Marcus 1: 9-11 : In de doop komt God heel dicht bij ons (doopsbediening aan Daniël Veldman in CGKV Broek op Langedijk)

Liturgie morgendienst zondag 7 januari 2018
Welkom : .
Zingen: Opwekking 599 ‘Nog voordat je bestond’
Stilte en persoonlijk gebed
Votum en groet
Zingen: Ps. 103: 1,5,7 ‘Zegen, mijn ziel, de grote naam des HEREN’
Gebed
Zingen: Gz. 334: 1,3,4 LB ‘Here Jezus, wij zijn nu’
Doopsformulier GKV 2
Na doop: Gz. 14: 1,2,5 LB ‘De Heer is mijn herder (NLB 23b)
Dankgebed
Kinderlied ‘God kent jou vanaf het begin KOW 77
Kinderen naar KND
Bijbellezing: Marcus 1: 1-15
Zingen: Gz. 524 (NLB): 1-5 ‘Nu Gij de doop ontvangt in de Jordaan’ (mel. Ps.116)
Verkondiging: Marcus 1: 9-11
Zingen: Gz. 912 NLB: 1,2,5,6 ‘Neem mijn leven, laat het, Heer’
Wet van de liefde
Zingen: Opwekking 642 ‘De rivier’
Voorbereiding HA .
Gebed
Collecte – zingen: Opwekking 737 ‘U nodigt mij aan tafel’
Zingen: Gz. 704: 1,2 NLB (=Gz. 141 GK) ‘Dank, dank nu allen God
Zegen
Amen: Gz. 704: 3 ‘Lof, eer en prijs zij God
————————————————————————————————————————-

Beste Floris en Janneke, kinderen, familie en vrienden, zusters, broeders, gemeente,

Het houdt niet op lijkt het wel, met feestvieren: het ene feest na het andere.We hebben de kerstdagen achter de rug, en oud en nieuw is al weer een week geleden en de kerstvakantie is bijna voorbij – morgen weer naar school, toch? Ik hoop dat u en jullie er met plezier op terugkijken en vooral ook dat de boodschap van kerst je geraakt heeft en dat je met vertrouwen op God aan 2018 begonnen bent.Nou, en vanmorgen is het weer feest want Daniël is gedoopt, en God heeft tegen hem maar ook tegen u en jou en mij gezegd: Ik ben erbij, want jij hoort ook bij Mij. Alsnog een uitroepteken achter die beloften toen we een nieuw jaar zijn begonnen,en achter wat we hoorden toen we deze dienst begonnen, dat God trouw is voor altijd en dat Hij nooit zal loslaten en zal opgeven waaraan Hij met ons is begonnen.
Ja, en volgende week is het alweer feest want dan mogen we het avondmaal vieren.
En dat eigenlijk allemaal om Hem waar het ook vanmorgen weer over gaat: Jezus.
In mijn agenda staat trouwens dat ook deze zondag een feest-zondag is: Epifanie.
Letterlijk betekent dat woord ‘verschijning’ – bedoeld is dat we vieren dat Gods Zoon Jezus deze wereld en ons leven binnengekomen is, om ons te redden en te helen.
Heel vroeger werd op 6 januari de geboorte van Jezus gevierd maar toen de kerk in het Westen dat feest ging vieren op 25 december werd 6 januari Driekoningen – dat was dus gisteren – maar wordt ook aandacht gegeven aan de doop van de Heer.
En in veel kerken gebeurt dat de zondag na 6 januari, en dat is dit jaar dus vandaag,

Hoe bijzonder dat juist op deze zondag waarop Daniël is gedoopt – in de naam van God zijn Vader en Jezus zijn Heer en Redder en de Heilige Geest die ook aan hem is beloofd – het in de preek en ook in de kindernevendienst over de doop van Jezus zelf mag gaan, en dat heeft alles met elkaar te maken want – las ik ergens – het verhaal van Jezus wordt ook ons verhaal: Jezus’leven is ons leven, zingt een lied.
Je kan ook zeggen dat Daniël alleen gedoopt kon worden vanmorgen omdat zijn en onze Heer en oudste Broer Jezus ook gedoopt is, omdat Hij ons leven wilde leven
en onze schuld op zich wilde nemen; daarom alleen zegt God ten elk van zijn kinderen en dus ook tegen u en jou en mij: “jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter, in jou vind Ik vreugde”; “mijn liefde voor jou is groot” (BGT)

Laten we nog even wat meer dit verhaal laten spreken met als kernpunten:

In de doop komt God heel dicht bij ons
1. door zijn Zoon,
2. met zijn Geest,
3. als onze Vader

1. In de doop komt God heel dicht bij ons: door zijn Zoon.
‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God’ – zo begint Marcus zijn verhaal over Jezus, over wie Hij is en heeft gedaan en wie Hij wil zijn voor ons.
Maar ‘begin’? Kerst wordt overgeslagen: geen stal, geen herders, geen Herodes…
Marcus begint zo’n dertig jaar later, met Johannes de Doper als volwassen man.
En dan ineens valt Marcus met de deur in huis: “in die tijd kwam Jezus”.
Zomaar stapt Jezus het verhaal binnen en staat Hij voor Johannes en voor ons….
alsof Hij ineens uit de lucht is komen vallen…
Maar nee, dat juist niet, hier is het niet een soort ‘uit hoge hemel daalde Hij neer’.
Terwijl er wel met nadruk bij staat: ‘Jezus, de Zoon van God’- maar over die hemelse komaf heeft Marcus het met geen woord: “In die tijd kwam Jezus vanuit Nazareth, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan, om zich door Johannes te laten dopen”.Hoe gewoon!
Epifanie, dat is: komen op een bijzondere manier, van een koning, of van God zelf.
Dan verwacht je iets bijzonders: een VIP-ontvangst, glitter en glamour, toejuichingen.
In het licht van eeuwen van aankondigingen en verwachten: daar is Hij, eindelijk, de lang verwachte messias=koning op Davids troon die de wereld redden en helen zal.
Maar wie staat hier ineens voor ons, gewoon in de rij tot hij aan de beurt is om ook door Johannes in Jordaanwater gedoopt te worden? Joshua (Jezus), de oudste zoon van een dorpstimmerman, nota bene uit een onbekend en onbemind dorpje in het ook al verachte Galilea van de heidenen: kan uit Nazaret iets goeds komen? nee toch! En: ga maar na dat uit dat randkerkelijke Galilea nooit een profeet gekomen is.

Kijk, maar dat is nou precies hoe God werkt en hoe God naar ons mensen toekomt.
Later schrijft Paulus: “God heeft juist mensen uitgekozen die in deze wereld ‘dom’of ‘zwak’ genoemd worden. Zo heeft God de wijsheid en de kracht van mensen belachelijk gemaakt. God heeft mensen uitgekozen die onbelangrijk zijn en niets voorstellen, en voor wie niemand respect heeft. Daarmee maakteHij een eind aan alles wat in deze wereld belangrijk is. Zo zorgt Hij ervoor dat niemand trots kan zijn op zichzelf.“ (1 Korintiërs 1: 27-29, BGT). Daar zit een boodschap in naar twee kanten toe: niemand is te min of te slecht of te onbelangrijk voor God, mensen met welke beperking ook zijn in Gods ogen kostbaar, allemaal Gods geliefde kinderen!
Én: we worden allemaal op onze plek gezet: wie klein en kwetsbaar durft zijn, wie
de ander belangrijk vindt dan zichzelf en wie weet van eigen tekort, die is groot!
Dat God zo werkt, hebben we weer gezien in die doop van een nog zo klein kind.
God wacht niet tot een mens tot geloof is gekomen en voor Hem gekozen heeft, maar Hij is ons al jaren voor en laat de kinderen al meteen bij zich komen, “want Gods nieuwe wereld is juist voor hen””…en voor ieder die wil worden als een kind.
Ook al begrijpen kinderen nog niets van God en Jezus, ze horen er meteen al bij.
Zoals al meteen de zonde meekomt in een mens, komt God meteen met zijn genade.

Nou, en dat is precies wat dat gebeuren daar bij de Jordaan in de kern betekent.
Het is natuurlijk wat je niet verwacht en wat eigenlijk niet hoeft: Jezus gedoopt?!
Jezus van wie we geloven dat Hij zonder schuld en zonde ter wereld is gekomen.
Geen wonder dat Johannes eerst tegenstribbelde: “Waarom bent U bij mij gekomen?
Ik zou juist door U gedoopt moeten worden!”. Goed gezien, Johannes, helemaal gelijk…en toch moet het zo gaan, zo wil God het, dat is zijn reddingsplan voor ons:
“Gij wilt niet als een onbeschreven blad veraf staan van ons volgekladderd leven;
ons leven wordt U op het lijf geschreven, Gij stapt in onze dood als waterbad..Lief
Lam van God, zo smetteloos, zo rein, in ons gedompeld, één van ons geworden”.
Terecht wordt die doop van Jezus in dat lied bezongen als “uw glorieuze ondergang;
de niet te peilen afgrond van uw liefde” – het kruis werpt zijn schaduw al vooruit daar bij de Jordaan.
De doop van Jezus aan het begin van zijn werk op aarde maakt meteen zichtbaar wie Hij is en waarvoor Hij is gekomen: om ons leven te leven en te lijden en te redden – echt als de Immanuël= door Jezus komt God dichter bij ons dan ooit.
Maar ook: voor wie zich aan Hem toevertrouwt en Hem wil volgen, wordt zijn leven ons leven, willen wij worden als Hij: nederig en vol vertrouwen leven met Hem en voor Hem, en ook met en voor anderen – we gaan in ons lied erom vragen, voor Daniël en voor onszelf: neem zijn/mijn leven, en laat het toegewijd zijn aan uw eer.

2. In de doop komt God heel dicht bij ons: met zijn Geest.
Toen Jezus na eerst kopje onder te zijn gegaan, weer boven water kwam, zag Hij boven zich de hemel openscheuren, dat is het heel bijzondere van deze doop.
We lezen dat niet van al die andere mensen die door Johannes zijn gedoopt, en toen eerder in deze dienst werd gedoopt, ging het dak er niet af..gelukkig niet….toch?
Nee, maar wat toen boven die doopplek gebeurde, boven Jezus’ hoofd, dat is wel vol beloften voor Hem eerst en voor al die mensen later die ‘in zijn dood gedoopt zijn’, om het nog eens met Paulus te zeggen, en met Hem ‘opstaan tot een nieuw leven’.

Ja zeker, het zegt eerst en vooral veel over wie Jezus is en wat Jezus komt doen.
Ik denk aan die eerste keer, dertig jaar eerder, dat door Jezus de hemel openging.
Dat was in de kerstnacht toen de hemel openging boven de herders bij Betlehem en een engel het geboortebericht van Jezus deed en een hemels leger van vrede zong.
Een lied bezingt het bijzonder: “midden in de winternacht ging de hemel open, die ons heil ter wereld bracht, antwoord op ons hopen” – en dat antwoord was een kind in een voerbak, gewoner kan het niet, maar het was tekenend voor wat komen ging met en door Jezus – toen al beloftevol: “ondanks winter, sneeuw en ijs” – niet echt toen daar bij Betlehem, maar wel beeldend voor een wereld verloren in zonde en schuld –“ondanks winter, sneeuw en ijs,bloeien alle bomen, want het aardse paradijs is die nacht gekomen…en de dag is niet meer ver, bode van de luister die ons weldra op zal gaan” ….dankzij Jezus ging de hemel open om nooit meer op slot te gaan – en dankzij Jezus geeft God aan wie in Hem geloven zijn Geest die in ons wil wonen.

Ja, want de hemel ging open voor en boven Jezus, maar er was meer: “Hij zag de Geest als een duif op zich neerdalen” – als teken van hemelse goedkeuring en ook een teken voor Johannes die het ook heeft gezien en anderen die ervan hoorden dat Jezus de door God beloofde redder was, die al eeuwen van te voren zichzelf via de profeet Jesaja aankondigde: “De Geest van God de HEER rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God – ook dat: God zal recht doen en het kwaad overwinnen – en: “om allen die treuren te troosten” (Jes.61)
Later preekt Jezus in zijn woonplaats over deze tekst en wijst zichzelf aan als de in Jesaja 61 bedoelde en beloofde: wat ik net heb voorgelezen, gaat nu echt gebeuren.
Jezus de Zoon van God maar ook kwetsbaar mens, gesterkt door de Geest van God.

Wat dat beeld van een duif moet voorstellen, blijft als je leest wat er allemaal over is geschreven, voor meer dan een uitleg vatbaar: herinnering aan die duif bij Noach, de duif als vredessymbool, de duif ook als offerdier – het speelt misschien allemaal wel mee – in elk geval is de taak van Jezus om vrede te brengen door zichzelf te offeren, en zo komt er die nieuwe aarde die nooit meer zal vergaan door zonde en bederf.

Kijk, en we mogen geloven dat Jezus na zijn doop door de Geest gesterkt wordt om als mens die zware weg van strijd en lijden te gaan en tot een goed einde te brengen en dat Hij voor zo ons verdiend heeft dat de Heilige Geest aan ons wordt gegeven.
In zijn preek op de Pinksterdag zegt Petrus er duidelijke dingen over, zoals dat Jezus nu in de hemel is en vandaar zijn Heilige Geest die God hem beloofd had, aan ons geeft. En dat dan juist verbonden aan de doop, hoor maar: “Bekeer je en laat je dopen in de naam van Jezus, om vergeving te krijgen van uw zonden, en dan zal de Heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God,tot zich zal roepen.” (Hand. 2: 33 en 38-39). Trek het maar door naar ons vandaag die van ver geroepen zijn: voor ons is de beloofde Geest, en ook voor onze kinderen, zoals rond de doop weer is gezegd: “De Heilige Geest garandeert je dat Hij in je komt wonen. Hij maakt je één met Christus. Hij maakt tot je persoonlijk eigendom at je in Christus al hebt”. En we hebben erom gebeden, voor Daniël met name, en ook voor al die anderen die al zijn gedoopt: om geestelijke groei en geestelijke weerstand tegen alles wat tegen is: de duivel en zijn rijk, alles wat een mens schade kan doen.

