1. Vader heeft alles in zijn hand.

Er is veel kwaad in de wereld. Klein kwaad. Groot kwaad. Er is kwaad dat mensen elkaar aandoen. Er is ook kwaad dat gewoon gebeurt. Waar de mens niet de hand in heeft. Aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Overstromingen.Razende stormen. Ziek­tes.  Ze overkomen ons.Hoewel..Slecht gebouwde huizen storten eerder in dan huizen die op aardbevingen berekend zijn. Krot­tenwijken worden zomaar omvergeblazen. Dammen en dijken kunnen het water tegenhouden. Een gezonde leefwijze kan ziekten voorko­men.Goede medische zorg en verpleging kan leed beperken en pijn verlich­ten. Terwijl verwaarlozing en vereen­zaming, egoisme en wanbe­leid het leed dat er toch al is, onnoemelijk kunnen verzwaren. En de drama’s met vluchtelingen menselijke oorzaken hebben: onderdrukking, mensensmokkel, onmacht en onwil om oorlogen te stoppen en welvaart eerlijk te verdelen….

Dat er veel kwaad is in de wereld, hoef ik u niet te vertel­len. U leest net zo goed kranten. De meesten kijken elke dag t.v. En we kunnen allemaal wel meepraten over moeiten en zorg. Maar voor we gaan praten over wat God daarmee te maken heeft  en vragen opwerpen als waarom God dit en dat allemaal toelaat, moeten we beginnen bij onszelf. Bij wat mensen elkaar aandoen. Bij onze gezamenlijke zonde.

dia 4

We kennen allemaal de geschiedenis van Jozef. Achteraf is hem duidelijk geworden dat God een schitterend plan met hem had en dat daarin ook die vreselijke dingen paste die mensen hem aan-gedaan hadden: zijn broers die hem als slaaf hadden verkocht, de vrouw van Potifar die hem wilde verleiden en toen dat niet lukte hem vals beschuldigde, Potifar die z’n vrouw geloofde en Jozef in de gevangenis stopte, de schenker van de koning die Jozef vergat…Ieder speelde z’n eigen rol en droeg z’n eigen verantwoordelijkheid. Geen wonder dat die broers van Jozef hem knepen! Jozef heeft het ze goed laten voelen en wrijft het ze nog eens onder de neus: jullie hebt me naar Egypte verkocht. Nog eens in Gen.50: jullie hadden slech­te bedoelingen met mij.    Dan kun je niet je verschuilen achter God die het zo heeft gewild. Zo van: het lag toch vast. We belijden dat God de mens niet behandelt als een stok en een blok. Elk mens is verant­woorde­lijk voor z’n daden. Misdaden moeten worden be­straft, wanbeleid aan de kaak gesteld, ziekten waar het kan voorkomen en bestreden, kwaad waar dat maar mogelijk is,uitgebannen en het goede bevorderd.

terug naar dia 3

Er is veel kwaad, veel zorg en strijd. Maar voordat we God daarvoor ter verantwoording roepen, moeten we beginnen bij onszelf. “Wat klaagt een mens in zolang hij nog leeft”, lees ik in het boek Klaag­liederen, “Laat hij klagen over zijn zonden“. Dan erken ik dat ik niet beter heb verdiend. Dat we als mensheid niet anders verdienen. We zijn tegen God in opstand gekomen en we zouden het voortaan zelf wel redden. We konden zelf wel uitma­ken wat goed en wat kwaad voor ons is. Nou,God laat ons voelen wat ervan komt als de mens zelf de dienst wil uitmaken. Hij maakt ons steeds weer klein en laat ons merken hoe afhankelijk en kwetsbaar we zijn: een mens die van het ene moment op het andere ziek kan worden of werkloos,die gehandicapt kan raken, die het niet redt in zijn huwelijk of met z’n kinderen, die vastloopt hoe hij ook z’n best doet, die vaak geen raad weet. Alle reden m’n hoofd te buigen en naar God te vluchten: Here,help me toch! Te erkennen dat ik er zelf ook niet uitkom en dat we het samen ook niet redden. Het van Vader te verwachten.

