Zondag 21 Heid. Cat.: Wat we geloven van de kerk

Gemeente van Christus, broeders en zusters,jongens en meisjes,
dia 1
Je kunt op heel verschillende manieren tegen de kerk aankij¬ken.
Bijvoorbeeld vanuit wat je om je heen ziet, in de kerk waar je zelf lid van bent.
Hoe gaat het hier? Wat doen we samen? En ook: wat zijn de minpunten?
Wat zou anders moeten en beter? Wat missen we bij elkaar, waarin schieten we te kort
en wat zou er aan gedaan kunnen worden om meer wervend te zijn naar buiten toe?

Vaak hebben we het over de kerk in het licht van de situatie van de kerken in Nederland. Dan gaat het over krimp, afnemend kerkbezoek, sluiting van gebouwen.
En: we vragen ons af hoe het komen kan tot eenheid van die kerken die dezelfde belijdenis hebben, en we merken dat we daar niet altijd gelijk over denken. Dat de manier waarop we kijken naar andere kerken, sterk veranderd is, en dat ook kerkelijk shoppen ‘in’ is en er makkelijk toe kan leiden dat het gras bij de buren groener en frisser lijkt te zijn. Dat de band aan je broers en zussen in de kerk waar je lid bent of misschien wel bent opgegroeid makkelijker dan vroeger wordt losgelaten als je vindt of voelt dat je in een ander kerkgezin je beter op je plek denkt te zijn, b.v. als er dingen kunnen en gebeuren waarvoor in je eigen kerk nog geen ruimte of mogelijkheden zijn….we hebben er helaas ook zelf mee te maken de laatste tijd.

Met dit en meer dingen die in onze tijd rond de kerk spelen in ons achterhoofd valt op dat zondag 21 ons niet vraagt: hoe ziet u de kerk, of: wat vind jij van de kerk?
Zelfs niet als eerste: wáár ziet u en vindt u de kerk? De vraag is anders: wat gelooft u van de heilige, algemene, christelijke kerk? Het startpunt is niet wat mensen opzetten en organiseren, of er samen van maken. dia 2
De catechismus begint bij het begin. Het startpunt ligt eerder en hoger:”dat de Zoon van God zich een gemeente vergadert uit het hele menselijke geslacht – wereldwijd dus – van het begin van de wereld tot aan het einde – dus in alle tijden en elke eeuw.

In dat grote project van de Heer hebben ook kerken in ons kleine Nederland en het nog kleinere Broek op Langedijk een eigen bescheiden maar belangrijke plaats.
Om op de plaats waar God ons heeft gezet en waar Christus ons roept, trouw te zijn.
En met goede moed op weg te blijven, met heel Gods volk, naar de dag van morgen. Naar de dag dat het laatste kerklid binnen is en de Heer van de kerk er zelf weer is.

We mogen met Johannes meekijken naar de kerk op weg. En dan vooral een doorkijkje krijgen tot op het eindresultaat. Om te zien hoe goed het komt, maar ook hoe het alleen goed komt. En ons af te vragen wat de kerk is,en hoe een kerk ‘kerk’ blij¬ft.

dia 3 Wat we geloven van de kerk

1. dat ze heilig is;
2. dat ze algemeen is;
3. dat ze van Chris¬tus is
dia 4
1. We geloven van de kerk dat ze een heilige kerk is. ‘Gemeenschap van heiligen’, staat er extra bij.. Vorige week zagen we: in de Bijbel zijn alle gelovigen ‘heiligen’.
Be¬grijp dat vooral niet verkeerd. Wat zo vaak gebeurt. Alsof ‘heilig’ zou zijn: volmaakt. De kerk als een club mensen die denkt dat ze beter zijn dan anderen. Nou, moet je eens zien! Hoe vaak knappen mensen van buiten niet af op de kerk – vooral om die mensen die ze er tegen komen, om wat ze zien van ons en over ons horen. En hoe vaak knap je in de kerk niet af op elkaar?

We zeggen juist daarom vaak dat je niet naar mensen moet kijken. Dat is waar, als we ons er maar niet achter verschui¬len, en verkeerde dingen in de kerk en in ons leven daarmee goed praten en op z’n beloop laten. Want de kerk bestaat wel dege¬lijk uit mensen. En de eerste kennismaking met de kerk gaat bijna altijd via mensen van de kerk. En dat kan positief uitpakken, maar ook heel negatief. Denk er goed om!

Toch is het helemaal waar: je moet niet op mensen afgaan als je wil weten wat de kerk is. Als je vraagt wat het betekent dat die kerk ‘heilig’ is. Dat is niet: zonder zonden, mensen die het allemaal zo goed doen. Die voorbeeld-ig leven. Dat zal wel zo worden. Zoals Johannes de kerk zag aan het eind van de reis die ze maakt door de geschiedenis heen: een massa mensen, niet te tellen, in witte gewaden en met palmtakken in de hand. Dat is het eindresultaat. Daar gaat het heen. Zoals al beloofd bij onze doop: dat we eenmaal volkomen rein – schoongewassen – een plaats zullen krijgen in de gemeente van de uitverkore¬nen.

Zover is het nog niet. Vaak ziet de kerk er niet uit. Is er op kerkmensen verschrikkelijk veel aan te merken. Maakt het vuil van de zonde ons niet om aan te zien. Maar toch: heilig. Ik las het zo uitgelegd: “Heilig, dat betekent apart gezet. Apart gezet om God de Here te dienen.” Nou, en daar zit de Heer zelf achter. Dat is zijn werk. Er is niets van ons bij. Wat er achter zit is dat wonderlijke geheim van Gods keus.

Zondag 21 zet ermee in: de Zoon van God vergadert zich uit het hele menselijke geslacht een gemeente, die uitverkoren is tot het eeuwige leven. En van die gemeente mag ik lid zijn…niet om mee te pronken maar om verbaasd over te zijn, dankbaar: ik?
God heeft zijn knecht Johannes ook een blik gegund achter de schermen van dat werk van zijn Zoon. Hij zag ze komen, steeds maar meer en steeds weer nieuwe mensen, dwars door druk en lijden heen, met kleren die wit gewassen waren in het bloed van het Lam, gered uit de greep van zonde en uit genade Thuisgebracht.
dia 5
Kijk, dat is het geheim van het ontstaan van de kerk en van haar voortbestaan. Daarom alleen staat er straks die menigte mensen in witte kleding,om volmaakt God en Christus te die¬nen. Alleen daarom zijn ze er doorheen gekomen, door de strijd en het lijden, en zelfs door die grote toornuitbarsting van God.

Opb.6 eindigt met de beklemmende vraag: wie zal bestaan?
Wie blijft dan overeind en komt er doorheen? Kunnen we niet allemaal het beste zo ver mogelijk wegkruipen? Hopen onder het neerstortende puin van de laatste catastrofe verpletterd te worden, beter dan oog in oog te staan met de hoogste Rechter?

Maar dan last God een adempauze in. Stilte voor de storm! De enge¬len wachten met het voltrekken van de straf. Eerst worden de knechten van God verze¬geld, ge¬merkt. Wie zijn keurmerk draag¬t, komt er veilig door¬heen. Johannes ziet ze staan voor de troon. Recht overeind. Vrij. Bevrijd van strijd en zor¬gen.
dia 6
Dat is wat ‘heilig’ wil zeggen. De gemeenschap van heiligen is de verzameling van die mensen die het zegel van God dragen. U mag denken aan de doop,maar alleen als daar een leven achter zit dat gestempeld is door dienst aan je Heer. Als je schuilt
achter het bloed van Christus, zoals de Israëlieten beveiligd werden tegen het verderf door het bloed aan hun deuren. Zoals we belijden dat de kerk een vergadering is van echte gelovigen die al hun heil van Jezus Christus verwachten, gewassen door zijn bloed, en geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest.

Als je wil weten wat de kerk is, moet je niet naar mensen kijken, zeggen we vaak. Kijk eerst maar naar Christus. Maar als je echt je leven aan Hem gegeven hebt, dan zal dat leven er ook heel anders uit gaan zien. En zien de mensen aan je dat je van je Heer bent. Straalt er iets van Hem ook van ons af. Zie je elkaar in een heel ander licht.
Tot de dag dat de Heer zijn gemeente als zijn bruid aan God zijn Vader voorstelt: stralend, zonder vlek of rimpel, of wat voor ongerechtigheid dan ook. Schitterend!
Dat ik daarbij mag horen! Reden genoeg om de Here ervoor te danken: dat U voor mij hebt gekozen! Dat ik er ook bij mag zijn, en er bij mag blijven! En hij en zij ook….!!

Ook reden genoeg maar vaak in de spiegel te kijken: zijn we als kerk echt kerk – een gemeente die er is voor God en Jezus? Wordt mijn leven gestempeld door dienst aan mijn Heer? Wil ik me laten schoonwassen door die grote witmaker – Jezus’ bloed?
En laat ik me leiden en bijsturen door Gods Heilige Geest, ik samen met al die anderen die samen op weg zijn? Zal ik straks op het appèl zijn, als de kerk compleet is en de Heer komt? Bid er maar om: “Heer, laat mij dan niet ontbreken! En haal er nog heel veel anderen bij. Om straks samen U de eer te geven!”
dia 7
2. Wij geloven dat de kerk een algemene kerk is. U mag ook zeggen: een katholieke (niet rooms-katholiek, maar wel katholiek). En nog anders: oecumenisch, dat is van heel de wereld….de kerk van alle landen en plaatsen en van tijden…onafzienbaar!

Zondag 21 brengt het zo onder woorden: Christus vergadert zijn gemeente uit het hele menselijke geslacht bijeen, en dat van het begin van de wereld tot aan het einde. De NGB werkt dat in art.27 verder uit: “deze heilige kerk is niet gevestigd in, gebonden aan, of beperkt tot, een bepaalde plaats, of gebonden aan bepaalde personen, maar zij is ver-breid en verstrooid over de hele wereld”. Ja, en tegelijk:”met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest,door de kracht van het geloof”.

Je merkt er iets van als je in het buitenland medegelovigen ontmoet, en als je daar samen met hen kerkdienst mag houden. Je verstaat dan lang niet alles wat gezegd wordt, je merkt ook verschillen – en je komt er achter dat het niet altijd precies zo moet als wij in Nederland het gewend zijn, maar dat je één bent in waar het echt om gaat.
Een dikke streep onder dat: de kerk is niet beperkt tot een bepaald land (Nederland b.v.), en er zijn meer christenen in de wereld dan gereformeerden met hun traditie.
Waarin veel zit dat waardevol is, maar ook veel dat anders kan en anders zal moeten. In elk geval betrekkelijk is, gestempeld door geschiedenis en gewoontevorming.

