Marcus 15: 33-34 ‘Eenzaam maar niet alleen’ (videodienst Ermelo 5 april 2020)

Liturgie dienst met als thema ‘Eenzaam maar niet alleen’ – Marcus 15: 33-34

Welkom en mededelingen
………………………………………………………………………….
Belijdenis van afhankelijkheid en groet
Zingen: LB 91a: 1,2,3 ‘Wie in de schaduw Gods mag wonen’
Gebed
Bijbellezing : Johannes 16: 25-33 en Marcus 16: 22-39
Zingen: Ps. 22: 1-4 DNP
(of als luislerlied: Psalm 22 Psalm Project)
Overdenking over Marcus 15: 33-34 ‘Eenzaam maar niet alleen’
Zingen: Opwekking 518 ‘Heer U bent altijd bij mij’
Gods leefregels 1 Petrus 2: 19-25
Zingen: Opwekking 268 ‘Hij kwam bij ons, heel gewoon’
Gebed
Collecte
Zingen: LB 416: 1-4 ‘Ga met God’
Zegen

Beste mensen, gemeente en iedereen die nu kijkt en luistert…
We beleven een wel erg heftige en onzekere tijd, met een onberekenbaar virus dat nog steeds rondgaat en slachtoffers maakt en mensen op afstand van elkaar zet en een streep zet door geplande activiteiten en vakanties en ook door kerkelijke samenkomsten als vandaag de avondmaalsviering, en Goede Vrijdag en Pasen– iets dat in denk niemand van ons nog heeft meegemaakt – en hopelijk eenmalig zal zijn. Ik merk aan mezelf dat ik het nu al mis, het samen als gemeente God en elkaar ontmoeten, samen luisteren en zingen en samen bidden. Ik denk zomaar dat u die meekijkt en meeluistert vanmorgen datzelfde zal ervaren…of dat gemis al veel langer ervaart doordat u vanwege gezondheid of leeftijd al langer niet meer in de kerk komt.
Heel erg ook dat mensen die toch al eenzaam en kwetsbaar zijn en zijn aangewezen op de hulp van anderen en uitkijken naar een bezoekje of een uitje, nu vaak ook die hulp en die aandacht minder of niet meer krijgen, en hoogstens nog op afstand in contact kunnen blijven – en nog weer erger: in een ziekenhuis geen bezoek krijgen, zelfs niet als je zwaar lijdt of zelfs weet dat je zal gaan overlijden, zonder je geliefden. Misschien dat u van dichtbij mensen kent die dat moeten meemaken. Wat een pijn! Het is mooi dat veel creativiteit loskomt om toch zo veel als kan er te zijn voor wie nog meer dreigen te vereenzamen – zoals onze koning zei dat het eenzaamheids- virus wel bestreden kan worden – maar toch maken veel mensen zich zorgen en heeft deze periode met veel dreiging en beperkingen op veel mensen veel impact.
Juist dan komt het extra binnen als je het verhaal op je in laat werken van Jezus’ eenzame lijdensweg van Gethsemané via Kajafas en Pilatus tot aan zijn kruis. Op die kruisweg lieten steeds meer volgelingen en vrienden Hem in de steek, en bleven steeds meer alleen de vijanden en spotters over, tot en met zijn laatste seconden. En dat wel erg pijnlijk: in Getsemané vielen ze allemaal in slaap, Judas werd een verrader, Petrus herhaalde tot drie keer toe niets met Jezus te maken te hebben, de anderen stonden op een afstand toe te kijken of kozen het hazenpad, de familie zag het niet meer zitten, alleen Maria was in de buurt…en vriend Johannes ook….maar toen het erop aan kwam kon niemand hun vriend, leermeester, zoon, steunen. Deze zware weg moest Jezus alleen gaan. Hij wist dat ook van te voren en had zijn leerlingen erop voorbereid, toen die nog stoer verzekerden – Petrus voorop! – dat ze Hem nooit in de steek zouden laten: “Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat”. En ook: “Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden”. (lees Matt. 26: 31). Precies zo is het gaan, het staat er keihard: “Toen lieten allen Hem in de steek en vluchtten weg” (Marcus 14: 50). Een oude psalm werd huiveringwekkend werkelijkheid, Psalm 38: “Mijn liefste vrienden ontlopen mijn leed, wie mij na staan, houden zich ver van mij” ’Herkenbaar in onze tijd voor wie in quarantaine is of thuis of in een ziekenhuis of verpleeghuis geen bezoek meer krijgt, maar voor Jezus was dat niet ter bescherming of uit angst voor een virus, maar uit angst voor eigen hachje – en wie zou dat niet begrijpen? Laten we oppassen die leerlingen en volgelingen al te gauw hard te vallen want je zult maar moeten vrezen ook opgepakt te worden, gevangen gezet, geslagen en misschien ter dood gebracht – ik ben niet zeker van mezelf wat ik dan zou doen. Ik vind aangrijpend hoe Ria Borkent over de verloochening van Petrus en de vlucht van de anderen laat zingen in het paasoratorium Het Lam dat doet leven: “Vrienden vluchten, Jezus is de steen waaraan elk zich stoot. Hij staat alleen in de kilte van het driemaal neen. Op weg naar Golgotha steeds meer een paria…Heer, hoe vaak heb ik uw hart gewond elke keer als ik een reden vond dat Gij even niet voor mij bestond. Was dat dan geen verraad,geen slag in uw gelaat?”. Dat maakt erg bescheiden, daar word ik klein onder, en ook des te meer verbaasd en dankbaar dat Jezus die heel eenzame lijdensweg en kruisweg wilde lopen, voor hen en ook voor mij: “Hij ging die weg zo eenzaam tot in Jeruzalem. Geen vriend kon langer meegaan, geen mens hield nog de wacht met Hem. Hij ging die weg voor hen.. Hij deed dit ook voor ons”.
Ja, en als de vrienden afhaken, krijgen de vijanden vrij spel, de spotters, de beulen, zoals in die andere psalm waaruit Jezus citeerde aan het kruis :“Stotige stieren lopen om mij heen. Een leeuwentroep, roofzuchtig en gemeen, wil mij verscheuren… De mensen kijken op mijn lijden neer. Ze grijnzen: ‘Richt je nu maar op de HEER. Hij mag je graag, Hij helpt je vast een keer uit de ellende…”
Waarmee we het eindpunt en het dieptepunt naderen, want waar bleef God….hoe kan het dat God zijn eigen lieve Zoon liet arresteren, liet slaan, liet veroordelen, en liet hangen aan dat vreselijke kruis? Liet de Vader zijn Zoon in de steek, en waarom? De spot kroop omhoog langs dat kruis: “Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem dan nu redden, als hij hem tenminste goedgezind is, Hij heeft immers gezegd: ‘Ik ben de Zoon van God”. (Matt. 27: 43). Maar er gebeurde niets, God greep niet in, er kwam geen stem uit de hemel, en ook het hemelse engelenleger bleef in de kazerne….het werd zelfs om dat kruis heen aardedonker: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? ….Weer die bange vraag van eeuwen eerder David, nu uit de mond van zijn late en grote zoon die een paar dagen eerder nog was toegejuicht als de nieuwe David: “Hosanna voor de zoon van David, leve de koning!”.
Ja, en dat herhaalde ‘waarom?’ komt meer dan eens ook op in de gedachten en uit het leven van zeg maar gewone mensen, midden uit lijden, oorlogsgeweld, ziekte; vanuit de vertwijfeling en de wanhoop over wat je niet begrijpt, niet kan rijmen, niet aan kunt: waarom overkomt mij dit, waarom gebeurt dat, waarom hij…waarom zij….en als je dan nog iets … of veel…hebt met God: waarom doet God daar dan niets aan? Zoals nu met die wereldwijde pandemie, met ook gevolgen voor bedrijven en banen en inkomens….het ging juist allemaal weer zoveel beter.. en waarom nou ineens zo…en denk eens aan die kwetsbare gezinnen en aan al die vluchtelingen en die daklozen die niet zo in beeld zijn maar extra zwaar getroffen worden…waarom? We hebben daar zomaar niet een antwoord op…als dat antwoord er al is…en terecht werd laatst in de krant ervoor gewaarschuwd om als christenen met verklaringen te komen, laat staan oordelen…hoogstens kun je samen nadenken over hoe nu verder, over lessen die we kunnen trekken…maar verder past bescheidenheid, zeker over de rol die je aan God zou willen toeschrijven, al geloven we dat ook dit niet buiten God omgaat, maar pas op om na dat waarom al te snel in te vullen: nou, daarom…. Zoals er over straf van God gesproken wordt.. maar voor wie…of een zegen.. maar welke? Leer van Jezus vooral niet in te vullen voor een ander…Jezus die met het oog op rampen toen de vraag stelde of wie erdoor getroffen waren misschien erger hadden gezondigd dan de anderen in de stad…en het antwoord er meteen bij gaf: “Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij” (Lucas 13: 1-5). Wil je al lessen trekken, begin dan en blijf dan bij jezelf….en wie de wereld wil verbeteren, heeft al de handen vol aan zichzelf.
Terug naar die schreeuw vol emotie en pijn van Jezus aan het kruis: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten….wat moeten we daarmee, hoe rijmen we dat met dat volste vertrouwen van Jezus de vorige avond dat zijn Vader er altijd bij is: “Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat jullie uiteengedreven worden, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat. Maar ik ben niet alleen, want de Vader is bij mij”. Dat was nog geen dag geleden, en hoe is het nu, was de Vader nu niet meer bij Hem? Moeten we die schreeuw horen als teleurstelling of als een aanklacht? Als verwijt dat God niet deed wat Hij had beloofd, watje van Hem verwachten mocht? Daar is veel over gezegd en geschreven, en de ene uitlegger denkt dat Jezus echt door God verlaten was, de ander ziet het als een roep om hulp en om verlossing? \
Het helpt om dit Bijbelvers, dit woord van Jezus, niet los te trekken uit het verband. En dan valt als eerste op dat hier niet een klacht of een verwijt klinkt over wat God al of niet doet of heeft gedaan, maar dat het een aanroepen is van God, een gebed. Zoals ook eeuwen eerder, in Psalm 22, David niet over God klaagt maar tot God schreeuwt, en dat David en ook Jezus blijven roepen tot God als ‘mijn God, mijn God’. Daar spreekt geen verwijdering uit, alsof je het wel hebt gehad met die God die toch niet luistert en je maar aan je lo overlaat, maar wie zo roept klampt zich juist vast aan God, blijft bonzen op een deur die dicht lijkt maar waarachter het weet: Hij is er wel degelijk: “U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God’, roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust’” Nee, en daarom laat je God ook niet met rust, zoals ooit een profeet zijn stadgenoten opriep te blijven bidden voor zichzelf en hun stad: “Jullie die een beroep doen op de Heer, gun jezelf geen rust en gun Hem evenmin rust, totdat Hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd”. (Jes. 62: 6 en 7). En Jezus zelf spoort ons aan te blijven bidden en niet te verslappen, met als voorbeeld een weduwe die met een hardvochtige rechter te maken had die haar van het kastje naar de muur stuurde maar uiteindelijk toch deed wat ze vroeg omdat ze bleef volhouden en hij er genoeg van had en zelfs bang was dat ze bleef komen en hem uiteindelijk zou aanvliegen. En dan zegt Jezus: ‘zal God dan niet zeker recht verschaffen? Of laat Hij je wachten? Nou, dat laatste soms wel, soms langer dan je lief is, maar op zijn tijd komt het goed.
Kijk, en dat zien we ook gebeuren op Golgotha, waar Jezus met de woorden van zijn voorvader David uit nog veel groter nood en zwaarder lijden roept: mijn God, mijn God, waarom verlaat U mij, en blijft zo ver, terwijl ik tot U schrei, Hoe blijft u zwijgen? Zo voelde dat, voor Jezus als werkelijk mens van vlees en bloed, zo ver van God…. Tegelijk wist Hij dat God er was in zijn nood, en dat dit de wil van zijn Vader was, zoals in Gethsemané ervaren en gebeden: niet mijn wil, Vader, uw wil geschiede. Ja, en lees er niet overheen, wat verteld wordt over wanneer Jezus dit riep: “Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, op het negende uur, riep Jezus met luider stem….” Aan het eind van die drie lange uren pas….en toen werd het weer licht, brak de zon door – als het ware het antwoord van God, ook in de lijn van diezelfde psalm 22, hoor vers 22-23: “HEER, houd U niet ver van mij, mijn sterkte, snel mij te hulp…U geeft mij antwoord”. Daarna komt de rust, en Jezus roept dat het volbracht is: missie geslaagd, gered! En daarna legt Hij zijn leven in de handen van God zijn Vader en gaat Hij naar huis.. zoals Hij ook van te voren gezegd had: “Ik ben bij de Vader vandaag gegaan en naar de wereld gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de Vader”. En daar is Hij bezig voor ons en naar zijn belofte altijd met ons, betrokken en helpend.
Rond het avondmaal wordt vaak herinnerd aan die donkere uren die Jezus moest doormaken om ons te redden en dan wordt ons de troost aangereikt dat Jezus door God zijn Vader verlaten werd “opdat wij nooit meer door God verlaten worden”. Die belofte mogen wij ons steeds weer eigen maken, ook als we vandaag niet met onze handen het brood kunnen aanpakken en eten dat ons herinnert aan Jezus’ lichaam dat voor ons de dood inging, en we de beker die spreekt van zijn bloed en ons doet verlangen naar het eeuwig avondmaal niet aangereikt krijgen – zoals trouwens meer dan een van ons door ziekte of ouderdom misschien al lange tijd moet ervaren. Hoe u of jij erook aan toe bent en deze zondag beleeft, houdt het vast: God verlaat niet een van zijn kinderen, God is altijd bij ons, waar we ook zijn en hoe het ook gaat. Dat mag de vaste grond zijn onder onze voeten, zelfs als alles onder ons lijkt weg te zakken: gezondheid, een baan, familie en vrienden die er altijd zijn, inkomen, zekerheid….zoals Paulus ergens schrijft: “Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard”….Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is (daar je mag je gerust vandaag bij invullen: virussen, recessie, sociaal isolement, eenzaamheid, angst….) ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer’ (dat staat zo in Romeinen 8: 35-39).
Toch, als alles tegenzit en het erg moeilijk is, of gevaarlijk, of als de eenzaamheid je naar de keel vliegt, als alles wat zo zeker leek ineens op losse schroeven staat, kan het zomaar voelen alsof iedereen je in de steek laat, en God ook zwijgt, afwezig is. Vergeet dan nooit dat Jezus weet hoe dat is, wat je voelt, wat verlaten zijn betekent. In Heb. 2 lees ik dit over Jezus dat Hij juist een mens als jou en mij geworden is om voor ons angst en dood te ondergaan en te overwinnen en ons erdoorheen te slepen: “Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan Hij ieder die beproefd wordt bijstaan” . En ergens anders staat dat Jezus onze ziekten heeft weggenomen en onze kwalen op zich genomen. Tot in de dood toe! Daarom werd die voor Jezus vreselijke vrijdag toch voor Hem en voor ons een Goede vrijdag. En kan het ook vandaag, zelfs zonder een kerkdienst zoals we dat gewend zijn, en zonder samen de maaltijd van de Heer te kunnen vieren, een gezegende zondag zijn, en mogen we aanstaande vrijdag als we terugdenken aan Jezus’ lijden en sterven, een goede vrijdag hebben, en kunnen we aanstaande zondag blij zijn dat de Heer is opgestaan en de dood heeft overwonnen – dat pakt geen virus en geen sociaal isolement ons af! Ja, en leer ook van Jezus dat het goed is en zin heeft te blijven bidden, te blijven roepen, juist als je denkt dat alles tegenzit en God ook al niet luistert en niet ingrijpt, dat je met Jezus mag schreeuwen zelfs: mijn God, mijn God, waarom, luister toch, help me toch – geef dat het weer licht wordt, om Jezus, U bent toch mijn Vader en ik ben toch uw kind….en geloof maar en zing maar vaak: Heer, U bent altijd bij mij, U legt uw handen op mij, en U bent voor mij en naast mij en om mij heen, elke dag.
amen