Ja, van Vader! Zondag 10 werkt zondag 9 verder uit. En daar stond voorop dat God dankzij Christus mijn God en mijn Vader is. Nou, en als je dat mag weten, ga je anders aankijken tegen moeilijke en verdrietige dingen die je kunnen overkomen. Dan gaan we met de NGB zeggen dat het juist “een onuitsprekelijke troost is dat niets ons bij toeval gebeuren kan,maar dat alles ons alleen overkomt door de beschikking van onze goeder­tieren hemelse Vader.” (art.13)

Daarmee zijn niet alle waarom-vragen opgelost. Ze worden er vaak juist moeilijker en schrijnender door. Wat zal Jozef het moeilijk hebben gehad en geworsteld hebben met God!  En Paulus toen hij in levensgevaar was en de dood in de ogen keek! En Jezus aan het kruis: waarom, mijn God, waarom verlaat u Mij? En vul maar uw eigen vragen en twijfels en klachten in. Maar toch: geloof maar dat het Vader niet uit de hand loopt.Sterker nog: dat Hij alles in de hand heeft, en dat zelfs wat kwaad is en wij als kwaad ervaren, uit zijn vaderhand naar ons toekomt.     Daarmee is niet bedoeld dat God naar willekeur rampen en ziekten rondstrooit en uitdeelt. Zo doet een echte vader niet. Laat staan deze Vader die vol­maakt goed is en een en al liefde voor ons die zijn kinde­ren mogen zijn. We belijden dan ook dat God niet de bewerker van de zonde is, en dus ook niet de schuld is van zoveel kwaad.   Tegelijk is de bijbel er vol van dat Vader regeert. Dat er in deze wereld en in ons leven niets gebeurt zonder dat Hij het wil. Gelukkig maar! Waarom de dingen gaan zoals ze gaan,en God het kwaad toelaat, daar hebben we vaak geen idee van en geen verklaring voor. Soms ga je er achteraf iets van zien, zoals Jozef. Maar veel vaker kom je er nooit achter. Blijft het een raadsel waarom dit zo moest en mij dat overkomen is. Maar als je Jezus hebt leren kennen en door Hem God als je Vader hebt leren kennen en belijden, dan heb je in de wirwar van het leven toch houvast. Je zegt, je schreeuwt het mis­schien bij tijden uit: mijn God,mijn God,waarom? Vader! help me toch!

dia 5     2. Wij vallen niet uit de hand van Vader.

Er is veel kwaad in de wereld. Ook gelovige mensen krijgen ermee te maken. Soms lijkt het zelfs of het wie in God geloven extra moeilijk wordt gemaakt. Er is lijden dat een mens juist treft omdat hij gelooft en de Here wil dienen. Zoals Paulus en veel andere christenen, die vervolgd werden door wie van de bijbelse boodschap niets moesten hebben. Je kunt het ook extra moeilijk hebben omdat je geen water in de wijn van Gods gebo­den wil doen.Omdat je je anders opstelt dan mensen om je heen.

O nee, makkelijk is dat niet. Het kan heel veel pijn kosten. Als je van Vader houdt en gelooft dat Vader van jou houdt, dan is het extra hard en zuur als er dingen met je gebeuren die helemaal niet passen in wat je van je Vader ver­wacht. Hoe kan het dan dat je al op jonge leeftijd ongenees­lijk ziek wordt? Dat je zoveel pijn moet lijden? Dat je je kindje weer moest afstaan? Dat je huwelijk op de klippen loopt? Dat je zo graag werken wil, maar het niet meer kan omdat je gezondheid het niet toelaat of omdat je maar geen baan krijgt? Dat je ver­waar­loosd bent als kind of misbruikt, en dat je leven voorgoed is verwoest? Soms zelfs door mensen die vooraan stonden in de kerk….!

Als je dan te horen krijgt dat God je Vader is en dat Hij alle dingen doet meewerken ten goede, dan lijkt dat ver van je eigen werkelijkheid. Een schrale troost die het zelfs nog  moeilijker maakt. Want hoe kan wat jou is overkomen, en wat jij dag in dag uit meemaakt, nou ooit goed zijn of tot iets goeds leiden? Of moet ik maar berusten en me bij de feiten neerleggen, omdat het ‘wel ergens goed voor zal zijn’?

