2 Korintiërs 4: 7: Wie is geschikt voor deze taak? (bevestiging ambtsdragers)

Beste Frans en Sjoerd, andere broers en zussen, gemeente van Christus,

dia 1

Wie is geschikt voor deze taak?

Je vraagt je dat misschien wel af of hebt jezelf dat afgevraagd de laatste weken: ben ik daar wel geschikt voor, om mee leiding te geven aan deze gemeente, om mensen op te zoeken die het moeilijk hebben of kritiek hebben of niet zo meeleven, of waar zorgen zijn over werkloosheid, tekorten, schulden, of langdurige ziekte….

Ja en dan ouderling of diaken zijn in een gemeente waar niet de neuzen altijd dezelfde kant op staan en je misschien zelf ook wel zo je vragen en zorgen hebt. Voor het eerst sinds jaren kon er ook niet worden gekozen uit meer kandidaten en wat zegt dat over de gemeente en heb ik dan wel het volledige vertrouwen…? En dan is er nog je werk en je gezinssituatie… Nou, een heleboel mitsen en maren op een rijtje,  en ik ben vast niet volledig. Wie is geschikt voor deze taak….ben ik dat wel….zijn deze twee mannen dat?

Stel dat we een kandidaat gehad zouden hebben van het niveau van een Paulus. Een man met jarenlange ervaring, een complete theologische opleiding, een man die al een hele serie kerken had gesticht en de halve wereld had afgereisd – nou, dan hoef je geen moment na te denken over de vraag van de geschiktheid: als er eentje geschikt is, dan hij wel, daar hoef je geen avond over te vergaderen en de man zelf zal ook wel meteen ja zeggen want dat is nou precies zijn ding., zijn levenswerk.

Toch, als je hem zelf hoort en over hem leest, b.v. in deze brief, is het toch een heel ander verhaal, en komt die vraag van zonet bij deze Paulus vandaan, als hij eerst een en ander heeft neergeschreven over de taak die op zijn schouders rust en waar hij erg zwaar aan blijkt te tillen: “wie is geschikt voor deze taak?”

Waarna het antwoord niet is een zelfverzekerd: nou ik wel, dat weten jullie toch? Nee, in heel deze brief, en ook in andere brieven, gaat het over eigen zwakheid en ongeschiktheid als-het-van-jezelf moet komen, over wie-ben-ik-dat- ik-dit-doen mag

Dit – de taak die Paulus had – is de boodschap van Jezus doorgeven en op basis daarvan kerken stichten en de kerken die er al waren begeleiden en stimuleren. Wat een pittige opdracht was, met veel tegenwerking van buitenaf en van binnenuit. In de verzen na onze tekst doet de apostel er een boekje over open en dan vallen woorden als van alle kanten belaagd worden, aan het twijfelen gebracht worden, vervolgd worden, zelfs: aan de dood prijsgegeven worden – allemaal heel heftig.

Ja, en van binnenuit, zoals vanuit die kerk in Korinte, kwam een hele bak kritiek over hem heen als was hij onbetrouwbaar, een man die zich niet aan zijn afspraken hield, en ook een slechte spreker en als het erop aan kwam aarzelend en onzeker.

Het valt op dat als Paulus zich verdedigt tegen die aantijgingen, hij niet eens stevig zichzelf neerzet en voor zichzelf opkomt, maar juist toegeeft dat hij inderdaad zwak is als mens met allerlei beperkingen, maar dan dat nou net de kracht van een christen is en van een knecht van Jezus, voil van de Geest van God: “niet dat wij uit onszelf zo bekwaam zijn dat we dit als onze eigen werk beschouwen, onze bekwaamheid danken we aan God. Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen” (2 Kor. 3: 5-6); en even verder lezen we. “Het nieuws dat ik vertel, gaat niet over mijzelf, maar over Jezus Christus. Ik vertel dat hij onze Heer is. En dat ik jullie dienaar ben, omdat ik Jezus dien”.

Kijk, en als Paulus dat al schrijft – regelrecht geroepen door de Heer zelf – mogen jullie en wij allemaal dat nazeggen: ik dien Jezus, en wil zo in de gemeente dienen.

Dan gaan we ook dat beeld snappen uit onze tekst over die schat en over die kruik.

 dia 2  Wie is geschikt voor deze taak?