Johannes 4 Bij de Jakobsbron

liturgie morgendienst VAK zondag 15 maart 2020

Votum en groet (Sela)
Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte laat niet los wat Hij begon.
Genade & vrede van God de Vader.
Door Jezus Zijn zoon Immanuel.
Hij wacht met zijn Geest in ons.
Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte laat niet los wat Hij begon.
Genade & vrede van God de Vader.
Door Jezus Zijn zoon…

zingen: Ps. 42: 1,4,6 Levensliederen

1 Als een hulpeloze hinde,
die naar stromend water smacht,
zo verlang ik u te vinden,
u, mijn God, op wie ik wacht.
Ik verlang naar God, die leeft,
die mijn ziel te drinken geeft.
Wanneer zal ik hem ontmoeten,
zal Gods glimlach mij begroeten?

4. Ik ben uitgeput van binnen,
aangeslagen, opgebrand.
God, op u zet ik mijn zinnen,
in dit berg- en heuvelland.
Hoor hoe diep het water dreunt,
Hoe mijn ziel daaronder kreunt.
Ik raak machteloos bedolven
Onder al uw hoge golven.

6. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel Hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld! –
dat je Hem aanbidden zult.
Je mag blij zijn naam belijden:
Hij zal jou opnieuw bevrijden.

Gods leefregels Jesaja 58: 6-11

zingen: NLB 911: 1,2,3 – melodie Gezang 170 GK

1.Rots, waaruit het leven welt,
berg mij voor het wreed geweld;
laat het water met het bloed,
dat Gij stort in overvloed,
als een bron van Sion zijn,
die ontspringt in de woestijn.

2. Niet de arbeid, die ik lijd,
niet mijn ijver en mijn strijd,
niet mijn have en mijn goed
komt uw wensen tegemoet;
ook mijn tranen en verdriet
zijn voor niets, redt Gij mij niet.

3 Ja, Gij zijt het die mij redt,
van uw eigen strenge wet,
van mijn eigen dwaze schuld
die Gij delgt in uw geduld;
God, die al mijn kwaad verdroeg,
Uw genade is genoeg.

gebed

Schriftlezing: Joh. 4: 1-30 en 39-42

zingen: Ps. 139: 1,4,8 DNP

1. HEER, U doorgrondt mij, U ontwart
al de geheimen van mijn hart.
U ziet mij thuis en onderweg,
terwijl U opvangt wat ik zeg.
Ja, zelfs onuitgesproken zinnen
neemt U al waar bij mij vanbinnen.

4. Al kroop ik weg, het hielp mij niet,
omdat U altijd alles ziet.
Al werd het donker overdag,
zodat geen sterveling mij zag,
dan nog zou mij uw licht beschijnen;
nooit kan ik uit uw zicht verdwijnen.

8. Mijn hartsgeheimen leg ik, HEER,
volkomen eerlijk voor U neer.
Peil alles wat ik denk of zeg;
neem het verkeerde in mij weg.
Doorgrond mij God, en toets mijn leven;
wil mij voor eeuwig richting geven.\

verkondiging: Bij de Jakobsbron..

Beste mensen, gemeente van Christus,

De kraan is geduldig.
Dat zei mijn moeder vroeger als wij klaagden over dorst en om limonade vroegen.
Het had natuurlijk te maken met niet veel geld, zeker niet voor luxe als frisdrank.
Tegenwoordig komen we er steeds meer achter dat water ook veel gezonder is
dan al die cola en andere frisdranken en sapjes met vooral veel te veel suiker.
Gezondheidssites wijzen erop dat een mens vooral genoeg water moet drinken.
En dan is ook dat een luxe in Nederland dat de kraan geduldig is: er komt op elk
moment van de dag genoeg water uit en dan ook nog schoon, helder drinkwater.
In veel landen is dat wel anders: drink niet uit de kraan en zeker niet als die kraan
ergens aan de weg staat, drinkwater kun je beter in flessen kopen in de winkel…
Dat is zelfs heel normaal als je vakantie viert in Zuid-Europa of in Oost-Europa.
Verder weg, b.v. in veel landen in Afrika en Azië, is een groot tekort aan schoon drinkwater
de voornaamste oorzaak van allerlei nare ziektes als cholera, dysenterie en tyfus.
Ik las op de website van Cordaid: “Jij en ik zijn in 15 stappen bij de kraan
en verbruiken per dag zo’n 120 liter water. Maar 844 miljoen mensen wereldwijd
hebben helemaal geen toegang tot schoon water.
En iedere 90 seconden sterft er ergens een kind door het drinken van vervuild water”.
En ook: ”263 miljoen mensen moeten langer dan een uur lopen om aan water te komen”.
Dat zijn vaak vrouwen en kinderen die erop uit worden gestuurd om water te gaan halen”.
Net als die vrouw uit dit verhaal.