Kijk maar weer naar hoe dat met Jezus is gegaan, hoe Hij – mens geworden – de Geest nodig had tegenover die verleidingen waaraan Hij werd blootgesteld, en dat ook namens ons en voor ons – de Bijbel zegt dat Jezus in elk opzicht net als wij op de proef is gesteld, maar dat Hij niet tot zonde is vervallen, dat Hij overeind bleef.
Dat geeft ons moed dat ook wij als we Jezus volgen en leven door zijn Geest, het kunnen volhouden om te geloven en achter Jezus aan te blijven gaan, en dat we dat onze kinderen mogen leren en vooral mogen voorleven, zoals jullie beloofd hebben.
Waar we elkaar bij nodig hebben, ook dat is vanmorgen gezegd: dat we deze ouders zullen steunen door gebed en door het goede voorbeeld van een christelijk leven, om er zo naar nodig en mogelijk is, aan mee te helpen dat onze kinderen groeien in het geloof, de genade, en het kennen van onze Heer Jezus Christus. Dank aan Jezus!

3. In de doop komt God heel dicht bij ons: als onze Vader.
De hemel stond boven Jezus daar bij de Jordaan wagenwijd open, en God zijn Vader keek als het ware blij en vol liefde en trots naar zijn Zoon op aarde, mens geworden en klaar om nu echt aan de grote opdracht te beginnen: Gods weggedwaalde en zoekgeraakte en verloren kinderen opzoeken en terugwinnen en weer thuisbrengen.
Het klinkt allemaal door in die stem uit de hemel: dit is nou mijn Zoon, ja echt, die gewone man uit Nazaret die hier in de rij op zijn beurt stond te wachten en die net als al die andere mannen en vrouwen, jong en oud,zich heeft laten dopen in de Jordaan.
En: wat houd ik veel van Hem, juist zo, nederig en gewillig, als echt een herder die zijn leven overheeft voor wie zijn schapen zijn, als echt sprekend Mij zijn Vader….

Ja, en let erop, heel bijzonder, dat zegt God als Jezus nog helemaal aan het begin staat van die grote opdracht, die lange lijdensweg, en niet pas als Hij zeggen kan:
Het is volbracht! – en Vader kan zeggen: goed gedaan, je bent trouw geweest
Nee, het staat vooraf al helemaal vast: jij bent mijn zoon, Ik houd zielsveel van jou!
Dat is echte liefde, onvoorwaardelijke liefde, van deze Vader voor deze Zoon!

Nou en dankzij die Zoon – geliefd Kind van zijn Vader – zegt God dat ook tegen u en jou en mij: jij bent mijn kind, Ik hou van jou, Ik heb plezier in jou en Ik ben blij met jou.
Houd dat vast en neem dat mee: dat God niet pas van ons houdt als wij iets voor Hem gepresteerd hebben, niet pas als wij zijn gaan geloven en voor Hem gekozen hebben, als wij ‘iets’ zijn en kunnen, maar zelfs al voordat wij geboren zijn en ook als een kind nooit tot dat bewuste geloof kan komen – denk aan zoveel beperkingen die er kunnen zijn – en als zoon of dochter niet tot belijdenis doen komt of afhaakt, blijf maar bidden en vertrouwen dat God trouw is en dat nooit loslaat wat Hij begonnen is.
En omdat God zo onbegrijpelijk en ongelofelijk en oneindig veel van ons houdt, ging Hij zover om zijn innig geliefde Zoon in te zetten en op te offeren om die dwarse, eigenzinnige, wegloperige kinderen als wij zijn, te zoeken en terug te winnen.
Ds. André Troost geeft er stem aan in zijn lied ‘Liefde is licht, opnieuw geboren’:“Hij heeft zijn kind aan ons verloren,Pasen schrijft zijn –Jezus’- geschiedenis” – we gaan het weer vieren volgende week – het lied eindigt zo – en denk maar aan die doop van Jezus en aan zijn kruis en open graf – en aan de doop steeds weer in de kerk – “boven mij (hem, haar, ons) gaat de hemel open: Gods liefde die ons wakker kust”.

Dat is misschien wel het mooiste en allerbelangrijkste van een christelijke opvoeding:
je kinderen meegeven en voorleven dat ze wie ze ook zijn en wat ze ook doen Gods geliefde kinderen zijn…en dat je als vader en moeder ook altijd van ze zult houden.
Dat je waarde niet afhangt van wat je presteert, of je het al of niet hebt gemaakt, of van hoe mensen tegen je aankijken – maar van wie je bent en hoe God je gemaakt hebt en wat Hij nog meer en mooier van je kan en wil maken – en van zijn trouw.
Dat die liefdevolle ogen waarmee God naar zijn Zoon Jezus keek ook zo naar jou kijken, naar ons en onze kinderen en naar al die anderen om ons heen en dat Hij het meent: jij bent mijn lieve zoon, mijn lieve dochter, wat ben ik blij met jou!

AMEN

Ezra 3: 10-13: Bouwen met gemengde gevoelens

Liturgie middagdienst zondag 19 november 2017
Welkom
Zingen: Ps. 65: 1,2 Levensliederen
1. Wij zingen met verstild verlangen:
God, die aan Sion hecht,
U zult van ons de dank ontvangen
die U is toegezegd.
U hoort wat mensen aan u vragen,
bij U komt al wat leeft.
Zelf kan ik al mijn schuld niet dragen –
dank dat U ons vergeeft.
2. Gelukkig wie U wilt onthalen,
verwelkomt in uw huis.
De heiligheid daar doet ons stralen,
de goedheid bij U thuis.
U antwoordt machtig en rechtvaardig,
U redt ons, neemt ons mee.
U bent de hoop van heel de aarde
en van de verste zee.
Moment van stilte en gebed
Belijdenis van afhankelijkheid en begroeting

Zingen: NLB 377: 1,2,3 ‘Zoals ik ben, kom ik nabij’
Avondmaalsformulier 4
‘instelling t/m nodiging en terugwijzing’
Zingen: NLB 377: 4,5
‘opwekking/viering/dankzegging (2)’
Zingen: NLB 377: 6,7

Bijbellezing: Ezra 3
Zingen: Ps. 56: 3,4 GK ‘Mijn ballingschap hebt U te boek gesteld’

Verkondiging over m.n. Ezra 3:10-13 ‘Bouwen met gemengde gevoelens’
Zingen: Ps. 118: 1,8,10 ‘Laat ieder ’s HEREN goedheid loven’

Geloofsbelijdenis
Zingen: Ps. 117 ‘Looft, alle volken, looft de HEER

Gebed

Collecte
Zingen: Ps. 89: 1,7 ‘Ik zal zo lang ik leef bezingen in mijn lied

Zegen
Amen: Psalm 89 laatste regel
——————————————————————————————————
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
dia 1
Het jaar van herdenken van 500 jaar Reformatie en van Luther is weer voorbij.
Dat jaar dat tussen 31 oktober 2016 en 31 oktober 2017 vol was met allerlei
vieringen, nieuwe boeken, exposities, TV-programma’s en discussies.
Waarbij regelmatig de vraag aan de orde kwam of je zoiets wel kunt vieren of alleen maar moet herdenken, want kun je wel vieren wat toch ook een kerkscheuring was?
Zeker: de Reformatie heeft gebroken met misstanden, gaf aan gewone mensen de Bijbel terug in hun eigen taal, en bracht in veel opzichten geloof en nieuw élan; maar we zijn ook aspecten van geloven en vieren kwijtgeraakt, er is heel wat afgevochten. Er is ook veel cultureel erfgoed kapotgeslagen (denk aan de beeldenstorm), en in plaats van de ene kerk in stad of dorp zijn er de eeuwen door veel breuken geslagen.
dia 2
Er is daarom best wel reden om te vieren en dankbaar te zijn voor wat God in en door die reformatie=her-vorming, gebracht heeft, maar daar past tegelijk schaamte bij over menselijk falen, over veel ‘vlees en wereld’, en verdriet over gebrokenheid.
Het is daarom goed dat er gesprekken en ontmoetingen zijn met evangelischen en katholieken, niet om meteen maar alles bij elkaar te zetten maar om elkaar te willen begrijpen en te kijken waar het mogelijk is elkaar te versterken en samen te werken.
Ook dan gaat het samen: blij zijn met wat bindt en verdriet over wat verdeeldheid bracht en misschien nog gescheiden houdt – en het is ook goed om de ruimte te geven aan soms tegenstrijdige emoties: van wie blij zijn met meer toenadering en van wie dat met angst en beven tegemoet zien want wat raken we zo juist kwijt…
Zaterdag een week geleden was er een landelijke vergadering van GKV en NGK
om samen het besluit te vieren om tot eenheid te komen, maar ook om samen schuld te belijden en zich te verootmoedigen over de vijftig jaar geleden geslagen breuk, en samen avondmaal te vieren. De krant meldde: “Op de avondmaalstafel stond een verzegelde stenen kruik. Daarin ‘dingen van moeite en pijn’ over de kerkelijke breuk die ‘niet meer goedgemaakt kunnen worden’. “ dia 3 Een mooi symbool die kruik, met verwijzing naar Psalm 56 over onze trane die God in zijn kruik bewaard – als het maar niet een doofpot is, en als dat nog kan, concreet schuld beleden wordt en oud zeer benoemd, en – wat gelukkig hier en daar gebeurt – onrecht hersteld wordt.

Ja, en dan heel wat dichterbij: wat komt er op ons af vanmiddag, op u en op mij.
Het is voor mij de laatste kerkdienst en het laatste avondmaal in dit gebouw, na meer
dan elf jaar, misschien is het binnenkort wel voor het laatst dat in het gebouw kerk-
diensten gehouden worden, na 1 januari moet beslist worden hoe het verder gaat.
Voor de een zal dat een eindelijk zijn want het had toch geen toekomst meer,maar bij anderen geeft het pijn en verdriet, want het was zoveel jaren een vertrouwde plek en ooit is ook deze kerk met liefde opgebouwd, en waarom moet dat nu stoppen? weer anderen zegt het weinig want ze waren hier nooit lid en voelden zich alleen te gast.
Nou, dat alles gaat ook mee als 1 januari de samenvoeging echt een feit zal zijn, en
dan de een blij en opgelucht die nieuwe start begroet en de ander pijn blijft voelen.
En er ook de pijn is van het vertrek van hem of haar met wie je lang samen op liep.

We hebben al lezend bij dat herbouwproject gestaan van een nieuwe tempel in Jeruzalem, nadat meer dan zeventig jaar eerder de oude tempel in puin was geschoten en in vlammen was opgegaan,dia 4 en er dus al die jaren ook geen offers meer waren gebracht…en veel mensen die er toen werkten en hun offers kwamen brengen weggevoerd waren naar het land van de bezetter en in dat vreemde land waren gestorven – en veel kinderen en kleinkinderen daar waren achtergebleven.
De Joden die teruggekomen waren vormden maar een fractie van de bevolking die ooit in Jeruzalem had gewoond of vanuit de rest van het land gekomen waren.
Toch lazen we dat er ook priesters en levieten en vroegere leiders van het volk, en andere ouderen, aanwezig waren bij het leggen van de fundamenten van de nieuwe tempel, die de oude tempel nog hadden meegemaakt en door wie heel veel heenging aan emoties: ze “huilden luid toen voor hun ogen de fundamenten van de tempel werden gelegd” – en dat terwijl veel anderen stonden te juichen en te zingen.
Het was, hoe dan ook, bouwen met gemengde gevoelens.

dia 5 Bouwen met gemengde gevoelens
1. bouw maar mee
2. deel je emoties
3. roem in Gods trouw

dia 6 1. bouw maar mee

Misschien is het u ook opgevallen toen we met elkaar Ezra 3 gelezen hebben: er was bij alle verschil in beleving en gemengde gevoelens vooral eensgezindheid.
Het verhaal dat dit hoofdstuk wil vertellen begint ermee: “toen de Israëlieten zich in hun steden hadden gevestigd, verzamelde het voltallige volk zich in Jeruzalem.”
Bedenk er wel bij dat het gaat om dat deel van het volk dat teruggekomen was.
In hoofdstuk 2 worden de namen genoemd en de aantallen: zo’n 50.000 mensen.
Daaronder zo’n 5000 priesters en maar 74 Levieten – de rest was nog in Babel.
50000 mensen lijkt een heleboel maar het was maar een rest, en ook dat zal pijn en verdriet opgeleverd hebben: maar zij zijn er niet bij, ze wilden niet mee;vroeger was hij er ook maar hij is ver weg begraven, en waarom liet de familie mij alleen gaan?
Herkenbaar, toch, dat je mist wie er niet meer zijn of die een andere keus maken?
Dat je blij bent met een nieuwe start maar ook moeite hebt met wat uiteenvallen lijkt?

Kijk, maar dan zit dat verhaal van Ezra 3 vol met mooie en leerzame handreikingen.
Zoals dat die teruggekomen ballingen ondanks al die verschillende levensverhalen en gemengde gevoelens bij elkaar waren gekomen, en eerst het altaar herstelden.
Het altaar is het verzamelpunt, de plek waar verzoening en vergeving te krijgen is.
Je kan de lijn van dat altaar van toen doortrekken naar het avondmaal van vandaag.
Want we hebben gevierd dat Jezus als Gods Zoon en onze Verlosser zichzelf heeft geofferd om te betalen voor onze schuld en verzoening te bewerken met God, en zo ook mensen aan elkaar te verbinden en met elkaar te verzoenen en te verenigen.
Ik las: “Bij het altaar komt het volk samen met God rondom het offer. “ dia 7
En: “Als het altaar of ‘de tafel van de Heer’ weer centraal komt te staan in Gods volk, wordt daardoor eenheid beleefd.” Er staat ook nog bij in vers 3 dat ze dat altaar bouwden op de oude fundamenten, en dat ze bij alles zich lieten leiden door de wetsregels die vastgelegd waren in de tijd van Mozes en door de aanwijzingen van koning David.

