Complot…of God

Liturgie morgendienst

Welkom en mededelingen

Votum en groet

Zingen: Psalm 2: 1,2 DNP ‘Wat willen al die wereldleiders toch?

Gods leefregels 1 Petrus 3: 8 – 17

Zingen: Psalm 34: 3,4,5 DNP ‘Dien God en heb het goed’

Gebed

Bijbellezing: Jesaja 8: 1 – 9: 6

Zingen: Psalm 130: 1,2 DNP ‘Vanuit het diepe duister’

Preek ‘Complot…of God?’

Zingen: Gezang 227: 1,4,5 GK ´Alles, alles is gelegen´

Of: NLB 452’’ Als tussen licht en donker’

Gebed

Collecte

Zingen: NLB 416: 1-4 ‘Ga met God’

Zegen

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, dia 1

Ze zijn er altijd al geweest: complotverhalen. Complotverhalen worden gevoed door onzekerheid en angst; ze komen vooral op en vinden gehoor in een tijd van crisis; als mensen zich zorgen maken en zich bedreigd voelen en geen vertrouwen hebben in hun leiders. We beleven ook nu zo’n tijd, waarin van alles aan de hand is, zoals corona. Beweerd wordt dat het coronavirus bewust verspreid zou zijn door Bill Gates die dan aan een vaccin kan verdienen, en dat machten achter de overheid erop uit zouden zijn om ons met coronapas en QR code te manipuleren. Onrust die versterkt wordt door wantrouwen in de overheid, na het falen van die overheid in b.v. het toeslagenschandaal en de Groningse aardbevingsschade. En dan is er ook het World Economic Forum, een internationale club onder leiding van een zekere Karl Schwab die een ‘Great Reset’ bepleit, een herstructurering van de economie na corona, met meer aandacht voor duurzaamheid en klimaat en eerlijker verdeling van goederen – wat daarna door rechts-Amerika bestempeld is als nieuw communisme dat de wereld wil overheersen. En dan er zijn predikers die wijzen op Openbaring 13 waar we lezen over een monsterlijke macht – het beest uit de aarde – die iedereen wil voorzien van een merkteken – en alleen als je dat teken hebt, kun je kopen en verkopen – zonder dat sta je erbuiten – zie je wel, zegt men, dat gaat gebeuren als je niet beschikt over zo’n QR – code. Dan wordt je ‘uitgeplugd’. Dus is de oproep: wees op je hoede en kom in verzet. dia 2 Eerder waren er ook al zulke verhalen, b.v. rond de pinpas en de streepjescode,
Wat moeten we hier nou van denken en hoe stellen we ons op als gelovige mensen? Is het niet terecht dat gewaarschuwd wordt tegen duistere machten die ons leven willen beheersen, wat toch ook de Bijbel doet als het gaat over de macht van satan? Paulus heeft het over een strijd met “kwade geesten in de hemelsferen” (Ef.6), Petrus waarschuwt dat de duivel “rondgaat als een brullende leeuw, op zoek naar prooi” (1 Pet. 5), en in Openbaring 13 gaat het inderdaad over een merkteken van zo’n eng beest. Zijn we niet naïef als we ons geen zorgen maken?
Nou, alert zijn en oppassen voor wat allemaal ons kan overkomen, is altijd goed en nodig De vraag is dan wel of je wel ziet waar het echt om gaat en wat de juiste houding is. Daar kan de Bijbel ons bij helpen, ook het gedeelte dat we net uit Jesaja 8 en 9 gelezen hebben.
Ik wil daar nu met jullie wat beter naar gaan kijken, met als thema: Complot…of God? We letten op drie aandachtspunten uit deze hoofdstukken: dia 3
1 laat je niet bang maken (8: 11-13)
2. heb vertrouwen in de Heer (8:17)
3. leef in het licht van Jezus (9:1)

dia 4 1 Complot of God? Laat je niet bang maken.

Nou, bang waren ze wel degelijk in Jeruzalem, toen Jesaja de mensen aansprak. Om Juda heen was van alles aan de hand en dat zorgde voor veel onrust en paniek. Israël was na de dood van koning Salomo uiteengevallen in twee koninkrijken: Israël met als hoofdstad Samaria, en Juda met als hoofdstad Jeruzalem. In de tijd waarin zich afspeelde wat we gelezen hebben was in Samaria Pekach koning en in Jeruzalem Achaz; en die twee deden veel dat God niet goed vond.
Het was ook een tijd van enorme spanning, door de dreiging van de oprukkende legers van het machtige Assyrië, met als centrum wat tegenwoordig Irak heet. dia 5 Dat werd door kleinere landen als Syrië en Israël gezien als een groot gevaar; bovendien waren ze verplicht om elk jaar veel geld aan de machtige buurman te betalen en dat waren ze goed zat; reden voor de koningen Resin van Syrië en Pekach in Samaria om zich samen tegen het machtige Assyrië te verzetten, en ze wilden Achaz van Juda zover krijgen om ook mee te doen. Maar toen die daar niet in mee ging kwam er oorlog± Syrië en Israël Juda aan, en belegerden ze Jeruzalem. Dat bracht Achaz ertoe om de machtige buur Assyrië te hulp te roepen. Hij moest in ruil voor die hulp veel geld betalen, en zelfs de kostbaarheden uit de tempel werden als afkoopsom gegeven aan de Assyrische koning. En ook toen bleef het onzeker wat er verder zou gaan gebeuren; geen wonder dat veel mensen het niet vertrouwden en er ban van werden.
Nou, tegen die achtergrond moeten we lezen wat verteld wordt in Jesaja 7 en 8. Met als rode draad wat boven Jesaja 8 staat: “Onheil over een volk zonder vertrouwen”. In Jesaja 7 werd dat al tegen koning Achaz gezegd: “Als jullie geen vertrouwen hebben, houden jullie geen stand”. Maar Achaz vertrouwde op Assyrië in plaats van op God die toch had beloofd dat het goed zou komen: “Houd het hoofd koel, laat u geen schrik aanjagen door die twee smeulende stukken hout, Resin van Aram (=Syrië) en de zoon van Remaljahu (=de koning van Israël), hoe hoog hun woede ook oplaait”. Zij hebben dan wel kwaad in de zin, “maar dit zegt God, de HEER: Het zal niet gebeuren, het zal niet zo gaan.“ Heel bijzonder, dat geduld van God, met een volk en koning die zo veel deden wat tegen de wil van de Heer inging. Wat een liefde en genade dat God toch zijn volk wilde redden. Vlak voor onze tekst staan nog meer bemoedigende woorden als over die volken die Juda bedreigden wordt gezegd dat hun plannen nergens toe zullen leiden, “want God is met ons”. Dan hoef je toch niet in paniek te raken?

Kijk, maar als je dan naar onze tekstverzen kijkt, blijkt dat ook Jesaja en de mensen om hem heen het er best moeilijk mee hadden Jesaja vertelt dat God hem als het ware bij de hand pakte en waarschuwde om niet mee te gaan met allerlei geruchten en angst voor duistere complotten en politieke spelletjes: “Noem niet alles een samenzwering wat zij een samenzwering noemen. Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt, heb er geen ontzag voor”. Het staat er in het meervoud, dus moest Jesaja dit doorgeven aan de mensen om hem heen. Blijkbaar gingen er ook toen al allerlei geruchten rond die niet te controleren waren en dat joeg veel mensen angst aan. Jeremia waarschuwt er later ook tegen: “Laat het hoofd niet hangen, wees niet bang voor geruchten her en der. Dit jaar gaat er een bang gerucht, het volgend jaar gaat er een ander.” (Jeremia 51: 46). Er is niets nieuws onder de zon: in alle tijden zijn er geruchtenmachines, gaat nepnieuws rond, zijn er echte en vermeende complotten, die zorgen voor verwarring en angst.
Maar dan zegt de Heer tegen Jesaja en door hem tegen het volk, en ook tegen ons: laat je niet bang maken, ga niet mee met dat geroddel en met allerlei nepnieuws maar vertrouw op Mij en houd de moed erin… en als je al ergens bang voor moet zijn, wees dan niet bang voor machtige mensen of enge samenzweringen, heb dan liever angst en ontzag voor je God, de Heer van de hemelse machten, die heilig is, ontzagwekkend.
Nee, dat is niet bedoeld om de mensen toen en ons vandaag bang voor God te laten zijn, maar wel om ons ervan te doordringen dat God groot en machtig is, sterker dan wie kwaad in de zin hebben, en dat juist wie kwaad wil, deze God tegen zich krijgt. Zoals in vs. 9 de volken met hun aanvalsplannen de wacht wordt aangezegd: “Gord je wapens aan en beef van angst… Smeed een plan, het zal verijdeld worden; sluit een overeenkomst –het zal nergens toe leiden. Want God is met ons”. Dat geeft rust! Maar waar dat vertrouwen ontbreekt en mensen blijven lopen op hun eigen weg, lopen ze vast en gaat het mis. Dus wordt een keus gevraagd: God is voor wie Hem vertrouwt een heiligdom, een plek om te schuilen en veilig te zijn, maar voor de ander een struikelsteen en een valstrik en een net. Daar zullen ze in Samaria en Jeruzalem achter komen, als het niet verandert: “Velen zullen struikelen, ze komen ten val en worden vermorzeld, raken verstrikt en worden gevangen”. Dat is ook gebeurd, een triest verhaal dat uitliep op verwoesting en ballingschap.
Dat was toen, heel lang geleden. Maar het staat in onze Bijbels, ook voor ons. Laten we maar nuchter zijn en ervan uitgaan dat ook wij niet alles wat gebeurt kunnen overzien. Ook in onze tijd spelen bij plannen die worden gemaakt en beslissingen die worden genomen, belangen mee, wordt er gelobby’ d, draait veel om geld en macht. Wees daarom maar blij met mensen die naar boven halen wat fout gaat: vasthoudende journalisten, Kamerleden, klokkenluiders, je zou ze moderne profeten kunnen noemen.. en houd je ogen ook zelf open, deel niet naïef al je gegevens via sociale media, bewaak je privacy. Maar vooral: vertrouw op God je Vader die boven al dat aardse gedoe staat, over wie we zongen: “Wat willen al die wereldleiders toch met al hun plannen en hun dwaze dromen? Dan lacht de HEER vanuit zijn hemelwoning; Hij spreekt tot hen met goddelijke spot: Ik ben de HEER. Heersers, wees wijs: je moet de HEER gaan eren”. En laten wij dat ook maar doen, vol ontzag en met vertrouwen. Heb moed! Je hoeft echt niet bang te zijn.

