Psalm103: 13 en Lucas 11: 13: Elke dag Vaderdag (overdenking viering avondmaal)

Liturgie dienst van Schrift en tafel zondag 18 juni 2017
Votum en groet
Zingen: Ps. 119: 64
Wet van de Heer
Zingen: Ps. 119: 65,66
Gebed
Schriftlezing: Psalm 103
Zingen: Ps. 103: 5,7
Schriftlezing: Lucas 11: 9-13
Zingen: Gz. 39: 1,2
Verkondiging over dia 1 Psalm 103: 13 en dia 2 Luc. 11: 13 – ‘Elke dag Vaderdag!’
Zingen: Gz. 37: 1,5,8
Gebed
Collecte
Zingen: Lied 319: 1,4,5
Avondmaalsformulier V
Tafel 1: opwekking/viering/ Gz. 141: 1
Tafel 2: viering/dankzegging/ Gz. 141: 2
Zingen: Gz. 141: 3
Zegen
Zingen: Gz. 134: 6
————————————————————————————————————————-

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters, broeders, onder wie vaders/ moeders/ kinderen,…opa’s en oma’s,

Vaderdag vandaag, ik denk dat er in veel gezinnen al aandacht voor is geweest.
Op internet las is onder andere dit: “Op Vaderdag worden vaders in het zonnetje gezet. Ze krijgen dan vaak ontbijt op bed, knutselwerkjes van de kinderen en/of kadootjes”. Ik weet niet of jullie als vaders onder ons dat hebben ondervonden…
Zelf herinner ik me vooral de grappige en soms schattige werkjes, en kadootjes.
En vooral dat je even extra merkte dat je met ook je missers gewaardeerd werd
en de band voelde met je zoon, je dochter…sommige werkjes heb ik nog steeds…
Het is best mooi, die ene keer per jaar: moederdag eerst..terecht..en dan vaderdag.

Maar vanmorgen gaat het om meer dan dat, geven we eer aan wie sterker is en
groter en nog veel meer liefdevol en zorgzaam dan de beste en liefste vader die
er is – niet voor niets heb ik in dat thema een hoofdletter gebruikt: Vaderdag.
En dan inderdaad is het elke dag Vaderdag want het gaat over God onze Vader.
dia 3
Trouwens wel bijzonder dat God met een vader hier op aarde vergeleken wordt.
Zoals vaker gebeurt, door heel de Bijbel heen, dat aardse, menselijke beelden
Worden gebruikt om ons te helpen om ons God en dingen van God tenminste
een beetje voor te kunnen stellen – God past zich aan bij ons beeldmateriaal.
Daar zit ook wel een risico aan, als we vergeten dat God altijd veel groter is.
Als we nadenken over dat Vader-zijn van God, tien tegen één dat onze beeldvorming dan wordt bein¬vloed door hoe we aankijken tegen onze eigen vader en moeder.
En dat kan heel erg verschillen: per gezin, per cultuur, en in welke tijd je leeft.

Ik las een artikel over de rol van vaders in verschillende culturen, en hoeveel
verschil dat maakt, b.v. tussen Nederland en b.v. Afganistan en in Afrika – in
in onze samenleving is een vader vaak meer een begeleider of zelfs een vriend,
en zijn we erachter dat dwang en zeker geweld niet goed is en ook niet werkt,
en zijn lijfstraffen zelfs bij de wet verboden – in andere culturen wordt dat heel anders gezien en beleefd, is een vader vooral de sterke man, en ook een strenge opvoeder en is er het ene moment die arm om je heen, het andere moment een fiks pak slaag.
Wat nog niet zo lang geleden ook in Nederland gewoon was, en in de tijd van de Bijbel komen we ook tegen dat bij opvoeding straf kan horen, ook met harde hand.
Ja, en nog steeds zijn er heel verschillende vaders: vaders die er zijn voor het gezin, vaders die weinig tijd hebben en vaak weg zijn, en helaas ook vaders die het erg af laten weten of zich zomaar laten gaan in drift, en zelfs zoon of dochter mishandelen of misbruiken – en dan zijn armen om je heen beangstigend i. p.v. liefdevol

Jezus zei:”als u, hoewel u slecht bent, goede gaven weet te geven aan uw kinde-ren”.
Hoor daar ook maar doorheen dat het eigenlijk een wonder is, als dat gebeurt, iets om verbaasd en verwonderd over te zijn, want er zit in elk mens van alles dat in de
weg kan zitten en de relatie ouder-kind kan kapot maken, soms voor de rest van het leven – en het vraagt veel om een goede vader en een goede moeder te zijn, en dat te geven en te doen dat echt goed is voor juist dat kind – dat vraagt veel denken en praten, soms met beroep op anderen met hun kennis en ervaring, en veel gebed.
Vooral: dat kan alleen vanuit liefde, liefde die niet op jezelf en je eigen belangen en
verwachtingspatronen is gericht, maar het goede wil voor die ander: voor je kind.

Kijk, en dan komen we wat dichter bij hoe God zichzelf wil leren kennen als Vader.
En dan niet als een verlengstuk of uitvergroting van hoe mensen op aarde vader zijn.
Vat het al helemaal niet op als uiting van de Bijbel dat toch een mannenboek zou
zijn, want God heeft de mens mannelijk en vrouwelijk geschapen maar staat zelf
ver boven die verschillen en rollen die op aarde best vaak een grote rol spelen –
van God lezen dat Hij als een vader beschermt en steunt en ons te hulp komt
maar ook dat Hij zijn volk troost zoals een moeder haar zoon troost (Jes. 66: 13).
Ja, en daarin is God veel groter en liefdevoller en nog meer bewogen dan een vader en moeder maar kunnen zijn, lees Jes. 49: 15 (BGT): Een moeder ”vergeet haar kind nooit. En zelfs al zou een moeder haar kind vergeten (wat helaas soms gebeurt, in een wereld waarin kinderen worden gedumpt of verwaarloosd) , Ik zal jou nooit vergeten” (zegt God); en hoor Psalm 27: 10 (BGT): “U blijft vol liefde voor mij zorgen, ook als iedereen mij verlaat, zelfs als mijn vader en moeder mij verlaten”. Wat
een troost in een wereld met gebroken gezinnen en veel verlaten kinderen.

Gelukkig dat God nog veel meer vader is en moeder te tegelijk, zoals gezegd niet een vergrote versie van hoe wij mensen proberen vader en moeder te zijn, maar als het ultieme Voorbeeld van wat echte onvoorwaardelijke vaderliefde is – en moeder-liefde: een liefde voor ons,van huis weggelopen en zoekgeraakte zonen en dochters, een liefde die zover ging dat God de liefste die Hij had, opofferde: zijn zoon Jezus.
Het is de overtreffende trap van wat we Jezus zelf horen zeggen, dat God veel
meer dan zelfs de beste vader op aarde zijn kinderen het goede wilde geven, de
beste en meest kostbare die Hij had: daar kan geen vader op aarde aan tippen.
Naar ons toe wordt daar het woord ontferming voor gebruikt: “zoals een vader
zich ontfermt over zijn kinderen, ontfermt de HEER zich over wie Hem vrezen.
Ontferming, dat is een woord met diepe wortels: een warm hart, diepe gevoelens
van liefde en dat voor mensen die die liefde niet waard zijn en zich vaak liefdeloos
gedragen naar God toe en naar elkaar toe en naar de schepping van Vader toe.
Ontferming, dat wordt concreet door wat erom heen staat in die geweldige psalm:
de HEER is een God van liefde en genade, die onze schuld vergeeft en wegdoet,
die recht doet aan wie onrecht lijden, die niet boos blijft maar wel trouw blijft – die
oneindig geduldig is en steeds weer wil redden, omdat Hij zoveel van ons houdt.

Nou, dat mogen wij vandaag weer vieren als Vaders gezin samen aan zijn tafel.
In brood en wijn proeven we de liefde van Vader en van Jezus onze oudste Broer.
En we ervaren en versterken als het goed is de band van elkaar als broers en zussen, samen met al die anderen dichtbij en verder weg, samen Vaders gezin.
Ja, en die liefde mogen we ook oefenen en ervaren en delen, door de Heilige Geest.
Jezus zei over bidden tot God als Vader dat Vader zijn kinderen het goede geeft.
Dat is niet altijd precies wat wij vragen maar veel meer dan dat: de Heilige Geest.
Eigenlijk betekent dat dat God zichzelf aan ons geeft, dat Hij in ons leven wil komen en dat anders en nieuw wil maken, dat zijn liefde ons vult en ons stuurt en beweegt.
Zoals we zingen: Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben – en dan
Is het goed en komt het goed, ook als dingen anders gaan dan wij gehoopt en gedacht en gebeden hadden – en dan maakt God zelfs ongedacht het kwade en het moeilijke goed – en zijn er juist als het moeilijk is die liefdevolle troostende armen,
en is er voor de ergste zonde als die beleden wordt en bestreden, vergeving, en weer hoop, want Vader blijft niet altijd boos, en altijd overwint toch zijn genade.
Waar zeker ook waar nodig correctie bij hoort, soms zelfs straf, voor ons bestwil.
Er staat bij in de psalm ‘over wie Hem vrezen’- en dat is niet bang voor God zijn –
bang zijn voor je vader of je moeder ben je als het goed is meestal niet, al kan dat wel eens zo zijn als je echt iets gedaan hebt wat niet mocht, wat echt verkeerd was.
Maar dat vrezen in de Bijbel betekent ontzag hebben, eerbied, voor je hemelse Vader die heilig is – en goed is – en die je daarom hoog hebt en van wie je houdt.