Met dat in ons achterhoofd komt dichterbij wat we Jezus hoorden zeggen in dat
gesprek met die Samaritaanse vrouw daar bij die put, op het heetst van de dag.
Als Jezus die vrouw om water vraagt uit zij haar verbazing over die vraag want
Joden en Samaritanen zijn als water en vuur en een Jood zal zeker geen water
drinken uit een beker van iemand uit Samaria want die geldt als onrein
en dan wordt je zelf ook onrein; nee, niet door een of ander virus
maar doordat die aanraking met wie of wat als onheilig gold jou ongeschikt
maakte om bij God te komen, in zijn tempel…
Zo dachten ze toen, zo scherp werden de grenzen getrokken: wij t.o. zij.
Ja, en dan zit hier ook nog een man die in gesprek gaat met een vrouw
die hier zonder haar man is en dat was in de cultuur van toen ook ongepast.
Als de leerlingen van Jezus terugkomen weten ze dan ook niet wat ze zien:
“ze waren verbaasd dat Jezus met een vrouw aan het praten was”. (vers 27 BGT) .
Ze zeggen niks, vertelt Johannes later maar dachten allemaal hetzelfde:
wat doet hij toch, waarom praat hij met haar?

Op dat moment is er al heel wat gebeurd in die ontmoeting van de vrouw met Jezus.
Terug naar het begin van het gesprek: als de vrouw zich verbaasd afvraagt
waarom die onbekende Joodse man haar, een Samaritaanse, om water vroeg,
keert Jezus het om: als je wist wie Ik was zou jij Mij om water vragen.
Als je wist wie Ik was – en dat weet ze niet, voor haar is Jezus een onbekende man,
een verdwaalde Jood… De vrouw heeft nog geen idee over Jezus, wat blijkt uit haar reactie.
Jezus: “als je wist wie Ik was, zou je mij om water vragen…”
Zij: “maar meneer, hoe kunt U nou zonder emmer water uit die put naar boven halen,
uit die put die ooit is gegraven door Jakob, uw en mijn voorvader:
beter water is er niet dan levend water uit die bron van leven
die zich al eeuwen bewezen heeft?
Of: bent U misschien meer en kunt u meer dan onze vader Jakob?
Hé, begint er al iets te dagen, zou deze man misschien bijzonder zijn?

Ongedacht slaat ze de spijker op de kop: hier is Hij die meer is dan vader Jakob en
daarom Degene die water in de aanbieding heeft dat gezonder is en beter voor de
dorst dan water uit de put hoe goed ook, of water uit de kraan hoe betrouwbaar ook:
“Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt
dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen”–dit water geeft meer: eeuwig leven zelfs.
Omdat Hij die het geeft het leven zelf is en leven met Hem gezond en levend maakt.
Zoals die vrouw even later merkt als haar veelbewogen leven tegen het licht wordt gehouden
en Jezus haar niet afwijst maar voor haar de weg naar nieuw leven is.. er begint bij haar
die eerst geen idee heeft wie die vreemde man toch is, langzaam een lichtje op te gaan –
eerst de ontdekking: “nu begrijp ik het, u bent een profeet”.
Dat moet wel, iemand die dwars door je heenkijkt en weet wat er in je leven speelt….
En even later valt het kwartje helemaal: zou deze Jezus niet de messias zijn?

Ja, en dat als reactie op dat wel heel pijnlijke over haar best ingewikkelde leven.
Wat vast wel even schrikken voor haar zal zijn geweest at die man alles van haar wist
en zo te horen eens even flink zout in haar wonden wrijft: ga je man eens roepen –
maar ik ben niet eens getrouwd – nee, klopt, je hebt al heel wat relaties achter de rug –
en de man met wie je nou samenwoont is niet je man – in een paar woorden een hele bak ellende dus,
en een heleboel verdriet en misschien ook best schaamte – al moeten we oppassen om in te vullen wat er niet staat,
en al te gauw te denken: nou,alle reden voor Jezus om haar aan te spreken en haar op te roepen tot bekering.
Het staat er niet, en ook niet dat Jezus tegen haar zegt: ga heen, en zondig niet meer.
Hoe het ook zij, ze heeft diep gevoeld dat Jezus haar niet afwees maar haar het gezonde, goede leven gunde:
levend water dat haar dorst kon lessen – en haar wilde maken tot een bron van zegen en liefde en nieuw leven voor mensen om haar heen.
Zoals Jezus later terug bij zijn eigen volk, midden in de tempel, tegen kerkmensen zou zeggen – en tegen ons dus ook –
“Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken. Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie gelooft” (Joh. 7: 37-38)

Dus moeten ook wij altijd weer terug naar de Bron, van wat we geloven, van wat we hopen,
en vooral: van de liefde – naar Hem dus die de Liefde is en het Leven.
Met opzet schrijf ik hier het woordje Bron met een hoofdletter: leven uit de
Bron is meer dan en gaat dieper dan putten uit de traditie van de kerk,
of zelfs dan dat we ons willen houden aan de Bijbel – al heeft dat allemaal een plek
en zijn het hulpmiddelen om dichter te komen en te blijven bij Wie de Bron is: Jezus, en God.
Jezus heeft het tegen die vrouw uit Samaria over levend water dat Hij haar – en ons ook – geven wil.
En dat levende water is de Heilige Geest die je krijgt als je door geloof aan Jezus verbonden bent,
als je op die hemelse Bron bent aangesloten.
Wat vervolgens gaat niet via het hoofd en via redeneringen en wat te snappen is
maar via het hart dat vol wordt van de liefde waarmee God ons aanraakt en die
God aan ons en via ons aan anderen kwijt wil: de vrucht die groeit door de Geest.

Ja maar, hoe gaat dat nou, wat is nou dat drinken, dat leven, uit de Bron,
en hoe werkt dat nou concreet, voor je eigen geloofsleven, en voor samen als gemeente?
Het is natuurlijk waar dat dan bijbel lezen belangrijk is, en bidden, en kerk -zijn.
Maar toch blijft het vaak bij woorden en afstandelijk, en verandert er zo weinig.
En herkennen we onszelf en ook elkaar vaak in dat levenslied: “Ik ben uitgeput
van binnen, aangeslagen, opgebrand” – ik heb het ook wel eens door wat in de
kerk gebeurt en we elkaar aandoen, door mensen die je kunnen leegzuigen en
die een bodemloze put zijn van nooit genoeg aandacht en altijd net verkeerd wat je doet,
door negativiteit en niet openstaan voor feedback en alleen willen ontvangen.
Wat ten diepste vastzit op een tekort aan liefde, een niet echt uit genade leven, en
dan ook niet in staat zijn de ander echt liefde te geven, en ruimte, en aanvaarding.
Als de bijbel het diepste verlangen van de mens vergelijkt met hevige dorst, denk
ik dat dat diepste verlangen er een is naar liefde, naar aanvaarding, en erkenning.
Zoals die vrouw met al die mannen schreeuwde om echte liefde, om wie zij was.
Zoals achter veel stoerheid en agressiviteit in onze tijd een hunkeren naar liefde.
Zoals achter veel kritiek en negativiteit een verlangen zit om er echt te mogen zijn.
Augustinus schijnt het eens zo gezegd te hebben: ik heb lief, ik wil dat jij bent.

Jezus nodigt ons uit, spoort ons aan, om naar Hem toe komen als je dorst hebt.
Dat is: de woorden van Jezus je eigen te maken, en zijn leven te leven, door je hart
open te zetten zodat Gods liefde kan binnenstromen en Jezus in je kan gaan wonen.
Ja en dan gebeurt er nog een wonder: dan mag ik en mag jij zelf een bron worden
van levend water, een bron van liefde naar anderen toe, binnen de kerk en erbuiten.
Dan ga je in woorden en vooral ook in hoe je praat en doet Jezus bekend maken,
en dan niet alleen als degene die voor mijn zonden is gestorven en redder van mensen,
maar – zoals die mensen in Samaria zeggen: als werkelijk de redder van de hele schepping,
er staat: redder van de kosmos – en dus ook van dieren en planten, lucht en water,
van sterren en planeten – en wil je op Jezus lijken dan zul je zuinig op die schepping
proberen te zijn en met Hem meewerken aan de redding van de aarde.
Hoe het verder ging in Samaria , is heel bijzonder en nog steeds leerzaam voor ons.

Bijzonder hoe die vrouw reageert op wat Jezus tegen haar zei – scherp maar vooral liefdevol –
en dat raakte die vrouw en ze is er diep van overtuigd: dit is de messias, als je Hem volgt
krijg je echt een ander leven, dan overwint Gods liefde en genade.
Waarop de vrouw haar kruik bij de put achterlaat – die is even niet belangrijk meer-
en terug rent naar Sichar want dit moeten ze daar allemaal weten: de messias is hier!
Johannes vertelt dat niet hij en de andere leerlingen van Jezus dat rondbazuinden,
maar dat deze vrouw de eerste was die de boodschap van Jezus bracht bij haar volksgenoten:
‘in die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in Jezus door het getuigenis van de vrouw” (vers 30).

Hoe bijzonder wat daar gebeurde: een vrouw die eerst geen idee van Jezus had
wordt diezelfde dag nog de eerste evangeliste in Sichar: Hij weet alles van me
en toch wijst Hij me niet af, bij Hem is echt leven!

Het mag dan zo zijn dat de twaalf discipelen mannen waren, maar onderschat niet de rol
die Jezus aan vrouwen gaf om zijn boodschap verder te brengen en zijn kerk te bouwen –
ook dit verhaal kan ons helpen als het gaat over vrouwen in kerk en ambt.
Je leert eruit dat vrouwen net zo goed ingeschakeld worden om de boodschap
van Jezus verder te brengen en te bouwen aan zijn werk en zijn kerk als mannen –
en ook dat dat niet is voorbehouden aan wat we dan een ambt noemen
alsof dan die boodschap meer gezag krijgt – let op wat de mensen uit Sichar tegen de vrouw
die hen over Jezus verteld had zeggen als je Jezus zelf hebben ontmoet en gehoord:
“Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hemzelf gehoord
en we weten dat Hij werkelijk de redder van de wereld is”.
Daarmee is ook dit een voorbeeld hoe je voor anderen een bron van zegen kan zijn,
niet vanwege een of andere status – noem het ambt – maar doordat je met de gaven en mogelijkheden
die je hebt gekregen het verhaal van Jezus doorvertelt en voor leeft.
Van die Jezus van wie ze in het Samaritaanse land ontdekten en geloofden
dat Hij de redder van de wereld is – van de wereld, dus ook van mensen in Samaria en ver daarbuiten –
er staat zelfs: redder van de kosmos, daar horen ook dieren bij en bomen en planten,
dat geldt ook van lucht en bodem en water= leven voor die schepping, en toekomst.
Met uitzicht op een voorgoed schone en leefbare nieuwe aarde met levend water!