Ja, maar toch zegt Paulus dat uit volle overtuiging: “wij weten dat voor wie God liefhebben alles bijdraagt aan het goede”. Hoe weet Paulus dat zo zeker? Uit de feiten? Uit ervaring? Nou, dat ook. Hij heeft aan den lijve ondervonden hoe God uit iets heel slechts iets heel goeds maken kan. Denk maar aan die geweldige ommekeer op de weg naar Damascus die voor hem de weg naar Jezus werd. Hij ging met slechte bedoelingen: de volgelingen van Jezus gevangennemen en doden. Maar de Heer had een heel ander plan met hem: “Ik heb hem uitgekozen om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers, en onder de Israëlie­ten”. Ik denk ook aan wat Jozef achteraf ontdekken mocht: God heeft mij voor jullie uitgestuurd om jullie leven te redden.Om een groot volk in leven te houden. Ja zelfs: niet jullie hebben mij hier­heen gestuurd maar God. Daarom was Jozef in Egypte. Had hij ook in de gevangenis gezeten. Totdat zijn dromen uitkwa­men.

dia 6

Nog eens Paulus: wij weten dat God alle dingen doet meewer­ken ten goede. Dat laat de Here een mens soms al in dit leven merken. Vaak pas achteraf. Misschien na heel veel jaren pas.  Als je terugkijkt op je leven en je een lijn gaat zien. Als je na een heel moeiljke periode tot je eigen verrassing ontdekt dat je bij alle verdriet en pijn mooie dingen mocht ervaren: je hebt echte vrienden gekregen, je bent in je huwelijk nog meer naar elkaar toegegroeid, je hebt geleerd van je fouten, je geloof heeft meer diepgang gekregen, je bent op bepaalde punten ten goede veranderd, je leven is erdoor verrijkt.

Maar lang niet altijd gaat dat zo. Kun je de zin inzien van wat je overkomen is. Kun je wat positiefs halen uit wat kapot ging en nooit meer terugkomt. Is wat gebeurde alleen: kwáád, gemis, pijn – en vul niet in voor een ander waar dat goed voor zou kunnen zijn – waar je altijd heel voorzichtig mee moet zijn: invullen voor anderen. Als Paulus toch zegt dat we weten dat God alle dingen ten goede doet meewerken voor wie Hem liefhebben, dan haalt hij die zekerheid dan ook niet uit gebeurtenissen en ervaringen. Nee, dan ligt die zekerheid in God zelf. Dat gaat dat terug op dat wat God zich al lang van te voren heeft voorgenomen: wie door God zijn uitgekozen, zullen tot hun bestemming komen. Als God je heeft uitgekozen, wie kan je dan nog aanklagen en zo de keus van de Here ongedaan maken? Niemand toch? God laat je niet halverwege vallen. Je bent in zijn hand en dus veilig. Het is als een juichkreet: als God vóór ons is, wie kan dan nog tegen ons zijn? Vader is toch sterker dan al dat kwaad?

terug naar dia 5

God vóór ons? God staat naast me en staat aan mijn kant? Maar hoe houd je dat vol als alles daartegen pleit? Als God veel meer ver weg lijkt te zijn, of zelfs je tegenstander?  Paulus weet er van en steekt het niet onder stoelen of banken: leed, ellende, vervolging, honger, armoe, de dood. We weten van hem dat hij er zelf zijn portie van heeft mee gekregen. En dat ondanks al zijn bidden dat lastige probleem dat hem dwars zat – die doorn in z’n vlees – gebleven was. God zei: ‘nee’.  Maar dan gaat Paulus met ons naar die ene plaats waar alle kwaad samengepakt werd en neergekomen is op dat ene hoofd, van Gods eigen lieve Zoon die werd gestraft voor ons kwaad.

Daar, op Golgotha, liet God zijn Zoon uit zijn hand vallen in de onpeilbare diepten van de dood en de hel. Hij werd als een schaap naar de slachtbank gevoerd, en geslacht tot een offer voor onze zonde. Zodat u en jij en ik nooit meer uit Gods hand zouden vallen. Paulus zegt: daarom en daarom alleen weten we vast en zeker dat God vóór ons is en nu ook alles zal inzetten en zal doen meewerken om ons leven en geluk te geven. Nog veel meer dan bij Jozef geldt het hier: het grote kwaad dat mensen Hem aandeden – ja, dat zijn eigen Vader Hem deed overkomen -heeft iets onvoorstelbaar goeds tot stand ge­bracht: om voor God een groot aantal mensen te redden, voor eeuwig.