dia 6 2. Complot of God? Heb vertrouwen in de Heer (8:17)

Dat heeft ook Jesaja moeten leren en hij houdt het de mensen toen en ons voor: ‘ik zal wachten op de HEER….ik heb mijn hoop op Hem gevestigd”. Dat hebben Jesaja en zijn vrouw en kinderen ook mogen voorleven en uitstralen als gezin naar de mensen om hem heen: ‘Ik ben, met de kinderen die de HEER mij heeft gegeven, een teken voor Israël”. Dat zal slaan op de namen die Jesaja aan twee van die kinderen gegeven heeft, ongebruikelijke lastige namen maar met een boodschap. ‘Schear Jaschub’= ‘een rest keert terug’ en – nog lastiger: Maher-Salal-Chaz-Baz = haastige roof, spoedige buit, wat slaat op de Assyriërs die de rijkdommen van Damascus en Samaria zullen wegroven. Wat voor Juda en Jeruzalem bemoedigend is: jullie vijanden worden verslagen. En lees er niet overheen dat die uitkomst niet verdiend is, gezien wat ze er in Juda onder leiding van Achaz voor puinhoop van hadden gemaakt, Jesaja is er zelf verbaasd over, hij kan het haast niet geloven maar klampt zich vast aan Gods trouw: ‘ik zal wachten op de HEER, hoewel Hij zich voor het volk van Jakob verborgen houdt, ik heb mijn hoop op Hem gevestigd”. Dan moet je wel een sterk geloofsvertrouwen hebben. Als het lijkt of God zich niet meer laat zien, niet ingrijpt om te redden, zich – NBV 21 – van zijn volk heeft afgewend, dan toch blijven vertrouwen dat God er is en toch de hoop niet verliezen! Ik vind het een mooie gedachte dat het gezin van Jesaja een teken kon zijn voor de mensen om hen heen, door die namen maar vooral als een voorbeeld van een sterk vertrouwen op God, midden onder alle onrust en tegen alle complotverhalen in. Het zou mooi zijn als wij als gelovige mensen en als kerk ook aan mensen om ons heen laten zien dat we vertrouwen op onze Vader in de hemel die machtiger dan welke wereldleider of multinational ook”. Dan hoef je niet onrustig te worden door allerlei geruchten over complotten, en ook angst voor een wereldregering hoeft je niet uit de slaap te houden, als je mag weten en geloven dat God er is en dat Hij deze wereld regeert. Laten we vooral in dat vertrouwen leven en laat ons houvast zijn wat we denk ik nog wel kennen uit die eerste zondag van de catechismus dat we in leven en sterven het eigendom zijn niet van onszelf – en ook niet van welke ongrijpbaar virus of welke geheimzinnige krachten ook, maar van onze trouwe Heer en Redder Jezus Christus.

dia 7 3. Complot of God? Leef in het licht van Jezus (9:1)

Nee, zijn naam wordt nog niet genoemd door Jesaja maar zijn komst wordt al wel aangekondigd, en dat mag het licht zijn dat straalt midden in een stikdonkere tijd. Want nee, de profetie maakt het niet mooier dan het is: het wordt echt moeilijk en veel mensen weten vaak niet hoe het met hen en met hun kinderen verder moet: “Moedeloos en hongerig zullen de mensen door het land zwerven. Ze zullen honger lijden en in woede de koning en hun God vervloeken. Ze kijken omhoog of staren naar de grond, maar overal heerst verstikkende duisternis; donker en somber is het, nacht overal.” Zo was het toen, door dat oorlogsgeweld en die plunderingen, en ook in onze tijd zijn er genoeg gebieden waar mensen er zo aan toe zijn, waar honger is of dreigt, terreur wordt uitgeoefend, de overheid niet beschermt maar de bevolking onderdrukt, waar dood en verderf wordt gezaaid of rampen gebeuren. En ook in onze welvarende Westerse wereld en ons rijke Nederland zijn veel mensen die boos zijn en demonstreren, zelfs overheidspersonen uitschelden en bedreigen; en er zijn ook mensen die somber zijn of depressief, die op zoek zijn naar steun maar die niet krijgen, mensen die niet weten waar ze het zoeken moeten, misschien kent u zo iemand, misschien voel je je zelf ook soms hopeloos. Maar dan is het een bemoedigende boodschap dat er toch licht is en uitzicht: “Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht, zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen”. En dat wordt dan in die bekende profetie verder uitgewerkt door de belofte dat er bevrijding zal komen en nieuwe toekomst door een regeerder die wel rechtvaardig is en recht zal doen en zal bevrijden van onderdrukking en een eind zal maken aan oorlog en geweld, dé vorst van de vrede. Het is wat in die tweede psalm bezongen werd waarmee we begonnen vandaag en waarin God aan het woord komt: ‘Ik ben de HEER en mijn gezalfde koning regeert in Sion, op de berg van God.’ ‘Jij bent mijn zoon; Ik geef aan jou het leven. Bedwing de volken met een sterke staf; Ik heb hen aan jou in bezit gegeven.’ Heersers, wees wijs: je moet de HEER gaan eren. Kniel voor de zoon en luister naar zijn stem. Hij zal je anders in zijn vuur verteren. Je bent pas veilig als je schuilt bij Hem”. Wat wij ook mogen doen: schuilen bij Hem, onze Heer die regeert en die terug zal komen: Jezus die ook ons met beide benen op de grond zet als het gaat over geruchten en complotten en ons tegelijk omhoog en vooruit laat kijken, ik denk aan Lucas 21:8-9: “Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: ‘Ik ben het’ of ‘De tijd is gekomen”. Volg hen niet. Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde”. En even verder: “er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom.” En dan is de boodschap: “red je leven door standvastigheid.” Niet in paniek raken maar op je plek volhouden. Ja, en zie wat de echte gevaren zijn: “Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven.” Daar zit een veel groter risico in dan in een virus of een vaccin of een QR code of een streven naar een wereldregering. Dat je al je kaarten zet op een goed en luxe leven hier en nu voor jezelf, en daar al je tijd en energie in steekt, of dat je al maar bezig bent om je tegen van alles en nog wat in te dekken, en je alleen maar je zorgen maakt omdat je je leven in de grip wilt houden en merkt dat dat niet lukt..

Leef vooral in het licht dat Jezus is en straal dat licht door aan mensen die nog altijd in het donker zitten, ook mensen die bang zijn en misschien wel in die complotverhalen geloven: veroordeel ze niet, maak ze niet belachelijk, ga vooral waar dat kan met ze in gesprek, en doe dat in de geest van wat hoorden uit die brief van Petrus: vertel over de hoop die je hebt, en doe dat vooral zachtmoedig en met respect. Af en toe hebben we zelf z´n gesprek en dan proberen we door te vragen: waarom denk je dat, hoe kom je aan je informatie, en waarom geloof je die meer dan wat deskundigen erover zeggen…sommige Kamerleden pakken het ook zo aan in debatten: wat zijn de feiten, beschuldig niemand zonder bewijs, check je informatie, en begin altijd vooral met luisteren zonder oordelen.
dia 8 Zoals Jacobus ons aanspoort vooral te luisteren en niet te gauw de mond open te trekken en zeker niet meteen geërgerd en kwaad te zijn.
Houd vooral zelf en samen de moed erin als het lastig is en je zelf ook somber en bezorgd bent. Dat kan en dat helpt, want er is licht: het beloofde Kind is geboren, we hebben het weer gevierd op het kerstfeest dat Gods Zoon Jezus aan ons is gegeven en Hij heeft zichzelf voor ons gegeven, Jezus die echt slachtoffer is geworden van een complot van de kerkelijke en wereldse leiders van toen; zoals er later in een gebed op wordt teruggekeken door zijn leerlingen (Hand.4): “In deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door U is gezalfd”, een gemeen complot – en toch is juist zo Gods plan uitgevoerd en is Jezus de redder geworden van de wereld en regeert Hij de wereld. Hij heeft alle macht in hemel en op aarde en Hij verzekert ons ervan dat Hij de wereld al overwonnen heeft. En kijken uit naar zijn Dag, naar de nieuwe wereld waar het nooit meer donker is. Daar wachten we op. In verwachting en met de moed van de hoop! dia 9

amen

Als alles duister is…. Taizé viering

Taizé- Jezus, u bent het licht in ons leven

Start met zingen +/- 10 min. Voor aanvang van de dienst, waardoor mensen in stilte kunnen gaan zitten/meezingen.

Welkom

Adventsmoment

Belijdenis van afhankelijkheid en vertrouwen

Wij verwachten onze hulp van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft,
bij Hem is de bron van het leven, door zijn licht zien wij licht.

Groet

Jezus Christus is het licht van God, gezegend is zijn naam.
Hij gaat voor ons uit en verlicht ons dag aan dag,
Hij is het licht van de wereld voor alle mensen,
de duisternis zal wijken uit ons hart.
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest
amen

NLB 601 ‘Licht dat ons aanstoot in de morgen’

Licht dat ons aanstoot in de morgen
voortijdig licht waarin wij staan.
Koud, één voor één, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn,
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij,
kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.
Veelstemmig licht, om aan te horen
zolang ons hart nog slagen geeft.
Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.

