Zondag 32 Heid. Cat.: Vrijwillig dienstplichtig (geloven als moeten of mogen) – toerustingsdienst CGK-GKV

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,
dia 1
Vrijwillig dienstplichtig. Ik kan me voorstellen dat u denkt: dat kan natuurlijk niet!
Want zodra het woord plicht valt, dienst-plicht, denk je aan iets dat moet.
Nou, en dan is er geen sprake weer van vrijwilligheid,
van iets dat je graag doet en uit je zelf, zonder dat iemand je ertoe verplicht.

Vroeger moesten jongens zo rond de 18 jaar in militaire dienst,
en bijna niemand vervulde zijn dienstplicht met plezier…..
Als je er maar even onderuit kon komen door vrijstelling te krijgen of ….
afgekeurd te worden, zou je dat niet laten. Je kon je tijd wel beter gebruiken.
En als je er zelf voor kiest militair te worden, beroeps, noem je dat geen dienstplicht…
Voor de meeste jongens is de dienstplicht afgeschaft, terwijl er in onze tijd voor wordt
gepleit een soort sociale dienstplicht in te voeren: voor jongeren, voor bijstandsgezinnen…om zo een bijdrage te leveren aan de samenleving. dia 2
Daar is best wat voor te zeggen, maar vrijwillig? Niet echt, er zit dwang achter
Ja, maar toch!
Als je vrijwillig in dienst gaat, of een ander beroep kiest, dan brengt dat vervolgens ook verplichtingen mee: je moet op tijd komen, je moet van zo laat tot zo laat werken, je moet je aan afspraken houden, er wordt verwacht dat je cursussen gaat volgen….
Als je je werk met plezier doet, dan zit je daar ook niet mee. En als er ook wel eens moeilijke kanten aan zitten, pak je dat positief op. Je hebt er zelf voor gekozen!
dia 3
Even nog een ander voorbeeld, dat jullie meer zal aanspreken: school, huiswerk.
Daar zit veel moeten bij: iedereen is tot een bepaalde leeftijd leerplichtig, en ook als
je liever thuis zou blijven en leuke dingen doen inplaats van naar school en huiswerk maken, je moet……en als je even nadenkt weet je wel dat het ook wel slim is om je best te doen want later wil je toch wel een goede baan en misschien nog wel meer.
En stel dat je erg ziek bent geweest, zelfs heel lang in het ziekenhuis hebt gelegen, en dat je dan na een hele tijd weer helemaal beter bent en weer naar school mag…..
ik denk dat je dan verschrikkelijk blij bent dat je weer naar school kunt…en dat je dan ook die afwas thuis ineens niet meer zo erg vindt: wat fijn dat ik weer beter ben!!
Dat merk je ook aan al die kinderen van de vluchtelingen die nu in Nederland zijn
en niet meer bang hoeven te zijn voor bommen of voor ineens politie of soldaten
aan de deur die hun vader of broer meenemen en erger nog….en die nu samen met
de Nederlandse kinderen naar school kunnen: wat zijn we blij, wat gaan ze graag!
dia 4
Die paar voorbeeldjes maken misschien wat meer duidelijk wat ik bedoel met dat thema van deze dienst en deze preek: vrijwillig dienstplichtig.
Zondag 32 vraagt eigenlijk ook of dat wel klopt, of dat niet een tegenstelling is: we zijn toch door Christus verlost, en dus vrije mensen, waarom moeten we dan nog goede werken doen? Is dat niet weer een dwangbuis van dit moet en dat mag niet?
Er zijn mensen- ook christenen – die daarom doodsbang zijn voor dat woord moeten,
en die zeggen dat je toch niks meer hoeft omdat Christus alles heeft gedaan. dia 5
Nou, dat Christus alles al heeft gedaan en dat we dus niet meer hoeven en kunnen verdienen bij God, dat is helemaal waar, dat hebben we zelfs net nog weer gelezen in die zondag 32. En toch is er meer te zeggen, toch gaat er wat met ons en door ons gebeuren. Want: als je echt gered bent door je Heer, dan doet dat wat met je en ga je daar wat mee doen. Dan wil je niks liever dan je Redder en Heer van dienst zijn.

dia 6 Vrijwillig dienstplichtig
1. wees blij dat dat weer kan;
2. laat zien dat je dat graag wilt;
3. geloof maar dat dat wèrkt!

dia 7 1. vrijwillig dienstplichtig – wees blij dat dat weer kan.

Eigenlijk is dat heel in het kort de boodschap van antwoord 86.
Als wordt gevraagd waarom verloste mensen voor de Heer aan het werk moeten,
valt niet de schijnwerper op ons maar weer op Christus en op zijn werk aan ons.
Het is goed dat meteen helder te krijgen voor onszelf.
Dat derde hoofdstuk over onze dankbaarheid tegenover de Here gaat weer voor en na over wat de Here Christus voor ons doet en met ons doet. Niet: nu zijn wij aan de beurt, nu moeten wij wat terugdoen voor wat de Here voor ons doet. Nee: omdat Christus ons niet uit de gevangenis bevrijd heeft en ons verder aan ons zelf overlaat maar ons bij de Heilige Geest in behandeling geeft om andere, betere mensen van ons te maken, mensen die gewillig en geschikt gemaakt worden tot dienst in het nieuwe rijk van God. Waarmee tegelijk is gezegd dat dat niet van de ene dag op de andere voor elkaar is. Er is een langdurig en pijnlijk proces voor nodig, dat ons hele leven doorgaat….Het gaat niet zonder strijd. Het kost pijn. Ook met vaak onderuitgaan en weer opkrabbelen.

Weer twee voorbeeldjes om dat duidelijk te maken. dia 8
Stel dat iemand zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten en weer vrij komt.Als hij dan alleen maar naar huis gestuurd wordt en aan zijn lot wordt overgelaten,is er grote kans dat hij vroeg of laat weer in de fout gaat en weer achter slot en grendel moet. Daarom zijn er allerlei instellingen die proberen zo’n ex-gevangene te begeleiden en hem te helpen zich anders te gedragen en een beter lid van de samenleving te worden. Een proces dat heel veel inspanning kost en vaak heel moeizaam verloopt… maar als zo iemand blij is weer vrij te zijn, zal hij graag en met veel inzet meewerken.
Je kunt ook denken aan landen waar een eind is gekomen aan dictatuur en onderdrukking. Zulke landen hebben nog een lange moeilijke weg te gaan voor ze de gevolgen van dat verleden hebben verwerkt en echt te boven zijn, voordat de mentaliteit ten goede is veranderd. maar mensen die echt blij zijn met hun vrijheid, zullen daar graag hun schouders onder zetten en hebben daar zware offers voor over. Ze zijn blij dat ze hun land kunnen dienen!

Kijk, zo is dat nou ook met de bevrijding die de Here Jezus geeft aan mensen
die van huis uit slaven waren van de duivel en van de zonde. ‘We zijn uit onze ellende verlost door Christus, zonder enige verdienste van onze kant’, dia 9 – zo vat vraag 86 samen wat in het tweede deel van de catechismus daarover uit de bijbel is aangehaald. Waarmee nog eens zwart op wit staat dat daar niks van ons bij is: geen prestatie maar gratie….Vergelijk het maar – het beeld is van Paulus – met slaven die met huid en haar verkocht waren aan een harde meester die ze afbeulde en opjoeg en ze geen sprankje hoop op vrijheid gaf….maar die dan ineens, op een goede (vrij)dag, door Iemand anders werden vrijgekocht….. Ja, en daarmee het wettig eigendom zijn geworden van die weldoener die een goede heer blijkt…wie zou dan niet alles doen om het die heer naar de zin te maken, graag zelfs! blij en dankbaar!?

Paulus laat het ingrijpende van onze redding zien: de slavenketting waarmee de satan ons had vastgebonden en waaraan hij ons meesleepte en dwong om zijn kwade wil te doen, die ketting is eens voor al door onze nieuwe Heer doorgeknipt: we zijn dood voor de zonde. Let wel: niet dat de zonde in ons dood is, dat we in dit leven van de zonde af kunnen komen. Maar de zonde en de duivel kunnen geen eigendomsrechten weer laten gelden op wie door de Here Christus meegenomen zijn de cel uit – uit de dood het leven binnen. Paulus herinnert de lezers aan hun doop: kopje-onder met al het vuil van je zonden, kom je fris en schoon weer boven: je voelt je als herboren, je bent echt een nieuw mens! dia 10
Kijk, en dan gaat er een nieuwe wereld voor je open. Daar zorgt die nieuwe Heer voor. Zondag 32 zegt: Christus vernieuwt ons tot zijn beeld, zodat we al meer op Hem lijkenen we er zin in krijgen om dienst te nemen in het leger van onze goede
Koning. Zoals die burgers van dat land dat verlost is van die slechte dictator en die met nieuw élan samen hun schouders zetten onder de wederopbouw van wat een puinhoop is geworden. Zoals dat kind dat na maanden ziekte weer op school komt en zo blij is: ik mag er weer zijn. Zoals die vluchtelingen die eindelijk veilig zijn.Nou, en dan zucht je ook niet dat je als christen zoveel moet en zo weinig mag. Paulus zegt: we zijn niet meer onder de wet maar onder de genade. Moeten wordt mogen!

2. vrijwillig dienstplichtig – laat zien dat je dat graag wilt.

Ook als het over dat nieuwe leven gaat, over God dankbaar en graag dienen,
danken we dat aan de Here Jezus: Hij vernieuwt ons door zijn Geest zodat we op Hem gaan lijken. Op Jezus als de gehoorzame Zoon die zei: Ik doe niets liever dan wat de Vader wil dat Ik doe….Vandaar ook dat antw. 86 goede dingen die je als gelovige mag doen voor de Here vruchten noemt. Geen prestaties die wij leveren maar vruchten die de Heer laat groeien. Ik herinner aan zondag 24: “het kan niet anders of ieder die door waar geloof in Christus ingeplant is, brengt vruchten van dankbaarheid voort”. Daar zorgt de Heer zelf voor. Paulus in Romeinen 6 zegt datzelfde: we zijn samengegroeid met Christus. Eén met Hem. En dus is het leven dat Christus verdiende, ook ons leven geworden. Horen we bij Hem.

Maar denk nou niet dat je op de lauweren die de Heer voor je verdiende kunt rusten. Dat nieuwe leven houdt juist in dat we zelf worden ingeschakeld en aan het werk gezet. Werk dat ook betekent dat er nog heel wat te vechten is en heel wat puin geruimd moet worden. Vandaar dat Paulus na dat geweldige dat we als we met Christus in verbinding staan, los zijn gekomen uit de slavernij van de zonde, en dat we weer mogen leven voor God, daar niet de conclusie aan verbindt dat we er dus nu zijn, dat we nergens meer last van hebben. Nee, integendeel: laat de zonde dan niet meer de baas zijn in je leven! vecht tegen je zonden! De Here Jezus wil andere mensen van ons maken en geeft ons daarvoor de Heilige Geest. En die Geest werkt niet buiten ons om en los van ons, maar Hij werkt in ons en schakelt ons in.