Dat de kerk algemeen is – van alle tijden en van alle plaatsen – dat komt op een indrukwekkende manier op ons af in wat Johannes voor zijn geestesoog ziet gebeuren. Eerst hoort hij het getal van de verzegelden. Een afgerond en vol getal: 144.000. Dat is niet letterlijk bedoeld hier, zoals b.v. de Jehovah’s Getuigen ons willen wijsmaken. Ook niet bedoeld als een speciale groep, een elite, van gelovigen. Nee, het wil zeggen dat het er heel veel zijn, en dat er niet één gemist zal worden. 144.000, dat is ook 12 (het getal van de 12 stammen) maal 12 (de 12 apostelen). OT en NT zijn één!
Ja, en dat vermenigvuldigd met 1000 (10 maal 10 maal 10). Een uitlegger zegt: de kinderen Israëls worden aangevuld met ontelbaar velen. God begint met zijn oude volk Israël – zelfs daarvoor: van het begin van de wereld. Vandaar dat de twaalf stammen met naam en toenaam worden genoemd. Samen één volk. Ja, maar dan na Pinksteren aangevuld met heel veel anderen die afstammen van andere volken en andere talen spreken. Zoals in Rom.9 staat dat op de olijfboom Israël vreemde takken worden ingeënt. De kerk is gebouwd op het fundament van apostelen en profeten. De kerk uit joden en heidenen is samen Gods Israël!
dia 8
Kijk, en dat ziet Johannes voor ogen in die mensenmassa die afkomstig is uit alle rassen en stammen, volken en talen. Dat is die kerk bijeengebracht van het begin van de wereld af, en tot aan de einden van de aarde. Waar u en jij en ik bij horen.”Het gaat erom”, lees ik, “dat wij gaan begrijpen dat kerk van de Here God veel groter is dan wij als mensen nu kunnen zien”.”Iedereen die de Here God van harte lief heeft en belijdt dat Jezus zijn Verlosser is, mag bij die kerk, die algemene kerk, horen. Niet omdat mensen dat zeggen, maar omdat de Here God daarvoor zorgt”. Dat leert de bijbelse geschiedenis, dat leert ook de kerkgeschiedenis. Dat ervaren we al meer, wereldwijd.
Heel de bijbel door, en ook in Openbaring 7, zien we dat de Here gelovige mensen bij elkaar brengt. Dat Hij wil dat wie in Hem geloven elkaar opzoeken en samen kerk zijn. Dat gepreekt wordt en gedoopt en avondmaal gevierd. Dat wie van de Heer zijn zich aan elkaar verbonden voelen, ook als ze niet elke zondag in hetzelfde gebouw zijn en ook als er verschillen blijven in gemeente-zijn, kerkdienst-vieren, en dingen beleven.

Ja, want waar mensen de woorden van God horen en daar naar willen leven, daar herkennen we die kerk van alle tijden en plaatsen. Je wilt samen God alle eer geven. Je staat ook open voor mensen die op zoek zijn naar een vaste basis en een echt doel in hun leven. Dan is de kerk niet een club gelijkgezinden waar je pas bij mag als je je aanpast, of een knus gezin waar gasten en buitenstaanders zich vreemd blijven voelen, maar wil de kerk zijn waar we van zongen: een herberg onderweg voor
wie nergens anders rust en ruimte kunnen vinden, een huis waar verdriet wordt gedeeld en ook blijdschap gevierd, het huis van de grote Gastheer die zegt. kom allemaal bij mij jullie die vermoeid en belast zijn, en dan zal Ik jullie rust geven, een kerk die een plaats is tegen de neerslachtigheid en een pleister is van barmhartigheid.
De kerk – wat zou dat mooi zijn – als gastenhuis voor jong en oud: welkom allemaal!
dia 9
3. Wij geloven dat de kerk de kerk van Christus is. Dat is eigenlijk het voornaamste. Daar begint het mee en draait het om. Zonder Christus zou er helemaal geen kerk zijn. De Zoon van God vergadert zich een gemeente en beschermt die en houdt die in leven. De kerk bestaat uit mensen die door het offer van Christus zijn gered. We lazen het in Opb.7: ze hebben hun kleren gewassen en die wit gemaakt in het bloed van het Lam. Hij kocht ons met zijn bloed. En Hij blijft ons ook regeren.

Juist daarom kan de kerk ook genoemd worden ‘gemeenschap van de heiligen’. Gemeenschap. Niet los zand, maar hecht verband. En dat niet omdat we elkaar zo aardig vinden – als dat zo is, is het mooi meegenomen, maar vaak is dat niet zo – maar: omdat we persoonlijk en samen van Christus zijn. En we geroepen zijn om Hem en elkaar lief te hebben. Omdat we veel samen hebben: vooral die ene Heer! Omdat we
een gezin zijn: broers en zussen, kinderen van die ene Vader, aan elkaar gegeven.

Wat een geweldige troost: de kerk is van Christus. Dus is de toekomst van de kerk in goede handen. Johannes zingt het ons als het ware voor: “het lam zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen van hun ogen wissen. Alle tranen die nu nog gehuild worden of gevoeld diep in jezelf: om wat
in dit leven stuk gaat, mislukt, beschadigd raakt, niet van de grond komt, doodgaat.
Alle tranen ook die je kunt hebben om teleurstellingen in elkaar, in de kerk, als je
elkaar niet vast kan houden soms, of tegenover elkaar staat, of elkaar niet begrijpt.
Als de kerk niet altijd gastvrij is voor jong en oud, en we niet altijd elkaar ruimte bieden.

Gelukkig gaat de Heer door, dwars tegen alles in, als de goede Herder die zijn kerk als zijn kudde bijeenbrengt en bijeenhoudt, en haar beschermt, en haar voorziet van alles wat ze nodig heeft. En dat God nu al onze tranen wil drogen door dat vertroostende evangelie dat zijn kerk mag doorgeven aan u en jou en iedereen die het maar wil horen. Hij stilt onze honger en lest onze dorst. Hij loopt voorop en wijst ons de weg.

Wil de kerk kerk zijn en blijven, en wilt u en wil jij van die kerk een levend en meelevend lid zijn – en blijven – dan zal het erop aan komen dat we bij Christus blijven. Dat we naar de stem van de goede Herder luisteren en Hem achterna lopen. Ja, en als we dat samen doen als kinderen van de Vader, dan zal er ook die eenheid komen die nu vaak zo ver weg lijkt. Hij heeft het zelf belooft: dan zal het worden één kudde en één Herder. Laten we er maar om blijven bidden en eraan blijven werken.

Tot iedereen het zien zal: een onafzienbare menigte die niemand kan tellen.
En God voor altijd bij ons mensen wonen zal.
Het is de moeite waard bij de kerk te horen, en altijd lid te blijven. dia 10

amen

liturgie morgendienst

zingen: ZG 213: 1,2,3 ‘Dit huis, een herberg onderweg (melodie Psalm 84)

Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.

Dit huis, waarin een gastheer is
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven:
Een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad
struikelt en langer niet wil leven
plaats tegen neerslachtigheid
een pleister van barmhartigheid.

Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase;
hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht,
hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend alwie binnen gaat
en hier de lasten liggen laat

votum en groet
zingen: Ps. 126: 1,2,3 ‘Toen God ons weer naar Sion bracht’
wet van God
zingen: Ps. 5: 4,5 ‘Gij oordeelt wie niet eerlijk spreken’
gebed
Schriftlezing:Openb. 6 en 7
zingen: Gz. 70: 1,2,3 ‘Gij dienaars van Hem, die alles regeert’
preek over zondag 21
zingen: Gz. 118: 1,2,3 ‘God is getrouw, zijn plannen falen niet’
collecte
slotzang: Ps. 89: 1,7 ‘Ik zal zo lang ik leef bezingen in mijn lied’
zegen
amen: Ps. 89 laatste regel

Zondagen 18 en 19 Heid. Cat. : Jezus zit op de troon

Gemeente van onze opgestane Heer,
dia 5
Er is een kort zinnetje in de verzen die we gelezen hebbeb, dat bij me blijft haken.
Ik bedoel die paar woorden in Filippenzen 4:5: “de Heer is nabij” = Jezus is dichtbij’.
Dat wordt wel uitgelegd als belofte dat het niet lang meer duurt tot zijn terugkomst,
maar gezien de verzen erom heen denk ik dat die uitlegger er dichterbij komt die
schrijft: “De apostel bedoelt: Christus is dichtbij om te helpen”. Vandaar wat er op
volgt: “wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt”. Bemoedigend!

‘De Heer is dichtbij’ – dat lijkt in tegenspraak met wat we de ‘hemelvaart’ noemen.
Want dat was toch een afscheid en als mens is Christus niet meer bij ons op aarde.
De leerlingen zagen Hem opgetild worden en opgenomen in een wolk en ze bleven
alleen achter – ze moesten Hem niet blijven nakijken maar terug naar hun eigen taak.
Jezus is in de hemel, en dat roept veel vragen op want waar is de hemel dan: is dat een plek ver weg in het grote heelal of is wat de bijbel vertelt een restant van een achterhaald wereldbeeld: ergens achter de wolken is wat deBijbel hemel noemt?
Maar wat als je met telescopen steeds verder het heelal in kunt kijken en je met
ruimtevaart steeds verder het heelal in kunt reizen en je nergens de hemel vindt?
Iemand verwoordt het zo: “Kan Christus’ hemelvaart eigenlijk wel? Waar is Hij dan
heengegaan, als het heelal grotendeels leeg is en we nergens tegen de hemel
‘botsen’? Krijgt die Russische astronaut dan toch gelijk die na het eerste rondje
rond de aarde riep dat God niet bestaat want: ik ben Hem nergens tegen gekomen?.
Anderen opperen dat je de hemel moet zien als een soort vierde dimensie, en dan
is de hemel misschien wel veel dichterbij dan we denken – en dat ligt dan helemaal
in de lijn met dat wat lastige antwoord van de catechismus over Jezus die – God en
mens – “naar zijn godheid, majesteit, genade en Geest ons nooit meer verlaat”.
En – nog ingewikkelder – “de godheid is buiten de mensheid en toch ook in haar
en persoonlijk met haar verenigd blijft” – dus: Christus in de hemel en toch dichtbij.

