1 Korintiërs 12: 7 : Gaven zevenvoud (1e Pinksterdag – avonddienst GKV-CGK)

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, één door de Heilige Geest van God,

dia 1

‘Gaven zevenvoud’.

Wat bedoelt dat thema en waar gaat het eigenlijk over? Als u oplettend hebt meegezongen, is het u misschien opgevallen – voor het eerst of weer – dat in dat bekende Pinksterlied die woorden voorkomen: “O Geest, die al Gods heil ontvouwt, schenk ons uw gaven zevenvoud“. Het is uit de versie van het Gereformeerd kerkboek – de liedboekversie komt straks.

Het zijn vertalingen en bewerkingen van het oude Latijnse kerklied Veni Creator Spiritus= Kom, Heilige Geest – een bede om de komst van de Geest in ons hart. Een lied dat vermoedelijk is ontstaan in de tijd van keizer Karel de Grote, rond 800. Het werd een van de meest bekende Pinksterliederen, maar werd ook gezongen bij de wijding van priesters en de zalving en kroning van koningen, van wie men geloofde dat ze in hun ambt het moesten hebben van de leiding van Gods Geest.

Het getuigt van bescheidenheid en afhankelijkheid om niet uit te gaan van het bezitten van de Geest en de benodigde capaciteiten voor de taken die te doen zijn maar te bidden, te roepen, om de Geest: Kom, Schepper Geest, daal tot ons neer, vervul ons hart, stort hemelgaven in ons uit, breng al Gods volk tot heerlijkheid.

En dan valt ook die opvallende uitdrukking over ‘gaven zevenvoud’, in de weergave van het Liedboek als een constatering: “Gij schenkt uw gaven zevenvoud” en in die van het Gereformeerd Kerkboek als een gebed: “Schenk ons uw gaven zevenvoud”.

Bjbels gezien kan het allebei want wat de Geest belooft, daar mag je om bidden.

Maar dan dringt steeds meer die vraag zich op wat bedoeld wordt met ‘gaven zevenvoud’:  wat voor gaven zijn dat dan, en waarom daarbij dat getal zeven? Als je daar je wat meer in verdiept, kom je al gauw de verwijzing tegen naar die messiaanse profetie uit Jesaja 11: 2 – die we vanavond samen gelezen hebben. Het gaat daar over een beloofde telg uit het in verval geraakte koningshuis van David die vervuld zal zijn van de Geest van de HEER – zoals eeuwen geleden de stichter van het koningshuis – David – over wie we lezen dat de Geest van de HEER hem bezielde – en zijn zoon Salomo die op zijn gebed veel wijsheid en inzicht kreeg.

Eigenschappen die latere koningen pijnlijk misten zodat het van kwaad tot erger ging en de laatste koning zijn einde vond als krijgsgevangene in het verre Babel.

“Maar” – zo begint dan Jesaja 11, en dat is het ‘maar’ van Gods trouw, het ‘en toch’. Geweldig dat God het daar niet bij liet zitten en een nieuw begin beloofde: “zoals uit een oude, omgehakte boom een kleine nieuwe tak kan groeien, zo zal uit de oude familie van David een nieuwe koning komen”  (Jesaja 11: 1 in de BGT). En net als over David wordt over zijn nazaat, die nieuwe koning, gezegd dat de Geest van God in hem zal zijn, en hem zal leiden en bekwamen tot zijn taak.

dia 2

Ja, en dan worden kwaliteiten opgesomd, eigenschappen, ‘gaven’ van de Geest: wijsheid, inzicht, kracht, verstandig beleid, kennis van de Heer, ontzag voor de Heer. Als u hebt mee geteld: zes ‘gaven’, maar letterlijk staan in vs 2 en vs 3 verschillende woorden voor ‘ontzag voor de HEER’, zoiets als: ‘eerbied’, en: ‘ontzag voor God’. Op die manier kom je tot zeven – wat terugkomt in dat lied: Kom Schepper, Geest. Want natuurlijk is er veel meer op te noemen en ook in de Bijbel te vinden aan gaven die God mensen geeft maar zeven is in de Bijbel het getal van volheid, compleetheid.

Zeven, dat is het getal van God – drie – plus dat van de aarde, de vier windstreken. Zo zijn we ook de dienst begonnen met genade en vrede van Hem die is en die was en die komt – God de Vader die de Schepper is – en ‘de zeven geesten die voor zijn troon zijn’  en van Jezus Christus, die de dood overwon en de hoogste Koning is.

‘De zeven geesten voor zijn troon’, dat is zoals Johannes in zijn Openbaring de Geest van God uitgebeeld ziet, b.v. in 4:5: “voor de troon (van God) branden zeven vurige fakkels, dat zijn de zeven geesten van God”; en in 5: 6 ziet Johannes het lam van God met ‘zeven horens en zeven ogen’: “dat zijn de zeven geesten van God die over de hele wereld zijn uitgestuurd”. Wat teruggaat op O.T. profetie (Zacharia 4)

Natuurlijk gaat het dan over de ene Heilige Geest maar dat getal zeven staat voor de volheid van de werking van Gods Heilige Geest, waarover een uitlegger schrijft: “Als brandende toortsen symboliseren ze de waakzame en werkzame tegenwoordigheid van de Here bij zijn volk. In het zevental ligt een correspondentie met het aantal gemeenten. De Geest van God woont in zeven gemeente en krijgt daarom de gestalte van zeven Geesten”.

Daar sluit dat lied op aan over de gaven die de Geest geeft: ‘gaven zevenvoud’, werk van de Geest in alle volheid: “G’ ontsluit een volheid van gena, de vrucht van ‘t kruis van Golgotha” -uitwerking van wie de eerste gave genoemd wordt, de Geest zelf: “Gij zijt de gave Gods, Gij zijt de grote Trooster in de tijd, de bron waaruit het leven springt, het liefdevuur dat ons doordringt, Gij schenkt uw gaven zevenvoud” (NLB 360)

dia 3   ‘Gaven zevenvoud’

1. als vrucht van het werk van de Geest

2. om persoonlijk en samen te groeien

3. laten we erom bidden en ermee werken

dia 4    1. gaven als vrucht van het werk van de Geest

“In ieder is de Geest zichtbaar aan het werk”.

Schrijft Paulus in die bekende verzen uit 1 Korintiërs 12 die we net gelezen hebben.

En dan kijken we elkaar aan, en denken we als het goed is, eerst ook aan onszelf, en dan kan zomaar de twijfel opkomen en misschien wel wat cynisme: is dat zo?  Is de Heilige Geest in iedereen hier in de kerk vanavond aan het werk, en ook in en door die anderen die er vanavond niet zijn, en vooral ook: werkt de Geest ook in mij, en hoe dan, en waarom is er dan zo veel dufheid en laksheid en zo weinig vuur en komt zoveel zo vaak op steeds weer diezelfde neer, en moeten we niet weer eens een gaventest doen om in kaart te brengen wat we voor elkaar kunnen betekenen?

En dan heb ik het nog niet eens over die lastige vragen rond bijzondere gaven als spreken in tongen en profetische uitingen en gaven van genezing: komen die nog voor, moeten we er naar verlangen en naar streven, of zijn die niet voor deze tijd?

Het valt op dat Paulus hier geen gebod geeft en ook niet een verlangen uit of een gebed uitspreekt dat het nog eens mag gaan gebeuren dat de Geest zo werkt. Nee, het is een constatering, een dankbaar vaststellen dat de Geest in ieder werkt.

Des te meer opmerkelijk als we bedenken dat dit in een brief staat aan de kerk van Korinthe, en dat was niet een modelgemeente maar een kerk met veel problemen.

Toch begint deze brief dankbaar (1:4-7): “Ik dank mijn God altijd voor u, omdat Hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken. Door Hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is, en hierdoor ontbreekt het u…aan geen enkele gave van de Geest.” 

Wat je door heel deze brief heen merkt, is dat Paulus niet focust op wat er mist maar op wat er is, en dat benoemt en God ervoor dankt, en dan gaat werken aan groei.

Ja en als dan iemand zich afvraagt waaraan je dan merkt dat de Geest werkt in het leven van mensen en in een gemeente, ook een gemeente als die van ons, dan kun je van Paulus leren om bij het begin te beginnen, bij de bron, of wilt: aan de basis.

Zoals in 12: 3: “niemand kan ooit zeggen: ‘Jezus is de Heer’, behalve door toedoen van de Heilige Geest”. Waar dat beleden wordt, bezongen, en bepalend is voor wat mensen doen en laten, hoe ze met elkaar en met hun tijd en geld, hun werk, hun leven in het algemeen, omgaan, daar is de Heilige Geest aan het werk, en dat ga je dan merken, want dan leven mensen niet voor zichzelf maar voor God  en elkaar.

Dat we hier zijn vanavond, dat we hier luisteren en zingen en bidden, en geloven, kan alleen maar het werk zijn van de Geest, en vrucht van Jezus’ werk op Golgotha.

Als je nadenkt over het werk van de Heilige Geest, en studies erover leest,kom je vaak het onderscheid tegen tussen vruchten van de Geest en gaven van de Geest. Bij vruchten van de Geest gaat het dan over bijna karaktereigenschappen die het gevolg zijn van geloven en leven uit het geloof, doordat de Heilige Geest je vormt.

Daar gaat over in die verzen uit Galaten 5, dia 5 over liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Dat zijn niet dingen die je doet of waar je goed in bent, maar gaat over je houding, over hoe je dingen doet en andere dingen niet doet, over een manier van leven. En dat hoort allemaal bij christen-zijn want aan de vruchten herken je de boom, en als die vruchten uitblijven of rot blijken te zijn, is er veel mis met die boom.

Terwijl gaven van de Geest meer kwaliteiten zijn of eigenschappen die per persoon, per christen, kunnen verschillen, zoals Paulus aangeeft dat de Geest verschillende gaven geeft, en die aan iedereen afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.    dia 6

Dan blijft het dat de Geest in iedereen zichtbaar aan het werk is, maar niet in iedereen op dezelfde manier en met eenzelfde intensiteit, en vanuit het besef dat iedereen nodig is en niemand overbodig, om samen één lichaam te zijn:”God heeft alle lichaamsdelen hun eigen plaats gegeven, precies zoals Hij dat wilde.”

  Vanavond gaan we niet dieper in op al die verschillende gaven, en al helemaal niet op wat we wel bijzondere gaven noemen van tongentaal, genezing, en dergelijke.

Ik wil vooral jullie aandacht ervoor vragen dat bij alle waars en waardevols in dat onderscheid tussen gaven van de Geest en vruchten van de Geest het allemaal op die ene bron teruggaat, vandaar dit eerste punt: gaven als vrucht van het werk van de Geest – want alles wat ik aan mogelijkheden heb – meegekregen als door God geschapen en via opvoeding en opleiding, interesse, aanleg, aangeleerd, dank ik aan de Geest die leven geeft en wijsheid en inzicht werkt, en vooral ook liefde en inzet, geloof – dat ik probeer God te dienen en mensen om me heen – hoe zou het anders wat kunnen worden als niet de Geest het tot stand brengt en in stand houdt?

