Psalm 122: 8 en 1 Korintiërs 1: 4: Waar liefde woont is zegen (viering H. Avondmaal)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
‘Waar liefde woont is zegen’ – het thema voor deze dienst, en dan gaat het over
de liefde van God voor ons en over liefde voor elkaar – daarin ervaar je Gods zegen.
Want in de kerk gaat over God maar net zo goed over mensen: over u en jou en mij.
Vorige week in de middagdienst kwam dat langs, vauit de Bijbel, vanuit het verbond
dat God met mensen is aangegaan en met ons wil vieren, elke dag en elke zondag.
Juist ook als we avondmaal vieren wil de Heer dat samen met ons vieren, want wat
is een mooiere vorm van verbondenheid ervaren dan samen eten en drinken – daar
is de Bijbel vol van: offermaaltijden, Jezus die eet met zijn leerlingen en vrienden
en zelfs met tollenaars en andere onaangepaste lieden, en ook met Farizeeërs.
En na Pinksteren lezen we van de christenen dat ze met elkaar aan tafel zaten en
zo vierden dat ze door hun geloof in Jezus messias met elkaar verbonden waren.
Ja, en dat ook als er verschillen optreden en conflicten ontstaan – wat van alle tijden is – leren we van Jezus en de apostelen dat het erop aan komt elkaar niet te gaan veroordelen of meteen los te laten maar in gesprek te gaan en de eenheid die er is doordat je samen bij Jezus hoort en elkaars broers en zussen bent, te versterken.

Er valt in dat opzicht heel wat te leren van de Bijbel, zeker van de apostel Paulus.
Als je zijn brieven leest, merk je dat hij bijna altijd begint met God danken voor de gemeente aan wie de brief gericht is, en voor het werk dat God daar deed en doet.
Daar zijn de brieven aan de kerk van Korinte geen uitzondering op. dia 2
Terwijl dat toch een kerk was met veel problemen, conflicten, en kritiek op Paulus.
Maar we lazen net nog een bijna uitbundig begin van de brief aan juist die kerk:
“Ik dank mijn God altijd voor u, omdat Hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken. Door Hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en
al uw kennis bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is”….en dan
ook nog dat Heilige Geest de gemeenteleden “de zekerheid geeft dat hen geen
blaam zal treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus” ( 1 Kor. 1: 4-8). En dat
terwijl er van alles aan de hand was en mis was in die kerk, zo dat je misschien als
je er een poosje bij zou, gillend zou weglopen, of maar wat nieuws zou beginnen.

Maar niets van dat alles in het denken en schrijven van Paulus, maar juist door
heel de brief heen een sterke oproep om samen te werken en eensgezind te zijn.
Want met alle verschillen zijn ze samen lichaam van Christus, lees hoofdstuk 12.
En dan zijn verschillen niet bedreigend maar verrijkend, zoals alle ledematen van elkaar verschillen en samen het lichaam laten functioneren, als die niet elkaar tegenwerken maar ieder op eigen plek meewerken aan de groei van het lichaam.
Zoals we zongen over de gemeente als Gods gezin dat eensgezind wil leven -
wat niet wil zeggen: het over alles eens zijn of je bij alles goed voelen, of in alles
krijgen waar jij denkt behoefte aan te hebben, maar wel dat je samen van God
bent en bezig voor Hem, en betrokken op elkaar, met aandacht en zorg voor elkaar.
En daar gaat veel kracht van uit en dat kan mensen aantrekken, denk maar aan
dat lied dat we vorige zondag nog gezongen hebben over de kerk als herberg en
toevluchtsoord: ‘een plaats tegen neerslachtigheid, een pleister van barmhartigheid’.
dia 3
Juist daarom heb ik gekozen voor Psalm 122, die we gelezen en gezongen hebben.
En haal ik speciaal dat vers 8 naar voren waar het gaat over verwanten en vrienden,
en dat mag je opvatten als familie en vrienden maar ook als geestelijke familie, die we in de kerk -als in de Bijbel zelf – broeders en zusters, broers en zussen, noemen.
Paulus doet het zo in Ef. 2 als hij het heeft over vroegere heidenen die tot het nieuwe volk van God zijn gaan behoren toen ze tot geloof in Christus waren gekomen: “zo bent u geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers en huisgenoten van God”.
Huisgenoten van God, samen het gezin van Vader, en elkaars broers en zussen.
dia 4 lees ook 1 Petrus 1: 22 en 23
En dus zit je in de kerk voor God en om je band met God en je geloof te beleven en te versterken, maar zit je er ook samen, en ben je in een gezin geplaatst, ben je ook
verantwoordelijk voor die anderen, je broers en zussen, samen met hun grotere en
kleinere kinderen, neem je elkaar serieus en leef je mee met elkaars wel en wee,hoor
Paulus: “jullie moeten altijd met elkaar meeleven, in vreugde en in verdriet”(Rom.12:15)