Net zo als wanneer je naar een hulpverlener gaat om aan je problemen te werken
en je zelf bij het behandelingsproces wordt ingeschakeld : wie zelf niet meewerkt, kan nooit echt geholpen worden. Je moet ook aan je zelf willen werken, je zelf aanpakken, wat doen met wat je wordt aangereikt. Zo is dat ook met dat vernieuwingsproces dat de Here in ons leven in gang zet, en waarvoor Hij ons middelen aanreikt: de bijbel, het gebed, de kerk, ouders, hulpverleners soms….En dat is vaak een lange weg met veel vallen en door Gods kracht ook weer opstaan.

Ik denk weer aan zo’n ex-gedetineerde die misschien wel zijn leven lang begeleiding nodig heeft want o, wat trekt dat oude leven nog en wat trekken de maats van vroeger aan je, en wat kun je last blijven houden van zoveel dat in je opvoeding en daarna mis is gegaan. En in die landen waar zolang een dictatuur de mensen tot in de wortel heeft verpest, duurt het vaak tientallen jaren voordat er echt en grondig verandering zichtbaar wordt – zie je ook hoe mensen nog heimwee kunnen hebben naar hoe het vroeger was: in een gevangenis ben je wel onvrij maar je hebt de kost voor het kauwen en het leven is duidelijk en overzichtelijk, je hoeft niet te denken dat doen ze wel voor je….En ook de mensen die in Nederland asiel
krijgen hebben nog een hele weg te gaan om zich thuis te gaan, in te burgeren,
misschien een opleiding te volgen, aan het werk te komen, weerstand te overwinnen.
En ook in Nederland kom je allerlei valkuilen tegen en verleidigen tot het slechte.

Zoals de duivel heel wat in de aanbieding heeft wat een mens wel wat lijkt – op de korte termijn. Petrus schrijft over een vrijheid die je wordt voorgespiegeld – al in het paradijs door de slang – terwijl je in werkelijkheid slaaf wordt van het verderf – zonde werkt verslavend en is dodelijk. En vergis je niet, voor je het weet trap je erin, ga je het nog geloven ook. Dat komt omdat ook diep in onszelf nog altijd de zonde zijn sporen trekt. Vandaar dat Paulus zegt: laat de zonde niet regeren in je, en geef niet toe aan verkeerde verlangens die nog steeds uit je kunnen opkomen, maar laat zien in je doen en laten dat je wilt gehoorzamen aan je nieuwe goede Heer. Die Heer vraagt ons helemaal. Heeft recht op ons complete bestaan.Denk maar terug aan zondag 1: we zijn met lichaam en ziel, in leven en sterven – dus: voor 100% en van de wieg tot over het graf – het eigendom van onze trouwe Heiland die ons kocht met zijn kostbare bloed en die ons zo maakte tot zijn blijvende eigendom. Nou, en als je weet dat dat je redding is voor eeuwig, ben je daar toch alleen maar blij mee? En dan wil je dat toch ook laten zien, aan die Heer zelf, en ook aan de mensen om je heen?

We zijn nog niet zover dat dat in ons leven vanzelf gaat. Dat we geen last meer van zonde hebben. Daarom kunnen we niet zonder Gods wetten en opdrachten. Zonder het ‘moeten’. Maar als je blij bent met die Heer die alles voor je over had en het goed met je voor heeft, hoef je van dat moeten niet te schrikken en te zuchten. Gelukkig dat er aan me gewerkt wordt!

3. vrijwillig dienstplichtig – geloof maar dat dat wèrkt

Dienstplichtingen vroeger verdienden niet echt een salaris. Ze kregen wel een kleine vergoeding. Maar hun dienst waren ze verplicht aan Nederland, om het vaderland te verdedigen. Zo hebben dienstplichtigen in het leger van het koninkrijk van God geen recht op loon. De Here die zijn eigen leven voor ons over had, heeft recht op ons leven. Wat dat betreft is een christen te vergelijken met een slaaf; bezit van zijn heer. Vroeger heetten slaven wel lijf-eigenen. Denk aan zondag 1: met lichaam en ziel het eigendom van onze Heiland die ons kocht met zijn bloed.
Maar deze Heer is geen slavendrijver die ons uitbuit en afbeult en aan ons verdient. Precies andersom: deze Heer deelt aan zijn slaven de rijkdommen uit die Hij voor hen verdiende. We mogen profiteren van de opbrengsten van het immense offer dat Jezus bracht: verloren zonen en dochters worden wettige kinderen van God, met recht op de erfenis: een eeuwig gelukkig leven waarin we met onze oudste Broer Christus over alles regeren.

Paulus laat zien waar het op uitdraait als je bij God mag horen en Hem bent gaan dienen: de genade van God geeft wat niemand verdient: eeuwig leven met Christus Jezus onze Heer. Terwijl wie slaven van de zonde blijven, een hard gelag betalen: zonde wordt je dood. Natuurlijk denkt Paulus dan aan het saldo van een heel leven: positief of negatief. Midden in dit aardse leven kun je nog niet meteen de vruchten plukken van je geloof. We weten dat wel en we ervaren dat ook: veel moeite, zorg en strijd ontmoet de vrome, de gelovige, keer op keer, nog wel. Ook dat hoort bij die strijd die hier op aarde nog in alle hevigheid woedt, en die je zomaar verliest als je niet bij de Here je kracht zoekt en je heil.

Zoveel vragen die ons kunnen bestormen: ik geloof wel en ik probeer zo goed mogelijk de Here te dienen, maar waarom helpt dat niks? Ook ongeloof en een zondig leven worden vaak niet meteen gestraft en lijken zelfs te lonen ook: hebben niet vaak de brutalen meer dan de halve wereld? Dan is het een troost en een bemoedigend vooruitzicht dat juist dienen van de Here uiteindelijk blijkt te lonen: toch is er onderscheid tussen wie God wel en niet dienen (Mal.3)

Ja, en toch: ook al in dit leven laat God ons vaak ervaren dat Hem dienen wèrkt.
We geloven toch dat wie echt en concreet in de Here gelooft, eeuwig leven hééft – nu al? En dat Jezus over mensen die Hem afwijzen zegt: ze zijn – levend – dood in hun zonden? Als Paulus schrijft: de genade van God levert eeuwig leven op – dan geldt dat nu al: we mogen nu al genieten van de omgang met God in de hemel als met onze Vader, we krijgen vergeving van de zonden die we elke dag nog doen…en Vader zorgt voor ons. En hoe meer we in ons doen en laten op de Here Jezus gaan lijken, des te meer we ons leven inrichten naar de wetten van het hemelse koninkrijk,
des te meer komen we nu al tot ontplooiing en tot bloei als mensen van God.

Nou, en dat zal zijn heilzame uitwerking niet missen. Dat kan niet missen!
De vruchten die ons geloof oplevert mogen hier op aarde al worden geplukt. Zondag 32 wijst dan in de eerste plaats naar onszelf: we krijgen meer zekerheid van ons geloof als we merken dat dat geloof wèrkt. Je merkt tot je eigen verrassing dat geloven in de Here je leven verandert. Dat je rust krijgt, troost bij verdriet, dat je niet alleen bent zelfs al voel je je eenzaam. En dat je aan zondig gedrag een hekel krijgt, en plezier hebt in wat God goed vindt.Ook al is het een groeien tegen de verdrukking in, een vallen en opstaan. Vraag God maar om die groei, zodat je merkt dat geloven echt wat oplevert.

Ja, en als het goed is, gaan de mensen om eens heen dat ook merken Zodat – als God het geeft – ons geloven en ons leven als christen aanstekelijk werkt. Geloof maar dat dat werkt, goed of kwaad. Dat gelet wordt op hoe wij zijn en doen. Mensen die zelf God niet kennen, kunnen soms nog wel een glimp van God opvangen via mensen die wel God kennen en laten merken wat geloven in de praktijk betekent. Zodat ze samen met ons de Here willen dienen. Kiezen voor vrijwillige dienstplicht.

amen

liturgie toerustingsdienst zondagmiddag 10 april 2016

thema: Vrijwillig dienstplichtig (waarom nog goede werken?)

welkom
zingen: Een christen zijn op aarde (Mudde) – mel. Psalm 128

1. Een christen zijn op aarde is altijd tweeërlei.
Een zondaar en rechtvaardig,/ gebonden zijn en vrij.
Van meet af aan verloren / en zonder eigen kracht,
maar in de doop herboren / en aan het licht gebracht.

2. Een christen zijn op aarde / is allebei ineen:
Is leven van genade / door het geloof alleen.
En toch bij tijd en wijle / met alle angst en pijn
wanhopig en vertwijfeld / en aangevochten zijn.

3. Een christen zijn op aarde / is vrij in alles zijn.
Aan niemand onderdanig, / volkomen soeverein.
En tegelijk dienstvaardig / als ieders onderdaan,
bereid in goede daden / de ander bij te staan.

we worden stil voor God
votum en groet
zingen: Ps. 101: 1,2,3
gebed
Schriftlezing: Romeinen 6
zingen: Gz. 87: 1-5 LB
verkondiging: zondag 32
zingen: NLB 912: 1-6
apostolische geloofsbelijdenis
zingen: Gz. 155: 4,5 GK (of: Gz. 449: 4,5 LB)
gebed
collecte
slotzang: Ps. 56: 4 LB
zegen
amen: Gz. 456: 3 LB

Sleuteldienst: zondag 31 Heid. Catechismus (toerustingsdienst CGK-GKV)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 4
Het gaat in zondag 31 over de ‘sleutels van het koninkrijk van de hemel’.
En dat dan toegepast op prediking van het evangelie waardoor de deur naar God opengaat, en vermaan en tucht als waarschuwing dat de deur weer dicht kan gaan als je vasthoudt aan verkeerd gedrag, maar: met de bedoeling dat dat niet gebeurt en ook dat we samen door één deur kunnen blijven gaan of weer kunnen gaan.,
Hoe dan ook, het zijn zware woorden die nogal eens mis verstaan worden.
Daarom is het goed eerst even na te gaan wat met die sleutels bedoeld wordt.

dia 5 1. Jezus geeft mensen de sleutels in handen van het rijk van God

Wanneer krijg je de sleutels?
Kan je gevraagd worden als je net een ander huis hebt gekocht.
Als je de sleutels krijgt, van de vorige eigenaar of van de verhuurder,
ben jij echt de eigenaar of in elk geval de wettige bewoner, van dat huis.
Voortaan kun jij alleen naar binnen, en beslis jij over wie je binnenlaat.
Best een belangrijk moment dus, als je de sleutels in handen krijgt.

In de Bijbel kom je ook op enkele plaatsen sleutels tegen als symbool van
zeggenschap, van de bevoegdheid om beslissingen te nemen en uit te voeren.
In Jesaja 22 wordt verteld over een hoge ambtenaar van koning Hizkia die
blijkbaar misbruik had gemaakt van zijn positie en daarom ontslagen werd.
Dan lezen we dat God zelf een opvolger aanwijst, een zekere Eljakim, en dan
zegt: “Ik zal hem de sleutel overhandigen van het huis van David; wanneer hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer hij sluit kan niemand opendoen”.
Die sleutel staat symbool voor het gezag dat Eljakim krijgt aan het hof en
in het land: hij laat toe tot de koning en hij kan ook mensen tegenhouden.
Heel veel verder in de Bijbel, in het laatste Bijbelboek Openbaring, komt die
uitspraak bijna letterlijk terug, maar dan toegepast op de Heer Jezus die maar
niet een knecht is van de koning, maar de koning zelf, de grote zoon van David.
Lees maar Openbaring 3: 7: “Dit zegt Hij die heilig en betrouwbaar is, die de sleutel van David heeft .- wanneer hij opendoet kan niemand sluiten, wanneer hij sluit kan niemand openen” – dan gaat het over Jezus die de bevoegdheid heeft – als de zoon des huizes – om de deur naar God voor ons open te doenmaar die ook de deur dicht kan houden of dicht kan doen voor wie weigert in Hem te geloven of zegt te geloven maar niet doet wat God graag wil. Zoals Jezus zelf gezegd heeft, in de bergrede: “Niet iedereen die ‘Heer, Heer’ tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader” (Matt. 7: 21)
Kort en goed: wie de sleutels heeft kan opendoen en dichtdoen / of dichthouden.

