Johannes 4 Bij de Jakobsbron

liturgie morgendienst VAK zondag 15 maart 2020

Votum en groet (Sela)
Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte laat niet los wat Hij begon.
Genade & vrede van God de Vader.
Door Jezus Zijn zoon Immanuel.
Hij wacht met zijn Geest in ons.
Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte laat niet los wat Hij begon.
Genade & vrede van God de Vader.
Door Jezus Zijn zoon…

zingen: Ps. 42: 1,4,6 Levensliederen

1 Als een hulpeloze hinde,
die naar stromend water smacht,
zo verlang ik u te vinden,
u, mijn God, op wie ik wacht.
Ik verlang naar God, die leeft,
die mijn ziel te drinken geeft.
Wanneer zal ik hem ontmoeten,
zal Gods glimlach mij begroeten?

4. Ik ben uitgeput van binnen,
aangeslagen, opgebrand.
God, op u zet ik mijn zinnen,
in dit berg- en heuvelland.
Hoor hoe diep het water dreunt,
Hoe mijn ziel daaronder kreunt.
Ik raak machteloos bedolven
Onder al uw hoge golven.

6. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel Hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld! –
dat je Hem aanbidden zult.
Je mag blij zijn naam belijden:
Hij zal jou opnieuw bevrijden.

Gods leefregels Jesaja 58: 6-11

zingen: NLB 911: 1,2,3 – melodie Gezang 170 GK

1.Rots, waaruit het leven welt,
berg mij voor het wreed geweld;
laat het water met het bloed,
dat Gij stort in overvloed,
als een bron van Sion zijn,
die ontspringt in de woestijn.

2. Niet de arbeid, die ik lijd,
niet mijn ijver en mijn strijd,
niet mijn have en mijn goed
komt uw wensen tegemoet;
ook mijn tranen en verdriet
zijn voor niets, redt Gij mij niet.

3 Ja, Gij zijt het die mij redt,
van uw eigen strenge wet,
van mijn eigen dwaze schuld
die Gij delgt in uw geduld;
God, die al mijn kwaad verdroeg,
Uw genade is genoeg.

gebed

Schriftlezing: Joh. 4: 1-30 en 39-42

zingen: Ps. 139: 1,4,8 DNP

1. HEER, U doorgrondt mij, U ontwart
al de geheimen van mijn hart.
U ziet mij thuis en onderweg,
terwijl U opvangt wat ik zeg.
Ja, zelfs onuitgesproken zinnen
neemt U al waar bij mij vanbinnen.

4. Al kroop ik weg, het hielp mij niet,
omdat U altijd alles ziet.
Al werd het donker overdag,
zodat geen sterveling mij zag,
dan nog zou mij uw licht beschijnen;
nooit kan ik uit uw zicht verdwijnen.

8. Mijn hartsgeheimen leg ik, HEER,
volkomen eerlijk voor U neer.
Peil alles wat ik denk of zeg;
neem het verkeerde in mij weg.
Doorgrond mij God, en toets mijn leven;
wil mij voor eeuwig richting geven.\

verkondiging: Bij de Jakobsbron..

Beste mensen, gemeente van Christus,

De kraan is geduldig.
Dat zei mijn moeder vroeger als wij klaagden over dorst en om limonade vroegen.
Het had natuurlijk te maken met niet veel geld, zeker niet voor luxe als frisdrank.
Tegenwoordig komen we er steeds meer achter dat water ook veel gezonder is
dan al die cola en andere frisdranken en sapjes met vooral veel te veel suiker.
Gezondheidssites wijzen erop dat een mens vooral genoeg water moet drinken.
En dan is ook dat een luxe in Nederland dat de kraan geduldig is: er komt op elk
moment van de dag genoeg water uit en dan ook nog schoon, helder drinkwater.
In veel landen is dat wel anders: drink niet uit de kraan en zeker niet als die kraan
ergens aan de weg staat, drinkwater kun je beter in flessen kopen in de winkel…
Dat is zelfs heel normaal als je vakantie viert in Zuid-Europa of in Oost-Europa.
Verder weg, b.v. in veel landen in Afrika en Azië, is een groot tekort aan schoon drinkwater
de voornaamste oorzaak van allerlei nare ziektes als cholera, dysenterie en tyfus.
Ik las op de website van Cordaid: “Jij en ik zijn in 15 stappen bij de kraan
en verbruiken per dag zo’n 120 liter water. Maar 844 miljoen mensen wereldwijd
hebben helemaal geen toegang tot schoon water.
En iedere 90 seconden sterft er ergens een kind door het drinken van vervuild water”.
En ook: ”263 miljoen mensen moeten langer dan een uur lopen om aan water te komen”.
Dat zijn vaak vrouwen en kinderen die erop uit worden gestuurd om water te gaan halen”.
Net als die vrouw uit dit verhaal.

Met dat in ons achterhoofd komt dichterbij wat we Jezus hoorden zeggen in dat
gesprek met die Samaritaanse vrouw daar bij die put, op het heetst van de dag.
Als Jezus die vrouw om water vraagt uit zij haar verbazing over die vraag want
Joden en Samaritanen zijn als water en vuur en een Jood zal zeker geen water
drinken uit een beker van iemand uit Samaria want die geldt als onrein
en dan wordt je zelf ook onrein; nee, niet door een of ander virus
maar doordat die aanraking met wie of wat als onheilig gold jou ongeschikt
maakte om bij God te komen, in zijn tempel…
Zo dachten ze toen, zo scherp werden de grenzen getrokken: wij t.o. zij.
Ja, en dan zit hier ook nog een man die in gesprek gaat met een vrouw
die hier zonder haar man is en dat was in de cultuur van toen ook ongepast.
Als de leerlingen van Jezus terugkomen weten ze dan ook niet wat ze zien:
“ze waren verbaasd dat Jezus met een vrouw aan het praten was”. (vers 27 BGT) .
Ze zeggen niks, vertelt Johannes later maar dachten allemaal hetzelfde:
wat doet hij toch, waarom praat hij met haar?

Op dat moment is er al heel wat gebeurd in die ontmoeting van de vrouw met Jezus.
Terug naar het begin van het gesprek: als de vrouw zich verbaasd afvraagt
waarom die onbekende Joodse man haar, een Samaritaanse, om water vroeg,
keert Jezus het om: als je wist wie Ik was zou jij Mij om water vragen.
Als je wist wie Ik was – en dat weet ze niet, voor haar is Jezus een onbekende man,
een verdwaalde Jood… De vrouw heeft nog geen idee over Jezus, wat blijkt uit haar reactie.
Jezus: “als je wist wie Ik was, zou je mij om water vragen…”
Zij: “maar meneer, hoe kunt U nou zonder emmer water uit die put naar boven halen,
uit die put die ooit is gegraven door Jakob, uw en mijn voorvader:
beter water is er niet dan levend water uit die bron van leven
die zich al eeuwen bewezen heeft?
Of: bent U misschien meer en kunt u meer dan onze vader Jakob?
Hé, begint er al iets te dagen, zou deze man misschien bijzonder zijn?

Ongedacht slaat ze de spijker op de kop: hier is Hij die meer is dan vader Jakob en
daarom Degene die water in de aanbieding heeft dat gezonder is en beter voor de
dorst dan water uit de put hoe goed ook, of water uit de kraan hoe betrouwbaar ook:
“Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt
dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen”–dit water geeft meer: eeuwig leven zelfs.
Omdat Hij die het geeft het leven zelf is en leven met Hem gezond en levend maakt.
Zoals die vrouw even later merkt als haar veelbewogen leven tegen het licht wordt gehouden
en Jezus haar niet afwijst maar voor haar de weg naar nieuw leven is.. er begint bij haar
die eerst geen idee heeft wie die vreemde man toch is, langzaam een lichtje op te gaan –
eerst de ontdekking: “nu begrijp ik het, u bent een profeet”.
Dat moet wel, iemand die dwars door je heenkijkt en weet wat er in je leven speelt….
En even later valt het kwartje helemaal: zou deze Jezus niet de messias zijn?

Ja, en dat als reactie op dat wel heel pijnlijke over haar best ingewikkelde leven.
Wat vast wel even schrikken voor haar zal zijn geweest at die man alles van haar wist
en zo te horen eens even flink zout in haar wonden wrijft: ga je man eens roepen –
maar ik ben niet eens getrouwd – nee, klopt, je hebt al heel wat relaties achter de rug –
en de man met wie je nou samenwoont is niet je man – in een paar woorden een hele bak ellende dus,
en een heleboel verdriet en misschien ook best schaamte – al moeten we oppassen om in te vullen wat er niet staat,
en al te gauw te denken: nou,alle reden voor Jezus om haar aan te spreken en haar op te roepen tot bekering.
Het staat er niet, en ook niet dat Jezus tegen haar zegt: ga heen, en zondig niet meer.
Hoe het ook zij, ze heeft diep gevoeld dat Jezus haar niet afwees maar haar het gezonde, goede leven gunde:
levend water dat haar dorst kon lessen – en haar wilde maken tot een bron van zegen en liefde en nieuw leven voor mensen om haar heen.
Zoals Jezus later terug bij zijn eigen volk, midden in de tempel, tegen kerkmensen zou zeggen – en tegen ons dus ook –
“Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken. Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie gelooft” (Joh. 7: 37-38)

Dus moeten ook wij altijd weer terug naar de Bron, van wat we geloven, van wat we hopen,
en vooral: van de liefde – naar Hem dus die de Liefde is en het Leven.
Met opzet schrijf ik hier het woordje Bron met een hoofdletter: leven uit de
Bron is meer dan en gaat dieper dan putten uit de traditie van de kerk,
of zelfs dan dat we ons willen houden aan de Bijbel – al heeft dat allemaal een plek
en zijn het hulpmiddelen om dichter te komen en te blijven bij Wie de Bron is: Jezus, en God.
Jezus heeft het tegen die vrouw uit Samaria over levend water dat Hij haar – en ons ook – geven wil.
En dat levende water is de Heilige Geest die je krijgt als je door geloof aan Jezus verbonden bent,
als je op die hemelse Bron bent aangesloten.
Wat vervolgens gaat niet via het hoofd en via redeneringen en wat te snappen is
maar via het hart dat vol wordt van de liefde waarmee God ons aanraakt en die
God aan ons en via ons aan anderen kwijt wil: de vrucht die groeit door de Geest.

Ja maar, hoe gaat dat nou, wat is nou dat drinken, dat leven, uit de Bron,
en hoe werkt dat nou concreet, voor je eigen geloofsleven, en voor samen als gemeente?
Het is natuurlijk waar dat dan bijbel lezen belangrijk is, en bidden, en kerk -zijn.
Maar toch blijft het vaak bij woorden en afstandelijk, en verandert er zo weinig.
En herkennen we onszelf en ook elkaar vaak in dat levenslied: “Ik ben uitgeput
van binnen, aangeslagen, opgebrand” – ik heb het ook wel eens door wat in de
kerk gebeurt en we elkaar aandoen, door mensen die je kunnen leegzuigen en
die een bodemloze put zijn van nooit genoeg aandacht en altijd net verkeerd wat je doet,
door negativiteit en niet openstaan voor feedback en alleen willen ontvangen.
Wat ten diepste vastzit op een tekort aan liefde, een niet echt uit genade leven, en
dan ook niet in staat zijn de ander echt liefde te geven, en ruimte, en aanvaarding.
Als de bijbel het diepste verlangen van de mens vergelijkt met hevige dorst, denk
ik dat dat diepste verlangen er een is naar liefde, naar aanvaarding, en erkenning.
Zoals die vrouw met al die mannen schreeuwde om echte liefde, om wie zij was.
Zoals achter veel stoerheid en agressiviteit in onze tijd een hunkeren naar liefde.
Zoals achter veel kritiek en negativiteit een verlangen zit om er echt te mogen zijn.
Augustinus schijnt het eens zo gezegd te hebben: ik heb lief, ik wil dat jij bent.