Zeg het maar simpeler zo: Jezus in de hemel, op de troon, en zo elke dag dichtbij.
Als er staat dat de Heer dichtbij is, dan is Heer – Kurios – Hij die de grote Koning is-
Vanmorgen wil ik daar de nadruk op leggen, dat Jezus Heer is, dat is: de Koning.
Zoals Hij zelf zei voor zijn afscheid: mij is gegeven alle macht, in hemel en op aarde.
En die Koning zet zijn macht in ten goede: voor wie burgers zijn van zijn koninkrijk.

dia 6 Jezus zit op de troon
1. dat geeft de burger moed
2. dat bepaalt als christen je houding
3. dat opent voor de wereld een hoopvol perspectief

dia 7 1. Jezus zit op de troon: dat geeft de burger moed

Het is een bekende Nederlandse uitdrukking: dat geeft de burger moed
Wat zoiets betekent als: hierdoor krijgt mensen weer zelfvertrouwen, b.v. door
een positief bericht of als iets je lukt nadat allerlei dingen zijn mis gegaan.
Als ik die uitdrukking hier gebruik bedoel is dat woord ‘burger’ letterlijk.
Paulus schrijft n.l. in Fil. 3: 20 dat christenen hun ‘burgerrecht’ in de hemel hebben.
In het Grieks wordt een woord gebruikt dat wij wel herkennen – politeuma – dat komt
van hetzelfde woord als waar ons woord politiek van is afgeleid: polis=stad, staat.
Het betekent hier dat wie bij Christus horen burgers zijn van een rijk dat vanuit de
hemel wordt bestuurd, dat christen dus eigenlijk een dubbel paspoort hebben, in
ons geval van het koninkrijk der Nederlanden en van het koninkrijk van de hemel.
Dat uiteindelijk hoe het gaat met ons leven en met onze wereld niet in den Haag of
in Brussel beslist wordt, of in New York, maar vanaf de troon van Jezus, bij God.
Een beeld dat die eerste lezers meteen zal hebben aangesproken want Filippi dia 8
was een stad in Griekenland maar tegelijk een Romeinse kolonie, met veel veteranen uit het Romeinse leger, die er trots op waren dat de keizer van Rome hun heer was.
Die keizer werd gezien en vereerd als de Redder van de wereld en de hoogste Heer.
Maar Paulus herinnert de kerkleden van Filippi eraan dat ze nu ze christen zijn
geworden Jezus hebben leren kennen als de echte Redder en de allerhoogste Heer.
Hoor maar: “wij verwachten uit de hemel onze Redder, de Heer Jezus Christus”.

Nou, en dat kan die burgers van Filippi toen – en Paulus zelf die ook Romeins
staatsburger was – en ons vandaag, in een snel veranderende en zoals het lijkt steeds chaotischer en gevaarlijker wereld – moed geven, en rust, en vertrouwen.
Deze brief maakt wel duidelijk dat zowel Paulus als zijn lezers het wel nodig
hadden om zichzelf en elkaar moed in te spreken, want het was niet makkelijk.
Paulus zelf schreef deze brief vanuit de gevangenis – omdat ik Christus dien,
staat in 1: 13 – hij hoopt en vertrouwt vrij te komen maar weet dat niet zeker.
En ook de christenen in Filippi kregen te maken met vijandschap vanuit hun
omgeving, zowel van Joden die niet in Jezus geloofden, als van het stadsbestuur
en heiden gebleven stadgenoten die de boodschap van Jezus als Heer zagen
als een ondermijning van het gezag van de keizer en van de Romeinse goden.
Paulus heeft het over ‘tegenstanders’ en ‘vijanden van het kruis van Christus’-
en zeker als dat mensen zijn met macht en invloed, dan valt het niet mee om
vol te houden en niet onder de druk en zelfs vervolging te bezwijken – zoals in
onze tijd medechristenen in heel wat landen het erg zwaar hebben, en ook in
ons nog vergeleken daarmee veilige Nederland het geloof onder druk staat
van allerlei tegenargumenten en afbrekende kritiek en ook terechte verwijten.
dia 9
Je zegt het Paulus niet zomaar na dat het Gods genade is om niet alleen in
Christus te geloven maar ook omwille van Hem te lijden – moet dat dan, en wil ik
dat, en kan ik dat – en is het wel de moeite waard dat ervoor over te hebben?
Ja, en het kan ook als lijden voelen als ontwikkelingen in de samenleving en
in de kerk een kant op gaan waar je je zorgen over maakt en verdriet over hebt
en wat je niet kunt tegenhouden want je hebt de tijd en de meerderheid tegen.
Kijk, en dan kan het je als burger – van Nederland, en van het koninkrijk van
de hemel – moed geven dat Jezus op de troon zit en dat Hij uiteindelijk aan de
touwtjes trekt en er garant voor staat dat niet wat kwaad is overwint maar dat
uiteindelijk het reddingsplan van God doorgaat en dat zijn rijk duurzaam zal
blijken: “de Heer is nabij. Wees over geen ding bezorgd, maar vraag God
wat u nodig hebt, en dank Hem in al uw gebeden.Dan zal de vrede van God,
die alle verstand (en al mijn eigen gevoelens en verwachtingen en zorgen)
te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren” (4: 5-7).
Eerder schreef Paulus: “Laat u op geen enkele manier door uw tegenstanders
angst aanjagen” – daar is geen reden toe want die tegenstanders zullen het
nooit winnen, dankzij Jezus op de troon, en onderweg naar zijn overwinning.
De Heer zelf bemoedigt ons met dat vooruitzicht: “Dan komt de Mensenzoon.
Iedereen zal hem zien komen op de wolken. Hij komt als een machtige en
schitterende Koning. Wees vol goede moed en vertrouwen als die dingen
gebeuren. Want dan is het moment van jullie bevrijding dichtbij”. (Luc.21: 27-28)
Tot dan toen is het wachten- verwachten – op Gods tijd, en erom blijven bidden.

dia 10 2. Jezus zit op de troon – dat bepaalt als christen je houding.

Ik had het over dat dubbele paspoort – over burger zijn van Nederland en tegelijk
van dat rijk waar Jezus op de troon zit – Hij is Heer van ons leven en Heer in de kerk.
Dat kan spanningen opleveren, en kan je als gelovigen vreemd laten voelen in een
stad of dorp, een land, een werkplek, een vriendenkring, waar ze er andere normen
en waarden op na houden en anders leven dan past in het rijk van koning Jezus.
Paulus heeft het daar ook over en hij noemt het een strijd die gelovigen voeren,
en dat niet allereerst tegen anderen maar vooral tegen jezelf en kwaad in jezelf.
Hij spoort aan om “te leven in overeenstemming met het evangelie van Christus”.
En dat is juist niet je afzetten tegen anderen of krampachtig in de verdediging
schieten, of stevig de hakken in het zand en laten zien dat je er ook mag zijn,
of dat jij natuurlijk gelijk hebt en de waarheid in pacht – het is ook niet angstig
en in paniek wegkruipen omdat het toch achterhoedegevechten zijn als je nog
in God gelooft en in Jezus als Redder en Heer, en de kerk nou eenmaal uit is..

Juist als je gelooft dat Jezus regeert is voor jezelf neerzetten en jezelf afzetten
tegen anderen en ook voor je laten wegzetten door anderen, geen reden – het is
niet mijn wereld en ook niet mijn of onze kerk, het is de zaak van de Heer zelf.
Weer zondag 1: met lichaam en ziel, in leven en sterven, niet het eigendom
van mezelf – en ook niet speelbal van allerlei krachten of toevalligheden of
mensen die kwade bedoelingen hebben of dingen van we vragen die ik niet wil
of niet kan waarmaken of niet achter kan staan – maar het eigendom van mijn
trouwe Redder en Heer – die me loskocht met zijn leven, om voor Hem te leven.
Ik denk aan een andere bekende uitspraak van Paulus: “Wij horen bij Christus,
en Christus houdt van ons. Niets kan dat veranderen. Ook al moeten we lijden,
ook al worden we vervolgd, ook al zijn we arm, ook al is ons leven in gevaar…
Want wat er ook gebeurt, vandaag of in de toekomst, of we nu leven of sterven…. niets kan ons scheiden van Gods liefde die vastligt in Christus onze Heer!

Jezus zit op de troon, wij zijn burgers van het rijk dat hemels aangestuurd wordt.
Dat maakt als het goed is dat wij hier op aarde ons daar naar leren gedragen.
Dat is een leerproces, dat is als het ware een levenslange inburgeringscursus.
Paulus bedoelt dat met ‘leven in overeenstemming met het evangelie van Christus’:
je opstellen en je gedragen zoals Jezus dat ons voorhoudt en voorgeleefd heeft.
En dat begint dichtbij huis: in je eigen huwelijk en gezin, op je werk, in de kerk.
Dat zijn zeg maar de oefenplekken, de stageplaatsen, van het rijk van de hemel.
dia 11
Even verder in iets andere woorden van de apostel: “laat onder u de gezindheid
heersen die Christus Jezus had” – en let dan op zijn levensloop en lijdensweg -
waarvan de kern is volgens Paulus dat Hij die God was en is de luister daarvan
opgaf en naar ons kwam en mens werd als wij en zelfs nog dieper zich weggaf:
“als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot de dood-
en zelfs nog erger: de dood aan het kruis – de dood van slaven en rebellen – ik
las: “God is nederig geworden. En Jezus heeft laten zien dat juist daarin zijn
grootheid, goedheid en liefde samenvallen” – ja, en zo verdiende Hij de troon:
“omdat Jezus Christus dat deed, heeft God hem de hoogste plaats gegeven”.
En als wij daarin het voorbeeld van Jezus volgen, bekroont God ook ons leven.

Nog eens: dat maakt een levenslange inburgeringscursus nodig want het zit
niet in onze aard als mens en het gaat ook niet vanzelf als je christen bent dat
die we die manier van denken en van met elkaar omgaan in praktijk brengen die
Jezus had: “handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen
belangen voor ogen, maar ook die van de ander” – en dan ook nog – misschien
nog wel moeilijker voor ons gereformeerden: eensgezind zijn – wat niet is het
over alles eens zijn of net zo lang praten en drammen tot ieder zo denkt als ik
zelf denk, maar allemaal achter Jezus aan, met alle verschillen toch: “één in
liefde, één in streven, één van geest” – moeilijk genoeg, maar mogelijk als je
Jezus in het oog houdt en zijn leven jouw leven wordt, en Hij je blijdschap is.