1. een kostbare schat

2. in een breekbare kruik

3. heeft een enorme kracht

dia 3   1. een kostbare schat

   “Wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat“, zo vertaalt de NBV. Die beeldspraak is uit het leven gegrepen, verwijst naar wat toen en later gebeurde. N.l. dat mensen iets heel kostbaars, b.v. een hele verzameling munten, verstopten in een stenen pot en die pot dan ergens onder de grond stopten om te voorkomen dat dieven of rondtrekkende roversbenden jou je geld afhandig zouden maken. Zo’n pot is zoiets als vroeger die ouwe sok waarin mensen geldstukken wegstopten.

De bedoeling was natuurlijk om als het gevaar voorbij was, de pot weer op te graven. Soms gebeurde dat niet: omdat de eigenaar moest vluchten of werd meegenomen of erger: een kopje kleiner gemaakt was – en die pot met geld bleef liggen waar hij lag. Totdat heel veel jaren later of zelfs eeuwen later iemand bij opgravingen of bij het ploegen op zijn akkertje of bij bouwen van een nieuwe wijk ineens een schat vond. Zoals vorig jaar in den Haag bij het aanleggen van een weg een pot zilveren munten opgegraven werd uit de Romeinse tijd, uit de tijd van keizer Nero en zijn opvolgers, rond 70 na Chr., dus precies uit de tijd van apostel Paulus.

Je ziet dat de kruik waarin de munten zaten, beschadigd is, maar de munten zien er nog puntgaaf uit, en herkenbaar, en natuurlijk zeldzaam en best veel waard. Een kostbare schat in een aarden pot – dat beeld past Paulus toe op zichzelf. Wat die schat is waar hij het over heeft, is niet zo moeilijk te raden, en de Bijbel in Gewone Taal zegt het er maar meteen bij: dat is het goede nieuws van Jezus, de boodschap van redding en vergeving, en nieuwe leven in Gods koninkrijk.

Jezus zelf heeft dat beeld er ook voor gebruikt, in een korte gelijkenis (Matt.13:44): “Gods nieuwe wereld lijkt op een schat die verstopt is in de grond. Op een dag vindt een man die schat. Hij is heel blij. Toch verstopt hij de schat weer in de grond. Dan verkoopt hij alles wat hij heeft. En van het geld koopt hij het stuk land waar de schat verstopt is”.De boodschap is duidelijk: die schat is veel meer waar dan de hele akker. Jezus zegt in de bergrede: verzamel je geen schatten op aarde maar in de hemel want aardse rijkdom zal verdwijnen, maar de schat van God raak je nooit kwijt.

Nou, en die schat vertrouwt God toe aan mensen, om te delen en uit te delen. Paulus en zijn collega’s gingen ermee de wereld rond, en deelden de rijkdom uit dat er redding en vergeving is en eeuwig leven voor wie zich toevertrouwt aan Jezus en ervoor kiest zijn weg te lopen, zijn leven te leven, en door Hem kind van God te zijn. We hoorden het hem zeggen: ik prijs mezelf niet aan maar Jezus Christus als Heer.

Dat mag je ook toepassen op jezelf vandaag, als dominee, als ouderling of diaken, als volgeling van Jezus in het algemeen: het gaat niet om mijzelf, maar om Jezus – en ook dat je de ander wilt dienen om samen de Heer te volgen en elkaar te helpen.

Ja, en dan is wel belangrijk dat we erop letten wat hier over die schat verteld wordt. Paulus schrijft dat die schat bewaard wordt in mensen, als in breekbare kruiken. Die schat ligt dus niet op een boekenplank of zit in mijn binnenzak: b.v. de bijbel. Is ook niet een het hoofd geleerd verhaal dat je op een huisbezoek kunt spuien. Of wat bijbelteksten of regels die mensen moeten naleven en die je hen voorhoudt.

Nee, het gaat om wat voor jouzelf kostbaar is, wat je je eigen hebt gemaakt en wat je praten en je doen en laten, je hele houding stempelt, en wat van je afstraalt. In het vers ervoor gaat het over licht in het donker en dat is Jezus als het licht voor de wereld en Paulus zegt dan dat God dat licht ook in hem heeft laten schijnen:de glans van God zelf: “de kennis van zijn luister die afstraalt van het gezicht van Jezus.

In dat licht mag je als volgeling van Jezus leven en dat licht mag je aan anderen doorgeven, zoals in de Bergrede staat: “zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel”.

