Pasen vieren in zelfisolatie – Johannes 20: 19 ( leespreek voor Pasen )

Beste mensen, gemeente van onze opgestane en levende Heer Jezus Christus, luisteraars thuis waar u of jij ook bent,

Het is wel heel bijzonder en ook best wel moeilijk: Pasen zonder een feestelijke kerkdienst, met meestal blije opgewekte liederen en samen na de dienst koffie of thee of limonade met een traktatie – zo deden we dat in veel kerken elk jaar. Mooi. Maar dit jaar niet: we zijn meestal thuis, of op de kamer in het zorgcentrum, en er liggen ook nog veel mensen in het ziekenhuis, zelfs op de IC of aan de beademing. En dat is moeilijk, en ook als het met jezelf goed gaat, is er de onzekerheid en de zorg, of eenzaamheid, en hebben we extra behoefte aan dat samen, en aan de kerk. Ik herken het ook bij mezelf toen de maatregelen net begonnen los te komen en ook de kerkdiensten gestopt werden: het zal toch niet…met Pasen…ook dan geen kerk?

Maar toen steeds duidelijk werd dat er ook met Pasen geen kerkdienst is dit jaar, ging ik in gedachten terug naar de dag waarop het begon: dat eerste Paasfeest, de dag dat het graf van Jezus leeg blijkt te zijn en vrouwen en leerlingen hun Heer levend en wel hebben ontmoet en het dus voor het eerst echt paasfeest kan zijn.
Je zou denken dat de hele stad wel in feeststemming zou zijn en er een dankdienst zou zijn belegd – niet in de tempel natuurlijk want daar zijn de tegenstanders van Jezus nog de baas die het gerucht rondbazuinen dat de leerlingen van Jezus zijn lichaam hebben gestolen en nu het nepnieuws verspreiden dat Hij weer zou leven- maar wel in een of andere feestzaal of in een ruim huis van een rijke volgeling als Jozef van Arimatea of Nikodemus, of in Betanië bij Lazarus en Marta en Maria…..

Maar nee, niets van dat alles, het bleef stil in de stad en de leerlingen bleven thuis. We lezen in Johannes 20: 19: “Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden”. De Joden, dat zijn natuurlijk de leiders die Jezus hadden laten oppakken en berechten en kruisigen en die blij waren dat ze eindelijk van die lastpost af waren. Ze hadden de bewakers van het graf zwijggeld gegeven en zwegen zelf als het graf. En de leerlingen waren doodsbang dat ze opgepakt zouden worden als ze overal in de stad gingen vertellen en vieren dat hun Heer was opgestaan – dat werd niet gepikt en zou hun misschien wel op arrestatie komen te staan en wie weet erger. Vandaar dat ze deze avond in zelfisolatie doorbrachten: achter gesloten deuren. Ze durfden de straat niet op, ze wilden ook geen mensen binnenlaten. Zo kan dat zijn in een crisissituatie vol onzekerheid: je vertrouwt niemand en je blijft op jezelf omdat je jezelf wilt beschermen en niet elkaar en anderen onnodig in gevaar wilt brengen…

Ja, en denk je dan ook eens in hoe ze daar zaten. Nee, vast niet op anderhalve meter afstand, en ze waren ook met meer dan drie…tenminste met zijn tienen. Dat getal gaf al aan dat er afvallers waren. Allereerst en allerergst natuurlijk vriend Judas die net als de anderen drie jaar lang een van de twaalf was geweest maar op het eind zijn leermeester en vriend aan zijn vijanden had uitgeleverd. “Zo vriend, hier ben je dus voor gekomen”, zei Jezus tegen hem in de olijventuin. En ook: “Judas, verraad jij de Mensenzoon met een kus?”. Hoe erg, voor Jezus, maar ook voor de andere vrienden: een van hen heeft Jezus verraden. Ja, en dan die ander, die er wel bij was vanavond, Simon met zijn mooie bijnaam: ‘Petrus’, dat is zoiets als ‘kei’ , ‘rots’, een man op wie je bouwen kon, toch? Dat dacht hij zelf ook: op mij kunt u rekenen, Heer, ik blijf u trouw, ik zal u nooit verloochenen. Maar hoe anders was het gegaan, toen in die vreselijke nacht hem het vuur na aan de schenen werd gelegd: jij bent toch ook een van die Jezus – ik niet, hoe kom je erbij, ik ken hem niet en ik heb niks met hem – en hem het vuur te heet onder de voeten werd en hij er vandoor ging, met bonzend hart en tranen in zijn ogen – en o, hoor die haan, dus toch! Bijzonder: Petrus was er weer bij vanavond, gelukkig! Maar hoe zal hij zich hebben gevoeld: wat denken ze van mij, hoe kijken ze naar mij, o, ik schaam me toch zo. En dan had je Tomas die er vanavond niet bij was, die op zijn eentje thuis zat en er niet aan wilde dat zijn Heer was opgestaan, die was van het eerst zien en dan geloven: “Ik wil eerst de wonden van de spijkers in zijn handen zien, en ze voelen met mijn vinger. En ik wil met mijn hand de wond in zijn zij voelen. Anders geloof ik het niet. “ Hoe herkenbaar, ik denk ook voor ons: je wilt bewijs, ervaring, gevoel. En kijk dan niet alleen naar Tomas, ook de anderen die er wel waren, wisten nog niet hoe ze het hadden, leefden tussen hoop en vrees: was het echt zo dat Jezus weer leefde? De een had dit gezien, de ander dat meegemaakt, maar wat nu en hoe verder…verwarring alom, blijdschap en onzekerheid, hoop en twijfel, en angst ook…

Er is misschien iets van herkenning, zeker als je nu zelf aan huis gebonden bent, alleen of met je huisgenoten, je partner, je kinderen – uit voorzichtigheid vanwege dat nog steeds aanwezige virus, omdat je geen bezoek wilt of mag krijgen, of misschien met vage klachten bij jezelf of iemand in je huis, of met aangetoonde besmetting of omdat jij als werkend in de zorg geen enkele risico wilt lopen – ja, en allemaal voelen we ons beperkt en op onszelf teruggeworpen, zonder samen in de kerk te zingen en te bidden en te vieren, zonder erop uit te gaan met mooi weer. Daar zitten we dan ieder in eigen huis, op afstand van elkaar, met laptop of smartphone… en met allerlei gedachten tussen hoop en vrees, misschien ook over bedrijf, baan, inkomen, en onzeker over hoe lang gaat het duren en hoe moet het verder, straks…

We weten natuurlijk niet wat de leerlingen van Jezus die avond allemaal met elkaar hebben besproken, misschien wel door elkaar heen en soms tegen elkaar in…we kunnen het wel een beetje raden als we wat de evangeliën vertellen, combineren. Maar wat vooral de boodschap is, staat in het tweede deel van dat moeilijk begonnen vers 19: “Maar opeens stond Jezus tussen hen in en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ . Wat er niet bij staat is hoe dat precies in zijn werk ging. Ging die deur voor Jezus op een wonderlijke manier open, of kon Hij met een verheerlijkt lichaam ineens komen en gaan? Er is heel wat over gespeculeerd en gefantaseerd, maar de Bijbel laat ons in het onzekere en dus is het blijkbaar niet belangrijk voor ons geloof. Denk maar aan wat Jezus tegen Tomas zei: ”gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven”. Wat niet door Johannes wordt verteld maar wel door Lucas is de eerste reactie van die leerlingen: “De leerlingen schrokken en werden bang. Ze dachten dat ze een geest zagen”: (Lucas 23: 37, BGT). Dat kan ik me voorstellen: je zult maar oog in oog staan met iemand die je een paar dagen eerder in een graf gelegd hebt. Dat wil er echt niet zomaar in, en daarom begrijpen we Tomas ook best: ik moet het eerst zien.. maar zelfs toen ze zagen konden ze eerst hun ogen en oren niet geloven….daar was voor nodig dat Jezus nog een paar weken lang allerlei ontmoetingen en gesprekken regelde…en zelfs dan staat eerlijk in de Bijbel dat vlak voordat de Heer terug ging naar de hemel, na nog de laatste opdrachten aan zijn leerlingen uitgedeeld te hebben, met vooral de opdracht om de wereld in te gaan om overal het goede nieuws door te geven dat Jezus leeft en regeert en dat Hij terug zal komen, dat er staat dat zelfs toen nog “sommige leerlingen twijfelden” (lees Matteüs 28: 17). Hoe bijzonder dat de Heer hen toch kon gebruiken en wilde inschakelen – Hij kan meer uit de voeten blijkbaar met wie niet zo zeker van zichzelf en hun geloof zijn, meer dan met wie zelfverzekerd wel eens even dit of dat…gelukkig maar, dan is er ook voor mij nog hoop en een taak, dan kan Hij ook wat met jou en je onzekerheid, met u die bang thuis zit, met jullie die je zorgen maken over hoe verder, met zijn kerk die krimpt…en met zoveel zoekers en twijfelaars, afhakers of net weer gezochten… Jezus komt naar je toe en gaat naast je staan en Hij zegt ook vandaag tegen jou: “Ik wens je vrede”.

Probeer allereerst dat mee te nemen en te geloven en te ervaren, als je thuis zit als gezin of op uw kamer alleen in he zorgcentrum of in je ziekenhuisbed of in de cel, als je als gemeenteleden niet in de kerk bent maar allemaal tegelijk een online-dienst volgt: Jezus en zijn vrede zijn niet aan een gebouw gebonden en zijn niet voor één gat te vangen of door zelfisolatie of gedwongen thuisblijven tegen te houden, maar Hij komt met zijn liefde door de meest stevig gesloten deuren binnen en Hij kan zelfs de meest gesloten harten vol twijfel, angst, weerstand openmaken: Vrede voor jou. Zoals we er straks van gaan zingen: ‘Liefde is licht, laat zich niet vangen, komt door gesloten deuren heen, biedt aan de woede beide wangen, breekt harten harder dan een steen…liefde kan legers overwinnen, springt hoger dan de hoogste muur…laat dan uw ziel in zonlicht dopen, weg boze dromen, wees gerust! Dat is toch: vrede.

Ja, want dat is de bemoedigende binnenkomer van Jezus bij zijn doodsbenauwde leerlingen die al bang waren voor wat buiten dreigde en nu binnen ook schrokken. Er zat bij hen heel wat onrust, onzekerheid, schaamte ook over hun lafheid, ergernis en verdriet over die Judas, en waarom was Tomas er niet, en Petrus met altijd zijn grote mond was wel wat stil vanavond, die zingt wel een toontje lager…ja, en wat gaat er hierna gebeuren, wat komt er allemaal op ons of, hoe moet het verder…onrust dus, onzekerheid, onvrede, een hoofd vol rondspokende gedachten, stenen op de maag.
Maar Jezus – staat er veelbetekenend – “kwam in hun midden staan”- als altijd. Niet op een afstand, niet uit de hoogte, niet boven hen zwevend als een soort geest, maar als diezelfde die er altijd was voor hen: naast hen, en voor hen, en om hen heen. En die als zo vaak hen begroette met die joodse groet die toch meer is en dieper dan alleen een ‘goedenavond samen’, maar is gevuld met echte sjaloom: ruimte, heelheid, geluk, zeg maar: heil en vrede – zoals Jezus had gezegd in dat lange en indringende gesprek de avond voor zijn arrestatie: “Ik laat jullie vrede na, mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan, Maak je niet ongerust en verlies de moed niet”(Joh. 14: 27) en aan eind van dat gesprek nog met een uitroepteken: “Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij Mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in deze wereld, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.“ (16: 33).

