Lucas 1: 39-56: Liefdevol aangeraakt – Maria en Elisabet geloven samen (3e adventszondag)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
We gaan weer kerstfeest vieren, in een ondanks problemen welvarend land.
Als mensen bezig zijn met hun inkopen en andere voorbereidingen, lijkt de
barre boze buitenwereld even ver weg, van oorlog, vluchtelingen, aanslagen.
En kerst is elk jaar als even een eiland van vrede op aarde, zorg voor anderen,
licht en warmte, lekker eten, gezelligheid, en natuurlijk mooie kerstverhalen.
Ik bedoel dan niet het kerstverhaal uit de Bijbel – dat natuurlijk ook – maar al
die verhalen over wat eerst mis gaat en dan vlak voor kerst weer goed komt:
een kind dat verdwaalt en op tijd gevonden wordt, een familieruzie die wordt
bijgelegd, een zwerver die mag aanschuiven aan een heerlijk kerstdiner…..
verhalen die hoe spannend ook vaak te mooi en te toevallig zijn om waar te zijn.

Ik las: “De wereld van de kerstverhalen is als de witte wereld van de kerstkaarten:
er klopt iets niet. Het echte verhaal wordt niet verteld. Het verhaal van de druilerige regen die op de eerste kerstdag valt. Het verhaal van de vrouw die op kerstavond de isoleercel ingaat. Het verhaal van de ‘hel’ in huis in plaats van de vrede op aarde….
Het verhaal van pijn om de vergankelijkheid van alle dingen. Het verhaal van mensen in de diepte.” Deze zinnen werden ruim twintig jaar geleden geschreven, en het is er
niet beter op geworden. Je kan er heel wat verhalen aan toevoegen die niet lijken te
passen bij die wereld van gezellige en vreedzame/vreetzame kerstdagen: de wereld
van IS, de wereld van Parijs en Brussel, van dagelijkse schietincidenten in de VS en gewelddadige aanslagen wereldwijd, de wereld van troosteloze vluchtelingenkampen en duizenden bootvluchtelingen, de wereld van voedselbanken en kinderen onder armoedegrens ook in Nederland, en van de eenzaamheid achter veel huisdeuren ook in Langedijk en Heerhugowaard, de wereld van mensen in de gevangenis,de wereld van huiselijk en seksueel geweld, de wereld van werklozen en kansarmen…
Wat kun je in zo’n wereld met het verhaal van kerstfeest, met het verhaal van Jezus?

We zijn vanmorgen deze dienst begonnen met het zingen van Psalm 113, dat lied van God die hoog troont maar omkijkt naar mensen op aarde, mensen in de diepte.
Het kerstverhaal dat de Bijbel vertelt gaat niet over glitter en glamour, over de kitsch
van een schijnvrede en een even-aardig-zijn-voor-elkaar, over een boom vol lichtjes,
maar over God die zich diep neerbuigt over mensen in de put en diep in de ellende,
over Gods zoon die zelf een mens wilde worden om te redden wie verloren waren.
Psalm 113 zingt over die God: “Zwervers trekt Hij uit het vuil omhoog. Hij haalt hen
weg uit hun ellende, en laat hen wonen bij de rijken. Vrouwen zonder kinderen maakt Hij moeder van een groot gezin. Dan is er vreugde in hun huis”. Elisabet was blij dat de mensen haar niet meer zouden verwachten, Maria zong over God die een heel gewoon meisje als zij was uitkoos; die heersers van hun tronen stoot en wie gering is aanzien geeft -dat is God ten voeten uit -en dat is goed nieuws ook voor onze wereld waarin het lijkt te draaien om geld en geweld,status, grote monden en slimme trucjes, terwijl wie kwetsbaar zijn en het alleen niet redden,kinderen van de rekening worden.
dia 2
De Bijbel is er vol van dat God zich bekommert om wie kwetsbaar zijn en wie geen helper hebben, dat Hij kiest – lees Paulus – voor wat in de ogen van de wereld dwaas is om de wijzen te beschamen; voor wie naar de maatstaven van deze wereld zwak
zijn en niet in tel zijn, om wie zich groot en sterk maken, met lege handen en een mond vol tanden te laten staan – De Bijbel is duidelijk: God vernedert en verhoogt.
Jesaja had het ook al over de hoge en verheven God die over zichzelf zegt: “In hoogheid en heiligheid zal Ik tronen met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, opdat het verslagen hart tot leven komt.” (Jesaja 57: 15). Dat is het kerstverhaal
dat niet te mooi is om waar te zijn maar dat werkelijk mooi is omdat God het heeft
waar gemaakt – voor wie dat durft geloven wordt waar, wat net als ik dit neerschrijft
via internet op mij af komt over kerst: ‘it’s the most wonderful time of the year’ dia 3 Neem dat mee als we meeluisteren met wat Elisabet en Maria zeggen en zingen.

