Deut. 17: 18-20 en Rom. 13: 4a: Goed bestuur…

Liturgie morgendienst zondag 12 maart 2017

Votum en groet
Zingen: Ps. 30: 3,4,7
Wet van de Heer- Deut. 5 en 6
Zingen: Ps. 25: 3,4
Gebed
Schriftlezing: Deut. 17: 14-20
Zingen: Ps. 72: 1,2
Schriftlezing: Rom. 12: 21-13:7
Zingen: Ps. 47: 1,4
Verkondiging: Deut. 17: 18-20 en Romeinen 12: 4a ‘Goed bestuur…’
Zingen: NLB 994: 1-4 ‘Voor hen die ons regeren’

1 Voor hen die ons regeren,
die hoofden van het land,
bidden wij God de Here
om ootmoed en verstand,
dat zij bewaren hecht en recht
al de getuigenissen,
die ons zijn aangezegd.

2 De sterken, die bewaken
de wegen met hun woord:
dat zij ook zullen dragen
de zwakken in de poort,
want hoofd en lichaam zijn in pijn
en niemand wordt behouden
als die verlaten zijn!

3 Wij bidden ook om vrede,
de aftocht van geweld:
Heer, dat wij niet vergeten,
hoe Gij de namen telt,
bewaar het land voor overmoed
en voor het blinde razen,
de stemmen van het bloed

4 O God, Gij moet regeren
tegen het onverstand:
wij dienen vele heren
tot schade van het land.
Gij zijt genade! Uw bevel
doet leven en vergeven,
o God van Israël.

Gebed

Collecte

Zingen:Ps. 22: 9,10 LL

9. Mijn lied, mijn danklied komt bij u vandaan.
Bij wie de HEER erkent, sluit ik mij aan.
Wat ik aan u beloof zal ik voortaan daar laten weten.
Wie zwaar vernederd is, zal volop eten.
Ja, dat de mens die God de eer zal geven
verzadigd wordt, in eeuwigheid blijft leven!
Dat is mijn wens.

10. De hele wereld hoort dan van de HEER.
De hele aarde zoekt en vindt hem weer.
En alle volken knielen voor hem neer.
Hij is de koning!
Armen en rijken krijgen hun beloning:
zij prijzen God en zullen met hem eten.
Wie hier gestorven is, en wordt vergeten
vangt daar geen bot.

Zegen
Amen: Ps. 22: 11 LL

11. Het nieuws zal overal te horen zijn.
En wie de Heer is, weet straks groot en klein
en zelfs wie nu nog niet geboren zijn:
hij houdt van daden.
Het is volbracht, de eer is aan de Vader
en aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven,
en aan de Geest, die ons geloof wil geven
en in ons woont.
——————————————————————————————————-
Gemeente van onze Heer en Koning, Jezus Christus,
dia 1
Het zal u niet zijn ontgaan dat we al weken in verkiezingstijd zitten.
Aanstaande woensdag, 15 maart, is het zover: iedere burger van Nederland
van 18 jaar en ouder mag zijn of haar stem uitbrengen op de partij, en op de
man of vrouw die namens u en jou een plek in de Tweede Kamer mag krijgen
om daar de regering te controleren, wetten te maken of goed te keuren, en
natuurlijk als eerste gaat bepalen welke partijen samen een regering vormen
om de komende vier jaar zo goed mogelijk ons land te gaan besturen.

Maar waarom moet het daar nou vanmorgen in de kerkdienst over gaan?
Is dat wel de plek om het over politiek te hebben, en zo ja, hoe dan?
Ik heb de tijd meegemaakt dat het wel eens heel kort door de bocht ging,
en dat vanaf de preekstoel vanuit de Bijbel gezegd werd hoe je moest stemmen.
Dat moesten we maar niet doen vanmorgen, daar is dit de plek niet voor.
Er zijn aan de andere kant ook christenen die de politiek uit de kerkdienst
willen verbannen want dat hoort bij een wereld van machtsspelletjes en het
gaat over aardse dingen als geld en wapens, en daar moet je niet God bij halen
en dat met Jezus verbinden, die toch zei dat zijn rijk niet van deze wereld is – er
zijn zelfs christenen die daarom niet gaan stemmen want het koninkrijk van God
is van een andere orde, en gaat over geestelijke dingen en een nieuwe wereld.
En dan zijn er ook nog mensen die vinden dat kerk en staat zo strikt gescheiden
moeten blijven dat je je geloof maar moet beleven in eigen huis en in de kerk en
het buiten de politiek moet houden, want wat een ellende en wat een oorlogen
zijn er nog steeds als mensen hun geloof aan anderen willen opleggen of vanuit
hun geloof anderen bestrijden, zelfs met gewelddadige aanslagen en oorlogen.

Nou is vanuit de Bijbel al duidelijk dat dat tegen Gods bedoeling is, en dat zeker
daarvoor die uitspraak van Jezus geldt dat zijn rijk niet van deze wereld is, en
ook de strijd die een christen moet voeren niet gaat tegen mensen en groepen mensen maar tegen verkeerde gedachten en tegen de aanvallen van satan, en
dat daarvoor niet geweld het antwoord is maar geestelijke wapens als geloof, en
de boodschap van vrede en liefde, en de goede woorden van onze goede God.
Het is ook fout als een kerk macht wil hebben zoals een staat die heeft of als
andersom de overheid wil bepalen hoe er gepreekt moet worden of welke
godsdienst wel aanvaardbaar is en welke niet, en b.v. moskeeën zou sluiten
of de koran zou gaan verbieden – dat is een bevoegdheid die de staat niet moet
hebben – vrijheid van godsdienst en van onderwijs horen bij een goed bestuur.

Toch, er is vanuit de Bijbel genoeg te zeggen over wat een goed bestuur is, over
de bedoeling van God voor bestuurders en voor burgers, over de taak die een overheid heeft
en over de houding die ons als burgers, als onderdanen past.
We hebben er iets over gelezen, uit het Oude en uit het Nieuwe Testament,
En psalmen als Psalm 72 en 47 gaan er ook over, vooral over koningen –
regeerders – die er zijn om te dienen, om het goede te doen en wie goed doen
te beschermen, en dus wie kwaad doen te stoppen en te straffen, en dat als
afhankelijk van God en verantwoordelijk tegenover God, die de grote Koning is.

dia 2 Goed bestuur…is
1. dienstbaar;
2. controleerbaar;
3. rechtvaardig;
4. zorgzaam

dia 3 1.goed bestuur is dienstbaar

Het staat nog steeds boven elke wet in Nederland: Willem-Alexander, bij de gratie Gods koning der Nederlanden – er is geprobeerd om die woorden te schrappen
Omdat het uit de tijd zou zijn en vooral zou strijden met de scheiding kerk en staat,
en ook omdat het koningschap door dit soort teksten iets goddelijks zou lijken, en
niet zou passen bij onze democratie waarin via het parlement het volk regeert.
Daarom zou ook wat Paulus schrijft niet passen dat de overheid in dienst van God
staat want we kiezen zelf onze regeerders en niet de koning maar de Tweede en
Eerste Kamer hebben het laatste woord – en we mogen elke vier jaar stemmen…

Toch, het is juist precies passend wat met die woorden bedoeld wordt: bij de gratie,
door de genade van God mag iemand koning zijn, of minister, of kamerlid…dat zet
niet op een voetstuk maar houdt je als bestuurder nederig en heel afhankelijk.
Vroeger zijn die woorden wel verkeerd gebruikt alsof een koning direct onder God
stond en dus boven het volk en boven de wet, met een absoluut gezag – de Farao
van Egypte en later ook de keizer van Rome claimden zelfs godenzonen te zijn.
En er zijn ook nog steeds leiders die zichzelf boven de wet proberen te komen, en
wetten zo aan te passen dat zij aan de macht kunnen blijven en elke oppositie
de mond kunnen snoeren – noem Rusland, kijk naar Turkije, en erger: N-Korea.

Maar Paulus bedoelt iets heel anders als hij die goddelijk vereerde keizer en
zijn mede-bestuurders juist in zijn brief aan christenen in Rome Gods dienaars noemt.
Dat haalt ze uit die zelfbedachte hemel naar beneden en zet op de bescheiden plek van
knechtjes van de hoge God, om dienend bezig te zijn, dienstbaar aan de mensen voor wie ze
verantwoordlijk zijn, om goed te doen en kwaad te stoppen.
Daarbij worden mensen ingeschakeld – Petrus heeft het in zijn eerste brief over
“bestuurders die door de mensen zijn aangesteld” en die gezag krijgen van God.
Dat kun je vandaag toepassen aan een Tweede Kamer die wij met elkaar als burgers kiezen,
en waaruit weer een regering wordt gevormd, en die dan ons respect verdient omdat
–zoals we belijden – God door hun hand ons wil regeren – lees weer Paulus:
“er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld” –
dat was toen het gezag van een heidense en ook vaal wrede keizer,
en van allerlei harde heren en sluwe politici op regionaal en plaatselijk niveau –
het geldt in onze tijd net zo goed voor bestuurders die het soms goed en soms slecht
doen in onze ogen, en vaak uit totaal niet christelijke opvattingen – maar God wil
ook door hen ons besturen en dan past ons respect en ter, en terughoudendheid, in ons praten,
ons reageren via sociale media, of het nu om ministers gaat, of docenten, trainers, de chef –
en wie ook maar het te zeggen heeft over ons, namens God.
Er staat zelfs in een andere brief van Paulus (1 Tim. 2) dat we voor alle mensen zullen bidden,
en zeker voor wie veel verantwoordelijkheid hebben, of God hen wil
inschakelen om rust en ruimte te bieden, ook voor de boodschap van Gods redding.
Bidden, en dus niet verwensen of met haatmails bestoken, niet het recht in eigen
hand nemen of kwaad met kwaad beantwoorden – we hebben het net nog gehoord:
“laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede”.
En als het goed is gaan regeerders en kamerleden daarin voor, en is normen en waarden
niet een verkiezingsleus maar het goede voorbeeld dat veel volgers krijgt.

