Moeten kinderen boeten voor de zonden van hun ouders? Exodus 20: 5b-6

Liturgie morgendienst

Openingslied: Opwekking 481 ‘Ik aanbid U’
Belijdenis van afhankelijkheid en vertrouwen – amen
Groet – amen
Zingen: Ps. 103: 3,6,7 ‘Hij is een God van liefde en genade’
Opwekking 518 ‘Heer U doorgrondt en kent mij.
Gods wet Exodus 20: 1-17
Bijbellezing: Ezechiël 18
Zingen: Ps. 90: 1,8 ‘Gij zijn geweest, o Heer, en Gij zult wezen
Preek – Exodus 20: 5b-6 ‘Moeten kinderen boeten voor de zonden van hun ouders?”
Zingen: Opwekking 726 ‘Er is een onbegrensde liefde’
Gebed
Collecte
Kinderlied
Zingen: Opwekking 378 Ík wil jou van harte dienen’
Zegen

dia 1 Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Het is ongeveer 15 jaar geleden dat de Nieuwe Bijbel Vertaling tot stand kwam.
Meteen werd al aangekondigd dat de gebruikers commentaar konden leveren.
Dat wat er binnen zou komen aan kritische opmerkingen en suggesties tot verbetering zouden worden meegenomen, voor t.z.t. een herziene versie.
Daar zijn de mensen van het Bijbelgenootschap al heel wat jaren mee bezig.
En houd u maar vast: het zal wel uitdraaien op straks weer een nieuwe bijbel…..

Daarover nu niet verder, het gaat ons vanmorgen om onze tekstverzen.
Om de formulering van het tweede gebod waar eigenlijk al vanaf dat de NBV
in gebruik genomen werd, veel kritiek over is losgekomen.
Dan gaat het er vooral om dat er staat dat God de kinderen zal laten boeten
voor de schuld van ouders die, tegen dit gebod in, andere goden gaan dienen
en beelden vereren, en dat God er zelfs kleinkinderen en achterkleinkinderen voor zal straffen, want er staat “ook het derde geslacht en het vierde” – dat gaat ver:
van grootouders tot en met achterkleinkinderen – van heel oud tot nog heel jong.
dia 2
Nou, en als je dat zo leest of hoort in de kerk, komt het hard aan – misschien niet
als je het voor de zoveelste keer hoort en het dus niet meer echt hoort , want zo
gaat het vaak met overbekende teksten, zoals vroeger toen de tien geboden elke zondag voorgelezen werden in elke zondag bijna dezelfde woorden – en ook nog
ouderwetse taal: “Ik ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die
Mij haten”- bekende taal voor ons ouderen maar snappen jullie er iets van…?
Dan is een nieuwere meer eigentijdse vertaling heel goed, maar juist dan komt het harder binnen dan als de taal ouderwets is en dus verder van je af staat….maar dat ‘bezoeken van de ongerechtigheid aan de kinderen” betekende ook ‘vergelden’, je erop afrekenen – en de BGT is zo mogelijk nog harder, daar staat dat God ook de nakomelingen zal straffen van wie ontrouw is aan God en andere goden gaat dienen.

Kijk, en dan gaan we steigeren want het is toch niet eerlijk als je opa of oma, je vader
of je moeder, verkeerde keuzes gemaakt hebben, iets verkeerds hebben gedaan, en
dat jij daar dan op aangekeken of zelfs voor gestraft wordt – en als dat er toch zo staat, dan moet er iets mis zijn gegaan, want dat kan God toch zo niet bedoelen?
Wie dat denkt en zegt, heeft gelijk want dat staat in de Bijbel, dat het zo niet zit.
We hebben juist daarom dat best lastige hoofdstuk uit Ezechiël gelezen, waar staat dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen daden, en dat je niet je kunt verschuilen achter wat je ouders of grootouders verkeerd hebben gedaan, en dat je ook niet gestraft zal worden voor wat anderen aan schade hebben aangericht. Ook Paulus schrijft erover in zijn brief aan de Romeinen: “God zal alle mensen geven wat ze verdienen”. En: “God beoordeelt ieder mens op dezelfde manier” (Rom. 2; BGT)

Terug naar de vertaling van dat tweede gebod, in Exodus 20 en ook in Deut. 5.
Er is heel wat geschreven en ook te zeggen over woorden en hun betekenis, dat laten we vanmorgen maar liggen, maar in elk geval zijn de deskundigen bezig om de vertaling zo te krijgen dat het niet het misverstand in de hand werkt dat God mensen beoordeelt en bestraft om dingen waar zij zelf niets aan kunnen doen, zo is God niet.
Een poging om hieruit te komen is b.v. in plaats van ‘laten boeten’ te vertalen met:
“Als ouders mij haten, roep Ik voor hun zonde hun kinderen ter verantwoording”.
Misschien wordt het dat, maar het blijft lastig, want wat is nou precies bedoeld?
En ook iemand ter verantwoording roepen voor wat een vorige generatie op zijn geweten heeft, ervaren we gauw als niet eerlijk: maar kan ik daar wat aan doen?
Het was een vreselijk dilemma kort na de oorlog en er is veel is misgegaan, b.v. met de kinderen en kleinkinderen van NSB’ers en SS’ers; het speelt nu weer bij de vraag wat te doen met kinderen van jihadstrijders en Syriëgangers: lastig en gevoelig

Laten we om daar achter te komen, ons verdiepen in wat het tweede gebod bedoelt.
En dan is goed te beseffen dat niet kinderen of kleinkinderen maar de ouders, de generatie die als eerste dit gebod heeft meegekregen, worden aangesproken: weet dat jullie keus, dat wat jullie doen en laten, doorwerkt op je kinderen en daarna. En dan is dat gezegd juist bij dat gebod over de Heer dienen of niet, en hoe je dat doet.
Het volk dat uit Egypte met zijn vele goden en godenbeelden was bevrijd en dat op weg was naar Kanaän waar ze ook allerlei goden vereerden met beelden en onder heilige bomen, werd gewaarschuwd om niet de Heer in te ruilen voor die andere goden en ook niet de Heer te vereren op dezelfde manier, alsof Hij een van die vele goden is: maak niet een beeld van Mij of je eigen denkbeelden over Mij, want Ik ben er niet zo eentje maar de heel andere echte God, en: Ik wil de enige voor jullie zijn.
Ja, en besef wel dat hoe jullie Mij dienen, invloed heeft op volgende generaties.
Dat als je kinderen een verkeerd beeld van hun God krijgen, ze dat zomaar gaan
overnemen en ook weer doorgeven, zoals dat ook gaat met een bepaalde manier van denken en van leven: goed voorbeeld doet goed volgen, andersom ook vaak.

Nou, en dat weten we allemaal wel, en dat geldt echt niet alleen voor het geloof.
Denk aan uitdrukkingen als ‘de appel valt niet ver van de boom’, ‘zo vader zo zoon, zo moeder zo dochter’, en ‘zoals de ouden zongen, piepen de jongen’. Is vaak zo.
Een paar voorbeelden om dat in beeld te krijgen kunnen helpen.
Als je als ouders ervoor kiest te verhuizen, naar een ander deel van het land, kies je ook voor je kinderen als die nog thuis wonen, die moeten naar een andere school, weg van hun vriendjes en vriendinnetjes, om een heel nieuw leven op te bouwen..
en misschien krijgen ze wel daar verkering en groeien hun kinderen daar op. Het kan
een heel goede keus zijn, maar die keus heeft hoe dan ook gevolgen….en dat is nog
veel ingrijpender als de verhuizing emigratie is: naar Canada b.v. of naar Australië.
Wat nog veel meer impact heeft is als ouders uit de kerk weggaan of zelfs het geloof verliezen, ook dat heeft invloed op kinderen en hun kinderen. En als kinderen in een crimineel milieu opgroeien is het erg lastig daarvan los te komen. Bekend is ook dat als ouders roken of veel drinken of als er drugs in het spel zijn, dat makkelijker door kinderen overgenomen wordt dan wanneer dat thuis totaal geen opties zijn…..
Zomaar wat voorbeelden van hoeveel invloed goede én slechte voorbeelden zijn.
Kijk, en daarop spreekt de Heer met dit gebod zijn volk toen en ons vandaag aan.
Niet om kinderen af te rekenen op gedrag waar ze zelf niet verantwoordelijk voor zijn maar om ouders te waarschuwen voor de gevolgen die hun keus kan hebben.

Waarbij volop overeind blijft staan dat elke generatie zelf verantwoordelijk is voor wat ze met een goed of slecht voorbeeld doen; er is altijd een weg terug, de weg van wat de Bijbel bekering noemt, en dan wil God graag vergeven en is er herstel mogelijk.
Precies daarover gaat het in Ezechiël 18, waar de tweede generatie van ballingen in
het verre Babel zijn nood klaagt over hun situatie, en God aanklaagt dat het niet eerlijk is dat zij uit hun land zijn weggehaald om wat pa en ma, opa en oma, deden.
dia 3
Er is zelfs een soort spreekwoord gangbaar geworden: ‘onze ouders hebben onrijpe druiven gegeten en nu krijgen wij, de kinderen, stroeve tanden’; wij zouden zeggen:
pa en ma zijn in de fout gegaan, en nu zitten wij met de gebakken peren –niet eerlijk!
In Jeremia 31 komen we klacht ook tegen, over onrijpe druiven en stroeve tanden.
En in Klaagliederen 5:7 staat een aangrijpende klacht, tussen de puinhopen van een
verwoeste stad Jeruzalem: dia 4“Onze voorouders hebben gezondigd, zij zijn er niet
meer; nu dragen wij hun schuld” – tegelijk voelen de klagers zich ook onderdeel van het volk dat heeft gezondigd: “wee ons,wij hebben gezondigd” (16), en zoeken ze steun bij God (20-21): “Waarom zou U ons voorgoed vergeten, ons voor altijd verlaten? Breng ons terug bij U, HEER, laat ons terugkeren, laat het ons gaan als voorheen.”