Terug dus naar de basis. Iemand schrijft erover: “Gewoonten en overleveringen zijn verloren gegaan, ze zijn achtergebleven in Babel. Hun blijft niets anders over dan het Woord. In hun toestand krijgt het Woord alle kracht.” Je zou ook hier lijnen kunnen doortrekken naar de nieuwtestamentische tijd en ook naar onze omstandigheden.
Het valt op dat nog voor zelfs maar de eerste steen is gelegd voor de nieuwe tempel er al offers gebracht worden en ze ook de feesten gingen vieren – blijkbaar is dat niet aan een gebouw gebonden, zoals ze trouwens ook ver weg in Babel God vereerden.
Later horen we de Heer Jezus tegen die vrouw uit Samaria die vroeg wat de juiste plek was om God te aanbidden, als antwoord kreeg: “Geloof me, er komt een nieuwe tijd. Dan wordt God niet meer vereerd op de berg Gerizim of in de tempel van Jeruzalem. In die tijd, die nu al begonnen is, vereren de ware gelovigen God niet meer op één speciale plaats. Want dankzij de heilige Geest kennen zij God, de Vader echt. Daardoor kunnen zij de Vader vereren op een nieuwe manier, zoals Hij het wil. “ (Joh. 4: 22-23). En Jezus zei ook dat waar twee of drie gelovigen bij elkaar zijn, Hij er ook bij is (Matt. 18: 20). In lijn daarmee belijden we als kerken dat de kerk niet gebonden is aan bepaalde personen of een bepaalde plaats, maar verbreid en
verstrooid over de hele wereld maar door de Heilige Geest en door geloof toch één.
Zo staat dat in de Ned. Geloofsbelijdenis artikel 27, over wat de kerk is en blijft.

Ik denk: we kunnen daar lessen uit trekken en ook bemoediging voor ons vandaag.
Terecht maken we werk van het zoeken van eenheid met medegelovigen en na jaren van gesprekken en ontmoetingen en dingen samen doen, en ook de conclusie dat we elkaar nodig hebben en kunnen versterken, ervoor gekozen samen te gaan, en
we hopen en bidden dat we daar de zegen van de Heer voor mogen ervaren – maar tegelijk maken me mee dat vanuit beide gemeentes broers en zussen van ons voor een ander kerkelijk onderdak kiezen: HartvoorHeerhugowaard, GKV Alkmaar, VEG.
Soms kan dat op vbeel begrip rekenen, soms hebben wie achterblijven daar verdriet over of zijn er zelfs boos om – ik heb ook wel momenten gehad en nog wel – laat ik het maar eerlijk verwoorden – van me in de steek gelaten voelen, waarom nou zo?

Maar steeds houd ik mezelf voor – en bind ik vanmiddag ook jullie op het hart – dat de diepste eenheid te vinden is bij dat altaar, en dat altaar is Jezus, Zijn offer. Dat is basis en uitgangspunt om samen binnen een nieuwe gemeente met elkaar aan de slag te gaan, ook als je verschillen ervaart en hoe je dingen doet en gewend bent.
Misschien goed om te proberen dat allemaal even te parkeren om goed naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren, en dan te kijken wat goed werkt of beter kan, en ook te leren accepteren dat verschillen niet erg zijn maar juist een verrijking – dia 8. Het helpt om elkaar scherp te houden en met andere ogen te kijken en met andere oren te luisteren – als het maar liefdevolle ogen en oren zijn vanuit een liefdevol hart.
Ja, en dan is het ook minder moeilijk en pijnlijk als anderen op een andere plek ook op hetzelfde fundament Christus meebouwen aan zijn kerk – want samen in de naam van Jezus bidden we, zoeken we naar zijn plan, en samen leven we dan tot zijn eer.

dia 9 2. deel je emoties

Ongeveer een half jaar later was het zover: start van de bouw van de nieuwe tempel, nadat van alles was geregeld en taken waren verdeeld en het toezicht was geregeld.
Het werd, zoals vaker als voor een kerk of ander belangrijk gebouw zeg maar de eerste steen wordt gelegd, een plechtige en feestelijke massale happening: de priesters in hun officiële tenue, een compleet muziekcorps met trompetten en cimbalen, en een priesterkoor dat de oude lofliederen zong, met als overbekend refrein het ‘de HEER is goed, eeuwig duurt zijn trouw. Hallelujah!’ .Het werd een massale samenzang: heel het volk begon te juichen en God te prijzen. dia 10.
Wat een feest na zoveel ellende van zoveel jaren van ballingschap en de stad in puin en de tempel van de HEER een ruïne en geen offers en geen zang en muziek meer.
Ik denk dat al die mensen op die belangrijke dag daar blij en dankbaar om waren.

Ja maar, waarom dan ook dat gehuil, die tranen, en dat openlijk en hoorbaar, zo zelfs dat het is blijven hangen in het geheugen, ook van wie het later opschreef…?
Er staat dat het vooral de ouderen waren die de eerste tempel nog hadden gezien.
Sommige uitleggers stellen dat er heel wat door die mensen heenging als ze terug-dachten aan wat er allemaal was gebeurd: de tempel verwoest, en de ballingschap.
Maar dan zouden die tranen vooral vreugdetranen zijn: het komt toch weer goed!
Een andere uitleg ligt meer voor de hand: verdriet dat het niet meer wordt als vroeger, dat die prachtige tempel van Salomo verwoest is en dat er nu wel weer een tempel gebouwd gaat worden maar dat die heel wat minder wordt dan die eerste.
Dat kun je ook halen uit wat een tijdgenoot schrijft, de profeet Haggai, als hij
verwoordt en namens God beantwoordt wat een deel van zijn volk dacht en zei, lees Hagg.2: 3-5: “De machtige Heer zegt: ‘Wie van jullie heeft nog gezien hoe mooi deze tempel vroeger was? Nu ziet hij er wel anders uit! Jullie denken zeker dat hij nooit meer zo mooi kan worden als vroeger? Maar jullie moeten volhouden….Ga door met het werk, want Ik, de machtige Heer, zal jullie helpen. Dat heb Ik beloofd, toen jullie voorouders weggingen uit Egypte. Wees niet bang, want Ik zal altijd bij jullie zijn.”

Ja, en ze moeten niet met heimwee terugkijken naar hoe het ooit was – met alle gevaar dat je alleen wat mooi was je herinnert en alle zonden en ellende ver weg stopt, ze mogen vol vertrouwen en hoopvol de toekomst tegemoet zien, want God is goed: dia 11“Deze tempel zal heel mooi worden, nog mooier dan vroeger. En Ik zal zorgen dat jullie hier in vrede kunnen leven. Dit zegt de machtige Heer.” (Hagg.2:9)

Het is goed die beloften van de Heer mee te nemen, ook op de weg die God gaat met ons, met u en jou en mij, en ons als twee gemeentes en straks één gemeente:”
“Wees niet bang, want Ik zal altijd bij jullie zijn…En Ik zal jullie mijn vrede geven.” En dan is het ook niet erg als je emoties – welke dan ook – toont en deelt met elkaar.
Het was er allemaal en door elkaar heen toen ze de tempel aan het bouwen waren: sommigen hadden tranen in de ogen en stonden erbij te huilen, anderen juichten.

Er zal wel iets van aan zijn dat vooral de ouderen het lastig en moeilijk vonden en dat de jongeren die die oude tempel nooit gezien hadden en die waren geboren en opgegroeid is het verre Babel vooral blij waren over een nieuw begin dia 12 maar
er kunnen veel redenen zijn voor gemengde gevoelens, en soms ligt het bij jezelf dwars door elkaar, gaat het op en neer, en kun je het niet eens verklaren voor jezelf.
Maar dan is mooi en een hele steun als mensen om je heen jouw gevoelens serieus nemen en niet erover heen walsen, zo van: waar doe je moeilijk over…of: zit je daar nog mee, of: zo gaat het nou eenmaal – en verzin zelf maar wat vaak gezegd wordt.

We worden in de Bijbel opgeroepen om naast elkaar te staan en met elkaar mee te leven, en mee te denken, of het nou gaat om persoonlijke dingen als ziekte, zorgen, verlies, of juist blije gebeurtenissen – of dat er zoiets speelt als veranderingen in en met de kerk, en jouw plek daarin, of keuzes waar anderen je hard om vallen – juist binnen de kerk en als christenen samen mogen al die emoties een plek hebben, zoals we dat leren van Paulus in Romeinen 12:”Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf…Bekommer u om de noden van de heiligen (=van je medegelovigen) en wees gastvrij (=sta open voor elkaar, voor de ander die anders is en denkt en voelt en reageert dan jijzelf).…
dia 13 Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft.”

Als je je gevoelens durft tonen en je emoties met elkaar kunt delen, groeit er echte verbondenheid, kan het zelfs vriendschap worden, en wordt het ook makkelijker om je bij elkaar thuis te voelen; kan een nieuwe gemeente een nieuw thuis gaan worden.
Bouw maar mee, bouw elkaar op, het gaat niet om stenen en ook niet om regels,
het gaat om onszelf, om u en jou, en vooral: het gaat om de Heer, tot zijn eer.

dia 14 3. Roem in Gods trouw

Wat blijft hangen na het lezen van Ezra 3 is dat de lof voor God het toch wint.
Het laatste vers laat dat doorklinken: “Juichen en huilen waren niet meer te onderscheiden” – wat aangeeft dat het een samen is en dat al die uiteenlopende emoties er mogen zijn en gehoord mogen worden en dat dat juichen en huilen, die blijdschap en die tranen, niet een wanklank veroorzaken maar in harmonie zijn – en het eindigt zo: “het gejubel was zo sterk dat het op grote afstand te horen was”.
En dat gejubel was om God te eren, lees nog maar vers 11: heel het volk (!) begon luid te juichen en de HEER te prijzen, omdat de fundamenten van de tempel van de HEER werden gelegd – daarin waren ze een, al was het ook door tranen heen.
Want hoe dan ook: “de HEER is goed, eeuwig duurt zijn trouw aan Israël”
En aan ons!

Dat mogen we vieren, hebben we vandaag weer gevierd, en dat samen, toch?
Samen ook – door geloof verbonden – met zovele anderen dichtbij en verder weg.
En dat wint het als het goed is van zoveel dat lastig kan zijn en ons dwars kan zitten, Gods trouw geeft ons moed en hoop, en ook energie om samen verder te bouwen.

Ja en neem dan ook maar mee hoe dat toen ging: met uitbundige muziek en zang, zeg maar een hele band, met trompetten en cimbalen – wie heeft het over herrie?-
en juichen mag blijkbaar ook van God en in de handen klappen komt ook in de psalmen voor, zoals af en toe met een kinderlied gebeurt – ja en waarom moeilijk doen als er iets te lachen valt in de kerk, en voor tranen hoeft niemand zich te schamen – als je in de kerk je emoties niet mag delen, waar kan dat dan wel?

Kort en goed: laten we maar samen gaan of blijven bouwen, en laat wat je er mooi of moeilijk aan vindt, wat je als blokkade ervaart of juist als een nieuwe uitdaging, maar allemaal meedoen: bouw mee, deel je emoties, en vooral: roem in God.

Neem vooral mee zoals we begonnen vanmiddag, en elke zondag beginnen:
“Onze hulp is de naam van de HEER, eeuwig duurt zijn trouw, Hij laat het werk van zijn handen niet los”. dia 15
En vertrouw er maar op: waar God zijn hand in heeft, dat is geen half werk.
Hij houdt ons in leven, vierden we vandaag. Daar kunnen we mee verder, altijd.
Zijn trouw duurt eeuwig. Kijk naar Jezus en ervaar het zelf.
Ga maar mee met Hem, samen!

amen

Filippenzen 4: 4-7: Verder in vertrouwen (afscheidsdienst)

Liturgie voor de afscheidsdienst van 26 november 2017

Welkom

Zingen: Gz. 163 (GK 2017) /ZG 213: 1,2,3 ‘Dit huis, een herberg onderweg’ .

1 Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.

2 Dit huis, waarin een gastheer is
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven:
een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad
struikelt en langer niet wil leven –
plaats tegen de neerslachtigheid,
een pleister van barmhartigheid.

3 Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase;
hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht,
hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend alwie binnengaat
en hier zijn lasten liggen laat.

Moment van stilte en gebed

Votum en groet

Zingen : Ps. 68: 7 LB ‘God zij geprezen met ontzag’

Zingen: Gz. 167: 1,2,3 GK (Opw. 167) ‘Samen in de naam van Jezus’

Verkondiging: Filippenzen 4: 4-7 ‘Verder in vertrouwen’

4 Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. 5 Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. 6 Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden. 7 Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
—————————————————————————————————————

Zusters, broeders, jongeren en al ouderen, gasten van dichtbij en verder weg, gemeente – laat ik het maar een keer wat ouderwets maar welgemeend zeggen, en de apostel Paulus nazeggen -: geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus…

Dan zitten we meteen op de toonhoogte van deze brief, die toon maakt de muziek:
“God is goed voor ons allemaal, en daarom voel ik me sterk verbonden met jullie…. Hij weet dat ik jullie liefheb, net zoals Jezus Christus jullie liefheeft”. (1: 7-8, BGT).
Dat gaat dieper dan elkaar sympathiek vinden of het in alles eens zijn, het heeft alles te maken met dat geweldige van Gods liefde in Jezus die ons aan elkaar verbindt.
En ook: “Door de Heilige Geest zijn jullie met elkaar verbonden” (2:1). In die verbondenheid hebben we met elkaar gemeente willen zijn hier in Langedijk e.o.,
en die verbondenheid heb ik ook steeds meer ervaren met leden van andere kerken.
Daarom geldt het jullie allemaal en ook zoveel anderen: geliefden in onze Heer’.
Zoals Paulus zijn brief begint: “aan alle mensen in de stad Filippi die dankzij Jezus Christus bij God horen”- lees er vandaag maar Langedijk voor en HHW en de plaats
waar u of jij woont en werkt – samen met wie nog niet onze Heer hebben leren kennen en voor wie het evangelie ook een boodschap heeft van blijdschap en vrede.