Ik las: “Problemen zijn er genoeg in de kerk van Christus. Liefde voor onszelf
(egoïsme) drijft wiggen tussen mensen. De oplossing is niet dat we proberen de ander te veranderen, maar dat we kijken naar onszelf. Of beter. dat we kijken naar Christus: doe ik zoals Hij het deed? Ben ik van plan om mijn naaste te redden en ook zelf gered te worden? Zo wil Christus in de gemeente zijn.Wat wij voor elkaar doen, wordt voor Hem gedaan”. Tot zover. De schrijver haalt dan Matt. 25 aan, en daar
komen we dan ook anderen in beeld waaraan wie Jezus volgt recht gaat doen en
zorg aan gaat besteden: armen, vreemdelingen, daklozen, zieken, gevangenen.
Je kijkt anders naar vluchtelingen, je denkt niet meer vanuit eigen volk eerst of
eigen land op slot, maar je hebt niet alleen eigen belang maar ook dat van de
ander voor ogen, je bent bereid tot delen, opschikken, inleveren, en zelfs lijden.
En – niet het minst belangrijk – laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen!
dia 12
Niet makkelijk, ik ben de eerste om het toe te geven, het zit ook niet in mijn genen.
En het kan best gemopper opleveren of geklaag, zelfs dat er verwijdering komt….
Dat zal ook in die vroege kerken, zoals die van Filippi, een zorgpunt geweest zijn.
Ik denk dat juist daarom de apostel in deze brief zo vaak oproept tot blijdschap:
“Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd” (4:4).
Niet omdat het altijd makkelijk gaat, en het altijd pais en vree is – integendeel juist.
Denk maar aan Paulus in de gevangenis, en het gedoe in Filippi, en in onze tijd.
Daarom ook: laat de Heer uw vreugde blijven= de Kurios: Jezus zit op de troon!

dia 13 Jezus zit op de troon: dat opent voor de wereld een hoopvol perspectief

Jezus zit niet alleen op de troon van ons leven en is niet alleen de baas in de kerk,
maar -zegt zondag 19 – door hem regeert God zijn Vader alle dingen, heel de wereld.
En zelf zegt Jezus dat Hij gekomen is om de wereld te redden, en nieuw te maken.
Dat geeft hoop voor een wereld die nu nog te lijden heeft onder onrecht en oorlog,
waar mensen honger lijden en pijn hebben, en waar nog steeds iedereen doodgaat.
Paulus zegt dat Jezus terugkomt om onze ‘armzalige lichamen’ gelijk te maken
aan ‘zijn verheerlijkt lichaam’, en in een andere brief dat dan de schepping wordt
bevrijd van aftakeling, vervuiling, verwoesting, geweld, en de macht van de dood.
Dan komt het zover dat gebeurt waar Paulus in gelooft en op hoopt en waar ook
wij naar mogen uitkijken, dat iedereen voor koning Jezus zal knielen en iedereen
zal erkennen dat Jezus de Heer is, en God de Vader zal eren. Kom, Heer Jezus!
dia 14

amen

liturgie morgendienst

votum en groet
zingen. Ps. 16: 1,3,5
wet van de HEER
zingen: NLB 632: 1,2,3
gebed
Schriftlezing: Filipp. 1: 27 – 2: 11 en 3: 17- 4: 7
zingen: Gz. 67: 1,2,3
verkondiging: zondag 18 en 19 H.Cat. dia 1-4
zingen: Gz. 11: 1,2 GK
gebed
collecte
zingen: NLB 416: 1,2,3
zegen
amen: NLB 416: 4

Zondag 17: Je hoeft niet bang te zijn – voor de dood (CGK-GKV)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,
dia 1
Is wat we in de kerk doen, niet uit vlucht uit de harde werkelijkheid? Staan we niet buiten het gewone leven met onze bijbel en onze preken, met onze belijdenis en met onze liederen? Neem nou waar het vanmiddag over gaat: Christus heeft de dood overwonnen, en daarom mogen wij leven en zullen wij opstaan.Dat zijn prachtige woorden, waar je fijn over zingen kunt. Maar dan kom je de kerk uit, en wat zie je dan? Eerder een geduchte vijand die oppermachtig is. De dood die je van alle kanten aangrijnst en die toeslaat, nu hier en dan daar. Waar¬tegen uiteindelijk geen mens, hoe sterk ook, opgewassen is. Deze vijand heerst in ziekenhuizen en op slagvelden, in rampgebieden en op de snelweg. Hij slaat plotseling toe of sloopt een mens langzaam maar zeker. Wie is niet bang voor hem? Het staat zelfs in de Bijbel
dat wij mensen ons hele leven lang bang zijn voor de dood (lees Heb. 2: 15)

En dat terwijl we al bijna 2000 jaar na de opstanding van Christus leven, en al heel veel generaties zijn gekomen en gegaan! Wie durft dan nog te blijven praten over een dood die overwonnen is en leven dat zeker is? Ben je zo niet volstrekt ongeloofwaardig als christen, en als kerk? Breken zulke mooie woorden niet stuk op de keiharde, dodelijke realiteit? Zullen we maar niet zwijgen en toegeven dat het allemaal te mooi is om waar te zijn?
dia 2
Ja, maar de bijbel zet ons met de zekerheid van Chris¬tus’ opstanding juist midden in die werkelijkheid. Midden in een wereld van lijden en ziekte en dood. In die wereld waar de ziekenhuizen staan en de begraafplaatsen liggen, waar ver¬keersslachtoffers vallen en moorden worden gepleegd, waar kinderen doodgaan van de honger en waar kanker levens sloopt. En de bijbel zegt: in zo’n wereld kun je alleen getroost leven én getroost sterven, omdat Christus is opgestaan en de dood verslagen heeft. Omdat je je in alle onzekerheid mag geloven dat de dood toch niet het einde is.

Als dat niet waar zou zijn, dan zouden we in de kerk met onwezenlijke dingen bezig zijn. Dat waren alle preken holle woorden en alle liederen kreten in de ruimte. Dan kwamen we met onze zekerheden en belijdenissen geen stap verder. Maar nu het wél waar is dat Christus is opgestaan, is er ondanks alles toch hoop en toekomst. De dood is nog wel een geduchte vijand, maar die dood heeft toch niet het laatste woord. Christus is door de dood heengebroken naar het leven, en Hij trekt ons achter zich aan. Hij loopt voorop, als eersteling, en dus komen wij ook aan de beurt. We hebben nu al het leven, zelfs al moeten we nog sterven. Dat is de werkelijkheid van elke dag, die in de kerk afgekondigd wordt en waar we ook vanmiddag weer ja en amen op mogen zeggen.

dia 3 Je hoeft niet bang te zijn – voor de dood:
1. gered uit de macht van de dood;
2. zeker van de opstanding uit de dood.

dia 4 1. gered uit de macht van de dood.

Zondag 17 is een opvallend korte zondag. Eigenlijk zijn het maar drie zinnen. Een korte zondag, over het zo belang¬rijke feit van de opstanding van de Heer Jezus Christus. Over dat feit wordt trouwens niet eens gesproken. Dat is geen punt van discussie, of Jezus wel is opgestaan en hoe dan wel. Daar gaat de cate¬chismus gewoon van uit. Daar is geen twijfel aan. Als dat niet zo zou zijn, konden we meteen wel ophouden. Geloven zou geen zin hebben. Er zou niet eens een kerk meer zijn. En we konden wel een punt zetten achter al die kerkdien¬sten.Maar gelukkig, het is echt waar: de Heer is werkelijk opge¬staan!
dia 5
Daarom kan zondag 17 meteen doorvragen naar het nut van de opstanding van Christus voor u en voor mij: wat heeft u daar nu aan, dat u dat zo zeker weet? Dat is nou weer typisch onze catechismus. Geen dogmatisch handboek, waarin uitputtend alle punten van de leer aan de orde komen en alle mogelijke dwalin¬gen bestreden worden. Nee, een troostboekje. Waarin het steeds weer om die ene vraag gaat: wat is uw, wat is jouw enige troost, in leven en in sterven? Daar draait het ook hier weer om: wat koop je ervoor dat Christus de dood heeft overwonnen, als die dood nog altijd als een dreiging boven je leven hangt? Wat schiet je ermee op dat Hij voor je is opgestaan, als overal om je heen mensen sterven en je ook zelf doodgaat? Is de belijdenis van de kerk geen pijnstiller? Niet een vlucht?

In 1 Kor. 15 houdt Paulus zich met dit soort vragen indrin¬gend bezig. De aanleiding was dat sommigen in de gemeente niet geloofden in de lichamelijke opstanding van de gestorvenen en dat ze met die opvatting twijfel en verwarring zaaiden. En gelet op de feiten hadden ze een punt, want na Pasen waren er al heel wat gelovigen gestorven – en hoe kan dat nou als toch de dood overwonnen is, door Jezus, voor ons? dia 6 Zondag 16 stelde die vraag ook: als Christus voor ons gestorven is, waarom moeten wij dan nog sterven. En hoe weet je nou dat de dood niet is over en uit, voorgoed? Paulus gaat daar dan op in en wil de twijfel wegnemen. Daarbij gaat hij uit van de zekerheid van Christus’ opstan¬ding.Blijkbaar was dat buiten kijf: de Heer is echt opgestaan. En wie daaraan twijfelen mocht: er zijn nog heel wat ooggetui¬gen aan wie de Heer in levenden lijve is verschenen. Ze kunnen het bij hen gaan navragen. Ja, we hebben een levende Heer!

Goed, zegt Paulus, daar zijn we het allemaal over eens. Maar hoe is het dan mogelijk tegelijkertijd te beweren dat er geen doden worden opgewekt? Als dat echt waar zou zijn, dan geldt dat ook voor Christus. Dan is Hij ook niet opgewekt. Ja, en als dat waar zou zijn, dan valt alles weg: de prediking van Paulus en de andere apostelen slaat nergens op, het ge¬loof van de Korintiërs hangt in de lucht, er is geen hoop meer. Heel het christen-zijn en het kerk-zijn staat of valt met de werkelijkheid van de opstanding van de Here Christus.