Waarmee we terug bij Ez. 18 diezelfde geluiden horen terugkomen: er is toch hoop!
Zeker, het is waar dat gedrag van de ene generatie gevolgen heeft voor de volgende.
Maar dat is niet een onafwendbaar noodlot, ook erfzonde is niet onomkeerbaar, en
elke nieuwe generatie staat voor nieuwe keuzes en heeft volop nieuwe kansen.
Ik las: “Elke mens is met onlosmakelijke banden aan het voorgeslacht verbonden.
En toch is ook weer elke mens een nieuw begin.” dia 5
Ezechiël geeft er de voorbeelden van, zowel in negatieve als positieve richting.
Stel dat een zoon of dochter in hetzelfde spoor gaat als vader of moeder, en het is een verkeerd spoor: dan moet hij of zij er de gevolgen van dragen, en is het te makkelijk om je te verschuilen achter vroeger, en je als slachtoffer neer te zetten. De voorbeelden zijn er van een zoon die breekt met het foute leven van pa, van een dochter die zich losmaakt van de negatieve invloed van moeders – hoe lastig ook. Andersom is een goede opvoeding en een liefdevol thuis niet de garantie dat het met je kinderen als vanzelf wel goed gaat, en hoef je ook niet waar het mis gaat met een schuldgevoel rond te blijven
lopen alsof je blijkbaar van alles verkeerd hebt gedaan. Dat kan je als ouders
slapeloze nachten bezorgen en je heel erg aan het twijfelen brengen over jezelf.
Wat terecht kan zijn – terugkijken, leren van je fouten, zelfs: er spijt van hebben – maar het ook dat je echt je best hebt gedaan en het toch anders gaat dan bedoeld.

Dat brengt ons op een belangrijk thema in onze tijd: gezins- en familieverbanden die in toenemende mate aandacht krijgen, vooral ook in begeleiding en hulpverlening.
Want ondanks de grote nadruk in de samenleving op elk mens als een individu, blijkt steeds meer dat het gezin waarin iemand is opgegroeid en de familie waar hij of zij een onderdeel van is,invloed heeft op de manier waarop een mens in het leven staat.
Ook je plek in het gezin heeft invloed: ben je de oudste of de jongste, of zat je ergens middenin; was je misschien enig kind, of juist eentje van een heel groot gezin – en als er een of meer kinderen waren die extra aandacht nodig hadden, wat deed of doet dat met jou….en is het gezin gesloten of juist een open huis voor anderen?
En zeker ook als dingen fout gaan: een scheiding, een depressie, conflicten binnen de familie maar ook in de buurt of op het werk of in de kerk, speelt vaak veel meer een rol dan alleen dat die ene persoon problemen heeft of conflicten veroorzaakt.
Frustrerend is ook als er familiegeheimen zijn die de een wel en de ander niet weet.
Of als er taboes spelen: zaken die niet bespreekbaar zijn, ‘want dan komt er ruzie’..
dia 6
Daarom komt vaak als er problemen zijn, naast persoonlijke begeleiding of zelfs behandeling gezinstherapie in beeld, met aandacht voor achterliggende systemen van hoe een familie functioneert of niet, een moeizame relatie met eigen vader of moeder of met schoonouders of anderen in gezin en familie, en als daar inzicht in komt en als het lukt verbetering optreedt, kan ook het beginprobleem aangepakt worden en vaak werkt dat voor het hele gezin helend en komt er een nieuwe start.
Vaak komen dan dingen aan het licht die ver terug gaan in de tijd: oorlogstrauma’s,
huiselijk geweld, misbruik – of werk dat een vader opslokte, of een al jong overleden ouder, een nieuwe relatie van vader of moeder na overlijden of na een scheiding – gepest zijn op school, een verkering die uitging – of heel iets anders moeilijks.
Niet voor niets verschijnen de laatste jaren veel boeken over de moeizame relatie van een schrijver met eigen vader of moeder,en de invloed die dat nog steeds heeft.
Het is goed daar oog voor te hebben, bij jezelf, bij anderen, in de samenleving. Het kan helpen jezelf en die ander beter te begrijpen, en beter met elkaar om te gaan.

Het komt misschien over als ver weg van het onderwerp: dat tweede gebod en wat eraan wordt toegevoegd over schuld van ouders en gevolgen voor kinderen. Maar het heeft er alles mee te maken want geen mens staat op zichzelf, los van zijn of haar voorgeslacht, is verbonden met familie en vrienden, dat bepaalt mee wie je bent geworden – maar tegelijkertijd: dat is niet een noodlot of een gevangenis waar je nooit los van kunt komen – we zijn allemaal mensen met een eigen zelf en met een eigen verrantwoordelijkheid, en met hulp van God mogen we groeien en kunnen we ook loskomen van verkeerde gewoontes en invloeden, kunnen we ons ‘bekeren.
Waarbij vaak ook er een reactie is precies de andere kant op die ook moeite geeft.
B.v. dat wie zelf thuis heel streng is opgevoed, eigen kinderen te vrij laat en bang is om grenzen te stellen of nee te zeggen, dat wie in zijn jeugd is verwaarloosd, nu zelf alles uit de kast haalt om het zijn kinderen naar de zin te maken, en daarbij zichzelf
voorbijloopt, dat wie ooit slachtoffer is geworden van misbruik, eigen kinderen zelfs niet durft aan te raken of te knuffelen – het zijn allemaal trauma’s, beschadigingen.
Die opgespoord en onderkend moeten worden en waar dat kan, behandeld…
Wat we in grote lijnen hebben geprobeerd mee te geven om over door te denken,
ligt denken we helemaal in lijn van wat die toespitsing op het tweede gebod bedoelt.
Niet als dreiging voor kinderen en kleinkinderen met straf op wat ooit in de familie misging, maar allereerst als waarschuwing voor volwassenen, ouders, grootouders, dat hoe je kiest, dat wat je doet en niet doet, zegt of juist verzwijgt, dat je voorbeeld, invloed heeft en gevolgen kan hebben, en dat het er dus wel op aankomt….maar ook dat het nooit een noodlot is en ook geen excuus voor volgende generaties want er is altijd een eigen verantwoordelijkheid voor wat je doet met je leven, en er is met hulp van anderen en door Gods genade en door het werk van zijn Geest, altijd een weg terug en dan weer vooruit, altijd een tweede kans en hoop op een nieuwe toekomst.

Dan kan er ook plaats zijn voor het besef dat geen mens perfect is en perfect hoeft te zijn: we mogen fouten maken, als we die onder ogen durven zien en bespreekbaar maken, zoals ook in de Bijbel staat dat we elkaar onze zonden moeten belijden – ouders doen er goed aan de kinderen toe te staan fouten te maken en ervan te leren, en ze te helpen om het een volgende keer anders en beter te doen –en wat kan het bevrijdend zijn als je als zoon of dochter merkt dat je ouders eerlijk toegeven dat ze ook niet perfect zijn, het ook soms fout gedaan hebben en doen, en je waar nodig laat merken dat je daar spijt van hebt en excuses voor maakt – dat geeft zoveel ruimte en de band met elkaar wordt er hechter door – je komt er echt sterker uit.
En de andere kant uit ook: geduld hebben met je ouders als die voor jouw gevoel je niet begrijpen, kort door de bocht reageren of je beperken in wat jij zou willen ….. praat erover, respecteer elkaar, en accepteer dat niemand perfect is en hoeft te zijn.
Naar het voorbeeld van God over wie we zongen dat Hij liefdevol is en genadig, en dus ook geduldig: “die ons niet doet naar alles wat wij deden”, en steeds opnieuw met mensen wil beginnen, “zoals een vader liefdevol zijn armen” naar ons uitsteekt. dia 7
Van daaruit is er veel voor te zeggen als overheid en samenleving kinderen en kleinkinderen van mensen die heel foute keuzes maakten te omarmen,goed te begeleiden en ze de kans te geven een nieuw leven op te bouwen, beter dan ze te laten opgroeien met haat en wrok, met alle kwalijke gevolgen die dat kan hebben.

Bijzonder hoe die toevoeging aan het tweede gebod uitloopt op een grandioos ruime, verstrekkende, bemoediging, gegrond op Gods trouw aan zijn beloften en verbond: “als ze Mij liefhebben en doen wat Ik gebied, bewijs Ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht”- hoe veel verder gaat dat dan de derde en vierde generatie!
En denk nou niet: dat eerste deel over ongehoorzaamheid en straf gaat over wie God de rug toekeren en hun nakomelingen – een hopeloos verloren generatie – en dat hoopgevende gaat over wie bij het geloof blijven en hun kinderen die dat ook doen.
Nee, juist wat we lazen in Ez. 18 laat zien dat het twee kanten op kan: onrecht en slechte dingen bij wie thuis het goede voorbeeld kregen – genade is geen erfgoed – terwijl ook als ouders verkeerd kiezen en een slecht voorbeeld geven, zoon of dochter de goede draad weer kan oppakken en dan ervaren mogen dat God trouw is en graag vergeeft – zoals in een psalm: “zijn heil omsluit de komende geslachten”.
Ja, en ook als je veel fout hebt gedaan en er spijt van hebt, wil God met je verder, mag je vragen om en rekenen op zijn vergeving, en mag je ook Gods hulp vragen om het weer goed te maken met mensen om je heen: je kinderen, je ouders, je naasten.

De NBV wordt herzien, zeker ook de tekst van dit tweede gebod wordt anders.
Wat er ook uitkomt, de bedoeling blijft staan, en Gods belofte ook – vertrouw daar maar op, want : “geslachten gaan, geslachten zullen komen, wij zijn in uw ontferming opgenomen” dia 8
amen
.

Filippenzen 4: 4-7: Verder in vertrouwen (afscheidsdienst)

Liturgie voor de afscheidsdienst van 26 november 2017

Welkom

Zingen: Gz. 163 (GK 2017) /ZG 213: 1,2,3 ‘Dit huis, een herberg onderweg’ .

1 Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.

2 Dit huis, waarin een gastheer is
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven:
een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad
struikelt en langer niet wil leven –
plaats tegen de neerslachtigheid,
een pleister van barmhartigheid.

3 Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase;
hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht,
hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend alwie binnengaat
en hier zijn lasten liggen laat.