Bedenk ook dat wat de Bijbel gaven noemt, meer is dan alleen maar competenties. Dat het zeker niet om eigenschappen of kwaliteiten gaat die ik verdiend heb en waar ik trots mee voor de dag kan komen en er andere mee de loef kan afsteken – nee, want het woord zegt het al: gave=cadeau,en een cadeau verdien je niet maar krijg je.

Vaak heet het charisma= genadegave, zoals Paulus in een andere brief – Rom. 12 – schrijft: “We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is” – en daarom: “denk niet van jezelf dat je geweldig bent”  (BGT). Ik las ergens deze oneliner: “een gave is een portie genade die op een bepaald moment geschonken wordt” – en ook deze: “de vrucht is voorwaarde voor gaven”.

Wat je kunt, waar je goed in bent, wat jij kunt bijdragen voor anderen en in de kerk, dat wordt pas mooi en goed als het vrucht is van een leven uit liefde voor God en voor mensen om je heen, denk maar weer aan die vruchten die Galaten 5 noemt.

En terug naar Jesaja 11, daar lezen we allerlei mooie dingen niet van zomaar iemand maar van de messiaanse koning van wie wij mogen geloven dat het Jezus is: “De geest van God zal in hem zijn. Die koning zal wijs zijn en verstandig, hij zal sterk zijn en machtig, hij weet wat God van hem wil en hij heeft eerbied voor de Heer…Hij luistert goed naar iedereen voordat hij een oordeel geeft….hij is eerlijk en trouw…”

Nou, en als diezelfde Geest in u en in jou en in mij werkt, gaan we lijken op Jezus en gaan we ook zo aan het werk met hoe God ons maakte en wat God ons geeft. En dan wordt het anders in ons leven, mooier, voor onszelf en anderen en voor God. Er gaan steeds meer en steeds mooier vruchten groeien aan en door Gods Geest.

dia 7   2. gaven om persoonlijk en samen te groeien.

 Gaven als vrucht van het werk van de Geest – dat vraagt om een groeiproces. Denk maar aan wat elk jaar weer in uw tuin gebeurt en op akkers en weilanden. Iemand gebruikt het voorbeeld van een appelboom: “Een appelpit wordt eerst een klein plantje, dan een stammetje met takken; daarna komen er knoppen en bladeren, dan de bloesem, dan een vruchtje, hard en groen en onaantrekkelijk. Daarna wordt het door licht en water een lekkere, rijpe, sappige en blozende appel”.

Dat is een mooi beeld voor wat ook gebeurt in het leven van mensen,  en voor wat onszelf betreft als de Heilige Geest in en aan je aan het werk gaat om al meer te maken tot een mens zoals door God bedoeld, naar het voorbeeld van Jezus zelf.

Waar de Bijbel ook vaak het beeld van groeien voor gebruikt, en Paulus het erover heeft dat wat eerst is gezaaid, verzorging nodig heeft: water erbij, mest, zonlicht.

Wat de Heilige Geest wil doen en waar Hij ons bij inschakelt: door Bijbellezen, door bidden, door gesprek met elkaar en gebed voor elkaar, en zorg voor elkaar.

Ja, en daarbij blijft ieders eigen identiteit volop overeind, en komt juist tot bloei. Diezelfde schrijver die het voorbeeld van die appelpit gebruikt, wijst erop dat elke vrucht zichzelf blijft: appels en peren zien er verschillend uit, en smaken anders. “Zo blijven we allemaal heel verschillend, ook al werkt de Geest dezelfde vrucht in ons allemaal. Je kunt op heel veel verschillende manieren liefde uiten. Of op veel verschillende manieren gaat voor vrede. De een laat trouw zien door er altijd te zijn. De ander door altijd een kaartje te sturen”. Er zijn meer talen van liefde, en dan komt het erop aan elkaars taal te leren verstaan en te waarderen, ook dat is vrucht van de Geest: geduld, vriendelijkheid, zachtmoedigheid – naar elkaar.

Zoals in de natuur ook het geval is, vraagt groei om geduld, om een lange adem. Geloofsgroei door vernieuwing en steeds weer bekering, is een levenslang proces. Niet voor niets schrijft Paulus dat de Heilige Geest zichtbaar in de gemeente werkt. En daarbij worden wij zelf volop ingeschakeld en mee verantwoordelijk gemaakt, zoals we in de catechismus worden aangespoord de Here door zijn Geest in ons te laten werken – en de Bijbel anderzijds waarschuwt de Geest niet uit te blussen.

Daar slaat ook dat laatste vers op van de tekst, vs. 31, waarin de lezers en wij dus ook worden aangespoord om te streven naar de hoogste gaven, en uit wat erna komt blijkt wat de hoogste gave is, namelijk de liefde – en laat dat nou ook de eerste en alles bepalende vrucht van de Geest zijn in de opsomming ervan in Galaten 5!

Je gaven zien en gebruiken als vruchten van het werk van de Geest van God en dus als vrucht van het reddende en vernieuwende werk van Jezus, dat is steeds meer gaan lijken op Jezus, gaan in zijn voetspoor, dienstbaar en met oog en oor en hart voor mensen om je heen, en investeren in de relatie met je hemelse Vader en met je Heer en Redder, en ook met mensen in je omgeving.

Daarvoor reikt de Geest allerlei hulp aan: zoals de Bijbel en gebed, en tekens van Gods aanwezigheid en zorg, en kerkdiensten, en gesprekken met mensen.

dia 8

Dat gaat niet zonder eerlijk je eigen zwakke plekken en blinde vlekken willen opsporen, open te staan voor feedback, willen leren en willen afleren, groeien.

Denk maar weer aan al dat werk in je tuin: schoffelen, wieden, snoeien, water geven, oude bloemen verwijderen, gras maaien – veel werk, maar met gevolg meer groei en mooier bloei en kunnen genieten van al die geuren en kleuren. En daar kunnen dan ook anderen van genieten, zoals van die mooie tuin, en van wat er allemaal in de zomer aan gewassen en vruchten rijpen op het land.

Ik las ergens dat je de vrucht van de Geest niet zelf kan opeten – bedoeld is dat anderen de vruchten mogen plukken van wat God in ons leven doet ten goede: van jouw vriendelijkheid en geduld, jouw liefde, aandacht, openheid.

Maar – het is toch ook niet waar want zelf mag je ook de vrucht van de Geest eten, want van groeien in geloof en hoop en liefde wordt je zelf ook beter. De catechismus zegt dat we sterker worden in het geloof als we gaan merken dat geloven en Jezus navolgen ook echt werkt, en wat oplevert.

Ja, en groeien doe je ook samen, zoals een tuin een tuin is en pas echt een mooie tuin wordt als die planten en bomen en bloemen bij elkaar een mooi geheel vormen. Als het in de Bijbel gaat over gaven die God mensen geeft, door het werk van zijn Geest in die mensen, dan wordt veel nadruk gelegd op het doel ervan: dienen. In de tekstverzen staat dat de Heilige Geest zichtbaar aan het werk is in ons allemaal, en dat niet op onszelf gericht maar:  “ten bate van de gemeente”.

Als je naar de opsomming van die gaven kijkt, wordt dat ook heel concreet: het verkondigen van wijsheid – om anderen mee te dienen:  het overdragen van kennis, de gave om te genezen; en nog veel meer;  en dat alles uit liefde voor elkaar, want anders schiet je met je gaven en mogelijkheden je doel voorbij- lees 1 Kor. 13: “als je geen liefde hebt voor anderen, zijn je woorden zinloos….als je geen liefde hebt voor anderen, beteken je niets…..zonder liefde is alles wat je doet, zinloos”.

Maar als we in liefde elkaar aanvaarden als kostbare gaven van God, zullen we erop uit samen te groeien inplaats van alleen maar zelf te groeien en de ander weg te drukken of te overwoekeren – een tuin is pas echt mooi als elke plant op de eigen plek de ruimte krijgt om te groeien en te bloeien – naar Gods veelkleurige wijsheid.

dia 9   3. laten we om de gaven van de Geest bidden en ermee werken

In dat lied uit het Geref. Kerkboek is het een gebed:  ‘Schenk ons uw gaven zevenvoud’, en daar zit het mooie in dat we niet over de Geest en over zijn gaven beschikken, maar dat we er steeds weer om mogen vragen, voor onszelf en elkaar.

Tegelijk is waar dat de Geest veel gaven geeft: ‘Gij schenkt uw gaven zevenvoud’.

Aan ons om die gaven te ontdekken – bij onszelf en elkaar – en ermee te werken.

Dat is eigen aan hoe de Heilige Geest werkt sinds Pinksteren:zichtbaar in iedereen. Niemand wordt overgeslagen, en niemand is meer – b.v. een dominee of ouderling – en niemand is minder -in de gedachte: ik heb geen gaven, wat kan God nou met mij?

Gaven zevenvoud – dat staat voor: volheid van genade, rijkbegaafd zijn, Geest-rijk. Gaven zevenvoud – dat is dat het niet aan de Geest ligt – er is genoeg voor iedereen en voor samen- om elkaar te dienen en samen tot bloei te komen voor God!    dia 10

amen

 

liturgie 1e Pinksterdag – avonddienst met CGK

 welkom

zingen:       Ps. 65: 1,2  LvdK     

we worden stil voor God

 votum en groet

 zingen:        Gz. 103: 1a, 2v, 6a, 8m, 9a   GK

 gebed

 Schriftlezing:  Jesaja 11: 1-10

zingen.        Ps. 72: 1,4   LvdK

 Schriftlezing: 1 Kor. 12: 1-11 en Galaten 5: 22-23

zingen:        Gz. 252: 1,2   LvdK

 verkondiging:  1 Kor. 12: 7,11,31

zingen:        NLB 360: 1a, 2v, 3a,  4m, 6a  

 gebed

collecte

 geloofsbelijdenis

 zingen:     NLB 304

 1 Zing van de Vader die in den beginne

de mensen schiep, de dieren en de dingen:

hemel en aarde wil zijn naam bezingen:

houd Hem in ere!

 2 Zing van de Zoon, het licht voor onze ogen,

bron van geluk voor wie Hem wil geloven:

luister naar Hem het woord van alzo hoge:

houd Hem in ere!

 3 Zing van de Geest, de adem van het leven,

duurzame kracht die mensen wordt gegeven.

Waar wij ook gaan, wij hebben niets te vrezen:

houd Hem in ere!

 zegen

 amen:       NLB 425   Vervuld van uw zegen

Vervuld van uw zegen gaan wij onze wegen

van hier, uit dit huis waar uw stem wordt gehoord,

in Christus verbonden, tezamen gezonden
op weg naar de wereld die wacht op uw woord.
Om daar in genade uw woorden als zaden
te zaaien tot diep in het donkerste dal,
door liefde gedreven, om wie met ons leven
uw zegen te brengen die vrucht dragen zal.

 

Handelingen 2: 4 en 11: Gods taal is mondiaal (1e Pinksterdag morgendienst)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, woonplek van de Geest van onze Heer,

dia 1          ‘Gods taal is mondiaal’.