Gebed voorganger

Taizé – Lofzang van Maria: ‘Hoog verheft mijn ziel de Heer’ – Magnificat anima Dominum’

1x voorzingen allen
1x 4 intervallen canon Latijn
1x 4 intervallen canon Engels

Lezing Jesaja 8: 21 – 9: 6 (Marleen)
Schenk ons vrede – “Dona Nobis Pacem” (canon)
1x voorzingen allen
2x 3 intervallen canon Latijn

Overdenking

dia 1
Beste mensen, broers en zussen, gemeente,

Als alles duister is…. Jesaja, die vroege profeet, zag het al vanuit de verte, in een tijd dat het voor zijn tijdgenoten steeds donkerder werd – door invallen van naburige volken en een dreigende bezetting: dia 2 “Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen”(9:1) Eeuwen later mocht Zacharias mocht in de geboorte van zijn zoon en de aanstaande geboorte van Jezus de vervulling heel dichtbij zien komen: dia 3 “Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel zich over ons ontfermen en schijnen over allen die in duisternis verkeren, in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede”.

Prachtig toch? Nou ja, prachtig? Zo prachtig is het allemaal niet, als je eerlijk bent, nog lang niet! O ja, er is voor en met de kerst licht genoeg, op straat, in je huis, in winkelcentra. Zelfs en misschien juist als corona ons nog beperkingen oplegt kunnen we het thuis wel gezellig maken.

Maar we weten allemaal wel dat al dat licht het donker waarin veel mensen zitten niet kan wegnemen en misschien juist wel schrijnend afkomt op wie zich juist rond de kerst extra eenzaam voelen, denk aan asielzoekers die hun familie in het thuisland waar oorlog is des te meer missen, aan mensen die niet rond kunnen komen en aan hun kinderen niet kunnen geven wat ze nodig hebben; en je zult maar psychisch of lichamelijk een wrak zijn en je hopeloos voelen of ernstig ziek zijn, of kampen met sombere gevoelens of in spanning leven over uitslagen van onderzoeken, of weinig bezoek krijgen, dan ervaar je maar weinig van licht. En misschien zie jij in jezelf en om je heen meer donkerheid dan licht. Het is goed daar oog voor te hebben, dat serieus te nemen, open te staan voor niet zo mooie verhalen, niet te gauw met mooie woorden en zomaar al te makkelijke oplossingen en schrale troost te komen, er voor elkaar te zijn, en vooral niet te vergeten wie kwetsbaar zijn, eenzaam, al langer tijd buiten beeld wat zomaar wordt tot uit het oog uit het hart.

Als alles duister is, wie ontsteekt in die duisternis een licht, een vuur? Een actuele vraag, zoals kan blijken uit het wereldwijd gedeelde en beroemde gedicht van Amanda Gorman, voorgedragen tijdens de inauguratie van de nieuwe Amerikaanse president Jou Biden, in een tot op het bot verdeeld land met scherpe tegenstellingen en veel problemen. Ze begint met diezelfde vraag die klinkt als een klacht: “Als het dag wordt vragen we ons af wanneer zien we ooit licht in deze eindeloze nacht?
Elk verlies dat we dragen, is een zee waar we door moeten waden. We trotseerden de buik van het beest. We leerden dat rust niet altijd staat voor vrede. En dat begrip, de waarde van wat recht is, niet altijd rechtlijnig is…” Toch blijft ze niet steken in het negatieve maar put hoop, hoor maar: “en toch, voor we het goed beseffen behoort de dageraad ons toe”. Waarvoor ze ook zich beroept op de Bijbel: “De Bijbel leert ons dat iedereen onder zijn eigen wijnstok of vijgenboom moet zitten. Zodat niemand hem nog bang kan maken.” Dat geeft hoop en moed en uitzicht!

Wij hebben Jesaja gelezen over licht voor mensen in een stikdonkere tijd en we hebben Zacharia horen zingen over stralend licht dat vanuit de hemel aangestoken zou worden op deze donkere aarde. Dan mogen we geloven dat alles wijst in de richting van Gods Zoon Jezus die op deze aarde is gekomen: “Want een kind is ons geboren en een zoon is ons gegeven” mocht Jesaja zo zeker aankondigen alsof het toen al was gebeurd, dat kon hij zo zeggen omdat God doet wat Hij belooft; Zacharias was na maanden zwijgen ook zover dat hij zijn gegroeide geloof kon uitzingen over stralend licht uit de hemel voor wie in duisternis leven, dankzij “de liefdevolle barmhartigheid van onze God”. We weten en mogen geloven en we hebben ervan gezongen dat Jezus dat licht is, reddend verschenen in onze wereld, licht in ons leven. Later heeft Jezus zelf dat gezegd, dat Hij daarvoor gekomen is. Zoals in Joh. 8: 12: dia 4 “Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft”. En zoals we in het adventsmoment hoorden, in Joh. 12: 46: “Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in Mij gelooft niet langer in de duisternis blijft”. Een lied wil ons bemoedigen en in beweging krijgen:
dia 5 “Waar de mensen dwalen in het donker, draai je om en zie het nieuwe licht Zie het licht dat God ons gaf in Jezus. Zie de mens die ieder mens verlicht. Want het licht is sterker dan het donker en het daglicht overwint de nacht. Zoek je weg niet langer in het duister. Keer je om en zie Gods nieuwe dag”.

Ja, dat is best een mooie oproep, maar…heb je wel goed gehoord wat Jezus zei: als jij Mij volgt loop je niet meer in het donker maar in het licht…en dan heb je licht dat leven geeft: voor jezelf maar ook om naar anderen uit te stralen en aan anderen uit te delen … waar de Bergrede naadloos op aansluit als Jezus daar tegen wie Hem volgen zegt: “Jullie zijn het licht voor de wereld”. U dus ook, en jij, en ik… Als je licht bent gaat dat opvallen en mogen anderen ook profiteren van je uitstraling.
En dus komt het als een vraag op u en jou en mij af, vanuit dat mooie lied: “Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur” : wie doet dat? Het is te makkelijk om dan als antwoord te geven: dat kan God alleen, en God heeft dat gedaan door Jezus geboren te laten worden en in Hem zijn licht aan te steken op aarde, wat natuurlijk helemaal waar is maar als Jezus dan zegt dat wie Hem volgt dat licht zal gaan verspreiden, dan is dat een uitnodiging en een opdracht, zoals in dat stukje Bergrede dia 6: “Je steekt geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, je zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, zodat zij jullie goede daden kunnen zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel”.

Als alles duister is – om je heen, in het leven van je broer of zus, je kind, je kerkgenoot, je buurman, je collega, die vluchtelingen ver van je warme bed, die dakloze zonder zo’n geriefelijk huis, die wereld in verwarring, hoe kun je dan voor hem of haar, voor hen, dat licht van Jezus laten schijnen, dat vuur aansteken van Gods liefde als een sprankje hoop? Ik kan het vanmorgen niet concreet invullen voor u en jou, voor mezelf vind ik het al lastig; maar denk erover na en heb het erover met elkaar, zeker ook richting de kerstdagen en straks weer een nieuw jaar: voor wie zou ik een lichtje kunnen aansteken, iets van Gods liefde laten zien, en hoe dan…hoe kunnen we samen echt hart voor Loenen hebben.. en voor Baambrugge natuurlijk ook…en voor Abcoude, Weesp, Vreeland, Nieuwer ter Aa…. voor hem of voor haar dichtbij of van verder weg….

Tegelijk zijn er al best veel mooie dingen die gedaan worden, om dat vuur dat is aangestoken brandend te houden en aan mensen die veel donker ervaren wat licht en warmte te bieden, al kunnen wij niet alles wat er is aan narigheid en wanhoop bij hen weg halen – dat kan God alleen. Wat wel kan met Gods hulp is wat Paulus schrijft aan gelovigen in Filippi, die stad vol heidendom maar tegelijk de eerste stad waar in Europa Jezus bekend werd en geloof vond – Paulus schrijft in Filippenzen 2: dia 7 “Doe alles zonder morren en tegenspreken, opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel. Houd daarbij vast aan het woord dat leven brengt”.

Nog eens, dan lijkt dat klein en onooglijk, en wij zijn lang niet altijd zulke lichten. We moeten ook wel goed lezen en goed luisteren, naar waar die lofzang van Zacharias op uitloopt. Niet op een soort schijnwereld waarin het allemaal mooier lijkt dan het waar is. Een uitlegger wijst erop dat Zacharias niet zegt dat alles nu al “zon en vrede wordt”. Zacharias zegt wel dat we dankzij Gods ingrijpen, Gods omkijken naar een wereld in nood, naar u en naar jou, onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede, de vrede met God en dan ook vrede in ons hart en vrede met elkaar. Vrede die nog geen feit is helaas, zelfs niet in eigen omgeving, zelfs niet altijd in ons eigen leven maar wel mogelijk wordt. De vraag is of onze voeten in de goede richting gaan. Of we leven in het licht van Jezus die zei dat als je Hem volgen wilt, je niet langer in de duisternis hoeft te leven, of we de weg gaan die Gods Geest ons wijst.

De vraag is dus of we echt er vertrouwen in hebben – met alle twijfels en vragen en in een onzekere en zelfs gevaarlijke wereld – dat bij God alle dingen mogelijk zijn. Zelfs een nieuwe wereld waar recht gedaan wordt en blijvende vrede zal wonen. Omdat midden in deze heftige wereld een kribbe heeft gestaan en ook een kruis en zelfs daarna een open graf. Omdat God ook naar ons omkeek en Jezus voor mensen in het donker -en dat zijn wij allemaal – naar déze aarde kwam. En zijn vuur ontstak.

