2 Korintiërs 5: 14-18a: Sterven en opstaan, met Christus (5e zondag van de 40 dagen)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

dia 1

‘Het zaad moet sterven’.

Dat is het thema van deze zondag en deze week in het veertigdagenrooster.

Dan gaat het over wat we net gelezen hebben in Johannes 12, over Jezus die uitlegt dat Hij moet sterven om veel mensen het eeuwige leven te geven, en dat vergelijkt met een graankorrel die onder de grond gestopt wordt om zo een nieuwe plant te laten ontstaan met daaraan een heleboel aren en veel meer nieuwe graankorrels: “als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht”. Wat verlies lijkt is in werkelijkheid: winst.

Zeg maar – het thema deze weken – dat een tuin gaat bloeien rond het open graf.

dia 2

Daarover ging de inleidende preek op zondag 22 februari, en toen is uitgelegd dat ook in ons leven door in Jezus te geloven en Hem te volgen een proces op gang komt van afsterven van wat slecht is en zondig, en een groei van ander, nieuw leven. Wat Jezus er ook bij zegt: wie zijn leven durft verliezen aan Mij, krijgt eeuwig leven. Ik zei in die preek dat we er later nog verder op in zouden gaan en dat is vandaag.

Vanuit wat de apostel Paulus schrijft over het sterven en opstaan van onze Heer, en over wie aan Hem verbonden zijn en daarom door Hem een nieuw leven krijgen: “daarom is ook iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping” – en dan gaat het niet om bloemen die weer gaan bloeien na de winter en bomen die weer beginnen uit te lopen maar over mensen die tot bloei komen voor God en elkaar.

In het leesrooster staat over die nieuwe schepping waarover Paulus het heeft: “een uitdrukking die duidelijk maakt hoe nieuw en anders het is, hoeveel goddelijke kracht er voor nodig is en hoe mooi het resultaat wordt” . Het is zelfs zo ingrijpend dat die verandering ook aangeduid wordt met sterven en opstaan, van Jezus en van ons met Hem, lees vers 14 en 15: “één mens is voor alle mensen gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, opdat de levenden niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt”.

Best zware woorden en lastige beeldspraak, die nog wel wat uitleg vraagt, en gaat over wat geweldige gevolgen het werk van Christus heeft, voor jouw en mijn leven, en voor de samen-leving.

dia 3

 Sterven en opstaan, met Christus

1) dat is het wonder van ultieme liefde (14-15)

2) dat geeft een totaal andere kijk (16)

3) dat maakt je een nieuw mens(17-18a)

dia 4

 1. Sterven en opstaan, met Christus is het wonder van ultieme liefde (14-15)

Als Paulus gaat schrijven over de liefde van Christus die hem drijft, hem motiveert, dan staat het in het bredere kader van een verhaal over hoe hij werkt als apostel. Daar was in Korinte nogal veel kritiek op, ze maakten het Paulus niet makkelijk. Waarbij het nogal vaak om buitenkant-dingen ging: zijn manier van presenteren die niet zo flitsend overkwam als die van andere redenaars, het afzeggen van een beloofd bezoek wat werd uitgelegd als onbetrouwbaarheid, een nogal scherpe brief…

Paulus stelt zich daartegenover kwetsbaar op, en legt de gemaakte keuzes uit. Hij laat ook merken dat hij niet zich wil laten leiden door hoe mensen hem beoordelen maar dat hij allereerst zich verantwoordelijk weet tegenover de Heer die hem stuurt. Dat staat al in 1 Kor.4: 4v.: “Hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert mij niet, en hoe ik over mezelf oordeel, telt evenmin. Het is de Heer die over mij oordeelt. Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt”.

Vlak voor onze tekst komt dat terug, als Paulus de verwachting uitspreekt dat zijn lezers diep in hun hart wel weten hoe hij erin staat: “Wij bevelen onszelf niet opnieuw aan, maar geven u de mogelijkheid trots op ons te zijn, zodat u zich kunt verdedigen tegen wie zich op uiterlijke zaken laten voorstaan in plaats van op innerlijke” .

Bedoeld zullen de gemeenteleden zijn die de manier waarop Paulus spreekt en werkt en overkomt, menselijk beoordelen en als onder de maat kritiseren en afserveren. Terwijl Paulus in alles niet uit is op eigen positie en eigen eer maar in opdracht van God en tot eer van God, en dienstbaar aan mensen, aan de gemeente van Christus.

Met als diepste drive de liefde van Christus die zijn leven gaf om mensen met God te verzoenen en te maken dat we niet meer op onszelf en voor onszelf leven maar dat we gaan leven voor de Heer Jezus, als met opgewekt tot een ander, nieuw leven.

Je kan dat het wonder noemen van ultieme liefde: die zich opoffert tot het einde toe. Ik denk aan wat Paulus in een andere brief schrijft: “God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren” (Rom. 5: 8).

Dat is onbegrijpelijke liefde die van één kant is gekomen, van Gods kant, dus echt belangeloze en onvoorwaardelijke liefde: één mens is gestorven voor alle mensen, in plaats van ons die de dood verdiend hadden, maar mogen leven en dat op een andere, nieuwe manier, en maar niet voor de tijd die we hier op aarde krijgen maar voorgoed en zoals we bedoeld zijn: niet op en voor onszelf maar voor onze Heer en dus ook voor elkaar, als mensen die – een lied – voor elkaars geluk geschapen zijn.

Ja, want als Paulus het hier heeft over die liefde van God tot in de dood van Jezus, blijft dat niet bij een mooi stukje kerkleer over Jezus die stierf om te betalen voor onze zonden, maar dan schrijft Paulus dat die liefde hemzelf motiveert en stimuleert om zich in te zetten en zelfs helemaal weg te cijferen om zijn Heer te dienen en om mensen te laten horen en te laten zien hoe die liefde van Christus je leven verandert.

Dat zit ook achter dat op het eerste horen vreemde beeld dat doordat Christus voor ons allemaal gestorven is, wij allemaal zijn gestorven – om juist zo echt te leven. Dan is bedoeld dat Christus ons als het ware meeneemt door zijn dood heen het nieuwe leven binnen, lees vs 17: het oude = het oude leven dat vanwege onze zonde en schuld ten dode was opgeschreven – het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.

Straks gaan we erover zingen: “al onze boosheid en ellende ging met de Heer ter rust in het graf, wij zijn ontslagen van de straf” “zoals de Christus is verrezen door ‘s Vaders heerlijke overmacht, zijn wij ook aan ‘ t licht gebracht om nieuw te leven.”

In het leesrooster staat erover dat sterven en opstaan in de Bijbelse zin van het woord al begint in dit leven, dat het is het slechte aanpakken en loslaten, en steeds

meer het leven leven van en met Christus, wat Paulus hier noemt een nieuwe schepping – zoals je in de tuin al die voorjaarsbloemen ziet en knoppen die op uitbotten staan en je al dat verlepte en verdorde van de afgelopen herfst en winter gaat wegknippen en dumpt in de groencontainer: het oud is voorbij, alles is nieuw. Een proces dat heel ons leven doorgaat, totdat Gods liefde alles en allen vervult.

 dia  5

 2 Sterven en opstaan, met Christus, dat geeft een totaal andere kijk (16)

Wij hebben allemaal zo onze eigen kijk: op dingen die gebeuren, en op mensen. En voordat we er zelf erg in hebben hebben we ook onze mening en oordeel klaar. Vaak is dat gebaseerd op de eerste indruk die we hebben, op wat we zien en horen. We kunnen soms iets goed aanvoelen of iemand anders goed inschatten, maar vaak zitten we er naast, blijkt het bij nader inzien anders, zit achter wat we zien en horen van iemand een heel verhaal dat veel verklaart zodat we anders gaan kijken en we tot een heel ander oordeel komen, en we ons schamen voor ons te snel oordelen.