Bijzonder hoe dat dienstbaar zijn van wie gezag hebben, al is vastgelegd in die zgn. ‘koningswet’
die onderdeel is van de wetgeving van Mozes met het oog op de toekomst in het eigen land:
als jullie dan net als andere volken een koning willen kiezen, dan mag dat,
maar wel onder strikte voorwaarden:
het moet een mede-Israëliet zijn want hij moet jullie voorgaan in dienen van de HEER,
hij mag niet veel paarden halen uit Egypte op gevaar dat die invloed weer sterk wordt –
en dat hij gaat vertrouwen op een sterk leger, en hij moet ook niet een harem
met allemaal heidense vrouwen erop na houden, en ook zichzelf verrijken past niet bij een koning
die dienstbaar moet blijven, aan God als de eigenlijke koning, en dienstbaar aan zijn volk.
Ja, en voor de toekomst moet die koning de wetten blijven raadplegen en naleven.
Wat er bij staat, blijft belangrijk, ook voor andere regeerders, buiten Israël:
“dan zal hij zich niet inbeelden dat hij meer is dan anderen en in enig opzicht boven de wet
staat”- daarom moet in Nederland wie regeert trouw zweren aan de grondwet,
en gelden de wetten voor iedereen, ook voor wie die wetten gemaakt hebben en aan
anderen opleggen – ook hiervan geldt dat goed voorbeeld goed doet volgen.

dia 4 2. goed bestuur is controleerbaar.

Dat kun je ook halen uit die oude koningswet van Deuteronomium 17: de koning
was in Israël niet een soort godenzoon met absoluut gezag, die kon regeren als
een onaantastbare grootheid van wie de wil wet was en boven alle wetten ging,
nee, ik haalde het net nog aan: hij is niet meer dan anderen, en staat niet boven
de wet maar hij is aan de wetten gebonden en moet ontzag voor God hebben.
Iemand noemde dat de ‘ontgoddelijking van de staat’, en schrijft: de staat is
“toetsbaar onderworpen aan hogere beginselen, die ze niet zelf vaststelt. De staat
Is controleerbaar en laat zich meten aan hogere criteria. Zij kent de mogelijkheid van hoger beroep.”
Dat is in onze verhoudingen b.v. dat de volksvertegenwoordigers de regering moeten controleren
en in het uiterste geval een minister of een heel kabinet naar huis kan sturen:
en ook dat wij als burgers onze stem kunnen uitbrengen, en zo ook wat verkeerd ging kunnen afstraffen,
door niet meer op de bewuste persoon of partij te stemmen – en dan zijn er ook nog onafhankelijke rechters
in Nederland of in Europa die een beslissing van de overheid kunnen kritiseren of corrigeren –
en dan moet die overheid de beslissing van de rechter serieus nemen en past het niet zo’n uitspraak af te doen
als een politieke uitspraak van een stelletje neprechters – het is juist goed dat rechters onafhankelijk zijn
en ook dat er een grondwet is waar alle
andere wetten en ook alle besluiten van de politiek aan gebonden zijn.

Controleerbaar moet de overheid zijn, en dus transparant, eerlijk en open – daar past geen gesjoemel bij,
geen deals die het daglicht niet kunnen verdragen, en al helemaal geen vriendjespolitiek
of het stiekem bevorderen van eigen belangen,
op kosten van of zelfs ten koste van de samenleving of van wie kwetsbaar zijn.

De koning van Israël moest een kopie van het wetboek onder handbereik hebben,
er steeds weer in lezen, en zich houden aan alle wetten die erin stonden;
en dus ook aan alles wat in de wetten van Mozes stond over recht doen,
over zorg voor mensen die kwetsbaar waren als weduwen, wezen, vreemdelingen, armen
– de wetten die de HEER heeft gegeven zijn heel sociaal, vanuit zijn liefde en zorg voor mensen
– denk aan die psalm die we zongen over regeerders als schilden in het land, met de taak
te beschermen wie geen helper hadden en die anders eronder door zouden gaan.
Aan volksvertegenwoordigers ook nu de taak daaraan de overheid te houden en
daarop bestuurders te controleren, bij te sturen, en waar nodig te corrigeren – en
aan de bevolking de taak erop te letten bij de keus in het stemhokje deze week.

dia 5 3. goed bestuur is rechtvaardig.

Rechtvaardig zijn, recht doen, is door heel de Bijbel heen wie God is en wat God doet,
en wat God dan ook vraagt van mensen die Hem willen volgen en dienen.
Denk aan die kernopdracht uit Micha 6: 8: “er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten,
en nederig de weg te gaan van je God” – het is aan wie gezag gekregen hebben
en dus een voorbeeldfunctie hebben, om voorop te gaan en zo goede leiding te geven.
Ook als een politicus of een bestuurder zelf niet God erkent als zijn Heer en als
de Regeerder van de hele wereld, kun je hem of haar aanspreken op de opdracht
om rechtvaardige wetten te maken, eerlijk en aanspreekbaar te zijn of het gevoerde beleid,
en ook om nederig de weg te gaan die God wijst, namelijk om niet het eigen belang
voorop te laten gaan of zich te verrijken maar om het welzijn te bevorderen
van de bevolking – Paulus geeft het aan als opdracht ook voor de niet-christelijke overheid
van het Romeinse rijk: in dienst van God is ze er voor uw welzijn.

Wat niet betekent dat een overheid soft en slap iedereen zijn zin moet geven.
Juist niet: rechtvaardig zijn is belangen afwegen, keuzes maken, en daarbij
letten op persoonlijke belangen en noden, en op het algemene belang; dat is
niet mensen of groepen voortrekken, maar iedereen gelijk behandelen, zoals
dat in artikel 1 van onze grondwet ook staat: ieder is voor de wet gelijk, hoe
verschillend mensen en omstandigheden ook zijn – en recht doen is ook
grenzen stellen en die handhaven, verkeerd en schadelijk gedrag aanpakken,
en wie goed wil en goed doet ruimte geven en beschermen en belonen –
weer Paulus, met een kritische noot voor de soms willekeurige bestuurders
in dat Rome van toen: “wie doet wat goed is heeft van de gezagsdragers niets
te vrezen, alleen wie doet wat slecht is” – zo zou het moeten, dat is recht doen.
En weer, dat is nog steeds de taak van elke overheid, zo wil God zijn wereld
met zoveel kwaad en zonde, leefbaar houden; zo mag er al iets zichtbaar
worden van zijn nieuwe wereld waar geen kwaad meer is en waar iedereen volop
tot zijn of haar recht zal komen – het grote Voorbeeld is Koning Jezus die als
geen ander aan dat beeld van die koningspsalm voldoet: “ellendigen zal hij bevrijden
van het onrecht dat hem drukt, en armen – denk er ook maar de vluchtelingen
bij, en de daklozen, en de kinderen onder armoedegrens, en wie verder nog
kwetsbaar is in onze wereld – en armen redden uit hun lijden, en vertreden
wie – ook in onze wereld dichtbij en verder weg – mensen verdrukt, en uitbuit.
Het is norm voor goed bestuur, de maatlaat om mee te nemen op 15 maart….

dia 6 4. Goed bestuur is zorgzaam.

We kunnen er kort over zijn, want de Bijbel is er uitvoerig en duidelijk over.
Steeds weer komt onze God op voor wie zwak en kwetsbaar zijn en Hij wil
Overheden en ook ons allemaal samen inschakelen om op te komen en te
zorgen voor wie onze steun en hulp – w.aar nodig ook financieel – nodig hebben.
Denk maar aan de zorg voor weduwen, wezen, armen, vreemdelingen, armen,
in allerlei wetten; ga na hoe de profeten los gaan als hun volk en de koningen
er niet naar handelen, kijk naar het voorbeeld dat de Heer Jezus gaf en naar
zijn onderwijs in de bergrede en in wat staat in Matt. 25 over opzoeken van wie
gevangen zijn, aandacht voor zieken, eten geven aan wie honger hebben, enz.
Taken die we niet kunnen afschuiven naar ‘de overheid’, maar die we samen hebben;
de overheid heeft wel de taak als schild op te treden voor wie zwak
zijn, om een rechtvaardig sociaal beleid en eerlijke belastingwetten te maken.

Denk weer aan Paulus als hij schrijft dat de overheid er is voor ons welzijn, en dat
is niet zorgen voor mijn portemonnee maar dat is eerlijk delen bevorderen en erop letten
dat mensen niet door de bodem zakken en aan de kant blijven staan – een
lastige taak met allerlei afwegingen en keuzen – nog een reden om voor wie ons
moeten regeren en ons vertegenwoordigen te bidden – als we dat doen,
zal ook als wer kritiek is die anders zijn en eerlijker en bescheidener
dan als we alles en iedereen vooral afrekenen op wat wij vinden en wat ons eigen belang is…

We mogen weer stemmen woensdag – wijsheid gewenst – en vergeet dat bidden niet –
we gaan het zo meteen ook doen – en we doen dat nu eerst zingend.

amen

Jeremia 29: 11 en 2 Petrus 3: 13-15a: Maak mee wat God belooft…straks maar ook nu al (overdenking viering avondmaal)

liturgie dienst van Schrift en tafel zondag 20 november 2016
votum en groet
zin gen: Gz. 134: 1,3,4,6
wet van God
zingen: Ps. 50: 7,11
gebed
dia 1
Schriftlezing: Jeremia 29: 4-14
zingen: Lied 37: 1,3,5
Schriftlezing: 2 Petrus 3: 8-15a
zingen: Ps. 98: 4
verkondiging:
dia 2 Jer. 29: 11 en
dia 3 2 Petrus 3:13-15a
zingen: Lied 288: 1,2,5,7
gebed
collecte
zingen: Ps. 22: 8

8. U gaf mij antwoord, u keek naar mij om.
Als ik met broers en zussen samenkom,
eer ik uw naam: wij zijn uw eigendom
om u te prijzen!
Kom, Jakobs kinderen, ga hem eer bewijzen.
Hij heeft gezag, maar zal je nooit verachten.
Wie naar hem uitkijkt mag zijn komst verwachten,
met groot ontzag.

avondmaalsformulier 5
zingen: Ps. 22: 9,10 LL

9. Mijn lied, mijn danklied komt bij u vandaan.
Bij wie de HEER erkent, sluit ik mij aan.
Wat ik aan u beloof zal ik voortaan
daar laten weten.
Wie zwaar vernederd is, zal volop eten.
Ja, dat de mens die God de eer zal geven
verzadigd wordt, in eeuwigheid blijft leven!
Dat is mijn wens.
10. De hele wereld hoort dan van de HEER.
De hele aarde zoekt en vindt hem weer.
En alle volken knielen voor hem neer.
Hij is de koning!
Armen en rijken krijgen hun beloning:
zij prijzen God en zullen met hem eten.
Wie hier gestorven is, en wordt vergeten
vangt daar geen bot.
zegen
amen: Ps. 22: 11 Levensliederen