Moment van stilte en gebed

Votum en groet

Zingen : Ps. 68: 7 LB ‘God zij geprezen met ontzag’

Zingen: Gz. 167: 1,2,3 GK (Opw. 167) ‘Samen in de naam van Jezus’

Verkondiging: Filippenzen 4: 4-7 ‘Verder in vertrouwen’

4 Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. 5 Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. 6 Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden. 7 Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
—————————————————————————————————————

Zusters, broeders, jongeren en al ouderen, gasten van dichtbij en verder weg, gemeente – laat ik het maar een keer wat ouderwets maar welgemeend zeggen, en de apostel Paulus nazeggen -: geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus…

Dan zitten we meteen op de toonhoogte van deze brief, die toon maakt de muziek:
“God is goed voor ons allemaal, en daarom voel ik me sterk verbonden met jullie…. Hij weet dat ik jullie liefheb, net zoals Jezus Christus jullie liefheeft”. (1: 7-8, BGT).
Dat gaat dieper dan elkaar sympathiek vinden of het in alles eens zijn, het heeft alles te maken met dat geweldige van Gods liefde in Jezus die ons aan elkaar verbindt.
En ook: “Door de Heilige Geest zijn jullie met elkaar verbonden” (2:1). In die verbondenheid hebben we met elkaar gemeente willen zijn hier in Langedijk e.o.,
en die verbondenheid heb ik ook steeds meer ervaren met leden van andere kerken.
Daarom geldt het jullie allemaal en ook zoveel anderen: geliefden in onze Heer’.
Zoals Paulus zijn brief begint: “aan alle mensen in de stad Filippi die dankzij Jezus Christus bij God horen”- lees er vandaag maar Langedijk voor en HHW en de plaats
waar u of jij woont en werkt – samen met wie nog niet onze Heer hebben leren kennen en voor wie het evangelie ook een boodschap heeft van blijdschap en vrede.

Er zitten nog heel wat meer herkenningspunten tussen deze brief en ons vandaag.
Nee, niet dat ik me vergelijk met Paulus en met de situatie waarin hij zat toen hij deze brief schreef aan de gemeenteleden van Filippi, de oudste christelijke kerk in Europa.
Paulus zat op dat moment in de gevangenis, waarschijnlijk in Caesarea, waar hij als gevolg van doodsbedreigingen van zijn Joodse volksgenoten in voorlopige hechtenis zat, in afwachting van zijn berechting en zijn uiteindelijke hoger beroep op de keizer.
Paulus was op dat moment onzeker over de afloop, vandaar zware woorden over een eventueel doodvonnis: “ook al zou mijn bloed als offer worden uitgegoten.”
Paulus hoopte dat ze elkaar zouden terugzien, maar zeker was dat helemaal niet.

Nou weet je dat laatste nooit want wij zijn allemaal kwetsbare mensen, maar als in Nederland een dominee afscheid neemt van zijn gemeente vanwege wat dan heet ‘leeftijdsemeritaat’- na in mijn geval ruim 37 jaar actieve dienst, en in gelukkig goede gezondheid, dan is dat vergeleken met Paulus erg geriefelijk.
Ik voel me vergeleken met iemand met zo’n veelbewogen leven die uiteindelijk dat leven heeft moeten opofferen voor zijn geloof in zijn Heer maar een heel klein mannetje, een heel klein knechtje van de grote Opdrachtgever, zoals wij allemaal ons maar heel klein moeten voelen en ons hopelijk er bewust van zijn en dankbaar voor zijn dat we zoveel ruimte en vrijheid hebben om te geloven en om kerk te zijn, zeker als we dat vergelijken met medechristenen die vervolgd worden of gevlucht zijn.
En wat ik net noemde: ik hoop dat ons afscheid vandaag niet voorgoed zal zijn.
De catechisanten zijn in elk geval nog niet van me af: ik heb beloofd tot aan de kerst mee te draaien, en dinsdag er al weer te zijn – en voor volgend jaar staan enkele preekbeurten ingeroosterd, en …we gaan het land niet uit, Loenen is zo ver niet.

Toch, bij alle verschil, als je deze brief leest is er wat mij betreft ook herkenning.
Ik denk aan wat Paulus met dankbaarheid noteert over die gemeente in Filippi, dat ze betrokken zijn op en veel hebben gedaan voor de verbreiding van het evangelie.
Ze zijn gegroeid in het geloof en willen dat graag delen en aan anderen uitdelen; dat was en is er ook hier in Broek op Langedijk, en dat steeds meer samen met anderen.
Ik denk aan mooie diensten en activiteiten die ik in de afgelopen jaren met allerlei
mensen samen heb mogen voorbereiden en vormgeven, als GKV en steeds meer samen als CGK en GKV, aan catechisaties samen met anderen, de laatste jaren vooral in heel goede samenwerking met collega Frank Meijer en Jan Pieter Balder.
Ik denk ook aan de jaarlijkse vespervieringen, en aan jongerendiensten samen.
En als kerken in dit dorp zijn we voor het tweede jaar bezig voor de kerstvieringen.
Ja, en natuurlijk is er dat wonder in de Stad van de Zon: HartvoorHeerhugowaard.
Om niet meer te noemen: de Witte Tent, Alphacursussen, WijsmetGrijs, Refresh.
Allemaal mogelijk door de inzet van heel veel verschillende mensen, en vooral mogelijk door de zegen van onze goede God, die geloof geeft en liefde werkt.

Ja, en tegelijk, ook moeiten die Paulus noemt, zijn van alle tijden en ook onze tijd:
druk en tegenwerking en teleurstellingen van buitenaf en van binnenuit, verschillen van mening en aanpak, de last van veel werk op weinig schouders, plannen die niet van de grond kwamen, en af en toe forse kritiek en weinig ruimte voor weerwoord.
Je komt het in deze brief allemaal tegen: aan de ene kant dat ze in de gemeente groeien in het geloof en dat ze van elkaar houden en goed voor elkaar zijn en dat ze met elkaar meeleven – maar ook dat ze niet moeten klagen en geen ruzie moeten maken, dat ze bescheiden moeten zijn en de ander belangrijker moeten vinden dan
zichzelf – en twee blijkbaar kijvende zusters worden met naam en toenaam genoemd
– Euodia en Syntuche – ze krijgen de opdracht om het weer goed te maken: “jullie moeten samen strijden voor hetzelfde doel want jullie horen bij dezelfde Heer”(4:3).

Paulus en ook de christenen in Filippi ervaren in de praktijk van elke dag dat geloven in de gekruisigde en opgestane Heer Jezus je leven redt en anders en nieuw maakt, maar ook dat geloof lijden meebrengt en offers vraagt,dat het op volhouden aankomt. Paulus heeft het over zijn eigen strijd – letterlijk: wedstrijd – zoals vaker worden termen uit de sportwereld gebruikt, zoals in 3: 14 waar Paulus schrijft dat hij het doel nog lang niet heeft bereikt, dat hij de finale nog niet heeft gehaald maar dat hij wil volhouden en in de race wil blijven om de hemelse prijs, de erekrans, te halen – en dat niet aan het eind van een carriere en al helemaal niet als een soort beloning, maar als geschenk van Gods genade aan het eind van dit leven, als de Heer zal zeggen: je was een trouwe knecht, kom maar binnen, mijn feest gaat beginnen.
We belijden: die beloning kun je niet verdienen, die krijg je als cadeau, van Vader.
Ik hoop er maar op, met Paulus, dat ook ik eens dat cadeau aangeboden krijg,
in het besef dat in die 37 jaar er ook veel ongedaan en misgegaan is, met de bede dat God dat wil vergeven en mensen me dat vergeven, en met de belofte van
1 Kor. 15: 58:”in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit vergeefs zijn.”

Nou, en dan zijn we precies – je denkt misschien wel, eindelijk! – bij dat wat voor mij
kernverzen zijn uit deze positieve, blije en tegelijk ook nuchtere en eerlijke brief. Een
brief die je kan lezen als afscheidsbrief maar toch ook weer niet – met voor wie het lezen kernachtige bemoedigingen en tegelijk aansporingen voor de tijd dat ze het voorlopig zonder hun gemeentestichter moeten doen die misschien binnenkort voorgoed e-meritus is, uitgediend, maar dat ze verder kunnen in vertrouwen.
Dat kan, want ze hebben hun Heer in de hemel door wie ze zijn gered en die er altijd voor hen is – daarom kunnen zij net als Paulus onder alle omstandigheden, blij zijn en de moed erin houden: “laat de HEER uw vreugde blijven, wees altijd verheugd”.

Dat is de toonhoogte door heel deze brief die wel de brief van de blijfdschap wordt genoemd – Paulus heeft het meer dan eens over de blijdschap die hij ervaart – en hij roept zijn lezers een aantal keren op net als zij blij te zijn met en door hun Heer.
Op het eerste horen kan het vreemd overkomen: kun je dan blij zijn op commando?
Zo’n feest is het leven vaak niet, en geloven is lang niet altijd makkelijk, en als je let wat gebeurt in en met de kerk is het vaak huilen met de pet op – afgelopen zondag ging het daar nog over, over Ezra en de tempelherbouw: hoe de een stond te juichen en de ander liep te huilen omdat het allemaal zo anders en minder was dan vroeger en hoe moet het verder, met al die veranderingen, en wat moet ik daar nou mee..?

Nou, wat Paulus niet bedoelt is zoiets als ‘keep smiling’ of ‘keep calm and carry on’, want dat lukt vaak niet – of altijd blijven lachen wat er ook gebeurt – dat werkt niet.
Maar het geheim van geloven = vertrouwen op Jezus en op God als je Vader – is dat je je gekend mag weten als geliefd kind van God en als gered mens door Jezus.
Een uitlegger zegt dat echte vreugde er is dankzij het sterven van Jezus voor ons, en natuurlijk hoort daar het vervolg bij: zijn opstanding en overwinning over de dood.
Ik las: “Vreugde geeft kracht om lijden en moeiten te dragen…Echte blijdschap vinden we in de nauwe verbinding met onze Heer Jezus Christus”. Het is zeg maar die troost en dat houvast van zondag 1 HCat.: altijd het eigendom van mijn Heer.

Ik denk – en hoop dat het is opgepikt – dat dat ook een van de rode draden is geweest door mijn werk heen en in mijn preken: samen verbonden in Christus, en waar die verbondenheid niet maar met de mond beleden maar in woord en daad wordt gezocht en beleefd en gevierd – denk vooral ook aan het avondmaal – daar kan het heel wat hebben en hoeven verschillen geen splijtzwam te zijn en vallen we elkaar niet aan, verschillend als we soms denken en zijn, maar vullen we elkaar aan.
Blijven we ook niet allemaal op ons eigen eilandje met onze blijdschap en met ons verdriet maar delen we wat we denken en voelen met elkaar, en ervaren we dat gedeelde vreugde dubbele vreugde is en gedeelde smart halve smart – echt waar!

Ja, en als je ondanks veel en door alles heen blij bent met en door je Heer, samen,
dan krijgt dat ook doorwerking en uitstraling in hoe je in het leven staat en hoe je kijkt naar elkaar en omgaat met elkaar en hoe we als christenen en als gemeente bekend staan bij de mensen om ons heen: “Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen.”
De vorige vertaling had: “uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend” – alle mensen!
Weer een Bijbelwoord dat mij uit het hart gegrepen is, en nog zo’n rode preekdraad. Het ging de afgelopen jaren misschien wel veel over onze houding naar elkaar en anderen toe, over christelijk omgaan met elkaar en over hoe herkenbaar we zijn.
Maar het valt me steeds weer op hoe vaak de Heer Jezus het erover had en wat Hij ons heeft voorgedaan, en hoe vaak de apostelen het erover hebben in hun brieven.