Nou, dat was gebeurd inmiddels: door dood en graf heen was de wereld van zonde en dood overwonnen en had Jezus betaald voor die echte vrede, met God en elkaar. Tegelijk: dat was niet een goedkope vrede, niet een: laat maar om de lieve vrede. Er was een hoge prijs voor betaald, er had bloed voor gevloeid, er was voor gevochten. Zoals helaas nog vaak moet in een wereld met nog veel onvrede, oorlog, ziekten. Ik denk aan militaire missies om ergens in de wereld dictators of terroristen te stoppen en de vrede te herstellen, ik denk aan artsen, verpleging en ook de overheid die een virus wil indammen en getroffenen mogelijkheden wil geven om te herstellen en die meer besmettingen en ziekenhuisopnames willen voorkomen; ik denk aan de moeizame strijd om oplossingen te zoeken voor die vele vluchtelingen, en als Nederland denken we juist dit jaar terug aan 75 jaar geleden toen ten koste van veel mensenlevens we bevrijd zijn, laten we niet door dat nare virus vergeten dat te vieren, ook al moet dat helaas anders en veel bescheidener dan de bedoeling was.

Jezus wenst zijn leerlingen vrede en laat meteen de littekens zien van de wonden die Hij in de strijd tegen zonde en dood heeft opgelopen: zijn vrede is niet goedkoop. Dat was het niet voor Jezus, dat is het ook niet voor ons; Jezus zegt zelfs: “Denk niet dat ik ben gekomen om op aarde vrede te brengen, Ik ben niet gekomen om vrede te brengen maar het zwaard”. Dat is eigenlijk hetzelfde als: mijn vrede is anders dan de vrede die in de wereld zo heet of wordt aangeboden; het is een vrede die je wat kost, als je voor Jezus kiest en achter Hem aangaat, want dat betekent dat je in botsing kan komen met wie dat niet wil, dat je tegen onrecht opkomt, en tegen onderdrukking en uitbuiting en dat kan je komen te staan op tegenwerking en tegenmaatregelen. Ik denk weer terug aan de 2e wereldoorlog en de vele slachtoffers die het verzet en de inzet van de geallieerden gekost heeft; we denken eraan terug op 4 mei, ook in 2020.

Ik denk met name ook aan Dietrich Bonhoeffer die kort voor de bevrijding is terechtgesteld vanwege zijn verzet tegen de nazi’s; zijn laatste woorden waren: “Dit is het einde, voor mij het begin van het leven.” Hoe bizar en triest dit einde, hij had door zijn vaste geloof in Jezus de echte vrede gevonden en bewaard. Een uitspraak van hem is ook: “Er is geen weg naar vrede op de weg naar de veiligheid”. Je moet dus risico’s durven nemen om echte vrede te bereiken, een vrede die niet een makkelijk leven voor jezelf is maar het goede zoekt voor anderen”.

Dat hebben die bange leerlingen daar in die zelfisolatie ook ervaren toen ze later de deur weer uit gingen, de wereld in met de boodschap en het voorbeeld van hun Heer. En nog altijd lijden mensen die voor het goede opkomen, door veel kwaad.
Ja, en zo’n virus raakt mensen raken zonder onderscheid van rang, stand, geloof, en in de strijd ertegen raken ook hulpverleners besmet, en vraagt het veel risico nemen.

Ja, en toch, we lezen dat het een mooie avond werd daar achter die dichte deuren. Toen de eerste schrik voorbij was, kwam het steeds meer binnen: Jezus leeft, echt. En dan gaat het verder in vers 20: “de leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.” Een week later wordt ook Tomas over de drempel getrokken: “mijn Heer, mijn God”. En dan kunnen ze weer verder, de deur uit, de straat op, de wereld in, met hun Heer. Om de vrede die ze zelf hebben mogen aanvaarden en ervaren, door te geven. Met tot vandaag toe wereldwijd effect: mensen die houvast hebben aan hun levende Heer, en die zich inzetten voor vrede en recht, liefde en geluk voor anderen; die ook tijdens zo’n pandemie als we nu beleven, niet in paniek raken of in de schulp kruipen maar in actie komen, creatief worden, anderen ondersteunen, licht en vrede brengen. Want – nog een uitspraak van Bonhoeffer: “Niet alleen de angst is besmettelijk, maar ook de rust en de vreugde”. Ik wens u en jou en veel anderen die besmetting toe.
Amen

Liturgie

Zingen: Opwekking 723 ‘Kom, volk van de verrezen Heer’

Stiltemoment

Votum en groet

Zingen: Ps. 126: 1,2 DNP ‘Het leek een droom, toch was het waar’

Gebed

Bijbellezing: Johannes 20: 1-10
Zingen: NLB 637: 1,2,3 ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’

Bijbellezing: Johannes 20: 19-29
Zingen: Opwekking 58: 1,2,3,4 ‘Vrede zij u’

Verkondiging: Johannes 20: 19

Zingen: NLB 636: 1,2,3 Liefde is licht, opnieuw geboren

Gods leefregels voor het nieuwe leven Kol. 3: 1-17

Zingen: Voorzichtig Licht 55: 1,2,3 ‘Zo vrolijk als een vlinder’ (mel. NGK 232)

1. Zo vrolijk als een vlinder,
zo vrij en opgewekt
als één die ongehinderd,
de hemel heeft ontdekt,
geloof en hoop gekregen,
als vleugels aangedaan,
de loze dood ontstegen,
ben ik mijzelf voortaan.

2. Wat knelde is gestorven,
wat kwelde is vergaan,
ons leven is verborgen,
bij God een nieuw bestaan,
als Christus zal verschijnen,
verschijnt Hij niet alleen,
dan zingen al de zijnen,
in paaslicht om Hem heen.

3. Zo vrolijk als een vlinder,
leef ik voor U o Heer
de nacht boeit mij steeds minder,
het daglicht des te meer,
Uw liefde zal mij laven,
ik ben van nu af aan,
in Uw graf mee begraven,
en met U opgestaan

Gebed

Collecte

Zingen: Opwekking 710 ‘Zegen mij’

Zegen

Amen: NLB 415: 3 ‘Amen, amen, amen, dat wij niet beschamen..’

Bomen in de Bijbel 5 Eens komt de grote zomer! Openbaring 22

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet – amen
aanbidding
430 Heer ik prijs uw grote naam
576 Als wij samen u aanbidden

Gebed

Bijbellezing: Ezechiël 47: 1-12
Zingen: Opwekking 642 “Al mijn zonden, al mijn zorgen’
Bijbellezing: Openbaring 22: 1-17
Preek
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Staan er op een nieuwe aarde ook bomen, groeit daar ook fruit en groente?
Een vaak gestelde maar ook lastige en moeilijk te beantwoorden vraag.
Net zo’n soort vraag als of op die nieuwe aarde koeien lopen, en huisdieren zijn.
In elk geval kun je er niet een simpel antwoord op geven vanuit Openbaring 22.
Want als je wat we gelezen hebben zou lezen als een preciese beschrijving van
hoe de nieuwe wereld zal zijn, dan wordt het al gauw lastig: een stad met twaalf
poorten, geen zon en maan meer en geen zee, en bomen met bladeren die geneeskrachtig zijn, maar is dat dan nog nodig, als niemand meer ziek wordt?
Zullen we trouwens nog wel eten en drinken op de nieuwe aarde, is er nog honger?
En we zullen heersen als koningen maar over wie dan,is de baas zijn nog wel nodig?
Er staat ook dat wie slechte dingen doet, buiten de stad moet blijven maar waar dan?
En om niet meer te noemen: waar is plek voor al die mensen van al die eeuwen,
voor die “onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal”, die Johannes heeft gezien en beschreven in hoofdstuk 7: 9 vv.

Allemaal elementen in de beschrijving die het aannemelijk maken dat het beelden zijn, en dat past in het geheel van het boek Openbaring waarin Johannes als het ware de hele wereldgeschiedenis als een spannende film afgedraaid ziet worden, met de hemelkoepel boven zijn verbanningsoord Patmos als een gigantisch scherm.
Een film die door Johannes zelf aan het begin (hoofdstuk 1: 1) wordt aangekondigd als visioen, als ver-gezicht, ontvangen van God “om aan de dienaren van God laten zien wat er binnenkort gebeuren moet”. Het wordt in dit hoofdstuk herhaald in vers 6: “De Heer, de God die profeten bezielt, heeft zijn engel gestuurd om aan zijn dienaren te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet”
Let wel: ‘binnenkort’, en dat is eerder dan de 2000 jaar later waarin wij leven, en zeker eerder dan een eindtijd die misschien nog heel wat jaren of eeuwen op zich laat wachten – het gaat over de tijd waarin Johannes zelf leefde en ook de mensen van de zeven kerken die de Openbaring op schrift kregen met voor elk een speciaal op hen toegespitste begeleidende brief – en zeker ook loopt het script door in de eeuwen daarna en tot vandaag toe en ook voor na ons.
Want Openbaring mag dan het laatste bijbelboek zijn, Gods geschiedenis gaat door.
En waar het God om te doen is en waar God heen wil, daar loopt dit boek op uit: op de grote zomer, waarin alles nieuw wordt en nieuw blijft, en niets slechts meer is.
Dus het paradijs komt zeker terug en mooier nog, en completer, en voorgoed.
Maar hoe precies, dat blijft een verrassing, boven verwachting, en ongedacht.
In elk geval allemaal veel uitbundiger en rijker nog, en niet voor maar twee mensen zoals in het begin maar voor al die mensen die er daarna allemaal zijn bijgekomen.. het resultaat van heel veel eeuwen geschiedenis van groei en ontwikkeling, want wat is geweest en uitgedacht en uit de schepping gehaald, zal niet weg zijn maar krijgt een plek – daarop wijst denk ik wat aan het eind van hoofdstuk 21 staat over wat het nieuwe Jeruzalem wordt genoemd: “door de poorten zullen kostbare schatten van alle volken worden binnengebracht” (BGT) – ik denk aan kunstschatten, technische producten, boeken misschien ook (hoop ik…), zoveel dat God ons heeft gegeven en ons heeft laten ontdekken en uitvinden en in gebruik gegeven – om van te genieten.

Meteen erachteraan staat in 21: 27 dat wat slecht is en kwaad doet, er niet in komt.
Ja, want wat in elk geval wel duidelijk is: dat er geen zonde en slechte dingen meer zullen zijn, dat er niet meer gehuild wordt en geen pijn geleden, dat er geen oorlogen meer gevoerd worden en geen natuurrampen meer zijn, is misschien wel net zo onvoorstelbaar; en wat zullen al die mensen doen die daar nu hun werk door hebben: hulpverleners, de zorg,politie en leger, brandweer, farmaceutische industrie, en denk ook eens aan allerlei vrijwilligerswerk en mantelzorg – het is niet meer nodig.
En er hoeven ook geen milieuactiegroepen en dierenactivisten meer te zijn….