Nou, Paulus laat in deze verzen eerlijk doorschemeren hoe hij er naast gezeten had, in de jaren dat hij van de buitenkant had aangekeken tegen Jezus van Nazaret-die was in zijn ogen een misleider van het volk, die zich aanmatigde de beloofde messias te zijn en zelfs de zoon van God, en was geëindigd als machteloze veroordeelde aan een ellendig kruis: die Jezus is een gevaar voor het volk, het is maar goed dat hij er niet meer is.

Ja, en als je niet verder kijkt dan de buitenkant, is het nog te begrijpen ook – een uitlegger schrijft: “afgaande op de buitenkant is een gekruisigde Messias een ergernis en volgens wereldlijke criteria is een gekruisigde slechts een misdadiger”. Totdat Jezus zelf Saulus aansprak en aanraakte met zijn liefde, en de man het leven en het lijden en de kruisdood van Jezus leerde zien en ervaren als ultieme liefde. Achter die schamele en verachtelijke  buitenkant blijkt Gods hart te kloppen. En zo blijken oude profetenwoorden werkelijkheid te worden, zoals van Jesaja 53: “Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren….wij zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd” - dat is die buitenkant – “maar: Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam….om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken; voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing“- wat een liefde!

Kijk, en als die liefde je heeft aangeraakt en als je daar vol van bent, sta je anders in het leven, wordt je er klein onder en blij van, en ga je ook anders kijken naar jezelf en naar mensen om je heen, ga je anders om met de mensen en de dingen om je heen. Zoals Paulus, toen die liefde van Christus voor een man met zijn donkere verleden van vijandschap en christenvervolging, zijn leven totaal omgooide en zijn kijk op die

Jezus en op de wereld en op zijn medemensen radicaal anders maakte: “daarom – omdat de liefde van Christus ons drijft – daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld” . Paulus leerde kijken met de ogen van Christus, vanuit zijn liefde.

Zoals in een lied daarover: “liefde heeft handen, ogen, oren, zo open als de dageraad…..liefde is licht, laat zich niet vangen, komt door gesloten deuren heen, biedt aan de woede beide wangen,breekt harten harder dan een steen; liefde kan legers overwinnen, springt hoger dan de hoogste muur; blust, door de vijand te beminnen, haarden van hoog oplaaiend vuur”.  (Gezang 636 uit nieuwe liedboek,van ds André Troost)

  Wat zou de wereld – en ook de kerk – er anders uitzien als we een voorbeeld zouden nemen aan wat Paulus hier zegt over wat hij van zijn Heer geleerd heeft, en als die liefde van Christus ons elke dag weer aanraakt en drijft – naar de Heer en elkaar toe.

Laten we erom bidden en er ieder voor zich en samen aan werken -zegen verzekerd!

 dia 6

 3 .Sterven en opstaan, met Christus, dat maakt je een nieuw mens!  (17)

“Daarom is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping”. Dat herinnert aan hoe het begon, met onze wereld, en met ons mensen: God die een prachtige wereld schiep toen er nog niets was als chaos en warboel. God die zelfs mensen maakte als zijn evenbeeld om voor Hem samen te leven. Met steeds als conclusie dat God zag dat het goed was: geschikt voor zijn doel.

Totdat de zonde erin sloop en alles wat God en mensen lief is, beschadigt en sloopt. Wat uiteindelijk zelfs Gods eigen Zoon zijn leven kost: God verliest zijn Kind aan ons.

Maar wat schitterend is het dan: wie één is met Christus,is een nieuwe schepping. Veelbetekenend staat er achter dat het allemaal het werk is van God, van wie anders?Onze belijdenis zegt over bekering,de verandering van een mens diep van binnenuit, dat dat is ‘de wedergeboorte, de vernieuwing, nieuwe schepping (daar heb je het), opwekking uit de dood en levendmaking, die God (….)in ons tot stand brengt”.

Het is echt helemaal Gods werk!

Ja, en hoe werkt dat dan? Prachtig zoals Paulus er over schrijft – er haast over zingt – in Romeinen 5: 5: “omdat Gods liefde in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest”. Of, zoals in dat lied dat ik eerder al aanhaalde, door “Gods liefde die ons wakker kust”.  Dat maakt een mens tot een ander, een beter, een geduldiger, vriendelijker mens.

Niet dat dat met één druk op de knop voor elkaar komt, zelfs bij een man als Paulus die een krachtdadige bekering meemaakte, tot op de dag en de plaats aanwijsbaar, bleef het een levenslang proces van vallen en opstaan, opkrabbelen en struikelen. Waarvan Paulus  zichzelf pijnlijk bewust was: ik wil goed, en doe toch steeds weer wat fout is en slecht – ellendig mens die ik ben, wie zal mij redden dan God alleen?

Maar toch, het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen – de liefde overwint alles.

En als die liefde je drijft, je motiveert, en in beweging brengt, ga je dat merken en gaan anderen het merken en verandert er van alles om je heen. Geloof dat maar en probeer het maar en bid er maar om, en ga het ervaren: liefde komt door gesloten deuren heen, liefde breekt harten harder dan een steen – om te beginnen mijn eigen hart!

amen

Johannes 6: 1-15 Ontvangen om te delen (4e zondag van de 40 dagen)

 

dia 1

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

“Geven jullie hun maar te eten”. Die opdracht gaf Jezus volgens de andere evangelieverhalen zijn leerlingen toen die zich bezorgd afvroegen hoe dat toch moest met die duizenden mensen die bij elkaar gekomen waren bij Jezus in een verlaten gebied waar in de verste verte geen bakker of supermarkt te bekennen was en het al donker begon te worden.

dia 2

Wat een opdracht: Meent u dat echt Heer, waar halen we het geld vandaan, en waar is brood te krijgen voor zoveel mensen, kunt u ze niet beter naar huis sturen om zelf eten te gaan kopen in de dorpen en bij de boeren in de buurt (zie Marcus 6: 35-37) Maar nee, zo kwamen ze er niet mee weg, luister maar naar de reactie van de Heer: “De mensen hoeven niet weg te gaan,jullie kunnen wel voor eten zorgen”(Matt.14:16).

Je kunt je voorstellen hoe ze er stonden, met lege handen en een mond vol tanden. Maar Johannes – die er ook bij was geweest – vertelt in zijn ooggetuigenverslag datde Heer zelf al lang van te voren hierover nagedacht had en hierop voorbereid was:

We hebben zijn vraag gehoord aan Filippus, afkomstig uit die streek en daar bekend: “Waar kunnen we eten kopen voor al deze mensen?” – een vraag die bedoeld was om te zien hoe Filippus daarop zou reageren:  zou hij blijven steken in menselijke berekeningen en mogelijkheden of zou hij verder kijken en denken, gelet op Jezus? Dat viel toch nog wel tegen: “we hebben veel te weinig geld om voor al die mensen eten te kopen” – tweehonderd denarie, daar moest in die tijd een gewone werkman meer dan een half jaar voor werken, en zoveel zat lang niet in de gezamenlijke kas. En van de geplande rust zou al helemaal niets terecht komen: dit wordt stressen!