Het moet dus wel belangrijk zijn, en ook: hoe lastig is het blijkbaar voor een mens.
Om niet de eerste viool te willen spelen maar allemaal je eigen partijtje mee te blazen, in samenspel met de ander, om niet vooral veel te praten maar eerst goed te luisteren, om niet te oordelen maar elkaar de ruimte te geven, om te doen waar 37 jaar geleden mijn intredepreek in Loenen en Weesp over ging: “laat u als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis” (1 Petrus 2).

‘Vriendelijke mensen’, dat is maar niet dat je aardig bent of een allemansvriendje.
Het gebruikte woord kan ook betekenen dat je mild bent, welwillend, goedwillend.
Zo de HSV: “Uw welwillendheid zij alle mensen bekend.” (=tegemoetkomendheid).
Iemand schrijft: “Het is juist voor christenen, die vreemd worden gevonden door hun omgeving, belangrijk om zich niet terug te trekken – en ook om zich niet af te zetten, zeg ik erbij – maar zelf op een positieve manier onder de mensen te bliven komen.”
Dat is dus weg blijven bij en ophouden met negativiteit, betweterij, veroordeling.

Het was mij uit het hart gegrepen toen collega Meijer laatst woorden gaf aan het verlangen om te werken aan een open gemeente waar niemand veroordeeld wordt om wie hij of zij is, wat hij of zij denkt, maar dat iedereen zich echt welkom voelt.
Dat lied waarmee we begonnen is daarom een van mijn favorites geworden, over de kerk als herberg onderweg, toevluchtsoord en oase, plaats tegen neerslachtigheid
en tegen negativiteit – waar je nieuwe kracht kunt putten en je lasten kwijt kunt.
Ik wens jullie toe dat een nieuwe gemeente met nieuw elan daarvoor gaat – samen.
Dat veel mensen er binnengaan en ervaren hoe dat is: elke zondag Pasen=Leven.

Kijk, en dan hoef je ook niet krampachtig en bezorgd of zelfs bang de nabije en de verdere toekomst tegemoet te zien, niet voor jezelf, voor de kerk, of de wereld.
O ja, redenen genoeg om wél bezorgd te zijn of bang, of ‘verontrust’ zoals dat in de kerk soms heet: want wat gaat er allemaal nog meer veranderen in de kerk, hier plaatselijk, en landelijk, en waar gaat het heen met de wereld, en wat overkomt mij?
Wees er maar eerlijk over, praat er vooral open over met elkaar, maar verlies niet je Heer uit het oog en laat Hem je houvast en je vluchtplek en je vreugde blijven, wat Paulus ons ook meegeeft: de Heer is dichtbij, bereikbaar, bid maar veel, en dank.
Dat kun je persoonlijk doen, er is ook een gebedsgroep, en in de kerk doen we het elke zondag, en ook dat is een kracht van de kerk, en ook dat verbindt, en geeft rust:

“Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt, en dank Hem in al uw gebeden” – dat laatste hoort erbij en zet de toon want het geeft oog voor zoveel positiefs dat er is, zoveel zegen die God geeft, zoveel waar je voor kunt danken.
En vergeet dan vooral niet voor elkaar te danken, en voor de gemeente te danken.
Juist als je ook moeite hebt met ontwikkelingen, met veranderingen,of met mensen.
Zoals Paulus deze brief begint, en bijna al zijn brieven begint: ik dank God voor jullie.
Zie elkaar maar als cadeaus van God, en dan ook als opdracht en uitdaging, en bid vooral voor jezelf en voor elkaar, voor de gemeente als geheel en voor Gods wereld.

En dan ga je ook ervaren dat dat rust geeft en dat er dan balans in je leven komt.
De apostel bemoedigt zijn lezers: “Dan zal God zijn vrede aan jullie geven” vs. 7).
‘Zijn vrede’, staat er met nadruk bij, en “een vrede die alle verstand te boven gaat”.
Jezus zegt het ook: “mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.”
Wat wij onder vrede verstaan is vaak een gewapende vrede, een afgedwongen vrede, of een ‘ “laten we het daar maar niet over hebben, want dan krijgen we ruzie”- vrede’, dat je dingen die slecht en krom zijn maar laat wat ze zijn ‘om de lieve vrede’.
De vrede die God geeft is anders en echt: eerst dat het goed is en blijft met God – “als God voor ons is wie is nog tegen ons?” – en dan ook dat je in balans bent met jezelf en weet dat het hoe dan ook goed is en komt – zodat je ook vrede kunt hebben wat wat met jezelf en om je heen gebeurt, zeker als je daar zelf niets aan kunt veranderen, of als je merkt dat wat jij moeilijk vindt anderen blij en gelukkig maakt.
Laten we steeds meer en steeds weer verbinding zoeken met elkaar en met anderen,
waartoe Paulus in een andere brief ons aanspoort: “Stel, voor zover het in macht ligt,
alles in het werk, om met alle mensen in vrede te leven”. Alles in het werk stellen, het gaat dus niet vanzelf. En soms lukt niet: “voor zover het in uw macht ligt”. Hoe waar het dat je uiteindelijk alleen jezelf veranderen kunt, en dat is al een heel karwei.
Gelukkig dat we het niet alleen hoeven te doen, en dat God belooft dat die vrede die Hij in je hart wil leggen en ons steeds weer wil aanreiken – elke zondag en elke dag- beschermt tegen wat er aan onvrede en onrust en angst bij ons binnen wil komen:
“Die vrede zal jullie gevoel en jullie gedachten beschermen tegen alle kwaad”. Ïn Christus Jezus’, omdat, en als, we in verbinding blijven met Christus die de Vrede is.

Wat kan ik beter doen dan die vrede mezelf en u en jou toewensen, en toebidden?
En afsluiten met de verzen die Paulus op onze tekstverzen laat volgen, om mee te nemen, ieder naar eigen huis, en als huiswerk als gemeente voor de tijd die komt: “Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.”

Amen
Zingen: Gz. 174: 1-4 GK ‘Maak muziek voor God de Vader’

Geloofsbelijdenis van Nicea

Wij geloven in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Heer, Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader; door Hem zijn alle dingen geworden. Ter wille van ons mensen en van ons behoud is Hij neergedaald uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en is een mens geworden. Hij is ook voor ons gekruisigd onder Pontius Pilatus, heeft geleden en is begraven. Op de derde dag is Hij opgestaan overeenkomstig de Schriften. Hij is opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal in heerlijkheid weerkomen om te oordelen de levenden en de doden. En zijn rijk zal geen einde hebben.
En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten. En één heilige, algemene en apostolische kerk.
Wij belijden één doop tot vergeving van de zonden.
Wij verwachten de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw.

Amen

Zingen: Gz. 305: 1,2 LB ‘Waar God de Heer zijn schreden zet’ (NLB 723)

1 Waar God de Heer zijn schreden zet
daar wordt de mens, van dwang gered,
weer in het licht geheven.
Als ‘s Heren woord weerklinkt met macht
wordt aan het volk dat Hem verwacht
de ware troost gegeven.
Zijn Geest weerstaat de valse schijn
en schrijft in harten het geheim
van ‘s Vaders grote daden.
Zo leven wij om Christus’ wil
te allen tijd gerust en stil
alleen van zijn genade.

2 O Heer, uw onweerstaanbaar woord
drijft rusteloos de eeuwen voort
wat mensen ook verzinnen.
En waar de weg onvindbaar scheen
mochten wij door geloof alleen
de tocht opnieuw beginnen.
Gij hebt de vaderen bevrijd
en uit het diensthuis uitgeleid
naar ‘t land van melk en honing.
Hervorm, herschep ook ons geslacht,
opdat het door de wereldnacht
de weg vindt naar uw woning.

Gebed
Inzameling van de gaven

Zingen: Ps. 150: 1,2 Levensliederen ‘Zing het uit en prijs de HEER!
1. Zing het uit en prijs de HEER!
Prijs God, geef Hem alle eer!
In de tempel waar Hij woont,
in de hemel waar Hij troont.
Prijs zijn koninklijke hoogheid!
Prijs Hem om zijn scheppingsmacht.
Prijs Hem om zijn zeggingskracht.
Prijs zijn grenzeloze grootheid!
2. Dans! De toon is nu gezet.
Prijs Hem, ramshoorn en trompet.
Prijs Hem, snaren, harp en luit.
Prijs Hem, tamboerijn en fluit.
Prijs Hem, klinkende cimbalen.
Prijs Hem, bekkens: vol geluid!
Prijs de HEER en zing het uit
alles wat kan ademhalen!
Zegen

De Heer zal voor je zijn, om je de juiste weg te wijzen.
De Heer zal achter je zijn, om je te beschermen tegen gevaar.
De Heer zal onder je zijn, om je op te vangen als je dreigt te vallen
De Heer zal in je zijn, om je te troosten als je verdriet hebt.
De Heer zal om je heen zijn als een beschermende muur, wanneer je wordt aangevallen
De Heer zal boven je zijn om je te zegenen.
Zo zegene God u en jou, vandaag, morgen, al onze dagen, tot in eeuwigheid.
Amen.
Amen: Ps. 32: 3a/4b LL ‘Bij U vind ik een schuilplaats in gevaren’

Bij U vind ik een schuilplaats in gevaren,
ik voel me veilig, U blijft mij bewaren.
U bent het die mij liefdevol omringt
en met gejuich van mijn bevrijding zingt.
Eer aan de Vader, die om ons blijft geven.
Eer aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven.
Eer aan de Geest, die altijd voor ons pleit.
Drie-enig God, leef tot in eeuwigheid!