Het gaat ons voorstellingsvermogen te boven, het is zo anders dan wij gewend zijn.
Maar als je wat meer inzoomt op wat Openbaring ons openbaart, en dat probeert aan te vullen en in te kleuren met wat we uit andere bijbelgedeelten meekrijgen–denk aan de profeten, aan het onderwijs van Jezus, en aan de brieven van Paulus en anderen, dan komt steeds weer het begin in beeld: het paradijs, die tuin waar de Bijbel mee begint en waar de eerste preek van deze serie over ging: die tuin waar het goed was.
Het begin van de Bijbel vertelt ons hoe God is begonnen en waar het God met zijn wereld en de mensen en dieren daarin, maar ook de bomen en de planten, de zeeën en de meren, en nog zoveel meer, om begonnen is, en dat is: een goed en gelukkig leven, samen met Hem, en met elkaar, en ook met al die mede-schepselen: planten
en bomen, vogels en vissen, wilde dieren en huisdieren, en zo heel veel meer.
Daar stond de levensboom model voor: fris en groen, bloeiend en vol met vruchten.
Als teken en wegwijzer dat het leven goed en mooi kon worden en blijven, als je dat leven zou verwachten en willen ontvangen van de Schepper, en het invulling zou willen blijven geven naar de bedoeling van die Schepper, samen, voor en met Hem.
Maar helaas is dat al gauw misgegaan en we weten hoe: doordat wij mensen zich lieten verleiden en steeds weer laten verleiden om het zelf te willen regelen en onszelf en onze wereld los te maken van God en zo ook ieder voor zich te gaan:
ja maar hij, ja maar zij, en wij tegen zij, en vooral: Ik die tot mijn ‘recht’ wil komen….
Zo is de onderkoning een rebel geworden, de verzorger een uitbuiter, de partner een concurrent, de medestander een tegenstander, de liefhebber een haatzaaier….en onder de gevolgen lijden we nog steeds, en – zoals Paulus het in zijn brief aan de christenen in Rome zo aangrijpend verwoordt – daar lijdt heel de schepping in mee:
“wij weten dat de hele schepping nog altijd….zucht en lijdt” (Romeinen 8: 22). Heel actueel, als we denken aan allerlei onderzoeken en discussies over het klimaat en het milieu. We hoeven het hier niet allemaal op te noemen: vervuilende industrie, al dat plastic op straat en strand en in de zee, de CO2 uitstoot, het uitsterven van dieren als insecten en vogels, stroperij op olifanten en neushoorns, walvisvangst, en natuurlijk het op grote schaal kappen van bomen, een dreigenend voedseltekort aan de ene kan en veel verspilling aan de andere kant, en ook aanslagen en oorlogen:
Dat mag ons wel tot bidden brengen, maar ook tot daden, tot actie…., tot andere energiebronnen, minder verspilling, tot wereldwijde afspraken over zorg voor mensen en dieren, insecten, planten, bomen, en tot proberen zelf verantwoord te leven.

Nou, dat is als het goed is, de spits van deze preek en de winst van deze dienst…
dat we maar niet alleen dromen over eens een grote eeuwige zomer, dat we niet ons maar erbij neerleggen dat het hier op aarde toch nooit gaat lukken maar dat gelukkig er ooit een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt: stil maar, wacht en verwacht…
Dat is zo en daar verlangen we naar en bidden we vaak om – maar wat God graag wil en van ons vraagt is dat we nu al steeds meer laten zien van die wereld die God als goed en mooi heeft gemaakt en die Hij zelfs nog mooier dan toen zal maken. Daar werkt Hij aan en daar mogen wij nu al met vallen en opstaan en met onze gaven en beperkingen aan mee werken: de Bijbel die begint met een paradijs loopt uit op weer een paradijs… en dat dwars door misschien nog wel meer rampen heen en de zon die ooit ophoudt..en de maan en de sterren die hun tijd gehad hebben…
Er staat duidelijk in de Bijbel dat aan wat er nu is een einde komt en dat we een nieuwe hemel en een nieuwe aarde verwachten…het wordt een grote verrassing.

Ja maar, de vraag bleef me bij het voorbereiden bezighouden wat er voor ons vandaag voor bemoediging in zit en voor opdrachten uit naar ons toekomen.
Want vaak blijft het bij dat wachten op en verwachten van iets moois in de toekomst.
Ik geloof zeker dat dat gaat gebeuren maar ik denk dat de Bijbel met die laatste
hoofdstukken meer te melden en meer te bieden heeft, ook voor hier en nu al, dat we
een boodschap meekrijgen voor het leven in onze tijd en onze kwetsbare wereld.
Extra reden daarvoor is dat in dit laatste Bijbelhoofdstuk van alles terugkomt dat ook Ezechiël had gezien en doorgegeven, in een ook toen moeilijke tijd, van een nverwoeste stad en tempel, en een groot deel van het volk Israël weggevoerd en in ballingschap, net zoals Johannes later.
Ezechiël kreeg beelden te zien van een herbouwde stad en een nieuwe gigantisch grote schitterende tempel, met vanonder die tempel uit een rivier met kristalhelder water, die helemaal tot aan de Dode Zee stroomt en onderweg alles laat herleven:
“overal waar de rivier stroomt, komt leven” (vers 9): in de rivier wemelt het van de vissen en langs de rivier staan fruitbomen die continu vrucht opleveren: elke maand.
Je herkent meteen dat laatste hoofdstuk van Openbaring, tot en met details als:
“de vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig”.

We komen meteen ook achter het geheim van dat wonderlijke herleven door die gezondmakende rivier: “het water stroomt immers vanuit het heiligdom” (vers12),
bij God vandaan dus – en dat komt terug in Openbaring 22: “de rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en aan het Lam” – dat is de bron van het leven, en van daaruit komt dat water dat leven is en leven geeft, waardoor de stad van God een groene stad wordt, een parkstad waar het gezond en goed leven is.
En weer: dat is meer dan alleen maar toekomstmuziek, het begint nu al, in verbinding
met God via de Heilige Geest die mensen inspireert en nieuw leven laat ontstaan – denk aan vorige zondag over de vruchten van de Geest: de liefde en de vreugde, de vrede allermeest, geduld om te verdragen en goedertierenheid, geloof om veel te vragen en om veel te geven vooral, en leren leven van de verwondering – als dat je motiveert en je denken en doen, je praten, je doen en laten, verandert – dan straalt het van je af en gaat er wat van je uit, en dan begint het vanuit jou, vanuit ons die samen Gods tempel mogen zijn en vanuit de gemeente als een huis waar het goed wonen is, te stromen en te leven – zoals Jezus belooft aan wie Hem volgen en op zijn energiecentrale aangesloten zijn: “Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken!
Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft… en dat slaat legt Johannes uit op de Heilige Geest die wie gelooft zal ontvangen (Joh.7:37).
Lees met dat in het achterhoofd maar weer Ez. 47 en Openb. 22 en het komt ineens dicht bij onszelf in deze tijd en in ons leven: als je bent aangesloten op de lichtbron en watervoorziening die God biedt dankzij Jezus en door zijn Geest, dan is er ook in donkere tijden licht, dan is er levend water zelfs midden in een woestijn, dan gaan wonden helen en wordt het leven goed, dan komen er ook krachten los tegen verspilling en vervuiling, en dat wint de liefde het van haat en wantrouwen – begin van een nieuw paradijs!

Waarmee ik nog even terugkijk op de bomenserie die we vandaag afronden. We
begonnen in de hof van Eden als Gods proeftuin met en voor ons mensen: waar het goed toeven was, maar waar het ook mis ging en we de levensboom verspeelden, wat nog altijd zoveel gevolgen heeft van scheefgroei, van oorlog, van misbruik en onderdrukking, verspilling en vervuiling – omdat een mens zo steeds weer op zichzelf staat en voor zichzelf gaat – en steeds vastloopt en stukloopt en tenslotte doodgaat.
Wat wel heel schrijnend en schokkend duidelijk werd in dat verhaal van Gideon en zijn zoon Abimelech – met Jotam als klokkenluider en zijn verhaal over de bomen.
Maar we mochten ook horen en mogen ervaren dat God trouw blijft en doorgaat.
Dat als je verworteld bent in Gods liefde en verbonden aan elkaar er dankzij Jezus toekomst is – dat God geduld heeft met ons en zijn Geest geeft om ons een nieuw en vruchtbaar leven te geven: Hij wil zijn mensen geen dorre afgekapte bomen laten maar levensbomen van ons maken die doen waar toe ze bestemd zijn: groeien en bloeien en vruchten opleveren voor zijn wereld, zijn mensen, en voor onszelf.
Ik denk ook nog even terug aan dat lied van de bomen: ‘Leven als de bomen, trouw en aardsgezind, bij het water wonen, leven van de wind – leven als de bomen, God heeft het geplant, leven om te loven, leven uit Gods hand- leven als de bomen, zingen voor je God, levenslang geloven, vaste voet aan grond’.

Nou, en als je dat meeneemt naar die laatste bladzijde van de Bijbel, dan zie je waar God naar toe wil en wil uitkomen: een paradijs dat nog veel mooier is dan het eerste:
geen proeftuin maar een lusthof; met niet meer de dreiging van die slang/satan, met niet meer de verleiding om boven jezelf uit te grijpen en over elkaar heen te walsen,
met niet meer al die gevolgen van opstand en eigen richting maar eind goed al goed.
En als je probeert om het nu al je eigen te maken en er al iets van mee te maken, dan durf ik zeggen dat als je wil leven van Gods genade – in de woorden van Jezus ook in dit laatste bijbelhoofdstuk: als je drinkt van het water dat leven is en geeft –
dan mogen u en jij en ik als het ware van die bomen zijn die voortdurend vrucht opleveren – denk maar weer aan Psalm 1: een boom, geplant aan stromend water, die op tijd vrucht draagt en van wie de bladeren niet verdorren; en die bladeren zijn zelfs tot genezing van de volkeren: want aan God verbonden is gezond worden, zelfs als je nog ziek bent en zelfs als je moet sterven; Jezus is Leven en geeft leven.

Staan er op een nieuwe aarde ook bomen, groeit daar ook fruit en groente? Met die vraag begon de preek – het blijft lastig er een afdoend antwoord op te geven. Ik hoop het wel en ik verwacht het ook want God wil zijn schepping redden die in het begin zo goed was en die nog mooier zal worden – in elk geval zal God bij ons mensen komen wonen en dan gaat het vast goed komen en mooi worden – zeker weten!
Ja, en de gemeente die die boodschap doorgeeft en voorleeft, mag nu al een bron zijn van leven – zoals in het lied van de bomen dat we een van de vorige zondagen hebben gezongen: “Toevlucht voor de vogels – en dat ook als beeld voor heel verschillende mensen die we wel noemen ‘vogels van diverse pluimage’ – toevlucht voor de vogels, schaduw, onderdak, huis van mededogen, van liefde wijdvertakt – mooie beelden! En dan ook: “ademnood te boven, onverdeeld geluk.” Zo wordt al iets zichtbaar en herkenbaar en te beleven van die parkstad waar het op uitloopt en naar toe gaat: waar het altijd en voorgoed Pasen is – eens komt, nee, nu al begint de grote eeuwige zomer. amen

Heb jij er al over nagedacht of je een bijdrage kunt leveren om al iets te laten zien van de nieuwe wereld die God graag ziet en ons wil geven, en hoe dan?
En hoe zouden we elkaar en mensen om ons heen daarmee kunnen inspireren?
Zingen: NLB 747: 1,2,5,7,8 ‘Eens komt de grote zomer’

Gods leefregels Lucas 21: 29-36

Zingen: Ps. 96: 1,6,7 NLB ‘Zing voor de Heer op nieuwe wijze’

Gebed (presentator)

Collecte

Kinderlied: SchatRijk

Zingen: Opwekking 734 God, ik adem om van U te zingen

Zegen – amen

Bomen in de Bijbel 4: Tuinman Jezus wacht op vruchten Lucas 13: 1-9

Belijdenis van afhankelijkheid zingen: Ps. 121: 1: ’Ik sla mijn ogen op en zie’

Groet – amen
Zingen: Ps. 65: 1,2,4 LL ‘Wij zingen met verstild verlangen’

1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
U zult van ons de dank ontvangen
die U is toegezegd.
U hoort wat mensen aan U vragen,
bij U komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat U ons vergeeft..

2 Gelukkig wie U wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij U thuis.
U antwoordt machtig en rechtvaardig,
U redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.

4 U onderhoudt het land met regen
en zorgt dat alles groeit.
U geeft rivieren vol met zegen,
zodat de akker bloeit.
U maakt het land geschikt voor koren,
uw arm raakt nooit vermoeid:
U klieft de kluiten, vult de voren
en zegent al wat groeit.