Het slot van dat gedicht waarmee ik begon eindigt zo: “Als het dag wordt zeggen we de nacht vaarwel, vurig en zonder vrees. De nieuwe dageraad bloeit open nu wij hem bevrijden. Want het licht blijft altijd schijnen Als je maar de moed hebt het te zien. Als je maar de moed hebt het te zijn. ‘

Alle reden om met dat andere mooie lied te blijven zingen en bidden:
dia 8 Jezus, U bent het licht in ons leven,
laat nimmer toe dat het duister tot mij spreekt.
Jezus, U bent het licht in ons leven,
open mij voor Uw liefde.
amen

Taizé- Dona la pace – Geef vrede, Heer, aan wie vertrouwen op u
Dona la pace, Signore, a chi confida in te. Dona la pace, Signore, dona la pace.

1x enkelstemmig
2x vierstemmig
2x met gebeden erdoorheen

Gemeentegebed door Marleen

Collecte

Kindermoment en kinderlied ´Goed nieuws´

Taizé – Als alles duister is
Als alles duister is,
Ontsteek dan een lichtend vuur
Dat nooit meer dooft,
Een vuur dat nooit meer dooft.

Zegen

De Heer is voor je om je de juiste weg te wijzen
De Heer is achter je om je in de armen te sluiten
en je te beschermen tegen gevaar
De Heer is onder je om je op te vangen als je valt
De Heer is in je om je te troosten als je verdriet hebt
De Heer omkleedt je, met vreugde en liefde
Want zijn zegen ligt op ons, vandaag, morgen, in eeuwigheid.

Amen

Filippenzen 4: 10-20 Hervormingsdag ‘Zwak en toch sterk, arm en toch rijk’

Liturgie morgendienst 31 oktober 2021

Welkom
Zingen: NLB 314: 1,2,3 ‘Here Jezus, om uw woord’
Belijdenis van afhankelijkheid en vertrouwen
Onze hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Zijn trouw duurt eeuwig en Hij laat het werk van zijn handen niet los.
Groet
Genade voor u en vrede van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven geesten voor zijn troon, en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene uit de dood, de heerser over de vorsten van de aarde.
amen
Zingen: NLB 654: 1,2,5,6 ‘Zing nu de Heer, stem allen in’ (‘Nun freut euch, lieben Christen gemein’
Gods leefregels Filippenzen 2: 1-11
Zingen: NLB 574: 1,2,3 ‘Glorie zij U, Christus’
Gebed
Bijbellezing: Filippenzen 4: 10-20
Zingen: NLB 722: 1,2,3 ‘Uw stem, Heer, hebben wij gehoord’
Verkondiging dia 1 ‘Zwak en toch sterk, arm en toch rijk’
Zingen: NLB 723: 1,2 ‘Waar God de Heer zijn schreden zet’
Gebed (presentator)
Kinderlied ´Onder, boven, voor en achter´
Collecte
Zingen: NLB 898: 1,2,4 ‘Een vaste burcht is onze God’
Zegen
De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de Heilige Geest zij met u en jullie allemaal.
amen