Het nieuws zal overal te horen zijn.
En wie de Heer is, weet straks groot en klein
en zelfs wie nu nog niet geboren zijn:
hij houdt van daden.
Het is volbracht, de eer is aan de Vader
en aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven,
en aan de Geest, die ons geloof wil geven
en in ons woont.
………………………………………………………………………………………………….
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 4
Het is vandaag de laatste zondag van het kerkelijk jaar.
Volgende week zondag is de eerste van de vier adventszondagen,
onderweg naar het kerstfeest: Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Dit jaar gaan we weer aan de slag met een thema: ‘Maak het mee.
Het is aangereikt door het Steunpunt Liturgie van onze kerken, en onze
commissie Eredienst en de kinderbijbelclub en de bloemencommissie
leveren hun aandeel aan de uitwerking – en ik zorg voor de preken.
Het thema gaat zelfs verder dan advent en kerst, tot en met 8 januari.
In jullie postvak ligt voor de komende weken een leesrooster voor thuis.
Over dat thema staat het volgende als uitleg op de website van ‘Kind op Zondag’:
Stel je voor dat overal vrede komt.
Stel je voor dat mensen een nieuw begin kunnen maken.
Dat mensen wachten op de komst van de Heer.
Stel je voor dat alles goed komt.
En jij maakt het mee.
In de adventstijd leven we van de verwachting. Vier Bijbelse figuren vertellen daarover. We lezen uit Jesaja, die zegt dat de vrede zal komen. We horen Johannes de Doper vertellen over een nieuw begin. We lezen uit de brief van Jakobus, die schrijft: ‘Heb geduld tot de Heer komt.’ En op de vierde advent horen we een verhaal over Jozef, de aanstaande man van Maria. Hij hoort in een droom dat de Zoon van God geboren zal worden. Hun verhalen zijn vol verwachting. Geen verwachting van iets dat ooit, ver weg in de geschiedenis zal gebeuren; Jesaja, Johannes, Jakobus en Jozef vertellen dat mensen het mee kunnen maken. Dat ze het met eigen ogen zullen zien. En dat ze mee kunnen werken om de toekomst waar te maken. ‘

Dat over de thema’s voor de komende zondagen, we gaan het hoop ik meemaken. Vandaag dus de laatste zondag van een heel kerkelijk jaar, waarin de verwachting centraal staat van de terugkomst van onze Heer die alles nieuw en goed zal maken. Eigenlijk dus ook al advent, want wij kijken uit naar wat God nog meer beloofd heeft.
Deze zondag wordt daarom vaak ‘eeuwigheidszondag’ genoemd, omdat het gaat over het eeuwige leven dat God belooft aan wie in Hem geloven en Jezus volgen. Vandaag vieren we ook nog het avondmaal waarin we de dood en de opstanding van Jezus vieren maar ook al iets mogen ervaren van het feest dat nog gaat komen. Zoals in dat formulier staat dat we straks gaan lezen: “Tegelijk verwachten we de terugkeer van onze Heer Jezus. Aan het avondmaal mogen we alvast iets proeven van de blijdschap die de bruiloft van het Lam geeft. Straks zal onze Heer met ons opnieuw wijn drinken in het koninkrijk van zijn Vader”. We maken het alvast mee.
dia 5
Je ziet steeds in de Bijbel als het over de verwachting van de komst van Jezus gaat en over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, als Gods rijk van gerechtigheid en van vrede, dat het veel meer en iets anders vraagt dan alleen afwachten en bidden, zo van ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw….ooit een keer….wie weet wanneer.
Nee, die verwachting maakt het leven nu anders, maakt actief, zet aan het werk, om te werken aan vrede nu, om steeds weer een nieuw begin te maken, om de Heer die komt na te volgen en wegwijzers naar Hem te zijn,om het goed te maken om je heen. We zullen het horen de komende weken,vanuit de Bijbelgedeelten die centraal staan. En vanmorgen komt het op ons af vanuit zowel Jeremia 29 als wat Petrus schreef.

dia 6 Maak met mee wat God belooft…straks maar nu ook al!

Stel je voor dat…we weer terug mogen naar ons eigen land….
dat het weer vrede wordt in dat land….maken we dat nog mee?
Het waren de bange vragen en tegelijk de hoopvolle verwachtingen
van de Joodse mensen ver weg in het vijandige Babel…aan wie de
profeet Jeremia een brief moest schrijven….een brief waarin aan de
ene kant Gods belofte wordt doorgegeven dat aan de ellende waarin
ze zitten een eind zal komen en dat Gods volk een hoopvolle toekomst
tegemoet gaat maar ze tegelijkertijd te horen krijgen dat ze zich maar
moeten instellen op een langer verblijf in dat verre land dan ze hadden
gedacht en hadden gehoopt: het gaat zeker nog zeventig jaar duren.

Dus is voor de meesten de boodschap: dat maken jullie niet meer mee.
God doet wat Hij heeft beloofd maar op zijn tijd en op zijn manier, en
dus vraagt geloven en verwachten ook geduld, en vooral ook gebed:
“jullie zullen mij aanroepen en tot mij bidden, jullie zullen mij zoeken
en ook vinden, als jullie mij tenminste met hart en ziel zoeken”.

Het is daar een Babel een tijd van straf maar vooral ook een tijd van
leren, een tijd om te oefenen in (ver)wachten en in gelovig volhouden.
Zoals later in de Bijbel staat, met een terugblik op hoe het gelovigen
van vroeger is vergaan, en meegaat als les voor gelovigen van later:
“Blijf volharden, want als u de wil van God doet, zult u ontvangen
wat u is beloofd” (Heb. 10:36) – en zoals we lazen in 2 Petrus:
“de Heer houdt zich echt aan zijn belofte, ook al beweren sommige
mensen van niet. Hij wacht omdat Hij geduld heeft met jullie. Hij geeft
iedereen de kans om een nieuw leven te beginnen. Want hij wil dat
iedereen gered wordt (2 Pet. 3: 9 BGT). Daarom ook dat laatste vers:
“Bedenk dat het geduld van onze Heer uw redding is”. (2 Pet.3:15a)
dia 7
Kijk, en dan komt het erop aan dat je de tijd die God geeft, goed gebruikt. Jeremia schreef die brief schreef aan ongeduldige ballingen in Babel. Ze werden door andere profeten – die ook zeiden dat ze namens God spraken, op het verkeerde been gezet, met valse verwachtingen over een teruggaan naar het eigen land op korte termijn – Jeremia noemt hen ‘valse profeten’, nepprofeten met een eigen verhaal dat niet klopt.

Je hebt ze altijd gehad, tot in onze tijd toe, die denken te weten dat de Heer
dan en dan terugkomt en dat je gewone dingen doen eigenlijk geen zin meer heeft – en aan de andere kant zijn er veel mensen die net als al in de tijd van Petrus er niet meer in geloven en er niet mee rekenen: dia 8 “Lang geleden is beloofd dat Christus terug zou komen. Maar hij is er nog steeds niet. Sinds het begin van de wereld is er nooit iets veranderd!”(2 Petrus 3: 4, BGT).

Het zijn alle twee verkeerde kortzichtige reacties die leiden tot in alle
twee de gevallen verkeerd gedrag: of een onderschatting van het
bezig zijn in en aan en voor deze wereld omdat het hier beneden niet
is en het gaat om de hemel, en aan de andere kant een alleen op de
aarde en op het hier en nu gericht zijn zonder met God te rekenen en
zonder klaar te zijn voor de ontmoeting met de Heer die terugkomt, alsof
wij zelf een betere wereld kunnen maken wat steeds weer mislukt, wat
er zomaar kan toe leiden dat mensen vooral gaan voor eigen belangen
of eigen plezier, voor eigen land eerst, of voor de eigen portemonnee.

Iemand schrijft terecht: “Christenen moeten zo leven dat Jezus elk moment terug kan komen, maar intussen moeten ze niet met hun armen over elkaar op Hem gaan zitten wachten. Net als de mensen in Babel mogen christenen trouwen, een gezin hebben, werk, een huis – in de wetenschap dat dit alles tijdelijk is en dat grote beloften nog op vervulling wachten”. En juist dat we onze Heer terugverwachten motiveert om ons voor Hem in te zetten, en al iets te laten zien en te ervaren van hoe het is als de Heer het voor het zeggen heeft in je leven en in de wereld, en hoe het straks zal zijn op een nieuwe aarde.

Petrus roept daar ook toe op: juist omdat je weet van een nieuwe wereld en je daarnaar uitkijkt, moet je je best doen om nu al te leven als een burger van het rijk dat komt, op de manier die Jezus heeft geleerd en voorgedaan: dia 9 “Omdat u hiernaar uitziet, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door Hem te worden aangetroffen” (2 Petrus 3: 14)

En nee, dat betekent niet dat het leven hier en nu al makkelijk en vredig is. Vaak juist niet voor wie kiest voor een leven in de stijl van Jezus, voor wie opkomt tegen onrecht, oneerlijkheid, discriminatie, plat eigenbelang; en zich inzet voor de zaak van Jezus zijn Heer en daarom voor wie gebrek heeft, moest vluchten, onrechtvaardig wordt behandeld, wordt uitgesloten, voor wie anders is.

Die Joden die die brief van Jeremia kregen, voelden zich niet op hun plek in dat verre Babel, ver van huis en haard, familie en vrienden, maar ze kregen namens hun God de opdracht niet maar het beste ervan te maken zolang zij daar warenmaar het goede te zoeken voor de stad en het land en de mensen daar: dia 10 “Bid tot de HEER voor de stad waarheen Ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei”. Ook Babel is een stukje van Gods wereld waar mensen van God wonen, en dat is net zo vandaag voor Langedijk en Heerhugowaard, Schagen en Alkmaar en waar we ook wonen.
De Bijbel zegt dat we hier geen blijvende stad hebben en op weg zijn naar de stad van Gods toekomst, maar dat zijn overal waar we nu wonen en werken, met de auto rijden of op de fiets, vakantievieren of ziek zijn, midden tussen al die mensen tegen wie God zegt en wij mogen zeggen: dia 11 “Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: Ik zal je een hoopvolle toekomst geven”. En Petrus vult aan en vult verder in: de Heer heeft geduld met u, omdat Hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat…..bedenk
dat het geduld van de Heer uw redding is.