Bijzonder dat God zijn licht in u en jou en mij aansteekt en door ons wil verspreiden. Zijn licht, dat is zijn liefde en zijn genade waardoor wat donker en kil was, licht wordt en een bron van warmte en licht – zodat wie in de buurt komt er ook warm van wordt en weer lichtpuntjes ziet, en je in alle verwarring of verdriet of teleurstelling of kritiek houvast kunt geven en richting kunt wijzen, met het Woord als looplamp en vanuit de liefde als bron van warmte en leven; we hebben goud in handen, we zijn schat-rijk.

dia 4   2. een kostbare schat in een breekbare kruik…

Die breekbare kruik, dat is Paulus, en elke dienaar van het evangelie, en elk mens. God heeft de schat van zijn evangelie van genade, liefde en vergeving aan mensen toevertrouwd, in mensen gelegd, om te bewaren, eruit te leven, en om uit te delen. Dat is heel bijzonder en een groot wonder want het gaat om beperkte en zondige mensen die dat niet waard zijn en er vaak niet zuinig op zijn en niet goed mee om gaan, zoals de geschiedenis van de kerk en je eigen levensverhaal kan leren.

Een uitlegger: “Paulus gebruikt de aanduiding ‘aarden vaten’ als een metafoor door te stellen dat zijn uiterlijke verschijning is als een aarden vat: weinig indrukwekkend, van geringe en geen blijvende waarde, breekbaar, vergnakelijk en daarom slechts tijdelijk” – hij geeft zijn kritici dus helemaal gelijk en erkent eerlijk zijn beperktheid. En daarin staat die grote apostel niet ver boven jullie en mij en ons allemaal, maar naast ons: gelet op de glans van God steekt ons leven daar maar schamel bij af. En kan ieder zich afvragen waarom God nou ervoor kiest met mensen als u en jou en mij in zee te gaan, om jou in te schakelen als ouderling, diaken, om u of jou te gebruiken om kinderen op te voeden, mensen te helpen, zijn woorden door te geven.

Ja en wat stellen wij nou voor als kerk in een snel veranderende samenleving met gigantische technische en medische en wetenschappelijke ontdekkingen en mogelijkheden waar je altijd bij achter loopt, tussen zoveel dat veel meer aandacht trekt dan die oude en misschien soft lijkende boodschap van redding door een man aan een kruis, en vergeving van schuld, en van de minste zijn en willen dienen…..

Paulus schreef in zijn eerste brief aan Korinte al dat zijn boodschap van een gekruisigde Christus voor Joden aanstootgevend en voor Grieken dwaas was, en het zal vandaag aan de dag niet veel anders zijn: kun je er nog wel mee aankomen in 2015, bij onze jongeren, bij je eigen kinderen, bij je collega’s of buren, vrienden. En raakt het onszelf nog echt, of is het vooral traditie, een stukje uit een leerboek.

Vanmiddag daarover meer en dieper als het gaat om Jezus als de enige redder. Vanmorgen is genoeg dat we beseffen hoe kwetsbaar God zich wilde maken door zijn kostbare schat in bewaring en in gebruik te geven aan mensen, aan knechten, aan een kerk, die zo kostbaar niet overkomt maar juist kwetsbaar is en breekbaar, die zo vaak de pretentie van het Woord voor de wereld te hebben in de weg staat, en als het om uiterlijk vertoon en manier van presenteren en overkomen niet is om aan te zien, met mensen en ook ambtsdragers die er vaak maar weinig van bakken.

Kijk, en dan maakt Paulus duidelijk dat dat nou juist de kracht is van zijn werk en van de kerk, dat God juist heel bewust daarvoor kiest: voor hem, voor jullie, voor ons. Hij had al gezegd over zijn eigen dienst: ik kom niet met mezelf, ik kom met Christus. En in ons tekstvers: “het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt maar van God” en later in deze brief gaat hij nog eens op herhaling als het gaat om een probleem waar Paulus mee worstelde, lichamelijk of psychisch – hij noemt het een doorn in zijn vlees – en waar hij om gebeden heeft of God het wilde wegnemen maar Gods antwoord was dat hij ermee moest leren leven en dat door Gods genade ook zou kunnen, want – zei God tegen hem: “alleen iemand die zwak is en lijdt, kan aan iedereen laten zien hoe machtig Ik ben” – wat Paulus in geloof verwerkt heeft en dan doorgeeft als les ook aan ons: “dat ik zwak ben en moet lijden maakt mij juist geschikt om de macht van Christus zichtbaar te maken….ik ben blij als ik in moeilijkheden kom en het zwaar heb, want zo wil Christus zijn macht laten zien.  Juist doordat ik zwak ben, ben ik sterk” . Je kunt het nalezen in 2 Kor. 12: 7-10.

Een breekbare kruik, een kwetsbaar en beperkt mens, niet om eer mee in te leggen. Maar daarin leek Paulus op zijn Heer zelf, laat je zien dat je wilt lijken op je Heer.