Psalm103: 13 en Lucas 11: 13: Elke dag Vaderdag (overdenking viering avondmaal)

Liturgie dienst van Schrift en tafel zondag 18 juni 2017
Votum en groet
Zingen: Ps. 119: 64
Wet van de Heer
Zingen: Ps. 119: 65,66
Gebed
Schriftlezing: Psalm 103
Zingen: Ps. 103: 5,7
Schriftlezing: Lucas 11: 9-13
Zingen: Gz. 39: 1,2
Verkondiging over dia 1 Psalm 103: 13 en dia 2 Luc. 11: 13 – ‘Elke dag Vaderdag!’
Zingen: Gz. 37: 1,5,8
Gebed
Collecte
Zingen: Lied 319: 1,4,5
Avondmaalsformulier V
Tafel 1: opwekking/viering/ Gz. 141: 1
Tafel 2: viering/dankzegging/ Gz. 141: 2
Zingen: Gz. 141: 3
Zegen
Zingen: Gz. 134: 6
————————————————————————————————————————-

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters, broeders, onder wie vaders/ moeders/ kinderen,…opa’s en oma’s,

Vaderdag vandaag, ik denk dat er in veel gezinnen al aandacht voor is geweest.
Op internet las is onder andere dit: “Op Vaderdag worden vaders in het zonnetje gezet. Ze krijgen dan vaak ontbijt op bed, knutselwerkjes van de kinderen en/of kadootjes”. Ik weet niet of jullie als vaders onder ons dat hebben ondervonden…
Zelf herinner ik me vooral de grappige en soms schattige werkjes, en kadootjes.
En vooral dat je even extra merkte dat je met ook je missers gewaardeerd werd
en de band voelde met je zoon, je dochter…sommige werkjes heb ik nog steeds…
Het is best mooi, die ene keer per jaar: moederdag eerst..terecht..en dan vaderdag.

Maar vanmorgen gaat het om meer dan dat, geven we eer aan wie sterker is en
groter en nog veel meer liefdevol en zorgzaam dan de beste en liefste vader die
er is – niet voor niets heb ik in dat thema een hoofdletter gebruikt: Vaderdag.
En dan inderdaad is het elke dag Vaderdag want het gaat over God onze Vader.
dia 3
Trouwens wel bijzonder dat God met een vader hier op aarde vergeleken wordt.
Zoals vaker gebeurt, door heel de Bijbel heen, dat aardse, menselijke beelden
Worden gebruikt om ons te helpen om ons God en dingen van God tenminste
een beetje voor te kunnen stellen – God past zich aan bij ons beeldmateriaal.
Daar zit ook wel een risico aan, als we vergeten dat God altijd veel groter is.
Als we nadenken over dat Vader-zijn van God, tien tegen één dat onze beeldvorming dan wordt bein¬vloed door hoe we aankijken tegen onze eigen vader en moeder.
En dat kan heel erg verschillen: per gezin, per cultuur, en in welke tijd je leeft.

Ik las een artikel over de rol van vaders in verschillende culturen, en hoeveel
verschil dat maakt, b.v. tussen Nederland en b.v. Afganistan en in Afrika – in
in onze samenleving is een vader vaak meer een begeleider of zelfs een vriend,
en zijn we erachter dat dwang en zeker geweld niet goed is en ook niet werkt,
en zijn lijfstraffen zelfs bij de wet verboden – in andere culturen wordt dat heel anders gezien en beleefd, is een vader vooral de sterke man, en ook een strenge opvoeder en is er het ene moment die arm om je heen, het andere moment een fiks pak slaag.
Wat nog niet zo lang geleden ook in Nederland gewoon was, en in de tijd van de Bijbel komen we ook tegen dat bij opvoeding straf kan horen, ook met harde hand.
Ja, en nog steeds zijn er heel verschillende vaders: vaders die er zijn voor het gezin, vaders die weinig tijd hebben en vaak weg zijn, en helaas ook vaders die het erg af laten weten of zich zomaar laten gaan in drift, en zelfs zoon of dochter mishandelen of misbruiken – en dan zijn armen om je heen beangstigend i. p.v. liefdevol

Jezus zei:”als u, hoewel u slecht bent, goede gaven weet te geven aan uw kinde-ren”.
Hoor daar ook maar doorheen dat het eigenlijk een wonder is, als dat gebeurt, iets om verbaasd en verwonderd over te zijn, want er zit in elk mens van alles dat in de
weg kan zitten en de relatie ouder-kind kan kapot maken, soms voor de rest van het leven – en het vraagt veel om een goede vader en een goede moeder te zijn, en dat te geven en te doen dat echt goed is voor juist dat kind – dat vraagt veel denken en praten, soms met beroep op anderen met hun kennis en ervaring, en veel gebed.
Vooral: dat kan alleen vanuit liefde, liefde die niet op jezelf en je eigen belangen en
verwachtingspatronen is gericht, maar het goede wil voor die ander: voor je kind.

Kijk, en dan komen we wat dichter bij hoe God zichzelf wil leren kennen als Vader.
En dan niet als een verlengstuk of uitvergroting van hoe mensen op aarde vader zijn.
Vat het al helemaal niet op als uiting van de Bijbel dat toch een mannenboek zou
zijn, want God heeft de mens mannelijk en vrouwelijk geschapen maar staat zelf
ver boven die verschillen en rollen die op aarde best vaak een grote rol spelen –
van God lezen dat Hij als een vader beschermt en steunt en ons te hulp komt
maar ook dat Hij zijn volk troost zoals een moeder haar zoon troost (Jes. 66: 13).
Ja, en daarin is God veel groter en liefdevoller en nog meer bewogen dan een vader en moeder maar kunnen zijn, lees Jes. 49: 15 (BGT): Een moeder ”vergeet haar kind nooit. En zelfs al zou een moeder haar kind vergeten (wat helaas soms gebeurt, in een wereld waarin kinderen worden gedumpt of verwaarloosd) , Ik zal jou nooit vergeten” (zegt God); en hoor Psalm 27: 10 (BGT): “U blijft vol liefde voor mij zorgen, ook als iedereen mij verlaat, zelfs als mijn vader en moeder mij verlaten”. Wat
een troost in een wereld met gebroken gezinnen en veel verlaten kinderen.

Gelukkig dat God nog veel meer vader is en moeder te tegelijk, zoals gezegd niet een vergrote versie van hoe wij mensen proberen vader en moeder te zijn, maar als het ultieme Voorbeeld van wat echte onvoorwaardelijke vaderliefde is – en moeder-liefde: een liefde voor ons,van huis weggelopen en zoekgeraakte zonen en dochters, een liefde die zover ging dat God de liefste die Hij had, opofferde: zijn zoon Jezus.
Het is de overtreffende trap van wat we Jezus zelf horen zeggen, dat God veel
meer dan zelfs de beste vader op aarde zijn kinderen het goede wilde geven, de
beste en meest kostbare die Hij had: daar kan geen vader op aarde aan tippen.
Naar ons toe wordt daar het woord ontferming voor gebruikt: “zoals een vader
zich ontfermt over zijn kinderen, ontfermt de HEER zich over wie Hem vrezen.
Ontferming, dat is een woord met diepe wortels: een warm hart, diepe gevoelens
van liefde en dat voor mensen die die liefde niet waard zijn en zich vaak liefdeloos
gedragen naar God toe en naar elkaar toe en naar de schepping van Vader toe.
Ontferming, dat wordt concreet door wat erom heen staat in die geweldige psalm:
de HEER is een God van liefde en genade, die onze schuld vergeeft en wegdoet,
die recht doet aan wie onrecht lijden, die niet boos blijft maar wel trouw blijft – die
oneindig geduldig is en steeds weer wil redden, omdat Hij zoveel van ons houdt.

Nou, dat mogen wij vandaag weer vieren als Vaders gezin samen aan zijn tafel.
In brood en wijn proeven we de liefde van Vader en van Jezus onze oudste Broer.
En we ervaren en versterken als het goed is de band van elkaar als broers en zussen, samen met al die anderen dichtbij en verder weg, samen Vaders gezin.
Ja, en die liefde mogen we ook oefenen en ervaren en delen, door de Heilige Geest.
Jezus zei over bidden tot God als Vader dat Vader zijn kinderen het goede geeft.
Dat is niet altijd precies wat wij vragen maar veel meer dan dat: de Heilige Geest.
Eigenlijk betekent dat dat God zichzelf aan ons geeft, dat Hij in ons leven wil komen en dat anders en nieuw wil maken, dat zijn liefde ons vult en ons stuurt en beweegt.
Zoals we zingen: Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben – en dan
Is het goed en komt het goed, ook als dingen anders gaan dan wij gehoopt en gedacht en gebeden hadden – en dan maakt God zelfs ongedacht het kwade en het moeilijke goed – en zijn er juist als het moeilijk is die liefdevolle troostende armen,
en is er voor de ergste zonde als die beleden wordt en bestreden, vergeving, en weer hoop, want Vader blijft niet altijd boos, en altijd overwint toch zijn genade.
Waar zeker ook waar nodig correctie bij hoort, soms zelfs straf, voor ons bestwil.
Er staat bij in de psalm ‘over wie Hem vrezen’- en dat is niet bang voor God zijn –
bang zijn voor je vader of je moeder ben je als het goed is meestal niet, al kan dat wel eens zo zijn als je echt iets gedaan hebt wat niet mocht, wat echt verkeerd was.
Maar dat vrezen in de Bijbel betekent ontzag hebben, eerbied, voor je hemelse Vader die heilig is – en goed is – en die je daarom hoog hebt en van wie je houdt.

Kijk, en draai het dan maar om: zoals God onze Vader zijn armen liefdevol om ons heen slaat, mag je dat doen als vader, als moeder, om je zoon, je dochter – en zoals God de Vader zijn kinderen geen stenen voor brood geeft maar wat goed is, wat ze
nodig hebben, mogen wij dat proberen naar elkaar toe, in het gezin en daarbuiten.
En hopelijk herken jij bij je eigen vader als je die nog hebt, en bij je moeder, iets van
wie God voor je wil zijn: dat je altijd bij ze terecht kunt, dat je respect voor ze kunt
hebben, dat ze van je houden ook als het wel eens botst, en dat jij van hen houdt.
En als het anders is, zoek er hulp bij, bij wie je vertrouwt, én bij je hemelse Vader.
Maar als het goed is, is het elke dag vaderdag, en moederdag, met een kleine en met een grote letter – dag van je Vader, dankzij Jezus, en door zijn Heilige Geest.

amen

Joh. 12: 14-16 ‘Wat een vreemde koning: Koning op een ezel! (6e zondag Veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst 9 april 20-17 – Vecht en Angstelkerk
Zondag Palmarum = ‘Palmzondag’

Veertigdagenmoment
Votum en groet
Zingen: Ps. 118: 1,7,9 ‘Laat ieder ’s Heren goedheid prijzen’
Gods leefregels Lev. 19
Zingen: Ps. 24: 1,2,3 ‘De aarde is, met al wat leeft..’
Gebed
Zingen: KOW 247 “Ik wil doen wat u zegt

Ik wil doen wat U zegt,
want ik houd van U
en U weet wat het beste is voor mij.
Als ik speel, als ik slaap,
als ik zing zoals nu,
bij alles wat ik doe hoort U erbij.