De vrouw uit dit verhaal heeft vast en zeker haar kruik weer opgehaald
en is met die kruik vol bronwater naar haar huis gegaan
en naar de man met wie ze samenwoonde en de dagen erna moest ze elke dag
weer dat hele stuk lopen voor weer water –
en nog steeds is schoon en gezond water essentieel,
ook voor gelovige mensen want ook al weet je van Jezus die meer dan gewoon water blijvend leven geeft,
ook dan wordt een mens ziek en gaat hij dood als het water dat hij drinkt vol gifstoffen zit.
Jezus zegt het tegen die vrouw en weer in de tempel:
het water dat Ik geef zal een bron worden van water dat eeuwig leven geeft –
zelfs: “rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft” –
via u en jou en mij mag Gods liefde gaat stromen naar anderen –
wie uit Gods liefde leven gaan zelf liefde geven.

Wat dan niet bij mooie vrome woorden blijft maar heel concreet wordt om daden,
in hoe we omgaan met elkaar, ook in dat heel concrete zoals Jezus ergens zegt
‘een beker water geven aan een van de kleinen, de meest kwetsbaren.

Vandaag aan de dag hoort daar ook het zuinig zijn op de aarde bij en op het water
en kijken wat we kunnen meehelpen aan schoon water voor iedereen wereldwijd,
en een betere bodem en lucht, en blijven opkomen voor vluchtelingen in die kampen en in de illegaliteit,
en willen delen met wie veel minder heeft dan wij – door gezegend zelf weer tot bron van zegen te zijn –
ook in het dagelijkse van eten en drinken, kleding en een dak boven het hoofd – een plek om te schuilen,
een veilig thuis. En dat oefenen we als het goed is in de kerk, de plek waar we met onze Heer mogen eten
van dat ene brood en drinken uit die ene Beker – waar we leren wat delen is.
En leer om te bidden en te worden als de gevende handen van onze Heer:
“Met zovele gaven aan ons gegeven voor zoveel leed, zoveel gemis,
maak ons uw dienaars, leer ons te delen, totdat uw rijk hier is”.
amen

zingen: NLB 188 Bij de Jakobsbron

soliste
1. Bij de Jakobsbron
stond ik dorstig in de zon
op het middaguur der schaamte.
vrouwen
Waar Hij, vreemd genoeg,
mij, een vrouw, om water vroeg,
mij, Samaritaanse.

mannen
2. Als je wist, sprak Hij,
van Gods gave, jij zou mij
nu om levend water vragen.
allen
Water dat Ik geef
lest je dorst zolang je leeft,
laaft je alle dagen.

refrein allen
Wij horen helder het geluid
van levendmakend water.
Kom, schenk uw woord als water uit,
vervul ons met genade.

mannen
3. Als een springfontein
zal dit water in je zijn,
de vervulling van verlangen.
allen
Kruik, wat klink je hol,
met je buik van leegte vol.
Breek om te ontvangen.

vrouwen
4. Meer dan Jakob, Gij
die uw bron ontsluit voor mij,
laat uw zegeningen stromen,
allen
Christus die mij drenkt
en mij levend water schenkt,
laat mij tot U komen.

refrein allen:
Wij horen helder het geluid
van levendmakend water.
Kom, schenk uw woord als water uit,
vervul ons met genade.
gebed

collecte

zingen: ZG 301: 1,4,5 – melodie Psalm 24

1. Mijn hart wacht stil op U, o Heer,
uw komst verwacht ik, meer en meer,
uw liefde houdt mijn ziel gevangen.
Naar U gaat al mijn vreugde uit,
ik wacht op U, wacht als een bruid,
reikhalzend hunkert mijn verlangen.

4. Ik roep, ik smeek vol ongeduld:
O Geest, als Gij mijn leven vult,
o overvloed, o milde regen,
dan wordt mijn hart verrassend rein,
dan drink ik fris uit uw fontein:
water des levens, zuiver zegen!

5. Met heel mijn hart verwacht ik, Heer,
uw komst, de grote ommekeer;
hoe vrolijk zal ik U ontvangen!
Gij die mijn allerliefste zijt,
kom, Gij die lijf en ziel bevrijdt,
vervul mijn allerdiepst verlangen!

zegen

Romeinen 1: 7b ‘Ik wens jou…’ (Nationale Bijbelzondag 2019)

Liturgie morgendienst van 27 oktober 2019 CGKV Broek op Langedijk
Thema: ‘Ik wens jou…’ – Bijbelzondag 2019
Welkom
Zingen: Opwekking 797 ‘U roept ons samen als kerk van de Heer’
Moment van stilte en persoonlijk gebed
Votum en groet (Sela/ Hemelhoog 495)
gemeente gaat zitten
Zingen: Gz. 163: 1,2,3 (NGK) ‘Dit huis, een herberg onderweg’ (=ZG 213)
Dit huis, een herberg onderweg voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden, een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt, weet hoe Gods liefde harten heelt.
Dit huis, waarin een gastheer is wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven: een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad struikelt en langer niet wil leven –
plaats tegen de neerslachtigheid, een pleister van barmhartigheid.
Dit huis, met liefde opgebouwd, dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase; hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht, hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend al wie binnengaat en hier zijn lasten liggen laat.

Gods leefregels – Romeinen 12: 9-21
Zingen: Gz 316: 1,4 ‘Het woord dat u ten leven riep’ (NLB=LvdK 7: 1,4)
Gebed
Kinderlied:
Kinderen naar kindernevendienst
Bijbellezing: Romeinen 1: 1-17 en 16: 19-20 BGT
Zingen: Gz 966: 1,3,5 ‘Het heil des hemels werd ons deel’ (NLB=LvdK 344)
Zingen: Opwekking 710 ‘Zegen mij’
Gebed
Inzameling van de gaven – Opwekking 503 ‘Overvloedig geef Ik u’ (=NLB 428)
De kinderen komen terug in de kerk
Zingen: Gz. 423: 1,2,3 ‘Nu wij uiteengaan vragen wij God’

Zegen (Numeri 6: 24-26)
Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.’ (NBV)
‘Ik wens jullie toe dat de Heer met jullie zal zijn en jullie zal beschermen.
Dat Hij goed voor jullie zal zijn en voor jullie zal zorgen.
Dat Hij over jullie zal waken en jullie vrede zal geven.’ (BasisBijbel)
amen
Zingen: Gz 425 ‘Vervuld van uw zegen’ (NLB)

——————————————————————————————————–
Verkondiging: Romeinen 1: 7b ‘Ik wens jou…’ dia 1
Beste mensen, zusters, broeders, jong en al ouder, gemeente van Christus,
Toen ik dit begon te typen – enkele weken geleden – begon ik met een typefout: in plaats van ‘beste mensen’ stond er: ‘beste wensen’. Nou ben ik niet zo’n vlotte goede typist dus ik moet vaak mezelf verbeteren, maar dit foutje zal ook wel komen omdat het thema van deze zondag is: “ik wens jou…” dia 2 – beste wensen dus..

Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft dat thema gekozen voor deze Bijbelzondag. Met als korte uitleg: “Vanuit de Bijbel kun je elkaar bemoedigen, tot steun zijn – en het beste wensen. Want de Bijbel is goed nieuws om door te geven”. Waar het NBG en veel andere bijbelgenootschappen hun steentjes aan bijdragen, door de Bijbel in de vele talen die wereldwijd bestaan te vertalen en dan ook wereldwijd te verspreiden. Maar wat vervolgens de opdracht en de uitdaging is aan al die mensen die de Bijbel lezen en kennen: geef het goede nieuws van God en Jezus door aan mensen om je heen, in woorden maar vooral ook in daden; wens elkaar en al die anderen het goede van God toe; zoals Jezus deed en in zijn voetspoor Petrus en Johannes en Paulus en al die anderen, zoals we gelezen hebben in die brief die Paulus eeuwen
geleden aan de christenen in Rome schreef, en die wij nog altijd kunnen lezen: “Ik
wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven”. Wat hij herhaalde bijna aan het eind van zijn brief: “Ik wens jullie toe dat onze Heer Jezus goed voor jullie is”. De BGT geeft zo kernachtig en goed weer wat in de NBV wat letterlijker en plechtiger staat: “Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus”. Ook al zijn andere brieven begint en eindigt Paulus op die manier: ik wens jullie alle goeds, Gods goedheid en liefde, het ga jullie goed met de vrede van Christus en onder de zegen van God.

Je denkt misschien: logisch, zo ging dat toen als je brief schreef, net zoals wij onder een brief afsluiten met: hartelijke groeten, of woorden die op datzelfde neerkomen…. Maar je proeft bij Paulus dat hij het echt meent, dat het uit zijn hart komt, zelfs als hij een brief schrijft – wat vaak gebeurde – met pittige kritiek en soms best harde woorden. Ik las: “Of hij de mensen die hij schrijft wil vermanen of bemoedigen, of hij ze kent of niet, zijn zegenwens is er altijd”. Voorbeeld zijn de twee brieven aan de kerk van Korinte – maar juist dan lezen we dat Paulus al schrijvend zijn hart laat spreken: ik houd van jullie, ik draag jullie op mijn hart, ik moet erom huilen dat het zo moeizaam gaat tussen ons…en ook die brieven lopen uit op een welgemeend: “Ik wens jullie toe dat de Heer Jezus goed voor jullie is. Ik houd van jullie,want wij horen allemaal bij Jezus Christus” (1Kor.16.23); ”Ik wens jullie allemaal toe dat de Heer Jezus Christus goed voor jullie is, dat God jullie zijn liefde geeft, en dat de Heilige Geest een eenheid van jullie maakt” (2 Kor.13: 13). En die toon is de muziek die door heel de Bijbel heen klinkt, en die we als we eerlijk en goed willen lezen opvangen, en die ons hart wil raken, ook en zelfs als we harde woorden en heftige verhalen tegen- komen: hoor Gods liefde er achter en er doorheen, probeer die liefde door te geven en vooral voor te leven…wens elkaar alle goeds, en doe wat goed is voor de ander.