Kijk, ziet u hoe die opstanding van onze Heer alles te maken heeft met ons? Met ons geloof, met onze kijk op het leven en op de toekomst, met ons concrete leven van elke dag? Om dat nog wat duidelijker te zien, moeten we ons afvragen wat die opstanding nou eigenlijk te betekenen heeft. Voor Christus zelf was het natuurlijk een bekroning en een beloning na zijn gehoorzame lijden en ster¬ven. Ook het doorslagge¬vende bewijs dat het grote werk echt was klaargekomen en dat de Vader zijn offer had aanvaard.. Het moest wel Pasen worden: de dood kon Hem niet vasthouden. Waarom niet? Wel, omdat de Here die dood al overwonnen had. Omdat er was betaald voor onze zonden en de straf was gedra¬gen. De oorzaak van alle ellende, ook van de dood, was wegge-nomen door het offer aan het kruis. Daarmee was de dood in beginsel zijn macht kwijt. Daar ging het over in zondag 16.
dia 7
Op de Paasmorgen kwam dat triomfantelijk aan het licht. Voor het eerst stond de dood machteloos. Voor het eerst moest het graf zijn prooi loslaten. Zeker, ook vroeger was er wel eens een mens teruggekomen uit de dood. De Heiland had zijn macht over de dood al eerder bewezen: in de jongen uit Nain, bij Jairus’ dochtertje, bij het graf van Lazarus. En toen Hij stierf op Golgotha, sprongen in Jeruzalem graven open en kwamen doden uit hun graven. Maar dat was allemaal maar tijdelijk. Vroeg of laat sloeg de dood weer toe. Deze mensen konden niet hun leven redden. Zeker niet anderen het leven redden. Pas Jezus Christus heeft de beslissende doorbraak bewerkt door de ondoordringbare kille doodsmuur heen. Hij sterft niet meer, maar leeft eeuwig. De dood kan Hem niet meer pak¬ken. Nooit!

Kijk, en die overwinning van Christus komt nu ons ten goede.Hij is voor ons gestorven, Hij is ook voor ons opgewekt. Christus stierf in onze plaats, als onze Middelaar, Hij stond ook op uit de dood als Middelaar. Zo kan Paulus schrijven: de dood is er door een mens, ook de opstan¬ding der doden is door een mens. De Overwinnaar is net als wij een mens van vlees en bloed, één van ons. En dat betekent dat zijn overwinning onze overwinning is. Nu zijn allen bij Chris¬tus horen, uit de machtsgreep en de machtshonger van de dood gered. Ook voor ons heeft de dood niet meer het laatste woord. We hébben het leven, het eeuwige, en zijn bestemd om te leven.

Maar wat merk je daar nu van? Is dat toch niet een dooddoe¬ner? Loopt niet elk mensenle¬ven, ook dat van een gelovig mens, uit op het graf? Is de dood niet nog altijd oppermach¬tig? Gemeente, maar dan moet u vooral naar de Here Jezus kijken! Hij is dan toch maar door de dood heen gekomen, en Hij leeft. En dat als één van ons en als onze Voorloper. De Eersteling.Daarom bouwen we niet alleen voor dit leven onze hoop op Hem. Dan zouden we er beroerder aan toe zijn dan al die andere mensen die niet verder komen dan ‘dood is dood’. Ons geloof zou dan ijdele hoop zijn en het evangelie van het leven be¬drog. Je zou met een ingebeelde hemel het graf in gaan.

Maar omdat Christus is opgestaan en omdat Hij de Levende is, daarom is het God zij dank anders. O ja, de dood heeft nog wel macht. Paulus heeft het over ‘de laatste vijand, die nog van macht beroofd moet worden’. Zover is het nog niet. We mogen wel geloven dat de sleutels van de dood en het dodenrijk in handen van Christus zijn gekomen. Hij opent en Hij sluit.En zelfs een sterfbed en een begrafenis moeten meewerken aan zijn doel met ons. Denk nog maar even terug aan zondag 16, aan die vraag waarom wij nog moeten sterven: eigenlijk alleen nog om voorgoed van de zonden af te komen en door de dood heen het eeuwige, volmaakte leven binnen te gaan. Dat is de blije ¬werkelijkheid waarin u en jullie en ik elke dag mogen leven. Daar mogen we ons aan vastklampen in leven én sterven.
dia 8
Wat is in je leven en bij je sterven je enige troost? Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben -nee, niet van de satan, niet van de dood, ook niet van de machthebbers van deze wereld – maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Van Hem die de dood heeft overwonnen en die nu alle macht heeft, ook over dood en graf.

dia 9 2. zeker van onze opstanding uit de dood.
Zondag 17 zegt dat de opstanding van Christus een ‘onder¬pand’ is van onze opstan-ding in heerlijkheid. Zeg maar: een garan¬tiebewijs. Ook voor u en mij kan het nu niet meer stuk. Na punt 1 zou u nog kunnen zeggen: maar wat koop ik daarvoor? Het zal wel waar zijn dat Christus door de dood is heengekomen en dat Hij nu voor altijd leeft. Maar wat dan nog? Wij zijn Christus niet. Wij moeten allemaal sterven en er is nog nooit een mens voorgoed uit de dood terug gekomen. En: ze zijn er toch nog altijd, de kerkhoven en de slagvelden, de ziekenhui¬zen en de verpleegtehuizen, de hongersnoden en de natuurram¬pen? Dan kan de kerk wel praten over een opstanding uit de dood en over een eeuwig leven op een nieuwe aarde, maar waar blijft dat dan en hoe lang moet dat nog duren? Er zijn al zoveel eeuwen voorbijgegaan en is er nog altijd niets van terechtgeko¬men. Zou het eigenlijk allemaal wel waar zijn?

juist daar hadden ze het ook in Corinthe zo moei¬lijk mee. Ze geloofden wel in Christus’ opstanding. Maar tegelijkertijd ontkenden sommigen de opstanding van doden. Hoe kwam dat nou? Hoe was dat met elkaar te rijmen? Wel, de eigenlijke oorzaak was een verkeerde kijk op Christus en zijn werk.O ja, zeiden ze, Christus is opgestaan, natuur¬lijk wel.Daar willen we niks van afdoen. Maar dat was Chris¬tus, de Zoon van God, de Redder van de wereld. Wij zijn maar gewone mensen, zwak en sterfelijk, vatbaar voor ziekten en kwalen en ongeluk¬ken. Voor ons is die onvoorstelbare heerlijk¬heid niet wegge¬legd.

Maar dan gaat Paulus laten zien hoe de werkelijkheid is. Dat Christus is opgestaan, heeft wel degelijk veel te beteke¬nen voor ons die in Hem geloven. Want wie is die Christus eigen¬lijk? Niet maar een eenling, een zonderling. Niet iemand die uit een andere wereld komt en na verloop van een aantal jaren weer net zo naar die andere wereld teruggaat. Als dat zo was, ja dan zou wat met Hem gebeurde, ons niet raken. Dan hadden zijn dood en zijn opstanding voor ons waarde. Maar het is totaal anders! Het gaat om die Jezus die voor ons als baby werd geboren, in onze wereld. Die van het begin tot het einde ons leven heeft geleefd. Die als echt mens geleden heeft en gestorven is, voor ons. In onze plaats!

Nou, die Christus is opgestaan uit de dood en leeft voor altijd in de hemel. Hij is geen eenling en geen vreemdeling, Hij is de eersteling. Lees maar vers 20 van 1 Cor. 15: “Chris-tus is werkelijk uit de dood opgewekt, als eerste van de gestorvenen”. De eerste, dus er zullen er meer volgen. Letterlijk staat er: de eersteling. dia 10
Dat doet denken aan de oogsttijd. Israël moest elk jaar de eerstelingen, de eerste vruchten van de nieuwe oogst, aan de HEER aanbieden. Daarmee erkende het: eigenlijk is alles -van de HEER. Die eerstelingen vertegen¬woordigden de hele oogst. Nu, dat beeld staat Paulus hier voor ogen. Als Christus opstaat uit de dood, is dat het begin van de complete oogst. Dan kunnen wij niet achterblij¬ven. De volle oogst zal vast en zeker volgen. Daarvoor is wat met Pasen gebeurde, de garantie. Luister nog eens naar de apostel: “Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend gemaakt worden”. (vers 22)

Ja, maar hoe kunnen we daar nou zo zeker van zijn? Waarom hebben al die mensen ongelijk die zeggen ‘dood is dood’? Dat zie je toch voor je ogen? Daar kan toch geen nuchter mens omheen? Is er ooit een mens uit de dood teruggekomen?
Toch: het is niet waar dat er nooit een mens is teruggekomen uit het graf! Want de mens Christus Jezus is opgewekt uit de dood, opge¬staan uit het graf. De eerste vrucht is al binnengehaald, en de complete oogst zal zeker volgen. Maar dan wél op Gods tijd. Paulus zegt: ieder in z’n eigen rangorde. Onze opstan¬ding komt, dat is na Pasen vast en zeker. We moeten wel op onze beurt wachten. We moeten Gods tijd afwachten. Die tijd komt, als Christus terugkomt in volle heerlijkheid. Dan is het zover dat alle gestorvenen hun lichamen terugkrijgen. Dan mogen we met een nieuw lichaam, als complete mensen, gloriëren en regeren.Zover is het nog niet. De dag van de volle oogst is nog niet gekomen. Maar dat die dag komt, twijfel daar maar niet aan. Daar staat uw Heer en Redder borg voor.

Hoe zou het ook anders kunnen? Heeft Jezus niet door zijn dood en opstanding ons losgekocht van vloek en dood? Nou, dan laat Hij ons ook delen in zijn overwin¬ning. Zijn op-standing is nog maar het begin. Op Gods tijd zullen wij vol¬gen, om samen met alle gelovigen Hem op een nieuwe aarde te dienen en te loven. Om voor altijd gelukkig te leven. Tot zolang wordt er nog gezaaid. Tot zolang blijven er nog be¬graafplaatsen en rampgebieden, ziekten en ongelukken. Tot zolang kreunen en zuchten Gods schepselen nog onder de vergan¬kelijkheid en de gebrokenheid. Maar het is een zuchten en pijn lijden vol hoop en verwachting. Want wat nu gezaaid wordt, wordt straks geoogst. Die hoop mag al ons leed verzachten.
dia 11
Is dat geloof toch niet een vlucht uit de werkelijkheid? Lopen we er niet mee vast in het harde leven? Is dat evangelie van het leven ongeloofwaardig, als we worden geconfronteerd met de verwoestingen die de dood nog aanricht? Begrijpelijke vragen en twijfels. Maar houd toch maar eraan vast dat de werkelijkheid waarin we leven de werkelijkheid van Jezus Christus is! We leven niet onder het regiem van Koning Dood, maar onder dat van de Vorst van het leven. Dat geeft troost en moed in een wereld die nog altijd zo zwaar te lijden heeft onder de verwoestende gevolgen van de zonde. In een wereld waarin wonden geslagen worden die vreselijk pijn kunnen doen, je leven lang soms. Waarin nog heel veel wordt gehuild en veel pijn wordt geleden. In een wereld van sterfgevallen, oorlog, vluchtelingen, pijn, verdriet.