Maak het niet anders en mooier dan het is:  er is nog veel kwaad in deze wereld. Veel meer en veel erger nog dan wij ons ook maar kunnen indenken. Ook Gods kinderen krijgen er hun deel van mee, en soms is dat heel veel en heel zwaar. Er zijn groepen zoals IS die christenen de oorlog hebben verklaard en er zijn al heel veel slachtoffers gevallen, en als God het niet verhoedt, is het eind niet in zicht.

Paulus wist ook van lijden mee te praten, en hij vertelt ervan: we kregen zoveel meer te dragen dan we konden, zelfs zo dat we aan ons leven wanhoopten, zo diep gingen we eronder door. En toch, dat ene stond vast: de liefde van God om Jezus’wil. Als je in Jezus gelooft, mag je weten en zul je het ervaren: niets en niemand kan ons uit de hand van de Here wegrukken,niets kan ons scheiden van God die ons in Christus liefheeft. De God van Zondag 10 is de Vader van onze Heer Jezus Chris­tus,en daarom is en blijft Hij mijn God en mijn Vader! Daarom komt het goed!

dia 7       3. Als we maar – samen . aan Vaders hand lopen.

  Paulus zegt in 2 Kor.1 iets opmerkelijks. Hij en zijn medewerkers hadden een zware tijd achter de rug. Ze waren langs de rand van de afgrond gegaan en hadden de dood in de ogen geke­ken. Het was zó zwaar geweest dat Paulus zegt: meer dan we áán konden.Ze waren naar de mens gesproken onder de last bezwe­ken. Totdat God ingreep en ze uit doodsgevaar had gered. God dank!

Terugkijkend was het toch een leerzame ervaring geweest. Paulus kan het uit eigen ondervinding bevestigen: God heeft ook dit ten goede laten meewerken. Niet alleen omdat het uitein­delijk toch goed gekomen was, maar vooral dat de Heer  ze nog weer eens hun afhankelijkheid van Hem had laten voelen: “juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen maar alleen op de God die de doden opwekt, die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar “. Paulus heeft het daar vaker over, zoals in zijn ontboezeming verderop in deze brief, over die doorn in zijn vlees,die engel van de satan die hem kwelde. “Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen”, zegt hij er dan bij. En ook Gods antwoord op zijn bidden om van dat pro­bleem verlost te worden, gaat in die richting: “Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid. (2 Kor. 12:9)

dia 8

Paulus vertelt dat om ons ermee te dienen en te bemoedigen.Hij schrijft: om u de troost en de kracht te geven voor al uw moeilijkheden. Zo mag dat gaan als je samen gelooft en samen onderweg bent. Als je samen aan Vaders hand loopt.Het kan ook in de gemeente. Hoe de een verdriet verwerkt en op het lijden reageert, kan voor anderen leerzaam zijn en bemoedigend. Ook dat kan het goede zijn dat God uit kwaad tevoorschijn laat Dat je samen naar God toegroeit, en naar elkaar.

Dan kan wat verlies lijkt, winst opleveren. Met Paulus mogen we zeggen en vertrouwen: Op Hem – dat is God onze Vader – hebben we onze hoop gesteld: Hij zal ons steeds weer redden.  En – zeggen we tegen elkaar – ook u kunt daarbij helpen door voor ons te bidden. Dan zullen velen God danken voor ons, voor de uitkomst die Hij ons gegeven heeft.  Eind goed, al goed!

                                                        amen

 

liturgie middagdienst

 votum en groet

zingen:             Ps.  93: 1,2,3 Levensliederen

1. De HEER regeert, gehuld in majesteit,

gekleed in almacht en hoogwaardigheid.

De wereld raakt beslist niet uit haar baan:

uw troon zal net als U altijd bestaan.

 

2. De oceanen bulderen, o HEER!

Ze daveren, de golven storten neer.

Maar boven storm op zee en waterkracht

heerst God de HEER met grote overmacht.

 

3. Wat U bedenkt is ongeëvenaard.

Wat U besluit is ons vertrouwen waard.