Jezus nodigt ons uit, spoort ons aan, om naar Hem toe komen als je dorst hebt.
Dat is: de woorden van Jezus je eigen te maken, en zijn leven te leven, door je hart
open te zetten zodat Gods liefde kan binnenstromen en Jezus in je kan gaan wonen.
Ja en dan gebeurt er nog een wonder: dan mag ik en mag jij zelf een bron worden
van levend water, een bron van liefde naar anderen toe, binnen de kerk en erbuiten.
Dan ga je in woorden en vooral ook in hoe je praat en doet Jezus bekend maken,
en dan niet alleen als degene die voor mijn zonden is gestorven en redder van mensen,
maar – zoals die mensen in Samaria zeggen: als werkelijk de redder van de hele schepping,
er staat: redder van de kosmos – en dus ook van dieren en planten, lucht en water,
van sterren en planeten – en wil je op Jezus lijken dan zul je zuinig op die schepping
proberen te zijn en met Hem meewerken aan de redding van de aarde.
Hoe het verder ging in Samaria , is heel bijzonder en nog steeds leerzaam voor ons.

Bijzonder hoe die vrouw reageert op wat Jezus tegen haar zei – scherp maar vooral liefdevol –
en dat raakte die vrouw en ze is er diep van overtuigd: dit is de messias, als je Hem volgt
krijg je echt een ander leven, dan overwint Gods liefde en genade.
Waarop de vrouw haar kruik bij de put achterlaat – die is even niet belangrijk meer-
en terug rent naar Sichar want dit moeten ze daar allemaal weten: de messias is hier!
Johannes vertelt dat niet hij en de andere leerlingen van Jezus dat rondbazuinden,
maar dat deze vrouw de eerste was die de boodschap van Jezus bracht bij haar volksgenoten:
‘in die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in Jezus door het getuigenis van de vrouw” (vers 30).

Hoe bijzonder wat daar gebeurde: een vrouw die eerst geen idee van Jezus had
wordt diezelfde dag nog de eerste evangeliste in Sichar: Hij weet alles van me
en toch wijst Hij me niet af, bij Hem is echt leven!

Het mag dan zo zijn dat de twaalf discipelen mannen waren, maar onderschat niet de rol
die Jezus aan vrouwen gaf om zijn boodschap verder te brengen en zijn kerk te bouwen –
ook dit verhaal kan ons helpen als het gaat over vrouwen in kerk en ambt.
Je leert eruit dat vrouwen net zo goed ingeschakeld worden om de boodschap
van Jezus verder te brengen en te bouwen aan zijn werk en zijn kerk als mannen –
en ook dat dat niet is voorbehouden aan wat we dan een ambt noemen
alsof dan die boodschap meer gezag krijgt – let op wat de mensen uit Sichar tegen de vrouw
die hen over Jezus verteld had zeggen als je Jezus zelf hebben ontmoet en gehoord:
“Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hemzelf gehoord
en we weten dat Hij werkelijk de redder van de wereld is”.
Daarmee is ook dit een voorbeeld hoe je voor anderen een bron van zegen kan zijn,
niet vanwege een of andere status – noem het ambt – maar doordat je met de gaven en mogelijkheden
die je hebt gekregen het verhaal van Jezus doorvertelt en voor leeft.
Van die Jezus van wie ze in het Samaritaanse land ontdekten en geloofden
dat Hij de redder van de wereld is – van de wereld, dus ook van mensen in Samaria en ver daarbuiten –
er staat zelfs: redder van de kosmos, daar horen ook dieren bij en bomen en planten,
dat geldt ook van lucht en bodem en water= leven voor die schepping, en toekomst.
Met uitzicht op een voorgoed schone en leefbare nieuwe aarde met levend water!

De vrouw uit dit verhaal heeft vast en zeker haar kruik weer opgehaald
en is met die kruik vol bronwater naar haar huis gegaan
en naar de man met wie ze samenwoonde en de dagen erna moest ze elke dag
weer dat hele stuk lopen voor weer water –
en nog steeds is schoon en gezond water essentieel,
ook voor gelovige mensen want ook al weet je van Jezus die meer dan gewoon water blijvend leven geeft,
ook dan wordt een mens ziek en gaat hij dood als het water dat hij drinkt vol gifstoffen zit.
Jezus zegt het tegen die vrouw en weer in de tempel:
het water dat Ik geef zal een bron worden van water dat eeuwig leven geeft –
zelfs: “rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft” –
via u en jou en mij mag Gods liefde gaat stromen naar anderen –
wie uit Gods liefde leven gaan zelf liefde geven.

Wat dan niet bij mooie vrome woorden blijft maar heel concreet wordt om daden,
in hoe we omgaan met elkaar, ook in dat heel concrete zoals Jezus ergens zegt
‘een beker water geven aan een van de kleinen, de meest kwetsbaren.

Vandaag aan de dag hoort daar ook het zuinig zijn op de aarde bij en op het water
en kijken wat we kunnen meehelpen aan schoon water voor iedereen wereldwijd,
en een betere bodem en lucht, en blijven opkomen voor vluchtelingen in die kampen en in de illegaliteit,
en willen delen met wie veel minder heeft dan wij – door gezegend zelf weer tot bron van zegen te zijn –
ook in het dagelijkse van eten en drinken, kleding en een dak boven het hoofd – een plek om te schuilen,
een veilig thuis. En dat oefenen we als het goed is in de kerk, de plek waar we met onze Heer mogen eten
van dat ene brood en drinken uit die ene Beker – waar we leren wat delen is.
En leer om te bidden en te worden als de gevende handen van onze Heer:
“Met zovele gaven aan ons gegeven voor zoveel leed, zoveel gemis,
maak ons uw dienaars, leer ons te delen, totdat uw rijk hier is”.
amen

zingen: NLB 188 Bij de Jakobsbron

soliste
1. Bij de Jakobsbron
stond ik dorstig in de zon
op het middaguur der schaamte.
vrouwen
Waar Hij, vreemd genoeg,
mij, een vrouw, om water vroeg,
mij, Samaritaanse.

mannen
2. Als je wist, sprak Hij,
van Gods gave, jij zou mij
nu om levend water vragen.
allen
Water dat Ik geef
lest je dorst zolang je leeft,
laaft je alle dagen.

refrein allen
Wij horen helder het geluid
van levendmakend water.
Kom, schenk uw woord als water uit,
vervul ons met genade.

mannen
3. Als een springfontein
zal dit water in je zijn,
de vervulling van verlangen.
allen
Kruik, wat klink je hol,
met je buik van leegte vol.
Breek om te ontvangen.

vrouwen
4. Meer dan Jakob, Gij
die uw bron ontsluit voor mij,
laat uw zegeningen stromen,
allen
Christus die mij drenkt
en mij levend water schenkt,
laat mij tot U komen.

refrein allen:
Wij horen helder het geluid
van levendmakend water.
Kom, schenk uw woord als water uit,
vervul ons met genade.
gebed

collecte

zingen: ZG 301: 1,4,5 – melodie Psalm 24

1. Mijn hart wacht stil op U, o Heer,
uw komst verwacht ik, meer en meer,
uw liefde houdt mijn ziel gevangen.
Naar U gaat al mijn vreugde uit,
ik wacht op U, wacht als een bruid,
reikhalzend hunkert mijn verlangen.

4. Ik roep, ik smeek vol ongeduld:
O Geest, als Gij mijn leven vult,
o overvloed, o milde regen,
dan wordt mijn hart verrassend rein,
dan drink ik fris uit uw fontein:
water des levens, zuiver zegen!

5. Met heel mijn hart verwacht ik, Heer,
uw komst, de grote ommekeer;
hoe vrolijk zal ik U ontvangen!
Gij die mijn allerliefste zijt,
kom, Gij die lijf en ziel bevrijdt,
vervul mijn allerdiepst verlangen!

zegen

Romeinen 1: 7b ‘Ik wens jou…’ (Nationale Bijbelzondag 2019)

Liturgie morgendienst van 27 oktober 2019 CGKV Broek op Langedijk
Thema: ‘Ik wens jou…’ – Bijbelzondag 2019
Welkom
Zingen: Opwekking 797 ‘U roept ons samen als kerk van de Heer’
Moment van stilte en persoonlijk gebed
Votum en groet (Sela/ Hemelhoog 495)
gemeente gaat zitten
Zingen: Gz. 163: 1,2,3 (NGK) ‘Dit huis, een herberg onderweg’ (=ZG 213)
Dit huis, een herberg onderweg voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden, een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt, weet hoe Gods liefde harten heelt.
Dit huis, waarin een gastheer is wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven: een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad struikelt en langer niet wil leven –
plaats tegen de neerslachtigheid, een pleister van barmhartigheid.
Dit huis, met liefde opgebouwd, dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase; hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht, hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend al wie binnengaat en hier zijn lasten liggen laat.

Gods leefregels – Romeinen 12: 9-21
Zingen: Gz 316: 1,4 ‘Het woord dat u ten leven riep’ (NLB=LvdK 7: 1,4)
Gebed
Kinderlied:
Kinderen naar kindernevendienst
Bijbellezing: Romeinen 1: 1-17 en 16: 19-20 BGT
Zingen: Gz 966: 1,3,5 ‘Het heil des hemels werd ons deel’ (NLB=LvdK 344)
Zingen: Opwekking 710 ‘Zegen mij’
Gebed
Inzameling van de gaven – Opwekking 503 ‘Overvloedig geef Ik u’ (=NLB 428)
De kinderen komen terug in de kerk
Zingen: Gz. 423: 1,2,3 ‘Nu wij uiteengaan vragen wij God’

Zegen (Numeri 6: 24-26)
Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.’ (NBV)
‘Ik wens jullie toe dat de Heer met jullie zal zijn en jullie zal beschermen.
Dat Hij goed voor jullie zal zijn en voor jullie zal zorgen.
Dat Hij over jullie zal waken en jullie vrede zal geven.’ (BasisBijbel)
amen
Zingen: Gz 425 ‘Vervuld van uw zegen’ (NLB)

——————————————————————————————————–
Verkondiging: Romeinen 1: 7b ‘Ik wens jou…’ dia 1
Beste mensen, zusters, broeders, jong en al ouder, gemeente van Christus,
Toen ik dit begon te typen – enkele weken geleden – begon ik met een typefout: in plaats van ‘beste mensen’ stond er: ‘beste wensen’. Nou ben ik niet zo’n vlotte goede typist dus ik moet vaak mezelf verbeteren, maar dit foutje zal ook wel komen omdat het thema van deze zondag is: “ik wens jou…” dia 2 – beste wensen dus..

Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft dat thema gekozen voor deze Bijbelzondag. Met als korte uitleg: “Vanuit de Bijbel kun je elkaar bemoedigen, tot steun zijn – en het beste wensen. Want de Bijbel is goed nieuws om door te geven”. Waar het NBG en veel andere bijbelgenootschappen hun steentjes aan bijdragen, door de Bijbel in de vele talen die wereldwijd bestaan te vertalen en dan ook wereldwijd te verspreiden. Maar wat vervolgens de opdracht en de uitdaging is aan al die mensen die de Bijbel lezen en kennen: geef het goede nieuws van God en Jezus door aan mensen om je heen, in woorden maar vooral ook in daden; wens elkaar en al die anderen het goede van God toe; zoals Jezus deed en in zijn voetspoor Petrus en Johannes en Paulus en al die anderen, zoals we gelezen hebben in die brief die Paulus eeuwen
geleden aan de christenen in Rome schreef, en die wij nog altijd kunnen lezen: “Ik
wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven”. Wat hij herhaalde bijna aan het eind van zijn brief: “Ik wens jullie toe dat onze Heer Jezus goed voor jullie is”. De BGT geeft zo kernachtig en goed weer wat in de NBV wat letterlijker en plechtiger staat: “Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus”. Ook al zijn andere brieven begint en eindigt Paulus op die manier: ik wens jullie alle goeds, Gods goedheid en liefde, het ga jullie goed met de vrede van Christus en onder de zegen van God.

Je denkt misschien: logisch, zo ging dat toen als je brief schreef, net zoals wij onder een brief afsluiten met: hartelijke groeten, of woorden die op datzelfde neerkomen…. Maar je proeft bij Paulus dat hij het echt meent, dat het uit zijn hart komt, zelfs als hij een brief schrijft – wat vaak gebeurde – met pittige kritiek en soms best harde woorden. Ik las: “Of hij de mensen die hij schrijft wil vermanen of bemoedigen, of hij ze kent of niet, zijn zegenwens is er altijd”. Voorbeeld zijn de twee brieven aan de kerk van Korinte – maar juist dan lezen we dat Paulus al schrijvend zijn hart laat spreken: ik houd van jullie, ik draag jullie op mijn hart, ik moet erom huilen dat het zo moeizaam gaat tussen ons…en ook die brieven lopen uit op een welgemeend: “Ik wens jullie toe dat de Heer Jezus goed voor jullie is. Ik houd van jullie,want wij horen allemaal bij Jezus Christus” (1Kor.16.23); ”Ik wens jullie allemaal toe dat de Heer Jezus Christus goed voor jullie is, dat God jullie zijn liefde geeft, en dat de Heilige Geest een eenheid van jullie maakt” (2 Kor.13: 13). En die toon is de muziek die door heel de Bijbel heen klinkt, en die we als we eerlijk en goed willen lezen opvangen, en die ons hart wil raken, ook en zelfs als we harde woorden en heftige verhalen tegen- komen: hoor Gods liefde er achter en er doorheen, probeer die liefde door te geven en vooral voor te leven…wens elkaar alle goeds, en doe wat goed is voor de ander.

Even terug naar iets wat ik net even terloops zei over hoe wij vaak een brief afsluiten. Wat heel oubollig klinkt misschien en uit de tijd, want wie schrijft er nog brieven?
Ik las: “We schrijven steeds minder vaak brieven. Voor het contact op afstand met
vrienden en familie gebruiken we tegenwoordig meestal sms’jes en korte
tekstberichtjes. Toch kun je iemand nog steeds heel blij maken met een echte, ouderwetse brief”. Dat staat op een site uit 2017, en die lijkt al weer ouderwets want sms-jes zijn al weer uit de tijd, nu iedereen lijkt te appen en te twitteren – en zijn er echt nog mensen, behalve misschien wij ouderen, die zitten te wachten op een brief?
dia 3
Het intrigeert mij als ik nadenk over Paulus: stel dat de apostel in onze tijd had geleefd, had hij dan ook zo’n brief aan de christenen van Rome geschreven, of had hij ze een uitvoerige e-mail gestuurd, of de telefoon gepakt en de voorganger daar gebeld – en stel dat, hadden wij die mail dan ook gekregen, of een youtubefilmpje?
In de tijd van Paulus ging het heel anders natuurlijk: een brief moest vaak per schip verstuurd worden en was weken of maanden onderweg, of zo’n brief werd aan iemand meegegeven die op reis ging naar de geadresseerden, b.v. naar Rome. Het mooie is dat we van de brief aan de Romeinen precies weten door wie deze brief is meegenomen en bezorgd, dat staat in 16: 1: dia 4 “Vrienden, mijn brief wordt bij jullie gebracht door Febe. Zij is een leider van de kerk in Kenchreeën (een stadje in Griekenland, vlakbij Korinte), en ze werkt met mij samen. Ik vraag jullie om haar met open armen te ontvangen. Behandel haar met veel respect, zoals christenen met elkaar omgaan. Geef haar alle hulp waar zij om vraagt. Zij heeft zelf aan veel christenen hulp en bescherming gegeven, ook aan mij” . Dat is weer echt Paulus, en let op hoe hij het zegt: “behandel haar met veel respect, zoals christenen met elkaar omgaan”. Met andere woorden: dat hoort bij christen-zijn, dat is wat Jezus graag ziet. De NBV heeft, weer wat letterlijker en plechtiger: “op een wijze die bij de heiligen past”. Dat het lang niet altijd zo gaat, helaas, weet Paulus ook wel; heeft hij al te vaak aan den lijve ervaren, en heeft ook Jezus zelf moeten meemaken en moeten lijden. Maar wie bij God wil horen en op Jezus wil lijken, wil graag zo leven en doen als Hij. En wil graag doorgeven en voorleven dat leven naar de Bijbel het goede leven is. dia 5 Waarmee we weer terug zijn bij het thema van deze Bijbelzondag: ‘Ik wens jou…’ Weer even als een spiegel, voor we even nog wat beter naar dat stukje brief van Paulus gaan kijken: wat wensen wij elkaar toe, met woorden, en in de praktijk? We leven in een tijd waarin er veel onvrede en chagrijn in de onderlinge omgang zit. En mensen elkaar keihard vreselijke ziekten toewensen en zelfs wie je niet bevalt of dingen geschreven of gedaan heeft met de dood bedreigen: journalisten, politici, voetbaltrainers, advocaten – en soms volgen op woorden zelfs dodelijke daden. Iemand schrijft: “Je hoeft maar tien minuten van je tijd te spenderen aan het lezen van comments op social media en je belandt spontaan in een spiraal van haat, frustratie en onbegrip. Vooral onder Facebook-posts over immigranten, zwarte piet en vluchtelingen gaan mensen tekeer…..Het lijkt wel alsof iedereen zijn verstand verloren heeft in deze digitale wereld vol scheldpartijen.” En een columnist in een van de landelijke kranten die ermee ging stoppen signaleert dat “de discussie in Nederland steeds giftiger en gepolariseerder wordt” : “het wemelt van op de persoon gerichte beledigingen en verwensingen, tot doodsbedreigingen aan toe. En dan doelt hij op de sociale media maar ook op sites die hij aanduidt als “voertuigen van haatdragendheid en persoonlijke belediging, een stijl die ook steeds meer doorsijpelt naar de traditionele media. Met een algehele vergroving van de publieke sfeer tot gevolg.” En de laatste column van deze schrijver eindigt met een wens: “ik wens Nederland een minder op de persoon en meer op inhoud gericht publiek debat toe.” dia 6
Dus niet dat het maar nergens meer over moet gaan en we vooral lief en soft met
elkaar moeten omgaan, maar dat een scherp en helder debat gevoerd wordt met respect voor elkaars meningen en gevoelens, niet om dingen weg te stoppen maar om samen verder te komen, om problemen op te lossen en daarbij elkaar echt serieus te nemen. Met in het achterhoofd dat ook die anderen mensen van God zijn. En met als leidraad de les van Paulus om de ander hoger aan te slaan dan mijzelf.

Kijk, want ook hier wijst de Bijbel ons de weg en is ook Paulus een lichtend voorbeeld. Met brieven waarin het er vaak best pittig aan toe gaat en in duidelijke taal aan de kaak wordt gesteld wat fout gaat, zonde is, schade doet – maar met respect voor wie het aangaat en bedoeld om kwaad te stoppen en te werken aan het goede leven. Ik herhaal nog even een paar regels uit Romeinen 12, zoals: “Laat altijd zien dat je respect hebt voor de ander”….Äls mensen je in moeilijkheden brengen, bid dan voor hen”…Je moet jezelf niet belangrijker vinden dan anderen.”….”Laat aan alle mensen zien dat jullie het goede willen doen. Doe je uiterste best om met iedereen in vrede te leven.”…”neem geen wraak op anderen, laat het straffen over aan God”….”Laat je niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad door het goede.” Enz…..
dia 7
Ik denk dat we allemaal dit Bijbelse onderwijs heel goed kunnen gebruiken, want al zal het hopelijk onder ons niet zo heftig toegaan als soms op die sociale media en online platforms, ook in de kerk vallen soms harde woorden, worden nare mails gewisseld, kan zomaar op gemeentevergaderingen of in gesprekken hard worden geoordeeld of subtiel worden geroddeld, en is elkaar met alle verschillen die er kunnen zijn liefdevol accepteren en behandelen echt niet vanzelfsprekend….en we zijn als kerkmensen niet immuun voor die vergroving van de sfeer in Nederland. Ja, en ook als je niet scheld en niemand beledigt via social media, kun je elkaar tekort doen, b.v. door langs elkaar heen te leven en de ander niet te zien zitten of staan. Ik las ergens van een jonge vrouw die merkte als ze iemand naast haar in de trein of in een supermarkt gewoon groette, iets van irritatie want die ander was verdiept in de berichten op de smartphone en die groet was helemaal niet welkom – en dezelfde vrouw signaleerde hoe bijna iedereen onderweg zich afsluit voor de medemens.
Hoe doen wij dat, zijn we gewend te groeten, als je net samen de kerk in komt of naast elkaar in de kerkbank zit, en bij de kassa in de winkel, en zomaar op straat? Dat is toch het minste van contact: even groeten, een praatje maken, en als je elkaar wat beter kent vragen hoe het de ander gaat en dan echt aandacht voor wat die ander te melden heeft – en hopelijk wederzijds: en hoe is het nou bij jullie?

Terug weer naar dat begin van die brief van Paulus aan de kerk van Rome, een kerk die Paulus niet zelf had gesticht en waar hij nog niet op bezoek was geweest – hij zou pas later in Rome komen en wel als gevangene – maar een kerk waar hij zoals uit het laatste hoofdstuk blijkt waar allerlei mensen de groeten krijgen, blijkbaar wel heel wat mensen kende. En Paulus wil ook heel graag een keer naar Rome toe. Maar nu dat nog niet kan stuurt hij zeg maar een brief vooruit, mee met zuster Febe. En dat zoals ook voor de andere brieven geldt, niet maar als de privé-persoon Paulus maar als ‘dienaar van Jezus Christus’, zoals hij zich voorstelt in het eerste vers: “Ik ben een dienaar van Jezus Christus. God heeft mij uitgekozen om apostel te zijn. Hij heeft mij de opdracht gegeven om het goede nieuws te vertellen”.En dat goede nieuws “gaat over Jezus Christus, de Zoon van God.” Over Jezus die op aarde kwam om mensen te redden, niet alleen in het Joodse land, maar in heel de wereld en dus ook in Rome: “Iedereen die dat goede nieuws gelooft, wordt gered. In de eerste plaats alle Joden, maar ook alle niet-Joden”. Om dat overal te gaan vertellen heeft God Paulus erop uit gestuurd, en hij wil dat ook graag in Rome doen.