Met dat in het achterhoofd luisteren we naar wat Jezus zegt tegen Petrus: dia 6
“Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven”.
U weet dat dat de katholieke kerk op grond van vooral deze uitspraak van Jezus de apostel Petrus beschouwt als plaatsvervanger van Jezus op aarde en als de eerste paus van Rome – en dat die sleutelmacht van paus tot paus overgedragen wordt.
Vandaar ook dat beeld van Petrus met de sleutels – als zelfs portier in de hemel .
Het pauselijke wapen heeft twee sleutels dia 7: een van goud die staat voor toegang tot de hemel, een van zilver die zeggenschap over de gelovigen op aarde uitbeeldt.
Die uitleg gaat er vanuit dat Jezus het had over twee sleutels: wat er niet staat, er wordt geen aantal genoemd; dat moeten we ook bij zondag 31 bedenken: prediking en tucht als de twee sleutels is een latere kerkelijke toepassing van wat Jezus heeft
gezegd – dat moet je niet al meteen en als enige uitleg teruglezen in Matt. 16.
Net zo min als dit beperkt kan worden tot Petrus als die ene persoon – het gaat de
Heer om de apostelen en de kerk later die met het evangelie de wereld ingaan
om zo mensen uit te nodigen en op te roepen door Jezus naar God te gaan.

dia 8 2. We moeten en mogen allemaal door één Deur.
We zeggen wel eens: die en die kunnen niet langer door één deur.
Collega’s bijvoorbeeld op een afdeling die niet kunnen samenwerken;en dan blijft niks anders over dan ontslag of overplaatsing. Of een minister die geen vertrouwen meer heeft, en moet aftreden.
Het kan ook in de kerk gebeuren dat mensen het niet meer volhouden met elkaar:
gemeenteleden onttrekken zich en zoeken een gemeente waar ze zich thuisvoelen,
of ze haken helemaal af en houden zich ver van alles wat maar lijkt op een kerk;
soms neemt het zo’n omvang aan dat een gemeente of een kerkverband uit elkaar valt en de leden niet langer elke zondag door diezelfde kerkdeur kunnen en willen…..

In zondag 31 gaat het over deuren die opengaan en over deuren die dichtvallen.
En dan gaat het maar niet over een huisdeur of de deur van de kerk maar over de deur die toegang geeft of de toegang blokkeert naar het koninkrijk van God.
Wat uiteindelijk beslist is niet of mensen met elkaar nog door één deur kunnen,
maar of de Heer zelf de deur voor ons opendoet, of dat we voor een dichte deur komen…en de beslissing daarover valt al hier op aarde, zegt niet maar een kerkelijke catechismus, maar heeft de Here Jezus zelf gezegd tegen zijn leerlingen die Hij zijn huissleutels meegaf: wat jullie op aarde voor bindend verklaren, dat is: wat jullie namens God aan de mensen voorhouden en voorleven, daar zijn jullie en die mensen aan gebonden en dat zal beslissend zijn in de eindbeoordeling door God.
Zondag 31 zegt het de Heer na: naar dit getuigenis van het evangelie zal God oordelen – of ik straks het rijk van de hemel mag binnengaan of dat ik buiten moet blijven staan, dat hangt er van af of ik geloofd heb in Jezus’ woorden en gedaan heb wat Hij zei, of ik bereid was om te leven voor God en dienstbaar aan mijn medemens

Nou, en daarmee zijn we bij het hart van de zaak waar het in zondag 31 over gaat.
Wat hier allemaal staat, kan zo overkomen alsof mensen beslissen of zij met andere mensen wel door één deur kunnen, en als dat niet zo is, hen de deur kunnen weigeren of de deur achter hun rug in het slot kunnen gooien, zelfs in het nachtslot:
je staat buiten het rijk van God, jij komt niet in de hemel.
Alsof een dominee of een kerkenraad daarover gaat! Wat verbeeld een kerk zich wel! Het maakt mensen huiverig en kerkenraden aarzelend als het woord ‘tucht’ valt…….en er zijn kerken waar die tucht een dode letter is geworden: laat de verantwoordeljkheid maar liggen bij de mensen zelf, probeer hen te trekken inplaats van met tucht te dreigen…waar achterzit dat tucht overkomt als mensen afwijzen.
En wie zou durven ontkennen dat er geen misbruik is gemaakt van de tucht: wij kunnen met jou niet meer door één deur dus daar is het gat van de deur.
Zo moest de Heiland tot zijn verdriet herders van Gods volk misleiders noemen:dia 9
jullie gaan zelf niet binnen maar erger: jullie blokkeren ook voor anderen de toegang.
Hoe ze dat deden? Wel, doordat ze mensen die Jezus wilden volgen, tegenhielden
en er alles aan deden om Jezus af te schilderen als een misleider en een gevaar voor het volk. Ze weigerden te erkennen dat Jezus de deur is, de enige, die binnenbrengt bij God. Ze dachten er niet aan zelf aan te kloppen bij die deur en door die deur binnen te gaan. Ze wezen ook het volk niet op die deur, integendeel: ze joegen iedereen van die deur weg. Terwijl dat nou dat de enige deur is waardoor een mens weer bij God thuis kan komen.

Jezus zegt dat met goddelijke overtuigingskracht: voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
Ik ben de deur. De deur waardoor de schapen veilig in de schaapskooi komen.
Aan het begin van een mensenleven klinkt al dat zware waar niemand om heen kan:
wij en onze kinderen – geboren zondaars en zondaressen – kunnen niet in het rijk van God komen. Denk maar terug aan dat verloren paradijs: met die gewapende engel die de weg terug afsluit, want God had gezegd: laat de mens niet eten van de levensboom, om eeuwig te leven. Zoals we geworden zijn door de zonde, kan niemand meer Gods koninkrijk binnen:mensen van vlees en bloed kunnen niet dat rijk van vrede en liefde en leven beërven. Voortaan geldt voor iedereen wie hij of zij ook is: verboden toegang voor onbevoegden.
Totdat Gods eigen Zoon komt die kan zeggen: Ik ben de deur, de deur naar God.
Zoals zondag 31 zegt: al je zonden werkelijk vergeven om de verdienste van Christus. De blokkade op de weg van ons naar God toe heeft onze Heiland opgeruimd: zo baande Hij voor ons de weg om weer tot God te komen. En als een goede Herder gaat Hij voor zijn schapen uit en geeft hen leven in overvloed.
dia 10
Kijk, en daarom komt het erop aan die ene deur te zoeken en daar doorheen te gaan. Anders gezegd: goed te luisteren naar de Herder en gehoorzaam achter Hem aan te gaan. Want als Jezus zegt: Ik ben de Deur voor de schapen – wil dat ook zeggen: Ik alleen.Er zijn niet allerlei achterdeurtjes waardoor je ook wel naar binnen kunt glippen. En de Heer zegt ook dat de poort naar het rijk nauw is, smal – en dat je dus de ballast van je zonden en van alles wat je in de weg kan zitten op die smalle weg naar huis en door die nauwe poort naar het rijk – weg moet willen doen.Want we kunnen alleen door bekering dat rijk binnen, als we alles willen achter laten: bereid onszelf te verloochenen en ons kruis op te nemen en Jezus te volgen.
Hoor het de Heer zeggen tegen Petrus toen die samen met de anderen net de sleutels overhandigd had gekregen: maar de Heer die jij volgt, gaat op weg naar kruis en dood.Alleen zo kan de deur open gaan voor wie achter Jezus aan komen:
Hij opende voor ons een nieuwe, levende weg door het tempelgordijn heen,
dat wil zeggen de weg van zijn lichaam. Jezus is de Weg om bij God te komen.

Kijk, en nu mogen we allemaal door die ene Deur binnenkomen, bij God, en dus in de kerk. Zullen we ook elkaar de ruimte gunnen om door die Deur binnen te gaan,
Moet er wel heel wat gebeuren voor je zegt: ik kan niet meer door één deur met hem/haar. Zal het als er tucht nodig is, daarom moeten gaan: dat weer samen door dè ene Deur gaan. Het mag nooit erom begonnen zijn een broeder of zuster de deur uit te werken maar juist om te voorkomen dat hij of zij straks de deur gesloten vindt -
als het zover komt dat hier op aarde een deur dichtgaat – en iemand er buiten staat -
is het doel van de Here leven en bekering: verloren zonen en dochters weer binnenhalen. Iemand schrijft: “we worden binnengebracht (wij allemaal!) door de goede Herder zelf, die ruimte voor zijn schapen heeft gemaakt. Dan moeten we met elkaar door één Deur”. Dan willen we toch graag elkaar helpen, ondersteunen, en dienen. Om samen binnen te gaan?

dia 11 3. Er is maar één sleutel die op die Deur past.

Jezus is de Deur naar God en naar het hemelse rijk van God. En Hij wil dat heel veel mensen door die deur dat rijk binnengaan. Daar moeten we ook aan denken als de Here Jezus tegen zijn leerlingen zegt: Ik geef jullie de sleutels van het koninkrijk van de hemel, om open en dicht te doen. Wat wordt daar dan mee bedoeld, met die sleutels?

Straks gaan de leerlingen de wijde wereld in, vanuit Jeruzalem al maar verder.
En overal brengen ze het goede nieuws van Jezus die door zijn lijden en sterven
de toegang naar God en zijn rijk voor zondaren open gezet heeft, en die door zijn opstanding de sleutels in handen gekregen heeft van dood en dodenrijk, en overal waar mensen dat goede nieuws gelovig aanvaarden en voortaan gehoorzaam doen wat de Heer in de hemel van hen wil, daar gaan deuren die voor verloren zondaars potdicht zaten, wijd open te staan.

Zoals zondag 31het zegt: zondaars wordt verzekerd dat al hun zonden hun vergeven zijn, echt en steeds weer, zo vaak zij de belofte van het evangelie met waar geloof aannemen. Maar de keerzijde is er ook; waar ongeloof blijkt, verzet wordt geboden, of ongehoorzaamheid de kop opsteekt, blijft de deur hermetisch dicht, of valt weer in het slot. Dus de sleutel op die ene Deur is geloof in het evangelie gevolgd door gehoorzaamheid, dan zwaait niet alleen de deur van de kerk maar ook die van de hemel nu al wijd open, en andersom: nu al gooi je zelf de deur dicht als je niet werkelijk gelooft en niet je Heer volgt.