Als we de vier evangelisten naast elkaar leggen, moeten we aannemen dat tussen dat gesprekje van Jezus met Filippus in vers 7 – toen de mensen er allemaal aankwamen – en het resultaat van het navragen van Andreas onder de mensen naar wat aan voedsel aanwezig was – toen het al avond begon te worden -  een behoorlijk aantal uren was verlopen, waarin Jezus de mensen onderwijs had gegeven.  In Marc. 6 staat dat Hij hen ‘langdurig’ onderwees en er ‘veel tijd verstreken was’. Geen wonder dat de mensen honger begonnen te krijgen, en Jezus wilde hen niet met een lege maag wegsturen, dat doe je niet als goede gastheer, dat past niet bij Jezus die in alles lijkt op God zijn Vader over wie we net nog gezongen hebben:  “U sterkt door spijs te allen tijd hun krachten. U doet uw hand wijd open op hun vragen”.

Wat al zo vaak was gebeurd in de geschiedenis van God met zijn volk, denk aan de woestijdtijd toen er manna was en vlees en water, en denk aan wat we lazen over Elisa die honderd profeten te eten gaf van twintig gerstebroodjes: “Iedereen at ervan en er bleef nog brood over ook. Precies zoals de Heer gezegd had”. En Jezus, Hij zal laten zien en laten proeven dat Hij meer is dan Mozes en Elisa.

dia 3        Ontvangen om te delen

1. Jezus leert te beginnen bij wat al voorhanden is;

2. door Jezus’ zegenende handen wordt het steeds meer;

3. via de handen van dienende mensen krijgt iedereen genoeg;

4  na verdeling blijkt er nog meer voorhanden dan er eerst was.

 

dia 4     1. Jezus leert te beginnen bij wat al voorhanden is

Het was weer op een berg, misschien diezelfde van die ontmoeting met de glorie van de hemel, en met Mozes en Elia, in elk geval in het noorden van het land, in de woeste streek aan de oostkant van het meer van Galilea, buiten Betsaïda.   dia 5 En het leek ook wel iets van een tuin te hebben, in het voorjaar, en bijna weer Pasen. Je kunt het een beetje vergelijken met een alpenweide, onder een strak blauwe lucht.

Er staat dat er veel gras was, en plek genoeg om te zitten, voor een grootse picknick. Maar ja, wat doe je als niemand erop heeft gerekend een lunckpakket mee te nemen en ook de gastheren – Jezus en zijn leerlingen – niet in staat zijn daarvoor te zorgen?

Maar Jezus zou Jezus niet zijn geweest als Hij daar niet op had gerekend en als Hij geen mogelijkheden zou zien, er staat: “zelf wist Hij al wat Hij zou gaan doen”. Daar moesten Filippus en de anderen nog even op wachten, ik zei al dat uit andere evangeliën blijkt dat pas tegen de avond de Heer echt in actie gaan komen, als de mensen al uren geluisterd hebben en het al laat wordt en dus echt etenstijd.

Het is heel opvallend en ook voor ons leerzaam hoe Jezus het dan gaat aanpakken. Heel anders dan wij misschien wel verwacht hadden, voor wie weten van zijn macht. Had Hij niet als de zoon van God uit niets brood tevoorschijn kunnen halen/toveren?Dat was waar satan eerder in die woestijn Jezus toe had willen verleiden: “Jij bent toch de Zoon van God? Zeg dan dat deze stenen in brood moeten veranderen!”. Dat had Jezus toen geweigerd, niet omdat Hij dat niet kon maar omdat Hij het niet mocht, omdat het in strijd zou zijn met zijn opdracht: om te doen wat Vaders wil is. Maar als Zoon van God gold ook van Hem wat in een psalm staat over God en zijn scheppende kracht: “Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er” (Psalm 33).

Toch doet Jezus het niet zo, tovert Hij niet met een enkel woord of met een machtig gebaar eten tevoorschijn, maar sluit Hij aan bij wat er al is, bij wat mensen al hebben.

Op zijn vraag – die alleen Marcus vermeldt (als secretaris van Petrus die er bij was) wat er nog was aan brood, blijkt na onderzoek het resultaat mondjesmaat: “er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen” – maar wat moet je daar nou mee: “wat hebben we daar nou aan voor zoveel mensen?” – zelfs zij met z’n twaalven zouden er niet eens hun maag mee kunnen vullen: vijf bolletjes en een beetje beleg..

Een begrijpelijke reactie, herkenbaar toch: wees nuchter, dat is niks, dat gaat niet. Zoals wij onder allerlei omstandigheden kunnen reageren: vooral kijken naar wat er niet is, wat ik niet kan, wat toch nooit gaat lukken, en toch niet van de grond komt. Maar dan zou je toch de kracht onderschatten van wat zegen is en zegen kan doen. Dat als God zijn zegen legt in wat misschien klein is en te weinig, iets dat bijna niks voorstelt in onze ogen, dat kleine groot kan worden en dat weinige uitgroeit tot veel.

Onlangs was er een vergadering van ambtsdragers van onze classis en die van de CGK, waar de inleider begon met te zeggen dat al wat je aandacht geeft, groeit, en dat geldt van liefde naar elkaar en zorg en aandacht voor elkaar, en goede dingen en projecten die soms heel klein beginnen en dan kunnen uitgroeien tot iets moois en iets groots – het is belangrijk zo om te gaan met wat God u en jou en mij geeft, en ook met de positieve krachten en mooie dingen die in de gemeente gebeuren.

Daar mogen we de zegen van de Heer voor vragen en die ook in geloof verwachten, Ik denk dat Jezus dat bedoelt met die wonderlijke uitspraak dat geloof bergen kan verzetten: “Als je iets aan God vraagt, twijfel dan niet, maar geloof dat het zal gebeuren. Dan gebeurt het ook”. Dan merk je dat wonderen de wereld niet uit zijn.

dia 6   2. door Jezus’ zegenende handen wordt het steeds meer

Luister en kijk maar mee met die eerste leerlingen en al die mensen daar op die berg Eerst was er de opdracht dat ze allemaal moesten gaan zitten – er staat letterlijk een woord dat betekent ‘gaan liggen’, zoals toen bij het eten, dus:  allemaal aan tafel! Jezus pakte daarna die vijf broodjes en die twee waarschijnlijke gedroogde visjes, en ging voor in dankgebed – zoals gebruikelijk bij de Joden, nog altijd, met dit gebed: “Geprezen bent U, Heer onze God, Koning van de wereld, die brood uit de aarde tevoorschijn doet komen” – een tafelgebed alsof er genoeg eten was voor al die mannen en vrouwen en kinderen, met elkaar misschien wel bijna tienduizend.