Gods leefregels: Galaten 5: 13-26

Zingen: ‘Heer, laat uw woord uw woorden in ons spreken’ – melodie Psalm110

1. Heer, laat uw Woord uw woorden in ons spreken,
Want onze oren willen U verstaan.
Plant in ons hart uw groen en groeizaam teken
dat bloeiend voor ons oog zal opengaan.

2. Geef ons de wil het onkruid uit te roeien
van tweespalt, eigenwaan en jaloezie.
Schep ons de tuin waar uw gewas kan groeien
en wij de bloei van uw genade zien.

3. de klimroos van geloof, het hemelsbrede
vergeet-mij-nietje van de vriend’lijkheid,
de ogentroost van liefde, vreugde, vrede,
de duizendschoon van de zachtmoedigheid.

4. Werk in ons, tuinman Jezus, tot het wonder
van roos en lelie altijd om ons staat,
tot in het licht van God U met ons onder
de gouden regens door uw tuinen gaat.

Gebed

Bijbellezing: Matt. 7: 13-21

Zingen: NLB 313: 2,5 ‘God opent hart en oren..

Tekstlezing: Lucas 13: 1-9
………………………………………………………………………………………………….
Preek ‘Tuinman Jezus wacht op vruchten’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Vanmorgen gaat het over een van de vruchtbomen die in de Bijbel heel vaak voorkomt en die voor de mensen in Israël erg belangrijk was: de vijgenboom.
Toen het volk Israël na veertig jaar rondtrekken in de woestijn bijna in het beloofde land was, belooft Mozes dat het een goed en welvarend land is waar ze mogen gaan wonen: “een land van beken, bronnen en waterstromen die ontspringen in de valleien en op de bergen, een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelen, een land van olijven en honing, een land waar u niet slechts schamel brood zult eten, maar waar het u aan niets zal ontbreken” (Deut. 8: 7-9).
En meer dan eens kregen ze de belofte van een vrede en welvaart, als ze deden wat God van ze vroeg: “geen mens zal weten wat oorlog is, ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt (Micha 4;Zacharia 3).

De bladeren van een volwassen vijgenboom zitten dicht op elkaar en komen tot aan de grond, zodat je eronder kunt zitten als onder een soort prieel, lekker in de schaduw. Begrijpelijk dat vaak aan de randen van een wijngaard een of meer olijfbomen werden geplant. Werken in de wijngaard is een heet karwei. Dan is het heerlijk om af en toe te kunnen uitblazen in de dichte schaduw van de vijgenboom.
.
Vijgenbomen waren dus zeker voor de mensen toen erg belangrijk. Minstens twee keer per jaar komen er vruchten aan een vijgenboom. Eerst in de lente, de zgn. vroege vijgen, die rijp zijn in juni en die werden opgegeten, vaak zo uit de hand. In augustus en september zijn de zgn. late vijgen rijp, die ze meestal gingen drogen om ze te bewaren voor de winter. Vijgen werden dus gegeten maar ook wel gebruikt als een soort medicijn, b.v. tegen zweren en andere huidaandoeningen; zo lezen we over de zieke koning Hizkia dat hij op advies van de profeet Jesaja een plak gedroogde vijgen op zijn ontstoken huid moest leggen, en daar beter door werd.
Een vijgenboom staat erom bekend dat hij sterk is en groeizaam en vruchtbaar.
Maar als er aan de vijgenboom geen vruchten komen, is er duidelijk iets goed mis.
Jezus heeft het in die korte gelijkenis over een man die een vijgenboom geplant had aan de rand van een wijngaard, wat vaak gebeurde en ook in onze tijd voorkomt.

Jezus vertelt: Iemand heeft een vijgenboom geplant in zijn tuin, in zijn wijngaard.
De man, duidelijk de eigenaar van de boomgaard, komt regelmatig langs om te kijken het erbij staat en of er al vijgen te plukken en te eten zijn, maar nee, weer niet. Als dat het eerste jaar gebeurt, nou ja, kan gebeuren, je moet geduld hebben, toch?
Volgend jaar beter hoop je dan. Het volgende jaar als overal de vijgenboom volop vijgen leveren, komt de man weer langs: zou het nu wel? Maar nee, weer niet, hoe kan dat nou, wat is er mis. Maar goed, wie weet volgend jaar….maar ook dan niet.
Waarop z’n geduld opraakt en hij tegen de tuinman die namens hem zorgt voor de wijnstokken en de vijgenbomen zegt: hak die boom maar om want ik heb er niks aan en hij neemt maar plek in, ik kan op die plek beter een gezonde boom neerzetten…
Ik las: “Het wortelstelsel is even groot als de kroon, dus er wordt veel voedsel aan de grond onttrokken. Daarom moet deze boom wel vruchten dragen om lonend te zijn.”
Dan komt een moment dat je denkt dat het met deze boom het niet meer gaat
lukken en dat je beter de boom kunt vervangen door een andere, gezondere.
Of dat die boom niet op een goede plek staat, meer zorg nodig heeft, andere grond.
Want je hebt de boom gekocht om er appels van te plukken en niet voor de sier.
Ja, en dan is het nog hobby maar voor een fruitkweker zoals in het verhaal dat we net gelezen hebben, gaat het ook nog om geld en zo’n boom neemt ook nog plek.

De man in het verhaal is er blijkbaar helemaal klaar mee:hak maar om die boom.
Maar daar denkt de tuinman anders over, en hij pleit voor geduld en voor uitstel:
meneer, laat uw boom nog één jaartje staan, geef hem nog een kans alstublieft.
Maar er is meer dan dat, want alleen nog een jaar wachten en niks doen, is geen optie, er is wel werk aan de winkel, en de wijnboer biedt aan er alles aan te doen:
Ik zal de grond nog eens goed omspitten en er extra mest bij doen, wie weet.

Een goed voorstel, want het is bekend dat goede voedzame aarde en mest de groei bevorderen. “Wie zijn vijgenboom met zorg omringt, zal zijn vruchten eten”, staat in Spreuken 27: 18. Je hebt er werk aan, en je stopt er energie in, dan heb je ook wat.
Daar stopt het verhaal, we horen niet hoe het verder ging met die vijgenboom, of die
nog lang is blijven staan en vruchten kreeg, of uiteindelijk toch is omgehakt – en dat
is precies de bedoeling want het antwoord moet komen van wie toen en nu luisteren.

Als je goed zorgt voor je boom, als je energie in stopt, komen er als het goed is, vruchten aan: dat beeld kom je in de Bijbel tegen voor de zorg van God voor zijn volk, en helaas ook voor de teleurstelling van de Heer als dat geen vruchten oplevert van liefde voor Hem en zorg voor elkaar, van dankbaarheid voor zijn goede gaven, en van een leven volgens zijn goede leefregels –zo in Jeremia 8: “Als ik wil oogsten – spreekt de HEER – zijn er geen druiven aan de wijnstok, geen vijgen aan de vijgenboom, en zijn de bladeren verdord.” En dat terwijl God er alles aan had gedaan, en zoveel had geïnvesteerd in zijn bijzondere volk. “Wat kon ik nog meer aan mijn wijngaard doen,wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zoveel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?” (Jes. 5: 4). Dat slaat op Israël in de tijd van Jesaja: “Israël is de wijngaard van de Heer van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda. Hij verwachtte recht, maar oogste onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting. “ Jes. 5: 7). Weer later horen we uit de mond van de Heer Jezus datzelfde met een iets ander beeld: God als een wijnboer die zijn wijngaard verpachtte, maar de pachters houden de oogst voor zichzelf, mishandelen of doden zelfs de knechten van de eigenaar als die zijn aandeel komen opeisen en doden tenslotte zelfs de zoon van de baas – waarmee Jezus het over zichzelf heeft als de zoon van God die ze afwijzen en kruisigen…

Het is steeds datzelfde: heersen en niet dienen, gaan voor jezelf en niet delen. En het komt ook op ons vandaag af: hoe gaan we om met de aarde, met bomen en planten en dieren, en nog confronterender: met medemensen in nood, op de vlucht, zonder dak boven of hoofd of eten voor morgen, en wat maken we van ons leven?
Is ook niet vandaag van hoog tot laag en van dichtbij toe verder weg onrecht en uitbuiting, egoïsme, ondankbaarheid – waar blijven de vruchten van alles dat God in ons als mensen, in ons als zijn kinderen, in deze planeet die Hij geschapen heeft, heeft geïnvesteerd? Stel dat God vraagt: wat kon Ik nog meer doen, wat heb Ik te weinig gedaan, wat heb Ik fout gedaan? En als niet: waarom gaat er zoveel mis?
Dat korte verhaaltje over de vijgenboom volgt direct op dat gesprekje over het nieuws van die dag, over zouden wij vandaag zeggen twee berichtjes van nu.nl of het journaal – slecht-nieuws-berichten die van alle tijden zijn: geweld, en een ongeval.
Geweld: na een protestdemonstratie rond de tempel greep Pilatus hard in en enkele demonstranten – afkomstig uit het Galilea waar ook Jezus en de meeste van zijn leerlingen hun thuisbasis hadden – werden gedood en hun bloed werd vermengd met offerbloed – heiligschennis dus. En dan was er ook die toren in Jeruzalem die
was ingestort waardoor 18 mensen de dood vonden – een tragisch ongeval dus.
Wat zeker in die tijd meteen bij de schuldvraag bracht, en snel met de vinger werd gewezen niet naar de stadhouder of de bouwers van de toren maar juist naar de slachtoffers: hoe komt het dat hun dit vreselijke overkomen is, hebben ze dat te wijten aan zichzelf, is dat een straf van God – want niets gebeurt toch zomaar?

Hier gaat Jezus met die twee nieuwsberichten een andere kant op, om de mensen om hem heen wakker te schudden en aan het denken te zetten, niet over anderen maar over zichzelf, in de lijn van de bergrede: oordeel niet om niet daarmee jezelf te
veroordelen, want met de maat waar je anderen mee meet, wordt jij zelf gemeten.
Hoor maar: Denken jullie dat die Galileërs die door Pilatus zijn afgeslacht, erger dingen hebben gedaan dan andere Galileërs? Of dat die achttien slachtoffers van die ingestorte toren meer schuldig waren dan alle andere mensen in Jeruzalem? (wat in die tijd vaak gedacht en gezegd werd – want dan pleit je jezelf vrij: gelukkig ben ik niet zo verkeerd bezig, gelukkig maar dat zoiets mij niet zal overkomen…Maar Jezus slaat het ons allemaal uit handen: “Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij”. Die zit, dat is schrikken!

En dan meteen erachter aan komt dat verhaaltje over die onvruchtbare vijgeboom.
Want tuinman Jezus wacht op vruchten, vruchten van bekering en geloof, van niet jezelf beter en netter en vromer achten dan de ander maar juist de ander hoger aanslaan dan jezelf, en van willen groeien in vertrouwen en van willen dienen.
Johannes de Doper had het ook al gezegd: “Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en zeg niet meteen bij jezelf wij hebben Abraham tot vader”.
Naar ons vertaald: zeg niet te gauw en te makkelijk: maar ik ben een oppassende burger, ik doe niemand kwaad en ben eerlijk, en ik ben ook nog van de goeie kerk.
Want, nog eens Johannes de Doper: “God kan ook uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken”. God kan zelfs de meest grote tegenstander omvormen tot een volgeling van Jezus, God kan zelfs de grootste crimineel een nieuw leven geven.
En daarbij de waarschuwing van Johannes: “de bijl ligt al aan de wortel van de boom. Iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. “ (Luc. 3: 8-9). In de bergrede herhaalt Jezus dat, we hebben het gelezen. En denk ook aan wat we van Paulus hoorden in Galaten 5 over de vruchten die groeien door de Geest: “liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing”. Precies dat wat we merken aan de reactie van die tuinman op het voorstel die vijgeboom maar om te hakken:
Laten we geduld hebben, laat ik er nog eens extra goed voor zorgen, omhakken kan altijd nog wel, wie weet komen er toch volgend jaar wel vruchten aan, van liefde.