Van dé knecht van de HEER werd al eeuwen van te voren door een profeet gezegd: “Hij viel niet op, hij was niet mooi. Niemand keek naar hem, hij werd door niemand bewonderd….hij wist wat pijn was, hij wist wat ziekte was”, dat staat in Jesaja 53.

En toen Jezus op aarde was, liepen er wel mensen achter Hem aan, maar er was ook veel afwijzing want hoe durfde die timmerman uit Nazaret te doen of hij de door God gestuurde redder was – en wat moet je nou met een koning aan een kruis. We belijden dat de zoon van God mens werd en zelfs een slaaf – en een gekruisigde.

Het vraagt geloof om voor zo’n Heer te kiezen: op Hem te lijken, te leven in zijn stijl. Hij zegt dat je dat erbij hoort als je bij Hem wil horen: “een leerling staat niet boven zijn leermeester en een slaaf niet boven zijn heer; een leerling moet er genoegen mee nemen te worden als zijn leermeester, en de slaaf als zijn heer” (Matt.10:24-25)

Wil ik dat, durf ik dat: mijn Heer zo volgen, me kwetsbaar opstellen, niet boven maar naast die ander staan – dat lijkt zwak, maar het is sterk – kijk maar naar je Heer!

En je zult merken dat afstand overbrugd wordt, dat je dichter bij elkaar komt, dat ineens dat bezoek anders wordt en dat contact beter – en dat jezelf sterker wordt!

dia 5   3. een kostbare schat… in een breekbare kruik… heeft enorme kracht.

  Wat roept dat beeld op, van die kruik met die scheur waar licht doorheen komt? Voor mij dat er binnen in die kruik licht brandt dat door die scheur heen straalt. Precies wat Paulus bedoelt te zeggen als hij hier zegt dat de enorme kracht van het goede nieuws over Jezus niet van hem komt of van andere dienaars van het evangelie maar van God: dwars door alle zwakheid en beperktheid en zonden heen van jou als gelovige, als vader of moeder, als ouderling, diaken, dominee.

Dat beeld van die kruik met die scheur waar licht doorheen komt, sluit naadloos aan bij het vorige vers over het licht dat God liet schijnen in en door Paulus, en wat ook in u en jou en mij is aangestoken: Gods liefde die Hij in mensen legt en die van ons mag uitstralen naar mensen om ons heen, in de kerk en erbuiten.

En de Heer belooft: “.       dia 6     “Zoals klei in de hand van de pottenbakker, zo maak Ik jou een vat tot Mijn eer” –  ”Kneed mij, Here God, ik wil mij aan U geven.  Kneed mij, Here God. U maakt iets moois van mijn leven”

amen              

 

liturgie morgendienst

votum en groet

zingen:    Ps. 84: 1,2,3     

wet van de HEER

zingen:    Ps. 1: 1,2,3  Levensliederen     

 1.   Gelukkig is de man die niet bezwijkt

voor slecht advies dat veelbelovend lijkt.

Hij staat niet stil bij zondaars en hun zaken,

en zit niet waar ze God belachelijk maken.

Nee, hij geniet van wat de HEER hem leert:

zijn wet waaruit hij dag en nacht citeert.

 

2.   Hij is te vergelijken met een boom,

geplant aan water dat aanhoudend stroomt:

een boom die op zijn tijd veel vrucht zal dragen,

zijn blad blijft groen, zelfs op de heetste dagen.

Hij groeit en bloeit, het gaat hem voor de wind,

de HEER is hem in alles goedgezind.

 

3.   Hoe anders is de mens die zonde zaait.

Hij lijkt op kaf dat met de wind verwaait.

Het eerlijk oordeel zal hij niet verdragen

en bij rechtvaardigen zal hij vervagen.

Wie slecht is gaat op weg naar duisternis.

De HEER gaat mee met wie rechtvaardig is.

 gebed

Schriftlezing:   2 Kor. 2: 14-17      

Schriftlezing:   2 Kor. 4: 1-7          

zingen:     ELB 479 Zoals klei in de hand van de pottenbakker   

verkondiging:  2 Kor. 4: 7 (BGT)    dia 1

zingen:        NLB 361: 1-7  (=LvdK 100: 1,2,3,4,6,7,16)

bevestigingsformulier ouderling en diaken

zingen:        Gz. 122: 1,2,3,4    

zingen na zegen : Ps. 134: 3   

na de opdrachten:  NLB 289 (melodie Opwekking 334)

gebed 

collecte

zingen:      Gz. 163  ‘Ik bouw op U’  

zegen

amen:        Gz. 103: 9   

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>