Maar geweldig dat er nu al mensen in Rome zijn die Jezus kennen en in Hem geloven: “Nu zijn jullie christenen en God houdt van jullie”. En daarom is het maar niet een beleefdheidszinnetje van Paulus en zelfs niet maar een vrome wens alleen, maar een zegenwens namens Jezus en met een beroep op Gods liefde: “Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn emn jullie vrede geven”. En dat ook maar niet om die christenen een plezierig gevoel en al
helemaal niet een makkelijk leventje te bezorgen maar om die liefde van God en die
vrede dankzij Jezus door te geven aan al die andere mensen om hen heen. Zoals zij
en wij dat van Jezus horen en mogen leren, zoals dat b.v. duidelijk staat in wat we de bergrede noemen: “Jullie zijn het licht in deze wereld. Een stad op een berg is voor iedereen zichtbaar. Niemand zet een brandende lamp onder een emmer. Je zet een lamp juist hoog. Dan schijnt het licht voor alle mensen in huis. Zo moeten ook jullie een licht zijn en schijnen voor alle mensen. Dan zien de goede dingen die jullie doen. En dan zullen ze jullie hemelse Vader eren” (Matteüs 5: 14-16; weer volgens BGT).

Nou, en daar hoort ook bij wat je zegt tegen of over die ander, dat geldt ook voor wat je al of niet deelt via social media of voor wat je post op Facebook of Instagram, voor wat je die ander toewenst, voor hoe je praat met je mede- kerklid, je buren, je collega: of dat goede dingen zijn, bedoeld om die andere verder te helpen, te bemoedigen, waar nodig te waarschuwen, vanuit liefde en met respect. En als het goed is oefenen we dat samen in het gezin, b.v. door elkaar als man en vrouw, ouders en kinderen, ook eens een compliment te geven, wat goed is te benoemen en te waarderen, elkaar zeg maar te ‘zegenen’, dat is eigenlijk gewoon: goede dingen zeggen tegen elkaar, bidden voor elkaar, en dan ook waar nodig elkaar aanspreken op wat beter kan. En dan werkt dat door: in de familie, in de buurt, op het werk, en zeker ook in de kerk. Ook Petrus spoort daartoe aan, lees maar dia 8

Als het goed is is de kerk zoals we ervan zongen: een plek waar pijnlijke wonden bespreekbaar zijn en geheeld kunnen worden, een huis waar we verdriet delen en blijdschap ook, een rustplek voor wie moe is, opgebrand (burnout heet dat tegenwoordig), een opvang voor wie struikelt en zelfs niet langer meer leven wil, een troostplek tegen de neerslachtigheid, en een pleister van barmhartigheid, gastenhuis voor jong en oud, een oase langs een vaak moeilijk begaanbare weg, waar je nieuwe kracht opdoet. Een kerk waar iedereen veilig is en zich thuis kan voelen. dia 9

En wat zou het mooi zijn als dat opvalt en aantrekt, juist ook wie geloven moeilijk vindt of achter zich gelaten heeft door wat ook maar, en voor wie op zoek zijn….want met die Bijbel die we vieren vandaag hebben we goud in handen, niet om voor onszelf te houden maar om uit te delen als zeg maar even Gods liefdesbrief, met als begin en eind en rode draad: Ik wens ook jou toe dat God, onze Vader – die ook jouw Vader is en wil zijn, en onze Heer Jezus Christus die ook kwam voor jou- goed voor jullie zijn en jullie vrede geven. Zoals God ons heeft beloofd! Dat is in één regel Gods goede wereldnieuws. Waar heel de Bijbel op uitloopt en mee eindigt (in Openbaring 22: 21, het laatste vers van heel de Bijbel: “Ik wens jullie toe dat de Heer Jezus Christus goed voor jullie is.” Geen vrome wens of schrale troost, en als het goed is ook niet een mooie vlag die slechte lading moet dekken, maar een ijzersterke belofte die handen en voeten krijgt in wie wij willen zijn midden in de samenleving. Zoals we ervan gaan zingen: “met een hart vol vrede zijn wij zegenend nabij; van uw liefde delend waarin wij zelf tot bron van zegen zijn.” Als u en jij dat onthoudt en meeneemt van deze preek en deze dienst, en dat doorgeeft en voorleeft, dan is wat mij betreft deze dienst geslaagd en de Bijbelzondag 2019 niet voor niets geweest! dia 10
amen

Lucas 2: 9-12 Gods licht in onze nacht (1e kerstdag 2019)

Liturgie 1e kerstdag 2019

Lezen: Micha 5: 1-4a
Zingen: Christe, lux mundi, qui sequitor te habebit lumen vitae

Christus, licht van de wereld, wie u volgt heeft licht van leven
Christ, light of the world, whoever follows you has light of life

Belijdenis van afhankelijkheid

Onze hulp en onze verwachting is van God onze Heer.
Hij die alles maakte, en zijn wereld wil redden,
laat niet los wat Hij begon.
amen

Groet

Genade en vrede voor u en voor jou van God de Vader,
door Jezus Zijn Zoon, Immanuël, = God-met-ons
Hij woont met Zijn Geest in ons.
amen.

Zingen: NLB 477: 1a, 2m.3v, 4a, 5a ‘Komt allen tezamen’
NLB 478: 1,2,4 “Komt verwondert u hier mensen”

gebed

profetenlezing: Jesaja 9: 1-6
zingen: NLB 482: 1,2,3 ‘Er is uit ’s werelds duist’re wolken’

evangelielezing: Lucas 2: 1-14
zingen: NLB 486: 1-4 ‘Midden in de winternacht’
.
overdenking over Lucas 2: 9-12 Gods licht in onze nacht

luisterlied Sela ‘In het licht’

gebed

collecte

Slotlied ‘Ere zij God’