Dat geduld had Jezus met Israël waar Hij zoveel weerstand en ongeloof tegenkwam, maar ook met zijn eigen leerlingen die na drie jaar nog zoveel onbegrip lieten zien.
Dat geduld heeft God gelukkig ook met ons, met zijn mensen, en met dezer wereld.
En dat geduld vraagt God van ons, geduld met elkaar, met die mensen om ons heen die in onze ogen niet of niet meer of niet goed geloven….en waar ze soms zo snel en zonder goed te luisteren en oog voor ze te hebben over kunnen oordelen of langs heen leven en bij wegkijken – dan is die wijnboer een goede leermeester en een inspirerend voorbeeld: “Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, tot ik de grond erom heen heb omgespit en hem mest heb gegeven, misschien zal hij dan het komende jaar vrucht geven”….laten we dat ook doen, en het verder aan de Heer overlaten.
Niet voor niets horen we niet de afloop, of die vijgenboom toch nog vruchten ging opleveren of na dat jaar uitstel alsnog werd omgehakt – dat is aan wie het horen
en aan wat zij en wij ermee doen: met Gods liefde, met het geduld van de Heer.
Want zeker, het eindigt scherp, waarschuwend: “zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken”….maar luister goed: dan kunt u…dat is aan u…..dat laat ik aan u over.
Niet: dan hak ik hem wel om….nee, want het is tenslotte niet zijn eigen boom……
Zoals Jezus vaak benadrukte: ik kom niet om mijn wil te doen, maar Vaders wil.En als ons niet het oordeel toekomt over wie dan ook maar het God is die beslist,en God heeft zoveel geduld met ons, zouden wij dan geen geduld hebben met hem / haar?

Ik denk dat we dat ook best kunnen betrekken op ons leven in het algemeen. Want niet alleen als het gaat om geloofsgroei kan ongeduld en druk een rol spelen, het zit in heel de samenleving, zeker in deze gehaaste, gestresste en veeleisende tijd, een tijd waarin presteren en scoren en jezelf bewijzen en beter zijn dan de ander, ertoe leidt dat veel mensen, jongeren maar ook volwassenen, aan een burnout leiden.
Wat meerdere oorzaken kan hebben maar zeker ook te maken heeft met wat we van onszelf en elkaar verwachten, van latten die hoog gelegd worden en hoge eisen die we aan onszelf en elkaar stellen, en de druk om te groeien en succes te behalen.

In een boeiend boek over Her verborgen leven van bomen dat ik kortgeleden heb gekocht en aan het lezen ben, kwam ik ook een hoofdstukje tegen over Burnout.
En verrassend: dat gaat niet over mensen, maar over bomen die het in zich hebben om los van het bos op eigen houtje ergens willen opgroeien,ver van de moederboom.
Er zijn sommige van bomen die als een razende groeien – soms meer dan een meter per jaar, terwijl andere soorten maar een paar millimeter per jaar groter worden.
Treffend voorbeeld van die snelle groeiers zijn de berk en ook de ratelpopulier; in dat boek staat: “berken jakkeren door het leven en putten zichzelf uiteindelijk uit” , en net zo “een andere rusteloze geest..: de esp of ratelpolulier”, met zijn blaadjes die op elk klein zuchtje wind reageren, en die continue en snel groeien en tegelijk vechten tegen alles wat die groei bedreigt, wat een enorme hoeveelheid energie vraagt.
Met als gevolg dat de boom na zo’n dertig jaar uitgeput is, evenals de berk, want er is zoveel energie in hoger en groter worden en in de concurentiestrijd met anderen gaan zitten dat veel eerder dan bij andere bomen de laatste reserves uitgeput zijn.
Opvallend allemaal, ik dacht: die bomen zijn net mensen, maar wat doe je eraan?
Leerzaam is dat de meeste van die streber-stress bomen het op hun eentje moeten zien te redden, en dat bomen tussen anderen in een bos of park elkaar voeden en ook corrigeren – en minder hebben van dat competitie en concurrentie-gedrag.
Pionier zijn is prima, af en toe uit je comfortzone stappen en uitdagingen aangaan ook, maar zomaar is de balans zoek en kom je niet mee toe aan broodnodige rust.

Om terug te gaan naar ons mensen: ik heb niet een afdoend antwoord tegen stress en burnout, daarvoor zijn de situaties te verschillend en ook vaak te complex: de omstandigheden heb je vaak niet in de hand, je opvoeding speelt een rol, en wat in je genen en je karakter zit, en we leven in een tijd van veel sociale en financiële druk.
Je merkt dat het leven niet maakbaar is en je het niet altijd voor het kiezen hebt.
Maar vanuit ons bijbelgedeelte is geduld met jezelf en elkaar wel een goede start: het hoeft niet allemaal tegelijk en ineens, je hoeft ook niet de lat hoger te leggen of te laten leggen dan waar jij bij kunt – en daarvoor is nodig wat je erbij voelt serieus te nemen, goed naar je eigen lijf te luisteren, feedback te vragen van mensen in wie je vertrouwen hebt, en als het niet goed voelt, op tijd aan de bel te trekken – probeer erachter te komen waar jij goed in bent en investeer daarin, en accepteer ook dat je niet overal goed in bent en goed in hoeft te zijn, en: durf op tijd waar nodig nee te zeggen – en als het toch niet lukt, zoek als het kan op tijd, goede hulp – en heb ook dan geduld, want het kan en hoeft niet binnen een paar weken al weer beter te gaan.
Ja, en in de lijn van deze serie: maak als je kunt regelmatig een boswandeling of een fietstocht voor de natuur – werken in je eigen tuin als je die hebt – kan ook natuurlijk.
In dat bomenboek las ik ook: “bij de boswandelingen verbeterden de bloeddruk, de longcapaciteit en de elasticiteit van de aderen”- je komt ook tot rust in het bos, echt!
Steeds weer blijkt die eerste psalm actueel, over de boom die geworteld is en aan het water staat – en dan vruchten oplevert, op zijn tijd, als de boom eraan toe is.

Tuinman Jezus wacht op vruchten – Hij mag ze verwachten, Hij kan en wil vol geduld en liefde wachten, het is aan ons om Hem niet te laten wachten maar ons door Hem te laten bewerken – denk weer aan die woorden van Paulus om ons door de Geest te laten leiden – in de catechismus staat: laat de Heer door zijn Geest in je werken.
Kijk, en dat is wel werken, en dat kan ook betekenen in je eigen vlees (laten) snijden.
Paulus noemt dat onze eigen natuur met alle verkeerde hartstochten en begeerten aan het kruis laten slaan – en dat doet pijn, dat is afzien van…en vechten tegen…
Het is ook elkaar dienen in liefde en je naaste liefhebben als jezelf, zelfs je vijand.
In Gal. 6 wordt het positief ingevuld, ook met beelden uit de natuur: “wie op de akker
van zijn zondige natuur zaait, oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest
zaait, oogst het eeuwige leven. Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten” (Gal. 6: 8-10). Weer dus: geduldig doorgaan, in vertrouwen dat God groei en oogst geeft, en niet de Geest die werkt, tegenwerken.

Tot slot: als we zo door Gods Geest gevuld vruchten gaan opleveren, heeft dat tot verder om ons heen effect en groeikracht – zoals Jezus over die ranken aan de wijnstok zegt– dat is: over allen die aan Hem verbonden samen groeien en bloeien want zonder Hem lukt het niet, en op je eentje ook niet – een rank los van alles verdort en gaat eraan – Jezus zegt dat wie aan Hem verbonden blijft veel vrucht zal dragen – zoals een vruchtboom er niet alleen staat voor zichzelf maar bedoeld is om ook voor anderen nuttig te zijn . Denk maar weer aan die olijfboom en die vijgenboom en die wijnstok van vorige week die allemaal zeiden: ik wil graag vruchten opleveren voor de mensen en voor God, daar word ik ook zelf blij van, en voel ik me goed bij,
Dat mag ook onze uitdaging zijn: vruchtbaar zijn voor God en mensen, en zo ook onze eigen bestemming bereiken en tot zegen zijn. Dat geve God, door zijn Geest.
amen

Vraag: Lukt het jou om ook lastige gevoelens onder ogen te zien en die eventueel met anderen te delen?

Zingen: NLB 841: 1-4 ‘Wat zijn de goede vruchten die groeien aan de Geest’
Gebed
Collecte
Kinderlied: SchatRijk
Zingen: NLB 422: 1,3 ‘Laat de woorden die we hoorden’ (mel. LvdK 350)

Zegen – amen

Bomen in de Bijbel 3: Bomen kiezen een koning Rechters 9

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet – amen
Zingen: NLB 985: 1,2,3 ‘Heilig, heilig, heilig, hemelhoog verheven’
Gods leefregels Deut. 5: 6-21; 6: 4-9 en 17: 18-20 Zingen: Ps. 146: 1,3,4 DNP

Zingen: Psalm 146: 1,3,4 DNP
1. Halleluja! Heel mijn leven
zal ik zingen voor de HEER.
Hem wil ik mijn liefde geven,
telkens weer en telkens meer!
Zingen wil ik dag aan dag
en Hem prijzen vol ontzag.

3. Vol geluk mag ieder leven
die de HEER als helper heeft.
Hij heeft ons zijn woord gegeven
en Hij maakte al wat leeft.
Wie berooid is of geknecht
geeft Hij brood en doet Hij recht.

4. Hij, de HEER, laat boeien breken,
geeft aan blinden levenslicht,
helpt wie bijna was bezweken,
houdt van wie op Hem zich richt.
Hulpelozen staat Hij bij,
slechte mensen oordeelt Hij.

Gebed

Bijbellezing: Rechters 8: 22-35
Zingen: Ps. 146: 2,5 DNP
2. Macht van mensen heeft geen waarde:
zoek daar niet naar zekerheid!
Zelfs de sterkste is maar aarde,
krijgt maar weinig levenstijd.
Als zijn adem stokt, gaan ook
al zijn plannen op in rook.
5. Tot het einde van de tijden
heerst de HEER met overmacht.
Sions God blijft alles leiden;
Hij regeert in elk geslacht.
Eeuwig zing ik tot zijn eer:
Halleluja, loof de HEER!
Lezen tekst: Rechters 9: 1-21

Preek ‘Bomen kiezen een koning’

Gemeente van onze Heer en Koning Jezus Christus,

Het was zo mooi begonnen.
Ik bedoel: met Gideon die, nog jong, in een chaotische tijd een moeilijke opdracht kreeg namens God: “Toon je moed en bevrijd Israël”, van de Midjanieten namelijk
die elk jaar in het land Kanaän op strooptocht gingen en de oogst wegkaapten.
Eerst zag Gideon het niet zitten: onze stam Benjamin stelt niets voor en ik ben de jongste van ons gezin – maar God zei: je kunt het omdat Ik achter je sta en je help.
Daarna vatte Gideon moed, en pakte door: eerst zelfs tegen zijn eigen vader en dorp in want ’s nachts sloeg hij het altaar en de heilige paal die zijn vader had gebouwd om er afgoden te vereren stuk, en hij bouwde een altaar voor de Heer. Kwaad dat de dorpelingen op hem waren maar zijn vader kwam voor hem op en het liep goed af.
Met Gods hulp versloeg Gideon de invallers, met maar driehonderd strijders, en
dat niet eens met wapens maar met ramshorens, kruiken en fakkels: ‘Gideon,
die de vijand heeft verslagen zonder paard en zonder wagen, zonder leger sterk en groot, maar met God als bondgenoot’…..wat was het goed begonnen en afgelopen.
Daarna reageerde Gideon ook nog goed, bescheiden en met alle eer aan God.
Toen zijn volksgenoten hem als koning wilden aanstellen, en zelfs een erfelijk koningschap aanboden aan zijn familie, weigerde Gideon beslist: “Ik zal uw heerser niet zijn, en mijn zoon zal uw heersen niet zijn, want de HEER is uw heerser”. Mooi!