‘k Wil U volgen Heer,
alles samen met U doen.
Nee, ik heb geen geheimen meer voor U.
Ik wil doen wat U zegt,
want ik houd van U
en U weet wat het beste is voor mij.

Profetenlezing: Zacharia 9: 1-10
Zingen: Ps. 24: 4,5 ‘Omhoog, o poorten, nu omhoog’
Evangelielezing: Johannes 12: 12-19
Zingen: Gz. 40: 1,2,4 GK ‘Welkom.welkom, koning Jezus’
Verkondiging: Joh. 12: 14-16 ‘Wat een vreemde koning: Koning op een ezel! ’
Zingen: Gz. 552: 1,2,3 NLB ‘Dit is een dag van zingen’

1.Dit is een dag van zingen!
Voorgoed zijn wij bevrijd.
Gods kracht zal ons omringen,
Zijn liefde duurt altijd.
Ontsloten is de poort
Scharnierend op de vrede,
wij zullen binnentreden
en leven ongestoord.

2 Zijn intocht werd tot teken,
tot hoeksteen van het recht;
van vrede kwam hij spreken,
van leven warm en echt.
Gezegend is zijn naam.
hij heeft aan ons zijn leven
tn liefde doorgegeven
Tot grond van ons bestaan.

3 Dit is een dag van zegen,
een dag van feest en licht,
van palmen hoog geheven,
van zon en vergezicht.
Geef ons vandaag de moed
het met uw naam te wagen,
uw vrede uit te dragen.
Loof God, want Hij is goed!

Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 98: 1,3,4 Liedboek ‘Zing een nieuw lied voor God de Here’
Zegen
Amen

dia 1
Gemeente van onze Heer, broers en zussen in het geloof,

Stel dat je leider van een land zou zijn – president, koning – of van een leger, en je zou de opdracht geven of krijgen om een ander land te veroveren, hoe zou je dat dan aanpakken, wat voor middelen zou je dan inzetten?
Gaat niet gebeuren natuurlijk, maar probeer dat vreemde scenario je in te denken.
Ik denk dat ik de antwoorden wel kan verzinnen: dan heb ik wel een leger nodig, met tanks en ook vliegtuigen, en met bommen – en natuurlijk veel goede soldaten.
Zeker als de tegenstander ook een stevig leger heeft, gaat het niet zomaar, en zal er veel geweld gebruikt worden en zullen veel slachtoffers vallen – vreselijk allemaal.
We hoeven alleen maar aan landen als Irak en Syrië te denken, en je huivert.

Een land veroveren, als overwinnaar belangrijke steden van dat land binnentrekken, dat is door heel de geschiedenis heen telkens gebeurd- even twee voorbeelden van korter en van heel lang geleden: de Duitsers in 1940 dia 2 – de Romeinen voor en ook in de tijd van de Heer Jezus – dia 3 – altijd weer soldaten, wapens, vechten.
En ook in onze eigen tijd draait veel om macht en geld, slimme politiek, en geweld: Rusland tegen het Westen, China tegen Amerika, partijen en bevolkingsgroepen die elkaar beconcurreren, naar het leven staan, of zelfs letterlijk de tent uitvechten.
Ja, en er zijn ook al te veel machthebbers die als dictators geen tegenspraak dulden en geen respect hebben voor minderheden, andersdenkenden, en vrije geesten.

Jezus tekent in een paar woorden die harde werkelijkheid: “Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken”. En dat zei de Heer kort voordat Hij zelfs als koning werd toegejuicht en binnengehaald – met daarbij de les voor wie Hem wilden volgen, als burgers van het rijk met Jezus als de koning:
“Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn – zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen” –zo staat dat in Matt. 20: 25-28.

En dat als reactie op de vraag van de leerlingen Jakobus en Johannes – via hun moeder – om de beste regeringszetels straks naast Jezus op de troon in zijn rijk, en de woedende reactie daarop van de andere leerlingen: alsof jullie belangrijkerzijn dan wij, hoe durven jullie het te vragen, en wij dan….ik dacht dat ik toch ook… Hoe menselijk, toch, want wie wil nou niet gezien worden, van belang zijn, winnen, scoren?

Ja, en weer die vraag: als je wilt scoren,wilt winnen – een oorlog of heel wat kleinere deals/wedstrijden/doelen in je leven, dan moet je sterk zijn, en zo niet: slim zijn… En kom je niet ver als je de minste moet willen zijn, dienstbaar, ondergeschikt….Zoals je toch niet een stad verovert, een volk onderwerpt, ongewapend, op een ezel..
dia 4
Dat vraagt een heel andere manier van denken, van rekenen, van leven – en dat zit niet in onze genen en past niet bij hoe de wereld in elkaar zit – is naief, idealistisch. Dat weet de Heer ook wel, vandaar dat de Bijbel vol is van in mensenogen dwaze en irreële verhalen en uitspraken, want Gods gedachten zijn anders dan die van ons, en zijn werkelijkheid staat vaak haaks op die van ons – maar is toch het echte leven.
Ik denk aan het boek Spreuken, vol van de meest uiteenlopende doordenkertjes, zoals ook deze: “Beter een geduldig mens dan een vechtjas, beter zelfbeheersing dan een stad innemen” (Spreuken 16: 32) – of: “wie zichzelf overwint is sterker dan iemand die een stad inneemt” dia 5 – dat is vechten met jezelf, met je trots, je angst. Want de minste zijn, durven verliezen, de ander dienen, zit niet in meer onze genen….

Maar, als je kijkt naar hoe God ons mensen heeft gemaakt en bedoeld, dan is dat vanaf waar God met ons mensen begon toch wel zo.
Helemaal in het begin al gaat het over de mens die naar Gods evenbeeld geschapen is om – zeker – te heersen over wat God geschapen heeft, maar dat dan concreet gemaakt met de opdracht om dat geschapene te bewerken en te bewaren, en dat houdt zorgzaamheid in en dienstbaarheid, respectvol, en verantwoordelijk t.o. God.
Ook na de opstand van de mens die zijn val werd – zonde-val – blijft God de mens eraan herinneren en eraan houden, zoals na de zondvloed als God verbiedt om elkaar het leven te ontnemen want ‘God heeft de mens naar zijn evenbeeld gemaakt’
Voor koningen en andere regeerders betekent dat een bescheiden plek: niet je kracht zoeken in wapens maar op God vertrouwen, en vrede en recht bevorderen:
“Andere mensen vertrouwen op hun leger, maar wij vertrouwen op de Heer, onze God” (Psalm 20); “Een koning wint een oorlog niet met zijn leger. Soldaten hebben niet genoeg aan hun kracht. Paarden kunnen een mens niet redden, ook al zijn ze nog zo sterk. Maar de Heer helpt mensen die Hem vereren, en die vertrouwen op zijn liefde” (Ps. 33); “Sterke soldaten geven de Heer geen vreugde, een machtig leger doet Hem geen plezier. Maar Hij is blij met mensen die Hem ere. Hij houdt van mensen die op Hem vertrouwen” (Ps. 147).Koningen van Israël mochten ook daarom niet veel paarden aanschaffen – wij zouden zeggen: niet een sterk leger hebben.

Nou, met dat in het achterhoofd gaan we terug naar die bijzondere optocht in Jeruzalem: Jezus en zijn leerlingen en andere volgers die enthousiast worden binnengehaald in Jeruzalem en toegejuicht door zingende aanhangers die met takken zwaaien als waren het vlaggen: “Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël”. En: hosanna, hoera, voor de zoon van David!
dia 6
Hoge verwachtingen dus van Jezus, iets als een doorbraak: de messias-koning! Johannes vertelt er bij dat vooral de enthouasiaste verhalen van de mensen die kort ervoor hadden meegemaakt dat Jezus zijn vriend Lazarus uit het graf had terug-gehaald, de massa op de been bracht – een nieuw lied zingt ervan: ‘De ezelruiter! Kijk die ezelruiter, is dit de intocht van een vorst? Dan mag je meer van hem verwachten. Dan komt wie veel had straks tekort, en krijgt wie niets had nooit meer dorst. De wonderdokter! Kijk de wonderdokter. Wie ziek is wordt op slag gezond. Ons land zal straks een paradijs zijn, het woord Hosanna fluistert rond. Nu hoopt het hart. Nu zingt de mond…..De meute aan zijn voeten lacht, en rolt een loper uit van jassen. Hosanna! Zing en dans en lacht! Hosanna! Hoop is aan de macht!.
dia 7
Hoop, ja maar waarop….op genezing voor iedereen, en een dag van overwinning.. Weg met die vreselijke Romeinen, ons land weer een paradijs…de gouden eeuw van lang geleden komt terug…..Israël zal weer groot zijn…leve de zoon van David, hoera!
Ja, maar Jezus op die ezel weet beter…en zijn leerlingen kunnen beter weten….want onderweg nog had Jezus herhaald wat hem te wachten stond: verraad, arrestatie, veroordeling….en het arrestatiebevel was door de leiders al getekend…en Judas dacht al na hoe hij zijn meester kon verraden….en Jezus zei in het zicht van de stad onder tranen: had je maar geweten wat/wie jou echte vrede geeft, maar helaas
dia 8..
Ik las: “Het volk lijkt het te snappen. Hier rijdt de zoon van David. Maar klopt hun beeld van deze koning wel, is dít de afstammeling van de grote koning?”
Ja, het klopt wel precies met die oude profetie van Zacharia over een koning die nederig komt aanrijden op een ezel, en die juist zo de overwinning zal behalen. Maar Johannes vertelt als hij later zijn evangelie schrijft en ook op die intocht terugkijkt dat zelfs hij en de andere volgelingen toen niet de betekenis ervan begrepen en niet de link naar die profetie konden leggen: “later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hém geschreven was,
en dat dit ook zo gebeurd was”.