Even terug naar iets wat ik net even terloops zei over hoe wij vaak een brief afsluiten. Wat heel oubollig klinkt misschien en uit de tijd, want wie schrijft er nog brieven?
Ik las: “We schrijven steeds minder vaak brieven. Voor het contact op afstand met
vrienden en familie gebruiken we tegenwoordig meestal sms’jes en korte
tekstberichtjes. Toch kun je iemand nog steeds heel blij maken met een echte, ouderwetse brief”. Dat staat op een site uit 2017, en die lijkt al weer ouderwets want sms-jes zijn al weer uit de tijd, nu iedereen lijkt te appen en te twitteren – en zijn er echt nog mensen, behalve misschien wij ouderen, die zitten te wachten op een brief?
dia 3
Het intrigeert mij als ik nadenk over Paulus: stel dat de apostel in onze tijd had geleefd, had hij dan ook zo’n brief aan de christenen van Rome geschreven, of had hij ze een uitvoerige e-mail gestuurd, of de telefoon gepakt en de voorganger daar gebeld – en stel dat, hadden wij die mail dan ook gekregen, of een youtubefilmpje?
In de tijd van Paulus ging het heel anders natuurlijk: een brief moest vaak per schip verstuurd worden en was weken of maanden onderweg, of zo’n brief werd aan iemand meegegeven die op reis ging naar de geadresseerden, b.v. naar Rome. Het mooie is dat we van de brief aan de Romeinen precies weten door wie deze brief is meegenomen en bezorgd, dat staat in 16: 1: dia 4 “Vrienden, mijn brief wordt bij jullie gebracht door Febe. Zij is een leider van de kerk in Kenchreeën (een stadje in Griekenland, vlakbij Korinte), en ze werkt met mij samen. Ik vraag jullie om haar met open armen te ontvangen. Behandel haar met veel respect, zoals christenen met elkaar omgaan. Geef haar alle hulp waar zij om vraagt. Zij heeft zelf aan veel christenen hulp en bescherming gegeven, ook aan mij” . Dat is weer echt Paulus, en let op hoe hij het zegt: “behandel haar met veel respect, zoals christenen met elkaar omgaan”. Met andere woorden: dat hoort bij christen-zijn, dat is wat Jezus graag ziet. De NBV heeft, weer wat letterlijker en plechtiger: “op een wijze die bij de heiligen past”. Dat het lang niet altijd zo gaat, helaas, weet Paulus ook wel; heeft hij al te vaak aan den lijve ervaren, en heeft ook Jezus zelf moeten meemaken en moeten lijden. Maar wie bij God wil horen en op Jezus wil lijken, wil graag zo leven en doen als Hij. En wil graag doorgeven en voorleven dat leven naar de Bijbel het goede leven is. dia 5 Waarmee we weer terug zijn bij het thema van deze Bijbelzondag: ‘Ik wens jou…’ Weer even als een spiegel, voor we even nog wat beter naar dat stukje brief van Paulus gaan kijken: wat wensen wij elkaar toe, met woorden, en in de praktijk? We leven in een tijd waarin er veel onvrede en chagrijn in de onderlinge omgang zit. En mensen elkaar keihard vreselijke ziekten toewensen en zelfs wie je niet bevalt of dingen geschreven of gedaan heeft met de dood bedreigen: journalisten, politici, voetbaltrainers, advocaten – en soms volgen op woorden zelfs dodelijke daden. Iemand schrijft: “Je hoeft maar tien minuten van je tijd te spenderen aan het lezen van comments op social media en je belandt spontaan in een spiraal van haat, frustratie en onbegrip. Vooral onder Facebook-posts over immigranten, zwarte piet en vluchtelingen gaan mensen tekeer…..Het lijkt wel alsof iedereen zijn verstand verloren heeft in deze digitale wereld vol scheldpartijen.” En een columnist in een van de landelijke kranten die ermee ging stoppen signaleert dat “de discussie in Nederland steeds giftiger en gepolariseerder wordt” : “het wemelt van op de persoon gerichte beledigingen en verwensingen, tot doodsbedreigingen aan toe. En dan doelt hij op de sociale media maar ook op sites die hij aanduidt als “voertuigen van haatdragendheid en persoonlijke belediging, een stijl die ook steeds meer doorsijpelt naar de traditionele media. Met een algehele vergroving van de publieke sfeer tot gevolg.” En de laatste column van deze schrijver eindigt met een wens: “ik wens Nederland een minder op de persoon en meer op inhoud gericht publiek debat toe.” dia 6
Dus niet dat het maar nergens meer over moet gaan en we vooral lief en soft met
elkaar moeten omgaan, maar dat een scherp en helder debat gevoerd wordt met respect voor elkaars meningen en gevoelens, niet om dingen weg te stoppen maar om samen verder te komen, om problemen op te lossen en daarbij elkaar echt serieus te nemen. Met in het achterhoofd dat ook die anderen mensen van God zijn. En met als leidraad de les van Paulus om de ander hoger aan te slaan dan mijzelf.

Kijk, want ook hier wijst de Bijbel ons de weg en is ook Paulus een lichtend voorbeeld. Met brieven waarin het er vaak best pittig aan toe gaat en in duidelijke taal aan de kaak wordt gesteld wat fout gaat, zonde is, schade doet – maar met respect voor wie het aangaat en bedoeld om kwaad te stoppen en te werken aan het goede leven. Ik herhaal nog even een paar regels uit Romeinen 12, zoals: “Laat altijd zien dat je respect hebt voor de ander”….Äls mensen je in moeilijkheden brengen, bid dan voor hen”…Je moet jezelf niet belangrijker vinden dan anderen.”….”Laat aan alle mensen zien dat jullie het goede willen doen. Doe je uiterste best om met iedereen in vrede te leven.”…”neem geen wraak op anderen, laat het straffen over aan God”….”Laat je niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad door het goede.” Enz…..
dia 7
Ik denk dat we allemaal dit Bijbelse onderwijs heel goed kunnen gebruiken, want al zal het hopelijk onder ons niet zo heftig toegaan als soms op die sociale media en online platforms, ook in de kerk vallen soms harde woorden, worden nare mails gewisseld, kan zomaar op gemeentevergaderingen of in gesprekken hard worden geoordeeld of subtiel worden geroddeld, en is elkaar met alle verschillen die er kunnen zijn liefdevol accepteren en behandelen echt niet vanzelfsprekend….en we zijn als kerkmensen niet immuun voor die vergroving van de sfeer in Nederland. Ja, en ook als je niet scheld en niemand beledigt via social media, kun je elkaar tekort doen, b.v. door langs elkaar heen te leven en de ander niet te zien zitten of staan. Ik las ergens van een jonge vrouw die merkte als ze iemand naast haar in de trein of in een supermarkt gewoon groette, iets van irritatie want die ander was verdiept in de berichten op de smartphone en die groet was helemaal niet welkom – en dezelfde vrouw signaleerde hoe bijna iedereen onderweg zich afsluit voor de medemens.
Hoe doen wij dat, zijn we gewend te groeten, als je net samen de kerk in komt of naast elkaar in de kerkbank zit, en bij de kassa in de winkel, en zomaar op straat? Dat is toch het minste van contact: even groeten, een praatje maken, en als je elkaar wat beter kent vragen hoe het de ander gaat en dan echt aandacht voor wat die ander te melden heeft – en hopelijk wederzijds: en hoe is het nou bij jullie?

Terug weer naar dat begin van die brief van Paulus aan de kerk van Rome, een kerk die Paulus niet zelf had gesticht en waar hij nog niet op bezoek was geweest – hij zou pas later in Rome komen en wel als gevangene – maar een kerk waar hij zoals uit het laatste hoofdstuk blijkt waar allerlei mensen de groeten krijgen, blijkbaar wel heel wat mensen kende. En Paulus wil ook heel graag een keer naar Rome toe. Maar nu dat nog niet kan stuurt hij zeg maar een brief vooruit, mee met zuster Febe. En dat zoals ook voor de andere brieven geldt, niet maar als de privé-persoon Paulus maar als ‘dienaar van Jezus Christus’, zoals hij zich voorstelt in het eerste vers: “Ik ben een dienaar van Jezus Christus. God heeft mij uitgekozen om apostel te zijn. Hij heeft mij de opdracht gegeven om het goede nieuws te vertellen”.En dat goede nieuws “gaat over Jezus Christus, de Zoon van God.” Over Jezus die op aarde kwam om mensen te redden, niet alleen in het Joodse land, maar in heel de wereld en dus ook in Rome: “Iedereen die dat goede nieuws gelooft, wordt gered. In de eerste plaats alle Joden, maar ook alle niet-Joden”. Om dat overal te gaan vertellen heeft God Paulus erop uit gestuurd, en hij wil dat ook graag in Rome doen.

Maar geweldig dat er nu al mensen in Rome zijn die Jezus kennen en in Hem geloven: “Nu zijn jullie christenen en God houdt van jullie”. En daarom is het maar niet een beleefdheidszinnetje van Paulus en zelfs niet maar een vrome wens alleen, maar een zegenwens namens Jezus en met een beroep op Gods liefde: “Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn emn jullie vrede geven”. En dat ook maar niet om die christenen een plezierig gevoel en al
helemaal niet een makkelijk leventje te bezorgen maar om die liefde van God en die
vrede dankzij Jezus door te geven aan al die andere mensen om hen heen. Zoals zij
en wij dat van Jezus horen en mogen leren, zoals dat b.v. duidelijk staat in wat we de bergrede noemen: “Jullie zijn het licht in deze wereld. Een stad op een berg is voor iedereen zichtbaar. Niemand zet een brandende lamp onder een emmer. Je zet een lamp juist hoog. Dan schijnt het licht voor alle mensen in huis. Zo moeten ook jullie een licht zijn en schijnen voor alle mensen. Dan zien de goede dingen die jullie doen. En dan zullen ze jullie hemelse Vader eren” (Matteüs 5: 14-16; weer volgens BGT).