Er zitten nog heel wat meer herkenningspunten tussen deze brief en ons vandaag.
Nee, niet dat ik me vergelijk met Paulus en met de situatie waarin hij zat toen hij deze brief schreef aan de gemeenteleden van Filippi, de oudste christelijke kerk in Europa.
Paulus zat op dat moment in de gevangenis, waarschijnlijk in Caesarea, waar hij als gevolg van doodsbedreigingen van zijn Joodse volksgenoten in voorlopige hechtenis zat, in afwachting van zijn berechting en zijn uiteindelijke hoger beroep op de keizer.
Paulus was op dat moment onzeker over de afloop, vandaar zware woorden over een eventueel doodvonnis: “ook al zou mijn bloed als offer worden uitgegoten.”
Paulus hoopte dat ze elkaar zouden terugzien, maar zeker was dat helemaal niet.

Nou weet je dat laatste nooit want wij zijn allemaal kwetsbare mensen, maar als in Nederland een dominee afscheid neemt van zijn gemeente vanwege wat dan heet ‘leeftijdsemeritaat’- na in mijn geval ruim 37 jaar actieve dienst, en in gelukkig goede gezondheid, dan is dat vergeleken met Paulus erg geriefelijk.
Ik voel me vergeleken met iemand met zo’n veelbewogen leven die uiteindelijk dat leven heeft moeten opofferen voor zijn geloof in zijn Heer maar een heel klein mannetje, een heel klein knechtje van de grote Opdrachtgever, zoals wij allemaal ons maar heel klein moeten voelen en ons hopelijk er bewust van zijn en dankbaar voor zijn dat we zoveel ruimte en vrijheid hebben om te geloven en om kerk te zijn, zeker als we dat vergelijken met medechristenen die vervolgd worden of gevlucht zijn.
En wat ik net noemde: ik hoop dat ons afscheid vandaag niet voorgoed zal zijn.
De catechisanten zijn in elk geval nog niet van me af: ik heb beloofd tot aan de kerst mee te draaien, en dinsdag er al weer te zijn – en voor volgend jaar staan enkele preekbeurten ingeroosterd, en …we gaan het land niet uit, Loenen is zo ver niet.

Toch, bij alle verschil, als je deze brief leest is er wat mij betreft ook herkenning.
Ik denk aan wat Paulus met dankbaarheid noteert over die gemeente in Filippi, dat ze betrokken zijn op en veel hebben gedaan voor de verbreiding van het evangelie.
Ze zijn gegroeid in het geloof en willen dat graag delen en aan anderen uitdelen; dat was en is er ook hier in Broek op Langedijk, en dat steeds meer samen met anderen.
Ik denk aan mooie diensten en activiteiten die ik in de afgelopen jaren met allerlei
mensen samen heb mogen voorbereiden en vormgeven, als GKV en steeds meer samen als CGK en GKV, aan catechisaties samen met anderen, de laatste jaren vooral in heel goede samenwerking met collega Frank Meijer en Jan Pieter Balder.
Ik denk ook aan de jaarlijkse vespervieringen, en aan jongerendiensten samen.
En als kerken in dit dorp zijn we voor het tweede jaar bezig voor de kerstvieringen.
Ja, en natuurlijk is er dat wonder in de Stad van de Zon: HartvoorHeerhugowaard.
Om niet meer te noemen: de Witte Tent, Alphacursussen, WijsmetGrijs, Refresh.
Allemaal mogelijk door de inzet van heel veel verschillende mensen, en vooral mogelijk door de zegen van onze goede God, die geloof geeft en liefde werkt.

Ja, en tegelijk, ook moeiten die Paulus noemt, zijn van alle tijden en ook onze tijd:
druk en tegenwerking en teleurstellingen van buitenaf en van binnenuit, verschillen van mening en aanpak, de last van veel werk op weinig schouders, plannen die niet van de grond kwamen, en af en toe forse kritiek en weinig ruimte voor weerwoord.
Je komt het in deze brief allemaal tegen: aan de ene kant dat ze in de gemeente groeien in het geloof en dat ze van elkaar houden en goed voor elkaar zijn en dat ze met elkaar meeleven – maar ook dat ze niet moeten klagen en geen ruzie moeten maken, dat ze bescheiden moeten zijn en de ander belangrijker moeten vinden dan
zichzelf – en twee blijkbaar kijvende zusters worden met naam en toenaam genoemd
– Euodia en Syntuche – ze krijgen de opdracht om het weer goed te maken: “jullie moeten samen strijden voor hetzelfde doel want jullie horen bij dezelfde Heer”(4:3).

Paulus en ook de christenen in Filippi ervaren in de praktijk van elke dag dat geloven in de gekruisigde en opgestane Heer Jezus je leven redt en anders en nieuw maakt, maar ook dat geloof lijden meebrengt en offers vraagt,dat het op volhouden aankomt. Paulus heeft het over zijn eigen strijd – letterlijk: wedstrijd – zoals vaker worden termen uit de sportwereld gebruikt, zoals in 3: 14 waar Paulus schrijft dat hij het doel nog lang niet heeft bereikt, dat hij de finale nog niet heeft gehaald maar dat hij wil volhouden en in de race wil blijven om de hemelse prijs, de erekrans, te halen – en dat niet aan het eind van een carriere en al helemaal niet als een soort beloning, maar als geschenk van Gods genade aan het eind van dit leven, als de Heer zal zeggen: je was een trouwe knecht, kom maar binnen, mijn feest gaat beginnen.
We belijden: die beloning kun je niet verdienen, die krijg je als cadeau, van Vader.
Ik hoop er maar op, met Paulus, dat ook ik eens dat cadeau aangeboden krijg,
in het besef dat in die 37 jaar er ook veel ongedaan en misgegaan is, met de bede dat God dat wil vergeven en mensen me dat vergeven, en met de belofte van
1 Kor. 15: 58:”in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit vergeefs zijn.”

Nou, en dan zijn we precies – je denkt misschien wel, eindelijk! – bij dat wat voor mij
kernverzen zijn uit deze positieve, blije en tegelijk ook nuchtere en eerlijke brief. Een
brief die je kan lezen als afscheidsbrief maar toch ook weer niet – met voor wie het lezen kernachtige bemoedigingen en tegelijk aansporingen voor de tijd dat ze het voorlopig zonder hun gemeentestichter moeten doen die misschien binnenkort voorgoed e-meritus is, uitgediend, maar dat ze verder kunnen in vertrouwen.
Dat kan, want ze hebben hun Heer in de hemel door wie ze zijn gered en die er altijd voor hen is – daarom kunnen zij net als Paulus onder alle omstandigheden, blij zijn en de moed erin houden: “laat de HEER uw vreugde blijven, wees altijd verheugd”.

Dat is de toonhoogte door heel deze brief die wel de brief van de blijfdschap wordt genoemd – Paulus heeft het meer dan eens over de blijdschap die hij ervaart – en hij roept zijn lezers een aantal keren op net als zij blij te zijn met en door hun Heer.
Op het eerste horen kan het vreemd overkomen: kun je dan blij zijn op commando?
Zo’n feest is het leven vaak niet, en geloven is lang niet altijd makkelijk, en als je let wat gebeurt in en met de kerk is het vaak huilen met de pet op – afgelopen zondag ging het daar nog over, over Ezra en de tempelherbouw: hoe de een stond te juichen en de ander liep te huilen omdat het allemaal zo anders en minder was dan vroeger en hoe moet het verder, met al die veranderingen, en wat moet ik daar nou mee..?

Nou, wat Paulus niet bedoelt is zoiets als ‘keep smiling’ of ‘keep calm and carry on’, want dat lukt vaak niet – of altijd blijven lachen wat er ook gebeurt – dat werkt niet.
Maar het geheim van geloven = vertrouwen op Jezus en op God als je Vader – is dat je je gekend mag weten als geliefd kind van God en als gered mens door Jezus.
Een uitlegger zegt dat echte vreugde er is dankzij het sterven van Jezus voor ons, en natuurlijk hoort daar het vervolg bij: zijn opstanding en overwinning over de dood.
Ik las: “Vreugde geeft kracht om lijden en moeiten te dragen…Echte blijdschap vinden we in de nauwe verbinding met onze Heer Jezus Christus”. Het is zeg maar die troost en dat houvast van zondag 1 HCat.: altijd het eigendom van mijn Heer.

Ik denk – en hoop dat het is opgepikt – dat dat ook een van de rode draden is geweest door mijn werk heen en in mijn preken: samen verbonden in Christus, en waar die verbondenheid niet maar met de mond beleden maar in woord en daad wordt gezocht en beleefd en gevierd – denk vooral ook aan het avondmaal – daar kan het heel wat hebben en hoeven verschillen geen splijtzwam te zijn en vallen we elkaar niet aan, verschillend als we soms denken en zijn, maar vullen we elkaar aan.
Blijven we ook niet allemaal op ons eigen eilandje met onze blijdschap en met ons verdriet maar delen we wat we denken en voelen met elkaar, en ervaren we dat gedeelde vreugde dubbele vreugde is en gedeelde smart halve smart – echt waar!

Ja, en als je ondanks veel en door alles heen blij bent met en door je Heer, samen,
dan krijgt dat ook doorwerking en uitstraling in hoe je in het leven staat en hoe je kijkt naar elkaar en omgaat met elkaar en hoe we als christenen en als gemeente bekend staan bij de mensen om ons heen: “Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen.”
De vorige vertaling had: “uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend” – alle mensen!
Weer een Bijbelwoord dat mij uit het hart gegrepen is, en nog zo’n rode preekdraad. Het ging de afgelopen jaren misschien wel veel over onze houding naar elkaar en anderen toe, over christelijk omgaan met elkaar en over hoe herkenbaar we zijn.
Maar het valt me steeds weer op hoe vaak de Heer Jezus het erover had en wat Hij ons heeft voorgedaan, en hoe vaak de apostelen het erover hebben in hun brieven.

Het moet dus wel belangrijk zijn, en ook: hoe lastig is het blijkbaar voor een mens.
Om niet de eerste viool te willen spelen maar allemaal je eigen partijtje mee te blazen, in samenspel met de ander, om niet vooral veel te praten maar eerst goed te luisteren, om niet te oordelen maar elkaar de ruimte te geven, om te doen waar 37 jaar geleden mijn intredepreek in Loenen en Weesp over ging: “laat u als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis” (1 Petrus 2).

‘Vriendelijke mensen’, dat is maar niet dat je aardig bent of een allemansvriendje.
Het gebruikte woord kan ook betekenen dat je mild bent, welwillend, goedwillend.
Zo de HSV: “Uw welwillendheid zij alle mensen bekend.” (=tegemoetkomendheid).
Iemand schrijft: “Het is juist voor christenen, die vreemd worden gevonden door hun omgeving, belangrijk om zich niet terug te trekken – en ook om zich niet af te zetten, zeg ik erbij – maar zelf op een positieve manier onder de mensen te bliven komen.”
Dat is dus weg blijven bij en ophouden met negativiteit, betweterij, veroordeling.

Het was mij uit het hart gegrepen toen collega Meijer laatst woorden gaf aan het verlangen om te werken aan een open gemeente waar niemand veroordeeld wordt om wie hij of zij is, wat hij of zij denkt, maar dat iedereen zich echt welkom voelt.
Dat lied waarmee we begonnen is daarom een van mijn favorites geworden, over de kerk als herberg onderweg, toevluchtsoord en oase, plaats tegen neerslachtigheid
en tegen negativiteit – waar je nieuwe kracht kunt putten en je lasten kwijt kunt.
Ik wens jullie toe dat een nieuwe gemeente met nieuw elan daarvoor gaat – samen.
Dat veel mensen er binnengaan en ervaren hoe dat is: elke zondag Pasen=Leven.

Kijk, en dan hoef je ook niet krampachtig en bezorgd of zelfs bang de nabije en de verdere toekomst tegemoet te zien, niet voor jezelf, voor de kerk, of de wereld.
O ja, redenen genoeg om wél bezorgd te zijn of bang, of ‘verontrust’ zoals dat in de kerk soms heet: want wat gaat er allemaal nog meer veranderen in de kerk, hier plaatselijk, en landelijk, en waar gaat het heen met de wereld, en wat overkomt mij?
Wees er maar eerlijk over, praat er vooral open over met elkaar, maar verlies niet je Heer uit het oog en laat Hem je houvast en je vluchtplek en je vreugde blijven, wat Paulus ons ook meegeeft: de Heer is dichtbij, bereikbaar, bid maar veel, en dank.
Dat kun je persoonlijk doen, er is ook een gebedsgroep, en in de kerk doen we het elke zondag, en ook dat is een kracht van de kerk, en ook dat verbindt, en geeft rust:

“Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt, en dank Hem in al uw gebeden” – dat laatste hoort erbij en zet de toon want het geeft oog voor zoveel positiefs dat er is, zoveel zegen die God geeft, zoveel waar je voor kunt danken.
En vergeet dan vooral niet voor elkaar te danken, en voor de gemeente te danken.
Juist als je ook moeite hebt met ontwikkelingen, met veranderingen,of met mensen.
Zoals Paulus deze brief begint, en bijna al zijn brieven begint: ik dank God voor jullie.
Zie elkaar maar als cadeaus van God, en dan ook als opdracht en uitdaging, en bid vooral voor jezelf en voor elkaar, voor de gemeente als geheel en voor Gods wereld.