Ja, en ook de redding van die collega, van je buren, van die veroordeelde in de gevangenis, van zoveel mensen in de narigheid of met luxe maar zonder echte liefde en zonder hoop op blijvend geluk – God is uit op ook hun geluk, en God heeft ons en al zijn mensen geschapen om elkaars geluk te zoeken.

Kijk, en als je daaruit leeft, als je dat geluk hebt en wil delen met anderen,mag je meemaken – nu al – wat God belooft en God al begint te geven:
dat overal vrede komt, dat mensen een nieuw begin kunnen maken,
dat mensen wachten op de komst van de Heer, dat alles goed komt.

Dat we het met eigen ogen zullen zien. En dat we mee kunnen werken “
om de toekomst waar te maken. dia 12

amen

Zondag 35 Heid. Cat: Beeld-schoon

Liturgie morgendienst zondag 23 oktober 2016

votum en groet
zingen: Ps. 27: 3
wet van den HEER
zingen: Ps. 40: 2,3
gebed
Schriftlezing: Marcus 7: 1-12
zingen: Ps. 26: 2,4
verkondiging: zondag 35
zingen: Lied 479: 1-4
gebed
collecte
zingen: Gz. 141: 1,2
zegen
amen: Gz. 141: 3
—————————————————————————————————————
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,
dia 1
Heb je je handen gewassen? Vraagt moeder, of vader, voor je gaat eten.
We leren het onze kinderen van klein af aan: handen wassen voor het eten.
Natuurlijk! Dat hoort zo. Dat is een kwestie van hygiëne. En van gezondheid.
dia 2
Waarom eten uw leerlingen hun brood zonder eerst hun handen te wassen?
Vroegen oplettende en kritische farizeeën en wetgeleerden aan Jezus.
Waren die discipelen dan onopgevoede lomperikken die zomaar aanvielen met handen waar net nog de vis doorheen was gegaan of met het stof er nog aan?

Nee, natuurlijk niet. Hier is iets anders aan de hand dan tafelmanieren of hygiëne.
Veelbetekenend staat erbij: met ‘onreine’ handen. En ‘onrein’ betekent: niet geschikt om in aanraking te komen met het heilige. In dit geval: met voedsel dat volgens de joodse wetten rein was, koosjer, maar dat verontreinigd werd als je niet eerst je handen op een speciale manier had gewassen – dia 3
en nog een stap verder: als je iets at dat niet rein meer was, verontreinigde je daarmee jezelf, en ook mensen en dingen om je heen, als je die zou aanraken.
Daar waren vrome joden zo bang voor dat ze een hele serie wasvoorschriften
afwerkten voor ze gingen eten: bekers, kannen, borden, bestek, tot hun kleren toe….
En daarom was die Samaritaanse vrouw zou verbaasd toen Jezus haar te drinken vroeg, want een Jood zou nooit drinken uit een beker van een onreine buitenlandse.
Maar Jezus wel, hij doorbrak die blokkade want het was bij hem niet de regel om de
regel maar het ging hem om liefde en barmhartigheid, het ging hem om mensen.
dia 4
Kijk, en dat botste met hoe de geestelijke leiders van Israël in die tijd, erin stonden. Als de leerlingen van Jezus het met de reinigingswetten niet zo nauw nemen en zo breken met de traditie die al eeuwen lang bestaat, wekt dat wrevel en wantrouwen,
en dat richt zich over de discipelen heen op hun Meester: heeft Hij hen dat geleerd?
Zie je wel, dat bij die Jezus de wetten van Mozes niet veilig zijn, en dat als het zo doorgaat en het gewone volk achter Hem aan blijft lopen, het van kwaad tot erger gaat….de bekende angst voor het hellende vlak: je moet het kwaad in het begin weerstaan, want anders blijven we nergens en gaat iedereen straks zijn eigen gang.

Wat heeft dit probleem en deze discussie nou te maken met het tweede gebod?
Ze dienden daar in Israël toch geen beelden, en al helemaal geen afgodsbeelden.
Het ging die farizeeën en die wetgeleerden er toch juist om zo precies mogelijk God te dienen zoals Hij in zijn Woord had bevolen? Zoals dat ook in zondag 35 staat?
Als er toch één groep in Israël was die je rechtzinnig en streng kon noemen dan de farizeeën, als er al mensen waren die de wetten van God op hun duimpje kennen, en dat aan de mensen leerden, dan de wetgeleerden! Wat was daar nou mis mee?
Nou, uit het antwoord van de Heer wordt pijnlijk duidelijk dat je met al je vroomheid en je trouw aan de traditie en de vastgestelde regels, toch verkeerd bezig kunt zijn, en juist aan het doel dat God met zijn leefregels heeft, voorbijschiet.
In de Bergrede maakt Jezus duidelijk dat Hij juist niet erop uit is om de wet van
zijn Vader af te schaffen maar om de echte betekenis daarvan weer te laten zien,
en door te stoten naar binnenkant: want God is vooral gediend van schone harten – Hij kijkt naar de binnenkant van onze dienst!
dia 5
Beeldschoon: God dienen met een schoon hart, en mond en handen
1. Gods gebod ontmaskert onze schone schijn:
2. Gods gebod leert ons zijn schone dienst:
3. Gods gebod schept ruimte voor de schone kunsten.

dia 6 1. Gods gebod ontmaskert onze schone schijn.

Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders?
Is het u opgevallen dat de Heer Jezus helemaal geen antwoord geeft op die vraag?
Hij zegt op zich geen woord kwaad van tradities, en ook niet van die joodse wasvoorschriften maar zoals zo vaak kijkt Hij door heel die vraagstelling heen en stoot door naar wat daar achter ligt, of niet: wat is die oude profetie van Jesaja toch precies toepasbaar op jullie, huichelaars: dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij. Daar hebt u het! Huichelaars! Mensen die zich anders voordoen dan ze eigenlijk zijn, met een buitenkant die anders is dan wat er van binnen zit.
Ergens anders zegt Jezus hetzelfde en dan gebruikt hij een sprekend beeld: u lijkt precies op gewitte grafkelders die er van buiten mooi uitzien maar van binnen vol liggen met knekels en vergane resten. Huichelaars! Toneelspelers is dat letterlijk
De buitenkant kan er keurig en prachtig uitzien, maar wat zit er ten diepste achter.
dia 7
Daarop vooral sprak Jezus de mensen aan: hoe ziet jullie leven eruit, jullie hart?
De farizeeën en wetgeleerden maakten zich druk om schone, reine handen,
maar Jezus zegt: onreinheid ziet niet aan je handen maar zit in je hart, waar
verkeerde gedachten rondspoken en slechte plannen worden uitgebroed,
waar jaloersheid diep kan zitten of hebzucht een mens voortdrijft…of angst..
En Hij, Jezus, komt nou juist om daar wat aan te doen, om het kwaad in de wortel aan te pakken…om grote schoonmaak te houden diep in ons…zodat we echt van harte de Here gaan dienen, en ons hart uitgaat naar mensen om ons heen, ook als die misschien heel anders zijn en anders denken, of anders doen dat jij goed vindt.
Laten we dat nooit vergeten en laten we daar beginnen, als antwoord 96 zegt dat we de Heer op geen andere manier zullen vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft.
Dan gaat het om veel meer en juist niet als eerste over hoe een kerkdienst zou moeten gaan, om welke liederen wel of niet, zelfs niet over hoe vaak naar de kerk,
al kan ook dat iets zeggen over waar ons hart vol van is en wie God is voor ons,
maar als de Bijbel het heeft over wat echte ere-dienst is, krijgen we verrassende
antwoorden als dat we onszelf als levend offer aan God zullen toewijden (Rom.12),
en: “zuivere godsdienst is: weduwen en wezen bijstaan in hun druk, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven” (Jac. 1: 27). En Jezus zei toen het over de sabbat ging dat niet de mens er is voor de sabbat maar de sabbat bedoeld
is voor de mens: om te genieten van de rust die God geeft en op adem te komen.
dia 8
Zomaar snijden wij net zo goed onze beelden van God: onze eigen denkbeelden over hoe de Heer het wil en wat de Heer ervan vindt – terwijl we eigenlijk wat wij zelf ervan vinden, hoe wij het gewend zijn en wat onze voorkeur heeft, het etiket opplakken: zo wil de Heer het….en we de ander veroordelen die het anders doet.
En dan geldt van ons als we niet oppassen hetzelfde wat de Heer Jezus tegen die Joodse leiders zei: jullie zeggen dat je Gods geboden serieus neemt en jullie houden die de mensen voor, maar in werkelijkheid zijn het geboden en regels die door mensen zijn bedacht….

Nou, en op zich is er niks mis aan menselijke regels en afspraken en gewoonten…als je maar blijft beseffen dat het menselijke bepalingen en tradities zijn – en dus bespreekbaar en als het moet, voor verandering en verbetering vatbaar – wat zelfs geldt voor de belijdenisgeschriften die we als kerk hebben en waar veel moois is staat maar die zelf zeggen dat we geen geschriften van mensen op één lijn mogen stellen met de goddelijke Schriften, en ook niet de gewoonte met Gods waarheid…
Zo staat dat in artikel 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Menselijke gewoontes en afspraken zijn goed en nuttig, als ze maar nooit de dienst aan de Here en het dienen van elkaar in de weg staan, maar juist dienen als hulpmiddel voor de opbouw van elkaars geloof en van de gemeente, als op zich goede regels niet een sta-in-de-weg vormen voor kinderen en jongeren om hun geloof te beleven, en niet voor buitenstaanders onnodige drempels zijn naar de kerk en als we maar we beseffen dat geloven niet stilstaan is maar op weg gaan en blijven –de eerste christenen stonden zelfs zo bekend: mensen van de Weg,
volgelingen van Jezus die zichzelf de Weg noemde en uitnodigt Hem te volgen.
dia 9
De vraag is: gaat het ons echt en voluit om de Heer en zijn eer, en om het belang van onze broeders en zusters, van de gemeente en van de samenleving,of moeten we onszelf erop betrappen dat we ons druk maken om menselijke dingen:zo zijn we het gewend, zo hoort het, zo voelen wij ons er goed bij, of: wat zal die of die ervan vinden? De Heer vraagt: mijn kind, geef Mij je hart, en leef uit en door mijn liefde.

dia 10 2. Gods gebod leert ons zijn schone dienst.