Dat thema heb ik ontleend aan een gedicht over Pinksteren van Ati van Gent. Het staat in de bundel ‘Schriftgedichten’, een bundel nieuwe gedichten bij alle zondagen van het kerkelijk jaar en andere hoogtijdagen die we in de kerk vieren. Het gedicht waarin staat dat Gods taal mondiaal is, kunt u lezen op de handout. ‘Mondiaal’, een woord dat in onze tijd vaak langskomt, betekent:  wereldwijd.

De dichteres geeft in haar gedicht stem aan de verwondering van de eerste christenen daar in Jeruzalem die de kracht van Gods Geest beleefden:  dia 2 Zijn adem als onblusbaar vuur – zoals Hij eens aan Mozes toonde – dat tongen losmaakt, talen aaneensmeedt en oren ontstopt.”- je weet niet wat je hoort en ziet!

“De mensen die daar praten, komen allemaal uit Galilea. Hoe kan het dat we ze allemaal horen spreken in onze eigen taal?”, was de reactie van wie erbij waren. Maar de sprekers en spreeksters zelf wisten ook niet wat ze overkwam: “We verstomden, dromden bijeen. lachten vol ongeloof: Gods taal is mondiaal”. Ja, want praten in een taal die je nooit hebt geleerd en ook nog verstaanbaar voor wie met die taal opgegroeid en vertrouwd is, dat is toch wel een wonder! En zoals zoveel wonderen is ook dit veelbetekenend: Gods taal is mondiaal, en zijn boodschap gaat vanaf nu wereldwijd: tot de verste uithoeken van de aarde.

Zullen ze het zich toen al helemaal gerealiseerd hebben, zoals in dat gedicht: “Wij, geroepenen uit alle hoeken van de aarde, vreemde eerstelingen van een nieuwe bakermat” (‘) – ik denk nog niet toen, zeker nog niet in volle omvang…

Maar in het licht van later en met de kennis van nu: dat is nou echt Pinksteren! Pinksteren, dat  is vanouds het feest van de eerstelingen van de nieuwe oogst. Bijzonder dat juist op dat feest de eerstelingen van de oogst van het werk van Jezus binnengehaald worden, en dat – zoals Jezus zegt – de akker de wereld is. Pinksteren is vooral ook het begin van de kerk die wereldwijd is en steeds meer blijkt te zijn, en multicultureel ook, verbonden als we zijn met die grote menigte onderweg ‘uit alle landen en volken, van elke stam en taal’, huidskleur, karakter.

dia 1   Gods taal is mondiaal

 Dat is zeker de nieuwe inzet van God als vrucht van het werk van Jezus, en het startmoment is die geweldige uitstroom van hemelse Geesteskracht – met het oog op de opdracht die de Heer aan zijn leerlingen al had meegegeven: “Jullie moeten naar alle volken gaan, zodat iedereen mijn leerling kan worden”. Het komt terug in het eerste hoofdstuk van het boek Handelingen: “Jullie zullen kracht krijgen van de heilige Geest. En dan moeten jullie overal in Jeruzalem over mij vertellen. En in heel Judea en Samaria, en overal op aarde” - letterlijk staat er: en tot het uiterste van de aarde – tot in de verste uithoeken zeg maar.

Handelingen vertelt van dat steeds verder uitwaaierende evangelisatiewerk wat in Jeruzalem begint en via Judea en Samaria verder gaat, tot in Rome toe en vandaar uit steeds verder ging, ook naar de landen waar wij wonen, en het gaat tot op vandaag verder en zeker met de moderne media zijn er geen grenzen meer en kan het evangelie zelfs komen waar geen zendeling binnen kan en het hebben van een bijbel strafbaar is en tot in gevangenissen en strafkampen toe want er zijn geen grenzen aan Jezus’ macht en zijn liefde.

En ook taalgrenzen zijn geen barrières want de Geest spreekt alle talen, en de Bijbel wordt in steeds maar meer talen en dialecten vertaald en ook als mensen elkaar niet met woorden verstaan overbrugt de taal van de liefde hindernissen van taalverschillen en cultuurverschillen.  Denk maar aan wat Paulus schrijft aan christenen in het verre Griekstalige Kolosse, van huis uit heidenen maar nu mensen die bij Jezus zijn gaan horen zodat hun manier van leven totaal veranderd is en allerlei verschillen geen rol meer spelen: “Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren , Skythen (volken die zich niet hadden aangepast aan de Griekse of Romeinse beschaving en daarom in de ogen van die Grieken en Romeinen als achterlijk en onderontwikkeld werden beschouwd, en werden veracht), slaven of vrijen (eeuwenlang de ingewortelde klassentegenstelling), maar dan – als je tot geloof gekomen bent – is Christus alles in allen “ (Kol.3:11)   En diezelfde apostel schrijft over het vervallen van de eeuwenoude scheiding tussen Joden en de andere volken dankzij het verzoenende offer van Christus: “Hij is onze vrede, Hij die door zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken”…..”dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader”…..”  (Efeziërs 2: 14 e.v.)

Nou, en dat komt aan het licht en aan het woord op die Pinksterdag, als met heilig Geestesvuur bezielde volgelingen van Jezus ineens hoorbaar voor al die mensen uit al die landen vertellen over de grote daden die God gedaan heeft en aan het doen is en nog zal doen in en door zijn zoon Jezus die Heer werd. Een dubbel wonder zogezegd: een spreekwonder en ook een hoorwonder. Lastig om dat precies te reconstrueren maar het effect is waar het om gaat:   “wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden”.

Dat valt niet te snappen als je op de sprekers let: van die lui uit Galilea met nauwelijks een schoolopleiding en zeker geen taalcursus achter de rug en nooit het eigen land uit geweest: en toch horen we allemaal onze eigen taal!

dia 3

Het geheim erachter is al onthuld: “zoals hun door de Geest werd ingegeven”  (2:4). Precies dat zit ook in dat mooie beeld van die vlammetjes “die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten en allen werden vervuld van de Heilige Geest” – en als we verder lezen blijkt dat zonder onderscheid van man of vrouw, leeftijd, status; met een beroep op die oude profetie van Joël waar God zegt dat zijn Geest wordt uitgegoten over allerlei  mensen:zonen en dochters, jongeren en oudere mensen, ook over dienaars en dienaressen (er staat naar de situatie van toen: slaven en slavinnen),de Geest doorbreekt al die grenzen die door mensen zijn gemaakt en die vaak zo lastig te overbruggen zijn, en zomaar tot splijtzwam worden.

De vorm van die vlammetjes is veelzeggend: ze leken op tongen – “tongen als van vuur” (NBG). Veelzeggend omdat meteen ook dat werk van de Geest eruit springt: de tongen losmaken en die volgelingen van Jezus vrijmoedig maken en welsprekend om de grote daden van God uit te bazuinen, vooral natuurlijk wat God had gedaan en wil gaan doen door Jezus, de gekruisigde en levende Heer.

Allereerst is al heel bijzonder dat ze dat durfden, dat ze zo uit hun comfortzone durfden komen en dat Petrus, die nog niet zo lang geleden in alle toonaarden ontkende dat hij ook bij Jezus hoorde,nu frank en vrij en zonder een blad voor de mond te nemen, van zijn Heer stond te getuigen – en die mensen op dat plein confronteerde met wat ze gedaan hadden door Gods Zoon te laten kruisigen – dat getuigt niet maar van moed – die moed heb je niet van jezelf als mens – maar dat is Gods Geest. Zoals de Heer beloofd had:  “..wat je moet zeggen zal je op dat moment worden ingegeven. Jullie zijn het (..) niet zelf die dan spreken, het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreekt”  (Matt.10: 19-20)

Ja en dan ook nog zo dat al die mensen uit al die landen hun eigen taal hoorden uit de mond van een stel ongeletterde lui uit dat in de ogen van veel Joden achterlijke Galilea waar ze niet eens fatsoenlijk aramees konden spreken, laat staan de taal van dit of dat vreemde volk: hoe kan dat nou, wat is dit? Het is voor de samengestroomde menigte het meest verbazingwekkende en schokkende: “ze raakten geheel in verwarring,omdat ieder de apostelen en andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken” – ze kwamen er niet uit: “wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden”.

 Je denkt als vanzelf terug aan hoe het was misgegaan in de communicatie – bij de bouw van die toren in Babel -dia 4  toen God het streven naar een eenheid die macht maakt – voor jezelf – verijdeld had door te zorgen dat de bouwers elkaar niet meer verstonden en begrepen – zodat allerlei misverstanden tot ruzie leidden en ze dan toch maar ieder hun eigen weg gingen wereldwijd – Gods plan ging toch door!

dia 5

Het is toch wel heel bijzonder wat je met taal allemaal kan, hoeveel klanken de menselijke stem kan voortbrengen en hoeveel talen en dialecten er zijn – zelfs in een klein land als Nederland – en dat er  talen zijn waar je met je westerse oren niets bekends in herkennen kunt – ook best heel lastig, voor de communicatie tussen mensen en volken, en veel werk om een taal te leren, en om belangrijke geschriften en boeken – zoals de bijbel – te vertalen zodat iedereen het kan lezen en kan begrijpen.Waar nog allerlei andere verschillen van cultuur en karakter bij komen die onderling begrip lastig kunnen maken – tot in de kerk toe waar we ook als allemaal Nederlanders toch langs elkaar heen kunnen praten, maar moeilijk kunnen luisteren en inleven in de ander, en het soms wel eens lijkt of je een andere taal spreekt – er is best veel voor nodig – Gods Geest vooral – om elkaar te leren verstaan en aanvoelen.

Kijk, daar is het de Heer om begonnen, dat is het wonder van die eerste Pinksterdag en daarna: de Geest die alle talen spreekt – en het evangelie naar alle mensen wil toebrengen – die Geest doet ons elkaar verstaan – en Hij kan de grenzen doorbreken die wij mensen ervaren en waardoor we elkaar op afstand houden.

Daar in Jeruzalem konden al die mensen de volgelingen van Jezus horen spreken in hun eigen taal.  Niet eens nodig voor hen omdat ze als meest Joden wel Hebreeuws of Aramees verstonden, en Grieks – de wereldtaal toen – maar wel als signaal dat het evangelie de wereld in moest gaan en zou gaan, bedoeld ook voor al die niet-Joden in de landen waar deze mensen woonden of hadden gewoond – er staat letterlijk iets als: ‘de taal die hen eigen was’, ‘de taal waarbinnen wij geboren zijn’ ,die ze vroeger in hun geboorteland op straat hadden gehoord en op school geleerd – meteen maakt de Geest duidelijk dat het evangelie ook voor de mensen ver weg bestemd was.

Ja, en voor ons ook, en voor de mensen in Benin met voor ons onverstaanbare talen……ja en ook om een brug te slaan tussen zoveel heel verschillende mensen, maar met die ene God en Vader en volgelingen van die ene Heer, verbonden met en aan elkaar door die ene Geest, om samen die ene kerk te gaan vormen, wereldwijd.