Niks Petrus straks aan de hemelpoort en dan maar zien of de deur voor je opengaat.
Jezus zei tegen die rijke die hier er niks op uit had gedaan en bang was dat het zijn familie net zo zou vergaan: ze hebben Mozes en de profeten, ze hebben toch hun bijbel?! Het was het trieste van de leiders van Israël dat ze – zegt Jezus -de sleutel van de kennis hebben weggenomen. Dat ze de mensen weghielden van Jezus en niet Hem niet als de vervulling van de wet en de profeten wilden geloven. Ze stelden allemaal regels en voorwaarden om het rijk binnen te komen, maar die sleutel past niet op het slot en de deur blijft hopeloos dicht, Alleen de sleutel van geloof in Jezus en in zijn beloften geeft toegang tot Gods rijk. Jezus zei: echte schapen herkennen de stem van de Herder en gaan Hem achterna, maar ze lopen weg bij de ‘vreemden’, die wel herders lijken maar het niet zijn, die illegaal de schaapskooi binnendringen en de kudde verstrooien. Erg als je niet meer samen met je familie en met andere christenen door die ene Deur gaat. Terwijl samen naar de ene Herder luisteren en Hem volgen, samenbindend zal werken.
dia 12
Kijk, en daar is ook die tucht op gericht, om terug te roepen tot die Herder en zijn kudde. Om dat schaap dat aan het dwalen is en dreigt te verdwalen, op te zoeken en terug te halen. Ook om wat kwaad is, schade doet, mensen in de weg zit om bij God te komen of te blijven, in te perken of weg te doen, en om wat tussen mensen zit op
te ruimen en verstoorde verhoudingen te herstellen, en te voorkomen dat wat kwade
invloed heeft ongestoord verder kan uitgroeien tot soms verwoestende proporties.
Paulus vergelijkt het met desem, met gist – in die tijd deeg dat was gaan gisten – en
dat door het hele deeg heentrekt, en hij past dat toe op zonde die niet aangepakt
wordt: “door de invloed van één slecht mens wordt de hele groep slecht” (1 Kor.5:6).
En in Heb. 12: 15 staat: “Zorg ervoor dat niemand zich de genade van God laat ontgaan, dat er geen giftige kiem opschiet die onrust veroorzaakt, en met zijn bitterheid velen besmet” – noem het tucht, en je merkt meteen dat die juist gericht is op bescherming en genezing, niet om weg te stoten maar om vast te houden en het
goed te houden, en om te voorkomen dat kwade invloeden hun gang kunnen gaan.

Ja, en dat is nooit iets om af te schuiven naar wie er voor zijn: b.v. de ouderlingen.
Die hebben zeker een taak om op te zoeken en waar nodig dingen aan te pakken.
Maar de gemeente als geheel is verantwoordelijk – als beheerder van de sleutels.
En we zijn verantwoordelijk voor onszelf en elkaar, als leden van dat ene lichaam.
We hebben gelezen dat Jezus ons allemaal aanspreekt en verantwoordelijk maakt:
“als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die onder vier ogen
aanspreken” – en als dat niks oplevert, kun je er anderen bij betrekken, en pas in laatste instantie wordt het zeg maar een kerkenraadszaak, is de gemeente aan zet.

Ik heb de indruk dat die openheid en eerlijkheid naar elkaar niet goed ontwikkeld is.
Dat we wel veel praten over elkaar – wat soms dichtbij roddelen komt, in elk geval
achter de rug om gebeurt – maar het lastig vinden om te praten met elkaar en dan
maar niet over koetjes en kalfjes en met sociaal of kerkelijk wenselijke praat, maar
van hart tot hart en ook met positief bedoelde en positief-kritische feedback – en dat van de andere kant we gauw reageren met: kijk naar jezelf, en bemoei je niet met mij….dat ook als we wat hebben tegen een ander het lastig vindt dat ter sprake te brengen en we dan maar die ander negeren of elkaar dan maar uit de weg gaan.
En zelfs: gewoon met elkaar avondmaal vieren met al dat oud zeer in ons hart..
Jezus leert het ons anders, ook al in de bergrede: “Stel dat je in de tempel bent om een offer te brengen aan God, en dat je dan opeens bedenkt dat een ander boos op je is” – hoort u het goed: niet als jij iets tegen een ander heeft, maar als je weet dat een ander al of niet terecht iets tegen jou heeft – “Laat dan je offer bij het altaar achter. Ga eerst snel naar die ander toe en maakt het goed. Daarna kun je terugkomen om je offer te brengen”. Dus niet. hij moet maar bij mij komen, ik heb geen probleem met haar, zij heeft een probleem met mij – nee: zet zelf de eerste stap – en laat er geen gras over groeien, zorg dat het niet steeds verder uitgroeit.
Ja want als je allemaal door die ene Deur bij God mogen binnenkomen, moeten
we alles aan doen om samen door die ene deur te kunnen, samen uit samen thuis.

dia 13 4. Pas op dat de Deur niet dichtgaat.

Dat is de keerzijde: de deur die voor wie gelooft opengaat, kan ook in het slot vallen.En dan denk ik niet alleen en meteen aan dat uiterste: iemand die wordt afgehouden van het avondmaal en uiteindelijk buiten de kerk gesloten.
Nee, zondag 31 zegt dat als je je verzet tegen het evangelie van je redding
of als je je gemakzuchtig afmaakt van de geboden die de Here geeft, als je niet bereid bent om van genade te leven en anderen die genade van God te gunnen,
je dan jezelf buiten de deur zet en als het niet verandert, die deur dichtblijft.

Daarom luistert het nauw of je luistert en hoe je luistert, wat je doet met de bijbel
en met al die kerkdiensten die je meemaakt en al die preken die je hoort in je leven,
wat het met je doet als je keer of keer samen avondmaal viert, hoe je omgaat met
wat God je geeft en met wie God op je weg plaats en aan je zorgen toevertrouwt.,
Jezus zei: niet iedereen die Heer,Heer, roept, komen het hemelse rijk binnen,
maar alleen wie doet wat mijn Vader in de hemel wil. Wie gelooft en daarnaar leeft.
Dan staat de deur van God wagenwijd open, altijd, dag en nacht, voor iedereen.
Maar mijn deur, staat die open voor God?
amen

dia 14

liturgie toerustingsdienst zondag 13 maart 2016

welkom
zingen: Opwekking 462 ‘Aan uw voeten, Heer’
stiltemoment
votum en groet
zingen: Ps. 118: 1,7
gebed
Schriftlezing: Joh. 10: 1-10
zingen: Opwekking 687 ‘Heer, wijs mij uw weg’
Schriftlezing: Matt. 16: 16-21 en 18: 15-20
zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’
kindernevendienst groep 6-8
verkondiging: zondag 31 dia 1 2 3
geloofsbelijdenis Gz. 161 (staande) ‘Heer, u bent mijn leven’
gebed
collecte
slotzang: Gz. 165 GK ‘Machtig God, sterke Rots’
zegen
amen: Opwekking 746 ‘De God van de vrede’

Zondag 25 Heid. Cat. : In de kerk wil God ons ontmoeten (toerustingsdienst CGK-GKV)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, door God aanvaard en geliefd, elkaars broers en zussen
dia 2
Ik vertel denk ik weinig nieuws als ik zeg dat de kerk niet ‘in’ is en dat de kerkdienst, de tweede dienst, maar voor veel mensen ook de eerste dienst, onder druk staat, en dat de reactie op wat nog wel gebeurt binnen en buiten de gevestigde kerken er al te vaak een is van ‘het raakt me niet’, ‘ het doet me zo weinig’, en ‘ik kan er niks mee in m’n eigen leven’….het is voor veel mensen een reden de kerk te laten voor wat die is.

Dan lijkt zo’n psalm uit een andere wereld: ‘ het enige dat ik verlang is te wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven’ (elke dag naar de tempel, elke dag naar de kerk?), om de liefde van de HEER te aanschouwen, hoe dan?’ om Hem te ontmoeten in zijn tempel – God zelf? Waar zie ik die liefde van God dan in de kerk, ik ontmoet God nergens, ook niet op zondag, en er was in de tempel toen vast meer te zien en te beleven dan vandaag in de kerk….

En dan die oude catechismus die er vanuit gaat dat door te luisteren naar de bijbel en naar de preek een mens tot geloof komt en dat af en toe avondmaal dat geloof versterkt…is dat niet uit die preekcultuur van de 16e eeuw toen er nog geen TV en internet was? Is niet eerder de ervaring dat veel woorden op zondag over onze hoofden heen gaan of in elk geval niet verder komen dan ons hoofd maar zeker niet ons hart en gevoel raken?

Te veel om op in te gaan vanmiddag en te zwaar om op te pakken in weer één zo’n dienst. Toch blijf ik erop vertrouwen en erom bidden dat erwat goeds kan gebeuren op zondag. Waar Gods Geest aan wil werken en Hij ons allemaal bij inschakelt.
dia 3
In de kerk wil God ons ontmoeten
1. God zoekt ons op.
2. God spreekt ons aan
3. God gaat met ons om
4. God stuurt ons erop uit

dia 4 1. God zoekt ons op.
Alleen die vraag al: waar komt ‘het geloof’ vandaan, hoe komt een mens aan geloof? Voor je het door hebt speelt een levensgroot misverstand onszelf en anderen parten. Ik bedoel dat we invullen: het christendom, of: het gereformeerd zijn met de bijbehorende regels en gewoonten, of: dat je op gezag en met verstand op nul aanneemt dat alle bijbelse verhalen letterlijk zo gebeurd zijn en dat elke vraag en elke twijfel uit de boze is…..eerder in de catechismus stond toch dat echt geloven een zeker weten is, maar dit dan en dat…. en er staat zoveel in de bijbel dat ik met mijn gezonde verstand niet snappen kan en dat botst op mijn menselijke gevoel….en ik lees ook van alles dat me niet echt interesseert—-

Maar begin daar nou niet mee, en probeer nou eerst eens je eigen te maken wat geloof is. Het is niet veel weten en alles snappen, en ook niet van alles voelen en in de Heer high zijn. Eigenlijk staat het als je goed leest, al in die vraag: het geloof verbindt ons aan Christus, want geloven is niet van alles voor waar aannemen en je voegen naar wat anderen denken en van je verwachten, nee, geloven is vertrouwen: je toevertrouwen aan Iemand die veel om je geeft en alles voor je over heeft; geloven is je houvast zoeken bij wie jou vasthoudt en je geluk zoekt. Juist daar is die psalm die we gelezen hebben en waaruit we gezongen hebben zo vol van. Als David zijn vertrouwen in zijn God uitzingt, is hij daar diep van onder de indruk: de Heer is mijn licht in het donker, mij vluchtplek in mijn angst, bij de HEER is mijn bedreigde leven veilig, en dat is niet een verstandelijk weten maar David heeft het aan den lijve ervaren: U bent mij altijd tot hulp geweest – Heer, help me, u laat me toch niet in de steek.En juist daarom dat verlangen: het enige dat ik wil is altijd zo dichtbij God zijn.