Beste zussen, broers, u en jullie, gasten, samen Gods gemeente,

Hervormingsdag vandaag, en tegelijk is het ook Nationale Bijbelzondag. De Bijbel als boek staat in heel veel kerken vandaag centraal, nog meer dan elke andere zondag. Des te meer nu eerder deze maand de NBV21 is gepresenteerd en aan onze koning aangeboden. Op de site van het Bijbelgenootschap wordt uitgelegd waarom er een herziene vertaling is gekomen, waarin allerlei reacties en voorstellen tot verbetering verwerkt zijn: “Het doel is om de kwaliteit van de NBV te versterken en om de bruikbaarheid van deze vertaling te vergroten”. Hopelijk kunnen veel mensen nog beter de Bijbel lezen en begrijpen in de taal van onze tijd.
Hervormingsdag en Bijbelzondag vandaag. En die hebben best veel met elkaar te maken, want Maarten Luther, de hervormer van de kerk die op 31 oktober 1517 zijn 95 beroemd geworden stellingen naar buiten bracht, heeft als andere grote verdienste dat hij de Bijbel weer aan de gewone kerkmensen heeft teruggegeven, in hun eigen verstaanbare Duitse taal. dia 2 Zelf ging hij pas echt de Bijbel bestuderen toen hij er als professor colleges over moest geven, vooral over de Psalmen en over de Brieven van Paulus. En zo kwam hij tot de ontdekking die zijn leven radicaal veranderde dat je niet door je eigen goede werken en door al maar jezelf te kwellen om zo te boeten voor je zonden het goed hoefde te maken bij God, maar dat Jezus dat al lang had gedaan en dat je gered bent als je gelooft dat God van je houdt en je zonden wil vergeven. Niet jouw verdienste maar Gods genade!
Nou, en daarom groeide bij Luther en andere steeds meer afkeer en verzet tegen misstanden in de kerk van toen, waarin de kerkleiding de mensen bang maakte voor Gods straf en een systeem had bedacht waarbij de gewone mensen die vaak ook nog arm waren, tegen betaling de straf voor verkeerde dingen konden afkopen door een aflaat aan te schaffen, waarna het opgehaalde geld – heel veel geld – werd gebruikt om b.v. een kostbare kerk te bouwen zoals de Sint Pieter in Rome. De aflaatverkopers wekten dan ook nog de indruk dat je door een aflaat te kopen kon zorgen dat jijzelf of je al overleden familieleden eerder vanuit het vagevuur – de plek waar mensen na hun dood nog moesten worden schoongemaakt van hun zonden – in de hemel konden komen. ‘Als het geld in het kistje klinkt, het zieltje in de hemel springt”, was een populaire reclamekreet van sommige aflaatverkopers.
Luther protesteerde op 31 oktober 1517 in 95 stellingen tegen dit misbruik van macht en die geldklopperij, en vooral tegen de gedachte alsof je je plek bij God en in de hemel zelf moest verdienen of zelfs tegen betaling kon veiligstellen terwijl de Bijbel leert dat dia 3 “iedere christen die oprecht berouw heeft, volkomen vergeving heeft van straf en schuld, ook zonder aflaatbrieven” (stelling 36). En mensen met niet veel geld moeten allereerst zorgen voor hun gezin en hun geld niet verspillen aan aflaten. (stelling 46). En “waarom bouwt de paus, die toch rijker is dan de rijkste rijkaard*, de St Pieterskerk niet liever van zijn eigen geld dan van dat van de arme christenen? “ (stelling 86). Eerst erkende Luther nog het kerkelijk gezag en deed hij een beroep op de paus om wat te doen aan de misstanden. Pas toen paus en bisschoppen dat niet van plan waren en ze Luther uit de kerk gooiden en het liefst hem dood wilden hebben, werd de breuk steeds duidelijker, en brak in veel landen vervolging los tegen wie het met Luther en andere hervormers van de kerk eens waren, ook in Nederland.
Hervormingsdag dus vandaag. Nog steeds krijgt wat meer dan 500 jaar geleden is begonnen en veel gevolgen heeft gehad voor de kerk en de samenleving in Europa aandacht, in Duitsland en in ons land en ook in andere landen wereldwijd, maar hoe kijken we er vandaag op terug en wat kunnen en moeten er mee in onze andere tijd? Is het niet vooral triest dat mede door dat verzet van Luther en anderen de kerk voor eeuwen is verscheurd, en dat er nog heel wat meer scheuringen achteraan kwamen? Moet je nog wel wat toen en daarna is gebeurd vieren, en je niet vooral schamen over zoveel geruzie en verdeeldheid met de nog altijd bestaande gescheidenheid? Daar zou veel over te zeggen zijn, meer dan vanmorgen kan en nodig is. Het is goed om te bedenken dat er toen echt schrijnende misstanden waren en dat Luther en anderen er niet op uit waren om te scheuren en de kerk te verlaten maar dat het hen steeds meer onmogelijk werd gemaakt in en voor de kerk te werken en te proberen die kerk weer terug te brengen tot wat de Bijbel leert en de mensen wil meegeven. Tegelijk is er met alle goede bedoelingen ook van de kant van de reformatoren als Luther en anderen best veel misgegaan, en ook in de eeuwen daarna. Het is verheugend dat in de katholieke kerk veel ten goede is veranderd, én dat van protestantse kant erkenning is voor veel waardevols in de katholieke traditie, zodat we nu elkaar meer en meer erkennen en waarderen. Dat we hier in Loenen zelfs af en toen samen diensten hebben en dingen samen doen. Laten we hopen en bidden dat we steeds dichter bij elkaar komen, samen achter de Heer Jezus aan, en proberen samen iets te betekenen voor alle mensen.
Ik noemde al even de voor Luther verrassende ontdekking door zijn bestuderen van de Bijbel dat je niet zelf door je goede werken of door je af te beulen om zo te boeten voor je zonden je plekje bij God moet verdienen maar dat Gods genade genoeg is. Vooral wat Paulus schrijft in Romeinen 1: 17 was voor Luther, zei hij later, als het ware de poort naar het paradijs. dia 4 Daar staat: “In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt, zoals geschreven staat: ‘de rechtvaardige zal leven door geloof.’“ Ook Paulus heeft dat trouwens door schade en schande moeten leren. In de brief aan de kerk van Filippi vertelt hij daar over, in hoofdstuk 3, als in het kort zijn levensloop langs komt als eerst fanatieke Farizeeër die dacht bij God in een goed blaadje te staan door zijn strikte naleven van allerlei wetten en regels, totdat hij Jezus echt leerde kennen en hij alles van vroeger als afval weggooide (Fil.3: 8). Hij wilde achter Jezus aan en leerde dat hij het van Gods genade moest hebben; in een andere brief staat dat God een keer tegen hem zei: je hebt genoeg aan mijn genade, ook al heb je problemen en zorgen of ziekte. Kijk, en dan kun je een heleboel aan, dan heb je houvast, hoe je leven ook verloopt. We hebben gelezen hoe Paulus erin stond, en als je iets weet van het leven dat een man als Luther heeft geleefd, met heel goede en ook met heel slechte tijden, dan is er veel dat doet denken aan het veelbewogen leven van Paulus: dia 5 “Ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven, ik heb alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek`. Goede én slechte tijden die je kunt meemaken. Zomaar doen die omstandigheden veel met een mens, hangt je geluk of je ongeluk af van werk of niet, veel of weinig geld, status, kansen of mislukkingen, gezien en gehoord worden of niet, mensen om je heen of eenzaamheid, in vrijheid leven of gevangen zitten, en noem maar op. Maar de ontdekking van Paulus en later ook van Luther en veel andere gelovigen is dat als je God mag kennen als je Vader in de hemel en jezelf als zijn geliefde zoon of dochter, gered door Jezus, dat je dan ongeacht de omstandigheden, gelukkig kunt zijn en het vol kunt houden. Zoals Paulus schrijft: “ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft”. dia 6 Dat is niet de stoere taal van iemand die je niet raken kan, die het zelf wel redt. Wel van iemand die heeft ervaren dat hij er niet alleen voor staat maar dat God er voor je wil zijn en dat Hij je erdoor helpen.
Als er iemand was die er soms diep onderdoor ging en er erg doorheen zat, dan was het Paulus wel. Hoe vaak heeft hij niet gevangen gezeten, werd hij afgeranseld, was hij op de vlucht, en kreeg hij nogal eens veel kritiek en weerstand vanuit gemeentes. Ja, en hij moest ook in zijn eigen onderhoud voorzien, en dat was meest geen vetpot. Van Luther kun je ook zulke verhalen vertellen. Hij heeft goede jaren gekend maar ook veel verdriet: kinderen die jong overleden, vrienden en collega’s die om hun geloof ter dood werden gebracht, de pestepidemie die slachtoffers maakte vlakbij, en dan natuurlijk de scherpe conflicten met paus en keizer, en ook best vaak met eigen volgelingen. Luther was ook geen makkelijk mens: opvliegend, driftig, en ook niet zakelijk. De laatste jaren van zijn leven was er voortdurend geldgebrek en waren er schulden, zodat er weinig te erven viel voor vrouw en kinderen. Een van Luthers laatste woorden was: “wij zijn allemaal bedelaars, dat is waar”. dia 7 Hij bedoelde dat we het allemaal moeten hebben van Gods genade die we niet verdiend hebben. Maar het was ook letterlijk eigenlijk zo voor de oude Luther: hij stierf als een bedelaar. Toch kun je die tekst van Paulus ook op Luthers leven toepassen, was dat ook zijn houvast: “Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft”. Het gold van Paulus, van Luther: ‘Zwak en toch sterk, arm en toch rijk’. Twee boeken die ik heb over Luther hebben een titel die heel menselijk is± ´Luther, een mens zoekt God´, en `Een bedelaar vindt rust`. Dan komt een verhaal van lang geleden dichtbij.
Misschien is dat voor onze tijd wel een heel belangrijk en leerzaam voorbeeld, gelet op wat ons en wie bij ons horen kan overkomen aan goeds én ook aan moeilijks. We leven in een tijd waarin veel latten hoog worden gelegd, door onszelf en anderen, als het gaat om succesvol willen zijn, gelukkig willen worden, iemand zijn die meetelt. Je moet vooral werken aan jezelf en zorgen dat je iets bereikt en je kansen pakt. Tegelijk ervaren we allemaal hoe kwetsbaar we zijn en hoe wat je wilt bereiken of voor elkaar hebt gekregen weer uit je handen kan vallen, omdat je niet je leven in de grip hebt en de omstandigheden zomaar kunnen veranderen, je gezondheid achteruit kan gaan, mensen je tegen kunnen werken of wie je lief was ineens kan wegvallen. En dan komt het erop aan wat je houvast is, of je dan helemaal in de put raakt of dat je bij alles wat je overkomt, wat tegenzit en verdriet oplevert, overeind kunt blijven. Eerder in deze brief gaat het daar ook al over: “Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden” (4: 6). Dat is in de lijn van Jezus die ons aanspoort om niet bezorgd te zijn omdat God als Vader voor je zorgt. De ontdekking van Luther dat je niet jezelf hoeft op te werken tot een perfect mens, helpt om niet jezelf en elkaar op te jagen om maar steeds beter te worden, maar jezelf te zijn als mens van God en kind van je hemelse Vader. Laten we niet steeds onszelf vergelijken met wie in onze ogen meer kunnen en meer voorstellen. Zomaar voelen we ons nooit goed genoeg in de ogen van God, mensen, en onszelf. Hoe mooi de les van God als bemoediging: mijn genade is ook voor jou genoeg. Tegelijk is er dan ook de menselijke kant van met die hulp van God je eigen verantwoordelijkheid nemen en ook je verantwoordelijk en zorgzaam weten voor elkaar en mensen om je heen. In de verzen om onze tekst heen komt dat alle twee terug. Eerst geeft Paulus aan dat hij echt wel in staat is en bereid is om voor zichzelf te zorgen, dat hij niet zielig en als een arme sloeber en slachtoffer van de omstandigheden zijn hand op wil houden: “Ik heb geleerd om in alle omstandigheden voor mezelf te zorgen.“ We weten dat Paulus naast zijn preekwerk en gemeentewerk een vak uitoefende als tentenmaker. Toch is Paulus de kerkleden van Filippi heel dankbaar voor hun morele en ook financiële steun, zeker nu hij weer ergens gevangen zit: “Toch hebt u er goed aan in mijn moeilijkheden te delen”. Blijkbaar was die steun bijzonder, want “uw gemeente is de enige geweest die gedeeld heeft in mijn tegoeden en tekorten”. Voor Paulus in zijn omstandigheden was die steun erg welkom: “Nu is alles mij vergoed en heb ik zelfs veel meer ontvangen”. Die ontvangen giften uit Filippi “zijn een geurig en aangenaam offer dat God behaagt”. Nou, en als het de christenen in Filippi aan iets gaat ontbreken, moeten ook zij maar vertrouwen op Gods zorg: “mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus”. Zo komt het bij elkaar: God zorgt voor je, zorg dan ook voor elkaar. In de NBV21 staat: “door uw eenheid met Christus Jezus”. Mooi want doordat we samen aan Jezus verbonden zijn is er ook verbondenheid met elkaar en ga je ook kijken hoe je er kunt zijn voor elkaar en wat je samen kunt doen voor de mensen om ons heen, in ons dorp en in de regio. Ja, want God schakelt in zijn zorgen voor mensen vaak mensen in. Zeg maar dat wij de gevende handen van God mogen zijn voor elkaar en anderen, b.v. door de collectes elke zondag en door om te kijken naar elkaar en mensen om ons heen en waar het kan ook verder weg…En laten we ook als kerken blijven werken aan die eenheid.
Wat nemen uit deze dienst mee de week weer in? Nog even die twee teksten van Paulus: dia 8 “Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft”. Hoe is dat voor ons? En die belofte: “God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u en jou aanvullen”. Kunnen wij daarmee weer verder, voor onszelf en voor samen, en voor anderen? Is Gods genade genoeg voor je, en gun je die anderen ook die genade en zijn of haar deel van wat God wil geven? Dan wordt het hoe dan ook een goede week, vol van liefde en tot zegen.
amen

Handelingen 9: 10-22 Ananias bij Saulus, samen in de naam van Jezus

Liturgie morgendienst
Welkom
Votum en groet
Zingen: Psalm 32: 1,2,3 DNP ‘Gelukkig wie door God is vrijgesproken’
Gebed

Inleiding op de lezing en de overdenking.
Het gaat vandaag over groeien tegen de verdrukking in. Een bekende uitdrukking die zeker past bij de situatie van de kerk en het christelijk geloof in onze tijd, wereldwijd. Aan de ene kant is er een toenemende vervolging van christenen in veel landen. De stichting Open Doors heeft een lijst waar 50 landen op staan waar het voor christenen moeilijk is. Waarbij we moeten bedenken dat ook andere minderheden het soms heel zwaar hebben, vaak in diezelfde landen: Oeigoeren in China, de Rohingya moslims in Myanmar, jezidi’s in Irak en Syrië. En in veel landen wordt oppositie sowieso niet geaccepteerd, zoals weer bleek in Rusland bij de zgn. verkiezingen. Verdrukking dus wereldwijd, maar tegelijk veel berichten over groei van het aantal christenen en kerken, zoals in China, in Turkije, in Iran, en zelfs in Afghanistan. Als het gaat over de toekomst van het werk van onze God en onze Heer Jezus, hoeven we niet somber te zijn. We mogen hopen en vertrouwen dat het goed komt. Het verhaal waar het vanmorgen over gaat, is een verrassend en hoopgevend voorbeeld. Laten we luisteren naar wat verteld wordt in Handelingen 8: 1-4 en 9: 1-22
Bijbellezing: Handelingen 8: 1-4 en 9: 1-22
Zingen: NLB 189 ‘Daar gaat Saulus hoog te paard’

Verkondiging: Handelingen 9: 10-22 Ananias bij Saulus: samen in de naam van Jezus

Zingen: Opwekking 167: 1,2,3 ‘Samen in de naam van Jezus’

Zingen: Lied 838: 1,2,4 ‘O grote God, die liefde zijt’.
Gebed
Collectemoment
Zingen: NBL 425 ‘Vervuld van uw zegen’
Zegen

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zussen, broers,
Het is echt een verrassend verhaal en ook een bemoedigend verhaal waar het vanmorgen over gaat, waarin wordt verteld dat midden in een donkere tijd vol angst en ellende er ineens volop licht gaat schijnen. In de vorige hoofdstukken werd verteld hoe Stefanus door woedende volksgenoten werd meegesleurd en met stenen doodgegooid en dat de vurige Joodse rabbi Saul(us) dat helemaal prima vond. Het werd voor die Saul zelfs het startpunt om overal de volgelingen van die gehate Jezus van Nazareth achterna te zitten, in de gevangenis te stoppen, en waar dat kon de dood in te jagen, en dat niet alleen in Jeruzalem en omgeving maar met toestemming van de hogepriester ook in Damascus, in Syrië. Een dagenlange reis van meer dan 200 km…hoe fanatiek kun je zijn om zo’n reis naar een ander land te maken om mensen op te pakken….