Dan blijft er taalverschil, blijft het nodig op school Engels te leren of Frans, of misschien Chinees – en als je de zending in zou gaan de taal van de mensen in het land waar je gaat werken. En de bijbelgenootschappen hebben nog veel werk te doen en ze verdienen onze steun – ja, enmeningsverschillen en cultuurverschillen en communicatiestoringen en misverstanden zijn de wereld nog niet uit – helaas.

dia 6

Maar toch, als de Geest van Jezus ons vult, en de liefde ons drijft, is de weg open -naar de Vader  en naar elkaar – en dan herken je elkaar over verschillen van taal en cultuur heen – wat je zomaar kan ervaren als je in het buitenland medechristenen ontmoet en je soms een paar woorden genoeg hebt, en je thuis kunt voelen in een kerkdienst ondanks dat je veel niet oppikt en de muziek anders is en de vormgeving.

In Nederland zelf zou trouwens meer kunnen op het punt van contacten tussen de traditioneel Nederlandse kerken en de vele immigrantenkerken die zijn ontstaan – om elkaar te bemoedigen en van elkaar te leren, en meer samen dingen te doen.

Het versterkt het besef dat de kerk groter is dan wat wij zien en meemaken in de eigen omgeving, en maakt bescheiden – en het is tegelijk en vooral bemoedigend.

B.v. als we wel eens somberen over teruglopend kerkbezoek in de westerse wereld en we dan horen over spectaculaire groei in China en landen in Afrika en Z-Amerika. Dan doet het goed te lezen in het blad van de Verre Naasten, of een TV programma te zien over wat God bezig is te doen in andere delen van de wereld, over groei en over geloofsmoed tegen de verdrukking in, over deuren die ineens toch open gaan.

En als je zelf de taal leert spreken van Jezus, de taal van de liefde, en van willen dienen en open willen staan voor die andere met vaak een heel ander taal – een heel ander levensverhaal – merk je soms zomaar dat er verbinding ontstaat en dat je – soms zelfs zonder woorden – elkaar gaan begrijpen, aanvoelen, respecteren.

Dan slaat dat gedicht ook op ons en mogen we datzelfde als toen gaan ervaren: Zijn (Gods) adem als onblusbaar vuur, dat tongen losmaakt, talen – en dus mensen – aaneensmeedt  en oren (mijn oren, mijn hart) ontstopt. We verstommen, drommen bijeen, lachen vol ongeloof:   Gods taal is mondiaal”.

En we gaan er al iets van zien en ervaren waar het heengaat en op uitloopt – wat Johannes al lang van te voren mocht zien dia 7: “Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam. dia 8  Luid riepen ze: ‘De redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam!’ Alle engelen stonden om de troon en de oudsten en de vier wezens heen. Ze bogen zich diep neer voor de troon en aanbaden God met de woorden: ‘Amen! Lof, majesteit en wijsheid, dank en eer en macht en kracht komen onze God toe, tot in eeuwigheid.           Amen.’

 

 liturgie 1e Pinksterdag

 votum en groet

 zingen:       Lied 477: 1,2

 wet van de HEER

zingen:       Gz. 131: 3,4,5  

 gebed

 Schriftlezing:  Genesis 1: 1-5

zingen:        Lied 1: 1-4 

 Schriftlezing:  Genesis 11: 1-9

zingen:        Ps. 28: 3,4  

 Schriftlezing: Hand. 2:  1-21

zingen:        NLB 969: 1-4 

 verkondiging: Hand. 2: 4 en 11b 

zingen:        Gz. 167: 1,2,3 

 gebed

 collec te

 zingen:         Ps. 87: 1-4  Levensliederen    

 1.  Op Sion ligt al sinds een ver verleden

de stad van God, de vesting van de HEER.

Alleen al van de poorten houdt hij meer

dan van de pracht en praal van Jakobs steden.

 2.  ‘Rahab heb ik nooit uit het oog verloren,

ook Filistea, Tyrus, Babylon en Nubië,

elk volk onder de zon is hier

in Sion, stad van God, geboren.’

 3. De hele wereld zal van Sion horen:

‘De Allerhoogste houdt haar zelf in stand.’

De HEER schrijft bij elk volk met eigen hand:

‘Dit volk is ooit in deze stad geboren.’

 4.  ‘Hier in de stad van God is het begonnen’,

zo zingen alle volken in refrein

al dansend van geluk, van groot tot klein:

‘In jou, mijn stad, ontspringen al mijn bronnen.’

 zegen

 amen:          NLB 670: 7  (melodie Gz. 103 GK)

Lof zij de Vader, lof de Heer

die uit de dood is opgestaan,

de Trooster zij ook lof en eer

en heerlijkheid van nu voortaan.

Efeziërs 1: 23: Hemelvaart: we vieren Koningsdag! (Hemelvaartsdag)

 

Gemeente van Jezus Christus, de Heer van de wereld en het Hoofd van zijn kerk,

dia 1

Koningsdag.

Een mooie dag voor Nederland, samen met onze koning en koningin en hun familie. Voortaan op de dag waarop koning Willem-Alexander echt jarig is: 27 april. Om die verjaardag te vieren maar vooral de verbondenheid met ons koningshuis.

Maar misschien was koningsdag blijven vieren op 30 april ook wel mooi geweest. Dat zijn we gewend sinds 1948, en 30 april is de dag van de inhuldiging van koningin Beatrix in 1980 én van koning Willem-Alexander in 2013 – een historische datum.

Vandaag vieren we ook Koningsdag, als christenen: de dag van koning Christus. Niet zijn verjaardag natuurlijk, maar de dag van zijn kroning als de grote Koning. Een dag die wereldwijd wordt gevierd, in allerlei landen, en in allerlei talen. Een dag die eigenlijk niet maar een kerkelijke feestdag zou moeten zijn maar een feestdag voor alle mensen in alle landen, want – hoorden we van Paulus – “God heeft Christus alle macht gegeven, Hij laat hem heersen over de hemel en de aarde”.

Dat is bijna letterlijk nageschreven wat Jezus zelf gezegd had vlak voor zijn afscheid: “God heeft mij alle macht gegeven, in de hemel en op de aarde”  (Matteüs 28:18) En Marcus eindigt zijn evangelieverhaal met wat je de troonsbestijging van de opgestane Heer kan noemen: “de Heer Jezus werd in de hemel opgenomen, en daar nam Hij plaats aan de rechterhand van God”=de ereplaats, op de troon (Marc. 16:19)

dia 2

Helaas is hemelvaartsdag voor veel mensen weinig meer dan een vrije dag: om te dauwtrappen, om er op uit te trekken, als opstapje voor een lang weekend. Allemaal niks mis mee maar jammer als er niets meer is, en als het vieren dat Jezus koning is geworden en vanuit de hemel regeert, alleen maar een feest is voor binnen de kerk, en het besef ontbreekt dat het heel de wereld verandert.

Maar ook voor ons als kerk, als christenen, is belangrijk te letten op de volgorde in onze tekst van vanmorgen – letterlijk vertaald – God Christus als ‘hoofd over alles’ gegeven aan de gemeente – de kerk – die zijn lichaam is:   dus de machtige Heer over alles en iedereen krijgen wij als cadeau van God – om ons te leiden en te beschermen, en – zoals Jezus heel vaak heeft gezegd – om ons te dienen. Dat zet ieder op de eigen bescheiden plaats, maakt ons klein en geeft ons moed. En wijst niet alleen christenen maar alle mensen hun plek, onder koning Jezus.

We kennen in Nederland al heel lang een ‘scheiding van kerk en staat’.  dia 3 Dat betekent dat de overheid niet bepaalt wat in de kerk moet worden gepreekt en wat ouderlingen en diakenen voor taken hebben en hoe een kerkdienst moet zijn. Al moeten ook dominees en kerkleden zich natuurlijk wel aan de Nederlandse wetten houden: ik mag in de preken niet tot haat of geweld oproepen natuurlijk en als er seksueel misbruik zou zijn of fraude, dan moet dat worden aangegeven bij de politie. Dingen trouwens die ook in strijd zijn met de wetten van God en met het evangelie.

Andersom betekent die scheiding van kerk en staat ook dat de kerk niet op de stoel van de overheid mag gaan zitten en dat er niet meer één staatskerk is maar vrijheid van godsdienst en van meningsuiting en dat iedereen gelijk behandeld moet worden. Gelukkig maar want je ziet al te vaak hoe fout het kan gaan als de overheid zich met één bepaald geloof of kerk vereenzelvigt – een voorbeeld is Rusland en wat nu in Oost-Ukraïne gebeurt waar de Russisch-Orthodoxe kerk een soort staatskerk is en waar andere kerken het steeds moeilijker krijgen-  en denk ook maar aan heel wat islamitische landen waar het hoogste gezag in handen is van geestelijke leiders met radicale opvattingen en waar enge wetten gelden die uit de Koran worden afgeleid. Daarom is het goed dat staat en kerk op eigen terrein blijven met respect voor elkaar.

dia 4    Maar: scheiding van kerk en staat betekent niet dat het geloof en de samenleving, het geloof en de politiek, niets met elkaar te maken hebben, alsof het geloof in God en in Jezus als Heer, en de boodschap van de Bijbel, alleen maar iets te zeggen hebben voor in onze huizen en in de kerk, terwijl buiten de deur en op ons werk en op school en in het regeerbeleid mensen en menselijke regels de dienst uitmaken. De Bijbel leert juist dat God alles regeert en dat Jezus alle macht heeft ook op aarde.

Hemelvaartsdag zou je het feest kunnen noemen van de inhuldiging, de kroning van de opgestane Heer: de kroon op zijn werk aan het kruis en op en na Pasen. Zoals het evangelieverhaal van Marcus erop uitloopt dat de Heer Jezus – zo staat het er – en Heer=Kurios, machthebber – ging zitten aan de rechterhand van God, op de ereplaats die recht geeft om met en namens God over alles te regeren. En zelf zei Jezus vlak voor zijn vertrek naar het hemelse paleis dat aan Hem alle macht heeft in de hemel en op de aarde – aan wie alles zich moet onderwerpen. Dus met politiek bezig zijn en zaken doen en geld verdienen met Jezus te maken heeft, en of ook mensen die niet in de kerk zitten onder de leiding van God vallen!

dia 5

De psalm die we gezongen hebben, ontstaan lang voordat Jezus op aarde kwam en lang voor zijn hemelvaart, zingt er ook al over dat de God die zich speciaal aan dat ene volk Israël verbonden had, de God is van alle volken: “God heerst als koning over de volken” (9)…God is koning van heel de aarde” (8)….”De vorsten van de volken zijn bijeen in het gevolg van Abrahams God” (10), als Gods hofhouding. Daarom worden alle volken opgeroepen om God als hun Koning te eerbiedigen: “Klap in de handen, o volken, juich God toe met jubelzang: ‘geducht is de HEER, de Allerhoogste, machtige koning van heel de aarde’.”