Nou en dat verlangen, dat vertrouwen, borrelt niet uit een mens zelf naar boven maar dat komt bij God vandaan, en dat groeit door de ontmoeting met God en je ervaring met God. Als we door de misschien wat oudere en in onze oren wat redeneerderige taal van de catechismus heen leren kijken, komt wat ver af lijkt te staan steeds dichter naar ons toe: “de Heilige Geest werkt het geloof in ons hart door de verkondiging van het evangelie”. Dat is veel meer en veel dieper dan: lees elke dag in je bijbel, en kom elke zondag twee keer naar de kerk, en laat er vooral goed en rechtzinnig worden gepreekt, dan is het goed. Wat hier staat is dat God met zijn Geest wil werken – ons leven lang – in ons hart….dat God dichterbij ons wil komen dan wie dan ook kan komen, zelfs dichter en dieper wil komen dan wij zelf kunnen komen, met zoveel blokkades en weerstanden en afweer. God die ons heeft gemaakt en die ons liefheeft en ons niet kwijtwil, zoekt u en mij op. Dat deed Hij al in het paradijs, dat bleef Hij doen toen Adam en Eva uit angst en schaamte waren weggekropen, dat blijft God doen met mensen die voor Hem en voor zichzelf op de vlucht zijn en die ook zo vaak elkaar uit de weg gaan of juist voor de voeten lopen, die als hen aan henzelf ligt stuklopen op een weerbarstige harde wereld, zich opsluiten in zichzelf, die zichzelf voorbijlopen en met een boog om eigen problemen en die van de ander heenlopen. Maar dan komt God naar je toe en zelfs je leven binnen, in Jezus en met de Geest en de woorden van Jezus, en Hij wil zijn liefde aan ons kwijt en die oester die we zo vaak zijn openen. Een liedje nodigt goed bedoeld ons uit: is je deur, de deur van je hart nog op slot, doe hem open voor God, want Hij wil in je wonen – maar dat werkt pas als Gods liefde dat harde hart breekt en dat verkilde gevoel weer op temperatuur brengt, door ons zijn liefde te verklaren en zijn nabijheid te beloven.

dia 5 2. God spreekt ons aan
Hoe komt een mens tot geloof, hoe kan je geloof groeien, en hoe kun je vanuit het geloof leven? Als het daarover gaat is zondag 25 zomaar een kapstok waaraan we meteen een aantal vertrouwde en afgedragen kledingstukken zoals: door bijbellezen en bijbelstudie, kerkgang, en bidden natuurlijk.Het is allemaal helemaal waar, en het hoort allemaal bij de mogelijkheden die God wil gebruiken. Alleen lopen we het gevaar dat het allemaal toch buiten ons zelf blijft en ons niet echt aanraakt en verandert, en dat we het allemaal keurig doen en ons geloof er toch niet door groeit en zelfs eerder gaat kwijnen, en dat het in de kerk veel over God gaat en je toch weinig van God merkt. Iemand wijst er terecht op dat als je in de kerk zit te luisteren er meer speelt dan horen met je oren en begrijpen met je verstand: “God wil niet alleen gehoord worden door, maar ook binnendringen bij zijn geliefde gemeente”…en: “de God die zich openbaart maakt zich niet alleen bekend met woorden, maar Hij geeft zichzelf metterdaad”. Anders gezegd: God spreekt ons,mij, jou, aan. En als wij lezen, horen, zingen, mogen wij ons aangesproken weten, en ons antwoord geven.

Weer is dat voor de goede luisteraar terug te horen in zondag 25, waar niet staat als je maar regelmatig in de bijbel leest en als de preek maar goed gereformeerd is en we onze plek in de kerk en aan de avondmaalstafel maar niet te vaak leeg laten, het wel goed komt met ons. Wat een oppervlakkig gepraat zou dat zijn en wat zou daar weinig enthousiasme van uitstralen…..hoe weinig wervend is dat gebleken te zijn.

Er staat heel iets anders in die vraag en dat antwoord. Op twee punten staat het er anders. Eerst staat er niks over bijbel lezen en over preken houden en beluisteren, maar het gaat over de ‘ verkondiging van het heilig evangelie’, en evangelie is blijdschap, fantastisch groot nieuws. Lees maar door: dat God ons, om het offer dat Christus voor ons bracht aan het kruis, ons onze zonden en schuld wil vergeven, en ons ook eeuwig leven wil geven – en dat zegt God ook tegen mij, terwijl Hij beter dan wie ook weet wie ik ben en hoe ik ben, hoe ik twijfel en vaak de mist in ga, hoe mijn verleden is en hoe ik het zo vaak laat afweten, en hoe slecht ik vaak in mijn vel zit. God spreekt maar niet over onze hoofden heen over hoe slecht wij wel zijn maar hoe mooi het allemaal gaat worden, en de bijbel is niet bedoeld als een hoge meetlat om elkaar aan af te meten en al helemaal niet om de ander mee te beoordelen en mijn eigen gelijk te bewijzen.

Ik las ergens: “God heeft met jou een verbond gesloten. Of je nu jong bent of oud, of je nu op school zit of nog werkt, het maakt niet uit. God heeft jou op het oog. Hij spreekt jou aan”. Dat klinkt mooi natuurlijk maar hoe werkt dat dan, hoe dringt wat God zegt tot mij door. Daarvoor nog even naar zondag 25, ik zei dat er op twee punten wat anders staat dan wij geneigd zijn te denken en al te vaak zeggen tegen onszelf en elkaar. Het tweede is – en let op de volgorde – dat het geloof “ons aan Christus én aan al zijn weldaden deel geeft”.l Dat klinkt weer wat formeel en ingewikkeld, maar zeg het maar zo: geloven in Jezus is een band met Hem krijgen en ervaren, en let dan op de volgorde zei ik al: Christus eerst en dan zijn weldaden, wat Hij voor me verdiende en aan me wil geven, met me wil delen. Dus niet wel de cadeaus aanpakken – vergeving, eeuwig leven – en de Gever vergeten.

In Psalm 27 zingt David dat Hij ernaar verlangt de liefde van de HEER te aanschouwen, en dat is veel meer dan dat in die tempel veel te zien en te beleven was, meer dan bij ons in de kerk – nee, David heeft zo dicht bij waar God wilde wonen bij mensen, heel diep de liefde van God ervaren, het was echt een ontmoeting en die ging altijd met David mee….en Hij wil ook met ons omgaan…

dia 6 3. God gaat met ons om
Ik zei net al even dat in vraag 25 Christus voorop staat en centraal staat en dat als het goed is geloven niet is een heleboel weten en voor waar aannemen en ook niet van alles krijgen – ik zeg er nu bij dat een mens ook niet moet geloven uit angst, b.v. de angst dat je anders verloren zou gaan, dat je dan uit Gods hand zou vallen.
Nee, geloven is een relatie krijgen en ervaren met je Heer en Redder en met God als je Vader. In een ander belijdenisgeschrift wordt daar de taal van de liefde voor gebruikt, heel intiem zelfs: “Wij geloven dat de Heilige Geest…in ons hart een waar geloof ontsteekt (warmte dus, vuur! het gaat je niet in de kouwe kleren zitten, het doet wat me je!) dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst (je slaat je armen om Hem heen, je ervaart zijn nabijheid, je wilt Hem niet meer loslaten)
En ook : het geloof dat Hem zich toeëigent (U bent van Mij) en niets meer buiten Hem zoekt (U bent van Mij en ik ben van U)”. En dan heeft dat ook nog een ‘grote verborgenheid’. Zoals de bijbel zelf het heeft over het geheim van het geloof, als het geheim van een grote liefde, vaak vergeleken met de liefde tussen een man en een vrouw, het mysterie van het huwelijk- Vandaar wat ik boven dit punt zet: God gaat met ons om, in liefde die van zijn kant gekomen is maar die mag uitgroeien tot liefde die wederzijds is – een verbond dat niet meer stuk kan.

Dat God met ons wil omgaan en ons, u, jou, helemaal serieus neemt zoals wij in elkaar zitten, kan ons leren om anders en meer betrokken de bijbel te lezen, te bidden, in de kerk te zitten. We zijn wel eens erg bang dat het in onze tijd en ook in de kerk te veel om de mens gaat, en dan kan een terechte waarneming zijn als iedereen zich laat leiden door wat eigen mening en eigen gevoel en als we ons laten drijven door toevalllige emoties of de zoveelste hype. Maar als we geloven dat God vanaf het begin mensen zoekt en ieder mens kent en aanspreekt, dat God met mensen wil omgaan en God elk mens in zijn waarde laat en tot zijn of haar recht wil laten komen, dan komt – las ik ergens – niet de vraag om wie van de twee verbondspartners het gaat, maar de vraag hoe het er tussen die twee aan toe gaat, veel meer in de schijnwerper.

Ik denk aan de gelijkenis van de zaaier waarin Jezus zijn boodschap vergelijkt met zaad dat niet op de stenen onvruchtbaar moet liggen te zijn maar moet vallen in vruchtbare aarde om te ontkiemen en vrucht op te leveren, en dus moet er wat met die bodem gebeuren, met het hart – ergens las ik dat zo: “als het zaad van Gods Woord binnenvalt in de akker van mijn ziel, zijn dat niet maar woorden, waarheden, boodschappen, maar is dat Iemand die in mijn leven binnenkomt”.
Zeg maar: Jezus zeg wil in mij gaan wonen, het wordt Hij in mij, en ik in Hem.

Dan is nodig anders te lezen, anders te luisteren, anders met de bijbel om te gaan, anders in de kerk te zitten maar ook anders met elkaar aan bijbelstudie te doen en er met elkaar over te praten. Het zit allemaal in dat woord ‘verkondiging’ van zondag 25, wat meer is dan lezen of preken. David had het over onderzoeken, aanschouwen, ontmoeting, zich veilig voelen, ook zingen en spelen.Doop en avondmaal waar in zondag 25 naar wordt verwezen zijn ook omgangsvormen, ervaringsmomenten waarbij alle zintuigen meedoen: zien, voelen, proeven, aanpakken, ervaren….en God zo heel dichtbij ons gaan ervaren. Laten we ons bewust zijn dat God ons zijn liefde gunt en ons ruimte geeft. In die ruimte wil Hij graag zijn liefde met ons delen en ons laten groeien in liefde. En ook om vanuit die liefde te leven en anderen die liefde door te geven.

dia 7 4. God stuurt ons erop uit.
Geloof wordt gewerkt doordat het goede nieuws van Jezus wordt verkondigd.
Waarbij het niet alleen en zelfs niet allereerst gaat om ons die al ermee bekend zijn.
God wil graag dat we ons geloof in Hem met andere mensen delen en door hoe wij
erover praten en vooral hoe wij ermee omgaan, anderen enthousiast maken voor Hem. Ook tegen al die andere mensen zegt God: zoek mijn nabijheid, zodat jullie Mij vinden. Paulus schrijft ergens: maar hoe zullen ze in hem geloven als ze niet van Hem horen en hoe zullen ze van Hem horen als Hij niet wordt verkondigd, niet wordt bekend gemaakt.

Vandaag waren bij elkaar in de kerk, en elke dag wil God ons helpen in Hem te geloven. Dan stuurt Hij ons er weer op uit, de wereld in van werk en school, straat, sportveld…. Zoals we ervan gaan zingen: op duizend wegen zendt u ons weer uit, om het zaad te zijn van Gods rijk……laten we bidden dat het zaad in goede aarde valt en vrucht oplevert. Zodat er meer bij komen: door God aanvaarde en geliefde mensen, elkaars broers en zussen.

amen

liturgie toerustingsdienst CGK – GKV – zondagmiddag 10 januari 2016

welkom
zingen: ZG 213: 1,2,3 ‘Dit huis, een herberg onderweg’

Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.

Dit huis, waarin een gastheer is
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven:
Een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad
struikelt en langer niet wil leven
plaats tegen neerslachtigheid
een pleister van barmhartigheid.

Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase;
hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht,
hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend alwie binnen gaat
en hier de lasten liggen laat

moment van stilte
votum en groet
zingen: Ps. 84: 1,2 GK
gebed
Schriftlezing: Psalm 27
zingen: Ps. 27: 1,3,7 GK
verkondiging: zondag 25 dia 1
zingen: geloofsbelijdenis Gz. 161 GK
gebed
collecte
zingen: Gz. 327 (1,2,3) LvdK
zegen
amen: NLB 425
Vervuld van uw zegen gaan wij onze wegen
van hier, uit dit huis waar uw stem wordt gehoord,
in Christus verbonden, tezamen gezonden
op weg naar de wereld die wacht op uw woord.
Om daar in genade uw woorden als zaden
te zaaien tot diep in het donkerste dal,
door liefde gedreven, om wie met ons leven
uw zegen te brengen die vrucht dragen zal.

Zondag 23 en 24 Heid. Cat.: In het spoor van Abraham

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, geliefd door God onze Vader
dia 1
De bijbel noemt Abraham ‘de vader van de gelovigen’.
Zeg maar: als je wil weten wat geloof is kijk dan naar Abraham.
En als jij ook wilt gaan of wilt blijven geloven, volg dan zijn spoor.

Maar dan is de vraag wel: hoe kom ik Abrahams geloof op het spoor?
En als we het hebben gevonden, hoe blijven we dan in dat goede spoor?
Ja, en waar kom je uit als je in het spoor van Abrams geloof gaat?
Om met zondag 23 te vragen: wat heb ik eraan te geloven? Wat koop ik ervoor?

Als we naast dat verhaal van Abram in Genesis 15 leggen wat Paulus eerst en Jacobus daarna uit dezelfde tekst halen, uit vers 6 (Abram vertrouwde op de HEER, en de HEER rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad),
komen we een lastig probleem op het spoor, namelijk dat Paulus en Jacobus
op twee heel verschillende sporen lijken te zitten.
Paulus: een mens wordt gerechtvaardigd door geloof
en niet uit zijn werken – kijk maar naar Abraham!
Jacobus: een mens wordt gerechtvaardigd wordt uit zijn werken
en niet alleen door geloof – kijk maar naar Abraham!
Wat is het nou? Spreekt de bijbel zich dan toch tegen?
Of gaat het om twee rails, allebei nodig om de trein in het goede spoor te houden?
Maarten Luther kon daar niet mee uit de voeten: volgens hem was Jacobus ontspoord: “de brief van Jakobus is geschreven door een jood, die wat de christenen betreft, de klok heeft horen luiden, maar niet weet waar de klepel hangt”
en: “hier in Wittenberg hebben wij Jacobus uit de theologie gegooid,
wij hebben hem bijna uit de bijbel gegooid”.
Gelukkig is het in Wittenberg zover niet gekomen: Jacobus uit de bijbel verwijderd,
en wij moesten het ook maar niet doen.
We zouden zomaar ontsporen naar links of rechts.

Of we gaan op het spoor van toch weer zelf presteren om te verdienen bij God: doe vooral je best!
Of we denken zorgeloos dat we toch wel in de hemel komen hoe we ook leven:
dat zit wel goed! In beide gevallen raken we ver uit het spoor van onze vader en vooroploper Abraham.
dia 2
In het spoor van Abraham: 1. leer je jezelf aan God toe te vertrouwen;
2. ben je bereid je leven aan God te wijden;
3. wordt je rijk door God beloond.

dia 3 1. In het spoor van Abraham leer je jezelf aan God toe te vertrouwen.

Even leek Abram – zo heet hij nog in Gen.15 – het spoor kwijt te zijn.
Gezien de omstandigheden was dat ook best goed te begrijpen.
God herhaalde zijn al eerder gedane beloften:
“Ik zelf zal jou als een schild beschermen). Je loon zal vorstelijk zijn”.

Dat volgt op wat net is gebeurd en verteld in hoofdstuk 14
Abram had Lot en zijn gezin bevrijd uit krijgsgevangenschap.
Hij geloofde: God de Allerhoogste heeft mij de overwinning bezorgd: God is mijn schild Daarom wou Abram ook niks van de buit hebben: de Heer maakt me rijk.

Nou, en daar zet de Here meteen een dikke streep onder:
Ik zal je blijven beschermen en ik zal je inderdaad rijkelijk belonen.
Maar dan meteen daar overheen blijkt hoe geloven vechten is: vallen en opstaan.
Het is allemaal prachtig wat God in het vooruitzicht stelt en ik geloof ook echt wel,
maar ik zie er zo weinig van, en wat schiet ik er mee op dat ik dat allemaal geloof?

Je kunt je daar heel wat bij voorstellen als het om Abram gaat:
Prachtig dat God me rijk wil maken, maar straks ben ik dood en zonder opvolger
en dan gaat al mijn rijkdom en heel mijn bedrijf in vreemde handen over….
mijn testament is al klaar en daarin heb ik alles vermaakt aan mijn bedrijfsleider Eliëzer (een medegelovige blijkbaar – gelet op zijn mooie naam: God is mijn helper)

Jaren geleden al had God beloofd: jij groeit uit tot een groot volk
en dat grote volk zal een eigen land krijgen, ruim genoeg voor iedereen
en alle volken van de wereld zullen van jou en je nakomelingen profiteren…
maar wat moet je ermee en wat heb je eraan als je geen kinderen hebt
en de kans om ze nog te krijgen tot ver onder nul is weggezakt:
God, mijn Heer, wat heeft het voor zin mij nog te belonen?

Gelukkig: ineens komt die verre grote Abraham heel dichtbij en naast ons.
In elk geval niet “het type van een geloofsheld die nooit enige twijfel heeft gekend”, zegt een uitlegger.
Anders konden wij hem zeker niet volgen, ging hij ons veel te hoog.
Abram heeft ook moeten geloven ‘tegen de klippen op’, en tegen de verdrukking in.
Hoewel er geen hoop meer was, staat verderop in Rom.4…en het was dus geen wonder dat Abram soms ook niet meer zag hoe het verder moest of oplossingen uitpuzzelde om het onmogelijke toch mogelijk te maken:dan maar Eliëzer mijn erfgenaam en adoptief-zoon, of een slavin ingehuurd: Hagar.
Ook Abram kon nooit door de waarde van zijn geloof in de smaak vallen bij God:
hij was alleen gaan geloven en kon alleen blijven geloven omdat God hem dat geloof gaf. Je moet nooit je geloof, je blijven bij God en in de kerk, aan jezelf toeschrijven.
Dat Abram ondanks alles bleef geloven, was niet zijn verdienste maar Gods werk…
Als Abram met zijn geloven loon bij God had moeten verdienen, was het niks geworden. Van hem gold net als van iedereen: zelfs het beste onvolmaakt, gebrekkig, zondig…..

De Heer verwijt Abram zijn vragen en twijfels niet, maar gaat er op in en spreekt hem moed in: echt Abram, je krijgt een bloedeigen zoon.. en als hij nog twijfelt: ben Ik niet de Schepper van al die sterren? dan kan ik toch ook ervoor ervoor zorgen dat jij nakomelingen krijgt, een groot volk, net zo min te tellen als al die sterren….ja maar, nog steeds lijkt er niks veranderd: Sara onvruchtbaar, en dus geen zoon en geen volk.
Des te groter het wonder: en hij geloofde in de HEER, weer!! toch!!
Ja, daar moest Abram en daar moeten wij het altijd weer van hebben:
geloven, ook en juist als je er nog weinig of helemaal niets van ziet.
Maar dan moet je wel een grenzeloos vertrouwen hebben in die God die dit belooft!
Zoals bij Abram: Abram vertrouwde op de HEER – geloofde Hem op zijn woord.
Letterlijk: hij bouwde op de HEER, hij gaf zich vol vertrouwen over aan Jahwe.
Zo werd Abram weer op het goede spoor gezet:
wat bij mensen onmogelijk is, is bij deze grote goede God wèl mogelijk!

Dat geloof, staat erbij, rekende God Abram toe als gerechtigheid.
De Heer was er blij mee dat zijn knecht, zijn kind, zich zo aan Hem bleef toevertrouwen.Dat Abram eerst al zijn eigen land achterliet en ging toen de Heer riep,
en dat Hij eraan vasthield dat de Heer kon doen en zou doen wat hij had beloofd,
ook toen dat naar de mens gesproken een totale onmogelijkheid was geworden.
Abraham bleef zich eraan vastklampen: de God die dit belooft, is betrouwbaar.
En met zoveel geloof is de Heer blij: zo mag ik het zien, mijn kind.

O nee, dat is niet Abrahams eigen prestatie of verdienste.
Zoals niemand van ons zich er op kan laten voorstaan: ik doe zo goed m’n best,
ik geloof dan toch maar in de Here God, ik ben een oppassend en actief kerklid, ik zet me in…We worden meteen op onze plaats gezet: zelfs onze beste werken onvolmaakt en met zonden bevlekt – we hebben geen volkomen geloof, we dienen God niet zo ijverig als de Here mag verwachten, en wat een zwakheden en zonden nog -we moeten het echt helemaal van genade hebben, van wat Christus verdiende voor ons!
Dat is nou precies geloven: zoals Abram niets had in te brengen om werkelijkheid te laten worden wat God had beloofd, en hij ook nergens recht op had, zo kunnen wij alleen maar als bedelaars met lege handen aanpakken wat God geeft – geloven dat wat een onmogelijke opgave is voor ons mensen: het met God in orde maken, dat dat echt waar voor ons wordt omdat God het mogelijk heeft gemaakt: niet maar onvolmaakte mensen maar zelfs goddeloze zondaars rechtvaardig verklaard:
God kijkt weer met plezier naar je, je mag er zijn voor Hem, en zelfs eeuwig leven.

Wat kunnen we anders en beter doen dan Abraham op de voet volgen:
Heer, ik wil zo graag geloven, kom mijn ongeloof te hulp!

dia 4 2. In het spoor van Abraham ben je bereid je leven aan God te wijden.

Het ligt in de lijn van hoe Abraham heeft geleefd en heeft geloofd:
niet op grond van zijn prestaties maar juist door volledige overgave aan de HEER,
aan die God die ongedachte wonderen doet en oplossingen geeft die boven onze macht gaan en boven ons bevattingsvermogen.

Van Abraham worden geen lijst van verrichte prestaties opgesomd, we komen als een rode draad steeds dat ene tegen: door het geloof….deed Abraham, kreeg Abraham…heeft Abraham….(lees ook maar Heb.11) Zo wil God ook met ons omgaan. Dat geloof wil de Heer u en jou ook geven: dat we alles alleen verwachten van dat grote offer dat de Heer Jezus bracht: zijn eigen leven.

Maar dan blijven we nog wel zitten met Jacobus en met wat hij schreef:
“Abraham is rechtvaardig verklaard door wat hij deed, en niet alleen om zijn geloof”,
en wil je dus in het spoor van Abraham delen in Gods gunsten, kun je niet alleen maar rusten op de lauweren die Christus heeft behaald maar zul je zelf in je doen en laten moeten laten zien dat je de Heer als je God wilt dienen.

Ik denk dat we allemaal wel aanvoelen hoe Jacobus dat bedoelt en dat dat juist helemaal in dat spoor blijft dat je ziet in het leven van Abraham – en dat Luther en anderen zich dus grandioos op die uitspraken van Jacobus hebben verkeken.
Want dat Abraham zich helemaal aan de HEER toevertrouwde, dat liet hij nou juist zien in wat hij deed, in hoe hij leefde….gehoorzaam aan zijn God. Daar had Abraham ook heel veel, zelfs alles voor over, tot het liefste dat hij had. Denk maar aan de offers die het vertrek naar dat onbekende land meebrachten: weg van de familie, weg uit de vertrouwde omgeving, een onzekere toekomst tegemoet.