Waarom mocht het volk Israël eigenlijk geen beelden maken en die vereren,
zoals alle andere volken in de regio en door alle tijden heen wel hebben gedaan?
Allereerst is dat in de lijn van het eerste gebod: de HEER is de enige echte God,
niet eentje van een hele internationale godenfamilie, maar echt volstrekt anders.
Daarom wil de HEER niet gediend worden als de volken met hun goden doen.
Er komt bij dat godenbeelden er zijn om je godheid dichtbij te hebben, zodat je hem altijd achter de hand hebt om jou te helpen en voor jouw karretjes te spannen.dia 11
Maar wij geloven met de psalm: onze God is in de hemel, Hij doet wat Hem behaagt.
Bovenal: we hoeven de Heer niet naar ons toe te halen, Hij komt zelf naar ons toe.
Door heel de bijbel heen is het de rode draad: de Here spreekt tot ons mensen en Hij maakt ons zijn wil bekend, en Hij belooft ons dat Hij bij ons is en met ons meegaat.

Wat de Heer verrassend en wonderlijk heeft waar gemaakt toen zijn Zoon Jezus mens werd en ons door zijn offer terug bij God bracht, God-met-ons, Immanuël.
Niet wij moeten ons een beeld van God vormen, God wil ons maken tot zijn beeld.
We hebben God heel dichtbij in de woorden die Hij ook tot ons spreekt, in de Bijbel.
Als iemand oren heeft om te horen – zegt Jezus in vers 16 – dan moet hij luisteren.
Luisteren naar Hem die de wil van de Vader bekend maakt en laat zien wie de Vader is: als je Jezus ziet, zie je in en achter Hem zijn Vader – deze Zoon is sprekend zijn Vader. Helemaal in de lijn daarmee is dat zondag 35 zegt dat God zijn christenen wil onderwijzen door de levende verkondiging van zijn Woord, dat het geloof komt en groeit door luisteren naar wat de Here tegen ons zegt, vanuit een luisterend hart.
dia 12
Maar dan moeten wel heel precies kijken naar hoe het er staat in antwoord 98.
Wat hier niet staat is dat elke zondag gepreekt moet worden en dat alles om de preek draait…als we maar elke dag een stukje lezen en als we maar elke zondag keurig op ons plekje zitten, en als de preek maar grondig en bijbelgetrouw is…..
Nee, er staat niet voor niets: de levende verkondiging van Gods Woord.
Daar mogen we achter horen dat we een levende God hebben die met ons omgaat als met zijn kinderen en die ons aanspreekt en met ons in gesprek gaat. En dus zal in de kerk en net zo goed als we zelf de bijbel lezen of ons er samen in verdiepen de Heer zelf aan het woord moeten komen. Iemand schrijft: “God spreekt mij midden in mijn leven aan”. En wij – u, jij – moeten ons dan ook laten onderwijzen: wie oren om te horen heeft, die moet goed luisteren. En antwoord geven! Dan zal in de kerk maar ook en vooral in ons leven van elke dag en overal alles gericht worden op Gods eer, en dan spreekt heel ons leven van Hem – zijn schone dienst, verricht in heiligheid.

dia 13 3. Gods gebod schept ruimte voor de schone kunsten.

De psalm waarmee we begonnen, is trefzeker berijmd: daar in zijn huis, waar alles spreekt van Hem, wil ik aanschouwen ‘s Heren lieflijkheid, zijn schone dienst verricht in heiligheid, ik wil aandachtig luisteren naar zijn stem. Dat luisteren – zagen we al – is nummer één. Luisteren is beter dan brandoffers. En daar weer achter komt het aan op een hart dat op de Heer is gericht.

Maar de Heer heeft ons niet alleen maar oren gegeven maar ook ogen en handen….
In de tempel vroeger was veel te horen maar ook een heleboel te zien. En dat ondanks dat God had gezegd dat in die tempel geen beelden mochten staan.
Er was wel veel moois te bewonderen: prachtig geweven gordijnen, veel goud, en de tempel als gebouw was een lust voor het oog. Waar bovendien prachtige muziek werd gemaakt en werd gezongen. En allerlei symboliek een plaats had: wassingen, offers, de priester die zegende….Dat allemaal om de boodschap van de verzoening uit te beelden en te ondersteunen.
dia 14
We zagen al dat de Heer Jezus dat niet afkeurt maar wel dat het hart eruit was, en dat menselijke vormen en regels een sta-in-de weg werden om God te dienen.
We weten ook dat Jezus zelf van allerlei beelden gebruik maakte -beelden uit de schepping van de Here en beelden uit het alledaagse leven, om maar zijn boodschap over te brengen en die boodschap te laten doordringen. Denk ook maar aan de wonderen en de genezingen van de Here Jezus die illustratiemateriaal waren voor het evangelie van het komende vrederijk van God. Trouwens, de Heer heeft zijn kerk beeldmateriaal meegegeven om zijn woord kracht bij te zetten en ons te helpen bij ons begrijpen en ons geloven. Ik bedoel natuurlijk vooral de doop en het avondmaal – we mogen zien, voelen, proeven.

Als kerk hebben we er nog het een en ander bij aan vormen, gebaren, symbolen:
de zegen met opgeheven handen, de handdruk van een ouderling, knielen in een trouwdienst; denk ook maar aan de tekeningen in de kinderbijbel thuis, de video op school, dat visje op de auto….en we zijn al helemaal gewend aan de beamer, toch?
Er is veel voor te zeggen na te denken over middelen om de verkondiging van het evangelie zo levend mogelijk te laten zijn, in een tijd waarin het beeld zo verschrikkelijk belangrijk is….niet om de preek weg te drukken zoals dat was in roomse kerk in de middeleeuwen en zoals dat dreigt als mooie vormen alleen maar moeten dienen om het gat op te vullen dat is geslagen als Gods Woord niet meer de centrale plaats heeft in de kerk en in je leven – dan is het tweede gebod in geding: een eredienst die opgaat in vormendienst. ‘stomme’ beelden. Maar als het ons gaat om die levende verkondiging van het reddende evangelie, concreet gemaakt en helder verwoord, voor jong en oud in deze moderne tijd, waarom zou je niet zoeken naar mogelijkheden om dat zo goed mogelijk te doen? Zeker niet in het minst is ook dit overweging waard: zouden de gaven die God als de Schepper geeft niet uitgerekend op zijn plaats zijn daar waar we Hem ontmoeten en dienen?
dia 15
Toen de tabernakel moest worden gebouwd, zei de Here tegen Mozes dat Hij twee mannen aanwees – Besaleël en Aholiab – die verstand hadden van het maken van mooie dingen: goud- en zilversmeedkunst, houtsnijwerk, beeldhouwen, echte kunstenaars. “Allen die hun vak verstaan heb Ik wijshgeid geschonken, zodat zij alles kunnen maken waartoe Ik opdracht heb gegeven”, zegt de HEER in Ex.31:6.
Waar alles spreekt van de Heer mag ook iets te zien zijn wat ‘s Heren liefelijkheid.
Van zijn schone schepping waarvan de Here zelf zei: moet je kijken hoe mooi dat is.
Als voorspel op straks als zelfs de prachtigste kerkgebouwen hun dienst hebben gedaan….omdat de Here God de Almachtige zelf de tempel is, en het Lam.
Als heel de aarde weer beeld-schoon is: zonder vlekje of breuk, en zonder wanklank – en alle mensen onze God voor altijd dienen, met hart en mond en handen!

amen

Psalm 91: 11 en Heb. 1: 14: Engelendienst

Gemeente van Christus, broeders en zusters,jongens en meisjes,
dia 1
Hebt u wel eens een engel ontmoet? Ben jij er wel eens een tegengekomen? Ik denk dat we allemaal zullen zeggen: nee, nog nooit. Ik weet het zelfs zeker, anders had ik het al lang van u of jou gehoord. Zoiets kun je gewoon niet voor je houden…
U weet vast wel dat er steeds weer merkwaardige verhalen opduiken over mensen die denken een engel ontmoet te hebben. Er zijn meerdere boeken geschreven over dat soort ontmoetingen, met titels als ‘Een engel op je pad; Engelen onder ons; hedendaagse ont¬moetingen met hemelse wezens’, ‘Nu de engelen zijn terugge-keerd; een visie op geloof en leven vanuit de engelenwereld’. Ook de Islam kent engelen.
dia 2
Vooral die laatste titel zet aan het denken: ‘nu de engelen zijn teruggekeerd’. Bedoeld is: terug van weggeweest in het denken en vooral de ervaring, de leefwereld, van de moderne mens. Iemand merkt op: “Engelen zijn weer ‘in’. Wie had ooit kunnen denken, dat de moderne mens weer gelooft in engelen?” En even verder: “Engelenervaringen komen in onze tijd veel voor. Mensen zien engelen, horen engelen, voelen engelen”. Opvallende voorbeelden hebben de pers gehaald: een automobilist die een lifter oppikt die de spoedige terugkomst van de Here Jezus aankondigt en dan ineens verdwenen blijkt; een onbekende hand die bij een dreigende aanrijding ineens het stuur omgooit; een onbekende helper bij een sneeuwstorm die ineens weer weg is…

Wat moeten we daarmee aan, met zulke verhalen? Twee reacties zijn denkbaar en alle twee voor gelovige mensen verkeerd. De eerste is dat we ons van zulke verhalen alleen maar afmaken door te zeggen dat zoiets verbeelding is en dat het natuurlijk geen engel geweest kan zijn. Zomaar heeft ook ons het moderne denken te pakken waarin geen plaats is voor wat je niet kunt begrijpen met je gezonde verstand en wat je zelf niet gezien hebt. Zoals een liedje het vertolkte: engelen bestaan niet…Aan de andere kant moeten we ook niet ons aan zulke verhalen optrekken om er ons geloof dat engelen wel bestaan, mee te verdedigen of te doen alsof het bewijzen zijn dat de bijbel toch echt wel gelijk heeft. Want we geloven niet omdat en pas als we zien,maar omdat God ons niks op de mouw spelt, ook niet over de engelen. Hun bestaan kunnen we niet bewijzen en hoeven we niet te bewijzen. We mogen geloven dat Gods knechten klaar staan om Gods orders uit te voeren en Gods kinderen te helpen en te beschermen. En als je dat gelooft, ga je het ook zien. Ervaar je dat je op handen gedragen wordt, door alles heen.
dia 3

Engelendienst!
1. om God te dienen;
2. om ons te helpen en te beschermen;
3. dankzij Jezus Christus;
4. tot op de laatste dag.

dia 4 1. Engelendienst: ter ere van God.