Psalm 122 is een feestelijk lied, een lied van verlangen naar Gods stad en tempel.
Het lied werd gezongen door pelgrims onderweg : ze hadden er echt zin in: “Wat was ik blij toen mij een stem uitbundig riep om mee te gaan. Huis van de Heer, ik kom eraan, ik sta al klaar, Jeruzalem. Vol vrolijkheid ga ik op pad” (Nieuwe Psalmberijming)
Onderweg begon het al: samen met familie en vrienden naar de plek waar je God kon ontmoeten, waar de stammen samenkwamen om de HEER te prijzen,en waar recht werd gedaan en conflicten opgelost – ook de stad waar de koning rechtsprak.
Ja maar ook: je kwam oude bekenden weer tegen die misschien wel aan de andere
kant van het land woonden en die de rest van het jaar niet zag,familieleden, vrienden
met wie je samen op reisde of die je in de stad zelf weer na een hele tijd ontmoette -
een feest van herkenning, een reünie, een samen optrekken, bijpraten, bemoedigen.
Wat zal het b.v. voor Elkana en Hanna een feest zijn geweest hun zoon Samuël te
zien die als jongen al was gaan wonen en werken in het heiligdom- toen nog in Silo.
Toen heel veel later Jezus op zijn twaalfde was achtergebleven in de tempel,viel dat eerst niet op want zijn ouders dachten dat hij meeliep met familie en vrienden, dia 5.
Zo zal dat vaak gegaan zijn, het was een massale toogdag, iets als een landelijke kerkedag zoals wij vroeger ook hadden: de Schooldag in Kampen of de DVN-dag.
Voor jullie misschien aansprekender: samen naar de EO-jongerendag of Opwekking.
En in onze tijd zijn er pelgrimsreizen zoals naar Santioga de Compostella waar ook
onderweg veel ontmoeting is en nieuwe mensen leren kennen, en samen opreizen.
Zoiets zal ook dat massale reizen naar Jeruzalem geweest zijn, op de grote feesten.
Je vierde dat je bij elkaar hoorde, en samen bij God, daar keek je naar uit: “huis van de HEER, ik kom eraan, ik sta al klaar, Jeruzalem, vol vrolijkheid ga ik op pad”.dia 6
Of het daarom ook belangrijk was, voor heel het volk, dat het in die centrale plek goed ging, dat daar rust was en harmonie: vraag om vrede -sjaloom -voor Jeruzalem!
Ja, want daar was heel het land en heel het volk bij gebaat, weer een heel jaar lang.
Vrede, sjaloom, dat is alles wat goed is: welzijn, rust, onderlinge harmonie, blijheid.
Ja, en dat natuurlijk allereerst omdat God in die stad woont, en doordat God daar
zijn tempel heeft, als plek bij uitstek waar door de offers geschonden relaties worden hersteld: tussen God en de offeraar, God en zijn volk, en tussen mensen onderling.
dia 7
Hoor Ps. 133: “Daar zorgt Hij zelf voor rust en veiligheid, het goede leven voor altijd”.
Maar ook, en als gevolg daarvan is daar ook “Gods gezin dat eensgezind wil leven”.
En de pelgrim voelt zich verbonden met zijn landgenoten en geloofsgenoten en misschien ook wel familieleden die in Jeruzalem wonen en die daar blijven als de pelgrim weer op reis gaat naar zijn stad of dorp ergens in het Joodse land, en hij
draagt hen op aan God: “Het is voor elk familielid en voor mijn vrienden dat ik bid:
om voorspoed, veiligheid en vrede – maar om Gods huis is het vooral dat ik het
goede zoeken zal voor jou, de mooiste van de steden” (Nieuwe Psalmberijming).