En denk aan dat meest ingrijpende dat Jacobus als voorbeeld noemt: dat Abraham toen God dat vroeg, zelfs bereid was zijn enige zoon te offeren.
Zie je wel, zegt Jacobus, dat geloven te zien is aan je daden, dat christen-zijn niet alleen maar een kwestie is van mooie woorden of van vrome momenten….

Het kan dus niet zo zijn dat we ons verschuilen achter rechtzinnige uitspraken
of ons sterk maken met traditionele vormen of ons wijs maken dat het wel goed
zit met onszelf en met onze kerk omdat we toch geloven dat de bijbel waar is van kaft tot kaft en we ons houden aan de gereformeerde leer ,terwijl in de praktijk van elke dag er weinig van te merken is dat we gekozen hebben voor de Heer, dat ‘eigenlijk’ dit, dat niet deugt en anders zou moeten – maar we ons daar al te makkelijk bij neerleggen, zelfs met een beroep op teksten als in zondag 23: ach, onze beste werken zijn nog met zonde bevlekt, we zijn nou eenmaal allemaal onvolmaakt, en ik ben nou eenmaal zo, dat verander je niet…gelukkig maar dat God graag vergeeft….

Nou, gelukkig wil God dat graag en doet Hij het ook, elke dag maar weer….
gelukkig dat we altijd een beroep mogen doen op het werk van de Here Jezus….
Maar dat blije evangelie is niet bedoeld om ons zorgeloos te maken alsof het niet
meer uit zou maken of je God al of niet dient en hoe je dat doet, en of het er niet echt toe doet hoe we omgaan met onze medemensen in en buiten de kerk: dan heb je wat Jacobus noemt een ‘dood geloof’, en dat is helemaal geen geloof.

Abraham vertrouwde op de HEER en dat merkte je. Heel zijn leven was dienst aan
zijn God. De Here Jezus leert ons: geloven is jezelf verloochenen en je kruis opnemen en zó Mij volgen. Als in door echt geloof aan Hem bent verbonden, komt dat er ook uit: dan leef je ernaar. Je bent zo dankbaar dat je leven is gered, dat je nu helemaal voor God wil leven…en voor die ander. Als Abraham die niet zich verrijkte aan deze wereld maar rijk was met zijn God….

dia 5 3. In het spoor van Abraham wordt je rijk door God beloond.

‘Je loon zal groot zijn’, zei God tegen Abram. Vorstelijk!
We hoeven niet te schrikken van dat woord ‘loon’. Alsof het toch weer op verdienen aankomt. Als dat zo zou zijn – zegt Paulus – kan een mens alleen roem oogsten bij andere mensen. Niet bij God: wat wij onze goede werken noemen, blijft altijd ver onder Gods maat. En toch stelt God mensen die zich aan Hem toevertrouwen, een rijke beloning in het vooruitzicht.

Voor Abram was dat allereerst dat eigen land voor hemzelf en zijn nakomelingen….
maar ver daar bovenuit nog voor al zijn zoons en dochters in geloof: eeuwig leven op een nieuwe aarde, dankzij Abrahams grote Nakomeling Jezus Christus.

Zondag 23 zet in met een vraag die ook gelovige mensen zich best stellen:
dat ik geloof in die God van de bijbel en geloof in de Heer Jezus – wat word ik er beter van? Abraham heeft zich dat ook vast afgevraagd: toen hij wat God beloofde, maar niet kreeg…. We weten zelfs en de bijbel is er eerlijk in: hij is gestorven zonder dat hij gekregen had wat hem was beloofd. En toch: wat was Abram al rijk: God zijn beschermer, God die hem zijn vriend noemde…

En wij, wat hebben we eraan dat we geloven? Schieten we veel op met dat antwoord: dat ik rechtvaardig ben, en een erfgenaam van het eeuwige leven?
Het is waar: we zijn nog onderweg, en wie weet hoe lang de weg nog is.
Nog steeds komt het aan op geloven, in een wereld vol afbraak en ellende en dood.
Krijgen we onderweg veel te verstouven aan zorgen, verdriet, teleurstellingen, ziekte, dood…. En toch: wat zijn we nu al rijk, veel rijker zelfs dan Abraham was
die ernaar verlangde de dag mee te maken van zijn grote Zoon en Redder.

Wij mogen weten dat hij gekomen is en dat Hij het voorgoed heeft goed gemaakt
Antwoord 63 zegt dat God ook in dit leven al ons wil belonen: als een God die als een schild ons beschermt, en die als een Vader voor ons zorgt onderweg.

Dan mogen we zeker zijn dat aan het eind van de reis de complete erfenis uitgekeerd wordt. Wees maar trouw aan uw Heer, Hij bouwt nu al aan uw toekomst!

Hij zorgt voor ons allemaal en leidt ons door zijn hand…..naar dat beloofde land!

amen

liturgie middagdienst

votum en groet
zingen: Ps. 32: 1,2 Levensliederen

1. Geluk is dat je fouten zijn vergeven,
je zonde weg, bedekt voor heel het leven.
Geluk is dat de HEER je niets verwijt
en dat je bent bezield door eerlijkheid.
Zolang ik zweeg had ik gebroken nachten
en overdag gebrek aan nieuwe krachten.
Uw hand was drukkend zwaar – mijn lijf begon
kapot te gaan als in de hete zon.

2. Ik ben voor u mijn zonde gaan benoemen,
hield ermee op mijn fouten te verbloemen.
Ik zei: ‘Mijn schuld beken ik aan de HEER.’
En u vergaf mij – geen verwijten meer.
Laat wie gelooft zich biddend aan u binden
in tijden dat u zich door hen laat vinden.
Hoe hoog de golven om je heen ook slaan –
gegarandeerd – ze raken jou niet aan.

gebed
Schriftlezing: Gen. 15: 1-7
zingen: Lied 3: 1,2
Schriftlezing: Rom. 4: 1-8
zingen: Lied 3: 3,6
Schriftlezing: Jac. 2: 14-26
zingen: Ps. 50: 11
verkondiging: zondag 23 en 24

zingen: NLB 632: 1,2,3 – melodie LvdK 434 (Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere)

1. Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven.
Laat ons Hem loven en danken, verheugd dat wij leven.
Diep in de nacht heeft Hij verlossing gebracht.
Heeft Hij ons licht aangeheven.

2. Waren wij dood door de zonde verminkt en verloren.
Doven van harte, verhard om zijn woord niet te horen.
Hij is zo groot, Hij overmande de dood.
Wij zijn in Jezus herboren.

3. Nu zend uw Geest, als een vuur, als een stem in ons midden.
Dat wij van harte elkander verstaan en beminnen.
En zo voortaan eren Gods heilige Naam.
En Hem in waarheid aanbidden

geloofsbelijdenis
zingen: Gz. 165
gebed
collecte
slotzang: Gz. 147: 1a, 2m, 3v, R:a
zegen
amen: Gz. 147: 4 en refrein. allen

Zondag 22 Heid. Cat.: De levende God is een God van levenden en sterker dan de dood (CGK-GKV, met avondmaalsviering)

Gemeente van onze levende Heer Jezus Christus,

Sterven, en dan…?
De titel van een al oud boekje, maar vooral best een vraag voor veel mensen.
Voor veel mensen, en ik denk maar zo: net zo goed voor ons als christenen.
Zeker, de Bijbel geeft op die vraag antwoorden, de kern komt terug in dit stukje
van de catechismus: mijn ziel gaat als ik sterf naar de hemel, mijn lichaam wordt
begraven en zal als de Heer terugkomt, opstaan en God geeft een nieuw lichaam.

Ja, maar wat ik me daar concreet bij moet voorstellen, vind ik best lastig, u niet?
Als je er wat dieper over doordenkt, stik je zomaar van de vragen: wat is dat precies
dat je verder leeft maar zonder lichaam, en de hemel, waar moeten we die zoeken,
en zullen we elkaar herkennen in die hemel, en later op de nieuwe aarde, en waar
is die nieuwe aarde, waar plaats genoeg zal zijn voor zoveel miljarden mensen,
en zijn er dan ook kinderen en ouderen, of zullen we allemaal jongvolwassenen zijn?
Er is vast meer te vragen, het komt allemaal neer op de vraag hoe we wat de Bijbel
erover zegt en we net lazen in zondag 22, kunnen voorstellen, wat er ermee kunnen.

Waarbij vragen komen in de lijn van de kritische tegenwerpingen van die vroegere
Sadduceeën: stel dat iemand hier op aarde meer dan een keer is getrouwd, hoe
zal het dan straks zijn; en worden relaties die op aarde stuk gingen, dan hersteld?
De opstanding van gestorven is ook niet zonder problemen: graven die geruimd
zijn, mensen die een zeemansgraf kregen, of bij een brand of een vliegramp zijn
omgekomen en nooit zijn geïdenticifeerd of zijn begraven, en wie gecremeerd zijn?
En krijgen mensen die zwaar gehandicapt waren, een gezond gaaf leven terug….?

Vragen staat vrij, veel antwoorden blijven voorlopig, wat God belooft is vaak nu
nog onvoorstelbaar, en de Bijbel gebruikt beelden uit deze aardse werkelijkheid.
Het is tegelijk onze beperktheid dat we over de toekomst eigenlijk alleen kunnen
denken vanuit wat we in het nu kennen en weten en ervaren en kunnen bevatten.
Dat we vaak tegen het leven na dit leven aankijken als een voortzetting van ons
leven nu maar dan zonder beperkingen als ziekte en oorlog, gebrokenheid, dood.
Terwijl Gods ons zal gaan verrassen met een leven dat zo anders en zo veel
mooier en rijker en veelzijdiger zal zijn dan wij ons nu kunnen voorstellen.
We gaan er straks van zingen: “Geen woord kan het bereiken, het is aan niets
gelijk, met niets te vergelijken dat schone koninkrijk. Als Gods zich openbaren zal
op de jongste dag, dan zullen wij ervaren wat Hij met ons vermag”. (Gz. 288)
Die Sadduceeën kregen te horen dat ze blijjkbaar de Schriften niet kenden en
de kracht van God miskenden met hun ontkennen van de opstanding en hun
poging het geloof daarin onderuit te halen door voor te stellen hoe absurd het
is dat doden zullen opstaan – ook zij keken niet verder dan dit leven lang of
kort is – alsof de levende God niet mensen eeuwig aan zich verbinden kan.

De levende God is een God van levenden…en sterker dan de dood

De Sadduceeën vormden een toonaangevende groep wijzen en leiders in Israël.
Vooral leden van de priesterfamilies hoorden bij de partij: ze waren conservatief
maar tegelijk geneigd om zich neer te leggen bij de bezetting van de Romeinen.
Theologisch gezien hadden ze een paar specialiteiten waardoor ze zich b.v. van
de Farizeese partij onderscheidden: ze hielden zich alleen aan de eerste vijf
boeken van het OT (Genesis tot en met Deuteronomium) en ook geloofden ze
niet in het bestaan van engelen en geesten en in een lichamelijke opstanding.
Het komt samen in de vraag over het zgn. ‘zwagerhuwelijk’ waarover Mozes het
heeft in Deut. 25: een vrouw van wie de ene man na de andere – allemaal broers-
sterft zonder kinderen achter te laten: welk huwelijk is geldig na de opstanding?
Een absurd klinkend voorbeeld om het absurde van een opstanding neer te zetten.