dia 4 Maria en Elisabet geloven samen
1. Elisabet feliciteert Maria (39-45)
2. Maria eert God (46-55)
3. samen in verwachting (56)
—————————————
dia 5 1. Elisabet feliciteert Maria (39-45)

Het staat er heel kort maar er zit een hele wereld achter: “kort daarop reisde
Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda” – naar Elisabet.
Letterlijk staat er: ze stond op en ging zo snel mogelijk op reis – je krijgt de indruk
dat ze geen tijd wilde verliezen om haar grote geheim met Elisabet te delen.
Dat zal vast ook te maken hebben met de verwarring waarin ze terecht gekomen
was, dat ze door dat bijzondere bericht helemaal door elkaar geschud zal zijn.
Het lijkt erop dat ze pas later, na terugkomst bij Zacharias en Elisabet vandaan,
het nieuws aan Jozef verteld heeft – zijn reactie is terug te lezen in Matteüs 1.
Iemand schrijft: “In Nazaret zou ze haar eer en goede naam verliezen. De verhouding met Jozef kwam onder spanning te staan. Maria moet sterk met de mogelijkheid rekening gehouden hebben dat zij Jozef zou kwijtraken, zoals Jozef echt van plan is geweest Maria te verlaten (Mat. 1: 19)”. Veel onzekerheid dus.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik er tot nu toe meestal overheen heb gelezen dat Maria maar liefst drie maanden bij Zacharias en Elisabet gelogeerd heeft – ver weg van Nazaret en ook ver weg bij Jozef – en dat ze in die tijd zwanger geworden is – zou dat ook niet zijn om in alle rust te verwerken wat ze had gehoord – samen met Elisabet?
En om zo straks terug te gaan naar Nazaret, bemoedigd in geloof en vol verwachting.

En dan, als ze eindelijk na een lange reis, aankomt bij de familie, wat een ontvangst!
Heel bijzonder wat de reactie op haar begroeting is, als ze nog maar net binnen is.
Bedenk wel dat je toen niet, zoals nu, een visite of een logeeerpartij kon afspreken
via de telefoon of andere sociale media: hé, is het goed als ik dan en dan langskom, en mag dan ook een poosje bij jullie logeren?
Ik denk dat Maria op reis is gegaan in het vertrouwen dat ze welkom zou zijn -voor familie en vrienden ben je gastvrij, toch?
Maar als Maria dan het huis binnenstapt en Elisabet en Zacharias begroet, blijkt uit de reactie van Elisabet dat haar komst verwacht werd en dat Elisabet aanvoelt dat Maria ook heel bijzondere dingen heeft meegemaakt en komt vertellen – ik vermoed
dat de engel Gabriël al in de tempel meer aan Zacharias heeft verteld dan die paar zinnen die in de Bijbel voor ons bewaard zijn gebleven – via de herinnering van Maria
en haar gesprekken met bijbelschrijver Lucas – in elk geval: Elisabet wist van wat God had laten vertellen aan Maria en van plan was te gaan doen aan en via Maria.

Het blijft heel bijzonder wat wordt verteld: dat Elisabet “werd vervuld met de Heilige
Geest”, en dat ze het plotseling bewegen van het kind dat ze droeg uitlegde als teken
dat dat kind als het ware huppelde van blijdschap toen het Maria’s groet hoorde.
Hun kind over wie de engel in de tempel tegen de aanstaande vader had gezegd dat
hij al voor zijn geboorte vol zou zijn van Gods Geest, en dat hij als bode voor de Heer uit zou gaan – Elisabet voelt het nu al gebeuren. Hoe bijzonder allemaal vandaag!