Uw niet te overtreffen heiligheid

versiert uw huis, HEER, tot in eeuwigheid.

 

gebed

Schriftlezing:  Gen. 45:  3-8

zingen:              Ps. 105: 8

Schriftlezing:    Rom. 8: 28-39

zingen:              Ps. 63: 3

Schriftlezing:    2 Kor. 1: 3-11

zingen:              Ps. 142: 4,6

  verkondiging:  zondag 10

zingen:              Ps. 145: 4,5

geloofsbelijdenis

zingen:           Gz. 109: 4  (Ria Borkent)

 

Aanbid de Vader in het Woord.

Aanbid de Zoon, aan ‘t kruis vermoord.

Aanbid de Geest uit beiden.

Van Gods genade zo nabij,

zijn liefde en betrouwbaarheid,

zal niets ons kunnen scheiden.

 gebed

collecte

zingen:            Ps 68: 7 LvdK

zegen

Zondag 8 Heid. Cat. : Samen Eén

Broeders en zusters, u, jullie, samen Gods gemeente,

Samen één.             dia 1

Dat is een mooi thema voor twee kerken die samen op weg zijn en naar elkaar toe willen groeien.  Het is ook een mooi ideaal in een wereld en een land met groeiende tegenstellingen, denk alleen  maar aan de spanningen tussen moslims en andere Nederlanders, aan het wij tegen over zij, maar ook aan het individualisme waardoor mensen langs elkaar heen leven en ieder voor zich probeert te overleven, aan tegenstellingen ook in de wereld als geheel tussen heel rijken en straatarmen…. Ten diepste zit daarachter die oerzonde van ons mensen dat we onszelf zien als centrum van ons leven en de wereld, en alles bekijken en beoordelen vanuit onszelf.

Het Bijbelse tegenwicht vinden we als we Johannes 17 lezen – en dan gaat het om meer en gaat het veel verder en dieper dan waar we deze verzen vaak op betrekken: dat kerken die gescheiden optrekken, samen moeten gaan en één moeten worden.  Jezus bidt om meer: “Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent, en Ik in U, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden” .

Dat zijn best zware en moeilijke woorden waar we straks nog op terugkomen, maar nu vooral die lijn dat als gelovigen samen eensgezindheid uitstralen, verbondenheid met elkaar door verbondenheid met God zelf, dat een geweldig statement is, midden in die wereld van individualisme en scherpe tegenstellingen. En dat samen één zijn iets weerspiegelt van wie God zelf en wie God wil zijn met en voor mensen.

Dat is trouwens  al Gods bedoeling vanaf dat Hij mensen maakte en geschiedenis met mensen is gaan maken: in Genesis 2 zegt God dat het niet goed is dat de mens alleen is, en alleen blijft; niet bedoeld om alleen te staan en op zijn eentje te overleven, en daarom krijgt Adam een maatje om samen op te trekken en ook om uit die twee samen een steeds grotere mensheid te laten groeien.

dia 2

Het vervolg laat zien dat met meer zijn niet als vanzelf leidt tot samen één zijn, want al gauw komt de zonde ertussen die ten diepste is dat ik mezelf tot norm neem en dat de ander concurrent wordt. Dan wil de mens los van God zijn leven in eigen hand nemen en worden verschillen tegenstellingen. Dramatisch is meteen al de vete tussen Kaïn en Abel die escaleert tot de eerste broedermoord van de geschiedenis.

Denk ook – om het te houden bij twee voorbeelden -  aan wat gebeurde bij de torenbouw van Babel, en wat tot vandaag speelt: je verstaat elkaars taal niet meer. Je begrijpt en bereikt elkaar niet meer. Je leeft langs elkaar heen of tegen elkaar in.Zowel in de grote volkenwereld, als binnen het kleine Nederland,  als tussen kerken is uiteengaan en je tegen elkaar afzetten makkelijker dan bruggen slaan, dan elkaar zoeken en in liefde accepteren, dan van elkaar leren en niet elkaar de maat nemen.