Wat dwars ingaat tegen wat in die tijd gemeengoed was in de religies van de volken: elk volk heeft zijn eigen goden, en de macht van die goden is begrensd tot het gebied van dat betreffende volk, kom je over de grens, daar zijn weer andere goden. Maar de HEER laat weten: geen sprake van, mijn machtsgebied is wereldwijd, want Ik ben de Schepper van de hemel en de aarde – hoor de pretentie van een andere koningspsalm (96): “de goden van de volken zijn minder dan niets, maar de HEER, Hij heeft de hemel gemaakt”, en daarom: “erken de HEER, stammen en volken”.

Precies datzelfde belijdt dat gedicht dat op de handout staat over Koning Jezus: “U bent niet van één land, één ras of volk, niet van een eeuw, een tijdperk, een cultuur, niet van één leer, traditie of één kerk,  u bent verheven boven de natuur. Uw monarchie omspant de hele wereld, u overziet hem in een oogopslag, U bent aan coalities niet gebonden, uw almacht laat zich gelden dag en nacht”.  Geweldig!

dia 6   Voor ons een les: probeer niet God voor je eigen karretjes te spannen, hoe christelijk die ook kunnen zijn en met hoeveel inzet en zorg ze ook in elkaar gezet en bij elkaar gehouden worden, denk ook niet dat wat jouw ideeën of idealen, hoe mooi ook en hoe enthousiast naar voren gebracht,natuurlijk de wil en de bedoeling van Jezus zijn. Zoals ooit kruistochten zijn behouden onder de leus dat God het wil en zoals ook erg slechte acties zijn uitgevoerd, en anderen opgedrongen, in de naam van Jezus.

Neem zijn waarschuwing maar ter harte – die voorzichtig en bescheiden maakt – dat er zullen zijn die zullen zeggen dat ze in de naam van Jezus hebben geprofeteerd en boze geesten verjaagd en vele wonderen gedaan, en toch te horen zullen krijgen dat Jezus hen nooit heeft gekend en niets met hen te maken wil hebben, omdat ze niet hebben gedaan wat de hemelse Vader wil maar wat zij zelf in hun hoofd hadden. De vraag die beslist is of wat ik doe vruchten zijn van Gods Geest of van mijn eigen geest. Of we voor alles uit waren op het rijk van God of op onze eigen bedachte koninkrijkjes.

Het is ook een les voor zoveel anderen die hun rijkjes bouwen zonder of tegen God en al te vaak ook zonder oog en oor en hart voor wie aan de kant of in de weg staan. En die al te vaak doof zijn voor een appél vanuit de boodschap van koning Jezus: daar heb ik niks mee en kan ik niks mee, preek dat maar voor jouw eigen parochie.

We hebben gelezen hoe de apostel Paulus de hoge plek van Jezus als Heer na zijn opstanding en hemelvaart beschrijft en dan weer dat wereldwijde benadrukt:  “God heeft Christus alle macht gegeven, Hij laat hem heersen over de hemel en de aarde”. Helemaal in lijn dus met wat Jezus zelf na zijn opstanding heeft gezegd, en ook in lijn met hoe Psalm 47 Israëls God bezingt als Koning over alle volken, van de wereld.

Ja maar, wat is er nou van te merken vandaag aan de dag, dat Jezus regeert? Is niet veel meer het tegenovergestelde te zien: mensen die andere mensen en zelfs hele volken en de halve wereld terroriseren en in een angstgreep houden, natuurgeweld dat van het ene moment op het andere dorpen wegvaagt en een spoor van vernieling en leed trekt, genezing die niet komt ondanks veel gebed… wat steeds weer vragen oproept over Gods leiding en het regeren door Jezus.

Vragen die je serieus moet nemen en die je mag stellen, allereerst aan God. Vragen die in de bijbel zelf gesteld worden, zeker ook in meer dan een psalm.

De psalm die we hebben gezongen lijkt daar geen probleem mee te hebben, ontstaan blijkbaar in een tijd waarin het goed ging met Israël en Israëls koning: “Volken dwong Hij voor ons op de knieën, naties legde Hij aan onze voeten”.

Maar vergis je niet, ook deze psalm is gezongen onder heel andere omstandigheden, toen dat zelfde volk een speelbal leek van grote mogendheden, zonder eigen koning en zonder eigen leger; en zelfs door weggevoerde ballingen, en in een bezet land.

En dan klinkt het als een geloofsbelijdenis, tegen de verdrukking in en boven de keiharde werkelijkheid in die zo anders leek; dan klinkt het als een: en toch – en toch is God de koning van heel de aarde en toch hebben machthebbers de roeping om niet mensen te onderdrukken maar om ze te beschermen als Gods schildwachten.

En ook – zoals in een kanttekening van mijn Studiebijbel staat – “deze psalm loopt vooruit op de slotoverwinning van God over alle volken wanneer Hij wordt erkend als koning van heel de aarde” – ja en nu al worden al die volken uitgenodigd en aangespoord om de HEER te prijzen: zing voor onze koning, zing Hem een lied!

dia 7

Zeker, dan zijn er die vragen over wat je daar van merkt en wat ervan terecht komt, en over terugval in geloof hier en dood en verderf voor mensen daar, en over nog veel strijd en lijden, en over hoe lang het nog duren moet voordat echte vrede komt..

Maar voordat we in die vragen en twijfels blijven steken, laten we beginnen om te letten op al zoveel begin van antwoorden die God gegeven heeft en op zoveel dat al is gebeurd als vervulling van wat in psalmen en profeten aangekondigd is en waarom gebeden is en waar over gezongen is, ook in de psalmen van vandaag…

Op de grote sprong voorwaarts met Pasen en hemelvaart en vanaf Pinksteren:

Jezus die is gekomen als redder van de wereld en als licht voor alle volken, die zijn reddingswerk heeft volbracht en die de overwinning al heeft verdiend op zonde en dood – en die zijn reddende boodschap nog steeds laat omroepen tot in de uithoeken van de wereld en in alle talen – we gaan het vieren met Pinksteren dat Gods werk en Gods taal mondiaal is – Psalm 47 is al veel meer werkelijkheid geworden dan Gods volk durfde hopen toen deze psalm in de tempel en ver weg in ballingschap gezongen werd: Gods heerst als koning over de volken, en:  Klap in de handen, o  volken, juich God toe met jubelzang, zing voor onze koning, zing hem jullie liederen.

Alleen al dat wij dat doen vanmorgen, in dat uithoekje van de wereld dat Langedijk is, en meer dan drieduizend jaar nadat die psalm is ontstaan, en 2000 jaar na Christus. En dat in veel landen steeds meer mensen Jezus als hun Heer belijden, b.v.in China, en dat ook in door de Islam gedomineerde landen, en onder een streng regime als in Noord-Korea christenen vasthouden aan hun Heer en Hij hen vasthoudt – zijn dat niet allemaal tekenen van de trouw en de macht van Jezus als Heer van deze wereld, en dat het waar is wat wij belijden: zijn rijk heeft geen einde, zijn rijk is echt duurzaam.

Ja, en dan komt het dichtbij onszelf en worden wij onderdeel van die vervulling. Paulus schrijft namelijk dat er een bijzondere band is tussen Christus als de Koning van heel de wereld en zijn gemeente als zijn lichaam waar Hij het hoofd van is…..en die dat stukje wereld mag zijn dat nu al bevrijd is en waar Christus nu al volledig aanwezig is – denk maar aan wat we al eens eerder tegenkwamen in brieven van diezelfde apostel dat wie één met Christus is, een nieuwe schepping is – nu al!

Je zou de gemeente, en uw gezin, en jouw leven, proeftuintjes kunnen noemen van de nieuwe herstelde wereld waar Christus in alles volledig aanwezig is – of – weer een uitspraak van Paulus – waar God helemaal en voorgoed alles in allen is.

dia 8

O ja, dan kun je weer met een ja maar komen en wijzen op zoveel dat in je eigen leven en in de gemeente van Christus – in onze gemeente hier – daar lang nog niet mee spoort en aan voldoet – we belijden het zelfs dat zelfs onze beste werken met zonde bevlekt zijn en dat zelfs de allerverst gevorderden nog aan het begin staan – het is allemaal helemaal waar: Christus is lang nog niet volledig in ons aanwezig.

Zoals ook in dat volk dat Psalm 47 enthousiast zong, God nog maar mondjesmaat en bij vlagen echt als koning erkend en gediend werd – er was nog veel vlees en wereld en zelfs de eigen koning was vaak geen schildwacht voor de zwakken maar een graaier en een onderdrukker, uit op eigen eer in plaats van de eer van God..

Maar als het goed is is dat geen excuus om wat soms heel krom is recht te praten of je te verschuilen achter eigen onmacht of onwil van anderen of omstandigheden die nou eenmaal tegenwerken – maar pakken we het op als een uitnodiging en een opdracht om Christus als Heer te erkennen en Hem echt te willen volgen, en om echt een gemeente te zijn  waarin Christus volledige aanwezig en herkenbaar is – zoals Paulus in een andere brief de gemeente een leesbare brief van Christus noemt waarvan zijn liefde af te lezen is, die van zijn genade leeft, die als Hij dienstbaar is. Waar we de stijl van zijn komende rijk al samen oefenen en aan anderen voordoen. Met als God het geeft een geweldige uitstraling en effect de samenleving binnen en tot in de politiek, en de bankwereld, en de zorg, en de sport, want het leven is één. En dan wordt steeds meer, voor u en jou en mij, en voor steeds meer mensen, elke dag Koningsdag!                 dia 9

                                                                  amen  

 

liturgie hemelvaartsdag 

votum en groet

zingen:    Ps. 68: 7

gebed

 zingen en lezing Psalm 47

 lezen:  Psalm 47: 1-3    

  zingen:    Ps. 47: 1 

 lezen:  Psalm 47: 4-5  

  zingen:    Ps. 47: 2

 lezen:  Psalm 47: 6     

 lezen:  Psalm 47: 7-8  

 zingen:    Ps. 47: 3

 lezen:   Psalm 47: 9-10  

zingen:    Ps. 47: 4 

 lezen:   Handelingen 1: 6-12  

 zingen:    Lied 228: 1-6

 verkondiging:  Ef. 1: 22-23    (BGT)

 ”God heeft Christus alle macht gegeven. Hij laat hem heersen over de hemel en de aarde. En dat heeft God gedaan voor de kerk, want de kerk hoort bij Christus. In de kerk is Christus nu al volledig aanwezig, zoals Hij eens in alles volledig aanwezig zal zijn”.

 zingen:    Ps. 110: 1,2,3

gebed

collecte

zingen:    ELB 140: 1,2,3  Kroon Hem met gouden kroon

zegen

amen:     NLB 416 (koor en gemeente)

  1.  Ga met God, en Hij zal met je zijn,

   jou nabij op al je wegen,

    met zijn raad en troost en zegen.
     Ga met God, en Hij zal met je zijn.

 2.  Ga met God en Hij zal met je zijn:

     bij gevaar, in bange tijden,

     over jou zijn vleugels spreiden.

     Ga met God en Hij zal met je zijn.