En haar reactie is het ook: “de meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot, wie ben ik dat de moeder van mijn Heer bij mij komt?”- en dat zegt een vrouw die zo gezegend is met toch nog deze zwangerschap,
en met de belofte van een zoon die zo belangrijk zal zijn in de dienst aan de Heer -
maar Elisabet kent haar plek – jij draagt mijn Heer, ik erken jou als mijn meerdere -
zoals Johannes later zijn plek zal kennen als Jezus in beeld komt (Joh.3:30): Hij is
de bruidegom, ik de vriend van de bruidegom, “Hij moet groter worden en ik kleiner”.

Dat Elisabet op een zo bijzondere manier Maria feliciteerde, was voor Maria een
extra bemoediging en versterking van haar geloof dat wat de engel tegen haar had
gezegd echt waar was en echt zou gaan gebeuren – samen geloven maakt sterker!
Ja, en wat Elisabet mocht zeggen is ook een boodschap voor ons en een felicitatie
voor mensen om haar heen en later: “Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan”. Dat geldt Maria, maar ook elke vrouw – en
elke man die gelooft wat God belooft en die daar hoop en moed en kracht uit put.

Wat zal er op dat moment door Zacharias heen zijn gegaan, die nog steeds met
stomheid was geslagen en het moest hebben van een kleitabletje om mee te krijgen wat zijn vrouw en Maria te bespreken hadden en waar ze samen blij over waren?
Tegen hem was gezegd: “omdat je geen geloof gehecht hebt aan mijn woorden,
die op de bestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot op de dag waarop dit alles zal gebeuren” – en elke dag stapelden de bewijzen zich op van de waarheid ervan: zijn eigen vrouw in verwachting, en nu
Maria met haar grote nieuws – gelukkig wie gelooft dat God doet wat Hij belooft.

Beschamend voor Zacharias, tegelijk hoopgevend: want de dag waarop alles is
gebeurd wat God heeft beloofd zal komen, en dan maakt God zelf zijn tong los!
Een opsteker ook voor ons vandaag, als lijkt dat wat God beloofd en wij mogen geloven haaks staat op wat om ons heen en vaak ook in eigen leven gebeurt:
geloof maar dat wat bij mensen onmogelijk lijkt, mogelijk is bij God, houd vol!

dia 6 2. Maria eert God (46-55)

Het is wel een beurtzang genoemd: Elisabet’s gelukwensen en Maria’s lofzang.
In elk geval vullen die twee elkaar prachtig aan en samen brengen ze God eer.
Wel met elk een eigen accent, waarbij Elisabet met respect Maria aanwijst als
door God bijzonder gezegende vrouw en zelfs ‘de moeder van mijn Heer’ , en
als reactie Maria van zichzelf afwijst en doorverwijst naar God: Hem alle eer:
“mijn ziel looft en prijst de Heer….Hij heeft oog voor mij, zijn minste dienares”.
Het sluit helemaal aan op wat ze had gezegd toen ze, nog thuis in Nazaret, van
de engel van God te horen had gekregen dat ze moeder zou worden van wie
zoon van God is: “de Heer wil ik dienen”; letterlijk: zie, de dienares van de Heer’.

Er is vaak betwijfeld of dit lied wel echt door Maria is gezegd en is gezongen.
Want past zo’n lied wel bij de omstandigheden waarin ze terechtgekomen is,
en hoe komt zo’n eenvoudig meisje van zo’n 15 jaar aan zulke dichterlijke taal?
Nou is waar dat Lucas pas heel veel jaren later dit heeft opgeschreven, en het
waarschijnlijk van Maria zelf heeft gehoord die daarbij putte uit haar herinnering.
In 1: 2 vertelt Lucas dat hij ooggetuigen heeft geraadpleegd van de gebeurtenissen waarover hij schrijft, en in 2: 19 staat dat Maria in haar hart bewaarde wat tegen
haar was gezegd en dat ze erover bleef nadenken.
Het kan heel goed zijn dat wat ze als jong meisje gedacht en gezegd heeft later aangevuld en verrijkt is.
Maar in de kern zal het neerkomen op wat we als lofzang van Maria kennen
en haar – meestal in de adventstijd en rond de kerstdagen – nog altijd nazingen.
Er wordt ook verondersteld dat ze daarbij teruggreep op bestaande liedteksten.
In elk geval herkennen we flarden van psalmen en uitspraken van profeten, en
daarin leren we Maria kennen als een vrouw die haar Bijbel kende en – vol van
de Heilige Geest – zo haar dankbaarheid uitte en haar God alle eer wilde geven.