Daar komt bij dat eenheid ook een lastig begrip is dat voor misverstanden en nieuwe onenigheid zorgt, want vaak wordt een-zijn zo opgevat dat je allemaal hetzelfde moet willen en  moet voelen en moet denken, dat je het eerst over alles eens moet worden, wat bijna nooit helemaal of helemaal niet gaat lukken.

dia 3     NB – tekening van Dokus, br Jo de Putter die afgelopen week is overleden

Het ideaal van eenheid in verscheidenheid blijkt lastig;  met verschillen omgaan is een hele opgave. Een duidelijk voorbeeld is onze multiculturele samenleving, mooi op papier maar lastig in de praktijk. En wat een eeuwenoude en vaak moordende tegenstellingen bestaan binnen één godsdienst zoals de Islam. Maar ook binnen een christelijke gemeente valt het niet mee het samen goed te hebben en ieder een plek te geven, en verschillen niet als een bedreiging te ervaren maar als juist een verrijking.  Terwijl als eenheid is dat je het over een aantal zaken eens bent en je dezelfde dingen doet, nog niet wil zeggen dat je echt en hecht aan elkaar verbonden bent, zoals Jezus bedoelt in Johannes 17.

Ik las in een boek van ds Jos Douma over Verbondenheid deze stelling: “alle vormen van ‘verbondenheid’  die niet rusten in Jezus Christus en zijn krachtige liefde zijn in wezen een uitingsvorm van schijnverbondenheid”. Ik denk dat hij in het licht van de ervaring en vooral van de bijbel het gelijk aan zijn kant heeft, en in dat boek terecht zijn uitgangspunt neemt in God zelf, God als Drie – Eén = Samen Eén   dia 4

Waarmee we helemaal zijn bij het thema van vanmiddag:     Samen Eén.

Pas nu aandacht voor die hoofdletter van dat Eén – dat gaat niet over mensen maar over God zelf. Over God die we kennen als Vader, Zoon en Heilige Geest, over wie de catechismus in zondag 8 belijdt:  “deze drie onderscheiden Personen zijn  de ene, ware en eeuwige God”. Samen Eën.

Daarbij valt het op hoe sober zondag 8 is: de term drie-eenheid die je in de Bijbel niet vindt maar pas later een vaste term is geworden om kort onder woorden te brengen hoe we uit de Bijbel God leren kennen – maar zondag 8 houdt zich bij de Bijbel zelf: Vader, Zoon en Geest, drie en toch één.Wat makkelijk ervaren kan worden als een theorie, een dor stuk leer, boven en buiten ons leven. Omdat er een systeem van wordt gemaakt terwijl het gaat om de levende werkelijkheid van God die niet in onze systemen gevangen kan worden, en altijd meer is dan wij denken of kunnen begrijpen.

dia 5

Wat dat betreft is leerzaam wat de kerkvader Augustinus vertelt in zijn boek ‘De Trinitate’= ‘Over de Drieëenheid’, dat hij toen hij met dat boek bezig was langs het strand van de Middellandse Zee liep en een jongen bezig zag water uit de zee te scheppen om dat in het gat dat hij gegraven had te gieten.  Toen hij aan de jongen  vroeg wat hij aan het doen was, zei die: “ik giet de Middellandse Zee in dit gat”.”Je verdoet je tijd”, zei Augustinus, “de zee past niet in dat gat”. Waarop de jongen meteen lik op stuk gaf: “U verdoet uw tijd met dat boek over de drieëenheid . God past toch ook niet in een boek?”.  Helemaal waar natuurlijk, God is zelfs veel meer en groter dan wat in zijn eigen Boek de Bijbel over Hem staat.

Kijk, en als we dat op ons af laten komen en op ons in laten werken, komt God juist heel dichtbij. Want de rode draad is door heel de bijbel heen, in allerlei woorden en beelden is: God is liefde. Je zou ook kunnen zeggen dat God relatie is, en dat allereerst in zichzelf: Vader – Zoon – Geest. Daar kunnen we met ons verstand niet bij, dat mag wel ons hart raken: die God wil onze God zijn!

Ja, want waar heel de bijbel vol van is, is niet informatie over wie God is en hoe God in elkaar zit, maar wie God wil zijn voor ons, dat God de liefde in zichzelf, van de Vader voor de Zoon en de Zoon voor de Vader, en van de Geest voor zowel de Vader als de Zoon, dat God die liefde wil delen met ons, en dat die God die geen mens nodig heeft omdat alleen maar alleen is, toch met mensen wil zijn.