Kijk, en draai het dan maar om: zoals God onze Vader zijn armen liefdevol om ons heen slaat, mag je dat doen als vader, als moeder, om je zoon, je dochter – en zoals God de Vader zijn kinderen geen stenen voor brood geeft maar wat goed is, wat ze
nodig hebben, mogen wij dat proberen naar elkaar toe, in het gezin en daarbuiten.
En hopelijk herken jij bij je eigen vader als je die nog hebt, en bij je moeder, iets van
wie God voor je wil zijn: dat je altijd bij ze terecht kunt, dat je respect voor ze kunt
hebben, dat ze van je houden ook als het wel eens botst, en dat jij van hen houdt.
En als het anders is, zoek er hulp bij, bij wie je vertrouwt, én bij je hemelse Vader.
Maar als het goed is, is het elke dag vaderdag, en moederdag, met een kleine en met een grote letter – dag van je Vader, dankzij Jezus, en door zijn Heilige Geest.

amen

Joh. 12: 14-16 ‘Wat een vreemde koning: Koning op een ezel! (6e zondag Veertigdagentijd)

Liturgie morgendienst 9 april 20-17 – Vecht en Angstelkerk
Zondag Palmarum = ‘Palmzondag’

Veertigdagenmoment
Votum en groet
Zingen: Ps. 118: 1,7,9 ‘Laat ieder ’s Heren goedheid prijzen’
Gods leefregels Lev. 19
Zingen: Ps. 24: 1,2,3 ‘De aarde is, met al wat leeft..’
Gebed
Zingen: KOW 247 “Ik wil doen wat u zegt

Ik wil doen wat U zegt,
want ik houd van U
en U weet wat het beste is voor mij.
Als ik speel, als ik slaap,
als ik zing zoals nu,
bij alles wat ik doe hoort U erbij.

‘k Wil U volgen Heer,
alles samen met U doen.
Nee, ik heb geen geheimen meer voor U.
Ik wil doen wat U zegt,
want ik houd van U
en U weet wat het beste is voor mij.

Profetenlezing: Zacharia 9: 1-10
Zingen: Ps. 24: 4,5 ‘Omhoog, o poorten, nu omhoog’
Evangelielezing: Johannes 12: 12-19
Zingen: Gz. 40: 1,2,4 GK ‘Welkom.welkom, koning Jezus’
Verkondiging: Joh. 12: 14-16 ‘Wat een vreemde koning: Koning op een ezel! ’
Zingen: Gz. 552: 1,2,3 NLB ‘Dit is een dag van zingen’

1.Dit is een dag van zingen!
Voorgoed zijn wij bevrijd.
Gods kracht zal ons omringen,
Zijn liefde duurt altijd.
Ontsloten is de poort
Scharnierend op de vrede,
wij zullen binnentreden
en leven ongestoord.

2 Zijn intocht werd tot teken,
tot hoeksteen van het recht;
van vrede kwam hij spreken,
van leven warm en echt.
Gezegend is zijn naam.
hij heeft aan ons zijn leven
tn liefde doorgegeven
Tot grond van ons bestaan.

3 Dit is een dag van zegen,
een dag van feest en licht,
van palmen hoog geheven,
van zon en vergezicht.
Geef ons vandaag de moed
het met uw naam te wagen,
uw vrede uit te dragen.
Loof God, want Hij is goed!

Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 98: 1,3,4 Liedboek ‘Zing een nieuw lied voor God de Here’
Zegen
Amen

dia 1
Gemeente van onze Heer, broers en zussen in het geloof,

Stel dat je leider van een land zou zijn – president, koning – of van een leger, en je zou de opdracht geven of krijgen om een ander land te veroveren, hoe zou je dat dan aanpakken, wat voor middelen zou je dan inzetten?
Gaat niet gebeuren natuurlijk, maar probeer dat vreemde scenario je in te denken.
Ik denk dat ik de antwoorden wel kan verzinnen: dan heb ik wel een leger nodig, met tanks en ook vliegtuigen, en met bommen – en natuurlijk veel goede soldaten.
Zeker als de tegenstander ook een stevig leger heeft, gaat het niet zomaar, en zal er veel geweld gebruikt worden en zullen veel slachtoffers vallen – vreselijk allemaal.
We hoeven alleen maar aan landen als Irak en Syrië te denken, en je huivert.

Een land veroveren, als overwinnaar belangrijke steden van dat land binnentrekken, dat is door heel de geschiedenis heen telkens gebeurd- even twee voorbeelden van korter en van heel lang geleden: de Duitsers in 1940 dia 2 – de Romeinen voor en ook in de tijd van de Heer Jezus – dia 3 – altijd weer soldaten, wapens, vechten.
En ook in onze eigen tijd draait veel om macht en geld, slimme politiek, en geweld: Rusland tegen het Westen, China tegen Amerika, partijen en bevolkingsgroepen die elkaar beconcurreren, naar het leven staan, of zelfs letterlijk de tent uitvechten.
Ja, en er zijn ook al te veel machthebbers die als dictators geen tegenspraak dulden en geen respect hebben voor minderheden, andersdenkenden, en vrije geesten.

Jezus tekent in een paar woorden die harde werkelijkheid: “Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken”. En dat zei de Heer kort voordat Hij zelfs als koning werd toegejuicht en binnengehaald – met daarbij de les voor wie Hem wilden volgen, als burgers van het rijk met Jezus als de koning:
“Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn – zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen” –zo staat dat in Matt. 20: 25-28.

En dat als reactie op de vraag van de leerlingen Jakobus en Johannes – via hun moeder – om de beste regeringszetels straks naast Jezus op de troon in zijn rijk, en de woedende reactie daarop van de andere leerlingen: alsof jullie belangrijkerzijn dan wij, hoe durven jullie het te vragen, en wij dan….ik dacht dat ik toch ook… Hoe menselijk, toch, want wie wil nou niet gezien worden, van belang zijn, winnen, scoren?

Ja, en weer die vraag: als je wilt scoren,wilt winnen – een oorlog of heel wat kleinere deals/wedstrijden/doelen in je leven, dan moet je sterk zijn, en zo niet: slim zijn… En kom je niet ver als je de minste moet willen zijn, dienstbaar, ondergeschikt….Zoals je toch niet een stad verovert, een volk onderwerpt, ongewapend, op een ezel..
dia 4
Dat vraagt een heel andere manier van denken, van rekenen, van leven – en dat zit niet in onze genen en past niet bij hoe de wereld in elkaar zit – is naief, idealistisch. Dat weet de Heer ook wel, vandaar dat de Bijbel vol is van in mensenogen dwaze en irreële verhalen en uitspraken, want Gods gedachten zijn anders dan die van ons, en zijn werkelijkheid staat vaak haaks op die van ons – maar is toch het echte leven.
Ik denk aan het boek Spreuken, vol van de meest uiteenlopende doordenkertjes, zoals ook deze: “Beter een geduldig mens dan een vechtjas, beter zelfbeheersing dan een stad innemen” (Spreuken 16: 32) – of: “wie zichzelf overwint is sterker dan iemand die een stad inneemt” dia 5 – dat is vechten met jezelf, met je trots, je angst. Want de minste zijn, durven verliezen, de ander dienen, zit niet in meer onze genen….

Maar, als je kijkt naar hoe God ons mensen heeft gemaakt en bedoeld, dan is dat vanaf waar God met ons mensen begon toch wel zo.
Helemaal in het begin al gaat het over de mens die naar Gods evenbeeld geschapen is om – zeker – te heersen over wat God geschapen heeft, maar dat dan concreet gemaakt met de opdracht om dat geschapene te bewerken en te bewaren, en dat houdt zorgzaamheid in en dienstbaarheid, respectvol, en verantwoordelijk t.o. God.
Ook na de opstand van de mens die zijn val werd – zonde-val – blijft God de mens eraan herinneren en eraan houden, zoals na de zondvloed als God verbiedt om elkaar het leven te ontnemen want ‘God heeft de mens naar zijn evenbeeld gemaakt’
Voor koningen en andere regeerders betekent dat een bescheiden plek: niet je kracht zoeken in wapens maar op God vertrouwen, en vrede en recht bevorderen:
“Andere mensen vertrouwen op hun leger, maar wij vertrouwen op de Heer, onze God” (Psalm 20); “Een koning wint een oorlog niet met zijn leger. Soldaten hebben niet genoeg aan hun kracht. Paarden kunnen een mens niet redden, ook al zijn ze nog zo sterk. Maar de Heer helpt mensen die Hem vereren, en die vertrouwen op zijn liefde” (Ps. 33); “Sterke soldaten geven de Heer geen vreugde, een machtig leger doet Hem geen plezier. Maar Hij is blij met mensen die Hem ere. Hij houdt van mensen die op Hem vertrouwen” (Ps. 147).Koningen van Israël mochten ook daarom niet veel paarden aanschaffen – wij zouden zeggen: niet een sterk leger hebben.