 

3.  Ga met God en Hij zal met je zijn:

     in zijn liefde je bewaren,

     in de dood je leven sparen.

     Ga met God en Hij zal met je zijn.

 

4.  Ga met God en Hij zal met je zijn,

     tot wij weer elkaar ontmoeten,

     in zijn naam elkaar begroeten.

     Ga met God en Hij zal met je zijn.

 

 

Lucas 22: 24-26: Wees maar blij met die blauwe envelop! (themadienst met nagesprek)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

dia 1

Dat klinkt raar natuurlijk: wees maar blij met die blauwe envelop – dat ben ik ook niet.

Het is – zeker voor wie niet in loondienst is – elk jaar weer een hele klus: de aangifte. En dan is het wachten op de definitieve aanslag: soms valt het mee, en soms tegen.

We weten natuurlijk dat de overheid geld nodig heeft, ook in ons eigen belang, en dat ook nog in de bijbel staat dat je aan de keizer – de overheid – moet geven waar die recht op heeft (de Heer Jezus zei dat) en dat als de overheid belasting vraagt aan de burgers, wij moeten betalen (Paulus in Rom.13). Niet uit angst,  maar uit principe.

Maar toch, die blauwe enveloppen zijn niet populair want we willen allemaal graag zelf bepalen waar we ons geld aan uitgeven en dat liefst ook nog voor eigen doelen.

Stel je voor: je woont in een land waar niemand een cent belasting hoeft te betalen. Dat klinkt natuurlijk geweldig; als je dat op straat aan de mensen zou vragen, zullen veel mensen daar weinig tegen hebben, al zullen er ook meteen tegenargumenten komen van: dat kan natuurlijk niet, en wie zal dan voor al die voorzieningen betalen? Maar toch: stel dat het wel zou kunnen, dat het geld dat nodig is er op een andere manier komt, zonder dat wij elk jaar aangifte moeten doen, en zonder dat het ons geld kost, ik denk dat de meeste mensen daar geen enkel bezwaar tegen hebben,

Er zijn landen waar het echt zo werkt, waar de inwoners geen belasting betalen. Voorbeelden zijn Saudi-Arabië en de oliestaten in de Golf zoals Dubai en Qatar. De schatrijke sjeiks die aan de touwtjes trekken verdienen miljarden door de olie en houden daarmee de hele samenleving gaande, en zorgen voor niet alleen de hoogste wolkenkrabbers ter wereld maar ook voor peperdure voorzieningen waar de inwoners vaak gratis gebruik van kunnen maken – mooier kan toch niet?

dia 2

Ja maar, het heeft wel degelijk schaduwkanten als je achter die buitenkant kijkt. Want dit soort landen zijn bijna altijd halve of hele dictaturen waar wie betaalt ook alles bepaalt – zonder oppositie die opkomt voor de belastingbetalers want die belastingbetalers zijn er niet en de machthebbers kopen de gunst van het volk. Ik las over een van die belastingparadijzen, Qatar:  “Technisch gesproken is Qatar inderdaad een dictatuur. De emir en zijn zeer uitgebreide familie (20.000 leden) hebben het voor het zeggen. Maar voor volksopstanden hoeft de emir voorlopig niet te vrezen. De emir is razend populair. Hij deelt de olieopbrengsten in hoge mate met zijn volk. De gemiddelde Qatari heeft het veel te goed om de straat op te gaan. En de werkers uit landen als India en Nepal zijn voor het lot van hun gezin veel te afhankelijk van de inkomsten om iets in het hoofd te halen. De regels zijn duidelijk: één overtreding en je vliegt er voorgoed uit.”  Je hoort dezelfde dingen over b.v. Saudi-Arabië en de Ver. Arabische Emiraten.

dia 3

Met dat stukje informatie in ons achterhoofd gaan we beter begrijpen wat Jezus zegt in die verzen die we net gelezen hebben , als de Heer ingaat op dat geruzie van zijn leerlingen over wie nou wel de belangrijkste van hun twaalven was, en wie straks als de Meester koning zou worden, de hoogste posten zouden krijgen. Dat laatste vertelt Lucas er niet bij, we weten het uit Matteüs en Marcus, als vraag van Johannes en Jakobus: mogen wij straks wel rechts en links van U zitten?

Daar reageert hun Meester op door ze eraan ter herinneren hoe het in de wereld om hen heen toeging – en in feite gebeurt het nog steeds zo,als het draait om macht: “Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen”- herkenbaar, zo zit de wereld in elkaar.

 In die vergelijking met de wereld van machthebbers en onderdanen kun je dat eerste makkelijk herkennen: misbruik van macht door anderen te overheersen. In de tijd van Jezus was het een dagelijkse realiteit, in Israël maar ook in heel veel andere landen die door de Romeinen onderworpen waren en werden bezet. En tot vandaag toe hebben mensen en volken er mee te maken dat ze korter of langer geleden werden ingelijfd en onderdrukt, denk maar aan de landen van het Oostblok die tot 1989 in de greep van het communisme waren en van de Sovjet- Unie, denk aan Tibet dat gedwongen onderdeel is van China, en denk aan Noord-Korea.

Maar dat andere dat Jezus ook zegt, lijkt juist positief: machtigen als ‘weldoeners’. Is het niet mooi als regeerders goede dingen doen voor hun land en voor hun volk? Als geld wordt ingezet om allerlei goede voorzieningen voor de mensen te regelen? In Romeinen 13 schrijft Paulus toch ook dat de overheid er is ‘voor ons welzijn’?

Dat klopt, maar let er dan op dat de Heer Jezus het heeft over mensen met macht die weldoeners ‘worden genoemd’, en ook graag zo bekend willen staan. En in die combinatie van macht en weldoener genoemd worden, zit juist de angel.

Het hier gebruikte woord voor ‘weldoener’ is trouwens een bekende titel in die tijd. In de Studiebijbel die ik gebruik staat bij dit vers een verhelderende aantekening: “Een aantal koningen uit de oudheid draagt de titel Euergetès, weldoener. In de Romeinse wereld betaalden de rijkste mensen geen belasting, maar droegen vrijwillig bij aan het budget van de stad” – dia 4 – en dan denk je: prachtig toch, de sterkste schouders die de zwaarste lasten dragen, een oude vorm van sponsoring of crowd-funding – ja maar – even nog het vervolg van die kanttekening uit mijn Studiebijbel over die rijke Romeinen: “op deze manier lieten zij zichzelf als weldoener roemen en hielden zij hun machtspositie” – omkoping dus eigenlijk en manipulatie, en het lijkt als twee druppels water – of olie – op die rijke Arabische staten in onze tijd.

En vergis u niet, ook in eigen land kan het ook gebeuren – subtieler, ongrijpbaarder. Dat veel geld betalen met zich meebrengt veel bepalen en sturen en manipuleren. Elke keer weer duiken gevallen op van corruptie, witwassen, vriendjespolitiek, en wat voor invloed oefenen multinationals uit op de politiek, wordt gelobby’d door economisch invloedrijke machten, vaak met als argument dat ze zoveel goede dingen doen voor de samenleving, voor de cultuur, voor de sport – zoals in de Romeinse tijd machthebbers het volk probeerden te paaien met brood en spelen.

En wat zijn de gevolgen van wat marktwerking heet voor onze samenleving? Denk aan de zorg, aan de medicijnenproductie, het onderwijs, en weer de sport? Waar zomaar kan gebeuren dat de dienst wordt uitgemaakt door het grote geld:  van projectontwikkelaars of aandeelhouders of schatrijke investeerders uit China.

Als ik daarom boven de preek gezet heb dat we maar blij moeten zijn met die blauwe enveloppen, bedoel ik dit ermee: dat we als burgers belasting moeten betalen, geeft ook invloed: via het parlement, via verkiezingen – want als ‘ze’ met ons geld verkeerde dingen doen, hebben we mogelijkheden om dat aan de orde te stellen en zelfs af te straffen – want wie betaalt die betaalt en dat zijn wij samen.

Op die manier kun je – als is het indirect – meesturen dat de goede dingen gebeuren en dan de overheid inderdaad zich inzet voor het welzijn van mensen dichtbij en ook verder weg – zoals voor landen waar nood en oorlog is, vluchtelingen, asielzoekers…

dia 5

En wat voor onszelf  belangrijk is, en nog dichter bij onszelf komt, als gemeente,dat is de les die de Heer zijn leerlingen en ook ons wil voorhouden: “Laat dat bij jullie niet zo zijn” : dat we uit zouden zijn op invloed voor onszelf, dat machtsspelletjes gespeeld worden en mensen proberen de eigen zin of mening door te drukken door anderen te manipuleren of denken dat ze met hun geld meer in de melk te brokkelen hebben dan mensen met minder geld, dat inzet en meer uren werk meer invloed is.

Er zijn tijden geweest dat dit soort dingen ook in kerken voorkwamen: rijke boeren of grootgrondbezitters die het recht kochten om te bepalen welke dominee er kwam, rijke gemeenteleden die zorgden voor de wintervoorraad aardappelen of steenkool van de pastorie maar dan wel verwachten dat de dominee geen dingen deed of zei die hen niet aanstonden want ja, dan waren er ineens geen aardappels of brandstof, en dus paste die dominee wel op want zijn gezin moest ook eten, toch? Het komt dichtbij wat Jezus zei: weldoeners die hun macht gebruikten / misbruikten.

Natuurlijk, dat is lang geleden, en wie gebruikt nou nog b.v. de VVB om de kerkenraad of andere gemeenteleden onder druk te zetten of dwars te zitten? Gelukkig ken ik zulke voorbeelden niet, en wel veel eerlijkheid en belangeloze inzet, en de bereidheid om voor anderen klaar te staan, zonder er wat voor terug te vragen of te verwachten, mooie dingen die je mag zien als vruchten van de Heilige Geest.

Maar toch is het altijd goed eerlijk in de spiegel te kijken die God ons voorhoudt. Zelfs de leerlingen van de Heer waren niet immuun voor de verleiding om invloed en een vooraanstaande positie na te streven of te claimen voor zichzelf, want zij hadden toch veel over voor hun Meester en zij kwamen toch wel meer in aanmerking dan…..

Ik denk aan de op zich terechte opmerking van Petrus: “Wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?” (Matt.20:22).  Jezus zegt dan dat je Hem niet voor niets volgt: wie Hem volgt zal in zijn nieuwe wereld met Hem mogen regeren en wat je nu verliest, krijg je dubbel en dwars terug. En dan meteen er achteraan: maar vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten, want in het rijk van God telt geen verdienste maar is alles genade, wordt je rijk beloond niet omdat jij zo goed was maar omdat de Heer goed is.

dia 6  Jezus zegt ook dat we niemand meester moeten noemen want er is maar één de Meester, en wij zijn allemaal broers en zussen van elkaar, gelijk aan elkaar:niemand is minder en niemand is meer, niemand is overbodig en iedereen is nodig.  Dan is goede dingen doen voor anderen mooi en zelfs een opdracht, en is de Heer blij dat we ons leven aan Hem en aan zijn zaak wijden, ook op punt van geld en tijd, capaciteiten, bezit – maar zegt Hij ook dat we die goede dingen niet moeten doen om er mee op te vallen of erom geprezen te worden of er iets mee voor elkaar te krijgen: “Houd het geheim als je geld geeft aan arme mensen. Je linkerhand mag zelfs niet merken dat je rechterhand iets geeft. Ja Vader ziet wat er in het geheim gebeurt. En Hij zal je belonen.”. Zo staat dat in de ‘bergrede’  van Jezus  (Matt. 6: 3-4 ;  BGT).