Engelen zijn knechten van God¬, en dus boven alles op God ge¬richt. Dat zegt al het woord ‘engel’.Eigenlijk een heel gewoon woord dat je ook voor mensen gebruiken kunt: boodschapper, afgezant. Zeg maar: iemand die erop uit wordt gestuurd om een bepaalde opdracht uit te voeren of om berichten over te brengen. Psalm 91 zingt er zo van: Hij zal zijn engelen gebieden, ze sturen. En de engelen laten zich sturen. Zo in een andere psa¬lm: de engelen zijn sterke helden die Gods bevelen opvolgen, woord voor woord uitvoeren. Daarin zijn de engelen voorbeelden voor ons die de kinderen van God zijn. Ik denk aan die bede ‘Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel’, en hoe de catechismus dat uitlegt in zondag 49: geef dat we uw wil gehoorzaam zijn, zodat ieder zijn taak even trouw uitvoert als de engelen in de hemel doen.

Je kunt dus nooit over engelen praten los van God hun en onze Heer. De engelen en hun optreden zijn niet los verkrijgbaar. Laten we daar maar aan denken als we weer zo’n opzienbarend verhaal tegenkomen over iemand die een engel zou zijn tegen gekomen. Zeg niet meteen dat dat natuurlijk niet kan. Je praat zomaar mee met zovelen die engelen hebben opgesloten op de rommelzol¬der van achterhaalde voorstellingen, of in het sprookjesboek uit grootmoeders tijd. Daar horen de engelen niet thuis! Ze horen bij God, in zijn hemel. Ze worden nog steeds door Hem gestuurd om zijn wil te doen en om wie van God zijn, te dienen. Maar daar moet wat over engelen op ons pad verteld wordt, dan ook wel aan voldoen. Als wat over het optreden van een engel wordt verteld, niet klopt met wat de bijbel ons over de Here en over zijn engelen vertelt, houdt het er dan maar op dat het in elk geval geen engel geweest is. Vergeet niet dat satan zich kan vermommen als een engel van het lic¬ht. Dat staat letterlijk zo in de bijbel. We zijn gewaar¬schuwd.

In Hebr.1:14 staat opvallend: de engelen zijn ‘dienende geesten ‘. Geesten: je kunt ze niet zien, ze kunnen zich soms wel laten zien. Zoals de bijbel vertelt dat engelen soms aan mensen verschenen: aan Abraham, aan Zacharias, aan Maria, aan de vrouwen bij het graf en de discipelen na Jezus’ hemelvaart. Of ze het vandaag aan de dag nog doen? Zeg niet nooit. Wie zal het zeggen? Als God het nodig vindt, zou het ook nu kunnen. We moeten er maar niet op rekenen. We hebben een complete bijbel, en daarmee alles wat God te zeggen heeft. En Paulus zegt dat zelfs als een engel uit de hemel iets anders zou vertellen, we er niet naar moeten luisteren omdat het dan geen evangelie is.

Als de engelen dienende geesten genoemd worden, staat er letterlijke ‘liturgische’ geesten. Liturgie, dan denken wij aan wat we in de kerk doen: zingen, bidden, bijbellezing..Nou, de eerste taak van de engelen is God loven en prijzen. In de hemel, soms ook op aarde, zoals in de kerstnacht. We zongen ervan: “uw macht bezingen, Heer, de engelen in koor”. Maar de dienst van de engelen is breder. Ze vormen Gods leger. Zijn hemelse politiedienst. Ze vliegen als God hen zijn bevelen geeft. Vandaar dat engelen vaak met vleugels afgebeeld worden.Wat moet God groot zijn: de God van de hemelse legermachten!

dia 5 2. Engelendienst: ten dienste van ons.

Het valt niet zo op in de vorige ons nog bekende vertaling van Hebr.1:14. Het lijkt net of twee keer het¬zelfde woord wordt gebruikt: dienende geesten, ten dienste van wie het heil beërven.Maar dat is niet zo: in het grieks worden twee verschillende woorden gebruikt: liturgie en diaconie. De NBV geeft dat tweede woord voor dienen weer met: om bij te staan die gered worden. Ja, want de knechten van God worden erop uit gestuurd om de gelovigen – u, en jou, en mij dus ook – te hulp te komen, en te beschermen. Ze worden gestuurd, staat er, tot diaconie, als diakenen,voor wie door de Here Jezus zijn gered en op weg zijn naar het hemelse koninkrijk van God en van Christus. God geeft zijn engelen opdracht om waar nodig zijn kinderen te helpen en te beschermen. Ze zijn als het ware om ons heen om ons op te vangen en af te dekken tegen gevaren onderweg. Psalm 91 zingt indrukwekkende van die hemelse wegenwacht die op elk moment klaar staat om uit te rukken, om gestrande reizigers naar het rijk van God weer op weg te helpen. Tegelijk kun je spreken van Gods mobiele brigade, tot de tanden gewapend, in staat de aanvallen van de tegenpartij (satans leger) af te slaa¬n. Een hele rust op de gevaarlijke tocht over de smalle weg van het geloof. Als je een beroep doet op de hemelse alarmcentrale, wacht je nooit tevergeefs. 24 uur per dag is hulp voorhanden.

Ja maar, vragen we ons dan af, hoe werkt dat dan? Scherper nog: maar werkt dat eigenlijk wel, voor mij, in mijn leven? En u noemt voorbeelden: waarom was er geen engel toen en toen? Ik denk weer aan voorvallen die de krant en zelfs het jou¬rnaal hebben gehaald: een onbekende die op de rem zou hebben ge¬trapt, een vreemde hand die op het laatste moment aan het stuur rukte, witte gestalten die een kind opvingen dat uit een brandend huis sprong, mensen die bijna dood engelen zagen….

Maar wat we er ook van moeten denken, zulke gebeurtenissen zijn hoge uitzonderingen. De meesten maken nooit zoiets mee. En we kunnen een hele serie voorbeelden opnoemen waar het te¬gendeel gebeurde: wel een dodelijk ongeluk (waarom trok toen geen engel aan het stuur?), wel een lelijke smak gemaakt (en blijkbaar niet opgevangen), toch ziek geworden en gestorven. Terwijl zo’n psalm ons grote woorden na laat zingen: geen on¬heil zal u treffen, geen plaag zal uw huis, uw gezin treffen. Maar we hebben allemaal onze voorbeelden van rampen, ellende, ziekte, dood. En waar waren die engelen om ons op te vangen?

Maar de vraag is wat de Here ons echt belooft als het om de service-dienst van zijn engelen gaat. Of we de garantie hebben van geen ongelukken en geen ziekten, en wat we ook doen en hoe het ook gaat, sterren in de nacht, en bloemen op mijn wegen.Als we goed lezen, belooft de Here ons dat niet. Hebben we in elk geval onze eigen verantwoordelijkheid. Zoals de Heer ons leert in zijn botsing met satan die met een beroep op ps. 91 Hem wijs wilde maken dat de engelen Hem wel zouden opvangen als Hij van het tempeldak naar beneden sprong. U weet wat Je-zus toen zei: geen denken aan, je mag God niet uitproberen..niet jezelf moedwillig in gevaar begeven: God redt toch wel. Zo niet. Hoe de engelen helpen en ons beschermen, kunnen we uit die paar woorden in Hebr.1,14 leren: ze worden “uitgezonden om hen bij te staan die deel zullen krijgen aan de redding”. De hulpdienst van de engelen is er voor alles op gericht dat Gods kinderen niet onderweg verongelukken en hun bestemming missen.

Natuurlijk bedanken we de Here ook als Hij ons spaart in het verkeer en veilig thuis brengt,misschien na een bijna-ongeluk. Dat we er goed van af kwamen bij die aanrijding: wonderlijk gespaard werden. Dat de operatie goed is afgelopen. Je wordt er soms heel nadrukkelijk bij bepaald: door het oog van de naald. Wie zou niet God danken voor zijn engelen die je hebben opgevangen en op handen gedragen? We doen het veel te weinig. Denken misschien er nog wel aan God te bedanken, maar zomaar zonder met name die engelen te noemen die God gestuurd heeft. Maar ook als het anders ging – wel een dodelijk ongeluk, niet door de operatie heen gekomen, wel in de gevangenis ge¬storven om het geloof, of in het concentratiekamp vergast, ook dan waren er de engelen, nu om naar God te dragen. Zoals in dat verhaal van Jezus: engelen droegen de arme Lazarus tot in Abrahams schoot. Zoals een hemels escorte van vuur Elia op kwam halen. Zoals de engelen een kind van God dat sterft, al staan op te wachten. En ze als de Heer terugkomt, allen die in Hem hebben geloofd, ophalen en meenemen naar de nieuwe aarde.

Kijk, want de bescherming van de engelen gaat juist ook door gevaren en rampen heen, en aan het eind zelfs langs dood en graf. De Bijbel zegt niet dat iedereen een beschermengeltje heef¬t, en mensen die denken een engel ontmoet te hebben zonder dat ze in de Heer van de engelen geloven, worden niet door zulke ervaringen gered. Als geloof uitblijft, zullen ze uiteindelijk echt met de engelen van God te maken krijgen, als die de straf van God uitvoeren.Maar de engelen zijn blij over elke zondaar die zich bekeert. Ik las ergens: “de engelen van de bijbel willen vooral naar Jezus Christus wijzen. Ze willen mensen brengen tot het geloof in Hem en hen in dat geloof versterken. Dat alleen kan zeker¬heid geven. Een engelverschijning niet”. Ook hier geldt het woord van Jezus: zalig wie niet zien, en toch gelooft. Als je zonder te zien, er op rekent dat engelen je op handen dragen!

dia 6 3. Engelendienst: die hebben we te danken aan Jezus Christus.