Wat zouden ze gedacht hebben, Jezus’ leerlingen, en al die hongerige mensen? Misschien wel: dat zullen we wel eens zien, of God dat gebed verhoort en ons op dat gebed van Jezus eten geeft, of: wat is dit nou, waar zou Jezus eten vandaan halen? Weet je nog, van Filippus: moeten wij al die mensen te eten geven, waar halen we het geld vandaan? en Andreas: dat is toch veel te weinig eten voor al die mensen?

Toch de opdracht om uit Jezus’ handen stukken brood en brokjes vis aan te pakken en de rijen langs te gaan en uit te delen aan die mannen en vrouwen en kinderen… En dan ervaren ze dat gebeurt wat niet kan volgens hun en onze berekeningen: dat er geen eind kwam aan het brood en de vis, en dat ze allemaal konden eten tot ze genoeg hadden, en dat er aan het eind nog genoeg over was voor henzelf.

Zoals vaker noemt Johannes ook dit wonder een ‘wonderteken, eenwonder dat tekenend was, typerend, voor wie die Jezus is en waarvoor Hij gekomen is, zoals Hij later zegt als Hij zich bekend maakt als de goede Herder: “Ik ben gekomen, opdat zij – mijn schapen, die mensen toen en ons dus ook – leven hebben, en overvloed”.

Daar hebben wie toen bij waren wel wat aan opgepikt en van meegenomen: “Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen” – waarmee ze de messiaanse figuur bedoelden die al eeuwen verwacht werd, niet maar een profeet zoals Mozes was, en later Elia, en Elisa, maar ‘de’ profeet, de hoogste en grootste en laatste, die meer was dan een profeet want ook de beloofde koning, de zoon van David.

Vandaar dat ze in hun enthousiasme Jezus wilden meevoeren om hem als koning te kronen, want wie wil nou geen koning die welvaart kan geven en je honger kan stillen en met een handomdraai al je problemen kan oplossen – weer een verleiding als in de woestijn: je kunt maar zo koning worden en alle macht naar je toetrekken, nu is het moment – maar net als in die woestijn ging Jezus daar niet in mee: “daarom trok Hij zich terug op de berg – alleen” – en toen de mensen er een paar dagen later weer waren, verweet Jezus hen hun gebrek aan inzicht en geloof is wie Hij werkelijk was: “Jullie zoeken Mij alleen omdat jullie zoveel te eten hebben gekregen, niet omdat jullie begrijpen wat Ik doe” en: “Gewoon brood verdwijnt als je het opeet. Maar het hemelse brood geeft eeuwig leven. Doe je uiterste best om dat brood te krijgen”.

Kijk, en daarvan was dat wonder met dat brood een wegwijzer, een voorproefje. En laat Jezus zien inderdaad de profeet te zijn, meer dan al die vroegere profeten: meer dan Mozes in de woestijn, met het manna, ook meer dan Elia; en meer dan Elisa die in opdracht van God honderd profeten te eten gaf van twintig broodjes.

Jezus voedt duizenden met vijf broden en twee visjes – geweldiger en nog meer een wonder – maar vooral en veel grootser: Hij is zelf het echte brood dat een hele wereld leven kan geven, dat redt van de honger naar God en redt van de zonde en de dood.

Zoals in dat gesprek later: “Jullie voorouders aten in de woestijn manna, brood dat uit de hemel kwam. Toch zijn ze allemaal gestorven. Maar het ware hemelse brood is anders: wie daarvan eet, zal niet sterven…Het brood dat Ik zal uitdelen, is mijn eigen lichaam. Ik zal sterven om de mensen het leven te geven”  (Johannes 6: 49-51).

Het was geweldig, daar op die bergweiden: wie bij God, bij Jezus is, heeft het goed, en zelfs van weinig kan Hij mensen in leven houden en een goed leven geven. Maar meer is dat in verbinding met deze Jezus, er zelfs leven is door de dood heen, een leven dat nooit verloren gaat; wie in Jezus gelooft heeft nooit honger en dorst!

dia 7   3. via de handen van dienende mensen krijgt iedereen genoeg

Wat in de NBV en andere vertalingen wat minder duidelijk is, en toch wel in de meeste en meest betrouwbare handschriften staat – en ook erbij wordt verteld door alle die andere evangelisten, dat is dat de twaalf discipelen werden ingeschakeld bij het uitdelen van brood en vis – de HSV geeft dat zo weer: “Jezus nam de broden, en nadat Hij gedankt had, deelde Hij ze uit aan de discipelen, en de discipelen aan hen die daar zaten, op dezelfde manier werden ook de visjes uitgedeeld”.

Zeg maar: de handen van die leerlingen waren het verlengstuk van Jezus’ handen. Zo kon de opdracht toch worden uitgevoerd: geven jullie hun maar te eten!

Nou, en die opdracht komt ook op ons af, en is een rode draad door heel de bijbel heen, denk maar aan allerlei bepalingen in de wetten van Mozes, denk aan het onderwijs van Jezus zelf, en ook aan wat we keer op keer in de brieven van zijn leerlingen tegenkomen, over vrijgevigheid, over eerlijk delen, over zorg voor wie arm en kwetsbaar zijn – en over delen met elkaar van het vele dat God ons geeft.

Een taak voor de overheid – denk aan de sociale wetgeving – maar ook en vooral een verantwoordelijkheid die we samen hebben, voor dichtbije en verre naasten. Het is goed jezelf af te vragen en het er samen over te hebben wat we kunnen doen met onze eigen beperkte mogelijkheden om goed te doen aan elkaar en alle mensen, en dan raakt dan wat we doen met ons geld, wat we waar kopen, hoe we omgaan met voedsel en kleren, wat we geven aan goede doelen, en wat praktisch kunnen doen om mensen te helpen – b.v. via de voedselbank of Present, of gewoon zelf. Zodat we wat God geeft met elkaar delen en aan anderen doorgeven – tot zegen.

Ja, en dat we waar dat kan en er openingen zijn, ook en vooral dat allerbelangrijkste doorgeven en delen: ons geloof in Jezus die echt leven geeft, het hemelse brood. In het geloof dat we gezegend worden om voor elkaar en anderen tot zegen te zijn.

dia 8   4  na verdeling blijkt er nog meer voorhanden dan er eerst was

Als iedereen genoeg heeft gehad, moeten de leerlingen de rijen langs om wat nog over is weer op ter halen, want van Gods gaven mag niets verloren gaan – ook weer leerzaam voor onze tijd waarin ongelooflijk veel goed eten wordt weggegooid terwijl in dezelfde  wereld veel honger wordt geleden – het is goed dat dat stevig op de kaart wordt gezet en dat we ook zelf bewust omgaan met wat we kopen en eten – in de catechismus staat zelfs dat “misbruik en verkwisting’  van Gods gaven diefstal is.

Als alle brokken brood en vis verzameld zijn, blijkt dat er voor elk van de twaalf discipelen nog een mand vol brood over is, om de komende dagen door te komen. Zo werd het voedseltekort dat dreigde via Jezus’ handen een voedseloverschot.

Daar mogen we vertrouwen uit halen dat God ook voor ons wil en blijft zorgen, als wij het van Hem verwachten en als we trouw zijn, en ook bereid zijn te delen.