Nou, en daar hoort ook bij wat je zegt tegen of over die ander, dat geldt ook voor wat je al of niet deelt via social media of voor wat je post op Facebook of Instagram, voor wat je die ander toewenst, voor hoe je praat met je mede- kerklid, je buren, je collega: of dat goede dingen zijn, bedoeld om die andere verder te helpen, te bemoedigen, waar nodig te waarschuwen, vanuit liefde en met respect. En als het goed is oefenen we dat samen in het gezin, b.v. door elkaar als man en vrouw, ouders en kinderen, ook eens een compliment te geven, wat goed is te benoemen en te waarderen, elkaar zeg maar te ‘zegenen’, dat is eigenlijk gewoon: goede dingen zeggen tegen elkaar, bidden voor elkaar, en dan ook waar nodig elkaar aanspreken op wat beter kan. En dan werkt dat door: in de familie, in de buurt, op het werk, en zeker ook in de kerk. Ook Petrus spoort daartoe aan, lees maar dia 8

Als het goed is is de kerk zoals we ervan zongen: een plek waar pijnlijke wonden bespreekbaar zijn en geheeld kunnen worden, een huis waar we verdriet delen en blijdschap ook, een rustplek voor wie moe is, opgebrand (burnout heet dat tegenwoordig), een opvang voor wie struikelt en zelfs niet langer meer leven wil, een troostplek tegen de neerslachtigheid, en een pleister van barmhartigheid, gastenhuis voor jong en oud, een oase langs een vaak moeilijk begaanbare weg, waar je nieuwe kracht opdoet. Een kerk waar iedereen veilig is en zich thuis kan voelen. dia 9

En wat zou het mooi zijn als dat opvalt en aantrekt, juist ook wie geloven moeilijk vindt of achter zich gelaten heeft door wat ook maar, en voor wie op zoek zijn….want met die Bijbel die we vieren vandaag hebben we goud in handen, niet om voor onszelf te houden maar om uit te delen als zeg maar even Gods liefdesbrief, met als begin en eind en rode draad: Ik wens ook jou toe dat God, onze Vader – die ook jouw Vader is en wil zijn, en onze Heer Jezus Christus die ook kwam voor jou- goed voor jullie zijn en jullie vrede geven. Zoals God ons heeft beloofd! Dat is in één regel Gods goede wereldnieuws. Waar heel de Bijbel op uitloopt en mee eindigt (in Openbaring 22: 21, het laatste vers van heel de Bijbel: “Ik wens jullie toe dat de Heer Jezus Christus goed voor jullie is.” Geen vrome wens of schrale troost, en als het goed is ook niet een mooie vlag die slechte lading moet dekken, maar een ijzersterke belofte die handen en voeten krijgt in wie wij willen zijn midden in de samenleving. Zoals we ervan gaan zingen: “met een hart vol vrede zijn wij zegenend nabij; van uw liefde delend waarin wij zelf tot bron van zegen zijn.” Als u en jij dat onthoudt en meeneemt van deze preek en deze dienst, en dat doorgeeft en voorleeft, dan is wat mij betreft deze dienst geslaagd en de Bijbelzondag 2019 niet voor niets geweest! dia 10
amen

Lucas 2: 9-12 Gods licht in onze nacht (1e kerstdag 2019)

Liturgie 1e kerstdag 2019

Lezen: Micha 5: 1-4a
Zingen: Christe, lux mundi, qui sequitor te habebit lumen vitae

Christus, licht van de wereld, wie u volgt heeft licht van leven
Christ, light of the world, whoever follows you has light of life

Belijdenis van afhankelijkheid

Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte, en zijn wereld wil redden,
laat niet los wat Hij begon.
amen

Groet

Genade en vrede voor u en voor jou van God de Vader,
door Jezus Zijn Zoon, Immanuël, = God-met-ons
Hij woont met Zijn Geest in ons.
amen.

Zingen: NLB 477: 1a, 2m.3v, 4a, 5a ‘Komt allen tezamen’
NLB 478: 1,2,4 “Komt verwondert u hier mensen”

gebed

profetenlezing: Jesaja 9: 1-6
zingen: NLB 482: 1,2,3 ‘Er is uit ’s werelds duist’re wolken’

evangelielezing: Lucas 2: 1-14
zingen: NLB 486: 1-4 ‘Midden in de winternacht’
.
overdenking over Lucas 2: 9-12 Gods licht in onze nacht

luisterlied Sela ‘In het licht’

gebed

collecte

Slotlied ‘Ere zij God’

Zegen

(amen)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen, jong en al ouder,
dia 1
Midden in de winternacht…en we zongen ook nog over sneeuw en ijs…
Een bekend kerstlied, vrolijk met al die instrumenten, maar klopt de tekst wel?
We kennen de beelden van oude schilderijen. dia 2 Schapen dicht tegen elkaar aan gekropen in een besneeuwd landschap, herders die zich warmhouden rond een knapperend houtvuur en zich tegen de snijdende wind beschermen met mutsen en dikke dassen.. En kerstliederen gaan erover, zoals dat vrolijke lied dat we zongen. Alleen klopt er van die beelden en veel van die liedjes niet zo veel. De schapen waren er, en natuurlijk de herders ook, maar het was waarschijnlijk in de zomer,
al was er vast wel een vuurtje omdat het fris was ’s nachts en tegen wilde dieren.
Sneeuw en ijs zijn bij ons al zeldzaam – weer geen witte kerst – in Israël nog meer.
Zie dat van die winternacht maar als beeld van de situatie toen: ijzig, kil, somber…
Verkijk je niet op dat vredige tafereel van herdertjes die lagen bij nacht in het veld. Het was voor het Joodse land een moeilijke tijd. Lucas begint zijn verhaal met namen die van onderdrukking spreken: keizer Augustus in het verre Rome die de Verhevene werd genoemd en als godenzoon werd vereerd en zich liet vereren; een stadhouder Quirinius, een verplichte volksverhuizing vanwege de belastingdienst die ook toen al weinig mens- gericht was, en later speelt ook nog Herodes een lugubere rol…
Het roept het beeld op van onvrijheid, van een land dat bezet gebied was. Wat dat betreft was er sinds Jesaja niet veel veranderd en stampten nog steeds soldaten -laarzen rond, werden mensen geslagen als zich niet slaafs gedroegen, werd het volk onderdrukt; in het beeld van dat lied: het was nog steeds winternacht, koude oorlog.
En juist in die nacht begon na heel veel eeuwen het licht op te gaan, heel bijzonder: doordat gebeurde wat Jesaja lang van te voren aankondigde: een kind geboren. Dat is in een ellendige tijd van ziekte of oorlog een lichtpuntje: een kind, toch toekomst!
De geboorte van een kind geeft zelfs als alles hopeloos lijkt, hoop: nieuw leven!
Zeker de geboorte van dit kind, een koningskind, en zelfs beloofd als vrede-koning.
dia 3
Het was een nacht als alle andere nachten. Bijna iedereen in Bethlehem en wijde omgeving lag op één oor. Maar herders waren wakker, of in elk geval: ze hielden om de beurt de nachtwacht. Goede herders passen op hun schapen en wagen zelfs, als het nodig is, hun leven voor die schapen…..Dan denk je zomaar even terug aan dat herdersjoch dat in datzelfde Bethlehem eeuwen geleden was geboren, en in deze zelfde streek wie weet hoe vaak rondgezworven had met de schapen van zijn vader en die er vast heel vaak ‘s nacht op had moeten passen en die koning werd: David.
Een gewone rustige nacht. Maar dan opeens: een fel licht, en uit dat licht een stem.
Niet zo gek dat die herders enorm schrokken. We lezen: “de herders werden verschrikkelijk bang”. Dat verbaast misschien, zeker in het licht van het vervolg:
“ze werden omgeven door het stralende licht van de Heer”. Anders vertaald: “de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen”. En toch: angst, paniek, wat is dat nou?
Licht is ook confronterend: je wordt in het zonnetje gezet, je kunt je niet verstoppen.
En dat is voor mensen met ook wat je liever niet laat zien en weten, best angstig.
Jezus zegt later zelfs dat mensen het licht haten omdat alles dan aan het licht komt.
Maar de herders worden niet verblind door dat licht en niet verteerd door heilig vuur. De engel begint meteen tegen hen te praten om hen gerust te stellen: je hoeft niet bang te zijn….nee, er is alle reden om heel erg blij te zijn vannacht. Om dat te begrijpen, moeten die herders – en wij ook – en iedereen die ook wil gaan delen in die blijdschap – naar die stal, want daar is een redder geboren, daar is Hij geboren die de weg zal banen waarlangs mensen weer bij God kunnen komen. God stuurt zijn eigen Zoon om hier op aarde ons leven te leven, om al de ellende die mensen kan overkomen aan den lijve te ervaren, en mensen weer bij God terug te brengen…het liefst alle mensen – want God wil niemand kwijt maar voor ieder het goede leven.
Dat is nou kerst: zo dichtbij u en jou wil God komen! Zijn hemelse licht omstraalde die herders. Niet om de engel heen was dat licht maar om die herders heen. God zelf komt op bezoek bij heel gewone mensen God heeft in die mensen zijn welbehagen. Hij houdt van mensen. Ook van u en van jou en van mij, en zoveel anderen, in een grote kring om die engel en die herders heen Kijk maar mee met die herders – ga met heen mee naar die stal – en geloof: God… zo dichtbij…dicht bij mij…bij hem, bij haar!
dia 4
Dat is natuurlijk niet de stal van Bethlehem die we hier zien. Het gaat over een vrouw die een baby verwacht en ter wereld brengt in een armzalige tent in een troosteloos vluchtelingenkamp, een van de vele in onze hedendaagse wereld waarin het voor heel veel mensen erg donker is, en gevaarlijk, en naar de mens uitzichtloos. Ik heb toch voor deze beelden gekozen omdat ze dichterbij het kerstverhaal komen dan
onze versierde kerstbomen en volle tafels en al die romantische kerstverhalen.
En: voor Jozef en Maria-in-verwachting was geen plek, alleen nog een schuur en een voerbak. Niet veel later moesten ze zelfs vluchten voor de soldaten van Herodes en werden ze asielzoekers in Egypte – en wat is er in 2000 jaar weinig veranderd…
Ik las: Het is aan de orde van de dag. Voor zo ongelofelijk velen…En dan, midden in die duisternis…licht, engelen, goed nieuws. Er is een redder geboren. Iemand die er iets aan gaat doen. Ditmaal een heerser die niet uit is op macht. Die niet uit is op heersen. Maar zijn heerschappij is er een van een vredebrenger. Ik ben in uw midden als een die dient. Die zich dienstbaar opstelt aan het algemeen belang. Vrede en gerechtigheid niet voor enkelen maar voor allen”. Hij schaamt zich er niet voor die vluchteling zijn broer te noemen en die vrouwen in de gevangenis zijn zus, hij wil een van ons en van hen worden, en er zijn voor allen, ook voor die IS-vrouwen met hun kinderen die niet terug mogen, bij die opgepakte drugsbaas in Vught, bij die failliet gegane topadvocaat, en die eenzame met lange stille dagen en slapeloze nachten.
Jesaja beloofde al: ‘Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen, worden door een helder licht beschenen”. Zacharias eindigt zijn lofzang ermee: “Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.” Leven in de schaduw van de dood, dat geldt van elk mens in een gesloten wereld, zonder deur naar boven, zonder toekomstperspectief.
Maar God wil door Jezus en met zijn licht die deuren openzetten naar echt leven.
dia 5
Ja maar, hoe dan en waar dan, in een wereld die juist al donker lijkt te worden voor veel mensen: in dat vluchtelingenkamp, in die container onderweg naar misschien wel verstikking, onder die brug, in die gevangenis, met dat lijf vol ziekte en pijn, in een tijd van veel eenzaamheid en stress, burnouts en depressies, honger, en dood?
Wat zijn er ook vandaag veel voor wie het donker is, onder de schaduw van de dood.
Het licht om de herders heen doofde nog diezelfde nacht. En zelfs al vier je kerst in Bethlehem, het Kind vind je er niet. Je mag dichter bij huis blijven. De God die met zijn glorie eens de herders omstraalde, wil zijn licht laten schijnen in uw en jouw hart. Dan gebeurt het ongelooflijke: wij zelf gaan al meer dat licht van de Heer afstralen. We worden echt aanstekelijke christenen! We mogen ieder op eigen plek of waar je een plek en taak vindt, een lichtpuntje worden voor mensen om ons heen.
Maar hoe kunnen we nou en elkaar en die anderen dienen met dat licht van kerst? Wat kunnen we voor elkaar betekenen als er moeiten zijn of eenzaamheid, en hoe kun je met de boodschap van Jezus die ons leert een licht voor de wereld te zijn, mensen raken en aantrekken die zijn vastgelopen in hun leven of die denken dat ze het gemaakt hebben en niemand nodig hebben, tot ineens alles onder hen wegzakt? En dat niet alleen rond de kerstdagen, maar ook in januari en die 11 maanden erna?
Dat begint heel dichtbij huis en bij onszelf: hebben we oog voor elkaar en voor die ander, zijn we echt geïnteresseerd in zijn of haar verhaal, hoe moeilijk misschien ook, zien we de ander echt staan – of liggen – en nemen de tijd om werkelijk te luisteren? Soms kan het kleine simpele al ijs breken en een brug slaan: even groeten, even een moment van oogcontact, en bij openheid van de andere kant een gesprek van hart tot hart – de eerste oefenplekken zijn het eigen gezin, de familie, en zeker: de kerk. En dan is mooi als het echt van twee kanten komt: niet alleen interesse van wie op bezoek komt, of na de dienst een praatje begint in wie opgezocht wordt of problemen heeft, maar dat je als oudere of zieke of eenzame ook eens vraagt: maar hoe gaat het nou met jou, waar zit jij mee, wat speelt bij jouw kinderen of op jouw werk – dán komt er een echt gesprek en een dieper contact –en wordt het echt een ontmoeting.
dia 6
Als christenen hebben we het er vaak over dat we het licht van Jezus willen verspreiden, en dat is ook een mooie Bijbelse opdracht. Maar er zit ook een valkuil in waar we zomaar in terechtkomen, zodat het effect tegenovergesteld is. Dat gebeurt als wij die het licht gezien denken te hebben de ander met dat licht niet blij maken of op weg helpen maar ermee in de ogen schijnen zodat ze erdoor verblind raken en worden afgeschrikt; als je indruk geeft dat jij weet hoe het zit en hoort en wat die ander moet geloven en moet doen en laten; wat zomaar de reactie kan oproepen;
mooi dat jij er blij mee bent maar val mij er niet mee lastig. Of: die kerk, praat me er niet van, want je moest eens weten….en dan komt er zomaar heel veel negatiefs…
Dus moeten we niet eerst en zeker niet alleen uitzenden maar willen ontvangen, en dat licht door onze woorden – nee, Gods woorden = gewoon de verhalen doorgeven waar mensen hopelijk wel blij van worden en hun winst mee kunnen doen – en dat licht vooral in ons doen en laten die ander laten opvangen. Zoals wat Paulus ons meegeeft over vriendelijkheid, gastvrijheid, nederigheid, zelfbeheersing, en nog meer van die vruchten van Gods Geest. Precies wat Jezus ons leert over licht voor de wereld zijn: opdat ze uw goede daden zien en dan – hopen we, bidden we, gaan we voor – niet ons maar God de eer geven. En wint de liefde het van wanhoop en haat,