Het is een hele luxe permanente bewaking en bescherming bij elke stap die je zet. Zodat je zelfs niet valt over een steen. Als je dat heel letterlijk neemt, gaat het lang niet altijd op. Wie struikelt niet een keer, valt met de fiets, breekt een arm of een been. Niemand zal denken dat er altijd een engel naast je loopt of met je mee fietst. Wie dat verwacht, wordt elke dag teleurgesteld: zie je wel, dan engelen niet bestaan!
Maar als je aan die smalle weg van het geloof denkt, dan mag je op de engelen rekenen. Op die weg achter de Here Jezus aan mag je overeind blijven. Zullen de engelen de duivel wegjagen als die je wil laten struikelen. Brengen ze je veilig thuis.
Ik zei: een hele luxe. Wij zouden zeggen: een VIP behandel¬ing. Alleen heel belangrijke en dure mensen hebben altijd een stel bodyguards in de buurt. Zoals de koning en koninging permanent wordt bewaakt en andere belangijke mensen ook. Maar u en jij zijn blijkbaar nog belangrijker dat niets minder dan een hemels leger ingeschakeld wordt ter bewaking. Ja, maar we zijn ook duur en belangrijk. Zo kostbaar in de ogen van God dat zijn eigen Zoon zijn leven voor ons over had.¬ De Koning wil ons maken tot kro¬onprinsen en kro¬onprinsessen¬. Om straks over zijn rijk te regeren als koningen en koninginnen. Gelovigen, zwak en onbetekend in zic-hzelf, zij zijn de werkelijke VIP’s! God zet zijn elite-troepen in om die VIP’s te beschermen.

Natuurlijk hangt er aan die voortdurende bewaking en begel¬eiding een prijskaartje. Dat is makkelijk duidelijk te maken met een actueel voorbeeld. Helaas is het in onze tijd nodig dat bij belangrijke voetbalwedstrijden veel politie op de been is: om de supporters van en naar het stadion te begeleiden, en rellen te voorkomen, of als die toch komen, er een eind aan te maken. Dat kost soms honderden agenten en dus heel veel geld. Begrijpelijk dat steeds weer de discussie oplaait: wie zal dat betalen? De overheid, en dus alle burgers (ook die er niks mee te maken hebben en niks om voetbal geven)? Of de clubs, en dus de supporters zelf, die zo nodig naar zo’n wedstrijd willen?

Gelukkig hoeft die vraag – wie zal dat betalen – ons niet wakker te houden als het om de inzet van Gods politiemacht gaat. Daar is allang voor betaald. Daar heeft Jezus voor betaald. Hij is zelf de commandant die hemelse vredesmacht geworden. Hij heeft toch alle macht in de hemel en op de aarde. Hij is de Opperbevelhebber van de hemelse legermachten.We hebben het gelezen: Hij is “ver verheven boven de engelen”. Letterlijk staat er: zoveel machtiger dan de engelen is Hij geworden. Daar heeft Hij een hoge prijs voor betaald. De Zoon is eerst minder geworden dan de knechten: heeft zich vernederd en is gelijk geworden aan zondige mensen (zonder zelf zondaar te zijn), en is lager gaan staan dan die engelen die als knechten eigenlijk zijn ondergeschikten waren…Hij kwam zelfs om ons te dienen. Steeds dieper zien we de Heer er onder door gaan. Toen de satan Hem wilde overhalen ongehoorzaam te zijn aan de Vader – b.v. door van het dak te springen: de engelen vangen mij wel op! – en Jezus satan overwon – toen kwamen de engelen Hem dienen. In Gethsemané kwam er nog een engel om Hem kracht te geven. Maar op Golgotha trokken de engelen zich terug. De Zoon werd door zijn Vader verlaten, en dus bleven de engelen weg. En daar koos de Heiland bewust voor. Hij zei: als ik mijn Vader om hulp vroeg, zou Hij me zo twaalf legioenen engelen sturen. Dat de Heer dat niet deed, was om ons. Opdat wij gered zouden worden. Opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden en de engelen altijd klaar zouden staan om ons te hulp te komen. Als wij maar naar de Heer Jezus vluchten, en God om die militaire bijstand vragen. Doe maar rustig. Het is echt gratis. Maar dan moeten we er wel om vragen. En geloven dat die hulpvraag beantwoord wordt. De Heer wil onze ogen er voor openen zoals eens de ogen van de doodsbange knecht van de profeet Elisa: dia 7 die bij ons zijn, zijn meer dan die van hen. Dat geeft een veilig gevoel: ik hoef niet bang te zijn….!

dia 8 4. Engelendienst: tot aan de laatste dag.

Als geen kind van God meer gevaar loopt. En de engelen de laatste gelovige heb-ben binnengebracht. En er niets meer rest dan te loven. Mensen en engelen samen, met vreugde waar alles bij verstomt.
dia 9
amen

¬

liturgie avonddienst 10 juli 2016

welkom
zingen: NLB 268: 1,2

1. Goede herder, als wij slapen,
heel deze nacht,
waak dan over al Uw schapen,
heel deze nacht.
Dat wij dromen zonder zorgen,
veilig rusten tot de morgen,
leve God, bij U geborgen,
heel deze nacht.

2. Geef dat wij hier nooit alleen zijn,
bij dag en nacht,
engelen steeds om ons heen zijn,
bij dag en nacht.
Dat de doden bij U leven,
eeuwig in Uw licht geheven,
allen door Uw trouw omgeven,
bij dag en nacht.

votum en groet
zingen: Ps. 89: 1,3
gebed
Schriftlezing: Psalm 91
zingen: Ps. 91: 5,6
Schriftlezing: Heb. 1
zingen: Ps. 103: 8
verkondiging: Psalm 91: 11 en Heb. 1: 14
zingen: Gz. 68: 1,2 GK
geloofsbelijdenis
zingen: Gz. 68: 3 GK
gebed
collecte
slotzang: Gz. 144: 1,3,4,6 GK
zegen
amen: Gz. 144: 7 GK

1 Petrus 2: 19-21: Lijden als roeping

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
Twee zondagen geleden ging het over het leven als christen als offer.
We kwamen erachter dat God niet allereerst dingen vraagt, spullen, of
van allerlei als prestaties, maar dat Hij graag ziet dat wij onszelf, ons hart
en ons hele leven, richten op Hem en dat ook door naar elkaar en andere
mensen om te zien, en door daarin steeds meer op Jezus te gaan lijken.
Het ging in de preek ook over het aanleren en samen oefenen van deugden
als geduld en gastvrijheid, dienstbaar zijn aan elkaar, en vrede nastreven.

Wat niet vanzelf gaat omdat wij mensen vaak last hebben van weerstanden
in onszelf, van verkeerde karaktereigenschappen en van slechte gewoontes, en
dan is er nog het klimaat van de samenleving om ons heen waar van allerlei
kanten ons gezegd worden dat we vooral voor onszelf moeten opkomen en
voor eigen land en volk met wat dan onze westerse normen en waarden
zouden zijn – en je als christenen steeds meer in de minderheid komt en
scheef wordt aangekeken als je aankomt met christelijke normen en waarden
als barmhartig zijn ook en juist voor wie in de knel zitten als vluchtelingen,
asielzoekers, voor het kwetsbare leven aan het begin en aan het eind, voor
een vrijheid in verantwoordelijkheid, met respect voor iedereen en waarin niet de vrijheid om de ander te beledigen maar de vrijheid om te dienen drijfveer is……
dia 2
Het kan zomaar voelen als steeds meer vreemd in eigen omgeving en eigen land als
normen en waarden die we hanteren op elkaar gaan botsen en christenen steeds meer een minderheid worden aan de zijlijn, net zoals het was in de tijd dat Petrus deze brief schreef aan mensen die hij aanspreekt als vreemdelingen ver van huis.
Wat hier niet betekent dat ze uit een ander land gekomen waren maar dat ze door
hun bekering tot God en Jezus eruit lagen en ook zichzelf niet meer thuis voelden
in hun stad of dorp, buitenbeentjes in de familie, en zelfs bespot en belasterd werden als waren ze slechte mensen die de belangen van hun medeburgers schade deden.
Petrus schrijft zelfs dat zijn lezers voor misdadigers werden uitgemaakt; in 3: 16 staat
dat de omgeving zich honend uitliet over hun goede, christelijke levenswandel.
Als dat je overkomt – en dat kan ook vandaag aan de dag in een vrij Nederland – dan kan dat voelen als lijden dat het willen volgen van Jezus meebrengt, ook al is dat heel anders dan onze geloofsgenoten moeten lijden in andere delen van de wereld.
dia 3
Dat bepaalt ons meteen bij dat er heel vormen zijn van lijden, en dat het dus de vraag is waar het over gaat als de Bijbel zegt dat lijden hoort bij christen – zijn, en Jezus zijn leerlingen en ons meegeeft dat wie Hem volgt, zijn kruis moet opnemen.
Wat is dat kruis concreet, wat houdt dat lijden in, voor ons vandaag, in dit land?

Als we de Bijbel erop naslaan, komen we erachter dat er heel veel kanten aan zitten.
Beslissend is natuurlijk vooral wat de Heer Jezus er zelf over zegt als Hij mensen oproept om hem te volgen, en dat je dan wel moet bezinnen eer je eraan begint.
Wat ermee begint dat je Hemzelf leert kennen en beseft wat Hij is komen doen.
Dat was voor de eerste leerlingen een hele schok, en het stuitte op veel weerstand.
Toen Jezus het had over zijn eigen lijden, kwam alles in Petrus daartegen in verzet:
“Nee, dat mag niet gebeuren! God zal u beschermen, Heer!” . Het klonk vroom en het was echt gemeend want Petrus hield van zijn meester en wilde niet dat Hij zou worden afgewezen en veroordeeld en ter dood gebracht – maar ondanks zijn goede bedoelingen zat hij er helemaal naast: “Achteruit jij, satan (= tegenstander)! Houd me niet tegen. Jij denkt aan wat mensen willen, maar niet aan wat God wil.”. Mensen – Petrus zelf voorop – willen een sterke leider, iemand om tegenop te kijken en achterna te gaan en mee voor de dag te komen; niet iemand die zich als een loser laat arresteren en veroordelen. Wat moet je nou met een koning zonder zwaard?

Later noemt Paulus de boodschap van het kruis aanstootgevend: “Joden ergeren zich daaraan….Grieken vinden het onzin”. Maar “God is wijzer en sterker dan mensen”…”de dood van Christus is het bewijs van Gods wijsheid en macht”.