Ja, maar het was schone schijn, bleek meteen, want macht en status zijn verleidelijk.
Gideon was vereerd en liet het zich aanleunen: als jullie me nou allemaal zo’n gouden ring geven die jullie hebben afgepakt van de Midjanieten, dan maak ik daar een mooi gouden beeld van en dat ze ik dan neer in Ofra waar ik woon. Zo gebeurde en Ofra werd een soort bedevaartsplaat en Gideon werd een soort priester-koning.
Hij ging zich in de praktijk als een heerser gedragen die heel veel vrouwen had, bij wie hij zeventig zonen kreeg, en hij was rijk, net als eerder zijn vader verleidde hij
het volk weer tot afgoderij verleidde.
Ja, en veelbetekend noemde hij een van zijn vele zoons Abi-melech, wat betekent:
‘mijn vader is koning’ : de man die geen koning wilde heten, voelde zich toch zo.
Ik moest denken aan vroeger eeuwen toen vaak bisschoppen – zoals die van Utrecht – meer wereldlijke heersers waren met alles wat erbij hoort als een leger en oorlog voeren en burchten bouwen, dan geestelijk leiders die God en mensen dienden.

Wat zo goed was begonnen, ging daarna steeds verder steeds meer gruwelijk mis.
Vooral toen juist die ene zoon met het woordje koning in zijn naam zich als koning verkiesbaar stelde en zijn eigen volk paaide met het feit dat hij familie van hen was en dus – want zo gaat dat – hen vast en zeker op allerlei manier zou bevoordelen.
‘Eigen volk eerst’is van alle tijden en populisme is niets nieuws – kijk naar Abimelech!
Abimelech speelde de kaart van ‘eigen volk’ handig uit tegen zijn zeventig halfbroers die van andere vrouwen waren en niet van Sichem: wie willen jullie als heerser? Zeventig zonen van Jerubbaäl Gideon, of één man, die bovendien bloedverwant is?
Weer een herkenbaar iets: verlangen naar een sterke man boven polderen en compromissen tussen een heleboel bestuurders – en naar een die ‘van ons’ is….
De keus leek niet lastig: ze kozen voor die ene, “omdat hij familie van hen was”.
Het werd nog veel erger allemaal want Abimelech verzamelde een stel lieden om zich heen die hier “een legertje gewetenloze avonturiers” genoemd worden, en al zijn
halfbroers werden afgeslacht, want wie weet zouden ze hem zijn macht betwisten.
Ook dat zie je al te vaak gebeuren, zelfs bij democratisch gekozen leiders dat wie ze
zien als tegenstanders en een bedreiging, worden opgesloten of zelfs erger – we hoeven maar te denken aan landen als Turkije, Rusland, China, Noord-Korea, Venezuela, en zelfs Hongarije waar journalisten, oppositieleiders, onafhankelijke kranten en TV-stations, zo veel mogelijk monddood gemaakt worden. En als zulke leiders de schijn van democratie willen redden, en ze bij verkiezingen ondanks fraude dreigen te verliezen, de uitslag aanvechten en hun volgelingen de straat op sturen.
Wat je ook vaak ziet, is wat ook de tragiek van Gideon en zijn familie is: dat wie begon als bevrijder, vrijheidsstrijder, als hij eindelijk de macht in handen heeft, die macht niet wil afstaan en op den duur een nog ergere dictator wordt. Ook dat zie je nog steeds, b.v. in bepaalde landen in Afrika, en b.v. in Venezuela en op Cuba..
Eerst worden revolutionairen bejubeld als bevrijders maar ze ontpoppen zich als ook weer onderdrukkers; een mooie uitzondering was Nelson Mandela in Zuid- Afrika. Als het fout gaat, zit er meestal angst achter om weer kwijt te raken wat je net bevochten hebben, maar ook laat het zien dat macht en bezit en status zomaar tot misbruik leiden en ook erg verslavend zijn: hebzucht is de wortelvan veel kwaad.

Maar gelukkig zijn er ook altijd mensen die het niet pikken en die in verzet komen:
klokkenluiders, moedige journalisten, politici van de oppositie, gewone burgers.
Zoals in dat verhaal van vandaag de enige zoon van Gideon, die aan de moordpartij van zijn halfbroer Abimelech was ontsnapt – Jotam, dat is: ‘de Heer is betrouwbaar’.
Er staat bij dat hij de jongste was van het hele gezin – net als eens zijn pa Gideon toen hij door God geroepen werd om zijn volk te bevrijden van de Midjanieten.
Op de dag dat de inwoners van Sichem ‘hun’ Abimelech tot koning gingen uitroepen- onder een monumentale eik – zeg maar in de Ridderzaal van stad en regio Sichem – klom Jotam de nabijgelegen berg Gerizim op – en sprak vanuit de hoogte dwars door de plechtigheid heen de mensen die daar bij elkaar waren aan: met een verhaaltje.

Een verhaal over bomen die een koning gingen kiezen – een soort gelijkenis zoals later de Heer Jezus zo vaak deed – om de mensen aan het nadenken te krijgen en op te schudden, en als het mogelijk was ze op andere gedachten te brengen.
‘Op een dag wilden de bomen een koning hebben’, vertelt Jotam, maar wie dan?
Eerst gaan ze naar de olijfboom: ‘wil jij wel onze koning worden?” Ik moet er niet aan denken, was het antwoord: ik heb wel wat beters te doen dan een beetje boven de andere bomen te zweven en met mijn takken te wuiven, laat mij maar mijn olie leveren waar mensen en zelfs God blij mee zijn. Dan maar naar de vijgenboom: we zoeken een koning, dat lijkt me echt iets voor jou. Maar ook de vijgenboom voelde er niks voor: laat mij maar zorgen voor vijgen die zoveel mensen lekker vinden. Weer niet gelukt. Weet je, de druivenplant, de wijnstok, wil vast wel: leve onze koning!
Maar ook de wijnstok zei nee, ik heb het veel te druk met zorgen voor lekkere druiven en goede wijnen: zal ik me daar stoppen met waar ik goed in ben en voor bestemd ben om een beetje boven alles en iedereen koninkje te spelen? – nee, jullie worden bedankt, zoek alsjeblieft een ander….

Je kunt denken aan mensen die in de zorg werken of een goed lopend bedrijf hebben en er niet aan moeten denken de politiek in te gaan – begrijpelijk – maar toch bedoelt de fabel niet bestuurders en volksvertegenwoordigers als zakkenvullers of machtswellustelingen weg te zetten – het gaat vooral om dat ‘boven de andere bomen uit willen steken’ en macht over anderen willen uitoefenen inplaats van bezig te zijn voor het welzijn van mensen en om het goede te doen voor de samenleving.
Als leidinggevenden en bestuurders dat als doel hebben, en beseffen dat ze – zoals we lazen in die koningswet van Deut. 17 – niet meer zijn dan anderen en dat ze niet boven de wet staan – dan staan ze om met Paulus te spreken in dienst van God om kwaden te stoppen en te bestraffen en goeden te beschermen, danzijn ze tot zegen.

Iemand schrijft dat we leiders nodig hebben die verbinding zoeken in plaats van tegenstellingen aan te wakkeren, en daarom: “laat het niet zover komen dat niemand met goede kwaliteiten nog politieke verantwoordelijkheid wil dragen en we alleen nog op doornstruiken zijn aangewezen”.Dit gaat ook over ons, over kiezers, over het volk.
Maar Jotam had goed door dat het Abimelech vooral om macht en eer ging, en dat hij zoals hij al had laten zien, daarvoor bereid was over lijken te gaan, zelfs over de lijken van zijn eigen broers – en met zo’n start kan het alleen maar van kwaad tot erger gaan, en daarom: burgers van Sichem en omgeving, weet wel wie je kiest.

Prikkelend is daarom het vervolg: de bomen die uitkomen bij de doornstruik. En zeg niet te gauw dat nou eenmaal politici veel beloven en het later vaak tegenvalt, alsof je er ingetrapt bent, alsof je nou eenmaal niet in de toekomst kunt kijken: we zien wel waar het schip strandt – al te veel mensen gaan zo stemmen, totdat het weer niet is wat ze hadden gedacht en gewild en ze thuisblijven: of je nou van de kat of de hond gebeten wordt, het zijn toch allemaal zakkenvullers, ik kom er mijn huis niet voor uit.
Nee, vaak kun je best weten wat je aan hem of haar hebt, als je je er wat meer in verdiept, en er wordt ook vaak tegen verkeerde keuzes en leugens gewaarschuwd.
In elk geval konden de bomen achteraf niet zeggen dat ze niet gewaarschuwd waren, want de doornstruik zegt van te voren wat ze kunnen verwachten: “Als u mij werkelijk tot uw koning wilt zalven, kom dan maar hier, in mijn schaduw is het goed toeven. Maar zo niet, dan zal uit mijn takken een vuur komen dat de ceders van de Libanon zal verteren.” O ja, dat lijkt veelbelovend maar als je een beetje weet wat een doornstruik is….dan weet te een paar dingen van te voren: een doornstruik is geen boom maar inderdaad een struik en als je dus onder de takken schaduw wil zoeken, moet je je diep buigen – en dan is er ook nog weinig schaduw te vinden en vooral veel stekels om je aan te prikken – als je een beetje boom bent, kijk je wel uit.
In een boek over Planten in de Bijbel wordt ervan uitgegaan dat met de doornstruik de Boksdoorn wordt bedoeld – niet Boxhoorn natuurlijk! – een struik die kan uitgroeien tot een ondoordringbare struik van 3 meter – met voor mensen giftige
bessen – al met al nou niet een struik om in weg te kruipen om je veilig te voelen!
Een liedje gaat erover: “De bomen hadden zich vergist! Een doornstruik steekt, een doornstruik is geen goede koning van het woud, laagbijdegronds en koud. De bomen kozen, maar verkeerd want wie alleen met macht regeert, die gaat ten onder aan het kwaad, ten onder vroeg of laat.” En dan nog de dreiging: als je mij niet meer wilt als je koning, wacht je dan maar: wie niet luistert, brand ik weg– een doornstruik heeft aan een klein vonkje genoeg om vlam te vatten en een complete bosbrand te veroorzaken – zelfs de hoogste en sterkste bomen, de ceders op de Libanon, worden door dat vuur verteerd – als je voor zo’n leider kiest, dan speel je met vuur!
Jotam geeft bij zijn fabel ook nog de toepassing, vol cynisme en ernst: als jullie door voor Abimelech te kiezen – de man die bijna ons hele gezin uitgemoord heeft – denken Gideon en zijn familie dankbaarheid te bewijzen, dan wens ik Abimelech en jullie alle geluk van de wereld, zo niet, dan zullen jullie elkaar kapotmaken,afbranden.
Nou, het vervolg laat zien dat Jotam niet voor niets gewaarschuwd had: na drie jaar barstte de bom en gingen de burgers van Sichem en de aanhang van Abimelech elkaar te vuur en te zwaard te lijf, met veel slachtoffers tot gevolg, en Abimelech stierf roemloos toen ze vanaf de muur van Sichem hem verpletterden met een maalsteen en Abimelech zijn wapendrager de opdracht gaf hem de genadestoot te geven. We zeggen dan wel het kwaad zichzelf straft, en de kwaaddoeners elkaar liquideren.
Maar daarachter mogen we God zien die op zijn tijd recht doet en het kwaad straft.
Een les voor iedereen van hoog tot laag die voor zichzelf gaat en macht misbruikt ten koste van vooral wie kwetsbaar zijn en zichzelf niet redden – je komt er niet mee weg en ook de dictators en uitbuiters en oorlogshitsers van deze wereld komen er niet mee weg – dat mag hun slachtoffers moed geven en wie hun macht misbruiken waarschuwen – en het leert ons naar Jezus’voorbeeld te dienen en goed te doen.