Zegen

(amen)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen, jong en al ouder,
dia 1
Midden in de winternacht…en we zongen ook nog over sneeuw en ijs…
Een bekend kerstlied, vrolijk met al die instrumenten, maar klopt de tekst wel?
We kennen de beelden van oude schilderijen. dia 2 Schapen dicht tegen elkaar aan gekropen in een besneeuwd landschap, herders die zich warmhouden rond een knapperend houtvuur en zich tegen de snijdende wind beschermen met mutsen en dikke dassen.. En kerstliederen gaan erover, zoals dat vrolijke lied dat we zongen. Alleen klopt er van die beelden en veel van die liedjes niet zo veel. De schapen waren er, en natuurlijk de herders ook, maar het was waarschijnlijk in de zomer,
al was er vast wel een vuurtje omdat het fris was ’s nachts en tegen wilde dieren.
Sneeuw en ijs zijn bij ons al zeldzaam – weer geen witte kerst – in Israël nog meer.
Zie dat van die winternacht maar als beeld van de situatie toen: ijzig, kil, somber…
Verkijk je niet op dat vredige tafereel van herdertjes die lagen bij nacht in het veld. Het was voor het Joodse land een moeilijke tijd. Lucas begint zijn verhaal met namen die van onderdrukking spreken: keizer Augustus in het verre Rome die de Verhevene werd genoemd en als godenzoon werd vereerd en zich liet vereren; een stadhouder Quirinius, een verplichte volksverhuizing vanwege de belastingdienst die ook toen al weinig mens- gericht was, en later speelt ook nog Herodes een lugubere rol…
Het roept het beeld op van onvrijheid, van een land dat bezet gebied was. Wat dat betreft was er sinds Jesaja niet veel veranderd en stampten nog steeds soldaten -laarzen rond, werden mensen geslagen als zich niet slaafs gedroegen, werd het volk onderdrukt; in het beeld van dat lied: het was nog steeds winternacht, koude oorlog.
En juist in die nacht begon na heel veel eeuwen het licht op te gaan, heel bijzonder: doordat gebeurde wat Jesaja lang van te voren aankondigde: een kind geboren. Dat is in een ellendige tijd van ziekte of oorlog een lichtpuntje: een kind, toch toekomst!
De geboorte van een kind geeft zelfs als alles hopeloos lijkt, hoop: nieuw leven!
Zeker de geboorte van dit kind, een koningskind, en zelfs beloofd als vrede-koning.
dia 3
Het was een nacht als alle andere nachten. Bijna iedereen in Bethlehem en wijde omgeving lag op één oor. Maar herders waren wakker, of in elk geval: ze hielden om de beurt de nachtwacht. Goede herders passen op hun schapen en wagen zelfs, als het nodig is, hun leven voor die schapen…..Dan denk je zomaar even terug aan dat herdersjoch dat in datzelfde Bethlehem eeuwen geleden was geboren, en in deze zelfde streek wie weet hoe vaak rondgezworven had met de schapen van zijn vader en die er vast heel vaak ‘s nacht op had moeten passen en die koning werd: David.
Een gewone rustige nacht. Maar dan opeens: een fel licht, en uit dat licht een stem.
Niet zo gek dat die herders enorm schrokken. We lezen: “de herders werden verschrikkelijk bang”. Dat verbaast misschien, zeker in het licht van het vervolg:
“ze werden omgeven door het stralende licht van de Heer”. Anders vertaald: “de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen”. En toch: angst, paniek, wat is dat nou?
Licht is ook confronterend: je wordt in het zonnetje gezet, je kunt je niet verstoppen.
En dat is voor mensen met ook wat je liever niet laat zien en weten, best angstig.
Jezus zegt later zelfs dat mensen het licht haten omdat alles dan aan het licht komt.
Maar de herders worden niet verblind door dat licht en niet verteerd door heilig vuur. De engel begint meteen tegen hen te praten om hen gerust te stellen: je hoeft niet bang te zijn….nee, er is alle reden om heel erg blij te zijn vannacht. Om dat te begrijpen, moeten die herders – en wij ook – en iedereen die ook wil gaan delen in die blijdschap – naar die stal, want daar is een redder geboren, daar is Hij geboren die de weg zal banen waarlangs mensen weer bij God kunnen komen. God stuurt zijn eigen Zoon om hier op aarde ons leven te leven, om al de ellende die mensen kan overkomen aan den lijve te ervaren, en mensen weer bij God terug te brengen…het liefst alle mensen – want God wil niemand kwijt maar voor ieder het goede leven.
Dat is nou kerst: zo dichtbij u en jou wil God komen! Zijn hemelse licht omstraalde die herders. Niet om de engel heen was dat licht maar om die herders heen. God zelf komt op bezoek bij heel gewone mensen God heeft in die mensen zijn welbehagen. Hij houdt van mensen. Ook van u en van jou en van mij, en zoveel anderen, in een grote kring om die engel en die herders heen Kijk maar mee met die herders – ga met heen mee naar die stal – en geloof: God… zo dichtbij…dicht bij mij…bij hem, bij haar!
dia 4
Dat is natuurlijk niet de stal van Bethlehem die we hier zien. Het gaat over een vrouw die een baby verwacht en ter wereld brengt in een armzalige tent in een troosteloos vluchtelingenkamp, een van de vele in onze hedendaagse wereld waarin het voor heel veel mensen erg donker is, en gevaarlijk, en naar de mens uitzichtloos. Ik heb toch voor deze beelden gekozen omdat ze dichterbij het kerstverhaal komen dan
onze versierde kerstbomen en volle tafels en al die romantische kerstverhalen.
En: voor Jozef en Maria-in-verwachting was geen plek, alleen nog een schuur en een voerbak. Niet veel later moesten ze zelfs vluchten voor de soldaten van Herodes en werden ze asielzoekers in Egypte – en wat is er in 2000 jaar weinig veranderd…
Ik las: Het is aan de orde van de dag. Voor zo ongelofelijk velen…En dan, midden in die duisternis…licht, engelen, goed nieuws. Er is een redder geboren. Iemand die er iets aan gaat doen. Ditmaal een heerser die niet uit is op macht. Die niet uit is op heersen. Maar zijn heerschappij is er een van een vredebrenger. Ik ben in uw midden als een die dient. Die zich dienstbaar opstelt aan het algemeen belang. Vrede en gerechtigheid niet voor enkelen maar voor allen”. Hij schaamt zich er niet voor die vluchteling zijn broer te noemen en die vrouwen in de gevangenis zijn zus, hij wil een van ons en van hen worden, en er zijn voor allen, ook voor die IS-vrouwen met hun kinderen die niet terug mogen, bij die opgepakte drugsbaas in Vught, bij die failliet gegane topadvocaat, en die eenzame met lange stille dagen en slapeloze nachten.
Jesaja beloofde al: ‘Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen, worden door een helder licht beschenen”. Zacharias eindigt zijn lofzang ermee: “Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.” Leven in de schaduw van de dood, dat geldt van elk mens in een gesloten wereld, zonder deur naar boven, zonder toekomstperspectief.
Maar God wil door Jezus en met zijn licht die deuren openzetten naar echt leven.
dia 5
Ja maar, hoe dan en waar dan, in een wereld die juist al donker lijkt te worden voor veel mensen: in dat vluchtelingenkamp, in die container onderweg naar misschien wel verstikking, onder die brug, in die gevangenis, met dat lijf vol ziekte en pijn, in een tijd van veel eenzaamheid en stress, burnouts en depressies, honger, en dood?
Wat zijn er ook vandaag veel voor wie het donker is, onder de schaduw van de dood.
Het licht om de herders heen doofde nog diezelfde nacht. En zelfs al vier je kerst in Bethlehem, het Kind vind je er niet. Je mag dichter bij huis blijven. De God die met zijn glorie eens de herders omstraalde, wil zijn licht laten schijnen in uw en jouw hart. Dan gebeurt het ongelooflijke: wij zelf gaan al meer dat licht van de Heer afstralen. We worden echt aanstekelijke christenen! We mogen ieder op eigen plek of waar je een plek en taak vindt, een lichtpuntje worden voor mensen om ons heen.
Maar hoe kunnen we nou en elkaar en die anderen dienen met dat licht van kerst? Wat kunnen we voor elkaar betekenen als er moeiten zijn of eenzaamheid, en hoe kun je met de boodschap van Jezus die ons leert een licht voor de wereld te zijn, mensen raken en aantrekken die zijn vastgelopen in hun leven of die denken dat ze het gemaakt hebben en niemand nodig hebben, tot ineens alles onder hen wegzakt? En dat niet alleen rond de kerstdagen, maar ook in januari en die 11 maanden erna?
Dat begint heel dichtbij huis en bij onszelf: hebben we oog voor elkaar en voor die ander, zijn we echt geïnteresseerd in zijn of haar verhaal, hoe moeilijk misschien ook, zien we de ander echt staan – of liggen – en nemen de tijd om werkelijk te luisteren? Soms kan het kleine simpele al ijs breken en een brug slaan: even groeten, even een moment van oogcontact, en bij openheid van de andere kant een gesprek van hart tot hart – de eerste oefenplekken zijn het eigen gezin, de familie, en zeker: de kerk. En dan is mooi als het echt van twee kanten komt: niet alleen interesse van wie op bezoek komt, of na de dienst een praatje begint in wie opgezocht wordt of problemen heeft, maar dat je als oudere of zieke of eenzame ook eens vraagt: maar hoe gaat het nou met jou, waar zit jij mee, wat speelt bij jouw kinderen of op jouw werk – dán komt er een echt gesprek en een dieper contact –en wordt het echt een ontmoeting.
dia 6
Als christenen hebben we het er vaak over dat we het licht van Jezus willen verspreiden, en dat is ook een mooie Bijbelse opdracht. Maar er zit ook een valkuil in waar we zomaar in terechtkomen, zodat het effect tegenovergesteld is. Dat gebeurt als wij die het licht gezien denken te hebben de ander met dat licht niet blij maken of op weg helpen maar ermee in de ogen schijnen zodat ze erdoor verblind raken en worden afgeschrikt; als je indruk geeft dat jij weet hoe het zit en hoort en wat die ander moet geloven en moet doen en laten; wat zomaar de reactie kan oproepen;
mooi dat jij er blij mee bent maar val mij er niet mee lastig. Of: die kerk, praat me er niet van, want je moest eens weten….en dan komt er zomaar heel veel negatiefs…
Dus moeten we niet eerst en zeker niet alleen uitzenden maar willen ontvangen, en dat licht door onze woorden – nee, Gods woorden = gewoon de verhalen doorgeven waar mensen hopelijk wel blij van worden en hun winst mee kunnen doen – en dat licht vooral in ons doen en laten die ander laten opvangen. Zoals wat Paulus ons meegeeft over vriendelijkheid, gastvrijheid, nederigheid, zelfbeheersing, en nog meer van die vruchten van Gods Geest. Precies wat Jezus ons leert over licht voor de wereld zijn: opdat ze uw goede daden zien en dan – hopen we, bidden we, gaan we voor – niet ons maar God de eer geven. En wint de liefde het van wanhoop en haat,

Ik denk aan wat Paulus schrijft als hij het heeft over leven als christen in een nog vaak donkere wereld: “Doe alles zonder te klagen, en zonder ruzie te maken….Dan vallen jullie op tussen alle slechte en oneerlijke mensen, als sterren die schitteren in de nacht.” Dan kunnen volgelingen van Jezus dichtbij mensen zijn in hun nood en iets van het licht van Gods liefde laten zien: bij dat ziekbed, in die gevangenis, in dat vluchtelingenkamp (ik denk aan wat Dick vertelde zondag, over de Flying Seagulls), door steun aan SOS kinderdorpen, maar ook gewoon in je straat, en nog dichterbij: in eigen gezin en familie, op je werk, en samen als kerken in onze dorpen.
dia 7 Zo komt dat lied over de winternacht toch terug als beeld vol verwachting: ondanks winter, sneeuw en ijs, bloeien alle bomen, want het aardse paradijs is al gekomen.. en komt voorgoed: de dag is niet meer ver, bode van de luister die ons weldra op zal gaan! We vieren en zingen dat de hemel openstaat: Gods licht in onze nacht!

amen

Bomen in de Bijbel 5 Eens komt de grote zomer! Openbaring 22

Belijdenis van afhankelijkheid – amen
Groet – amen
aanbidding
430 Heer ik prijs uw grote naam
576 Als wij samen u aanbidden

Gebed

Bijbellezing: Ezechiël 47: 1-12
Zingen: Opwekking 642 “Al mijn zonden, al mijn zorgen’
Bijbellezing: Openbaring 22: 1-17
Preek
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Staan er op een nieuwe aarde ook bomen, groeit daar ook fruit en groente?
Een vaak gestelde maar ook lastige en moeilijk te beantwoorden vraag.
Net zo’n soort vraag als of op die nieuwe aarde koeien lopen, en huisdieren zijn.
In elk geval kun je er niet een simpel antwoord op geven vanuit Openbaring 22.
Want als je wat we gelezen hebben zou lezen als een preciese beschrijving van
hoe de nieuwe wereld zal zijn, dan wordt het al gauw lastig: een stad met twaalf
poorten, geen zon en maan meer en geen zee, en bomen met bladeren die geneeskrachtig zijn, maar is dat dan nog nodig, als niemand meer ziek wordt?
Zullen we trouwens nog wel eten en drinken op de nieuwe aarde, is er nog honger?
En we zullen heersen als koningen maar over wie dan,is de baas zijn nog wel nodig?
Er staat ook dat wie slechte dingen doet, buiten de stad moet blijven maar waar dan?
En om niet meer te noemen: waar is plek voor al die mensen van al die eeuwen,
voor die “onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal”, die Johannes heeft gezien en beschreven in hoofdstuk 7: 9 vv.

Allemaal elementen in de beschrijving die het aannemelijk maken dat het beelden zijn, en dat past in het geheel van het boek Openbaring waarin Johannes als het ware de hele wereldgeschiedenis als een spannende film afgedraaid ziet worden, met de hemelkoepel boven zijn verbanningsoord Patmos als een gigantisch scherm.
Een film die door Johannes zelf aan het begin (hoofdstuk 1: 1) wordt aangekondigd als visioen, als ver-gezicht, ontvangen van God “om aan de dienaren van God laten zien wat er binnenkort gebeuren moet”. Het wordt in dit hoofdstuk herhaald in vers 6: “De Heer, de God die profeten bezielt, heeft zijn engel gestuurd om aan zijn dienaren te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet”
Let wel: ‘binnenkort’, en dat is eerder dan de 2000 jaar later waarin wij leven, en zeker eerder dan een eindtijd die misschien nog heel wat jaren of eeuwen op zich laat wachten – het gaat over de tijd waarin Johannes zelf leefde en ook de mensen van de zeven kerken die de Openbaring op schrift kregen met voor elk een speciaal op hen toegespitste begeleidende brief – en zeker ook loopt het script door in de eeuwen daarna en tot vandaag toe en ook voor na ons.
Want Openbaring mag dan het laatste bijbelboek zijn, Gods geschiedenis gaat door.
En waar het God om te doen is en waar God heen wil, daar loopt dit boek op uit: op de grote zomer, waarin alles nieuw wordt en nieuw blijft, en niets slechts meer is.
Dus het paradijs komt zeker terug en mooier nog, en completer, en voorgoed.
Maar hoe precies, dat blijft een verrassing, boven verwachting, en ongedacht.
In elk geval allemaal veel uitbundiger en rijker nog, en niet voor maar twee mensen zoals in het begin maar voor al die mensen die er daarna allemaal zijn bijgekomen.. het resultaat van heel veel eeuwen geschiedenis van groei en ontwikkeling, want wat is geweest en uitgedacht en uit de schepping gehaald, zal niet weg zijn maar krijgt een plek – daarop wijst denk ik wat aan het eind van hoofdstuk 21 staat over wat het nieuwe Jeruzalem wordt genoemd: “door de poorten zullen kostbare schatten van alle volken worden binnengebracht” (BGT) – ik denk aan kunstschatten, technische producten, boeken misschien ook (hoop ik…), zoveel dat God ons heeft gegeven en ons heeft laten ontdekken en uitvinden en in gebruik gegeven – om van te genieten.