Toen dit gebeurde, was het niet wat je van een koning verwachten zou, zeker niet van een koning die zijn troon en kroon moest bevechten op zijn vijanden. Matteüs onderstreept dat nog als hij het heeft over dat jonge ezeltje als “het jong van een lastdier” – je gaat toch niet op een pakezeltje voor de troepen uit – een generaal voert toch niet zijn leger aan vanuit een smartcar of een op omafiets?
Let er daarom op dat niet zijn aanhangers bedacht hebben om Jezus op een ezel de stad binnen te brengen, maar dat Jezus het allemaal zelf heeft geregeld, en dat Hij daarmee zijn program demonstreert en zich presenteert als niet een vechtjas maar als de vredekoning, die komt om te dienen en zijn leven te geven – die niet de macht grijpt ten koste van het bloed van zijn vijanden en zijn eigen soldaten maar die als de machteloze gaat lijden en sterven en zo het koningschap van God ontvangt.
dia 9
Precies zo gaat die bijzondere profetie van Zacharia in vervulling, over die vreemde tegendraadse koning die zachtmoedig is en vredelievend, die aankomt op een ezel, en die ongewapend alle tot de tanden bewapende tegenstanders ontwapent, en om te beginnen zijn eigen volk de wapens uit handen slaat: “Ik zal de strijdwagens uit Efraim verjagen en de paarden uit Jeruzalem; de bogen worden gebroken”….en dan zou je denken dat je dan een prooi wordt voor wie loeren op je leven, maar nee: “Hij zal vrede stichten tussen de volken. Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee, van de Rivier tot de einden der aarde”….Het wordt Pinksteren, dankzij Goede Vrijdag en Pasen…en overal waar Jezus Heer wordt, wint de liefde en begint er vrede. Weer dat lied: “De vredeskoning! Kijk die vredeskoning. Hosanna krijgt de overhand. Nu glanst de hemel, bloeit het land….inderdaad: Hosanna! Hoop is aan de macht.

O nee, niet meteen als bij toverslag, en niet vanzelf, het gaat door diepe dalen,. Even later, als die koning niet voldoet aan de hooggespannen verwachtingen van de meute en hun leiders, schreeuwen ze Hem naar het kruis, ruilen ze die zwakkeling in voor een straatvechter en kiezen ze tegen wie eerst hun koning was voor de keizer, want wat is nou een koning zonder zwaard, kruis hem, stuur hem de poort maar uit.
En wees nou eerlijk, wat verwacht je nog van een man aan een kruis en in een graf? De boodschap dat dat kruis en dat graf de redding van de wereld was, is en blijft – om het met Paulus te zeggen – voor de een aanstootgevend en voor de ander lachwekkend, en voor elk mens van huis uit levensvreemd en wereldvreemd.
dia 10
Waarschijnlijk de oudste spotprent is die waarop een heiden de christen Alexamenos uittekent als een dwaas die knielt voor een ezel aan een kruis – wat een ezel ben je dan als je in een God aan een kruis gelooft, die venijnige spot spat daarvan af…..

Ja maar, dat is nou Gods vreemde maar echte wereld: liefde wint van de haat. Gods werkelijkheid is dat Jezus nog altijd heer is van miljoenen, wereldwijd….en dat Rome allang zijn tijd heeft gehad, en Hitler ook, en Stalin, en dat we zeker weten dat ook de dagen van al die andere dictators en vechtjassen en idealisten geteld is, maar dat het rijk van Jezus, de wereld van God, blijvend is en de toekomst heeft. En dus doe je er goed aan Hem te volgen en als hij te dienen en uit te zijn op vrede.
Kijk, die ezelruiter! Ja, dít is wel de intocht van een vorst, van de Koning! Dan mag je nog veel meer van hem verwachten. Dan komt wie veel had–en dat alleen voor zichzelf gebruikte, straks tekort en krijgt wie niets had nooit meer dorst. dia 11

amen

Spreuken 18: 1-15 en Kol. 3: 12-17: (Hoe) zijn wij een veilige kerk? (toerustingsdienst CGK-GKV)

Thema: Hoe zijn wij een veilige kerk?
Welkom
Zingen: NLB 377: 1,2,3,4 ‘Zoals ik ben, kom ik nabij
Moment van stilte en gebed
Votum en groet
Zingen: Ps. 84: 1,2 GK ‘Hoe lieflijk is uw huis, o Heer
Gebed
Schriftlezing: Spreuken 18: 1-15
Zingen: Ps. 61: 2,3 LB ‘Mijn schutse waart Gij tevoren
Schriftlezing: Kolossenzen 3: 12-17
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’’
Verkondiging
Zingen: ZG 213: 1,2,3 ‘Dit huis, een herberg onderweg’ – melodie Psalm 84
1. Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.
2. Dit huis, waarin een gastheer is
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven:
een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad struikelt
en langer niet wil leven
plaats tegen de neerslachtigheid,
een pleister van barmhartigheid.
3. Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase;
hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht,
hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend alwie binnengaat
en hier zijn lasten liggen laat.
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 161: 1,2,3,4 GK (als geloofsbelijdenis) ‘Heer, U bent mijn leven
Zegen
Amen: Opw. 602 ‘Vrede van God
—————————————————————————————————————–


Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Voelt u zich veilig? En jij, heb je een veilig gevoel, of juist niet?
We denken bij zulke vragen als vanzelf meteen aan de buurt waar we wonen,
aan onze straat en wijk, en aan wat allemaal speelt in Nederland en de wereld.
Veiligheid is een steeds terugkerend thema, regelmatig zijn er enquêtes over
hoe veilig of onveilig mensen zich voelen in hun wijk: is die inbraakgevoelig,
heb je last van overlast, durf je ’s avonds nog over straat, en als er problemen
zijn, wat kunnen we er samen aan doen, en wat is de taak van de overheid?
Maar daarnaast zijn er nog heel wat meer plekken waar mensen zich veilig
willen en moeten kunnen voelen: de school, het werk, de sportclub, de zorg…
En dan gaat het vooral over opsporen en aanpakken van pestgedrag, seksuele
intimidatie en misbruik, onderling wantrouwen, en misbruik van vertrouwen…

Vanmiddag gaat het ons in deze dienst en in het nagesprek straks over de
kerk, over uw en jouw plek binnen de gemeente, en of het daar veilig is.
Ook dat is een thema dat de laatste jaren nadrukkelijker op de kaart gekomen
is, met als belangrijkste aanleiding diverse misbruikzaken zowel binnen de
rooms-katholieke kerk als binnen protestantse kerken en gereformeerde scholen.
Er zijn om dat te voorkomen vertrouwenspersonen aangesteld, en er zijn allerlei
afspraken gemaakt om situaties die misbruik in de hand werken, tegen te gaan.
Want als je zelfs in de kerk, in de gemeente van Christus, je niet meer veilig kunt
voelen, als een vertrouwelijk pastoraal contact uitloopt op ongewenst gedrag, of
als wie jouw broer of zus zegt te zijn, over jouw grenzen heengaat, dan gaat er
zoveel kapot dat je lief is, dan kan dat levenslange schade doen, en kan het
ook ertoe leiden dat het geloof en het vertrouwen op God eraan gaat en wie
slachtoffer is geworden van verkeerd gedrag de kerk en zelfs God de rug toe keert.
Dus alle reden te blijven praten over en werken aan een veilig klimaat in de kerk.
En dat niet alleen op het punt van seksueel misbruik, maar over heel de linie
van hoe we met elkaar omgaan binnen de gemeente, en natuurlijk ook en eerst
nog dichterbij: binnen een huwelijk, in de gezinnen, en overal waar mensen zijn.

In de Bijbel is een rode draad dat wie bij God woont en bij Hem schuilt, veilig is.
Denk maar aan al die psalmen waar God een burcht genoemd wordt, een veilige schuilplaats, een schild om achter weg te kruipen, een plek waar bescherming is.
We zongen erover: “laat mij bij U thuis zijn, Heer, want daar is vrede” (Psalm 84);
en: “wees mijn schuilplaats en mijn toren”…”laat mij wonen in uw tent…waar uw vleugels, vol ontfermen, mij beschermen, wil ik schuilen immermeer” (Psalm 61).
Ook in Spreuken 18 kwamen we het tegen: “De naam van de HEER is een sterke toren, de rechtvaardige snelt erheen, en is veilig” – terwijl allerlei eigen zekerheden
al te vaak een schijnveiligheid bieden waar je vroeg of laat in teleurgesteld wordt:
“een rijkaard denkt dat zijn bezit een vesting is, achter een muur waant hij zich veilig”.
En wat de Bijbel ook vaak zegt en de ervaring meer dan eens leert, is dat vertrouwen op mensen beschaamd wordt, ook helaas op mensen die je hoog had en waar je je vertrouwen aan gegeven had maar die dat vertrouwen niet waard blijken te zijn.
Juist daarom gaat het zo vaak over vluchten naar God en schuilen bij God: omdat er vijanden zijn die je belagen, en zelfs wie vrienden leken te zijn zich tegen je keren.
Een psalm waarin David daar aangrijpend een boekje over open doet, is Psalm 55.
David klaagt zijn nood over zijn tegenstanders die hem de stuipen op het lijf jagen.
Als hij vleugels had, zou hij willen wegvliegen, en ver weg vluchten, naar de woestijn.
En dat juist omdat hij binnen de stad en het volk van God niet veilig was: “in het hart van stad heerst rampspoed, het plein is in de greep van terreur en bedrog”- het doet denken aan die moeilijke tijd van de opstand van zijn eigen zoon Absalom en het
verraad van zijn vertrouweling Achitofel, hoe erg als wie je vertrouwt je in de steek
laat en je als het ware een mes in de rug steekt: “Zou een vijand mij grieven, ik zou
het verdragen, zou hij mij haten en zich tegen mij keren, ik zou me voor hem verschuilen. Maar jij, die dacht en deed als ik, mijn hartsvriend, mijn vertrouwde! Wat genoten wij als wij samen waren bij het feestgedrang in Gods huis.”….Maar helaas:
…”bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart….zo iemand verraadt zijn vrienden en verbreekt de broederband, zijn mond is glad als boter maar vijandig is zijn hart,
zijn woorden, zachter als olie, zijn een getrokken dolk…”
Het zal je maar gebeuren: je eigen vader die zich aan je vergrijpt, je moeder die je verwaarloost, een hulpverlener die zijn handen niet thuis kan houden…..je broer of zus in de kerk die wat je in vertrouwen vertelde aan de grote klok hangt, als je niet echt je hart op tafel durft leggen uit angst dat je veroordeeld wordt, als je voelt dat
je niet serieus genomen wordt met dat oude zeer, met dat nog zo verse gemis, met
jouw twijfel in het geloof, die angst voor afwijzing, met jouw anders-zijn of anders denken – en wat gebeurt je als je echt zegt wat je denkt, als je ervoor uitkomt dat je homo of lesbisch bent, of als je eerlijk vertelt wat je is aangedaan door kerkgenoten?
Dan klinkt het mooi dat het goed is bij God te wonen, dat Hij een veilige schuilplaats is, maar wat kan het onveilig voelen juist daar waar liefde zou moeten zijn en mensen elkaar zouden moeten aanvaarden als allemaal verschillend en toch verbonden met elkaar, zoals Paulus schrijft: aanvaard elkaar zoals Christus jullie aanvaard heeft.