Ja, en die eer zingt ze God niet alleen toe om wat God voor en met haar deed.
Dat zeker ook en eerst: “grote dingen heeft de machtige voor mij gedaan”.
Maar Maria heeft goed onthouden en op zich in laten werken wat die engel die
haar heeft opgezocht heeft gezegd over het kind dat zij ter wereld zal brengen:
“God zal hem de troon van zijn vader David geven en Hij zal voor altijd koning
zijn over het volk van Jakob en aan zijn koningschap zal geen einde komen.”

Maar meteen erna en erover heen: “barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht,
voor al wie Hem vereert” – dat gaat zelfs uit buiten Israël, dat wordt wereldwijd.
Al begint het bij Gods oude volk – Israël zijn dienaar, Abraham en zijn nageslacht -
met kerst komt de wereld in beeld: vrede op aarde – God heeft in de mens behagen – want zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn enige zoon heeft gegeven opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”(Joh. 3:16)

Kijk, en dan gaat Maria veel meer in de diepte dan heel veel latere kerstverhalen.
Ze zingt niet van een kitscherige ongerepte witte wereld – die sowieso niet slaat op
het land waar het allemaal is gebeurd – maar van een barre gewelddadige wereld
met harde heersers en kwetsbaren die wreed onderdrukt worden, met schatrijken
die zwemmen in hun geld en straatarmen met honger in hun lijf en geen dak boven hun hoofd, van mensen die zich onaantastbaar wanen met wapens en een grote mond en mensen naar wie niemand omkijkt en die niet in tel zijn- je hoort de echo van de oude profetie van Jesaja over een volk in diepe duisternis, een stok en een zweep, dreunende laarzen en soldatenjassen waar bloed aan kleeft – Jesaja 9.

Ja maar vooral, het licht dat Jesaja vanuit de verte zal aan het eind van een lange tunnel, gaat nu echt doorbreken: zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen…het juk en de stok en de zweep worden vernietigd, die stampende laarzen en die bebloede soldatenmantels gaan in vlammen op – want. een kind is
ons geboren, een zoon is ons gegeven, de heerschappij rust op zijn schouder .

Maria mag de moeder worden van die zoon: God zal jouw zoon de troon van David geven,en hij zal koning zijn over het volk van Jakob en Hij zal voor altijd koning zijn.
Daarom kan Maria verder kijken en mag ze doorzingen over een einde aan de
onderdrukking door wie zich sterk en oppermachtig wanen, aan de uitbuiting van
armen door rijken, aan zoveel oorlog en geweld, vernieling en verwoesting:
“zijn arm verstoot met kracht de groten uit hun macht, de vorsten van hun tronen,
maar Hij maakt kleinen groot en zal met overvloed de hongerigen lonen”.

Nou, prachtig hoor, echt een kerstlied, een kerklied, meer droom dan werkelijkheid.
De vraag waar we mee begonnen, komt met des te meer kracht en twijfel terug:
Wat kun je in deze wereld met het verhaal van kerst, met het verhaal van Jezus?
En zeg er maar bij: wat kun je in zo’n wereld met dat lied van Maria – te mooi toch?
Het heeft ermee te maken dat wij kerst vaak zo opleuken met romantiek en sfeer.
In werkelijkheid was het allemaal heel heftig en rauw en maakt God zich kwetsbaar als een baby in de moederschoot en straks in een voerbak midden tussen beesten.
Echte beesten, en mensen die maar al te vaak als beesten te keer gaan.