En dan ga je ook ervaren dat dat rust geeft en dat er dan balans in je leven komt.
De apostel bemoedigt zijn lezers: “Dan zal God zijn vrede aan jullie geven” vs. 7).
‘Zijn vrede’, staat er met nadruk bij, en “een vrede die alle verstand te boven gaat”.
Jezus zegt het ook: “mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.”
Wat wij onder vrede verstaan is vaak een gewapende vrede, een afgedwongen vrede, of een ‘ “laten we het daar maar niet over hebben, want dan krijgen we ruzie”- vrede’, dat je dingen die slecht en krom zijn maar laat wat ze zijn ‘om de lieve vrede’.
De vrede die God geeft is anders en echt: eerst dat het goed is en blijft met God – “als God voor ons is wie is nog tegen ons?” – en dan ook dat je in balans bent met jezelf en weet dat het hoe dan ook goed is en komt – zodat je ook vrede kunt hebben wat wat met jezelf en om je heen gebeurt, zeker als je daar zelf niets aan kunt veranderen, of als je merkt dat wat jij moeilijk vindt anderen blij en gelukkig maakt.
Laten we steeds meer en steeds weer verbinding zoeken met elkaar en met anderen,
waartoe Paulus in een andere brief ons aanspoort: “Stel, voor zover het in macht ligt,
alles in het werk, om met alle mensen in vrede te leven”. Alles in het werk stellen, het gaat dus niet vanzelf. En soms lukt niet: “voor zover het in uw macht ligt”. Hoe waar het dat je uiteindelijk alleen jezelf veranderen kunt, en dat is al een heel karwei.
Gelukkig dat we het niet alleen hoeven te doen, en dat God belooft dat die vrede die Hij in je hart wil leggen en ons steeds weer wil aanreiken – elke zondag en elke dag- beschermt tegen wat er aan onvrede en onrust en angst bij ons binnen wil komen:
“Die vrede zal jullie gevoel en jullie gedachten beschermen tegen alle kwaad”. Ïn Christus Jezus’, omdat, en als, we in verbinding blijven met Christus die de Vrede is.

Wat kan ik beter doen dan die vrede mezelf en u en jou toewensen, en toebidden?
En afsluiten met de verzen die Paulus op onze tekstverzen laat volgen, om mee te nemen, ieder naar eigen huis, en als huiswerk als gemeente voor de tijd die komt: “Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.”

Amen
Zingen: Gz. 174: 1-4 GK ‘Maak muziek voor God de Vader’

Geloofsbelijdenis van Nicea

Wij geloven in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Heer, Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader; door Hem zijn alle dingen geworden. Ter wille van ons mensen en van ons behoud is Hij neergedaald uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en is een mens geworden. Hij is ook voor ons gekruisigd onder Pontius Pilatus, heeft geleden en is begraven. Op de derde dag is Hij opgestaan overeenkomstig de Schriften. Hij is opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal in heerlijkheid weerkomen om te oordelen de levenden en de doden. En zijn rijk zal geen einde hebben.
En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten. En één heilige, algemene en apostolische kerk.
Wij belijden één doop tot vergeving van de zonden.
Wij verwachten de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw.

Amen

Zingen: Gz. 305: 1,2 LB ‘Waar God de Heer zijn schreden zet’ (NLB 723)

1 Waar God de Heer zijn schreden zet
daar wordt de mens, van dwang gered,
weer in het licht geheven.
Als ‘s Heren woord weerklinkt met macht
wordt aan het volk dat Hem verwacht
de ware troost gegeven.
Zijn Geest weerstaat de valse schijn
en schrijft in harten het geheim
van ‘s Vaders grote daden.
Zo leven wij om Christus’ wil
te allen tijd gerust en stil
alleen van zijn genade.

2 O Heer, uw onweerstaanbaar woord
drijft rusteloos de eeuwen voort
wat mensen ook verzinnen.
En waar de weg onvindbaar scheen
mochten wij door geloof alleen
de tocht opnieuw beginnen.
Gij hebt de vaderen bevrijd
en uit het diensthuis uitgeleid
naar ‘t land van melk en honing.
Hervorm, herschep ook ons geslacht,
opdat het door de wereldnacht
de weg vindt naar uw woning.

Gebed
Inzameling van de gaven

Zingen: Ps. 150: 1,2 Levensliederen ‘Zing het uit en prijs de HEER!
1. Zing het uit en prijs de HEER!
Prijs God, geef Hem alle eer!
In de tempel waar Hij woont,
in de hemel waar Hij troont.
Prijs zijn koninklijke hoogheid!
Prijs Hem om zijn scheppingsmacht.
Prijs Hem om zijn zeggingskracht.
Prijs zijn grenzeloze grootheid!
2. Dans! De toon is nu gezet.
Prijs Hem, ramshoorn en trompet.
Prijs Hem, snaren, harp en luit.
Prijs Hem, tamboerijn en fluit.
Prijs Hem, klinkende cimbalen.
Prijs Hem, bekkens: vol geluid!
Prijs de HEER en zing het uit
alles wat kan ademhalen!
Zegen

De Heer zal voor je zijn, om je de juiste weg te wijzen.
De Heer zal achter je zijn, om je te beschermen tegen gevaar.
De Heer zal onder je zijn, om je op te vangen als je dreigt te vallen
De Heer zal in je zijn, om je te troosten als je verdriet hebt.
De Heer zal om je heen zijn als een beschermende muur, wanneer je wordt aangevallen
De Heer zal boven je zijn om je te zegenen.
Zo zegene God u en jou, vandaag, morgen, al onze dagen, tot in eeuwigheid.
Amen.
Amen: Ps. 32: 3a/4b LL ‘Bij U vind ik een schuilplaats in gevaren’

Bij U vind ik een schuilplaats in gevaren,
ik voel me veilig, U blijft mij bewaren.
U bent het die mij liefdevol omringt
en met gejuich van mijn bevrijding zingt.
Eer aan de Vader, die om ons blijft geven.
Eer aan de Zoon, door wie wij eeuwig leven.
Eer aan de Geest, die altijd voor ons pleit.
Drie-enig God, leef tot in eeuwigheid!

Matteüs 25: Christelijke ‘mantelzorg’: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?

Liturgie morgendienst 12 november 2017

Welkom
Zingen: NLB 289 ‘Heer, het licht van uw liefde schittert’ – melodie Opw. 334
Heer, het licht van uw liefde schittert,
schijnt in donkere diepten, schittert;
Jezus, licht voor de wereld, verlicht ons
door de waarheid die u geeft, bevrijd ons.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Kom, Jezus, kom, vul dit land met uw Vaders glorie;
blaas, Geest, ons aan, zet ons hart in vlam,
stroom, overstroom alle naties met uw genade.
Geef ons uw woord, Heer, ontsteek hier het licht.
Heer, ik kom in uw stralend schijnsel,
uit de schaduw in uw nabijheid;
door uw Zoon mag ik staan in uw luister,
toets mij, test mij, verteer al mijn duister.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refr.
Heer, hoe meer wij uw helder licht zien
en de weerglans op uw gezicht zien, -
zal ons leven voor anderen stralen,
het verhaal van uw liefde vertalen.
Schijn in mij, schijn door mij.
Refr.
Moment van stilte en gebed
Votum en groet (Sela)Votum
Onze hulp en onze verwachting
is van God, onze Heer.
Hij die alles maakte,
laat niet los wat Hij begon.
Groet
Genade en vrede
van God, de Vader;
door Jezus, zijn Zoon, Immanuël.
Hij woont met zijn Geest in ons.
Hallelujah, hallelujah, amen!
Zingen: Ps. 146: 3,4,5 LB

Het verhaal van Sint-Maarten
Korte intro HvV

Gods leefregels uit Leviticus 19
zingen: Overnodig 63 ‘Mens van God, haat schone schijn’ – mel. Gz. 473

A Mens van God, haat schone schijn!
Rijk in liefde zul je zijn:
mantelzorger – als je mild,
gul je Meester volgen wilt.

V Als je zelf een mantel draagt
en een medemens je vraagt
bij te dragen in zijn nood,
zwijg je dan de ander dood?

M Als je graan hebt, velden vol,
handen, schuren overvol,
gun je dan een arme niet
waar jijzelf zo van geniet?

A Rijkdom geeft de goede God,
maar niet zonder zijn gebod:
maai geen randen van het veld –
arm wie alle aren telt.

M Tel geen aren, tel geen geld,
tel alleen de vrucht die telt:
liefde en geloof en hoop –
tel de druppels van je doop.

V Elke druppel is er één:
ga de wereld in, ga heen,
deel je mantel, deel de smart,
deel je rijkdom, deel je hart.

A Naakt, zijn mantel afgelegd,
heeft de Meester ons gezegd:
deel het brood en deel de wijn –
mantelzorger zul je zijn!

gebed
kinderlied
kinderen naar de KND

Bijbellezing: Jesaja 58: 6-11 en Lucas 3: 10-14
Zingen: NLB 973 ‘Om voor elkaar te zijn uw oog en oor’
Verkondiging: Matt. 25: 31-40
‘Christelijke mantelzorg: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?
Zingen: Opwekking 378 ‘Ik wil jou van harte dienen’

Voorbereiding op de viering van het avondmaal
Gebed
Opwekking 765
Collecte – filmpje over HartHHW
Zingen: NLB 422: 1,2,3 ‘Laat de woorden die we hoorden’
Zegen
Amen: Gz. 456: 3

.Het verhaal van Sint-Maarten

11 november was de dag….je weet wel: dat jouw lichtje branden mocht.

Het was weer Sint-Maarten gisteren – wie van jullie is de deuren langs geweest…..?
En…veel snoep gekregen zeker…..
En wie van u heeft kinderen aan de deur gehad en heeft ze wat gegeven?

Maar weten jullie en weet u waar dat feest vandaan komt?

Daarover gaat dit korte filmpje….

Vanmorgen gaat de preek over wat we van Maarten – en vooral van Jezus – kunnen leren. Thema: Christelijke mantelzorg: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?

We gaan zo meteen ook een lied daarover zingen, gemaakt door ds André Troost,
met zeven coupletten, in wisselzang – alle zeven eerste letters vormen samen de naam Maarten – en er komt ook in terug wat o.m. in Leviticus 19 staat over zorg voor wie in Israël tekort kamen en zorg nodig hadden – een les ook voor ons – laten we eerst naar Gods leefregels uit Leviticus 19 luisteren en daarna dat lied zingen.

Gods leefregels Lwv. 19

Het lied Mens van God, haat schone schijn – op de melodie van gz. 473

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters, broeders, jong en al ouder,
dia 1

11 november was de dag…in 397 na Christus…dat bisschop Martinus van Tours (Maarten) nee..niet gestorven is…dat was op 8 november…maar werd begraven.
En daarom is 11 november de dag geworden dat hij wordt herdacht en vereerd.
Veel jongens zijn later naar hem genoemd: Maarten, of Martin, of Martinus…..
en meisjes ook natuurlijk: Martine, Maartje…zeker als ze geboren waren of gedoopt op 11 november, de naamdag van Sint-Maarten….ook Maarten Luther, geboren
op 10 november 483 en een dag later gedoopt – heeft zijn naam eraan te danken.

Oorspronkelijk is het trouwens een heidense naam, afgeleid van de oorlogsgod Mars.
Martinus/Maarten is: de strijdbare, de krijgshaftige; en die naam deed Maarten eer aan want als zoon van een militair begon ook hij zijn loopbaan in het leger – totdat hij koos voor een leven in dienst van koning Jezus –en eindigde als bisschop van Tours.
Een lied geeft het treffend weer: Sint Maarten strijdbaar man en ook: dienstbaar man.

Na zijn dood zijn in allerlei plaatsen, ook in Nederland kerken naar hem genoemd en werd hij de patroonheilige van veel steden zoals b.v. van Utrecht…en van allerlei beroepsgroepen zoals soldaten en wevers en kleermakers…..wat natuurlijk komt door dat verhaal over het doormidden snijden van zijn mantel en het geven van de helft van die mantel aan een arme bedelaar.

Het is een mooi verhaal dat zoals veel meer verhalen over goede daden en wonderen die heilige mannen zouden hebben gedaan, een kern van waarheid zal hebben maar waarbij de vraag is of het echt zo is gebeurd…..daarover verder niet, het is een opstapje naar wat de Here Jezus ons leert…en wat Maarten in die droom meegekregen zou hebben: wat je doet voor mensen die kwetsbaar zijn, in nood verkeren, hulp nodig hebben, heb je voor Jezus zelf gedaan…is geloven met de daad en leven naar het voorbeeld niet maar van een heilige als Sint Maarten maar naar het voorbeeld dat Jezus ons geeft.

dia 2 Christelijke mantelzorg: (hoe) zijn wij een zorgzame gemeente?