Aan de Schepper ligt het niet als er tekorten zijn en als mensen honger lijden, dat is bijna altijd het gevolg van menselijk ingrijpen of menselijk falen, aan onwil om wat er is goed te beheren en eerlijk te verdelen, aan oorlogen en aan wanbeheer.

Laat het een thema blijven, ook na Pasen. ontvangen om te delen!       

                                                                                     amen

 

 

 

liturgie morgendienst

votum en groet

zingen:    Ps. 122: 1,3+ NLB 535e (=Jes 66: 10)

        ‘Verheug u met Jeruzalem,

         bedroefde, juich over haar!’

   (A- vs 1- A- vs 3- A)

wet van God

zingen:  Ps. 139: 1,11

gebed

Schriftlezing:  2 Koningen 4: 42-44

zingen:  Ps. 145: 4

Schriftlezing:  Johannes 6: 1-15

zingen:  Lied 57A: 1,3,4   ‘Zeven was voldoende’

verkondiging

zingen: NLB 546 ‘Weest blijde nu, in ‘t midden van het lijden’

gebed

collecte

zingen:  Ps. 67: 1,3

zegen

Ruimte voor stilte en gebed: Johannes 2: 16b (3e zondag van de 40 dagen; gaande avondmaalsviering)

dia 1            Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Een verwarde man die ineens midden in een studio staat met wat een vuurwapen lijkt en zendtijd eist en zo urenlang de TV op zwart krijgt, en zelfs een heel land in de ban weet te houden. Een man die tijdens de dodenherdenking ineens begint te schreeuwen zodat honderden mensen het op een lopen zetten en zelfs de koninklijke familie inderhaast een veilig heenkomen zoekt. Een man die tijdens Prinsjesdag een waxinelichthouder naar de gouden koets gooit en op die manier onrust veroorzaakt en de politie in beweging brengt….

Zomaar drie voorbeelden van wie dan wel ‘lone wolves’  genoemd worden, gevaarlijke eenlingen die de orde en de rust verstoren en voor angst en  paniek zorgen en soms zelfs voor erger.

Ik kan me zo voorstellen dat de autoriteiten en de tempelpolitie en ook de bezoekers van de tempel die erbij waren, zoiets hebben ervaren wat die vreemde man uit het verre Nazaret ineens daar op dat overvolle tempelplein aanrichtte: hij begon ineens te roepen en met een stuk touw om zich heen te slaan zodat de veehandelaars en de duivenverkopers maakten dat ze wegkwamen, en daarna gooide hij her en der de tafels van de geldwisselaars om zodat de munten over de stenen wegrolden…..dia 2

Paniek dus en boosheid want wat verbeeldde die verwarde vreemdeling zich wel om zo de orde en de rust te verstoren en zich aan andermans handel te vergrijpen en te doen of hij hier de baas is….

Kijk, en precies dat was eigenlijk de boodschap van Jezus op dat tempelplein, dat hij daar thuis was, dat Hij het hier voor het zeggen had, op gezag van de hemel zelf. De verantwoordelijke autoriteiten riepen hem ter verantwoording: bewijs maar eens dat u dit mag doen, wie geeft u het recht hier zo de boel op stelten te zetten, en ons in verlegenheid te brengen. Begrijpelijk vanuit hen gezien maar eigenlijk had Jezus het net zelf al gezegd wie Hem dit recht gaf, namelijk God zelf die zijn Vader in de hemel is: “jullie maken een markt van het huis van mijn Vader”.

Waar Jezus zich al bewust van was toen hij – twaalf jaar jong – voor het eerst in de tempel het Paasfeest mee vierde, en zijn ouders hem overal hadden gezocht: “wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?”.

dia 3

Hier is maar niet ‘lone wolve’ aan het woord, een verwarde man die ineens de weg kwijt is en maar wat staat te roepen en wild om zich heen staat te slaan, hier treedt de zoon des huizes op, heilig verontwaardigd over de misstanden in en rond de plek waar alles zou moeten draaien om toewijding aan God zijn Vader, om rust en bezinning en om aanbidding;  en moet je eens kijken en moet je eens horen: kopers en verkopers, aanbod en vraag, loven en bieden, geschreeuw en gekijf, geldzucht.

Offerdieren werden te koop aangeboden, dan hoefden de offeraars die niet van verder weg mee te nemen; pelgrims uit andere landen konden hun vreemde geld omwisselen in gangbare pasmunt, en wie wel eens op een oosterse markt is geweest weet wat een lawaai en geschreeuw dat oplevert. Maar wat een stilte ineens na die actie van Jezus: weg met al dat gedoe, dit is een plaats voor gebed. Zoals al staat bij de profeet waar God het heeft de vreemdelingen die zich bij Hem wil aansluiten: “hem breng ik naar mijn heilige berg, hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed,  zijn offers zijn welkom op mijn altaar. Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’. “  (Jesaja 56: 7)

dia 4

Even leek het er weer even op toen doodse stilte inviel en alle handel stil lag – lang duurde het niet. Want de leiding greep in en toen Jezus en zijn leerlingen weer weg waren, ging alles weer op de oude voet verder, tot Jezus een paar paasfeesten later, vlak voor zijn sterven, nog een keer het hele plein schoon veegde, met een nog scherper verwijt dat ze van dat gebedshuis een rovershol maakten, een plek zelfs waar plannen werden gesmeed om het echte paaslam, Jezus zelf, koelbloedig te slachten. We lezen erover bij de drie andere evangelisten, over wat gebeurde kort na de intocht in Jeruzalem.

Ja maar dat moest nou juist zo gaan, dat al die paaslammeren en andere beesten voorgoed het veld zouden ruimen omdat Jezus als het echte grote Paaslam zijn offer zou brengen, voor de zonden van de wereld, en dat eens voorgoed, zodat zelfs heel die tempel gesloten kan worden: het is volbracht, geen offer voor de zonden meer nodig, en Paulus kan schrijven: ons paaslam is geslacht, Christus stierf voor ons.

Waarop dat raadselachtige slaat wat Jezus in antwoord op de verwijten van de tempelleiding zei dat ze deze tempel wel mochten afbreken en dat Hij die in drie dagen weer zou opbouwen.  Wat ze toen verkeerd opvatten en wat Jezus’ eigen leerlingen ook pas na zijn opstanding begrepen, dat het ging over de tempel die Jezus’ eigen lichaam was: afgebroken tot op het bot aan het kruis en aan het graf, om zo een nieuw leven mogelijk te maken en onze levens en onze lichamen te maken tot tempels van de Heilige Geest, en een gemeente op te bouwen waar God wil wonen door zijn Geest en waar we tot rust mogen komen en tot aanbidding.

dia 5

Ja, want God wil ook voor ons midden in alle hectiek en drukte en chaos die we kunnen ervaren, om ons heen en op ons werk en in ons hoofd, en ook in de kerk, ruimte scheppen waarin we tot rust kunnen komen en ons kunnen richten op Hem  en tijd en aandacht kunnen geven aan elkaar, waar we blij kunnen zijn met wie blije dingen meemaken en verdriet kunnen delen en zorgen, waar we onszelf mogen zijn en er kunnen zijn voor elkaar, om energie op te doen voor alles wat weer onze aandacht vraagt en waar we moed voor nodig hebben en vooral Gods nabijheid en troost en zegen bij nodig hebben, zodat we niet afhaken en opgeven.