Ja, want dit verhaal staat nog altijd in de Bijbel, en het is voor ons vandaag actueel.
Wat opvalt is is dat Jotam met zijn verhaal over de bomen niet zijn op macht beluste halfbroer aanspreekt, maar de burgers die achter hem aan dreigden te lopen.
Hij houdt hen de spiegel voor: wie willen jullie volgen, wat voor land wil je zijn?
Het zegt ook iets over hoe het gaat in de kerk en over hoe om te gaan met elkaar: dat we aan elkaar zijn gegeven om elkaar te dienen en naast elkaar te staan, om niet zoals in dat verhaal staat ‘boven de bomen te zweven’, in je eigen wereldje, maar om met beide benen op de grond – stevig geworteld (waar het vorige week over ging), je talenten in te zetten om zelf te groeien en ook voor mensen om je heen wat te betekenen – om niet anderen te overheersen maar te inspireren; om zoals die olijfboom en die vijgeboom en die wijnstok in het verhaal van Jotam gewoon te doen waar jij goed in bent en daar waar dat kan anderen van mee te laten profiteren.

Helaas zijn er ook in de omgang tussen mensen binnen en buiten de kerk vaak veel stekeligheden, is de een voor de ander als een moeilijk te benaderen doornstruik.
Ook dat hoort bij de gevolgen van de zondeval, lees Genesis 3 over dorens en distels die we zullen tegenkomen of zelf laten opschieten – ook daar worden we in de Bijbel voor gewaarschuwd, zoals in Spreuken 22: 5: “Wie de verkeerde weg gaat, treft dorens en distels aan, wie zijn leven liefheeft, blijft er verre van.” En onze Heer heeft het meer dan eens over bomen die te herkennen zijn aan hun vruchten, wat slaat op mensen, op ons, die herkenbaar zijn aan wat we zeggen, doen, en laten:
“Een goede boom brengt geen slechte vruchten voort, en evenmin brengt een slechte boom goede vruchten voort. Elke boom kun je aan zijn vruchten kennen,want van distels pluk je geen vijgen, en van doornstruiken geen druiven.” (Lucas 6: 43-44).
Maar daarover volgende week, in de vierde preek over Bomen in de Bijbel.

Voor vandaag sluiten we af met een gezongen gebed voor de mensen met macht en verantwoordelijkheid maar ook voor onszelf en allerlei mensen: om wijsheid, recht en vrede, om bescherming, om liefde die wil dienen en geen schade doet, die de ander hoogacht en het goede zoekt.

amen

Voor we gaan zingen nog een vraag om mee te nemen: Hoe kunnen we elkaar inspireren en voor anderen van betekenis zijn, en: durven we elkaar feedback te geven in liefde, of gaan er stekels overeind als we gewezen worden op zwakke punten of blinde vlekken in ons gedrag?
Zingen: NGK 260: 1 ,2,3,4 ‘Heer, voor alle mensen roepen wij U aan’

1. Heer, voor alle mensen roepen wij U aan.
Laat er recht en vrede in het land bestaan.
Zegen ons met vindingrijkheid die niet vraagt,
maar het kleine eert en ook het zwakke draagt.
2. Geef de koning wijsheid, geef de overheid
zich voor burgers in te zetten, toegewijd.
Zegen alle wereldleiders, laat uw naam
in het hart van machtigen geschreven staan.
3. Voor de eigen samenleving bidden wij,
voor bestuurders, werkers in de maatschappij,
laat de rechters recht doen, en bewaar het kind;
dat het echte liefde en bescherming vindt.
4. Laat de liefde, Heer, regeren in ons hart,
liefde die wil dienen, ook met kleine kracht,
nederige liefde die geen schade doet,
maar de ander hoogacht en het goede zoekt.

Gebed
Collecte
Kinderlied: SchatRijk
Zingen: NLB 413: 3 ‘Heer, ontferm U over ons’

Zegen

Bomen in de Bijbel 2: Geworteld of ont-aard Psalm 1

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet –amen
Zingen: Ps. 103: 4,5,6 DNP
Wetslezing
Zingen: Opwekking 244
Gebed
Bijbellezing: Jeremia 17: 1-8
Zingen: Ps. 1: 1,2,3 Levensliederen

1. Gelukkig is de man die niet bezwijkt
voor slecht advies dat veelbelovend lijkt.
Hij staat niet stil bij zondaars en hun zaken,
en zit niet waar ze God belachelijk maken.
Nee, hij geniet van wat de HEER hem leert:
zijn wet waaruit hij dag en nacht citeert.

2. Hij is te vergelijken met een boom,
geplant aan water dat aanhoudend stroomt:
een boom die op zijn tijd veel vrucht zal dragen,
zijn blad blijft groen, zelfs op de heetste dagen.
Hij groeit en bloeit, het gaat hem voor de wind,
de HEER is hem in alles goedgezind.

3. Hoe anders is de mens die zonde zaait.
Hij lijkt op kaf dat met de wind verwaait.
Het eerlijk oordeel zal hij niet verdragen
en bij rechtvaardigen zal hij vervagen.
Wie slecht is gaat op weg naar duisternis.
De HEER gaat mee met wie rechtvaardig is.
Tekstlezing: Psalm 1
Preek

Zingen: NLB 220: 1, 4 ‘Zoals een bloem zijn kelk heft naar de zon’ (evt mel. Ps. 119)

Gebed

Collecte

Zingen: NLB 425 ‘Vervuld van uw zegen’

Zegen
————————————————————————————————-

Verkondiging Psalm 1 Geworteld of ont-aard?

Gemeente van onze Heer
‘Gelukkig de mens….’
In oudere vertalingen -welzalig de man. Het past in een tijd waarin mannen in gezin, staat en maatschappij de leiding hadden maar wat deze psalm ons wil leren geldt ons allemaal: man en vrouw, oud en jong, burgers maar ook overheidspersonen, personeel en net zo goed leidinggevenden. Gelukkig de mens: welzalig, zoiets als: je bent gezegend, te feliciteren, goed af…

Ja, maar wanneer dan en hoe dan, wie is die mens die gelukkig is, of wordt? Een actuele vraag ook in 2019, voor veel mensen een brandende vraag. Ook een vraag die onderzoeksbureaus om de haverklap stellen: ben jij gelukkig?
De uitslagen van dat soort onderzoeken geven voor wat Nederland betreft te denken. Keer op keer komt eruit dat veel mensen aangeven best gelukkig te zijn – nog wel – maar zich zorgen te maken over hun toekomst en die van hun kinderen en zekerr van hun kleinkinderen, en ook zijn veel mensen somber over de staat van ons land.

Het Sociaal Cultureel Planbureau geeft aan dat mensen zorgen hebben over hoe we samenleven – of juist steeds minder samen en meer los van elkaar en tegenover elkaar – over te veel immigratie en te weinig integratie, over inkomen en pensioen met een groeiende kloof tussen steeds rijkeren en steeds meer achterblijvenden en armer wordenden, om nog maar te zwijgen over de klimaatcrisis en wat eraan te doen, of juist de ontkenning ervan vanuit de angst dat het ons te veel gaat kosten.
Er is ook een steeds groter wantrouwen tegen wat heet de gevestigde politiek, de media die links bevooroordeeld gevonden worden, en tegen wie van buiten komen…
In een recent gehouden lezing wordt gesteld dat er een somberheid heerst “die met geen economisch groeicijfer te verjagen is…een gebrek aan hoop die met geen loonsverhoging valt op te lossen…een wantrouwen in politici waardoor de verleiding om helemaal niet meer te stemmen of om op extreme uiteinden te stemmen steeds groter wordt….een zorg over onze samenleving en een heimwee naar vervlogen tijden, die aan ons allemaal vreet.” Tot zover het citaat uit die recente lezing.

Maar wat heeft dat nou te maken met die psalm waarmee het psalmboek begint?
Ik denk dat wat ik net in grote lijnen schetste, daar heel veel mee te maken heeft. Want het dieperliggende probleem van onze samenleving is dat veel mensen en ook de samenleving als geheel losgeraakt zijn van hun wortels en dus ook van elkaar. Het gaat nogal eens over onze identiteit als Nederland, die bedreigd zou worden door de instroom van mensen met een andere cultuur en religie, maar dan wordt vergeten dat al veel langer er een ontworteling aan de gang is, een ont-aarding.

Niet dat vroeger alles beter was, in de tijd van verzuiling en vaste kaders die met de nodige sociale controle al te vaak fungeerden als keurslijf: zo hoort het, zo doen we het – maar uit verzet en afkeer daartegen zijn veel mensen stuurloos geworden en cynisch, en bij gebrek aan eigen overtuiging en aan goede voorbeelden, laten ze zich door de ene na de andere zichzelf als leider en redder opwerpende roeptoeter op sleeptouw nemen. Ik denk aan wat de apostel Paulus schreef over gevaren die in zijn tijd al speelden voor de jonge christelijke gemeente: van stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, “met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen”. Maar dan is er houvast en veiligheid als je samen je verbonden weet met de Heer Jezus: “dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is, Christus.”(Ef. 4: 14-15).

Nou, daarmee zijn we weer helemaal terug bij die psalm, bij de boom en het kaf. Paulus heeft het over een schip dat stuurloos is midden in een hevige storm, maar je kunt ook denken aan boom die door een storm geteisterd wordt maar stevig overeind blijft – als die boom maar goed verworteld is in de aarde – daar kan zo’n boom wel tegen; het is pas een probleem als de wortels losraken en de boom op zichzelf komt.
Of – dat beeld schetst Jeremia in een tekst die sterk aan Psalm 1 doet denken maar in tegenstelling tot de psalm begint de profeet met het negatieve – zo’n boom blijft nog wel staan maar in plaats van te bloeien en vruchten op te leveren is het een armzalig en troosteloos geval: “een struik in een dorre vlakte, hij merkt de komst van de regen niet op, hij staat in een steenwoestijn, in een verzilt en verlaten land”.

En wanneer gaat een mens op zo’n kale struik lijken, in zo’n onvruchtbaar oord? Nou, dat is het lot van “wie op een mens vertrouwt, wie zijn kracht ontleent aan stervelingen, wie zich afkeert van de HEER” – en meteen maar de psalm erbij: dat kan gebeuren met wie “bezwijkt voor slecht advies dat veelbelovend lijkt, wie meeloopt met zondaars en hun zaken, en met wie God belachelijk maken”.

“Hij lijkt op kaf dat met de wind verwaait”- er blijft niets van over, je houdt het niet.
Wat je ook leert uit de geschiedenis en ziet om je heen: mensen die afhaken, ongeïnteresseerd zich niet willen binden of echt in problemen verdiepen maar wel met wat oneliners op social media wild om zich heenslaan, verkiezingswinst die zomaar weer verdampt, ouderen die vereenzamen en verkommeren omdat er voor hen geen tijd en aandacht meer is, jongeren met een burnout en zonder perspectief.