Ik denk aan wat Paulus schrijft als hij het heeft over leven als christen in een nog vaak donkere wereld: “Doe alles zonder te klagen, en zonder ruzie te maken….Dan vallen jullie op tussen alle slechte en oneerlijke mensen, als sterren die schitteren in de nacht.” Dan kunnen volgelingen van Jezus dichtbij mensen zijn in hun nood en iets van het licht van Gods liefde laten zien: bij dat ziekbed, in die gevangenis, in dat vluchtelingenkamp (ik denk aan wat Dick vertelde zondag, over de Flying Seagulls), door steun aan SOS kinderdorpen, maar ook gewoon in je straat, en nog dichterbij: in eigen gezin en familie, op je werk, en samen als kerken in onze dorpen.
dia 7 Zo komt dat lied over de winternacht toch terug als beeld vol verwachting: ondanks winter, sneeuw en ijs, bloeien alle bomen, want het aardse paradijs is al gekomen.. en komt voorgoed: de dag is niet meer ver, bode van de luister die ons weldra op zal gaan! We vieren en zingen dat de hemel openstaat: Gods licht in onze nacht!

amen

Bomen in de Bijbel 5 Eens komt de grote zomer! Openbaring 22

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet – amen
aanbidding
430 Heer ik prijs uw grote naam
576 Als wij samen u aanbidden

Gebed

Bijbellezing: Ezechiël 47: 1-12
Zingen: Opwekking 642 “Al mijn zonden, al mijn zorgen’
Bijbellezing: Openbaring 22: 1-17
Preek
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Staan er op een nieuwe aarde ook bomen, groeit daar ook fruit en groente?
Een vaak gestelde maar ook lastige en moeilijk te beantwoorden vraag.
Net zo’n soort vraag als of op die nieuwe aarde koeien lopen, en huisdieren zijn.
In elk geval kun je er niet een simpel antwoord op geven vanuit Openbaring 22.
Want als je wat we gelezen hebben zou lezen als een preciese beschrijving van
hoe de nieuwe wereld zal zijn, dan wordt het al gauw lastig: een stad met twaalf
poorten, geen zon en maan meer en geen zee, en bomen met bladeren die geneeskrachtig zijn, maar is dat dan nog nodig, als niemand meer ziek wordt?
Zullen we trouwens nog wel eten en drinken op de nieuwe aarde, is er nog honger?
En we zullen heersen als koningen maar over wie dan,is de baas zijn nog wel nodig?
Er staat ook dat wie slechte dingen doet, buiten de stad moet blijven maar waar dan?
En om niet meer te noemen: waar is plek voor al die mensen van al die eeuwen,
voor die “onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal”, die Johannes heeft gezien en beschreven in hoofdstuk 7: 9 vv.

Allemaal elementen in de beschrijving die het aannemelijk maken dat het beelden zijn, en dat past in het geheel van het boek Openbaring waarin Johannes als het ware de hele wereldgeschiedenis als een spannende film afgedraaid ziet worden, met de hemelkoepel boven zijn verbanningsoord Patmos als een gigantisch scherm.
Een film die door Johannes zelf aan het begin (hoofdstuk 1: 1) wordt aangekondigd als visioen, als ver-gezicht, ontvangen van God “om aan de dienaren van God laten zien wat er binnenkort gebeuren moet”. Het wordt in dit hoofdstuk herhaald in vers 6: “De Heer, de God die profeten bezielt, heeft zijn engel gestuurd om aan zijn dienaren te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet”
Let wel: ‘binnenkort’, en dat is eerder dan de 2000 jaar later waarin wij leven, en zeker eerder dan een eindtijd die misschien nog heel wat jaren of eeuwen op zich laat wachten – het gaat over de tijd waarin Johannes zelf leefde en ook de mensen van de zeven kerken die de Openbaring op schrift kregen met voor elk een speciaal op hen toegespitste begeleidende brief – en zeker ook loopt het script door in de eeuwen daarna en tot vandaag toe en ook voor na ons.
Want Openbaring mag dan het laatste bijbelboek zijn, Gods geschiedenis gaat door.
En waar het God om te doen is en waar God heen wil, daar loopt dit boek op uit: op de grote zomer, waarin alles nieuw wordt en nieuw blijft, en niets slechts meer is.
Dus het paradijs komt zeker terug en mooier nog, en completer, en voorgoed.
Maar hoe precies, dat blijft een verrassing, boven verwachting, en ongedacht.
In elk geval allemaal veel uitbundiger en rijker nog, en niet voor maar twee mensen zoals in het begin maar voor al die mensen die er daarna allemaal zijn bijgekomen.. het resultaat van heel veel eeuwen geschiedenis van groei en ontwikkeling, want wat is geweest en uitgedacht en uit de schepping gehaald, zal niet weg zijn maar krijgt een plek – daarop wijst denk ik wat aan het eind van hoofdstuk 21 staat over wat het nieuwe Jeruzalem wordt genoemd: “door de poorten zullen kostbare schatten van alle volken worden binnengebracht” (BGT) – ik denk aan kunstschatten, technische producten, boeken misschien ook (hoop ik…), zoveel dat God ons heeft gegeven en ons heeft laten ontdekken en uitvinden en in gebruik gegeven – om van te genieten.

Meteen erachteraan staat in 21: 27 dat wat slecht is en kwaad doet, er niet in komt.
Ja, want wat in elk geval wel duidelijk is: dat er geen zonde en slechte dingen meer zullen zijn, dat er niet meer gehuild wordt en geen pijn geleden, dat er geen oorlogen meer gevoerd worden en geen natuurrampen meer zijn, is misschien wel net zo onvoorstelbaar; en wat zullen al die mensen doen die daar nu hun werk door hebben: hulpverleners, de zorg,politie en leger, brandweer, farmaceutische industrie, en denk ook eens aan allerlei vrijwilligerswerk en mantelzorg – het is niet meer nodig.
En er hoeven ook geen milieuactiegroepen en dierenactivisten meer te zijn….