Dus ook hulpvaardigheid en naastenliefde geven geen voorrang in Gods koninkrijk. Het enige dat in dat rijk voorrang krijgt is belangeloze liefde, zoals Jezus voordeed en waartoe Hij de zijnen oproept, zoals in geval van uitnodigen en gastvrij zijn: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’ Hoe vullen we dat in of kunnen er er niets mee?

We weten inmiddels wel dat Jezus ons wat Hij bedoelt zelf heeft voorgedaan. dia 7     Hij zegt het nog eens een keer extra, met een vraag waarop we zelf het antwoord wel weten: “wie is belangrijker: de man die aan tafel zit of de man die hem eten brengt?” Denk maar aan het restaurant waar je als klant koning bent, of denk aan de echte koning en koningin die een diner geven – natuurlijk zijn zij van alle gasten de belangrijkste en zeker hoger in rang dan de koks en de bediening.

Het antwoord van Jezus is weinig verrassend: “de man die aan tafel zit natuurlijk”. Maar wat er meteen achteraankomt is de wereld op de kop: “Maar Ik ben in jullie midden als iemand die dient” -   dia 8  – wat de Heer ook heeft laten zien door als een slaaf de voeten van zijn leerlingen te wassen – echt de omgekeerde wereld.

Het lijkt inderdaad de wereld op de kop wat Jezus zegt en ons voordeed: de belangrijkste is wie dient, wie zich klein maakt is groot, ik jullie aller dienaar…. Maar zo draait Jezus als de nieuwe Mens de op de kop gezette wereld van God weer terug in de stand van het begin en laat Hij zich kennen als de Her-schepper.  Dat is pas echt wat diezelfde Paulus schreef: “daarom ook is iemand één met Christus is, een nieuwe schepping” – en nieuw is weer worden zoals ooit bedoeld.

Lees zo terug, met nieuwe ogen, de ogen van Jezus, over hoe het ooit begon: “God zei: ‘Nu wil ik mensen maken. Ze moeten op mij lijken….Toen maakte God de mensen. Hij maakte ze zo dat ze op Hem leken. Hij maakte ze als man en als vrouw…..God keek naar alles wat Hij gemaakt had en zag dat het heel mooi was”

Nou, en zo mooi gaat het weer worden dankzij Jezus die de schepping met de mens voorop redt en weer goed en weer mooi maakt – en die daarmee wil beginnen en mee bezig is en aan blijft werken in uw en jouw en mijn leven, en in zijn gemeente. Waar al iets zichtbaar mag worden van dat nieuwe – naast nog veel oud zeer en schrijnende wonden en soms stuitende zonden – hoe dichter in de buurt van Jezus, des te sterker – denk aan vorige zondag over die verbondenheid en over dat licht.

Wees maar blij met die blauwe envelop – niet dat belasting betalen leuker wordt. Maar zie het als symbool van willen dienen met wat je hebt – van willen delen. Dat begint veel dichterbij dan in het invullen van een formulier en overmaken van het verschuldigde aan inkomstenbelasting of het terugstorten van teveel ontvangen.

Veel moeilijker is het goed omgaan met elkaar: wat wil je en kun je geven – aandacht, tijd, geld – je en wat mag je van elkaar verwachten – en als je iets goeds doet voor een ander, doe je dat dan vooral om jezelf goed te voelen of vraag je je af en vraag je dat ook aan die ander of het goed is voor hem of haar: waarmee ben jij geholpen?

Dan is hulp of aandacht of tijd niet het afkopen van een schuldgevoel of het voldoen aan bepaalde eisen die je aan jezelf of elkaar stelt maar echt gericht op de ander.

Zoals onze God liefde is – ook en juist voor mensen van wie Hij geen liefde krijgt – en wij niet eerst hoeven presteren of verdienen om Gods liefde te kopen – Jezus zegt: niet jullie hebben als eerste liefgehad maar Ik heb jullie lief – omdat Ik goed ben.

Als die liefde ons aanraakt en aanstuurt, worden wij echte wel-doeners.

amen                                                       dia 9                             

 

liturgie themadienst met nagesprek

 votum en groet

zingen:     Ps. 66: 1,2

wet van de HEER

zingen:     Lied 78: 3,4 (vers 3=schoollied)

gebed

Schriftlezing.  Matt. 20: 17-28

zingen:     Lied 9: 2,4,9,10

verkondiging:  Lucas 22: 24-26

zingen:     Lied 481: 1,2,4

gebed

collecte

zingen:     NLB 632: 1,2,3 – melodie lied 434

zegen

amen:       Lied 434: 5

 

Hebreeën 10: 24-25: Waarom zou ik naar de kerk gaan? (themadienst)

Gemeente van onze Heer, gasten, u en jullie allemaal,

dia 1

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Dat   vragen veel mensen zich af, misschien wel elke keer weer: zou ik gaan vandaag, of niet?

Veel meer mensen vragen zich dat niet meer af: ze gaan al lang niet meer,of alleen af en toe. Ze hebben niet zoveel meer met de kerk als instituut en ervaren kerkdiensten als saai, met woorden en rituelen uit een tijd die voorbij is, en bovendien moet er veel en mag er weinig.

Maar ook mensen die nog wel wat hebben met God en met Jezus, de bijbel en het geloof, zijn op de kerk afgeknapt en ze zeggen: voor geloven heb ik de kerk niet nodig, staat de kerk zelfs in de weg, en daar komen soms vervelende ervaringen met de kerk en kerkmensen bij.

Tenslotte: ook onder nog kerkelijk betrokkenen is niet vanzelfsprekend elke zondag te gaan, laat staan twee keer op een zondag; de tweede kerkdienst is in veel kerken slecht bezocht.

Vaak  maakt een beroep op dat het toch goed is en zo hoort, of dat we nog mogen en dat het ondankbaar is van die mogelijkheid geen gebruik te maken,of dat God via de kerkenraad je roept en je dan dus moet komen, meestal geen indruk meer, en werkt eerder averechts.

Waarom zou ik naar de kerk gaan?  Dat is voor anderen geen vraag:  natuurlijk ga ik, als ik even kan, elke zondag naar de kerk, en wat jammer, wat erg, dat anderen niet elke zondag er zijn of maar één keer op een zondag komen, of wel gaan, maar niet daar waar ze lid zijn en dus aanwezig horen te zijn; ook wat we ‘shoppen’ noemen is voor veel mensen gewoon. Wat bij trouwe kerkgangers vervreemding oproept en ergernis: je moet gaan waar je hoort.

Toch is ook voor wie gewend is elke zondag naar de kerk te gaan, en dat de gewoonste zaak van de wereld vindt, het ook fijn vindt,  de vraag belangrijk naar het waarom van kerklid zijn en naar de kerk gaan: wat is het belang van de kerk en de kerkdienst, wat zoek je er en wat ervaar je er van God maar ook: wat hebben we elkaar te bieden, en: hoe kunnen we elkaar en vooral wie dreigen af te haken maar ook wie buitenstanders zijn,  stimuleren om ook (weer) mee te gaan doen?

Eigenlijk dus de vraag waarom u er bent op zondag en dat belangrijk vindt, waarom jij komt. En dan met een sterker motivatie dan dat het zo hoort, en dat God je roept.

Onze tekst wordt vaak aangehaald als het gaat over trouwe kerkgang, en als vermaan voor wie in onze ogen nalatig zijn in het komen naar de kerk:  “wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn” – zo stond het er in de vertaling NBG-1951. dia 2 En dan zou de boodschap zijn dat dat moet veranderen en dat we elkaar daarop moeten aanspreken, met vooral een taak daarin van de ouderlingen:  om wegblijvers te vermanen.

We komen daar straks nog wel op terug maar eerst nog weer die vraag: waarom we eigenlijk naar de kerk gaan, en wat we daar doen, en waarom dat belangrijk zou zijn.

Bekend is het antwoord dat je naar de kerk gaat om Gods Woord te horen en te bidden en samen te zingen, en dat is natuurlijk zo, lees wat zondag 38 over de zondag zegt: “dat ik trouw tot Gods gemeente zal komen om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Here publiek aan te roepen, en de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen”.   In lijn ook met heel wat Bijbelse aanwijzingen over eredienst: je doet het tot eer van God. Vroeger hoorde ik thuis wel zeggen: je gaat naar de kerk voor God en niet voor de mensen. Waar achter zat dat als de dominee tegenvalt of mensen in de kerk het laten afweten, je toch moet blijven gaan, want God roept je en Hij wil dat we allemaal in zijn huis komen.

Hoe waar dat allemaal is, het is toch eenzijdig, er is meer van te zeggen en over te doen. Want als het alleen om God en niet om mensen gaat, waarom is het dan niet voldoende thuis in de bijbel te lezen en te bidden, en af en toe geld over te maken voor goede doelen? En het is toch waar dat ook mensen die geen lid van een kerk zijn en niet op zondag naar de kerk gaan, kunnen geloven, en kunnen bijbellezen en bidden, en goede doelen steunen? Denk alleen maar aan mensen die te oud of te ziek zijn, of die om andere redenen niet gaan.

Toch is het door heel de bijbel heen duidelijk dat geloven en God dienen iets is voor samen. Vandaar al die beelden voor de kerk als een volk, een huisgezin, een kudde, een lichaam.   Denk ook aan het avondmaal waar we vieren dat we samen aan Christus verbonden ook verbonden zijn met elkaar – en dat we die verbondenheid ook handen en voeten zullen geven op zondag en in de week: “we zullen ons best doen om elkaar in liefde te dienen”.

En dus kom ik niet alleen maar in de kerk om God te ontmoeten en te krijgen wat ik nodig hebt, maar ook om elkaar te ontmoeten, om samen te delen wat God geeft en op elkaar betrokken te zijn, om elkaar te steunen in wat moeilijk is, en om wie tekort komt te helpen. Ieder naar eigen mogelijkheden en naar wat iedereen nodig heeft.

Als dat stagneert of niet functioneert, en ieder er vooral zit voor zichzelf, omdat het moet of zo hoort, of omdat ‘ze’ er anders wat van zeggen, beantwoordt die samenkomst – het woord zegt het al -niet aan het doel: het heet een samen-komst maar echt samen ben je niet.

Paulus schrijft zelfs aan de kerkleden in Korinte dat hun ‘samenkomsten’ meer kwaad dan goed deden,  dat ze ‘niet tot zegen maar tot schade’ waren, staat in onze vorige vertaling. Dat was niet omdat er niet goed gepreekt werd,maar omdat ze in de gemeente niet goed met elkaar omgingen en zelfs scherp tegenover elkaar stonden.