Nou, met dat in het achterhoofd gaan we terug naar die bijzondere optocht in Jeruzalem: Jezus en zijn leerlingen en andere volgers die enthousiast worden binnengehaald in Jeruzalem en toegejuicht door zingende aanhangers die met takken zwaaien als waren het vlaggen: “Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël”. En: hosanna, hoera, voor de zoon van David!
dia 6
Hoge verwachtingen dus van Jezus, iets als een doorbraak: de messias-koning! Johannes vertelt er bij dat vooral de enthouasiaste verhalen van de mensen die kort ervoor hadden meegemaakt dat Jezus zijn vriend Lazarus uit het graf had terug-gehaald, de massa op de been bracht – een nieuw lied zingt ervan: ‘De ezelruiter! Kijk die ezelruiter, is dit de intocht van een vorst? Dan mag je meer van hem verwachten. Dan komt wie veel had straks tekort, en krijgt wie niets had nooit meer dorst. De wonderdokter! Kijk de wonderdokter. Wie ziek is wordt op slag gezond. Ons land zal straks een paradijs zijn, het woord Hosanna fluistert rond. Nu hoopt het hart. Nu zingt de mond…..De meute aan zijn voeten lacht, en rolt een loper uit van jassen. Hosanna! Zing en dans en lacht! Hosanna! Hoop is aan de macht!.
dia 7
Hoop, ja maar waarop….op genezing voor iedereen, en een dag van overwinning.. Weg met die vreselijke Romeinen, ons land weer een paradijs…de gouden eeuw van lang geleden komt terug…..Israël zal weer groot zijn…leve de zoon van David, hoera!
Ja, maar Jezus op die ezel weet beter…en zijn leerlingen kunnen beter weten….want onderweg nog had Jezus herhaald wat hem te wachten stond: verraad, arrestatie, veroordeling….en het arrestatiebevel was door de leiders al getekend…en Judas dacht al na hoe hij zijn meester kon verraden….en Jezus zei in het zicht van de stad onder tranen: had je maar geweten wat/wie jou echte vrede geeft, maar helaas
dia 8..
Ik las: “Het volk lijkt het te snappen. Hier rijdt de zoon van David. Maar klopt hun beeld van deze koning wel, is dít de afstammeling van de grote koning?”
Ja, het klopt wel precies met die oude profetie van Zacharia over een koning die nederig komt aanrijden op een ezel, en die juist zo de overwinning zal behalen. Maar Johannes vertelt als hij later zijn evangelie schrijft en ook op die intocht terugkijkt dat zelfs hij en de andere volgelingen toen niet de betekenis ervan begrepen en niet de link naar die profetie konden leggen: “later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hém geschreven was,
en dat dit ook zo gebeurd was”.

Toen dit gebeurde, was het niet wat je van een koning verwachten zou, zeker niet van een koning die zijn troon en kroon moest bevechten op zijn vijanden. Matteüs onderstreept dat nog als hij het heeft over dat jonge ezeltje als “het jong van een lastdier” – je gaat toch niet op een pakezeltje voor de troepen uit – een generaal voert toch niet zijn leger aan vanuit een smartcar of een op omafiets?
Let er daarom op dat niet zijn aanhangers bedacht hebben om Jezus op een ezel de stad binnen te brengen, maar dat Jezus het allemaal zelf heeft geregeld, en dat Hij daarmee zijn program demonstreert en zich presenteert als niet een vechtjas maar als de vredekoning, die komt om te dienen en zijn leven te geven – die niet de macht grijpt ten koste van het bloed van zijn vijanden en zijn eigen soldaten maar die als de machteloze gaat lijden en sterven en zo het koningschap van God ontvangt.
dia 9
Precies zo gaat die bijzondere profetie van Zacharia in vervulling, over die vreemde tegendraadse koning die zachtmoedig is en vredelievend, die aankomt op een ezel, en die ongewapend alle tot de tanden bewapende tegenstanders ontwapent, en om te beginnen zijn eigen volk de wapens uit handen slaat: “Ik zal de strijdwagens uit Efraim verjagen en de paarden uit Jeruzalem; de bogen worden gebroken”….en dan zou je denken dat je dan een prooi wordt voor wie loeren op je leven, maar nee: “Hij zal vrede stichten tussen de volken. Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee, van de Rivier tot de einden der aarde”….Het wordt Pinksteren, dankzij Goede Vrijdag en Pasen…en overal waar Jezus Heer wordt, wint de liefde en begint er vrede. Weer dat lied: “De vredeskoning! Kijk die vredeskoning. Hosanna krijgt de overhand. Nu glanst de hemel, bloeit het land….inderdaad: Hosanna! Hoop is aan de macht.

O nee, niet meteen als bij toverslag, en niet vanzelf, het gaat door diepe dalen,. Even later, als die koning niet voldoet aan de hooggespannen verwachtingen van de meute en hun leiders, schreeuwen ze Hem naar het kruis, ruilen ze die zwakkeling in voor een straatvechter en kiezen ze tegen wie eerst hun koning was voor de keizer, want wat is nou een koning zonder zwaard, kruis hem, stuur hem de poort maar uit.
En wees nou eerlijk, wat verwacht je nog van een man aan een kruis en in een graf? De boodschap dat dat kruis en dat graf de redding van de wereld was, is en blijft – om het met Paulus te zeggen – voor de een aanstootgevend en voor de ander lachwekkend, en voor elk mens van huis uit levensvreemd en wereldvreemd.
dia 10
Waarschijnlijk de oudste spotprent is die waarop een heiden de christen Alexamenos uittekent als een dwaas die knielt voor een ezel aan een kruis – wat een ezel ben je dan als je in een God aan een kruis gelooft, die venijnige spot spat daarvan af…..

Ja maar, dat is nou Gods vreemde maar echte wereld: liefde wint van de haat. Gods werkelijkheid is dat Jezus nog altijd heer is van miljoenen, wereldwijd….en dat Rome allang zijn tijd heeft gehad, en Hitler ook, en Stalin, en dat we zeker weten dat ook de dagen van al die andere dictators en vechtjassen en idealisten geteld is, maar dat het rijk van Jezus, de wereld van God, blijvend is en de toekomst heeft. En dus doe je er goed aan Hem te volgen en als hij te dienen en uit te zijn op vrede.
Kijk, die ezelruiter! Ja, dít is wel de intocht van een vorst, van de Koning! Dan mag je nog veel meer van hem verwachten. Dan komt wie veel had–en dat alleen voor zichzelf gebruikte, straks tekort en krijgt wie niets had nooit meer dorst. dia 11

amen

Spreuken 18: 1-15 en Kol. 3: 12-17: (Hoe) zijn wij een veilige kerk? (toerustingsdienst CGK-GKV)

Thema: Hoe zijn wij een veilige kerk?
Welkom
Zingen: NLB 377: 1,2,3,4 ‘Zoals ik ben, kom ik nabij
Moment van stilte en gebed
Votum en groet
Zingen: Ps. 84: 1,2 GK ‘Hoe lieflijk is uw huis, o Heer
Gebed
Schriftlezing: Spreuken 18: 1-15
Zingen: Ps. 61: 2,3 LB ‘Mijn schutse waart Gij tevoren
Schriftlezing: Kolossenzen 3: 12-17
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’’
Verkondiging
Zingen: ZG 213: 1,2,3 ‘Dit huis, een herberg onderweg’ – melodie Psalm 84
1. Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.
2. Dit huis, waarin een gastheer is
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven:
een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad struikelt
en langer niet wil leven
plaats tegen de neerslachtigheid,
een pleister van barmhartigheid.
3. Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase;
hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht,
hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend alwie binnengaat
en hier zijn lasten liggen laat.
Gebed
Collecte
Zingen: Gz. 161: 1,2,3,4 GK (als geloofsbelijdenis) ‘Heer, U bent mijn leven
Zegen
Amen: Opw. 602 ‘Vrede van God
—————————————————————————————————————–


Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Voelt u zich veilig? En jij, heb je een veilig gevoel, of juist niet?
We denken bij zulke vragen als vanzelf meteen aan de buurt waar we wonen,
aan onze straat en wijk, en aan wat allemaal speelt in Nederland en de wereld.
Veiligheid is een steeds terugkerend thema, regelmatig zijn er enquêtes over
hoe veilig of onveilig mensen zich voelen in hun wijk: is die inbraakgevoelig,
heb je last van overlast, durf je ’s avonds nog over straat, en als er problemen
zijn, wat kunnen we er samen aan doen, en wat is de taak van de overheid?
Maar daarnaast zijn er nog heel wat meer plekken waar mensen zich veilig
willen en moeten kunnen voelen: de school, het werk, de sportclub, de zorg…
En dan gaat het vooral over opsporen en aanpakken van pestgedrag, seksuele
intimidatie en misbruik, onderling wantrouwen, en misbruik van vertrouwen…

Vanmiddag gaat het ons in deze dienst en in het nagesprek straks over de
kerk, over uw en jouw plek binnen de gemeente, en of het daar veilig is.
Ook dat is een thema dat de laatste jaren nadrukkelijker op de kaart gekomen
is, met als belangrijkste aanleiding diverse misbruikzaken zowel binnen de
rooms-katholieke kerk als binnen protestantse kerken en gereformeerde scholen.
Er zijn om dat te voorkomen vertrouwenspersonen aangesteld, en er zijn allerlei
afspraken gemaakt om situaties die misbruik in de hand werken, tegen te gaan.
Want als je zelfs in de kerk, in de gemeente van Christus, je niet meer veilig kunt
voelen, als een vertrouwelijk pastoraal contact uitloopt op ongewenst gedrag, of
als wie jouw broer of zus zegt te zijn, over jouw grenzen heengaat, dan gaat er
zoveel kapot dat je lief is, dan kan dat levenslange schade doen, en kan het
ook ertoe leiden dat het geloof en het vertrouwen op God eraan gaat en wie
slachtoffer is geworden van verkeerd gedrag de kerk en zelfs God de rug toe keert.
Dus alle reden te blijven praten over en werken aan een veilig klimaat in de kerk.
En dat niet alleen op het punt van seksueel misbruik, maar over heel de linie
van hoe we met elkaar omgaan binnen de gemeente, en natuurlijk ook en eerst
nog dichterbij: binnen een huwelijk, in de gezinnen, en overal waar mensen zijn.