1. Door te dienen
2. Door te delen
3. Door te doen

dia 3 Dienstbaar zijn.
Eerst nog even over dat woord ‘mantelzorg’. Er is wel gezegd dat die term ontleend is aan dat verhaal van Maarten en de mantel, maar dat schijnt toch niet te kloppen.
Maar het is wel een mooie lijn: mantelzorg is voor mensen als een warme deken.
Palliatieve zorg – zorg voor mensen in de stervensfase – is trouwens letterlijk ook een soort mantelzorg want pallium is een Latijns woord dat mantel betekent.
Maar als ik het over christelijke mantelzorg heb als hopelijk eigen aan de gemeente
bedoel ik dat toch wat ruimer en wat anders dan wat meestal zo genoemd wordt:het zorgen voor een vader of moeder die zichzelf niet meer redden kan, of het regelmatig omkijken naar een buurvrouw die de deur niet meer uit kan, als aanvulling op of vervanging voor de professionele thuiszorg of zorg van de wijkverpleging. Het is goed dat de overheid maar ook wij samen als burgers en zeker als christenen om al die mantelzorgers heen staan en dat ze ruimte krijgen voor dat belangrijke werk.
Afgelopen vrijdag werd er terecht weer aandacht voor gevraagd door de ‘Dag van
de mantelzorg – dia 4 hoe belangrijk is het werk dat vaak in stilte elke dag gebeurt!

Maar vanmorgen gaat het om meer: hoe zijn wij binnen de gemeente voor elkaar waar nodig mantelzorgers, en wat kun je als christen en kunnen we als kerk voor de mensen om ons heen betekenen: in de straat, in de buurt, op ons werk, in het dorp..
Wat weer veel meer op ons bordje komt nu de overheid stappen terug doet dia 5
en de tijden terugkomen dat op de kerken en christelijke hulpverleningsorganisaties als het Leger des Heils , Stichting Present en in het buitenland Kerk in Actie, de ZOA, en noem ze allemaal maar op, steeds vaker een beroep wordt gedaan voor hulp…en dan komt ook op u en jou de vraag af: wat kan ik doen, wat komt er op mijn pad…en
ook: wat kan en wil ik geven, aan tijd, aan aandacht, aan zorg, en ook aan geld….?

Wat dichtbij begint: in eigen gezin en familie, en ook in de kerk, en dan in de straat
Zoals Paulus dat bedoelt als hij zijn lezers en ons dus ook aanspoort: “Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor ons geloofsgenoten” (Gal. 6: 10) – en dat is niet zoiets als ‘eigen volk eerst’ of ‘het hemd is nader dan de rok’, maar wel heel praktisch dat je dichtbij huis als eerste een taak hebt, bij de bestaande en meest dichtbije contacten, en dat de gemeente zo ook een oefenplek is om te leren liefde te bewijzen en hulp te bieden, om van daaruit ook te kijken wat je persoonlijk en ook samen kunt betekenen voor mensen om je heen.

Nou, en daarvoor is allereerst nodig dat je als christen bereid bent om te dienen.
Zoals de Heer ons dat heeft voorgehouden en voorgeleefd en voorgedaan, wat Hij heel zichtbaar maakte toen Hij de voeten van zijn leerlingen waste en hen en ons meegaf: “Ik ben jullie Heer en meester en toch heb Ik jullie voeten gewassen.Daarom moeten jullie ook elkaars voeten wassen. Ik heb jullie het goede voorbeeld gegeven. Wat Ik voor jullie gedaan heb, moeten jullie ook voor elkaar doen”. dia 6
Maar aan dat doen gaat vooraf wat je houding is, hoe we naar elkaar kijken en hoe we met elkaar willen omgaan, en hoe we ook als christenen zijn in de samenleving.
Ik las ergens dat Jezus niet maar kijkt naar onze buitenkant, naar wat we doen: “Hij kijkt veel dieper dan dat. Wat doet mijn genade in jouw leven? In hoeverre ben jij op
Mij gaan lijken in zorg en aandacht voor kwetsbare mensen in nood?Is jouw hart
veranderd door mijn oneindige liefde voor jou?” . Dan komen we steeds terug aan de voet van het kruis waar Jezus hing en leed en stierf voor mij, maar ook voor die ander voor of achter me in de kerk, en naast me in de straat, en bij me op het werk.
En dan gaan we steeds meer met de ogen van Jezus naar die ander kijken, ook naar hem die me niet ligt of naar haar die we niet zo leuk behandeld heeft, en dan is het echt een vraag uit het hart hoe die ander te dienen en als Christus voor hem te zijn.
Wat begint met echt contact zoeken en tijd nemen om te luisteren en de ander te begrijpen en zijn of haar verhaal serieus te nemen, en samen op te gaan lopen.
Dienstbaar je opstellen begint ermee welke plek ik in mijn hart en leven geef aan medemensen dichtbij en daarna ook verder weg, of ze mij een zorg zijn, en zelfs of ik ze zie als een cadeau van God aan mij en tegelijk als een opdracht en uitdaging. En diensbaar zijn is ook dat ik die ander de ruimte gun of geef om zichzelf te zijn, anders dan ik ben en vast ook anders dan ik denk over dingen en dingen aanvoel – dat ik niet me meer voel dan…maar juist bereid ben de minste te zijn en me op te offeren als dat die ander helpt en Jezus dat van me vraagt – dat ik het met de apostel eens ben dat geven meer is dan krijgen, en dat ik ook eerlijk ben over wat ik wel en niet kan geven – want niemand is minder en niemand is meer, we zijn aan elkaar gegeven om elkaar te dienen – dat leren we van Petrus die dat zelf ook eerst heeft moeten leren: “Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade” (1 Petrus 5:5). En eerder in diezelfde brief: “Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn” (3: 8). Wat Petrus van zijn Heer had geleerd! dia 7

Als we dat met elkaar oefenen in de gemeente, en dan vooral vaak in deze spiegel van God kijken – en vaak denken aan Jezus – dan verandert er veel ten goede – en ik ben ervan overtuigd dat er nog veel veranderen kan en veranderen moet, en dan kunnen we ook veel betekenen voor Nederland.
In dat verhaal over de Koning die rechtspreekt en de mensen beoordeelt op hoe ze elkaar en anderen van dienst zijn geweest of niet, worden zes concrete voorbeelden genoemd van het omkijken naar en zorgen voor kwetsbare en noodlijdende mensen.
In de Middeleeuwen en ook later werd er het begraven van doden aan toegevoegd en had met het over de ‘zeven werken van barmhartigheid’ – dia 8 (even langslopen)
Het zijn allemaal concrete vormen van dienstbetoon waarin je vanuit de kerk en als christenen veel kunt betekenen voor mensen aan de rand en in de verdrukking, wat ermee begint dat je ook en juist die mensen ziet als gelijkwaardig en mensen van God – dienen is niet om zelf eer te behalen maar juist om er te zijn voor mensen aan wie naar de mens gesproken geen eer te behalen valt – zo krijgt God alle eer!

dia 9 2. in een zorgzame gemeente is er de bereidheid om te delen.

Die oude verhalen over Sint Maarten gaan erover dat hij wat hij had wilde delen met mensen die minder of niets hadden: hij had al veel weggegeven en toen hij die bedelaar tegenkwam en alleen nog zijn soldatenmantel had, deelde hij die ook nog.
Nog eens: of het allemaal echt zo gebeurd is, weten we niet, maar de boodschap die eruit spreekt is indringend – daarom wordt al heel lang Sint Maarten gevierd dia 10 en verbonden met het geven aan wie minder heeft – daar is dat bedelen om snoep door kinderen die eigenlijk niets te kort komen, eigenlijk een slap aftreksel van – ik
gun jullie het plezier en dat snoep, maar als je echt doet als Sint Maarten deed, eet je niet alles alleen op maar wil je ook delen – en zelfs uitdelen aan wie minder heeft….
In de Bijbel gaat het ook vaak over willen delen van wat God ons gegeven heeft.
Het is zelfs een kenmerk van gemeente-zijn, denk maar aan de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem waarover we lezen: “Alle gelovigen kwamen steeds bij elkaar. Ze deelden alles wat ze hadden”….”Geen van hen beschouwde zijn bezttingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk.
…Niemand van hen leed enig gebrek.” (Handelingen 2: 44: 4: 32 en 34). Om dat laatste ging het, dat niemand gebrek leed….je mocht best eigen geld en bezit hebben maar je was ook bereid om te delen als anderen tekort of niets hadden.
Zoals later Paulus schrijft over de gemeente waarvan de leden als lichaamsdelen op elkaar ingespeeld zijn en elkaar nodig hebben en voor elkaar zorgen. dia 11. Alle lichaamsdelen moeten voor elkaar zorgen: als het ene lichaamsdeel pijn heeft, lijdt het hele lichaam eronder, en als het met een lichaamsdeel goed gaat, profiteert de rest daar ook van; nou, zo is dat ook in dat lichaam dat je als gemeente bent dia 12.

Daaruit is al duidelijk dat als het gaat over delen, het niet alleen en zelfs niet op de eerste plaats gaat over geld en bezit, over geven aan de kerk en aan goede doelen, al hoort dat er ook bij, denk ook aan de collecten voor diaconale doelen – maar ik las: “We zijn er niet met incidenteel of periodiek een diaconale activiteit of een gift aan een goed doel. Het gaat om onze aandacht, tijd en volharding.” En dat begint binnen de gemeente, nog een citaat: “Denk bijvoorbeeld aan het bezoeken van zieken en eenzamen en aan het uitnodigen van nieuwe gemeenteleden voor een maaltijd.” We mogen dankbaar zijn voor veel dat al gebeurt en georganiseerd wordt.
Voor wat de ouderlingen doen en de diakenen, de bezoekbroeders en –zusters, de alleengaandengroep, Wijs met Grijs, de Jeugdraad – te veel om op te noemen,mooi!
Maar pas op dat we gaan afschuiven: daar hebben we…..vul maar in……wel voor.
Kijk vooral ook wat je zelf in eigen omgeving doen kunt, wat je kunt betekenen voor een ander, hoe je jouw gaven en mogelijkheden kunt inzetten, en wat je grenzen zijn.
In het bevestigingsformulier van diakenen binnen de GKv staat mooi: “De Heer roept ook nu op tot het betonen van gastvrijheid, offervaardigheid en barmhartigheid, om i
zwakken en hulpbehoevenden volop te laten delen in de blijdschap van Gods volk.
In de gemeente van Christus mag niemand ongetroost leven in ziekte, eenzaamheid of armoede”. Het is waar dat de diakenen daarin een stimulerende en coördinerende taak hebben, maar het blijft de verantwoordelijkheid van ons samen, nog eens dat formulier als tegen de diakenen wordt gezegd dat ze de gemeente een goed voorbeeld moeten geven “van de onderlinge zorg waartoe Christus ons allen oproept.” Het avondmaal dat we volgende zondag weer gaan vieren maakt de band zichtbaar die we hebben met elkaar doordat we samen aan Christus verbonden zijn.
Dat lezen we ook meteen van de gemeente in Jeruzalem: ze braken het brood – en daarom was er ook de zorg voor elkaar naar het voorbeeld dat de Heer ons geeft.

Ja, en dan blijft dat niet binnen de muren van de kerk, dat formulier van zonet trekt het breder: “zo zullen we als gemeente groeien in liefde voor elkaar en voor alle mensen”. Als christenen hebben we ook een taak om waar nodig en mogelijk om te kijken naar mensen buiten de kerk die in nood zijn, zoals dak-en thuislozen, mensen die eenzaam zijn, gevangenen, en – heel actueel – vluchtelingen en asielzoekers.
Denk ook maar aan de voedselbank, vrijwilligers die nodig zijn om asielzoekers te begeleiden en ze te helpen met de taal, en bij te springen bij ziekte en andere problemen, en wat doen we als een al geworteld gezin of kinderen uitgezet dreigen
te worden – volgen we dan lijdzaam de overheid of komen we in actie voor hen?
Lastige vragen die je als kerken samen onder ogen kunt zien: alleen lukt het niet.
In de oude christelijke kerk was het een kerntaak: omzien naar mensen in nood.
Er zijn veel voorbeelden van zorg voor armen, gevangenen, slachtoffers van rampen en epidemieën, met vaak schaarse middelen en mogelijkheden deed met toch veel. En toen na enkele eeuwen het christendom erkende staatsgodsdienst werd, werd de zorg uitgebreid en professioneler en kwamen er hospitalen, opvang voor zwervers en vreemdelingen, hofjes voor oudere alleenstaande vrouwen, en vanuit de kloosters is heel veel gedaan om nood te lenigen, zieken te verzorgen, en gastvrijheid te bieden.
dia 13
Ik las: “Deze traditie doet een beroep op kerken en christenen om de zorg voor mensen hoog op de agenda te hebben staan, binnen kerken en in de samenleving.
Zorg voor de zwakken.” Dat is blijkbaar waar Jezus als rechter ons op zal afrekenen, zoals we ervan gelezen hebben: wat je gedaan hebt voor de minsten van mijn broeders en zusters, dat heb je voor Mij gedaan – of niet gedaan. Want geloven is niet Heer Heer zeggen of zingen, maar doen wat Vader van ons wilen vraagt. En dat is dat we leven naar het voorbeeld van Jezus, en delen wat Hij ons in beheer geeft.

dia 14 3. En dan komt het aan op dat ook te doen.

We hebben het al gehoord van Jezus dat Heer Heer zeggen – goede dingen over God en Jezus zeggen, en veel en enthouasiast zingen over en voor Hem – of recht in de leer zijn en elkaar aan die leer houden, en anderen de weg van Jezus wijzen –
niet is waar je bij God mee weg komt; Jezus zei: doe je ook wat je Vader graag ziet?
Zijn broer Jakobus schreef over levend geloof dat uitkomt in daden van geloof: “Voor God, de Vader, is alleen die zuivere, reine godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk leven” (1:27).
dia 15
Nee, dan hoeft niet iedereen op bezoek in de gevangenis of naar een AZC, en we kunnen niet als één kerk iedereen die in onze dorpen in nood is helpen – maar we kunnen wel oog en oor en hart leren open te zetten en te kijken wat we ieder voor zich en als nieuwe gemeente, en samen als kerken in Langedijk, meer kunnen doen.
Er zijn door heel het land heen allerlei initiatieven die inspireren en waarvan we kunnen leren – landelijk zijn er adviescentra vanuit onze kerken en vanuit de PKN.
Christelijke hulporganisaties hebben veel knowhow en ervaring in huis om ons op weg te helpen, en ook de burgerlijke gemeentes staan steeds meer open voor contact met en hulpverlening vanuit en samen met de kerken.