En dat meteen al, vanaf het prilste begin, met dat machtige meervoud: “Laten Wij mensen maken”.   dia 6   Nog eerder zelfs waar God een wereld schept, door zijn Woord, en met zijn levendmakende Geest. En hoe verder de geschiedenis gaat, hoe dichterbij God naar ons toekomt – het Woord dat mens is geworden – en zelfs in ons hart en ons leven wil komen wonen – u en jij en ik – woning van de Geest. Zeg maar: de Vader is God-voor- ons is, de Zoon God -met- ons en de Heilige Geest: God-in-ons.En zo mogen wij delen in die liefde die God zelf is en mogen wij in relatie met God zijn en met elkaar.

Misschien wordt vooral dat wel bedoeld met dat de mens is geschapen als het evenbeeld van God. En volgt daarom in Genesis 2 dat God niet wil dat de mens alleen is, op zichzelf blijft – zoals in een lied:God die in het begin uit aarde, naar zijn beeld,de mensen voor elkaars geluk geschapen heeft”. Dat slaat allereerst op de relatie tussen man en vrouw en het huwelijk, maar is breder bedoeld: mensen hebben elkaar nodig, vullen elkaar aan, juist ook in alle variatie, veelkleurigheid, volheid. En mogen zo de volheid en veelkleurigheid en rijke variatie weerspiegelen van Gods eindeloze liefde.

dia 7

Ik las over het grote wonder dat kleine beperkte mensen door geloof in Jezus mogen gaan delen in de verbondenheid en liefde, de vreugde en vrijheid die stromen in deze goddelijke verbondenheid. Denk er straks maar aan terug als ik u namens die drie-ene God de zegen mag meegeven: “de genade van de Heer Jezus Christus, en de liefde van God, en de eenheid met de Heilige Geest zij met u allen”. Daar kun je mee verder, voor deze week, voor heel je leven: met minder hoeven we het niet te doen.

Kijk, en als je die zegen mag ervaren, als je je verbonden weet met deze God van een en al liefde, groeit er ook verbondenheid tussen mij en die ander, tussen mensen, hoe verschillend ook, en kan het wonder gebeuren dat bruggen geslagen worden over kloven heen, en echte vrede gaat winnen. Eerder gaf ik door wat geschreven is over zogenaamde verbondenheid, eenheid van gelijkgezinden. Maar wat onze Heer verstaat onder een-zijn, waar Hij voor heeft gebeden, ook met oog op ons, gaat veel dieper en is veel hechter en ook veel duurzamer: geef Vader dat zijn worden zoals Wij.

Die eenheid waarvoor Jezus gebeden heeft en die Gods Geest wil werken, is ook niet bereikt als je met elkaar op zondag in dezelfde dienst zit en samen avondmaal viert, en ook niet als je als twee kerken samen diensten houdt en allerlei activiteiten organiseert – dat is er hoogstens uitvloeisel van. Het kan ook uit de nood geboren zijn omdat je apart te klein wordt of de kosten te hoog worden – maar dan begin je aan de verkeerde kant en leidt eenwording zomaar tot nieuwe breuklijnen, zoals de geschiedenis van eerdere samenwerkingen en fusies – ook van kerken – helaas aantoont.

Niet voor niets geeft Jezus hier niet opdrachten om een te worden of eenheid te organiseren maar is het zijn gebed tot God zijn Vader en zit er in dat gebed ook herhaling – vanzelf gaat het  niet, er is veel en herhaald gebed voor nodig, ook in 2015: gebed voor onszelf en voor elkaar. Heer, geef dat wij allemaal en steeds meer zo aan U en elkaar verbonden worden, zoals U zelf.  Een uitlegger zegt: “er is een leef- en werkgemeenschap tussen de Vader en de Zoon, die van elkaar onderscheiden en toch onafscheidelijk samen zijn”….zoals Jezus zei: Ik en de Vader zijn één.