In de Bijbel is een rode draad dat wie bij God woont en bij Hem schuilt, veilig is.
Denk maar aan al die psalmen waar God een burcht genoemd wordt, een veilige schuilplaats, een schild om achter weg te kruipen, een plek waar bescherming is.
We zongen erover: “laat mij bij U thuis zijn, Heer, want daar is vrede” (Psalm 84);
en: “wees mijn schuilplaats en mijn toren”…”laat mij wonen in uw tent…waar uw vleugels, vol ontfermen, mij beschermen, wil ik schuilen immermeer” (Psalm 61).
Ook in Spreuken 18 kwamen we het tegen: “De naam van de HEER is een sterke toren, de rechtvaardige snelt erheen, en is veilig” – terwijl allerlei eigen zekerheden
al te vaak een schijnveiligheid bieden waar je vroeg of laat in teleurgesteld wordt:
“een rijkaard denkt dat zijn bezit een vesting is, achter een muur waant hij zich veilig”.
En wat de Bijbel ook vaak zegt en de ervaring meer dan eens leert, is dat vertrouwen op mensen beschaamd wordt, ook helaas op mensen die je hoog had en waar je je vertrouwen aan gegeven had maar die dat vertrouwen niet waard blijken te zijn.
Juist daarom gaat het zo vaak over vluchten naar God en schuilen bij God: omdat er vijanden zijn die je belagen, en zelfs wie vrienden leken te zijn zich tegen je keren.
Een psalm waarin David daar aangrijpend een boekje over open doet, is Psalm 55.
David klaagt zijn nood over zijn tegenstanders die hem de stuipen op het lijf jagen.
Als hij vleugels had, zou hij willen wegvliegen, en ver weg vluchten, naar de woestijn.
En dat juist omdat hij binnen de stad en het volk van God niet veilig was: “in het hart van stad heerst rampspoed, het plein is in de greep van terreur en bedrog”- het doet denken aan die moeilijke tijd van de opstand van zijn eigen zoon Absalom en het
verraad van zijn vertrouweling Achitofel, hoe erg als wie je vertrouwt je in de steek
laat en je als het ware een mes in de rug steekt: “Zou een vijand mij grieven, ik zou
het verdragen, zou hij mij haten en zich tegen mij keren, ik zou me voor hem verschuilen. Maar jij, die dacht en deed als ik, mijn hartsvriend, mijn vertrouwde! Wat genoten wij als wij samen waren bij het feestgedrang in Gods huis.”….Maar helaas:
…”bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart….zo iemand verraadt zijn vrienden en verbreekt de broederband, zijn mond is glad als boter maar vijandig is zijn hart,
zijn woorden, zachter als olie, zijn een getrokken dolk…”
Het zal je maar gebeuren: je eigen vader die zich aan je vergrijpt, je moeder die je verwaarloost, een hulpverlener die zijn handen niet thuis kan houden…..je broer of zus in de kerk die wat je in vertrouwen vertelde aan de grote klok hangt, als je niet echt je hart op tafel durft leggen uit angst dat je veroordeeld wordt, als je voelt dat
je niet serieus genomen wordt met dat oude zeer, met dat nog zo verse gemis, met
jouw twijfel in het geloof, die angst voor afwijzing, met jouw anders-zijn of anders denken – en wat gebeurt je als je echt zegt wat je denkt, als je ervoor uitkomt dat je homo of lesbisch bent, of als je eerlijk vertelt wat je is aangedaan door kerkgenoten?
Dan klinkt het mooi dat het goed is bij God te wonen, dat Hij een veilige schuilplaats is, maar wat kan het onveilig voelen juist daar waar liefde zou moeten zijn en mensen elkaar zouden moeten aanvaarden als allemaal verschillend en toch verbonden met elkaar, zoals Paulus schrijft: aanvaard elkaar zoals Christus jullie aanvaard heeft.

Vandaar dat we de vraag herhalen: voelt u zich veilig, veilig binnen de gemeente,
veilig bij de broers en zussen in het geloof, op de bijbelkring of jeugdclub, veilig
als je ouderling of diaken of bezoekbroeder of –zuster langskomt, of blijkt dat lastig,
is het voor je gevoel op eieren lopen, oppassen wat je vertelt of niet, stressvol soms?
Het is dus allereerst een kritische vraag, een eerlijke kijk in de spiegel, vandaar dat
ik in het thema het woordje hoe tussen haakjes gezet heb, om de vraag eerlijk onder ogen te zien met elkaar: zijn wij een veilige kerk, voelt iedereen zich hier veilig – om dan de volgende stap te zetten naar het hoe: wat is nodig voor dat veilige thuis?
En dan zo dat de kerk een plek is waarin we niet alleen onszelf veilig en thuis voelen maar we ook de ander die veiligheid bieden en ruimte geven, waarin we ook open staan voor wie nieuw is, of anders, voor mensen om ons heen, voor vluchtelingen met een andere cultuur en met misschien veel trauma’s, voor wie psychisch in de problemen zit, voor wie gescheiden is, voor wie geen kinderen heeft of alleengaand is, in een omgeving waar het vaak gaat over krijgen en opvoeden van kinderen…

Ik las op de website van een plaatselijke kerk het mooi verwoord, als ideaal en als
missie: “Als gemeente willen wij er liefdevol voor elkaar zijn, een veilig thuis voor een ieder die op onze weg komt. Een plek waar wij elkaar steunen en stimuleren in geloof en geloofspraktijk (in woorden en daden). Wij willen met respect omgaan met ieders vragen, twijfels en ieders eigen geloofsbeleving. Geloven is een zoektocht. Die tocht willen we samen maken met elkaar in de gemeente en daarbuiten”.

Dat is mooi gezegd en ik denk dat wij als twee kerken onderweg hier in Broek dit als droom en doel ons vast eigen zouden willen maken – zo niet, dan hoor ik dat wel.
Maar als we dat als droom en doel willen omarmen, is belangrijk ons af te vragen wat daar voor nodig is, wat er mogelijk nog aan schort en hoe we eraan kunnen werken.
Met niet te vergeten natuurlijk dat we er om bidden, bidden om het werk van de
Geest van God, die liefde wil werken en eenheid en ons aan elkaar wil verbinden.

Er zitten veel kanten aan, meer dan we vanmiddag kunnen bedenken en noemen.
Maar het begint ermee dat we naar onszelf en elkaar leren kijken door Gods ogen.
En dat zijn ogen vol liefde, van een God vol geduld en begrip, en aanvaarding.
Niet omdat wij het er zo goed van afbrengen en zoveel van ons leven maken, ook
niet omdat wij zo trouw zijn en zo recht-in-de-leer maar omdat God van ons houdt en ook van die ander die anders is dan ikzelf, houd, als mensen die Hij gemaakt heeft.
Ja, en die ons niet op onze missers blijft aankijken en onze fouten ons niet aanrekent maar die ons ziet zoals Jezus zijn Zoon is, en om Hem onze zonden ons vergeeft, en ons zijn Geest wil geven die ons leert en helpt om elkaar en om onszelf te vergeven en te aanvaarden zoals we zijn – en ons steeds meer maakt zoals we bedoeld zijn.
Ik las: “Ik zie een gemeenschap van genade voor me, waar niemand wordt buiten- gesloten, Ik zie een gemeenschap voor me waar mensen van alle leeftijden en achtergronden zich welkom en veilig voelen, omdat iedereen elkaar bevestigt en vasthoudt….Ieder lid is doordrongen van het besef dat we allemaal, hoe verschillend ook, even waardevol en geliefd zijn. De verschillen worden gevierd en vergroten de beleving van eenheid…Het is een gemeenschap vol van genade die ik zie, waar niemand wordt buitengesloten en waarin geen enkele veroordeling wordt getolereerd. Het is de gemeente van Jezus Christus die, gebouwd op het fundament van genade, zichbaar wordt”…”Je weet dat je allemaal net zo geliefd bent als Jezus”.

Nou, van daar uit schrijft de apostel Paulus christenen toen en vandaag aan: “Omdat
God u heeft uitgekozen (u allemaal en jullie ook, en die anderen ook…) , omdat u zijn heiligen bent (mensen die bij Hem mogen horen) en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in …innig meeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld..
en vooral u kleden in de liefde – als een soort band, riem, die alles bij elkaar houdt en tot een eenheid maakt, een mens-uit-een-stuk, herkenbaar en aanspreekbaar
als volgeling van het grote Voorbeeld Jezus zelf – ergens anders roept de apostel ons op ons te bekleden met Christus – je ziet er net zo uit als Hij, sprekend Hem en sprekend je Vader in de hemel – en dan ben je veilig – bij Hem en ook bij elkaar. En
dan gaat zelfs het lastigste lukken waar je het meest kwetsbaar bent: elkaar accepteren en elkaar vergeven, elkaar opbeuren en waar nodig vermanen – vanuit die liefde, vanuit zorg voor elkaar, niet om af te katten en af te breken maar om op te bouwen, elkaar te versterken – zoals Paulus zegt: als leden van hetzelfde lichaam.