Juist afgelopen week las ik in Visie een artikel van Gert v.d. Vijver, bekend als de
‘Zandtovenaar’ – hij schrijft over het kerstgebeuren dat het in essentie heel heftig is:
“God geeft zijn Zoon uit handen, en vertrouwt die toe aan een tienermeisje, dat zich doodschaamt omdat ze ongetrouwd zwanger is. Zo kwetsbaar. De Schepper wordt
een embryo. Almacht wordt breekbaar, de Eeuwige tastbaar. God wordt groots in
kwetsbaarheid. En al direct moet Jezus zich verstoppen voor Herodes. Jezus als
vluchteling. Wat een drama zit daarin; wie verzint zoiets”. Tot zover dat citaat.

Meteen al in het begin zien we wat we zongen: de hoge God die zich neerbuigt tot
in onze diepste ellende en armoede, pijn en wanhoop, om ons daaruit op te trekken.
En om juist zo de poten onder de tronen van wie zelf machtig en onaantastbaar
denken te zijn, weg te trekken – en waar zijn ze allemaal gebleven, die tirannen,
die vechtersbazen, die geldwolven – waar loopt het op uit met wie dat vandaag zijn?
Zie je er niets steeds al iets van dat liefde wint van haat, dat hoogmoed voor de
val komt, en dat als je met God en uit de liefde van Jezus leeft, Hij dan je in zijn
liefde zal bewaren en in de dood je leven zal sparen – zijn rijk heeft geen einde!
Totdat de wereld echt nieuw wordt, een wereld waar recht is en vrede zal wonen.

Ja, en nu al ga je daar iets van zien als je als Jezus kwetsbaar durft zijn, als je
de ander belangrijker vindt dan jezelf, als je van je eigen troon wilt afkomen om niet
boven de ander te staan maar ernaast, en zo al iets in praktijk brengt van het rijk
dat Jezus kwam brengen en waarin Hij de troon kreeg via die voerbak en dat kruis.
Ik las: God “kijkt om naar mensen die zich niet te groot voelen om zich klein te
maken voor Hem” – en als je samen je klein weet, ervaar je hoe groot Gods liefde is.
Dan is het kerstverhaal niet te mooi om waar te zijn, maar waar en daarom zo mooi.

dia 7 3. samen in verwachting (56)

Lees er maar niet overheen, zoals ik tot nu toe te vaak deed, over wat Lucas haast terloops in zijn verhaal meeneemt dat Maria maar liefst drie maanden bleef logeren
bij Zacharias en Elisabet, tot waarschijnlijk vlak voor de geboorte van Johannes.
Samen in verwachting: Elisabet de laatste loodjes, en Maria de eerste maanden.
Ze zullen heel wat afgepraat hebben, met Zacharias als zwijgende derde…..tijd
om wat ze gehoord hadden en meegemaakt, ter verwerken, in blijde verwachting.

Daarna kwam voor Elisabet de bevalling en de geboorte van Johannes, en voor
Zacharias de dag dat hij weer horen en praten kon en zijn loflied zingen – Maria
wachtte terug in Nazaret de verdenking: waar was ze geweest die drie maanden
en wat was er gebeurd – totdat Gods engel Jozef uitleg gaf en hem bemoedigde.
Steeds weer blijkt waar te zijn: gelukkig die gelooft wat God heeft beloofd – wat
ook wij maar steeds moeten vasthouden en waarmee we elkaar bemoedigen
mogen: ook die belofte dat Jezus terugkomt om zijn werk voorgoed af te maken
gaat volle werkelijkheid worden – “heilig is zijn naam, Hij zal zijn trouw bewijzen”.
Laten we dat blijven geloven en daarnaar uitkijken en door Gods liefde leven.
Samen in verwachting!

amen dia 8

liturgie morgendienst
votum en groet
zingen: Ps. 113: 1,2,3
wet van de HEER
zingen: Lied 169: 1,2,4,6
gebed
Schriftlezing. Lucas 1: 39-56
zingen: NLB 157a: 1,2,3,4
verkondiging
zingen: NLB 441: 1,3,5,9,10
gebed
collecte
zingen: Ps. 72: 1,9
zegen
amen: Ps. 72: 10

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>