Pasen, pesach, was een feest van bevrijding, een feest dat begon met een sabbat en eindigde met een sabbat – de dag die bedoeld was als dag van rust en aanbidding. Maar wat lastig was het toen al om echt rust te nemen  en je dingen los te laten. In Amos 8 zegt de profeet dat de handelaars niet konden wachten tot de rustdag voorbij was en ze weer handel konden drijven;  en in Jesaja 58 horen we de HEER zeggen: “Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat en geen handel drijft op mijn heilige dag, wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet, de dag van de HEER als een heilige (een speciale) dag, wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan, geen handel te drijven of zaken te bespreken, dan vind je vreugde in de HEER”. Dat geeft ruimte en rust.

Zoals in een lied over de zondag als niet een dag van regels maar van rusten, geen strenge dag van laten en verbieden maar een dag van stilte in mijn hoofd en in mijn hand, dat dat ik adem schep en God ontvang, een dag van Jezus’ liefde, en zo ook een dag die zich uitstrekt over alle andere dagen: ruimte voor stilte en gebed. Goed om er bij stil te staan en aan te werken: je hoofd leegmaken en tot echte rust komen.

Vanzelf gaat dat niet.    We weten en ervaren dat allemaal wel. We zijn zo druk, en ook op zondag en ook in de kerk kunnen we vol zijn met van alles en nog wat, en zijn we druk en maken we ons druk over dingen van de afgelopen week en van de week die eraan komt: zorgen, zaken, school, en ook van wat speelt in de kerk. Zomaar moet er weer zoveel en willen we zoveel en zit ons zoveel in de weg.

Is het echt ver weg wat Jezus aantrof dat het huis van Vader lijkt op een plek waar je moet dealen met elkaar, waar het gaat om meetellen en we elkaar afrekenen op dingen – en…waar je zomaar op je zelf kunt blijven en voor jezelf bezig kunt zijn. Ik las: “Godsdienst en naar de kerk gaan kunnen een alibi worden, een dekmantel voor een leven waarin je zelf in het middelpunt staat, waarin je andere goden dient, de god van het geld, de god van de grote mond, de god van ‘dat maak ik zelf wel uit’, de god van ‘ik red mezelf wel en ik heb God niet nodig’” – tot zover dat citaat.

Jezus kijkt door die schone schijn heen, ontmaskert dat, en haalt de zweep erover. En dat om ruimte te scheppen voor concentratie op wat echt belangrijk is: je eigen leven, je verhouding tot God en mensen om je heen, je plek in dit leven, hier en nu.

Zoals in de psalm die we voorafgaand aan het avondmaal straks gaan zingen: “ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht…als een kind is mijn ziel in mij” .

dia 6

Het leesrooster voor deze veertigdagentijd geeft ons handvatten om erover na te denken, erover te praten en er wat mee te doen, net naar dat ieder wil en kan: “De veertigdagentijd is een tijd van verstilling en inkeer. Neem de ruimte om met deze stilte te oefenen. Laat het tot je doordringen hoe je je laat meeslepen door werkdruk en onrust en maak de tijd voor echte rust. Ervaar de kracht van de stilte en neem die mee, ook na Pasen”. En dan ook: “de stilte helpt om de drukte aan te kunnen”. Gericht op God – biddend, lezend, mediterend, toegewijd aan God en mensen om je heen, aan de taken die er zijn, en onderweg naar blijvende rust.

Laat elk van onze huizen – en onze gemeente als huis waar God wonen wil – een plek zijn waar ruimte is voor stilte en voor gebed, en voor ontmoeting.

                                                      amen

 

liturgie voor de morgendienst

votum en zegengroet

zingen:   Ps. 25: 7,8,9,10 ‘Gods vertrouwelijk’ omgang’      + antifoon  NLB 535d:  ‘Mijn ogen zijn gericht op U, bevrijd mijn voeten uit het net’  

(A -  7,8 –  A -  9, 10 -  A)

wet van God uit Exodus 20

zingen:   Gz. 156 (1-4)  ‘Heer, ik kom tot U’ 

gebed

Schriftlezing: Joh. 2: 13-22

zingen:    NLB 187 (1-4)    Runderen, schapen en duiven te koop!’

verkondiging:  Joh. 2: 16b   ‘Ruimte voor stilte en gebed’

zingen:    Ps. 69: 3,10,11   ‘Beschaam om mij het stil vertrouwen niet’

gebed

collecte

zingen:   Ps. 131 (1,2,3)  ‘O HEER, er is geen trots in mij’

avondmaalsformulier IV

viering

zingen:   Ps. 32: 3A/4B Levensliederen

zegen

2 Petrus 1: 16-19a: Christus bewonderen (2e zondag van de 40 dagen)

dia 1      Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Het moet een onvergetelijke ervaring zijn geweest voor die drie leerlingen van Jezus, zo onvergetelijk dat ze er tientallen jaren nog over wisten te vertellen. Zoals Petrus in zijn brief: “wij hebben met eigen ogen Jezus’ grootheid gezien”. Samen met Jakobus en Johannes had hij als het ware even de hemel in mogen kijken en ook Gods stem mogen horen over Jezus als Gods eigen lieve Zoon.

Als ooggetuigen en oorgetuigen voor vele anderen toen en later, tot vandaag toe. Niet voor niets nam Jezus drie leerlingen mee, want in de wetten van Mozes staat  al: “op de verklaring van twee of drie getuigen zal elke zaak vaststaan” (Deut.19:15) Blijkbaar is het belangrijk dat we meekijken en meeluisteren en dat ook wij geloven. Ik denk ook aan waar Johannes – nog zo’n ooggetuige – zijn verhaal over Jezus mee begint: “Het Woord – dat bij God is en zelf God is – is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader” (Joh. 1: 14), en even verder: “Niemand  heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen” (Joh. 1: 18). Mooi dat wij met de ogen en oren van die eerste getuigen mogen meekijken en meeluisteren naar Jezus, en Gods glorie en majesteit leren kennen en bewonderen in wie Jezus is, en in wat Hij deed en doet voor ons.

En dat niet alleen als we de glans van de hemel zien afstralen van Jezus op die berg, maar ook en juist als we zijn door lijden getekende gezicht ons indenken en Hem aan het kruis zien hangen: wie heeft groter liefde dan Hij die zijn leven gaf voor zijn vrienden en zelfs voor wie zijn en Gods vijanden waren; waar zien we meer de overweldigende liefde van deze Vader die zijn eigen Kind aan ons wilde verliezen?

Ook met het oog op het lijden en sterven van zijn Heer en Meester schreef Johannes dat hij en de anderen zijn grootheid gezien hadden als de unieke Zoon van de Vader.

Wij mogen met hen Christus bewonderen en zelf zijn glans doorstralen naar anderen.

Christus bewonderen

 dia 2          1. op die berg (Christus bewonderen)

Het was een kleine week na die geweldige belijdenis van Petrus, op de vraag van Jezus wie Hij in hun ogen was: “u bent de Christus, de Zoon van de levende God”. Daar klonk erkenning en bewondering in door, en ook verwachting van een glorieuze toekomst door Jezus en met Jezus: zo dichtbij was het lang verwachte rijk van God!