Dan is wel belangrijk de vraag wat veiligheid is en waar we ons veilig bij voelen.
Want het kan zomaar zijn dat mensen een gevoel van onveiligheid ervaren omdat het allemaal zo aan het veranderen is, omdat de zekerheden van vroeger ze voor hun gevoel uit handen worden geslagen, en wat zo herkenbaar was wegvalt, en over allerlei zaken waar we het vroeger eens over waren, nu verschillend gedacht wordt – dan hoor je zeggen: ik voel me vreemd in mijn eigen kerk, dit is mijn kerk niet meer – en wordt terugverlangd naar de vaste structuren die houvast en veiligheid gaven.
Ook die gevoelens mogen er zijn,laat het maar gezegd worden en bespreekbaar zijn,
en dan helpt het om emoties te delen: ik heb er moeite mee, ik voel me er niet fijn bij, ik ben er boos over – dat kan opluchten als de ander je daarin serieus neemt – zeker
als je het bij jezelf houd: ik vind dat moeilijk, ik maakt me zorgen – in plaats van stellig en veroordelend te zijn: dat is verkeerd, dat is niet Bijbels – niet gereformeerd.
En als je merkt dat het toch anders gaat, dat veranderingen doorgaan, kun je als je merkt dat je gehoord wordt en je gevoelens er mogen zijn, kun je proberen het los te laten en ook te accepteren dat er zoveel is dat samenbindt, dat je toch verder kunt.

Laten we ook niet vergeten dat dat wat misschien vroeger onze veiligheid was, voor anderen die niet zo waren en dachten als wij, en die veel niet konden meemaken wat ons vertrouwd en normaal was, vervreemding en onveiligheid heeft opgeleverd.
Veilige kerk zijn betekent vaak juist bereid zijn eigen veilige verstopplekjes te verlaten om de ander te ontmoeten en voor die ander een veilige plek te zijn, om samen te zoeken naar nieuwe vormen en naar het aanvaarden dat verschillend zijn mag.
Ik las: “Juist als je een veilige kerk wilt zijn, ga je pijn ervaren, botsingen en schuurmomenten. We zijn zo verschillend. Leden van één lichaam met onze eigen plek, ons eigen levensverhaal, ons eigen karakter, onze eigen manier van voelen. De één vindt de preek van afgelopen zondagmorgen prachtig. De ander kon er niets mee en werd er zelfs pijnlijk door geraakt. Maar durf en kun je dat nog zeggen als iemand anders er zo blij mee is? In de kerken leren we lief en aardig te zijn, maar dat leidt niet naar veiligheid! Een veilige kerk is een kerk waar iedereen welkom is met zijn of haar leven(sverhaal) en karakter en spiritualiteit, zonder dat je dat hoeft te verstoppen”. Dan pas komt echt geloofsgesprek op gang, als niet ik al weet hoe het zit en moet zijn en die ander pas voluit accepteer als die datzelf ook vindt en doet.
Gesprek is er pas als er gelijkwaardigheid is, en twee harten open zijn naar elkaar.
Wat een wijsheid in die spreuken die we lazen, zoals deze: “een dwaas is niet geïnteresseerd in inzicht, hij wil alleen zijn eigen mening kwijt” – weg gesprek!
En wat vindt u van deze: “wie antwoordt zonder eerst te luisteren, handelt dwaas en maakt zichzelf belachelijk”. Maar ook – positief – “een verstandig mens verwerft kennis, een wijze is gespitst op inzicht”. En: “de woorden van een goed mens zijn als diepe wateren, ze zijn een sprankelende beek, een bron van wijsheid”. Dat is leven!
Leven dat God wil werken door zijn Geest die ons hart en mond en leven vernieuwt.

Hoe zijn wij een veilige kerk?
Dat begint zoals altijd bij onszelf: bij u en bij jou en bij mij: durf ik mezelf zijn en mag die ander zichzelf zijn bij mij en van mij? Durven we kwetsbaar te zijn en eerlijk over wat we voelen: blij, verdrietig, of boos, ongerust, gekwetst – of vol met twijfels….
Iemand schrijft dat als je dat in de kerk niet kunt zijn – echt, kwetsbaar – waar wel?
(citaat) “God geeft ons de kerk als oefenplek. Het hoeft er niet volmaakt te zijn. Maar wat je er wel mag verwachten, is bereidheid om te oefenen. Deel eens iets, ook al schaam je je, ook al vind je het eng, Probeer het, met kleine stapjes. Oefen om uitnodigend te worden, veiliger, genadiger en fijngevoeliger.” Ik voeg eraan toe:
Je zult merken dat het zo eng niet is, juist bevrijdend, en verrijkend. Echt waar!

Amen

ik eindig wat we elke week zeggen op cat. : daarover gaan we praten in de groep

Stellingen en vragen

1 Je kunt/moet elkaar in de kerk vertrouwen

2. Wat is er nodig om je bij elkaar veilig te voelen?

3. Wat doe je er zelf aan om een veilig klimaat te scheppen?

4. Hoe kunnen we zorgen dat verkeerd gedrag, dat tot onveiligheid leidt, wordt
voorkomen of gestopt?

Deut. 17: 18-20 en Rom. 13: 4a: Goed bestuur…

Liturgie morgendienst zondag 12 maart 2017

Votum en groet
Zingen: Ps. 30: 3,4,7
Wet van de Heer- Deut. 5 en 6
Zingen: Ps. 25: 3,4
Gebed
Schriftlezing: Deut. 17: 14-20
Zingen: Ps. 72: 1,2
Schriftlezing: Rom. 12: 21-13:7
Zingen: Ps. 47: 1,4
Verkondiging: Deut. 17: 18-20 en Romeinen 12: 4a ‘Goed bestuur…’
Zingen: NLB 994: 1-4 ‘Voor hen die ons regeren’

1 Voor hen die ons regeren,
die hoofden van het land,
bidden wij God de Here
om ootmoed en verstand,
dat zij bewaren hecht en recht
al de getuigenissen,
die ons zijn aangezegd.

2 De sterken, die bewaken
de wegen met hun woord:
dat zij ook zullen dragen
de zwakken in de poort,
want hoofd en lichaam zijn in pijn
en niemand wordt behouden
als die verlaten zijn!

3 Wij bidden ook om vrede,
de aftocht van geweld:
Heer, dat wij niet vergeten,
hoe Gij de namen telt,
bewaar het land voor overmoed
en voor het blinde razen,
de stemmen van het bloed

4 O God, Gij moet regeren
tegen het onverstand:
wij dienen vele heren
tot schade van het land.
Gij zijt genade! Uw bevel
doet leven en vergeven,
o God van Israël.

Gebed

Collecte

Zingen:Ps. 22: 9,10 LL

9. Mijn lied, mijn danklied komt bij u vandaan.
Bij wie de HEER erkent, sluit ik mij aan.
Wat ik aan u beloof zal ik voortaan daar laten weten.
Wie zwaar vernederd is, zal volop eten.
Ja, dat de mens die God de eer zal geven
verzadigd wordt, in eeuwigheid blijft leven!
Dat is mijn wens.

10. De hele wereld hoort dan van de HEER.
De hele aarde zoekt en vindt hem weer.
En alle volken knielen voor hem neer.
Hij is de koning!
Armen en rijken krijgen hun beloning:
zij prijzen God en zullen met hem eten.
Wie hier gestorven is, en wordt vergeten
vangt daar geen bot.

Zegen
Amen: Ps. 22: 11 LL

11. Het nieuws zal overal te horen zijn.
En wie de Heer is, weet straks groot en klein
en zelfs wie nu nog niet geboren zijn:
hij houdt van daden.
Het is volbracht, de eer is aan de Vader
en aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven,
en aan de Geest, die ons geloof wil geven
en in ons woont.
——————————————————————————————————-
Gemeente van onze Heer en Koning, Jezus Christus,
dia 1
Het zal u niet zijn ontgaan dat we al weken in verkiezingstijd zitten.
Aanstaande woensdag, 15 maart, is het zover: iedere burger van Nederland
van 18 jaar en ouder mag zijn of haar stem uitbrengen op de partij, en op de
man of vrouw die namens u en jou een plek in de Tweede Kamer mag krijgen
om daar de regering te controleren, wetten te maken of goed te keuren, en
natuurlijk als eerste gaat bepalen welke partijen samen een regering vormen
om de komende vier jaar zo goed mogelijk ons land te gaan besturen.