Tegelijk bewijs dat je de mist ingaat als je het leven na dit leven alleen maar kunt
zien als voortzetting of herhaling van het leven zoals dat er hier en nu uitziet.
Wat Jezus hen dan ook voorhoudt: die bepalingen zijn gemaakt voor dit leven,
en in het eeuwige leven zal alles anders zijn, nieuw: niet meer huwelijken zoals
in dit leven, niet meer kinderen die geboren worden, ook geen huwelijken meer
die op een scheiding uitdraaien of na korter of langer tijd ophouden door de dood.

I n die wetsregel over hertrouw van een weduwe met de broer van haar overleden man klinkt veel verdriet door: over sterven, kinderloosheid, verloren gaan van jouw
bezit omdat er geen opvolger is en uitsterven van jouw tak van de familiestamboom.
En als jij trouwde met de vrouw van je overleden broer en er werd een zoon geboren,
dan zou die zoon gelden als zoon van je broer en zijn erfdeel krijgen – dus was dat
voor die zwager echt een offer want in jouw zoon leefde niet jij maar je broer verder.
Het is een wetsregel die niet meer geldt in onze tijd, maar huwelijken die kinderloos
blijven zijn er ook nu, en huwelijken die eindigen in een scheiding zijn er veel te veel,
en de dood maakt nog altijd veel meer stuk dan je lief is, ook mooie huwelijken……
En dan is best moeilijk te snappen en je in te denken dat dat fijne huwelijk dat je
van God gekregen hebt, na dit leven niet meer op deze manier verder gaat – ik kan het me zelf niet indenken en ik moet er ook niet aan denken – maar ik geloof dat de
goede God het goed zal maken voor ons, nog beter en mooier dan het nu al is,
en ik vind het vertroostend voor zoveel dat hier op aarde stuk gaat dat aan veel
ellende die er nu nog is een einde zal komen als God alles echt nieuw maakt.

Ja maar, hoe weet ik nou dat het goed zal zijn, mooi, na het leven van hier en nu?
En dat die Sadduceeën en zoveel anderen toen en later, en ook in onze eigen tijd,
die ervan uitgaan dat met de dood het echt afgelopen is, dat een mens het graf of de oven ingaat en dat was het dan – wat overblijft zijn een steen en wat herinneringen -
dat die mensen ongelijk hebben -moet je niet je neerleggen bij wat je ziet en ervaart?
Maar dat doet Jezus niet, Hij die de Schriften kent en weet van de macht van God.
Jezus die als Zoon beter dan wie ook de Vader kent als de levende en trouwe God.
Jezus die gezegd heeft: “Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de
Zoon leven in zichzelf”…en. “Zoals de Vader doden opwekt en levend maakt, zo maakt de Zoon levend wie Hij wil” ((Joh. 5: 21-26); en er zijn veel teksten in de Bijbel waar God wordt genoemd de ‘levende God’ – God die eeuwig leeft en trouw blijft.

Om daar zijn tegenstanders van te overtuigen maakt Jezus gebruik van hun eigen
Bijbelgeloof: het staat al in de boeken die jullie als jullie Bijbel erkennen, en wel in
de boeken van Mozes, vooral in dat verhaal van Mozes bij de brandende struik
waar God zich de God van Abraham en Izaäk en Jakob’ noemt, en dat niet om
te herinneren aan voorvaders van vroeger die allang verleden tijd zijn, maar om
zichzelf te bewijzen als de God die trouw blijft aan mensen aan wie Hij zich heeft
verbonden, en ook aan hun nakomelingen: Ik zal er zijn voor jullie zoals Ik er ben geweest en nog ben voor jullie voorouders: Ik laat niet los met wie Ik ooit begon.
Wat ook zit in die bekende oudtestamentische uitdrukking voor overlijden: die of
die werd ‘met zijn voorouders verenigd’ – NBG: ‘vergaderd tot zijn voorgeslacht’.

Die voorouders zijn niet maar tot stof vergaan, maar waren en zijn er werkelijk.
Jezus zegt hier: “God is geen God van doden, maar van levenden”. En in Lucas 20 staat er bij: “want voor Hem zijn zij allen in leven”. Daar is hij de levende God voor!
Wat ook is: de God die sterker is dan de dood en die wie bij Hem horen vast kan
en wil houden, zelfs in de dood en door het graf heen – onvoorstelbaar maar waar.
Ook dat belijden we als we aan het begin van een dienst zeggen dat God niet zal
loslaten wat zijn hand begonnen is en ons niet uit zijn hand zal laten vallen.Of, met de tekst van het aangrijpend lied dat we straks gaan zingen: ” Je kunt niet dieper vallen dan louter in Gods hand waarmee Hij ons barmhartig omvat aan alle kant”.

Dan is er nog wel die keiharde en donkere werkelijkheid van de in onze beleving oppermachtige dood: de een wordt gesloopt door ziekte, de ander komt om in het verkeer of op zijn werk, weer anderen krijgen een hartinfart, en – misschien nog
wel het allerergst – in naam van een ideaal of een religie of om geld als het om
criminaliteit gaat – maken mensen andere mensen dood – hoe lang nog, Heer?
Iemand noemt het een blinde muur waar je vroeg of laat onherroepelijk op stuk loopt.

Voor de mensen toen in Israël was er gelukkig een lichtpunt aan de horizon: een ster
die God zou laten opgaan als de beloofde messias kwam die de dood en verderf zou overwinnen..vrede zou brengen….en een leven zou geven sterker dan de dood …..en
elke gelovige Israëliet keek daar naar uit en hoopte dat zijn familie, zijn nageslacht,
erbij zou zijn als de messias kwam en als het koninkrijk van God zou gaan beginnen.
Maar ja, als je nou geen kinderen had, en jouw familie – of jouw tak aan de familie-
stamboom – uitsterven zou -en je dus eigenlijk het graf in zou gaan zonder toekomst?
Maar dan zegt God dat Hij dat niet wil laten gebeuren en openingen wil geven in
die blinde muur: Ik zal zorgen dat jouw naam niet vergeten wordt maar voorleeft.
Daarvoor was die in onze beleving vreemde regel van het zwagerhuwelijk bedoelt.

En er is meer want in de profeten wordt het uitzicht verruimd, door Gods trouw.
Als voorbeeld wordt de eunuch genoemd – ontmand en dus niet meer in staat nageslacht voort te brengen die van Gods profeet mag horen: “laat de eunuch niet zeggen: ‘ik ben maar een dorre boom’ “….want “de eunuch die mijn sabbat in acht neemt, die keuzes maakt naar mijn wil, die vasthoudt aan mijn verbond, hem geef ik iets beters dan zonen en dochters: een gedenkteken en een naam in mijn tempel en binnen de muren van mijn stad. Ik geef hem een eeuwige naam, een naam die onvergankelijk is” .: “Ik breng er nog meer bijeen dan al bijeengebracht zijn”. (Jes. 56)

Wie God kent, weet en gelooft: God brengt geen doden maar levenden bijeen,tot op die grote menigte die Johannes voor zijn geestesoog zag in zijn openbaring:”in het wit gekleed en met palmtakken stonden ze voor de troon en voor het lam” (Opb. 7)
Dat licht valt nu al tussen de kieren van die doodsmuur heen, en het is dankzij de beslissende doorbraak van Goede Vrijdag en Pasen: de dood geen muur meer
maar poort het eeuwige leven binnen, en de opgestane Heer heeft de sleutels.

En weet u, eigenlijk hebben wij die belijdenis van opstanding en leven al gevierd
vandaag, toen we Gods goedheid proefden in het brood van de zelfovergave van
onze Heer en in de beker met wijn waarmee we als het ware toastten op zijn
overwinning en al iets mochten proeven van de blijdschap van de bruiloft die
komt en waarvoor we zijn uitgenodigd – en bruiloft vieren bruist van het leven!
Iemand zegt: als je door geloof in Christus kind van God bent, ben je – nu al -kind
van de opstanding, want je mag nu al ervaren het begin van de eeuwige vreugde.
Dat is wat Jezus heeft gezegd: “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven.”
En dan komt zijn vraag ook op u en jou en mij af: Geloof jij dat?

Gelooft u dat, en jij?
Niet: wat zie je daarvan, of: wat kun jij je daarbij voorstellen?
Nee: geloof jij dat?
Het is eigenlijk de vraag of u en jij en ik de Schriften kennen en geloven,
en overtuigd zijn van en vertrouwen op de kracht van God.

Sterven en wat dan?
Er liggen nog stapels vragen en er zijn nog veel open einden en wat een verdriet nog en wat een pijn en ook nog angst en onzekerheid – en de dood is een blinde muur.
Maar wie God kent, ziet ook al de bressen in die muur – en de poort die Jezus heet.

Gelukkig dat we een God hebben die zijn beloften niet vergeet en jou en mij – en al die anderen die we al hebben moeten loslaten en ons zijn voorgegaan ook niet.

Ik geloof in de levende God die een God van levenden is, en sterker dan de dood.

amen

liturgie middagdienst CGK-GKV 22 november 2015 – HA en nabetrachting
welkom
zingen: Ps. 16: 4,5 GK
stil gebed
votum en groet
zingen: SB 40: 1,4,5 (melodie Psalm 116)

1. De Here sprak, aleer Hij voor ons leed:
Het is mijn wil, mijn hartelijk begeren
dat Ik met u, die met Mij moogt verkeren,
de maaltijd houdt, mijn tafel staat gereed.

4. Mijn lichaam dat voor U gegeven is,
wordt als een brood gebroken en gegeten.
Het is voor u, gij moogt het dankbaar eten.
Doet dat voortaan tot mijn gedachtenis.

5. De Heiland zegt tot ieder die Hem kent:
van hand tot hand mag deze wijnkelk rondgaan.
Drinkt nu daaruit; gedenkt, geloof, van nu aan:
dit is mijn bloed, het nieuwe testament

avondmaalsformulier 5 GKV , incl geloofsbelijdenis
zingen: Ps. 116: 6,8 LB
dankgebed
Schriftlezing: Deut. 25: 5-6 en Marcus 12: 18-27
zingen: NLB 960: 2,3 (melodie Gz. 103 GK)

2. Over de graven klinkt een stem
die spreekt met goddelijk gezag,
dat wie in Christus was, in Hem
zal blijven op de jongste dag.

3. Hun naam staat vaster dan in steen
gegrift in Gods gedachtenis,
die hun het leven gaf te leen
en die geen God van doden is.

verkondiging: zondag 22 Heid. Cat.

zingen: Gz. 288: 1,2,5,7 LB
gebed
collecte
zingen: NLB 916 (mel. Gz. 124 LB)

1. Je kunt niet dieper vallen
dan louter in Gods hand
waarmee Hij ons barmhartig
omvat aan alle kant.

2. Eens komen alle paden
van schuld en lot, van dood,
bijeen in zijn genade,
voorbij aan alle nood.

3. Door God zijn wij omgeven
zoals wij hier bestaan.
In Hem zullen wij leven
en tot zijn feest ingaan.

zegen
amen: Gz. 456: 3 LB