Maar vlak daarover heen lijken donkere wolken samen te trekken, en klinkt het als ongehoord en ongerijmd, als Jezus voor het eerst hen duidelijk maakt dat Hij gaat lijden en gedood zal worden, om drie dagen later uit de dood op te staan – is het raar dat alles in Petrus en de anderen in opstand komt, en Petrus het niet voor zich kan houden: maar dat gaat niet gebeuren, dat kan helemaal niet, dat zal God voorkomen! Waarop Jezus hem terugfluit: het gaat niet om wat mensen willen, maar wat God wil.

Maar hoe moeten we dan plaatsen wat niet lang daarna op die berg is gebeurd?Waarom ineens zoveel uitbundige glorie van de hemel onderweg naar dat lijden?En waarom heeft de kerk al zo’n vijftien eeuwen dit verhaal een plek gegeven in de veertigdagentijd die toch een tijd is van inkeer en bezinning, boete en vasten?

Als we goed lezen en kijken en op ons in laten werken wat te zien was op die berg, komen we erachter dat we in Jezus oog in oog staan met wie God is en wat hemel is. Zoals vaker is ook hier een berg, een heuvel, een plek waar je dichterbij God komt, waar de aarde een beetje dichter bij de hemel komt, en juist daarom was Jezus daar vaak te vinden: om even weg te zijn van de drukte beneden, en even dichter bij God. Bij Lucas wordt dat verband nog net iets duidelijker als hij vertelt dat Jezus een berg op ging “om te bidden”; en dan gebeurt het: “Terwijl Jezus aan het bidden was, veranderde zijn gezicht, en zijn kleren werden stralend wit”. Ik las dat als Mozes sprak met God, Gods licht op hem afstraalde, als lichtstraal die van buiten kwam.Maar: “Jezus straalt van binnenuit. Hij ontvangt niet alleen licht, Hij is zelf licht”.  Ik moet denken aan de belijdenis van Nicea over Jezus als ‘God uit God, Licht uit Licht’. En zelf zei Jezus meer dan eens dat Hij het Licht is voor de wereld – en dat werd in zijn woorden en werken zichtbaar, en op die berg spatte het eraf: God zo dichtbij. Paulus schrijft over God: “Hij woont in het licht, waar geen mens kan komen. En geen mens heeft Hem ooit gezien,of kan Hem zien” (1 Tim. 6:16). En toch: zie Jezus! In zijn licht zien wij Het Licht= God zelf.

Ja en hoor de hemel, God zelf, Jezus’ hemelse Vader: “Dit is mijn geliefde Zoon”. Bijna letterlijk wat ook klonk toen Jezus door Johannes werd gedoopt in de Jordaan en toen tegen Jezus gericht: “jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde”. Dat was toen Jezus zich liet dopen door Johannes alsof Hij een zondig mens was, gehoorzaam aan de wil van zijn Vader en met hemelse goedkeuring: dit is nou mijn Zoon, die man op sandalen, die timmerman uit Nazaret: Hij kwam bij ons, heel gewoon, de Zoon van God als mensenzoon, die ons kwam dienen als een knecht… In Filippenzen 2 schrijft Paulus daar ook over: “Hij de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens” – zie onze God, de Koning-knecht.

   Op die berg is het precies dat wat de leerlingen van Jezus en wij dus ook, te zien en te leren en te geloven krijgen als hemels licht op Jezus valt en van Hem afstraalt, van die Jezus die op weg is om te lijden en te sterven: hier is je God, de Koning-knecht. Net als bij die doop in de Jordaan geeft God zijn goedkeuring aan de weg van Jezus die via lijden naar de glorie van het rijk van de hemel gaat: zo gebeurt mijn wil, hoor je het wel Petrus, zie je nou wel – en wij mogen het weer van Petrus horen en leren: wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien, kijk maar mee, en geloof in Hem!

 dia 3    2. in zijn lijden (Christus bewonderen)

  Dat wilde er maar niet in bij de leerlingen van Jezus, vandaar eerder die emotionele afwijzing door Petrus, vast ook namens de anderen: nee, dat nooit!  En ook nu konden ze het maar niet begrijpen en wilden ze er niet aan, paste het ook in hun beleving totaal niet bij dat stralende licht om Jezus en om hen heen.

Als dan ook nog Mozes en Elia verschijnen, en met hun Meester in gesprek gaan, worden ze helemaal enthousiast en willen ze dat stralende moment vasthouden: ‘Meester, laten we drie hutjes bouwen, voor U en voor Mozes en voor Elia’ – wat is mooier dan zoveel hemel zo dichtbij – het is weer meer wat mensen willen en beantwoordt aan menselijke verwachtingen dan doen wat past in Gods plannen. Marcus geeft door wat Petrus er later in zijn preken eerlijk bij vertelde dat hij zo maar wat zei omdat hij en ook de andere leerlingen erg geschrokken waren. Als het allemaal achter de rug is blijkt dat ze er niet mee uit de voeten kunnen: hun Meester die zou moeten lijden en sterven, en daarna opstaan – zo onwerkelijk!

Daarom ook, omdat ze daar nog niet mee kunnen omgaan, laat staan anderen daarover vertellen, mochten ze met niemand praten over wat ze hadden gezien en gehoord: houd het voor je, wacht ermee tot na mijn opstanding, zei Jezus.

En zo is het ook gegaan: toen het allemaal was gebeurd, kwamen de tongen en de pennen van Petrus en anderen los, en kreeg ook dit gebeuren een vaste plek in maar liefst drie evangelieverhalen en in Petrus’  brief en zo in de verkondiging van de kerk als funderend voor ons geloof in Jezus als Heer, als de Koning-Knecht.

Ja, en dan wordt des te meer bijzonder dat uitgerekend Mozes en Elia in beeld komen, als de twee grote vertegenwoordigers van het oude verbond, als in levende lijve wet en profeten, die eeuwenlang hadden verwezen naar de komende messias, die volgens Jezus zelf vol waren van Hem en van zijn weg van lijden en overwinning.

Als het bijna zover is dat de messias steeds dieper zijn lijden in zou gaan, komen Mozes en Elia Hem bemoedigen, Lucas zegt erbij dat ze met Jezus spraken over zijn levenseinde dat Hij in Jeruzalem zou gaan volbrengen – en dat staat er een bekend woord uit het OT: exodus, dat is uittocht, bevrijding uit slavernij en zonde. Heel dat oude verbond is vol van God die zijn mensen, zijn volk zoekt, en die met eindeloos geduld en onbegrijpelijk veel genade en liefde aan verlossing werkt, maar het is ook vol van het falen van dat volk, van onmacht en van steeds weer ontrouw.

Mozes heeft geworsteld met de koppigheid van zijn volk en mocht uiteindelijk ook zelf het beloofde land niet binnen, Elia ging na het hoogtepunt op de Karmel er diep onderdoor: Heer,ik kan niet meer en ik wil niet meer, ik ben de enige die voor U gaat.

Nee, dé exodus uit het moeras van zonde en schuld konden ook zij niet voor elkaar krijgen.  Het verbond van God met zijn volk liep steeds weer stuk, en kon niet op tegen de zuigkracht van de zonde en tegen de onmacht van zondige mensen. Wat bijzonder om nu juist die twee voorgangers te zien met hun grote Opvolger, die we kennen als onze hoogste profeet en leraar die door zijn lijden een nieuw en blijvend en echt ijzersterk verbond mogelijk gaat maken, onderbouwd met zijn bloed.