Het bijzondere is – en ook dat is leerzaam voor wat eenheid van geloven tussen christenen en kerken mag zijn – het bijzondere en leerzame is dat die eenheid niet een totale gelijkheid is – het is juist anders, staat in een oude belijdenis, die van Athanasius: er zijn niet drie Vaders en niet drie Zonen en niet drie Heilige Geesten – we moeten die drie van elkaar onderscheiden met ieder een eigen plaats en taak, en tegelijk zo eensgezind en zo op elkaar betrokken dat ze samen de ene God zijn.

Nog eens: een mysterie, niet te vatten of begrijpelijk te maken, maar de bron van liefde voor ons.  dia 8  En dus: niet te begrijpen, maar wel om te bezingen.

Ja, en inderdaad ook leerzaam voor ons – persoonlijk en samen – want echte verbondenheid is dus niet dat je het samen zo eens bent en het samen zo gezellig hebt, en dat je verschillen maar uit de weg gaat of wegredeneert of juist dat verschillen maken dat je je afzet tegen elkaar – nee, echte verbondenheid  – las ik mooi – “heeft te maken met openheid en kwetsbaarheid, met relaties die zich verdiepen, met liefde en genade, met de kracht die vrijkomt als we ons daadwerkelijk geliefd voelen door God en als we ervaren dat Christus door zijn Geest in ons werkt en zijn liefde en zachtmoedigheid en vriendelijkheid tot de onze maakt zodat we er vrij uit kunnen putten in onze  relaties met anderen” – tot zover dat citaat.Ik voeg eraan toe dat eenheid ervaren en versterken pas echt kan als je bereid bent met de ander emoties te delen, als je je bij elkaar veilig voelt en van harte tot hart durft te praten over wat je denkt en voelt, ook over je vragen en twijfels en zorgen. Dat het niet blijft bij koffiepraat over koetjes en kalfjes maar het echt ergens over gaat.

Verdiep je maar eens in de omgang van Jezus met God zijn Vader:  in al zijn openheid en kwetsbaarheid tot aan het kruis toe met die schreeuw: mijn God, waarom verlaat U mij? Als liefde zo diep gaat en er zo’n diepe verbondenheid is, kan dat heel wat hebben, laat je elkaar niet los, zoek je elkaar elke keer weer op zoals Jezus met zijn Vader in gesprek ging – zoals in die hof van de benauwdheid  en aan dat huiveringwekkende kruis – en door de angsten van de hel heen – en de Geest was er ook steeds weer om de Zoon kracht te geven- de Geest die ook ons verbindt aan de Vader, door Jezus, en die in uw en jouw en mijn hart wonen wil en ons aan elkaar verbinden wil.

Samen Eén -met hoofdletters, dat zegt alles over God die naar zijn diepste wezen verbondenheid is.

samen één – met kleine letters,dat mag als we aan de ene God verbonden zijn, van ons gaan gelden.

Mooi om te eindigen met die prachtige psalm over werkelijke verbondenheid, echte eenheid die als alle goed dingen van boven naar ons toekomt, zoals de olie van top tot teen, en dauw bergafwaarts. Een eenheid die veel goeds belooft en brengt. dia 9 En mee te nemen twee aansporingen van de apostel  om vanuit de eenheid die God is en geeft ook daadwerkelijk er handen en voeten aan te geven.

De eerste van die twee aansporingen staat in Filippenzen 2: 1-5:  dia 10 “Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met – of: van -  de Geest is,  maar mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen maar ook die van de ander. Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had”.

De tweede aansporing vindt u in Efeziërs 4: 3-6: dia 11 Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is”.                        

Samen één zoals God Samen Eén is.

  amen

liturgie middagdienst GKV-CGK

welkom

zingen:     Gz. 328: 1,2,3  (LB)

stil gebed

(gezongen) votum en groet, gezongen amen

zingen:     Ps. 139: 1,3,8   (GK)

gebed

Schriftlezing: Gen. 1: 1-2, 26-27: 2: 18

zingen:    Gz. 1: 1,2  (LB)

Sc hriftlezing: Joh. 1: 1-3, 1: 14-18; 17: 20-23

zingen:    Gz.  1: 3,4 (LB)

verkondiging: zondag 8

zingen:    Ps. 133  (Levensliederen)

geloofsbelijdenis 

zingen:    Gz. 108 (GK )

gebed

collecte 

zingen:     Gz. 141: 1,2 (GK)

zegen

amen:       Gz. 141: 3  (GK)