Maar waarom moet het daar nou vanmorgen in de kerkdienst over gaan?
Is dat wel de plek om het over politiek te hebben, en zo ja, hoe dan?
Ik heb de tijd meegemaakt dat het wel eens heel kort door de bocht ging,
en dat vanaf de preekstoel vanuit de Bijbel gezegd werd hoe je moest stemmen.
Dat moesten we maar niet doen vanmorgen, daar is dit de plek niet voor.
Er zijn aan de andere kant ook christenen die de politiek uit de kerkdienst
willen verbannen want dat hoort bij een wereld van machtsspelletjes en het
gaat over aardse dingen als geld en wapens, en daar moet je niet God bij halen
en dat met Jezus verbinden, die toch zei dat zijn rijk niet van deze wereld is – er
zijn zelfs christenen die daarom niet gaan stemmen want het koninkrijk van God
is van een andere orde, en gaat over geestelijke dingen en een nieuwe wereld.
En dan zijn er ook nog mensen die vinden dat kerk en staat zo strikt gescheiden
moeten blijven dat je je geloof maar moet beleven in eigen huis en in de kerk en
het buiten de politiek moet houden, want wat een ellende en wat een oorlogen
zijn er nog steeds als mensen hun geloof aan anderen willen opleggen of vanuit
hun geloof anderen bestrijden, zelfs met gewelddadige aanslagen en oorlogen.

Nou is vanuit de Bijbel al duidelijk dat dat tegen Gods bedoeling is, en dat zeker
daarvoor die uitspraak van Jezus geldt dat zijn rijk niet van deze wereld is, en
ook de strijd die een christen moet voeren niet gaat tegen mensen en groepen mensen maar tegen verkeerde gedachten en tegen de aanvallen van satan, en
dat daarvoor niet geweld het antwoord is maar geestelijke wapens als geloof, en
de boodschap van vrede en liefde, en de goede woorden van onze goede God.
Het is ook fout als een kerk macht wil hebben zoals een staat die heeft of als
andersom de overheid wil bepalen hoe er gepreekt moet worden of welke
godsdienst wel aanvaardbaar is en welke niet, en b.v. moskeeën zou sluiten
of de koran zou gaan verbieden – dat is een bevoegdheid die de staat niet moet
hebben – vrijheid van godsdienst en van onderwijs horen bij een goed bestuur.

Toch, er is vanuit de Bijbel genoeg te zeggen over wat een goed bestuur is, over
de bedoeling van God voor bestuurders en voor burgers, over de taak die een overheid heeft
en over de houding die ons als burgers, als onderdanen past.
We hebben er iets over gelezen, uit het Oude en uit het Nieuwe Testament,
En psalmen als Psalm 72 en 47 gaan er ook over, vooral over koningen –
regeerders – die er zijn om te dienen, om het goede te doen en wie goed doen
te beschermen, en dus wie kwaad doen te stoppen en te straffen, en dat als
afhankelijk van God en verantwoordelijk tegenover God, die de grote Koning is.

dia 2 Goed bestuur…is
1. dienstbaar;
2. controleerbaar;
3. rechtvaardig;
4. zorgzaam

dia 3 1.goed bestuur is dienstbaar

Het staat nog steeds boven elke wet in Nederland: Willem-Alexander, bij de gratie Gods koning der Nederlanden – er is geprobeerd om die woorden te schrappen
Omdat het uit de tijd zou zijn en vooral zou strijden met de scheiding kerk en staat,
en ook omdat het koningschap door dit soort teksten iets goddelijks zou lijken, en
niet zou passen bij onze democratie waarin via het parlement het volk regeert.
Daarom zou ook wat Paulus schrijft niet passen dat de overheid in dienst van God
staat want we kiezen zelf onze regeerders en niet de koning maar de Tweede en
Eerste Kamer hebben het laatste woord – en we mogen elke vier jaar stemmen…

Toch, het is juist precies passend wat met die woorden bedoeld wordt: bij de gratie,
door de genade van God mag iemand koning zijn, of minister, of kamerlid…dat zet
niet op een voetstuk maar houdt je als bestuurder nederig en heel afhankelijk.
Vroeger zijn die woorden wel verkeerd gebruikt alsof een koning direct onder God
stond en dus boven het volk en boven de wet, met een absoluut gezag – de Farao
van Egypte en later ook de keizer van Rome claimden zelfs godenzonen te zijn.
En er zijn ook nog steeds leiders die zichzelf boven de wet proberen te komen, en
wetten zo aan te passen dat zij aan de macht kunnen blijven en elke oppositie
de mond kunnen snoeren – noem Rusland, kijk naar Turkije, en erger: N-Korea.

Maar Paulus bedoelt iets heel anders als hij die goddelijk vereerde keizer en
zijn mede-bestuurders juist in zijn brief aan christenen in Rome Gods dienaars noemt.
Dat haalt ze uit die zelfbedachte hemel naar beneden en zet op de bescheiden plek van
knechtjes van de hoge God, om dienend bezig te zijn, dienstbaar aan de mensen voor wie ze
verantwoordlijk zijn, om goed te doen en kwaad te stoppen.
Daarbij worden mensen ingeschakeld – Petrus heeft het in zijn eerste brief over
“bestuurders die door de mensen zijn aangesteld” en die gezag krijgen van God.
Dat kun je vandaag toepassen aan een Tweede Kamer die wij met elkaar als burgers kiezen,
en waaruit weer een regering wordt gevormd, en die dan ons respect verdient omdat
–zoals we belijden – God door hun hand ons wil regeren – lees weer Paulus:
“er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld” –
dat was toen het gezag van een heidense en ook vaal wrede keizer,
en van allerlei harde heren en sluwe politici op regionaal en plaatselijk niveau –
het geldt in onze tijd net zo goed voor bestuurders die het soms goed en soms slecht
doen in onze ogen, en vaak uit totaal niet christelijke opvattingen – maar God wil
ook door hen ons besturen en dan past ons respect en ter, en terughoudendheid, in ons praten,
ons reageren via sociale media, of het nu om ministers gaat, of docenten, trainers, de chef –
en wie ook maar het te zeggen heeft over ons, namens God.
Er staat zelfs in een andere brief van Paulus (1 Tim. 2) dat we voor alle mensen zullen bidden,
en zeker voor wie veel verantwoordelijkheid hebben, of God hen wil
inschakelen om rust en ruimte te bieden, ook voor de boodschap van Gods redding.
Bidden, en dus niet verwensen of met haatmails bestoken, niet het recht in eigen
hand nemen of kwaad met kwaad beantwoorden – we hebben het net nog gehoord:
“laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede”.
En als het goed is gaan regeerders en kamerleden daarin voor, en is normen en waarden
niet een verkiezingsleus maar het goede voorbeeld dat veel volgers krijgt.

Bijzonder hoe dat dienstbaar zijn van wie gezag hebben, al is vastgelegd in die zgn. ‘koningswet’
die onderdeel is van de wetgeving van Mozes met het oog op de toekomst in het eigen land:
als jullie dan net als andere volken een koning willen kiezen, dan mag dat,
maar wel onder strikte voorwaarden:
het moet een mede-Israëliet zijn want hij moet jullie voorgaan in dienen van de HEER,
hij mag niet veel paarden halen uit Egypte op gevaar dat die invloed weer sterk wordt –
en dat hij gaat vertrouwen op een sterk leger, en hij moet ook niet een harem
met allemaal heidense vrouwen erop na houden, en ook zichzelf verrijken past niet bij een koning
die dienstbaar moet blijven, aan God als de eigenlijke koning, en dienstbaar aan zijn volk.
Ja, en voor de toekomst moet die koning de wetten blijven raadplegen en naleven.
Wat er bij staat, blijft belangrijk, ook voor andere regeerders, buiten Israël:
“dan zal hij zich niet inbeelden dat hij meer is dan anderen en in enig opzicht boven de wet
staat”- daarom moet in Nederland wie regeert trouw zweren aan de grondwet,
en gelden de wetten voor iedereen, ook voor wie die wetten gemaakt hebben en aan
anderen opleggen – ook hiervan geldt dat goed voorbeeld goed doet volgen.

dia 4 2. goed bestuur is controleerbaar.

Dat kun je ook halen uit die oude koningswet van Deuteronomium 17: de koning
was in Israël niet een soort godenzoon met absoluut gezag, die kon regeren als
een onaantastbare grootheid van wie de wil wet was en boven alle wetten ging,
nee, ik haalde het net nog aan: hij is niet meer dan anderen, en staat niet boven
de wet maar hij is aan de wetten gebonden en moet ontzag voor God hebben.
Iemand noemde dat de ‘ontgoddelijking van de staat’, en schrijft: de staat is
“toetsbaar onderworpen aan hogere beginselen, die ze niet zelf vaststelt. De staat
Is controleerbaar en laat zich meten aan hogere criteria. Zij kent de mogelijkheid van hoger beroep.”
Dat is in onze verhoudingen b.v. dat de volksvertegenwoordigers de regering moeten controleren
en in het uiterste geval een minister of een heel kabinet naar huis kan sturen:
en ook dat wij als burgers onze stem kunnen uitbrengen, en zo ook wat verkeerd ging kunnen afstraffen,
door niet meer op de bewuste persoon of partij te stemmen – en dan zijn er ook nog onafhankelijke rechters
in Nederland of in Europa die een beslissing van de overheid kunnen kritiseren of corrigeren –
en dan moet die overheid de beslissing van de rechter serieus nemen en past het niet zo’n uitspraak af te doen
als een politieke uitspraak van een stelletje neprechters – het is juist goed dat rechters onafhankelijk zijn
en ook dat er een grondwet is waar alle
andere wetten en ook alle besluiten van de politiek aan gebonden zijn.

Controleerbaar moet de overheid zijn, en dus transparant, eerlijk en open – daar past geen gesjoemel bij,
geen deals die het daglicht niet kunnen verdragen, en al helemaal geen vriendjespolitiek
of het stiekem bevorderen van eigen belangen,
op kosten van of zelfs ten koste van de samenleving of van wie kwetsbaar zijn.