Meteen erachteraan staat in 21: 27 dat wat slecht is en kwaad doet, er niet in komt.
Ja, want wat in elk geval wel duidelijk is: dat er geen zonde en slechte dingen meer zullen zijn, dat er niet meer gehuild wordt en geen pijn geleden, dat er geen oorlogen meer gevoerd worden en geen natuurrampen meer zijn, is misschien wel net zo onvoorstelbaar; en wat zullen al die mensen doen die daar nu hun werk door hebben: hulpverleners, de zorg,politie en leger, brandweer, farmaceutische industrie, en denk ook eens aan allerlei vrijwilligerswerk en mantelzorg – het is niet meer nodig.
En er hoeven ook geen milieuactiegroepen en dierenactivisten meer te zijn….

Het gaat ons voorstellingsvermogen te boven, het is zo anders dan wij gewend zijn.
Maar als je wat meer inzoomt op wat Openbaring ons openbaart, en dat probeert aan te vullen en in te kleuren met wat we uit andere bijbelgedeelten meekrijgen–denk aan de profeten, aan het onderwijs van Jezus, en aan de brieven van Paulus en anderen, dan komt steeds weer het begin in beeld: het paradijs, die tuin waar de Bijbel mee begint en waar de eerste preek van deze serie over ging: die tuin waar het goed was.
Het begin van de Bijbel vertelt ons hoe God is begonnen en waar het God met zijn wereld en de mensen en dieren daarin, maar ook de bomen en de planten, de zeeën en de meren, en nog zoveel meer, om begonnen is, en dat is: een goed en gelukkig leven, samen met Hem, en met elkaar, en ook met al die mede-schepselen: planten
en bomen, vogels en vissen, wilde dieren en huisdieren, en zo heel veel meer.
Daar stond de levensboom model voor: fris en groen, bloeiend en vol met vruchten.
Als teken en wegwijzer dat het leven goed en mooi kon worden en blijven, als je dat leven zou verwachten en willen ontvangen van de Schepper, en het invulling zou willen blijven geven naar de bedoeling van die Schepper, samen, voor en met Hem.
Maar helaas is dat al gauw misgegaan en we weten hoe: doordat wij mensen zich lieten verleiden en steeds weer laten verleiden om het zelf te willen regelen en onszelf en onze wereld los te maken van God en zo ook ieder voor zich te gaan:
ja maar hij, ja maar zij, en wij tegen zij, en vooral: Ik die tot mijn ‘recht’ wil komen….
Zo is de onderkoning een rebel geworden, de verzorger een uitbuiter, de partner een concurrent, de medestander een tegenstander, de liefhebber een haatzaaier….en onder de gevolgen lijden we nog steeds, en – zoals Paulus het in zijn brief aan de christenen in Rome zo aangrijpend verwoordt – daar lijdt heel de schepping in mee:
“wij weten dat de hele schepping nog altijd….zucht en lijdt” (Romeinen 8: 22). Heel actueel, als we denken aan allerlei onderzoeken en discussies over het klimaat en het milieu. We hoeven het hier niet allemaal op te noemen: vervuilende industrie, al dat plastic op straat en strand en in de zee, de CO2 uitstoot, het uitsterven van dieren als insecten en vogels, stroperij op olifanten en neushoorns, walvisvangst, en natuurlijk het op grote schaal kappen van bomen, een dreigenend voedseltekort aan de ene kan en veel verspilling aan de andere kant, en ook aanslagen en oorlogen:
Dat mag ons wel tot bidden brengen, maar ook tot daden, tot actie…., tot andere energiebronnen, minder verspilling, tot wereldwijde afspraken over zorg voor mensen en dieren, insecten, planten, bomen, en tot proberen zelf verantwoord te leven.

Nou, dat is als het goed is, de spits van deze preek en de winst van deze dienst…
dat we maar niet alleen dromen over eens een grote eeuwige zomer, dat we niet ons maar erbij neerleggen dat het hier op aarde toch nooit gaat lukken maar dat gelukkig er ooit een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt: stil maar, wacht en verwacht…
Dat is zo en daar verlangen we naar en bidden we vaak om – maar wat God graag wil en van ons vraagt is dat we nu al steeds meer laten zien van die wereld die God als goed en mooi heeft gemaakt en die Hij zelfs nog mooier dan toen zal maken. Daar werkt Hij aan en daar mogen wij nu al met vallen en opstaan en met onze gaven en beperkingen aan mee werken: de Bijbel die begint met een paradijs loopt uit op weer een paradijs… en dat dwars door misschien nog wel meer rampen heen en de zon die ooit ophoudt..en de maan en de sterren die hun tijd gehad hebben…
Er staat duidelijk in de Bijbel dat aan wat er nu is een einde komt en dat we een nieuwe hemel en een nieuwe aarde verwachten…het wordt een grote verrassing.

Ja maar, de vraag bleef me bij het voorbereiden bezighouden wat er voor ons vandaag voor bemoediging in zit en voor opdrachten uit naar ons toekomen.
Want vaak blijft het bij dat wachten op en verwachten van iets moois in de toekomst.
Ik geloof zeker dat dat gaat gebeuren maar ik denk dat de Bijbel met die laatste
hoofdstukken meer te melden en meer te bieden heeft, ook voor hier en nu al, dat we
een boodschap meekrijgen voor het leven in onze tijd en onze kwetsbare wereld.
Extra reden daarvoor is dat in dit laatste Bijbelhoofdstuk van alles terugkomt dat ook Ezechiël had gezien en doorgegeven, in een ook toen moeilijke tijd, van een nverwoeste stad en tempel, en een groot deel van het volk Israël weggevoerd en in ballingschap, net zoals Johannes later.
Ezechiël kreeg beelden te zien van een herbouwde stad en een nieuwe gigantisch grote schitterende tempel, met vanonder die tempel uit een rivier met kristalhelder water, die helemaal tot aan de Dode Zee stroomt en onderweg alles laat herleven:
“overal waar de rivier stroomt, komt leven” (vers 9): in de rivier wemelt het van de vissen en langs de rivier staan fruitbomen die continu vrucht opleveren: elke maand.
Je herkent meteen dat laatste hoofdstuk van Openbaring, tot en met details als:
“de vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig”.

We komen meteen ook achter het geheim van dat wonderlijke herleven door die gezondmakende rivier: “het water stroomt immers vanuit het heiligdom” (vers12),
bij God vandaan dus – en dat komt terug in Openbaring 22: “de rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en aan het Lam” – dat is de bron van het leven, en van daaruit komt dat water dat leven is en leven geeft, waardoor de stad van God een groene stad wordt, een parkstad waar het gezond en goed leven is.
En weer: dat is meer dan alleen maar toekomstmuziek, het begint nu al, in verbinding
met God via de Heilige Geest die mensen inspireert en nieuw leven laat ontstaan – denk aan vorige zondag over de vruchten van de Geest: de liefde en de vreugde, de vrede allermeest, geduld om te verdragen en goedertierenheid, geloof om veel te vragen en om veel te geven vooral, en leren leven van de verwondering – als dat je motiveert en je denken en doen, je praten, je doen en laten, verandert – dan straalt het van je af en gaat er wat van je uit, en dan begint het vanuit jou, vanuit ons die samen Gods tempel mogen zijn en vanuit de gemeente als een huis waar het goed wonen is, te stromen en te leven – zoals Jezus belooft aan wie Hem volgen en op zijn energiecentrale aangesloten zijn: “Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken!
Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft… en dat slaat legt Johannes uit op de Heilige Geest die wie gelooft zal ontvangen (Joh.7:37).
Lees met dat in het achterhoofd maar weer Ez. 47 en Openb. 22 en het komt ineens dicht bij onszelf in deze tijd en in ons leven: als je bent aangesloten op de lichtbron en watervoorziening die God biedt dankzij Jezus en door zijn Geest, dan is er ook in donkere tijden licht, dan is er levend water zelfs midden in een woestijn, dan gaan wonden helen en wordt het leven goed, dan komen er ook krachten los tegen verspilling en vervuiling, en dat wint de liefde het van haat en wantrouwen – begin van een nieuw paradijs!

Waarmee ik nog even terugkijk op de bomenserie die we vandaag afronden. We
begonnen in de hof van Eden als Gods proeftuin met en voor ons mensen: waar het goed toeven was, maar waar het ook mis ging en we de levensboom verspeelden, wat nog altijd zoveel gevolgen heeft van scheefgroei, van oorlog, van misbruik en onderdrukking, verspilling en vervuiling – omdat een mens zo steeds weer op zichzelf staat en voor zichzelf gaat – en steeds vastloopt en stukloopt en tenslotte doodgaat.
Wat wel heel schrijnend en schokkend duidelijk werd in dat verhaal van Gideon en zijn zoon Abimelech – met Jotam als klokkenluider en zijn verhaal over de bomen.
Maar we mochten ook horen en mogen ervaren dat God trouw blijft en doorgaat.
Dat als je verworteld bent in Gods liefde en verbonden aan elkaar er dankzij Jezus toekomst is – dat God geduld heeft met ons en zijn Geest geeft om ons een nieuw en vruchtbaar leven te geven: Hij wil zijn mensen geen dorre afgekapte bomen laten maar levensbomen van ons maken die doen waar toe ze bestemd zijn: groeien en bloeien en vruchten opleveren voor zijn wereld, zijn mensen, en voor onszelf.
Ik denk ook nog even terug aan dat lied van de bomen: ‘Leven als de bomen, trouw en aardsgezind, bij het water wonen, leven van de wind – leven als de bomen, God heeft het geplant, leven om te loven, leven uit Gods hand- leven als de bomen, zingen voor je God, levenslang geloven, vaste voet aan grond’.

Nou, en als je dat meeneemt naar die laatste bladzijde van de Bijbel, dan zie je waar God naar toe wil en wil uitkomen: een paradijs dat nog veel mooier is dan het eerste:
geen proeftuin maar een lusthof; met niet meer de dreiging van die slang/satan, met niet meer de verleiding om boven jezelf uit te grijpen en over elkaar heen te walsen,
met niet meer al die gevolgen van opstand en eigen richting maar eind goed al goed.
En als je probeert om het nu al je eigen te maken en er al iets van mee te maken, dan durf ik zeggen dat als je wil leven van Gods genade – in de woorden van Jezus ook in dit laatste bijbelhoofdstuk: als je drinkt van het water dat leven is en geeft –
dan mogen u en jij en ik als het ware van die bomen zijn die voortdurend vrucht opleveren – denk maar weer aan Psalm 1: een boom, geplant aan stromend water, die op tijd vrucht draagt en van wie de bladeren niet verdorren; en die bladeren zijn zelfs tot genezing van de volkeren: want aan God verbonden is gezond worden, zelfs als je nog ziek bent en zelfs als je moet sterven; Jezus is Leven en geeft leven.