Neem, bij alle verschil tussen toen en nu, dat gegeven mee van verbondenheid
met wie samen met jou een huisgezin van God zijn: je broers en zussen, mede-
kerkleden aan wie je door geloof verbonden bent en voor wie je verantwoordelijk
bent en een taak hebt en met wie je je geloof kunt delen maar ook de mooie en
de moeilijke dingen van het leven, met wie je kunt praten en lachen en huilen.
Helemaal waar dat in Jeruzalem God woonde en dat het in de kerk om God gaat
maar God wilde toen en wil zeker vandaag bij mensen wonen en met ons omgaan.

Juist het samen avondmaal vieren onderstreept dat: als gezin vier je dat je aan
Christus verbonden ook aan elkaar verbonden bent en er voor elkaar wilt zijn: op blije momenten en ook en juist als het moeilijk is – dan help je elkaar, en wil je er zijn voor elkaar – want gedeelde vreugd is dubbele vreugd en gedeelde smart is halve smart.
Ja, en we leven midden in de wereld met verlossende woorden en met Gods liefde en dan is goed erover na te denken en eraan te werken hoe we voor anderen die nog buiten staan aantrekkelijk kunnen zijn omdat ze merken dat ook deze kerk een gastenhuis is voor jong en oud, waar liefde woont en de Heer zijn zegen geeft.

dia 8 even op je in laten werken wat allemaal mogelijk is in Gods gezin

Waarbij ook anderen in beeld zijn met wie je je verbonden voelt en met wie we al
veel samen doen – zoals Paulus als hij oproept tot eensgezindheid en bevorderen van vrede m en dan de eigen plaatselijke kerk op het oog heeft waaraan hij zijn brief schrijft en dan ook andere gelovigen, lees maar 1 Kor. 1: 2: “aan de gemeente van God in Korinte, geheiligd door Christus Jezus, aan hen die zijn geroepen om zijn heiligen te zijn, en aan allen die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, waar dan ook..”. Want als je leeft vanuit Gods liefde en het verwacht van zijn zegen,
zul ervaren dat je dan Gods zegen mag ervaren en dat anderen daarvan profiteren.
Zoals ik ergens las: : “Waar Christus woont en waar mensen trouw aan Christus zijn, woont liefde. En waar liefde woont, is zegen”. dia 9

amen

liturgie dienst van Schrift en tafel zondag 17 januari 2016

votum en groet
zingen: Ps. 122: 1,2
Gods leefregels
zingen: Ps. 109: 1,9
gebed om verlichting met Gods Geest
Schriftlezing: Psalm 122 en 1 Kor. 1: 1-10
zingen: Ps. 133: 1,2 Levensliederen

1. Kom, kijk eens naar dit heerlijke gegeven,
naar Gods gezin dat eensgezind wil leven,
als eenheid die veel goeds belooft!
’t Is als de olie op Aärons hoofd,
die neerdruipt op zijn baard en bovenkleed,
waarin hij dienst als priester deed.

2. Ook is het als de dauw hoog op de Hermon,
die neerdaalt op de hellingen van Sion.
Daar valt de zachte regen neer:
het is de zachte zegen van de HEER.
Daar zorgt hij zelf voor rust en veiligheid:
het goede leven voor altijd.

verkondiging: Psalm 122: 8 en 1 Kor. 1: 4 ‘Waar liefde woont is zegen’
zingen: Ps. 122: 3 Nieuwe Psalmberijming

3. Bid dat de HEER zijn vrede geeft,
Jeruzalem van rust geniet
en dat haar muur bescherming biedt,
zodat de stad in welvaart leeft.
Het is om elk familielid
dat ik voor deze Godsstad bid,
de mooiste stad van alle steden.
Maar om Gods huis is het vooral
dat ik voor Sion bidden zal
om voorspoed, veiligheid en vrede

gebed
collecte
zingen: Ps. 22: 12,13
avondmaalsformulier IV
1e tafel gebed – opwekking -zingen: Gz. 141: 1 Dankt, dankt nu allen God
2e tafel lezing: – zingen: Gz. 141: 2
3e tafel dankzegging / – zingen: Gz. 141: 3
slotzang: Zingend Geloven 2-111: 3 – mel. Gz. 141

3. Wij danken U, o God,
voor wat U hebt gegeven.
Wij zijn nu met elkaar
verbonden voor het leven.
Met grote dankbaarheid
aanvaarden wij elkaar.
Help ons te allen tijd;
maak uw beloften waar

zegen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>