De koning van Israël moest een kopie van het wetboek onder handbereik hebben,
er steeds weer in lezen, en zich houden aan alle wetten die erin stonden;
en dus ook aan alles wat in de wetten van Mozes stond over recht doen,
over zorg voor mensen die kwetsbaar waren als weduwen, wezen, vreemdelingen, armen
– de wetten die de HEER heeft gegeven zijn heel sociaal, vanuit zijn liefde en zorg voor mensen
– denk aan die psalm die we zongen over regeerders als schilden in het land, met de taak
te beschermen wie geen helper hadden en die anders eronder door zouden gaan.
Aan volksvertegenwoordigers ook nu de taak daaraan de overheid te houden en
daarop bestuurders te controleren, bij te sturen, en waar nodig te corrigeren – en
aan de bevolking de taak erop te letten bij de keus in het stemhokje deze week.

dia 5 3. goed bestuur is rechtvaardig.

Rechtvaardig zijn, recht doen, is door heel de Bijbel heen wie God is en wat God doet,
en wat God dan ook vraagt van mensen die Hem willen volgen en dienen.
Denk aan die kernopdracht uit Micha 6: 8: “er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten,
en nederig de weg te gaan van je God” – het is aan wie gezag gekregen hebben
en dus een voorbeeldfunctie hebben, om voorop te gaan en zo goede leiding te geven.
Ook als een politicus of een bestuurder zelf niet God erkent als zijn Heer en als
de Regeerder van de hele wereld, kun je hem of haar aanspreken op de opdracht
om rechtvaardige wetten te maken, eerlijk en aanspreekbaar te zijn of het gevoerde beleid,
en ook om nederig de weg te gaan die God wijst, namelijk om niet het eigen belang
voorop te laten gaan of zich te verrijken maar om het welzijn te bevorderen
van de bevolking – Paulus geeft het aan als opdracht ook voor de niet-christelijke overheid
van het Romeinse rijk: in dienst van God is ze er voor uw welzijn.

Wat niet betekent dat een overheid soft en slap iedereen zijn zin moet geven.
Juist niet: rechtvaardig zijn is belangen afwegen, keuzes maken, en daarbij
letten op persoonlijke belangen en noden, en op het algemene belang; dat is
niet mensen of groepen voortrekken, maar iedereen gelijk behandelen, zoals
dat in artikel 1 van onze grondwet ook staat: ieder is voor de wet gelijk, hoe
verschillend mensen en omstandigheden ook zijn – en recht doen is ook
grenzen stellen en die handhaven, verkeerd en schadelijk gedrag aanpakken,
en wie goed wil en goed doet ruimte geven en beschermen en belonen –
weer Paulus, met een kritische noot voor de soms willekeurige bestuurders
in dat Rome van toen: “wie doet wat goed is heeft van de gezagsdragers niets
te vrezen, alleen wie doet wat slecht is” – zo zou het moeten, dat is recht doen.
En weer, dat is nog steeds de taak van elke overheid, zo wil God zijn wereld
met zoveel kwaad en zonde, leefbaar houden; zo mag er al iets zichtbaar
worden van zijn nieuwe wereld waar geen kwaad meer is en waar iedereen volop
tot zijn of haar recht zal komen – het grote Voorbeeld is Koning Jezus die als
geen ander aan dat beeld van die koningspsalm voldoet: “ellendigen zal hij bevrijden
van het onrecht dat hem drukt, en armen – denk er ook maar de vluchtelingen
bij, en de daklozen, en de kinderen onder armoedegrens, en wie verder nog
kwetsbaar is in onze wereld – en armen redden uit hun lijden, en vertreden
wie – ook in onze wereld dichtbij en verder weg – mensen verdrukt, en uitbuit.
Het is norm voor goed bestuur, de maatlaat om mee te nemen op 15 maart….

dia 6 4. Goed bestuur is zorgzaam.

We kunnen er kort over zijn, want de Bijbel is er uitvoerig en duidelijk over.
Steeds weer komt onze God op voor wie zwak en kwetsbaar zijn en Hij wil
Overheden en ook ons allemaal samen inschakelen om op te komen en te
zorgen voor wie onze steun en hulp – w.aar nodig ook financieel – nodig hebben.
Denk maar aan de zorg voor weduwen, wezen, armen, vreemdelingen, armen,
in allerlei wetten; ga na hoe de profeten los gaan als hun volk en de koningen
er niet naar handelen, kijk naar het voorbeeld dat de Heer Jezus gaf en naar
zijn onderwijs in de bergrede en in wat staat in Matt. 25 over opzoeken van wie
gevangen zijn, aandacht voor zieken, eten geven aan wie honger hebben, enz.
Taken die we niet kunnen afschuiven naar ‘de overheid’, maar die we samen hebben;
de overheid heeft wel de taak als schild op te treden voor wie zwak
zijn, om een rechtvaardig sociaal beleid en eerlijke belastingwetten te maken.

Denk weer aan Paulus als hij schrijft dat de overheid er is voor ons welzijn, en dat
is niet zorgen voor mijn portemonnee maar dat is eerlijk delen bevorderen en erop letten
dat mensen niet door de bodem zakken en aan de kant blijven staan – een
lastige taak met allerlei afwegingen en keuzen – nog een reden om voor wie ons
moeten regeren en ons vertegenwoordigen te bidden – als we dat doen,
zal ook als wer kritiek is die anders zijn en eerlijker en bescheidener
dan als we alles en iedereen vooral afrekenen op wat wij vinden en wat ons eigen belang is…

We mogen weer stemmen woensdag – wijsheid gewenst – en vergeet dat bidden niet –
we gaan het zo meteen ook doen – en we doen dat nu eerst zingend.

amen

Jeremia 29: 11 en 2 Petrus 3: 13-15a: Maak mee wat God belooft…straks maar ook nu al (overdenking viering avondmaal)

liturgie dienst van Schrift en tafel zondag 20 november 2016
votum en groet
zin gen: Gz. 134: 1,3,4,6
wet van God
zingen: Ps. 50: 7,11
gebed
dia 1
Schriftlezing: Jeremia 29: 4-14
zingen: Lied 37: 1,3,5
Schriftlezing: 2 Petrus 3: 8-15a
zingen: Ps. 98: 4
verkondiging:
dia 2 Jer. 29: 11 en
dia 3 2 Petrus 3:13-15a
zingen: Lied 288: 1,2,5,7
gebed
collecte
zingen: Ps. 22: 8

8. U gaf mij antwoord, u keek naar mij om.
Als ik met broers en zussen samenkom,
eer ik uw naam: wij zijn uw eigendom
om u te prijzen!
Kom, Jakobs kinderen, ga hem eer bewijzen.
Hij heeft gezag, maar zal je nooit verachten.
Wie naar hem uitkijkt mag zijn komst verwachten,
met groot ontzag.

avondmaalsformulier 5
zingen: Ps. 22: 9,10 LL

9. Mijn lied, mijn danklied komt bij u vandaan.
Bij wie de HEER erkent, sluit ik mij aan.
Wat ik aan u beloof zal ik voortaan
daar laten weten.
Wie zwaar vernederd is, zal volop eten.
Ja, dat de mens die God de eer zal geven
verzadigd wordt, in eeuwigheid blijft leven!
Dat is mijn wens.
10. De hele wereld hoort dan van de HEER.
De hele aarde zoekt en vindt hem weer.
En alle volken knielen voor hem neer.
Hij is de koning!
Armen en rijken krijgen hun beloning:
zij prijzen God en zullen met hem eten.
Wie hier gestorven is, en wordt vergeten
vangt daar geen bot.
zegen
amen: Ps. 22: 11 Levensliederen

Het nieuws zal overal te horen zijn.
En wie de Heer is, weet straks groot en klein
en zelfs wie nu nog niet geboren zijn:
hij houdt van daden.
Het is volbracht, de eer is aan de Vader
en aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven,
en aan de Geest, die ons geloof wil geven
en in ons woont.
………………………………………………………………………………………………….
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 4
Het is vandaag de laatste zondag van het kerkelijk jaar.
Volgende week zondag is de eerste van de vier adventszondagen,
onderweg naar het kerstfeest: Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Dit jaar gaan we weer aan de slag met een thema: ‘Maak het mee.
Het is aangereikt door het Steunpunt Liturgie van onze kerken, en onze
commissie Eredienst en de kinderbijbelclub en de bloemencommissie
leveren hun aandeel aan de uitwerking – en ik zorg voor de preken.
Het thema gaat zelfs verder dan advent en kerst, tot en met 8 januari.
In jullie postvak ligt voor de komende weken een leesrooster voor thuis.
Over dat thema staat het volgende als uitleg op de website van ‘Kind op Zondag’:
Stel je voor dat overal vrede komt.
Stel je voor dat mensen een nieuw begin kunnen maken.
Dat mensen wachten op de komst van de Heer.
Stel je voor dat alles goed komt.
En jij maakt het mee.
In de adventstijd leven we van de verwachting. Vier Bijbelse figuren vertellen daarover. We lezen uit Jesaja, die zegt dat de vrede zal komen. We horen Johannes de Doper vertellen over een nieuw begin. We lezen uit de brief van Jakobus, die schrijft: ‘Heb geduld tot de Heer komt.’ En op de vierde advent horen we een verhaal over Jozef, de aanstaande man van Maria. Hij hoort in een droom dat de Zoon van God geboren zal worden. Hun verhalen zijn vol verwachting. Geen verwachting van iets dat ooit, ver weg in de geschiedenis zal gebeuren; Jesaja, Johannes, Jakobus en Jozef vertellen dat mensen het mee kunnen maken. Dat ze het met eigen ogen zullen zien. En dat ze mee kunnen werken om de toekomst waar te maken. ‘