Het zou mooi zijn om als alle stof van het samengaan-proces is neergedaald, hier werk van te maken; Ik ben ervan overtuigd dat samen iets doen, voor elkaar en voor anderen, ook erg goed kan werken om elkaar beter te leren kennen en naar elkaar toe te groeien, en dat dan de perikelen die er waren en nog zijn, overkomelijk zijn.

Als we niets liever willen dan elkaar en anderen dienen, en als Christus voor ze zijn.
En daar dan niet minder of armer van beter en rijker van worden, zelf en ook samen.
Want dan mogen we – vaak tot onze verrassing ervaren – dat die ander ook bereid is mij te dienen, en als Christus voor mij wil zijn – en dan wordt een mooie tijd, samen!

amen
dia 16

Nahum 1: 3 en 7a: God doet recht op zijn tijd

Liturgie middagdienst zondag 5 november 2017
Welkom
Zingen: Gz. 294: 1,2,4,6 ‘Laat komen, Heer, uw rijk’
Moment van stilte en gebed
Votum en groet
Zingen: Ps. 97: 1,2,5 GK ‘De HEER alleen regeert’
Gebed
Bijbellezing: Jona 4
Zingen: Gz. 33: 1,4,5 GK ‘Jona heeft God wel verstaan’
Bijbellezing: Nahum 1
Zingen: Ps. 9: 4,5,6,9 GK ‘U zegt de volken straffen aan’
Verkondiging: Nahum 1: 3a en 7 ‘God doet recht op zijn tijd’
Zingen: Gz. 297: 1,2 LB ‘Toch overwint eens de genade’
Geloofsbelijdenis
Zingen: Gz. 134: 6 GK ‘O Vader, dat uw liefde ons blijk’
Gebed
Collecte
Zingen: Ps. 42: 1,5,6 Levensliederen

1. Als een hulpeloze hinde,
die naar stromend water smacht,
zo verlang ik u te vinden,
u, mijn God, op wie ik wacht.
Ik verlang naar God, die leeft,
die mijn ziel te drinken geeft.
Wanneer zal ik hem ontmoeten,
zal Gods glimlach mij begroeten.

5. God de HEER geeft zijn genade,
overdag – en ’s nachts een lied.
Bij mijn rots ga ik te rade:
‘Waarom komt en redt u niet?
Waarom laat u mij alleen
met de vijand om mij heen?’
Lachend laten zij me weten:
‘Is jouw God je soms vergeten?’

6. Waarom, ziel, zo aangeslagen,
waarom bang en rusteloos?
Hoop op God, stel hem je vragen.
Wees niet langer lusteloos.
Want de dag komt – heb geduld –
dat je hem weer prijzen zult.
Ik kijk uit naar nieuwe tijden,
want mijn God zal mij bevrijd

Zegen
Amen: Gz. 37: 8 GK ‘Want van U is het Koninkrijk’
——————————————————————————————————–
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters, broeders, jong en al ouder,
dia 1
Ik wil beginnen met uit te leggen hoe ik op de teksten van vanmiddag ben gekomen.
Daar zijn enkele aanleidingen voor die onverwacht samen gekomen zijn.

De eerste aanleiding is dat ik twee weken achter elkaar catechisatie heb mogen geven
over de bijbelboekjes waar vanmiddag uit gelezen is: eerst Jona en toen Nahum.
Bijbelboekjes die alle twee gaan over Ninevé, de hoofdstad van het het Assyrische rijk.
Jona kennen we wel, denk ik: de profeet die van God naar Ninevé moest maar niet wilde.
Jona vluchtte weg en wilde op een schip helemaal naar Spanje zijn opdracht ontlopen.
Maar door het ingrijpen van God ging Jona – in een zware storm in zee gejonast en toen
door een groot zeedier opgeslokt en weer aan land gebracht – toch uiteindelijk in Nineve koning en volk tot bekering oproepen, met als gevolg dat ze tot zijn ontzetting inderdaad boete deden, zodat God de aangekondigde verwoesting van de stad niet door liet gaan.
dia 2
We hebben gelezen hoe het afliep en God Jona en ook ons de les leest: zou Ik niet begaan zijn met het lot van die stad, met al die mensen en die kinderen en met al die dieren?
Jona had het goed begrepen dat zijn God inderdaad vol liefde en geduld is, een God
die er niet van houdt mensen te straffen dat is ook de boodschap die later door de Heer Jezus is herhaald en voorgeleefd dat we onze vijanden moeten liefhebben en moet bidden voor wie ons kwaad doen; en Paulus roept ons later op niet uit te zijn op wraak en niet kwaad met kwaad te vergelden maar het kwade te overwinnen door het goede (Rom.12)
We hebben daar goed over door kunnen praten op cat..: over wat dat voor ons betekent.

Maar een week later was Nahum aan de beurt, een profeet die honderd jaar later leefde.
En die lijkt uit een heel ander vaatje te tappen: dia 3 “De HEER is een woedende wreker, de HEER wreekt zic op zijn tegenstanders, Hij richt zijn toorn op zijn vijanden…wie houdt zich staande in zijn toorn, wie houdt stand in de gloed van zijn woede..” Heftige taal!
En het loopt uit op de ondergang van datzelfde Nineve, zo grondig dat pas in 1846 de ruïnes
Door archeologen onder het stof van duizenden jaren tevoorschijn zijn gehaald….
We hebben erover doorgepraat op cat.: spreken Jona en Nahum elkaar tegen, of toch niet?

De tweede aanleiding is een boekpresentatie waar we in de herfstvakantie bij zijn geweest.
De bekende hoogleraar terrorisme en veiligheid, Beatrice de Graaf, ook belijdend christen, heeft een boekje geschreven over het verlangen naar veiligheid in een wereld van geweld en terrorisme, onder de titel ‘Heilige strijd’- dia 4 hoe moet je als christen je opstellen…in een wereld van wij tegen zij, waarin steeds meer mensen vinden dat tegen terroristen vooral hard opgetreden moet worden, en dat daarvoor desnoods zelfs de doodstraf passend is; terwijl de Bijbel ons juist oproept geen wraak te nemen maar het oordeel aan God over te laten.
En ze vraagt aandacht voor het kwaad dat volgens de Bijbel ook in onszelf zit – de heilige
strijd is allereerst een strijd tegen dat kwaad in je eigen hart, de grote strijd van het geloof.

Ja en dan – een derde aanleiding – is niet lang geleden Mosul – waar Nineve een onderdeel van is – terugveroverd op IS, en komen veel christenen die verjaagd of gevlucht waren, weer terug en worden in die verwoeste stad weer kerken opgebouwd – bijzonder om te zien.
Het is een ontroerend voorbeeld van hoe het goede toch sterker is dan het kwade. dia 5

Nou, en als vierde en laatste – juist nu is er in Leiden een boeiende tentoonstelling over de geschiedenis van Nineve – in het Museum van Oudheden – we zijn er zelf nog niet geweest maar in het ND is er over geschreven; volgens de schrijver van dat artikel in de krant de moeite waard om heen te gaan. Misschien een tip voor de kerstvakantie – de expositie is nog tot maart 2018 te bezoeken. dia 6

dia 7 God doet recht op zijn tijd
1. God heeft geduld met wie kwaad doen,
2. maar God laat het kwaad niet ongestraft,
3. en toch overwint eens de genade!

dia 8 1. God heeft geduld met wie kwaad doen.
Jona, ga op reis naar Ninevé – dat zei God tegen zijn profeet, toen in Samaria.
Maar Jona wilde niet, Jona ging op reis maar precies de andere kant op – waarom?
Als je het verhaal niet zou kennen, maar wel iets weet van Ninevé, begrijp je het wel.
Ninevé was in die tijd een schrikbeeld, het hol van de leeuw, een vijandelijke stad.
En daarheen moeten om over je God te praten, en de mensen de wacht aan te zeggen over het kwaad dat er gebeurt en ze waarschuwen dat ze er allemaal aan gaan met elkaar,
Je kunt je voorstellen dat je daar als een berg tegen opziet, het zelfs niet ziet zitten.
Zoiets als in onze tijd naar Moskou gaan om op het Rode Plein gaan demonstreren tegen Putin, of in Noord-Korea bijbels gaan uitdelen, of in IS gebied gaan praten over Jezus….
dat is vragen om moeilijkheden, of erger: dat is spelen met je vrijheid of met je leven.

Ja maar, dat was het niet bij Jona, hij was niet bang voor zijn hachje, hij zei ook niet dat dit een onmogelijke opdracht was omdat die heidenen met hun afgoden toch geen boodschap zouden hebben aan de God van Israël, nee, hij was juist bang dat zijn missie zou slagen en dat ze zich zouden bekeren in Ninevé, en dat God dan die slechte stad zou sparen…en toen het ook zo ging kwam het er eindelijk boos maar wel eerlijk uit: “Heer, U wilde die stad helemaal niet verwoesten. Dat dacht ik al toen ik nog thuis was. Daarom wilde ik ook niet naar Ninevé gaan. Want ik wist dat U een goede God bent. U bent vol liefde en geduld. U bent trouw, en U houdt er niet van mensen te straffen”. Je zou denken: prachtig, alle reden om God te danken – wat een zegen op je werk als zendeling als een hele stad zich tot God bekeert, als duizenden tot en met de koning berouw hebben en willen breken met het kwaad.
Maar die rare Jona is niet blij maar woedend: als het zo moet, heeft het leven geen zin meer.

Ja maar, besef dan wel dat het zo raar niet was wat Jona dacht, en reken maar dat heel veel mensen in zijn thuisland – Israël en Juda – net zo dachten en praatten en ook baden.
Dat veel mensen ook in andere landen hoopten dat het met Assyrië slecht af zou lopen.
Zoals wij denk ik blij zijn als we horen dat IS nederlagen lijdt en terroristen uitgeschakeld worden en er niet zo mee zitten als daar bombardementen voor nodig zijn – Nederland doet er aan mee in Irak – en als er slachtoffers vallen aan de kant van gevaarlijke tegenstanders.
Denk ook maar terug aan de 2e wereldoorlog met veel slachtoffers van bombardementen op Duitsland en atoombommen op Japan – tot in kerken toe is er om gebeden en voor gedankt.

Bedenk ook maar dat die legers van Assyrië toen verschrikkelijke dingen uitgehaald hebben, en dat er zelfs uitspraken van Assyrische koningen bewaard zijn gebleven die trots vertellen over vijanden die zijn onthoofd, vrouwen die zijn verkracht en steden die zijn platgebrand – als je erover leest is het alsof over de soldaten van Assad gaat of de strijders van IS.
En Jona en zijn volksgenoten zagen die ellende op zich af komen – later is Samaria ook verwoest en zijn veel mensen uit Israël afgeslacht of als krijgsgevangenen afgevoerd –
dus als die hoofdstad met de grond gelijk gemaakt zou worden, is dat goed nieuws, toch?
En als dat dan toch niet gebeurt omdat ze zich voor een tijdje zogenaamd bekeren – reken maar dat als de eerste schrik over is het weer op de oude voet doorgaat en straks komen de legers alsnog richting Israël en ook naar Jeruzalem – wat ook echt is gebeurd later…..
dia 9
Dan krijg je toch wat meer begrip voor de reactie van Jona en voor teleurstelling – ja en je kijkt ook even in je eigen hart – hoe zou ik daarin staan, en hoe kijk ik vandaag aan tegen het kwaad in de wereld en tegen mensen die echt heel erge dingen doen – op wie lijk ik meer, op Jona, of op Jona’s God die ook mijn God en Vader is – ben ik met Jona boos en herken ik ook bij mezelf gevoelens van wraak (“ze moesten ze allemaal….vul maar in), of heb ik met God verdriet ook over Mosul en Raqqa en Aleppo, over die geradikaliseerde jongeren die aanslagen voorbereiden of plegen en over hun familie die een zoon verloren in wat hij zag als een heilige oorlog – bidden we alleen voor slachtoffers maar ook voor daders – en zijn we blij dat Godnog geduld heeft met een wereld met nog zoveel kwaad en zoveel leed?
En beseffen we vooral dat God ook heel veel geduld heeft met onszelf, met jou en met mij?
Maken we ons echt de woorden en het voorbeeld van Jezus eigen die niet terugschold als hij werd uitgescholden, en die als hij leed niet dreigde met geweld, die tot op het kruis voor zijn vijanden die hem zoveel onrecht en pijn deden: Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen – en die voor die terrorist naast hem de deur naar de hemel openzette?

Wat we kunnen leren uit het verhaal van Jona, wat de rode draad door heel de Bijbel heen is, en wat vooral is wat we leren uit de woorden en van het voorbeeld van Jezus is dat het kwaad volop serieus wordt genomen, en concreet wordt benoemd, en wordt bestreden.
Jona moest naar Nineve om de mensen daar aan te klagen en te waarschuwen, want –
zegt God – “het kwaad dat ze daar doen is ten hemel schreiend” – dia 10
Zoals de hemel vandaag huilt om zoveel kwaad in het klein en het groot, of het nu in het welvarende en relatief veilige Nederland is waar elke dag mensen omkomen in het verkeer en waar seksuele intimidatie en misbruik gebeurt en zoveel ander kwaad ellende brengt,
of het is in landen waar aanslagen gebeuren of burgeroorlogen of mensen verhongeren –
zou God voor wie elk mens kostbaar is daar geen verdriet van hebben en boos over zijn?

Maar dan is de grootste fout die we kunnen maken dat we alleen kijken naar en wijzen naar ‘die anderen’ die slecht zijn en die hard moeten worden aangepakt of het land uit moeten.
Vergeet niet dat wat Israël eerst en Juda en Jeruzalem daarna van de kant van overheersers en binnendringende vijanden overkomen is, ook Gods straf was voor hun eigen zonden.