Kijk, maar dan het verrassende en bemoedigende, meteen al in het begin, lees 8: 4. Eerst is verteld dat als gevolg van die felle vervolging door Saulus een heleboel gemeenteleden uit Jeruzalem wegvluchtten naar de dorpen in Judea en Galilea. Maar dan? Kropen ze daar weg? Hielden ze zich bang stil? Welnee, integendeel: “degenen die verdreven waren, trokken rond en verkondigden het woord van God”. Ze hielden dus niet uit angst hun mond maar ze vertelden frank en vrij over hun geloof in Jezus, en als gevolg daarvan ontstonden overal nieuwe kerkjes, blijkbaar zelfs in het verre Damascus. In plaats van stilstand en teruggang kwam er juist extra groei. Het is wel vergeleken met bloemen die uitgebloeid zijn, paardenbloemen b.v., waar je tegen blaast of waar de wind doorheen gaat, zodat de zaadjes overal heen waaien en het jaar erna overal nieuwe planten gaan groeien. Groei tegen de verdrukking, wat nog steeds gebeurt, voorbeelden genoeg ook uit onze eigen tijd..

Het wonder wordt nog groter in Handelingen 9, en dan denk ik natuurlijk aan wat onderweg naar Damascus is gebeurd met die vervolger Saulus. Maar vanmorgen willen we niet de focus hebben op Saulus, die we beter kennen onder zijn Griekse naam Paulus, maar vooral letten op de rol die in dit verhaal wordt gespeeld door die minder bekende volgeling van Jezus uit Damascus, Ananias. Wie die Ananias was, weten we eigenlijk niet, er staat: een leerling van Jezus, die in Damascus woonde – misschien een ouderling van de kerk daar, of gewoon een van de gemeenteleden. Iemand noemt hem “de onmisbare man op de achtergrond”, zo iemand die je bijna over het hoofd zou zien. Juist deze Ananias speelt in Paulus’ leven en in de groei van de kerk een sleutelrol. Met een naam die veelzeggend is: ‘de Heer is barmhartig, genadig, vergevend’ – juist een man met die naam moet namens de Heer naar Saulus met zoveel op zijn kerfstok.

Eerst wordt verteld hoe Saulus, met een arrestatieteam onderweg naar Damascus, door hemels licht geveld wordt, en hoe Jezus hem zegt op te staan en naar de stad te gaan en daar af te wachten tot hem zou worden gezegd wat hij moest doen. Maar de eerst zo stoere Saulus was door dat felle licht verblind en kon geen hand voor ogen zien en geen stap verzetten – zijn helpers moesten hem als een hulpeloze stumper bij de hand pakken en naar Damascus brengen en hem daar achterlaten bij een zekere Judas, misschien in een herberg of een opvang voor daklozen of reizigers. Daar zat hij dan, hij kon geen hap door zijn keel krijgen, hij kon alleen maar bidden, en God vragen om helderheid, om weer licht in zijn ogen en vooral licht op zijn levensweg.

Kijk, en dan krijgt die Ananias een visioen, een soort droom overdag, waarin hij een boodschap krijgt die hij ervaart als opdracht van de Heer. Een opdracht waar hij geweldig van schrikt en waar hij voor terugschrikt: ga naar de Rechte Straat, naar meneer Judas, en vraag daar naar een man uit Tarsus die Saulus heet. Al opvallend hoe dat gezegd wordt, hoe de Heer Saulus aanduidt naar de plaats waar hij vandaan komt, als mens. En ook: “hij is aan het bidden.” Zou dat niet Ananias gerust moeten stellen: die Saulus is op de knieën gegaan voor God, mak als een lam geworden, niet om bang voor te zijn…Of toch nog wel….soms kan iemand denken God een plezier te doen door anderen hard aan te pakken, zoals Saulus dat echt dacht. Saulus die vanaf zijn jeugd een serieuze gelovige en dagelijkse bidder was, en zoals hij zelf later schrijft, een fanatieke Farizeëer – gelovigen kunnen soms keihard zijn en fanatiek – helaas al te vaak, zoals meer dan eens is gebleken, b.v. in kerkstrijd. Ja maar Heer, reageert Ananias, Saulus, dat is toch de man die hier komt doen wat hij ook heeft gedaan in Jeruzalem: ons oppakken en gevangen zetten…als ik naar hem toega als christen, teken ik mijn eigen vonnis…. Stel je bent christen in Afghanistan en je gaat naar de talibanleiders en je zegt dat ze zich moeten bekeren, dat wordt je dood. Of je meldt je in Iran bij de ayatolla’s om een Bijbel te brengen… Zoiets is het geweest voor Ananias: ga op bezoek bij Saulus.. ik…naar hem…je voelt de spanning…moet dat echt.. nee toch..? ik ben bang? Wie zou niet bang zijn?
En dan is weer heel verrassend wat voor antwoord Ananias krijgt: Ga toch maar… Saulus weet trouwens al dat je komt, ook hij heeft een visioen gekregen. Ja, en deze Saulus “is het instrument dat Ik gekozen heb”, om mijn naam – dat is de naam Jezus waar die Saulus tot nu toe zijn hekel aan had – “om mijn naam uit te dragen”, aan Joden en aan alle andere volken, en ook aan koningen, aan machthebbers. Blijkbaar heeft dat allemaal Ananias vertrouwen gegeven want hij gaat! Misschien nog wel met lood in de schoenen en hartkloppingen want wat zal hij aantreffen in dat huis van Judas, in de Rechte Straat…wat is die Saulus voor man en wil hij echt anders, na alles wat hij heeft aangericht? Ik denk zomaar dat Ananias in dat huis toch wel geschrokken zal zijn van hoe anders die Saulus eraan toe was dan hij had verwacht en gevreesd: hulpeloos, blind, verzwakt door dagen niet eten, totaal van de rit… Wat er na die eerste indrukken is gezegd en gedeeld, wordt niet verteld. Wel het belangrijkste, het mooiste, meest verrassende: Ananias legt zijn handen op het hoofd van Saulus en zegt: ‘Saul, broeder’. Hoe mooi is dat! Hiermee is de bestaande mijlenverre afstand tot wie tot gold als vijand en levensgevaarlijk, overbrugd: contact van mens tot mens, respect en liefde: zegenende handen en ‘broeder’. Ananias omarmt als het ware Saulus als nu ook een van het gezin: jij hoort er nu ook bij, jij bent mijn broer geworden, en… die Jezus die jou onderweg heeft aangesproken heeft een belangrijke taak voor jou.

Prachtig om te horen en je in te denken: wat een wonder gebeurt hier! Ja, en het lijkt of dan alles in één keer goed komt, als bij toverslag, nee, doordat de Heilige Geest, de Geest van Jezus, gaat werken in Saulus, zoals we straks ervan gaan zingen: het is de Geest die ook Saulus deed zeggen: Jezus Christus – Messias – is mijn Heer. Dan gebeurt het wonder: “meteen was het of er schellen van Paulus’ ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten”. Nou, dat ging snel, denk je dan, dat geloof je niet. Ga er maar vanuit dat er die dag heel wat gepraat is en veel gebeden. Het wordt hier kort en bondig verteld, precies wat de uitkomst was…en hoeveel tijd er overheen is gegaan, is blijkbaar niet zo belangrijk….Later vertelt Paulus trouwens eerlijk dat hij eerst nog wat twijfelde om die stap te zetten: mag dat wel, mag ik ook gedoopt worden, nu al? Ananias moest hem over de streep trekken: “Wat aarzel je nog, broeder? Sta op, laat je dopen en je zonden afwassen.” En zo gebeurde, wat een wonder…dat die felle tegenstander van Jezus en die bloedhond als het om christenen ging, gedoopt wordt en daarna ingezet gaat worden als apostel en dat met zijn verhaal en ook met zijn kennis, als geen ander geschikt gemaakt…later komt Paulus er vaak op terug en dan benadrukt hij dat het alleen genade van God is, dat hij die eerst de gemeente heeft vervolgd zoveel voor Jezus mocht doen. Juist omdat ik zwak ben en ongeschikt, schrijft hij vaak, wordt des te meer duidelijk hoe groot God is….juist wie klein en zwak durft zijn, is groot en sterk, en is geschikt…om te dienen.. zijn Heer en Gods mensen.