Dat over de thema’s voor de komende zondagen, we gaan het hoop ik meemaken. Vandaag dus de laatste zondag van een heel kerkelijk jaar, waarin de verwachting centraal staat van de terugkomst van onze Heer die alles nieuw en goed zal maken. Eigenlijk dus ook al advent, want wij kijken uit naar wat God nog meer beloofd heeft.
Deze zondag wordt daarom vaak ‘eeuwigheidszondag’ genoemd, omdat het gaat over het eeuwige leven dat God belooft aan wie in Hem geloven en Jezus volgen. Vandaag vieren we ook nog het avondmaal waarin we de dood en de opstanding van Jezus vieren maar ook al iets mogen ervaren van het feest dat nog gaat komen. Zoals in dat formulier staat dat we straks gaan lezen: “Tegelijk verwachten we de terugkeer van onze Heer Jezus. Aan het avondmaal mogen we alvast iets proeven van de blijdschap die de bruiloft van het Lam geeft. Straks zal onze Heer met ons opnieuw wijn drinken in het koninkrijk van zijn Vader”. We maken het alvast mee.
dia 5
Je ziet steeds in de Bijbel als het over de verwachting van de komst van Jezus gaat en over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, als Gods rijk van gerechtigheid en van vrede, dat het veel meer en iets anders vraagt dan alleen afwachten en bidden, zo van ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw….ooit een keer….wie weet wanneer.
Nee, die verwachting maakt het leven nu anders, maakt actief, zet aan het werk, om te werken aan vrede nu, om steeds weer een nieuw begin te maken, om de Heer die komt na te volgen en wegwijzers naar Hem te zijn,om het goed te maken om je heen. We zullen het horen de komende weken,vanuit de Bijbelgedeelten die centraal staan. En vanmorgen komt het op ons af vanuit zowel Jeremia 29 als wat Petrus schreef.

dia 6 Maak met mee wat God belooft…straks maar nu ook al!

Stel je voor dat…we weer terug mogen naar ons eigen land….
dat het weer vrede wordt in dat land….maken we dat nog mee?
Het waren de bange vragen en tegelijk de hoopvolle verwachtingen
van de Joodse mensen ver weg in het vijandige Babel…aan wie de
profeet Jeremia een brief moest schrijven….een brief waarin aan de
ene kant Gods belofte wordt doorgegeven dat aan de ellende waarin
ze zitten een eind zal komen en dat Gods volk een hoopvolle toekomst
tegemoet gaat maar ze tegelijkertijd te horen krijgen dat ze zich maar
moeten instellen op een langer verblijf in dat verre land dan ze hadden
gedacht en hadden gehoopt: het gaat zeker nog zeventig jaar duren.

Dus is voor de meesten de boodschap: dat maken jullie niet meer mee.
God doet wat Hij heeft beloofd maar op zijn tijd en op zijn manier, en
dus vraagt geloven en verwachten ook geduld, en vooral ook gebed:
“jullie zullen mij aanroepen en tot mij bidden, jullie zullen mij zoeken
en ook vinden, als jullie mij tenminste met hart en ziel zoeken”.

Het is daar een Babel een tijd van straf maar vooral ook een tijd van
leren, een tijd om te oefenen in (ver)wachten en in gelovig volhouden.
Zoals later in de Bijbel staat, met een terugblik op hoe het gelovigen
van vroeger is vergaan, en meegaat als les voor gelovigen van later:
“Blijf volharden, want als u de wil van God doet, zult u ontvangen
wat u is beloofd” (Heb. 10:36) – en zoals we lazen in 2 Petrus:
“de Heer houdt zich echt aan zijn belofte, ook al beweren sommige
mensen van niet. Hij wacht omdat Hij geduld heeft met jullie. Hij geeft
iedereen de kans om een nieuw leven te beginnen. Want hij wil dat
iedereen gered wordt (2 Pet. 3: 9 BGT). Daarom ook dat laatste vers:
“Bedenk dat het geduld van onze Heer uw redding is”. (2 Pet.3:15a)
dia 7
Kijk, en dan komt het erop aan dat je de tijd die God geeft, goed gebruikt. Jeremia schreef die brief schreef aan ongeduldige ballingen in Babel. Ze werden door andere profeten – die ook zeiden dat ze namens God spraken, op het verkeerde been gezet, met valse verwachtingen over een teruggaan naar het eigen land op korte termijn – Jeremia noemt hen ‘valse profeten’, nepprofeten met een eigen verhaal dat niet klopt.

Je hebt ze altijd gehad, tot in onze tijd toe, die denken te weten dat de Heer
dan en dan terugkomt en dat je gewone dingen doen eigenlijk geen zin meer heeft – en aan de andere kant zijn er veel mensen die net als al in de tijd van Petrus er niet meer in geloven en er niet mee rekenen: dia 8 “Lang geleden is beloofd dat Christus terug zou komen. Maar hij is er nog steeds niet. Sinds het begin van de wereld is er nooit iets veranderd!”(2 Petrus 3: 4, BGT).

Het zijn alle twee verkeerde kortzichtige reacties die leiden tot in alle
twee de gevallen verkeerd gedrag: of een onderschatting van het
bezig zijn in en aan en voor deze wereld omdat het hier beneden niet
is en het gaat om de hemel, en aan de andere kant een alleen op de
aarde en op het hier en nu gericht zijn zonder met God te rekenen en
zonder klaar te zijn voor de ontmoeting met de Heer die terugkomt, alsof
wij zelf een betere wereld kunnen maken wat steeds weer mislukt, wat
er zomaar kan toe leiden dat mensen vooral gaan voor eigen belangen
of eigen plezier, voor eigen land eerst, of voor de eigen portemonnee.

Iemand schrijft terecht: “Christenen moeten zo leven dat Jezus elk moment terug kan komen, maar intussen moeten ze niet met hun armen over elkaar op Hem gaan zitten wachten. Net als de mensen in Babel mogen christenen trouwen, een gezin hebben, werk, een huis – in de wetenschap dat dit alles tijdelijk is en dat grote beloften nog op vervulling wachten”. En juist dat we onze Heer terugverwachten motiveert om ons voor Hem in te zetten, en al iets te laten zien en te ervaren van hoe het is als de Heer het voor het zeggen heeft in je leven en in de wereld, en hoe het straks zal zijn op een nieuwe aarde.

Petrus roept daar ook toe op: juist omdat je weet van een nieuwe wereld en je daarnaar uitkijkt, moet je je best doen om nu al te leven als een burger van het rijk dat komt, op de manier die Jezus heeft geleerd en voorgedaan: dia 9 “Omdat u hiernaar uitziet, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door Hem te worden aangetroffen” (2 Petrus 3: 14)

En nee, dat betekent niet dat het leven hier en nu al makkelijk en vredig is. Vaak juist niet voor wie kiest voor een leven in de stijl van Jezus, voor wie opkomt tegen onrecht, oneerlijkheid, discriminatie, plat eigenbelang; en zich inzet voor de zaak van Jezus zijn Heer en daarom voor wie gebrek heeft, moest vluchten, onrechtvaardig wordt behandeld, wordt uitgesloten, voor wie anders is.

Die Joden die die brief van Jeremia kregen, voelden zich niet op hun plek in dat verre Babel, ver van huis en haard, familie en vrienden, maar ze kregen namens hun God de opdracht niet maar het beste ervan te maken zolang zij daar warenmaar het goede te zoeken voor de stad en het land en de mensen daar: dia 10 “Bid tot de HEER voor de stad waarheen Ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei”. Ook Babel is een stukje van Gods wereld waar mensen van God wonen, en dat is net zo vandaag voor Langedijk en Heerhugowaard, Schagen en Alkmaar en waar we ook wonen.
De Bijbel zegt dat we hier geen blijvende stad hebben en op weg zijn naar de stad van Gods toekomst, maar dat zijn overal waar we nu wonen en werken, met de auto rijden of op de fiets, vakantievieren of ziek zijn, midden tussen al die mensen tegen wie God zegt en wij mogen zeggen: dia 11 “Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: Ik zal je een hoopvolle toekomst geven”. En Petrus vult aan en vult verder in: de Heer heeft geduld met u, omdat Hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat…..bedenk
dat het geduld van de Heer uw redding is.

Ja, en ook de redding van die collega, van je buren, van die veroordeelde in de gevangenis, van zoveel mensen in de narigheid of met luxe maar zonder echte liefde en zonder hoop op blijvend geluk – God is uit op ook hun geluk, en God heeft ons en al zijn mensen geschapen om elkaars geluk te zoeken.

Kijk, en als je daaruit leeft, als je dat geluk hebt en wil delen met anderen,mag je meemaken – nu al – wat God belooft en God al begint te geven:
dat overal vrede komt, dat mensen een nieuw begin kunnen maken,
dat mensen wachten op de komst van de Heer, dat alles goed komt.

Dat we het met eigen ogen zullen zien. En dat we mee kunnen werken “
om de toekomst waar te maken. dia 12

amen