Maar wie Christus kent, mag het zeker weten: het zal zo niet blijven. Het einde is in zicht. Christus is bezig de ene vijand na de andere voorgoed uit te schakelen. Ook die laat¬ste, de dood. In feite is hij al een geslagen vijand, die niet meer kan doen dan Christus dienen. Zondag 16 ging er alm over. ons sterven is een poort naar God en naar het eeuwige leven met God en met Christus. Tot ook de dood voorgoed wordt afgedankt en vernietigd op de grote overwinningsdag. Naar die dag zijn we samen nog op weg, achter Christus aan. Luister maar goed, dan hoor je de bazuinen al!

amen

dia 12

liturgie middagdienst CGK-GKV zondag 4 oktober 2015

welkom
zingen: Ps. 62: 1,3 GK
stil gebed
(gezongen) votum en groet
zingen: Gz. 301: 1,3,5 LB
gebed
Schriftlezing: 1 Kor. 15: 1-28
zingen: Gz. 66: 1,2,5 GK
preek over zondag 17
zingen: Gz. 300: 1,2,4,6
gebed
collecte
geloofsbelijdenis (C. Koolsbergen, mel. Gz. 114 LB)
1. ‘k Geloof in God de Vader, die almachtig
hemel en aarde schiep;
in Jezus Christus, Zoon uit God geboren,
die Hem tot aanzijn riep,
mijn Heer, die van de Heilge Geest ontvangen
geboren uit een maagd,
geleden heeft ten tijde van Pilatus,
onschuldig aangeklaagd.
2. Gekruisigd en gestorven en begraven,
gedaald in helse dood,
de derde dag verrezen, opgevaren,
zit Hij voortaan naast God,
vanwaar Hij op een dag terug zal komen
als rechter van ‘t heelal
en alle levenden en alle doden
ten oordeel houden zal.
3. De Heilge Geest, Hij wordt door mij beleden.
‘k Geloof dat God ons geeft
een kerk die heilig is en in de wereld
als zijn gemeenschap leeft.|
‘k Geloof dat God mijn zonden wil vergeven,
mijn lichaam eens bevrijdt
van dood en ondergang, en ik zal leven
in alle eeuwigheid.

zegen
amen – laatste regel van Psalm 89

Zondag 15 Heid. Cat. : Buiten de poort…. (dienst met tafelviering H. Avondmaal)

Beste broers en zussen, u en jij, samen gemeente van Jezus Christus,

dia 1

Wat roepen die zinnen uit die brief aan de Hebreeën eigenlijk op, bij ons?
Die woorden over het veilige kamp verlaten en delen in Jezus’ vernedering?
En dat onze stad of ons dorp niet voor altijd is maar dat we onderweg zijn
en verlangend uitkijken naar de stad die komt – wat stel je je daarbij voor?

Ik denk dat de schrijver van een artikel dat ik over dit stukje Bijbel las gelijk
heeft, als hij het oude woorden noemt die van ver komen – ver van ons bed,
van ons veilige warme huis waar we na deze kerkdienst weer heen gaan,
en ver van onze werkplek of school waar we morgen weer verwacht worden.
We zijn best vaak onderweg – voor ons werk of op vakantie of naar familie -
maar de meesten van ons zijn aardig gesetteld, en als we de troonrede en
de miljoenennota mogen geloven, gaat het allemaal weer langzamerhand
wat beter – en als het gaat over vluchtelingen die onze kant op komen, is
de inzet vooral opvangen ver bij onszelf vandaan en een terugkeerbeleid.
Want natuurlijk heeft iedereen recht op een menswaardig bestaan, maar
laat het geen inbreuk doen aan onze eigen rechten en voorzieningen….
Zoiets als: wij hebben hier een bestaan opgebouwd en dat willen we
graag zou houden en verbeteren, en – vergeef me het woordgebruik -
vele varkens maken de spoeling dun – dat vraagt inschikken en inleveren.

Wat roepen die zinnen uit Hebreeën 13 bij ons aan beelden en gedachten op?
Dan komen deze beelden dichterbij – dia 2 – mensen op de vlucht of in een vluchtelingenkamp die geen blijvende stad of huis meer hebben en die ook
niet meer terug kunnen en willen naar waar het onveilig is en ze geen goede
toekomt hebben – en die verlangend uitkijken naar wel een vaste en veilige
plek, b.v. in Duitsland of in Nederland – en die daarvoor alles wat ze tot dan toe hadden achterlaten en er veel ontberingen en een gevaarlijke reis voor over
hebben – heel wat anders dan een paar weken bivakkeren in een tent of in
een caravan en dan weer terug naar eigen huis en haard in een veilig land.

In Heb. 11 wordt teruggegrepen op de stamvaders van Israël als Abraham
die ook hun comfortzone achter zich lieten en als vreemdelingen woonden
in een land waar anderen de baas waren, en dan lees ik over hen dat ze
zich ervan bewust waren dat ze op doorreis waren naar een nieuw vaderland.
“niet het vaderland waaruit ze weggetrokken waren, anders waren ze daarheen
wel teruggekeerd” – wat ze niet deden zoals die mensen uit Syrië dat niet doen.
“Nee”, gaat het verder, “ze keken reikhalzend uit naar een beter vaderland: het
hemelse” (11:14-16). Er staat niet: de hemel, maar ‘het hemelse’ – dat is een plek
waar de wetten van God gelden en mensen de stijl van Gods rijk vertonen.

Jammer dat de BGT onze tekst scheeftrekt: “maar wat hier op aarde met ons
gebeurt is niet belangrijk, want we zijn op weg naar het hemelse Jeruzalem”.
Dat laatste is waar, het eerste niet: wat hier op aarde gebeurt is geweldig belangrijk.
Daarom is Gods zoon juist naar de aarde gekomen om als Jezus geboren te worden en aan het kruis te hangen, en nu al ons op het goede been te zetten, van mensen
die leven naar de stijl van de hemel: buiten de poort onderweg naar de stad van God.
dia 3
Want: Buiten de poort…
1. heeft Jezus voor ons geleden;
2. staan we er niet alleen voor;
3. blijven we in beweging.

dia 4 1. Buiten de poort heeft Jezus voor ons geleden

Hoe anders ging Jezus de stad uit dan Hij een paar dagen eerder diezelfde stad was binnengekomen! Inplaats van een triomfantelijke intocht nu een smadelijke aftocht. Leve de koning, hoera! hadden veel mensen geroepen toen Jezus werd ingehaald. Gezegend die komt in de naam van de Heer! Alle eer aan de zoon van David!
Een paar dagen later ging Hij weer diezelfde poort door. Maar nu als een spotkoning. Als een lasteraar van God veroordeeld door de kerkelijke leiding en als een lastig probleem afgeschoven door de wereldlijke rechter. Afgevoerd naar de vuilnisbelt van de stad: Kruis Hem, stuur Hem de stad maar uit! Hem niet, dan liever toch de keizer!

Jeruzalem was de stad waar God woonde bij zijn volk. Daar stond de tempel, het huis van Jezus’ hemelse Vader. Maar nu werd de Zoon het huis uitgezet. De stad uitgegooid. Afgesneden uit de gemeente van God. Als een vervloekte godslasteraar.
Dat deden mensen, dat deed Jezus’ eigen volk, en dat was verschrikkelijk. Maar daar achter stond God zelf. Het was de Vader in de hemel die zijn Zoon het huis uitzette en uit zijn stad verbande.
dia 5
Als de grote Zondebok, met al onze zonden en wonden op zijn nek, om ze weg te dragen en ons er voorgoed van af te helpen – lees zondag 15: “om ons lichaam en onze ziel van het eeuwige oordeel te verlossen en Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven voor ons te verwerven”…..en nog eens: “om ons te bevrijden van het strenge oordeel dat over ons zou komen” en – driemaal is scheepsrecht: “dat Hij de vloek die op mij lag, op Zich geladen heeft”. Zo ver doet Hij onze zonden weg!

Het hoorde helemaal bij het offer voor de zonden dat de Zoon ging brengen op de laatste en alles beslissende Grote Verzoendag. Bij de meeste offers ging het zo dat het bloed gesprengd of uitgegoten werd bij het brandofferaltaar, dat het vet werd geofferd op dat altaar, en dat het vlees voor de priesters was. Maar dat ging anders als het offerbloed het heiligdom werd binnengebracht zoals bij offers die gebracht werden voor de zonden van heel het volk, en zoals op de Grote Verzoendag. Dan mochten de priesters het offervlees niet eten, maar werd dat samen met de huid en de mest naar buiten gebracht om daar te worden verbrand. Het ging zeggen we tegenwoordig naar het destructiebedrijf, de verbrandingsoven in. Het werd vernietigd.

Ik denk dat u wel begrijpt waarom. Denk aan die afschuwelijke beelden die we de afgelopen jaren gezien hebben als er een ziekte is bij dieren zoals vogelgriep of
varkenspest, en massaal dieren worden afgemaakt en vernietigd, om zo de verdere verspreiding ervan te voorkomen en de gezonde dieren in leven te kunnen houden.

Nou, aan zoiets moet u denken bij dat offervlees dat buiten de legerplaats, buiten de stad, moest worden vernietigd. Op dat offerdier waren de zonden van een heel volk overgedragen. Dat vlees was als het ware doortrokken van de besmetting door de zonde, en moest daarom aan de vlammen worden prijsgegeven. Wat bedorven is moest vernietigd worden, omdat anders het heiligdom en de priesters en heel het volk door de bacillen van de zonde besmet zouden raken. Echt grote Schoonmaak.
dia 6
Daarom, staat in onze tekst, heeft ook Jezus buiten de poort geleden. Alle zonden van al Gods kinderen werden op Hem gelegd, om ons van die zware last te bevrijden. Om zijn volk te ‘heiligen’ zoals met Israël elk jaar gebeurde op de Grote Verzoendag. Om ons die onheilig en onrein zijn weer aan God te wijden, en een nieuw hart en een nieuw leven te geven. Zodat we steeds weer opnieuw mogen beginnen! Zodat er altijd en voor iedereen een weg terug is, terug naar de Vader.

Dus is er alleen dat nieuwe begin en echt leven voor wie echt kiest voor Jezus. Als om met de briefschrijver te spreken, je helemaal op Jezus georiënteerd bent en je alles achter wilt laten en bereid bent los te laten wat je in de weg staat bij de reis achter Jezus aan richting het koninkrijk. Je moet er echt helemaal voor gaan, omdat je er anders nooit komt – en je je bestemming mist. Of dat je alleen voor jezelf gaat
en je reisgenoten uit het oog verliest. Denk maar weer aan die vluchtelingen die
zoveel het kan elkaar opbeuren en opvangen en vooral ook op de kinderen passen.
Laten we Jezus onze Reisleider in het oog houden, en laten we elkaar blijven aanmoedigen. Elkaar niet voor de voeten lopen of voorbijlopen maar samen gaan.

dia 7 2. Buiten de poort staan we er niet alleen voor

Voor Jezus was het natuurlijk een diepe vernedering zo de stad van zijn Vader uitgesmeten te worden, en te moeten sterven aan die vervloekte kruispaal. Voor Hem was echt geen plaats meer onder de mensen en zelfs niet in het huis van zijn Vader.