Staan er op een nieuwe aarde ook bomen, groeit daar ook fruit en groente? Met die vraag begon de preek – het blijft lastig er een afdoend antwoord op te geven. Ik hoop het wel en ik verwacht het ook want God wil zijn schepping redden die in het begin zo goed was en die nog mooier zal worden – in elk geval zal God bij ons mensen komen wonen en dan gaat het vast goed komen en mooi worden – zeker weten!
Ja, en de gemeente die die boodschap doorgeeft en voorleeft, mag nu al een bron zijn van leven – zoals in het lied van de bomen dat we een van de vorige zondagen hebben gezongen: “Toevlucht voor de vogels – en dat ook als beeld voor heel verschillende mensen die we wel noemen ‘vogels van diverse pluimage’ – toevlucht voor de vogels, schaduw, onderdak, huis van mededogen, van liefde wijdvertakt – mooie beelden! En dan ook: “ademnood te boven, onverdeeld geluk.” Zo wordt al iets zichtbaar en herkenbaar en te beleven van die parkstad waar het op uitloopt en naar toe gaat: waar het altijd en voorgoed Pasen is – eens komt, nee, nu al begint de grote eeuwige zomer. amen

Heb jij er al over nagedacht of je een bijdrage kunt leveren om al iets te laten zien van de nieuwe wereld die God graag ziet en ons wil geven, en hoe dan?
En hoe zouden we elkaar en mensen om ons heen daarmee kunnen inspireren?
Zingen: NLB 747: 1,2,5,7,8 ‘Eens komt de grote zomer’

Gods leefregels Lucas 21: 29-36

Zingen: Ps. 96: 1,6,7 NLB ‘Zing voor de Heer op nieuwe wijze’

Gebed (presentator)

Collecte

Kinderlied: SchatRijk

Zingen: Opwekking 734 God, ik adem om van U te zingen

Zegen – amen

Bomen in de Bijbel 4: Tuinman Jezus wacht op vruchten Lucas 13: 1-9

Belijdenis van afhankelijkheid zingen: Ps. 121: 1: ’Ik sla mijn ogen op en zie’

Groet – amen
Zingen: Ps. 65: 1,2,4 LL ‘Wij zingen met verstild verlangen’

1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
U zult van ons de dank ontvangen
die U is toegezegd.
U hoort wat mensen aan U vragen,
bij U komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat U ons vergeeft..

2 Gelukkig wie U wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij U thuis.
U antwoordt machtig en rechtvaardig,
U redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.

4 U onderhoudt het land met regen
en zorgt dat alles groeit.
U geeft rivieren vol met zegen,
zodat de akker bloeit.
U maakt het land geschikt voor koren,
uw arm raakt nooit vermoeid:
U klieft de kluiten, vult de voren
en zegent al wat groeit.

Gods leefregels: Galaten 5: 13-26

Zingen: ‘Heer, laat uw woord uw woorden in ons spreken’ – melodie Psalm110

1. Heer, laat uw Woord uw woorden in ons spreken,
Want onze oren willen U verstaan.
Plant in ons hart uw groen en groeizaam teken
dat bloeiend voor ons oog zal opengaan.

2. Geef ons de wil het onkruid uit te roeien
van tweespalt, eigenwaan en jaloezie.
Schep ons de tuin waar uw gewas kan groeien
en wij de bloei van uw genade zien.

3. de klimroos van geloof, het hemelsbrede
vergeet-mij-nietje van de vriend’lijkheid,
de ogentroost van liefde, vreugde, vrede,
de duizendschoon van de zachtmoedigheid.

4. Werk in ons, tuinman Jezus, tot het wonder
van roos en lelie altijd om ons staat,
tot in het licht van God U met ons onder
de gouden regens door uw tuinen gaat.

Gebed

Bijbellezing: Matt. 7: 13-21

Zingen: NLB 313: 2,5 ‘God opent hart en oren..

Tekstlezing: Lucas 13: 1-9
………………………………………………………………………………………………….
Preek ‘Tuinman Jezus wacht op vruchten’

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Vanmorgen gaat het over een van de vruchtbomen die in de Bijbel heel vaak voorkomt en die voor de mensen in Israël erg belangrijk was: de vijgenboom.
Toen het volk Israël na veertig jaar rondtrekken in de woestijn bijna in het beloofde land was, belooft Mozes dat het een goed en welvarend land is waar ze mogen gaan wonen: “een land van beken, bronnen en waterstromen die ontspringen in de valleien en op de bergen, een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelen, een land van olijven en honing, een land waar u niet slechts schamel brood zult eten, maar waar het u aan niets zal ontbreken” (Deut. 8: 7-9).
En meer dan eens kregen ze de belofte van een vrede en welvaart, als ze deden wat God van ze vroeg: “geen mens zal weten wat oorlog is, ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt (Micha 4;Zacharia 3).

De bladeren van een volwassen vijgenboom zitten dicht op elkaar en komen tot aan de grond, zodat je eronder kunt zitten als onder een soort prieel, lekker in de schaduw. Begrijpelijk dat vaak aan de randen van een wijngaard een of meer olijfbomen werden geplant. Werken in de wijngaard is een heet karwei. Dan is het heerlijk om af en toe te kunnen uitblazen in de dichte schaduw van de vijgenboom.
.
Vijgenbomen waren dus zeker voor de mensen toen erg belangrijk. Minstens twee keer per jaar komen er vruchten aan een vijgenboom. Eerst in de lente, de zgn. vroege vijgen, die rijp zijn in juni en die werden opgegeten, vaak zo uit de hand. In augustus en september zijn de zgn. late vijgen rijp, die ze meestal gingen drogen om ze te bewaren voor de winter. Vijgen werden dus gegeten maar ook wel gebruikt als een soort medicijn, b.v. tegen zweren en andere huidaandoeningen; zo lezen we over de zieke koning Hizkia dat hij op advies van de profeet Jesaja een plak gedroogde vijgen op zijn ontstoken huid moest leggen, en daar beter door werd.
Een vijgenboom staat erom bekend dat hij sterk is en groeizaam en vruchtbaar.
Maar als er aan de vijgenboom geen vruchten komen, is er duidelijk iets goed mis.
Jezus heeft het in die korte gelijkenis over een man die een vijgenboom geplant had aan de rand van een wijngaard, wat vaak gebeurde en ook in onze tijd voorkomt.

Jezus vertelt: Iemand heeft een vijgenboom geplant in zijn tuin, in zijn wijngaard.
De man, duidelijk de eigenaar van de boomgaard, komt regelmatig langs om te kijken het erbij staat en of er al vijgen te plukken en te eten zijn, maar nee, weer niet. Als dat het eerste jaar gebeurt, nou ja, kan gebeuren, je moet geduld hebben, toch?
Volgend jaar beter hoop je dan. Het volgende jaar als overal de vijgenboom volop vijgen leveren, komt de man weer langs: zou het nu wel? Maar nee, weer niet, hoe kan dat nou, wat is er mis. Maar goed, wie weet volgend jaar….maar ook dan niet.
Waarop z’n geduld opraakt en hij tegen de tuinman die namens hem zorgt voor de wijnstokken en de vijgenbomen zegt: hak die boom maar om want ik heb er niks aan en hij neemt maar plek in, ik kan op die plek beter een gezonde boom neerzetten…
Ik las: “Het wortelstelsel is even groot als de kroon, dus er wordt veel voedsel aan de grond onttrokken. Daarom moet deze boom wel vruchten dragen om lonend te zijn.”
Dan komt een moment dat je denkt dat het met deze boom het niet meer gaat
lukken en dat je beter de boom kunt vervangen door een andere, gezondere.
Of dat die boom niet op een goede plek staat, meer zorg nodig heeft, andere grond.
Want je hebt de boom gekocht om er appels van te plukken en niet voor de sier.
Ja, en dan is het nog hobby maar voor een fruitkweker zoals in het verhaal dat we net gelezen hebben, gaat het ook nog om geld en zo’n boom neemt ook nog plek.

De man in het verhaal is er blijkbaar helemaal klaar mee:hak maar om die boom.
Maar daar denkt de tuinman anders over, en hij pleit voor geduld en voor uitstel:
meneer, laat uw boom nog één jaartje staan, geef hem nog een kans alstublieft.
Maar er is meer dan dat, want alleen nog een jaar wachten en niks doen, is geen optie, er is wel werk aan de winkel, en de wijnboer biedt aan er alles aan te doen:
Ik zal de grond nog eens goed omspitten en er extra mest bij doen, wie weet.

Een goed voorstel, want het is bekend dat goede voedzame aarde en mest de groei bevorderen. “Wie zijn vijgenboom met zorg omringt, zal zijn vruchten eten”, staat in Spreuken 27: 18. Je hebt er werk aan, en je stopt er energie in, dan heb je ook wat.
Daar stopt het verhaal, we horen niet hoe het verder ging met die vijgenboom, of die
nog lang is blijven staan en vruchten kreeg, of uiteindelijk toch is omgehakt – en dat
is precies de bedoeling want het antwoord moet komen van wie toen en nu luisteren.

Als je goed zorgt voor je boom, als je energie in stopt, komen er als het goed is, vruchten aan: dat beeld kom je in de Bijbel tegen voor de zorg van God voor zijn volk, en helaas ook voor de teleurstelling van de Heer als dat geen vruchten oplevert van liefde voor Hem en zorg voor elkaar, van dankbaarheid voor zijn goede gaven, en van een leven volgens zijn goede leefregels –zo in Jeremia 8: “Als ik wil oogsten – spreekt de HEER – zijn er geen druiven aan de wijnstok, geen vijgen aan de vijgenboom, en zijn de bladeren verdord.” En dat terwijl God er alles aan had gedaan, en zoveel had geïnvesteerd in zijn bijzondere volk. “Wat kon ik nog meer aan mijn wijngaard doen,wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zoveel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?” (Jes. 5: 4). Dat slaat op Israël in de tijd van Jesaja: “Israël is de wijngaard van de Heer van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda. Hij verwachtte recht, maar oogste onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting. “ Jes. 5: 7). Weer later horen we uit de mond van de Heer Jezus datzelfde met een iets ander beeld: God als een wijnboer die zijn wijngaard verpachtte, maar de pachters houden de oogst voor zichzelf, mishandelen of doden zelfs de knechten van de eigenaar als die zijn aandeel komen opeisen en doden tenslotte zelfs de zoon van de baas – waarmee Jezus het over zichzelf heeft als de zoon van God die ze afwijzen en kruisigen…

Het is steeds datzelfde: heersen en niet dienen, gaan voor jezelf en niet delen. En het komt ook op ons vandaag af: hoe gaan we om met de aarde, met bomen en planten en dieren, en nog confronterender: met medemensen in nood, op de vlucht, zonder dak boven of hoofd of eten voor morgen, en wat maken we van ons leven?
Is ook niet vandaag van hoog tot laag en van dichtbij toe verder weg onrecht en uitbuiting, egoïsme, ondankbaarheid – waar blijven de vruchten van alles dat God in ons als mensen, in ons als zijn kinderen, in deze planeet die Hij geschapen heeft, heeft geïnvesteerd? Stel dat God vraagt: wat kon Ik nog meer doen, wat heb Ik te weinig gedaan, wat heb Ik fout gedaan? En als niet: waarom gaat er zoveel mis?
Dat korte verhaaltje over de vijgenboom volgt direct op dat gesprekje over het nieuws van die dag, over zouden wij vandaag zeggen twee berichtjes van nu.nl of het journaal – slecht-nieuws-berichten die van alle tijden zijn: geweld, en een ongeval.
Geweld: na een protestdemonstratie rond de tempel greep Pilatus hard in en enkele demonstranten – afkomstig uit het Galilea waar ook Jezus en de meeste van zijn leerlingen hun thuisbasis hadden – werden gedood en hun bloed werd vermengd met offerbloed – heiligschennis dus. En dan was er ook die toren in Jeruzalem die
was ingestort waardoor 18 mensen de dood vonden – een tragisch ongeval dus.
Wat zeker in die tijd meteen bij de schuldvraag bracht, en snel met de vinger werd gewezen niet naar de stadhouder of de bouwers van de toren maar juist naar de slachtoffers: hoe komt het dat hun dit vreselijke overkomen is, hebben ze dat te wijten aan zichzelf, is dat een straf van God – want niets gebeurt toch zomaar?