Paulus wijst twee misstanden aan: er was verdeeldheid, groepsvorming, gedoe; én: rond de gemeenschappelijke maaltijden waarbij ze ook het avondmaal vierden werd niet met elkaar gedeeld wat was meegebracht aan eten en drinken, maar de rijken aten zich dik en goten zich vol, en de armen kwamen te kort en gingen met een lege maag weer naar huis. En dan zegt Paulus: ga dan liever thuis eten en drinken, dit is niet de maaltijd van de Heer.   dia 3

Met dat in het achterhoofd gaan we terug naar de tekstverzen over de samenkomsten. Laten we op elkaar acht geven, op elkaar letten; dat lijkt op sociale controle, elkaar in de gaten houden als het gaat om kerkgang, avondmaal vieren, besteding van de zondag…Dat kan heel negatief zijn en irritant overkomen: ze zien me als ik doe wat ik hoor te doen niet staan, maar als ik niet geweest ben spreken ze me erop aan of zie ik afkeurende blikken.

Zeker in onze tijd waarin privacy hoog in het vaandel staat, werkt het vaak averechts: ieder is in voor zijn eigen keuzes verantwoordelijk en daar moet een ander zich niet mee bemoeien. Sociale controle scoort negatief, komt over als bemoeizucht, regeldwang, en veroordeling. En zomaar wordt het waar Paulus van zegt: wie ben jij dat jij een broer of zus beoordeelt? In lijn met de Heer zelf die zei dat wie anderen de maat neemt, zelf ook de maat genomen zal worden.

Wat wel goed scoort is teamwork en teambuilding – in het Engels, dus van deze tijd en OK. Hier ligt de focus niet op sociale controle maar juist op teamwork, op gemeenschap. dia 4  Ik las: “Je vindt in de bijbel echt geen bekrompen dametjes of heertjes die over horretjes turen en dan zeggen: ooooh, die gaat weer niet naar de kerk, of:  ‘t is toch niet netjes dat-ie nou weer niet naar vereniging gaat”.  De focus ligt op gemeente-opbouw, op samen-komen en er zijn voor elkaar en er samen iets van maken en elkaar stimuleren en bemoedigen en aansporen. Je bent toch reisgenoten?  En dan is op elkaar letten niet bemoeizuchtig en kriticasterig maar liefdevol: doe je ook mee, wij hebben jou ook nodig, en misschien kunnen wij wat voor jou betekenen: samen kun je meer, iedereen is nodig en niemand is overbodig

Let vooral op het geheel van de tekst, en op het bredere verband waarin die tekst staat. Er staat niet: laten we op elkaar letten en elkaar aansporen om trouw naar de kerk te gaan en mee te doen op vereniging en catechisatie, en dat niemand wegblijft, want dat hoort zo. Zodat het goed is als je er maar bent, elke zondag, twee keer graag, en aan het avondmaal, en elke verenigingsavond en als het even kan ook naar een gemeentevergadering…… Nee, er staat dat we elkaar zullen aansporen “om lief te hebben en goed te doen“….en even verder: “om elkaar te bemoedigen” -  óf het dus om mensen gaat, om die ander en ook om mijzelf.

Voorop staat niet dat je aan bepaalde regels voldoet of een bepaald gedragspatroon volgt en elkaar in de gaten houdt om ervoor te zorgen dat ieder zich aan de afspraken houdt, maar dat we elkaar stimuleren tot betrokkenheid op elkaar en zorgzaamheid en hulpvaardigheid.  dia 5   Respectvol naar elkaar, veilig bij elkaar, verantwoordelijk voor elkaar.

  Er staat trouwens niet dat je de kerkdiensten niet moet verzuimen maar de samenkomsten. Letterlijk wordt een woord gebruikt dat zoiets is als: het bij elkaar brengen van mensen.Dat gebeurt op zondag als er diensten zijn maar ook op andere momenten waar je elkaar kunt ontmoeten en helpen en bemoedigen: als je samen Bijbelstudie doet of elkaar opzoekt, als je omkijkt naar wie ziek is of problemen heeft, en ook als je feest viert, of iets leuks doet.

In die eerste christelijke kerk was een samenkomst ook veel meer en veel uitgebreider dan onze kerkdienst van ongeveer een uur met vooral luisteren en zingen en bidden,  en een  paar keer per jaar avondmaal. Er werd meestal ook samen gegeten en veel gepraat, er was een soort catechese, en vooral veel onderlinge ontmoeting. Iemand schrijft: “Wat bij ons is uitgesplitst in kerkdiensten, verenigingen, onderlinge bezoeken om elkaar te helpen en zo voort,dat zat toen helemaal in elkaar”.  Veel meer dus dan elke zondag een uurtje in de kerk.

Het staat in Hebreeën allemaal in het brede kader van dat samen onderweg zijn, achter de Heer aan, naar de stad die God aan het bouwen is. Gelovigen vormen als het ware een reisgezelschap dat heeft geboekt voor een avontuurlijke en ook zware survivaltocht. dia 6 En dan ben je sterk op elkaar aangewezen en heb je elkaars steun en bemoediging nodig.

We moeten “met volharding de wedstrijd lopen”, staat in 12: 2; naar het voorbeeld van de grote Reisleider en Vooroploper Jezus zelf die door vol te houden de prijs – voor ons – heeft binnengesleept, en zich niet liet afschrikken door tegenstand en vervolging maar volhield.   Als dat tot ons doordringt en we zien wat het Hem heeft opgeleverd, kunnen we daar moed uit putten en elkaar mee bemoedigen, “opdat u niet de moed verliest en het opgeeft“.

Daar hebben ook kerkdiensten en andere ontmoetingsmomenten een functie in: om elkaar te steunen en moed in te spreken, om mee te leven met wie het zwaar heeft, om wie de moed dreigt te verliezen op te beuren, en wie dreigen af te haken er weer bij te trekken. En dat niet door een vermanend vingertje of een afkeurende blik, maar door uit te stralen dat het goed is en opbouwend om bij elkaar te zijn, en dat je wat gemist hebt als je er niet was; door vooral open te staan voor elkaar en elkaar serieus te nemen en te accepteren.  Niet dus dat je door weg te blijven, je afzijdig te houden, je niet aan de regels houdt of iets doet wat niet hoort, maar dat je jezelf tekort doet en ook de anderen er tekort mee doet.

Ja, en het gaat niet om niks, maar om die reis richting de grote finale -vandaar die extra nadruk: hoe dichter we bij dat einddoel komen, des te meer heb je elkaar nodig onderweg.  Het gaat er niet om dat je er zit elke zondag, trouw op je vaste plekje, maar ook waarom je daar zit en hoe je houding dan is, of je die anderen ook ziet staan of vooral op jezelf blijft.

Elkaar bemoedigen, dat is meer dan een bemoedigende preek en mooie liederen, dat is de taak die we allemaal hebben naar elkaar toe, dat is ook hoe je elkaar begroet – of niet – hoe je rond de dienst met elkaar in gesprek gaat – of niet – of je elkaar serieus neemt en, en oprecht geïnteresseerd bent in hoe het gaat met die ander, hoe de sfeer is. En als mensen wegblijven of afhaken omdat ze zich niet bemoedigd voelen, wat doen we er dan aan, meer en anders dan hem of haar nalatigheid of slapheid verwijten en zeggen of uitstralen dat het fout is;  durven we ook in de spiegel kijken en ons afvragen: zou het ook aan ons kunnen liggen?

Meeleven is ook elkaar durven aanspreken, bij bemoedigen hoort als het nodig is ook waarschuwen en waar duidelijke zonden zijn, vermanen, liefdevol en tactvol, niet om de ander neer te zetten als minder of niet goed bezig, maar om samen te groeien, en dan twee kanten op: ook open staan voor feedback en correctie van wie misschien bezorgd is over mij. Om te voorkomen dat ook maar een van ons achterop zou raken en zijn bestemming mist.

Ik sluit af met een paar stukjes uit een klein boekje van de bekende publicist Reinier Sonneveld met als titel ‘De Kerk. Waarom zou je meedoen?’   dia 7

Reinier was afgehaakt en heeft acht jaar geprobeerd in z’n eentje te geloven, zonder kerk. Dat beviel hem eerst prima; toch is hij weer een groep gaan zoeken, en weer bij een kerk. Vooral omdat hij merkte hoe mensen op elkaar betrokken zijn en elkaar nodig hebben. Hij schrijft o.m. dat je in de kerk heel verschillende mensen tegenkomt die God heel verschillend ervaren en dat je zo afgeholpen wordt van je eigen stokpaardjes: “Mijn eigen hoofd is te klein voor God. Ik heb die andere ervaringen met God nodig. Steeds wordt me dan weer iets anders over Hem duidelijk- iets wat ik zelf niet had kunnen verzinnen, maar wat voor die ander vanzelfsprekend is. En zo ontmoeten we elkaar, elk met onze vanzelfsprekend-heden en cliché’s, die dan elkaar plotseling gaan aanvullen en versoepelen. Aan een kerk meedoen is uitdrukken hoe groot God is. God is groter, duizelingwekkend veel groter dan mijn gedachtenpatroontjes. Dat kan ik op mijn zolderkamer wel bedenken, maar in een concrete groep mensen, elk met zijn eigen verhaal met God, daar ervaar ik het pas”.

dia 8

En dan nog dit, ook uit dat boekje van Reinier Sonneveld:  “Als je een kerk binnenstapt, zul je mensen ontmoeten. Soms vastgeroest, soms revolutionair, soms gestrest, soms liefdevol. Het zijn mensen die proberen God tot hun leven te laten doordringen. En zo, via de mensen en via hun rituelen, zul je God ontmoeten”.

In de kerk gaat het om God, dat is helemaal waar.

Maar het gaat God om mensen, om u en jou en mij, en ook om al die anderen.

Waarom zou ik naar de kerk gaan?

Om God, en juist daarom ook voor die mensen – en voor mezelf.

                                                                   amen

 dia 9

 Gesprekspunten

 1. Wat verwacht u van een kerkdienst? Komt dat meestal uit, of niet?

2. Hoe makkelijk of moeilijk vindt u het als anderen rond kerkgang en kerkdienst anders denken en doen dan uzelf?

3. Vindt u het aspect bemoediging belangrijk in en rond de kerkdienst?

4. Hoe zouden we eraan kunnen werken dat meer mensen graag bij deze kerk willen horen?

 

liturgie themadienst zondag 1 februari 2015

votum en groet

zingen:      Ps. 75: 1,4,6           

Gods leefregels

zingen:      Ps. 65: 1,2,3 Levensliederen        

gebed

Schriftlezing:   Heb. 10: 19-25 en 12: 1-3

zingen:      Opwekking 715 = PvN 84  

verkondiging: Heb. 10: 24-25

zingen:       Ps. 122 (1,2,3)  

gebed

collecte     

zingen:       NLB 289  = melodie Opwekking 334          

zegen

amen:          Opwekking 602