Jaren later wordt deze brief geschreven en rondgestuurd. Aan christenen die het niet makkelijk hadden. Ze waren er buiten komen te staan.Buitengesloten om hun geloof.
Buiten de Joodse gemeenschap met hun synagoge waar ze Jezus verfoeiden. Of buiten de kring van hun familie en collega’s en buren die heiden bleven. Je werd als je christen was vaak meewarig aangekeken en uitgelachen: geloof jij echt in die Jezus die aan dat kruis is doodgegaan? en waarom doe je ineens zo anders dan vroeger? Ben je ineens zo precies, zo vroom? Denk je er ineens zo anders over
dan voordat je christen werd? Voor de jonge christenen was dat niet makkelijk.

Ze hadden het er zo moeilijk mee dat verslapping en moedeloosheid dreigden. De schrijver wil zijn lezers een hart onder de riem steken. Hen op het hart binden vooral toch vol te houden. In hfd.12 wordt gewezen op de Here Jezus: ”denkende aan de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, liet hij zich nioet afschrikken door de schande van het kruis”. Het is echt de moeite waard! En Hij deed het voor u en voor jou….en als je je bij Hem aansluit en zijn leven leeft, deelt Hij die vreugde aan je uit.
In dezelfde lijn ligt de aansporing in onze tekst: ”Laten wij dus het kamp verlaten, ons bij Hem (Jezus) voegen en delen in zijn vernedering”.
Er zijn uitleggers die dat betrekken op de breuk met de joodse gemeenschap. ‘Legerplaats’ doet denken aan het tentenkamp van het volk Israël in de woestijn. De joodse christenen moesten zich afscheiden van het jodendom, en de spot en smaad die ze daarmee over zich heen haalden, aanvaarden terwille van hun verbonden zijn met Jezus. Daar zit zeker een kern van waarheid in. Het past in heel deze brief die wil laten zien hoe de Here Jezus de dienst in tabernakel en tempel vervuld heeft. Dat offeren niet meer nodig is. Dan weer voor dat oude leven kiezen is Jezus verliezen.

Maar daar blijft het niet bij. Naar Jezus toegaan buiten de legerplaats, buiten de stad, dat is zijn offer aanvaarden als het enige dat je redden kan van schuld en zonde, nood en dood. Dat betekent genadebrood eten. Dat is beseffen dat we geen recht
hebben op alles wat we hebben aan bezit, gezondheid, een eigen land en huis.
dia 8 Dan ben je ook bereid uit je veilige comfortzone te komen van een vertrouwde
traditie en durf je het gesprek aan met wie een ander geloof heeft of zegt niet te
geloven, met moslims, met wie anders is geaard of heel anders in het leven staat.

Zoals Jezus dat deed, ondanks de lasterpraat die over Hem verteld werd en de
tegenspraak die hij opriep. Ik las: “Zoals Jezus Jeruzalem uitgegooid werd en buiten opgehangen werd, zo start voor christenen hun onderweg zijn bij het verlies van hun oude leven. …Het begin met sterven en al het oude verliezen. Het begint met een
nieuwe familie krijgen, een nieuwe naam, een nieuw leven. En weer zijn er vreemdelingen die het ons tonen, zoals bekeerde moslims die zich niet meer kunnen laten zien bij al hun familie.” Wat helaas ook gebeurt, zeg ik erbij, met Joden die voor
Jezus kiezen en christen worden – we noemen ze meestal messiasbelijdende Joden.

Achter Jezus aangaan, is zoals Hij zelf zei: je kruis opnemen en Hem volgen op
zijn weg van dienstbaarheid en de minste zijn, en daarvoor jezelf verloochenen.
En dan blijft het ook niet bij woorden, maar steek je ook je handen uit en gaat waar nodig je portemonnee open voor wie in nood is en voor wie onze hulp gevraagd wordt, zoals de tekst oproept tot liefdadigheid en onderlinge solidariteit (vers 16).
Want wie heeft groter liefde dan wie zichzelf durft prijs te geven. Als Jezus deed.

dia 9 3. Buiten de poort blijven we in beweging

Toen na de hemelvaart van Jezus de kerk begon, werden ze door de omgeving
‘mensen van de Weg’ genoemd, naar Jezus die zichzelf zo noemde: Ik ben de Weg.
Hij bedoelde allereerst de Weg naar God, die mensen met hun God wil verzoenen.
Maar er zit ook in dat christenen in beweging zijn om die weg te gaan, altijd op weg.
Want God maakt geschiedenis, en zijn tijd staat niet stil, Hij zet ons in beweging.
De Prediker zei al dat heimwee naar vroeger alsof het toen beter was, geen zin heeft
omdat vroeger voorbij is en God alles wat er is een goede plaats in de tijd gegeven
heeft – en dat geldt ook voor ons: dat we nu leven, in deze tijd, is volgens Gods plan.

Deze tekst leert ons in beweging te blijven want wie Jezus volgt kan niet stilstaan, dia 10 want Jezus is onderweg en wij willen mee, toch, en niet achterop raken.
Ik las: “Er is geen weg terug, er is alleen een weg vooruit, zonder te weten waar je komt. Conservatisme is geen christelijke optie, blijven, handhaven en vasthouden geen christelijke stijl”. We hebben hier geen blijvende stad, is de boodschap van vanmiddag, we zijn er niet om ons in te graven in onze tradities, onze kerk, ons
gelijk, ons huisje-boompje-beesje, of ons zelfmedelijden, onze schuld, ons verdriet.

Jezus is daar voorbij en Hij wil ons meenemen:naar die stad-in-aanbouw, zijn wereld.
Wie daar ook wil aankomen, moet wel in beweging blijven en op koers blijven. Naar
de aansporing van Heb. 12. 2: “Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus,
de grondlegger én voltooier van ons geloof”. En samen, met al onze reisgenoten!

amen

liturgie middagdienst
votum en groet
zingen: Ps. 147: 1,5

avondmaalsformulier 5 (met geloofsbelijdenis)

dankzegging (2)

zingen: Ps. 103: 4

Schriftlezingen. Lev. 16: 20-22a en 27-28
Heb. 13: 11-16

zingen: Lied 187: 1,3

verkondiging: zondag 15

zingen: Lied 459: 1,4,5,7

gebed

collecte

zingen: Ps. 84: 5,6

zegen

Zondag 14 Heid.Cat.: Waar blijft Bethlehem?

Gemeente van Christus, broeder en zusters, jongens en meisjes,

Waar blijft eigenlijk Bethlehem?
Ik bedoel: in de prediking van Jezus, en later in de bijbel.
De plaatsnaam Bethlehem komt behalve in de geboortegeschiedenis van Luc 2 en Matt 2 alleen nog voor in Joh.7:42, en dan niet in de mond van Jezus maar mensen herinneren eraan dat volgens de profeten de messias in Bethlehem geboren zal worden – en dus kan Jezus niet de messias zijn want hij komt uit Nazaret – toch?

Het valt op dat onze Heiland nooit met zoveel woorden over zijn geboorte in Bethlehem, en over dat Hij is geboren uit de maagd Maria gesproken heeft.
Met opzet. Hij wilde daar niet mee te koop lopen.
Iedereen kende Hem als die rabbi uit Nazareth.
Jezus was voor veel mensen de zoon van een timmerman uit
een gat in de verre Kop van het land, die ook kerkelijk aan de rand lag.
Nou, en we merken niet dat de Heer daar tegenin gaat
door met nadruk terug te verwijzen naar zijn begin dat in Bethlehem lag.
Zelfs niet toen ze zeiden: de messias komt toch niet uit Galilea
maar uit Bethlehem waar David ook vandaan is.
Jezus zegt ook dan niet wat je zou ver wachten:
maar ik kom eigenlijk ook uit Bethlehem.
Ik las dit: “Bethlehem blijft in zijn optreden op de achtergrond
en zijn reddende werk staat op de voorgrond”.
Jezus wil aanvaard worden om zijn werken
die laten zien dat Hij van God gekomen is.

Pas later gaat Jezus’ wonderlijke begin een rol spelen:
als de geboortegeschiedenis in de kring van de gelovigen
wordt doorverteld en wordt opgeschreven.
Het geheim wordt dan onthuld,
het geheim van de wonderlijke afkomst van de mens Jezus:
zijn geboorte uit de maagd Maria,
zonder dat er een man aan te pas kwam,
door de kracht van de Heilige Geest die haar overschaduwde.

Dat wonder was nodig om onze redding mogelijk te maken.
En daar is de bijbel vol van.
Dat zo de liefde van God vlees en bloed werd.
Dat de Zoon van God mens moest worden
om voor mensen als u en jou en mij te lijden en te sterven.

Bethlehem was er en ook Nazareth vanwege Golgotha en met het oog op Pasen.
En vanuitGolgotha en Pasen valt het licht van het evangelie
op Bethlehem én op Nazareth.
Bethlehem is: God-met ons. Dichterbij ons dan ooit.
Ik lees: “In de gestalte van een baby! Een kleuter daarna. Een tiener.
En tenslotte vooral bekend als de man van ongeveer dertig”.
Zo te zien een heel gewone man.
Uit een doorsnee-gezin van een handwerksman en een huisvrouw.
Ja, maar toch ook weer niet gewoon.
Het grote wonder: een man met hier op aarde wel een moeder maar geen vader.
Die heel letterlijk God als Vader heeft.
Die God gebleven is en mens geworden is.
Onze menselijke natuur heeft aangenomen.
Als een bewuste vrije keus.

Het is ook daarom dat Jezus geen aardse vader had.
Dat Jozef niet zijn vader kon zijn.
Dat is niet omdat Hij anders zondig op de wereld zou zijn gekomen.
Alsof de zonde in het huwelijk zou zitten
of via het verwekken van kinderen doorgegeven zou worden.
Nee, het was omdat Jezus zelf geboren wilde worden.
Omdat Hij die al lang voor Maria bestond,
ervoor koos uit deze moeder als baby te worden geboren.
Hij heeft ons vlees en bloed aangenomen.
uit de maagd Maria. Om zo aan ons gelijk te worden.
Iemand zegt terecht: dat is niet alleen een wonder van de natuur,
maar voor alles een wonder van Gods genade.
Zoals we bij de preek over zondag 13 lazen in Hebr.2:16:
“God ontfermt zich over het nageslacht van Abraham”.