Hier gaat Jezus met die twee nieuwsberichten een andere kant op, om de mensen om hem heen wakker te schudden en aan het denken te zetten, niet over anderen maar over zichzelf, in de lijn van de bergrede: oordeel niet om niet daarmee jezelf te
veroordelen, want met de maat waar je anderen mee meet, wordt jij zelf gemeten.
Hoor maar: Denken jullie dat die Galileërs die door Pilatus zijn afgeslacht, erger dingen hebben gedaan dan andere Galileërs? Of dat die achttien slachtoffers van die ingestorte toren meer schuldig waren dan alle andere mensen in Jeruzalem? (wat in die tijd vaak gedacht en gezegd werd – want dan pleit je jezelf vrij: gelukkig ben ik niet zo verkeerd bezig, gelukkig maar dat zoiets mij niet zal overkomen…Maar Jezus slaat het ons allemaal uit handen: “Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij”. Die zit, dat is schrikken!

En dan meteen erachter aan komt dat verhaaltje over die onvruchtbare vijgeboom.
Want tuinman Jezus wacht op vruchten, vruchten van bekering en geloof, van niet jezelf beter en netter en vromer achten dan de ander maar juist de ander hoger aanslaan dan jezelf, en van willen groeien in vertrouwen en van willen dienen.
Johannes de Doper had het ook al gezegd: “Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en zeg niet meteen bij jezelf wij hebben Abraham tot vader”.
Naar ons vertaald: zeg niet te gauw en te makkelijk: maar ik ben een oppassende burger, ik doe niemand kwaad en ben eerlijk, en ik ben ook nog van de goeie kerk.
Want, nog eens Johannes de Doper: “God kan ook uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken”. God kan zelfs de meest grote tegenstander omvormen tot een volgeling van Jezus, God kan zelfs de grootste crimineel een nieuw leven geven.
En daarbij de waarschuwing van Johannes: “de bijl ligt al aan de wortel van de boom. Iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. “ (Luc. 3: 8-9). In de bergrede herhaalt Jezus dat, we hebben het gelezen. En denk ook aan wat we van Paulus hoorden in Galaten 5 over de vruchten die groeien door de Geest: “liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing”. Precies dat wat we merken aan de reactie van die tuinman op het voorstel die vijgeboom maar om te hakken:
Laten we geduld hebben, laat ik er nog eens extra goed voor zorgen, omhakken kan altijd nog wel, wie weet komen er toch volgend jaar wel vruchten aan, van liefde.

Dat geduld had Jezus met Israël waar Hij zoveel weerstand en ongeloof tegenkwam, maar ook met zijn eigen leerlingen die na drie jaar nog zoveel onbegrip lieten zien.
Dat geduld heeft God gelukkig ook met ons, met zijn mensen, en met dezer wereld.
En dat geduld vraagt God van ons, geduld met elkaar, met die mensen om ons heen die in onze ogen niet of niet meer of niet goed geloven….en waar ze soms zo snel en zonder goed te luisteren en oog voor ze te hebben over kunnen oordelen of langs heen leven en bij wegkijken – dan is die wijnboer een goede leermeester en een inspirerend voorbeeld: “Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, tot ik de grond erom heen heb omgespit en hem mest heb gegeven, misschien zal hij dan het komende jaar vrucht geven”….laten we dat ook doen, en het verder aan de Heer overlaten.
Niet voor niets horen we niet de afloop, of die vijgenboom toch nog vruchten ging opleveren of na dat jaar uitstel alsnog werd omgehakt – dat is aan wie het horen
en aan wat zij en wij ermee doen: met Gods liefde, met het geduld van de Heer.
Want zeker, het eindigt scherp, waarschuwend: “zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken”….maar luister goed: dan kunt u…dat is aan u…..dat laat ik aan u over.
Niet: dan hak ik hem wel om….nee, want het is tenslotte niet zijn eigen boom……
Zoals Jezus vaak benadrukte: ik kom niet om mijn wil te doen, maar Vaders wil.En als ons niet het oordeel toekomt over wie dan ook maar het God is die beslist,en God heeft zoveel geduld met ons, zouden wij dan geen geduld hebben met hem / haar?

Ik denk dat we dat ook best kunnen betrekken op ons leven in het algemeen. Want niet alleen als het gaat om geloofsgroei kan ongeduld en druk een rol spelen, het zit in heel de samenleving, zeker in deze gehaaste, gestresste en veeleisende tijd, een tijd waarin presteren en scoren en jezelf bewijzen en beter zijn dan de ander, ertoe leidt dat veel mensen, jongeren maar ook volwassenen, aan een burnout leiden.
Wat meerdere oorzaken kan hebben maar zeker ook te maken heeft met wat we van onszelf en elkaar verwachten, van latten die hoog gelegd worden en hoge eisen die we aan onszelf en elkaar stellen, en de druk om te groeien en succes te behalen.

In een boeiend boek over Her verborgen leven van bomen dat ik kortgeleden heb gekocht en aan het lezen ben, kwam ik ook een hoofdstukje tegen over Burnout.
En verrassend: dat gaat niet over mensen, maar over bomen die het in zich hebben om los van het bos op eigen houtje ergens willen opgroeien,ver van de moederboom.
Er zijn sommige van bomen die als een razende groeien – soms meer dan een meter per jaar, terwijl andere soorten maar een paar millimeter per jaar groter worden.
Treffend voorbeeld van die snelle groeiers zijn de berk en ook de ratelpopulier; in dat boek staat: “berken jakkeren door het leven en putten zichzelf uiteindelijk uit” , en net zo “een andere rusteloze geest..: de esp of ratelpolulier”, met zijn blaadjes die op elk klein zuchtje wind reageren, en die continue en snel groeien en tegelijk vechten tegen alles wat die groei bedreigt, wat een enorme hoeveelheid energie vraagt.
Met als gevolg dat de boom na zo’n dertig jaar uitgeput is, evenals de berk, want er is zoveel energie in hoger en groter worden en in de concurentiestrijd met anderen gaan zitten dat veel eerder dan bij andere bomen de laatste reserves uitgeput zijn.
Opvallend allemaal, ik dacht: die bomen zijn net mensen, maar wat doe je eraan?
Leerzaam is dat de meeste van die streber-stress bomen het op hun eentje moeten zien te redden, en dat bomen tussen anderen in een bos of park elkaar voeden en ook corrigeren – en minder hebben van dat competitie en concurrentie-gedrag.
Pionier zijn is prima, af en toe uit je comfortzone stappen en uitdagingen aangaan ook, maar zomaar is de balans zoek en kom je niet mee toe aan broodnodige rust.

Om terug te gaan naar ons mensen: ik heb niet een afdoend antwoord tegen stress en burnout, daarvoor zijn de situaties te verschillend en ook vaak te complex: de omstandigheden heb je vaak niet in de hand, je opvoeding speelt een rol, en wat in je genen en je karakter zit, en we leven in een tijd van veel sociale en financiële druk.
Je merkt dat het leven niet maakbaar is en je het niet altijd voor het kiezen hebt.
Maar vanuit ons bijbelgedeelte is geduld met jezelf en elkaar wel een goede start: het hoeft niet allemaal tegelijk en ineens, je hoeft ook niet de lat hoger te leggen of te laten leggen dan waar jij bij kunt – en daarvoor is nodig wat je erbij voelt serieus te nemen, goed naar je eigen lijf te luisteren, feedback te vragen van mensen in wie je vertrouwen hebt, en als het niet goed voelt, op tijd aan de bel te trekken – probeer erachter te komen waar jij goed in bent en investeer daarin, en accepteer ook dat je niet overal goed in bent en goed in hoeft te zijn, en: durf op tijd waar nodig nee te zeggen – en als het toch niet lukt, zoek als het kan op tijd, goede hulp – en heb ook dan geduld, want het kan en hoeft niet binnen een paar weken al weer beter te gaan.
Ja, en in de lijn van deze serie: maak als je kunt regelmatig een boswandeling of een fietstocht voor de natuur – werken in je eigen tuin als je die hebt – kan ook natuurlijk.
In dat bomenboek las ik ook: “bij de boswandelingen verbeterden de bloeddruk, de longcapaciteit en de elasticiteit van de aderen”- je komt ook tot rust in het bos, echt!
Steeds weer blijkt die eerste psalm actueel, over de boom die geworteld is en aan het water staat – en dan vruchten oplevert, op zijn tijd, als de boom eraan toe is.

Tuinman Jezus wacht op vruchten – Hij mag ze verwachten, Hij kan en wil vol geduld en liefde wachten, het is aan ons om Hem niet te laten wachten maar ons door Hem te laten bewerken – denk weer aan die woorden van Paulus om ons door de Geest te laten leiden – in de catechismus staat: laat de Heer door zijn Geest in je werken.
Kijk, en dat is wel werken, en dat kan ook betekenen in je eigen vlees (laten) snijden.
Paulus noemt dat onze eigen natuur met alle verkeerde hartstochten en begeerten aan het kruis laten slaan – en dat doet pijn, dat is afzien van…en vechten tegen…
Het is ook elkaar dienen in liefde en je naaste liefhebben als jezelf, zelfs je vijand.
In Gal. 6 wordt het positief ingevuld, ook met beelden uit de natuur: “wie op de akker
van zijn zondige natuur zaait, oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest
zaait, oogst het eeuwige leven. Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten” (Gal. 6: 8-10). Weer dus: geduldig doorgaan, in vertrouwen dat God groei en oogst geeft, en niet de Geest die werkt, tegenwerken.

Tot slot: als we zo door Gods Geest gevuld vruchten gaan opleveren, heeft dat tot verder om ons heen effect en groeikracht – zoals Jezus over die ranken aan de wijnstok zegt– dat is: over allen die aan Hem verbonden samen groeien en bloeien want zonder Hem lukt het niet, en op je eentje ook niet – een rank los van alles verdort en gaat eraan – Jezus zegt dat wie aan Hem verbonden blijft veel vrucht zal dragen – zoals een vruchtboom er niet alleen staat voor zichzelf maar bedoeld is om ook voor anderen nuttig te zijn . Denk maar weer aan die olijfboom en die vijgenboom en die wijnstok van vorige week die allemaal zeiden: ik wil graag vruchten opleveren voor de mensen en voor God, daar word ik ook zelf blij van, en voel ik me goed bij,
Dat mag ook onze uitdaging zijn: vruchtbaar zijn voor God en mensen, en zo ook onze eigen bestemming bereiken en tot zegen zijn. Dat geve God, door zijn Geest.
amen

Vraag: Lukt het jou om ook lastige gevoelens onder ogen te zien en die eventueel met anderen te delen?

Zingen: NLB 841: 1-4 ‘Wat zijn de goede vruchten die groeien aan de Geest’
Gebed
Collecte
Kinderlied: SchatRijk
Zingen: NLB 422: 1,3 ‘Laat de woorden die we hoorden’ (mel. LvdK 350)

Zegen – amen