Ik las: “Daarmee wordt voor Jezus ook hoorbaar dat zijn program geen vergissing is. Leerlingen mogen er met de rug naar toe gaan staan, maar heel het oude verbond ziet er naar uit!

Ook dat zijn die leerlingen pas later gaan begrijpen, zoals zo mooi naar voren komt in die brief van Petrus: “ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen” . Ja, want wat die profeten voorzegd hadden, is op Gods tijd en volgens Gods plan uitgekomen, en dat mag ook ons veel zeggen en ook ons bemoedigen: “u doet er goed aan uw aandacht daarop altijd gericht te houden”.

   Het zou mooi zijn als deze weken van bezinning en viering onze bewondering van Jezus groter zouden maken, juist als we Hem zien in zijn lijden, trouw aan de wil van zijn en onze Vader, en uit liefde voor ons die door geloof zijn broers en zussen zijn. In het leesrooster staat: “Tot inkeer komen is niet alleen naar jezelf kijken, Het kan niet zonder de blik op Christus. In het licht van zijn heerlijkheid zie je jezelf klein worden. Maar je ziet ook je unieke positie”. Gods glorie gaat van je afstralen.

 dia 4  3. elke dag (Christus bewonderen)

Die eerste leerlingen hebben – zeggen ze zelf achteraf – de grootheid van Jezus gezien, en in Hem de glorie van God, van zijn macht en zijn genade en zijn liefde. En dat niet alleen toen op die berg maar ook ervoor en erna: in de wonderen die Jezus deed, door de gelijkenissen die Hij vertelde, in de bergrede, maar zeker ook in zijn lijden uit liefde en zijn opstanding in glorie, tot en met zijn hemelvaart….en het heeft hun leven veranderd.  Waar het niet bij bleef, want na hen zijn er ontelbaar veel mensen gekomen die onder de indruk kwamen van Jezus waardoor hun leven radikaal veranderde en zij nooit meer los van Hem kwamen: Heer U bent mijn leven!

Ja maar, hoe kun je nou zoveel eeuwen later Christus bewonderen en onder de indruk raken van zijn uitstraling? Petrus schrijft erover in 1 Petrus 1: “Jullie hebben Jezus  Christus nooit gezien en toch houden jullie van Hem. Jullie zien Hem ook nu niet, en toch vertrouwen jullie op Hem.Ja, jullie juichen van hemelse vreugde”.

Blijkbaar kan dat toch, dat je iemand nooit persoonlijk hebt ontmoet en dat je toch van zo iemand onder de indruk raakt, hem of haar gaat bewonderen, en het kan zelfs zover komen dat jijzelf daardoor verandert, dat het je hele leven gaat stempelen. Daar zijn voorbeelden genoeg van: b.v. van mensen die veel andere mensen inspireren door wat je over hen hebt gehoord of van ze hebt gelezen of ze hebt zien doen: grote schrijvers, mensen uit de politiek of de sport, vooral ook mensen die zich hebben ingezet voor vrede en tegen onrecht: Martin Luther King, Nelson Mandela, zo’n meisje Malala in Pakistan, zo’n pater Frans die zijn leven gaf voor zijn parochianen in Syrië, verpleegkundigen die zich inzetten voor ebolapatiënten…

Jezus’ heerlijkheid is vooral zichtbaar in zijn genade, en daar is zijn leven en werken vol van. Hoe meer je je eigen maakt wat Hij gezegd heeft en gedaan, des te meer ga je Hem bewonderen en komt ook God dichterbij want wie Jezus ziet ziet in Hem God. Ja en dan gaat dat ook jezelf veranderen, gaat zijn licht en liefde door jouzelf  heen verder naar anderen toe, hoor Jezus: jullie zijn het licht voor de wereld, laat dat licht schijnen voor de mensen, dan gaan ze je goede daden zien en God de eer geven.

Prachtig zoals Paulus schrijft over de glorie van God in Christus die ons verandert:  “Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullenmeer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd” (2 Kor. 3: 18).  Weet u dat daar datzelfde woord voor wordt gebruikt als voor wat met Jezus gebeurde op die berg, n.l. metamorfose, je wordt er een ander, een mooier mens van: “wij gaan steeds meer lijken op onze hemelse Heer”.

Neem maar mee als vraag voor deze veertigdagentijd: of daar al iets van te merken is,bij jezelf en bij elkaar, en hoe we eraan kunnen werken dat door wat wij laten zien aan elkaar en aan anderen van wie Christus is, de bewondering voor Hem groeit.

dia 5     4. als Hij komt  (Christus bewonderen)

Het is opvallend dat Petrus daarmee inzet in die tekstverzen: “Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden”. Het gaat dan duidelijk niet over het komen van Jezus in deze wereld, als kind, want zo glorievol was die komst niet: een kind in doeken gewikkeld, in een voerbak.

Nee, het gaat over de terugkomst van onze Heer, in majesteit, als de grote Koning. De BGT heeft: “onze Heer Jezus Christus zal met hemelse macht op aarde komen”. Het komt terug in 3:4 waar Petrus het heeft over mensen die spottend vragen waar die Christus toch blijft: “Hij had toch beloofd te komen?”, en in 3: 12 gaat het over de dag dat God zal komen – met steeds weer hetzelfde woord voor komst: parousie.

Nou, die verschijning op die berg, met goddelijke glans en glorie, is daar al een glimp van en een voorspel voor: het gaat door lijden heen naar die heerlijkheid. Petrus wil maar zeggen: dat verzin ik maar niet, dat is meer dan een mooie droom, ik heb zelf al iets mogen zien van de majesteit van Zijne Koninklijke Hoogheid, al was het nog maar even en nog maar een glimp, maar dat vraagt om meer en dat meer zal ook komen, dankzij het lijden en de overwinning van de Koning-knecht. Die heeft geleden voor u en voor jou en die ons wil laten delen in zijn heerlijkheid.

Dat heeft Hij zelf beloofd toen Hij het had over de voltooiing van deze wereld: “Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon”.  Johannes laat ons al genieten bij het vooruitzicht: “we weten dat we op Jezus zullen lijken als Hij terugkomt. Dan zullen we Hem zien zoals Hij is, de hemelse Christus”.

amen      

 dia 6

Die vraag dus: wat is al te zien van de glorie van Christus, bij jezelf en bij elkaar?

 ————————————————————————————————-

liturgie voor de morgendienst op de 2e zondag van de Veertigdagentijd

 votum en groet

zingen:      Ps. 25: 1,2,3,5 + antifoon

      (A – vss.1,2 – A – vss 3,5 – A)

(NLB 535c: Gedenk uw ontferming, God,

                   uw liefde eeuwen door)

Gods wet (Deut. 5)

zingen:     Ps. 99: 5,6

gebed

Schriftlezing: Marcus 8: 27-33 en 9: 2-10

zingen:     NLB 517: 1,2 (melodie: Lied 158)

 verkondiging: 2 Petrus 1: 16-19a

zingen:     Gz. 111

gebed

collecte

zingen:     Ps. 43: 3,4

zegen