Terug nog even naar Ananias en daarna nog wat lessen voor jou en mij. Wat Ananias betreft, we komen hem later niet meer tegen in de Bijbel; maar wel zijn er allerlei verhalen in omloop gekomen, zoals dat hij de eerste bisschop was van Damascus, en dat hij op bevel van een Romeinse gouverneur gestenigd zou zijn. Erg onaannemelijk omdat steniging een Joodse doodstraf was en niet een Romeinse. Het is verder bijzonder dat er in Damascus nog steeds een rooms-katholieke kapel is waarvan aangenomen wordt dat daar die ontmoeting plaatsvond van Ananias met Saulus en Saulus daar is gedoopt – wie weet is dat zo, maar mooi die herinnering.
Al met al een bijzonder verhaal met een centrale rol voor Ananias. Maar wat kunnen wij er nou uit meenemen voor ons vandaag, in onze tijd? Dat vind ik best een lastige omdat de situatie nu zo heel anders is dan toen.

Toch enkele aandachtspunten. Ik heb er vier.
Allereerst: wat een wending in het verhaal sinds die moord op Stefanus. Eerst leek het steeds verder de verkeerde kant op te gaan, toen Saulus alles op alles zette om wie Jezus volgden, aan te pakken en de kerk van de aardbodem weg te vagen, maar toen bleek Gods werk niet te keren. Hoe bijzonder dat zelfs zo’n fanatieke vervolger kan worden tot volgeling en voorganger, als Gods Geest in iemand werkt zodat hij of zij zich bekeert en van vijand vriend wordt: broer, zus. Nou dat kan ook in onze tijd en daar zijn prachtige voorbeelden van: jihadstrijders die Jezus leren kennen en gaan geloven, een verslaafde aan drugs die van zijn verslaving afkomt en dan als ervaringsdeskundige hulpverlener wordt, criminelen die een punt achter hun ontspoorde leven zetten en jongeren gaan helpen om niet ook op zo’n verkeerd spoor te komen, mensen die eerst alles wat met in God geloven te maken heeft bestrijden en in aanraking komen met het verhaal van Jezus en zich gaan verdiepen in de Bijbel, en die dan aangeraakt worden door de boodschap van vergeving en liefde zo dat dat hun leven op de kop zet, iemand die ging proef-geloven en er daarna niet meer los van kwam en zich aansloot bij een kerk…..het zijn maar een paar voorbeelden om aan te geven dat de wonderen de wereld niet uit zijn…ook niet het wonder van bekering en geloof en daarna een nieuw begin en een ander leven…soms heel anders dan wij hadden verwacht en vaak mooier dan we hadden durven dromen: blijf vooral maar hopen en bidden en je verwonderen.

Ja, en dan nog iets: in dit verhaal horen we een paar keer van visioenen als een manier waarop mensen een boodschap krijgen en in beweging komen: Ananias kreeg een visioen en Saulus ook…en er gebeurde wat! Wij vinden dat misschien wat vreemd maar ook in onze tijd komt het voor, best vaak zelfs, dat dromen en visioenen ons iets willen vertellen. Er zijn ook veel voorbeelden dat mensen in een droom Jezus ontmoeten en dat dat de eerste stap is naar tot geloof komen, b.v. van moslims die zo christen worden, of van mensen die er niets mee hadden en dan toch…Het vraagt natuurlijk zoals bij alles om goed nadenken en kritisch beoordelen en je door anderen laten bevragen en waar nodig corrigeren, maar nog altijd kan een mens ook zo dingen ervaren en meekrijgen, ook van God. Stel je er maar voor open dat God met je bezig blijft, laat je roepen en de weg wijzen, door woorden, door gesprekken, door ervaringen, soms ook door dromen. Zoals Ananias die er voor open stond toen Jezus hem riep en reageerde met : “ik luister, Heer”

Ananias was zeg maar een ‘gewoon’ kerklid, zoals jij en ik zijn. Juist hij werd ingezet om Saulus te begeleiden richting zijn nieuwe leven en zijn nieuwe levenswerk, en werd zo een belangrijke schakel in het werk van Jezus… Daar zie je uit hoe belangrijk het is om er voor elkaar te zijn en hoe God door zijn Heilige Geest mensen aan elkaar verbindt om het samen te doen…en God kan ons allemaal gebruiken, ieder op eigen plek en met al die verschillende gaven en mogelijkheden, ook om elkaar te stimuleren en op weg helpen, als dingen lastig zijn of als we dreigen vast te lopen, of juist om eens even iemand af te remmen en op adem te laten komen – Ananias hoefde niet gaan doen wat Paulus deed maar hij hielp hem wel op weg en trok hem over te streep: broeder, je mag er echt bij horen…zo kunnen wij hopelijk ook voor mensen die we tegenkomen – zoekers, afhakers, tegenstanders – een brug zijn naar God toe en de gemeente toe, en niet een sta-in-de-weg of een struikelblok.

Ja, en wanhoop dan maar nooit aan de kracht van God en de liefde van Jezus, kijk maar naar dit verhaal en geloof maar dat er bij God geen hopeloze gevallen zijn…en leer van Ananias dat als je op God vertrouwt en achter Jezus aan gaat je niet bang hoeft te zijn, ook niet voor heel lastige vragen en harde kritiek, voor moeilijke gesprekken en pijnlijke ontmoetingen, voor trieste verhalen en misschien vijandige reacties… Neem maar de bemoediging mee dat de Heilige Geest je wel de goede woorden zal geven als je ervoor open staat, en dat als je in je leven laat zien dat de liefde van God je drijft en dat je open staat voor de ander er wonderen kunnen gebeuren en dat jouw houding het ijs kan breken. Wat vooral telt is of je naar die ander kijkt met de ogen van Jezus en vol bent van zijn liefde, zodat muren vallen en deuren ineens open kunnen gaan…als je die ander ziet als mens: jij bent mijn zus, mijn broer. En als God het geeft kan het nog steeds gebeuren dat dan bij die ander de ogen opengaan voor wie God wil zijn, zoals bij Saulus door dat gesprek met Ananias: “Het was alsof een blinddoek van zijn ogen weggehaald werd”. Dat licht dat hem eerst verblindde en op zichzelf terugwierp werd nu een licht op zijn nieuwe Weg. Ik denk dat ook Ananias heel anders wegging uit die Rechte Straat: hij had er een broer bij, ze konden samen verder, samen in de naam van Jezus! Iemand schrijft: “Dat is wat vertrouwen met een mens kan doen: dat je boven jezelf uitstijgt. Dat je uit je comfortzone stapt en iemand een kans geeft. Dat gebeurde bij Ananias. En op zijn beurt stijgt ook Paulus boven zichzelf uit: hij had het nodig, dat er één mens was die het met hem wilde wagen op die ándere weg…Gods weg. Dat wij door het met elkaar te wagen bijdragen aan elkaars welzijn, dáárin openbaart zich Gods liefde”. Een vraag voor jou en mij: voor wie zou ik een Ananias kunnen zijn? amen

Hebreeën 10: 24-25 Waarom zou ik (nog/weer) naar de kerk gaan?

liturgie themadienst (middagdienst)

welkom

belijdenis van afhankelijkheid en vertrouwen

groet – amen

zingen: Psalm 65: 1,2 Levensliederen

1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
u zult van ons de dank ontvangen
die u is toegezegd.
U hoort wat mensen aan u vragen,
bij u komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat u ons vergeeft.

2. Gelukkig wie u wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij u thuis.
U antwoord machtig en rechtvaardig,
u redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.

gebed

Bijbellezing: Heb. 10: 19-25

Zingen: Ps. 84: 1,2 Hoe lieflijk is uw huis, o Heer!

overdenking: Heb. 10: 24-25

zingen: Gz. 163: 1,2,3 GK ‘Dit huis, een herberg onderweg

gebed

collectemoment

geloofsbelijdenis

zingen: NLB 968: 4 ‘Met God zijn wij verbonden’