Maar laten we eerst nog wat meer aandacht geven aan wat hier staat over bomen. Tenslotte is dit de tweede preek in de serie over Bomen in de Bijbel. De psalm gaat er vanuit dat het goed gaat met een boom als die aan water geplant is, letterlijk: aan waterbeken, aan stromend water – dan is de boom fris en groen en komen er vruchten aan – zo niet, dan verdrogen de bladeren en komen er geen appels of peren of kersen aan – daarom is belangrijk dat de boom voedsel kan opzuigen via de wortels uit het grondwater – maar de boom mag niet met z’n voeten blijvend in het water staan want dan gaan de wortels rotten en gaat de boom dood.
En als zo’n boom verder weg staat van water, moet die zeker na het planten veel water krijgen – als de boom ouder wordt hoeft dat in het natte Nederland niet meer. verworteld zijn, daar gaat het om, en dus is ook de grondsoort wel van belang, en hoe dieper en hoe sterker de wortels zijn, des te beter zal het met de boom gaan.
Een voorbeeld uit de Bijbel is de dadelpalm die veel zon nodig heeft maar ook water. Ik las: “Dadelpalmen groeien niet in droge bodem en signaleren de aanwezigheid van grondwater op de plaats waar zij groeien.”. Bijzonder als in de woestijn een oase is met water en dan ineens bij dat water allerlei bomen staan, zelfs met vruchten. .

Nou, en dat beeld wordt gebruikt voor mensen, mensen met sterke gezonde wortels. Dan kun je denken aan een goed gezin, familie om je heen waar je goed mee bent, maar ook rust en vertrouwen van binnen, dat je weet wie je bent als mens van God. Waarmee we bij de kern komen waar het om gaat in deze psalm: dat je verworteld bent in God, waar het concreet wordt gemaakt in ‘je verdiepen in Gods woorden’, er staat ‘wet’ maar dat zijn niet geboden en verboden maar Gods hele onderwijs, over wie Hij is voor ons en wie wij zijn, en wat goed is voor onszelf en mensen om ons heen – want bomen met goede wortels zijn vruchtbaar voor mensen en dieren. Iemand merkt terecht op: “Vertrouwen op God geeft ruimte en genoeg buffer om door
moeilijkheden heen te komen. Vertrouwen op God geeft hoop en leven.
En dan kan je vrucht dragen. Dan kan je er zijn voor anderen,
vertrouwen stellen in anderen en iets voor hen betekenen, iets goeds doen.”
Terugkomend op waar ik mee begon, over zoveel wantrouwen en onzekerheid, verruwing en negativiteit in onze tijd: je kunt daar tegenwicht aan bieden als je dat vertrouwen dat je mag hebben in God, laat doorwerken in je praat, in wat je doet en laat, in hoe je je opstelt in je omgeving.

Dat beeld van geworteld zijn zegt ook iets over verbonden zijn met wie er voor je waren, allereerst familie, voorgeslacht – we hebben allemaal een stam-boom – dat woord wordt niet voor niets gebruikt voor familie-af-stam-ming – weer zo’n woord.
Geen mens staat los in het leven, we hebben allemaal een voorgeslacht, en dat bepaalt voor een best belangrijk deel wie je bent, hoe je zo geworden bent….en als je dat beseft, helpt dat je om jezelf te begrijpen en kun je daar van leren.
In een aardig gedichtje staat dat bomen als mensen zijn: “geen van twee staat graag alleen, in kinderen en takken, zo groeit er leven om ons heen” – en dan gaat het zo verder: “jij, je vader en moeder, dat is een soort van levensboom, die tak een eindje verder, dat is een tante of oom….maar die opa’s en oma’s dan die jaren terug gestorven zijn? Ja, kijk, ik zal maar zeggen, dat zullen wel de wortels zijn.”

Al te vaak roept dat geen mooie maar pijnlijke gedachten op: als er scheiding is geweest, als er breuken lopen door families heen, als zeg maar takken afgebroken zijn, of als er geen kinderen komen en er een tak van de boom afsterft – verdriet en pijn die je serieus mag en moet nemen, zelf en bij anderen, en om samen te delen.
Toch kun je dan ook vanuit het geloof weer hoop putten, want bij God sterft geen geslacht uit en wordt geen tak afgezaagd – kunnen er zelfs weer uitlopers komen.
Er staat een prachtige belofte in de Bijbel, in Jesaja 56: 3-5 – speciaal gezegd tegen wie eunuch genoemd wordt – een man die geen kinderen meer kon voortbrengen omdat hij naar de gewoonte van die tijd als hoveling ontmand was, verschrikkelijk. Maar God zegt dan iets geweldigs: “Laat de eunuch niet zeggen: ik ben maar een dorre boom’. Want dit zegt de HEER: ‘De eunuch die mijn sabbat in acht neemt, die keuzes maakt naar mijn wil, die vasthoudt aan mijn verbond, hem geeft Ik iets beters dan zonen en dochters: een gedenkteken en een naam in mijn tempel en binnen de muren van mijn stad. Ik geef hem een eeuwige naam, een naam die onvergankelijk is. “ Je leefde niet voor niets. Bij God is niemand een dorre boom. En met Jezus en elkaar verbonden krijg je er een hele nieuwe familie bij: broers en zussen, vaders en moeders, opa’s en oma’s – Jezus zegt tegen wie om Hem heen zaten dat zij samen zijn gezin vormden, zijn familie, ook als soms bloedeigen familie er niet of op verre afstand is of het laat afweten – die pijn blijft wel maar je kunt die hopelijk delen…
Het lijkt een schrale troost maar het is een uitroepteken achter dat in Psalm 1, dat als je verworteld bent in God, als je samen met Hem verbonden bent, je toekomst hebt. Terwijl als je op en voor jezelf leeft, je misschien menselijk gesproken alles mee hebt, maar het toch maar voor een tijd is, als – weer de psalm – kaf dat wegwaait. Zoals dat gaat met een mens, een mens die komt en weer gaat, en zomaar vergeten wordt.
Job zat ermee, midden op de puinhopen van zijn gezin en bedrijf en gezondheid, en hij is jaloers op die stoere boom die hele generaties kan overleven en zelfs als de stam en de takken afgekapt worden, weer kan uitlopen: “Voor een boom is er altijd hoop: als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen. Al wordt zijn wortel in de aarde oud, al gaat zijn stronk dood in de grond, zodra hij water ruikt, loopt hij weer uit en vormt twijgen, als een jonge scheut. Maar een mens sterft wen ligt terneer…een mens gaat liggen en staat niet weer op” (Job 14: 7-12). Dat is de harde werkelijkheid, nog altijd, een psalm is er ook eerlijk over: “de mens – zijn dagen zijn als het gras, hij is als een bloem die bloeit op het veld en verdwijnt zodra de wind hem verzengt; de plek waar hij stond, kent hem niet meer” (Ps. 103: 15-16). En dan gaat het over elke mens, gelovig of niet (meer), anders-gelovend, atheïst.
Het lijkt meer waar dan dat optimisme van Psalm 1 dat als je verbonden met God leeft,alles dat je doet tot bloei komt, dat het je voor de wind gaat – nou niet, niet echt, lang niet altijd, vaak juist niet, niet dat alles wat je onderneemt, ook gaat lukken.
Dat is trouwens ook met bomen niet zo: een boom kan omwaaien, er kan ongedierte in komen zoals de buxusmot of de processierups – en denk eens aan de invloed van de mens die hout nodig heeft – vandaar de massale houtkap – of bomen die moeten wijken voor wegen of woningen – of de invloed van vieze lucht en vervuild water….

Zo is er ook van alles dat ons leven als mensen moeilijk kan maken en bedreigt, en ook wie gelooft heeft niet de garantie dat alles wat je plant of onderneemt, ook lukt. In de catechismus staat dat we in dit leven de volmaaktheid niet zullen bereiken, we komen niet verder dan een bescheiden begin, maar we streven wel naar het goede.
Wat dat betreft is het goed net als de bomen met beide benen op de grond te staan. In een column in de krant kwam ik een aardig stukje woordspeling tegen, n.l. dat humaniteit (=menselijkheid) alles te maken heeft met ‘humus’= ‘aarde, grond’: “Misschien zou je in het Nederlands kunnen stellen dat de mens ten diepste aardig is, maar daarvoor wel ‘aarde’ nodig heeft”. En dat is verbonden zijn met de bodem waarop je leeft en werkt, de mensen om je heen, en nederig gewoon mens te zijn.

Daar begint de Bijbel ook mee trouwens: de eerste mens heet adam=aardbewoner – en zijn zoon heette enos= de kwetsbare – en in Psalm 103 staat ook dat God wel weet dat wij maar mensen zijn: “Hij weet dat wij, uit ’t stof aan het licht gekomen, slechts leven op de adem van zijn stem” – maar dat is dan ook meteen het geheim: met God verbonden toch leven en toekomst, zelfs tegen de klippen op, als een palm die tegen de wind in juist sterker wordt, en zelfs door de dood heen: want “s’Heren gunst zal over die Hem vrezen in eeuwigheid altoos dezelfde wezen..zijn heil omsluit de komende geslachten – de stamboom groeit verder – zijn barmhartigheid trekt zijn lichtend spoor – want God is trouw door dik en dun en Hij geeft niet op waaraan Hij met ons begonnen is…en in dat vertrouwen kun je zelfs midden in sores en onder tegenslag je gelukkig weten – dat tegendraadse van de bergrede: “gelukkig de treurenden, gelukkig wie hongeren en dorsten naar recht, gelukkig wie vervolgd worden” – samen met dat andere: “gelukkig de zachtmoedigen, de nederigen, de barmhartigen, de vredestichters, de zuiveren van hart” – niet makkelijk, wel goed!
Terugkomend op waar ik mee begon: dat mist in al die onderzoeken over geluk. Geluk wordt gemeten aan uiterlijke omstandigheden als werk, inkomen, succes, veiligheid, en natuurlijk gezondheid – en dat is ook begrijpelijk en van belang. Maar als de psalm een mens gelukkig prijst, gaat het dieper en er bovenuit: dat je leven geworteld is zoals zo’n boom die groeit tegen de verdrukking in, en die dan vanwege sterke en stevige wortels bestand is tegen de heftigste stormen en andere dreigingen.Ja, maar zo’n boom vraagt wel onderhoud: goede voeding, water en schone lucht – er kan veel mis gaan door zure regen, gif in de grond, bepaalde insecten…dus moet er soms ingegrepen en gezorgd worden.
Dat is bij ons mensen niet anders – als je geworteld en gezond wil zijn.
Daarom een vraag om mee te nemen de week in: wat doet u en wat doe jij om een gezonde boom te zijn, lichamelijk en mentaal-geestelijk? Denk aan wat je ziet en leest maar ook aan wat je eet en drinkt, wat je lijf aan slechte stoffen inademt…en wat doe je om in beweging te blijven en ook om in contact te blijven met anderen.. Want een boom alleen is maar alleen en een mens wordt zomaar eenzaam….

We kunnen daarvoor leren van Jezus die ook Psalm 1 heeft waargemaakt. In de toelichting in het bundeltje Levensliederen waar ook Psalm 1 in staat zoals we die gezongen hebben, wordt allereerst het op Jezus betrokken die anders dan onze eerste voorouders niet is bezweken voor de slechte adviezen van satan die zo veelbelovend lijken: zorg voor jezelf, pak wat je pakken kan, ga voor de macht.
In het paradijs ging het mis, in de woestijn maakte Jezus het goed – en als wij Jezus willen volgen, mogen we ook gaan lijken op die boom, en groeien en bloeien we – zoals Hans Bouma het in zijn psalmgedicht weergeeft: “Als een boom wortel je in de aarde, ben je onder dak bij de hemel. Voorgoed sta je in bloei”.

amen

.