Nou, daar waren Petrus en die andere leerlingen nog lang niet aan toe, dat hebben ze door schade en schande – tot zelfs de verloochening van zijn Heer door Petrus -
en vooral door het geduld en de liefde van Jezus zelf – moeten léren geloven.
Zodat Petrus later er zo over kan schrijven in zijn brief: “Christus heeft geleden, om uwentwil….Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonden, rechtvaardig zouden leven”.
dia 4
Lees over dat laatste niet heen: Christus is voor onze zonden gestorven om zo onze schuld bij God te betalen en de straf te ondergaan die wij verdiend hadden, maar daar blijft het niet bij, het vervolg is dat wij nu ook een ander, nieuw leven leiden:
“opdat wij rechtvaardig zouden leven”….”nu kunnen wij leven zoals God het wil”- BGT
Vandaar de nadruk die Petrus erop legt dat Jezus in zijn lijden en de manier waarop Hij omging met het onrecht dat Hem werd aangedaan – niet dreigen, niet terugschelden, geen kwaad met ander kwaad vergelden – ons een voorbeeld heeft gegeven, ter navolging: “treed dus in de voetsporen van Hem”. Volg Hem echt na!

Nou, dat was wat Jezus zelf had gezegd, toen Petrus niks wou weten van een Meester die moest lijden en zou sterven – waar Bonhoeffer – die zelf aan den lijve heeft ervaren wat volgen van Jezus tot gevolg kan hebben – lijden tot de dood erop volgt – waar Bonhoeffer van zei dat het protest van Petrus zijn onwil is zich te schikken in zijn lijden – en dat is eigen aan de mens, ook aan de kerkelijke mens.
Want wie wil nou uitgestoten worden, genegeerd, wie wil lijden en zelfs sterven?
Laten we Petrus er maar niet hard om vallen, hoe zouden wij er zelf mee omgaan?
Stel dat wij in Syrië woonden, of in Irak, in Noord-Korea, of ergens op de vlucht?

Als Jezus het heeft over wat het volgen van Hem inhoudt en tot gevolg kan hebben,
dwingt hij niemand maar laat hij wie naar Hem luisteren de keus: “wie achter Mij
aan wil komen….”, als Jezus iemand oproept Hem te volgen, is de keus aan hem.
Maar dan moet je wel weten wat je doet, wat het kan kosten, en wil je dat echt?
Want het is niet vrijblijvend en het is vaak geen successtory maar een survival.
Juist omdat die boodschap en het leven van Jezus tegendraads is en dwars.

Nee, dat is niet een oproep om naar een martelaarschap te streven, zoals je dat
in sommige extreme kringen van de Islam tegenkomt, b.v. bij zelfmoordterroristen,
en het ook wel in de eerste eeuwen van het christendom af en toe de kop opstak.
Maar dat is niet de bedoeling van wat Jezus zegt over lijden en over kruisdragen.
In elk geval is het lijden van Jezus zelf uniek: Hij moest sterven voor onze schuld.
Voor wie Hem volgt kan het ook uitlopen op gevangenschap en zelfs de dood, maar dat is niet een soort ideaal, en al helemaal niet iets om bij God eer te verdienen.

Ik gaf al aan dat het lijden dat je kan overkomen, heel veel vormen kan aannemen.
Zo krijgen veel mensen, ook gelovige mensen, te maken met de gevolgen van de
zonde als ziekte, pijn, aftakeling, natuurgeweld, en ook oorlog en conflicten – en als je dat als christen overkomt, is het je roeping om daar goed en gelovig mee om te gaan: in gesprek met God, met hulp van anderen, met vallen en opstaan ook vaak.
Ik las: in dit lijden mogen we vasthouden aan Gods belofte dat we zullen worden bevrijd van de gebrokenheid en sterfelijkheid als gevolg van de zondeval. We gaan
er vanavond dieper op in als het over Gods leiding en ons lijden gaat, en over Job.
dia 5
Maar er kan ook lijden zijn omdat je wilt leven als christen, b.v. door op te komen tegen onrecht, door het op te nemen voor vluchtelingen terwijl anderen ze niet moeten, door christen te zijn op je werk, door niet mee te doen aan grof gepraat of gescheld, wat je kan komen staan op onbegrip, eenzaamheid, spot zelfs, of echt tegenwerking – als klokkenluider b.v. of hulpverlener of gewoon als goede burger.
Over dat soort lijden gaat het in de tekstverzen uit deze brief van Petrus: “het is een
blijk van Gods genade,wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden”.
Letterlijk staat er zoiets als: wanneer je dat verduurt, volhoudt, zonder uit reactie terug te slaan of terug te schelden, als je liever onrecht lijdt dan onrecht doet.
Daar gaf de Heer Jezus zelf een voorbeeld van: “Toen hij werd uitgescholde, schold hij niet terug. Toen de mensen hem lieten lijden, bedreigde hij hen niet”. (vers 13).

Wat heeft Petrus door de jaren heen veel geleerd van zijn Heer, en veel afgeleerd.
Wat valt er voor ons nog veel te leren en af te leren, in de kerk en de samenleving.
Ja, en te beginnen in eigen huis, gezin, werksfeer – waar Petrus het ook over heeft:
mannen en vrouwen, slaven en heren – tegenwoordig zouden we zeggen: de chef
en de collega’s – ook als ze onredelijk zijn, of onmogelijk, irritant – wat lijden kan meebrengen, en stress oplevert, en zomaar een tegenreactie zodat het escaleert.

Het lijkt dan wel erg soft allemaal en meegaand van die vroeger opvliegende Petrus, zelfs zo dat hij de slavernij gewoon accepteert en de bazen de hand boven het hoofd houdt, en zelfs oproept om de heidense gezagsdragers te gehoorzamen: “erken omwille van de Heer het gezag van de bestuurders die door de mensen zijn aangesteld: van de keizer als de hoogste autoriteit en van de gouverneurs, die hij heeft afgevaardigd om de misdadigers te straffen en te belonen wie het goede doen”.

Ja, en zelfs – speciaal tegen die gemeenteleden die als slaaf bij een heidense en vaak harde en onredelijke baas moesten werken: “erken het gezag van uw meesters en heb ontzag voor hen, niet alleen voor de goede en rechtvaardige, maar ook voor de onrechtvaardige” – geen populair verhaal, toen niet en vandaag ook niet, luister maar naar hoe wordt gepraat over ministers of de burgemeester, over werkgevers,
over docenten op school of over mensen met een publieke functie – en als je het
ergens niet mee eens bent, ga je de straat op of je spuwt je gal via social media.
dia 6
Zeker, het was toen een andere tijd, en er is van de sociale verhoudingen toen en van de slavernij en het onrecht daarachter, en van het beleid van machthebbers,
heel veel te zeggen, wat de Bijbel niet goedpraat, ook in deze brief niet – maar het gaat hier om hoe je als christen omgaat met onrecht, met leed dat je niet hebt
verdiend maar juist je treft omdat je het goede blijft doen en uit bent op vrede.
Het is treffend en ook erg actueel wat in vers 16 staat: “Leef als vrije mensen, en verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, maar handel als dienaren
van God” – in lijn met een uitspraak van die andere apostel, Paulus, in Gal.5: 13:
“Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde” – echt een gouden regel!

En denk niet dat de Bijbel hier een kadaverdiscipline leert of dictatuur goedpraat.
Letterlijk staat er dat het genade is als iemand met een geweten dat op God is afgestemd, dingen moet verdragen die pijn doen, onrecht zijn, schade veroorzaken.
Dat kan juist als je in geweten niet kan en mag doen wat een baas of de overheid van je verlangt; dan moet je God meer gehoorzamen en doen wat goed is in de ogen van God en goed is voor je medemens,ook als dat in je nadeel is of lijden meebrengt.
Dat is niet iets om verbaasd over te zijn, maar dat is – schrijft Paulus – onze roeping.Dan mag je erop vertrouwen dat het uiteindelijk goed uitpakt, en God je zal belonen.

Zover kan het gaan als je dienstbaar wilt zijn, aan God en aan de mensen om je heen….met de belofte die wordt meegegeven in 3: 9: “Jullie zijn uitgekozen om goed te doen. Wens mensen dus het goede toe. Dan zal God ook goed voor jullie zijn”.
En in 5:10 sluit Petrus af met een geweldig sterke tekst, om in te lijsten en vooral
je eigen te maken en ook om elkaar ermee moed in te spreken:
dia 7

amen

liturgie morgendienst zondag 19 juni 2016
thema: Lijden als roeping

votum en groet
zingen: Ps. 42: 1,5,6 Levensliederen
1. Als een hulpeloze hinde,
die naar stromend water smacht,
zo verlang ik u te vinden,
u, mijn God, op wie ik wacht.
Ik verlang naar God, die leeft,
die mijn ziel te drinken geeft.
Wanneer zal ik hem ontmoeten,
zal Gods glimlach mij begroeten?
5. God de HEER geeft zijn genade,
overdag – en ’s nachts een lied.
Bij mijn rots ga ik te rade:
‘Waarom komt en redt u niet?
Waarom laat u mij alleen
met de vijand om mij heen?’
Lachend laten zij me weten:
‘Is jouw God je soms vergeten?’
6. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld –
dat je hem weer prijzen zult.
Ik kijk uit naar nieuwe tijden,
want mijn God zal mij bevrijden.
wet van de HEER
zingen: Lied 92. 1,2,5
gebed
Schriftlezing: Matt. 16: 21-28
zingen: Gz. 79: 3,5
Schriftlezing: 1 Petrus 2: 11-25
zingen: ‘Een christen zijn op aarde’ (1,3)
(tekst: Hans Mudde, mel:Ps.128)
1. Een christen zijn op aarde is altijd tweeërlei.
Een zondaar en rechtvaardig,/ gebonden zijn en vrij.
Van meet af aan verloren / en zonder eigen kracht,
maar in de doop herboren / en aan het licht gebracht.

3. Een christen zijn op aarde / is vrij in alles zijn.
Aan niemand onderdanig, / volkomen soeverein.
En tegelijk dienstvaardig / als ieders onderdaan,
bereid in goede daden / de ander bij te staan.

verkondiging: 1 Petrus 2: 19-21
zingen: Lied 442: 1-4
gebed
collecte
zingen: Ps. 66: 3,5,7
zegen
amen: NLB 425