zegen

Broers en zussen, gemeente,

Waarom zou ik (nog/weer) naar de kerk gaan? Een vraag die als gevolg van de coronalockdown ook tot dan toe kerkelijk betrokken mensen zich stellen. Voorop staat dat wij niet de toekomst van geloof en kerk in de hand hebben maar dat God dat is door zijn Geest. Een hele geruststelling en ook een oproep tot vertrouwen en tot gebed. Maar het neemt niet weg dat wij er ook bij worden ingeschakeld, en dus weer die vraag: waarom zou ik naar de kerk gaan? Wat is de meerwaarde van de kerkdienst in een gebouw, met samen luisteren en zingen, boven het op de eigen bank thuis volgen van een onlinedienst naar eigen keus: van je eigen gemeente of een kerk elders? Het is een vraag voor heel wat kerken: wie komen er straks nog?
En dat in een tijd van sowieso teruglopend kerkbezoek. Veel mensen gaan al lang niet meer, of alleen af en toe. Ze hebben niet zoveel met de kerk als instituut en ervaren kerkdiensten als saai, met woorden en verhalen en rituelen uit een tijd die voorbij is. Er zijn er ook die op de kerk zijn afgeknapt en zeggen: voor geloven heb ik de kerk niet nodig, staat de kerk zelfs in de weg. Soms komen er vervelende ervaringen met de kerk en met voorgangers en kerkmensen bij. Vooral veel jongeren maar ook ouderen zijn best geïnteresseerd in zingeving en in religie maar willen zich niet binden aan een bepaalde kerk of club en zijn bang om op zondag van alles te moeten, na een week van haast en stress.
Waarom naar de kerk? Dat is voor anderen geen vraag: natuurlijk ga ik, als het even kan elke zondag, wat hebben we dat gemist en wat jammer dat we zolang niet mee konden zingen, en wat jammer dat hij of zij niet meer komt.. Jullie zijn er vanmiddag, zelfs voor deze tweede dienst.
Toch is ook voor wie gewend is elke zondag naar de kerk te gaan, dat de gewoonste zaak van de wereld vindt en het ook fijn vindt, de vraag belangrijk naar het waarom van kerklid zijn en naar de kerk gaan: wat is het belang van de kerk en de kerkdienst, wat zoek je er en wat ervaar je er van God maar ook: wat hebben we elkaar en vooral ook onze kinderen en jongeren te bieden, en: hoe kunnen we elkaar en die jongeren, en ook wie zijn afgehaakt of dreigen af te haken, stimuleren om ook (of weer) mee te gaan doen? En om het nog lastiger te maken: hoe bereiken we wie echt buiten staan en weinig of niets weten van God en van de Bijbel of die heel kritisch staan tegenover ieder geloof?
Onze tekst wordt vaak aangehaald als het gaat over trouwe kerkgang, en is ook vaak als vermaan gebruikt voor wie in onze ogen het lieten afweten: “wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn” – zo stond het er in de vertaling NBG-1951. En dan zou de boodschap zijn dat dat moet veranderen en dat we elkaar daarop zouden moeten aanspreken, en waar nodig vermanen.
We komen daar straks nog wel op terug maar eerst nog weer die vraag: waarom we eigenlijk naar de kerk gaan, en wat we daar doen, en waarom dat belangrijk zou zijn. Bekend is het antwoord dat je naar de kerk gaat om Gods Woord te horen en te bidden en samen te zingen, en dat is natuurlijk zo, lees wat zondag 38 over de zondag zegt: “dat ik trouw tot Gods gemeente zal komen om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Here publiek aan te roepen, en de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen”. In lijn ook met Bijbelse aanwijzingen over eredienst: je doet het tot eer van God. Vroeger hoorde ik thuis wel zeggen: je gaat naar de kerk voor God en niet voor de mensen. Waar achter zat dat als de dominee tegenvalt of mensen in de kerk het laten afweten, je toch blijft gaan, want God roept je en Hij wil dat we allemaal in zijn huis komen, liefst elke zondag, want we mogen nog.
Hoe waar dat allemaal is, het is toch eenzijdig, er is meer van te zeggen. Want als het alleen om God en niet om mensen gaat, waarom is het dan niet voldoende om thuis in de bijbel te lezen en te bidden, of vanaf de bank online een dienst te volgen, en af en toe geld over te maken voor goede doelen? En het is toch waar dat ook mensen die geen lid van een kerk zijn en niet op zondag naar de kerk gaan, kunnen geloven, en bijbel lezen en bidden, en goede doelen steunen? Denk alleen maar aan mensen die te oud of te ziek zijn, of die om andere redenen niet gaan. En wie zijn wij om over mensen te oordelen die andere keuzes maken in geloof en kerk? Ja, en gelukkig konden we in coronatijd toch elke zondag een kerkdienst mee beleven. Ook daar zijn we God dankbaar voor dat die mogelijkheden er zijn in onze tijd. Hoe anders zou het geweest zijn met zo´n pandemie zeg twintig of dertig jaar geleden. Toch is het door heel de bijbel heen duidelijk dat geloven en God dienen iets is voor samen. Vandaar al die beelden voor de kerk als een volk, een huisgezin, een kudde, een lichaam. En dus kom ik niet alleen maar in de kerk om God te ontmoeten en te krijgen wat ik nodig hebt, maar ook om anderen te ontmoeten, om samen te delen wat God geeft en op elkaar betrokken te zijn, om elkaar te steunen in wat moeilijk is, en om wie tekort komt te helpen. Ieder naar eigen mogelijkheden en naar wat iedereen nodig heeft. Als dat stagneert of niet functioneert, en ieder er vooral zit voor zichzelf, omdat het moet of hoort, of ik vooral gefocust ben op wat ik er aan heb, beantwoordt die samenkomst – het woord zegt het al – niet aan het doel: het heet een samen- komst maar echt samen ben je niet want dan zit je er vooral op jezelf en voor jezelf. Als we deze tekstverzen goed lezen, valt alle nadruk juist op dat gezamenlijke. Maar ook dan moeten we erachter komen hoe dat is bedoeld want zomaar gaat ook dat fout, zoals helaas vaak gebeurd is, Laten we op elkaar acht geven, op elkaar letten; dat lijkt op sociale controle, elkaar in de gaten houden als het gaat om kerkgang, avondmaal vieren, besteding van de zondag…Dat kan heel negatief zijn en irritant overkomen. Maar dat is precies niet de bedoeling. De focus ligt op gemeente-opbouw, op samen- komen en er zijn voor elkaar en er samen iets van maken en elkaar stimuleren en bemoedigen en aansporen. Je bent zussen en broers, toch, één gezin? Er staat trouwens niet: laten we op elkaar letten en elkaar aansporen om trouw naar de kerk te gaan en mee te doen met allerlei activiteiten, en dat niemand mag wegblijven. Nee, er staat dat we elkaar zullen aansporen “om lief te hebben en goed te doen”, in de NBV’21: “elkaar aansporen tot liefde en goede daden” en even verder: “elkaar juist bemoedigen”. Óf het dus om mensen gaat, om die ander en ook om mijzelf. Het gaat erom dat we elkaar stimuleren tot betrokkenheid op elkaar en zorgzaamheid en hulpvaardigheid, en dienen door de liefde.
Elkaar bemoedigen, dat is ook maar één aspect van het Griekse woord dat gebruikt wordt; heel letterlijk staat er: ergens bij te hulp roepen, en dat kan elkaar aansporen zijn, of elkaar moed inspreken of juist elkaar opschudden om dingen op te pakken of dingen te veranderen, net naar de ander nodig heeft. De kerk is er niet maar om je als kerkgangers een goed gevoel te geven of te bevestigen in wat je al vindt of denkt of doet, maar juist ook om wakker te schudden of op te roepen om dingen die niet goed zijn in ons doen en laten of aan onrecht gebeurt in deze wereld te veranderen; het mag ook best schuren ongemakkelijk voelen in de kerk. Zoals we in dat lied dat we soms zingen vragen: “maak ons hart onrustig, God – laat ons vechten voor de vrede – steek in ons uw woede aan”. Bemoediging is daar moed voor krijgen, geïnspireerd worden om het goede te doen en tegen onecht en kwaad te vechten, eerst bij jezelf. En dat komt er wel op aan, hoe dichter we bij de dag komen dat Jezus terugkomt….weer: niet om ons bang te maken maar ons te stimuleren, want het gaat echt wel ergens over; laat maar zien waar we naar toe op weg zijn en laat hier samen alvast iets zien van hoe mooi het kan zijn.
Wat ook belangrijk is, dat is of we willen leren, leren van God, met behulp van de Bijbel, en ook leren van elkaar en van anderen mensen, en zo verder komen en groeien…niet denken dat je het al wel weet maar nieuwsgierig blijven en op zoek blijven….en open staan voor de vragen
die mensen stellen of leven bij jezelf…

En als mensen wegblijven of afhaken of na een keertje komen niet terugkomen omdat ze zich niet welkom en niet bemoedigd voelen, wat doen we er dan aan, durven we ook in de spiegel te kijken en ons af te vragen: zou het ook aan ons kunnen liggen? Wat kan anders en beter? Dan is het ook leerzaam als mensen die nieuw binnenstappen met hun ogen naar ons kijken en ons wijzen op blinde vlekken en hindernissen om de boodschap binnen te laten komen en echt contact te maken en gezien te worden; aan ons om te luisteren en er wat mee te doen.

Er staat trouwens in dit vers ook niet dat je de kerkdiensten niet moet verzuimen maar de samenkomsten. Letterlijk wordt een woord gebruikt dat zoiets is als: het bij elkaar brengen van mensen. Dat gebeurt ozondag als er diensten zijn maar ook op andere momenten waar je elkaar kunt ontmoeten en kunt helpen en bemoedigen: als je samen Bijbelstudie doet, b.v. als kring of bijbelstudieclub. Het gebeurt net zo goed als we elkaar opzoeken, als je omkijkt naar wie ziek is of problemen heeft, maar ook als je een feest viert, of iets leuks doet. Er is vast nog wel meer te noemen en te bedenken. En als het goed is zijn we er dan steeds op uit om open te staan voor elkaar en elkaar serieus te nemen en voluit te accepteren, en ook om gastvrij te zijn voor wie zomaar een keer binnenstapt of als gast meekomt zodat hij of zij zich ook welkom voelt.

Waarom naar de kerk? Laat ik het nog even anders benaderen: wat kan de kerk betekenen voor de samenleving, voor mensen om ons heen? In een tijd waarin wordt geklaagd over weinig visie, veel hardheid tussen mensen en bevolkingsgroepen, en weinig luisteren en praten met elkaar over wat echt telt, over wat achter allerlei frustratie en agressie zit en waarom echt gesprek niet lukt en hoe het anders en beter kan…. Nou en dan hebben we met de Bijbel goud in handen: een boek vol verhalen over hoe het goed kan gaan en wat er juist vaak fout gaat en waar dat aan ligt en wat er zou moeten en kunnen veranderen, een Bijbel vol bemoedigende verhalen en wijze spreuken en goede wetten en inspirerende voorbeelden, en vol van Gods liefde en Jezus’ voorbeeld.. Hoe mooi om van daaruit door te praten, zoals b.v. gebeurt op de gespreksgroep, hoe waardevol zou dat voor meer mensen kunnen zijn.
In de kerk gaat het om God, laat dat voorop staan. Maar het gaat God om mensen, om u en jou en mij, en ook om al die anderen. Waarom zou ik naar de kerk gaan? Om God, en juist daarom ook voor die mensen – en dan ook voor mezelf. amen
gesprek met elkaar

Gesprekspunten
1. Vindt u het aspect bemoediging belangrijk in en rond de kerkdienst? Ervaar je bemoediging vanuit de gemeente of zou dat meer en beter kunnen?
2. Hoe kunnen we onze kinderen en jongeren nog meer bij het kerk – zijn betrekken?
3. Hoe zouden we eraan kunnen werken dat meer mensen graag bij deze kerk willen horen?