Vandaar dat we de vraag herhalen: voelt u zich veilig, veilig binnen de gemeente,
veilig bij de broers en zussen in het geloof, op de bijbelkring of jeugdclub, veilig
als je ouderling of diaken of bezoekbroeder of –zuster langskomt, of blijkt dat lastig,
is het voor je gevoel op eieren lopen, oppassen wat je vertelt of niet, stressvol soms?
Het is dus allereerst een kritische vraag, een eerlijke kijk in de spiegel, vandaar dat
ik in het thema het woordje hoe tussen haakjes gezet heb, om de vraag eerlijk onder ogen te zien met elkaar: zijn wij een veilige kerk, voelt iedereen zich hier veilig – om dan de volgende stap te zetten naar het hoe: wat is nodig voor dat veilige thuis?
En dan zo dat de kerk een plek is waarin we niet alleen onszelf veilig en thuis voelen maar we ook de ander die veiligheid bieden en ruimte geven, waarin we ook open staan voor wie nieuw is, of anders, voor mensen om ons heen, voor vluchtelingen met een andere cultuur en met misschien veel trauma’s, voor wie psychisch in de problemen zit, voor wie gescheiden is, voor wie geen kinderen heeft of alleengaand is, in een omgeving waar het vaak gaat over krijgen en opvoeden van kinderen…

Ik las op de website van een plaatselijke kerk het mooi verwoord, als ideaal en als
missie: “Als gemeente willen wij er liefdevol voor elkaar zijn, een veilig thuis voor een ieder die op onze weg komt. Een plek waar wij elkaar steunen en stimuleren in geloof en geloofspraktijk (in woorden en daden). Wij willen met respect omgaan met ieders vragen, twijfels en ieders eigen geloofsbeleving. Geloven is een zoektocht. Die tocht willen we samen maken met elkaar in de gemeente en daarbuiten”.

Dat is mooi gezegd en ik denk dat wij als twee kerken onderweg hier in Broek dit als droom en doel ons vast eigen zouden willen maken – zo niet, dan hoor ik dat wel.
Maar als we dat als droom en doel willen omarmen, is belangrijk ons af te vragen wat daar voor nodig is, wat er mogelijk nog aan schort en hoe we eraan kunnen werken.
Met niet te vergeten natuurlijk dat we er om bidden, bidden om het werk van de
Geest van God, die liefde wil werken en eenheid en ons aan elkaar wil verbinden.

Er zitten veel kanten aan, meer dan we vanmiddag kunnen bedenken en noemen.
Maar het begint ermee dat we naar onszelf en elkaar leren kijken door Gods ogen.
En dat zijn ogen vol liefde, van een God vol geduld en begrip, en aanvaarding.
Niet omdat wij het er zo goed van afbrengen en zoveel van ons leven maken, ook
niet omdat wij zo trouw zijn en zo recht-in-de-leer maar omdat God van ons houdt en ook van die ander die anders is dan ikzelf, houd, als mensen die Hij gemaakt heeft.
Ja, en die ons niet op onze missers blijft aankijken en onze fouten ons niet aanrekent maar die ons ziet zoals Jezus zijn Zoon is, en om Hem onze zonden ons vergeeft, en ons zijn Geest wil geven die ons leert en helpt om elkaar en om onszelf te vergeven en te aanvaarden zoals we zijn – en ons steeds meer maakt zoals we bedoeld zijn.
Ik las: “Ik zie een gemeenschap van genade voor me, waar niemand wordt buiten- gesloten, Ik zie een gemeenschap voor me waar mensen van alle leeftijden en achtergronden zich welkom en veilig voelen, omdat iedereen elkaar bevestigt en vasthoudt….Ieder lid is doordrongen van het besef dat we allemaal, hoe verschillend ook, even waardevol en geliefd zijn. De verschillen worden gevierd en vergroten de beleving van eenheid…Het is een gemeenschap vol van genade die ik zie, waar niemand wordt buitengesloten en waarin geen enkele veroordeling wordt getolereerd. Het is de gemeente van Jezus Christus die, gebouwd op het fundament van genade, zichbaar wordt”…”Je weet dat je allemaal net zo geliefd bent als Jezus”.

Nou, van daar uit schrijft de apostel Paulus christenen toen en vandaag aan: “Omdat
God u heeft uitgekozen (u allemaal en jullie ook, en die anderen ook…) , omdat u zijn heiligen bent (mensen die bij Hem mogen horen) en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in …innig meeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld..
en vooral u kleden in de liefde – als een soort band, riem, die alles bij elkaar houdt en tot een eenheid maakt, een mens-uit-een-stuk, herkenbaar en aanspreekbaar
als volgeling van het grote Voorbeeld Jezus zelf – ergens anders roept de apostel ons op ons te bekleden met Christus – je ziet er net zo uit als Hij, sprekend Hem en sprekend je Vader in de hemel – en dan ben je veilig – bij Hem en ook bij elkaar. En
dan gaat zelfs het lastigste lukken waar je het meest kwetsbaar bent: elkaar accepteren en elkaar vergeven, elkaar opbeuren en waar nodig vermanen – vanuit die liefde, vanuit zorg voor elkaar, niet om af te katten en af te breken maar om op te bouwen, elkaar te versterken – zoals Paulus zegt: als leden van hetzelfde lichaam.

Dan is wel belangrijk de vraag wat veiligheid is en waar we ons veilig bij voelen.
Want het kan zomaar zijn dat mensen een gevoel van onveiligheid ervaren omdat het allemaal zo aan het veranderen is, omdat de zekerheden van vroeger ze voor hun gevoel uit handen worden geslagen, en wat zo herkenbaar was wegvalt, en over allerlei zaken waar we het vroeger eens over waren, nu verschillend gedacht wordt – dan hoor je zeggen: ik voel me vreemd in mijn eigen kerk, dit is mijn kerk niet meer – en wordt terugverlangd naar de vaste structuren die houvast en veiligheid gaven.
Ook die gevoelens mogen er zijn,laat het maar gezegd worden en bespreekbaar zijn,
en dan helpt het om emoties te delen: ik heb er moeite mee, ik voel me er niet fijn bij, ik ben er boos over – dat kan opluchten als de ander je daarin serieus neemt – zeker
als je het bij jezelf houd: ik vind dat moeilijk, ik maakt me zorgen – in plaats van stellig en veroordelend te zijn: dat is verkeerd, dat is niet Bijbels – niet gereformeerd.
En als je merkt dat het toch anders gaat, dat veranderingen doorgaan, kun je als je merkt dat je gehoord wordt en je gevoelens er mogen zijn, kun je proberen het los te laten en ook te accepteren dat er zoveel is dat samenbindt, dat je toch verder kunt.

Laten we ook niet vergeten dat dat wat misschien vroeger onze veiligheid was, voor anderen die niet zo waren en dachten als wij, en die veel niet konden meemaken wat ons vertrouwd en normaal was, vervreemding en onveiligheid heeft opgeleverd.
Veilige kerk zijn betekent vaak juist bereid zijn eigen veilige verstopplekjes te verlaten om de ander te ontmoeten en voor die ander een veilige plek te zijn, om samen te zoeken naar nieuwe vormen en naar het aanvaarden dat verschillend zijn mag.
Ik las: “Juist als je een veilige kerk wilt zijn, ga je pijn ervaren, botsingen en schuurmomenten. We zijn zo verschillend. Leden van één lichaam met onze eigen plek, ons eigen levensverhaal, ons eigen karakter, onze eigen manier van voelen. De één vindt de preek van afgelopen zondagmorgen prachtig. De ander kon er niets mee en werd er zelfs pijnlijk door geraakt. Maar durf en kun je dat nog zeggen als iemand anders er zo blij mee is? In de kerken leren we lief en aardig te zijn, maar dat leidt niet naar veiligheid! Een veilige kerk is een kerk waar iedereen welkom is met zijn of haar leven(sverhaal) en karakter en spiritualiteit, zonder dat je dat hoeft te verstoppen”. Dan pas komt echt geloofsgesprek op gang, als niet ik al weet hoe het zit en moet zijn en die ander pas voluit accepteer als die datzelf ook vindt en doet.
Gesprek is er pas als er gelijkwaardigheid is, en twee harten open zijn naar elkaar.
Wat een wijsheid in die spreuken die we lazen, zoals deze: “een dwaas is niet geïnteresseerd in inzicht, hij wil alleen zijn eigen mening kwijt” – weg gesprek!
En wat vindt u van deze: “wie antwoordt zonder eerst te luisteren, handelt dwaas en maakt zichzelf belachelijk”. Maar ook – positief – “een verstandig mens verwerft kennis, een wijze is gespitst op inzicht”. En: “de woorden van een goed mens zijn als diepe wateren, ze zijn een sprankelende beek, een bron van wijsheid”. Dat is leven!
Leven dat God wil werken door zijn Geest die ons hart en mond en leven vernieuwt.

Hoe zijn wij een veilige kerk?
Dat begint zoals altijd bij onszelf: bij u en bij jou en bij mij: durf ik mezelf zijn en mag die ander zichzelf zijn bij mij en van mij? Durven we kwetsbaar te zijn en eerlijk over wat we voelen: blij, verdrietig, of boos, ongerust, gekwetst – of vol met twijfels….
Iemand schrijft dat als je dat in de kerk niet kunt zijn – echt, kwetsbaar – waar wel?
(citaat) “God geeft ons de kerk als oefenplek. Het hoeft er niet volmaakt te zijn. Maar wat je er wel mag verwachten, is bereidheid om te oefenen. Deel eens iets, ook al schaam je je, ook al vind je het eng, Probeer het, met kleine stapjes. Oefen om uitnodigend te worden, veiliger, genadiger en fijngevoeliger.” Ik voeg eraan toe:
Je zult merken dat het zo eng niet is, juist bevrijdend, en verrijkend. Echt waar!

Amen

ik eindig wat we elke week zeggen op cat. : daarover gaan we praten in de groep

Stellingen en vragen

1 Je kunt/moet elkaar in de kerk vertrouwen

2. Wat is er nodig om je bij elkaar veilig te voelen?

3. Wat doe je er zelf aan om een veilig klimaat te scheppen?

4. Hoe kunnen we zorgen dat verkeerd gedrag, dat tot onveiligheid leidt, wordt
voorkomen of gestopt?