Petrus schrijft er later over: “Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij God eigen mensen”. (1 Petrus 4: 19). Dat maakt ons bescheiden, want we weten uit de Bijbel en uit ervaring dat het kwaad ook in ons hart zit, dat we niet beter zijn als we aan onszelf overgelaten worden dan die terrorist of die crimineel – en dat zij ook als wij door God zijn geschapen naar zijn beeld en dat zij ook een ziel – een leven – te verliezen hebben – alle reden om voor onszelt te bidden om bewaring tegen het kwaad en vergeving van het kwaad – en te bidden voor alle mensen, of ze nu slachtoffer of dader zijn.

Ja, en wees daarom niet ongeduldig als het kwaad niet ophoudt en niet boos om het geduld en de liefde van God maar wees maar verbaasd en dankbaar voor, dat God zoals Jona het zei een God is die genadig is en liefdevol,geduldig en trouw en tot vergeving bereid, dat God is zoals de Klaaglieddichter het vertolkt: “Hij geniet er niet van om mensen te laten lijden”.
dia 11
Beatrice de Graaf schrijft – met beroep op de kerkvader Augustinus – dat mensen tegen het kwaad beschermd moeten worden, desnoods met geweld, maar dat het niet mag gaan om wraak over vergelding maar geprobeerd moet worden de daders van hun boze wegen terug te brengen. Kwaad moet niet met kwaad worden vergolden. De strijd moet altijd de mogelijkheid openlaten om de zondaar tot omkeer te bewegen. Het kwaad kan worden teruggedrongen en ook de grootste misdadigers kunnen zich bekeren”.

Dat is wat God bewoog met het oog op Ninevé, dat is wat Jona moest en wat wij moeten leren. Dat is wat als het goed is de boodschap is van de christelijke kerk richting de politiek met een veiligheidsbeleid en richting de boze en bange burger die van de overheid verlangt dat gezorgd wordt voor veiligheid en die een steeds hardere aanpak vraagt van wie die veiligheid bedreigen – leer van Gods geduld en vertrouw erop dat God recht zal doen.
Dat vraagt dat we accepteren dat deze aarde niet volstrekt veilig kan zijn en zal worden,
en dat de strijd van het geloof lijden meebrengt, en allereerst een gevecht is met onze eigen onvolmaaktheid en zonde – maar dat gelukkig Christus het kwaad al overwonnen heeft.

dia 12 2. God heeft geduld met wie kwaad doen, maar laat het kwaad niet ongestraft.

De profeet Nahum leefde en preekte zo’n honderd jaar later dan zijn voorganger Jona.
Er is sinds Jona preekte in Ninevé en die stad zich massaal bekeerde van het kwaad heel veel gebeurd, en als je profeten als Nahum en ook Jesaja leest, is dat niet erg veel goeds.
Het Assyrische rijk had zijn invloed steeds verder uitgebreid en het ene land na het andere
was onder de voet gelopen wat veel slachtoffers en veel verwoesting had opgeleverd.
In 722 voor Christus was het tienstammenrijk bezet en de stad Samaria verwoest en veel inwoners waren gedeporteerd naar Assyrië, en de Assyriërs hadden mensen uit andere landen gedwongen om te verhuizen naar het Joodse land, om zo volken te vermengen.
Ook Jeruzalem was belegerd geweest (tijdens de regering van koning Hizkia) maar door ingrijpen van God was de stad bevrijd; maar de mensen in Juda voelden zich bedreigd.
In de tijd van Nahum leek Assyrië oppermachtig; zelfs Thebe in Zuid-Egypte werd bezet.

Waarschijnlijk profeteerde Nahum tijdens de regering van Manasse, de zoon van Hizkia.
We lezen van hem dat hij “deed wat slecht is in de ogen van de HEER”: vreemde goden dienen, zon en maan en sterren aanbidden, zich inlaten met magie en waarzeggerij en geestenbezwering (occulte praktijken dus); hij zette een afgodsbeelde in de tempel van de HEER en nog iets gruwelijks: hij verbrandde zijn eigen zoons als offer voor de afgoden…
We lezen in 2 Kronieken 33 dat hij zijn volksgenoten verleidde “om nog meer kwaad te
doen dan de volken die de HEER voor hen had uitgeroeid” (2 Kron.33: 9), en dat alle
waarschuwingen van God niet hielpen: “zij schonken geen aandacht aan zijn woorden.”
Het kwam hen te staan om Gods straf in de vorm van een inval van Assyrische soldaten:
“zij bedwongen Manasse met haken, boeiden hem met bronzen ketenen en voerden hem mee naar Babel.” (2 Kron.33: 11) – waar het wonder gebeurde dat Manasse berouw kreeg en zich bekeerde en tot God ging bidden – en dan lezen we weer een verrassend bewijs dat de HEER een God is van liefde en genade die graag vergeeft: “God liet zich vermurwen en en verhoorde zijn smeekbede. Hij liet hem terugkeren naar Jeruzalem en herstelde hem in zijn macht. Toen erkende Manasse dat de HEER God is.” Bij God krijg je een tweede kans!

Kijk, en dan gaan we beter begrijpen wat we tegenkomen in dat profetenboekje Nahum.
Er blijkt uit dat de leiders van het Assyrische rijk en Ninevé en zijn inwoners toch weer zich te buiten zijn gegaan aan buitensporig geweld, wreedheid tegen de onderworpen volken, en
grenzeloos machtsmisbruik: “Wee de bloedstad, een en al leugen, vol oorlogsbuit, het roven houdt niet op. Hoor! Knallende zwepen! Hoor! Daverende wielen! Dravende paarden, dansende wagens, steigerende ruiters, vlammende zwaarden, bliksemende lansen! Vele doden, massa’s lichamen, ontelbare lijken, je struikelt over de lijken.” (Nahum 3: 1-3).
En dat laat de HEER van de hemelse legers niet eindeloos doorgaan, dan grijpt Hij in en dat niet om wraakzucht bot te vieren maar om het kwaad te stoppen en wie worden onderdrukt en gemarteld en afgeslacht te beschermen, want het kwaad heeft niet het laatste woord:
“Ik zal je straffen – spreekt de HEER van de hemelse machten. Ik laat je strijdwagens opgaan in rook, het zwaard zal je dappere leeuwen verslinden, je prooi vaag Ik weg van de aarde, de stem van je gezanten wordt niet meer gehoord. “ (Nahum 2: 14) – wat ook gebeurd is in 612 voor Chr. toen Babel als de nieuwe wereldmacht een einde maakte aan het Assyrische rijk en toen Ninevé alsnog met de grond gelijk werd gemaakt en de puinhopen onder het stof verdwenen, om pas in 1846 weer te worden gevonden bij opgravingen door Engelse archeologen – dat heeft dus bijna 2500 jaar geduurd – dat heeft dus bijna 2500 jaar geduurd – en toen IS de macht greep in Mosul en omgeving is er weer veel verwoest.
dia 13
Ons tekstvers brengt het samen in die twee zinnen: “de HEER is geduldig, maar zeer sterk, Hij laat nooit iets ongestraft.” En dat is niet omdat Hij plezier heeft in de dood van wie ook,
maar om wat staat in dat andere vers: “de HEER is goed, een vesting in tijd van nood, Hij kent wie bij Hem schuilen.” Dat was zo in de tijd van Jona en van Nahum, en in onze tijd.
Ik las: “Het boek Nahum kan de slachtoffers moed geven: God maakt tenslotte een einde aan tirannie en onderdrukking, al in de huidige wereld, hoewel het lang schijnt te duren.”
Zo is het steeds gegaan, later ook met het rijk Babel, met het Romeinse rijk, met de wandaden tijdens de Tachtigjarige Oorlog, met de vreselijke misdaden van de nazi’s..
en je ziet nu al dat IS steeds meer terrein moet prijsgeven…en Assad houdt het ook niet.
Dat zien we gebeuren maar als christenen mogen we het vooral geloven en erop hopen.
Het is tegelijk het geheim achter veel moeilijke verhalen die we in de Bijbel tegenkomen, over geweld, oorlogen, en dat zelfs soms in opdracht van God – wat moeten we ermee?
Zijn de oorlogen van de HEER niet net zoiets en net zo erg als de jihad van de moslims?
En wat doe je dan met die andere wang en met de opdracht je vijanden lief te hebben?

Er is heel veel over te zeggen en om over na te denken, meer dan vanmiddag lukt.
Het is zeker zo dat we in de Bijbel heel wat ongeoorloofd geweld tegenkomen, ook van koningen van Israël en van Juda – van David lezen we dat hij veel oorlogen heeft gevoerd en ook moeten voeren, maar dat hij niet de tempel mocht bouwen omdat hij te veel bloed aan zijn handen had – de tempelbouw werd een taak voor zoon Salomo, koning van de vrede.
Want God is niet uit op de dood van de zondaar maar dat hij zich bekeert en leeft.
Ik vind een indrukwekkende tekst Klaagliederen 3: 31-36: ..”de Heer verwerpt niet voor eeuwig. Als Hij leed berokkent, ontfermt Hij zich ook, zo groot is zijn genade; slechts met tegenzin brengt Hij leed en rampspoed over de mensen. Dat men overal op aarde gevangenen vertrapt, dat men iemands rechten schendt onder de ogen van de Allerhoogste, dat men een mens een eerlijk vonnis onthoudt, zou de HEER dat niet zien”….wel dus, en op zijn tijd doet de HEER recht, en daar mag je op vertrouwen en daar mag je aan meewerken.
Als je maar ook dat andere nooit vergeet, in Klaaglied 3: 19: “Wat klaagt een mens zolang hij leeft? Laat hij klagen over zijn zonden”. Dat maakt bescheiden, leert ons af te denken ik wij als de good guys en de anderen als de bad guys, en leert ons bidden voor alle mensen…
In de zekerheid dat wij de strijd tegen het kwaad, allereerst in eigen hart en leven, en dan ook in de wereld niet kunnen winnen, maar dat Jezus allang de strijd gewonnen heeft…
zodat we met Paulus mogen geloven: wij zijn meer dan overwinnaars, dankzij Hem die ons liefheeft en die voor ons heeft gewonnen – en daarom: toch overwint eens de genade!

dia 14 3 en toch overwint eens de genade!

Nahum eindigt zijn korte boekje dreigend in de richting van Ninevé: “Nineve, je wordt helemaal verwoest, en je zult nooit meer opgebouwd worden. Alle mensen zullen blij zijn als ze horen wat er met jou gebeurd is. Want je inwoners hebben altijd verschrikkelijke dingen gedaan.” (Nahum 3: 19) – zo is gebeurd, en zo is vaker gegaan, denk maar aan Hitler-Duitsland, aan de val van de muur en het communisme, aan de nederlagen die IS lijdt….
Het onderstreept wat God belooft dat niet het kwaad het laatste woord zal hebben, en dat God op zijn tijd oorlogen doet ophouden en recht zal doen – en dat Jezus al overwinnaar is.
Het klinkt al door als Nahum Gods volk moed inspreekt: “Luister, Juda, er is goed nieuws! Er komt een boodschapper over de bergen, en hij zegt dat er vrede komt” 2:1). Dat geeft hoop:
“De HEER is goed. Als er gevaar is, is het bij Hem veilig. Hij zorgt voor de mensen die bij Hem bescherming zoeken. Vier feest en doe wat je aan de HEER beloofd hebt”. (1: 7)
Ja, ook dat laatste, want – nog eens – het is niet wij-zij, maar het kwaad zit in ons allemaal
en het is echt: verander de wereld, begin bij jezelf – Paulus roept op om de goede strijd van het geloof te strijden, tegen jezelf allereerst en dan ook tegen het kwaad in de samenleving, en dat niet met aardse wapens zoals sommige moslim-jihadstdrijders doen en christenen door de eeuwen heen helaas ook hebben gedaan, maar met de geestelijke wapens van geloof en hoop, vanuit het evangelie dat liefde is en dat de echte vrede verkondigt en geeft.

Dan blijft het nodig dat de overheid het recht handhaaft en desnoods met geweld en straf de goed en beschermt en wie kwaad willen doen tegenhoudt en bedreven kwaad afstraft – daar is de Bijbel ook duidelijk over, denk aan wat Paulus schrijft over de overheid in Romeinen 13.
En elke christen zal in eigen leven en omgeving protesteren en vechten tegen onrecht en opkomen voor wie onderdrukt worden of gepest, en niet wegkijken waar kwaad gebeurt.
Maar dat altijd bescheiden en in het besef van eigen beperktheid en geneigdheid tot kwaad.
En in het vertrouwen dat er een einde komt aan het kwaad, door God en dankzij Jezus.

Iets mogen we al meemaken hier op aarde,als voortekens van de complete eindoverwinning.
B.v. in het bijzondere dat in de vlakte van Ninevé na het verjagen van IS, christenen weer terugkomen, dia 15 en dat tussen de puinhopen weer kerkdiensten gehouden worden en er plannen zijn om kerken weer op te bouwen en weer in geloof het leven daar op te pakken.
Het is een van de vele bemoedigende voorbeelden dat het goede sterker is dan het kwade.

De Bijbel maakt ons nuchter en bescheiden als voorzegd wordt dat zolang de nieuwe aarde er nog niet is, we opgeschrikt zullen worden door oorlogen, aardbevingen en andere rampen.
Maar we worden vooral bemoedigd: wees niet bang, Ik heb de wereld overwonnen: toch overwint eens de genade, en maakt een einde aan de nacht, dan onderwerpt de Heer het kwade, voorgoed: de wereld treedt is ’s Vaders licht, verheerlijkt voor zijn aangezicht. dia 16
Amen