Het gaat ons voorstellingsvermogen te boven, het is zo anders dan wij gewend zijn.
Maar als je wat meer inzoomt op wat Openbaring ons openbaart, en dat probeert aan te vullen en in te kleuren met wat we uit andere bijbelgedeelten meekrijgen–denk aan de profeten, aan het onderwijs van Jezus, en aan de brieven van Paulus en anderen, dan komt steeds weer het begin in beeld: het paradijs, die tuin waar de Bijbel mee begint en waar de eerste preek van deze serie over ging: die tuin waar het goed was.
Het begin van de Bijbel vertelt ons hoe God is begonnen en waar het God met zijn wereld en de mensen en dieren daarin, maar ook de bomen en de planten, de zeeën en de meren, en nog zoveel meer, om begonnen is, en dat is: een goed en gelukkig leven, samen met Hem, en met elkaar, en ook met al die mede-schepselen: planten
en bomen, vogels en vissen, wilde dieren en huisdieren, en zo heel veel meer.
Daar stond de levensboom model voor: fris en groen, bloeiend en vol met vruchten.
Als teken en wegwijzer dat het leven goed en mooi kon worden en blijven, als je dat leven zou verwachten en willen ontvangen van de Schepper, en het invulling zou willen blijven geven naar de bedoeling van die Schepper, samen, voor en met Hem.
Maar helaas is dat al gauw misgegaan en we weten hoe: doordat wij mensen zich lieten verleiden en steeds weer laten verleiden om het zelf te willen regelen en onszelf en onze wereld los te maken van God en zo ook ieder voor zich te gaan:
ja maar hij, ja maar zij, en wij tegen zij, en vooral: Ik die tot mijn ‘recht’ wil komen….
Zo is de onderkoning een rebel geworden, de verzorger een uitbuiter, de partner een concurrent, de medestander een tegenstander, de liefhebber een haatzaaier….en onder de gevolgen lijden we nog steeds, en – zoals Paulus het in zijn brief aan de christenen in Rome zo aangrijpend verwoordt – daar lijdt heel de schepping in mee:
“wij weten dat de hele schepping nog altijd….zucht en lijdt” (Romeinen 8: 22). Heel actueel, als we denken aan allerlei onderzoeken en discussies over het klimaat en het milieu. We hoeven het hier niet allemaal op te noemen: vervuilende industrie, al dat plastic op straat en strand en in de zee, de CO2 uitstoot, het uitsterven van dieren als insecten en vogels, stroperij op olifanten en neushoorns, walvisvangst, en natuurlijk het op grote schaal kappen van bomen, een dreigenend voedseltekort aan de ene kan en veel verspilling aan de andere kant, en ook aanslagen en oorlogen:
Dat mag ons wel tot bidden brengen, maar ook tot daden, tot actie…., tot andere energiebronnen, minder verspilling, tot wereldwijde afspraken over zorg voor mensen en dieren, insecten, planten, bomen, en tot proberen zelf verantwoord te leven.

Nou, dat is als het goed is, de spits van deze preek en de winst van deze dienst…
dat we maar niet alleen dromen over eens een grote eeuwige zomer, dat we niet ons maar erbij neerleggen dat het hier op aarde toch nooit gaat lukken maar dat gelukkig er ooit een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt: stil maar, wacht en verwacht…
Dat is zo en daar verlangen we naar en bidden we vaak om – maar wat God graag wil en van ons vraagt is dat we nu al steeds meer laten zien van die wereld die God als goed en mooi heeft gemaakt en die Hij zelfs nog mooier dan toen zal maken. Daar werkt Hij aan en daar mogen wij nu al met vallen en opstaan en met onze gaven en beperkingen aan mee werken: de Bijbel die begint met een paradijs loopt uit op weer een paradijs… en dat dwars door misschien nog wel meer rampen heen en de zon die ooit ophoudt..en de maan en de sterren die hun tijd gehad hebben…
Er staat duidelijk in de Bijbel dat aan wat er nu is een einde komt en dat we een nieuwe hemel en een nieuwe aarde verwachten…het wordt een grote verrassing.

Ja maar, de vraag bleef me bij het voorbereiden bezighouden wat er voor ons vandaag voor bemoediging in zit en voor opdrachten uit naar ons toekomen.
Want vaak blijft het bij dat wachten op en verwachten van iets moois in de toekomst.
Ik geloof zeker dat dat gaat gebeuren maar ik denk dat de Bijbel met die laatste
hoofdstukken meer te melden en meer te bieden heeft, ook voor hier en nu al, dat we
een boodschap meekrijgen voor het leven in onze tijd en onze kwetsbare wereld.
Extra reden daarvoor is dat in dit laatste Bijbelhoofdstuk van alles terugkomt dat ook Ezechiël had gezien en doorgegeven, in een ook toen moeilijke tijd, van een nverwoeste stad en tempel, en een groot deel van het volk Israël weggevoerd en in ballingschap, net zoals Johannes later.
Ezechiël kreeg beelden te zien van een herbouwde stad en een nieuwe gigantisch grote schitterende tempel, met vanonder die tempel uit een rivier met kristalhelder water, die helemaal tot aan de Dode Zee stroomt en onderweg alles laat herleven:
“overal waar de rivier stroomt, komt leven” (vers 9): in de rivier wemelt het van de vissen en langs de rivier staan fruitbomen die continu vrucht opleveren: elke maand.
Je herkent meteen dat laatste hoofdstuk van Openbaring, tot en met details als:
“de vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig”.

We komen meteen ook achter het geheim van dat wonderlijke herleven door die gezondmakende rivier: “het water stroomt immers vanuit het heiligdom” (vers12),
bij God vandaan dus – en dat komt terug in Openbaring 22: “de rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en aan het Lam” – dat is de bron van het leven, en van daaruit komt dat water dat leven is en leven geeft, waardoor de stad van God een groene stad wordt, een parkstad waar het gezond en goed leven is.
En weer: dat is meer dan alleen maar toekomstmuziek, het begint nu al, in verbinding
met God via de Heilige Geest die mensen inspireert en nieuw leven laat ontstaan – denk aan vorige zondag over de vruchten van de Geest: de liefde en de vreugde, de vrede allermeest, geduld om te verdragen en goedertierenheid, geloof om veel te vragen en om veel te geven vooral, en leren leven van de verwondering – als dat je motiveert en je denken en doen, je praten, je doen en laten, verandert – dan straalt het van je af en gaat er wat van je uit, en dan begint het vanuit jou, vanuit ons die samen Gods tempel mogen zijn en vanuit de gemeente als een huis waar het goed wonen is, te stromen en te leven – zoals Jezus belooft aan wie Hem volgen en op zijn energiecentrale aangesloten zijn: “Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken!
Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft… en dat slaat legt Johannes uit op de Heilige Geest die wie gelooft zal ontvangen (Joh.7:37).
Lees met dat in het achterhoofd maar weer Ez. 47 en Openb. 22 en het komt ineens dicht bij onszelf in deze tijd en in ons leven: als je bent aangesloten op de lichtbron en watervoorziening die God biedt dankzij Jezus en door zijn Geest, dan is er ook in donkere tijden licht, dan is er levend water zelfs midden in een woestijn, dan gaan wonden helen en wordt het leven goed, dan komen er ook krachten los tegen verspilling en vervuiling, en dat wint de liefde het van haat en wantrouwen – begin van een nieuw paradijs!

Waarmee ik nog even terugkijk op de bomenserie die we vandaag afronden. We
begonnen in de hof van Eden als Gods proeftuin met en voor ons mensen: waar het goed toeven was, maar waar het ook mis ging en we de levensboom verspeelden, wat nog altijd zoveel gevolgen heeft van scheefgroei, van oorlog, van misbruik en onderdrukking, verspilling en vervuiling – omdat een mens zo steeds weer op zichzelf staat en voor zichzelf gaat – en steeds vastloopt en stukloopt en tenslotte doodgaat.
Wat wel heel schrijnend en schokkend duidelijk werd in dat verhaal van Gideon en zijn zoon Abimelech – met Jotam als klokkenluider en zijn verhaal over de bomen.
Maar we mochten ook horen en mogen ervaren dat God trouw blijft en doorgaat.
Dat als je verworteld bent in Gods liefde en verbonden aan elkaar er dankzij Jezus toekomst is – dat God geduld heeft met ons en zijn Geest geeft om ons een nieuw en vruchtbaar leven te geven: Hij wil zijn mensen geen dorre afgekapte bomen laten maar levensbomen van ons maken die doen waar toe ze bestemd zijn: groeien en bloeien en vruchten opleveren voor zijn wereld, zijn mensen, en voor onszelf.
Ik denk ook nog even terug aan dat lied van de bomen: ‘Leven als de bomen, trouw en aardsgezind, bij het water wonen, leven van de wind – leven als de bomen, God heeft het geplant, leven om te loven, leven uit Gods hand- leven als de bomen, zingen voor je God, levenslang geloven, vaste voet aan grond’.

Nou, en als je dat meeneemt naar die laatste bladzijde van de Bijbel, dan zie je waar God naar toe wil en wil uitkomen: een paradijs dat nog veel mooier is dan het eerste:
geen proeftuin maar een lusthof; met niet meer de dreiging van die slang/satan, met niet meer de verleiding om boven jezelf uit te grijpen en over elkaar heen te walsen,
met niet meer al die gevolgen van opstand en eigen richting maar eind goed al goed.
En als je probeert om het nu al je eigen te maken en er al iets van mee te maken, dan durf ik zeggen dat als je wil leven van Gods genade – in de woorden van Jezus ook in dit laatste bijbelhoofdstuk: als je drinkt van het water dat leven is en geeft –
dan mogen u en jij en ik als het ware van die bomen zijn die voortdurend vrucht opleveren – denk maar weer aan Psalm 1: een boom, geplant aan stromend water, die op tijd vrucht draagt en van wie de bladeren niet verdorren; en die bladeren zijn zelfs tot genezing van de volkeren: want aan God verbonden is gezond worden, zelfs als je nog ziek bent en zelfs als je moet sterven; Jezus is Leven en geeft leven.

Staan er op een nieuwe aarde ook bomen, groeit daar ook fruit en groente? Met die vraag begon de preek – het blijft lastig er een afdoend antwoord op te geven. Ik hoop het wel en ik verwacht het ook want God wil zijn schepping redden die in het begin zo goed was en die nog mooier zal worden – in elk geval zal God bij ons mensen komen wonen en dan gaat het vast goed komen en mooi worden – zeker weten!
Ja, en de gemeente die die boodschap doorgeeft en voorleeft, mag nu al een bron zijn van leven – zoals in het lied van de bomen dat we een van de vorige zondagen hebben gezongen: “Toevlucht voor de vogels – en dat ook als beeld voor heel verschillende mensen die we wel noemen ‘vogels van diverse pluimage’ – toevlucht voor de vogels, schaduw, onderdak, huis van mededogen, van liefde wijdvertakt – mooie beelden! En dan ook: “ademnood te boven, onverdeeld geluk.” Zo wordt al iets zichtbaar en herkenbaar en te beleven van die parkstad waar het op uitloopt en naar toe gaat: waar het altijd en voorgoed Pasen is – eens komt, nee, nu al begint de grote eeuwige zomer. amen

Heb jij er al over nagedacht of je een bijdrage kunt leveren om al iets te laten zien van de nieuwe wereld die God graag ziet en ons wil geven, en hoe dan?
En hoe zouden we elkaar en mensen om ons heen daarmee kunnen inspireren?
Zingen: NLB 747: 1,2,5,7,8 ‘Eens komt de grote zomer’

Gods leefregels Lucas 21: 29-36

Zingen: Ps. 96: 1,6,7 NLB ‘Zing voor de Heer op nieuwe wijze’

Gebed (presentator)

Collecte

Kinderlied: SchatRijk

Zingen: Opwekking 734 God, ik adem om van U te zingen

Zegen – amen