Ontferming. Dat is: je armen om iemand heenslaan,
zich het lot van die iemand aantrekken.
Bewogen zijn met mensen, met een wereld in nood.
Er alles voor over hebben om wie verloren waren te redden.
Om ons weggelopen kinderen terug te brengen bij Vader thuis.
Dat kon alleen maar doordat God zelf naast ons kwam staan,
doordat de eigen Zoon van God mens werd
om voor ons de schuld te betalen
die we bij God hebben gemaakt en steeds nog groter maken.
Gods Zoon moest aan ons gelijk worden
en zelfs voor ons lijden en sterven.

Dat was voor Hem een onvoorstelbaar diepe vernedering:
de eeuwige Zoon van God die God is en God blijft
maar die de menselijke natuur aannam.
We belijden: onze menselijke natuur, mèt al haar zwakheden.
Zwakheden als: moe kunnen worden en overspannen,
ziek en vooral ook sterfelijk.
En vatbaar voor verleiding tot zonde.
Waar de duivel gretig gebruik van heeft gemaakt.
De duivel die steeds weer geprobeerd heeft
Jezus van de weg van zijn Vader af te trekken.
Denk maar aan de verzoekingen in de woestijn.
Aan zoveel aanvallen van Jezus’ vijanden.
Aan het onbegrip van zijn eigen leerlingen.
Aan Judas die Hem verraden en Petrus die Hem verloochend heeft.
Aan het kruis waar Hij bespot werd en uitgedaagd:
als je de Zoon van God bent, kom dan van dat kruis af!

Gemeente, de weg door lijden en dood heen was onmenselijk zwaar.
Zo zelfs dat Jezus in Gethsemané bloed zweette van pure doodsangst.
Hij onderging helse kwellingen zegt de catechisémus.
Hij worstelde met zijn Vader:
Vader, als het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan.
Laat deze hel Mij toch bespaard blijven.
De hel van het zelfs door God verlaten zijn.
Maar, broeders en zusters, onze Heiland is trouw gebleven.
Hij is gehoorzaam geweest aan Vaders wil:
uw wil geschiede, uw wil alleen.
Gehoorzaam tot in de dood zelfs,
de dood aan dat huiveringwekkende kruis, op die verschrikkelijke vrijdag.
Die alleen door die trouw van de Zoon een Goede Vrijdag werd voor ons.
De dag waarop voor alle kinderen van God
de deur naar het huis van Vader open ging.
Zonen en dochters komen weer thuis.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën wil dat wie zijn brief lezen,
alle aandacht en heel hun leven op Jezus richten.
Hij spreekt daarin allereerst joden aan voor wie Mozes
nog altijd de grote voorganger is.
Nou, het is waar, Mozes was een trouwe knecht van God.
De grote Middelaar van het oude verbond.
Over wie God zelf heeft gezegd (in Numeri 12:7) dat Mozes zijn vertrouweling was,
met wie Hij rechtstreeks sprak en niet via dromen en visioenen.
Mozes was kind aan huis bij de Heer.
Ja,en toch: een knecht.
En niet meer dan ook maar een mens.
Een mens die als alle mensen behept was met zonden en gebreken.
Zo zelfs dat ook hij uiteindelijk het land dat was beloofd, niet mocht binnengaan.

Mozes was een trouwe knecht in het huis van de Heer.
die zich helemaal voor Gods volk heeft ingezet,
maar die dat volk toch niet redden kon
en kon brengen in de volmaakte rust.
Die zeker niet ze kon redden van de duivel en de dood.
Daarvoor was meer nodig.
Was nodig dat Iemand kwam die oneindig veel meer was dan Mozes.
Die niet maar was een trouwe knecht van God in zijn huis,
maar die was de Zoon die het te zeggen had over Gods huis.
Die met goddelijke kracht de zonden van een verloren mensheid
op zijn nek kon nemen en kon weglijden.
Die daarin voor 100 procent trouw was.
Hij die aan ons mensen gelijk geworden is,
en net als wij verzocht op de proef gesteld,
maar die niet gezondigd heeft.
Die niet door de knieën ging.
Die zich volmaakt gehouden heeft
aan de wetten en opdrachten van zijn Vader.
En zo voor ons allemaal eeuwige redding verdiend heeft.

Daar doelt zondag 14 op, als het gaat over de waarde van
dat komen als mens en dat lijden en sterven van Gods Zoon voor ons:
“zo is Hij onze Middelaar, die met zijn onschuld en volkomen heiligheid
mijn zonden waarin ik ontvangen en geboren ben,
voor Gods aangezicht bedekt”.
“Dank, mijn Heiland, voor uw lijden,
voor uw bittere bange nood,
voor uw heilig, biddend strijden,
voor uw trouw, tot in de dood”.

Als mensen zijn we er om elkaar te helpen.
We willen dat vaak ook best wel.
Alleen schieten onze krachten en onze mogelijkheden heel vaak te kort.
Kunnen we elkaar niet echt van moeiten en zorgen afhelpen.
Kunnen we de ander ook niet echt begrijpen.
Blijven we buitenstaanders.
Ergens is dat ook goed,
want als we de lasten en narigheden van zoveel anderen
op onze nek zouden nemen,
zouden we er helemaal onder door gaan.
En daar is echt helemaal niemand mee geholpen.

Gemeente, de Here Jezus heeft wèl al onze lasten op zich genomen,
en Hij is er wel helemaal onderdoor gegaan.
Maar daar zijn we wel en zelfs helemaal mee geholpen.
Ja, want Jezus kan echt van ellende en nood,
en vooral van de drukkende last van de zonde, afhelpen.
Hij is ook geen buitenstaander gebleven,
die wel proberen kan begrip te hebben en aandacht,
maar toch nooit echt begrijpen kan.

Nee,Hij is echt een van ons geworden,
mens van vlees en bloed.
Hij bleef niet op een afstand,
ver weg in zijn hemels paleis,
ver van die donkere aarde met
zoveel narigheid en slechtheid, nood en dood,
maar Hij kwam zo dichtbij als maar mogelijk was.
En dat vanaf het allereerste begin.

Als mensen problemen hebben,
vooral als dat psychische problemen zijn,
gaat men in de hulpverlening vaak al gauw terug naar het begin.
Naar de vroege jeugd of de puberteit waarin dingen misschien al zijn misgegaan.
Dat kan zinvol en nodig zijn, het ook juist nog meer beschadigen.
Maar God gaat veel verder terug en steekt veel dieper af.
Zijn Zoon verdiept zich maar niet in ons verleden,
maar leefde zelf ons leven.

Hoor maar: “de Almachtige kwam op aarde als een hulpeloos kind,
dat niet meer kon dan liggen, met grote ogen rondkijken, bewegingen en geluidjes maken.Net als ieder ander kind moest hij gevoed en verschoond worden en leren praten. Er was geen sprake van schijn of bedrog:de Zoon van God was werkelijk een baby.Hoe langer men erover nadenkt, hoe verbazingwekkender wordt dat.”
Tot zover J.I.Packer in zijn boek ‘God leren kennen’.
Zo mogen wij God kennen. Hem in het hart kijken.

Gemeente, zo werkelijk werd de Zoon van de Vader een van ons.
Hij is niet op aarde neergezet als al een volwassen man
die babytijd en peutertijd, schooltijd en puberteit
maar heeft overgeslagen om meteen met preken en genezen
en wonderen doen te beginnen.
Nee, Hij wilde beginnen waar wij allemaal zijn begonnen:
in de baarmoeder en bij moeder op schoot, op school en als puber.
Er staat zelfs over de jonge Joshua-Jezus dat hij opgroeide en sterker en wijzer werd, en ook dat door te lijden gehoorzaamheid heeft geleerd – menselijker kan niet!
Zo ontwikkelde Hij zich.Woonde Hij onder ons.
Leefde Hij ons leven, met al z’n ups en z’n downs,
z’n in’s en z’n outs.
Zodat je Hem niets hoeft te vertellen.
Zodat Hij beter dan wie ook ons begrijpt,
of we nou blij zijn of verdriet hebben,
fijne dingen meemaken of heel veel problemen over ons heen krijgen.

We hebben een Hogepriester die kan meevoelen met onze zwakheden,
mochten we tot onze bemoediging lezen
en mogen we tot onze troost ervaren.
En als je denkt dat je er niks van merkt en er niks aan hebt,
ga dan maar weer lezen over Jezus’ leven,
en vooral over zijn lijden en dood.

Roep Hem er maar bij, leg Hem voor wat je dwars zit.
Geloof maar dat Hij weet waar u het over hebt.
Dat Hij begrijpt hoe moeilijk je het hebt.
Hij kan ons beter helpen dan wie ook,
omdat Hij het zelf heeft meegemaakt en er door gekomen is.
Meer nog: die met zijn heilig begin onze valse start

- in zonden ontvangen en geboren als we zijn -ongedaan maakt.
En die vanaf dat prilste begin alles goed maakt.
Van voor de wieg en tot over het graf.

Die ons te hulp komt, precies op zijn tijd.
En veel doeltreffender dan de beste hulpverlener die ik ken.

amen

liturgie avonddienst ( CGK – GKV )

zingen: Lied 328: 1,2,3
we worden stil voor God
votum en groet
zingen: Ps. 92: 1,2 LvdK
gebed
Schriftlezing: Matt. 2: 19-23; Joh. 7: 40-52; Hebr. 4:14-16
zingen: SB 25 ‘Een grote hogepriester’ (=ZG 95))

1 Een grote hogepriester,
de hemel doorgegaan,
is voor de troon gaan staan -
Gods Zoon biedt aan zijn liefde:
Hij heeft zichzelf gegeven,
Hij offert eigen bloed;
gelooft het vast, houdt moed:
zijn sterven is uw leven!

2 Hij is geen hogepriester
die onze strijd niet streed;
dit lam draagt al het leed
der wereld met zich mede.
Getrouw is Hij bevonden;
in de woestijn geweest,
verzocht, beproefd – de Geest
behoedde Hem voor zonde.

3 Laat ons dan zeer vrijmoedig
de weg gaan tot de troon -
God is in Hem, de Zoon,
genadig en lankmoedig:
al wie zijn hulp verlangen
zullen te zijner tijd,
daar Hij als priester pleit,
barmhartigheid ontvangen.

verkondiging: zondag 14: ‘Waar blijft Bethlehem?’
zingen: Lied 408: 1a,2v,3m,4v,5m, 6a (LvdK)
gebed
collecte
geloofsbelijdenis Nicea
zingen: Gz. 144: 7 GK
zegen
amen: Gz. 456: 3 (LvdK)